Ga direct naar de content

Jrg. 4, editie 168

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: maart 19 1919

19 MAAR’
.! 191v

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Econornisth-Satistische

B e ri” c h t e’n

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

4E JAARCANG

WOENSDAG 19 MAART
1919

No. 168

INHOUD

BIz.

HET POSTVERKEER TUSSCHEN NEDERLAND EN. BELGIE GEDU-
RENDE DEN
Ooiu.oc door
J.
Oomkens ……………..
277
De Banque de France in
1918
door
.Ur. L. 1″. A. M.
v4
0..
. 278
Uitgevoerde en voorgenomen Verbeteringen van onze Scheep-
vaartwegen V
door
Ir. V. I. P.
de
Blocq
van Kuffeler
280
De Toekomst van Rotterdam ……………………
282
De Werkzaamheid van Amerikaansche Bankvestigingen in
den Vreemde ………………………………
283
De Rijksmiddelen …………………………….
285
AANTEEKENINGEN
Verbod van immigratie in de V. S……………..
285
Bedrijfstellingen …………………………..
285
Het goudvraagstuk in de Vereenigde Staten……….
286
In- en Uitvoer van Engeland………………….
287
Duitsche economische belangen in de provincie Posen..
287
OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN
………………….
288
BOEKAANKONDIGING:
Eduard van Biema: Les Huguetan de Mercier et de
Vrijhoeven………………………………
289
RECEERINGSMAATREGELEN OP HANDELSGEBIED
…………
289
MAANDCIJFERS:
Ontvangsten van Spoor- en Tramwegmaatschappijen..
290
Giro-kantoor der Gemeente Amsterdam …………
291
Overzicht der Rijksmiddelen ………………….
291
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN
………………
29 1-299
Geldkoersen.

Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.

Goederenhandel. Bankstaten.

Vèrkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. BrlLins.

WEEKBLAD ECONOMISCH-STATISTJ3CHE BERICHTEN
Secretaris-Redacteur: G. E. Huffnczgel.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 1, Rotterdam.
Aangeteekende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg 37.
Telef. Nr. 3000. Telegr.adres: Economisch Instituut.
Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 15,—. Buitenland en Koloniën f 17,-

per jaar. Losse nummers 30 cents. Leden en donateurs van het Instituut
ontvangen
het
weekblad gratis.

De verdere publicaties van het instituut uitgaande
ontvangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos,
voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.
Advertentiën f 0,35 per regel. Plaatsing bij abonne-ment volgens tarief. Administratie van abonnementen
en advertenties: Nijgh & van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gravenhage.

17 MAART 1919.

De toestand van de geidmarkt bleef de afgeloopen

week ta.meIijk onvëranderd.Iri verband met de medio-

betalingen was er enkele dagen iets meer vraag, in

de noteeringen kwam er echter geen verandering van

heteekenis. Prolongatie noteerde 4 i 4% pOt., parti-

culier disconto was tegen 3%
lt
3% pOt. to plaatsen. De

rente voor gemeentewissels was wederom zeer onregel-

matig. Enkele kleine posten werden tot 4 en 4 pOt.

afgedaan, de meeste dagen waren de noteeringen

&echter nominaal op ca. 4% pOt.

*

*
*

De Minister van Financiën doet wederom zijn

maandelijksch beroep op de geidmarkt tot het plaatsen

van schatkistpapier. Aangeboden worden promessdn
met een looptijd van 3 en 6 maanden en
4%
pOt. bil-

jetten met een looptijd van 1 jaar tot een totaal bedrag

van 80 milljoen gulden,. waartoe cle inschrijving is

opengesteld op Donderdag a.s.

*

* *

De wisselmarkt was de afgeloopen week vast en zeer

levendig. Vooral in Marken vonden groote omzetten

plaats tot sterk oploopende koersen, waarbij de daling
van de laatste week weder geheel werd ingehaald. Do

krachtige bestrijding van de Spartacistische onlusten

deed weder meer vertrouwen ontstaan, zoodat van

verschillendé kanten weder groote posten werden op-

genomen. De economische toestand wettigt echter

nauwelijks een dergelijke snelle stijging. De koersen

in’de andere neutrale landen bleven dan ook gere-

geld bij de onze ten achter, waardoor heden weder-

om een reactie intrad en de markt flauw sloot op

ca. 2.25, nadat Zaterdag tot 26.40 was afgedaan.

HET POSTVERKEER TUSSCHEN

NEDERLAND EN BELGIË GEDURENDE

DEN OORLOG.

Het belangwekkende artikel over het werk der Relief-Oommissie van de hand van den heer Jan
Schiithuis in een der laatste nummers van dit tijd-
schrift
1)
geeft mij aanleiding tot de volgende mede-
deelingen betreffende het postverkeer Nederland-
België v.v. gedurende den oorlog.

De eerste maanden, ‘volgende op de Duitscho
invasie, was officieel de postale gemeenschap tus-
schen ons laxd en ‘den zu’idelijken nabuurstaat ver-
broken. Deze toestand schonk het leven aan een uit-

gebreiden en dikwijls goed ingerichten smokkeldienst,
veelal door Belgen georganiseerd, ‘die zich hiertoe
echter niet belangeloos leenden, maar buiteusporige
prijzen vroegen voor ‘de verzending .van een nieuwabe-
richt. Eet is uiteraard niet mogelijk om den omvang
van dit sluikverkeer eenigszins nauwkeurig in cijfers
aan te duiden, maar blijkens per post voor de smokke-
laars uit ‘het binnenland ter reëxpeditie aankomende
hoeveelheden brieven, laat zich’ vrij zeker vaststellen,
dat dagelijks honderden, wellicht duizenden stuks cor-
respondentie langs onwettige wegen werden verzon-
den. Het door de grondwet gewaarbor.gde briefge-

t)
Pag.
177, No. 164.

278

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

heim verbood in dezen stappente doen, die zonder dat

vermoedelijk genomen zouden zijn.

In den aanvang van Februari 1915 stelde eindelijk

de Duitsche overheid de gelegenheid open voor de

uitwisseling heen en weer van gewone en aangetee-
kende briefkaarten, open brieven, betreffende zaken,

monsters en drukwerken in het verkeer met Antwer-

pen, Brussel, Luik, Verviers, Welckenraedt’ en de

voorsteden der eerste vier plaatsen.

De Nederlandsche postadministratie in een niet

genoeg te
prijzen
zorg voor een zooveel mogelijk feil-

boze uitvoering van den postdienst met het buiten-

land, teneinde verkeerde en ongewenschte gevolgtrek-

kingen uit onjuiste verzendingen te voorkomen, con-

centreerde de uitwisseling te Utrecht, waar een af-

zonderlijk bureel werd opgericht voor het verkeer

met België. Met een waarlijk on-Hollandsche ruim-

heid van opvatting werd den verantwoordelijken

chef de vrije hand gelaten in de inrichting van het

bureel en de aanwerving van personeel, dat wegens

de mobilisatie van de eigen werkkraohten der admini-

stratie, grootendeels uit outsiders werd gerecruteerd.

Met het oog op de snelheid en ter vermijding van
fouten werd Utrecht tevens aangewezen voor de ver-

zending naar het bureau militaire ibelge te Calais,

van waar uit de distributie over het Belgische leger
en tevens over het kleine onbezette Belgische gebied

plaats had.
Het uitzoeken der poststikken geschiedde met de

uiterste zorgvuldigheid. Nadat de eerste triëeriug
de stukken had gesplitst in die voor bezet België,

het Belgische leger, het onbezette gebied en niet töe-

gelaten correspondentie, n.l. die, welke niet aan de

gestelde bepalingen voldeed, of onduidelijke adressen

droeg, werd dit alles weer nauwkeurig nagezien door
een tweede ploeg, belast met het verzamelen in bun-
dels met ter vermijding van verwarring verschillend

gekleurde adressen voor de diverse richtingen. Daarna

werden door
afzonderlijke
controleurs steekproeven genomen uit ‘de aldus afgewerkte bundels.

Het verkeer nam binnen eenige maanden een reus-

achtigo vlucht. in Juli 1915 werden op sommige

dagen aantallen van 60.000
t
70.000 stuks gewone

correspondentie bereikt. Behoudens eenige duizen’len

zakenbrieven, waarvan ten hoogste de helft uit wer-
kelijke handelsbrieven bestond, werd dat groote aan-tal gevormd door briefkaarten, voornamelijk verzon-
den door de Belgische uitgewekenen en de geïnter-

neerden. Deze laatsten waren met •eetL vrijgevige uit-
breiding van den in het postverdrag van Rome aan

krijgsgevangenen toegestanen portvrij dom, van alle
postale rechten vrijgesteld.

Ook het verkeer van expresse en aangeteekende
zendingen bereikte een ongewone hoogte. Per dag
werden daarvan gemiddeld respectievelijk 250 en 1500
stuks uitgewisseld. Voor verreweg het grootste ge-
deélte waren de aangeteekende stukken gewone brief-
kaarten, die om eenige meerdere zekerheid en het
recht van reclame te hebben, aangeteekend werden
verzonden. Die zekerheid was echter zeer beperkt,

daar beslagnemingen door de militaire overheid aan
de orde van den dag waren en de postautoriteiten
hiertegenover machtebo’bs stonden. Dezen volstonden
bij reclamaties met een ,,es wird anheim gesteilt sich
an die Kommaudantur des…. Armeekorps zu wen-
den.” Veelal waren die beslagnemingen ook alleen

van tijdelijken aard en werden de stukken na eenigen

tijd weer vrijgegeven, in aanmerking genomen, dat
alle brieven, ook de aangeteekende, open moesten wor-
den verzonden, terwijl de laatstbedoelde dikwijls

groote. bedragen
(f
25.000 in Duitsch courant was

geen zeldzaamheid) bevatten, is het opmerkelijk, dat
over vermissing van gelden nooit een gegronde klacht werd ontvangen. Slechts eenmaal in de geheele 4 jaar,
dat de post langs den abnormalen weg werd ver-
zondeü, is bij de Duitsche censuur een bedrag van

1000 Mark tijdelijk zoekgeraakt.

Tegenover het Nederlandsche uitwisselingskantoor

stond de eerste twee jaren het Duitsche kantoor te

Aken als verzaaelpunt -van de uit en naar bezet-

België verzonden wordende post. Daarna werd Emme-

rik voor die functie aangewezen. Men had hier in het
algemeen mildere opvattingen dan te Aken, waar alle

pogingen door ons aangewend om de strenge ver-

keersbepalingen te omzeilen, schipbreuk leden.

Tastenderwijs werd na de verplaatsing naar Emme-

rik getracht, meer plaatsen in België te bereiken en

inderdaad ging dit zoo voorspoedig, dat weldra de

correspondentie voor liet geheele generaal-gouverne-

ment België werd doorgezonden. Slechts het etappen-
gebied, voornamelijk omvattende de provinciën Oost-

en West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen en Luxem-

burg, waar het militaire régime heerschte, bleef on-

verbiddelijk buiten geregelde gemeenschap. Doch

zelfs hier waren ‘de autoriteiten niet van menschelijke
gevoelens gespeend. Vele malen gelukte •het, een uit-

gewekeiie, die in de lange oorlogsjaren niets van zijn

naaste familie had gehoord, door het intermediair

van de Etappeninspectie te Gent in verbinding met

de zijnen te ‘brengen.

Dank zij de brievenpost, had de Belgische kunst-

nijverheid gelegenheid hare producten, voornamelijk

kant- en koralenborduurwerk, naar hier te verzenden.

Dikwijls waren hij de gsloten briefpostzendingen

(door de Duitsche censuur na onderzoek gesloten)

groote doozen met
aanzienlijke
waarde aan kanten,

blijkende uit bijgevoegde Belgische hinnenlandsche

vrachtbri even. De Nederiandsche wettelijke bepalin –

gen verboden echter om van den aldus ‘kenbaar ge-

maakten inhoud aangifte aan de helastingadmini-

stratie te doen, zoodat met lcede oogen aagezien

moest worden, hoe de Nederlandsche fiscus aanzien-
lijke baten derfde. Ook vond een levendige verzending
over en weer plaats van effecten door tusschenkornst
van de groote banken.

In de laatste maanden v66r de Duitsche débacle
bereikte het verkeer, vooral van aangeteekende zen-

dingen, een buitengewone hoogte. Augustus stak
hierbij uit mt een totale ontvangst en ‘verzeiding

van rond 95.000 aangeteekende stukken, een aantal,

dat door geen ander postkantoor hier te lande, alles

bij elkaar genomen, wordt bereikt. Daarna daalden

echter de cijfers met veelzeggende snelheid, tot ten
laatste Novembér nog slechts een nadruppeling bracht
van de in België geposte stukken, die zeer onregel-

matig werden ‘doorgezonden.

In het algemeen moet ‘de dienstuitvoering aan

Duitsche zijde, waar de personeeltoestanden nog zoo-
veel moeilijker waren ‘dan in ons land, geroemd wor-
den. Voor zoover niet •de legerautoriteiten door hare
maatrëgelen den regelmatigen gang van den post-
dienst beletten, ging deze even accuraat als in nor-

male ‘omstandigheden.
Het behoeft geen betoog, dat de gewone internatio-
nale bepalingen voor de bijzondere omstandigheden
meer dan eens ontoereikend waren en er l’instar
van den Romeinschen praetor inris adiuvandi gratia

moest wordn ingegrepen.

Op 1 December 1918 is deze historische postale

uitwisseling geëindigd, nadat een 14-tal dagen te
voren de thans nog gevolgd wordende weg via Brugge
geopend was voor de verzending naar het langzamei-
hand weder door de Belgen in bezit genomen land.

11 Maart ’19.

J.
OOMKENS.

DE BAN QUE DE FRANCE IN 1918.

Met een juichkreet, gehouden binnen den statigen

toon, welke de verslagen van de Banque de France
•steeds kenmerkt, vangt het verslag over het veelbe-

teekenende jaar 1918 aan:

,,Après quatre annes d’une lutte hroïque, la France
victorieuse voit triompher l’idéal de liberté et 1e justice
pour lequel elle a combattu avec ses vaillants Alliés de la

19 Maart 1919

1

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

279

Coalition du Droit. Son territoire est entièrement libr.
Ses courageuses populations du Nord et de l’Est, dont les
atroces rigueurs de l’invasion n’out pu abattre la fermetd
d’ame, out repris leur place au foyer national. La grande
iniquitd de
1871
est rdparde: dans l’irrésistible dlan d’un
sentiment qu’un demi-siècie de sdparation n’a feit que
fortifier, I’Alsace et la Lorraine
1),
enfin dlivrdes, sont
revenues
I
le Mre Patrie.”

Daarna volgt een eeresaluut aan de dappere Fran-

sche ‘soldaten, onder wie zeshonerd dienaren van de

Banque de France geteld werden, die het leven op

het slagveld lieten. Behalve aan deze ,,artisans de la
Victoire” brengt het verslag ‘ook dank aan de thuis-

geblevenen, die met verdubbelde energie moesten

arbeiden aan het in stand houden van het economisch

leven van het vaderland.

:Naast het alles in de schaduw stellend feit van de
overwinning, is ihet tweede evenement, dat 1918 voor
de Banque ‘de France buitengewoon belangrijk

maakte, de verlenging van haar Octrooi voor 25 jaar,

welke haar in de zitting van den Senaat van 19 De-

cember met algemeene stemmen en onder hakdgeklap
werd verleend. De Minister van Financiën Klotz had

met de verdediging van zijn wetsvoorstel een nog

dankbaarder taak dan in de Kamer; hij had vo&r de Bank slechts lof te oogsten, zoowel van den rappor-

teur Milliès-Lac.roix als van den Senator Rihot, oud-

Minister van Financiën, die den tegenwoordigen
financieelen toestand van Frankrijk besprak. Wij heb-
ben den plicht te erkennen, zeide Milliès-Lacroix, dat

gedurende den oorlog en den tijd ‘daarvoor, de ken-
merken van de operaties van onze groote nationale
emissiebank zijn geweest voorzichtigheid, vijsheid en

zorg om mede te werken aan de uitbreiding van den
handel en de industrie van Frankrijk, en om den
Staat gedurende den moeiljken oorlogstijd op ver-

standige, toegewijde en vaderlandslievende wijze hulp te verleenen.

Het is opmerkelijk, dat de Minister van Financiën
van deze gelegenheid kebruik maakte de bankbiljet-

ten-inflatie te geeselen en deze als de voornaamste
oorzaak van de prjsstij’ging der ‘goederen aan ‘de kaak
te stellen, om ‘daarna als nocdzakelijken eisch naar

voren te ‘brengen, dat na het teekenen van den vrede
de financieele politiek van het Fransche Gouverne-
ment gericht moet zijn op het verminderen van de
Iceningen hij de Banque de France, hetgeen wil
‘zeggen, voegde hij er aan toe, op het herstel van ons
ïiationaal ruilmiddel. Hij wees daarbij op de belofte,
afgelegd in September 1914 door den toenmaligen

Minister van Financiën Ribot aan den G’ouverneui
van de Banque de France Pallain, dat de terugbe-
taling van ‘de schuld van den Staat binnen zoo kort
mogelijken termijn zou plaatsvinden, hetzij door de
gewone budgetaire middelen, hetzij door in ‘de eerste

plaats de gelden van de eerste leeningen of andere
buitengewone gelcibronnen daarvoor te bestemmen.
Daarop liet ‘hij volgen onder algemeene instemming
van ‘den Senaat:

,,I1 a étd possible de luttcr avec nu succès relatif pendant
la guerre contre Ja crise mondtaire
a
l’aide de moyens de
trésorerie; aucun expédient iie permettrait d’éviter une
catastrophe si les niémes errernents devaient se perpétuer
penciant la paix. 11 y a ‘des situations qu’aucun ‘procédé
technique na permet de pallier. Le reciresseinent de notre
situation fiduciaire, conclition vitale de notre relèveincnt
economique, est une probléme qui dépasse la virtt,osité des
financiers. II est posé clans toute son ampleur devant le
gouvernement et les Chambres: l’avenir économique du
pays sera ce qua le fera leur sagesse et ce .sont eux qui en
porteront l’honneur ou la respoasabilité.”

Thans terugkeerend tot ‘het jongste verslag van de
Banque de France treffen wij daar opmerkingen aan,

1) Verderop in het verslag wordt warme dank gebracht
aan de Fran,sche inwoners van Elzas-Lotharingen, die
sedert de bevrijding reeds belangrijke bedragen aan goud
bij de Bank gestort hadden, welke zij aan de nasporing
van het Duitsche bestuur hadden weten te onttrekken.

die geheel in deelf de richting gaan als ‘de redevoering

van Minister Klotz in den Senaat. De bankbiljetten-

circulatie moet ingekrompen worden; de overmatige

uitgifte drukt op ‘de wisselmarkt, verergert de crisis

in de
prijzen
der goederen: ,,le remboursement de la

,,dette de l’Etat envers la Banque est la condition

,,nécessaire de eet allègement et l’unique moyen de

,,rétablir un régirne monétaire normal.”

Het verslag herinnert er aan, dat de Bank in de

droevige uren, ‘toen ‘de toekomst van het vaderland
op ‘het spel stond, niet geaarzeld had zonder eenige

limiet te voldoen aan de credieteiscihen, die de natio-

nale verdediging stelde. ,,La Banque ‘de France a

,,fait un pacte avec la Victoire. Ce pacte les &véne-

ments Pont ratifié.”

Als buitengewone mededeelingen vinden wij in het

verslag de bepalingen van het nieuwe Octrooi ver-
meld.
1)

Van de wanverhouding in de samenstelling van de

activa geeft de eindhalans wederom een ‘duidelijk

beeld. De balans sluit met een
cijfer
van frs. 34.114
millioen (einde 1917 frs. 25.781 millioen).

De activa bestaan in ronde cijfers:

voor frs. 20.876 millioen (einde
1917 frs.
15.915
millioen)
aan voorschotten aan den Staat, in verschillende vormen
verstrekt; voor frs.
5.796
millioen (einde
1917
frs.
5.597
millioen)
aan munt en muntmateriaal;
voor frs.
2.336
millioen (einde
1917
frs.
786
millioen)
aan tegoed in het buitenland;
voor frs.
1.052
millioen (einde
1917
frs.
850
millioen)
aan wissels;
voor frs.
1.029
millioen (einde
1917 frs. 1.141 millioen)
aan moratorium-wissels;
voOr frs. 1.216
millioen (einde
1917
fr.’.
1.223
millioen)
aan voorschotten op effecten en goederen;
voor frs.
1.809
millioen (einde
1917
frs.
267
millioen)
aan diverse andere activa.

Daartegen balanceeren als creditposten:

Kapitaal, Amortisatie en Reservefondsen: frs.
003 mii-
lioen (einde
1917 frs.
225
niillioen)
Uitstaande biljetten: frs.
30.249
millioen (einde
1917 frs.
22.336
millioen)
Crediteuren in rekening-courant: îrs.
2.478
inillioen
(einde
1917
frs.
2.991 millioen)
Diverse andere passiva: fr.
724
millioen (einde
1917
frs.
227,8
millioen).

Vergelijken wij genoemde gegevens met die van de

eindbalans van 1913, dan komen wij voor zeer belang-
rijke verschilpunten te staan; cle cijfers zijn uitge-
drukt in mi]lioenen francs:

Einde

Einde
Activa

1913

pCI.

1918

pCI.

± Of –
Munt en Muntmat.
. – 4.158 59,50 5.796 16,99 + 1.638
Tegoed in liet buiten]

2.336 6,85 ± 2.336

Wissels …………..
1.527

21,85

2.081

6,10 -(-

554
Voorschotten op Effec-
ten en Goederen , ,

772 11,05 1.216

3,56 + 444
Id. aan den Staat
.

205

2,94 20.876 61,20 +20.071
Diverse Activa ,,,

326

4.66 1.809

5,30 + 1.483

Totaal – . .
6.988 100,- 34.114 1,00,- +27.126
Passiva
Kapitaal, Amortisatie-
en Reservefondsen. ,
225

663 – + 438
Uitstaande bankbilj..
5.713 – 30.249 – +24.536
Cred. in rek.-courant. –
979 –

2.478 – + 1.499

Diverse Passiva……
71

724 – + 653

Totaal
. . , . 6.988

– 34.114

– +97.126

De verschillen, aangegeven in de laatste kolom,
behoeven geen naderen uitleg; zij spreken voor zich

zelven. Wel dient de aandacht gevestigd te worden
op de belangrijke verschuivingen in de activa, welke
aan het einde van 1918 zijn te constateeren. Het
zwaartepunt van de ‘dekking der bankbiljetten en der

overige passiva is geheel verschoven van het metaal
en de wissels naar de voorschotten aan den Staat,
zoodat in den oorlogstijd het percentage van de

1)
Deze werden reeds vroeger door ons behondeid (zie in
dit tijdschrift pag.
697
en vig. van den vorigen jaargang.)

280

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

schuld van den Staat aan de Bank in de activa ge-

klommen is van 2,94 tot 61,20 pOt.
i)

Onder het tegoed in het buitenland komt een be-

langrijk crediet voor bij de schatkist der Vereenigde

Staten van frs. 1.036 millioen, zijnde de tegenwaardo

op goudbasis van $ 200 miljoen. Dit crediet is door

de Fransche schatkist gecedeerd aan de Banque de

France, die de financiering daarvan om nidt op zich

heeft genomen, onder beding, dat de winst, welke de

Bank met de realisatie van dit crediet zal maken

boven den prijs van cessie, aan de Franscho schatkist

zal ten .goeae komen.

Het bedrag der moratorium-wissels daalde van

frs. 1.141 miljoen tot frs. 1.029 miljoen. Het hoogste

bedrag dezer uitgestelde wissels kwam voor op 1 Oc-

tober 1914,
namelijk
frs. 4.476 millioen, zoodat dus

sedert dien frs. 3.447 millioen werd afbetaald. Waren

reeds in December 1917 en Juli 1918 decreten uit-

gevaardigd, welke den kring van debiteuren, die van

het moratorium konden profiteeren, kleiner maakten,

den 29sten December ii. werd bepaald, dat, behou-

dens eenige uitzonderingen, waarvan de voornaamste

betrekking hebben op debiteuren, die nog gemobili-

seerd
zijn,
hervatting van betaling op of na 31 Maart

1919 kan geëisciit worden.

