Ga direct naar de content

Jrg. 4, editie 201

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 5 1919

5 NOVEMBER 1919

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

4 .

Economischp,Sta

tistische
Berichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

4E JAARGANG

.

WOENSDAG 5 NOVEMBER
1919

No. 201

INHOUD

Bis.

VALUTA EN WISSELKOERS
door
Prof. Mr. H. W. C. Bordewijk
1009
Erfpachtskrommen door
P. J.
Willekes ilacdonald B. 1.
1013
Stooktechni.che Rcgeeringscontrôle door.
G.
de Ûlercq.. .. 1015
REGEERINGSMAATREGELEN OP HANDELSCEBIED
………..
1016
STATISTIEKEN EN
OVERZICHTEN …………….1016-1024
Geldkoersen.

Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.

Goederenhandel.
Bankstaten.

Verkeerswezen.

3 NOVEMBER
1919.

Zooals gewoonlijk was de geldvraag voor den No-

vembertermijn weder zeer groot. De prolongatierente

noteerde een enkelen dag zelfs 5l pOt., aan het einde

der week trad echter een kleine daling in en werd
4Y.2 en 4Y4 pOt. genoteerd. Particulier disconto

noteerde 4 pOt. Do omzetten waren echter gering en

de aangeboden wissels konden slechts moeilijk plaat-

sing vinden. Vooral in den weekstaat van de Nader-

landsche Bank komt de groote geidvraag tot uiting.

De staat is opgemaakt op 1 November des avonds;

de geheele geldbehöefte van den eersten dag der

maand komt er op voor en bovendien de storting op
het schatkistpapier. De binnenlandsche wissels ver-

anderden slechts weinig, de vermeerdering beloopt

hier ongeveer 8 millioen; bij. de beleeningen is de

vermeerdering echter veel belangrijker. Een vermeer-

dering van
bijna
40 millioen had hier plaats. Verder

werd het tegoed in rekening ,,van anderen” 18 mil-

lioen kleiner, zoodat in totaal de bankbiljettenomloop
bijna 58 millioen grooter werd:

VALUTA EN WISSELKOERS.

1f the Bank should be again colled upon to pag il,cir notes
in ,pccie, the effect would Iw to lessen greatly the proflis
of
the Bank without a correspondent gein to ony other part
of
the
cornmunt
y
. 1f ihose who use one and two, and even .five pound
notes. should have their option
of
using guinea,, there con 5e
hitte doubi which thep would
prefer;
and thus, to indulge a
mere caprice, a most es-pansive medium would 5c substituted
for one
of
hult value. RIcARDO.

De depreciatie van de valuta’s der eK-belligerenten
– Amerika en Japan uitgenomen – en vooral de
catastrophale daling van Mark en Kroon, hebben reeds
veel pennen in beweging gebracht. Nog iü de no.’s
195 en 196 van dit weekblad werd opgenomen een
interessante verhandeling van Mr. E. 0. van Dorp, de
Utr.echtsche privaat-docente in economie, over ,,de
Marken”. Het worde mij vergund het vraagstuk der
depreciatie ecns van een andere zijde te benaderen,
naar aanleiding van een zeer instructieve, onuitge-
spreken rede van den metallist Ludwig Pohle: ,,Das
Problem der Valuta-Entwertung”, opgenomen in de ,,Vortriige der Gehe-Stiftung zu Dresden”,
1)
geda-
teerd 16 November 1918 en een brochure van den
nominalist Karl Elster: ,,Die deutsche Valutapolitik

1)
9.
Band
1918, heft 5.

nach dom Kriege”, in dit jaar verschenen als 59.
Heft der ,,Finan’z- und Volkswirtschaftliche Zeitfra-

gen” van Georg Schan.z en Julius Wolf. Vooral de

lezing vnu Pohle zou ik, ondanks zijn nietallisme,

iederen belangstellende willen aanbevelen, wegens den
glashelderen betoogtrant en den magistralen eenvoud,
die als het ware spelenderwijs de moeilijkheden van
het vraagstuk te boven komen. Het boekje van Pohle
is vooral belangrijk om het verband, dat hij legt tus-
schen depreciatie van het nationale geld in het bin-

nen- en in het buitenland. Veelal wordt deze samen-
hang ôf voorbijgezien, ôf verkeerd begrepen. Zoo is

een wijdvertakte meening, dat de daling, der valuta
op de buitenlandsche wisselmarkt de reflex is van een
z.g. ongunstige of passieve betalingsbalans en dat die

daling, causaal- verbonden met de factoren, die deze
balans beheersehen, eigenlijk bitter weinig heeft uit
te staan met bin’nenlandsche gelddepreciatie. En wan-
neer er al een samenhang wordt aangenomen, dan is
het in dozen zin, dat eerst de valuta g.aat dalen in het
buitenland en daarna die beweging zich naar het
binnenland voortpiant. Daartegenover zegt Pohie:
terug naar Ricardo, die hot primum agens gezocht
heeft in dan toestand van het geidwezen binnen de
landsgrenzen. Hij, Pohie, spreekt het vermoeden uit,
dat de heerschende theorie, welke andersom redeneert,
gegeneraliseerd heeft uit het speciale geval der
zilverdepreciatie na 1870, doch wat voor deze gelden
mo:ge, is daarom nog geenszins van toepassing op
depreciatie der valuta in het algemeen en met name
niet wanneer het gaat om de verklaring van den
waardeteruggang van papiergeld. Bij het zilver kan
men zeggen, dat dé oorzaak in het buitenland lag, in

zoover de daling van den zilverprjs (in goud) op de
wrereldinarkt voorafging aan de depreciatie van het

ruilmiddel in de landen met zilver als standaard:
;,Der Wer.t des Silbers im VerhJtnis zum Golde
erfuhr auf dom Weltmarkte ome Verschiebung zu
.Un.gunsten .des Silbers. Dcmgeniiiss sank auch der
Wert des Geldes der Silberwchrungsli.nder im
Ausiande, wo es ja nur eine Ware darstellte. Der
Binnenwert des Silbergeldes dagegen, seine Kaufkraft’
im Inneren der betreffenden Liinder, wurde nicht
sofort in diese Bewegung hineingezogen, sondern

passte sich erst allmkhlich ihr an. Man nehme als
Beispiel etwa Indien, das als Silberproduktionsland
selbst gar keine wesentliche RoUe spielt, wohi aber
zu der kritischen Zeit der siebaiger und achtziger
Jahre bis 1893 noch cme reine Silberwchrung besass.
hier war es nur naturgemiiss, dass dle Entwertung
des Landesgeldes von aussen nach innen vor sich
ging, und dass dabei der Stand der Löhne, Waren-
‘preise u. s. w. im Innern nur mit grosser Langsam-
keit der Bewegung nach unten folgte, die das Landes-
geld auf dem Weltmarkte durehzumachen hatte.”

Bij den z.g. papieren standaard, aldus terecht Pohie,
ligt de zaak gansch anders: ,,Das, was hier die
Entwertung hervorruft, ist in erster Linie die fortgo-
setzte Vermehrung des Papiergeldumlaufs, also em
Vorgang, der sich im In.nern des Landes abspielt und
hier auch sofort in seinen Wirkungen auf die Waren-

‘1010

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November 1919

prei’se fühlbar werden muss.” Heeft dan de daling

van den. koers van het nationale geld op de buiten-

lan.dsehe markt causaal niets te beteekenen, is zij
reflex zonder meer? Men moet onderscheiden tus-
sahen tijdelijke en duurzame bewegingen. Voorbij-

gaande oorzaken, ‘bv. misgewas, .dat door versterkten

import moet worden gecompenseerd, kunnen tijdelijk
de betalingsbalans ongunstig stemmen en daarmede

do valuta, in ‘het buitenland, drukken. Dan doen

echter de wisselkoersen al spoedig hun uitvoer-prikke-
lenden, ‘invoer-belemmerenden invloed gevoelen, om.

de eenvoudige reden, dat •het algemeen prijsniveau

noch hier noch ginds noemenswaardige wijziging
onderging: ‘bij”de
bestaande
prijzen van goederen en
diensten vindt in de hoogore noteering van buiten-

lan’dsche valuta do nationale exporteur een extra-‘

bate, de dito importeur een onverwachte schade, die

beide haar effect zullen hebben en aan ‘de lagere notee-
ring van het geld bui

tenslan’ds spoedig een eind zullen

maken. Een beroep op de ‘betalingsbalans, mits men bij deze niet ‘halt houdt, is in het ‘hier gesahetste ge-‘

val ‘ter verklaring niet misplaatst. Maar gaat het nu

aan, die betalingsbalans als ver’klarin’gsgrond in de’

huidige omstandigieden er bij te ‘halen. en zonder:
voldoend
cijfermateriaal
te betoogen, dat de uitvoer,
der middenrijken tijdens den oorlog
vrijwel
stop:

stond, hun invoer nog langen tijd, zij het decresceudo,’
voortgang had, en
dus
Mark en Kroon. wel moesten
vallen op een peil.. . .? Welk peil, mag worden tegen-

geworpen. Allèen aan een blinde kan de leemte mde

redeneering on-tgan. Er valt, dunkt ‘mij, niet veel’

tegen in te brengen, wanneer Pohie zegt: ,,Es ist
überhaupt kaum rnöglich über das Gesamtergebn,i&

der Ver’schiehuizgen, die unsere Po’rderungs- sowiè-

unsere Z ahiungsbilanz gegen’ü’her d em Ausland
w’hrend des Krieges erfahren ‘haben, etwas Zuver-
l’ssi.ges festzustelien.” Hij wijst er clan op, dat ook d&
import door de blokkade ten zeerste is ingekro’mpen

dn dat er tegenover’ de verliesposten op ‘de ,,Forde-

rungsbilanz” een belangrijk actief staat in •den
vorm
:

vn erkoop yan biiitenlan’cl.sche effecten en
an
d
ere
:

titels’ van waarde an het neutrale buitenland, stellig:
yoor vele honderden millioenen, misschien voor mil-
liardeii: Ev.eh’zoo verwerpt Pohle de restlooze verkl’a
ring van het waaideverlies ‘van het geld uit ‘de pro-

ductie-. en’ transportomstandigheden. Deze verklaret:
slechts een deel der ‘duurte. Voor hem ligt de hoofd

ve’rklaring in den veranderden toestand van het ruiI-
middel en hij handhaaft daarbij nadrukkelijk ‘de ‘in,’
clèn,laatsten tijd nogal aangevochten z.g. ‘quantiteits-‘
theorie. Aardig is het, zooal’s- Pohle zich uit over de:
goedkoope’ eritiek, waaraan die the6rie veeltij’ds wast
blootgesteld en- die niet bepaald ,,einen Ruh.mestitélL
der deutschen Nationalökonomie” -uitmaakt: ,,Jung&
Doktoran.den schon glaubteh sie mit einige’n- seiehten
Einwden’ von oben herunter abtun- zu könnefl.:Diè
Pun,kte, in ‘denen man die Quant’it’t’stiheorie richti
stellen – und ih Widerspruc’h mit der ‘Wirklich,keit
vo’rwerfen zu müs&en gl’aubte, waren dabei so nahelie
gerid und selbstverst’dnd]ich, dass diese Kritiker”
aic1
hei einigem Nach.den,ken setlbst htten sagen können,’
das’s den Miinnern, welche die Quantit’âtstheorie auf-
gesteilt und sie ausgebaut haben, ihre Einwnde.auch
nicht g’ut en-tgangen sein könnten. Schliesslich sind:
Nunner wie Hume und Ricardo, aus Deutscthlan.d
etwa Samuel Oppeniheim, urn uur einige Hauptvoi”-
treter der Quantitiitstheorie zu nennen, doch auch:
nicht ‘gerade Dummköpfo gewesen” Wat er van te’ denken, wanneer iemand 0s Lan’sburgh, schoon op’
den bodem dezer theorie staande, tegen haar uitpakt?
Maar nu dan de groote vraag omtrent het verband
tu’sschen ‘depreciatie eener valuta in buiten- en bin-‘
nenland. Wanneer de betalingsbalans de eenige reden
is der la-ge noteerin’g, of, zooals Pohie het uitdrukt :
,,wenn lediglich der Aussenwert des Geldes der betrof-t
fene Teil ist, wiihrend die Kaufki”aft im Innern unver-
indert geblieben ist,” dan valt op een spoedig herstelf
te rekenen. ‘En nu -keert Pohle de. redeneering om :’

,,Blei’bt ‘die Entwertung ‘dauernd ‘bestehen, koriigier’t

sich der Rückgang ‘der Valuta nicht ‘bal’d von selbst
wieder,
80
ist d’as ein sicheres Anzeichen dafür, dass
das Papiergeld nicht nur gegenüber dam auslndischen

Gol-cigeld eine Entwertun,g erfahren hat, so’ndern dass

‘auch seine Kaufkraf’t im Iiinei’n gesunken ist, und
.dass die Entweitung der Valuta daher auch, solarige

dieser Vorgang anhilit, eine ‘dauernde sein wir’d.” Hoe

komt het dan, dat, ‘in dit geval van een ‘binnenland-

sche depreciatie, ‘de compenseeren’de werking der wis-

selkoersen niet ingrijpt en ‘den ,,intervalutarischen”

koers herstelt op het oude peil? Doordien, ‘tengevolge
van het gewijzigd prijsniveau in het betrokken land,

cle uitvoeiprikkel res’p. ‘de invoerbelemaiierin.g uit-

blijft. MTat ‘den uitvoer betreft: de wisselkoersen zijn

gestegen, maar de uit te voeren goederen komen den
exporteur ook zooveel duurder ‘te ‘staan. Wat den in-,

voer aangaat: de voor remise benoodig’de wissels zijn
zooveel duur’der geworden, doch de goederen brengen

iii geld naar rato meer op. Aldus wegen voor- en na-
deel tegen elkander op en blijft de v’aluta-sterkende
tendens, die bij een incidenteel omslaan van de heta-

1iizgsbalans naar de passieve zijde vanzelf intreedt,
hier ongeboren. Pohie ‘drukt zich ten aanzien van het
onderhavige vraagpunt nu ‘aldus uit: ,,Was die Valuta-

Entwer’tu’n’g unmittelbar herv’orruft, m’ag ‘meist eine
Verschiechterung der Zahlungsbilanz sein, was aber

die V’aluta-Entwertung erst zu einer dauernden macht,
das ist da’s Sinke’n der Kaufki’af’t des Gel’des im
Innern des dian’des. Denn eist das Sinken ‘der Kauf-

kraft im Innern macht es der Zahlungsbilanz unmög-
lich, sich wieder zu -bessern.” De bedoeling is ‘duide-
lijk, doch de formuleering schijnt mij niet volkomen

geslaagd. Gezegd wordt ‘hier, ‘dat het dalen ‘der geids-

waarde in het binnenland de ,,Valuta-Entwertung”
duurzaam
maakt:
dit is echter, z66′ uitgedrukt, en
tautologie. P’ohle had moeten zeggen, ‘dat een achter-

uitgang ‘der valuta, zoo zij zich t’ot de ‘bui’tenlandsche

noteering, m.a.w. tot den intervalutarischen koers be-perkt, niet duurzaam kan wezen, doch ‘dat een daling
van de koöpkracht van het geld binnenslands niet zoo
spoedig kan worden ‘ongedaan gemaakt.’ Of verder de
concessie, die hij doet aan de leer, welke het primum
movens in’ het buitenland legt, noodig is geweest,

betwijfel ik. Het is althans ‘moeilijk in te zien, waarom-zoo’n duurzame ‘depreciatie’ een ongunstige ‘betaliugs balans en ‘daaruit voortvloeienden ongunstigen wissel-
koers ‘ook maar ‘als eerste aanleiding’ voor haar intre-
‘den zou behoeven. De ‘beweging kan evenzeer haar uit-
gangspun’t in ‘binnenl’a’n’dsche maatregelen of gebeur-
tenissen nopens het geidwezen nemen. Een voorkeur
voor de betalingsbalans als aanleiding, als waarvan
Pohie in ‘bo’venvermel’d citaat met ‘het woord
,,meist” doet
‘blijken,
is mi. niet gerechtvaardigd.
Veeleer kan overmatige geldproductie zeer wel eerst

de binnenlandsche prijzen opzetten en via deze den
uitvoer tegengaan, den invoer aanmoedigen, waardôor
de ten’dens n’aar een passieve betalingsbalans zou
ont-
staan.

Het is ‘alleszins juist, wat Mej. Mr. van Dorp
schrijft, ‘dat de handel geenerlei belang heeft bij een
hooge ‘of bij een lage valuta: ,,de handel heeft ‘alleen
belang bij een vaste valuta”. Nu heeft aan ‘die vast-
heid de laatste jaren alles ontbroken, en juist de vol-
strekte onvastheid heeft geleid ‘tot koersen van Mark
en Kroon, als wij ‘thans ‘beleven, en ‘die ‘bi. een jaar
geleden niemand voor mogelijk zou hebben gehouden.

