Ga direct naar de content

Jrg. 4, editie 193

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 10 1919

10 SEPTEMBER 1919

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Economisch!,Sta

t

istische

B

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

4E JAARGANG

WOENSDAG 10 SEPTEMBER
1919

No. 193.

INHOUD

BIz.

HOOCER ONDERWIJS
OP
HANDELSCEBIED IN ENGELAND door
Prof. Mr. G. W. J. Bruins
……………………
833
Het Kapitaal der in Nederland werkende Hypotheekbanken
door Mr. II. R. van Maasdijk
………………….
835
De Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Kleeding-
bedrijf door
llIr. J. C. Schreuder ………….
…….
838
Maatregelen op Verzekeringsgebied in Frankrijk door
Dr.
A.

Winter

………………………………..
840
Economische maatregelen in Indië

………………..
842
Stand der culturei en uitvoer in Suriname …………..
844
OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFrEN

………………….
844
REGEERINGSMAATREGELEN
OP
HANDELSGEBIED …………
845
MAANDCIJFERS:
Emissies ………………………………….
846
Productie der Kolenniijnen ……………………
846
Rijkspostspaarbank

…………………………
846
Nederlandsche Handeisstatistiek ………………..
846
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN

………………
848-856
Geldkoersen.
Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.
Goederenhandel.
I
Bankstaten.
Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN
Algemeen Secretaris:. Mr. G. W. J. Bruin.s.

WEEKBLAD ECONOMISCII-STATISTISC IIE BERIC ETEN
Secretaris-Redacteur: G. E. liv ffnagel.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 12, Rotterdam.
A ar&geteekende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg 37.

Telaf. Nr. 8000. Telegr.adres: Economisch Instituut.
Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 15,—. Buitenland en Koloniën f 17,-
per jaar. Losse nummers 30 cents.
Leden en donateurs van het Instituut ontvangen het

weekblad gratis.
De verdere publicaties van het Instituut uitgaande
ontvangen de abonni’s, leden en donateurs kosteloos,
voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.
Advertentiën f 0,35 per regel. Plaatsing bij abonne-snent volgens tarief. Administratie van abonnementen
en advertenties: Nijgh 4 van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s- Gravenhage.
8 SEPTEMBER 1919.

In den toestand van de geidmarkt kwam gedurende

de afge]oo.pcn week geen verandering. De prolongatie-

rente noteerde ouveranderlijk 4 pOt. en ook de noten-

ring voor particulier disconto bleef op clezelf de hoogte

als de vorige week, circa 3%
t
37/g
pOt. Voor de

maandswisseiing was er in het begin der week vrij

veel vraag naar geld, maar al spoedig was er weder
aan voldaan cii kreeg de markt een ruimer aanzien,

zonder dat van het een noch van het ander iets in de

noteeringen tot uiting kwam.

*

*

Do weekstaat van de Nederlandsehe Bank geeft eenige

belangrijke verschuivingen te aanschouwen; in het eind-

cijfer is echter de verandering slechts gering. De bin-

nenlandsche wissels vermeerderden ul. met ca. elf mii-

lioen, daarentegen verminderden de beleeningen mat

ruim zestien millioen. Ook de goud’voorraad werd

kleiner, ca. 4 millioen. Verder werd het voorschot aan

het Rijk ruim 4 millioen grooter. Daar do rekening-

coitrant-saldi van anderen ruim”lzes millioen vermin-

‘derden of bijna het geheele verschil tusschen 4nrmeer-

dozingen en vermin,deringen, onderging de .bankhii-

j ottenomloop bijna geen verandering.

*

*
*

De stemming op de wisselmarkt was doorcengeno..

men flauw. Vooral marken waren weder sterk aange-

boden en de koers liep regelmatig iets terug. Ondanks

het overweldigende aanbod, dat vooral op Vrijdag

buitengewoon groot was, was ide daling echter beperkt;

12.30-11.85. Daarentegen was de markt heden hij

zeer veel kleiner aanbod, beduidend. flauwer, zoodat

ten slotte tot 11.40 b. 11.45 afgedaan werd.

Ook Londen en Parijs waren heden sterk aange-

boden ca. 11.17 en ca. 32.40.

HOOGER ONDERWIJS OP HANDELS-

GEBIED IN ENGELAND.

Als op zooveel gebied heeft ook op dat van het
hooger handelsonderavijs de oorlog prikkelend op het
Engelsche volk gewerkt. Weliswaar was ook reeds
v66r den oorlog het instituut in Engeland niet geheel “onbekend. De universiteit te Birmingham bezat reeds
een handeisfaculteit van zekeren omvang, waaraan
o.a. de bekende hoogleeraar Ashley, thans als Dean,
verbonden is, terwijl ook aan de Loudon School of
Ecoisomics and Poliitical Science, hoewel in ‘hoofd-
zaak in ariidere richting georiënteerd, onderwijs gege-
ven werd, bestemd voor toekomstige kooplieden, ban-
kiers, consuls, etc.
Niettemin kon v66r den oorlog door hen, die voor
dan koopman een hoogere vorniing onnoodig achtten
en de meening ihuldigden, dat ook en speciaal voor
den toekomstigen ohef en bedrijfsleider de in en door
de practijk verworven kennis voldoende was, niet
ton onrechte op Londen een beroep worden gedaan.
Belangstelling had het vraagstuk in d: City niet, het
eentige, waar men van die zijde op wijzen kon, waroit
de ‘door het Institute of Bunkers opgerichte cursussen
op bank- en aanverwant gebied, in kim wezen bestemd
voor idon bediende, niet voor den toekomstigen leider.
Dit alles is thans wel zeer veranderd. Het besef,
dat de oude tijden voorhij zijn, dat nieuwe en mach-
tige concurrenten gereed staan, niet onder dan ban
van veel, wat tot op heden als eerbiedwaardige
traditie het En.gelsche bedrijfsleven is blijven ken-
merken, het besef voorts, .dat het voortdurend inge-
wekkelder mechanisme van onzen tijd andexe voorbe-

834

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10 September 1919

rai’din,g dan voorheeii tot al dringender eisch maakt;

terwijl het thans meer dan ooit noodzakelijk is het

jonge ‘geslacht wo goed mogelijk voor te ‘bereiden

voor zijn taak, is doorgedrongen en heeft zijn. werk
gedaan. Met het gevolg, dat thanis in nauwe samen

werking met de eerste mannen uit de Oity een breed
opgezette ‘han’d’elsfaciilteit aan de Londensciie uiiiver-

siteit in wording iis.

Vadwege de universiteit is reeds .geruimen tijd
geleden een eerste schema voor de nieuw op te
richten faculteit ‘in gereedheid gebracht. Dit schema

is verrvoigens door commissies uit de verschillende

takken van handel, bankwezen, scheepvaart, industrie,

etc.. onder de oogen gezien, hetgeen ten slotte van de

zijde van de Universiteit geleid heeft tot het breed

opgezette plan, in den loop van Augustus openbaar
gemaakt.

Het is een eervolle Engeische traditie, dat het

hooger onderwijs niet of slechts zeer. ten ‘deele uit ds
overheld:skas wordt ‘bokostigd. De oudere Engelsche.

er Schotsche, universiteiten ontieenen ‘haar inkomsten

geheel aan eigen vermogen en ook ‘de jongere zijn
voor het meerendeel in ‘het bezit van zeer belangrijke
fondsen. Over.eeuknnistig dit beginsel heeft de univer-

siteit zich op het standpunt gesteld, dat zij bereid is

over te gaan tot het instellen van de beoogde faculteit, wanneer van de zijde van den handel een fonds word.t
bijeengebracht, welk’s rente voldoende moet worden

geacht om ‘de plannen, welke met Engeische breed-
held zijn opgezet en behalve de kostefi van localiteit

en salarissen, belangrijke bedragen voor buitenland-

sche reizen en . wetenschappelijke onderzoekingen

elders, voor beurzen, bibliotheken, publicaties, etc.
omvatten, te kunnen bekostigen.. Het tJniversiteits-

bestuur, in welks handen uiteraard de leiding van het
geheel blijft berusten, ‘meent hiervoor een eerste be-
drag van £ 600.000 noo’dig te hebben.
Uit den ‘handel, ‘het bankwezen, de scheepvaart, etc.

‘heeft zich een comité gevormd met het doel dit.bedrag

bijeen te brengen. Reeds hebben de trustees van Sir 1
Etnost Cassel een som van £ 150.000 toegezegd, mits
voor October een gelijk bedLrag
bijeen
is en zijn tal

van zeer belangrijke bedragen ingekomen. Thans is
aan den handel een ciTculaire gericht, on’derteekenid
door moer dan 30 personen, onder ‘wie mannen als Lotrid

Bunham, Lorçl Incbcape, Sir Fel’ix Sc’huster, Sir R.
V. Vassa’r Smiijth, ‘de onlangs agetredeia Minister Sir
Ar.thur Steel-Maitia.njd en zoovelen meer, niet het doel het ontbrke,nde te vinden. In de circulaire, die
ccii algemeen overzicht geeft van de plannen en van
de oorzaken, die tot de vootgenomen verwezeulij’kihg
op dit oogenbliik hebben geleid, wordt er niet oneigen-‘
aardig aan herinnerd, dat het bedrag ten slotte niet
meer is dan wat in het afgeloo’pen jaar iedere twee
uur ooriogs Egel.nd ‘heeft gekost. Bij ‘den ‘burgerzin,
die den En’gelschen hand.el steeds heeft gekenmerkt,
zal het niet moeilijk vallen het ‘bedrag
‘bijeen
te
brengen. .

Om meer dan één reden loont het de moeite op de
in een voorioopig cuariculum uiteenigezette plannen,’
in onderdeelen in te gaan. Ook hier te lande toch
hebben, •wat het hooger }iaiadeisonclerwijs aantgaat, dc
vragen betreffende’ organisatie en opzet van het
onderwijs, regeling en omvang van de examens en.
dergelijke meer, nog allerminst een defi,ui’tieive beant-
woording gevonden. De Hanidels-Hoogesohool, welke
thans op een zesjarige ervaring kan bogen, beschouwt
hate geldende regeling in verschillend opzicht nog
allerminst als definitief, ‘te Aim’sjterdam zijn
plannen ontworpen, ‘die op ‘belangrijke punten van
dort Rotterdamschen opzet af.wijken, terwijl naast dit.
alles een Staatscommissie ‘doende is het vraagstuk
onder ‘de oogen ‘te zien. Hierbij komt, ‘dat op een be-
laaigrijk punt de Loncienische plannen overeenkomen

met het Ndderlandsche standpunt. In afwijking toch’
van vele ‘buitenlandsche hoogescholen, ‘die met lagere
‘cisclien genoegen nemen, wordt in Londen, gelijk;
hier te lande, van do studenten volledige bevogd-

heid tot het volgen van universitair onderwijs, ge-

eisc)ht. Dat idijt verschil niet alleen op de instellingen
al’s zoodan’i’g zijn stempel drukt, maar ‘bovendien tot

zekere hoogte in ‘de organisatie en in het algemeen in
hot niveau van het onderwijs tot uiting moet komen,
behoeft niet nader te wonden uiteengezet.

Er i’s nog een reden, die ons na.r wat op dit gebied in Engeland wordt beraamd, met belangstelling moct

doen uitzien. Weliswaar kloven aan ‘het Engel’sciie

hooger onderwijs in verscliillen’d opzicht ennetige

tekortkomingen. Mannen als Lord Haldane hebben
hierop reeds ‘sinds jaren gewezen en in den oorlog

heeft men zich hi’er van meer en meer rekenschap ge-

geven. Aan den ‘anderen kant echter zijn er wellicht

geen instellingen van hooger onderwijs in ‘de wereld, die

in die mate als de Engelische universiteiten, Oxford

en Oambridge vooraan, hun jongeren tevens maat-
schappelijke bruilobaarheid en reëel begri’p voor het

leven bij,brengen. Men merkt welUcih’t op, dat niet de

opzet van het onderwijs aan dit alles het voornaamste

deel heeft, doch ‘dat veel meer ide geest’waarin, en de wijze waarop dit ‘onderwijs gegeven ‘wordt, ‘alsmede,

vooral wat Oxford en Oa.ffibr’idge betreft, de geheele

universitaire samenleving en zoovele onweegbare fac-

toren meer ‘beslissend zijn. Ongetwijfeld is dit voor
een groot deel waar. Het neemt echter niet weg, dat

ook bij ‘de inrichting van liet eigenlijk on’derwijs de

Engel’schman steeds op dit doel zijn oog gericht blijft
houden. Vooral voor een handeisrfaculteit is dit van

belang. Maatschappelijke brui’kbaarheid en reëel ho-
gr.ip voor het leven zijn voor den toekonistigen koop-

man waarlijk niet van geringer beteekeni’s ‘dan voor
den ‘toe]comstigen’ jurist en den toekom’stigen deel-
hebber aan ‘hot bestuur van het Britscihe Rijk. Een
kort nesumé van de Londenselie plannen ‘volge dus.
Ingesteld wordt ‘do ‘graad van B a c h e 1 o r o f
o
o m m e r c e, te verkrijgen na het afleggen van

twee examens, ‘het Intermediate Examination en

het Funal Examination. Het tweede examen mag

niet wrorden ‘afgelegd binnen’ 3 jaar na ,den aanw.ang
der astudie, terwijl na het eerste examen minstens 1
jaar ‘verloopen i’noet. Het ‘eerste examen mag niet

binnen het jaar worden afgelegd. Voor beide examens
wordt gedurende twee perioden van het jaar gelegen-
heid gegeven.
Het Intermediate Examination, waar-

voor een ‘normale stu’dieganig van één jaar wordt inge-steld, omvat:

A.
Verplichte valcl,en:
Beginselen der Econiie.
Baaiikwezen, Muntweren, Haridel’spolitiek (‘mcl.
verkeer’spol’irtiek) en Financiewetzen.
Aardrijkskunde.
a.
Bod’rijfsieer (ac.count’ing) voor Handelslicha-
men of
b.
Algemeene Gesdhieden,is in het ‘bij’zon’der
van de 19e eeuw.
N.B.
Canchiaten voor bankwezen doen goed
b,
Algemeene
geschiedenis, te kiezen, de overigen a.

Eén moderne vreenide ‘taal.
B. EM van de volgende facultatieve vakken: Een tweede moderne vreemde taal.
Scheikunde.
Natuurkunde.

Geologie.
Botanie.
0. Wiskunde.
Toegepaste iriskunde
Gesch’iden’i’s:
a.
Geschiedenis van Industrie en
H:an’del;
b.
Algemeene geschiedenis in ‘het ‘bijzonder
vande 19e eeuw.
N.B.
Candid’aten, die de geschiedenis als verplicht vak
hebben gekozen, mogen ideze niet als facultatief vak kiezen.

Engelsch: geschiedenis der taal, litteratuur, stijl

en compositie, etc.
Toegepast kunst, kuastnij verihei d.
Verschillende aanteekeningen geven handleiding bij
cie keuze. Voor toekomstige . journalisten wordt o.a.
vak 9, Engelsch, ‘aangeraden.

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

835

Het In’tenmediate examination is gepliitst in twee
gedeelten. Het eerste deel omvat: de beginselen der

economie, de aardrijkakuade en één taal, het tweede
de overige verplichte en het facul’tatieve vak. Bea’cle

deden ‘kunnen gelijktijdig worden aiigeegd. De
examinandus is echter vrij een van lbeide deelen in

een latere examenperio’de af te leggen. Het zou te ver voeren hier op ‘de nadere omschrij-

vinge, die van de college- en exa.men’stof in de ver-
schillende vakken gegeven worden, hoe belangrijk

deze ook zijn voor een goed begrip van den aard van het

onderwijs, diep in te gaan. Van verschillende vakken
moet deze trouwens nog volgen. Een uitaoniclering zij

echter gemaakt voor het eerste vak, de economie. De
syllabu:s splitst de stof in twee gedeelten. In de eerste plaats een algenieen ovur.uicbt van de industrieele en
commercieelo ontwikkeling van Engeland, hoofdzake-
lijk na 1760 en o.a. onrvattend: de gevolgen van de
invoering der machinale nijverheid, de ontwikkeling

van liet verkeer, de wijzigingen in ide organisatie van
het bedrijfsleven, de oorlog van 1793-1815 en zijn
economische gevolgen, haudelspolitiiek, de bewegingen

in den internationa]en handel, de groei van het bank-
wezen, cle i isvoerling van ‘den gouden standaard, het
algemeene prijsverloop. Poor Laws en Trade Uni-
onism. In ‘de tweede plaats de beginselen ‘der economie,

theoretisch en heschrijvend: ‘doel der economie, be-
grippen, oorzaken van verschillen in productiever-
mogen, analyse van verschillende vormen van pro-
ductie-orga,ni’sntic, waarde in verband met productie,
ruilverkeer, vorcleeli.n,g en ‘verbruik, de ver’deeling van
het inkomen tusshen individuen en klassen, oorza-
ken van wijzigingen in Inonen, winst, rentevoet en
grondrente, economische gevolgen van het normale
oveiheidsingrijpen – alles, zooals de ‘syllabus zegt,
mc veel mogelijk geïllustreerd door voorbeelden uit
vroegere en tegenwoordige Engelsche toestanden.
Examen kan worden gedaan in de volgende talen:
Fransch, Duitsch, Spaansch, Nederlandsch, Russisch,
Arabisch, Perziseh, Turksch, M’aleisch en Ohineesc’h.
(Japanch is niet genoemd.)
Het Pinal Examination omvat:

A. TTerplich.te vakken:

De tegenwoordige organisatie van industrie,
bankwezen, handel en verkeerswezen;
de moderne economisché ontwikkeling van het
Britsche Rijk en de voornaamste vreemde landen;
de beginselen van handeisrecht; de statistiek.

B. Eén groep van facuUat’ieve vakken,
te kiezen uit
de volgende groepen:
Bankwezen.

Handel A (koloniale en algemeene handel).
Handel B (handel op een speciaal deel van de
wereld).
Industrie.
Verkeerswezen (Algemeen).
Scheepvaart.
Binnenlandach Verkeer.
Toegepaste Kunst.
Ieder van deze groepen omvat gemiddeld 4 vakken.
Plaatsruimte maakt godétailleerde opsomming hier
ondoenlijk.

Het Final Examination is eveneens in twee gedeel-
ten gesplitst. Het eerste deel omvat de verplichte vak-
‘ken, het tweede de gekozen facultatieve groep. Ook
hier is de examinandus vrij de beide deelen gelijktijdig
af te leggen, dan wel liet tweede later te laten volgen.
Aangenomen mag worden, dat hij speciaal bij dit
examen het laatste in vele gevallen zal verkiezen.
Onder de vakken voor de speciale groepen toch zijn er,
waarin het examen gemakkelijker zal zijn, wanneer
men eenigen tijd in de gekozen richting is werkzaam
geweest. De regeling heeft dus kans hierop neer te komen, dat in veel gevallen feitelijk aan de defini-
tieve uitreiking van ‘het Bachelor’s Degree een stage
voorafgaat, beëindigd door een laatste examendeel,

dat in sterke mate met de speciale eischen van het
vak rekening houdt. Tevens wordt bij het meeren-

deel der groepen nog een tweede vreemde taal ge-
eischt. Het examen in deze taal kan echter ook bij

het eerste deel, dus tegelijk met ‘de algemeene ver-

plichte vakken, worden afgelegd.
Omtrent het in te stellen M a s t e r s h i p of

O ‘o
in in
e r c e, te vergelijken met on’ze .doctorale

studie, worden nog slechts enkele voorloopige mede-
deelingen ged’aan. Twee jaren zullen na het behalen

van het Bachelor of Oommerce Deg ree moeten ver-
1 oopen, alvorens men zich aan ‘het examen zal kunnen

onderwerpen, terwijl zekere koopmanservarin’g ver-

eischt zal zijn.
Tot zoover de ontworpen Engelsche regeling. Het
kost eenige moeite weerstand te bieden aan de ver-
leiding tussehen deze regeling en de beide tot dusver
bekende Nederlandsche regelingen een parallel te trek-

‘ken. Dat de Engelsche opzet, die op belangrijke punten

afwijkt, in alle opzichten ‘aanbeveling verdient, zou
ik niet gaarne beweren. Ongetwijfeld bevat zij echter

verschillende elementen, die de overweging waard zijn
‘en die, watineer straks het organisatievraagstuk hier

te lande weder wordt opgevat, ‘met vi’udht aan het

dossier kunnen worden toegevoegd. B.

HET KAPITAAL DER IN NEDERLAND

WERKENDE HYPOTHEEKBANKEN.

De inzage van het algemeen overzicht over de in
Nederland haar bedrijf uitoefenende hypotheekbanken

in het laatste jaarboekje van de Vereeni’ging van
Directeuren van Hypotheekhan’ken, blijkens hetwelk
bij een geplaatst aandeelenkapitaal van
f
64.997.500

het obligo van alle aandeelhouders niet ‘minder dan

f
54.946.700 bedraagt, ‘terwijl slechts is gestort

f
10.050.800, zijnde pIm. 16 pOt. van dat totale kapi-
taal, heeft Mr. J. G. ‘de Hoop Scheffer te Leeuwarden
aanleiding gegeven tot eene verhandeling, opgenomen
‘in no. 191 d.d. 24 Augustus 1.1. van dit blad. Daarin
wordt betoogd, dat dit belangrijke obliigo een gevaar
is voor het hypotheekbank’bedrijf en mitsdien met het
gevaarlijke systeem van niet-voigestorte aandeelen
onzei Nederiandsehe hypotheekbanken moet worden
gebroken, zoedat geen uitgifte van dergelijke aandoe-

len meer moet plaats hebben, terwijl de reeds uitgege-
ven aandeelen binnen zekeren termijn, zoo noodig door
atatutairen dwang, eveneens moeten worden volge-stort, waarna dan de officieele beursn’oteering voor
die aanideel’en zou kunnen worden verkregen en de
beleggiiiigsmarlct verrijkt zou zijn met een aantal zeer
soliede courante bankaandeelen met behoorlijk rende-

mont.

De schrijver motiveert Zijne zienswijze in liet kant
met het volgende: Hij
betwijfelt
tea zeerste of die
vordering van bijna 55 niillioen zonder eênige restric-
bie te innen zal zijn, wanneer eens een tijd mocht
komen, waarin het tot het o’pv.ragen van deze gelden
zou moeten komen. Immers, juist in tijden ‘van crisis
zal het voor vele aandeelhouders zeer moeilijk zijn
deze geld’en o’p te brengen. Weliswaar schrijven de
statuten der bamlc’en een maximum aantal aan.deeien
voor, dat op naam van iéii persoon mag worden ge-
steid
3
doch deze statutaire bepaling verliest zeer aan
kracht, doordait bij vele banken de familie van Direc-
teuren en Commissarissen sterk geïnteresseerd is en
bij een mogelijken fin.ancieelen tegenslag in de een of
andere familie een aantal aandeelhouders hunne ver-
plichting tot bijstorting in geval van nood niet
zouden kunnen nakomen. Bovendien is een aandeel-
houder
3
die ‘andaag kapitaaikrachtig is, dit morgen
niet moer en verder worden allicht juist kleine kapi-
talisten, die zich ‘om het gevaar van het obligo niet
bekommeren, door dé ‘hoogere ‘diviclenden verleid niet-
volgestorte aanideelen van hypatheekbanken te nemen,
waardoor bij een algemeene crisis de zekerheid van
bijs’tortinjg voor de verschillende banken nog geringer zal zijn.

836

ECONOMISCHSTATISTISCHE BERICHTEN

10 September 1919

Schrijver acht ht te meer wenischelijk niet het
systeem ‘van niiet-‘volgestorte aandeelen te breken
omdat, gelijk hij tracht aan
te
toonen, een aandeel
eener hypotheekbank, ook wanneer het wèl is volge-
stort, een behoorlijk rendement kan geven.

Waar het vraagstuk in zake niet-volgestorte aan4ee-
len van onze binnen.slauds werkende hypotheekbanken

door een directeur van een dezer instellingen aldus aan
de. orde wordt gesteld, is het zeker niet ondiens’tig
hier van eene tegenovergestelde zienswijze te doen
blijken.

Voor de mogelijkheid van verplichte bijstoriting

wordt door den schrijver slechts gen.oemd •het geval van een algemeene crisis.

Welnu, wij hchben een algemeene crisis gehad in
de tweede helft van het jaar 1914 en wat heeft .dese
ons in deze geleerdl Dat onze binneuslands werkende

hypotheekbanken deze crisis glansrijk hebben door-

staan en bij geen en’kel harer eene bij storting op hare
aandeelen noodiiig is geweest. Hare debiteuren,
zij
het
ook een klein gedeelte met eenige moeite, hebben

hunne renten en zelfs ‘de periodieke aflossingen op
de leeningen voor verreweg het grootste gedeelte be-

hoorlijk betaald, terwijl de houders der p.aud’brieven
hunne coupons ongestoord op den ver’valdag konden
realiseeren en dit alles nog wel, terwijl in die moei-

lijke dagen op effecten zoo goed als geen geld was te
krijgen en zelfs
?t
deposito uitgezet geld .zoolan’g de
crisis acuut was, niet wer,d terugbetaald.