Wij moeten met deze aanteekeningen volstaan, en

twijfelen niet, of het verslag der bank over 1918 zal
blijken één der
belangrijkste
perioden van haar be-

staan te hebben behandeld. Er werden culminatie-

punten bereikt, die waarschijnlijk voorgoed tot de

geschiedenis zullen behooren. Mr.
L. F. A.
M. v. 0.

UiTGEVOERDE EN VOORGENOMEN

VERBETERINGEN VAN ONZE SCHEEP-

VAARTWEGEN. *)
c. Binnesc/ieepvaarwegen.

10.
De Rijn
5fl
Zijne
verbindingen.
Heft eenerzijds

ons land in economischen &in een ontzettend voordeel

door het feit, dat de monden van drie groote rivieren

binnen zijn grenzen vallen, anderzijds hebben de
groote rivierdn onzen voorvaderen heel wat ellende en

angstige oogenblikken bezorgd, wanneer bij ijsgang
zich ijsdammen vormden, het water daarachter hoog
opstuwde, de dijken bedreigend en deze veelal door-
brekend, met het gevolg, dat grooto rampen plaats
hadden dooi overstrooming van omvangrijke deelen
der belangrijkste gewesten. Het duurde tot het midden
van de vorige eeuw eer men er toe over wist te gaan
door eene systematische verbetering onzer groots
rivieren het gevaar, dd’t deze telken jare hij hoog opper-

water en ijsgang opleverden, geleidelijk aan te gaan

verminderen. De rivierverbeteringen, welke oorspron-
kelijk tot stand werden gebracht, hadden dan ook uit-

sluitend ten doel door •het vormen van een regelma
tiger bed den geregelden goeden afvoer van hoog
opperwater en ijs te verzekeren. Men kan zeggen, dat

tengevolge van de systematische verbetering, welke
in de tweede helft van de vorige eeuw is tot stand
gebracht, onze groote rivieren sedert in een voor den
water- en ijsafvoer ivoldoenden toestand . zijn ge

komen, zij het ook, dat eene nadere normaliseeriug
van de Nieuwe Merwede een snelleren en beterei
afvoer van ihet ijs van de Waal en de Boven-Merwede
nog ten goede zou komen.
Van het gevormde meer regelmatige rivierbed en

van •de verkregen meerdere 1diepte trok intussche

ook de scheepvaart profijt, grooterc en dieper gaande
vaartuigen konden in de vaart worden gebracht, waar

door een goedkooper vervoér mogelijk werd. De ont!
wikkeling van de binnenvaart, eenmaal in deze rich
ting geleid, stopte niet op het oogenblik, dat een voor
den afvoer van hoog opperater en ijs voldoende

1)
Bij De Nederlandsche Bank waren de aan den Staat
verstrekte gel1en eiiÇde
1918
nog geen
15
pCt. van de activa.

*) Vervolg van pag. 260.

toestand der rivieren verkregen was, maar ging ge-

stadig voort en eischte voortgezette verbetering dor

rivieren op een nieuwen grond nl. de belangen van
het scheepvaartverkeer, waarvoor vermeerdering der
vaardiepte noodig was.

In het eerste artikel van deze reeks, verschenen in het

nummer van 1 Januari 1919, werd reeds als de meest

belangrijke vaarweg voor de binnenvaart gewezen bp

den weg langs Boven-R.ijn, Waal, Boven-Merwede,

Beneden-Merwede, Noord en Nieuwe Maas en thans
zal in de eerste plaats worden nagegaan wat aan dezen

vaarweg in den laatsten tijd reeds verbeterd is of zal
worden.

Eene doorgaande verbetering van de rivier. do

Waal had in de jaren 1889-1893 plaats, ingevolge

de wet van 28 October 1889 (Staatsbiad no. 145);

gestreefd werd naar eene diepte van 2,70 M. en zoo-

mogelijk van 3 M. beneden den gemiddelden laagwater-

stand, overeenkomende met dien van 1,50 M. aan de

peilschaal te Keulen (voortaan aangeduid als
01. W.).
In 1895 bleek de diepte van 2,70 M. —01. W. overal

aanwezig te zijn en zelfs ontbrak dc diepte van 3 M.

—01. W. slechts op enkele punten, maar op den duur

was de gesteldheid van de rivier nog niet geheel be-

iredigend, omdat de vaargeul zich niet steeds op do

meest gewenschto plaatsen van de rivier bevond.

Sedert werd getracht door uitgebreide baggerwerken

de gewenschte verbetering te krijgen, waarbij tevens
beproefd werd door den aanleg van lage grondkribben

den stroom in de goede richtiiig te dringen. Do erva-
ringleerde echter, dat met deze werken wel in den

regel een voldoende toestand werd verkregen, maar

dat toch nog geen standvastige toestand van het

zomerbed ontstond, daar steeds een belangrijke ver-
plaatsing van platen in het rivierbed plaats vond.
Bij de toenemende afmetingen der schepen ontston-
den dan ook op sommige punten van de rivier bij

‘lage waterstanden als in 190.6, 1907 en 4911 voor-

kwamen, groote moeilijkheden voor de vaart.

Ingevolge de wet van 3 April 1909 (Staatsbiad no.
96), heeft dan ook eens volledige nieuwe normalisee-

ring van de rivier plaats gehad, waarbij gestreefd
werd naar eene ‘doorgaande diepte ‘van 3 M. —01. W.
over voldoende breedte. Teneinde dit doel te bereiken,
werd het normale zomerbed van de rivier aanzienlijk
vernauwd en wel gebracht op 260 M. van af den
separatiedam te Pannerden (het verdeelpunt van den

Boven-Rijn in Waal en Pannerdensch Kanaal) tot hij
St. Andries en van daar geleidelijk verwijdende

tot 350 M. bij •het benedeneinde van dc rivier bij
Woudrichem. De vernauwing van het normale zomer-

béd van de rivier had plaats door den uitbouw van
kribben; daar in het breedere rivierbed een smaller
gevormd moest worden, bestond teveds gelegenheid
om dit op de meest gunstige plaatsen in dc bestaande rivier te brengen en aldus den horizontalen vorm van

de rivier te verbeteren. De verbteringswerken zijn
thans gereed en hebben het verwachte gunstige resul-
taat volledig opgeleverd. Niet al]ecn is over ruim
voldoende ‘breedte de diepte ‘van 3 M. —01. W. overal
aanwezig, maar zelfs is een doorgaande geul van
3,5 Al. —0-1. W. ontstaan.

In aansluiting aan de vernauwing van de Waal,
was ook versmalling van de Boven-Merwede noodza-
kelijk; deze rivier werd hij Toudriolièm
, waar sedert
de opening van de Bergsche Maas en afsluiting van do
Maas hij Andel, geen Maaswater meer op de rivier
vloeit, op dezelfde breedte als het benedeneinde van

de .Waal gebracht, dus op 350 M. en deze breedte
neemt toe tot 450 M. bij de scheiding in Nieüwe en
Bovën-Mcrwede; ook hier is van de vrnauving partij
getrokken om den horizontalen vorm van de rivier
te verbeteren.

Was verbetering van de Waal, met het oog dp de
belangen van de doorgannde scheepvaart het meest
urgent, 6toen deze verbetering tot stand was gebracht,

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

281

eischte ook de Noord verbetering, daar de breedte van

:èlechts 100 M. niet meer aan de eischen van het in
normale tijden zeer drukke scheepvaartverkeer vol-
doet. Wanneer bij intredenden vloed de vele sleep-

treinen, van Rotterdam komende, in langë rijen de

Noord intrekken en door de talrijke op Rotterdam

varende beurtbooten worden voorbijgevaren of ge-
kruist, heeft de binnenvaart in het algemeen groote

moeite zich op dezè rivier een weg te baden. De zeil-

vaart is in de drukste uren zelfs in het geheel niet

meer mogelijk en de vlotvaart kan slechts uiterst bezwaarljk plaats hebben. Dat de breedte van de

Noord niet meer aan de eischen van het verkeer vol-
doet, werd reeds bij de in 1908 vanwege de Oever-

staten gehouden technische stroombevaring van den

conventioneelen Rijn geconstateerd. De Minister van
Waterstaat was dan ook van meening, dat met het
oog op •de toeneming zoowel van de binnenvaart als

van de Rijnvaart op Rotterdam een langer uitstel
van de Noordverbreeding niet verdedigbaar was. Bij

Koninklijke Boodschap van 6 December 1916 werd
mitsdien een wetsontwerp, dat sedert zijn wg naar

het Staatablad vond, ingediend ten behoeve van de
voor de Noordverbreeding noodige onteigening.

Als grondslag is aangenomen, dat de Noord eene

normaalbreedte behoort te verkrijgen van 200 M., welke
in de sterkste bochten tot 220 M. zal worden vergroot.
De diepte, waarop de rivier zal worden gebracht, be-
draagt 3,50 M. beneden normaal laag water, behou-
dens bij den boven- en den benedenmond, waar over

eene lengte van 300 Al. de idiepte 0,50 M. meer zal be-

dragen. De kosten zijn geraamd op 2 millioen gulden
inclusief de uitgaven voor onteigening.

Is eenmaal de Noordverbreeding tot stand geko-

men, dan zal een voortreffelijke breede weg, van
ruim voldoende diepte, voor de binnenvaart tot stand
zijn gekomen van af Rotterdam langs de Nieuwe
Maas, welke bijna over haar geheele zeer groote
breedte een diepte van 6,5 M. onder normaal laag

water bezit, naar den Duitschen Rijn; de norm’aalbreed-te bedraagt van af de grens tot den Pannerdenschen Kop 340 Al., van af den Pannerdenschen Kop tot St. Andries
260 M., van St. Andries tot de Nieuwe Merwede van
260 tot 450 Al. en va daar tot de Nieuwe Maas 200
Al.; overal is over ruim voldoende breedte een vaar-
géul met een diepte van meer dan 3 M: onder nor-

maal laag water aaawezig, terwijl wel op de aanwezig-
heid van een doorgaande geul met een diepte van
3,5 M. onder laatstgenoemd peil gerekend kan worden.

Vor betrekkelijk geringe kosten, de jongste Waal-
verbetering heeft slechts ruim 2 millioen gulden ge-
lost, wordt een zoo gunstige toestand van dezen natuur-

lijken waterweg verkregen en er zal vel geen twijfel
ontstaan of- de uitgaven economisch verantwoord
zijn, wanneer men zich het reusachtige Rijnverkeer
van v66r den oorlog en de, sterke ontwikkeling daar-
van, welke uit het volgende staatje blijkt, voor oogen
stelt.

Bijnvaartverkeer van
Duitschiand
in tonnen
van 1000 K.G.

Jaar

ot’am

met België

Totaal
1890
….

2.582.791

2.071.579

1.165.456

5.829.826
1900
….

7.845.544

2.631.036

2.605.632

13.082.212
1910
….

17.663.521

3.936.174

7.727.219

29.326.914

In 1913 passeerdn in op- en afvaart tezamen 96.718
schepen, met een totalen inhoud van 52.354.137 M
3
.
den Rijn bij Lobith.

In 1906 bedroeg het totaal goederenvervoer over de
Duitsch-Nederlandsche grenzen te Lobith 21.509.694
ton, waarvan langs de Waal omstreeks 19.300.000 ton
werd vervoerd, terwijl het totale vervoer langs de
lijnen der Nederlandsche spoorwegen in dat jaar
15.021.670 •ton bedroeg; iooals reeds in het eerste
stukje van deze reeks werd aangegeven, bedroegen deze cijfers voor Lobith en de spoorwegen in 1913
respectievelijk rond 28 en 20 millioen.

Moest,.een verkeer, als langs den Rijn. plaats heeft,

per spoor geschieden, dan zou daarvobr de aaleg
van een spoorwegnet noodig wezen, *aaran uiteraard

de aanlegkosten niet in vergelijking kunnen komen

met die; besteed voor verbetering van den waterweg.

Vergelijkt men echter de lichte constructie van een

ia1c van 3000 ton met de betrekkelijk dure inrichting
van een lO-tons-spoorwagen en bedenkt men, dat

een locomotief slechts een onderdeel van de lading

van een groote aak kan vervoeren, terwijl een sleep-
boo.t eenige. aken tezamen meeneemt, dan behoeft de

stelling, dat de rivierverbeteriug uit algemeen

economisch oogpunt verantwoord was, wel geen ver-
der bewijs.

Tijdens den oorlog is intusschen het verkeer aan-
zienlijk verminderd en de vraag rijst, wat zal de toe-
komst brengen? De beantwoording van deze vraag

laat ik gaarne aan meer bevoegden over, maar ik wijs

er op, dat te dien opzichte ook in dit blad reeds
optimistische beschouwingen ten beste zijn gegeven.

Verder zou ik de vraag willen stellen of het in den

tegenwoordigen tijd, waar het denkbeeld van wereld-

economie steeds meer doordringt, nog denkbaar is, dat
ten slotte een reusachtig Ïapitaal als is vastgelegd in
de Duitsche industrie, geheel werkeloos gemaakt zou

worden. Dan mogé ik er op wijzen, hoe het Rijn-Herne-
Kanaal, dat oorspronkelijk bestemd was om een toe-
voerweg te worden voor het Dortmund-Eems-Kanaal,
door de verbinding van het Westfaalsche industrie-

gebied met den Rijn de scheepvaartheweging op dezen
stroom ten goede is gekomen; zal dan de aanleg van

een Rijn-Donau-Kanaal, de verbetering van den Rijn tot Strassburg en
zijne
hevaarbaarmaking tot in. Zwit-
serland, zoomede de aanleg, van kanalen in dat land in cie toekomst niet eenzelfden invloed op het Rijn-
verkeer hebben?

Zekere voorspellingen omtrent de toekomstige eco-
noniische ontwikkeling zullen wel altijd onmogelijk
blijven; de mogelijkheid, dat de beteekenis van Zuid-

en .Oost-Euxopeesche haven ia de toekomst zal toe-nemen, is niet uitgesloten, wanneer ook daar de ver-
bindingen met het aclaterlând betei worden, maar ei
blijven toch nog genoeg mogelijkheden voor verdere

ontwikkelig van ons scheepva’artverkéer open om
waakzaam te blijven en te zorgen, dat onze vaarwegen
aan de eischen des
tijds
blijven voldoen.

Aangaande den vaarweg van Rotterdam naar

Duitschland kan gezegd worden, dat deze voor de
binnenvaart ook in de toekomst aan de eischen vol-
doet. Nemen bij ae zeevaart de afmetingen der schepen
nog steeds toe, bij de groote binnenvaart heeft men in
dezen een grens bereikt.

De grootste Rijnaak, dé Kail Schroers No. 31, is
123 M. lang, 14,08 M. breed en heeft een diepgang van
2,35 Al. bij een laadvermogen van 3581 ton, is reeds

verschillendè jaren oud en sedert niet in afmetingen
overtroffen. Aken met grooter laadvermogen dan
ruim 3000 ton werden in ‘den laatsten tijd niet ge-

bouwd; een lengte van 11.3 M., eene breedte van 13,10
M. en een diepgang ‘ran 3 M. kunnen dan ook als
grensmaten worden beschouwd. Grooter schepen heb-
len het bezwaar, dat zij op den stroom minder goed

handelbaar worden en verder eischen de lange slappe
schepen. te. veel voorzorgen bij het laden en lossen.
Wel zou men hieraan tegemoet kunnen komen door

de schepen zwaarder te construeeren, maar daardoor
iouden zij duurder worden en hooger vrachtprjzen
bedongen moeten worden, waardoor zij ui.teraard ver-

oordeeld zijn. Wel zijn elders, b.v. op de Wolga, binnen-
‘vaartuigen van meer dan 10.000 ton in de vaart, maar
daar treft men gehe
ek
el andere verhdingen aan; de

lengte van de Wolga van af den mond van de Kama
tot in zee bedraagt 1763 K.M. en de Wolga is over
3170 KiM. bevaarbaar, terwijl de afstand vn Rotter-

dam tot uisburg-Ruhrort slechts 215 K.M. bedraag.
Intusschen wordt ook hier niet meer vaardiepte ver-

282

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

eischt, daar dè minste vaardiepte op de Wolga slechts

1,42 M. bedraagt.
Ok in Amerika voorziet men zelfs voor de verbin-

ding van het Lake District met New York geen
grooter afmetingen der schepen, daar voor de op dien

vaarweg voorkomende sluizen slechts een slagdrempel-

diepte van 3,35 M. is aangehouden.

Voor de groote binnenvaart is dus de verkregen

vaardiepte ruim voldoende, ook voor de toekomst. Een
ongemeen groot voordeel voor de vaart blijft de groote

breedte van het vaarwater, die hiervoor werd aange-

geven en dat voordeel mag zeker niet lichtvaardig prijs

worden gegevén.

Naast de binnenvaart heeft zich in de laatste jaren v66r den oorlog ook de R.ijnzeevaart ontwikkeld en

zob deze vaart grooter vlucht zou nemen in de toe-

komst, zou daarvoor ongetwijfeld meerdere vaardiepte
gewenscht zijn. Het diepst gaande zeeschip, dat

eenigen tijd in geregelden dienst den Rijn’heeftbevaren

is de ,,Bingen” en dit vaartuig heeft afgeladen een
diepte van 4,38 M.; traderbooten, die een vervoer

bedienen als ongetwijfeld in de eerste plaats voor de
Rijnzeevaart in aanmerking komt, hebben een diep-
gang van 4,5 & 5,5 M. Zou men zelfs nog maar op

bescheiden wijze aan de eischen met betrekking tot

de vaardiepte van een Rijnzeeverkëer met schepen van
eenigszins behoorlijke afmetingen willen voldoen, dan

zou men tot eene belangrijke vernauwing van de

bovenrivier, stel tot 200 M. op de Waal, moeten

•overgaan •en de vraag rijst of zulks economisch ver-

dedigbaar is, of het offer, dat hierdoor door de groote

binnenvaart aan de Rijnzeevaart gebracht zou moeten

worden, verantwoord, is.

Zooals hiervoor reeds werd aangegeven, zal de

groote binnenvaart geen profijt hebben van de groo-tere vaardiepte, zij zal echter wel nadeel van de ver-smalling van de rivier ondervinden. In verband hier-

mede
zij
er aan herinnerd, dat de noodzakelijkheid is

gebleken om met het oog op de belangen van de scheepvaart, de normaalbreedte van de Noord te vergrooten tot 200 M. Nu heeft weliswaar op de

Noord een betrekkelijk helangrjk locaal verkeer met

groote booten plaats, hetwelk men op de Boven-Waal
mist, anderzijds dient er aan gedacht te worden, dat

aldaar het Rijnvaartverkeer van Rotterdam vereenigd
is met dat van een belangrijk deel van ons land, waar-
onder Amsterdam en met dat van Antwerpen en
bjgevolg, gelijk uit ‘de hiervéér gegeven cijfers blijkt,

ongeveer 1i’
ui
2 maal zoo druk is.

Denkt men nu eenerzijds aan de sterke toeneming
van de Rijnvaart en anderzijds aan de groote waar-
schijnlijkheid van steeds hooger eischen omtrent de
vaardiepte van het Rijnzeeverkeer, waarbij de grens voor den diepgang der schepen nog bij lange na niet
bereikt is, terwijl voldoening aan die eischen tot ver=
dere vernauwing van de rivier zou leiden, dan is het
niet twijfelachtig of de binnenvaart op de Waal zoü
ton slotte in het gedrang komen, zoo aan de eischeii

van het Rijnzeeverkeer voldaan zal worden. Reeds n
komt het voor, dat zeilende schepen bij een druk
sleepv’aartverkeer tijdelijk tusschen de kribben voor

anker moeten gaan, omdat er te weinig ruimte is om

te varen..
De.vraa2 rijst nu of het economisch verdedigbaar

zou zijh het. omvangrijke doorgaande veikeer va
massa-goederen en de eigenljlçe binnenvaart lasteb
op te leggen ten behoeve vin het goederenverkeer,
dat van uit zee laflgs den Rijn re’chttreeks zal plaats

hebben.

Al nam
01)
zichzelf beschouwd het R.ijnzeeverkeer
in de jaren vé6r den oorlog, zij het, ook eenigszins
onregelmatig, toe, in 1913 bedroeg het toch slëchts
14 pOt. van het totale Rijnverkeer te Lob,ith.

Het lijkt onwaarschijnlijk, dat zelfs bij een sterk
verdiepte rivier eeneenigszins belangrijk deel van de
binnenvaart door de zeevaart overgenomen zal worden.

Een schip, geschikt om de zee te hevaren, ‘moet

sterk geconstrueerd en van sterke machines voorzien

zijn, heeft een
tamelijk
uitgebreide bemanning noodig

en is bijgevoig kostbaar in aanbouw en exploitatie,

maar vaart tamelijk snel; een sleepkaan als op der’

Rijn gebruikelijk, is zwak van constructie, heeft

slechts zeer beperkte bemanning en is bijgevolg goed-

koop in aanbouw en exploitatie; voor een dergelijk

vaartuig weegt het bezwaar, dat op de rivieren niet

snel gevaren kan worden, veel minder dan bij een zee-

schip, dat in het algemeen ‘voor de binnenvaart te

duur is. Door het gebruik van het binnenschip zal

men dan ook bij vervoer over een eenigszins helang-

rijken afstand al zeer spoedig eene besparing op de

vervoerkosten kunnen
verkrijgen,
die de kosten van

overlading van ‘het zeeschip in het binnenschip ver

overtreft. Voor vervoer van massa-goederen is

dan ook ongetwijfeld vervoer per zeeschip op zee en

veroer per binnenvaartuig landinwaarts de meest

economische oplossing, althans bij vervoer over

eenigszins beteekenende afstanden. Op ‘de in economi-
schcn zin belangrijke rol, welke do outillage der zee-

havens speelt, werd eerder reeds gewezen.

In het algemeen zal men wel mogen aannemen, dat
de zeevaart, welke diep landinwaarts doordringt,

slechts onder zeer bijzondere omstandigheden loo-

nend zal zijn, waarbij er nog de aandacht op gevestigd
zij, dat men een volledige haven-outiliage niet overal

kar’ aanbrengen,
terwijl
men ‘deze in de groote zee-

havens in ‘den meest volmaakten vorm aantreft.

Bij omstandigheden als zich
bij
de Rijnvaart voor-

doen; mag men wel aannemen, dat de zeevaart slechts

een zoo gering deel van het vervoer zal blijven

bedienen, dat eischen van de zeescheepvaart niet
maatgevend voor den toestand van het vaarwater zul-
len mogen zijn, zoodra voldoening aan die eiichen de
binnenvaart zou benadeelen. In dit geval zal de zee-

vaart zich aan moeten passen aan het vaarwater, zoo-
als dit het meest geschikt is voor de binnenvaart en

het omgekeerde zal niet het geval mogen zijn.
In een volgend nummer zal nog het een en ander

omtrent de Rijnvaart naar Amsterdam en naar België

worden medegedeeld.
VAN
KUFFELER.

DE TOEKOMST VAN ROTTERDAM.

Het verslag der
Kamer van Koophandel en Fabrie-

ken
te
Rotterdam
heeft ook dit jaar •de reputatie van

actualiteit hoog gehouden, die het de laatste jaren
gekregen had. De uitvoerige publicatie over 1918 ligt

reeds voor ons, nog alvorens het eerste kwartaal van
het nieuwe jaar is ten einde gegaan. Uit den aard der

zaak behoort de behandelde stof tot hetgeen in do
kolommen van dit tijdschrift in hoofdzaak reeds aan

de orde kwam. Bela’ngwekkend is evenwel er kennis
‘van te nemen, hoe de gevoelens der Kamer zijn tén
opzichte van de toekomst der Rotterdamsche haven en

van haar handel.