Bijzonder lezenswaard is hetgeen Pohle operkt om-
ti’ent de sociaal-economische gevolgen van een voort-

schrijden’de gelddepreciatie en de’ gevolgen in omge-
keerde richting, die zouden optredeu, wanneer men
zou trachten Mark en Kroon op hun vroegere goud-
waarde te herstellen. Ik ‘kan er niet aan denken, alles
weer te geven, wat do dui’tsche econoom in dozen’ aan-

voert. Slechts enkele ‘hoofdzaken, waarbij tevens eenig
1iht geworpen wordt over de vermbedelijke ontwikke-
ling in ‘de toekomst. Van belang is de onderscheiding
tusschen de ,,wirtschaftlich ak-tiven” en -,- passivên

5 November
1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1011

Gesellschaftsklassen”. De laatsten zijn de renteniers,
de vastbezoldigden, de gepensionneerdan, de eersten

voornamelijk de ondernemers, maar ook waar vroe-
ger wel anders over gedacht is – de arbeiders. Deze
groepen hebben bij verschuiving in de koopkracht van

het geld tegenstrijdige belangen. De ondernemers; met

hun in tijden van mindere duurte opgedane voorts-
den, grondstoffen etc., profiteeren enorm van een ver-

dere stijging der prijzen. En wat de arbeiders betreft,

zij hebben bij die duurte wel niet dat directe belang,
maar toch is het onweersprekelijk, dat de ,,Hoch-

konjunktur” tal van bedrijven nog staande houdt, die

bij dalende markt onverbiddelijk zouden ineenstorten,

hetgeen de bestaande werkloosheid zou vergrooten. En

dan is het evenmin te ontkennen, dat het loon zich

verwonderlijk snel aan de stijging der productenprij-
zen heeft aangepast en dat zelfs niet zonder grond
mag worden beweerd, dat de loonacties in •de hausse-
beweging een deel der leiding hebben. Terecht zegt

Pohle, dat vroeger het arbeidsinkomen ,,infolge einer
ihm anhaftenden SchwerfiiJligkeit als ein besonders
schwer zu erhöhender Ein’kommensrweig hingesteilt
(wurde). Nach den Erfah iii nigen des WeitJcrieges
wird sich diese Lehre kaum noch aufrecht erhalten

lassen …. Die Tatsachen sprechen auch allzu deutlich
dagegen.” Degenen, die het loodje leggen, zijn natuur-
lijk de lieden met vaste inkomsten, en verder alles wat

crediteur is en minder koopkracht terugontvangt dan
destijds afstond. Er is hierin geen zweem van gerech-tigheid te onderkennen. Maar zal men nu .dat onrecht
cumuleeren, door een prijsbeweging in tegengestelde
richting ‘in te leiden, wat het geval zou zijn bij een herstel van •de valuta op het vroegere (goud)pe.il?
Eigenlijk is de vraag, waar het te dozen praktisch op

aankomt, deze: of er veel kans bestaat, dat eenderge-
lijko valuta-politiek zal worden gevolgd. Deze vraag
moet om verschillende redenen ontkennend worden
beantwoord. Vooreerst is de invloed dci economisch
passieve elementen, die vooral bij stijgende geids-
waarde belang hebben, veel geringer dan die der
actieven; zdoals Pohle het nitdrukt: ,.Die wirtschaf t-
lich aktiven Gesellschaftsklassen sind . es immer in
orster Linie, welehe die allgemeine
WTi
r
t
sc
h
a
f.t
s
p
o
litik

eines Staates hestimmen, nicht die Rentner. die
Festbesoldeten und Pensioniire.” Zoo zal dus het heele
heir dor direct aan do productie cicolnemenden, in de
eerste Plaats de onderneni ons- en hand eisstand, fron t
maken tegen geldpolitieke maatregelen, welke strek-
ken tot het vroegere pari terug te koeren Wat er ook
gebeure, of de staat de valuta stabiel maakt op den
voet der huidige depreciabie (devalvatie, muntver-
zwakking) dan wel op den voet van de vroegere goud-
waarde van het geld, of op eer, tusscheniiggend
punt, steeds lijdt 6f de eens bF de andere groep
der bevolking onrecht. In het laatste geval, bij herstel der valuta, geiiietea de crediteuren . uit
den tijd der depreciatie, daaronder de breede schare
der deelnemers aan oorlogs- en crisisleeningen vooral

der laatste jaren, een door niets te billijken voordeel
op kosten vande debiteuren, d.i. in de eerste plaats de
in den Staat-dehiteur georganiseerde gemeenschap. En
bij de eerstgenoemde methode, de vastlegg-ing van de
bestaande deprec.iatie, treft natuurlijk ‘alle nadeel de
crediteuren uit den tijd der hoogere geldsvaarde,
waartoe beiiooren de bezitters van oudere staatsschuid,
een nadeel dat adaequaat is aan liet voordeel van de
debiteuren uit de desbetreffende crediettransacties.
Wat zal •de Staat doen? Pohie waagt zich niet aan
een stellige profetie. Maar wel is er een sterk ver-
inoeclect in cle richting van devalvatie.
Hij
zegt: ,,Je
mehr clie vom Staate wiihrend ‘des Krieges kontrahier-tea Schulden ansch.weilen, bis sie vielleicht act Umfang
soga.r (lie aus der Vorkriegszeit aiizhaftende Summe der festveizinslichen Forderungcu übertreffen, cun so
mohr wird sich die Wagschalo zu Gunsten der Methode

der Devalvation sekon. Der Staat uird daan such
selbst in immer stiirkerem Masse darin i.nteressiert,
dass das Sinken des GeIdwertes •zu einer dauernden

Erscheinung gemacht wird.’ Zooals Oassel het zeer

juist uitdrukt: ,,die wirkliche Last einer jhrlichen
Rentenzahiung von einer Milliarde muss sich natür-
lich verdoppeln, wenn die Geideinheit, in der clie
Schuld bereeimet wird, verdeppel te Kaufkraft er-
hult.” Men moge het uitblijven van (volledig) herstel
nog zoo ‘betreuren, zoo is dat geen reden om blind te

zijn voor den geweidigen factor van den staatsschul-
dendienst in vrijwel alle landen van Europa, een dienst,
die do belastingen nu reeds moet opdrjven tot de

grens van het mogelijke om aan stiaatsbankroet te ont-
gaan. Dit laatste zou, door tei’ugkeer tot de vroegere
valuta-toestanden, waarschijnlijk niet meer te vermij-
den zijn. De opmerking van deii Oostenrijker Rosen-

berg, door Pohie overgenomen, dat de Staat, voor de
keus geplaatst ôf onrecht
te
doen door zijn oude
schuldeischers met minderwaardig geld te betalen ôf
onrecht te
lijden
door zijn nieuwe schuideischers met
meerwaardig gold te voldoen, zijn beslissing ,,kaum

nacili den Grundsiitzen des Evarigeliums” zal nemen,
is in liet aangezicht van den fiscalen nood in heel
Europa van groote suggestieve kracht. Maar, ‘kan
men tegenwerpen, is die zg. devalvatie, die vastleg

ging van de valuta op het ‘tegenwoordig depreciatie-
peil (eventueel op een of ander tusschenliggend peil),
niet een vermomd staatsbankroet? Tot zekere hoogte:
ja. Doch ei moet naar den eenen of anderen kant ge-
kozen worden. En waar eenerzijds de oude schuld-
eisôhers niet de koopkracht gerestitueerd krijgen, die
hun toekomt, daar past toch aan den anderen kant de zeer dringende vraag, of dit
nu wel de
tijden
en de
omstandigheden zijn, d’ie den Staat zouden kunnen
legitimeeren om op kosten van de zwaargedrukte be-
lastingbetalers geschenken uit te deelen aan zijn cre-
diteuren der depreciatieperiode, te meer, waar juist in
deze periode de staatsschiilden geweldig zijn gaan
zwellen, te meer ook, waar die nieuwere en nieuwste
staatsschuldeischers ongetwijfeld voor een zeer groot
deel uit hen bestaan, die tot de door den oorlog bevoor-deelden, de O.W.-ers, behooien? Daarbij komt nog een
overweging van groote kracht. Het ware ni. alleen
mogelijk het rad der depreciatie terug te wentelen
en tot den vroegeren toestand op geldgebied weer te
koeien door maatregelen te nemen, rechtstreeks op
vermindering van liet in massa uitgegeven papiergeld
gericht. Dat geld kw’am goeddeels in omloop door
directe of indirecte staatsleenin gen
bij
de circulatie-
bank, aangegaan wegens de buitengewone crediethe-
hoeften van den staat-in-oorlog. Pohle wijst er op, dat

de eenige manier om ‘al 1dat geld kwijt te raken is, dat
de Staat zijn oorlogsschuld aan de’ Bank aflost. Hoe?
Door een milliardenleening. Maar dat beteekent, dat
de Staat op de kapitaalmarkt ‘beslag legt op éen tijd-
stip, waarop de particuliere nijverheid voor het op
gang brengen en uitbreiden der vredesproductie een
behoefte aan kapitaal heeft als nimmer :is’gevoeld. Tot
-zulk een oneconomische gedraging, waardoor veel
dringender behoeften worden opgeofferd aan het tvij-
felachtig belang van valuta-herstel, kan slechts een
gouvernement, dat alle inzicbt mist in de wezenlijke
eischen van welvaart-politiek, worden bereid gevon-den. En nu Elster.
Tan
zijn nominalistisch standpunt uit bespreekt
Karl Eister in zijn bovengenoemd geschrift eerst ,,die
Theorie des intervaiutarjschen Kurses,” dan do
,,
T
ege

und Ziele der Valutapolitik’ enten slotte ,,dio
deutsche Valutapoiitik nach dom Kriege.” Het ge-
bruik van de ingewikkelde terminologie van Kaapp
zal stellig aan ecn verbreiding buiten den kring der
ingewijde vak-theoretici in c1en weg staan. Slechts
cnkele hoofdzaken moge ik uit de brochure aanstip
pen, daar, zij zich, ook wegens haar polemisch karak-
ter, minder goed voor een uitvoerige bespreking
leent dan het klare betoog van Pohle. Naast veel goeds komt er veel aa.nvechtbaars in. voor. Elster begiht met
voorop te stellen, dat de intervalutaire koers van een
betaalmiddel zijn irjs is, uitgedrukt in hot valutaire.
geld van een ander. land: -,,Wi’rd d,ieser Leitsatz

1012

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November 1919

festgehalten, so bietet clie Theorie des intervalutari-

schen ICurses keine jhr eigentümlichen besonderen
Schwierigkeiten rdar. Sie fJlt zusammen mit

der

Preistheorie, als deren Son.derf all sie sich darsteilt.”

Wanneer ‘hij dan verder zegt, dat de intervalutaire
koers van een betaalmiddel zich ,,ergibt aus Angebot

und Nachfrage nach diesem’ Zahiungsmittel und

aussohliesslich aus diesem,” dan meen ik, ‘dat hij hier

Mej. Mr. Van Dorp tegenover zich vindt, die immers

in haar artikel over ,,•de Marken” schrijft: ,,Nu is een
wissel geen waar en de prijs van den wissel niet te

vergelijken met den prijs van een waar; en men past
de vraag-en-aanbod-theorie hier op geheel Onjuiste

wijze toe.” Het loont de moeite hier even bij stil te

staan. ‘De beantwoording van de vraag, of een wissel

een ,,waar” is, hangt natuurlijk geheel af van de
begripsvoorstellin.g, welke men aan het woord ver-

bindt. Ik zou meenen, dat een waar is een roerend

economisch goed. In dien zin is een wissel zeer stellig
een waar en met andere waren onderworpen aan de

algêmeenô waardewet. De wissel voorziet in een econo-

mische behoefte. Hij voorkomt het lastige en icost-
bare, ook h3in of meer gevaarlijke geldzenden. Hij be-

zuinigt op het gebruik van wettelijke betaalmiddelen
door het endossemefrt. Hij is, wanneer er eenige tijd
tussohen trekking en vervaida’g verloopt, een zeer ge-

waardeerd middel om aan cred’iet te komen. Al deze
7
.

ecônomische functies stempelen den wissel tot een

waar als bovenbedoeld. Nu kan men zeggen, dat niët

de wissel ‘de eigenlijke waar is, doch de geldsoni waarop

hij luidt, m.a.w. üien kan den wissel alleen representa-

tieve natuur toekennen. Doch dan komt men m.i. toch
in botsing met bovengenoemde wisselfuncties, die im

meis zeer speciaal aan ‘den wissel eigen zijn; die tot zijn
entstan en groote verbreiding hebben geleid endië
juist niet door de geldsom zelve kunnen wor;den ver-
vuld. Wie in Berlijn of Amsterdam een wissel koopt

op Londen, koopt niet tegen zooveel marken of guldens
zooveel ponden, doch een
vorderingsrecht op zoo-
veel pon’den en het is moeilijk in te zien, tenzij men

aan alle vorderinigsrecht het karakter van economisch goed wil ontzeggen, waarom
dit
vorderingsrecht niet
een waar zou wezen, die op zeker oogen!blik een zelcere
prijs doet. Ook de begrippeA wissel.handel en wissel:

arbitrage duiden op het warenkarakter van den wis-
sel. De pijs vaii een wissel kan z66 hoog stijgen, z66
laag – dalen, dât er de voorkeur aan gegeven wordt
lags anderen weg zijn schuld te voldoen of zijn vorde
ring betaald te
krijgen
en dit is, dunkt mij, het
klaars’te bewijs, dat de prijs van dan. wissel iets
anders is dan de prijs van de- geidsom, die in den wissel staat uitgedrukt. Ware, de wisselkoers b.v;
werkelijk de prijs van ‘het Engelsehe pond, dan
zou ei geen
mogelijkheid
zijn om op goedkoopere
wijzeaan’ een pond te ‘komen, daar er dan door het

representatie-karakter identiteit zou bestaan: –
Het is merkwaardig,. hoe Elster, langs geheeFah’de4
ren theoretisch-ecoomischen weg dan Pohie, onge-
veer
1).
tot gelijke slotsom komt. Hij zegt o.a.: ,,Die
Zweckmssig-keit des
festex
Kurses ‘steht ausser
Frage. Seine Vorzüge liegen so offens’ichtlich zutage
dass eher ver ihrer IJeberschtzung -gewarnt, als
ihrer Unter’sehiitzun.g widersprochen werden mu’ss..
Schwankende Kurse stören den Kaufmann, abernich.t
nur ihn. Es ist bekanut…. wie eine Aenderung der
Kurse ganze Industrien- zu Nbeeintrdchtigen vermag

Der Einfluss si.nkender’ Kurse
2)
auf den Expört

eines Landes kaun dessen gesamte Volkswirtschaft
umgestalten.” En verçler: ,,Der feste Kurs ist ei.
G-ewinn; der ,,holie” Kurs – zuniichst einmal ei
mis-sverst.ndlicher Ausdruck.” Hij gaat nu na of
koerss-tijging een wen-scheljk verschijnsel is en verder
of het mogelijk zou zijn door een kûnstma-tige ver-

1)
Afgezien
ni.
van de ,,Aufnahme der Barzahiungen”.
– 2)
d. i. daling van de waarde der nationale valuta, of stij
ging van het papier op het buitenland bij de continentale
noteeringsinethode.
.. . –

heffing van den koers ,,einen wirtsahaftlichen Auf-
schwung zu fördern.” Een stijgende koers beteekent,

dat het buitenland meer aan ,,ons” te betalen heeft,
dan ,,wij” aan het buitenland: ,,Dies kann erfreuliche
Gründe haben un-d pflegt sie zu haben; unbedingt
nötig aber ist es nicht.” Wat dit laatste betreft, wijst

El-ster op het aangaan van een leening in het buiten-
land, ,,die aufzunehmen die Not gebot”. Elster ziet in

de koersvorming de resultante der ,,pantopolischen
Beziehungen,” waaronder te verstaan zal zijn de totali-

teit van het verkeer van een land met het buitenland
in -zijn geheel. Er is echter wisselwerking: ,,so gut

wie durch eine Einwirkung auf den Gang der Wint-

schaft der intervalutaniso’he Kurs beeinflusst werden
kann, so kann umgekehrt durch cme künstliche

Beeinflu’ssu’ng des intervalutai-iscihen Kurses ein-e

Einwirkung auf die Wii-tschaftsentwicldung ausgeüht –
verden.” En nu waarschuwt Elster tegen het valsche

pan, waarmee bedoeld wordt vas-tlegging vn een

koers -,,der den pan’topoli-schen Verhiiltnissen nicht

entspricht.” Hij noemt dit een ,,Fehlgriff bedenk-
lichster Art,” en licht zulks- met een beroep op
Bendixen’s ,,Wihrungspolitik und Gel’dtheorie” noig nader toe -met de woorden ,,wenn die Opfer fiir eine

Befestigung des Pari in natürlicher Kurshöhe
ertrâglic-h sind und in den Vor-teilen des festen

Kurses ihre volle Bezahiung finden, so müssen die
Opfer, die
der Kanipf um das falsche Pari
eine
Tolkswirtschaft auferlegt, diese V’olkswirtschaft auf

das allerschwerste beeintrâchtigen.” Elster is tegen
de’z.g contractie, ‘de inkrimping van de papier-circu-

latie als middel om de koersen te verbeteren, heftig

gekant. Hij ziet er niet -het minste heil in en zegt zoo
onomwonden mogelijk: ,,Massuahmen zur Bekïmpfung

der Inflation können keinen Falles darâuf rechnen,
durch ein Steigen des intervalutarisc-hen Kurses belohut zu werden….Der Kriegskurs der Reichs-

mark ist ja
heute
nichts anderes als der symptoma-
tische Ausdruck der Verarmung Deutschiands durch

den Knieg. Die Kontraktion würde Deutschlan-d nicht
reicher -machen; wie -sollte sie also zur Hebung der deutschen Valuta führen?”,Deze redeneerin
g
is veel zwakker dan Pohie’s betoog tegen een herstel der
valuta. Want komt Elster -hier niet ten eenenmale in
conflict met de terecht eerst door hem aangenomen
wisselwerking tusschen de pantopolische verhoudin-

gen en -den intervalutairen koers? Zal een daling van
den pnijzenstan-d in-Duitschland, bij’afnemende infla-
tie, niet -een rem voor de invoeren, een prilckel voor
de uitvoeren worden? Intusschen constateer ik, dat

ook deze econoe-m tot dezelfde conclusie komt als
de woordhroer,der uit het andere geldtheoreti-sche
kamp: ,,Eine einsichtige Wirtschaftspolitik wir-d aus

der Not eine Tugend machen und sich bemühen, die
Inflâtion zu ,,konsolidi-eren”. Un-s tut es nicht mehr
Weh; venn wir gcl-egentlich’ von -den Prei-sen ver-
gangener Zeiten lesen, un-d fcommen-de Gesc-hlechter
werden auch dem Preisstande von 1914 nur mehr
gaschichtliches Interesse entgegenbrin-gen.
Die Inflation, -die -den Glaubiger schröpf t, ist
der hilfreiche Freund aller derer, die nu Schulden tragen; und die Kontnaktion ware für die Reichs-
und Staatsfinanzen -eine nur -schwer ertniigliche
refor-matio in peius.” – –
Ik ‘heb het van belang geacht, deze mededeeling in
de kolommen van dit -tijdschrift’ te doen, omdat

daar-door inzicht -kan worden bevorderd in ‘de
waarschijnlijke ontwikkeling, welke -het valuta-vraag-
stuk in de komen-de jaren zal door-maken. Wanneer niet
vele teekenen bedriegen, zal – de nood der
tijden
het
herstel der valuta’s, althans van -de middenrijken, be-

letten.
1)
Men behoeft dat niet al-s een ramp te zien,

‘) De stemmen, die
op
fixeering van de valuta op
hit
huidig depreciatiepeil langs den weg der devalvatie aan-
dringen, nen]en in Duitschiand toe. Men zie de metnorie van
Alfred Lansburgh aan Minister Erzberger,
N. R.
Ct. van
17
Oct.
’19,
AvondbladA, en reeds vroeger de .red. van Oskar
Wassermann, directeur van de ,,Deutsche Bank”, gehouden

5 November
1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1013

mits eindelijk stabiliteit verkregen worde. De waar-
schijnlijkheid, dat aldus cle gang van zaken zal zijn,
wordt versterkt door de merkwaardige samenstemming,

in de conclusie, van de twee besproken economen, die
door een onoverbrugbare geld-theoretische kloof ge-

scheiden, nochtans gelijkelijk een •heff en van den
gelclkoers op het oude peil uit den booze achten.