Indien eéne hypotheekbank de resteereude 90 pOt.
van haar aandeeienkapitaal opvordert, moet zij deze

rentedragend beleggen. Zij kan hiertoe deze gelden

op prolongatie uitzetten. In. 1914 zou zij ‘daarover
toch niet hebben kunnen beschikken, want de prolon-
gaties moesten noodgedwongen worden geconti-

nueerd. Zij kan ‘die ook beleggen in le klasse obliga-
ties, doch in bedoelde periode van crisis ging een
beleenen daarvan evenmin. Wil echter zou zij ‘bij eene

belegging van haar volle aandeelenkapitaal. in effec-
ten do sedert 1914 ingetreden algemeene koersdaling
van obligaties, ‘die ook ‘thans nog niet tot staan is
gekmen; zoo duchtig aan den lijve hebben ‘gevoeld,
dat het verlies op ‘dat kapitaal een percentage te zien

zou hebben gegeven, zeer aar&zienlijlc hooger
dan het
betrekkelijk geringe hetwelk in de verschillende ge-
vallen, waarin instellingen zich genoopt zagen ccce
gekeele of gedeeltelijke bijstortiing op hare iandeeiea
te vragen, oninbaar ‘is gebleken.
De practijic
toch heeft
reeds
bij
herhaling afdoende aangetoond, dat de hier-
omtreht door den heer De Hoop Scheffer uitgespro-
ken vreet absoluut ongegrond is en hier te lande de
bestuurders van die instellingen, die met niet-voige-
fourneer.de aan.deelen werken, ‘bij het accepteeren van

aandeel’houders ccixe .nauw.gezetheid in acht nemen, die
het licht gerust kan doorstaan. Dit licht wordt aan
belanghebbeiiden verstrekt door het stelsel van open-baarheid, dat onze ‘hypotheekbanken ook wat de ver-
d.eeling van haar aaiideelenkapiitaal betreft, in hare
jaarverslagen. huldigen. –

Reeds uit het voorafgaande volgt, dat eene hypo-
theekbank, juist ‘wanneer zij de voor haar bedrijf niet
benoodigde 90 pOt. van haar aandeelankapitaal bij
een zoo groet mogelijk aantal kapi.taalkrachtige aan-
deelhouders
laat
en dezen ‘het risico van koersdaling
der belegging daarvan laat dragen, er op kan rekenen
om wanneer de nood aan den man mocht komen,
daarover
integraal. —
behoudens dan de kans op
derving van een klein percentage, dat on’iubaar mocht
blijken -. te kunnen beschikken.
Nu blijkt uit de nadire toelichting van den schrij-
ver, dat hij na de volstorting het kapitaal niet wil
beleggen op prolongatie of in effecten, doch in hypo-
theken, ‘d.w.z. gebruiken
in het bedrijf.
Zooidanige
politiek zou echter geheel en al uit den booze zijn.
Inimer, men kan zich nog eens andere crisis denken,
cl. eens die zich bepaalt tot het
onroerend goed
en
een ‘malaise in het hypotheekbedrijf ten gevolge heeft.
Is het dan voor eene ‘hypotheekbank cciie gezonde poli-

tiek om ook nog haar ‘aandeelenlka’p’itaad, de extra-dek-
king voor hare pandbriefhouders, het risico te doen
dragen van haar bedrijf? Waar de statuten van de

meeste hypotheekbanken reeds voer haar reservefonds
een afzonderlijk beheer
woorschrijven en dit dan ook in
den regel wordt belegd in le klasse effecten – zij het
dan oo’k met de onaangename kans ôp koersverlies als

voormeld – zou hetzplfde toch zeker- in nog ‘sterker

mate moeten gelden voor dat gedeelte van het aan-
deelen’kapitaal, waaraan het ‘bedrijf geen behoefte
heeft. –

Zeer merkwaardig is echter, dat Mr. de H. S. het

oeuige geval, waarin door hier ‘te lande ‘haar ‘bedrijf
ui’toefen.enjde’ hypoth’eekbanken eens bijstorting op
haro aan’deelen moest worden gevraagd, totaal negeert;

een geval, dal juist adoeode aantoont hoe onge-
wensc,ht het zou zijn het obligo, ‘do voornaamste

extra-dekking van de pan-dbriefhou’clers, van aandeel-
houders op te vragen, voordat het bepaald nooidig is.

Wie . herinnert zich niet de crnstigei.uancieele
moeilijkheden, waarin ongeveer een 15-tal jaren ge-

leden twee onzer grooterc hypobheekban’kea, de éene
to A’mstendam en de andere te Rotterdam, zijn geraakt
door
‘het
wanbeheer
en de
kwade trouw van
‘hare toen-
malige leiders? En nu heeft juist de omstandigheid, dat het obligo nog niet
van de aandeelhouders was
opgevraagd, het mogelijk gemaakt, clie instellingen
zood’anig te reorganiiseeren; dat zij thans de débâcle’

ten volle te boven zijn gekomen en wederom -in bloei

verkeeren. W’at zonde er echter van die banken terecht
zijn gekomen, indien die mibetrouwbare leider’s ook
nog de beschikking over de niet gestorte 90 pOt. had-
den gehad?

Ook hier dus heeft de ervaring reeds geleerd; dat
een niet-volgestort aandeelenkapitaal een zegen is,
wanneer de normale dekking voer de pandlbrieven ge-
deeltelijk blijkt te zijn verdwenen. –
Het gaat
bij
eene hypotheekbank in de eerste plaats
om de belangen van de pandbriefhouders, die op 31 December 1918 voor niet min’der dan
f
558.093.713
aan de 50 hier te lande werkende instellingen had-

den toevertrouwd. Dezen stellen zich tevreden met

cciie ‘matige rente, in het vertrouwen, dat eene ‘beleg-
ging onder hy’pothec’air veiband tot de meest veilige
behoort en dit vertrouwen is gerechtvaardigd, – want
het hypotheekbankbedrijf hier te lande heeft tot heden
zijn goeden naam glausrijk gehandhaafd, en
darbk zij
den tegen.woordigen grondslagen
van dit bedrijf,
bleek hun geld zelfs in de beide genoemde gevallen
volkomen veilig uit te staan.
Hoe kleiner
bij
cciie bank de pandbriéven-circulatie
in verhouding tot haar ‘aandeelenkapitaal is, des te
grooter waarborg levert deze extra-dekking aan hare
pandibriefhouders op en, waar hier te lande het aan-
tal instellingen, die het met hare pand’brieven-circu-latie niet verder ‘hebben kunnen brengen dan eenige
millioenen, tegenover een aandeelenkapitaal, dat be-
rekend is op eene ‘grootere, is bij deze banken de waar-
borg, dien de nog niet-gestorte 90 pOt. in handen van
een voldoend aantal ikapitaalkrachtige, aandeelhouders
oplevert, zelfs nog dioeger dan die bij hare grootere
zu’sterinstellingen. Deze

omstandigheid is eene corn-
pensatie tegenover de zn.mn.dere courantheid- der pand-
brieven van onze kleine banken.

Dat bij voorkeur kleine kapitalisten zich aange-
trokken zouden gevoelen .tot eene belegging in niet-
volgefourneerde aandeelen, ten einde een h’oog rende-
ment van hun vermogentje te krijgen, wordt in geen
geval ‘bevestigd door de aandeelhouderslijsten, die de
hypotheekbanken in bars jaarverslagen publiceeren.
Integendeel, deze toonen aan, dat juist voor de ‘kapi-
taalkrachtii.ge personen een aandeel in onze hypo-
theekban’ken wel ‘degelijk groote aantrekkelijkheid
heeft, hoewel daarop slechts 10 of 20 pOt. is gestort,
en in weerwil, dat men toch v’aak als bezwaar tegen
een dergelijk aandeel hoort opperen, dat het onge-
zond is, dat de houder slechts de hooge dividenden
geniet over zijne 10 of 20 pOt.,
terwijl
hij daarnaast

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

837

nog een obligo van 90 of 80 pOt. heeft. Dat onze

kapitalisten voortgaan zich in onze .hypotheekbanken

te interesseeren, nu hun niet de gelegenheid wordt
gegeven zulks met vol-gefourneerde aandeelen te doen

komt, omdat zij over die 90 of 80 pOt., die bij hen

blijven, après coup toch ook eene behoorlijke beleg-

gingsrente kunnen maken en zij in elk geval tenge-

volge van het hoogere rendement over de gestorte 10

of 20 püt. hun gemiddeld jaarlijksch inkomen over
de volle 1.00 pOt. zien verhoogd.- Dit nu kunnen zij
zonder gevaar doen, omdat gebleken is, dat eene hypo-

theekbank, met uitzondering alleen van het geval van
wanbeheer of kvade trouw der leiders – doch hier-

aan staat men als aandeelhouder bij welke instelling ook bÇoot – wel tot de meest soliede der naamlooze

vennootschappen behoort.

Waar mct het bovenstaande nu zeker wel afdoende
is aangetoond, dat de door den heer De Hoop Schef-

fei- aanbevolen volstorting der aandeelen van onze

iiypotheekbanken en belegging dier gelden in het be-
drijf, de tagenwoordige stabiliteit dezer instellingen
belangrijk zou in gevaar brengen en dus allerminst

gewenseht zou zijn, rest nog zijne bewering, dat men

van die aandeelen na die volstorting toch nog een
behoorlijk rendement zou mogen verwachten.

Ook deze is, gelijk blijkt uit de cijfers, die hij
hiertoe zelf noemt, onjuist. Integendeel, de attractie

voor de aandeelen zou ook in dit opzicht tea eenen
male verdwijnen.

Mr. De H. Sch. neemt toch voor
Zijne
berekening

van het dividend, dat na die volstorting te verwadh-
ten zou zijn, ecne bank tot voorbeeld, die in het sta-dium verkeert, dat zij het statutaire maximum harer

pan.dbrieven-circulatie (10 X het bedrag van het
aandeelenkapitaal) juist heeft bereikt, d.w.z. het mo-

ment waarop zij het meeste winst kan maken en loopt
dus hierbij over de geheele periode, die de bank noo-

dig heeft om tot hare 10 millioen circulatie te komen,
eenvoudigweg heen. Nu duurt die periode bij verre-
weg de meeste banken, die het inderdaad zoo ver hebben gebracht – hoe groot is niet (het getal, dat

Op
2, 3 of 4 millioen blijft staan, zonder vooruitzicht
op accrès? – zeker eene 15 tot. 25 jaar. Hij vergeet

dus, dat de 4 pOt. rente-marge ad
f
50.000, iberekend

over 10 millioen pandbrieven’kapitaal, die hij voor

zijne winst.calculatie noodig heeft, er
bij
de meeste

banken nog niet is. En voorzoover het eene bank
geldt, die zoover wél is gekomen en zich geregeld ver-

•der uitbreidt, komt bij deze telkens na eene verdere
kapitaaluitbreiding met volfourneering onvermijdelijk een terugslag in het jaarlijksch . rendement, want men

kan natuurlijk niet jaarlijks, naar g
p
lang men denkt

pandbrieven te zullen plaatsen, juist het hiertoe be-
noodigde nieuwe kapitaal, niet meer d’och ook niet
minder, gaan zoeken, gesteld al, dat de geidmarkt
elk jaar even gunstig voor de plaatsing van’dergelijke

aandeelen zoude zijn.

Doch zelfs ook het resultaat, waartoe de heer De
H. Sch. komt, na te hebben berekend, welke dividen-
den ‘het 9-tal door (hem genoemde grootere banken over

1918 zouden hebben kunnen uitkeeren, indien haar
aandeelenikapitalen waren volgestort, bewijst juiat het
omgekeerde van hetgeen hij daarmee .heef t willen aan-
toon.eri. Irnmrs, voor onze twee oudste, reeds langer dan50 jaar werkende ‘bankpn, zouden die dividenden
hebben bedragen 7,3 en 7,7 pOt. Slechts ébne bank,
die bij na 30 jaren .bestaat, zou 8 pOt. voor haar divi-
dend hebben bereikt, terwijl de cijfers voor de 6
andere varieeren van 5,7 tot 6,8 pOt. Zou men nu
werkelijk willen volhouden, dat met deze resultaten,
nog wel in een tijd, waarin bijna een ieder bedacht
is op eene opvoering van zijn inkomsten, over le klasse
gewone aandeelen dividenden tot 10 pOt. en hooger

• en zelfs met cumulatief preferente winstaandeelen
vaak nog imeer dan de ,door den
schrijver
opgegeven

cijfers wordt behaald, de nandeelen in ‘hypotheekban-

ken nog aantrekkelijk zouden zijn?

Het natuurlijk gevolg van eene volstorting.der aan-

deelen zou dan ook
zijn,
dat de directies, ten einde

deze aantrekkelijker te maken, zouden gaan trachten

de dividenden. boven de door den schrijver berekende
percentages op te voeren; En dit juist zou niet ‘alleen

gaan ten koste van de soliditeit onzer banken, doch
tevens van haar concurrentievermogen. Want die

hoogere dividenden zijn alleen te bereiken door eene

vermindeting der jaarIij1esclie dotates aan de reser-
ves en een opvoeren van de rente en provisies van

de hypotheken en dit laatste w’eer ten koste natuur-

lijk van de soli.diteit van deze. En verder zou de toch

reeds scherpe concurrentie van de particuliere geld-

gevers, die van het hier te lande op hypotheek uit-
staand kapitaal, ad rond 24.00 millioen gulden, nog

steeds de grootste helft fourneeren en van de levens-

verzekeriugmaatschappijen, spaarbanken en andere
instellingen, die daarvan te zamen nog meer verstrek-

ken dan alle 50 hypotheekbanken te zarnen, nog be-

langrijk worden verzwaard.

In eene uitvoering van het denkbeeld van volstor-

bing der aandeelen onzer •hypotheekbanken schuilt
dus voor het geheele bedrijf een enorm gevaar. Blijve
derhalve liever, bij de toch reeds te groote gedeeld-

heid van het hypotheekbankbedrijf hier te lande, het

hoofddoel van onze banken om,
met handhaving van

‘de beroefde grondslagen, waarop het berust en waar-

mee het zijn goeden roep heeft verworven,
te streven

naar eene krachtiger orgahisatie, ten einde eenerzijds,
door den pandbrief als fonds aantrekkelijker te maken
voor het gddbeleggend publiek en hierdoor den afzet

te bevorderen en anderzijds, door matige ‘hypotheek-condities, zich gaandeweg een •grooter en tevens nog
beter aandeel in het op hypotheek uitgezet kapitaal

te veroveren.
Mr.
H. R.
VAN MAASDIJK.
Den Haag, 31 Augustus 1919.

N a s cii r i f t: Nadat het bovenstaande was ge-
schreven verscheen, naar aanleiding van het opstel

van den heer De Hoop Sc’heffer, in de
Nieuwe

Financier en Kapitalist
van 5 September 1.1. een

hoofdartikel over: ,,Niet-voigestorte aandeelen”.
Daarin komt de schrijver eveneens tot de slotsom, dat
de financieele bezwaren tegen de aanbevolen impera-
tieve volstortiug der aanideelen onzer hypotheekbaulcen
van dien aard zijn, dat daâraan niet kan worden ge-
daht. Hij noemt liiertâe nog een.ige andere factoren,
die door den (heer de H. Seh. bij de berekening
van het rendement na die volstorting over het hoofd

werden gezien en dit nog lager maken dan door hem
wordt aangenomen.

Nu onze hypobheekbaniken zich dus tot niet-ver-
plicht voigestorte aanideelen zullen moeten blijven be-
palen, is de eenige weg om te voorkomen, dat van het
o’bli.go een percentage oninbaar zal blijken wanneer
het te eeniger tijd bij eene bank tot een opvragen

daarvan mocht komen, dé door de Nieuwe Financier
en KapitalisiL aanbevolen maatregel, nl. (het opnemen
in de statuten der hypotheekbanken van eene bepa-ling, die den directies het recht :geeft,
van aandeel-

houders het stellen van zakelijke zekerheid tot het
bedrag van hun obligo te vorderen.
Zoodaizige zeker-

heid zou dan kunnen worden gegeven, hetzij in effec-
ten (het bij de Nationale Hypotheekbank reeds in
zwang zijnde systeem), hetzij door inpandgeving van

– hypothecaire grossen, hetzij door het verleenen eener
crediethypotheek op onroerend goed, of met andere
le ‘klasse waarden.

Echter mag dan die zekerheid in geen geval in
handen worden gegven van de directie der hypo-
theekbank,
want dan zou, op ‘de reeds hierboven uit-
eengenette gronden, wel eens kun.nen
blijken,
dat ,,le
remède était pire que le mal.” Zij zou dus – eene

oplossing, door de Nieuwe Finiancier en Kapitalist
eveneens reeds aangegeven – moeten worden onder-
gebracht bij een ,,derde”, bij’v. eene Trust-Maat-
schappij, die haar ten behoeve der crediteuren van de

r

838

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10 ‘September 1919

hypotheekbank, in de eerste plaats de pan;dbr.iefhou-
ders, bewaart.

Het moet echter zeer worden betwijfeld, althans

zeker ‘wat de reeds geplaatste aandeelen betreft, of
deze maatregel in ‘de practijk wel. door te voeren ren
zijn. Hij beoogt echter gelukkig slechts, een dubbel

overhalen van de extra-zekerheid en, gelijk de erva-

ring heeft geleerd, kan het bedrijf der ‘hier te l’ande
werkende hypotheekbanken zulks ‘gerust ontberen

zonder daarbij iets van zijn goeden naam in te boeten.

H. R.
v. M.

DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST

VOOR HET KLEEDINGBEDRIJF.

De sterke staatsinmenging, die men gedurende de

oorlogsjaren in haast alle ‘bedrijven moest dul-
den, heeft zoowel onder werkgevers als wer!knemers

het verlangen gewekt om in den vervolge in onder-

ling overleg, en dus met terzijdestelling van den

gewonen wetgever, zoover doenlijk, alle bedrijfsaan-

gelegenheden op het gebied van den arbeid ‘bij collec-

tieve contracten te regelen. Hierop doelde de ‘heer

Paul Nijgh in zijn iiistall’atierode van den Loonraad
in de Haven- en Zeevaa’rtheda’ijven, toen hij, naar het

verslag in het ,,Alg. Handelsblad”, zei, ‘dat door den

raad ,,tal van economische en bestuurlijke vraagstuk-

ken tot ‘oplossing zouden kunnen worden gebracht;

waardoor wettelijk ingrijpen, ‘dat zoo menigmaal sto-rend heeft gewerkt op de ontw

ikkeling van. de bedrij-
ven ,en o’ntstemming opwekte zoowel bij wekuemers

als bij werkgevers, tot allei bevrediging kan worden ver-

meden”. En dat ook de regeer’i.ng bereid is hier den

helan.ghdbben.den zoovee’l mogelijk •d vrije hand ‘te

laten, moge ‘blijken uit het feit, ‘dat Ministr Aal’berse

bij ‘de schriftelijke behandeling van de nieuwe Arbeid’s-
wet uiting gaf aan zijn spijt,” dat deze wet noodi’g wat
en dat ‘de werkgevers en werknemers nog niet in staat
waren door ‘middel van hunne organisaties de na wet-

telijk vastgestelde bepalingen algemeën doorgevoerd te

krijgen. De ‘wetgever riet in, hoe grof zijn werk moe
ingrijpen in het zoo gedifferentiëerde bedrijfsleven en

liet het gaarne over aan de Tdeskundige handen der

dadelij’k bij den bedrijfsarlbei’d betrokkenen. Aan de

onderlinge regeling der ‘bedrjf’s’aa’ngelegenheden ‘dooi’

de patr’oons en arbeiders zijn zeker gevaren verhon-
‘den, vooral voor dan eonsiiment; i’k ‘ga op de’ze thans
niet nader in, doch volista met ‘het constateeren van
‘liet ‘bestaan der vermel’d&n.ei’ging.
M. i. is als ‘bewijs van de zucht den ‘arbeid van den
wetgever ‘overbodig te maken van belang de nieuwe

collectieve ,,arbeidsovereenkomst voor het kleeding-
bed
r
ijf in Nederland”, waarvan het eerste gedeelte, geldend voor liet heerenkleeding’bedrijf, in druk is

verschenen. Zij werd den ’23en Juli I.I. ‘door de. bon-
den van werkgevers in de ‘kleeding’indu’strie, maat- en
confectiezaken en lever’antie van militaire ‘kleeding,
met ‘de moderne, syn’dicalistisc’he, roomsch-‘katholieke,

christelijke en neutrale arbeidersorganisuties gesloten
en geldt voor het .geheelè land. De arbeid, d’ien zij’van
den wetgever overneemt, is de ‘bestrijding ‘d’er huis-
indu’strie. De nadeelen van •deze beh’oef ik hier zeker
niet uitvoerig uiteen te zetten. Alen den’ke slec}ts aan
de hygiënische bezwaren, die het verwerken van
grondstoffen in de woonruimte meebrengt, aan de

‘gelegenheid, ‘die zij schept voor, door ‘geen enkelen
wettelijken maatregel te beletten, kinderai’beid, om nog
te zwijgen van het ‘gemis aan gezelligheid, dat de
tot werkplaats ‘ingerichte huiska.mer ‘ongetwijfeld

moet vert’oonen. Art. 1 van het collectieve contract
verklaart reed’s ‘dadelijk den ,00rlog aan de huis-
industrie: ,,Partijen verbinden zich met alle hun ten
dienste staande middelen de afschaffing ‘der huis-

nijverheid en de volledige doorvoering van den acht-
uri,gen ‘ar’beidsdag (op het ‘verband tussohen deze beide
kom i’k straks terug), te bevorderen.” Men is geneigd
hij het ‘lezen van deze ‘bepalin’gen aan een phrase te
denken, aan de uiting van een algemeen erkende

wenschelijk’heid, die echter wel voorbeschikt is vooi-

loopi’g pium votum te blijven. Daarmee zou men toch

de ‘beteeken.is der inleidende verklaring onderschat-

ten. Door het geheele contract is het streven merk-

baar de huisindu’strie terug te dringen, door de posi-

tie van den atelier-arbeider steeds benijdensw’aard’i’ger

te ‘maken, dan die van den thuiswerker. W’ant dit is

juist een der grootste moeilijkheden ‘bij de ‘bestrijding
der huisindustrie: men moet vaak vechten tegen haar

sladhtoffers zelf. De hygiënische ndeelen worden

meestal door de .arbeiders slecht begrepen of in elk

geval weinig geteld, maar zij zijn zeer gehecht aan de,

van sociaal standpunt gezien, zoo onbeteekenende

voordeelen, ‘die ‘de huisnijverheid meebrengt. De thuis-

werker arbeidt, wanneer het hem lust, wil ‘his laat

‘opstaan en laat ter r,uste gaan, niemand zal ‘het hem

beletten, wil hij soms een halven of ge’heelen dag va-

cantie nemen, niets dwingt hem te blijven ‘ar’beiden:

in. één w’oord de thuiswerker behoudt ,een grootere

mate van vrijhei’d, ‘dan «den atelier-arbeider ‘ooit kan
worden ver.gun’d.
Daarbij,
hij leeft ‘geheel in zijn ‘gezin

en ‘kan zoo noodi’g ‘bij ziekte of afwezigheid van zijn

vrouw een deel van haai’ ‘arbeid op nich nemen, zoo-d’at de ‘kinderen niet ôf zonder verzorging ‘behoeven

te blijven èf aan vreemde h.anden moeten worden toe-

vertrouwd. Deze voordeelen, met het minder sympa-

thioke van de reeds vermelde mogelijkheid ‘van niet

te beletten kindei’aribei’d, doen de werknemers: veelal
aah het thuiswerk hec’hten en daarom
‘is
het noodig
in hun eigen hooger belang; ‘dat zij in de ‘betere voor-

waarden van’ den atelier-arbeid een vergoeding vinden

voor het’ prijsgeven ‘van liet stelsel der huisindustrie.

Wij zullen ‘hieronder kunnen opmerken, hoe men’ in
het collectieve co’ntractlreeft gepoogd den thuiswer’ker

te bewegen zijn woning voor het atelier te verwis-
selen.
Eerst mogen wij nog even de vraag onder de ‘ooge

zien: ‘hoe staan de werkgevers tegenover ‘de huis-

industrie? Zij brengt voor ‘hen onmiskenbare voordee-
lan mee: indien de werknemer zijn arbeid in zijn

woning verricht, behoeft de patroon geen k’osten te
maken voor ‘den ‘bouw en het onderhou’d van een
,atelier, noch voor zijn verwarming en verlichting, al

zal hij ‘daarnaast ook minder ‘contrôle over den ‘arbeid

kunnen uitoefenen dn voor een goçd resultaat wen-
schelijk ‘kan zijn. Door voor de atelier-‘ai’ibei’ders ‘de er-
beidsvoorwaarden nu beter te maken’ dan voor de
thuiswerkers, gaat men echter oor ‘de werkgever’s de
voordeelen der huisnijverheid vergrooten:
zij
werken
hij dit stelsel ‘dan toch met goed’kooper krachten. De

organisaties d.e
r
werknemer’s begrepen ‘dit en verzetten
zich dan ‘ook ‘aanvankelijk tegen het maken van onder-

scheid ‘in de arbeidsvoorwaarden van atelier- en thuis-
werkers. Zij vreesden, en de practij!k ‘heeft reeds’be-
wezen, dat hun vrees’ niet geheel ongegrond’ was, dat
ei’ werkgevers zouden zijn, die nu al hun arbeiders

tot thuiswerkers zouden maken. Toch he’hhen ‘zij later
in de voorgestelde regeling ‘hewihligd. Art. 14 van
het contract ‘heeft ten ‘doel den teruggang naar de
huisnijverheid’ te beletten: ,,De werkgeversbonden

verbinden zich met alle hun ten dienste ‘staande ‘mid-
delen het ‘vervangen van werknemers, d’ie op werk-

plaatsen arbeiden, ‘door ‘buisarheiders tegen te gaan.”
De bepaling, zooal’s zij daar st’aat, kan echter ‘een doode

letter ‘blijven. Het is noodig, dat ook de
ar
b
e
id
er
,
s

bonden, aan welke’ krachtens liet 2e lid van art. 14
mededeeling moet worden gedaan van elk geval der
gewraakte vervanging, met alle m’acht zich tegen een
uitbreiding der huisin’dustrie verzetten.
Achtereenvolgens wil ik thans de voornaamste
elementen der collectieve
arbeidsovereen,komst
aan
een ‘korte bespreking onderwerpen.

De arbeidsduur is vastgesteld op 8 uur per dag,

maar uit den aard geldt dit alleen voor ,,werknernèrs,
die op werkplaatsen ar’beiden”, de huisnij’vere bepaalt
toch zelf, den duur van zijn ar’beidsdag. Dit is een

groote belemmering ,voor de volledige doorvoering

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

839

van ‘den acht-urendag en daarom zagen wij dezen in

art. 1 dan ook .d’adelijk verbonden met de afschaffing

der huisindustrie. Uit het feit, dat voor den thuis.
werker geen maximale aiibeidsdag kan worden vast-

gesteld, zou volgen, dat deze ook nooit een toeslag

op zijn loon voor overwerk, het werk, verricht buiten
de normale arbeidstijden, zou ontvangen, gelijk deze
voor den atelier-arbeider op 25-100 pOt. is ‘bepaald.
Men zag de onbiUijkheid hiervan in en stelde vast,
dat, indien ,,hei’de partijen overeenkomen, dat (aan

een werkstuk) tuaschen 8 nam. en 6 voorm. of op

Zondagen …. moet worden gewerkt” een verhooging
van 50 püt. op het loon wordt uitgekeerd. Voor zoo-

ver mij bekend is, is dit het eerste geral, waarin aan

arbeiders in de huisindustrie ‘bij een collectieve ar-
beidsovereenkomst een extrabelooning voor overwerk

wordt toegezegd. De toeslag is kleiner dan die der
atelier-arbeiders, die hijv. voor arbeid tusschen 12 uur
‘s nachts en 6 uur voorm. en voor Zondags’arbeid het

dubbele van ‘hun normale loon ontvangen.

Voor de loonabepaling bevat het collectieve con-
‘tract een zeer bijzondere regeling, die echter tevens,

naar ik meen, als een zeer gelukkige mag worden

aangemerkt. Men kent in ‘de kleed.ingindustrie als
regel stukloon en men heeft nu voor de ‘berekening
hiervan niet voor elk onderdeel van den ileerinakers-

arbeid de som gelds vastgesteld, waarmee het wordt
beloond, maar het aantal minuten of uren, dat de
gemiddelde arbeider voor den arbeid noodig zal heb-

ben. Het voordeel van dit stelsel is, dat nu in het
contract zelf slechts de uurloonen ‘behoeven te worden

bepaald voor elke categorie der arbeiders in de klee-
ding.industrie. Eerste ‘klasse werk is in de tijdta’belien
genoteerd voor langer arbeidsduur dan ‘dat van lagere
klasse en vindt dus automatisch een hoogere beloo-

ning. Bij een verhooging of verlaging van het loon
behoeven nu ook niet de reer uitgebreide tabellen
herzien te worden, maar kan men volstaan met ‘de
wijziging der enkele uurlooncijfers. De ‘bepaling van
de voor de verschillende hewer’kingen benoodigde tij-
den was geen geringe arbeid; De commissie uit de

werkgevers- en werknornersbonden, die met de voor-
beredng der collectieve arbeidsovereenkomst be-
last was, splitste zicli voor dit werk in sub-commis-

sies voor •de verschillende takken der kleeding-
industrie en elk stelde op ‘haar gebied ‘de werktijden
vast. Alleen voor het heerenkleedirigbedrijf beslaan

deze ta’heilen reeds 50 bladzijden druks. Voor de be-
paling der uurloonen zijn de gemeenten in 5 klassen
verdeeld, voor elke van vc]ke de bonen der arbeiders
in de verschillende categorieën zijn gefixeerd.