,,Rotterdam zal – aldus leest men

op pag. 25

v.v., – door het verarmd
zijn
van het achterland, wel-

licht nieuwe banen moeten zoeken om de oude te
vervangen. De overgangsjaren zullen voor onze stad
dus niet zonder groote inspanning mogen doorge-

bracht worden. Zij heeft echter redenen om de toe-

komst met vertrouwen tegemoet te zien.

,,Welke ook de politieke verhoudingen zullen zijn,

de Rijn zal steeds eén hoofdader van het veÈkeer bljven vormen de zoo bij uitstek gunstige ‘ligging

van onze haven schenkt haar een hatuurljk voordeel,
‘waartegén’ alle kustmatige bevoorrechting het op den
duur moet ‘afleggen, iits ‘slechts gezorgd wordt, dat
wat outiflage betreft niet bij eênige tindere West-
Euiopbesclie haven achterstaat. Voor de
scheepvaart

‘opent zich een gunstig verschiet.

,,Onze
nijverheid
‘bleek, door den nood gedrongen,
gedurende den oorlog tot veel meer in staat dan men
in vrôeger jaren gedacht had. Ook Rotterdam heeft
verschillende nieuwe industrieën binnen zijn grenzen

19Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

283

zien verrijzen en al heeft het gebrek aan grondstoffen

het laatste jaar de ontwikkeling daarvan belemmerd,

cle voorloopig nog te verwachten geweldige transport-kosten, verbonden aan den aanvoer van buitenlandsche

artikelen, zullen gedurende de eerste jaren van haar

groei het aan de nieuwe ondernemingen mogelijk
maken de concurrentie met de reeds groote buiten-
landsche industrieën vol te houden.

,,Voor nijverheid en scheepvaart beide is van groot

belang de vraag, die in de laatste jaren meermalen

naar voren is gebracht, of er naar gestreefd moet
worden, dat een gedeelte onzer havens tot vrijhaven-

gebied wordt bestemd. In de bevordering van dat

streven kan echter geen heil worden gezien.

,,Voor de nijverheid niet, omdat het inrichten van
een groot vrijhavengebied te Rotterdam – hetgeen in
dat geval zonder twijfel ook te Amsterdam en wellicht
in nog enkele andere havens zou moeten plaats ‘in-
den – een hoogst ongewenschte concentratie van

industrieën zou tengevolge hebben. Juist door de Vrij-
heid van vestiging en beweging is over het geheele
land een bloeiende nijverheid ontstaan. Tal van
artikelen worden in Nederlandsche ondernemingen

gefabriceerd ter plaatse waar met de meest geschikte
werkkrachten, onder de voordeeligste voorwaarden, de

concurrentie met het buitenland het best mogelijk

bleek. Die industrieën door maatregelen van fiscalen
aard uit de provincie naar enkele groote havens te
drijven is hoogst ongew-euscht, zoo niet een ramp voor
vele streken in ons vaderland.

,,Iudien werkelijk een bepaalde tak van nijverheid
door den aard van het bedrijf niet anders dan in
entrepôt zou kunnen werken, dan moet de oplossing
gevonden worden door het ter plaatse, waar dat bedrijf
wordt uitgeoefend, de fiscale faciliteiten te verschaf-
f en, die voor een ongestoorde bedrijfsuitoefening
noodig zijn, zooals trouwens 11ier en daar geschiedt.

,,Wat mcci in het bijzonder Rotterdam betreft, kan

ook in een vrijhaven geen voordeel worden gezien. De
schepen, die thans met volle ]adingen van één artikel
hier aankomen, kunnen gemakkelijk genoeg op de ge-

bruikelijke wijze, onder voldoende waarborgen, worden
overgeladen. Voor clie schepen is de behoefte aan een
vrijhavea nooit gevoeld. De schepen, die gedeeltelijk
ten doorvoer, gedeeltelijk ten invoer bestemde goede-
ren aanbrengen, kiezen hun ligplaats op denrechter-
of op den linkeroevcr, al naarmate de emstandigheden
dit eischen; zij zouden met een vrijhavengebied al
even weinig gebaat zijn.

,,Nijverheid en scheepvaart zullen het best gediend
zijn door bestendiging in dit opzicht van den tegen-
woordigen toestand, met uitbreiding evenwel van de
bepalingen, krachtens welke het opslag-entrepôt tot
fabrieks-entrepôt kdn worden bestemd.

,,En onze
handel?
Vaak is beweerd, dat Rotterdam
geen eigen handel heeft en slechts doorvoerplaats is.
,,Dit is slechts schijnbaar en vindt zijn oorzaak in

den aard der artikelen, die behandeld worden. Afge-scheiden van den werkeljken doorvoerhandel komen
to Rotterdam nI. vele artikelen, zooals een groot deel
van de hier aangevoerde ertsen en granen, die ver-
handeld worden, terwijl zij nog stoomende zijn, opslag
niet van noode hebben en de kosten daarvan ook niet
kunnen dragen; integendeel om de goederen goedkoop

te kunnen leveren wordt alles zoo. ingericht, dat de
Rotterdamsche kooper of verkooper geen noodelooze
kosten maakt en worden de goederen bij verkoop naar
elders direct overgeslagen uit het zees(jhip in het

rivierschip, dat ze ter hestemmingsplaats brengt.. Het
is een dwaling te denken, dat Rotterdam eigenlijk
slechts een expeditieplaats is voor hét trausitobedrijf
en eigen handel nauwelijks bezit.
,,Ook voor den handel van Rotterdam behoeft geen
vrees voor do toekomst te bestaan, wanneer slechts, zooals reeds in ons verslag over 1917 werd gezegd,

Nederland getrouw aan zijn beproefde vrijhandels-
politiek, aan de omliggende landen geen reden geeft

de Nederlandsche markt te mijden.-Het.is
een van de
veertien beginselpunten van President Wilson, dat
alle economische slagboomen onder. de volkeren zoo-

veel mogelijk verwijderd moeten worden. :Nederland
mag zich zeker niet begeven op een weg, die steeds

leidt tot afsluiting en tot verhoudingen, die den vrede
in gevaar brengen.”

DE WERKZAA MHEID VAN A MERIKAANSOHE

BANK VESTIGINGEN IN DEN VREEMDE.

In een artikel, gewijd aan het vraagstuk der Discon-

toniarkt in de Vereenigde Staten, voorkomende in het

nummer van 23 October j.l., werd er aan herinnerd,
dat sedert het in werking treden van het Federal

Reserve stelsel in de Unie aan Amerikaansche bank-
instellingen vorgund is, ouder goedkeuring van den Fed. Reserve Board, filialen in het buitenland op te

richten. Een staat van zoodanige nederzettingen werd

opgenomen in liet nuhimer van 2 October d.a.v. Een
der voorwaarden, die voor de exploitatie van vesti-gingen buitenslands gelden, is, dat jaarlijks door de
betrokken banken aan den Fed. Reserve Board ver-
slag wordt uitgebracht der werkzaamheden in den

vreemde. Hiervan wordt dan mededeeling gedaan in

het ,,Bulletin of the U. S. Federal Reserve Boord”,
waarin tot op heden verschenen zijn de verslagen, die
hieronder in het kort worden weergegeven. Men lette er evenwel op, dat de onderscheidene verslagen door
dc banken in quaestie zelve vervaardigd worden en de
F. R. S. er zich toe bepaalt, deze ongewijzigd af te

drukken, zoodat wellicht eenige mate van subjectivi-
teit aan de berichten niet kan worden ontzegd. Wij
beginnen met de:

,,National City Bank
of
New York.”

Het filialenstelsel van de National City Bank strekt
zich voornamelijk uit over Zuid-Amerika en West-Indië,
terwijl er verder nog eenige filialen in Italië, Denemarken
en Rusland zijn.
1)

Om de positie dezer instelling goed te begrijpen, dient
vermeld te worden, dat de National City Bank houdster
is van liet meerendeel der aandeelen van de International Banking Corporation, welke hare filialen in Indië, China,
Japan en op •de Philippijnen heeft. Over de werkzaamheden
der 1. B. C. zal nog hierna bericht worden. Beide instellin-
gen werken samen als deden van een en dezelfde bank-
Organisatie.
Een belangrijk onderdeel van liet bedrijf der National
City Bank is de credietinformatie. Door een speciale orga-
iiisatie is de ruil en de verstrekking der commercieele
informatie gesystematiseerd. De ihiormaties worden ge-
deeltelijk als bijproduct der geregelde bankzaken verkregen,
voor een, ander deel verschaft de bank zich deze door
speciaal voor dat doel aangestelde vertegenwoordigers.
Vervolgens raakt liet verslag nog een ander belangrijk
puat. De National City Baik hangt de politiek aan, om
bij haar filialen in de verschillende deelen van de wereld
steeds een voldoende portefeuille dollarwissels aan te hou-den, om deze aan Amerikaansche exporteurs en importeurs
te kunnen verkoopea. Op deze wijze kan tegen een stabieleren koers verkocht worden, dan wanneer er telkens een beroep op
de locale markt gedaan moet worden, om aan de vraag van
haar cliënten te voldoen. Aldus kan de Eational City Bank
er toe bijdragen, om de ,,dollarcredieten” in het interna-
tionale betalingsverkeer meerderen ingang te doen vinden.
In het laatste deel van het verslag wordt de aandacht
gewijd aan de verschillende filialen. De eerste vestiging
der bank oéder de Federal Reserve law was ht filiaal te
Buenos Airas (1914). De, Argentijiische leening van
1015
werd door haar gefinancierd; onder hare cliënten bevin-
den zich leidende Argantijnsche handelshuize. In hét be-
gin van 1918 stond de iiliaalbank te Rio de Janeiro op de
zesde plaats onder de inlandsche en vreemde banken van
Brazilië; met hare subfilialen te Sao Paulo, Santos en
Bahia neemt ze deel aan de financiering van den handel,
zoowel tusschen Amerika en Brazilië, als tusschen Brazilië
en de overige doelen v5n de wereld. In 1916 begon het
filiaal te Valparaiso zijne werkzaamheden. Behalve op inter-
nationaal haudelsgebied n’iaakte deze iastelling zich ook

1)
[Zie hiervoor het aitikel op pag. 1132 v. d. vorigen
jaargang.]

284.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

verdienstelijk voor de tegeuwoordige ontwikkeling op munt-
gebied in Chili
1)
door goudimport.
In West-Indië werd de Bank van 1-lavana door de Na-
tional City Bank geabsorbeerd (1916). Eenige subfilialen
werden geopend op Cuba, Jamaica en Porto Rico. Op 31
Juli 1917 werd van den Federal Reserve Board toestem-
ming verkregen tot oprichting van een filiaal te Caracas;
het verslag acht deze uitbreiding van groot belang voor
den Amerikaanschen handel. Belang voor de financieele
relatiën tusschen Amerika en Italië heeft ook het filiaal
te Genua. Het in Januari 1917 opgerichte filiaal te Petro-
giad ondervond de bekende gevolgen van de revolutie der
Bolsjewiki. Tot nationalisatie werd weliswaar niet over-
gegaan, maar niettemin ondervond het bedrijf ernstigè beperking door gesteld te worden onder den dwang dr
nieuwe bepalingen voor het bankbedrijf. Het kantoor te
Petrograd opende een filiaal te Moskou. •Volledigheidshalve
zij nog vermeld, dat ook te Kopenhagen een eigen vestiging
bestaat.

Hierna volge het verslag der:

,,International Ba’n/v’ing Cor poratiov”

De International Banking Corporation is de baanbreakster
onder de Amerikaansche banken wat betreft de organisatie
en de goede functioneering van een – systeem van filialen
in den vreemde. De eerste buitenlandsche agent van de
Corporation werd in Januari 1902 te Shanghai aangesteld,
met het doel om het Amerikaansche gouvernement te
assistereu bij de incasseering ‘der schadeloosstelling, uit
den Boxeisopstand voortvloeiende. De instelling leidt haar
bevoegdheden af van een speciaal charter, verkregen van den staat Connecticut op 14 Juni 1901. De oprichting der
I. B. C. was van groot belang voor den, sinds de verkrij-
ging van de Phulippijnen aadzieulijk vermeerderden, handél
in het Verre Oosten. Het kapitaal, dat eerst $ 500.000 be-
droeg, is nu opgevoerd tot $ 3.250.000, met een surplus
van $3.250.000 en $ 2.118.000 onverdeelde winst. Met to-
stemming van den Federal Reserve Board kwam bijna hét
geheele kapitaal in handen van de National City Bank of
New York. Sinds 1915 breidden de zaken van de 1. B. C. zich, met krachtdadigen steun van de National City Banl,
zeer uit, zoodat de totalé geldmiddelen van de bank op 30
Juni 1918 $100.000.000 bereikten.
Het filialsysteem, dat nu in werking is, omvat de vol-
gende landen en steden:
Yokohama’ en Kobe in Japan; Shanghai, Hankow én
Tientsin, de belangrijkste havens van Noord-China; Peking,
het politieke centrum van China; Honkong en Canton, de
belangrijkste havens voor Zuid-China; Manila en Cebu op
de Philippijnen; Singapore; Batavia en Soerabaya op Java; Calcutta en Bombay in Britsch-Indië; Londei3.
Daarmede in aansluiting twee filialen in Pana

ma; én in
Columbia en vier op Santo Domingo. Een agentsehap in
San Francisco sluit de reeks.
De zaken van de I. B. C. omvatten voor het grootste.deel
de financiering, door irniddel der filialen, van den export-
en importhandel der centra van het systeem. De functie
van het hoofdkantoor in New York bestaat in den koop
van goederenwissels op het buitenland, verschepingen van
goud en zilver als dekking voor de aankoopen van Amen-
kaansche wissels door de filialen, verleenen van credieten aan buitenlanders en Amerikanen en voorts over het alge-
meen het toezicht over de operaties in de ‘verschillencie
landen. Het filiaal te Londen dient als centrum voor de
sterling- en Europeesche transacties en houdt nauwe voe-
ling met de zilvermarkt, welke van zoovêel beteekenis is
voor den toestand van het internationale betalingsverkeer
in het Verre Oosten.
De hoofdbank voor Noord-China is gevestigd te Shanghai;
onder, haai’ onmiddellijk toezicht staan de filialen te –
1-Iankow, Tientsin en Peking. 1

let kantoor te Shanghai
werd geopend op 15 Mei 1902, de an’dere kantoren eenie jaren later. De staf van de Noord-Chineesche filialen bë-
draagt 131 man.
In Shanghai is een groot deel van den Chineesehen’ im-
poi-t- en exporthande.l gecentraliseerd. De belangrijkste
exportartikelen zijn aldaar ru-we zijde, katoen, garen en
thee. De buitenlandsche bandelshuizen zijn niet in de’ in-landsche stad gelegen, doch in de districten der buitenlan.
dei-s, waar zij buiten de jurisdictie van het Chineesche gou-
vernement staan. De meer belangrijke firma’s zijn speciaal
Britsche en Amerikaansche ondernemers, welke fabnika-ten in China invoeren. Sinds eenige jaren worden Japan-
sche banken en handelshuizen een belangrijke factor in de

1)
[Zie nader de voornoemde aanteekening in. ‘het nummer
van 2 October j.l.]

concurrentie. Op ‘t oogenblik concurreeren in Shanghai 12
buitenlandsche banken met elkaar.
Op de Philippijnen heeft de I. B. C. kantoren te Manila
en Cebii, welke een belangrijk ‘aandeel in de financiering
van import en export hebben.
In de Straits Settlements Jieefb de Corporation hnar
filiaal te Singapore, hetwelk zich toelegt op de financiering van den rubber- en tinuitvoer. De concurrentie met de Vele
andere banken te Singapore is zeer zwaar. In Nederlandsch-Indië treffen we filialen aan te Batavia
en Soerabaya, deze zijn van zeer recenten datum. Zij beanL
woorden aan de eischea van den Amerikaanschen handel,
sinds er directe verschépingen van Java naar Amerika
plaatsvinden.
De Britsch-Indische vestigingen zijn te Calcutta en Bom-bay. Zij financierden de verschepingen van groote hoeveel-
heden Indische producten, noodïg voor oorlogsdoeleinden.
Evenals in Singapore is het hier moeielijk tegenover het
aanbod van wissels, uit den export voortvloeiende, voldoende
vraag naar wissels te stellen van de importeurs. Hieruit
valt te verklaren, dat niet alleen plaatselijk bekende em-
ployé’s noodig zijn, maar zulke, welke in staat zijn vooi’- –
deel te trekken uit cleii toestand van het internationale
betalingsverkeer in geheel Oost-Azië. In beide kantoren
zijn 125 mau werkzaam, welke na jaren van inspanning
geschoold zijn, hetgeen thans van goote beteekeiiis is voor
clan Amerikaanschen handel.
Ii Japan treffen we filialen aan te Yokohama en Kobe.
Deze worden ‘dooi’ ‘deu Amer.ikaanschen handel geprefe-
reerd boven de Japausche banken, alhoewel deze laatste
reëds haar vestigingen in Amerika hebben.
De vestiging in. Columbia te Medellin (Departement
Antioquia) is slechts van locale beteekenis in verband met
de bestaande verkeersmoeilijkheden.
In 1917 vatte cle 1. B. C. vasten voet, op Santo .Domingo,
(loon de overfleming van een particulier bankhuis.

In de derde plaats valt nog te noemen Ide

,,Mercantile Barcic of the An-tericas.”

Deze bank werd opgericht in 1915 met een klein kapi-
taal, ‘gefourneerd door Messrs. Brown Bros & Co. en
Messrs. J. and W. Seligman & Co. Het doel was de vor-
ming van een Pan-Amenikaansche bank, daar de oprich-
ters doordrongen waren vn de beteekenis van buiten-
landsche handelsbanken voor de Unie. Kort na de oprich-ting voegden zich de volgende banken bij de oorspronke-
lijke groep: de Guaranty Trust Co. te New York, de Na-
-tional Shawmut Bank te Boston, de Anglo-London-Paris
National Bank te San Francisco, de Hibernia Bank and
Trust Company te’ New Orleans. Kapitaal en reserves be-
dragen $ 3.125.000, terwijl er een onverdeelde winst van
$ 300.000 is. De dirctie had voornl. het oog gericht op
de ontwikkeling der organisatie in alle streken van Zuid.-
en Centraal-Amerika, waar grondstoffen aangetroffen won-
den van uitermate belang voor de behoeften der Unie na
den oorlog.
In het bureau te New York werkt een staf van ongeveer
150 man, nemen ve degenen, die in den vreemde werken er bij, dan bevinden zich in dienst van deze onderneming
ongeveer 500 maü.
Om aan de eigenaardige moeilijkheden, welke. de aard
van het werkterrein dezer onderneming met zich brengt,
tegemoet te komen, moest het Duitsche voorbeeld gevolgd
worden. In het bedrijf werden alle elementen samenge-
bracht, die men in het Duitsche systeem vindt, n.l. zich
bij de goederen te interesseeren van af den producent ‘tot
aan den distnibueerenden handel en daardoor de commissies
te genieten, of een deel er van, uit de transacties voort-
vloeiende, die vroeger door verschillende personen geno-
ten werden. Vroeger ‘hadden aldus handelende Dnitsche
vestigingen in New Yorlc de contrôle over een belangrijk
deel van den handel in vele Zuid- en Centraal-Amei-ikaan-
cclie gebieden weten te verkrijgen.
De eerste buitenlaudsche bank, geplaatst onder contrôle van de Mercantile Bank of the Americas, was de Natiönal
Bank of Nicaragua. Het kapitaal der bank ‘is’ groot
$ 300.000, waarvan 51 pCt. in bezit is van de Mercantile
Bank, terwijl 49 pCt. aan het gouvernement van Nicaragua
behoort. De ,,boar’d of directors” bestaat uit vertegenwoor-
digers van de Mercantile Bank, van het gouveinement van
Nicaragua en van het State Department van dé Vereenigde
Staten.

Einde 1916 werd de Amenican Mercantile Bank of Peru
te Lima gevestigd; in verschillende andere ‘plaatsen wer-
den filialen geopend. liet kapitaal, groot $ 500.000, is ge-
heel in ‘t bezit der Mercantile Bank of the Americas. Het

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

285

is van belang de aandacht er op te vestigen, dat de vesti-gingen der Mercantile Bank in de verschillende Zuid- en
Centraal-Amerikaansche staten, afzonderlijke vennootschap-
pen zijn, waarvan de aandeelen zich echter in handen der
hoofdonderneming bevinden. De vennootschappen zijn ge-
statueerd onder de wetten van den staat Connecticut.
Ook in Venezuela treffen we sinds
1917
een dochter-
maatschappij aan, de American Mercantile Bank of Caia-
cas. Een filiaal werd geopend te La Guayra, om de behan-deling der zaken van Amerikaansche belanghebbenden in
het douanekantoor te vergemakkelijken. De bank maakte bekend, dat zij zich beschikbaar stelt om goederen direct
aan haar filiaal in de aankomsthaven La Guayra te laten
consigneeren, mits de zichtwissel met cle documenten aan de bank ter incasso gegeven wordt. Groote banken betalen
voor deze diensten geen commissie. Deze faciliteit neemt
– aldus het verslag – een der beletselen in de ontwikke-
ling van den handel uit den weg.
])e American Mercantile Bank of Brazil met kantoren
te Para en Pernambuco, werd geopend in Febi-uari
1918;
de vele belemmeringen, die de handel ondervond, deden
deze bank nog niet floreeren.
Gedui-en•de den zomer
1918
werd de American Mercantile
Bank of Colombia opgericht, met vijf kantoren; deze in-
stelling is de eenige bank in Columbia met een Organisatie,
die het geheele land omvat. Met medewerking van den
Federal Reserve Boarcl en het Treasury Department, was het eerste belangrijke werk van de bank in Columbia, den
koei-s op New York vau
76
tot
96
op te werken, door mid-
del van goudzendingen.
Van belang is nog stil te staan bij de Mercantile Ovei-sea
Corporation, een hulpinstelling van de Mercantile Bank of
the America, welke laatste houdster is van het aandeelen-
kapitaal. Zij wordt gebruikt om het hoofd te bieden aan
den handel en de banken der Duitschers en Engelschen
in Zuid-Amerika.
Waar noodig is kan zij handelen voor eigen rekening,
als zelfstandige handelsondernemiiig. Deze onderneming
verricht het pionierswerk; vooral in Venezuela en Colum-
bia treedt zij thans op, zoodra zij echter de handelsrela-
ties in stabieler en ontwikkelder banen gevoerd heeft, laat
zij het terrein verder over aan de Mereantile haaks.
Voor de vestiging in Europa was het niet noodig op zich
zelf staande ondernemingen op te richten. De Mercantile
Bank of the Arnericas opende begin
1917
een filiaal te
Parijs, dat door de oorlogsomstandigheden echter weinig
zaken deed. Eveneens werd een filiaal te Barcelona geopend,
de eenige Amei-ikaausche bank in Spanje. Nog leest men
in het verslag, dat door den nadeeligen stand van het
Amerikaansche devies in Spanje, het moeielijk was de noo-
dige middelen ter beschikking van de bank te stellen, het-
geen, zooals begrijpelijk is, voor de ontplooiing van het
bed rijf uitermate storend geweest is.

DE 1?IJKSMJDDELEN.

In dit nummer treft men aan het gebruikelijk over-
zicht met bijlagen van cle opbrengst der Rijksmi’ddelen
over de eerste en tweede maand van het loopende jaal-,
vergeleken met de overeenkomstige cijfers van het
vorig jaar.

De oorlogswinst- en verdedigingibelastingen brach-
ten tot dusver in totaal op een bedrag van

f
471.786.088, waarvan
f
358.147.107 op rekening
komt van eerstgenoemde heffing. Met inbegrip van de opcenten ten bhoeve van het Leeningfonds – be-
halve die
01)
den suikeraccijns, welke geene verzwa-
ring van belastingdruk medebrachten – is ‘derhalve
een totaal van
f
575.008.935 ontvangen uit belasting-
heffing, die haren grond vindt in de buitengewone
omstandigheden.