H. W. C. BoRDawijic.
Groningen, October 1919.

E1?FPA CHTSKR OMMEN.

Er is bij vele bestuurders van openbare lichamen,

hetzij feitelijke, hetzij adviseerende, een streven om

geen onroerend goed meer te verkoopen, maar het in

erfpacht uit te geven. Weliswaar wordt •die erfpacht
veelal slechts beschouwd als huur met een toevallige
bepaling omtrent den opstal, die het geval voor den

pachter min of meer speculatief maakt, mar voor

beide partijen zou het beter zijn, indien deze begrip-

pen niet verward werden. Dan zou ook voorkomen

worden, dat bij afloop door den pachter of zijn ,,erveu”

een zekere onnoozele onbekendheid met die ‘bepaling
wordt misbruikt om van den verpachter een afkoop-

som los te krijgen. Vooral wanneer hij kan bewijzen,
dat ook de erp’achter eigenlijk alleen aan verhuur

gedacht heeft, krijgt die speculatie op het medelijden
kans van slagen. Ook voor den verpachter en zijn
‘opvolgers ware het beter dit uit te schakelen, al zal
ook een niet speculeerend pachter tot minder jaar-

lijksche pacht bereid zijn.
Want het beding van oplevering van ‘den opstal

beïnvloedt •de huur; te onderzoeken in welke mate
‘dit in rekenipg gebracht behoort ‘te worden, is het
doel dezer studie. Zooals verderop zal blijken, kun-
nen beide begrippen zeer wel in één contract ver-
mengd worden. Voorloopig blijve echter het ‘deel, dat

de ,,huur” in den ,,canon” vertegenwoordigt, buiten
beschouwing. Juist door die vermenging van ‘begrip-

pen heeft de vaagheid van ,,erfpacht” den laatsten
tijd een abnormale attractie; men hoopt, wellicht on-
bewust, daarmee het onmogelijke te bereiken: dat

eigenaar en gebruiker beiden een zekerheid als van
vollen eigendom verkrijgen. Inderdaad vertoonde de
oude erfpacht, vooral de ,,eeuwigduren’de”, eenigszins

dat beeld. Het eigenaardige daarbij was, dat het meest
typische, de overdracht van den opstal bij het eindi-
gen der verbintenis, verviel: pachter en eigenaar

stonden in volkomen gelijkheid tegenover elkaar, tot-
‘dat, door aankoop van grond of opstal de volle eigen-
dom aan een van beiden kwam en hun rnachtelooshei’d
werd opgeheven. –

Evenzeer valt de overgang van den opstal weg, wan-
neer de erfpacht alleen ten ‘doel heeft later de ver-
meerderde terreinwaarde in handen te krijgen. Op
korten termijn zou dit geen zin hebben, dan moest
men de handen vrij houden om het gunstigste oogen-
blik aan te grijpen; maar op langen termijn kon de
waardevermeerdering, die voor de oplevering van den
opstal in de plaats kwam, opwegen tegen het gemis
van de rente van dat deel der huidige waarde, dat
niet door huur te ‘dekken was. Zoo’n geval laat zich
zeer wel indenken bij onvruchtbare gronden, op rui-
men afstand van steden, havens en dergelijke, gelegen.
Van eeuwigdurende erfpacht kan dan geen sprake
zijn: de waardevermeerdering zou ‘dan oneindig groot
moeten zijn!

Tusschen ‘deze twee beschouwingen in staat de
mijns inziens juiste, soepeler dan die verouderd sta-

biele, zekerder dan de optimistisch speculatieve, diè,
waarbij voor erfpacht op termijn de oplevering van
den opstal beschouwd wordt als vergoeding voor de

voor de ,,D.utsche Geseilschaft
1914″,
waarvan een kort
verslag in de N. R. Ct. van
23
Juni
’19,
eveneens Avondbiad.
Wasserniann zegt, det de schade, clie de Duitsche volkshuis-
houding lijdt, veel minder
op
den huidigen stand der valuta
berust dan op haar (gemis van) stabiliteit.

gemiste rentJ
,
van het ongedekte •terreinkapitaal.

Zooals aan het eind zal worden •betoogd kan, bij een
zuiver stelsel de termijn ook tijdens den loop worden
bepaald: de pacht wordt wederzijds ‘opzegbaar, daar

de af’koopsommen voor elk oogenblik te ‘bepalen zijn.

Toch moet nu, omdat het opleveren hoofdzaak wordt,

de onderhoudsplicht van den pachter •in de bereke-

ning worden opgenomen. Ten slotte ‘is het die uit-

gave, in verhouding tot de gemiste rente, die de ver-

houding van pachter tot verpachter bepaalt: op zeer

langeA termijn zinkt de stichtingswaarde van den op-
stal in ‘het niet, steeds zuiverder nadert men de boven-

genoemde verhouding, zonder de gedwongen gelijk-

heid van het eerste, of ‘de oneindige groottç van het

tweede systeem te verkrijgen. Om die verhouding te

‘bepalen, moet aan den pachter een bepaalde ople-
veringseisch gesteld zijn; wil de verpachter ‘dien ver-
minderen door speculatie op waardevermeerdering

van den gron’d, dan is .dat slechts één der vele moge-

lijkheden, die aanleiding geven secundaire ‘bepalingen
te maken.

Alvorens ‘tot ‘de berekening en de
beschrijving
der
krom’men, ‘die deze stellingen
bewijzen,
over te gaan,
mag er wellicht aan worden herinnerd, dat de ,,canon”
in beginsel ‘slechis een recognitie is, dat hij vergroot
kan worden, indien er huur bij komt, maar dat in het

tegenovergestelde geval, wanneer namelijk de terrein-
waarde te gering ‘zou zijn in verhouding tot den op-
stal, een bijdrage in de stich’tingskosten of een afkoop-
som ten laste van den verpachter kan komen. Zoowel

een reëele canon als tegelijk een afkoopsom te ‘bedin-
gen is echter• onlogisch.

d,’ZdYijU

,

t
I4Jzea/d
1
t
1
r

De hierbij afgedrukte krommen zijn voor de drie
opvattingen ontworpen ter verduidelijking van haar
verschil. Tevens is de invloed van den aan te nemen
rentevoet in beeld gebracht, want waar van gemis der
rente vah ongedekt kapitaal gesproken is, moet er
natuurlijk een rentevoet worden ‘aangenomen. Dit

gemis wordt met de (horizontaal uitgezette) jaren
grooter: hoe langer de erfpacht zal duren, zooveel
grooter opleveringswaarde moet er geëischt worden.
Daarom is in de hoogte uitgezet: ‘de verhouding van
die opleveringswaarde tot die van ‘de (ongedekte)

1014

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November 19 19

terreinwaarde, ‘de economische machtsverhou’din:g

van pachter tot vorpachter.

In de eerste veronderstelling is de opstal gelijk

vaardig aan de te missen’ rente. Zet men voor ‘dien

opstal: o, voor de rente: r, ‘voor de .terre,inwaarde: t

en voor het percentage van den rentevoet: p, dan kan
men ‘dit
schrijven
als:

100

/

100 ‘2

100

0r 100 + + r

+ ) +…. f r/ 1,00 +
bij een termijn van n jaren;

( 100

100 ‘
dus: or

+

1′

100

,maarr

t,
100

100+p
0,
(100

dus-= 1’10o+p)

Hieruit völgt, zooals reeds gezegd, dat voor xi =

o

.

0
= t; maar ook, ‘oor n = 0, – = 0, d. w. z. er
is

geen opstal mogelijk; en voor r = 1, =

of: de opstal is gelijkwaardig aan één jaar rente. De
hiervoor geteekende krommen zijn de dunne, door

loopende, met een asymptoot = 1.

– In de tweede veronderstelling is de opleverings’

waarde gelijk aan de gemiste rente; met dezelfde
teekens geeft dit:

lOO+p/100+p2
o = –
f
r

+ r

100 ) + ………+

(100 +pn-1

” ioo )

( ioo

p

100 + p’
i

1
)
dus: o = r

+

maar r = -j-t, dus –
t

,

1

(100+p’

1

I
100 ),

Hieruit volgt, zooals voorzien, dat, voor is =

= c.,> en overigens dezelfde coxclusies als boven:

Dit geeft de gestippel’de krommen, haar practische en-‘
bru’ikbaarheid springt in ‘het oog. Dat voor o in het
eene geval een waarde bij ‘aanvang, in het andere een-

bij het eind is genomen, geeft het verban’d tusscheii

de
lijnen
aan: zij zijn het positieve en het negatieve.
deel van één logarithmische kromme.

In het ‘derde geval ‘komt een nieuwe factor in de,
,berekening, want “de eisch van een bepaalde opleve,,
ringswaarde van ‘den ‘opstal verplicht den pach’ter,’tot

de kosten van onderhoud, die ‘op een zeker percentage’
(hier 1,5) van die waarde kunnen worden geraamd.
Zet men ‘hiervoor k en p’, dan wordt de tweede for-
;

mule ‘al’s volgt aangevuld:

100 + p

/100 + p2
o+k+k
100

+. k (
100

—+k

+ •-•-

+n-1
1
100

lOO+p

f100+p2
r + r

+ r

100 ) +
100

(100 +p
-1

+r

100 )

m’aar r = j-.t en, k
=o,
zoodat ten slotte’:
100

(100+pn

.0

‘100J

t –

p’ [(100-+_pn

1

i

loo’)

1
J.

Hieruit volgt weer, zooals aangegeven, dit, vo6r

= c-, – = P
d.w.z.:
de kapitalen moeten omge-

keerd evenredig zijn aan de door de houders uit te

geven of te missen percentages. Voor n = 0 blijft

de conclusie natuurlijk dezelfde, voor a = 1 wordt
de verhouding

0

p

p’

opstal en één jaar onderhoud = één jaar rente.

Deze, de zware, afgÉ’b’r’oken, kr’ommen
zijn
met dikke
lijnen met de schaal verbonden, p’ is ‘aangen’pmen op’

1,5 en ‘de asymptoten voor tusschenliggende rente-

voeten aa’ngedui’d om het’ regelmatig verloop hij stij-

gen van dat percentage aan ‘te geven.

Deze asyrnptoten zijn van ‘bijzon’der ‘belang, indien

men in het erfpachtscontract geen termijn wil opne-

men en toch voldoende zekerheid aan pachter en ver-
pachter wil verschaffen. De erfpacht krijgt ‘dan weer
het aloude ‘doel om den bazitter van den grond zonder
bouwkapitaal samen te ‘brengen ‘met den ‘bezit’ter van
bonwkap’itaai zonder voldoende middelen om den

grond ook te ‘koopen. Welisw-aar vermindert de kans
om ‘dien twëeden aan ‘te tr’eff en, naarmate ‘de rente-
voet stijgt en de ‘terrein’kosten een kleiner deel ver-

tegenwoordigen. ‘indien’ ‘de pachter echter •op den

opstal ‘toch hypotheek kan ‘krijgen, wordt het gevel
waarschijnlijker. Was •de termijn bepaald, ‘dan kon

dit zeker op ‘de eenvoudige voorwaarde, dat de ‘hypo-

theek, in deuzeifden tijd moest, worden afgelost. In-
dien echter wederzijdsche ‘opzegging ‘mogelijk ge-

maakt wordt,, ‘moet vooruit vaststaan, welke ‘afkoop-
som de verpach’ter bij opzeggink zal betalen, een ‘af-

koopsom, die dan ‘minstens gelijk ‘moet zijn aan ‘de
onafgeloste hypotheek, zoodat de pachter die kan ‘af-

lossen of de verpachter hem overnemen. De rest, de

‘door den pachter te uaarborgen ,,vrje” waarde van
den opstal, is voor elk moment te ‘bepalen; ‘om den

verpach’ter te verzekeren, dat hij steeds voldoen’den
opstal zal vinden (of onderp’and in handen hebben),

behoeft slechts de waarde van den asymptoot voor de

aanvankelijke bebouwing ‘geëischt te wor’den ‘om van
alle latere eischen van veigr’ooti.ng van ‘den ostal bij

verlenging der erfpah’t af ‘te zijn. De mogelijkheid
van opzegging is tegelijkertijd de mogelijkheid van
,conversie in een ‘anderen rentevoet.

Juist ‘de invloed van den hoogeren rentevoet ver-

klaart h’oe ‘de erfpacht van een landelijk tot een ste-
delijk instituut is ‘gegroeid. De asympt’oten wijzen in verband met ‘de bouwverordening. aan welk deel der

terreinwaarde gevolg is van de mogelijkheid van be-

bouwing, ‘het overige is -het gevolg van situatie, waar-
de van ‘den bodem, ‘of dergelijke; d’at deel heeft met
erfpacht niet ‘te maken en moet als ‘huur in den

,,canon” verschijnen. Waar ook ‘dit-deel wel altijd zal
bestaan, ‘kan ‘dat tegelijk voor de recognitie dienst
doen.

De conclusie is dus, dat overal waar de pachter
bereid is een opstal ‘te stichten gelijk aan ‘de ‘maximum
waarde, erfpacht zonder ‘termijubepaling ‘kan worden
afgesloten; is men hiervah niet verzekerd, da moet

uit ‘de ‘kromme een termijn worden ‘bepaald, waarbin-
– nen opzegging mogelijk ‘blijft. Indien ‘partijen het

vooraf eens zijn over ,’de volgende ‘punte, is het’ ge-

heele contract slechts een formuleering. Die punten

zijn: 1. het rentepercentage (p), 2. ‘de ‘opstalwaarde
volgens de bouwverordening of volgens •over te leg-.
gen plannen (o), 3. ‘het percentage ‘der onderhouds-

kosten (p’) en 4. de terreinw’aarde (T). De ‘terrein-
waarde in’gevolge ‘de erfpachtsclausule (t) volgt uit

de formule en de canon ‘bedraagt-.-(T-t) t Het

eenige bezwaar
‘blijft
de ‘contrôle op het onderhoud,
maar eigenlijk wordt ‘die door het Bouw- en Woning-‘
toezicht toch al op iedereen toegepast, terwijl hier door

5 November 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1015

de bepaling van p’ nog een extra zekerhèid gegeven

is. Heeft mèn de krommen voor enkele waarden van

p en p’ geteekend, dan kan binnen eenige minuten

het resultaat van de vaststelling der vier waarden

worden opgemaakt en is de ,,canon” uit het rijk der

speculatie en Iichtzinnigheid overgebracht in het ge-

wone gebied van terrein- en bouw-economie.

P.
J.
WILLEKES MACDONALO B. 1.

Alkmaar, 22 October 1919.

STO
OKTECHNISCHE .REGEERJNOSCONTE OLE

Nog kort geleden hebben cle dagbladen het bericht

gebracht, dat dc regeering van plan is een commissie

in te stellen, welke zich speciaal moet ‘bezighouden
met de bestudeering van de wijze, waarop de brand-
stoffen op elk gebied zoo zuinig mogelijk zullen wor-den verbruikt.