Bij de bepalingen betreffende ‘de bonen komt vooral
de gunstige p’ositie der atelier-arbeiders ten opzichte

der thuiswerkers uit. Ten eerste is het loon der laat-
sten in elke rubriek steeds 3 cents lager dan ‘dat der
eersten, ‘doch dit is niet het voornaamste. Art. 10
van het contract bepaalt o.a.: ,,Aan alle werknemers,

die op werkplaatsen arbeiden, worden halfjaarljks
1100 arbeidsuren gewaarborgd.” Deze loongarantie,
krachtens welke dus den atelier-arbeider zijn loon

over een vastgesteld aantal uren wordt uitbetaald, ook
al ‘heeft ‘hij wegens bedrijfsslapte minder gewerkt, ont-
gaat den thuiswerker. Hier rijst de vraag of dit wel
billijk is. Het ‘doel, de afschaffing van •de huis-
industrie, kunnen wij zonder voorbehoud toejuichen,
maar daarom is nog niet elk middel, dat aan dit doel

bevorderlijk is, toelaatbaar. Meent men, ‘dat een ar-beider niet het geheele risico mag dragen van slapte
in het bedrijf en wil men hem daarom een minimum-‘
loon garandeeren, ‘dan ‘zal dit toch evenzeer gelden
voor den thuiswerker, d.ie ook bij vermindering van
werk zijn inkomen ‘ziet dalen. Daarbij komt, ‘d’at deze
niet steeds in de gelegenheid zal zijn atelier-arbeider
te worden: hiervoor is toch in de eerste plaats noodig,
dat een werkgever een plaats op zijn werkplaats voor

hem beschikbaar stelt. Daar de thuiswerker dus niet
steeds alleen en soms in het geheel niet verantwoor-

delijk ‘is voor zijn huisin’dustrie, komt het mij voor,

dat de bokmiddelen naar het atelier niet te sterk
mogen zijn. Men aal antwoorden: art. 18 verbiedt in
bepaalde ‘gevallen aan atelier-arbeiders den arbeid

voor particulieren op straffe van verbeuring van hun
garantieloon, terwijl een dergelijke bepaling voor de

thuiswerkers niet bestaat: dezen kunnen dus in tijden

van slapte hun loon op andere wijze aanvullen. Dit ar-
gument zou alleen opgaan, indien vaststond, dat de

thuiswerkers steeds voldoende werk ,,in eigen be-

heer” konden krijgen, iets wat, naar ik meen, op zijn
zachtst uitgedrukt, zeer onwaarschijnlijk is. Billijk-
hei’dshalve zal de loongarantie, zij het voor een ge-
ringer aantal uren, ook over de huisindustrie moeten

worden uitgebreid. Er ware over ‘het garantieloon nog

meer te zeggen, dat hier echter met het oog op de
plaatsruimte moet achterwege blijven.
Da’delj’k in verband met de boonsbepaling staat de

ziekteverzekering: krachtens een contract met dc

Vereeniging ,,Ziekte-Risico” te Amsterdam, wordt

gedurende 13 weken 70 pOt. van het loon uitgekeerd,

alleen a’an atelier-arbeiders. Tot dezen zal ‘de ziekte-
verzekering wel altijd moeten beperkt blijven, d’aar

de contrôle der thuiswerkers te moeilijk zou worden.
De opzoggingstermijn der individueele onder vi.gueur

van de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten ar-

beidscontracten w’ordt niet vastgesteld, men houdt

zich hier blijkbaar aan ‘de bepalingen van de wet op
het arbeidscontract. Wol schreef men voor, dat do
patroons de arbeiders in de beide stille perioden van

het jaar, die de .kleedingindustrie kent, niet wegens
gebrek aan werk zouden ontslaan, waar tegenover de

verplichting der arbeiders staat, om de werkgevers
niet gedurende de drukke ‘maanden ,,’zonder behoorlijke
redenen” in den steek te laten. Bij overtreding van

deze bepaling ‘door den werkgever is het gegeven ont-
slag nietig en blijft de arbeider dus tot zijn loon ge-

rechtigd. De bestraffing van den werknemer, die zijn
patroon ontij’dig verlaat, liet men ‘aan zijn organisatie

over: ‘de ar:beidershonden moeten ,,met alle hun ten
dienste ‘staande middelen” de gewraakte handeling
beletten. De ‘besproken ‘bepalingen gelden alleen voor
atelier-arbeiders en men vraagt zich weer af, of dit
wel verded’igbaar is. Meer en meer gaat men inzien,

dat hij, die werklieden in dienst nam, op de’zcn het
risico van verminderde bedrijvigheid in zijn onder-
neming niet zonder meer mag afwentelen. Maar als

dit eenmaal in principe is ‘aangenomen, gel’dt het

toch ook voor ‘de thuiswerkers; dezen, gewoonlijk lager
staan’de dan de atelier-arbeiders en ‘grootendeels onge-
organiseerd, zullen hij ontslag eerder aan ‘armoede

zijn prijsgegeven dan ifiun op werkplaatsen arbeidende
vakgenooten. Ook bier lijkt mij de verschillende be-
handeling ‘der beide categorieën een te rigoureus

en daarom on’billij’k verkend middel ter ibeperking der

hu’isindustrie.
De vacantiehepalingen gelden voor alle arbeiders

gelijk: drie ‘d’a’gen, indien de betrokkenen zes maan-
den, zes dagen, zoo zij twaali maanden achtereen voor
deruzelfden pataoon hebben gewerkt. Gedurende de
vacantie ontvangt men respectievelijk een halve en

een heele week loon, bepaald op
1/5
van het gedurende

het laatste halve of heele jaar verdiende met een maxi-

mum van 24 en 48 mii.
Den inhou’d der voornaamste artikelen betreffende
de arbeidsloonen hebben wij in het kort bezien. Een
enkel woord moge nog volgen over de verhouding

tusschen de leden van de heide groepen contractee-

rende organisaties.
Het verplicht lidmaatschap, de bepaling, dat dc

leden van de werknemersbonden slechts mogen arbei-
den bij patroons, aangesloten bij de werkgeversver-
eenigingen, gelijk de, laatsten slechts de erston in

dienst mogen hou’den, bi-engt het contract niet. Hier-
vooi- was het ‘aantal georganiseerden aan beide zijden
waarschijnlijk nog te klein. Een aanloop naar het ver-
plicht lidmaatschap vindt men echter wel. Voqr de

840

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10 September 1919

patroons ligt het groote nadeel van ‘het feit, dat een

gesloten, collectieve aibeidsovereenkomst niet in het
geheele bedrijf geldt, hierin, dat een niet gebonden

werkgever door het betalen van lager bonen den wel

door het contract gebqndënen een minder faire con-

currentie kan aandoen. Men heeft dit willen tegen-

gaan door deze bepaling van art. 19: ,,De leden der
werkn’emersbonden verplichten zich, voor eoover zij

werkzaam zijn bij ongeorganiseerde werkgevers, die

niet ‘bereid zijn zich aan de ‘bepalingen dezer overeen-

komst ‘onmiddellijk te onderwerpen en voor zoover

georganiseerde werkgevers bereid zijn, die leden in
dienst te nemen, de dien’sbetrekking met dé ongeor-

ganiseerde werkgevers ten spoedigste te ‘beëindigen.”
Waarde heeft m.i. het artikel niet, behalve ‘dtn als
een inleiding tot een latere opneming van het ver-

plicht lidmaatschap; bij den ongeorganiseerden werk.

gever, die zich niet aan de ‘bepalingen van het con-

tract zal willen onderwerpen, zullen wel slechter

‘arbeidsvoorwaarden gelden dan de in het contrast

vastgelegde en de arbeider zal ‘dus ‘in dat geval ook
geen aanmoedig’ing jehoeven dezen patroon te ver-

wisselen, indien daartoe gelegenheid bestaat, voor een,
die zich wel ‘aan de overeenkomst hou’dt. -‘

Ik wil eindigen met de vermelding, dat alle ge-

schillen, die uit de collectieve arbeidsovereenkomst
kunnen voortvloeien, zullen worden ‘beslecht door één
algemeen en meerdere plaatselijke s
‘cheidsgerec’hten,
welke uit gelijke getallen vertegenwoordigers der

werkgevers- en werknemersorganisaties zijn samenge-
steld. De vroeger onontbeerlijk geachte onpartij’dige

voorzitter wordt hier, evenals bij de scheidsgerechten

in het drukkersbedrijf, weggelaten; beurtelings presi-deert -een lid-werkgever en een lid-werknemer, door

zijn collega’s in het sc’heidsgerecht aangewezen, voor
drie maanden het rechtsprekend college. Het gevaar
voor staken der stemmen bij ‘het even aantal leden is
in de practijk gebleken zeer gering te zijn: men weet

tot een resultaat te moeten komen en de beslissing,

niet eventueel aan den onpartijdigen voorzitter te
kunnen overlaten.

Ik meen, dat wij ‘de totstandkoming der nieuwe
collectieve overeénkomst in de ‘kleedingindustr’ie wel
niet zullen mogen beschouwen als een gebeurtenis van

buitengewoon groote ‘beteekenis voor het sociale leven

in Nederland, maar dat ‘zij toch genoeg ‘belangrijks
bevat om een bespreking van haar inhoud in dit tijd-
schrift te réchtv’aardigen. î. C.

MAATREGELEN OP VERZEKER1NGJSGEBIED

IN FRANKRIJK..

Nu de toestanden in Frankrijk langzamerhand weer
eenigszins normaal ‘beginnen te worden, zijn er da’de-
lijk maatregelen gendmn’ om de verschillende .u!itzon-
deringsbepalingen ‘voor gemobiliseerden en voor hee,
die ,van het moratorium hebben gebruik gemaakt, te,
liquicieereii. Gedurende den oorlogstijd was men zeer
vrijgevig geweest met het ontwerpen van wettelijke
bepalingen, die véle categorieën van personen vrij-

stelden van den plicht tot prem’iebeta’ling, zonder dat
de verzekeringsmaatschappijen het recht tot ro’yeering

der desbetreffende verzekeringeii hadden en men
moest nu langs wette]ijken weg weer trachten een

zuiveren toestand te verkrijgen. Een poging daartoe
is ‘de wet ‘van 22 Juli 1.1.: ,,Loi relative aux contrats
d’assurance sur la vie en temps d’e guerie”, versche-
nen ‘in het Journal Off’iciel van 26 Juli 1.1.
Er ‘wordt
bij
deze wet onderscheid gemaakt tu’ssahen
de verzekerden, idie gemobiliseerd waren en die niet
gemoibiliseerd waren, terwijl de eerste categorie voor-

-eerst wGrclt onderscheiden in verzekeiden bij over-
lijden ei bij leven en ton slotte de ‘eerste van deze
beide laatste groepen iordt onderverdeeld naarmate
de ‘verzekeri’ngsvöorwaarden ‘der Maatschappij, bij ‘vie
zij verzekerd waren, tijdens de vii anclelij’kheden de
verzekering geheel schorsten of slechts de sterfgevallen

tengevolge van den oorlog uitsboten. Buiten ‘beschou-

wing zijn natuurlijk gelaten de verzekerden, die

door een afsonderlijk ,,avesrant de guerre” het geheele
risico, aan ‘den oorlog veribônden, ‘hadden gedekt.
Vooreerst worden beschouwd de gemohiliseerdo ver-

zekerden bij overlijden, wier verzekering geheel ge-

schorst is. De wet bepaalt dit tijdperk van schorsing
als loopenide vanaf den datum ‘der algemeene mobili-

satie, of, wanneer de ‘verzekerde later is ingelijfd,

van af dien datum tot hoogstens drie maanden na
afloop der vijandelijkheden.

De Maatschappijen, ‘clie echter volgens haar voor-

waarden een korter tijdperk van schorsing aannemen,
zijn daaraan gebohden. Ihdien een ‘gemobiliseerde ver-

zekerde gedurende dat tijdperk overlijdt, ‘door welke
oorzaak ook, moet de totale reserve op het oogenblik,
dat de schorsing inging, worden uitgekeerd, berekend
naar de wettelijke voorschriften. Dit bedrag moet

worden vermeerderd met de rente tot op het oo’gen’biik
van uitbetaling. Indien de verzeker;do niet alle pre-
mies tot op het oogenbl’ik van schorsing had betaald,

zullen de rechthebbenden de resejve ontvangen, be
rokend op den dag, voorafgaande aan ‘den datum der eerste onbetaald gebleven _premie, vei”minderd met

de tot op den dag van schorsing verschuidligde pre-

mies, maar vermeerderd met het deel dier premies,
dat tot verd’iooiging der reserve dient. M.a.w. de pre-
mies, betrekking hbben,de op het risico, door de Maat-

schappij geloo’pen ‘vanaf den datum van d,e eerste onbe-
taald gebleven premie tot den datum van schorsing,

mogen van de reserve wor’den afgeh6uden. Indien

een ‘verzekerde een of meer premies heeft betaald, die

vervi’elen na den datum van schorsing, ‘dan zullen die
zonder rente wonden teruggegéven aan zijn rechtheib-

‘benden. De verzekerden, wier verzekeringen zijn ge-
schorst en die aan het einde per periode van schorsing
nog in leven ‘zijn, treden zonder nieuw geneeskundig

onderzoek weer in hun oude rechten; zij, die véér

eindiging der vijaudeljkhed’en zijn ‘gedemohiliseer,rj,
uiterlijk da-je maanden, nadat de verzekerde bij aan-
geteekend .sdhrjven de Maatschappij van’zij’n demobi-
lisatie heeft in kennis gesteld. Bij het herstel ‘van die

verzekeringen en de aanzuivering der achterstallige
premies behoeft van de tijdens de schorsingsperioda
verschuldi’gde premies slechts de spaarpremie, die tot

reservevorming dient, te worden betaald, daar immers
gedurende den tijd ‘dooi de Maatschappijen geen
risico is geloopen.

De tweed’e groep, die wordt ‘beschouwd, zijn de
gemobilis’eerde verzekerden ‘bij overlijden, wier ‘verze-.
ker’inig niet geschorst is, maar, slechts n’iet wordt uit-
betaald ingeval van overlijden tengevolge van den

oorlog. Is de verzekerde dus overleden tengevolge van
een niet met den oorlog in verband staande oorzaak,
dan wordt het verzekerd kapitaal geheel uitbetaald, staat het overlijden in verband met den oorlog, dan
moet :de volgens de wettelijke voorschriften op den
dag van overlijden berekende reserve worden uiitge-
keerd. Indien de ‘veizekerde niet alle premies tot dien
datum had ‘betaald, dan zullen de rechtihebbeniden
de reserve ontvangen, berekend op den dag, vooraf-
gaande aan iden datum der eerste onbetaald gebleven
premie, verminderd met ‘de tot den dag van overlijden
verschuldigde premies, maar vermeerderd met dat

deel dier premies, dat voor reserve-veriioogjng ‘dient;
m.a.w. de Maatschappij imag ‘de premie,

correspoin’dee-
rend met het risico, geloopen vanaf den datum der
eerste onbetaald gebleven premie tot aan het oogen-
blik ‘van overlijden, afhouden. In ieder geval moet vat de versehuldigde sommen i’nterest wor’den vergoed tot
den dag ider uitbetaling.

Dit zijn de ‘voornaamste bepalingen, die ‘betrekking
hebben op de verzekerden ‘bij overlijden, die gemobi-
liseerd waren. Voor de gemobiliseerden, die een ver-
zekering bij leven ‘hebben afgesloten, gelden uit den
aard ‘der zaak andere ‘bepalingen. Indien een verzeker-
de
bij
l’éveii, die gemobiliseerd is, tij denis. zijn mobilisatie
of binnen drie maanden ‘daarna overlijdt, wordt de

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

841

reserv.e van zijn contract, berekend op het oogenib]ik
van overlijden, in een speciaal fonds gestort. Na be-‘

cindii.ging tier ‘vijandelijkheden hebben de Levensver-
zekeringmaatschappijen het recht uit dit fonds te

nemen de sommen, die overeenkomen met de reseiwe,

die tengevolge van een normale sterfte zou vei-vallen

en het overschot van het fonds moet verdeeld worden
volgens regels, door een decreet nader aan te geven,

onder de rechthb’beniden van alle verzekerden bij

leven, die tijdens hun mobilisatie of binnen drie
maanden daarna overleden zijn. De Maatschappijen

kunnen van de bedragen, die aan de rechthebbeuden

toekomen, de premies, die tot op den datum van over-
lijden verschuldigd, waren, benevens de reuten, af-
houden. Bij Verzekoringen bij leven met wederverzeke-

ring der premies kan het bedrag, dat wordt uitge-

keerd, nooit kleiner zijn dan het totaal der betaalde
premies. Van de te betalen bedragen moet interest
worden vergoed vanaf den datum van overlijden tot

den datum van uitkeering.

Bekalve voor de gemobiliscerden, waarvoor boven-

staande bepalingen gelden, zijn in het algemeen regels
vastgesteld voor allen, die ven het moratorium ge-
bruik gemaakt hebben. Iedere verzekerde, die niet
binnen twee maanden na ontvangst van een aange-
teekend ‘schrij ven vaiii de Levensverrzekeringmaat-
schappij zijn ac.htorstadlige premies, vermeerderd met
boete en, indien zijn verzekering geschorst was, ver-
rainderd met de risico-premie gedurende den tijd van
schorsing, voldaan heeft, moet binnen dien termijn
de verplihing op zich nemen, die ‘premies binnen
twee jaar na het eindigen ider vijandelijkheden te vol-
doen in een of meerdere termijnen of moet aan de
Maatschappij. een vermindering van het ‘verzekerd
kapitaal vragen, waardoor hij bevrijd is van de beta-
ling der onbetaald gebleven premies, terwijl zijn in
cle toekomst te betalen premie dezelfde ‘blijft, of hij
moet vragen om v.erdeeling der onbetaald gebleven
premies over den toekomstigen duu.r der verzekering,
waarbij dus het verzekerd kapitaal hetzelfde blijft en
de premie verhoogd wordt, of hij moet verlenging van
duur vragen, waarbij zoowel kapitaal als premie even
groot blijven, maar de uitbetaling van het kapitaal
later plaats heeft. In g’eval de bovengenoemde aange-te.ekende brief zonder antwoord ‘blijft, is de verseke-
ring van rechtswege vervallen aan het emud.e van dan termijn van twee maanden.

Indien een – Le’vensverzekeniingmaatschappij tenge-
volge der moratoriumibepalingen een verzekering,
waarvoor gedurende een zekere periode geen premie
is betaald, niet heeft kunnen royeeren en verplicht is
geweest het risico, in de polis bepaald, te dragen, .zijn
de gedurende die periode verschuldigde premies
opeischbaar met rente. Indien de afrekening van een
in die omstaiîdi.gJ.ieden verkeerende verzekering na
overlijden ‘van den verzekerde een ‘saldo ten gunste
der Maatschappij aanwijst, heeft ‘de Maatschappij niet
het recht diït saldo in te ‘vorderen.

Verder geeft de wet regels ‘voor de royeerin.g van
contracten. Indien een verzekerde bij overlijden,
wiens verzekering geschorst is geweest en niet weer

van kracht wordt, zich niet schikt naar do voorschrif-
ten volgens welke hij de keus van voortzetting op een
der bovengenoemde wijzen heeft, is zijn contract ‘van
redhtswege ‘vervallen en zal de Maatschappij hem de
afkoopwaarde moeten uitkeeren op ‘den dag, vooraf-
gaande aan clan datum der eerste onbetaald gebleven
premie. Indien de verzekerde alle vervallen premies
heeft betaald, ook idie vervielen na de schorsing, dan
heeft-hij bovendien recht op dat ‘deel der premies, die
na de schorsing venv’ielee, dat betrekking heeft op
het overljdenarisico, dat. de Maatschappij niet heeft
geloopen. Heeft de verzekerde daarentegen niet alle
premies tot aan iden ‘dag van schorsing voldaan, dan
zal do akoopwaa’r.de %vollden verminderd met d.e

opeisehbare premies en ver’zxieerderd net dat deel dier
premies, dat in normale omstandigheden voor toe-

name der afkoopwaaT-de dient. In beide gevallen moet
rekening worden gehouden met ‘de rente tot dan dag
van afkoop. Indien de verzekerde zijn contract pre-

miovrij weiischt -te maken, zal het gereduceerde kapi taal worden berekend volgen’s regels, in een afzonder-
lijk decreet vast te stellen.

Een verzekerde bij overlijden, die gedekt is gebleven

tegen over-lijden buiten oorzaak van den oorlog, ver-

keert in eenigsvi-ns andere omstandigheden. Indien
hij niiet ‘de verplichting op zich heeft genomen binnen
twee jaar te betalen en niet een der bovengenoemde

wijzen van ‘verandering van zijn verzekering heeft
aangevraagd, is zijn verzekering vervallen en indien

hij af-koop wen’scht, zal ‘de af koop op de volgende
voorwaarden plaats bebben:

Indien de ‘verzekerde gedurende minstens een jaar
is gemobiliseerd geweest, zal hij de geheele reserve
ontvangen, ‘berekend op den ‘dag, voorafgaande aan den
datum der eerste onbetaald gebleven premie, zooals

steeds verminderd met de achterstallige premies en
vermeerderd met dat deel dier premies, dat tot ver-
hoo-ging der reserve dient.

Is echter -de verzekerde niet gedurende minstens
een jaar gemobiliseerd geweest, dan zal hij slechts
de afkoopwaarde der polis ontvangen, berekend op

den ‘dag, voo’ra±gaande aan den datum der eerste
onbetaald gebleven premie, verminderd ‘met de achter-

stallige premies en vermeerderd met dat deel dier premies, dat in nos-male omstandigheden tot ver-
meerdering dier afkoopwaarde dien-t. In beide gevallen zal r:ente worden vergoed tot den dag van afkoo.p.
Kiest de verzekerde een preimievrij contract, dan
zullen -de regels ‘volgens welke dat bedrag wordt be-
rekend bij afzonderlijk decreet worden vastgesteld.
Er is nog een groep verzekerden ni. zij wier ver-
zekering op ‘hun verzoek ‘is geschorst krachtens het
decreet van 20 November 1915. Verzekerden, die in
die termen vallen, moeten ‘hun achteratallige premies
bijbetalen, echter verminderd -met de risico-premies
gedurende de periode van schorsing. Indien zij echter
tijdens de periode van schorsing overleden zijn, ont-vangen hun rechthebbenden de afkoopwaarde, bere-
ken’d op tden dag,

voorafgaande aan den datum der
eerste onibetaald gebleven premie, verminderd weder-
om met de aohteritalli.ge premies en vermeerderd met dat deel der premies, dat in normale omstanidigtbeden
tot verhooging der afkoopwaarde dient. Rente zal
wonden vergoed tot iden -dag van uitbetaling. –
Een afzonderlijke regeling is getroffen voor in den
1
oorlog venminkten. Elke verzekerde, die recht heeft
op een vinvaliffiteitspensioen, kan op zijn -verzoek’ ver-
andering van zijn ‘verzekering
verkrijgen,
waarbij zijn
verplichtingen worden verminderd vol-gans zijn
ven-sch. Het ‘verzekerd ‘kapitaal van het gewijzigd
-contract zal worden bepaald door rekening te houden
met de totale pre.miereserve. De verzekerde moet zijn
aanvraag indienen hoogstens zes maanden na beëin-
d’igi’ng der
vijandelijkheden.
Indien echter het recht
op i-n.valiidi-teitspenaioen eerst na beëindiging van de
vijandelijkheden is vastgesteld, gaat de termijn van
zes maanden op het oogeniblik van vaststelling in. –
Tot zoover gaan de bepalingen omtrent de verze-
kerden bij een naaimlooze vennootschap of onderlinge
maatschappij van levensverzekering. Het blijkt, dat
in het algemeen het principe is gehuldigd, dat gemo-
biliseerden kunnen beschikken over de geheele reserve,
of dat bedrag kunnen aanwenden tot omzetting van
hun contract, altijid in aanmerking nemende een bil-
lijke verrekening van het risico, dat de Maatschappijen
hebben geloôpen zonder de daarmede overeenkomenide
prèmie te hebben ontvangen.
Voor de niet gmobiliseerden, diie onder het mo.ra-torium vallen, treedt in plaats der geiheele reserve de
afkoopwaa.rde volgens de voorwaarden ider Maat-
schappij.

Speciale regels zijn vastgesteld: voor de ,,Caise, -Nationale d’assurances en cas de ‘décès”, voor de
,,Oaiisse Nationale des retraites pour la vieuuiesse” en

842

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10 September 1919

voor de spaarkassen of tontinen. Voor de beide eerste

aal door speciale decretn worden bepaald, welk deel

der reserve zal moeten worden gerestitueerd aan de
reohthebbenden der. overleden gemobiliseerde ver.z&-
kerden bij leven
3
die bij een dièr instellingen waren

verzekerd. Dit deel zal worden bepaald, afhankelijk

van den leeftijd, op grond van een rapport omtrent

de sterfte onder de gemdbiliseérden gedurende den

ootlo.g, welk rapport zal worden opgemaakt uit de
gegevens van het Ministenie van Oorlog. Deze deere- t

ten zullen ook de toepassing der wet bepalen op verze-

keringen bij overlijden en gemengde verzekeringen bij;

de ,,Oaisse Nationale •d’assur•ances en cas de décès”
gesloten.

Wat de spaankassen betreft, is bepaald, dat indien

een gemobiliseeijde spaarder, behoorende tot een kas,
die na het einde der vijan,delijkheden afloopt, is over-

leden, onverschillig door welke oorzaak, aan zijn reôht-

hobbenden een deel van zijn aanieel in de kas op een:

bepaalden, nader vast te stellen datum, zal worden
nitgekeeid, dit deel te bepalen volgens decreet, steu-
n’ende op hetzelfde rapport, waarvan boven sprake

was. Het aandeel zelf zal worden – gevonden door het
totaal der :d.00r den ‘verzekerde betaalde premies te

vermenigvuldigen met de ‘verhouding van de bezit-
tingen der spaarkas op een nader vast te stellen
datujm en de som der door alle deelhebbers betaalde i
bijdragen. De onkosten der spaar-kassen, die in thaar

reglement zijn vermeld, -kunnen eerst worden afge
trokken. Ook moeten de bijdragen, diie v66r 31 Juli 1914 ver’vielen en niet betaald waren, worden afge-

houden, benevens de daarop vallende interesten voot
te late betaling, terwijl de aldus berekende aanideelen
rente dragen ten bate der rechthbbendein tot den

datum van uitkeering. De bijdragen, door overleden’

gemobiiiseeirden gedaan na 31 Juli 1914, zullen met
5 püt. rente aan de rechlihebbeniden worden terugg&-
geven. Deze bepalingen gelden voor kassen, diie later

dan drie nzaanid.en na eindig-ing der vijanideljkheden
af-loopen.