De gewone middelen brachten in de afgeloopen
maand
f
17.934.472 op, tegen
f
18.160.206 in Fbruari
1918 en vertoonen mitsdien een achteruitgang van

f
225.734. Bij de raming blijft de opbrengst der afge-
loopen maand
f
668.903 ten achter.
De lage opbrengst is voornamelijk te wijten aan
het trager vloeien van de grondbelasting, de inkom-stenbelasting, de accijnzen op gedistilleerd, zout en
geslacht en van ‘de successierechten.

Ruimer vloeiden de personeele belasting
.
en de ver-
mogensbelasting, de accijns op suiker, de zegel- en
registratierechten, de invoerrechten, het statistiek-
recht en de loodsgelden.

De stijging in de opbrengst der laatstgenoemde drie

middeldu wijst op een verlevendiging van den inter-

nationalen handel. Vooral de toeneming van de inkom-

sten uit de invoerrechten, die, in vergelijking met het
vorig jaar, eene stijging vertoonen van 115 pOt., is

uit dit oogpunt zeer bevredigend te achten.

De opbrengst van de directe belastingen bleef aan-
merkelijk beneden de raming, hetgeen zich in den

aanvang des jaars steeds voordoet, zoodat hieruit
geene ongunstige conciusiën zijn te trekken.

De overige middelen brachten, met uitzondering
van de
accijnzen
op zout en bier, van de successie-
rechten, benevens van eenige minder beteekenende

middelen, meer op dan de raming.

De nieuwe belastingheffing deed zoowel in Fe-

bruari 1919 als in Februari 1918 haren invloect reeds

gelden en moet derhalve bij de vergelijking van de
opbrengsten dier maanden buiten beschouwing blijven.

AANTEEKENINGEN.

Verbod van inimigraije in de
V. S. Enkele weken geleden heeft het Committee
on Immigration uit het Huis van Afgevaardigden zich

vei-eenigd met een wetsontwerp, dat voor de eerste
vier jai-en na den oorlog een feitelijk verbod van

immigratie in de V. S. inhoudt. Gelijk bekend, was in

do i.mmigratiewetgeving der latere jai-eu reeds een
zekere tendenz te bespeuren, welke wees op een kente-
ring van de gezin dheid in dit opzicht. De eischen van
een zeker geldelijk bezit en van het vermogen tot lezen
en schrijven vormden reeds een slagboom, die velen,
welke in vroegere perioden de Unie zijn binnengeko-
men, den toegang zou hebben verhinderd. Het nieuwe

ontwerp bevat thans zelfs een volstrekt verbod, dat
weliswaar enkele groepen uitzondert – teachers,
authors, artists, physicians, travelers, chemists,
engineers en voorts allen, die zijn van Ohineesche,
Canadeesche, Mexicaansche en New Foundlandsche
nationaliteit – doch overigens volledige gelding heb-
ben zal en dus den grooten stroom van immigranten uit
de oude wereld, die als werkman of landbouwer in de
Vereenigde Staten hun brood willen verdienen, voor
viei- jaren stoppen zal. Ook de vi-eninde koopman, die
zich voor langer of korter tijd in de V. S. wil vestigen,
wordt met zoovele woorden uitgesloten.
De bedoeling is duidelijk. Het reconstructietijdperk

naar men meent, de V. S. ook uit een arbeids-
oogpunt voor zoodanige vraagstukken van aanpassing en reorganisatie stellen, dat concurrentie van vreemde
arbeidskracht de moeilijkheden slechts zou vergroo-
ten. Bovendien ‘bestaat de misschien wel eenigszins gerechtvaardigde vrees, dat de toestanden in Europa

in de eerste jaren na den oorlog er sterk toe zullen
bijdragen de immigratie in de V. S. te bevorderen.
Handhaving van den huidigen Amerikaanschen loon-standaard is dus ook van dit voorstel mede de achter-
grond, waarnaast nog vrees voor Boisjewistische pro-paganda door het Committee als argument wordt op-
gegeven.

Dat het ontwerp in de kringen, die Wilson’s denkbeel-
den steunen, i-eeds dadelijk heftige oppositie gevonden
heeft, is begrijpelijk. Teekenend voor den geest van
het ontwerp is ook de uitzondering, welke voor den
Chineeschen arbeider wordt gemaakt. En wat de

Bolsjewistische propaganda betreft, motiveert dit een
volslagen immigratieverbod? Reeds thans wordt op

grond van de bestaande wetgeving op den binnenko-
menden vreenideling in de V. S. een uiterst scherp.
toezicht uitgeoefend. Do the House Committee
imagine – aldus de (Amerikaansche) Nation – that
by keeping out people they can also keep out ideas?

:. Bedrijfsteltin.gen. -‘- Zoo
ooit, dan is in
deze crisisjaren duidelijk aan het licht getreden,
welke nadeelige gevolgen het heeft wanneer niemand,
ook niet de Regeering, voldoende op de hoogte is van
het bedrijfsleven. Dit heeft dan ook geleid tot de

286

.

ÈCONOMISCH-STATISTISCHE. BERICHTEN

19
Maart 1919

totstandkoming der wet van 1 December 1917 op de

Statistiek van voortbrenging en verbruik, krachtens

wëlke reeds een telling van het materiaalverbruik en

de productie onzer industrie over 1913 en 1916 heeft plaats gehad. Vroeger wezen wij er reeds op, dat een

productiestatistiek eigenlijk een tweede stap is om tot

de noodige kennis van het bedrijfsleven te komen en

een bedrjfstellingdaaraan dient vöoraf te gaan. Im-

mers kan men bezwaarlijk een onderzoek instellen naa

voortbrenging en vérbruik van die ondernemingen;

wier bestaan men niet kent. Maar ook 6m andere

redenen is een bedrijfstelling, of liever het periodiek

houden van bedrijfstellingen, noodig. Een bedrijfstel-

ling tpch leert ons niet alleën alle bestaande onder

nemingen kennen, zij geeft ook de gewenschte much-

tingen over den rechtsvorm der ondernemingen, ovei
de nationaliteit dr ondernemers (vooral voor ons land
van belang!), over hçt personeel (beroepen, geslacht,

leeftij dsklasse, huisarbeiders), over de gehou’en,

machines (sôort en capaciteit), enz. enz.

In de meeste andere landen houdt men reeds sedert

jaren përiodiek ‘bedrjfste1iinen, zooals
blijkt
uit het

schematisch overzicht van de methode in dé verschil-
lende landen toegepast bij het verzabelen van gege

veus ten behoeve van de bedrijfstellingen en çle

statistieken van voortbrenging en verbruik, gepubli-

ceerd in de Februari-aflevering van het Maandschrift

van het Centraal Bureau voor •de Statistiek. Daaruit
blijkt, dat in de meeste landen de gegevens voor de

bedrijfs- en productiestatistièk gelijktijdig gevraagd

worden. In de Vereenigde Staten van Noo’rd-Amerika

(sedert 1850 en sedert 1810 reeds enkele .gegeves), in

Canada en in Nieuw-Zeeland geschiedt dit ter gele

genheid van den algemeenen census, welke in de

eerste twee landen om de 10 jaar, in Nieuw-Zeeland
om de 5 jaar plaats vindt; in de Vereenigde Staten
en in Canada wordt hovendién 5 jaar na den census

een tusschentijdsche hedrijfs- en productietelling ge-

houden. Gecombineerde bedrijfs- en iiroductietellin

gen, onafhankelijk van den algemeenen census, hebbeü

plaats in Zweden (sedert 1831), Finland, Hongarije,
Massaohusetts en een aantal andere Staten van

Noord-Amerika, den Australischen Statenhond, de
Unie van Zuid-Afrika en wel in al deze staten jaar-
lijks. Ten slotte zijn bedrjfs- en productietellingenge
houden in Frankrijk, Denemarken, Noorwegen, Beie-

refl, Bulgarije, Roemenië en’ Mexico. Afzonderlijke
bedrijfstellingen worden gehouden in Duitschland,
Oostenrijk, Zwitserland, Hongarije, Italië, België en

Frankrijk, in beide laatste landen verbonden aan de
algemeene voikstelling. Afzonderlijke productietellin-

gen vindt men in Engeland, Duitschland (voor een
aantal bedrijven jaarlijks), Oostenrijk en Nederland:
De eigenlijke bewerking der gegevens voor de hedrjf
en productietellingen heeft overal aan édn centraa1
punt plaats (het Census Bureau of het Statistisch
Bureau), dat daarbij in verschillende landen de mede:
werking ondervindt van officieele lichamen en aut-
riteiten, b.v. de Arbeidsinspectie.

Voor Nederland staan ons in hoofdzaak alleen nog
maar ten dienste het veröuderde, in 1912 door dé
Directie van den Arbeid in het licht gegeven overzicht
van de onder de Veiligheidswet vallende fabrieken en

werkplaatsen, dat uitsluitend gegevens bevat over het
aantal fabrieken en arbeiders; . verder een aantal ge7
gevens in •de door de Rijksverzekeringsbank uitgegei
ven Ongevallenstatistiek (laatstelijk over 1914). Aan

dei Regeering zijn uiteraard vel eenige meerdere ge-gevens bekend, zoo die, welke door de crisisbureaux verzameld werden. Deze laatste betreffen echter een

geheel abnormalentijd en het is bovendien de vraag
of ze wel volkomen betrouwbaar mogen heeten, omdat
ze met een bepaald doel, meestal- het verkrijgen van
grondstoffen, verstrekt .zijn. Waaraan behoefte be
staat is echter een volledig, zooveel mogelijk op
uniforme wijze bewerkt overzicht van het: geheele
bedrijfsleven, zoowel van nijverheid als van landbouw,

veeteelt, visscherij, handel en ‘verkeer. Een verblij-

dend verschijnsel mag het heeten, dat ook de Neder-

landsche Regeering in den laatsten tijd het, belang

eener goede bedrijf’sstatistiek gaat inzien; een onder-

werp, waaromtrent reeds 18 jaar geleden door de

Centi.ale Commissie voor de Statistiek uitgewerkte

plannen aan de Regeering aangeboden zijn. Naar uit

de Memorie van Antwoord van hoofdstuk Y der

Staatahegrooting 1919
blijkt,
wordt thans op voorstel

van den Minister van Arbeid door den Directeur, van

het Centraal Bureau voor de Statistiek met de hoof-
den van de betrokken dienstvakken en met leden van

dc. Centrale Comissie voor de Statistiek overleg

gepleegd om tot een doelmatige voorziening in deze

aangelegenheid to ge±aken. D.

Het goudvraagstitic in cle Veree-

is i g d e S t a t e is.
– Het Januari-bulletin van den

Federal Reserve Board bevat enkele beschouwingen

over het goudvraagstuk, die. de aandacht verdienen.

In de eerste plaats wijst de Board op den snellea

voortgang, dien het proces van concentratie van het

goud bij centrale bankinstellingen gedurende den oor-
log in verschillende landen’ heeft gemaakt. ‘In vrijwel

alle landen, die tevoren een van goudgeld verzadigd
betalingsverkeer hadden, is het goud uit de circulatie

verdwenen en zooveel mogelijk
bij
de centrale bank
gecentraliseerd. Ook de Vereenigde Staten zijn den-

zelfden weg opgegaan. De Board wijst in dit veriband op het rapport van het’ Engelsche currency committee

en besluit: ,,The question may fairly be raised

whether the outcorne of the situation may not ho that
of introducing the general use of substitutes for gold.”

Ook naar de meening van den Federal Reserve Board

dus een algemeene invoering van het goudkernstelsel.

Over de functie, die bij zoodanig stelsel het goud te
vervullen overhoudt, zegt het Bulletin het volgende:
,,Creditor
countries,
such as
England bas been in the
past and such as the United States is to-day, and
countries—such as England and henceforth also the
United States—which expect, to be international bankers,’
will doubtless find it necessary to maintain the gold
standard in its essential integrity; in other wods, they
will have to maintaia a free gold market, or one iii which
sterling and dollar – credits, respeetively, will• always
vithout question or delay, be liquidated in gold or in
currency convertible into gold.
To
that end it will be
necessary for them to ninintain their domestic uurrcncy
on an unequivocal gold basis by – always standing ready
to redeern all fons of it on dernand in gold. London bas
been the only free gold n1arket in the past. Under her
bauking mechanism, England was able successfully, to
fulfili her obligations as an international banker without
the necessity of accumulating and holding a very large
reserve of gold.
A
large absolute supply of goj,d does not
appear to be necessary to the successful mintenance of
the gold standard if a country occupies the position
of
baaking creditor holding a lange volume of foreign bills
and has na efficient banking system.”

De laatste woorden wijzen niet onduidelijk op een

kentering in het standpunt van den Federal Reserve
Board. Tot dusver bleek uit de woorden en daden van
dit lichaam uitsluitend van een pogen den eigen goud-
voorraad vast te houden en te vergrooten. Is de Board
echter inderdaad van zins naar het nieuwe beginsel
te handelen, dan zou dit, voorzoover dekkingsbepalin-

gen hier geen moeilijkheden in den weg leggen, wel
eens tot geheel andere verhoudingen op de markt van het goud kunnen leiden. Immers, terwijl Londen v66r
den oorlog met circa 40 millioen pond sterling aan
goud meende te kunnen toekomen, bezitten de Fed.)

Res. Banks reeds thans ruim $ 2 milliard of 400 mil-
lioen pond sterling aan goud, waarbij dan nog komt
de goudvoorr.aad van de Treasury, welke na aftrek

van het door de Fed. Res. Bank gedeponeerdé bedrag,
het evengenoemd bedrag nog met de helft verhoogt.

In -totaal dus meer

dan $ 3 milliard of 600 millioen
pond sterling, welk bedrag bij voortzetting van do
thans plaats vindende inwisseling der goudcertificaten
in F. R. Notes binnen betrekkelijk korten tijd groo-

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

287

tendeels ter dispositie van het Fed.Res stelsel zal
staan.

In- en uitvo er van Eng eanc1. –
Wij heb-
ben, evenals ten vorigen jare, de statistiek volgens be-

stemming en herkomst der waren in het achter ons

liggende jaar gegroepeerd naar gelang eigen, verbon-

den of neutraal gebied en dan wol: nabij of verwijderd
van het oorlogsterrein. Wij beperken den staat ditmaal

tot twee jaren. Wie de cijfers nog vergelijken wil met de gegevens van vorige jaren, verwijzen wij naar den

staat op pagina 249 van den vorigen jaargang. De
beschouwer zij weder herinnerd aan het voorbehoud,

dat bij het maken van conclusies uit de Engelsche
statistiek van in- en uitvoer is in het oog te houden.

De getallen drukken duizenden ponden uit.

Gebied van Invoer
Uitvoer be.temming
of herkomst
1918

1917
1918

1917

Britsch gebied.

84.331
14.280 16.210
Australië
45.696
64.430
26.217
22.119

Canada

……….124.468

29.256
7.706 7.039
N.-Zeeland
……..24.812
101.060
77.046 51.138 62.058
Zuid-Afrika

..
12.940
12.077
23.453
19.171
54.140
32.472 22.235 14.778
West-Afrika ..
19.158 14.849
7.961 7.378

Indië

…………

Mauritius
3.628
1.956
512 542
10.807
16.059 6.140
4.888
2.144
6.984
7
West-Indië
8.107
6.251
1.695
2.060

Egypte

……….

Malakka ……….

18.059 14.160
17.176
16.378

Straits

……….

Overig…………

425.019
359.871
178.513
172.621
Totaal ……..

Verbonden gebied in
nabijheid van oorlogs.
te, rein.

Frankrijk
39.466 6.730
24.470
17.937
137.355
298
118.034
46.733
Rusland ……….
Italië

…………

Portugal ……….
Griekenland

18.413
1.763
12.442 2.392

10.397
3.492
4.881
956

29.273
1.421
5.295
1.048

27.675
1.764
4.698
183

81.206
62.133 174.690 199.088
Verbonden gebied

__________ __________
__________
verwijderd van

België …………

oorlogçlctrein.

Ver. Staten

. .
Cuba

………..22.330
Brazilië

………8.850
Japan …………

522.078

23.883 9.708

380.431 17.827 9.951
15.310 8.499

23.559
1.963
8.836
6.044
11.832
33.792 2.012
7.186
5.572 10.621

668.055 494.151
226.924
258.271

China …………

Neutraal gebied j,
,iahijheid van oor-
logsterrein.

Totaal ……..

22.375
14.815
2628
3.089
23.763
18.424
5.437
8.480
Denemarken
. . . –
5.339
18.349
3.697 7.224

Zweden

……….
Noorwegen ……..

Nederland
17.218
37.196
22.662 28.218
Zwitserland

..
13.095 11.312
8.630
6.560 31.331
22.452
4.158
5.080
113.121 122.548
47.212
58.651
Neutraal gebied ver-
wijderd vu,, ooriogs-
terrein.

63.116
48.514
7.613 12.881

Spanje…………

Argentinië ……..
19.334
2.317
1.094
917
5.125 13.291 6.384
4.634 8.006
4.675
1.530 1.488

Mexico

……….
Chili

…………

6.542 6.457
3.151
2.280
Peru

…………
Uruguay ……….
11 020 14.433 16.052 13.566
Overig

……….

Totaal ……..
226.264
1
211.235
93.036
94.417

Algemeen Totaal
111.319.338
1
1
.
065
.
257
II
498.473
1
525.309

Zooals uit de reeds in No. 160 gegeven
cijfers
be-
kend was, wijst de invoer eene vermeerdering, de uit-
voer een teruggang aan. Bij den invoer droegen vrij-
wel alle groepen tot de vermeerdering bij, inzonderheid
de verbonden landen, die verwijderd liggen van het

oorlogsten en daarvan hebben de Vereenigde

Staten het grootste deel aan te wijzen, naast Canada

in de rubriek Britsch gebied. Bij den uitvoer kan ge-

constateerd worden, dat de export naar Britsch gebied

zich in vergelijking met het vorige jaar op peil wist
te houden. Overigens geven de cijfers slechts daling

te zien, ofschoon op te merken valt, dat de uitvoer
naar Argentinië, Chili en Uruguay eene niet onaan-

zienlijke verbetering kon boeken. Daarentegen be-

schaamt het totaal der groep: verbonden gebied in

nabijheid van oorlogsterrein, voor het eerst sedert den
aanvang van den oorlog de herhaaldelijk van Engel-sche zijde geuite bewering, dat de stagnatie, respec-

tief teruggang, van den uitvoer naar overzeesehe
landen haar tegenwicht vonden in de sterk vermeer-

derde goederenleveringen naar de bondgenooten, die
om het oorlogsveld gelegen waren.

D u i t s c h e economische belangen

in de p r o v i n c i e Posen. – Bijderiieuwe

wapenstilstandsvoorwaarden is het door Duitschers en Polen omstreden gebied door een demarcatielijn

voorloopig afgegrenad. Deze lijn laat slechts een
smalle strook der provincie Posen bij Pruisea, nl. het

westen en noorden der provincie. Globaal genomen
volgt de demarcatielijn de Poolsche talgrens. Het
feit, dat dc Polen het grootste deel van Posen in han-

den gekregen hebben en dit door de wapenstilstands-
voorwaarden tot op zekere hoogte gesanetionneerd
is, heeft in Duitschla.nd groote ongertistheij teweeg-
gebracht, daar men vermoedt, dat deze demarcatielijn
tevens de basis zal vormen voor de latere grensbepa-
ling.

Daar deze toestand belangrijke economische gevolgen voor Duitschlan.d in het leven roept, is het niet zonder
heteekenis na te gaan, welke belangen Duitschiand in
het Poolsehe deel der provincie heeft.

In de eerste plaats moet ons oog gericht zijn op de
levensmiddelenverzorging van Duitschiand. Juist in
het kritieke stadium, waarin het Duitsche levensmjcI-

delenvraagstuk op het oogenblik verkeert, zou de
afsluiting van Posen van het overige deel van het
Rijk fatale gevolgen kunnen hebben. Wat de provincie
Posen als levensmiddelenbron voor Pruisen en

Duitschiand beteekent, kunnen de volgende cijfers
illustreeren. De gemiddelde opbrengst der vijf laatste
vredesjaren was voor Posen: 14,1 pCt. van den Prui-

sischen roggeoogst, 15,2 pCt. van den gerst-, 16,5 pCt.
an
den suikerbieten- en 14 pOt. van den âardappelen-
oogst; terwijl daarnaast nogin belangrijke mate tarwe,
haver, vee, vleesch en spek geleverd werden.

Silezië, Brandenburg, Saksen en Zuid-Duitschland
waren in dien tijd de belangrijkste afzetgebieden voor
het graan. De hierboven genoemde cijfers worden nog
duidelijker, wanneer we in aanmerking nemen, dat in de provincie Posen slechts 5,2 pCt. van de Prui-
sische bevolking woont. Posen blijkt dus van groote
beteekenis te zijn voor de voedselvoorziening van
Duitschland.

De industrieele ontwikkeling van Posen dateert pas
uit de laatste decennia, sinds wanneer het Duitsche

kapitaal – zich in meer belangrijke mate voor deze
streken ging interesseeren. De industrie sluit natuur-
lijk nauw aan bij den landbouw, daar Posen nauwe-
lijks over andere natuurschatten beschikt. In ‘t
bijzonder treffen we aan spiritus- en chemische fabrie-
ken, aardap.pelmeelfabrieken, suikerfabrieken en brou-

werijen. Een meer algemeene relatie met Duitschiand
wordt gelegd door de maatschappijen, waarvan de
aandeelen of obligatiën in Berlijn of Breslau een
markt hebben.

Naast de particuliere Duitsche bankinstellingen leeft
de onder staatstoezicht staande ,,Ostbank für Handel
und Gewerbe”, gevestigd in Posen en Königsberg,
grooten invloed
bij
de economische ontwikkeling
van het land gehad. Zij heeft, naar in de Frankfurter
Zeitung verluidt, een grooten kring van cliënten en
beschikt op het oogenblik. over aanzienlijke Duitsche

288

ECÔNÔMÏSCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 190

deposito’s. Door de nieuwe regeling zou zij een be-

langrijk deel van haar operatieterrein verliezen. Naast

de centrale in Posen zijn er nog vestigingen in de

voorsteden der hoofdstad en in een reeks door de

Polen bezette plaatsen. De Poolsche banken en vooral

de op het platteland zeer actieve ,,Zwiazka Spolek”

hebben reeds sinds lang haar invloed en middelen

zeer vergroot, zoodat verwacht kan worden, dat de

Poolsche regeering deze instellingen zeer bevoordee-

len zal en daardoor de Duitsche banken in moeilijk-

heden zal brengen, tenzij de Polen het Posensche

rayon van de ,,Ostbank für Handel and Gewerbe”
zullen overnemen. –

Bezien we nu nader de belangen der Duitschers bij
de industrie. In de eerste plaats moet dan genoemd

worden de ,,Ohemische Fabrik A. G. vorm. M. Much

& Co.”, waarvan de Mk. 5,80 Miii. aan-deelen te

Breslau en Berlijn een vrij levendige markt hebben.

Deze maatschappij heeft te Luban, in de nabijheid

der hoofdstad, een superphosphaatfabriek; daarnaast

echter ook buiteh Posen, nI. te Danzi-g-Scheilmühl en
Oranienhurg (Brandenburg) dergelijke fabrieken. Ook

hebben de spirituskartels vrij groote belangen in de

provincie Posen; de ,,Spritbank” heeft een belangrijke

fabriek in de hoofdstad, de ,,Bres]auer Spritfabrik”
heeft vele belangrijke onderafdeelingen in de pro:

vincie.

Internationaal bekend is de likeurfabriek van

,,Hartwig Kantorowicz-A. G.” met Duitsche interes-
senten naast Poolsche commissarissen. Duitsch-kapi-

taal is geïnteresseerd bij vele zeer rendabele suiker-
fabrieken, welke door de provincie verspreid liggen.