Het ingrijpen van de regeering op dit gebied is niet

nieuw. Reeds eerder heeft zij zich met dit vraagstuk
beziggehouden, ni. in 1917, toen de brandstoffenvoor-
ziening hier te lande met den dag ongunstiger werd,

in hoofdzaak doordat de aanvoer van brandstoffen uit
het buitenland, waarop w’ij voor liet grootste deel
varen aangewezen (v66r den oorlog kwam
°Iio
van de
hier te lande verstookte brandstoffen uit het buiten-
land) steeds schaarscher werd en de productie van
onze eigen Limhurgsc.he mijnen nog niet voldoende
kon worden opgedreven om dit tekort te dekken. Toen
hcef t de regeering, teneinde het volk de garantie te

geven, dat althans do kolen, die in haar dienst, d.w.z. aan do voor regeeringsopdracht werkende fabrieken,
werden verstrekt, met de grootste zuinigheid werden
verstookt, van al deze bedrijven de stooktechn’ische
economie laten controleeren. En hoewel men dezen
maatregel van verschillende kanten ‘als te drastisch
heftig heeft becr’itiseerd, mag hij toch beschouwd wor-

den als de eerste schrede op een weg, die in de naaste
toekomst meer en meer bewandeld zal moeten worden.
Want niets is hier te lande in aoo ergerlijke mate ver-knoeid als brandstoffen. Men heeft er jarenlang maar
op los gestookt en hierbij alleen gelet op een vol-

doende stoomproductie, opdat ‘de geregelde gang der
fabricage geen stagnatie ondervond. Maar het was

een zeldzaamheid wanneer op een fabriek tevens werd
gecontroleerd of de stoomproductio voldoende econo-
misch plaats vond.

Dit is ook bij de r.egeeringscontrôle aan het licht
gekomen. Toen zijn er verscheidene van de gecontro-
leerde fabrieken van regeeringsleveranties uitgeslo-
ten, omdat hare economie niet aan voldoende eischen
voldeed. En eerst, toen de fabrieken op deze wijze tot

een verbetering van h’are economie werden gedwongen, zijn zij hiertoe ook overgegaan, doch ‘zonder ‘het ingrij

pen van cle regeering ware dit nimmer geschied.

Maar ook in de toekomst, nu een geregelde brand-
stofvoorziening slechte met het grootste ‘beleid gaande
gehouden zal kunnen worden, is de ‘besparing van elk
kilogram brandstof noodzaak, omdat deze weer voor andere ‘doeleinden gebezigd kan worden. Bovendien
speelt de benutting van de maximale economie op elk
gebied een groote rol in ‘het huidige duurtevraagstuk,
omdat in de vergrooting van de bedrjfszuin.igheid de
eerste schrede ligt tot de .kostprijsver.laging van alle
producten. Hoe minder brandstof ‘er per ‘kilogram
fabricaat noodig is, des te lager zullen de fabricage–
kosten hiervan zijn.

Daarom zal de in to stellen commissie geplaatst
worden voor een zeer denkbare taak. Want slaagt zij
er in om de gewenschte opvoering van het nuttig
effect en do hieraan verbonden bezuiniging door te
voeren, dan is hiermede het belang van onze gehoele
natie direct gediend.

De economie van een stookinrichting wordt beoor-
deeld aan de hand van de warmtebalans, d.i. een over-
zichtelijk beeld van de warmteverdeeling, waarin in
procenten is opgegeven, welk deel der in de ‘brandstof

aanwezige war’it.e voor het ‘doel, waarvoor de stook.

inrichting is gebouwd, wordt ‘benut (het nuttig effect)
en welk ‘deel verloren gaat. Al naar de warmtebala,o-s
meer of minder uitgebreid wordt opgesteld, kan
hierin dan nog aangegeven zijn langs welke verschil-
lende wegen deze verliezen plaats grijpen.

De hoofdzaak van de warmtebalans is echter het
nuttig effect. Dit bedraagt voor de verschillende

stoo’kin’richtingen:

Soort

nuttig effect

stoo’mketel ………………….80 pOt.

centrale verwarming …………70

gewone kachel met circulatie . . . , 25
gewone kachel zonder circulatie .

1,5

In de practijk omvat het vraagtsuk van een zoo
zuinig mogelijke warmt-ebenut’ting ‘drie deelen, t.w.:

Het bereiken van een voldoende nuttig effect, het
in-stand-houden hiervan en het verhoogen van het

nuttig effect.
Het eerste punt is voornamelijk van belang bij het

aanschaffen van een stookinrichting. In de id.dustrie
wordt ‘hieraan in den laatsten
tij’d
wel voldoende aan-
daolit besteed, omdat de meeste stookinrichtingen
door de leveranciers onder garantie van een bepaald

nuttig effect worden geleverd. Trouwens, de reus-

achtige kwanta brandstof, clie een industrieel Ledrjf
per jaar verstookt, ‘maken, dat een besparing van
eenige procenten, omgerekend in guldens, meerdere
duizenden per jaar bedraagt.
Uit de opgave van het no. hierboven blijkt echter,
dat dit punt hij huisbrand een veel grootere rol speelt.
Het ‘buitengewoon lage nuttig effect van de inrich-
tingen, die -men in ‘huizen voor warrnteproductie be-
zigt, duidt op een reusachtige brandstofverspilling.
Waan-eer men aanneemt, dat in ons land per jaar
voor huisbrand 3.000.000 ton brandstof wordt gebe-
zigd, dan blijkt, dat een algeheele invoering van
centrale verwarming een besparing zou opleveren van
1.500.000 ton.

De contrôle en instandhouding van het n. e. daar-
entegen weegt weer in de industrie het zwaarst. Want
al moge men daar tegenwoordig bij het aanschaffen
van een stookinriohting voldoende op haar n. e. letten,
dit alleen is niet voldoende. De practijk heeft geleerd,
dat dit cijfer, nadat de installatie eenigen tijd in be-drijf is, sterk achteruit ‘kan loopen. Het is geen uit-

zondering, dat het n. e. ‘van een stoomketel na enkele
maanden van 80 pOt. tot 60 pOt. terugloopt. En dit
kan alleen voorkomen worden doo’r een deugdelijke
contrôle, die telkens na een bepaalden tijd herhaald
moet worden.

Het sub 3 genoemde punt, het verhoogen van het
ii. e., omvat in hoofdzaak de vraag of het mogelijk is
het n. e. van’ een stookinrichting nog Jaooger op te
voeren, dan de hierboven gegeven maximale cijfers.
In tal van gevallen is dit inderdaad practisch uitvoer-
baar, ni. ‘door een juiste benutting van de onbenutte
warmte. Hieronder verstaan we de ‘hoeveelheid
warmte, de via den schoorsteen verloren gaat. Bij een stoo’mketel bedraagt deze ca. 10 pOt. De temperatuur
in ‘den voet van den schoorsteen is nog ca. 200
0
0.
Deze hitte kan dus voor verschillende doeleinden als
verhitten van water nog goed gebruikt worden en dit
warme water kan weer dienst doen voor centrale ver-
warming, warmwatervoorziening, bad- of waschgele-
genheden e.d. Men behoeft voor dit doel alleen maar
met behulp van een doelmatige inrichting de warmte
aan de rookgassen te onttrekken.

Maar ook bij andere warmteomzetting gaan groote hoeveelheden warmte verloren. Zoo is b.v. het nuttig
effect van een stoommachine, wanneer men de gepro-‘
duceerde kracht omrekent op de warmtewaarde van
de kolen, uiterst gering. Dit komt doordat ‘het grootste
deel van de warmte in den afgewerkten stoom, con-
densaat en ‘koelwater verloren -gaat. Hetzelfde is ‘het
geval bij gas- en Dieselmotoren. Ook hierbij bedraagt

1016

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

.5
November
1919

het verlies meer dan drie virde van de in de brand-

stof opgehoopte warmte.
In hoofdzaak zal de oplossing van dit probleem ge-

zocht moeten worden in een juiste combinatie van de
bedrijven. Men zal deze zoo moeten combiuee.ren en
hunne ligging zoo moeten kiezen, dat zij zooveel moge-

lijk elkanders onbenutte warmte kunnen benutten.
Wanneer eerf electrische centrale vijf wagons kolen

per dag verstookt, •dan bedraagt hierbij het verlies
via den schoorsteen (gerekend althans, dat het n. e.

van de stookinrichting maximaal is) ca.
37.500.000

calorieën. Deze warmtohoeveeliheid is voldoende om

300.000 liter water aan de 1ook te brengen.
Op
dezA

wijze kan dus alleen met de onbenutte warmte van de

electrische centrale in d.e meeste steden de geheele
stad, inclusief bad- en waschgelegenheden, van warm

water voorzien worden, terwijl men tegelijkertijd, dit
houde men wel in het oog, per dag een halven wagon
kolen uitspaart.
Aannemende, dat in ons land voor industrieele

doeleinden per jaar
3.000.000
ton wordt verstookt

levert
dus
alleen een deugdelijke benutting der onbe-

nutte warmte een besparing op van ca. 300.000 ton.

Uit het bovenstaande
blijkt
voldoende, hoe belang

rijk de taak is, die de stooktechnisch economische

commissie wacht. Maar tevens doen de gemaakte be-

cijferingen zien, dat alleen door .massacontTôle en

dus ook door verbetering van alle bestaande stookin-richtingen de voor het huidige oogenblik zoo noodza-

kelijke verbetering van de bedrijfazuin.igheid zal

kunnen worden verkregen. En helaas heeft de onder-vinding geleerd, dat men in deze niet al te veel op de

medewerking der industrie, voornamelijk van de
kleinere bedrijven, mag rekenen. Het is daarom te

hopen, dat de commissie, na het beëindigen van haar. taak, aan de regeering zal adviseeren tot het uitoefe-
nen van een sterken dwang van hoogerhand op het

verkrijgen en in-stand-houdeh van een too zuinig’

mogelijk verbruik van alle gebezigde brandstoffen.

Zoo
noodig zou door een wet aan de regeering de
bevoegdheid tot een directe contrôle igeteven kunnen

worden.

G. DE CLERCQ. –

Arnhem

De schrijver van het artikel D e ver
d
en k in g,

d i e op Nederland neg altijd .drukt wijst
er ons op, dat in het nummer der vorige week in zijn
bijdrage telkens gedrukt staat ,,Volkerenbond”. Prof.

Van Vollenhoven had evenwel daarvoor .het woord

,,Vollcenbond”
gebezigd.

REGEERINGSMAATREGELEN OP

HANDÊLSGEBIED.

B
r o o d. Wellicht zal het mogelijk
blijken
in
Mi
1

as. de broodkaarten geheel te doen vervallen. .

Maximumpri.jzen gort. Nu de rijstvoorraad

hier te lande tijdelijk schaarsch is geworden, heeft de
Minister van Landbouw gemeend •door verstrekking

1

van ge
rs
t tegen verlaagde prijzen aan de gortpelle)
rijen de. gort binnen het bezeik te moeten brengen
van alle klassen der bevolking. Maxirnumprijzen zijn
1

voor dit artikel vastgesteld, met ingang van 1 Novem) ber,.in groot-, tusschen- en kleinhandel: kleinhandelsJ

prijs 40 cent per
K.G.

S
u i k e r. De suikerproducenten hebben zich te-
genover de Regeerin.g verplicht een hoeveelheid van;

91.000 ton suiker beneden marktwaarde beschikbâar
te; stellen, teneinde goedkoope suiker aan het publiek
t& kunnen leveren; de rest .der productie ‘kan dan door
belanghebbenden tegen hooger prijs verkocht worden.

Nu
de opbren.gst van den oogst niet aan de verwachJ tingen blijkt te beantwoorden, zal voor de vrije suiker
niet,met een prjsnoteèring van
f
90,- per 100
K.G

volstaan kunnen worden, doch zal deze verhoogd moe-

ten worden tot
f
94,-.

STATISTIEKEN EN OVERZICJ-ITEN.

N.B.

beteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.

20
Juli
1914

N d

(Disc.Wissels.
e
4
1
I
sedert 1 Juli ’15
3
1
12
sedert23
Mrt. ’14
‘Bel.Binn.Eff.
42/,

,

1

,,

’15
4

,,.

23

’14
’14
Bank,Vrsch.inRC.
5’/t

,,

19Aug.’14
5

,,

23
Bank van Engeland
5

,,

5 Apr.’17
3

,,

29 Jan. ’14
Duitsche Rijksbank
5

,,

23 Dec.’14
4

,,

5 Febr.’14
Bank van Frankrijk
5

,,

21Aug.’14
3
1
/1

29Jan.’14
Oostenr. Hong. Bk.
S

,,

12 Apr.’15
4

,,

12 Mrt. ’14
Nat.Bankv.Denem.
6

,,

7 Oct. ’19
5

,,

6Febr.’14
Zweedsche Rijksbk.
6

,,

13Juni’19
4
2
/2

,,

6

’14
Bank v. Noorwegen
5
1
/2

,,

11Mei’19
4
1
/a

,,

11

,,

’14
ZwitserscheNat.Bk.
5

,,

21 Aug.’19
3
1
!,

,,

19

,,

’14
Belgische Nat. Bk.
3
1
11

,,

1 Oct.’19
4

,,

30 Jan.’14
Bank van Spanje..
4

,,

22Mrt.’17
4
1
/2

,,

24Sept.’03
Bank van Italië ..
5

,,

10 Jan.’18
5

,,

9
Mei
’14
Feder. Res. Bk. N.Y.
3-44

– –


Javasche Bank….
3
2
1s

,,

1Aug.’09
3’/3

,,

1Aug.’09

OPEN MARKT.

Data
Amsterdam
Londen
Part.
Berlijn
Par,
PariJs
Part.
N. York
Call-
Part.
Prolon-
disconto
gaile
.
disconto
disconto
disc.
monet,

1 Nov. ‘194
4t/
41/s
4-
1
/i

17-18
1
)
270.-] N.’l 9 2)
41/_5
4
‘It-/a
4’/&

5-18
20-250. ’19
4-
1
/s
4
1
/25
4
1
/s
4-1/s

11-18 0. ’19
4-
1
/s
4-6
4
1
/s
4-
6
/s

6-14

280.-2N.’18
31/,..4
31/
2
…5 3171,2
4
5
/s

5-6
290.-3N.’17
284-31/4
3_1/
4
25
/82
4_
5
/s

4

20-24Juli’14
314/,e

2’/-‘/
I2II-0/
21/
s
_1/
2

2
3
/ 1
8
I-2
1
/,

t) Noteering van 31 October.

5) Het particulier disconto der
gemeentewisaels was in de afeloopen week
5/5f
pCt. hooger.

WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.

De wisselmarkt was de afgeloopen week niet zeer levendig.
In het algemeen kwamen er geen groote veranderingen voor.
Marken waren regelmatig flauwer. Vooral den eersten dag
der week liep de koers sterk terug. Na een kleine reactie
op den volgenden dag maakte de daling ook de volgende
digen regelmatig voortgang, terwijl heden zelfs voor 8,-
werd afgedaan, een nieuw laagtepunt. Londen was eerder
iets beter. Vrijdag werd voor 11,05 afgedaan. Daarna echter
weder lager. Parijs onderging weinig verandering. Brussel
tamelijk gezocht tot tamelijk sterk stijgende koersen. Ook
Weenen’ iets beter 2,55 na 2,25. New York was eerst terug-
loopend, ce. 2,62
1/t,
dqarna weder vaster. Neutrale wissels
weinig veranderd, Spanje en Zwitserland iets vaster,
Skaudinavië iets flauwer. Indië beduidend lager
102 ‘I-102’/,.

K0EREN IN NEDERLAND.

Dcia
Londen
*
Parijs
I

Berlijn

I

*
Weenen
*
Brussel
“)
New
York”)

27 Oct.

1919:.
10.974
30.15 8.574
2.40
30.70
2.63’/s
28

,,

1919..
10.984
30.40
8.80
2.45
30.85
2.63
29

,,

1919..
10.98
29.721
8.60 2.45 30.75
2.62
7
/s
30

,,

1919..
11.
29.60
8.47,
1

2.374 30.85
263
8
/s
31

.,

1919..
11.0?4
2970
8.45 2.50
31.524
2.64/4
1
Nov. 1919..
11.014
29.80
8424
255


Laagste d.w.’)
1096
29.50
8.30 2.20
30.60
2.62’/,
Hoogste
,,

,, ‘)
11.05
30.50
9.20
260
31.75
2.64′!2
25 Oct.

1919..
10.96&
30.30 9.224
270
1
30.774
2.644′
18

,,

1919..
10.96 30.55
9.30 2.374
3
30.424
2.64
3
)
Muntpariteit..
12.104
48.-
59.26
50.41
48.-
2.48’/g
5)
Noteering te Amsterdam.
5*)
Noteenng te
Rotterdam.
lj P,rt,culiere oossv. 2) Noteering van
24
October.
5)
idem van
17
October

5 November 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1017

D
00

Stock.
holm
8
)
Kopen-
hagen)
Chris.
tianta)
Zwitser-
land)

Spanje

Botav,a
1)

11

tdegra..fisch

27 Oct.

1919
63.35
56.35 59.95
46.70
50.50
102/4-
1
I1

28

,

1919
63.40 56.40
59.95
46.90
50.60
102
8
/4_t/2

29

1919
63.25 56.35
60.-
47.10 50.60
102/4-/8

30

1919
63.15
56.20 59.90
47.10
50:40
102
1
/4
1
/8
31

,,

1919
63.10
56.20
60.-
47.20 51.10
102’/4
8
h
1 Nov. 1919
63.-
56.20
59.95 47.25
51.-
102V4-‘!,
L’ste d.
w.°)
62.90
56.10 59.75
46.60
50.25
102’/4
H’ste ,,

,,

‘)
63.60 56.55 60.10
47.35
51.50
102′!2

25Oct.

1919
63.40 56.45
60.15
46.75
50.60
103-‘1
18

,,

1919
63.85 56.70
60.10
46.80
50.20
1038/
4
_
3
/
4

rvluut.pariteit
66.67
66.67 66.67
48.-
48.-
100

) lNoteenng te Amsterdam. ‘)rarticutlere opgave.

KOERSEN TE NEW YORK.

Cable
Zicht
Zicht Zicht

D to
Londen
Parijs
Berlijn
Amsterd.
(in
$
(in fr,.
(in cents
(in cents
per
P. ,)
p. 4
Rm.)
per gid.)