De spaarkassen, die tijdens den oorlog izijn af.geloo-
pen, word-en eenigsuins anders behandeld. Hierbij wor

dan
bij
de vardoeliing behalve de op dat oogerib]iik in
leven zijnden, ook toegelaten •de rechthebhen’deh der-
genen, die gemobiliseerd zijn overleden, onverschillig

vat de oorzaak van overlijden was – deze laatsten echter slechts voor een deel, te bepalen idoor het-
zelfde decreet als hierboven is aangegeven. Alle ver-
zekerdon, die aan de ‘verdeeling deelnemen, hetzij zij
zelf of hunne rechthobbenden, indien zij als gernobi-li-
seer.den overleden zijn, zijn de premies, die op huk
contracten zijn vervallen, verschuldigd met de rente

vanaf de eerste onbetaald gebleven premie. De pr&- 4 mies der contracten, waarvan de spaarders overleden
zijn, zijn slechts verschuldigd voor het hierboven aan-
gegeven deel. Deze bepalingen gelden voor alle kassen,
die eerder dan drie maanden na eindiging der vijaude-
ijkheden afloopen.
Uit het bovenstaande blijkt, dat de Frausche regee-

i’in.g van plan is een officieel rapport uit te brengen
omtrent de sterfte onder de gemobi-lisoerden in den
afgeloopen oorlog. Dit rapport zal stellig zeer vele
interessante gegevens bevatten.

De wet bevat verder enkele slotbepalingen omtrent,
do decreten, die nog zullen verschijnen, teneinde
enkele onderdeelen nauwkeuriger te fixeereii. Voor-
eerst een decreet, dat de toepassing der wet zal rege-
len op combinaties van verzekeringen bij leven en bij
(Yverlijden. Vervolgens, een decreet, dat vast zal stel-
len, welk deel der premies in normale omstandig-
heden dient tot verhooging der wiskuudige reserve en

der afkoopwaarde. Ten laatste een decreet, dat de
wijze van berekening van de premievrije polis, die de
verzekerde kan verlangen in de verschillende gevallen,
zal regelen.

Deze wat -geldt vaaf 1 Augustus 1914, behalve voor de polissen,, die bij minuelijke sehildiing of rechterlijk
vonnis zijn uitbetaald.

De wat geldt slechts voor:

le. Franschen, Elzas-Lotharingers en degenen, diie

onder Fransch Protectoraat staan;

Ze. Onderdanen van geallieerde-landen, indien reci-prociiteit wordt toegestaan;

3e. Onderdanen van vreemde landen, na toegelaten
te
zijn
door een decreet op voorstel van den Minister
‘an Buiîtenlandsche Zaken. Dr. A.
WINTER.

ECONOMISCHE MAATREGELEN IN INDIE.

Uit het ver-slag van den President van de Javasc-he

Bank over het boekjaar 191,8/1919 zij hier het- navol-

gende over-genomen:
1)

,,Het was onvermijdelijk, dat de -gevolgen van den oorlog
zich ook in stijgende mate in Nederla,ndsch-In-d-ië deden ge-
voelen en de economische belangen dezer Koloniën steeds
ernstiger in het gedrang brachten. Bij al hun denken en
doen -heten de oorlogvoereaden zich meer en meer leiden
door den wensch den oorlog zoo spoedig mogelijk tot het
door hen verlangde einde te brengen. Deze bepaalde hun
geheele gedragslijn, er was slechts plaats vooi die eene,
alles overheerschende gedachte. Alle economische bronnen
werden aan dat doel steeds meer en meer dienstbaar ge.
maakt. Hierdoor ontstond eene spanning welke de geheele
wereld als het ware in trilling bracht. Het spreekt van
zelf dat daardoor eene mentaliteit geboren wërd, welke,
hoe begrijpelijk ook van het standpunt der sti’ijdenden be-
zien, steeds opnieuw

aan maatregelen hunnerzijds het aan-
zijn gaf, welke het economische leven der toch reeds zoo
zeer in het nauw gedeveu neutralen, steeds weder nieuwe
slagen toebrachten. Het was dooi’ die mentaliteit, dat de in
het vorig vers-lag reeds aangeroeide inbeslagneming van een
-groot gedeelte der Nederlandsche handelsvloot in Maart
1918 werd ingegeven. Deze -daad veroorzaakte aanvankelijk
een algeheel stopzetten van het verkeer met het buitenland
door schepen onder Nederlan-dsche vlag, omdat de Neder-
landsche i’eederjen, bagrijpeljkerwijs de angst om het hart
geslagen, niet wil-den r’isqueeren dat nog meerdere hunner
schepen zouden worden aan-gehouden. Langs diplomatieken weg werd een-igen tijd later echter de verzekering verkregen
dat zulks niet -het geval zou zijn en dat zooveel mogelijk
faciliteiten ten opzichte van bunkeren en innemen van
lading zoudén worden verleend. Hierop had eene hervatting
van de vaart plaats.
,,An-dere -maatregelen waartoe de oorlogvoerenden onder
-den drang -dei’ omstandigheden hunne toevlucht -namen,
waren eene steeds strengere licentieering van den import
en export en later eene algeheele rantsoeneering van beiden,
met -daaraan ver-bond-en velerlei formaliteiten, zooals het
onderzoek naar oorsprong en bestemming van binnenko-
mende bestellingen, de -udodizaak voor fabrikanten een uit-
voei’licentie te bemachtigen alvorens orders in behandeling – konden worden genomen, alsmede het daaraan ‘verbonden
systeem van prioriteitscertifica-ten. Als een gevolg dier stel-selmatig streager idoorgevoerde organisatie en ceutral-isatie,
von-d Nederlandsch-Indië zich allerwegen in het Buitenland
tegenover machtige organen geplaatst, waardoor het gevaar
ont-stoud van ecdnom-isch’e drainage, zonder dat het over
eenige w-eermacht beschikte om voor zich die benoodigdhe.
den op te vorderen, welke voor het instandhouden van -liet
economische leven dezer Gewesten een levensbelang moes-
ten worden geacht. Zoowel hier als in Neerland was deze
bedreiging de aanleiding tot het overwegen van maatrege-len van organisatie en verweer. Zoo kwam in begin Maart
1918 van uit Nederland een voorstel tot oprichting in Ne-
derlan-dsch-I-ndië van eene Exportcentrale en eene vertak-
king van de Nederl-andsche Overzee Trust. Dit idee van
centraliseering van den uit- en invoer -naar Nederlandsch
model kon hier evenwel niet worden overgenomen en moest op practische -gronden als ondeugdelijk worden afgewezen. De toestanden hier zijn -immers zoo geheel verschillend van
de Nederlandsdhe. Al ‘moge eene Organisatie nog zoo goed
in Nederland voldoen, daarom is zij nog niet voor Neder-
lan-dsch-In-dië geschikt. Heef-t men in het Moederland slechts
met een klein en aaneengesloten -terr-itoir -te doen, Neder-
landsoh-I-ad-ië daarentegen bestaat uit een, een zeer groot
oppervlak bestrijkend, uitgestrekt eilandenrjk, waarin bo-
ven-dien als verdere hinderpaal -nog een omvangrijk tolvrij
gebied voorkom-t. Het verkeer piet de verschillende deelen
van -dec archipel vindt bovendien slechts – periodiek en

1)
[Verscheidene der gebeui’-tenissen hierin behandeld zijn
ook in le kolom-men van dit -tijdschrift meerdere malen
aan de orde gekomen; wij verwijzen daarvoor naar de
Registers. – Red.]

10.
September
1919

ECÔNOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

843

zulks dan nog uit den aard der zaak uitsluitend per vaar-
tuig plats.
,,Het ivekte in Nederland in belanghebbende kringen
slechts matige bewondering dat de Nederlzndsch-Indische
Regeeri.ng
zich in deze had laten leiden door het door Haar
bij de Bank- en Ha’ndelswerel’d ingewonneli advies. Merk-
waardig’ is’het, dit kwam in denloop van het jaar 1918
eenige malen bijzonder scherp uit, dat men in Nederland
nog altijd meent, dat men daar de Nederlan’dsch-Indische
toestanden beter kan beoordeelen dan degenen die ter
plaatse arbeiden en dus het economische leven der Koloniën van dag tot dag kunnen en moeten gadeslaan. Deze houding
kwam o.. weder onvervalsch’t tot uiting iii de groote ier-
gadering op 27 Maart 1918 te ‘s-Gravenhage van belang-
hebbenden bij Nederlandsch-Iiidische ondernemingen, onder
leiding van den heer H. Colijn gehouden. Men meende daar
de gedragslijn te kunnen bepalen welke de Regeering hier
zou thebben •te volgen. Men dacht er in Indië echter eenigs-
zins anders over en nam de Regeering het standpunt in,
dat Zij het recht had zelf te mogen beoordeelen, wat liet
belang van Nederlandsc,h-Indië, en niet dat van Nederland-
sche belanghebbenden, in de eerste plaats eischt.
,,Ten einde intusschen het bovengeschetste gevaar, waar-
aan ideze Gewesten meer en meer werden blootgesteld, voor
ooveel dit binnen haar vermngen zou blijken te liggen, te
bezweren, kondigde de legeering hij orcionnantie van 13
April 1918, Staatsblad 1918 No. 190, het besluit af, waarbij
de uitvoer van: ,,Kinabast, Kinine en Kininezouten, Kapok, Tin en Tin-
erts aan beperkende bepalingen werd onderworpen, met dien
verstande, dat de uitvoer dezer producten voortaan alleen
mogelijk zou zijn, na daartoe van de Regeeri.ng
verkregen
vergunning. Dit
zg.
,,uitvoerverbod” werd later in Mei uit-gebreid tav. hout, tabak, suiker, thee, peper, koffie, coprah,
aardolie en producten daarvan, plan’taardige oliën, runder-
en buffelhuiden, en in November to.v. alle vezclstofîen, alle
soorten ‘hiiiden en vellen, alle soorteu caoutchouc, ‘djeloetoeng
en getah, alle oliehoudende zaden en looistoffen.
U,et doel ‘der Regeering daarbij was om, waar noodig,
door het onthouden van vergunningen •tot uitvoer, een ‘zeke-
ren druk op het buitenland uit te oefenen, in de gevallen,
waarin Nederlandsch-I’ndië op ouredelijke gronden onont-
beerlijke zaken mochten worden onthouden. De strekking der uitvoerverboden was natuurlijk allerminst om produc-ten achter te houden of den uitvoerhandel belemmeringen
in den weg te leggen.’ Zij waren slechts gedacht als een
maatregel van defensieven aard, waarvan alleen gebruik zou
worden gemaakt wanneer de houding van het buitenland zulks provoceerde. Zij zijn dan ook, in overeenstemming
hiermede, slechts aangewend, wanneer de voorziening van
rijst, ijzerwaren, meststoffen, chemicaliën en springstoffen,
alle onontbeerlijk voor een goeden gang van zaken, daar-
toe aanleiding gaf.
,,De boven aangegeven gedragslijn moest echter worden
losgelaten ten aanzien van den uitvoer van k’in’ine en kina-
bast om de volgende reden.
,,De Britsche Regeering heeft er ‘naar gestreefd om zich
ian de noodige voorraden kinine en bast, zoo voor zich’zelve als voor ‘de Geassocieerde Regeeringen, te verzekeren, zon- 1
der daartegenover zich ten behoeye van Nederinudsch-Indië
of. Nederland tot eenige tegenpraestatie ‘te binden.
,,Verontrustende berichten werden hier te lande ontvan-
•gen over de afsluiting van een contract met de Geassocieerde
Regeeringen betreffende den verkoop van nagenoeg alle be-
schikbare ki’nabast en de geheele productie van de Ban-‘
doengsehe Kininetsbriek.
,,Eerst den 24sten November 1918 kwam een copie van
dat zoogenaamde contract in Indië aan en toen bleek, dat
het gesloten was tusschen de vereeniging van de kinine-
fabrikanten van de verbonden landen eenerzijds met de
Nederlandsche Kininefabriek, de Amsterdamsch’e K’iniue-
fabriek en de Semarangsche Administratie Maatschappij
an’dezijds. De Ban.doengsche Kininefabriqk is dus niet eens
partij. Al lieeft toch cle Semarangsche Administratie Maat-
schappij stem in de directie der genoemde fabriek, zij is niet
cle directrice daarvan.
,,Het contract evenwel was gesloten onder de opschor-
teude voorwaarde, dat o.a. de vertegenwoordiger van de
Semara’ngsche Administratie Maatschappij nadei zonde be-
wijzen, volgens de Nederlan’dsche Wet gerechtigd te zijn, de
door hem vertegenwoordigde partij te verbinden tot het in
het contract bedongqne. Ten aanzien van de Semarangsche
Administratie Maatschappij kon, een dergelijk bewijs onmo-
gelijk geleverd worden. Daar komt nu nog bij, dat noch
de Amsterdamsche en Ned’eriandsche Kininefabrieken, noch
de Semarangsche Administratie Maatschappij Un kilo
‘kinine te hunner beschikking hadden. ,

• ,,In de gegeven omstandigheden was het een onaangename
gewaarwording voor de Nederlandsch-Iffdische Regeering,
toen zij plQtseling bericht ontving, dat het totstaadkomen
van de ecoudmische overeenkomst, waarover toen te Londen
onderhandeld werd, afhankelijk werd gesteld van de gega-
ian’deerde nakoming van het zoogenaamde contract, terwijl de betekenis van die economische overeenkomst voor Indië
tegelijkertijd een mysterie bleef.
• ,,Het was en blijft een belang, zoonI niet een moreele
plicht voor Nederlandsch-Iudië, om te zorgen dat alle lan-
den ter wereld in hunife behoeften aan kini.ne
konden voor-
zien, doch tevens was het een zaak van gewicht, om de
distributie van het ‘geneesmiddel in eigen handen te houden.
,,Dat de verkoop van het voornaamste Javasche product,
Suiker, nagenoeg geheel in handen van vreemdelingen was
gekomen, is beschamend zoowel als nadeelig voor den Neder-
landschen handel en nu de omstandigheden het aan den
Nederlandsch-Indischen grootpi-oducent van kinine moge-lijk maakten haai’ afzetgebied belangrijk uit te breiden, kon de Regeeri’ng ‘het niet met onverschilligheid gadeslaan, dat
de beschikking over het product in handen van anderen
lowam.
,,’Uitvoer van kinine is alleeif aan hen geweigerd, die
onder de ernstige verdenking stonden, de kinine opgekocht
‘te hebben van de bevolking, aan wie deze door de fabriek tegen zeer ‘lage prijzen voor eigen gebrui’k geleverd was.
In een enkel geval is een aanvraag in beraad gehouden,
omdat zonder groncl rijst onthouden werd.
,,Men ‘heeft wel eens in twijfel getrokken of de uitvoer-
•verhoden aan het beoogde doel ‘hebben beantwoord. Het is
natuurlijk uiterst moeilijk, zoo niet dnmogelijk, om het
daarmede gestichte nut met juistheid in even zooveel con-
crete gevallen uit te meten, daar men slechts kan gissen
welke onze positie zou zijn geweest indien cle Regeerin’g ‘de
verboden niet had afgekondigd. Zeker is het echter dat het
buitenland niet de mogelijkheid van represailles heeft reke-
ning gehouden en al zeer spoedig aan de meer toegevende
houding van Japan, A’uti’alië en ludo-China in het alge-
meen het effect ervan waarneembaaar was. Ook Amerika
gaf blijk de waarde van het daardoor verkregen wapen te
erkennen, door, na de bekendmaking der uitvoerverboden,
eene regeling betreffende de uitwisseling van goederen in
overweging te geven. In vele op zich zelf staande gevallen
heeft de toepassing van ht besproken weermiddel boven-
dien rechtstreeksche resultaten opgeleverd. ,,Voor de behandeling der uitvoerverboden en het daaruit
voortvloeiende licentiewerk werd den 24en Juni 1918 te
Batavia een afzonderlijk ,,Kantoor voor Buitenlandsche
Elandeisaangelegenheden” ingesteld, met een zelfstandigen
en rechtstreeks aan den Gouverneur-Generaal verantwoorde-
lijken leider, in de persoon van den Consul-Generaal te Sin-gapore Mr. A. van de Sande Bakliuijzen.
,,De Regeering stelde voorts in eene Commissie van Advies
voor Handelsaangelegenheden, onder voorzitterschap van
den Directeur van Landbouw, Nijverheid en Handel en
samengesteld uit verscheidene vertegenwoordigers van het
Indische zakenleven, welke Commissie cle opdracht kreeg, zoowel op verzoek der Regeering, als eigener initiatief, ad-
‘viezen den handel betreffende uit te brengen. Bovendien
werden Commissies van deskundigen voor de verschillende
producten aangewezen, welke het Kantoor voor Buitenland-
sche Handelsaa”ngelegen’heden zoo noodig van advies zouden
kunnen dienen.
,,Een der eerste bezigheden van het genoemd bureau was,
een onderzoek in te stellen naar de behoeften van Neder

landsch-Indië aan grondstoffen en fabrikaten, waarvoor
men op het Buitenland was aangewezen en deze behoeften
onder de aandacht der vreemde Regeeringen te brengen.
Het riep daartoe eene organisatie van den invoer in het
leven waarbij in hoofdzaak gedacht was aan de in Amerika
geplaatste en te plaatsen bestellingen. Het sprak van zelf
dat, naarmate liet bedrijfsleven in de Vereenigde Staten zich
meer en meel- aan de oorlogsindustrie aanpaste en de ge-
streugheid der Amerikaansche Regeeringsmaatregelen als
boven aangegeven in klim’mende mate toenam, cle voorzie-
ning in de hier dringend benoodigde goederen steeds meer
in het gedrang was gekomen.
Na het slu’iten van den wapenstilstand waren de Ver-
eenigde Staten de eerste der oorlogvoerenden, die geleidelijk.
de vele belemmeringen en restricties van den handel lieten vervallen. l)e vraag echter of ‘het te verwachten is dat men
zich blijvend op ‘dezelfde schaal als zulks gedurende den
oorlog het geval was, ‘in Amerika zal voorzien, is vooralsnog
niet te beantwoorden. Ongetwijfeld zal men vele zaken,
althans veel aiieer dan vroeger, van de Vereenigde Staten
blijven betrekken, waarbij veel zal afhangen van ide mate,
waarop na •het tot stand komen van den vrede de recht-

844

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

.10 September
1919

streekache scheepvaartverbindin.gen zullen worden gehand-
haafd dan wel uitgebreid en hoe zich de prijzen der goede-
ren aullen verbonden tot (lie in andere landen. Engeland
toch, van ivelken vroeger neer voornamen leverancier gedu-rende de oorlogsjaren steeds minder kon worden betrokken,
zal weder een zeer aanzienlijk deel der Indische orders rtot
zich ‘trekken. Alen ‘beijvert zich daar met energie om de
vredesindustrieën weder zoo spoedig mogelijk op het vroe-
gere peil te brengen niet alleen, doch om de productie zoo
hoog mogelijk op te vberen en het afzetgebied zooveel moge-
lijk uit te breiden.
,,De Engelsche industrie zal trachten de Indische markt
weder te veroveren, terwijl de Amerikaansche, Japansche en
Australische leveranciers zich zullen inspannen het thans
door ben bezette terrein zooveel mogelijk voor zich te behou-
den. De verwachting is dat deze onderlinge wedstrijd Indië
niet anders dan ‘ten goede kan komen en dat er geen geva-ren voor Nederiandsch-Indië behoeven te worden geducht
van de eventueele verwezenlijking der in den loop der tijden
meerdere malen voorgebrachte ideëen betreffende eenen
economischen strijd en een daarmede gepaard gaand systeem van bevoorrechting.
,,Japan was het land, waar men, na Amerika, voorname-
lijk ter martctging. Vooral nadat de Vereenigde Staten zich
in den strijd hadden geworpen, had eene aanmerkelijke toe-
name der in Japan gedane bestellingen plaats. Overwegende
moeilijkheden werden aldaar niet ondervonden.
,,Het derde land, waarvan invoerbehoeften in toenemende hoeveelheden gedurende het laatste oorlogsjaar . werden be-trokken, was Austral.ië. Deze bepaalden zich echter, behalve’
meel en boter, voornamelijk tot ijzer- en staalwaren. ,,De pogingen van het Kantoor voor Buitenlandsche Han-
delsaangelegenheden om de vele, in de Scaadinavische lan-
den bestelde en op uitzending wachtende goederen per recht-
streeksehe stoomers, welke tot het innemen van lading naar Java werden gedirigeerd, ter verscheping te brengen, moch.
ten eveneens hevredigende resultten opleveren.
,,Ten slotte zullen alle landen wanneer eenmaal de vrede
zal zijn tot stand gekomen rekening hebben te houden met
de Duitsche industrie. Zullen aan Dnitschland in de toe-
komst grondstoffen worden onthouden, dan zal de concur-
rentie gering zijn, maar daarmede ook de kans dat Duitsch-
land door arbeid geld kan ‘verdienen om zijne verplichtingen
uit den oorlog voortspruitende, na te komen. ,,Het zal eveneens moeten blijken in hoeverre de Neder-
landsche industrie de beschikking over voldoende grond-
stoffen zal kunnen verkrijgen, om, als vroeger, voor den
export te kunnen.werken.

,,Deimportzaken hebben over het algemeen ook ovr het
afgeloopen jaar goede resultaten kunnen boekeh. De inkoops-
prijzen en vrachten waren wel hoog, doch men vond voor
zijn goederen over het algemeen een vrij gereeden afzet. Wel heeft mn nog verschillende tegen oorlogsprijzen be-
stelde partijen in ontvangst te nemen, nu de noteeringen
van vele goederen reeds aanzienlijk zijn gedaald en een ver-
der terugloopen daarvan, alsmede van de vrachten, redelij-
kerwijs kan worden tegemoet gezien, zoodat men naar ver-
wachting over •dit jam- verliezen zal hebben te boeken. Als
een gevolg der in vorige jaren gemaakte groote winsten
heeft men echter groote reserves kunnen vormen, zoodat de
toekomst voor de krachtigen geen groote zorgen behoeft
te barén. Men neemt thans allerwegen begrijpelijkerwijs een afwachtende houding aan.
,,Faillissementen van eenig belang kwamen niet voor. ,,De bemoeiingen van het Kantoor voor Buitenlan’dsche
Handelsaangelegenheden ten aanzien van den uitvoer waren
eveneens velerlei. De reeds tevoren genoemde maatregelen
tot inperking en controleering van den invoer, legden den
– afzet van de Nederlandsch-Indische producten in Amerika,
op welk land deze Koloniën ‘voor ‘het grootste gedeelte waren
aangewezen, zeer vele belemmeringen in den weg. Deze
moeilijkheden bestonden iii: het verbod, tot invoer van som-mige producten, terwijl van de overige slechts zeer beperkte
hoeveelheden werden toegelaten; het weigeren van licenti es
voor den invoer van door Amerikaansche handelaars vÖOr het instellen der rantsoeneer.ing op contract gekochte, doch
nog niet betaalde goederen; de trage verstrekking van invoer-
vergunningen in het algemeen, waardoor dikwerf uitvarende
– schepen geen volle lading konden verkrijgen of den datum
van hun vertrek aanzienlijk moesten vertragen en ten slotte
de onzekerheid geschapen door de voortdurende veranderin-
gen en aanvullingen van de voorschriften der War Trede
Board, ‘die bovendien nog eischte dat de belading der sche-
pen nog eens, in haar geheel aan haar fiat zou worden
onderworpen. Het zal niet moeilijk vallen zich eene voor-
stelling te maken van den fnuiken.den invloed die een en
ander op het zakenleven hier had. Het mocht echter ten

slotte gelukken de Amerikaansche autoriteiten in vele ge-
vallen tot andere inzichten te brengen en daardoot de be-
dreigi.ng van stagnatie van het rechtstreeksche verkeer met
•de Vereenigde Staten te bezweren.
,,In eigen land stonden aan de organisatie van den uit-
voer evenzeer, vele hindernissen in den weg. Allerwegen
stuitte men op verdeeldheid van inzichten, onderlinge con-
currentie en wantrouwen De steeds krachtiger organisatie
van het buitenland, het gemis aan gevoel van saamhoorig-
heid der Indische producenten en handelaren, het gebrek.
aan scheepsruim’te, alle deze factoren leidden slechts •tot
hetzelfde gevolg, n.l. verminderde afzet tegen steeds verder
afbrokkeleixe prijzen. Zelfs onder dusdanige omstandig-
heden, welke de schaduwen van het spook van ontreddering
der cultures voor eich uitwierpen, kon men niet tot de zoo
hoog noodige samenwerking geraken. Er vormde zich wel,
het zij gezegd, allengs een steeds grootere kring van bereidt
‘willigen, doch er bleven fbegelijkertijd nog vele onwilligen
die de zoo neer geliefde vrijheid van beweging niet wensch-
ten prijs te geven. Het was een alleszins betreurenswaardig
verschijnsel dat dezulken maar niet konden of wilden inzien
dat er een noodtoestand stond geboren te worden, die veler
ondergang zou beteekenen, indien daartegen niet eendrach-
tig krachtig front werd gemaakt.
(Wordt vervolgd.)

Stand der cultures en uitvoer

gedurende het tweede kwartaal
19 19
in S u r i n a in e.
1)
De weersomstandigheden
waren vooi- de meeste cuitures vrij gunstig. De stand
der cacao is thans over ‘t a]gemeen bevredigend. De

cacao-thrips veroorzaakten
op
verseMilende plautages

en gronden schade aan ‘t gewas. Zooals eih liet aan-
zien is de verkregen hoofdoogst beneden dien van het
vorige jaar
en
zijn de vooruitsichten op een napluk
nog onzeker.

De Liberia-koffie ‘staat er over ‘t geheel genomen
zeer goed voor. Tengevolge van den laten bloei der
boo-
men, zal de hoofdoegat grooten’deels in de eerste maan-
den van 1920 verwacht kunnen worden. De stand van
het suikerriet is bevTedigend, die van het in de laatste

maanden van 1918 gepiante jonge riet goed ‘te noemen.
De uitvoer der voornaamste producten over het 2e
kwartaal ‘van 1919 bedroeg in vergelijking met dien
van 1918:

2.kw. ’19
2e kw. ’18
Balata

……..
K.G.
30.288
114.006,5
Cacao

……..
.
699.136,5
1.247.289
Koffie

……..
1.124.717
622
Mais ………..
222.782

Suiker

……..
193.530 1.263.905
Rum ……….