Duitsche belangen treden ook- op in de ,,Hermann-

mühlen-A. G.” en de ,,Johannesrnühlen-A. G.” Het

verlies van de groote meelmolens zou voor Duitsch-
land niet zonder beteekenis zijn. Ook werken bier-
brouwerijen met Duitseh kapitaal, even-als de ,,Posener

Strassenbahn”, die -in verbinding staat met de ,,Gesell-
schaf t für elektrische Unternehm-ungen”. Vermeldens-

waard is nog het feit, dat de groote ,,Ueberlandzentrale

Birnbaum”, welke door -eenige bestuursafdeelingen
in het Westen der provincie in het leven geroepen is,
nu in het door de Polen bezette gebied valt, terwijl

echter het grootste deel van het net in ‘het Duitsehe
rayon blijft liggen. Hebben Wij hiermede een indruk

gekregeti van de agrarische, industrieele en finan-
cieele beteekenis van Posen voor Duitschiand, niet
onbelangrijk is daarnaast de beteekenis van de Po-
sensche arbeidsmarkt voor Duitschland. Het is de
z.g. ,,Sachsengïngerei”, de elk voorjaar plaats vin
dende trek van Oost-Duitsche arbeiders naar de meer
loonende en arbeid biedende agrarische – en daarbij
aansluitende industrieele – bedrijven ten westen van
de Elbe, vooral naar de ,,Rü-benliinder” Saksen ena.
De Poolsche arbeiders uit Posen hebben hieraan een belangrijk aandeel.. Deze groote periodieke trek der
arbeiders deed wederom een gebrek aan arbeidskrach-
ten in Oost-Duitschland ontstaan, hetgeen ten gevolge
had, dat arbeiders. uit Russisch- Polen en Galicië aan-
getrokken moesten worden (,,Preussengnger”). Uit
dit alles blijkt, dat de economische banden die Duitsch-
land met Posen geknoopt heeft- voor eerstgenoemd
land van aanmerkelijk belang zijn.

OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN.’

Tijdschrift van het Koninklijk Neder-
landsch Aardr.ijkskundig. Genootschap.
– Leiden, Maart 1919.
Dr. J. P. Kleiweg,
Denkbeelden der inlanders van
den 0.-Ind. Archipel omtrent de geboorte van twee-
lingen;
J. L. Bruyns,
Twee landschajipen op Timor:
a. Amarassi, b. Zuid-Beloe;
Dr. L. Rutten,
De geolo-
gische expeditie naar Ceram;
J. F. Niermeyer,
Oiit-

volking van Engeland
tijdens
den oorlog.

Zeitschrift für Sozialwissenschaft. –
Leipzig, 17 Februari 1919.

Th. W. Linnenkohi,
Volkswiitschaftliche Wirkuugen

der Kriegsschulden;
Fr. Prinzing,
Die Bevölkerungs-

bewegung in -den neutialen europiiischen Staaten

seit Kriegsaiisbruch;
lVilhelm Feld,
Ueber die Zukunft

der amtlichen Statistik;
C. A. Verrijn Stuart,
Die

Goldfrage;
Dr. Georg Jahn,
Der Achtstundentag;

F. Zizek,
Neue internationale Bevölkerungsstatistiken;

Dr. P. Mariell,
Die Entwicklung des Gewerbegericlits

in Berlin;
Dr. Rerbst,
Die Arbeitsgebiete der Kriegs-

bescli.digten-Fürsorge; Dr. L. Za-ch,
Die Konzen-

trationsbewegung im englischen Bankwesen wührend

des Krieges;
Dr. Ernst Schulize,
Die Kohlenpreise

in den Vereinigten Staaten. –

Het artikel van prof. Verriju Stuart, in Augustus
1918
geschreven, is een resumtie van zijn beschouwingen over het goudvraagstuk, neergelegd in de in
1917
en
1918
ver-,
schenen geschriften: De Toekomst van het Goud en Het
Goudvraagstuk. Ook in dit artikel maakt de schrijver zich
bekend als een voorstander van een goudloos ruilmiddel en wordt uitsluitend aan den buitenlandschen wissel de functie
toegedacht, totdusver internationaal in laatste instantie
door het goud vervuld.

Schmollers’ Jahrbuch.— München en Leipzig,

43e Jaarg. le Heft.

L. Spiegel,
Stammiers Kritik der Rechts- und

Staatatheorien der Neuzeit;
A. H. Hollmann,
Die

neue Verfassung und die Entwickiung des Parle-

mentari8mus in Diinemark;
K. Seutemann,
Die

Wechselwirkuri g zwischen vi rtschaftl ich er und Be-

völkerungsentfaltung nach Maithus;
E. lVagemann,

Die Lebensm ittelteu erung un d ihre Gesetzmiissi g-

keiten;
K. Thiess,
Die Ernïhrungsiage

in Deutsch-

land za Beginn des fünften Kriegsjahres;
F. Schmidt,

Arbitrage und – Wechselkurse;
v. d. Lühe,
Innere

Kolonisation in Preussen und England;
J. Bunzel,

Ein Beitrag zur Judenfrage;
Ii. ,S’iemering, Die

öffentliche Organisation der Jugendpflege und die
Jugendiimter in Preussen.

Weltwirtsehaftliches Archiv.— Jena,

1 Januari 1919.

Dr. Fr. K. Mann,
Das Geldproblem in der rumii-

nischen Besatzungswirtschaft;
Dr. H. David,
Das

deutsche Auslandskapital und seine Wiederherstel]ung

nach dem Kriege;
Dr. K. Strupp,
Monroismus und Pan-

amerikanismus; Bij de ,,Chronik und Archivalien” o.a.:

Prof.
Fr.
I1offmann
Die Industrie in der Türkei;

Dr. H. Sleinert,,
Die Frachteinnahmen der Skandina-
visehen Handelsfiotten;
Dr. E. Staedler,
Organisation
und Wirksamkeit der deutschen Post in Polen wiihrend

des Krieges;
L. Ulrich,
Die Geschiiftsunternehmungen
der Familie Mitsui in Japan;
Dr. L. Feuchtwanger,

Zur Beurteiling der Konzen trationsbewegung im

englischen Bankwesen 1917/1918;
Dr. E. Schuster,
Zur Frage der materiel]en Doppelbesteuerung im

Britischen Imperium;
E. Böhler,
Die Staatliche
Aussenhandelsförderung in den Vereinigten Staaten
von Amerika;
Dr. H. Wehberg, Die Rüstungsbe-

schriinkungen auf den kanadischen Seen.

The Round Table. – Londen, Maart 1919.

The practical organisation of pÉace; America and –
World Responsibility; Bolshevik aims and bolsbevik ideals; German Demoeracy at the cross roads; Indian

politics.
Zonder een bepaald artikel te resumeeren, mag weder
eens op de groote beteekenis van dit tijdschrift gewezen
worden. Wie naast de stem uit het moederland
ook
die uit
de groote clominions wil hooren, doet niet beter dan dit
tijdschrift ter hand te nemen. –

Journal of the Institute of Bankers. –

Londen, Maart 1919.
A. Hoare,
Prospects of national taxation.

Technik und W-irtschaft. – Berlijn,

Februari 1919.
0. Heyn,
Geld, Whrung, Valuta;
Dr. Br. Thier-

bach,
Das Bayernwerk; R. Seyffert,
Reklame und
Technik; – Fr. Hendrichs,
Preisabbau. -. –

F
19 Maart
‘1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

289

BOEKAANKONDIGING.

Ednard van Bie ma. Les Huguetan de

iiercier et de Vryhoeven,
‘s-Graven-

hage, Martinus Nijhoff, 191.8, VIII en

218 blz.

Ontstaan, gelijk de schrijver in een voorwoord
mededeelt, uit een onderzoek naar de stichteres van

het gebouw aan het Voorhout te ‘s-Gravenhage, waar-
in thans de Koninklijke Bibliotheek gevestigd is, is

liet geschrift uitgedijd tot een beschrijving van ver-

schillende leden van het Lyonsche hugenotengeslacht

Huguetan, een der merkwaardigste onder de talrijke
familiés van vreemden oorsprong, die in de 17e en

18e eeuw in de Republiek der Vereenigde Nederlan-

den onderkomen hebben gevonden.

Naast Adrienne-Marguerite Huguetan, echtgenoote
van Henri-Charles graaf van Nassau-la Lecq, de
stichteres van het genoemde gebouw, zelf een merk-

waardige figuur, trekt voornamelijk de aandacht Jean-
Henri Huguetan, aanvankelijk uitgever, later inter-
nationaal bankier, leverancier van krijgsbehoeften,

voortdurend belaagd door de handlangers van Lode-

wijk XIV, na tal van omzwervingen eindelijk iti Dene-
marken belandend,waar hij een zeer invloedrijke positie
verwierf en ten slotte als graaf van Gyldensteen op
96-jarigen leeftijd in het jaar 1749 stierf.
Het gegeven had kunnen leiden tot een breed opge-

zette beschrijving van het internationaal-financieel
en economisch leven van dien tijd. Het boek geeft
zulks niet, doch beperkt zich tot een behandeling van de verschillende personen in quaestie, waarbij aan de bronnen zelf een breede plaats wordt ingeruimd. Een

zoo bi’eede zelfs, dat de opmerking niet mag achter-
wege blijven, dat, had de schrijver zijn taak meer
constructief en ordenend opgevat, het beeld, dat hij
ons van de geteekende persoonlijkheden vermag te
geven, aan klaarheid en scherpte zou hebben gewonnen.

Een beoordeeling overigens van het werk op
zijn historisch-wetenschappelijke mérites valt niet
binnen het kader van dit blad. Slechts zij nog mede-
gedeeld, dat het op. een vooi dezen tijd inderdaad
uitnemende wijze is uitgegeven en met verschillende
reproducties is verlucht.

Sedert 1 Januari verschijnt onder den titel ,,De
A r b e i d s m a r k t” een maandschrift, officieel
orgaan der Vereeniging van Directeu-
ren van Nederlandsche Arbeids-
b e u r z e n. In een inleidend woord spreekt het
bestuur der vereeniging als zijn oordeel uit, dat de
organisatie van de arbeidsmarkt en• de regularisatie
van de uitwisseling van vraag en aanbod, mede in
verband met de te verwachten vraagstukken van op-
voering der productie naast verkorting van den
arbeidsduur, in de komende sociaal-economische pro-
blemen een eerste plaats zullen innemen. Onder deze
omstandigheden heeft het bestuur gemeend tot oprich-
ting van dit maandschrift, dat korte beschouwingen
zal bevatten omtrent de groote vragen van den dag
op arbeidsgebied en voorts omtrent het buitenland de
noodige inlichtingen zal brengen, het initiatief te
moeten nemen. Het eerste nummer, dat 18 bladzijden
telt, bevat o.a. een beschouwing omtrent den invloed
• der demobilisatie. Een rubriek ,,Varia” brengt ten
slotte verschillende gegevens omtrent arbeidsbemid-
deling en verwante gebieden uit het binnenland. Het
bestuur der Vereeniging, adres de heer W. F. Detiger te Amsterdam, voert de redactie.

Van den uitgever J. Moorman te ‘s-Gravenhage
heeft het licht gezien een nieuw technisch tijdschrift:
e t S c h i p”, een orgaan voor scheepsbouw en

scheepvaart, dat 14-daags verschijnen zal. Als redac- teur treedt op Ir. A. M. Schippers, terwijl bij de vaste medewerkers bekende namen gevonden worden. Met

zong uitgevoerd, wordt de aantrekkelijkheid van het

blad verhoogd door een aantal afbeeldingen, o.m een

photo van het gewapend-betoûschip ,,Faith”, op het
oogenblik, dat het de haven van Vancouver verlaat,

waarvan – naar de lezer zich zal herinneren – in het

nummer van 1 Mei 1918 tder E.S.B. gesproken werd.

REGEERINGSMAATREGELEN OP

HANDELSGEBIED.

0 i t v o e r v a n p a a r d e n. Ingetrokken is de

bekendmaking van 25 Februari j.l., dat gedurende
Maart en April eiken Donderdag gelegenheid wordt
gegeven tot uitvoer van Roosendaal van afgekeurde

hengsten. Met ingang van 20 Maart •zal gedurende

eenige weken gelegenheid bestaan tot uitvoer naar

de geallieerde landen van ruinen, in het bezit van
alle veulentanden en van hengsten, niet ingeschreven
in een openbaar paardenstamboek.

Uitvoer van confectie en manu-

f a c t u r en. De regeering is voornemens, met ingang
van 1 April a.s. voor wat haar deel betreft, den uit-

voer van confectiegoederen en manufacturen geheel
vrij te laten.

Boter voor restaurants. Ten aanzien van

de verstrekking van boter aan restaurants, enz. is de
rantsoeneering vervallen.

V e t v o o r z i e u i n g. Voor de periode van 28 Fe-
bruari tot 15 Maart wordt de samenstelling van de thans gedistribueerde mélanges A en B gewijzigd,
zoodat zij slechts i’esp. 25 en 50 pCt.. botergehalte be-
vatten. Met ingang van 16 Maart wordt mélange A
vervangen dooi’ supra-margarine.

B o te r. In verband met den ruimeren aanvoer
van grondstoffen voor de margarine-bereiding, waar-
door het gebruik yan boter voor de bereiding van

mélanges niet meer noodig is en gelet op de stijgende
botbrproductie, heeft de Minister van Landbouw in.
getrokken liet verbod van aflevering en vervoer en
het karnverbod. De rantsoeneering van boter wordt
‘met ingang van 24 Maart opgeheven; de maximum-
prijzen blven nog tot 1 Mei gelden. Gemeentebesturen
behouden de gelegenheid bij eventueel tekort aan
boter in hunne gemeente de gewenschte hoeveelheden
te bestellen bij het R. D. K.
Gesaccharineerde suiker. In verband
met den geringen voorraad zal het Rijkskantoor voor
Suiker geen gewone suiker meer beschikbaar stellen
voor hotels, café’s en dergelijke, benevens voor limo-
nadefabrieken en dergelijke, maar zal aan deze ver-
bruikers gesaccharineerde suiker worden gedistri-
bueerd, samengesteld uit 99,8 pOt.. suiker en 0,2
,saccharine van 500-550-voudige zoetheid.
K a a s. Het kaasrantsoen is teruggebracht van
0,25 tot 0,15 K.G. per hoofd per twee weken.
S t a a t s c o m m i s s i e branderij bedrijf.
Bij Kon. besluit van 6 Maart is ingesteld een Staats-
commissie, aan welke Wordt opgedragen een onderzoek
in te stellen naar de mogelijkheid om, zonder de
industrie te knakken, aan het branderij-, distilleer-
derj- en liken’stokershedi’1)..een andere richting te
geven en meer bepaaldelijk na te gaan het vraagstuk
of het terwille van de bestrijding van het alcoholisme
mogelijk is de productie van gedistilleerd voor inwen-
dig gebruik bestemd, aanmerkelijk te beperken, indien
het kin, op te heffen.

Steun aan Nederlandsche boom-
k w e e k e r s. Het oorspronkelijk plan van den Mi-
nister van Financiën, volgens hetwelk aan de kweekers
te Boskoop steun zou worden verleend door aankoop
van planten door gemeenten en instellingen tegen
ten minste den halven prijs, waarbij het Rijk het ont-
brekende zou toeleggen, gaat niet door.

S t a a t s c o m m i s s i e i n z a k e opdrij-
v i n g v a n .1 a.n d p achten. Bij Kon. besluit van
12 Maart is eene Staatscommissie ingesteld, welke
heeft te onderzoeken of en zoo ja, welke wijzigingen
aangebracht behooren te worden in de bepalingen

290

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

san het Burgerlijk Wetboek inzake huur, van lande-

rijen – men zie het artikel op pag. 207 van dezen

jaargang – en na te gaan of de bestaande bijzondere
tij dsomstandigheden aanleiding geven tot het maken

van een regeling om opdrijving van de huurprijzen

van landerijen te voorkomen en bij bevestiging van
deze vraag een zoodanige regeling te ontwerpen.

Belasting op tabak.DeMinistervan Finan-
ciën heeft ingesteld een commissie, welker taak zal
zijn hem zoo spoedig
mogelijk
nader van advies te

dienen inzake de heffing eener belasting op tabak.

M o 1 e n s. De beschikking van 8 Januari 1918, hou-

dende verbod tot verkoop en aflevering van molen

en andere werktuigen, bestemd voor, resp. geschikt;

tot het vermalen van granen, zoomede van onderdee-
len, is ingetrokken.

Z e e p. Met ingang van 1 Maart zijn ingetrokken
de vastgestelde rnaximumprijzen voor harde zeep met

een vetzuurgehalte van ten minste 60 pOt., harde zeep

met een vetzuurgehalte van ten minste 25 pOt., harde

zeep met mineraJe bestauddeelen en zoogenaamde
kleizeep en zeeppoeder met een vetzuurgehalte van

ten minste resp. 35, 15 en 10 pOt. Met denzeifden
datum traden ook buiten werking de zachte zeep-, de

harde zeep- en zeeppoederregeling met uitzondering

van de bepalingen op harde kalizeep, ten behoevê van
gemeentelijke distribUtie.

Medicinale zëep. Inget’rokken zijn de sub D

in de beschikking van 17 September 1918, betreffende

den verkoop van harde zeep en zeeppoeder -voor ge-

neeskundigd doeleinden, vervatte bepalingen btref-

fende medicinale zeep.

G e e e s m i d d e 1 e n. Met ingang van 1 April is

opgeheven het Rijksdistrihut.iekautoor voor genees-

middelen, verhandmiddelen en voorwerpen voor ge-

neeskundig gebruik. Ingetrokken is ‘de beschikking

van 1 Mei 1918, houdende vaststelling van een

distributieregeling van geneesmiddelen, verbandmid-
delen en voorwerpen voor geneeskudig gebruik en de

beschikkingen inzake periodieke opgave van voorraden

aseline en tot verbod van den verkoop, de aflevering en het vervoer van witte en gele vaseline.

K o p e r. Met ingang van 1 April is opgeheven het
Rijkskantoor voor Koper. Met ingang van 15 Maart

is ingetrokken het verbod van vervoer en aflevering

van oud rood koper in alle soorten, oud brons in alle

soorten, oud -geel koper in alle soorten, draaisel, snip-

pers en ander afval van nieuw rood koper, brons en

geelkoper, ‘benevens vn blokken en staven, verkregen

door omsmelting van alle soorten ‘oud rood koper, oud

brons, oud geel koper en draaisel, snippers en afval.
Ook de maximumprijzen zijn ingetrokken.

Verder zijn ingetrokken het verbod tot vervoer van

Nederlandsche bronzen en ni.kkelen pasmunt; het ver-

bod van aflevering en vervoer van nieuw rood koper-

draad, nieuw hronsdraad en afval daarvan en bepa-
lingen betreffende het vrijmaken van koper uit elec-

trische geleidingsnetten.

MAANDCIJFERS.

ONTVANGSTEN VAN ‘SPOOR- EN TRAMWEGMAATSOHAPPIJEN NOVEMBER 1918.

(Ontleend aan de ,,Ingeniur”.)

Namen der Maatschappijen.
Personenvervoer.
Goederenvervoer.
Totale ontvangsten.

November
1918.

November
1917.

Maatsch. tot Exploitatie van Staatsspoorwegen
f
2.236.589,–
f 3.520.265,—
f 5.894.105,—
f4.545.870,—
9
,,
2.340.330,— ,, 1.571.724,—
,,4.034.957,—
,, 3.246.691,—
9
Ned.

Ceiitr.

Sorwegmij.

………………
217.518,—
,,

241.055,—
,,

461.295,—
,,

368.910,—
t)
Hol!.
IJzeren Spnorwegmaatsehappij

……….

Noord-Brab. Duitsche Spoorwegmaatschappijen

,,

26.752,-.-
,,

46.990,—
,,

77.899,-‘-
125.1 94,— ‘)
,,

9.737,68
,,

12.859,70
,,

24.182,91
,,

2.363,63Vi
,,

12.636,69
,,

25.348,41
,,

39.367,08 Is
,,

34.604,34
Tramw.niij.

,,de

Meijerj”. ………………


,,

35.248,31
,,

24.269,01
Zuid-Nederi. Stoomtramweg-maatschappij
,,

19.587,96
,,

62.731,41’/
,,

83.374,77’I2
,,

64.663,98
,,

51.849,89
1
/1
,,

66.7 17,72
,,

121 592 62’i
,,

116.864,63’/
Rotterdamsche Tramwegmaatschappij

…….

– –
208 369 61
,,

170.”13,05’Is

Ho!landscbe Buurtspoorwegen

…………….
Declemsvaartsche Stoomtramweg’mij…….
.
..

Nederlandsche Tramwegmaatschappij

………

Westiandsche Stoomtranwegmaatschapp.ij ….
,,

25.070,60
1
/
,,

11.062,68V,
,

37171,77
,,

31.386;05’/,
,,

648.861,07V,

,,

648.861,07
1
1,
,,

525.856,15
,,

293.14O.4l’h

,,

293.210,l7Vs
,,

258.908.36 Gemeentetram te Amsterdam

……………

Rotterdamsche Electr. Tramwegmaatschappij
,,

295.973,83′!,

,,

295.973,83′!,
,,

233.447,38
1
!,
Nederlandsch-Indisehe Spoorwegmaatschappij
lijn Samarang—Vorstenlanden—Wi!lem
1


,,

404.000,—
,,

44
1.108,

Haagsehe Tramweg’maatschappij …………..

Oost-Java Stoomtram wegmaatsehappij

-.
,,

14.700,
,,

15.100,
lijn Modjokerto—Ngoro …………………


,,

59.600,—
,,

54.900,-
Semarang—Cheribon Stoomtramwegmaatsch


,,

311.700,—
,,

270.000,-
Saniar.—Joana Stoomtramwegmaatschappij


,,

257.000,—
,,

277.400,-

lijn Soerabaija—Krian………………….

Serajoeda! Stoomtramwegmaatschappij


,,

43.900,—
,,

61.600,-
lijn Maos—Bandjarnegara ……………..
lijn Bandjarnegara—Wonosobo …………
10.400,—

.
,,

9.800,-
Deli’Spoorweg Maatschappij

……………..
.

.•

,,

409.000
1

,,

455.741,

Nagekomen over Augustus
1918.

Staatsspoorwegen in Ned. Indië
I.
Staatsspoorwegenop Java ………….
f1.470.160,— f2.457.326,—
[4.132.546,—
63
f4.0.931,—
II.
Spoorweg ter Sumatra’s Westkust’
. .
,,


75.692,—
,,

45.762,—
,,

181.645,—
,,

132.396,-
III.
Tramwegen in Zuid-Sumatra

……..

..

,,

8.389,—
,,

3.952,—
13.343.—
,,

11.690,-
Palembanglijn ……………….
,,

14.832,—
,,

24.640,—
,

43.176,—
,,

30.776,-
Lamponghjn

……………….
IV. Atjeh Stoomtram…………………
,,

68.341,—
,,

43.984,—
117.828,—
,,

95.163,-

Nagekomen over September
1918.

Staatsspoorsvegen in Ned. Indië

1.
Staatsspoorwegen op Java …………
f
1.510.508,—
f 2.383.113,—
[4.072.131,—
f 3.721.500,-
II.
Spoorweg ter Sumatra’s Westkust ….
,

69.920,—
,,

42.144,—
,,

119.929,—
,,

126.579,-

III.
Tramwegen in -Zuid-Sumatra

a.

Palembanglijn ………………


.

,

9.866,—
,,

7.668,—
,,

18.676,
,,

11.383,-
..
,,

16.504,—
,,

28.587,—
‘,,

49.258,—
,,

25.810,—
b.

Lamponglija

………………
..
IV.

Atj5h

Stoomtram…………………
,,

66.837,—
,,

43.955,—


,,

115.000,

,,

95 264,—

t)
Definitieve opgave.


De
ontvangsten der -groote maatschappijen, die
in
de ,,Ingenieur” ontbreken, zijn aan het ,,Maandschrift Centr. Bureau Statistiek” ontleend.

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATITISCHE BERICHTEN

291

GIRO-KANTOOR DER GEMEENTE AMSTERDAM.

December 1918

Januari 1919

Posten
I

Bedrag

Posten
1

Bedrag

Ontvangen en
betaald:
in contanten. 136759
/
21.096.831
151126
f
16.384.601
door over-
schrijviig

‘).
27406
,,

74.856.975
29330
,, 76.727.243
Particuliere
relzeninghoud.
2673
2
)
19.407.843
29162)
,, 24.277.489
Saldo te goed
part, rek.
u°.