1 Nov…..1919
4.16.60
8.82
nom.
377f’

Laagste d. week..
4.16.60
8.66
nom.
37
13
/16
Hoogste

,,

..
4.17.75
8.88
non’.
37
7
/s
25Oct…..1919
4.17.75
8.64
non’.
37
1
/s
18

,,

.. ..

1919
4.16.-
– 8.62
oom.

ttiluntpariteit….
4.86.67
5.18’14
95
1
/4
40
8
/,i

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.

Plaatsen en Landen
Noteertngs-
eenheden
18 Oct.
1919
25 Oct.
1919

Tijdperk
27 Oj.l Nov.
19

Laagste Hoogste

l
Nov.
l9l9

Alexandrië..
Piast. p. £
97
8
/s
97
1
/s
97
8
/8
978/8
978/s

B. Aires
1
)..
d.p.gd.pes.
55
1
1
.

55
9
/op
55
55’°f,o
65
5
/s
Calcutta . . . .
sh/d.p.rup.
2:01/to

2!0
1
/s
2/0
2,’0
1
/8
2 0
1
/,o
Hongkong ..
id. p. $
41384
4151/
2

4/5114
4,6
4158/
4

Lissabon….
d.p.escudo
27
1
/s
27
26
27’/2
268/
4

Madrid

….
Peset. p. Y,
21.78 21.72 . 21.45 21.74
21.58
Montevideo
1

d.p.peso
598/4

58e/8
58
7
/8
59
1
!2
59V4
Montreal..
..
$ per £
4.30
1
/t
4.31’/
4.308/4

4.32
3
/
4.31!s
*R,d.Janeiro.
d.p.milr.
14
9
/82
14
18
/2
14
8
/4
14’°Its
14″/,
Lires p. £
42.31 43.51 43.45
45.20
45.04
Shanghai

..
sh/d.p.tael
6/4
6/6
617 618
6/6
Rome

…….

Singapore ..
id. p. $
2
1
4°s2
2/4
9
1s3
214
1
1s2
2/4
8
s
2/4
5
/39
•Valparaiso.. d.p.pap.p.
1127/
18

1115182

1188/
88

ll’/,s
ll’/a
Yokohama ..
sh/d.p.yen
2158/
s

2/5
1
/s
2/5
2/5
3
/8
1 2/51/t

* Koersen van den dag voorafgaande aan de data in het hoofd vermeld.
5)
Te!egrahsch tranafert.

GOUD EN ZILVER.

Sedert 29 Juli 1916 worden de dagelijksehe ontvangsten
en onttrekkingen van goud door de Bank van Engeland
tijdelijk niet bekend gemaakt.

NOTEERING
VAN ZILVER.

Noteering te Londen
te
New York

1 Nov.
1919 ……..
65’/,
121
3
/s
25 Oct.
1919 ……..
64
1
/s
1
1
9
1
/
2
18

,,
1919 ……..
63°/4
117
1
/s
11

,,
1919 ……..

62/8
117’/s

2 Nov.
1918 ……..
491/,
1011/3
3 Nov.
1917 ……..
44’/s
888/
s

20 Juli
1914 ……..
24’°/,t
54
1
/9

N.U.M.

Weekstaat der Nederlandsche (Jitvoermaatschappij.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Bulten!.
Debet
5
pCi.
Credit
Data
Bankiers
Schat. Diverse
Schuld-
Diverse
ki,tbilj.
reken.
8)
brieven
reken,
5)

31 Oct.

1919..
5.549 58.650
2.174
17.164
45.557
23

1919..
6.148 58.650
2.127
17.164
44857
18

1919..
4.753
58.850
2.113
17.164
44.477
9

,,

1919..
4.276
58.650 2.110
17.164
43.789

31 Oct.

.1918..
2.084
53.200 70.400
14.614
97.581
5)
Beide
rekeningen
omvatten, behalve gorantiewissels in portefeuille
tot het bedrag der buiteni.
schatkistbiljetten,
in booidzaak garannewiascis
in
depht
bij
de Ned.
Bank.

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 1 Nov. 1919.

Activa.

Binneni. Wis.{ H:-bk. f108.661.2 19.33
sets, Prom., B..bk. ,,

766.738.41
enz.in
disc. Ag.sch.

40528.118,80
f
149.956.076,54
Papier o. h. Buitenl. in
disconto ………………..
……

Idem eigen portef..
f
48.186.958,-
Af :Verkocht maar voor
de bk. nog niet afgel. ,,


48.186.958.-

mcl. vrsch.
Beleeningen l H.-bk. f166.168.797,33

-c
in rek. rt.B.-bk. 17.905 233,82
op onderp.Ag.sch. ,, 93.196.495.21
1
/t

f277.270.526,36
1
!,

Op Effecten

……f272.223 426,36
1
12
Op Goederen en Spec. ,,

5.047.100,-

,,
277.270.526.36
1
/
Voorschotten a. h. Rijk ……

………

..
3.787.531,95′!,

Munt en Muntmateriaal
Munt, Goud ……
f
56.411.425,-
Muntmat., Goud ..

,,575.755.904.56
1
/

f632.167.329,56
1
!,
Munt, Zilver, enz..

,,

4.954.562,81
Muntmat., Zilver ..


637.121.892,37
1
!,
Effecten
Bel.v.h.Res.fonds.. f

4.521.257.25
id. van its v.h.kapit. ,,

3.938.409 621/s
8.459.666,87’I,
Geb. en Meub. der Bank …………….,,
3.312.000,-
Diverse rekeningen ………………..

..
51.686.290,25

f1.179.780.942,36

Passiva.
Kapitaal

……………………..
f
20.000.000,-
Reservefonds

…………………..,
5.000.000,-
Bankbiljetten in omloop …………

..1.068.073.800,-
Bankassignatiën in omloop ……….

..
3.282.197,52′!,
Rekening-Courant saldo’s:
Van het Rijk ….
f


Van anderen

….

,,

72.770.185,95
1
/s
7 2. 7 70.18 5,95
‘1,
Diverse rekeningen

……………….,,
10.654.758,88

f
1.179.780.942.36

Beschikbaar metaalsaldo…………..
f
407.544.4 73,34
Op de basis van
i/

metaaldeicking …..
,
178.719.236,64′!,
Minder bedrag aan bankbiljetten inomloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is .. ,,
2.037.722.365,-

Verschillen met den vorigen weekstaat:
Meer

Minder
Disconto’s

…………….
8.789.972,38′!,
Buitenlandsche wissels
85.584,-
Beleeningen

…………..
38.325.875.71′!,
Goud

………………..
50,55
Zilver ………………..
47.974,42’/,
l Bankbiljetten

…………
57.663.075,-


Part. Rek.-Crt. saldo’s

….
18.152.509,02

Voornaamste posten
in duizenden guldens.

Data
Goud
Zioer
B k
h
1on

hellen
Andere
opeischbare
schulden

1 Nov.

1919

..
632.167
4.955
1,068.074 76.052
25 Oct.

1919

….
632.167 4.907 1.010.411
92.941
18

1919
632.170
4.758 1.013.204
78.893
11

1919

….
632.173 4.662
1.015.774
66.600
4

,,

1919

….
632.186 4.807 1.021.460 58.451
27

Sept.

1919

….
631.763
5.008 1.000.138
66.693
20

1919

….
631.690′
4.905
989.558
78.479
13

.,;

1919

….
631.577
5.830
995.715
82.014
6

,,

1919

.. . –
631.587
5.801
1.003.950
66.211
30 Aug.

1919

.. . –
635.593
5.823
1.002.879
72.730
23

,,

1919

….
638.640
5.868
987.544
66.650
16

,,

1919

. . ..
646.533
5.792
996.647 79.149
9

,,

1919

.. . –
646.533


5.822
1.004.122
76.992.

2 Nov.

1918

….
701.453
8.168
1.025.572
61.473
4 Nov.

1917

….
683.724
7.290
863.057 59.473

25
Juli

1914

….
162.114 8.228
310.437
6.198

25
October 1919
J

1 November 1919

Aan schatkistpromessen..
f412.850.000,-
f
430.910.000,-‘
waarvan rechtstreeks bij
de Ned. Bank geplaatst
,,

85.000.000,-
86.000.000,-
Aan schatkistbiljetten ‘..
95.014.000,- 98.370.000,-
Aan

zilverbons

……..
….
38.769.042,50
39.361.414,50

JAVASCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail otitvangen gegevens worden de telegrafischc
bekend geworden totaalcijters der obligo’s en uitzettingen en het beschikbaar metaalsaldo van latere data opgenomen.

Data
Goud
Zilver
B k
ijeflen
Andere
opeischb.
schulden

25 Oct.

1919
409.0u0
18

,,

1919 ……
ess
413.000
11

1919
402.500

156.063

2.794
289025
90.788′
156.163 2.750
287.688
94.228

20

Sept. 1919 …….

6

1919 ……
155.149
3.072
281.703
101.298

13

1919 …….

155.375
2.885
277.162
110.367
30 Aug. 1919 …….

27

Oct.

1918 ……
81.664
17.179
175.000
51.444
27

Oct.

1917 ……
81.664 17.440 175.000
47.618
25

Juli

1914
……

.22.057

1

.

31.907

1
110.172
12.634

ijata
Dis.

l
belaalbaar

Wissels.
buiten
Belee.
DlSer3e
re
C
Beschik.
baar
Dek.
kh,gs.
conto’s

N..Ind.
ningen ningen
t)
metaal.
saldo
percen-
,
lage

25Oct.1919
222.500


are
88.250
18

,,

1919
226.500
87.250
•*
11

1919
218.500
*5*
87.000
***

20Sept.1919
12.239
19.909180.332
17.296
83.104
40
13

1919
12.262 19.012
184.779
15.411
82 738
42


6

..

1919
12.467
18.349
186.993 14.776 81.780
41
30Aug.1929
12.083
18.783
183.649
22.711
80.968
41
27Oct. 1918
7.361
33.606
65.134
25.502
53.816
44
27 Oct. 1917
7.361
33.606 65.134
25.502
53.816
45
25 Juli 1914
7.259
6.395
47.934
2.228
4.8422
44
1)
Sluitpoot der activa.
2)
Op de baais van
2
/
5
rnetaaIdekkn
g
.

SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste Oosten in
d,ijron,Ipn m0d.n.

1018

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November
1919

Data

Disconto’s
Belee.
Beschik. baar
Dek.
kings.
Hiervan

otaat Schatkist-
nin gen
Metaal-
percen-
prornessen
saldo
tage
rechtstreek.,

1 Nov.1919
149.956
86.000
277.271 407.544
56
25Oct. 1919
141.166
85.000 238.945
415.636
58
18

1919
142.813
89.000 227.312 417.741
58
11

,,

1919
127.119
76.000
229.635
419.592
59
4

,,

1919
123.773 69.000 231.681
420.245
59
27 Sept.1919
123.673
61.000
216.579 422.639
60
20

1919 130.927
65.000
211.468
422.222
60
13

,,

1919
136.139
65.000 213.829
421.095
59
6

1919
122.819
50.000
220.151
422.589
60
30 Aug.1919
111.649
47.000
236.647
425.494
60
23

‘,,

1919
86.755
28.000
240.259 432.844
61
16′

1919
101.330
40.000
234.0o6
436.277
61
9

,,

1919 107.751
., 52.000
234.038
435.244
60

‘2 Nov.1918
144.649
115.500 129.546
491.672
65
4 Nov.1917
72.542
61.000
95.129
505.602
75

25 Juli 1914
67.947
14.300
61.686
43.521
1
)
54
1)
Op de bas,o van

metaaldekking.


s

Uit de bekendmaking van den Minister v a n Finan-j
ciën blijkt, dat uitstonden op:

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven

van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

BANK VAN ENGELAND.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden pond sterling.

11

Currency Note.,.
Data

Metaal

Ctrculatle
Bedrag
I
Goudd.
I
Goo. Sec.

29 Oct. 1919 88.064

84.455 336.578 28.500 319.39
22

1919 88.040

83.413 336.865 28.500 319.438
15 ,,

1919 88.082

83.705 338.436 28.500 320.505
8 ,,

1919 88.127

84.406 339.486 28.500 321.603

30 Oct. 1918 73.948

64.203 . 287.585 28.500 266.704
31 Oct. 1917 56.026

42.401

187.210 28.500 161.091

22 Juli 1914 40.164 29.317

ata
Gov.
Sec.
L

Other
Sec.
Public
Depos.
Other
Depos.
Re.
serve

Dek.
kings.
percen.
lage
2)’

29 Oct. ’19
53.908
80.715 22.753
116.182
22.058
15,88
22

,,

’19
78.634
83.143 22.410
144.707
23.078
13,80
15

,,

’19
34.345 82.602
22.225
99.852
22.827
18,70
8

,,

’19
57.231 81.707 23.151 120.332 22.171
15,45

30Oct.

’18 57.752
95.356
29634
133 978 28.195 17,23
31Oct.

’17 69.044
92,813 43.844 122.366
32.074
19,30

22 Juli ’14
11.005 33.633 13.735
42.185
29.297
52°fe

‘) Verhouding tusschen tie8erve en I)epooita.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens.

kassenscheinè, in duizenden Mark.

Data
_
Metaal
________
Circulatie
opeisdsb.
schulden

Andere

Discontos
Div. reke.

ningen

6 Sept. 1919

..
953 1.511
1.115 1.506
438
30 Aug. 1919 ..
951
1.491,
1.177
1.514
485
23

,,

1919

..
949
1.448 1.151
1.524
416
18

1919

..
945 1.497
1.129
1.516
423


Sept.
7

1918

..
816
1.621
2)
980
1.129
168
8Sept. 1917

..
679 1.260
867 910 729

25 ‘Juli

1914

..
645
1.100 580
735 396
•) Iuttpost der activa.

2)
Hiervan zjlverbons
261
dz. girl.

Data
Metaal
Daarvan
Goud
Kassen.
schetne
Circu.
latie

Dek..
kings.
percen.
tage’)

23 Oct.

1919
1.114.157
1.094.481
9.158.626
30.323.285
34 15

1919
1.114.562
1.095.112
9.083.295
29.986.916
34
7

1919
1.115.449
1.095.983
9.035.083 29.862.330

34
30 Sept. 1919
1.115.881
1.096.571
9.045.020
29.784.100
34

23 Oct.

1918
2.661.357 2.547.308
2.910.884 16.420.768
34
23 Oct.

1917
2.513.826 2.404.459
992.404
10.138.698
34

23 Juli

1914
1.691.398 1.356.857
66.479
1.890.895
93

‘) Uekking der circulatie door metaal
en Kassenacheine.

Data
Wissels
Rek. Cr1.

Darlehenska3srnschcine

Totaal
In kas hij
uitge.
de Reichs.
I

geven
bank

23 Oct.

1919
30.289.185
8.586.524
20.76.200
9.130.700
15

,,

1919
32.513.670
11.063.712
20.792.500 9.056.100
7

,,

1919
30.525.228 9.106.316 20.903.200
9.009.300
30 Sept. 1919
33.859.042 13.019.450
20.954.300 9.019.200

23 Oct.

1918
18.732.525 9.058.939 12.173.000
2.903.000
23 Oct.

1917
11.543.093
5.735.434
6.537.600
979.100

23 Juli

1914
750.892 943.964
– –

OOSTENRIJKSCH-HONQAARSCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden Kronen.

Data
Metaal en
builenl.
Disc, en
belee.
Bijzondere
schuld van
1
1

Bank.
1
Rek. Cr1.
goud
nin
gen
Oostenrijk
1

biljetten
1

saldi
wissels
en Hongarije
1

21 Oct.’19
9325698
13.764.365
32.524.000
47.393.195
8.218.308
14

’19
324.836
13.437.618
32.954.000 46.334.134 8.260.800
7

’19 330.702
13.436.200 32.954.000
45.203.196
9.08.375
30Spt. ’19
330.556
13.435.826
32.954.000
45.783.793
8.609.072

23 Juli’14
1.589.267
954.356

2J59.7591
291.270
‘) waarvan
etJ.7e
goud, 8.034 buiteniandsche goudwissels en
56.88e
munt. en muntmatex-jaal zilver.

5 November
1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste posten in duizenden frauca.

Dato
Goud
IVaarvan
in het
Buitenland
Zilver
Te goed
in het
Buitenland

Buit.geui.
voorsch.
old. Staat

30 Oct. ’19
5.575.485
1.978.278 287.618 838.841
25.450000
23

’19
5.575.148
1.978.278
288.833 .797.190
25.400.000
16

,,

’19
5.574.831
1.978.278
289.870 796.812
25.150.000
9

,,

’19
5.574.475
1.978.278
290.603
790.257
25.050.000

31 Oct. ’18
5.443.298
2.037.108
320.127 1.382.407
18.800.000
1 Nov.’17
5.327.485
2.037.108
253.481
721.773
12.150.000

23
Juli’14
4.104.390

639.620.

Wissels
Uitge.
stel de
Wissels
Be1.
ning
Bankbi!-
Jeiten

Rek. Cr1.
Parli.
culieren
1

Cr1.
1

Rek.

Staat

.
1.145.650
667.907
1.295.162
36.973.791
3.106.906
63.398
1.013645
671.919 1.305.089
36.768.745 3.030.223
79.344 .
1,007,054
671,523 1,327,166
36.799.436
2.762.245
70.668
928.667 684.587
1.305.185
36.726.249
2.762.461 56.712
0
876.990
1.052.963
824.150 30.782.046
2.876.163
175.898
736.358
1.153.626
1.125.021
22.018.321
2.679.067 39.256
1.541.080

769.400
5.911.910
942.570
400.590

BANQUE NATIONALE DE BELGIQUE.