94.902 164.019
Huiden ……..
K.G.
10.923

Hout …… ….

122,5
98
.
Letterhout
K.G. 642
6.245
Goud……….
Gram
167.668,6

Tengevolge ‘van de meer geregelde scheepvaartverbin-
ding met Nederland kon de opgeschuurde Ldiberia-
koffie van den oogst 1917 en 1918 grootendeels reeds
verscheept worden en kunnen de planters hunne pro-
ducten uitvoeren.

‘) Zie pag.
624.

OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN.

Zeitschrjft für d i e gesamte Staats-
w is s
e n s c h a f t. – Tübingen, 1919. 2es Heft.
H. Chr. G6b6l,
Arbeitsstttenwanderungen;
Wer-
neburg,
Zum Begriff des politischen Verbrechens in
den Ausiiefer’ungsvertriigen;
J. St. Lewinski,
Das
System David Ricardos;
H. Fehlinger,
Produktions-
kosten und Produktionsertrag der Industrie der
Vereinigten Staaten von Amerika;
R. Deumer,
Genossenschaftliche Literatur;
E. Schuitze,
Der
hollandische Schiffbau.

Jahrbücher für Nationalökono-

mie und Statistik. – Jena, Juli 1919. 113.
Band – III. Foige, 58. Band.
G. Jahn,
Die Umbildung i’m Kohienbergba.u;
N.
Post,
Die wirtsehaftliche Bedeutung Deutsch-Oester-

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

845

reic.hs;
R. Hennig,
Die ScMdigu.ng der euro$ischen
Seegeltung durch den Weltknieg;H.
Praesent,Kriegs-
miissige Voikszih1u ugen im Generaigouvernement.

Warsdhau und die Bevölkerungszahl in Kongress-

Polen.

Sch.mollers Jahrbuch. – München, 43e
Jaargang, 3e Heft.

G. von Below,
Die Entatehung des modernen Kapi-
talismus und die Hauptstiidte;
H. Ritter ‘bon Srbik,
Die Wiener Revolution des Jahres 1848 in sozial-

geschichtlicher Baleuchtung; K. Oldenberg,
Aushun-

gerungskrieg;
G. Brodnitz,
Die Wirtschaftsbiookade
im Weltkrieg;
0. Englnder,
Fragen des Preises;

B’ückling,
Die Elemente der Hegelschen Geschichts-

urtd Rechtsphilosophie im Marxismus; Eugen Würz-
burger,
Neue Bevölkerungssorgen;
0. Auhngen,
Be-

deutung unci Ausschten des deutschen Zuckerrüben-
baues nach dem Kriege vom
Stan4pun’kte
der Volks-
wirtschaft;
H. Meyer,
Zur Frage des Getreiidemo-
nopols;
M. Kohl, Das landwirtschaftliche Genossen-
schaftswesen im Grossherzogtum Luxemburg;
G.

Siever.s,
Verhütung von Rechts’streitigkeiten in

Handel und Guwerbe;
W. von Oeklern,,
Ausnahme-

gesetze.

The Journal of political Economy.

– Chicago, Juli 1919.

W. Notz,
The Webb Law, its scope and operation;
P. H. Douglas,
Plant adrninistration of labor;
Edw.

G. Nourse,
The place of agriculture in modern indus-

tiial Society II;
M. W. Waticins,
Commercial Banking

and capital formation.

Journal of the Royal Statistical

S o c i e t
y.
– Londen, Januari 1919.
L. DarWin.,
Eugenics in relation to economics and

statistics;
J. Brownlee,
Notes on the biology of a life-

table;
Greenwood,
A note on German and English

war-time diets.

Id. – Londen, Maart1919.
H. Samuel, The taxation of lihe var-ious classes of

the people;
Greenwood,
Problems of industrial orga-

nisation;
Prof. F. Y. Edgeworth,
Psychical research

and statistical method.

1 d. – Londen, Mei 1919.
G. Diouritch,
A survey of the development of the

servian nation;
A. L. Bowley,
The measurement of

changes in the cost of living;
H. L. Moore,
Orop-

cycles in the United Kingdom and in the United

States.

Revue internationale de Sociologie.
– Parijs, Mei-Juni 1919.

E. Renan,
Après la guerre (1871);
E. Varagnac,

Eimilio Castelar; Chr. Beck,
La main.

B a n k-A r c h iv. – Berlijn, 15 Juni 1919.
Das Gutachten der deutschen Finanzkommission

zu den gegnerischen Friedensbedingungen;
Dr; Fr.
Bendixen.,
Englands Wiihrung.

1 d. – Berlijn, 15 Juli 1919.
M. Stein.thal,
Zur Vermögensa’bgabe;
A. Moser,
Ubergang der Börse von der Kriegs- zur Friedens-
wirtsdhaf t;
D. K. Elster,
Kriegsanleihen und Finanz-
not.

D i e B a n k. – Berlijn, Juli 1919.
A. Lansburgh,
Die Hebung des Volkseinkommens;
L. Eschwege,
Der Weg zum Auslandskredit;
Dr. G.
Günther,
Steuerflucht und Bankgeheimnis.

The Bankers’ Magazine. – Londen,
Augustus 1919.
After the war; Peace problems; Progress of banking

in Great Britain and Ireland during 1918.

Technik und Wirtschaft. – Berlijn,
Augustus 1919.
K. Wienecke,
Staaitabahnorganisntiion und Wirt-

schaftsleben;
Mattern,
Landwirtschaf t, Uferanlieger
und Schifffahrt bei Henstellung von Wasseraufspei-
cherungen;
D. Schiif er,
Die Rohstofflage unserer
Industrie;
E. Sporleder,
Die volkswirtschafjtliche
Ausbildung der Techniker;
K. Klein.,
Demokratie,
Vcrwaltungsrefo.nm und Technik.

Annales de Géographie. – Parijs, 15
Juli 1919.

L. Gallois,
La paix de Versailles. Les nouvelles
frontières de l’Allemagne;
P. Vidal de la Blache,
La

frontière de la Sarre, d’après les traités de 1814 et de
1815;
L. Gallois,
Le bassin houiller de la Sarre;
L.
Gallois,
La répartition de la population dans le

bassin de la Sarre et les régions environnantes;
J.
Blanche,
De Meknès aux sources de la Moulouya;
Essai d’exploration aérienne au Maroc.

The Geographical Journal. – Londen,
Augustus 1919.

A. de C. Sowerly,
rhe exploration of Manchuria;

A. Stem,
Marco Polo’s account of a Mongol Inroad
into Kashmir.

D e T n d i s c h e 0 i d s. – Amsterdam, 1 Augus-

tus 1919.
Han Tiauw Tong,
Chineezen op Java en het Ne..

derlandsch ondérdaanschap; Oci Kia,uw Pik,
De Chi-

neezen en het Nederlandsch onderdaanschap;
Dr. S.
H. Koorders,
Natuurmonumenten;
Prof. A. te Wechel,
De wonde plek bij het boscjhwezen in N.-I.;
M. van

Geuns,
Het oosten in vogelvlucht, van Boeddha tot
de Groot-Mogols.

REGEERINGSMAATREGELEN OP
HANDELSGEBIED.

D u u r te. Bij Kon. besluit van 23 Augustus j.l. is,
onder voorzitterschap van Prof. Mr. Dr. G. W. J.
Bruins, ingesteld een Staatscommissie, die een onder-
zoek heeft in te stellen inzake de bestaande duurte
van de voornaa.mste levensbehoeften, na te gaan of en
in hoeverre door regeeringsmaatregelen of anderszins
algemeené prijsstijging kan worden tegengegaan of
althans voor bepaalde artikelen beperkt en eventueel
daartoe strekkenide voorstellen te doen.

U i t v o e r v a n v e e. Uitvoervergun.ningen voor
melk- en kalfvee en dragende vaarzen zullen

voorshands niet worden verleend: Consenten tot een
beperkt aantal zullen voorloopig enkel nog worden
verleend voor jongvee zonder breede tanden.

Uitvoer schapen- en kalfsafrvallen.
De N.U.M. kan uitvoervergunningen endosseeren
voor voorreden g&outen en bevroren schapen- en
kalfsafva]len. Do uitvoer dezer producten is slechts
tot uiterlijk 30 September geoorloofd.

Uitvoer tuinbouwzaden. Onder intrek-
king zijner beschikking van 20 Augustus j.l. heeft de
Minister van Landbouw met ingang van 6 September tot nadere aankonidiging dispensatie verleend van de
verboden van uitvoer van tuinbouwzaden, met uitaon-
dering van de xaden van de diverse koolsoorten,
rapen, knollen, kroten en snijbiet.
Uit v o e r o u d p a p i e r. De termijn, gedurende
welken de uitvoer van bepaalde soorten en hoeveel-
heden oud papier werd toegestaan, is verlengd tot
15 December as.

K u n s t m e s t. In verband met de nog aanwezige
voorraden en de vooruitzichten voor nieuwen aan-
voer bestaat de mogelijkheid, dat grootendeels in de
behoefte aan Chilisalpeter zal kunnen worden voor-
zien. Omtrent den aanvoer van andere st,ikstofhou.
dende mestatoffen bestaat geen zekerheid; alleen aan-voer van een hoeveelheid Norge-salpeter is venzekerd.
De aanvoer van Thomasslakkeurneel is onaeker; van
kalizouten mag een genoegr,ame aanvoer verwacht
worden. De aanvoer van ruwe fosfaten gaat met
groote moeilijkheden gepaard. In het algemeen is een

846

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10September
1919

belngrijk tekort aan fosforzuurhoudertd rnststoffen

te verwachten.
De’ Kunstmestcommissie heeft ook bekend gemaakt,
dat tengevolge va-a moeilijkheden bij aanvoer van
grondstoffen voor den aanmaak van superfosfaat, de

nabestellingen van superfosfaat voor de herfstbe-
mesting niet kunnen worden uitgevoerd.

MAANDCIJFERS..

EMISSIES IN AUGUSTUS
1919.

Provine. en Gemeentelijke leeningen
zijnde:
Schouwen
f
200.000,- 5’/2
0
/0
obl.
a
100
0
/0
Eindhoven f1.650.000,- 51/
2
0/
obl.
5, 99
0
/0.

Waspik
f 18.000,- 5
o/
o
oh!. A. 95 °Io.
Purnierend
f
86.500,- 5
0
/o
obi.
98
’10.

Duurswold
f
91.000,- 5
01
obi. It
101,01
0/•

Bank- en Orediet-inate1lingn ……
zijnde:
Handels- en Landbouwb. f500.000,-
aand. It 110
O
/o.

Comm. Balikvereen. Slavenburg & Co.

f
250.000.- aand. It 120
O
/o.

Industrieele Ondernemingen ……
• zijnde:
• N. V. Algern. Nederlaudsch-Indische Elcetriciteit-Mij.
f
1.000.000,-
mud.
It
125
0
/o

N.
V. ,,IJselwerf”
f
350.000,- aand.
It 10.5
0/.

N. V. ludustrieele Maatschij. ,,Hera”

f
1.000.000,- 6
0/
cum. pref.
winstd. aand. It. 100
0
/0

Cultuuroudernemingen, Handeisver-
eenigingen en llandelsvenn…..
zijnde:
Amsterclamsch Kantoor voor In di-
sche Zaken
f
750.000,- 7
0/
cum.
prof. wiustd. aand.
It
103 ‘/
0/,

f
250M00,- aand.
It
127 /,
0
/0.
N. V. Internationale Tabakshand ei-
Maatschappij
f
500M00,- aand.
It
285
0/,
f
500.000- 7
0/,,
cum.
pref. winstd. aaud.
It
112
0/.

N. V. Hanclelsvereenigiiig ,,Onderling
Belang”fSOOOOO.-aand.It 115
/0.
N. V. Indische Handels-Compagnie

f
1.000.000,- aand.
It
175
01,,

N. V. Zaadhandel en Zaadteelt v/h.
A. 1-tobIjel
f
144.000,- aand. It
112
‘/o.

N. V. Cultuur-Maatschappij .,Pasoe-
mah”
f
200.000,- mud.
It
100
0
/0.
N. V. Mij. tot Exploitatie der Cul-
tuur-Ondernemingen van E. Moor-
mann & Co.
f
2.137.000,- 6
0/

cum. prei. winstd. aand.
It
105
O
/o.

Totaal….

f
13.503.019,-

Totaal der emissies in Januari

. .
f
351.300.909,-

Februari
. .

,,
32.726.200,-

Maart

….

,,
35.629.547,50

April

….,,
16512.875,-

Mei

……,,
42.243.720,-

Juni ……,,
80.519M75,-

Juli

……
277.824.815,
Augustus..

,,
13.503.019,-

Algemeen Totaal
……f
850.260.160,50

terwijl

voorts, ook

hier te lande gelegenheid bestond tot
inschrijving
op
de uitgifte van
£
4.066.321
aandeelen Shell
Transport
&
Trading
Co.
It
100
0
/0.

Bovendien:

f
48.150.000,- 3/m. Schatkistpromessen
It
f

991,066
29.010.000,- 61m.

,, ,,

,,

982,50
2.840.000,- 41/
t
0/

Schatkistbiljetben
,, ,,
1007,50

PRODUCTIE DER KOLENMIJNEN. ‘)

(Ontleend aan ,,Maandschrift Centraal Bureau Statistiek”)

Naam van de
Juni
Juli

Mijn
1919
1918
1919
1

1918

$taatsmijnen.

,,Wilheimina”
48.318
50.991
51.993
45.135
,,Emma ………..
.50.378
62.954
57.020 52.091
,,Hendrik” ………
23.818
15.432 29.994
14.753

122.514 129.377
139.007
111.979
Totaal
..
. –

Particul. mijnen.

Dornaniale mijn.
37.703
37.956
43.997
38.172
Mijn Laura en Ver
40.682
39.100
49.300 31.600
Oranje-Nassau
mijnen ……..
57.871
73.897
69.236
69.321.
Mijn Willem So

eeniging ……..

12.673
20.163
15.300
19.500
phie …………

T otaal.. ..
148.929

..

171.116
177.833 158.593

‘Totaalgeneraal
271.443
300.494 316.840
270.572

) In tonnen.

RIJKSPOSTSPAARBANK.

JULI
1

1917 1918 1919

f

8.565.541
f

8.755.996f
12.868.632
Terugbetalingen

..
,,

5.966.882
,,

7.582.168
,,

10.236.407
Tegoed der inleggers
op
ultimo
……….
212.892.954
,,
225.786.992
,,
258.921.028
Nom. bedr. der uitst.
staatsschuldboekjes

Inlagen

……… ..

27.623.250
,,

30.821.650
,,

35.840150
Spaarbankboekjes:
op
ultimo
………..

gegeven
10.300
11.893
14.753
Aantal nieuw uit-

Aantal

geheel

af-
betaald
6.288 5.987 7.802
Aantal

uitstaande
op
ultimo
1.748.816
1.792.487 1.866.875

NEDERLANDSCHE HANDELSSTATISTIEK.

J
jj
het vorig nummer namen wij de, naar producten
•alphabeti’sch gerangschikte, cijfers van in- en uitvoer
in de maanden Januari tot Juni
1918
en
1919 op.

De afleveringen van de maandstatistiek – zooals deze worden uitgegeven door het Centraal Bureau
voor de Statistiek, alwaar eene indeeling in
15
groe-
pen is toegepast – vermelden bij ‘ieder artikel ‘hoe-
veel daarvan is uitgevoerd nââr of ingevoerd uit do
landen, waarmede de ‘aanzienlijkste .handelsbeweging

heeft plaats gevonden. Wij hebben nu voor een aan-
tal ‘belangrijke landen een
totaalcijfer
berekend, res-

pectievelijk ondej-scheiden naar de in’deeling: a. voe-dings- en genotmiddelen;
b.
grondstoffen en haiffa-

brikaten;
c.
‘bewerkte artikelen en voor de som van
alle igooderen samen, vooi het eerste ‘halfjaar van de

respectieve jaren
1918
en
1919.
Niet alle goederen, waarvan i- of uitvoer plaats
gevonden heeft zijn in de gepubliceerde statistiek op-
genomen. Het zou derhalve slechts aanleiding moeten
geven tot onjuiste conclusies door van de aldus door
ons gegroepeerde cijfers totalen te berekenen. De on-
derlinge vergelijking van de jaren
1918
en
1919
kan

evenwel zonder bezwaar geschieden.

2.025.

850.000,-

8. 010. 130,-

-u

Het ,,Maandschrift” teekent bij de cijfers- aan:’

zooals uit deze cijfers’ blijkt, was de productie in
2.617.500.

Juli grooter dan in elk der voorafgaande maanden

van
1919. Ook
werd belangrijk meer geproduceerd

-. dan in Juli
1918,
waarbij men echter bedenke, dat

toen liet heerschen van de ,,Spaansche griep” onder

cle mijnwerkei

s de productie zeer benadeelde.

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

.

.

.

847

.

.
EERSTfIIALFJAR
S


EERSTE
HALFJAAR

Artikelen

Landen
luvoer
Uitvoer
Invoer Uitvoer

1918
1

1919
1918
1

1919
1918
1

1919
1918
.’
1

1919

15
.
181
72
154.831
L
VoedIns- enenotmIddeIen

Aardappelmeel
0
21
2

882
56
34.31
35
.154

Aardewerk en porselein
. .
6.179
3.038
1.005
5.797
49
3.08
0
21

Bier
91
19
365
985
155
292
17
89

17
6
2.432
5218
Duitschiand…..
…….
143
194
17.112
198.765

Cacao
1
172
172
458
Belgie
21
16608
2860
28084

Aardappelen

……………

Cement en tras
66.143
76.986
f
6
286
4.454
948
1.138

Chemische prductenh)
. .
10.087
12.182
610
2.258

Suriname……………….


Groot-Brittan.en Ierland

618
13.881

24.736
11.111

1.128
133.983
0
1

O.4ndie …………….

Oostenr..Hong.

……..
44
31
2.073
7.390

………

Chocolade …………
.. .
0
_

13
87
245

Ned.

W.-Indie

………..

Rusland (Enrop.)
0
0
0
215

Boter

………………….

Chilisalpeter

………..

107
1.856
0
0
Zwitserland …………

…..

1.147
2.675
174

0
0
1.204
2

Frankrijk

……………..

….29
0
0
2.107
841

Garens van katoen

. . . .
43
7.978
2
202

…..

9.336
1.498
354
217

van wol
2
11,0
0
2
49
0
1.049
41

ian vlas, heunep
54
207
24
260

Zweden…………………
Noorwegen

………….

V. S. v.N:-Anierika
265
271.791
45
141

5
1.200
1.824
5.002

Deneniarken

…………

58
61.363
28
83

1.500
49.273
0
54

Argentinië

…………..
Brazilië

……………
219
6.333
0
51

Gist
0 1
903
321
Chili ………… ……
0
9
0

7.104 5.139
1.939
9.098
0
0
73 51

7
13.065
0
98
0
0
7.925
0

19.555
297.253
27
13.303
II.

Grondstoffen en balffabrik.

..3

ELuiden en vellen
229
2.653
269
6.763

Unie Z,-Afrik’i

………..
Br.-Indië …………….

94
16.949
7
1.257
0
64
1
5
Ned. W.-Inclië ……….
0
0
0
0
Kaas ………………


12.510
4.801
Suriname …………..
0
65

0
4
Katoen (ruwe)
0
11.724
0
1
Duitschiand …………
927.664
649.285
3.188
15.296
0
72
255
’36
.15.282
892.212
31
23.202
46
188
0
37
1
208
0
4.602
706
3.944
4
181
Groot-Brittau. en Ierland
102.100
387.895
5.309
23.317
1.016
22.234
0
19
Oostenr.-llong.

……..
14.450
1.878
0
5
Koper en koperwerk….
165
2.041
0
3
Rusland (Europ.)
0
26.625
0
800
0
27


Zwitserland …………
20
0
146
105
0
970
1
2.737
Zweden …………….
93.313
87.697
299
225
0
11.838
4.532
1.138
607
2.632
214
170
Lood en loodwerk
0
3.053
0
5
Denemarken
0
726
2
73
15.473
31.966
4S1
15.265
V. S. v.N.-Amerika
403
260.872
44.071
15.775
202
21.487
0
13
105
11.762
0
2.375

Copra

………………..
Eieren ………………..

Manufacturen
i)
n.a.g. ..
2
630


0
637
.

0
0
‘modewaren ….
146
403

. –
1.128
80.006
0
0

Gedistilleerd

…………..

onderkleeding..
19
278
. –

Unie Z.-Afrika
0
0
0
0

Gerst

……………….

dekens van vol
0
0
.0
63
0
0
10
0

………………….
Glas en glaswerk ………
Haver …………………

Margarine
4)
47
66
2.432
1.048
lii

Bewerkte artikelen

iouti)

………………

0
4.575
0
0
NecI. 0-Indië
10
32
46
26969
Kaarsen

………………

7.859
9.042
29.237
49929

Ned. O.-.Inclië …………

Ned W -Indië
0

..

0
9

0

Kinabast ………………

11
66.048
6
4.497
Suriu’tnie
0

..

0
8
196

Kleurstoffen

…………..
Klinknagels

…………..

Rails enr
1.138

….

15.930
Duitschlend
52271
79024
8.131
1.859

Hoffie

……………….

7.880
12.651
0
14
3.583
4.289
330
10.860

Leder

………………..
Lijnolie

………………

Rijwielen …………..
76
332


8
384
731
4.028

Lijnzaad

………………

Rogge i)

………….
8

21.251
3
133
Groot-Brittan. en Ierland
1.017
16.630
18.958
39.713

Machines ……………..
Mais ………………….

0
0
2,437
8.894

België

……………….

Oostenr.-Hong.

……..
1.555
773
1.32
109
0
0
0
828

Frankrijk

…………….

Rusland (Europ.)
o
0
7
1
Sigaren en sigaretten .,
25
957
1.845
2.572
Zwitserland
…………

969
2.669
100
407

Palmpitten …………….

Staal- en ijzerwerk
7)..
..
12.747

..

1L966
243
5.924
7veden


….

4.307
5940
169 97

Papier

……………….
Petroleum

…………….

Schaperio)

…………….

Steenkolen enz
834 113

….

1.483.186
45291
39314

Noorwegen …………….

Nooiwegen

4.533
5579
731
364

Rijst …………………

Suiker, basterd
0
0
0
0

Argentinië

…………….

535
349
389
1.100
beetwortel (ruwe)
0
.

0
13.018
932

Brazilië

.
……………..
Chili ………………….

V. S. v. N.-Amerika
70
7.332
182
2.802

Runderen°) ……………..

riet

(ruwe)

….
0

….

9.665

Br.-Indië ………………

Arwentinië
0
0
471
932
100
13,591
3.263
141
Brazilië
0
0
125
231
rarwe
)
19
255.346
448
6.617

…………..

Chili
0
0
0
0
0
10.689

Unie Z.-Afrika
0
0
159
75
0
323
0
0

Belwië

………………..
Frankrijk

…………….

Br -Indië
0
0
55
0
iarkensc)
0
0
2
207
9.342
2.074
.5.484
49.563
Totaal der drie groepen.

…..

13
1
2.438
3.093
160
5L512
88
33.380

Vleesch …………….
3
10144
220
14.009

Denemarken

…………….

49
3.085
0
21

Vruchten
8)
0
1.080
277
1.695
Suriname …………..
155
357
25
289

Tabak

…………………

559
12.595
2
1.395
980078
728.503
28.431
215.920

Thee ……………………

57
2751
0
31
18.886
913.109
3.221
62.096

Liublokken ………………

Weefs. en stoffen
9
)
v. zijde
36
121

Ned.

0.-Indië …………….

295
5.046
1.679
9.768

Visch

………………..
Vlas

…………………….

van katoen
82
3.746
267
3.619

Ned. W.-Indië …………….

Groot-Brittan, en lerlaud

……

103.735
418.406
49.003
74J41

van vlas, heunep
1
55
1
16

Duitschlaud…………..
België

……………….

Oostenr.-Hong.

……..
16.049
2.688
2.605
7.504

Wijn …………………..
Wol

……………………

laken enz

…….

0

…….

640
0
529

Frankrijk

………………

Rusland (Europ.)
0
26.625
7
1.016

0
8
0
3
1.018
3.816
2.921 686

IJzer en staal (ruw)
12.269
27.45
1
189
Zweden …………….
97.620

….

93.637
2.075
1.103

plaat- en smeed-..
49.956
173175
1
59
14.476.
9709
1.299

751

flanel ……………..

1.138
9.166
14
433

Zwitserland …………….

584

..

1.075 L440
1.214
buizen

………….
Zink en zinkwerk
269
2044
21
448
N. S. v. N.-Anierika

….
744
539.995
44.298
18.718

Zout ……………….
71.021
33.568
1
1.802

Noorwegen

…………..

163
73.125
499
3.390

Denemarken

………….

219

..

6.970
125
282
‘)
Geen verf waren, soda ef
potasch.

2)
Geen verfhout.
3)

Zie ook

Argentinië

……………

1.131
80006
9 0
Weefsels.

4)

Geenruwe margarine;
5)

mci.
bloem en
meel naar

Brazilië

……………..
Chili ………………..
Unie Z.-Afrika
0
0
992 126
verhouding 3 :4.

0)
Stuks.

7)
Ze ook
Ijzer.

8)

‘Ook
gedroogd, maar
geen zuidvruchten.

9)
Zie ook
manufacturen.
Br.-Indië ……………
‘0
0
7.990
0

848

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10 September 1919

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B. •** beteekent Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.

6September 1919

20 Juli 1914

Ned

(Disc.Wissels.
41/3
sedert 1 Juli ’15
3’/3sedert23 Mrt.,’14

BanBelB0
k
4
1
!,

1

,,

’15
4

23

’14
(Vrsch.inR.C.
5
1
!1

,,

19Aug.’14
5

,,

23

,,

1
14
Bank van Engeland
5

,,

S Apr.’17
3

,,

29 Jan. ’14
Duiteche Rijkebank
5

,,

23Dec.’14
4

,,

5Febr.’14
Bank van Frankrijk
5

,,

21Aug.’14
3
1
!2

,,

29 Jan
’14
Oostenr. Hong. Bk.
5

,,

12Apr.’15
4

,,

12 Mrt.
’14
Nat.Bankv.Denem.
51/,

,,

4 Jan.’19
5

6Febr.’14
Zweedsche Rijksbk.
6

,,

13 Juni’19
4
1
/,

,,

6

,,

’14
Bank v. Noorwegen
Ö’Ii

,,

11Mei’19
4I/

,,

11

’14
ZwitserscheNat.Bk.
5

,,

’21 Aug.’19
3
1
/

,,

19

,,

’14
Belgische Nat. Bk.
4

,,

12Juni’19
4

30 Jan,’14
Bank van Spanje..
4

,,

22Mrt.’17
41/,

,,

24 Sept.’03
Bank van Italië ..
6

,,

10Jan.’18
5

,,

9 Mei ’14
Fecler. Ree. Bk.N.Y.
3-4
q
1

Javasche Bank….
31/t

,,

1Aug.’09
3
1
1,

,,

1 Aug.’09

OPEN MARKT.