,,

3.201.000

3.292.474
It
Inciusieve verrekeningen
tusschen gemeentediensten,
zijnde pim.
f20.000.000,- per
maand.
2)
Aantal.

OVERZICHT DER RIJKSMIDDELEN.
(In Guldens).

Februa
1919
Sedert
1
Januari
1919

Overeen.
komstlge
periode
1918

Directe belastingen.
718.167
776.487
Grondbelasting……..234301
Personeele

asting
bel 387.062
..

2.841.122
1.264.377 931.827
Inkomstenbelasting
5.431.141
8.899.607
Dividend- en tautime-
17.765 17.765

Vermogensbelasting
391.182
785.994
407.903

Accijnzen.
6.601.368 6.061.101
Suiker

……………3.757.654
Wijn ………………9.973
22.905
18.363
Gedistilleerd

………1.53
.5.702
3.019.952
3.563.242
Zout ……………..129.448
292.944 466.374
.
88.303 154.757
Geslacht

…………
2.212.092
2.56.111

indirecte
belastingen.
Zegelrechten

……..

.

‘1.192.551
1)

2.524.242
2)

2.359.719
Registratierechten ..
2.353.637
4.228.367
4.025.740
Hypotheekrechten
..
– –

belasting …………

2.033.692
4.155.544
3.656.935

1.341.934
2.094.853 1.383.996
Formaatzegel ……..


– –

Bier

……………..40.255

Gonden enzilverenwerken

.968.185

58.086 127.016
116.591
Belasting …………..
Essaailoon
49

..

118
143

Successierechten ……..

Statistiekrecht
312.028
418.497
211.999

Invoerrechten …………

Recht op Mijnen ……..

..

.
04.590


m
Doeinen

…………
200.260
256.974
1.67.629
184.730
183.971
Jacht en visscherij

. .

.

254

..

725
872
Siaataloterj

…………

56.373
130.904 38.567
ï)oOdsgelden

…………

Totaal ……….
.17.934.472
34.520.264
35.580.279

OPOENTEN VOOR HETLELNINOFONDS
1914.

Februari
Sedert
Overeen-
1919
1
Januari
kon,stlgc
1919
periode
1918

Directe belastingen.
Grondbelasting
47.416
144.441.
155565
Personeele belasting
75.082
226.601
244.066
Inkomstenbelasting
1.286.468 2.460.582
3.137.153
Verenogensbelasting.
156.216
313.857
156.219

Accijnzen.
751.531
1.320.273
1.212.220
Wijn ………………
L995
4.581 3.673
Gedist. (binn.- en buiti.)
153.570
301.995
856.324

Suiker

…………….

Indirecte belastingen.
Zegelrecht van buitl.eff.
66.298 138.225
109.464
Registratierechten
..

1.687
Hypotheekrechten

– –

Totaal
2.538.576 4.910.555
5.376.371

BELASTINGEN IN VERBAND MET DE BUITEN-
GEWONE OMSTANDIGHEDEN.

Februari 1919

Sedert
i
januari
1919

Oorlogswinstbelasting

16.428.396

25.937.332
Verdedigingsbelasting I’t

390.979

785.398
Verdedigiiigsbelasting Ib ..

1.252.717

2.510.522
Verdedigingsbelasting II ….

1.608.103

2.957.488

1960.195

32.190.740
1)
Hieronder begrepen
f
200.703 wegens zegelrecht van
nota’s van makelaars en commissionnairs in effecten, enz.
(Beursbelasting).
1)
idem
f
460.545:
$) idem
f
329.455.

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.

beteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANEDISCONTO’S.

15
Maart
1919
20
Juli
1914

Disc.Wissels.
1
4
1
/t
sedert 1Juli’15
3’/asedert23 Mrt.’14
°
BeI.Binn.Eff.
an
IVrsch.in
4
1
/1

1

,,

’15
4

23

’14
R.C.
5
2
12

19Aug.’14
5

,,

23

,,

’14
Bank van Engeland
5

,,

5 Apr.’17
3

29 Jan.’14
Duitsche Rijksbank
5

23Dec.’14
4

5Febr.’14 Bank van Frankrijk
5

,,

21 Aug.’14
3′!,

29Jan. ’14
Oostenr. Hong. Bk.
5

12Apr.’15
4

12 Mrt. ’14
Nat.Bankv.Denem.
5
1
/

,,

4 Jan.’19
5

6Febr.’14
Ztveedsehe Rijksbk.
7

20Mrt.’l8
4
1
/2

,,

6

,,

’14
Bank v. Noorwegec
6

,,

13Dec.’17
4
1
/

,,

11

,,

’14
ZwitserscheNat.Bk.
5
1
/1

,,

3Oct. ’18
3
1
/

,,

19

,,

’14
Belgische Nat. Bk.
5

,,

6 Feb.’19
4

30 Jan,’14
Bank van Spanje..
4

,,

22Mrt.’17
4
1
/2

24Sept.’03
Bank van Italië ..
5

,,

10Jan.’18
5

,,

9 Mei
’14
Feder. Res. Bk. N.Y.
34-41



Javasche Bank. …
3
1
/,

1Aug.’09
3
1
!1

1
Aug.’09

OPEN MARKT

Data
Amsterdam
Londen
Part.
I

Berlijn
Part.
Pjj,
Part.
N.
York
Cali

Part.
Prolon.
disconto
I

gatle
disconto disconto
disc.
monet,

15

Irt. ’19
3
1
/-
1
/,
41/

t)
3
h
/
4-‘/8

4
l/I/5)
10-15 M.’19
3
1
/_
1
/,
4_1/ 4_1/

4/_5
3-8 lVlrt.’l 9
3
i/_5/
31/
4
…4
3*7/,
1

4_2/

4
I
/5
24
F.-1
M.’19
35/,_I/
4
1)
31_4
3
4-!s

4 1/….7

11-16
M.
’18
2I1I4
4…1/
3
10
42
4_
1
/,

4
1
/2-6
12-17
M.
’17
2_h
o

2
3
/-4
4
9
/s,-fl
4-
1
Ie

20-24Ju1i’14
3
‘/o-/,o
2
l/_$/
2 I/4_5/4

2
Vo-‘/t
2/
1
3
/42
1
/5
1 ‘ Het particulier disconto der gemeentcwi,sela was in de aFgeIooper
week ongeveer
8
/4-1
1
/9 pCt. hooger.
2)
Noteering von 14 Maart.

WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.

De wisselkoersen op de oorlogvoerende landen waren
bijna zonder uitzondering gedurende de geheele week stij-
gende. lIet zich langzamerhand herstellende handelsver-
keer doet meer vraag ontstaan naar betalingsmiddelen op
het buitenland, zoodat vooral Ponden en Dollars goed ge-
vraagd bleven. Londen steeg van 11.56% tot 11.61 en
.cable New York van 2.4234 tot 2.43%. Parijs. was daaren-tegen eerder aangeboden. De koers bleef tamelijk station-
nair, ,maar liep heden plotseling sterk terug op beduidend
slechter afkomende Londensche noteering.
Marken waren zeer vast en weIden bij groote posten uit
de markt genomen. De krachtige bestrijding en het spoedige
einde van de onlusten in Berlijn, deed het vertrouwen
wederkeeren. Door de kleine markt, liep de koers over het
algemeen te snel op en bleef niet in verhouding met de
noteeringen bij de andere neutralen, zoodat heden weder
een tamelijk sterke reactie intrad. In overeenstemming met
Berlijn was ook Weenen vaster. 11.60, 12.25.
De neutrale wisse]s waren allen eerder iets flauwer.
Vooral Christiania en Spanje waren beduidend lager. Het
aanbod was echter gering en de daling ontstond hoofdzake-
lijk door het oploopen van den pondenkoers in die landen.

KOERSEN IN NEDERLAND.

Data
Londen

Parijs
Berlijn
Weenen
egtë
B
1
New Yorkt}

10
Mrt. 1919..
11.56
T
I
44.25
23.07+
11.60
41.65
2.42
1
!,
11

,,

1919..
11.58
44.20
23.37+
11.52
1

41.65
2.42
3
/4
12

1919..
11.58
1
1

44.27+ 24.15
11.65
42.10
2.43’/
13

1919..
11.60+
44.32+ 25.60 12.10 41.97+ 2.43
1
!,
14

1919..
11.60+
44.35
25.55
12.-
41.85
2.43’/
15

,,

1919..
11.61
44.40
26.10
12.35
41.90
2.43
1
!,
Laagste d.w.’)
11.56
44.10
22.60 11.40
41.50
2.42
Hoogste
,,

,, ‘)
11.61/
t

44.40
26.25 12.50
42.20
2.44
8 Mrt. 1919..
11.55 44.27+
2 2.5 7
11.30
41.75
2.42
1
/
1

,,

1919.
.
11.57
44.15
24.05
11.45
42.05
2.42
1
/8
Muutpariteit..
12.10*
48.-
59.26
50.41
48.-
2.48’/

5) Noteering te Amtterclam. 1) Particuliere opgave.

292

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

,
a Stock.
holm
*
Kopen- hagen
*
Chris-
tiania
1)

Zwitser-
land *)
Spanje
1)
Batavia
1
1
telegrafisch

10 Mrt. 1919
68.45
63.15
66.10
50.424
51.-
991/5_3/4

11

1919
68.45 63.174
66.-
50.35
51.-
99l/38/4

12

,,

1919
68.45
63.15 65.974
50.35
51.-
99I/_8/4

13

,,

1919 68.45
63.15
66.-
50.324
50.90
991/3_3/4

14

,,

,1919
68.45 63.15
65.75
50.40
51.-
99
1
/-/
15

,,

1919
68.45 63.15
65.75
50.25
50.25
991/_3/

L’gtsi d. w.’)
68.35
63.-
6565
50.20

99’/
11’ste

,,

,,

1
)
68.55 63.30 66.20 50.45
51.25
998/4

8 3lrt. 1919
68.45 63.10 66.05 50.45

994-1004
1

,,

1919
6.40
63.35
66.10
50.35
51.374
9
94
–1
00*
Ivluntpariteit
66.67 66.67 66.67
48.-
48.-
100

) Noecring te Amsterdam.
1)
rarticuliere opgave.

KOERSEN TE NEW YORK.

Cable
Zicht
Zicht
Zicht

D ata
Londen
Parijs
Berlijn
Amsterd.
(in
$
(in frs.
(in cents
(in cents
per
P.
$)
p.
4
Rm.)
per 91d.)

15 Maart .. 1919
476.45
5.53
1
/
nom.
41
Laagste d. week.
.
4.76.45
5.48/2
Dom. 41
Hoogste,,

,,

..
4.76.45
5.53!2
nota.
41’/jo
8 Maart .. 1919
4.76.45
5.48
nom.
41V16
28 Febr.

. .
1919
4.76.45
5.49V4
nota.
41
1
/16

)
Muutpariteit….
4.86.67
5.181/
4

95/4
40
1
/it
1) Noteering
van 1 Maart.

KOERSE
Iq
VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN

Plaatsen en
Landen
Notecrings.
eenheden
27
Febr.
19I9
8Maart
1919

Tijdperk
9l31Mït

Laagste Hoogste

13Maart

Alexandrië..
Piast. p. X,
977/je
97
1
/is
97
1
/is
97
°
/
it
97
7
/it

*B. AiresO..
d.p.gd.pes.
51
3
/s
51
9
11
51
51
8
18
51’/
Calcutta
– – . –
sh/d.p.rup.
116
1
/at
1/6
1
/83
116
116
1
/i
116
0
,s
Hongkong
..
id. p.
$
311 311
310’/
311’/4
311
1
/4
Lissabon….
d.p.escudo
34
34
1
/2
33814
348/
4

341/
4

Ivladrid

….
Peset. p. X
22.74
22.80
22.83 23.30
23.03
*blontevideoi
d.p.peso
60/s
608/4

60V4
61V4
60
3
/4
Montreal.
.
..
$
per
£
4.85
1
!8
4.85
1
/
4.85’/2
485
7
/8
4.85/8 *R.d.Janeiro.
d.p.milr.
13V4
13
8
/it
13′!
13°/,
1311/
3
2

Lires p.
£
30.31 30.31
30.25
30.374
30.31
Shanghai

. –
sh/d.p.tael
4/71/1

4/6 4/6 4/7′!2 4/7
Rome

?…….

Singapore ..
id. p.
$
2/4’/3
2
2/4
3
/
3

2/3
15
/to
2/4
1
/,
2
1
‘4’/92
*Valparaiso..
d.p.pap.p.
91/
9
8
182
9
3
/3
9
8
11e
9
7
/16
Yokohama ..
sh/d.p.yeu
2/1
1
12
2/1
1
!,
211’/3
2/113/13

2/1
1
/2
* Koersen van den dag voorafgaande aan de data in het hoofd ver-
meld.
6)
Telegrafisch transfert.

GOUD ÉN ZILVER.

Sedert 29 Juli 1916 worden (le (lag&ijksche ontvangsten
en onttrekkingen van goud door de Bank van Engeland
tijdelijk niet bekend gemaakt.

NOT.EERING VAN ZILVER.

Noteering te
Londen
te New ork

15 Maart 1919

…….
47
1
/4
101′!,
8

1919 ……..
478/4
10111
1

..

1919 ……..
47′!,
101
1
18
22

Febr.

1919 ……..
478/4
101′!8 ‘)
15

,,

1919 ……..
47
°
/8


101 Vs

16 Maart 1918………
43
86′!,
17 Maart 1917 ……..
35’/ii
73
20

Juli

1914 ……..
24’/,,
54
1
!8
1)
Noteering van 21 Februari.

N.U.M.

Weekstaat der Nederlandscbe Uitvoermaatschappij.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Buiten!.
Debet
5
pCt.
Credit
Data
Bankiers
Schat-
Diverse
Schuld-
Diverse
kistbilj.
reken.
1)
brieven
reken.
1)

13 Mrt. 1919:.
6.043
56.500
70.400
16.821
102.256
6

1919..
5.826
56.500 70.400
16.707
102.039
27 Febr. 1919.
.
4.153 56.500
70.400 16.670 101.487
20

,,

1919..
3.891
56.500
70.400
16.373
101.403
13

,,

1919..
3.685
53.200
70.400
16.211 101.341
1)
Beide rekeningen omvatten, behalve garantiewissels in porteteuille
tot het bdrag der buiten!.
schatkistbiljetten, in
hoofdzaak garantiewissels
in depbt hij de Ned. Bank.

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 15 Maart 1919.

Activa.

Binnenl.Wis-[
}1.-bk.

f
90.425.408,87
sels,
Prom.,

B.-bk.

514.137,05′!3
enz.in.disc,1.
Ag.scb.

19.433.135,93

f
1 10.372.681,85’/j
Papier o. h. Buitenl. in
disconto

……………………..

Idem eigen portef..
f

7.450.080,-
Af
Verkocht
maar voor
dêbk.nognietafgel.

,


7.450.080,-
Beleenin
g
en
H.-bk.

0
22.922,386.38
ncl.
vrsch.
B.-bk.

,,
10.063.052,90
in
rek.-crt.
Ag.sch.

,
60.799.432,12
op onderp.

f193.784.871,40

01) Effecten

……

f 193.748.971,40
Op
Goederen en Spec.,,

35.900,-
193.784.871,40
Voorschotten
a.
h. Rijk
…………….,,
10.699.987,69

Munt en
Muntmateriaal
Munt, Goud
……
f
63.403.875,-
Muntmat.,
Goud

..

,,611.627.679,09
1
/2

f675.031.554,09
1
12
Munt, Zilver,
enz.

,,

9.468.154,56
Muntmat., Zilver
..


684.499.708,65
6
1,
Effecten
Bel.v.h.Res.fonds..

f

5.078.869,32
id.
van
1
/s
v.
h. kapit.
,,

3.996.789,43 9.075.658,75
Geb.en
Meub. der
Bank ……………..,
1.770.000,-
Diverse

rekeningen

………………

..
100.597.677,-

fI.11$.250.665,35

Passiva.
Kapitaal

……………………..
f

20.000.000,-
Reservefonds

……………………
5.079.402,56
Bankbiljetten

in omloop …………
,,
1.001.167.575,-
Bankassignatiën in omloop ……….
..2.227.169,56
Vs
Rekening-Courant saldo’s;
Van het
Rijk ….
f


Van anderen

…..,

76.327.582,13
1
/
,,

76.327.592.13V
2

Diverse
rekeningen

………………,,

13.448.936,09

f1.118.250.665,35

Beschikbaar

metaalsaldo…………..
f

468.132.102,25
Op de basis vau
8/5
metaaldekking ……
252.187.636,91
Itliuder bedragaan
bankbiljetten
inomloop
dan waartoe de
Bank
gerechtigd
is ..
,,
2340.660.510,-
Verschillen met den vorigen weekstaat:
Meer

Minder
Disconto’s

…………….
8.531.833,80’/,
Buitenlandsche wissels ……..
65.166,-
Beleeniagen

…………..
4.207.946,70
Goud

………………..
1.915.559,44
Zilver
………
………..
151.462,06
Bankbiljetten
8.000.120,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….
7.002.791,78
1
/2

Voornaamste posten in
duizenden
guldens.

Data
Goud Zilver
B

1-
ou
.
jetten
Andere
opetschl, are
schulden

15 Maart1919

.;..
675.032
9.468
1.001.168 78.555 676.947
9.317
1.009.168
71.281
1

1919

– . .
677.311
9:219
L018.535
75.284
8

1919

……

22 Febr. 1919

..
677.319
9.105
1.000.194
65.696
15

1919
677.328
8.996 1.007.335
66.967
8

1919
684.348
8.951 1.028.734
201.369
1

1919
684.357
8.923
1.071.531
90.116
25 Jan.

1919
684.369,
8.791
1.053.508
90.669
18

,,

1919

. . .-
684.390
8.737
1.062.722
83.614
Ï1

1919


690.424
8.668 1.080.094 99.674
4

,,

1919

..
691.436
8.588
1.100.948
91.626
28 Dec.

1918

.. . –
689.441
8.545 1.068.947
90.529
21

,,

1918

.. . –
689.923
8.381
1.057.448
95.542

16 Maart1918

….
723.807 7.323
858.394
58.834
17 Maart1917

….
592.024
6.876
731.798
90.624

25

Juli

1914

.. .’.
162.114
8.228
310.437 6.198.

/

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

293

D ala

Disconto’.’

2dec-
Be,ch,k-
baar
Dek.
hing.,.
Hiervan
.,

,
0
aa
Schatkist-
ningen
Metaal-
percen-
promrsscn saldo
lage
rechttrceks

15 Mrt. 1919
110.373 79.000 193.785
469.132
.63

8

1919
101.841
65.000
189.577
470.053
64

1

1919
104.20
65.000
208.894
467.313
63
22Febr.1919
92.519
50.000
182.230
472.793
64
15

1919
101.348
50.000
186.008
471.008
64

8

,,

1919
231.775
170.000 216.812 446.821
58
1

1919
235.408 181.300
136.960
460.491
60
25 Jan. 1919
221.960
166.800
135.058
463.865
61
18

,,

1919
223.497
162.800
138.702
463.396
60

11

,,

1919
245.184
176.800
145.342
462.674
59
4

,,

1919
252.852
177.800
149.907
461.043
59
28 Dec. 1918
243.691
174.800
139.515
465.624
60
21

,,

1918
236.729
167.800
129.116 467.234
61

16 Mrt. 1918
21.714

103.580
546.945
80
17 Mrt. 1917
79.044
60.000
86.300
433.516
73

25 Juli 1914
67.947
14.300
61.686
43.5211)

54
1)
Op
de basi, van
/5 metaaldekking.

Uit de bekendmaking van den Minister v a n Finan-
ciën blijkt, dat uitstonden op:

8
Maart 1919

1
15
Maart 1919

Aan schatkistproinessen
f
248.820.000,-
f
275.820.000,-
waarvan rechtstreekbij
de Ned. Bank geplaatst

65.000.000,- ,, 79.000.000,-
Aan schatkistbiljetten

., 135.868.000,- ., 135.868000
1

Aan zilverbons ………., 60.460.052,- ., 63.010.794,-

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail ontvangen gegevens wordende telegrafisch
bekend geworden totaalcijfers der obligo’s en uitzettingen en het beschikbaar metaalsaldo van latere data opgenomen.

Andere
Data

Goud

Ziiucr

opeischb.
tjetten

schulden

1 Mrt. 1919

332:700
22 Febr. 1919

329.200
15 ,,

1919

326.400

28 Dec. 1918 …….108.017

14.376

197.634

99.237′
21

,,

1918 …….107.414

14.318

196.239

99.801
30 Nov. 1918 …….104.729

14.694

192.493

96.657
23

,,

1918 …….102.967

14.577

192.361

90.850

2 Mrt. 1918 …….86.800

20.778

170.111

64.530

3 1llrt. 1917 …….71.400

22.712

157.271

33.836

25 Juli 1914 ……22.057

31.907

110.172
1
12.634
Wissel.,.
Beschik-

Dek.
Dl.-

bulten

Belee.

leerse

baat

hing.-
als

conto’s

N.-Jnd.

ningen

IC
e-

metaal.

percen.

betaalbaar

ntngen
1

saldo

lage

1 Mrt 1919

210.400

68.200

•*

22 Feb.1919

203.200

69.100
15 ,, 1919

198.000

***

69.700

28Dec. 1918 8.533 18.045 82.954 14.435 63.325

41
21 ,, 1918 8.781 18.033 83.055 15.472 62.813

41
30Nov.1918 8.772 17.778 82.115 17.994 61.893

41
23 ,, 1918 8.965 17.206 81.132 19.754 61.168

42

2 Mrt.1918 8.599 35.652 63.425 25.351 60.911

46

3 Mrt.1917 6.310 35.906 51.385 8.233 56.616

49

25Juli 1914 7.259

6.395 47.934

2.228

4.842
1
) 44
1)
Sluitpost der activa.

9)
Op
de basia van
9/5
metaaldekking.

SURINAAMSCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circulatie
Andere
opeischb.
schulden
Disconto.
Dlv. reke.
ningenl)

11 Jan. 1919

..
1.068
1.722
1
)
1.307
1.319
116
4

,,

1919

. .
1.062
1.7700)

1.282
1.322
98
31 Dec.

1918

..
1.061
1.722
4)

1.289 1.318
153
28

,,

1918

..
1.057
1.727
2)

1.364
1.230
187

12 Jan. 1918

..
619 1.187
1.103 1.116
505
13 Jan. 1917

..
709
1.030
959
977 315

25 Juli

1914

..
645
1.100
560
735
396
1)
Sluitpost der
activa. 5)
Hiervan zilverbons
275
de. gid.
5)
idem
283
dz. gld.
4)
idem
274
de. gid.
5)
idem
284
dz. gid.

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven

van enkele niet wekelijks op
g
enomen bankstaten.

BANK
VAN
ENGELAND.

Voornaamste ‘posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden pond sterling.

Currenci, Notes.
Data

Metaal

CirculaUt

Bedrag
I
Gosdd.
I
Gov. Sec.

12 Mrt. 1919 82.435

71.409 321.140 28.500 301.651
5 ,,

1919

81.251

71.092

318.155 28.500

299.234

26 Febr. 1919 81.628

70.336 314.805 28.500 295.697
19 ,,

1919 81.769

69.567 312.780 28.500 293.650

13 Mrt. 1918 60.085

47.284 223.317. 28.500 198.363

14 Mrt. 1917 53.785

38.073 143.958 28.500 110.776

22 Juli 1914 1 40.164 1 29.317
Dato
Gov.
Sec.
Other
Sec.
Public
Depos.
Other
Depos.
Re.
serve

Dek.
hing.-
percen.
(age
t)

12 Mrt. ’19
55.271
83.584 24.355
125.875 29.476
19,62
5

,,

’19
59.197 84.734 25.702
128.732
28.609
18,52
26 Febr.’19
50.197 83.130 25.824
119.170
29.743
20,51
19

,,

’19
52.235
84.147
30.680
118.333
30.652
20,57

13 Mrt. ’18
56.625
97.604
38.353 128.998
31.251 18,67
14 Mit. ’17
24.081
165.425 86.377
119.114
34.161
16,62

22 juli ’14
11.005
33.633
13.735
42.185
29.297
52
8
!,

1)
Verhouding tuoschen Reserve en Deposito.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens-
kassenscheine, in duizenden Mark.