Voornaamste posten in duizenden francs.

7Çi1
Beleen.
Beleen.
Rek.

Data
mci.
van
van
wissels
I
Circu.
Cr1.
Isuiteni.
buiten!,
prom. d.
en
lat(e
saldi
vora’er.
provmnc.
pariic.

29Oct. ’19
343.308 87.355
480.000378.246
4.680.065
2.097.654
23

,,

’19
343.776
89.768
480
.
000
1
364
.
738

4.669.044
2.100.577
16

’19
343.212
91.490
480.0001350.199
4.683.030
2.082.531
9

,,

1
19
345.454
91.490
480
.
000
1
338
.
242

4.692.951
2.024.299
VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.

Voornaamste posten in duizenden do11ars.

Data
Goud Waarvan
voor dekking
F. R. Notes

waar.

van in
het bui-
k,,,
,
and

1
1

Zilver
1

etc.
1

F.R.
I
Notes in
circu.
latie

12Sept. ’19
2.068.867
1.299.535

69.632 2.621.228
5

,,

’19
2.067.052 1.281.504

69.818
2.611.697
29 Aug. ’19
2.066.788
1.258.917

69.188 2.580.629
22

,,

’19 2.074.285 1.234.298

68.416 2.553.534

13 Sept. ’18
2.023.558
1.190.072
5.829 52.481 2.295.031
14 Sept. ’17
1.374.949
529.597
152.5001
51.085
1

644.567

Waar.
I
Dek- 1 Goud.
Totaal

i

vankings.dekking
Data

Wissel,

De
p
oito

s
Kapitaal

percen.

circu.
lage
1)1

latie

12 Sept. ’19
2.116.843
2.649.514 85.140
43.3 49,6
5

,,

’19
2.202.085 2.559.081 84.996
48,1
48,7
29Aug. ’19
2.178.272 2.446.310
84.926 48,3
49,1
22

,,

’19
2.137.221
2.487.074
84.730 47,8
48
1
7

13 Sept. ’18
1.910.178
2.284.107
78.689
51,1
51
1
9
14 Sept. ’17
335.778
1.368.782
59.368
74,4
1

82,2
1)
Verhouding
tusschen:
den totalen goudvoorraad,
zilver au,
en de
opeischbare schulden: F R.
Notes en netto deposito’s met inbegrip van
het kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. RES. STELSEL.

Voornaamste
posten in duizenden dollars.

Data
Aantal
Totaal
uitgezette Reserve
bil de
Totaal
Waarvan
time
bankcn
gelden en
F. R. bank,
deposito’s
deposits
beleggingen

5 Sept.’19
774
15.233.886
1.342.058
13.510.339
1.921.549
29Aug.’19
773
14.964.914 1.324.374 13.233.658 1.919.905
22

,,

’19
773
14.957.118 1.286.143
13.262.644
1.897.928
15

,,

’19
769
14.930.870 1.359.099
13.372.969
1.882.701

6 Sept.’18
735
12.999.208 1.192.072
11.368.823
1.461.373

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 3 November 1919.

De arbeidersoulusten gaail voortdurend verder hun
funesteti itivloeci op het herstel van het economisch leven,
althans zooa.ls dit vôSr den oorlog was geconstelleerd, uit
te oefenen. Meer en meel wordt van arbeiclerszijde de idee
gepropageerd
,
dat de econ omische stiuctuu r geheel moet
wordeu gewijzigd en waar dit niet geschiedt met de wapenen
der ievolutie, zooals in Rusland, trachten ‘de werknemers-
groepen dit te doen door langs den weg van stakingen het
regelmatig functioneei’en der wereldmachine onmogelijk te
maken en
zÖO
langzamerhand den weg te batien tot een andere productiewijze, of dan toch ste1lg tot een andere
w’instverdeeling. Het is teakenenci, dat juist de groepen, die
het meest van belang zijn voor de goede voorziening in de
wereldbehoeften, het sterkst op den voorgrond treden en
het verst gaan in het stellen harer eischen. Thans komt dit weder naar voren in de actie der mijn-
werkers in de Vereenigde Staten van Amerika. Weliswaar
heeft de Regeering daar dadeljk stelling gènomen tegen
deze stakingsbeweging, doch liet valt af te wachten of met
een verklaring van ,,misdadige handeling”, toegepast op de
mijnwerkersstaking, veel zal worden uitgericht. Thans is
nog geen enkel perspectief te bekennen en staan de partijen
zeer scherp tegenover elkaar. Toch is het niet onmogelijk,
dat tot een vergelijk zal worden gekomen. In ieder geval
heeft de markt te Wall s t r e e t nog niet op de thans
heerschende toestanden gereageerd, althans niet in eenigs-
zins beteekenende mate. Het publiek is gewend geworden
aan onlusten van allerlei aard in de arbeiderswereld en legt
er zich bij neer, in de hoop, dat het toch vel tot een bevre-
digende regeling zal komen. Zelfs is er eenige meerdere
kooplust ontstaan in verband met het tot stand komen van
een leening ad. 250 millioeti Dollar ten behoeve van het
E ngelsche Gouvernement. Weliswaar moet de opbrengst
hiervan dienen als compensatie voor oudere vervallen lee-ningen, doch in ieder geval ziet men er het principe in van
creclietverleening aan sommige Europeesche Staten, hetgeen
aan de handelsbeweging en aan den normalen stand van
sommige valuta’s zeer zeker ten goede zal kunnen komen.
Hoewel de omzetten niet van grooten omvang waren, wm de stemming dus geenszins ongeanimeerci te noemen. Zelfs
bestond meerdere belangstelling voor spoorwegwaarden, in
verband met de publicatie van de ontvangstcijfers van
enkele ondernemingen. Ook de aandeelen der United States
Steel Corporation waren gezocht, ondanks de nog steeds
1
voortdnrende staking in de metaalnijverheid en dit in ver-
band met het slinken der voorraden en het, tengevolge
hiervan, stijgen
.
der staalprijzen. Weliswaar werkt de geld-
markt nog niet mede, doch aan den anderen kant is het zeer
dure geld van enkele weken geleden thans op ietwat lager
niveau aangekomen, zoodat tengevolge hiervan geen bijzon-
dere ongerustheid meer bestaat.
De beurs rte L o.n d e n heeft langzamerhand hetzelfde
aspect aangenomen, dat vrijwel alle beuizen met een gedepre-
cieerde eigen valuta opleveren. De beleggingsmarkt is geheel verlaten, waartegenover dan gesteld kunnen worden specula-
tieve excessen
01)
speciale gebieden. 0p het oogenblik staan
de aandeelen van. Zuid-Af rikaansche mjrionclernemingen wel
in het centrum der belangstelling, nadat zij sedert het uit-
breken van den oorlog voortdurend verwaasloosd zijn geble-
8
ven. Omtrent de oorzaken dezer bewegin
g
is reeds dén en
1ander hier ter plaatse in het overzicht der vorige berichts-periode aangekondigd. De impuls echter gaat feitelijk van
.Parjs uit; daar ter plaatse toch richt men zich meer en
meer op de
z.g.
,,valuta”-waarden, nu bij gebrek aan binnen-
landsch snateria1 de mogelijkheid tot speculatie in deze
richting eenigszins is verkleind. Het Londcnsche publiek zelf
beoordeelt de’speculatie in mjnwaarden zeer sceptisch en
richt meer. zijn belangstelling op petroleum- en rubber-
aandeelen. Ook de aandeelen der Grand Trunk Maatschappij zijn eenige dagen lang het middelpunt geweest, waaromheen
1
de interesse zich groepeerde, in verband, met berichten, dat
de Canadeesche Regeering zou ovel-gaan tot overname van
liet spoorwegsysteem.

1
Bizondere belangstelling trokken ook Russische waarden,
1
waarbij echter vel van eenige kunstmatigheid van de zijd
der betrokken synclicaten moet worden gesproken. In tegenstelling tot de speculatieve beds

ijvigbeid heet-selit,
zooals reeds werd ‘opgemerkt, op de beleggingsmarkt vrijwel
jvolkomen kalmte, hoewel de emissie van £ 3’f millioen
36
pCt. obligaties Soedan, uitgegeven 8. 95Y
2
pCt. met de
garantie van de Engelsche Regeering en aflosbaar 8. 105
pCt., een onbetwistbaar succes heeft kunnen behalen. Ook
de 8 pCt. tienjarige Sterlingschatkistbiljetten van de Clii-
:1ee5c Regeeriog ten bedrage van £ 1,8 millioen en tot den

1020

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November 1919

koers van 98 pCt. werden geheel door het publiek genomen.
Het welslagen dezer emissie is gestimuleerd door de mede-deeling, dat de opbrengst aan de firma Vickers ter hand zal
worden gesteld voor de organisatie van een vliegdienst in
China.
Te P a r ij s is de stemming over het geheel vast gebleven,
zonder bijzonder vermeldenswaardige momenten.
Te B e r 1 ij n is eenige kentering gekomen in de zeer
optimistische stemming van de laatste weken. Meer en meer
wordt het duidelijk, dat een groote uitverkoop naar het
buitenland, zoowel van goéderen als van fondsen, gaande is
en dat de hooge opbrengstprijzen van het oogenblik een
misleidendë werking hebben. Bovendien hebben twee oorza-
ken medegewerkt om het optimisme eenigszins te doen stil.
leo; primo was daar de ongeanimeerde houding van de beurs
te Weenen (waarop wij
hieronder
nader terugkomen), waar
de zelfde oorzaken voor de wilde stijging als te Berlijn hebben
geheerscht; secundo bleven de aankondigingen van de Rijks-
regeering ten aanzien van de maatregelen tegen de kapitaal-
vlucht en voor de intensieve belastingheffing niet zonder
uitwerking. Deze maatregelen sluiten o.a. in een totale
opheffing van het bankgeheim en zeer d-astische bepalingen
ten aanzien van de coupon- en dividendbetalingen. Oa. zal
het als regel slechts mogelijk zijn coupons en dividenden te
incasseeren van die fondsen, die in open bewaargeving bij
bankinstellingen zijn gegeven. Indien de houders hun bezit
in eigen beheer wenschen te behouden, moeten zij hiervoor
een speciale machtiging aanvragen. Eén en ander vermin-
dert natuurlijk den lust het beschikbare kapitaal in effecten
te beleggen; hieruit moet dan ook voor een deel de reactie
van de achter ons liggendé berichtsperiode worden ver-
klaard. Waar echter vanuit het buitenland in verband met
de steeds meer gedeprecieerde houding van de Markvaluta
nog steun wordt verleend, was de teruggang niet van zeer
ernstigen aard.
Te W e e n e n is, zooals gezegd, een zeer gevoelige reactie
ingetreden. De hausse is hier, zoo mogelijk, nog scherper
en lieftiger geweest, dan te Berlijn het geval va.s, omdat de
waardevermindering van de Kroon veel grooter verhoû
dingen heeft aangenomen. Sterk komt dit wel uit door het
feit, dat te New York de Oostenrijksche Kroon slechts ge-
vaardeerc1 wordt met 6én dollarcent. Daar cle meeste van
de aan de Weensche beurs verhandelde waarden haar oor-
sprong hebben in ondernemingen, (lie buiten het Duitsch-
Oostenrijksche gebied liggen, hebben deze waarden alle het
karakter van ,,valufa”-wtarden verkregen, hetgeen natuur-
lijk de wilde stijging voldoende verklaart. Thans is echter
een scherpe teruggang ingetreden. In vier dagen tijds b.v’
vielen aandeelen Prager Eisen van 5600 op 4250, Galizia
van 4500
01)
3500, Credit-aktien van 1370 op
1008.
De
eenige fondsen, die hun prijs eenigszins konden handhaven,
zijn de oude Oosten rijksch-Hongaarsche staatspapieren, van
welke zelfs de Oostenrijksch-Hongaarsche G-oudrente eenige
procenten kou monteeren. Dit moet in verband worden ge-
bracht, met gunstige berichten omtrent een tegemoetko-
mende houding van de afgescheiden gedeelten der voorma-
lige 1)ubbel-Monarchie.
T e o n z e n t is c’e markt voor inheemsche
siaalsfondse?i
Vrij onregelmatig geweest. In verband met het stroever
worden der gelclnmrkt op sommige dagen viel wol eenig
aanbod in verschillende soorten op te merken, hetgeen dan-
echter voor een deel werd geneutraliseerd door vraag voor
andere papieren. Zoo stonden bij deze beleggingsvraag de:
5 pCt. obligaties Oost-Indië wel vooraan. Langzamerhand’
is deze leening geheel geclasseerd en ieder meerder animo’
voor de betrokken stukken moet dus -voldaan worden uit
aanbod uit liet publiek, welk aanbod echter slehts zeer
matig kan worden genoemd. De be!angstelling voor T{ussische soorten is vrijwel ver-•
dwenen. In verband met het uitblijven van eenigerlei beves-
tiging ten aanzien van een spoecligen val van het Bolsje-1
wieksche régime en het luwen der belangstelling; ook te
Londen!, voor de betrokken fondsen, heeft het publiek zich.
hier te lande onthouden van het entameeren van nieuwe
posities in deze noodlijdende papieren .J-Tet gevolg is ge-weest, dat de omzetten zeer sterk zijn afgenomen en dat de
koersen soms in vrij beteekenende mate zijn gereageerd.
Oostenrijksehe soorten vouden slechts sporadisch koopers

28 Oct.
31 Oct. 3 Nov.
Rijzing of
d.I,ng.
6

°/
o
Ned. W. Sch.

.

.


91
90
1
14
9011/je

1
/80
434
0
/
0

,,,,,,

1916 87
1
/4
87
1
4
86I8/

1/16


4

0/

1916
7/16
79
1
/i
80

4-
1

/io
334 01

. . . .
672/4

67
/i
671/4


3

0/

,

. . . .
58’/
4

58
6
I8
60

+
1/4
234
0
/0
Cert. N. W. S.,

.,.
.
50
50”/,o
510/10


111/10

5

0
1

Oost-Indië 1915

•…
90
92!,
938/8

+
38/,

28
Oct.
31
Oct.
3
Nov.
RijEingof

4
0
/0
Hongarije Goud

….
14
14 14 4
0/
Oostenr.Kronenrente
9lio
8
1
/2
82/
8

5 /o
Rusland 1906

……
25/2
26V2
26
+
I/

434 °/
o
lwangorod Dombr
20/
20/s
20

1/8
4
0
/0
Rusland
Coni.

1880
21
1
1
lS’/
20

1’14
4
0
/0
Ruel. bij Hope
&
Co.
23
1
!,
22
1
I
231/16

7
/8
4 0/

Servië 1895

……..
40


434
0/
China Goud 1898 ..
67
66/,
66/o

4 0
/0
Japan 1899

……..
60


4
0/
Argentinië. Buiteul
62
62

5
0/

Brazilië

1895
……
61V,
61
1
12
61’/
5
0/

,,

1913

……
.5j8/

Van de locale afdeelingen heeft de nieeste aandacht wel de
petroleussmarkt
getrokken. In verband met de algemeen
lustelooze houding was ook hier aanvankelijk eenige reactie
op te merken geweest, vooral toen de Amei-ikaansche slot-
koersen voor aandeelen Koninklijke Petroleum-Maatschap-
pij aantoonden, dat ook te Wallstreet geen bijzondere koop-
lust voor deze aandeelen bestond. Plotseling echter ver-
plaatste zich de interesse naar aandeelen Geconsolideerde
Hollan,dsche Petroleum-Maatschappij, welk fonds met
sprongen kon monteeren. Aanvankelijk wassde reden hier-
van niet te verklaren; langzamerhand echter deed het
gerucht de ronde, dat op de aandeelen een Vrij groot inte-
rim-dividend zou worden gedeclareerd. Dit gerucht heeft
tot nu toe nog geen bevestiging gevonden en moet ver-
moedelijk in verband worden gebracht met berichten om-
trent den gunstigen gang van zaken bij de Astra Romana
Maatschappij.
De overige petroleumwaarden deden niet in gelijke mate
aan deze koersverheffing mede. Aandeelen Steaua Romana
verlaten de week zelfs gevoelig lager, terwijl ook aandeelen
Koninklijke Petroleum-Mhatschappij eenige reactie te
registreeren hebben. In verband met de ondershandsche
plaatsing van vijf millioen Lei nieuwe aandeelen der Orion
Petroleum-Maatschappij, waren de betrokken aandeelen
ook ietwat aangeboden, hetgeen een lichten teruggang in
den koers heeft bewerkstelligd. De overige afdeelingen hebben geen bijzondere feiten op-
geleverd. Over het geheel was de tendens gedurende het
grootste gedeelte der – berichtsperiode vrij ongeanimeerd,
zonder dat hiervoor nochtans dadelijk aanwijsbare factoren
zijn aan te wijzen. Ook is het tekenend, dat van groot
aanbod van de zijde van het publiek geen sprake is. Het
kwam op sommige dagen voor, dat vrij aanzienlijke post
van aandeelen in scheepvaartmaatschappijen door promi-
nente huizen gekocht moesten worden, welke aankoop dan
echter, ter vermijding van een forceeren van den koers,
over verschillende dagen moest worden verdeeld. Scheep-vaartaandeelen in het bijzonder konden zich dan ook goed
handhaven; de meeste verlaten de berichtsperiode zelfs in
betere houding.