Data
Amsterdam
Londen
Pa,!.
Berlijn
Part.
P
Part N. Yok
Coil.
Part.
Pro!on-
disconto
gatie
disconto disconto
disc.
manco

5 Sept. ’19
37/8
4 3
8
18 ‘)
4-
1
/s

5
1
Is-6
1-5

S. ’19
38/
4
_7/
5
1)
4
3’12
4

/
t
4’/36
25-29 A. ’19
3
8
/4-4
4-5
3’4
4-1/s

5
1
/-6
17-22 A. ’19
4
1
/,
5
3e/s
4_5/

312-6

2-7

S.
’18
2
1
/4-3
2/4-3
3174

4..6/

51/6
3-8

S. ’17
1/82
2
1
/,
4
21
/,,
4-
5
/s

3-6

0-24Juli’14
3’I8-
1
I,s
2’4-
1
/ 2V4
1
/4
2
1
fs-
1
/,
2’/4
1’/-2*/,
1)
Het particulier disconto der gemeentewissele was in de afgeloo-
pen
week
1/5.1/4
pCt. hooger.
2)
Noteering
van 6 September.

WISSELKOERSËN.


-o

WISSELMARKT.

De koers voor Londen loopt in de laatste weken weder
regelmatig terug, zoodnt in betrekkelijk korten tijd een
daling van bijna 6 pCt. plaats vond. Ook Parijs en België
hebben ouder gestadig aanbod te lijden, en.
32.60
en en.
31.60. Marken waren eveneens weder sterk aangeboden.
Vooral Vrijdag werden geweldige bedragen verhandeld. Iii
een kwartier ftijds werd ter beurze te Rotterdam circa 12
millioen mark verhandeld. Des ni ettegenstaande bleef de
koers zich tamelijk handhaven en was de geheele daling
betrekkelijk gering. Daar echter heden alle buitenlandsche
noteeringen bijzonder flauw afkwarnen, was hij veel kleineren
omzet ‘de daling beduidend grooter. Ook Weenen brokkel.t
gestadîg af, ca. 5.-. Dollars blijven nog steeds goed ge-
vraagd. De koers blijft echter zeer stationnëir, ca. 2.68
2.69. Ook de neutrale wissels ondergaan niet veel verande-
ring; alleen Noorwegen was aanmerkelijk lager. Buenos-
Aires ca. 114.-. Indië beduidend vaster 100% D 100%.

KOERSEN IN NEDERLAND.

Data
on

Lden
*;
Parijs

Berlijn
*
Weenen
8
)

Brussel
8*)
New
Yorkt”

2 Sept. 1919..
11.28
33.02′
12.27
5.50
32.10
2.68’/4
3

1919..
11.27k
32.70
12.10 5.50 31.90
2.68
1
/
4

1919..
11.26
32.95
12.124
5.50
32.15
2.68/
5

,,

1919..
11.25k 32.70
12.-
5.25 31.774
2.68
1
/
6

,,

1919..
11.24
T
s
32.65
11.80 5.10 31.72k
2.68/
4

7

,,

1919..






Laagste d.w.’)
11.22
32.50
11.75 5.10 31.60
2.67
1
!,
Hoogste
,,

,, i)
11.30
33.35
12.55
5.50
32.20
2.67I4
28 Aug.1919..
11.32
83.50
12.40
‘5.70
32.27!
2.69
21

,,

1919..
11.32
k

33.20
12.-
5.40
31.70
2.70
1
/2
Muntpariteit..
12.101
48.-
69.26
50.41
48.-
2.48
3
/
.1
,’.o,eenng te nmsteruam.
😉
oteertng te nutteraam.
1)
‘Particuliere opgave.

D
0
t
0
Stock!
holm)
Kopen.
hagen
8
)
Chris.
liania
5
) I
Zwitser-
I
land8)
Spanje
t)
Batoota

telegrafisch

2 Sept. 1919
65.50
59.52k
61,90
47.10
51.-
100/100
3

1919.
65.50 58.55 61.80
4740
51.50
100/100
4

1919
65.60 58.65 61.50
47.60
51.50
1001100
5

,,

1919
65.55 58.70 61.50
47.30
51.50
100/100
6

1919
65.60 58.80 61.40
47.30
51.-
1001100
7

,,

1919
– –




L’ste d.
w.’)
65.30 58.30 61.30
46.95
50.50
100V4
E1’ste

,,

,,

‘)
65.70
58.90 62.10
47.65
52.-
100
3
/4
28 Aug.1919
65.75 58.30 61.90
47.45
50,752

99-100
21

,,

1919
65.75
58.50
62.40
47.70
51_.8

99r
7-100v
o

Muntpariteit
66.67
66.67
.66.67
48.-
48.-
100
) INoteering
te Amsterdam.
)
rart,cul,ere opgave,
5)
tNoteer,ng v. 49 Aug.
5)
idem van 22
Augustus.

KOERSEN TE NEW YORK.


Coble
Zicht
Zicht Zicht
D
0
a
Londen
Parijs
Berlijn
Amsierd.
(in
$
(in frs.
(in cents (in cents
per
P.
$)
p. 4
Rm.)
per gld.)

6 Sept…..1919
4.14.50
8.37
nom.
37
Laagste d week..
4.14.50
8.12
nom.
37
Hoogste,,

,,

..
4.19.50
8.37
nom.
37
29Aug ….. 1919
4.21.25
8.06
non’.
87’/s
23

,…..1919
4.20.75
8.08
nom.
362/
4

Muntpariteit.

4.86.67
5.18’14
951/4
40’/it

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.

Plaatssn en
Linden
Noteerings-
eenheden
23Aug.
1919

30 Aug.
1919

Tijdperk
1-6 Sept.
‘_,
Laagste Hoogste

6 Sept.
1919

Alexandrië..
Piast..p.
£
9712/32
9718132
9718/,
2

97184
2

97
18
/82
B. Airest)..
d.p.gd.pes.
541I/
542[
4

5412/,,
558/s
65’/2
Calcutta
. . .
sh/d.p.rup. 1/10
s
.
1

1110
1
9

1110.
1/10k
1/10 Hongkong
..
id.
p.
$
3110
3/111/
4

3/111/
4

4111/
4

4!0
1
I2
Lissabon….
d.p.escudo
26
1
!,
27
26
1
/
27
tfg
26’/
Madrid

….
Peset.
p. Z
21.95 22.19
21:65
22.18
22.03
Montevideo’
d.p.peso
571/
2

578/2
’57I/
577/s
57/8
Montreal..
..
$
per
£
4.381/,
4.36
4.29’/2
4.35
8
/4
4.29/4
R.d.Janeiro.
d.p.milr.
14/i6
14
9
/,,
14/,o
14’1s2
l4/,6
Lires
p.
89.95
40.81 40.00
40.70
40.61
Shanghai
‘ . .
sh/d.p.tael
5’/lO’/l
5/9
5/10
6
6
Rome

…….

Singapore
..
id.
p. $
2/4
7
171
214
7
/3
2/4′!,
2/4′,
/,
2/47/,2
5
Valparaiso..
d.p.pap.p.
9″/s
9”/,,
10
1
/22
10
1
!8
10
8
182
Yokohama
..
sh/d.p.yen
214
7
/16
2/4
7
110
2/4
1
/8
2/5
214
7
/s
‘ Koersen
van
den
dag
voorafgaande
aan
de
data in
het hoo(d
vermeld.
1)
Telegratlsch
tranefert.

GOUD EN ZILVER.

Sedert
29 Juli 1916
‘worden. de dageljksehe ontvangsten
en onttrekkiugea van goud door de Bank van Engeland
tijdelijk niet bekend gemaakt.

NOTEERING VAN ZILVER.

Noteering te Londen

,
te New
York

6

Sept.

1919……..61
1
)
111
1
Ie
29

Aug.

1919 ………58′
108′!,
23

1919……..60
7
18
2
)
113’/
16

,,

1919 ……..

598/s
112’/s

7

Sept.

1918 ……..

49’/s
101’/8
8

Sept.

1917……..49
96
1
/8
20 Juli

1914 ……..24″/i,
54’/s
t) Noteering van
5
September.

2)
id van 22 Augustus.

N.U.M.

Weekstaat der Nederlandsche [.Jitvoermaatschappij.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Buitenl.
Debet
5
pCi.
Credit
Data
Bankiers
Schat.
Dioerse
Schuld.
Dioerse

kisibiij.
reken.’)
brieven
reken.
1)

5
Sept.1919..
1.916
58.650
1.322 17.164
42.128
30 Aug. 1919..
1.481
58.650
1.319 17.164
41.760
21

1919..
3.810
58.650
1.249
17.164
41.402
14

1919..
3.747
58.650
1.216
1,7.164
41.332

5 Sept.1918..
1.599
43.100
60.300
14.405 85.750
1)
Heide
rekeningen
omvatten,
behalve garantiewissels in
portefeuille
tot het bedrag der buiten!. schatkistbiljetten. in hoofdzaak garantiewiseels
in deptt
bij de Ned.
Bank.

tO September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

849

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 8 Sept. 1919.

Activa.

BinnQnl.Wis-{H.-bk.

f
89.860.827,95
sets, Prom.,

B.-bk.

1.607.414,97
enz. in disc.

Ag.sch.

31.351.051,70
f
122.819.294,62
Papier o. h. Buiteul. in
disconto

………………… …..

Idem
eigen portef..
f
44.293.940,-
Af :Verkochtmaar voor
de bk. nog niet afgel.

Beleeningen
44293940

m

vrsch

H.-bk.

f143.612.614,68′!,

in’ rek.
cl
.

.
-crt.
B.-bk.

,, 11.985.146,25

{
op onderp.
Ag.sch. ,, 64.552.743,30’/

f220.150.504,24

Op Effecten

……f214.916.904,24
Op Goederen en Spec. ,,

5.233.600,-

,,
220.150.504,24
Voorschotten a. h. Rijk …………….

..
13.525.417,37

Munt en Muntmateriaal
Munt, Goud ……
f
56.511.275,-
Muutmat., Goud ..

,,575.075.894,63

f631.587.169,63
Munt, Zilver, enz..

5.801.079,98
1
/2 Muntmat., Zilver

Effecten
637. 388. 24 9,61,’!,

Bel.v.h.Res.fonds..
f

4.533.607,50
id. van ‘/sv.h.kapit. ,,

3.954 588,871/s
8.488.196,3711,
Geb.enMeub.dejBazik …………….
rekeningen

………………

..
52.594.671,32

f1.102.572.273,54

Passiva.
Kapitaal ……………………..f

20.000.000
1

.Rservefonds ………………….
in omloop ………… ..1.003.949.570,-
Bankassignatiën in omloop ……….
..1.641.750,31
Rekening-Courant saldo’s:
Van het Rijk ….
f


Van anderen .. .. ,, 64.568.925,90
64.568.925,90
Diverse rekeningen ………………..7.412.027,33

f1.102.572.273,54

Beschikbaar metaalsaldo ………….. f
422.589.369,66’/,
Op
de ba8ia van
2
/s
metauldekhing ……
208.557.320,42’/,
Minder bedragaan bankbiljetten inornloop
dan waartoe de Bank gerechtig(l is ..

2.112.946,845
1

Verschillen met den vorigen weekstaat:
Meer
Minder
Disconto’s

…………….11.169.930,27
Buitenlandsche wissels……167.839,-
Beleeningen
16.496.864,65
Goud

…………………
4.005.712,96
Zilver
21.462,96
Bankbiljetten’ …………1.070.505,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….
6.230.738,28’/,

Voornaamste posten in duizenden
auldeus.

Data
Goud
Zilver
Ban k-
Ijette,,
Andere
opeischbare
schulden

6 Sept.
1919
..
631.587
5.801
1.003.950
56.211
30 Aug.
1919
..
635.593
5.823
1.002.879
72.730
23
1919
638.640
5.868
987.544 66.650
16

,,
1919
646.533
5.792
996.647
79.149
9

,,
1919
..
646.533
5.822
1.004.122 76.992
2
1919

…….

646.539
6.089 1.022.892
66.751
26 Juli
1919
651.403
6.417
1.003.290 70.823
19

,,
1919
651.403
6.635′
1.010.346
70.147
12
1919
..

.
652.622 .6.982
1.015.918
66.429
5

,,
1919
..
657.716
7.507
1.024.922 59.968
28 Juni
1919
657.722
8.214
1.018.076
73.433
,
21
1919
662.602 8.702 1.001.959
83.591
14

,,
1919
..

.

.
661.969
8.492 1.009.394 67:100

7 Sept.
1918
707.437 7.959
953.797,
61.104
8 Sept.
1917
664.182
7.364
788.448 101.260

25 Juli
1914
162.114
8.228
310.437
6.198

D t
a a

Disconto’s
__
Belee.
Bcjchik-
baar
Dek-
kings.
Hiervan
.y

,
0
as
Schatkist.
ningen
Metaal-
percen.
promessen
.
saldo
lage
rec/,istreeks

6 Sept.1919
122.819
50.000
220.151
422.589
60
30 Aug.1919.
111.649
47.000
236.647
425.494
60
23

1919
86.755
28.000 240.259

432.844
81
16

1919 101.330
40.000
234.006 436.277
61
9

,,

1919
107.751 52.000 234.038
435.244
60
2

1919
119.252
65.500
239.220
433.810
60
26 Juli 1919
112.536
66.500 208.158
442.070
61
19

,,

1919
113.747
61.000
208.275
441.012
61
12

1919
117.136 59.000 210.762
442.197
61
5

,,

1919
113.156 59.000
217.128
447.269
61
28Juni1919
108.940
59.000 225.185
446.657
61
21

1919
109.648
64.000
202.859
453.176
62
14

,,

1919
103.179 57.000 203.703
454.785
62

7 Sept.1918
89.209
70.000
104.711
511.685
70
8 Sept.1917
90.728

80.000
71.915
492.542
75

25 Juli 1914
87.947 14.300
61.686
43.521
1
)
54
‘)
LIp
de basis
van
’15
metaaldekking.

Uit de bekendmaking van den Miuister v a n Finan.
ciën blijkt, dat uitstonden op:

1

30
Aug.
1919

1

6
Sept.
1919

Aan schatkistpromessen.. f 375.800.000,-
f
375.480.000,-
waar van rechtstreeks bij

de Ned. Bank geplaatst

47.000.000,-

50.000.000,-

Aan schatkistbiljetten ..

81.521.000,- ,, 84.361.000,-

Aan zil.verbons ……..
.

42.087.087,-

42.180.987,.-

JAVASCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail ontvangen gegevens worden detelegrafisch
bekend geworden totaalcijfers der obligo’s en uitzettingen en het beschikbaar metaalsaldo van latere data opgenomen.

1

Bank

snaere
Data

Goud
J

Zilver

1
biljetten
1
opeischb.
1
schulden

23 Aug. 1919
374:000
16

,,

1919
362.000
9

,,

1919
344.000

19

Juli

1919 ……
135.722 5.510
250.676
88.630
12

,,-

1919 ……
136.047 5.433
250.360
90.264
28 Juni 1919 ……
132.360
6.553
240.173
97.961
129.532

..

7.332
234.793

100.958
21

,,

1919…….

102.379
‘13.803
183.63
74.039
31

Aug. 1918 …….
25 Aug. 1917 …….
83.288
18.043
173.241 50.027
25’Juli

1914 ……
.22.057
1

31.907 110.172

1
12.634

aia
Dis.
Wissels,
huilen
Belee.
Div se
Beschik-
baar
Dek.
kings.
conto’s
N..Ïnd.
ningen
re
C-
ningen t)
metaal.
percen-
l,eiaalbaa,
saldo
lage

23Aug.1919
215.000 84.750
***
16

,,

1919
.207.000
,*

.
78.500

9

,,

1919
186.500
77.500

19Juli 1919
13.664
73.646.
42′
10.202
18.107
74.476
12

,,

1919
9.936 16.170 81.610
9.524 73.582
42
28Juni1919
8.711
15.356
75.536
16.067 71.478 41
21

,,

1919 8.661
21.576
74.141 12.828
69.883
41
31 Aug.1918
7.325
25.690
72.771
20.113
64.864
45
25Aug.1917
7.905
31.141
61.326 23.459 57.006
45
25 Juli 19141
7.259 6.395
47.934
2.228
4.842′)
44
t)
Sluitpost
der
activa.
2)
Op
de basis
van
2/
metaaldekking.

SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste nosten in duizenden
ffuldenR_

Data
Metaal
Circulatte
Andere
opetschb.
schulden

1
1
Disconto’s
Dia. reke.
ningeni)’

26 Juli

1919

..
939
1.472
961
1.520
393
19

,,

1919

..
935
1.469

985
1.505
413
5

,,

1919

..
933 1.565
953
1.516
405
14 Juni 1919

..
1.026 1.489
902
1.414 151

27 Juli

1918

..
615
1.444

961 1.154
940
28 Juli

1917

..
782
1.206
1.100
902

,
735

26 Juli

1914

..
645
1.100 560
735
396
‘)
ntuitpost der activa.

Ll

850

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

10 Septemer 1919

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven –

van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

BANK VAN ENGELAND.

‘voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden pond sterling.

Currenci, Not ei.
Data

!i’fetaal

Circul alle
Bedrag

Goudd. Goe. Sec. –

3 Sept. 1919 88.252

80.798 330.787 28.500 314.72S
27 Aug. 1919 88.244

79.800 330.952 28.500 315.080

20
,,

1919 88.269

79.501

334.272 28.600 318.736

13
,,

1919 88.288

79.723

88.777 28.500 322.782′

4 Sept. 1918 69.933

58.597
1
211*619 28.500 249.572

5 Sept. 1917 54.288

40.670 174.560 28.500 147.896

22 Juli 1914 40.164 29.317

Data
Cao.
s.
Oiher
Sec.
Public
Depos.
Other
Depos.
Re.
serve

Dek-kings.
percen-‘
lage’)

3Sept.’19
37.491 81.537
24.516
102.314
25.904
20,42
k

27 Aug.’19
29.785 79.569
23.261 94.918
26.894
22,76

20

,,

’19
26.418 83.015
23.397
95.219
27.218
22,94

13

,,

’19
21.390 81.223 22.455
89.158
27.014 24,20,

4Sept.’18
58.166 98.886
37.012 131.725 29.785
17,65

5Sept.’17
57.794
97.739
44.462
124.997
32.068
18,92

22Juli ’14
11.005
33.633
13.735
42.185
29.297
52
1
/s

t)
Verhouding tusschen Reserve en Deposits.

.

DUITSCHE RIJKSRANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens- ,

kassenscheine, in duizenden Mark.

Data Metaal
Daarvan
Goud

i

Kassen- schelne
Circu-
latie

Dek-
kings-
percen-

31 Aug. 1919
1.122.771
1.103.252
8.565.350 28.492.316
34

22

,,

1919
1.124.888
1.095.137
8.463.003 28.141.793
34

15,,,

1919
1.126.255 1.096.662
8.582.324 28.443.137
34

7

,,

1919
1.127.691
1.108.010
8.703.329
28.856.013
34

31 Aug. 1918
2.467.144
2.348.099 2.172.466
13639.098
35
31 Aug. 1917
2.499.126
2.403.027 671.355
9.337.102
34

23 Juli

1914
1.691.398 1.356.857 65.479 1.890.895

t)
Dekking der circulatie door metaal en Kassenscheine.

Data
Wisse!,
Rek. C,t.

Darlehenskassenscheine

Totaal
In kas bij
uitge-
de Reichs-
_____________
geven
bank

31 Aug. 1919
31.246.515
10.885.265
20.348.900
8.541.60

23

1919
27.952.434
7.541.489
20.167.300 8.461.400

15

1919
26.410.137 6.282.857
20.360.000 8.560.100

7

,,

1918
28.545.490 8.322.242 20.622.700 8.681.100

31 Aug. 1918
17.674.154
9.432.051 10.534.600 2.158.860
31 Aug. 1917
11.364.610
5.890.583
5.753.300
.657.000

23 Juli

1914
750.892 943.964

OOSTENRIJKSCH-HONGAARSCHE BANK.

Voornaamste posten in duienden Kronen.

Metaal en
Disc,
en
B
Data
buiten!.
schuld van
Bank-
Rek. Crt.
goud.

Oostenrijk biljetten
saldi
wissels
ningen
en Hongarije

4
23Aug.’19 9326.388
11.840.982
32.954.000
43.166.197
6.034.915

15

’19 327.042
12.154.071
32.954.000
42.712.392 6.510.896

7

,,

’19
328.617
11.852.983 32.954.000
42.296.165
6.545.206
31Juli’19
328.103 11.865.169
32.954.000
42.353.777
6.467.030

23Juli’14
1.589.267
954.356

2.159.759 291.270 1)
waarvan 262.236 goud, 7.701 buitenlandscke goudwssels en
10.411
snurlt- en muntmateriaal zilver.

BANK
VAN FRANKRIJK.

Voornaamste posten in duizenden francs.

Data
Goud
Waarvan
I.
het
Buitenland
Zilver
Te goed in liet
Buitenland

Buit ,gew.
voorsch.
old. Staat

4Sept:’19
5.572.540
1.978.278
295.766 888.572 23.850.000
28Aug.’19
5.572.424
1.978.278
296.746
897.664
28.600.000
21

,,

’19
5.572.285
1.978.278
297.685
907.892 23.500.000
14

,,

’19
5.572.149
1.978.278 298.484 908.657
23.300.000

5Sept.’18
5.436150
2.037.108 320.175
1.656.453
3.277.166
6Sept.’171 5.313.880
2.037.108 260.085
668.111 11.300.000

23Juli ’14
4.104.390

639.620

Wissels
Uirge-
stelde
Wissels

Belee.

1

ning
Bankbil.
letten

Rek. Ci’t.
Parti.
culieren

Rek.
Crt.
Staat

1.070.470
707.230
1.248.527
35.456.177
2.857.406
19.635
888.470 714.208 1.249.499
35.090.399 2.976.552
81.512 912.437 726.803 1.251.568
35.064.119 2.969.322
56.899
944.194
734339
1.262.572
35.151.564
2.879.171
86.375
0
892.479
1.063569
823.256
29.727.389
328.503
181.140
560.050
1.170.216 1.119.145
20.857.243 2.663.750
45.193
1.541.080

769.400
5.911.910 942.570
400.590

SOCIÉTt GÉNÉRALE DE BELGIQUE.
1)

Voornaamste posten in duizenden francs.

Data

Metaal
md.
buiten!,
saldi

Beleen.
van

1
buiten!.
1
vorder.

1

TJn.
van
prom. d.
provtnc.

Binn.
wissels
en
beleen.

Ctrcu-
latie

Rek.
Crt.
saldi

17Oct. ’18
1.216.753
100.082
480.000
97.728 1.507.912 377.440
10

’18 1.219.743
100.021
480.000
100.040
1.508.011 382.595
3

,,

’18
1.144.781
100.011
480.000
95.287
1.452.612
358.318
26Sept.’18 1145.778
99.982
480.000
101.783 1.452.948 365.452

18Oct. ’17
476.043
90.903
480.000
100.351
1.172.474
91.204
19Oct. ‘161
352.8721.

76.033
480.000
39.834
828.739
110.068

t
) Sedert einde 1914 met de functie van circulatiebank belast.

VEREENIGDE
STATEN VAN
NOORD-AMERIKA.

FEDERAt RESERVE BANKS.
Voornaamste nosten in duizenden dollars.

Dat0
Goud
Waarvan
voor dekking
F. R. Notes

van in het bui’
lenland

Zilver
etc.
Notes tn
I

F.R.

circu-

_latte

8 Aug. ’19
2.084.756
1.203.375

67.362
2.532.057
1

,,

’19-
2.088.475
1.183.304

67.852 2.506.820
25Juli

’19
2.095.151 1.233.018

65.872 2.504.497
18

,,

’19
2.112.100
1,247.100
– –
65.381
2.512.048

9Aug.

’18
1.990.301 978.841 9 696 54.222 1.955.276
10 Aug.

’17 1.370.942
494.741
162.500.

53.117
549.244

Algem.
l
Perc
u

d
ent.

Totaal
IVaar-
Dek- Go


Data
Wissels
Deposilo’s
van kings.
dekking
Kapitaal
percen-
circu.
t
age
t)I
latie

8Aug. ’19
2.215.359
2.528.860
83.807
48,5
47,5
1

,,

’19
2.222.730 2.505.798
83.532
51,3
47,2
25Juli

’19
2.243.158
2.487.056
83.317
47,9 49,2
18

,,

’19
2.200.428
2.626.690
82.958
48,9
49,6

9Aug.

’18 1.541.030
2.161.080
76.876
59,5 50,1
10Aug.

‘171
284.019
1.375.828
1

57.970
1

70,0
80,1
t)
Verhouding tuaschen: den totalen goudvoorraad, zilver etc., en de
opeischbare schulden: F R. Notes en netto deposito’s met inbegrip van
het kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET FED. RES. STELSEL.

Voornaamste unst.en in duizenden dollars.

Aantal
Totaal
et
uitgezte
Reserve
Totaal
Waarvan
Data
banken
gelden en
bij de
F. R. bank,
depo,ito’s
time
deposits
beleggingen

1
Aug.’19
768
14.682.076
1.348.584
13.060.825
1.799.037
25Juli ’19
769
14.879.983
1.318.281
12.787.991
1.789.774
18

’19
769
14.483.797
1.309.136 12.895.839
1.766.815
11

’19
770.
14.501.916 1.335.020
12.925.462
1.763.394

2Aug.’18
728
12.763.948
1.146.129 11.236.990
1.443.754

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

851
0

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 6 September 1919.