Dato
Metaal
Daarvan
Goud
Kassen.
ocheine
Circa-
lalte

Dek.
king..
percen.
lage
‘)

28 Febr. 1919
2.266.494
2.245.714 5.932.354
24.102.823
34
22

,,

1919
2.268.239
2.247.371
5.786.252 23.747.102
34 15

1919
2.269.959 2.249.515 5.811.614
23.160.696
34
7

1919
2.276.978 2.252.150
5.781.470
23.665.071
34

2 Mrt.

1918
3.846.692
2.407.691
1.323.063
11.310.828
34
28 Febr. 1917
2.542.919
2.527.315
342.576 7.655.506
38

23 Juli

1914
1.691.398 1.356.857
65.479
1.890.895
93

1)
Dekking
der circulatie door metaal en
Kassenscheine.

Data
Wissel.
Rek. Cr1..

Darlehenskassenscheine

Tot.,al
In k0, 68
uit ge-
de Reicha.
geven
bank

28 Febr. 1919
28.982.397 11.830.636
16.599.700
5.924.000
22

1919
26.553.685
9.893.829
16.256 2110
5.777.700
15

1919
26.729.605 11.994.682 16.260.900
5.802.900
7

1919
26.030.456
11.389.795 16.190.800
5.774.200

2 Mrt,. 1918
13.048.493
6.590.131
7.904.000 1.310.900
28 Febr.1917
8.984.825 4.076.591 3.825.800 330.900

23 Juli

1914
750.892
943.964

1

RUSSISCHE STAATSBANK.

Sedert 5 November 1917 is geen bankstaat verschenen.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste posten in duizenden franes.

Waarvan
I

Te goed

BuiLgew.
Goud

in hel

Zilver

In liet

voorsch.
Buitenland

Buitenland I old. Slaat

9 5.537.954 1.978.308 314.309743.570 21.200.000
9 5.537.264 1.978.308 314.155 777.348 20.900.000 9 5.526.818 1.978.308 313.795 837.404 20.500.000 9 5.524.657 1.978.308 314.382 837.404 20.200.000

14 Mrt.’18 5.370.762 2.037.108 256.205 1.144.040 13.550.000
15 Mrt. ’17 5.168.042 1.946.638 266.623 716.773 9.300.006

23 Juli’14 4.104.390

639.620

Uitge-

Belee-
I
Bankbu!.
1
Rek. 01.

Rek.
Wissels

stelde
Parti.

Cr1.
Wissels

nhng

jel
.
ien

culieren

Staat

1.043.647 970.532 1.200.026 33.234.006 2.715.129 67.480,
1.024.973 976.755 1.211.967 33.091.895 2.570.827 77.199
.
1.062.387 982.431 1.189.078 32.716.470 2.656.533 34.088
1.101.102 988.404 1.192.166 32.492.415 2.648.233 37.582
0


1.064.089 1.110.865 1.175.520 24.744.120 2.598.188 38.801.
483.540 1.281.787 1.228.131 18.361.549 2.443.917 22.517

1.541.080

769.400 5.911.910 942.570 400.590;

SOCITË GÉNÉRALE DE BELGIQUE.’)

Voornaamste posten in duizenden franes.

I

M’etoal_ Beleen.
I
Beleen. I Blnn. I
t
Rek
mci.

I

van

vanwislsCircu-
1
Cr1.

Data

huii,-nl.

huilen!. prom. d.

en

lalle

saldi
saldi

vorder.

orovinc.

heleen.

17Oct. ’48 1.216.753 100.082 480.000 97.728 1.507.912
377.44d
10
,, ‘
’18 1.219.743 100.021 480.000 100.040 1.508.011 382.595
3
,,
’18 1.144.781 100.011 480.000 95.287 1.452.612 358.318 26Sept.’18 1.145.7,78 99.982 480.000 101.783 1.452.948 365.452

18Oct.’17 476.043 90.903 480.000 100.351 1.172.474 91.204
e

19Oct. `161 352.8721 76.033 480.000 39.8341 828.739 110.ci6S
1)
Sedert einde 1914 met de functie van circulatieb,nk belast.

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.
Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Goud
~
voor
Waarvan
dekking
F. R. Notes

Waar-
in
hel bui.
tenland

Zilver
etc.

F
vn
?T0iej in
circu-
latie

St Jan. ’19
2.112.106
1.344.676
5.828
67.540
2.450.72w
24

’19
2.101.317
1.344.099
5.828
67.070
2.466.556
17

’19
2.102.557
1.374.473
5.828 67.594
2.512.973
10

’19
2.094.070 1.322.960
6.828
67.828 2.590.681

1 Febr.’18
1.717.022
801.139
52.500
58.435
1.236.101
2 Febr.’171
795.834
275.909

12.185
l

260.(j30

Data
Wissels
Totaal
Deposilo’s
Waa
an
r- v
Kapitaal

Dek.
kings.
percen-
lage’)
1

latic

Goud.
dekking,.
circu.

31 Jan.

’19 1.882.421

2.350.911

80.913

63,7

52,9-
24

’19 2.046.572

2.396.124

80.820

‘53,6

52,7
1
17

,,

’19 1.874.765

2.406.831

‘80.510

53,4

52,6
10


’19 2.035.972

2.288.248

80812

53,1

52,5

1 Febr.’18

896.583

1.854.486

726
9
0

71,0

77,4
2 Febr. ’17j

107.819

814.443 1

55.725


1)
Verhouding tuoschen: den totalen goudvoorraad, zilver etc., en cle
opeischbare schulden: F. R. Notes en netto depositos met inbegrip van
het
kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET;
FED. RES. STELSEL.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Aantal
Totaal
uitgezetie
Reserve
hij de
1
1

Totaal
Waarvan
lime
banken
gelden en
F. R. banks
1

depositos
depostis
beleggingen

24 Jan. ’19

768 13.799.204 1.275.502 12.070.774 1.587.086
17

’19 ‘765 13.863.284 1.298.009 12.333.97?4 1.603.005
10
,,
’19

769 13.658.655 1.295.723 12.130.850 1.565.326
3
,,
’19

757 13.636.545 1.293.051 12.070.599 1.616.620

25Jan.
1
181 671 111.527.0481 1.199.201110.777.1541 1.399.748

EFFECTENBEURZEr.

Amsterdam, 15 Maart 1919.

De felle uitbarstingen hn de uiterst-linksche groepen
te Berlijn zijn in de afgeloopen week gaandeweg mindet
hevig geworden, om ten slotte geheel te eindigen. Volgens
de laatst ingekomen berichten heeft het er den schijn van,
alsof dc Regeeringstroepen de overwinning op de Sparta.
cuslieden hebben behaald, loewel men over het geheel nog
voor herhalingen vreest. Hieraan ‘is
het
dan ook toe te
seliiijven, dat de beurs te B e r 1 ij n, na de heropening op
13 dezer, niet een zoo geaniméerd aanzien heeft gehad, als
men aanvankelijk wel heeft gedacht.
Na de zakeu-pause was de opening wel vast, doch reeds
spoedig bleek, dat zich vrij groote verkooporders hij banken
en bankiers hadden geconcentreerd, die slechts geleidelijk
plaatsing konden vinden. Vooral op de provinciale beurzen
was dan ook de heropening der Berljnsche effeetenmarkt
goed merkbaar; te Frankfurt a/ktain b.v. en te Hamburg
had de handel zich meer in nauwe overeenstemming met
den gang van zaken in de binnenlandsche politiek ontwik-
keld,
wijl
men daar ie€lereu dag ich aan de steeds wisse-
lende verhoudingen kon aanpassen.
Zeer. sterk de aandacht trok de reactie in den koers der
oorlogsieeningen, welke snel onder de 84 pCt. daalde. Aan-leiding hiertoe waren on.gemotiveerde geruchten, als zonde
de Entente de annuleering der oorlogsschulden hebben ge-
eischt. Vermoedelijk kwam men tot deze onderstelling, wijl
vCrluidde, dat de oor1ogsschattng •aan dè Geassocieerden
in jaarlijksche betalingen
van
10 tot 15 milliard Mark
voiclaail zou moeten worden en dat hieraan gedurende 30
tot 50 jaren alle douane-ontvangsten benevens alle bizon-
dere belastingen dienstbaar gemaakt zouden moeten wor-
den. Alen concludeerde hieruit, .dat de Entente beslag
wenschte te leggen
01)
de bruto-staats-ontvangsten en dat
voor de betaling van den’ dienst der oorlogsleeningen eerst
liet overblijvende gedeelte beschikbaar zou worden gesteld.
Ook blanco-vei-koopen hebben tot de sensationeele daling
medegewerkt, terwijl de achteruitgang der Duitsche valuta
in het neutrale buitenland niet niedcwerkte om aankoopen
in het fonds te .stïmuleeren.
Te L o n d e n is de stemming vrij vast gebleven, voor-
namelijk voor rubberwaai-den. Gewoonlijk wisselt de be-
]angstelling voor deze rubriek ter benrze af met die voor
petroleumwaarden, doch in de achter ons liggende berichts-periode hebben beide soorten
de aandacht van het publiek
kunnen trekken. Toch toont de Engelsche beurs over het
geheel iliet de ontwikkeling, die men van de effectenmarkt
in een overwinnend land zou mogen verwachten. Volgens
dc
bekende statistiek in ,,Bankers Magazine” is de waarde
van 387 fondsen, met een nominale waarde van
£
3424%
mi]lioeu per einde Februari 1919
£
2774 jillioen geweest,
tegen £ 2793 per einde Januari 1919. Debetreffeitde cijfers
voor ultimo Februari
der voorafgaande jaren waren:

1918

1917

1916

1915

1914

£
2620

£
2652

£
2889

£
3092

£
3415

zoodat ook hier het einde van de oorlogsconjunctuur een
zeer ingrijpende wijziging in de waarde van het fondsen-
bezit als geheel heeft te voorschijn geroepen.
Te P a r
ij
s houden vooral de kwesties van
verkeers-
politiek en economische ontwikkeling na den oorlog de
aandacht van de beurs bezig. Omtrent het eerste vraagstuk
verluidt, dat de Fransche Regeeriug er toe wil overgaan
een geheel nieuw net
van
kanalen
door
het laad aan, te
leggen.
VSSr
alles beoogt men een verbetering van het
Canal dii Midi, dc verbinding tusschen de Middellandsche
Zee en den Atlantischen Oceaan. Daarnaast zal met den
bouw
van een zijkanaal der RhOne en van een waterweg tusschcn
de Garonne en de Loire worden begonnen. Voorts bestaan
er plannen tot aanleg van kanalen tusschen Bayonne en
rfoulouse en van Caön (liet centrum der groote ijzerfa-
brieken en ertsmijnen) naar Alençon en le
Mans
en verder
naar de Loire bij Orleans of bij Tours. De
vier groote
riviet-systemen worden op deze
wijze alle onderling en
met
cle voornaamste industriesteden
van het land
in
verbin-
ding gebracht, waardoor ook dc spoorwegen voor eea goed
deel van het vervoer ontlast zullen kunnen worden.
Wat
de economische ontwikkeling betreft, heeft men
vooral het oog gericht op de kleurstoffenindustrie, voor
welke men vroeger geheel van Duitschland afhankelijk was.
Men
hoopt thans in de behoefte van het land aan kunst-
matige indigo, ten beloope van 2000 ton jaarlijks, uit
eigen
kracht te kunnen voorzien. Tot dit doel is reeds in 1917
een groote Franscho maatschappij opgericht, de Compagnie
Nationale de itEatières Colorantes et de Produits Chimiques,
met fr. 40 millioen kapitaal’; teneinde echter intensiever te

294

Data

13 Mrt.’l
6

,,
‘1
27 Feb.’l
20
,,
‘1

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

295

kunnen werken, is thans een fusie aangegaan met de
Soci6td des Produits. Chimiques et colorants français, welke
een kapitaal heeft van 31 millioen francs.
Te N e w Y o r k is de tendens uiterst vast gebleven. V’el-
iswaar waren er enkele berichten, die een ongunstigen in.
vloed op het koerspeil hadden kunnen uitoefenen, b.v. de
staking van havenarbeiders te New York, doch deze invloed
was slechts van uiterst voorbijgaanden aard., Het vooruit-zicht op een meer normaal handelsverkeer met Europa en
ook de vaste wil, dien de Regeering toont ten aanzien ian
een verdere exploitatie van het spoorwegnet, ondanks de
obstructie van den Senaat, hèef t bij het publiek zeer goeden
kooplust wakker geroepen, die gedurende de gansche be-
richtsperiode heeft aangehouden. In de eerste plaats traden
wel industrieele waarden op den voorgrond, als preferente
Hide & Leather, Steels, enz., de laatste ondanks de vermin-
dering der uitstaande orders. De inkomsten der Trust echter
hebben tot nu toe niet hieronder geleden, wijl de oude
orders nog tegen zeer hooge prijzen worden geëffectueerd.
Deze laatste omstandigheid is dan ook vermoedelijk oorzaak
van de buitengewoon vaste houding van het fonds. Ook het
vooruitzicht op een definitieven vrede, nu President Wilson
weder naar Europa is vertrokken, heeft de gemoederen aan
de overzijde van den Oceaan in een optimistische stemming
gebracht.
T e o n z e n t was de stemming voor inheemsche
staats-
fondsen
niet opgewekt te noemen. In het gezicht van de
politiek der tegenwoordige Regeering, welke een emissie
van grooten omvang in het vooruitzicht heeft gesteld en in
verband, met de leeningen, die door verschillende gemeen-
ten, corporaties, enz., aan de markt worden gebracht, heeft
een drang tot realisatie van de staatsleeningen zich aan
onze beurs ontwikkeld, die het koerspeil voortdurend om-
laag heeft gediukt. Ook de Indische leeniugen konden zich
hieraan niet onttrekken.
Buitenlandsche staatsfondsen daarentegen zijn vrij vast
gestemd gebleven. Oostenrijk-Hongaarsche schuldbrieven
varcn in verband met de verbetering der betreffende valuta
tot hoogere prijzen gevraagd, terwijl ook Russen op sommige
dagen een ietwat levendiger tendens aantoonden, vooral
door ruilingen, ondernomen door hen, die thans hoog ge-
noteerde Rt,ssisehe wahrden bezitten en die deze fondsen
verwisselen in gelijke, doch lager genoteerde soorten.

1’lMrt.
14
Mrt.
17 IIrt.
R,g2E

44 0f Necl. W. Sch

1916
90
1
!, 89
5
I3
87’/

2/4
4

0/

,,

,,

,,

1916
83
82
9
!,,
83 33

0/0

,,

,,

,,

70
1
/
700/
4

700/4
._f.
1/4

3

0/

,,

,,

,,
64 1/4
64
6311/,,

7/
10

2

0
/0
Cer.t. N. W. S…..
53
15
/,
53
7
4
53
1
/,
5

0
h
Oost-Indië 1915

. – . .
930/
94
1
1
92/4

11/,
4

0
/
0
Hongarije Goud

. . . .
38
0
/,,
38
1
11
40
+
Vi,,
4

0
/0
Oostenr.Kronenrente
26
1
/,
27
11
ho
28
1
/t
+
2 5

0/

Rusland 1906

……
3914
38’/
39

44
0/0
Iwaogorod Dombr…
28
1
/2
26′!,
281!,

‘/s
4

0/
Rusland Cons.

1880
25
1
/
27
7
!,,
260/2
+
1
1
14
4

0
/0
Rusi. bij Hope
&
Co.
29 30
30
+
1
4

0/

Servië 1895

……..
51′!,
50
1
/6
51’14
+
1/4

43

0
1
China Goud 1898
. .
68’1t
68
7
/8
68
5
8
+ ‘/8
4

0
/0
Japan 1899

……..
69
69
69
4

0/0
Argentinië Buitenl.

545/
s

6421
8

5

°/o
Brazilië

1895
……
72/,
74
‘It
74
‘/
+
1
3
Is
5

0
/0

,,

1913

……
72
73
1
/2
72/,
+ /s

De locale afdeelingen hebben een uiterst levendig en op-gewekt vet

loop gehad. Met uitzondering van de scheep-
vaart- en tabaksafdeeliugen konden alle markten hierin
deden.
Vooral de
petrolenmrnarkt
heeft sterk de aandacht ge-
trokken. Dagen lang reeds was het hoofdfonds, Koninklijke
Petroleum-Mij., op vrijwel denzelfden koers, zich bewegende
om en nabij 600 pCt., verhandeld, toen plotseling zich
P
op-
nieuw go

oote vraag ontwikkelde, waardoor het aandeel zich
tot ver boven dit koersniveau kon verheffen. Directe aan-
leiding hiertoe waren geruchten, dat pritno de maatschappij
de contrôle zou hebben verkregen over de Mexican Eagle
Company, seeundo, dat een groep bankiers en banken een
adres zou richten tot het bestuur van de Vereeniging voor
den Effectenhandel te Amsterdam, teneinde den termijn-
handel in aandeelen Koninklijke Petroleum-Mij; mogelijk
te maken, op den voet als thans de rescontre-handel in
aandeelen N ederlanclsche Handel-Maatschappij geschiedt.
Verdelligd wordt dit voorstel door te wijzen op het groote
risico, dat thans, nu de koers der aandeelen zoo krachtig
is opgèvoerd, verbonden is aan het iederen dag transpor-
tecren van zeer groote bedragen. Bovendien wordt gewezen
op

het gevaarlijke van een eenzijdige hausse-positie, die

bij een handel op contante basis vrijwel niet anders moge-
lijk is. Het gevolg van de publicatie dezer plannen is een
krachtige-3’olrijving van het koerspeil geweest, daar alge-meen nog grootere belangstelling voor aandeelen Konink-
lijke wordt verwacht, indien op ruimere basis aan den
handel kan worden deelgenomen.
In verband hiermede waren ook de met de Koninklijke ge]ieerde groepen, als Dordtsche, Moeara Enim, enz. ‘tot
hoogere prijzen gevraagd. Daarentegen is de belangstelling
voor aandeelen Geconsolideerde Hollandsche Petroleum-Mij.
sterk afgenomen. De rijzing in dit fonds is klaarblijkelijk
voor een goed deel mede veroorzaakt door de markt-tech-
nische positie. Er was nl. een uitgebreide contramine-partij
ontstaan, die bij het voortschrijden der opwaartsche koers-
ontwikkeling tot geforceerde dekkingsaankoopen werd ge-
bracht. Reeds is een enkel faillissement ter beurze van
Amsterdam voor een deel uit deze speculaties ontstaan. Nu
echter deze baisse-osities geleidelijk zijn afgewikkeld, is een sterke stimulans voor verdere verheffing verdwenen.
Het koerspeil kon zich dan ook wel handhaven, doch ver-
toont niet de sensationeele bewegingen van de vorige be-
richtsperiode.
Voorts zijn
cultuur-waarden
in het midden der publieke
belangstelling geplaatst. Reeds in den aanvang der vorige
week verluidde, dat zeer hooge prijzen voor suiker uit oogst 1919 werden ‘betaald en officieel is hiervan ook de bevesti-
ging niet uitgebleven. Bovendien is het plan tot inkrim-
ping van den suikeraanplant thans vrijwel verlaten, of,
mocht het hiertoe nog komen, dan is in ieder geval een
vermindering met 25 pCt. niet te vrebzen. Ook de weers-gesteldheid in Indië werkte mede tot optimistische opvat-
tingen aangaande de naaste toekomst van de cultuur-
ondernemingen. Dientengevolge zijn aandeelen H.V.A.,
Javasche Cultuur-Maatschappij, Cultuur-Maatschappij der
Vot-stenlanden, enz., alle sterk in koers gemonteerd en ver-
laten zij de bericlitsperiode op vrijwel de hoogste prijzen.

llMrt. 14 Mrt. 17 Mrt. dalingot
.
Amsterdamsche Bank
. . .
189 189 189
Ned.Haiidel-Mij.cert.v.aand
182 183
3
/
187
+
Rotterd. Baukvereeniging.

142
143′!,
143′!4
+ i’i,
Amst. Superfosfaatfabriek.

171′!,
169/,
169

2
1
!2
Van Berkel’s Patent
……
158
151’14
15314
—41/4

Insulinde Oliefabriek

. . .
243
1
/
245 243
1
/1
Jurgens’ Ver. Fabr. pr.aand
104
1
/,,
104
1
!3
1041!2

Ned. Scheepsbouw-Mij.
….
182
180
177
3
/

4
1
!4
Philips’ Gloeilampenfabriek
430!3
434
3
!
435
+
3’I,
R.
S.
Stokvis
&
Zonen
. – –
593
1
12
582
1
!2
580

13′!,
Vereenigde Blikfabrieken
137 134
133

4
Compania MercantilArgent
245
250
261
+
16
Cultuur-Mij. d. Vorstenland
150’/4
152/4
150/
+
4
ilandeisver. Amsterdam
– –
423’/2
430 440

+
16
1
!3
Roll.
Transati. Handelsver.

138
137
3
4
136′!,

1′!
Linde Teves
&
Stokvis
223/,
222
3
/
224/,
+ 1
VanNierop&Co’s Handel-Mij
175
174’/
175
Tels
& Co’s
Handel-Mij
. – –
154/,
155 155
+
1
16
Gecons.
Roll.
Petroleum-Mij
270
267
268

2
Kon. Petroleum-Mij .
……
602
609
642
+
40
Orion Petroleum-Mij …….
83
81/4
82’/2

‘It
Steaua Romana Petr.-Mij..
155
1
/
156
159’/
+
4
Amsterdam-Rubber-Mij…..
192
1
/,
190 192
1
/
Nederl.-Rubber-Mij-
…….
108′!,
109
1
!,
111
+
2′!,
Oost-Java-Rubber-Mij…..
242′!,
236
1
!2
239

3
1
!,
Deli-l:taatschappij

……..
515
510!
512

3
Medan-Tabak-Maatschappij
230 233
3
/4
234′!,
+

‘/
Senembah-Maatschappij

.
482
486 488
+
6

In verband met deze beweging zijn ook aandeelen Nader-
landsch-Iudische Handelsbank in groote posten en tot stij-gcnden koers uit de markt genomen.
Tegen het einde der berichtsperiode viel de aandacht
bovendien op aandeelen Compania Mercantil Argentina,
waarvan vet-luidde, dat de betreffende onderneming belast
was met de ravitailleering van Duitschland. Op grond van
deze geruchten waren de aandeelen sterk gevraagd en sloten
zij op het hoogste punt.
De. berichten van de metaalbewerkersstaking hebben nog
niet veel invloed .op de beurs uitgeoefend. Zelfs de groep
der industrieele aandeelen bleef onbewogen.
De
tabaksafdeeling
heeft niet veel aanleiding tot bijzon-dere bespreking gegeven. De stemming was vast, doch dc omzetten waren’ niet van groote beteekenis.
Anders was ‘het gesteld met de
rubberafdecling.
Onder
den invloed ‘van betere prijsmeld-ingcn uit Londen ontwik-
kelde zich hier goede vraag, welke zich echter in hoofd-
zaak op de bijsoorten concentreerde. Zoo trokken aandeelen
Koloniale Rubber-Mij. stei-k de aandacht dooi een krach-

296

ECONOMISCH-STATÎSTISCHE BERICHTEN

19Maart 1919

-tige koersverbetering, welke ‘gemotiveerd werd door ge-
ruchten, dat op deze aandeelen een dividend van 10 pCt.
‘zou worden uitgekeerd. ‘ –
De
scheepvaartafdeeling
was vrijwel verwaarloosd en
meerendeels op lagere koersen.

11Mrt.14Mrt. 17M
r
t.
g
Of
dalin

Holland-Amerika-Lijn – .- – 413
1
/2 411

408

– 5′!,
gem.eig 395 . 392
1
/2 390

– 5
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij. – 305

298

298

– 7


HolI. Alg. AtI. Stoomv.-Mij 161
1
!2′ 161′!2-
Hollandsche Stoomboot-Mij 205

205
1
/ 203/, –
i’i,
Java-China-Japan-Lijn

310

311

309′!2 –
‘1,
Kon. Hollandsche Lloyd .