28
Oct.
31
Oct.
3 Nov.
Rgof

Holland-Amerika-Lijn – .. .
492′,
4
491 ‘,, 496

-f- 3 i

gem.eig.
472 ‘/2 4671/
4
477

± 4/2
Holland-Gulf-Stoouiv.-Mij. –
3o8

300

304

— 4
Roll. Alg. AtI. Stoon,v.-M ‘•
174
1
/1

1761/4

175
8
/8 +
Ia
Holle ndoche Stoomhoot-M ij
251 /1 248

250

– 1 ‘/
Java-Chiiia-.lapaii-Lijn….
3.1

3.528/
4

351
Kon,. llollan,Is,-be Lloyd – .
2051!
3

213
1
V, 2
1
‘7
1
/2

4 2
Kon. Neti.
Sn.00mh.-llj. – – 271
8
/4
270/
4
276’14
+ 5
Kon. l’aketvaart-Mij. ….
254

250/4 255’/o + 1’/a
Maatschappijzeevaart . . . .
354

354

3.50

4
Neclerl. Scheepvaart-Unie

‘i,
313/4
318

– + 1/
Nievplt (Inuiclriaan
……820

605

610

— 10
Rotterdamsche l.lovd …….
3’4I ‘/

327 7/

331 1/
Stoomv.-Mij.,,flillegersherg”
365

344

3.50

– 15
,,Ne,lerland” – –
377′!,

376

378′!2

-f- i
,,Noor’lzes”
. . 170

1 69’/o 1b51/
3
– 4 ‘/
,.Oostzee”

429
1
/2 429’1, 431

+ 1′,

De
rub5erharkt
was vrij ongeanimeerd, waarop echter
enkele soorten een uitzondering hebben gemaakt. Van deze
golden wel in de eerste plaats aandeelen Si,mara Rubber-
Maatschappij, waaromtrent geen aanwijsbare redenen te
noemen zijn, doch waarvan verluidde, dat de Indische con-
cessies een begeerlijk object voor buitenlandsche koopers
vormden. De zeer opgewekte houding voor dit fonds, overi-
gens gepaard gaande met beperkten handel, had niet een
gelijke uitwerking op de overige soorten der afdeeling, hoe-
wel tegen het einde der berichtsperiode een veel betere
stemming baan kon breken.
De
tabaksmarkt
was grootendeels verlaten; het jubileum
•der Deli-Maatschappij heeft voorloopig niet datgene ge-
biacht, wat optimistische speculanten hiervan hadden ver-

5 November 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1021

wacht, nI. een extra-uitkeering aan aandeelhouders. Noch-
tans kon het fonds zich goed in prijs handhaven, althans
in vergelijking met de algemeene lusteloosheid, die voor
tabaksaandeelen overheerschend is gebleven.
])e afdecling voor
suikerwaarden
heeft een tijdelijke op-
leving ondergaan, die echter reeds spoedig moest plaats
maken voor een meer kalme tendens. De koersen der onder-
scheiden fondsen hebben weliswaar niet veel variaties aan-
getoond, doch de stemming bleef aan het slot eenigszins
ongeanimeerd. Reeds gedurende vele dagen vinden in sui•
kerwaarden bijna geen omzetten plaats, in tegenstelling
met den uiterst levendigen handel, waarvan voor enkele
maanden deze waarden blijk hebben gegeven. Aan den
anderen kant komt echter ook niet veel materiaal ter
markt, hetgeen de verklaring vormt voor de omstandig-
heid, dat van een gedecideerd flauwe stemming gen sprake
kan zijn. Alleen de minder courante soorten hebben hun
opwaartsche beweging van de vorige week met een min of
meer scherpe reactie moeten boeten.
Voor de met de suikercultuur in verbinding staande
ondernemingen op bankgebied bestond slechts weinig inte-
resse, met uitzondering dan van aandeelen Nederlandsch
Indische Handelsbank, welke instelling overgaat tot het
emitteeren van
f
10.000.000 nieuwe aandeelen ad
225
pCt.,
uitsluitend voor aaiideelhouders. Het geplaatste aandeelen-
kapitaal wordt op deze wijze tot
f
45.000.000
verhoogd. De
handel in claims vond in de achter ons liggende dagen in
groote omzetten en tot stijgende koersen plaats.

28
Oct.
31 Oct.
3 Nov.
RiJ
d
Z
E
:
R
Of

Amsterdamsche Bank
. . –
191
1
14
191’/4
191’/4
Ned.Handel-Mij.cert.v.aand.
229
8
/s
226
1
!8
22
– 18/8
Rotterd. Baukvereeniging.
.
i’i,
149
48’18

‘Ii
Amst. Superfosfaatfabriek.
1497/
149
1
!,
149
1
!8
Van Berkel’s Patent
……
156
155′!2
143

13*
Insuliode Oliefabriek

– . . .
244
3
/
240
2411!,

Jiirgens’ Ver. Fabr. pr.aand.
102
102
102
Ned. Scheepsbouw-Mij
…..
170


Philips’ Gloeilampenfabriek
724
1
/,
720
749
+
24’1,
R. S.
Stokvis
&
Zonen
…..
40 540
545
+
5
Vereenigde Blikfabrieken.

130/
4

130
132
+
1
3
/4
Compania MercantilArgent.
281
8
/4
283
283
+
1/4
Cultuur-Mij. d. Vorstenland.
26
1
j4
30I4
285/2

Handelsver. Amsterdam

.
615 603
1
!2
609/4

58/
4

Roll. Transatl. Handeisver.

122
120
1211/,

118
Linde Teves
&
Stokvis
. . .
2187
1
!3
206
205

2′!,
VanNierop&Co’s Handel-Mij
184
1
/4
183/2
183’/2

Tel,
&
Co’s Handel-Mij
….
155
1
/2
151
150

5′!2
Gecons. Roll. Petroleum-Mij
334
345′!,
354
+
20
Kon. Petroleum-Mij.
……
851′!,
840’/4
846
1
12

5
Orion Petroleum-Mij
…….
89′!,
89
90’/4
+
1’/4
Steaua Romana Petr.-Mij..
181
1
i2
181
1
!2
169’/
—11
8
!
Amsterdam-Rubher.Mij
…..
247′!,
246
1
/
4

249′!,
+
2
Nederl.-Ribber-Mij
……..
118
118
119′!,
-1–
t’!,
Oost-Java-Rtibber-Mij
…..
327
331 ‘/,
35
+
8
Deli-Maatschappij

……..
513
499′!,
507′!2

51/3
Medan-Tabak-Maatschappij
265
258
263′!,

1′!2
Senembah-Maatschappij
477
466′!,
475

2
*
ex div.

De
Â,nerikactnsche markt
bleef uiterst stil onder den
invloed van de arbeidsonlusten in de Vereenigde Staten.
Toch viel, in aansluiting aan Wallstreet, geen verkoop-
drang op te merken, zoodat de koersen slechts onbeteeke-
nende verschillen aantoonden.

28
Oct. 31 Oct.
3
Nov.
Rijzingof

American Car
&
Foundry.
140
139 139′!8

Anaconda Copper

……..
145
1
4
142
1
!3
143
7
/8

Un. States Steel Corp…..
112/,
112
1
!8
113′!,
+
‘/s
Atchison

Topeka

……..
94I/
937j
93l/

8
/4
Southern

Pacific

……..
112’/4
111′!,

‘/
Union

Pacific
…………
132
131′!,
131

1
Int.Merc.Marine afgest
…..
64
63″/,
64’/s
+
‘Is
prets
),
168′
169
1
!8
l7O’/,s

De
geidmarkt
was op enkele dagen uiterst stroef en geld
op prolongatie was dan moeilijk verkrijgbaar. Zelfs stelde
zich de noteering dén dag op
534
pCt. Daarna echter werd
de markt kalmer; de noteering verliet de berichtsperiode
op
4%
pCt.

GOWERENHANDL.

GRANEN.
4
I’ovember
1919.

Sedert het vorige weekbericht hebben aan de graan-
markten in Noord- en Zuid-Amerika geene belangrijke

prijsfluctuaties plaats gevonden. Wel zijn voor de meeste
artikelen de prijzen iets hooger dan eene week geleden,
doch van belangrijke prijsstijgingen is geen sprake. Slechts
zijn aan de markt te Chicago de eerste termijnen Vrij wat
gestegen, voornapielijk door de verwachting van geringere
aanvoeren bij het uitbreken der intusschen ook werkelijk
begonnen staking aan de kolenmijnen. In Argentinië blij-
ven de verschepingen een flinken voortgang maken, doch
een werkelijk vasten ondertoon schijnt de niarkt ook daar
nog niet te hebben. De voorraden mais en tarwe, welke
nog op verscheping wachten en waarbij, wat maïs aangaat,
zich nog eene belangrijke hoeveelheid bevindt van den in
het voorjaar van
1918
binnengehaalden oogst, zijn blijk-
baar nog ”an zoo’n grooten omvang, dat nog veel moet
worden verscheept vÖSr de markt reageert op gebeurtenis-
sen, welke anders eene vaste stemming zouden veroor-
zaken. Lijnzaad maakt hierop eene uitzondering, omdat
voor dit artikel nog steeds goede vraag bestaat in
.
Noord-
Amerika en verschepingen daarheen nog steeds voortgaan,
en van vrees van een te groot overschot voor dit artikel
geen sprake kan zijn. De regen, waarover in Argentinië
den laatsten tijd is geklaagd en die een ongunstigen in-
gloed zou hebben uitgeoefend op de te velde staande tarwe,
heeft eigenlijk geene prijsverhooging ten gevolge gehad.
Van maïs en tarve mag in Argentinië met vrij groote
zekerheid worden aan.genomen, dat de nieuwe oogst binnen
zal zijn lang voor de oude voorraden zullen zijn opge-
ruimd, hetgeén bij de groote nog beschikbare voorraden ook
wel te verwachten was, zoodat slechts sterke uitbreiding.
van de Europeesche vraag aan den overvloed een einde zal
kunnen maken. Het wil ons echter toeschijnen, dat voor-
loopig van zulk eene uitbreiding niet veel sprake zal kun-
nen zijn. De verschepingen van tarwe zoowel als van mais naar West-Europa zijn bij voortduring voldoende voor het
verbruik in die landen. Mâanden lang is zelfs voor mats
die aanvoer zoo overvloedig geweest, dat de prijzen zich
steeds bewogen beneden import-pariteit. Slechts in den
allerlaatsten tijd is daarin eenige verandering gekomen.
Met het naderen van den winter vermeerdert blijkbaar
reeds het verbruik, zooclat oude voorraden verdwijnen en
in de afgeloopen week zijn weder meer loonende zaken in
voedergraan van Argentinië naar de West-Europeesche
landen mogelijk geweest. Toch behoeft hiervan niet dadeljk
eene zeer groote vermeerdering der verschepingen het ge-
volg te zijn, want in Engeland bijvoorbeeld zijn de aan-
voeren van mais en buitenlandsche haver nog steeds zSS
groot, dat telkens geklaagd wordt over den slechten prijs,
welke voor de inlandsche haver te krijgen is. Het groote bezwaar tegen eene vermeerdering van den omvang der .graanzaken naar Europa blijft nog steeds het gebrek aan
koopkracht in de meer Oostelijk gelegen landen, welke zich
gedwongen zien zich in hunne aankoopen tot het aller-
uiterste te beperken. Het ziet er naar uit alsof deze toe-
stand nog geruimen tijd zal moeten voortduren en dus de
overvloed in Argentinië voorloopig zal blijven bestaan.
Tot nog toe heeft ditzelfde verschijnsel zich in de Ver-
eenigde Staten slechts in veel mindere mate vertoond. Van
zijne tarwe blijft men zich daar bij voortduring op bevre-
digende wijze ontdoen, terwijl de mais bijna geheel in het
land zelf kan worden gebruikt en de andere graansoorten
van veel mindere beteekenis zijn. ;De Noord-Amerikaan-
sché maïsoogst is behouden binnéngekomn en de maï
is van zeer goedé kwaliteit, zoodat ‘reeds verwacht wordt,
dat zij nog in deze maand geschikt zal zijn om ter markt
te worden gebracht. Marsprijzen in Noord-Amerika zullen zich dienen te richten naar de prijzen der varkens, die we-
‘der tot vrij groote hoogte afhankelijk zijn van de vraag
voor export naar Europa. Oo1 hier geldt weder hetzelfde
bezwaar der geringe koopkracht, waartegénover echter te
rekenen valt met de geringere productie in Europa van
artikelen der veeteelt dan in de jaren vÖÖr den oorlog.
Oogstberichten zijn over liet algemeen gunstig. Slechts
schijnt in Argentinië dle haver sterk geleden te hebben van
de regens, waarvan wij hierboven reeds spraken. Uit
Noord- Amerika komen gunstige berichten, ofschoon de met
tarwe bezaaide oppervlakte belangrijk beneden die der
laatste oorlogsjaren schijnt te zijn. Uit Engeland en Frank-
tijk hoort men geene klachten meer over droogte, daar
intusscheu voldoende regen is gevallen. Gebrek aan arbeids-
krachten bestaat echter nog voortdurend, vooral in Frank-
rijk, evenals in Duitschland, waar zelfs beweerd wordt, dat
landerijen in de groote graanstreken van het Noorden en
Oosten dientengaolge onbebouwd zijn gebleven. Het schijnt,
dat in de naaste toekomst ook Roemenië, volgens sommi-
gen misschien zelfs Zuid-Rusland, weder graan zal expor-
teeren. In Zuid-Rusland schijnt de laatste oogst zeer goed
te zijn geweest, doçh wij kunnen nauwelijks gelooven, dat

122

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November 1919

Noteeringen.
Locoprijzen te
Rotterdam/Amaterdain.

.
.
Cèkago
Bucno

Auj-ej

.
.

.
S
OO7Cfl.
3 Nov.
27 Oct.

3 Nov.

Tarwc
Mars
Haver

I

Tarwe Mars
L(jnzaad
D ata
.
.
.

1919
1919
1918

.


Nov.
Dec.
Dec.
I

Nov. Nov.
Febr.
Tarwe ………………..

.-

1 Nov.’19 226

131/8

72’/8

13,80

6,95

25,603
)

Rogge (No. 2 Western)

25 Oct. ’19 226

125I

71’/d

13,85

7,45

25,203
)
Mais (La Plata)


420,-
375,-

1 Nov.’18 226

12I8

66

/3

11,55

5,35

19,75
Gerst (48 ib. feeding)
• . . .
440,- 440,-

1 Nov.’17 226

117/4

58I8

11,90
4)

8,10

14,05
Haver(38 ib. white clipped)
23,50 22,25

1 Nov.’16 190
1
/4 ‘)

84
1
I

53Is

15,10
1
)

7,98
1
)

22,15 1)
Lijnkoeken (Noord-Ame. 20 Juli ’14

82


t
)

56
8
/t ‘)

36
1
/

‘)

9,40
2
)

5 38

)

13,702)
rika van La Plata-zaad)
300,- 290,-

.
Lijnzaad (La Plata) ……
835,-
825,-

t)
per Dec.

‘)
per Sept.

8)
per Nov.

4)
per Jan.
0

.

De noteeringen te Buenos
Ayres
zijn van 31 Oct. .1919,
25 Oct. 1919, 2 Nov. 1918, 2
Nov. 1917
en 1
NOV.
1916.

AANVOEREN in tons van 1000 K.G. voor verbruik in Nederland.

Rotterdam
Amiterdam
,
Totaal

Artikelen.
0

270cL.lNov.
Sedert
Overeenfc.
270c1..1Nov.
Sedert
Overcank.
1919 1918
1919
1
Jan.
1919
tijdvak
1918
1919
1
Jan.
1919
tijdvak
1918

Tarwe

139.426

9.044

104.098

2.920

243.524

11.964
Rogge
•……..•

.–.

10.632

19.953

30.585


Boekweit

4.170

.

.

4.170


MaTs

1.454

127.868

5.908

4.590

133.776

4.590
Gerst

71.484

62.315

133.799


Haver …………….

37.430

7.333

44.763


Lijuzaad …………..

2
..740

76.758

23.663

100.421

– –
Lijukoek …………….525

57.188

200

57.388
_
Tarwemeel •………..

47.839

756

37•435

6.068

85.274

6.824
Andere meelsoorten
. . . .

2.649
.

36.636

19.716,

10.708

4.286

47.344

24.002
:

.

AANVOEREN in tons van 1000 K.Q. voor het Buiteuland.
Tarwe ……………….-

222.637

287.707.

_

.

_

222.637

287.707
MaTs

…….
…………-

14.372

90.19i

14.372

90.191
Rogge •……………

56.712

5.174

0

56.712

5- ‘ 174
Tarwemeel …………

144.506

68.918

8.807

144.506

77.725
Gerst

•……………

62.537

24.172,

62.537

24.172
Haver •……………

123.757

123.757


Lijnkoeken…………

2.412

.-2.412


78
Andere meelsoorten ..

.

119.991

40.4

9.510

119.991

49.988

met cle, ougeregelde toestanden, welke daar heerschen, uit-
ook

in

D u.i ts c.h’l and

is

dit het geval

voor

zoover
voer van een ige beteekenis in dit seizoen nog mogelijk zal,
kolengebrek

v

za
geen stagnatie

eroorakt. De oogst aldaar
zijn. Van Roemenië schijnen wij echter toch werkelijk eeni-
zal van het jaar echter niet voldoende zijn om de binnen.
gen uitvoer, vooral van mais, doch ook van tarvete kunnen
landsche

consumptie

te

kunnen

bevredigen.