De depressie van de internationale’ beurzen is gedurende de juist verloopen berichtaperiode veel geringer geworden;
de ongeanimeerde tendens •heef t eerder voor een meer op-
gewekte stemming plaats kunnen maken. Direct aanwijs-
bare factoren zijn hiervoor weliswaar niet aan te toonen
geweest, doch wel ‘is het niet te miskennen, dat een zekere
aanpassing aan de nu eenmaal bestaande omstandigheden
ter beurze op ‘te merken is geweest. Zoo wekken de nog
voortdurend herhaalde stakingen niet meer denzeifden
sohrik als zij eenigen tijd geleden hebben gedaan; de beurs
begint ook dezen factor in haar beschouwingen te verdis-conteren. Vooral in de Vereenigde Staten is dit wel zeei sterk het
geval geweest. Bestond aanvankelijk de vrees voor een spoor

wegstaking, gevolgd door een onderbreking ‘der werk’zkam-
heden op industrieel gebied, de uitspraken van Presideet
Wilson, gedaan met al de kracht en gedeeideerdheid, waar-
over deze staatsman in sommige omstaindigeden beschikt,
hebben het gevaar ‘veel en veel kleiner gemaakt, al dient te
worden afgewacht, in wélke mate de flinke woorden van
1
den President hun vollen weerklank in de arbeidersbevol-
king zullen blijven vinden. Doch voorloopig schijnt men in
de Unie tot rust te zijn gekomen en de beurs heeft n’iet
nagelaten, van deze ‘betrekkelijk rustige stemming de weer-
spiegeling te geven.
In de eerste plaats’ natuurlijk hebben zich spoorwegwaar-
den verder kunnen herstellen. Hoewel het nog lang niet
zeker is, wat met cle tot nu toe oider staatsbeheer werkende maatschappijen zal geschieden, neemt men allerwegen aan,
dat een acceptabele regeling zal worden getroffen, zoodat
aandeelhouders voldoende schadeloos gesteld zullen worden.
Ofschoon de omzetten niet groot genoemd konden worden,
varen de koersverbeteringen, vooral in de hooger geprjsde soorten, niet onbeclui’dend en kon het verhoogde koerspeil
uitstek,enl worden gehal] dhaafd.
Ook industrieele soorten werden goed gevraagd, doch dit ging gepaard met een zeer uitgebreiden handel. Nog steeds
zijn (leze aankoopen gebaseerd op de overweging, dat ten
slotte een zeer groot gedeelte van de in de Unie geprodu-ceerde industrieele artikelen hun weg naar het buitenland
zullen moeten ‘vinden, iii welk geval niet slechts nietnve
.débouch’s geschapen kunnen worden, doch ook de opgesta-
pelde voorraden een uitweg zullen kun’nen vinden. Het
spr’eek’t vanzelf, dat het internationale vahsta-vraagstuk
hiertoe opgelost zal rnoéten worden, doch, indien de teeke-
nen ‘niet ‘bedriegen, is men hiermede van Ameri’kaansche zijde reeds bezig, zij het nog in den vorm van voorloopige
en eenigszins geheime maatregelen. Naar nl. bericht wordt,
zoudén Amerili’aansehe handelaren en fi:nauciers groote
posten Marken-deviezen hebben gekocht, zoowel in Denemar-
ken als in Holland, met welke zij dan rekningen bij Duit-
sche Bankinstellin’gen hebben -geopend. Natuurlijk zal een
gedeelte dezer aankoopen aangewend moeten worden ter
financiering van de in Duitschlacid geëffectueerde inkoopen
van allerlei gron.dstofen, als kali, kleurstoffen, enz., doch
voor een ander deel aal vermoedelijk wel een ander bel
hierbij ‘voorzitten.
Wat de Amerikaansche inkoopèn in Duitschlaad betreft, officieel zijn ‘deze nog niet toegestaan, zoolang de Amen-
kaal] sche volksvertegenwoordiging haar goedkeuri iig aan
het vredesverdrag ‘nog niet heeft geschonken. Inmiddels
echter was ,,handel met den vijand” wel geoorloofd, indien een
speciale license door den War TÈade Board was afgegeven.
Ten einde nu een meer uitgebreid handelsverkeer, mogelijk
e maken, heeft genoemde Boarci een algemeene license voor
alle Amer.ikaadsche burgers verstrekt, waardoor practisch
geen enkele hinderpaal meer in den weg wordt gelegd. –
Dat ook op ander gebied het Amerikaansche kapitaal zich
een uitweg in het buitenland wil banen, bewijst b.v. de op-
richting van de ,,Am.erican Tschecho-Slovaque Comm’ercial
Corporation of America” met een kapitaal van tien mil-
.lioen Kronen, terwijl voorts door Amerikanen belang wordt
genomen bij de ])onau-scheepvaart en bij het vreemdelin-
genverkeer (hotelwezen, enz.) in de landen der voormalige
Dubbel-monarchie.
Al deze factoren tezamen kveeken een bizonder optimis-
ti’sche tendens, welke door geen minder gunstige berich-
ten te ondermijnen is’ geweest. Ook Marinewaarden hebben
hiervaii kunnen prof’iteeren, op de overweging, dat de Ame-
rikaansche handelsvloot een zeer groot gedeelte van de be-
voorrading ‘der Oude Wereld voor haar rekening zal moeten
nemen.
Te
11
o x cl e n is de stemming eveneens optimistisch ge-
weest. Hier stonden echter enkele speciale grpepen in het

centrum der bélangstell’ing, waarbij vooral petroleum- en
rubberwaarden sterk naar voren konden treden. De inte-
resse voor deze laatste ontstond hoofdzakelijk tengevolge
van ‘de omstandigheid, dat voor het eerst na zeer langen
tijd de ver’koopen van het ruwe product de importen hebben
overtrof f en, zoodat de zichtbare voorraad eenigszins is afge-
nomen. Afgewacht dient te worden, of deze verkoopen in
hetzelfde tempo zullen blijven doorgaan, waar de Vereenigde
Staten als grootste koopers optreden en het de vraag is, of
de consumptie niet spoedig zal zijn verzadigd. ‘Wel is zonder
e,enigen twijfel een nieuw afzetgebied te vinden in Duitsch-land en de landen der voormalige Oostenrijksch-ioigaarsche
Monarohie, doch het scheppen hiervan hangt ten uauwste
samen met de hierboven reeds gereleveerde moeilijkheden op
valuta-gebied. Opk wordt in Duitschland thans reeds uit
v’derlaiidslievende overwegingen gewaarschuwd tegen het
lioopen van Amerikaansche auto-banden, zoodat wellicht al soedig thet uiieuwverworven ddbouchd verlaten zal moeten
worden.
Voorloopig echter heeft cle markt slechts rekening gehou-den met de direct zichtbare resultaten, die gecalculeerd kon-
den worden uit de groote vraag naar rubber en uit de prijs-
verhooging, die tengevolge hiervan ontstaan is.
Voor petroleumwaarden is de tendens minder eenzijdig
geweest. Na een scherpe koersverheffing gedurende de laat-
ste weken, heeft zich in het midden der jongste berichts-
periode een reactie ingezet, die een zeer groot gedeelte vail
het, vroeger behaalde avance wegvaagde. Inmiddels ‘echter
is ook hier een herstel gevolgd en sloot de markt in een
vfijwel prijshoudende stemming.
Van
P a r ij s zijn deze week geen bijzonder vermeldens-
waar’dige berichten binnengekomen.
Te W e e n en is de beurs, ondanks de zeer zware bepa-
lingen van het Oostenrjksche vredesverdrag, in buitenge-
wöon optimistische tendens gebleven. Voor een grôot- deel
moet als oorzaak hiervan de geldruimte en het totaal ge-
brek aan overige zaken worden aangemerkt. Ten einde
echter de overspecula’tie althans een’igszins tegen te gaan, zal thans een verhoogde beursbelasting worden ingevoerd.
De prctijk heeft echter bewezen, dat hierdoor alleen de
koersvariaties iets grooter zullen worden, dan zij tot nu toe
geweest zijn, doch dat het eigenlijke doel, de beperking der
beursomzetten, vermoedelijk niet zal worden bereikt. In ieder geval echter zal de Staat, hierin weder een nieuwe
brUR van inkomsten kunnen vinden. Ook te B e r 1 ij n is, cle stenming Vrij vast gebleven. Toclr
is de toekomst voor onze Oosterburen nog geenszins roos-
kleurig te noemen. Ook hier echter worden de mogelijk-
heden eener verre toekomst over het hoofd gezien en wordt
in oppervlakkige beschouwing van de zeer nabije werkelijk-
lid het optimisme tot een on’gemotiveerde hoogte opge-
voerd. Alleen reeds aan het tot-stand-komen van een ‘vol-
ledige koersnoteening der aan de Berlijnsche beurs verhan-
delde waarden wordt een waarde gehecht, die buiten iedere verhouding tot de werkelijkheid staat.
Op
den eersten Sep-
ten!ber nl., ‘is het verbod van publicatie ler noteeringen
van de Berlijnsehe beurs ingetrokken, zoodat ‘de pnijscourant
weder in denzelfden omvang als vroeger zal kunnen ver-
.schijnen, met uitzorrdening dan van ,,vijandelijke” en in-
beslag-genomen fondsen. Men verwacht hiervan een groote
opleving der omzetten en al is het natuurlijk waar, dat een
regelmatige publicatie’ der koersen stimuleerend op den
handel zal’ moeten ‘werken, men verliest aan den anderen
kant uit het oog, dat het beurs-aspect totaal gewijzigd is
gedurende de lange oorlogsjaren. Waren het vroeger vooral
dé Duitsche industrieele aandeelen, die de grootste activiteit teweegbrachten en de levendigste omzetten te aanschouwen
gaven, waarin zich ‘trouwens ook de speculatie het liefst
bewoog wegens de onbegrensde mogelijkheden, die zich ge-
durende den oorlog ten opzichte van de Duitsohe industrie
voordeden, thans ligt deze nijverheid vrijwel lamgeslagen
en moet zij wachten op de remedie, die ook voor ‘het gan-sohe Duitsche Rijk de eenig mogelijke kan zijn, het herstel
der valuta. De importen der grondstoffen toch eischen een
zoodanig bedrag in ‘te betalen Marken, dat op deii export
vrijwel niet verdiend zal kunnen worden, indien deze al
mogelijk zal zijn. Bovendien heeft de Staat zoo herhaalde
keeren een beroep gedaan op de offervaarcligheid van zijn
burgers, dat vrijwel het geheele mobiele Duitsche kapitaal
belegd is in obligaties der onderscheiden oorlogsleeningen.
Het valt dus te voorzien, dat in vas’te-rente-gevende waar-
n de grootste omzetten zullen plaats vinden, welke uit
den aard ‘der zaak steeds een minder groote levendigheid en
ook geringere fluctuaties te aanschouwen geven.
Inmiddels echter belooft men zich te Bérljn gouden ber-gen van deze vrijwel uitsluitend technische verbetering en
onderschat men zelfs het, nadeel van den teruggang der

852

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

IÖ Septmber 1919

valuta in het buitenland. Nog steeds vertopnt het Duitsche
devies geen neiging tot waardevermeerdering, afgeaien dan
van de tijdelijke verheffing, toen bekend werd, dat tot in-
wisseling der bankbiljetten niet zou worden overgegaan. De kapitaal-vluoht houdt voortdurend aan en dit veroor
zaakt een zeer dringend aanbod van Marken in het buiten-
land, waartegen interventiie- en steunaankoopen niet veel
vermogen uit te richten.
T e o n z e n t kon de markt voor
staatsfondsen
zich voor
de rinhecmsche soorten vrijwel handhaven en konden de
meeste Nederlandsche Staatsfondsen zelfs fractioneele
ver-
beteringen aantoonen. De mogelijkheid dat deze stokken tot
verhoogden koers in betaling gegeven kunnen worden, in-
dien de vermogens-aanwnsbelasti’ng in het Staatsbiad zal
verschijnen, stimuleerde verdere aankoopen.
Voor buitenlandsche staatsfondsen was de markt minder
vast gestemd. Zelfs de Russische soorten ondervonden geen
buitengewone belangstelling als gevolg van de gunstige be-
richten betreffende iden veldtocht tegen de Bolsjew’iki. Ook Oostenrijksehe staatsfondsen waren verlaten en eerder lager
in koers, in verband met den deplorabelen toestand, waarin
de voormalige Dubbel-Monarchie zich zal bevinden na het tot stand komen van het vredesverdrag.
-17

Rijzing of
2Sept. 5Sept. 8 Sept.
daling.
j
5

0
/
0
Ned.W.Sch.

.

.

.
941
9416/
9411/10
4

0
/
0

,,

,,

,,

1916
90
1
/ 87
90/
-f
°i8
4

0/

1916
84
83″ho
84
334
0
/0

,,

,,

,,

. . .
69 69
5
/o
691/4
f_
1/4

3

o/

,,

,,

,,

. . .
60
0
/
10

61
8
/
8

601
5/
._.f..
8/
234
0
/0
Cert. N. W. S…..

52’14
Whe
51/a

8
18
5

O/
Oost-Indië 1915
95
1
/
961/
971/4
+
2’/
4

°
/o Hongarije Goud

. . – .
21
1
I
20
1
/
201/2

1
4

0/
Oostenr.Kronenrente
17 is
16/8
17

1
/8
5

0
/
0
Rusland 1906

……
32/
30I8
30
1
/,o

2
0
/16
434 °/
o
lwangorod Dombr..
.
24’I
22
1
/
239

1
4

01 Rusland Oons. 1880
24’/4
24 24

1/
4

4

°/Rusl. bij Hope
&
Co
25 23
1
116
20Iio

4

0/

Servië 1895

……..
45
44
44

1
434
0/
China Goud 1898

70
8
/
4

70 ‘/a
70 ‘/

Is
4

0
/
0
Japan1899

——–
60


60
60
4

0
/0
Argentinië Buiteni.
68
1
h
68
1
/
68I4
5

0
10
Brazilië

1895
……
71
8
/
8

71
5
/

5

0
/0.

1913

……
51/4
518/
4

Daarentegen bevond zich de localé markt in buitengewoon
levendige stemming, waaraan vrijwel alle afdeeli.ngen in
gelijke mate konden deelnemen. De stoot werd echter ge-
geven door de
ta
b
a
k
sm
a
i
bkt,
waar een sensationeele rijzing
voor aandeelen Deli-Maatschappij zich inzette op het bericht,
dat de directie zou overgaan tpt het emitteeren van nieuwe
aandeelen, alleen verkrijgbaar voor oude aanJ.eelhouders in
verhouding van édn nieuw aandeel op twee oude, tot den
koers van .100 pOt. Algemeen werd deze bonus door het
publiek als een buitengewoon gunstig teeken opgevat, waar-
door het fonds aan het einde der berichtsperiode een rijzing
van niet minder dan 11634 pOt. heeft kunnen awtooii?n.
Het spreekt vanzelf, dat een dergelijk koers-avance, gepaard
gaande met zeer groote omzetten, ook de aandacht op de
overige tabakssoorten heeft doen vallen en deze alle buiten-S
gewoon sterk heeft doen monteeren.
Er is echter ook nog een andere oorzaak aan te wijzen
voor de krachtige koersverbeteriing, die de tabaksmarkt in
haar geheel heeft kunnen ondergaan. Vrijdag ji. hebben W.
de inschrijvingen plaats gevonden voor een groote partij hier te lande aanwezige Sumatratabak, welke tabak zeer
hooge prijzen heeft kunnen opbrengen. Weliswaar is dit voor
de betrokken Maatschappijen slechts een gering kwantum
in verhouding tot den ganschen oogst, doch het teekent de
sit,uatjie en doet ook voor de toekomst en voor de zeilende
tabak hooge opbrengstprijzen verwachten. In aansluiting
aan de Sumatrasoorten waren ook de Javasoorten sterk
gezocht, voornamelijk aandeelen Soekowono, Besoeki en
Boeloes.
De
rubbermarkt
was mede buitengewoon geatsimeerd op
het hierboven reeds gereleveerde voorbeeld van Londen en
in verband met de algemeen herleef de gunstiger beschou-
wingen omtrent de toekomst van het ruwe product. Aan-
doelen Amsterdam-Rubber konden vrijwel het geheele on-
langs geddtacheerde dividend van 20 pOt. inhalen en ver
lieten de. berichtsperiode op het hoogste punt. Van de minder
courante soorten waren aandeelen Kendeng-Lemboe, Serhad-
jadti, enz. sterk gevraagd. De markt voor binnenlandsche industrieele aandeelen was
over het geheel vrij stil, doch vertoonde een uitzondering
voor aandeelen Philips’ Gloeilainpenfabriek, die een 47-tal
procenten konden monteeren.
De
potroleummarkt
vertoonde een uitzondering op de al-

gemeen optimistische tendens. Wel stegen aandeelen
Koninklijke Petroleum Maatschappij eenigszins in koers,
doch in verhouding tot de overige markten bleef het awance
binnen enge grenzen beperkt. De Roemeensche soorten
waren echtei gedecideerd flauw gestemd met aan het slot
een kleine opleving voor aandeelen Steaisa-Romana.

2Sept. 5Sept. 8Sept.
Rijzing of
daling.
Amsterdamsche Bank – . . . i’i
199i
199/o + /o
Ned.Handel-Mij.cert.v.aand. 226
5
/s 224
8
4 2248/8 – 2
Rotterd. Bankvereeniging.

151 151
151
Amst. Superfosfaatfabriek.
.
168
5
/b
172
1748/4
+
6
1
18
Van Berkel’s Patent
…….
1-55
155
1
1
4

1551/4
+’/4
Insulinde Oliefabriek

. . . .
263
1
/
273
1
h
274/2
+ 11
Jurgens’ Ver. Fabr. pr.aand.
102
102
1
/
1021/4
+
1/4

Ned. Scheepsbouw-Mij. ….
177’i,
177/4
172

5’/2
Philips’ Gloeilampenfabriek
616 663 663
+
47

R.
S.
Stokvis
&
Zonen
– . – –
510
5088/
3

512
+
2
Vereenigde Blikfabrieken.

134
7
/s
133I4
132/4

2/8
Compania MercantilArgent.
331
335 336
+
5
Cultuur-Mij. d. Vorstenland.
286
281
‘1*
283
3
Handeisver. Amsterdam
..
565
550’/4
661
1
1

3V
Holi. Transatl. Handelsver.
141
139
8
/4
139/4

1’/4
Lincie Teves
&
Stokvis
– . . –
234 234
1
/
234
1
13
+ ‘Ii
VanNierop&Co’s Handel-Mij
183
182
181
1
/2
– 1
1
/
Tele
& Co’s
Handel-Mij
– . . –
160
161/4
160814
+ 54
Gecons. Hol!. Petroleum-Mij.
342
338
1/4

338

4
Kon. Petroleum-Mij.
……
765’/
7781/2

783
+
17’/
Orion Petroleum-Mij …….
995/
s

-100
99
– ‘lo
Steaua Romana Petr.-Mij.
.
175
1
/
175
1
/e
180
+

8/4

Amsterdam-Rubber-Mij…..
235
239/4
250
+
15
Nederl.-Rubber-Mij ……..
110
115 120
+ 10
Oost-Java-Rubber.Mij……
320
330
349’/i
+
29
1
1,
Deli-Maatschappij

………
599
‘I
642
1
h
715
1
/
+
116
Medan-Tabak-Maatschappij.
259 270
288
+
29
Senembah-Maatschappij

– –
564
1
/2
575 630
+
65’/

Daarentegen was de
scheepvaartmarkt
zeer levendig. In
verband met het feit, dat de Koninklijke Hollandsche Lloyd
het leeuwendeel van het passagiers- en vrachtvervoer voor
de Zuid-Amerikaansche republieken tot zich trekt, werden
de aandeelen dezer Maatschappij in groote posten uit de
markt genomen. Ware het niet, dat de vele verkoop-lindtes
een verdere koersverheffing hadden tegengehouden, dan zou
de rjzing voor dit fonds nog veel sterker gemarqueerd zijn
geweest. Nochtans monteerde het aandeel een elftal procen-
ten en gaf het den stoot tot een algemeene verbetering over de gansohe linie.

2Sept. 5Sept. 8Sept.
Riizina
Of

jg

Holland-Amerika-Lijn – . ..
4
1
/ 460h 459′! + 7
gem.eig. 432
1
/5 442
1
/2 439’/2 + 7
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij. – 300

303

303

+ 3
Holl. Alg. AtI. Stoomv.-Mij 180

175’1 176

– 4
Hollandsche Stoomboot-Mij 225
1
/ 228

228
1
/2 + 3
Jaa-China-Japan-Liju. – – 342
1
/, 345 346
1
/

J

4
Kon. Hollandsche Lloyd – 204/
4
212
1
/s 215
1
/4 + 11
Kon. Ned. Stoomb.-Mij. . – 2591/
4
261’/4 264’/4 + 5
Kon. Paketvaart-Mij. …. 253’/ 256
7
/8 255
1
/2 + 2
Maatschappij Zeevaart 344 344 . 355

f 11
Nederl. Scheepvaart-Unie. – 300
3
/ 306
1
/2 307
3
/4 + 7
Nievelt Goudriaan ……570 575 575 + 5
Rotterdamsche Lloyd……311
8
/
4
319
1
/2 322

+ 10
1
/
Stoomv.-Mij.,,Hillegersberg” 345

355

360 – + 15
,,Nederland” – 350
5
/ 352 356 + 5’/
,,Noordzee” . – 170
1
/o 174
1
/4 177/4 + 78/t
,,Oostzee” 388 390 393 + 5

De
suikermarkt
was kalm en trok veel minder interesse
dan gedurende de laatste tijden het geval is geweest. De
st,mming was echter vast.
De 4
ineri kaansche afdeeling
sloot zich geheel aan de koer-
sen van Walletreet aan. Zeer vast waren hier aandeelen
American Car & Foundry in verband met de verhooging
van het kwartaal-dividend, waardoor het fonds op een 12
pCt. basis is gebracht.

2Sept. 5Sept. 8Sept.
Rizgof

American Car & Foundry

140
1
/, 143

146
1
/, + 6
Anacénda Copper ……..158

159
3
/

1541/2 – 3l/
2

Un. States Steel Corp…..111’/, 114
1
/

113

+ 1
1
/2
Atchison Topeka ……….98
1
/ig

9911/18 981/18
Southern Pacific ……..110’/, 108/8 107

– 3’/
Union Pacific …….. ….. 138

139
11
/to 138
1
/, + ‘is
Int.Merc.Marine afgest…..61
1
/
s

63
8
/10 62
11
132 + 1″f82
,,

,,

,,

,,

prefs. 169

171

168
1
/2 –
1
/2

De
geidmarkt
was iets ruimer, doch bleef op 66n niveau.
Geld op prolongatie noteerde doorloopend 4 Ot.

10 September 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

853

GOËDERENHANDEL.

GRANEN.
9 September 1919..

De stemmibg op de meeste graanmazkten is ook in de
afgeloopen week nog flauw geweest, vooral Noord-Amerika
toonde een sterk dalende neiging, in het bizonder voor
mais, terwijl uit den aard der zaak de prijzen voor terwe
door de Regeering op het onveranderd hooge niveau gehand-
haafd worden. In Argentinië daarentegen is ook de tarwe-prijs eenigszins teruggeloopen. Op 2 Augustus werd de in
AngentÂinië aanwezige voorraad tarwe op 2 millioen tons ge-
schat. Dit is nog een flinke hoeveelheid, doch de verschepingen
van den laatsten tijd komen wel gemiddeld op ongeveer
100.000 tons, zoodat, indien ‘dit zoo zou voortgaan, aan het
einde van het jaar degeheele voorraad uitgeput zou zijn en
er dan een tekort zou zijn van hetgeen Argentinië zelf in-
tusschen noodig had. De verschepingen zullen dus’ geleide-
lijk aan moeten verminderen, hetgeen geen bezwaar is, aan-
gezien Noord-Amerika ml van den nieuwen oogst groote
verschepingen kan maken. Waar evenwel Argentijasche
tarwe nog steeds goedkooper is dan de Noord-Amerikaan-.sche, gaan de meeste Europeesche landen fiog voort in Ar-
gentinië te koopen, zoodat er althans voorloopig ‘nog groote
verschepingen van Argentinië te verwachten zijn.
In Noord-Amerika blijven de aanvoeren van tarwe groot,
wat te begrijpen is bij ‘den grooten oogst van wintertarwe,
clie nu volop beschikbaar is, terwijl tevens de algemeene
stemming voor lagere prjzeü een prikkel voor de boeren
zal zijn om zon spoedig ‘mogelijk hun tarwe tot de hooge
:Regeeringsprijzen te realiseeren. Iutusschen zijn de berich-
ten van de oogsten, voor zoover het ‘t Noord-Westen be-
treft, geenszins gunstig en indien het prijsniveau over de
geheele wereld niet zoo hoog ware, dan zou er meer aan-
leiding zijn voor stijgende dan voor dalende prijzen. Of-schoon de koopkracht van Centraal Europa niet meevalt,
zijn toch de impor4behoeften van Europa van tarwe, verge-
leken bij verleden jaar aanzienlijk grooter, daar zoowel
Dui’tschlaud als Oostenrijk, Tsjecho-Slowake en andere
landen tarwe en rogge betrekken, terwijl bovendien de neu-
traln zeer aanzienlijke
lineveelheden
ontvangen tegen bijna
niets het vorige jaar. De Noord-Amerikaansche oogst wordt
ten slotte in totaal ‘niet grooter geschat dan verleden jaar.
Wat de ‘nieuwe oogst van Argentinië ons brengen zal, is
nog moeilijk te zeggen. Tot nu toe zijn de berichten vrij
gunstig, doch indien het droge weer nog ‘veel langer aan-

Noteeringen.

Chicago

1

Bueno, Ayre,

Data
Tarwe
Sept.
Man
Sept.
I

Haver

I

Sept.
Tarwe

I

Oct.
May,
Oct.
Lljnzaad
Oct.

6Sept.’19 226
164
70
16,-
9,15

32,30
30Aug.’19 226
177
1
/a
69
1
/2
16,552)

960
8)

31,80e)
6Sept.’18 226
156/8
702/
4

11,252)
5,802)

26,552)
6Sept.’17 220
1122/
8
4
)
56
1
/
16,80 8,95

21,80
6Sept.’16 152
2
/
8

88
1
/2
47
1
/s
10,40 5,25

13,25
20 Juli’14

82

1)
568/
8
l)
36
1
/* ‘)
9,402)
5,38
1
)

13,702)

1)
per Dec._

2)

per Sept.

8)
per
29 Aug.
4)
per Dec.

houdt, verwacht men daarvan nadeel’ige gevolgen. Voor-
ioopig mag men van Indië geen groote verschepingen ver-
wachten, terwijl van den grooten voorraad van Australië
een niet onbelangrijk gedeelte ‘afgenomen is. Alles bij elkaar
zou er in de wereld waarschijnlijk niet meer tarwe beschik-baar zijn dan verleden jaar, waartegenover de mogelijkheid
staat, (lat er ook van Oost-Europa een niet onaanzienlijke
hoeveelheid zal geëxporteerd worden. Daarentegen is de
opbrengst van tarwe in de meeste Europeesche landen nog
geringer clan verleden jaar, o.a. in Italië, waar de opbrengst
officieel geschat wordt op ca. 3.800.000 tons tegen verleden
jaar 4.400.000 tons.

Zooals reeds gezegd is de stemming voor voergraan flauw
geweest, speciaal voor mais. Dc speculatie heeft de prijzen
in Chicago aanzienlijk omlaag gedreven, vooral voor ‘nieu-
wen oogst, ofschoon ook de locoprijs aan het einde van dc
vorige week niet onaanzienlijk terugliep. Deze beweging
stond in verband ‘met de zwakke tendens voor varkens en
varkensprod’ucteu, waarop evenwel een reactie plaats ‘vond,
di’c zich in zwakke mate ook aan de maïsmarkt medecleelde.
Ook de maïsmarkt in Argentinië is Noord-Amerika eenigs
zin’s gevolgd, wat niet te verworidcren is, daar sinds gcrui-
men tijd een niet onaanzienlijk gedeelte der maisversche-
pingen uit Argentinië naar Noord-Amerika plaats vindt.
Waar bovendien d’e vrachten over het algemeen een dalende
tendens tonnen, zijn de prijzen voor maïs in Europa ‘nog
meer gedaald. Daar deze beweging nu reeds verscheidene
weken voortduurt, bestaat er zeer weinig animo nieuwe
zaken te ondernemen, zoodat men wel spoedig geringere
verschepiagen kan verwachten.
Ook voor haver was de stemming ongcanimeerd, zonder
dat zich althans in Noord-Amerika een groote prijsdaling
heeft voorgedaan. De nieuwe oogst is v’s.n geringe kwaliteit
en blijft ook in hoeveelheid aanzienlijk achter bij dien van
verleden jaar.
Ook lijnzaad bleef meest flauw gestemd gedurende de af-
geloopen week, ofschoon enkele dagen de prijzen in Argen-
tinië wederom een niet onbelangrijk stijgende tendens
toonden. Dit was het gevolg van enkele zaken, (he naar
Noord-Amerika plaats vonden. De beschikbare hoeveelheid
van den ouden oogst’ in Argentinië is zeer gering, zoodat
de markt zeer gevoelig is. Op het oogeublik bestaat zoo
goed als geen vraag Van Europa, doch het is onwaarschijn-
lijk, dat bij de betrekkelijk geringe hoeveelheden, welke
Europa gekocht heeft, men tot den nieuwen oogst toe zal

Locoprijzen te Rotterdam/Amsterdam.