Te j echo.
verwachten. Zelfs wordt uit Londen bericht, dat reeds cene
S lo w a k
y
e daarentegen heef t reeds witte suiker voor
parij maïs uit een der
.
Donau-havens verscheept zou zijn
uitvoer dispon’ibel, welke o.a. op de Londensche markt tot
en de Engelsche Regeering heeft onlangs den maximumprijs,
5h. 72/. f.o.b. Hamburg wordt aangeboden.
voor Europeesche maïs vastgesteld 01) 65/-, gelijk aan clieu
Bij de zeer vaste stemming op de verchil1ende suiker-
voor PlataTmaïs. Er zijn nog geene overeenkomsten gesloten.f
markten

werd de

verkoopprijs

van witte Javasuiker to
voor den uitvoer van rnaïs uit Roemenië naar 1)uitsohland
r

L o ud e n verhoogd tot Sh. 72/6 c.i.f. Continent.
en de Donau-landen, doch hierover

worden besprekingen,
U .i ‘t J a v a kwamen geen nieuwe berichten van verkoo-
gehouden.
.
Bovendien

is er sprake van onderliandeIingen
pen. De laatste partij ‘van 30.000 tons, die uit oogst 1920
tusschen

Duitschlauicl

en Argentinië over

de

finauci erij
)
g
:
j
verkocht is, schijnt voor de Royal Commission bestemd te
van den verdéren invoer in Duitschland van Argentijnsoh
zijn.
graan, waarvoor dan in Argentinië eene leening met een
De

Handelsvereeni.gin.g

te

Batavia

geeft

de

volgende
looptijd

van eenige jaren’ zou worden gesloten.

.
speciticatie van

Ja.vasuikerafschepi.ngen van

1

April

tot
N e d e r 1 a n d. In ons land is in de afgeloopen

veek’
31 Augustus:
gebleken, dat de voorraden voedergraan bij de verb r6 ike-rs.
1919

1913

1917
allengs zeer sterk zijn geslonketi en als gpvolg daarvan ‘is
T
aerland en

tons
‘nog
de maïsprijs

weder belangrijk gestegen voor spoedig
leverbare
‘Lid
ge

n…………..-

103873

8433

107.107.
partijen, welke gretig ziju opgenomen. Terwijl o

.
20

October

de’ prijs

voor loco Plata-maïs te Rotterdain
.
ran

rij

.

.000

ongeveer
f
345 pel

2000 K.G. was, is’ gisteren zelfs
f
430,
Zweden …………..8.774

betaald. De vroege sneeuwval schijnt hieraan veel schuld
loor’.vegen

……….21.071

4.853

te hebben gehad, doch na den eersten schrik is weder veel
Ita.he …………….

_.621

2.50

goedkooper

gekocht.

De

waarde

blijft

echter

ongeveer
panje

…………..
..

f
400/410. Latere posities zijn veel minder waard in over-
Roemenie …………3.984,

eeusteunmin

met cle wereldmarkt, doch ook daarvoor bestaat
,
Griekenland ……….7.186

3.375

veel meer attentiedan eenigen tijd, geleden. De Regeering
Turkije …………..17.146

blijft

voortgaan

met

den

verkoop

harer

Arnerikaansehe
uez

3.350

.0

i

gerst tot

onverduderden

prijs.

Ook

voor, andere

voeder-_,.
Port-Said

v. o ………

18
,
458

5.625

12.197

artikelen is de vraag verbeterd met als gevolg daarvan ver-
Sao Francisco

10

hoogde prijzen. Hetzelfde geldt voor lijnzaad en terwijl in
Vancouver ….. …….3000

den laatsten
,
tijd nu en ‘dan eens eene enkele zaak voor
Singapore …………29.957

93.633

61.095

lagen prijs tot stand kwam, zijn nu

vedei eenige partijeA2
Britsch-Indie

……..120.664

128.360

94.960

door Nederlandsc,he ohesla”ers gekocht tot lioo”eren prijs’
China ……………..

600

9.547

501

in overeenstemming met dewaarde in Argentini

Ook voor
Hongkong ……….

84.349

100.950

65.057

de’ in Nederland liggende voorraden bestaat weder betére
.

Japan……………

76.488

117.127

.

25.770
vraag.’

-‘

.

..
Siaii

…………….105

1.558

11.946
Australië

18.265


Diverse havens ………

3.302

100

SUIKER.

Het oogsten en verwerken der bieten wordt overal voort-
Totaal

…..’

555.220

488.143

-395.523,tous

gezet. In
0
n s 1
é.
n d ‘neemt het éen geregeid verloop en
Uit Amerika berichten ,Willett
&
Gray, dat de regeerings-

5
November 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1023

contr6le, niettegenstaande de jongste tegenspraak, toch op
31 Dec. as. zal ophouden. De stemming aan de markt
aldaar was Vrij opgewonden met koopers voor Cuba-suiker
Maart/?vlei-afscheep
tot
78/4
c. f.o.b.

KATOEN.

Marktbericht van de Heeren Sir Jacob Behrens & Sons,

Manchester, d.d. 22 October 1910.

Prijzen van Amerikaansche katoen zijn in het begin van
de week iets flauwer geweest, doch hebben zich sedert al
weer hersteld. Dit komt hoofdzakelijk door de slechte weer-
berichten uit Texas. De voorloopige schatting van de firma
Neili Brothers voor dezen oogst bedn/agt 11.700.000 balen,
inclusief linters met voorbehoud, dat er in October geen
vorst komt en het weer verder normaal blijft. Zij schatten
de totale voorziening voor het geheele seizoen op 18.310.000
balen en meenen, dat dit voor alle behoeften ruim voldoende
zal zijn. De vooruitzichten van den volgendenoogst zijn waar-
schijnlijk beter, omdat er nu weer voldoende kunstmest-
stoffen verkrijgbaar zijn en dit kan reeds in het voorjaar
invloed op de markthebben. Intussehen schijnt er nog steeds
een groote schaarschte aan goede khssen te bestaan en
prijzen daarvan stijgen bijna dagelijks.
De vraag naar Amerikaansche garens voor het binnen-
laudsch verbruik is niet zoo levendig geweest als de vorige
week, maar er is nog wel wat gedaan en prijzen zijn weer
hooger. De exportvraag is wat levendiger, speciaal voor
China in 42/2 en voor Bombay in 30cr en 40cr enkel, ter-
wijl ook 40cr en 44cr iriule voor de ververjen grif verkocht
worden. Holland en de Scandinavische landen doen niet veel,
doch eF zijn groote zaken gedaan voor Duitschland, zoowel
in Amerikaansche als Egyptische garetis. De positie van
Egyptische gat-ens wordt steeds sterker en prijzen zijn de
laatste weken sprongsgewijze gestegen. Hoewel de vraag op
alle soorten betrekking heeft, is deze toch naar de betere
kwaliteIten het sterkst.
De doekwarkt wordt gehdel beheet

seht door de sterke
positie der verkoopers. Alle fabrikanten hebben groote orders
afgesloten en zijn alleen bereid nieuwe orders te accepteeren
tegen hun eigen prijzen. Men meent, dat er dan ook minder
zaken zullen worden afgesloten en dat vele orders terug-
gezonden zullen worden wegens te lage biedingen. Hoewel
dit laatste in vele gevallen is geschied, wordt er toch nog
dagelijks gekocht, zelfs tegen de allerhoogste prijzen en voor
zeer late levering. De vertraging in het telegramverkeer
wordt den laatsten tijd weer erger en dit maakt de positie
van overzeesche verkoopers natuurlijk nog moeilijker.

15 Oct. 22Oct.

15Oct. 220ct.

Liverpool noteeri n gen (loco)

T.T.opindië .. .. 210
1
/ 2/0
1
/8
F.G.F.Sakellaridis 31,00 34,00 T.T.opllongkong 412
I/
4151/t
G.F. No. 1 Oomra 15,10 15,35 T.T.op Shanghai 6/3

618

Noteeringen voor Loco-Katoen

(Middling Uplands).

3Nov.19
27 Ovi.’I9 120
Oct.19

4Nov.18 14Nov.’17

New York vôor
Middling

. .
39,05e
37,40e
35,— c
30,70e
28,80e
New Orleans voor Middling
30,50e
37,50 c 35,63 e
29,50e
27,56 c
Liverpool voor
Middling ….
25,22d
24,42 d
22,72d
22,05
dl)

21,920)
1)
Good Middling Texas.
‘) 2 November 1917 Good Middling.
Ontvangsten in, en uitvoeren van Amerikaansche havens.

(In duizendtallen balen.)

1
Aug.’19

Overeenkomstige perioden
tot
31 Oct.19

1918

1

1917

Ontvangsten Gulf-Havens..
‘1
Atlant.ffaveusf
1527
}
}
1963

Uitvoer naar Gr.Brittannië
507
835
‘t Vasteland.
1072

}

406
424
Japan etc…

43
34

Voorraden in duizendtallen
1
31

Oct. ’19

1

1 Nov. 18 2 Nov. ’17

Amerik. havens ……….
1402
1225
946
Binnenland …………..
1006
1088
78
New York

.
98
99
1

.

295
207
New Orleans ………….
Liverpool
193 842

KAPOK.

(Opgave van de Makelaars Gebrs. van der Vies, Amsterdam.)

Kapokstatistiek op 31 October 1919,

Aanvoer Verkoop Voorraad

Importeurs:

tot

tot

op

31 Oct.

31 Oct.

31 Oct.

S. & W. Birnbaum ……3918

3918

EI. G. Th. Crone ……..3209

3190

19

Edgar & Co………….964

964


Van Eeghen & Co . ……

1412

1166

246
Hermans Marsirau & Co.

807

807

md. Handels Conip…..700

700

Lan dbouw-Mij,,Geboegan”

442

214

228

Nirandolle Voûte & Co., 10235

10235


Arnold Otto Meyer ……

1299

1299

Nederlandsche Regeering. 6059

6059

W. Tengbergen & Co…..1200

200

1000

Weise & Co…………239

239

Order ………………7214

7214

37698

34906

2792

Voort. Aanv.

Verk. Voorr.
Pi’ijs van prima Kapok

t t

t
1 Jan. 31 Oct. 31 Oct. 31 Oct.
en. 75 ets.

in 1919


geen noteering

in 1918


150

2160

ets. in 1917

750

8326

.7076


52

il 53

ets. in 1916

4253

27635

29985

1903
40
1
/, it 50

ets. in 1915

6579

70107

72017

4669
40
1
/, t
42
1
1, ets. in -1914

6733

72179

74540

4372
42

A, 42/1 ets, in 1913

3053

75312

71416

6949
’44

f 45

ets, in 1912

4178

76301

74390

8089
45

ets. in 1911

798

47121

47871

48
37

A 38

ets. in 1910 13274

48577

61255

896

WOL

Bericht van Gebrs. Van der Vies.
Van de bij de 4e wolveiling aangeboden
589 balen La Plata-wol

300

,, Kaap-wol

311

Spaansche wol

110

,,

flollanclsche wol
werden onder goede belangstelling verkocht
445 balen La Plata-wol

270

,, Kaap.wol

6

,, Hollandsche wol
Voor de fijne fabrieks- en kamwolleu bestond goede vraag,
vooral van de zijde van het Buitenland, dat veel wol van
de veiling nam Tilburg kocht slechts enkele partijtjes en bleek niet in de koopende lijn. Ook de Crossbreds Lam-wollen en Pieees van niet te grove kwaliteit werden grif
genomen voor huitenlandsche rekening. De zeer grove
Crosshreds- en Hollandsche wollen bleken meest onverkocht,
terwijl alle Spaansehe wol onverkoopbaar bleek tengevolge
van te hooge limieten.

Prijsnoteerin gen
Kaap medium suow

vhite ……F1.
tot F1,
7,50.
,,

grease

van medium length

,,
,,

,,
8,25.
Montevideo Supra Kamwol ……

..
10,50
11, -.
,,

J3’abriekswol ……..

..
9,ÖJ
10,50.
Ptagonië Merino Supra ……..

..
9,50

,,

,,
10,50.
B A. Crossbreds No. 11

……..
6,25
6,50.
Mout.

V

………»
4,50
4,75.
Mont.

Lamswol 11/111
5,—
5,20.
basis g.z.w.

METALEN.

Loeo-Noteeringen te Londen:

Dato
Ijzer
Cle,,.
No.
Koper
I
Standard
Tin
Lood
Zink

3 Nov. 1919..
nom.
99.17/6
273.-1-
32.-1-
44.101- 27 Oct.

1919..
nom.
98.7 6 273.12 6
29.17/6
45.-!-
20

,,

1919.
nom.
107.7/6
281.151-
29.-1-
45.-/-
4 Nov. 1918..
nom.
122.-!-
334.-1-
30.-1-
52.-1-
6 Nov. 1917..
nom.
110.51-
262.17/6
30.-!-
52.-/-
20Juli

1914..
1

51/4
1

61.-!-
1
145.151-1

19.-1-
1

21.101-

VERKEËRSWEZEN.

RIJN VAART.

in de afgeloopen week werd alle beschikbare seheepsruimte
grif aangenomen. De huren varieerden tussehen 8 en 10

1024

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 November 1919
1

cents per ton per dag. Veel Amerikaasche kolen voor
Duitschiand werden te Rotterdam aangevoerd. Ook voor
Antwerpen werden veel schepen aangenomen voor huren
van 10 tot 12 cents per ton per dag. Te sleepen was er
voldoende. Het sleeploon naar de Ruhrhavens bedroeg einde
der week 50-cents-tarief + 65 cents. De verschepingen in
de Ruhrhavens gingen wederom iets beter, aangezien de
aanvoeren uit de mijnen weder toenamen. Alle ruimte werd
dan ook aangenomen tegen een vracht van 28 tot 40 p1.
per ton per, dag, terwijl het sleeploon naar Mannheim/
Strassburg 65 pf. per Centner bedroeg. De waterstand bleef
zeer ongunstig. Cauber Pegel wees einde der week Meter
0,98 aan.

SCHEEPVAART.

J

GRAAN.

Data

Petro-
grad
Londen!
R’dam

1
Odeisa
Rotte,-
1

d
am

All. Kuil
‘Ve,. ‘Sloten
San Lorenzo

Rotte,-
Brislol
Rotte,-

Enge.
dam
Kanaal
dam
land

27 0/1 Nov. 1919

1)
f
75,
2)
816
1751′-
2)
65/-
20/25 Oct.

1919


1
)f 75,
2)
8/6
1801′-
2)
65/-
28 0./2 Nov. 1918



50/-
-.
225/-
29’0.13 Nov. 1917



301-

145/-
Juli

1914
lid.
713
1/111/
4

1/111/
4

121-
12/-

KOLEN.

Data
1
Cardiff
Oostk. Engeland

1

Bo,-
deaux
I
Genua
Port

Said

1

La
Plato
Rotte,.
dam
1 Cot hen.
burg
Rivier

27 0/1 N. 1919
8)
54/-
85/-
751-
50/-
f
10,- Kr.40
20/25 Oct. 1919

5216
77/6 67/6
/

47/6

,,

10,- ,,

70,-
28 0/2 N. 1918

69/-
10113
200/-
1
120/-


29 0./3 N. 1917

69/-
101/3
195/6

1
1251-

,,32,50 ,, l87
Juli 1914 fr. 7,—
7/-
713
14/6

3/2

4/-
DIVERSEN.

Bombag
Birma
Vladivo-
ChIli
D
0
a
West
Wc,t
stock
We.,t
Europa
Europa
West
Europa
(d. w)
(rijst)
Europa
(salpeter)

27 Oct./1 Nov.

1919….
120/-
175/-.

230/-
20/25’Oct.

1919….
125/-
1801-

2301-
28 Oct.12 Nov. 1918.. ..
275/- 500/-

190/-
29 Oct.13 Nov. 1917….
260-
5501-

185/-
Juli

1914. ..
14/6
1613
25/-
22/3

‘)
rer ton stukgoeli.
2)
Voor Britsche schepen.
8)
Voor neutrale schepen onder geallieerd time charter.
4)
Vrij.
eraan Petrograd-per quarter van 496 19e. zwaar, Odesea per unit, Ver. Staten
per quar(er van 480 iSa. zwaar.
Overige noiee,-ingen per ton van 1016 I.G..

ADVERTENTIËN

De N.V. Nederlandsche Huistelefoon-Madschappij

ROTTERDAM

‘s-GRAVENHAGE

GRONINGEN

Telefoon 3600

Telefoon H 280, 800

.

Telefoon 1555

– AMSTERDAM .

. LEEUWARDEN

ARNHEM

Telefoon N 5580

..’

Telefôon 2723

levert uit voorraad
TELEFOON-, SC4EL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en koop.

Herstelt en onderhoudt o n d er g a r anti e ook alle niet door haar uitgevoerde installaties.

. .

PROSPECTUS

GRATIS.

.

GRONINGSCHE CREDIET-

EN HANDELSBANK

GRONINGEN, APELDOORN, APPINGEDAM, ASSE
1
EN, VEENDAM

Kapitaal / 5.000.000,–

Geplaatst en volgestort f2.500.000,-

Reserves ruim
……
f’
478;060,-

VERSCHAFT BEDRIJFSKAPITAAL AAN

LANDBOUW, HANDEL EN NIjVERHEID’

INCASSO

DEPOSITO

SAFE DEPOSIT

PRACTISCH ‘EFFECTËNBOEK

ter vereenvoudiging van administratie en
ten gebruike voor de vermogensbelasting

Prijs f 1,25

Verkrijgbaar bi) deo Boekhandel en bi) NIJGH
&
VAN DITMAR’U!TG.-MIJ, Rotterdam

KONINKLIJKE

HOLLANDSCHE

LLOYD

AMSTERDAM

Geregelde Passagiers- en

Vrachtdienst met nieuwe,

moderne post-stoomschepen

TUSSCHEN

AMSTERDAM

– ‘

EN

ZUID-AMERIKA

VIA

DOVER, BOIJLOGNE s/M., CORIIÎA, VlG0

LISSABON, LAS PALMAS, PERNAMBUCO,

BAHIA, RIO DE JANEIRO, ‘SANTOS, MONTE-
VIDEO, en BUENOS – AIRES.

Auteur