Soorten

1

8 Sept.

1
Sept.
1

8 Sept.
1

1919

1

1919

1

1918

– –

Tarwe …………………
Rogge (No. 2 Wester’n)



410,- 410,-

Gerst (48 lb. feeding) ..
455,- 448,-

Haver (38 lb. white clipped)
20,50 20,50

JQIaïs (La Plata)

………

Lijnkoeken (Noord-Ame-

T
rika van La Plata-zaad)
322,50
305,-

Lijnzaad.(La Plata) …….
990,-
1010,-

AANVOEREN in tons van 1000 K.G. voor verbruik in Nederland.

Rotterdam
Amiterdam

Totaal

Artikelen..
1-6 Sept.

Sedert

Overeenk
1-6 Sept.Sedert

Overeenk,
1919

1918
1919

1 Jan. 1919

tijdvak 1918
1919

1 Jan. 1919

tijdvak 1918

3.533
86.409
1.944 18.887
67.266
2.920
153.675 4.864
Tarwe ………………

9.518
– ‘

19.953

29.471

Rogge ……………….
Boekweit

……………
160
3.728
– ,



3.728

Maïs

…………….
91.299

1.870 5.488
4.590
96.787 4.590
.
71.354


62.315

133.669

Haver

…………….
1.748
82.889



7.333

40.222

10
..841

1.868
38.533
– –
12.919

51.452

Gerst

………………150

40

.

34.299


200

34.499

Lijuzaad ……………
Lijnkoek ……………..
47.737
756


37.435 6.068
85.172 6.824
Tarwemeel …………..
Andere meelsoorten..
.
1.210
29.986
15.104


10.708
4.286
40.694
19.390

AANVOEREN
in
tons van 1000
K.G. voor
het Buitenland.
4.090
212.374
,
144.883



212.374 144.883
Mais

…………….

14.372
90.191
.

– –
‘ –
14.372
90.191
Tarwe ……………..


56.712
5.174
– –

,

56.712
5.174
Rogge

………………

..

144.506
68.916,


8.807
144.506
77.723
Tarwemeel ………….
Gerst

……………..

62.373
24.172

‘ –

.
62.373 24.172
2.785
123.757

.


– –
123.757

Haver ……………….

2.412





2.412

Lijnkoeken ……………
Andere meelsoorten ……

119.991
25.914


9.510
119.991
35.424

854

ECONOMISCHSTASTISCHE BERICHTEN

10 Septemb.er 1919

kunnen. Dé berichtën uit Noord-Amerika betreffende den
niieuwen bogst blijven slecht, doch de prijzen zijn ook
aldaar aanzienlijk gedaald ten gevolge van de algemeene
vrees spoedig lagere prijzen te zullen zien.
De berichten uit Indië zijn van dien aard, dat er voor-
loopig zeer weinig lijnzaad voor export beschikbaar zal zijn.
N cd e r 1 a nu. De Nedarlandsche Regeering gaat voort
tarwë in Argentinië te koopen. De stemming op de graan-
beurs was over het algemeen flauw, vooral voor mais; aan-
vankelijk verl)eterde da prijs niet onbelangrijk, doch deze veibeter.i:ng werd niet gehandhaafd en later liep de markt
regelmatig terug om op de laagste prijzen te sluiten.
Ook lijuzaad was flauw gestemd, ofschoon de prijzen zich
tea slotte haudhaafden. Er komt eenige attentie voor af In-
(ing nieuwen oogst, doch belangrijke transacties vonden
daarin nog niet plaats.

SIKER.

De bieteh konden
zich in dé meeste Europeesche productie-
landen hij gunstige weersgesteldheid verder

goed ontwik-
kelen, doch in vele districten van Centraal-Europa wqdt
thans naar regén.verlangd.
Bètieffende de vooruitzichten in 1) u i t s cli 1 a n d schrjt
T. 0. Licht het velgende: ,,Miustens even belangrijk als de
oogatvooruitzichten zelve zijn voor den uitval der toekom-
stige euikeropbrengst dc kwesties der kolenvoorziening, der
ti’ausportniidcelen en der afschaffing van de regeerins
dwangmaatregelen. Helaas ziet het er met deze drie vraag-
stukken, voorci wat betreft de kolenvoozieniing, na de :her-
nieuwde staking in Opper-Siiezië, deer droevig uit, zoödat
gevreesd wordt, (lat het niet eens al gelukken de verbouwde
bieten geheel tot suiker to doen verwerken. Wordt het
dwltngregime behouden, dan gaan bovendien, gooals reeds
in de laatste jaren gebeurde, nog groote hoeveelheden bie-
ten naar de veestallen, sapkokerjen en ldrogerijen, ofschoon
deze laatste twee categorieën het probleem van het bieten-
verbruik
zonder
verbruik van stookmateriaal ook nog niet
opgelost hebben.”
Uit N e der .1 a u d werden eenige partijen disponibele
suiker naar het buiteniuud verkocht, naar verluidt tot ca.

f
85,- per 100 K..G. Nu de nieuwe oogst voor de deur staat,
kunnen de voorraden in ons latd spoedig weer aaugevukl
worden.
De tcl•egrafische berichtén uit
3
a v a luidea weer
stellend. Het
âaubod
uit de
tw.éede hand is slechts m
i
ti
j

en hebben prijzen daarvoor zich weer
eenigsains hersteld.
In 11 n g e 1 a u d wordt 3 avasuiker Sept./Nov.

afscheep
genoteerd met Sh. 49/- f.o.b. en American G-rainulated Jan./
Maart met 5h. 55/6 c.i.f. U.E.

J
C
uh a -statistiek:

1919

1918

1917

Ontv. der week tot 23 Aug.

18.000

24.259

15.762 tons
Totaal sedert 1 Dec.
t
)
– – . .
3.617.288 3.141.839 2.892.715
Werkende fabrieken

4

8

11
Ezp. der week tot 2 Aug

47.614

23.466

22.951
Totaal sedert 1 Jan ……. 2.459.625 2.258.545 2.331.645

Exp. U.K. 1 Jan.-2 Aug. 388.843 611.539 628.868

Frankrijk
,,

,,

79.126

7.400

55.188
,
Voorraad op 4 Aug…….1.024.139 685.186 476.762
.
1) 1918/17/16.
NOTEERINGEN.

Londen

– —

Amsterdam

New York
Data

per

Tales

Whit.
Ame,tc.

September

Cul,e,

Java,

l”7″d” Centrifugals

No.
1

fob.

5
Sept. 1919..
f

64/9

49/-

7
1
28
22
Aug.
1919.
,, –

6419

531-

681-

7,28
5 Sept. 1918..
,, -.

6419

6,05
5 Sept. 1917..
,, –

53/9

18/6

34/6

7,02
21 Juli

1914..
,,
11
1
1tt 181-

8,26

RUBBER.

Ook in de afgeloèpen week bleef de rubbermarkt te Londen
in zeer vaste stemming en kwamen belangrijke transacties
ook in de mindere soorten tot stand. Amerika is nog steeds
in de markt. De prijzen konden zich niet alleen ten v.olle
handhaven, doch verbeterden zelfs. nog eenigszins. Ook voo
verdere termijnen bleef goede vraag bestaan.
Noteeringen luiden:

Prima Crêpe locö/Sept.

212

einde voorafg. week 2/1
1/

Smoked sheets
, …….
2/1

…………….2/-t/s
Prima Crepe Oct.fDec.

2/21

…………….2/1
8
/4

Jan./Juni

2/3
1
I4

…………….
2/2f4
Para ………………
2/5I

…………….
2/5/

KOFFIE.

Statistiek der firma G. Duuring & Zoon.

Zichtbare voorraad op 1 September,
in duizenden
balen.

1919
1918

1917
1916 1915

Voorraad in Europa..
2.716
1.249

3.198 3.535
4.145

Brazilië
..
330
117

152
612
634

OostIndie.
otoomena ~Ver.
113
7

? ?
55
Staten

– .

18

3.159
1.366

3350
4.147
4.852
Voorraad Ver. Staten
1.108
1.955

2.563
1.793
1.546
Stoomend J

Braziliii
..
609 546

619
.
534
936
7

7
Ver.StatentO05tJfld

4.876
3.867

6.532
6.474 7.341
Voorraad in Rio
….
42k
1
)
635e)

304
273
321
Santos..
1;862)
3.241
4
)

2.351
1.978
1.844
Bahia
..
14
75

44
32 20

Totaal……
7.175 7.818

9.231 8.757
9.526
Op 1 Augustus ……
7.152
8.197

7.994 7.907
8.502

t
)
hierin niet bëgepen
124 dz.
bi.
)
2)

.
124

I gekocht door de regeering
van
8)

..

..

2.949

.

.
t

San-Paulo.
2.949

KATOEN.

Marktbericht van de Heërén Sii Jacob Behrens & Sons,
Manchester, d.d. 20 Augustus 1919.

Prijzen van katoen zijn •sinds ons vorig bericht bijna
dagelijks gedaald, ook al onder dcii invloed van de actie
van het Anieri.kaansch Congres om ‘do prijzat van cle ver-
schillende levensbehoeften te reduceeren. Door de betere
stenming op de beurs had gisteren weer een reactie plaats,
terwijl men ook de arbeidskesties minder zwaar inziet
en de vraag van dien handel wat verbeterd is. Mën ver-
wacht, dat Duitsclilé.nd twee niillioen balen katoen noodig heeft, doch men ziet geen kans een dergelijke hoeveelheid
te financieereii. Het

verbrnik, niet alleeh in A-merika
doch ook in Engeland, moét belangrijk minder zijn dan
vdÔr den oorlog, ‘voornamelijk door de groote vermindering
van het aantal werkuilen, terwijl bevendied ‘in Amerika
het verbruik inclusief. Iintcrs slechts 6.223.000 balen be-droeg tegen 7.707.000 balen in het vorig seizoen, toen de
industrie door de geweldige vraag van de legerautoribeiten
onder beogen druk werkte. Het is dus ‘zeer goed mogelijk,
dat de voorziening dit jaar toch ‘wel voldoende zal blijken
te zijn. De vraag naar garens en manufacturen is -nog
steeds zeer levendig, ‘zoddat fabrikanten daarvan hunne
prijzen -niet reduceeren, ‘iuiettegenstaande de flauwe katoen-
markt.

De weverijen in Lancashire verkoqpen thans niet geel,
ook al •doot de zeer late levering, die izij verlangen en
daardoor ip de vraag naar Amerikaansche garens wel wat
verminderd, zoodat daarin slechts weinig omgaat. De
exporthandel wisselt inog al af, doch zoowel voor Holland
als voor Scandinavië zijn flinke orders geplaatst, terwijl ook Indië en de markten van de Levant geregeld blijven
koopen. Spinners van 16/24er ringgarens voor de Levant
zijn nu voor vele maanden geheel uitverkocht. Frankrijk
en België kunnen slechts weinig doen, daar de koers te
ongunstig ‘voor hen is. Egyptische garens blijven goed
gevraagd en slechts in weinige gevallen kan men daarin
eenige concessies bedingen.
])e •doekarkt blijft zeer vast, hoewel er weinig nieuwe zaken binnenkomen en fabrikanten ook ‘liever niet meer
verkoopen, alvorens zij weten, hoe ide productie onder
de nieuwe werkuren zal uitvallen. De berichten uit het
Oosten zijn gunstig en de daar voorradige goederen wor-
den tegen oploopende prjen ‘grif geplaatst. Er komen
echter slechts weinig nieiue orders aan de markt en ook
de binnenlandsche vraag blijft zeer kalm.

13Aug. 19Aug.

13Aug. 19Aug.

Liverpoolnoteeringen (loco)

T.T.opludië
….
1/10 118
F.G.F. Sakellaridis 30,50 29,50 T.T. opHongkong 3/9

319
8/4

G.F.
No. 1 Oomra 15,10 14,95 T.T.opShanghai 518
1
/ 5110

• Manchester, d.d. 27 Augustus 1919.

Prijzen van Amerikaansche katoen zijn gedurende de
• week weer flink gestegen en men schijnt weinig-notitie te
nemen van de tegenwoordige groote voorraden, doch uit-
sluitend Tekening te houden met dle afwisselende weerberich-
ten. Deze zijn de laatste dagen minder gunstig geweest,
zoodat prijzen bijna- dagelijks zijn gestegen, niettegenstaande

.IOSepternber
1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

855

de verdere daling van den koers op New York, waardoor het
.iinporteeren steeds moeilijker wordt. Egyptische katoen is
ook in prijs gestegen. Er is nogal vraag voor. spoedige leve-
ring, zoodat de spotnoteeringen ook 50 punten honger zijn.
-De vraag naar Amerikaansche garens is, voor zoover
cops betreft, zeer kalm en spinners hebben hun prijs niet
verdér verhoogd. Over het algemeen zijn garenprijzen een
penny duurder, terwijl katoen ongeveer 1 pence gestegen
i hoewel er ook spinnerijen zijn, die deze volle verhooging
verlangen. De vacantieweek in thet Oldham-district zal ook
wel van invloed zijn op de mindere vraag, doch over het
algemeen. is de markt al eenige weken zeer kalm. Men is
eenigs’zins teleurgesteld over den omvang ‘van dc export-
zaken, doch men moet niet vergeten, dat de groote voorra-
den, die reeds geruimen tijd waren vastgehouden, eerst kort
geleden zijn verscheept, waardoor de vraag voor nieuwe orders natuurlijk •is verminderd. Van Duitschland is ook
eenige vraag en zijn er ‘verschillende orders geplaatet,
fioofclzakeljk in de fijnere en düurdere garens, daar de
grovere inimmers in het land zelf .goedkoo.per gponnen
kunnen worden. Egyptische garens iblijven sterk gevraagd,
zoowel voor cops als voor bundelgarens in alle soorten.
De doekmar’kt ‘blijft onveranderd. Prijzen zijn vast, idoch
er ‘komen niet veel orders binnen. Fabrikanten zijn eohter
in een stenke positie, doordat zij veel orders geboekt hebben.
Om dezelfde reden koopen de overzeesche markten thans
ok geen groote hoeveelheden, ‘zoodat in de markt hier
weinig onigaat, doch prijzen echter zeer vast blijven.

19 Aug. 27Aug.

,

’19 Aug. 27 Au.

Liverpoolnoteeringen (loco)

G.F. No. I Oomra 14,95 15,60
Mid.-Americ. Tex. 18,60 19,31 T.T.opIndi -. . . 1/10

1/10
GoodMiddling ,, 19,70 20,41 T.T. op Hongkong 3/9 Sh 3111
1
/2
F.G.F.Sakellaridis 29,50 30,00 T.T.op Shanghai 5/10 5/11
1
/

Noteeringen voor Loco-Katoen.

(Middling Uplands).

8Sept.l92Sept.’i9I26Aug.
l9I9Sepi.I8I 8Sept.17

New York voor
Middling .. 29,45e 31,400 32,25e 36,45e 21,20 c
New Orleans
voor Middling 29,—c 31,35e 31,— c 33,50e 20,25e
Liverpool voor
Middling …. 18,61d 19,72d 19,44d 25,51 dl) 17,25d’)

1)
Good Middling Texas. ‘) 7 Sept. ’17.

Ontvangsten in, en uitvoeren van Amerikaansche havens.

(In duizendtallen balen.)

t Aug.
l9

Overeenkomsitge
perioden
tot

5Sept.
19

1918

1917

Kapokstatistjek op 31 Augustus 1919,

Aanvoer
Verkoop
Voorraad
1

Importeurs:
tot
tot
op

31 Aug.
31 Aug.
.31 Aug.

‘S

&
W. Birnbaum……
3818
3818

:11. G. Th. Crone ……..
2521
2521

Edgar & Co………….
964
964

Van Eeghen & Co . ……
1412 1146
266
Hermans Marsnian & Co:
807 807

md. Handels Comp
260
260


Landbouw-Mij,,Geboegan”
274
,

214
60
Mirandolle Voûte
&
Co
7373
7373

Nederlandsche Begeering
6059
6059
-.
W. Tengbergen
&
Co
200 200

Order …………
……
3750
3750

27438

27112

326

HUIDEN.

Bericht van de firma Grisar & Co.:

”De markt had deze week een prijshouclend aanzien.
,De daling in Noord-Amerika is tot staan gekomen en
op
‘de nieuwe prijzen worden zaken gedaan.’
Zuid-Amerika met onbeduidende aanbiedingen. Prijzen
ook daar wederom vaster.
“Inlandsche huiden met meer vraag, doch totprijzen,
diè an den handel nog verlies brengen, aangezien aan enkele
abiittoi’rs de prijzen wederom tot 90 cent verhoogd zijn.
buitenland wil echter die prijzen niet betalen, doch
vb’or 85/86 cent zouden zaken tot stand te brengen zijn.

METALEN.

Loco-Noteeringen te Londen:

Ijzer

K
Data

. I
Clo.

Stan°d’rd

Tin

Lood

Zink

8 Sept. 1919..

nom. 100.10/- 282.151- 25.2/6- 40.51-
-1. ,,,

1919..

nom. 100.151- 275.101- 24.l76 39.151-
9 Sept. 1918..

nom. 122.-!- 343.10/- 29.-1-

52.-/-
7 Sept. 1917..

nom. 120.-1- .241.51- 30.101-


20 Juli 1914..

5114

61.-1- 145.15/- 19.-1-

21.10/-

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.

GRAAN.

All. Kust

1
San Lorenzo
Petto. Odessa
I

Ver. Staten
grad t Rotte,-
Data

Londenl
dam

Rotte,-
1
Brisiol
Rotte,-
1.
Enge.
Rdam

dom
1
Kanaal
1
dam

1
land

267
1)

305
}

368
116

-Sept. 1919!

I’)f90,-I
2)
8/6

1
175/-
2
65
1

Ontvangsten Gulf-Havens..II
,,

Atlant. Havensl
.

290
25/30.

Aug. 19191

1

111f 90,-j
2)816

1
2 10/-
4190/—
Uitvoer naar Gr. Brittannië
1
‘t

Vasteland.

5t1
351

}

106
2/7

Sept.

19181
3/10 Sept.

19171

1

1


1


1


1

50!-

1



1

225/-

1


Japan ete..
.

Juli

19141
lid.
1
7/3

1
1111
1
14I
1/11’/41
12/-
1

12/-

Voorraden in duizendtallen

1
5
Sept.

19
1
6 Sept.

18
7 Sept.

I7

Amerik. lavens ……….
939
822
458



Data
Binnenland …………..
620 612
249
New York

…………..
.1

1
50
New Orleans ……………..
1
….

1
73
Liverpool

……………..
907′)
204
243
25130Ag: 191
1)

6 Sept. ‘1.9.

2/7

Sept. 191 3/10 Sept. 191
KAPOK.

I

Juli 191

(Opgave van de Makelaars Gebrs, van der Vies, Amsterdam.)

KOLEN.

Cara’
1ff
Ooitk.
Engeland

Boe-
deaux

Cenua

Port
Said
Plato

Rotte,-
I
GotJ,en-burg
Rivier

2516
511-
47/6
40/-
f.
10,-
Kr.30 54/-
4716
46/9
48/-
,,

10,-
,,

30
69/-
10113
2001-
1201-

205,-

fr.

7,—
7/-
7/3
14/6
3/2
41-

DIVERSEN.

Prijs van prinia Kapok

,
Voorr. Aauv. Verk. Voorr. –
OP

tot

tot

op

;.
op 31 Augustus
1 Jan. .31 Aug. 31Aug.31 Aug. geen noteering

Iomoay

I ourria

viaaiuo-

LOIlI
Data

West

West

stock

West

Europa

Europa

West

Europa

in
1918
– .
– ..

-.
110

6120
ets.
in
1917
750
5928 6678

54

6 56
ets.
in
1,916
4253 20301
21794
2760
43

,
ets. in 1915
6579.
65182 61302
6334
43

6
44
ets. in 1914
6733

.
54951
.
61365
!319
351/t 6
37
ets, in 1913
3053 67329 49316 21066
46
1
/,

11
47
1
/2 ets,
in
1912
4178
70274 61701
12751
’47
ets.
in
1911
798
43425 39656
4567
35
ets. in 1910
13274
44034
47095
10213

125/-
‘215/-..
4
)

140/-
‘215/-
4
)

1/6

Sept.

1919
…….

217

Sept.

1918.’..
275/-
500/-

1901-
“25130

Aug. 1919
…….



3/10

Sept.

1917…….

Juli’

1914
…….
14/6 1613′
25/-
,
22/3

1)
Per ton stukgoed.
2)
Voor Britsche schepen.
)
Voor neutrale schepen
onder geallieerde time charter.

)

Vrij.

856

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN . 10 Séptember I90.

INKLARINGFJt-

IJMUIDEN.

Aügustus 1919

Augustus 1918
Landen van
herkomst

Aantal

N.R.T.
Aantal N.R.T.’

schepen

schepen

Biuneul. havens

10

6.672

5

3.083
Groot-Brittannië

38

25.797

6

2.583
Duitschand

16

8.046


Noorwegen . .

6.

3.160


Zwëden

31

13.321

1

694
e

Denemarken ..

2

1.696

Finland ……..
..14

7.830.

België ………2

1.151

Frankrijk ……….
.0

9.117

-”

Spanje ………..1

1.14.6

P
or
t
uga
l …5

2.610

Italië ………….3

2.307

-,
Oostenr.-Hong.,
Grièkenlaud..

2

2.068


Achter-Indië ..

2

8.047


Ned. Oost-Indië.

5

18.290

And. Aziat. hav.

1

4.521


Vereen. Staten..

4

10:264

5

11.878
Ned. West-Indië-


Nederl.Antillen

2

3.646

Brazilië ……..2

3.628

Argent,Uruguay

5

13.168

Totaal ….

16Ï

146485

17

. 18.188

Periode 1 Jan.-
31 Juli

680

697.537

141

66.847′).

Nat io na ii t ei t

Nederlandsche

85

82.964

11

6.241
Britsche

1
1
7

16.408

Duitsche ………44

19.895

Noorsche ……..3

1.097

1

1 970.
Belgische …… .

..

.

1

.2.885

Fransche ……… 1

121

Zweedsche ……
..4 .

2.245

4

7.092
Tçree]j Sttiteu..

3

7.818

Andere ……….4

15.937

Totaal ….

161

146.485

17

18.188,..

‘) 1913, 1.594 schepen met 1.809.184 N. R. T.

(Halverhout & Zwart’s Scheepsagentuur.)

NIEUWE WATERWEG.

Augustus 1919 Augustus 1918
Landen van
Aantal
N. R. T.
Aantal

N. R. T.
her kom s t
schepen schepen

Binnenl. havens
40 17.155
6
2.045
Groot-Brittannië
177
,
118.564
.
27
19.147
Duitschland
. .
27
15.130
1
Noorwegen
8
5.027
1
125
Zwedèn ……..
22
11.011
5
2.782
Denemarken
2

.
98


Rnsland-Oostz.h
3
2.475


Finland
1
691

België
14
17.236


19
13.724
1
76
Spanje
3
1.024

Portugal
1
1.415.


Senegal,Dakar
6
7.975
– –
Over. Wk. Afrika
1

.
,
790


Achter-Indië

.
1
.

2.524

Frankrijk ……..

Ned.

Oost-Indië
7
20.074


And. Aziat. hav.

1
3.318

Australië
.

1
1.346

.-
Vereen. Staten
62
183.314
23
4937:

Canada
.
……..

2,
8.330


Argent.,Uiugua.y
17
34.549

415
465.770
64
73.553
Totaal

Peiiode 1 Jan.-

31 Augustus.
.
3.099
3.050.582
615
566.451
1
)

1)
1913, 7.663 schepen
met
9.276.501
N. R.
T.

NIEUWE WATERWEG (Vervolg).

Nationaliteit.
Nederlandsche
134
124.333
22
15.240
Britsche
132
129.400
17
9.554
Duitsche
46
20.261
1

Noorsche
24
31.109

5
9.723
Belgische
2

1.726
12
28.123
Fransche
10
19.701


Zweedsche
19
15.943
7
10.913
Deensche
3
3.862


Vereen. Staten
34
94.443
– –
Andere
11
24.992


415
.
465.770
64
1

73.553
Totaal ….

(Dirkzwager’s Scheepsegentuur.)

VLISSINGEN.
Augustus 1919

Augustus 1918
Landen van

_______ _______

herkomst

Aantal

N. R.T. ‘Aantal

. R.T.

schepen .

schepen

Binneol. havens

1

1.219


Groot-Brittannië

14

12.623

Zweden

1

858
België

1


192


Frankrijk

1

.

15


A.-Ïudië (Ilanil.)

1

2.930

Totaal ….

19

17.837

Nationaliteit.

Nederlandsche

15

13.989


Britsche

2

2.975


Duitsche

1

853


Fransche

1

15

Totaal ….

19

17.837

(B. S’tofkoper &
,
Co.)

DORDRECHT. –


Augustus 1919:

Augustus 1918 –
Landen van

______ _______ _______

herkomst

Aantal

N.R.T.
Aantal N.R.T.
schepen .

schepen

Groot-Brittannië

1

50


Duitschland ..

1 ‘

450


Zweden

2

670


Finland ………
..- 2

874

Totaal

8

2.044

Nationaliteit.

Britsche

1

. 50


Duitsche

5

1.994

Totaal

6

– –

, –

(GerÜ.rd Mauritz.)

DLFZIJL.

Augustus 1919

Atgustus 1918
Landen van

herkomst

‘Aantal

N.R.T.

Aantal
N.R.T.
schepen

. schepen

Binnenl. havens.

4

522

Duitschland

46

.5.069

26

. 16.829
Zweden ……….15

5.844

8

. 2.861
Deneniarken

1

496
Rusland-Oostzh

5

1.234 ‘ –


Finland ………
..-

– –

1

. 896

Totaal ….

70

12.669

36

21.082

‘Nationaliteit.

Nederlanclsche

12

1.053


Duitsche ‘

57

11.531

34

18.897
Zsveedsche ..

1

85

2

2.185

Totaal….

70

12.669

36

21.082

(A. van Dijk.)

Auteur