174
8
I

172/1 173
1
/

– 1
1
,’1
Kon. Néd. Stoomb.-Mij

233
1
!2
234
3
I
231

– 2
1
12
‘Kou. Paketvaart.Mij…..240

240
1
/

240
1
/

+ ‘/
Maatschappij Zeevaart – . — 336

336

336
Nederi. Scheepvaart-Unie. – 251
1
!2 252
8
I8 250/4 – 3/4 1
Nievelt Goudriaan ……510
1/4
509’13 503

– 7’/
Rotterdamsche Lloyd …… 282

280

278
‘1,
– 31/
2
‘I

Stoomv.-Mij.,,Hillegersberg” 298

298

298
,,Nederland”

292

297

294
3
I +
2’I
,,Noordzee” .
– 174

174
8
/

170

– 4
,,Oostzee” .-

387

383

383

-4

– Daarentegen was de
Anserikaensohe afdecling
levendiger
dail langen tijd het geval is geweest. Onder den’ stimulans
van de aanwijzingen uit Wallstreet werden ook hier ter
beurze de voornaamste fondsen tot hoogere prijzen uit de
markt genomen, waarbij wel eens de hoofdmarkt in opti’
mistische opvattingen door ons publiek werd overtroffen.
-Zoo was het opmerkelijk op sommige dagen, dat b.v. pre-ferente Marineshares met een lageren koers uit New York
werden gemeld,, terwijl dit fonds door onze markt hooger
werd gewaas-deerd. De stemming kon tot den laatsten da
der berichtsperiode zeer vast blijven, mede doordat een
spoedig herstel van het telegrafisch verkeer met Amerika
in het vooruitzicht werd gestêld.

11 Mrt. 14 Mrt. 17 Mrt.
Riizing’çf

American Car & Foundry. – 88/8 88/s 87

– 1′!,
Anaconda Copper ……..134,”!,, 135
71

131

– 311/,,
Un. States Steel Corp…..93,

94 ‘ 93 .
Atchison Topeka .
,
…….95I
5
/o
9511,
6
93
1
/2 –
Southern Pacific ………977/
s

98
1
/2

971I2 – 12/8
(

5

11 Mrt.
14 M’rt. 17 Mrt.
Rijzing of
clalin

Union Pacific ————137, 137/6 1348/4 – 31/8
Int.Merc.Marine afgest…..272/
4

28

‘ 28
5
14 + 1
prefs. 1 23’14 123
1
/8 128

+4
8
/4

De
geldrnarlst is
iets stroever geworden, in verband met de eischen door cle nieuwe leeningen gesteld. Prolongatie
4iL4Y pCt.

GOEDERENHANDEL

GRANEN.

18 Maart 1919.

In Engeland wdrdt nog steeds geklaagd over het onglin-
stige weder, dat de bewerking van den grond voor den
voorjaarsuitzaai nog steeds tegenhoudt en ook op het win-
térgraan reeds een ongunstigea invloed begint uit te oefe-
nen. Een korte tijd van droog weder kan echter zeer veel
herstellen.

Uit Noord-Amerika blijven de berichten zeer gunstig
luiden. De uitzaai van zomertarwe belooft nog steeds zeer
groot te zullen worden, gedeeltelijk ten koste van mais.
Deze laatste omstandigheid zal zeker medegewerkt hebben
tot de recente zeer sterke prijsverhooging van’ mais te
Chicago, welke op haar beurt weder heeft geleid tot eene
hervatting van de maïszaken van Argentinië naat- Noord-
Amerika, welke in Februari ibij de toenmaals sterk ge-
daalde Noord-Amerikaansche maisprijzen eenigen tijd heb-
ben stilgestaan. –
De maïsoogst in Argentinië zal waarschijnlijk een aan-
.vang hebben genomen en hef treft slecht, dat hiermede een
vrij sterke regenval in Argentinië samnvalt.
Uit het onlangs gepubliceerde rapport van het Aiheri-
kaansche Landbouw-Bureau blijkt, dat de voorraden tarwe
bij de boeren niet buitengewoon groot zijn en slechts be-

trekkelijk weinig grooter dan het vorige jaar. Dit is eene
bevestiging van de vroegere berichten omtrent het zeer
snelle tempo, waarin de tarwe is ter markt gebracht, doch
wijst miiet op een tegenvaller in de beschik1are Amerikaan-
sche tam

wevoorraden, nu immers’ de zichtbare voorraad in
Elevators, enz. van zoo enormen omvang is. Telkens weder
ontmoet men mde vakbladen berichten van overvloed van
tarne in de uitvoerlanden en ook in Engeland. Slechts het


Noteeringen.

‘-

.

.11
Locoprijzen te
Rotterdam/Amsterdam.


Chicago
Buenos
Ayrea

:r
Soorten.
17 Maart
10 Maart
17Maart
Data
1919
1919 1918
Toru,e
Maîs
1
Haôer

1
Tarwe

Mars
Lijnzaad-
Mei
Mei
Mej
April
April
April
Tarwe (inlandsche) ……
25,-‘)
25,-
1
)

– –

M
15

rt.’19
226

137’/

62’/g’


10,65

4,80

19,25

Rogge (70 Kg. natuur gew.)
28,50′) 28,50′)

8Mrt.’19
226

132’/,

6P/

10,20

4,55

18,80

r
Mais

(La Plata)

……..

400,-
1
)

15

‘1rt.’18
220

125/8

86

12,95

6,55′)

22,40
Gerst (60 Kg. natuur gew.)
23,-
1
)

..

23,-
1
)

15 h’Irt. 1
180
1
!4

108


57
3
/a

14,45

9,60′)

21,80
Haver (38 lb.white clipped)
25,- ‘)

..-

25,- ‘)
20,- ‘)

15 Mrt.16
110’/4

77


451/4

8,70′

5,15′)

12,10
Lijnkoeken

(Noord-Ame-

20 Juli
’14
82

‘)

56
1
/e ‘)

36
1
/
1
)

-9,40
2
)

5,38
2
)

13,70
1)’.
rika van La Plata-zaad)
.

37,50
1
)
37,50
1
)
30,- ‘)
Liiuzaad (inlandsch)
40,-
1
)
40,- ‘)

‘)
per Dec.
‘)per Sept.

‘) per Mei.
,
‘)
Regeeringsprijs.

AANVÖERiN in tons van
166
K.G.
voor
verbruik in Nederland.’

Rotterdam
Amsterdam
,

Totaal

ArU&den.

9-15.
Sedert
Ooereenk:
9-15
Sedert
1Jan. 1919
Ocereenk,
1919 1918
Maart 1919
1Jan.1919
t1jdakl9l8
Maart 1919
1
Udoah19I8

Tarwe ……………..

14.353

.

5.970


20.323



8.690


8.690

. –
– –



– –



Gerst

…………….


Rogge ………………-

aver

……………. .5.056
5.056
R



5.056

Boekweit

………….-
£vl als………………

Lijnznatl

……………



Lijrikoek…. ………..

..
.-_



– –


.-.
..
35.679
– ,.

2.725

10.154



45.833
‘T
arwerneel

………….-
mn
Andere

eelsoorten

..
4.700
10.350
– -m

-.
10.350

– –

AANVOEREN
in
tons
van 1000
K.G.
voor
het Buitenland.


109.286
60.429


109.286

,

60.429

13.216
19.898


13.216

19.898.


Tarwe
…………………

3.547 85.422

.
85.422

– –

Mais

…………………
R
ogge

………………


2O.t5


20.185

Tarwemeel
…………..
(lerst

……………….

‘50.251

,

– –


50.251


Haver

……………….
Andere’meelsoorten
8.561
1

74.529

1

– ‘
74.529

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

297

tekort aait scheepsruimte blijft den toestand beheerschen
en heeft bijvoorbeeld nog altijd tengevolge, dat Engeland
zich vooral blijft voorzien uit de zeer dure Noord-Amen-
kaansche voorraden, zonder over voldoende scheepsruimte
te beschikkeu om ook uit’ de goedkoopere voorraden in
andere streken der wereld te putten. Zoo heeft dezer dagen
de Engelsche Voedsel-I1inister nog laten weten, .dat in dit jaar niet meer dan 1 millioen ton tarwe uit Australië
zal kunnen worden aangevoerd, niettegenstaande daar
zeer veel grootere hoeveelheden beschikbaar zijn en import der goedkoopere Australische tarwe zeker den kostprijs van
het Engelsche brood sterk zou verlagen en eene verminde-
ring te weeg brengen van de enorme verliezen, die de En-
gelsche Staat voortdurend lijdt als toeslag op den lagen
broodprjs. Wij schijnen echter te mogen verwachten, dat de
tarweprjs in Amerika binnen afzienbaren tijd meer in
overeenstemming zal zijn met die in andere deden der
wereld. Nu President Wilson de wet heeft geteeknd, waar-bij aan het Amenikaansche Voedsel-Ministerie een crediet
van een milliard Dollars wordt toegestaan ter voorzienidg
in de verliezen, voortspruitende uit de hooge prijsgar.antie
aan de Amerikaansche verbouwers gegeven, zal het wel
niet lang meer duren, voor de tarwehandel in Amerika
wordt vrijgegeven. Dan kunnen dus van den nieuwen oogst
cle Europeesche landen hun tarwe uit Amerika betrekken,
zonder den tegenwoordigen exorbitanten prijs te betalen. Wanneer dan nog een tekort aan seheepsruimte bestaat is
het vooruitzicht voor de op verderen afstand gelegen landen
met goedkoopere tarwe, die nu nog juist wegens dien lage-ren prijs eenigen uitvoer hebben, weinig bemoedigend. Zij
mogen hopen, dat tegen dien tijd de verwachting van over-
vloedige scheepsruimte in vervulling is gegaan. De omstan-
cligheid, dat nu eindelijk de geallieerden het met Duitsch-
land eens geworden zijn over aanvoer van levensmiddelen, waaronder vooral flinke hoeveelheden graan, zal misschien
ook voor die verder verwijderde landen den toestand iets
verbeteren. Ook ziet het er naar uit, alsof deze overeen-
komst ook aan den handel weder werk zal geven. Het her-
stel van den handel gaat trouwens nog geregeld voort en
dagelijks verneemt men de opheffing van Regeeningsmaat-
regelen, die hem reeds zoo langen tijd aan banden hebben
gelegd.
In Noord-Amerika heeft de zeer vaste stemming van ver-
schillende graansoorten zich in de afgeloopen week verder
ontwikkeld en niet alleen van maïs, doch ook van haver,
rogge en gerst zijn de prijzen belangrijk verhbogd. De spoe-
dig verwachte grootere uitvoer naar Duitschiand en Oos-
tenrijk zal daartoe zeker hebben meegewerkt.

In Argentinië schijnt zich echter deze reden van prijs-
verhooging nog nauwelijks te doen gevoelen. Wel zijn de
prijzen iets verbeterd, doch van eene beweging als in Noord-
Amerika is geen sprake. De nog steeds voortdurende sta-
kingen in Argentinië werken belemmereud op den uitvoer. Zoo mag het voornamelijk daaraan worden toegeschreven,
dat cle verscheping van lijuzaaci van Argentinië naar Noord-
Amerika in de laatste weken vrijwel geheel is gestaakt. Zeer vaste stemming in Amerika is daarvan het gevolg
geweest.

N e d e r 1 a n d. Wij hebben reeds eenige malen de ge-
legenheid gehad te spreken over de vrijheid, geboden aan
den Neclerlandschen graanhandel, om naast de Regeering
een gedeelte der aan ons land toegestane rautsoenen aan
te voeren. De importeurs ondervinden echter groote moei-
lijkheclen bij het verkrijgen van scheepsruimte teneinde van
die vrijheid gebruik te maken, doch in de afgeloopen week
is hierin eenige verbetering gekomen en een aantal booten
is voor belading met voedergraan en koeken naar Neder-
land bevracht. ])aarmede heeft dus de handel een belang-rijken stap voorwaarts kunnen doen op den weg naar zijn
herstel. Reeds zijn zaken gedaan in lijukoeken voor
f 30
per 100 K.G. en ook iu andere artikelen mogen binnen af-
zienbarea tijd zakeit worden verwacht. Tot voor enkele
dagen waren slechts van Noord-Amerika zulke zaken prac-
tisch mogelijk, doch onlangs is ook voor denhandel van
Argentinië de gelegenheid voor import door particulieren
opengesteld. De Wheat Executive te Londen heeft hare
contröle over den graanuitvoer uit Argentinië verzacht en
wanneer het nu gelukt ook van Zuid-Amerika scheeps-
ruimte te verkrijgen, kunnen door den handel ook weder
La Plata-granen naar hiel- worden verscheept. De N.O.T.
geeft zich bij hare verleeningen der invoerconsenteu groote
moeite om den handel zoo weinig mogelijk last te veroor-
zaken en de consenten worden met prijzenswaardige snel-
heid gegeven. Volgens onze indrukken zijn de klachten,
die over de langzame werkwijze der N.O.T. in den laatsten
tijd hier en daar zijn geuit, volkomen ongegrond.

SUIKER.

Volgens F. 0. Licht zijn de zichtbare voorraden als volgt:
1919
1918 1917

Duitschiand
1

Sept.
‘)
240.000.
400.000*
250.000* tons
Oostenrijk
1

‘)
200.000*
250.000*
305.000*
Frankrijk
1

1)
35.000* 40.000*
39.012
Nederland
15 Febr.
77.964
131.949
162.644
België
1

Sept.
1)
48.500*
50.539
13.824
Engeland
1 Febr.
377.992
186.671
132.438

Totaal Europa

979.456 1.059.159

902.918 tons
V. S. v. N. .A. 1 Jan.

9.852

6.4 14

53.155
Cubahavens 27

180.531
e
258.649

143.684

Totaal ……1.169.839 1.324.222 1.099.757 tons
• Raining.
1)
1918i17116.

De Engelsche Board of Trade statistiek per ulto Febr.
is als volgt.
Fe1r.
1919
Febr.
1918 1919
Jan/Febr.
1918
Import Riet

36.397

98.972 105.410 170.873 tons
Biet

5.252

7.313
Geraffin.

27.851

1.645 40.761

7.617

Totaal.. -.

64.248

105.869 146.171 185.803tons
Voorr. in entrepot 280.800

163.350 –


– ,,

raffin.

18.600

29.050


rod. raffin.

65.987

52.508 133.649 114.204
Tot. binnenl. verbr. 109462

68814 198 668 162.925

• In Frankrijk werden de prijzen voor beetwortels als
volgt vastgesteld:
Fcs. 70.50 per ton basis 7
0

78.50 ,,

,,

8
0

,,

76.50

,,

,, telquel,
hetgeen eene verlaging van Fcs. 3’/2 beteekent. De prijs
voor witte suiker bedraagt thans Fes. 97.- per 100 K.G.
en is dus met Fcs. 8.- verlaagd. Overigens wordt ook in
Frankrijk de strooming voor een vrijgeven van den import van suiker hoe langer hoe krachtiger.
Over den vermoedelijken uitzaai in Duitsehland en Bohemen werd nog niets naders bekend, doch rekent
men voor Bohemen over het algemeen op eenige vermindering.

Op Cuba worden de oogstwerkzaamheden eenigszins
belemmerd door stakingen onder het werkvolk. De statistiek
is als volgt:
1919

1918

1917

Ontv. der week tot 1Maart 167.980 153.558 148.000 tons
Totaal sedert 1 Dec. 1.1. . . 1.086.333 1.089.570 963.153
Werkende fabrieken ……190

194


Ezp. d. week tot 8 Febr… 92.212 60.718 68.227 tons
Totaal sedert 1 Jan. 1.1… 295.600 233.983 276.140
Totaal voorraad 10 Febr. . – – 302.086 429.377 252.048
De Intergeallieerde Commissie heeft vergunning verleend
tot .den invoer in N e d e r 1 a n d van 50.000 tons suiker voor het jaar gerekend van 1 October 1918 tot 1 October
1919.
Over het vraagstuk der inkrimping van den suikerrietaau.
plant op J a v a verschenen in de Nederlandsche dagbladen
gedurende de afgeloopen week weder tal van berichten uit
‘Iidië, alwaar dit belangrijke onderwerp in -den volksraad
werd besproken. De Ned. md. Regeering staat op het stand-
punt, dat geen inkrimping zal voorgeschreven worden, in.
dien van Engeland, resp. Britsch-Indië, vergunning ver-
kregen kan worden tot invoer van 120.000 tons Rangoon.
rijst en dat, wanneer de mededeeling van den Necleri. Con-
stil-generaal te Calcutta juist is en Britsch-Iudië slechts
20.000 tons vast belooft en verdere 40000 tons in uitzicht
stelt, de inkrimping van den aanplant 121% .pCt. zal be-
dragen.
Intusschen blijft de suikermarkt op Java zeer vast en
vonden verdere belangrijke afdoeningen plaats tot stijgende
prijzen. Zoo werd voor Mei/Juni-levering Superieur uit den
nieuwen oogst
f 171%,
voor Juli-levering
f17
en voor
latere levering
f
161% eerste kosten betaald. No. 16 en h.
wefd tot
f
15 verhandeld. Van Superieur uit den ouden
oogst wordt eene transactie tot
f
181% f.o.b. gemeld. Met
het geleidelijk herstel van liet zeeverkeer vermeerdert ook
ove’ral de vraag naar import van suiker, doch zijn Java-
prijzen thans vrijwel op de grens aangekomen, waarop zij
met Cuba en Amerika kunnen concurreereu, tenzij vrachten spoedig nog veel lager gaan. ilet in de dagbladen verspreide
bericht als zoude de rijzing van Javasuiker verband hou-
den met den veel kleineren oogst in Britsch-Indië is on-
juist, aangezien het inferieure goedkoope binnenlandsche
product aldaar niet geremplaceerd kan worden door aan-voeren van de goede doch zeer dure Javasuiker. Integen-
deel is te verwachten, dat de invoer van Javasuiker in

298

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

Britsch-Indië op de tegenwoordige prijsbasis kleiner zal
zijn dan in de voorafgaande jaren. De suikerconsrnnptie in
Britsch-Inr.lië is bijzonder elastisch en richt zich geheel
naar den prijsstan.d.

RUBBER.

1
Ofschoon de prijzen te Londen in de afgeloopen week
weder wat lager waren, vond er een belangrijke handel plaats, zoowel voor levering 1918 als begin 1919. Piijii
ze
voor prima Crpe loco daalden tot 1/
1
1’/, waarna deze
zich echter weder vat konden herstellen.

.
De markt sluit op de volgende noteeringen:

prima crpe loco …….. .2/’/

einde voorafg.week 2—’/2
Apr/Juni ..
21-_’/4
Apr./Dec ……….
.2/

1′!
Juli/Dec ….. 2.1
Jan/Juni .. 211
1
/4 Jan./Juni ……..2/1′!,
smoked sheets
‘!
4
d. lager. sni. sheets
1/
A
1/
d. lager.
hard cure fiue Para……. 2/4’h Para …………
2/4’/

KOFFIE.

(Mededeeling vnu de Makelaars G. Duuring & Zoon, Kolf
& Witkamp en Leonard Jacobson.& Zonen).

Noteeriugen en voorraden.

Rio

Santo.,
Data

1

Wlclkoeu.
Voorraad

Prijs

Voorraad

Prijs

1.5Maartl9l9j 650.000 11.100 3.968.000 13.200

13
1
!,,
8

,, 1919

667.000 10.950 3.898.000 13.300

13
5
!,,
1

1919

674.000 10.900 4.086.000 13.200

13′!,,
151faartl9l8l 754.000

4.300 4.163.000 4.200

133/s 1

Ontvangsten.

.

1

Rio

Santo,
Data

.4fgeloo pen

Sedert

,Afge!oo
pen

Sedert
week

.
1 Juli

week

1
Juli

15 Maart 1919 ..

28.000 1.246.000 129000. 5.773.000
15 Maart 1918 . –

41.000 2.209.000
1
143.000 110.331.000

KATOEN.

Marktbericht van de Heeren Sir Jacob Behrens & Sons,

Manchester, d.d. 26 Februari 1919.

Hoewel de prijzen van Amerikaansche katoen deze week,
zeer gefluctueerd hebben sluit de markt toch nog weer hoo-
ger, ook al tengevolge van de minder gunstige berichten
over de nieuwe oogstvooruitzichten, doordat tengevolge van
het natte veer de grondbewerking nogal vertr’aagd was.
In Liverpool is de vraag naar loco-katoen toegenomen en
de houders toouen minder neiging op den tegenwoordigen
prijs te verkoopen. Er is niets nieuws, to vermelden aan-
gaande Egyptische katoen. .
De vraag naar Amerikaansche garens, die in de laatste
veertien dagen zeer verbeterd, was, schijnt weer wat te’
verminderen. De fabrikanten hebben ongetwijfeld hunne
directe behoeften gedekt en wachten nu de verdere ont-
wikkeling af: ‘maai de gedane zaken hebben in elk geval
de markt vaster gemaakt en er is minder onregelmatigheid
in de noteeringen. Er is nog veel belangstelling, zoodat
belangrijke zaken gedaan kunnen worden, zoodra de koo-
pels den juisten tijd hiervoor gekomen achten. Het feit,
dat sedert eenige maanden iedereen in den handel met
koopen wacht, is zeer zeker een ,,hausse”-factor in den
toestand. Ongelukkigerwijze werken de groote dalingen in
katoenfutures der laatste maanden als een afschrikmidel en moedigen koopers aan, tot het laatste toe te wachten:
maar elke flinke verbetering in de vraag zou den heelen te-
stand weldra verauderen en men zou het dan betreuren
niet eerder gekocht te hebben. Er is niet veel vraag naar
Egyptische garens en de prijzen zijn weer lager. –
De doekmaikt is niet zoo gunstig als in het begin van
de maand voorspeld werd en er is een. gedecideerde st
,
il-
stand in de vraag van China. Er is niets nieuws te be-
richten van Indië; eeuige kleine afsluitingen in lichte
gebleekte shirtings werden vermeld. De kleinere markten
en de binnenlandsche handel blijven regelmatig doorkoopen,
maar er is een algemeen gebrek aan vertrouwen.

19
Febr. 26 Febr.

19
Febr 26 F
e
b,:.

Liverpoolnoteeringen (loco) T.T.op Indië.. .. 1/6 116
FG.F. Sakellaridis 27,09 27,09 T.T,op Hongkong 3/1′!, 3/1
G.F. No. 1 Oomra 14,69 13,70 T.T.opShanghai 4/9
Manchester, d.d. 5. Maart 1919.

Prijzen van Amerikaansche katoen zijn gedurende de
week weer gedaald in verband methet bericht, dat de uit
voer van ruwe katoen naar de_vijandelijke landen niet zal
worden toegestaan, voordat de vrede geteekeuci is. Boven-
dien zegt men, dat men in Amerika met cle grondbewerking
zes weken ten achter is, terwijl hoitders van voorraclige
katoen ook niet op de tegenwoordige prijzen. wenschen te
verkoopen. Er is. trouwens ook niet veel vraag van spin-
nerszijde en wordt er alleen voor directe behoefte of voor
dkking gekocht. De prijs van Egy.ptische katoen is onver-
anderd.
De laatste dagen is er in Amerikaansche garens wel iets
meer gedaan, maar spinners hebben hunne prijzen opnieuw
moeten verlagen. Over het algemeen gaat er nog weinig
om en export-orders ontbreken geheel, zoodat de geprodu-
ceerde garens alleen door de Engelsche weverijen moeten
worden afgenomen, terwijl deze zelf gebrek aan orders
lebben. Deze toestand zal wel niet verbeteren, voordat de internationale liaiidel weer hervat zal kunnen worden.
De doekmarkt toont geen verbetering. Alleen in ruwe en
gebleekte shirtings voor China is voor .spoedige levering
nog vat gedaan. Er zijn ook veel aanvragen yan Indië,
maar tot nu toe zijn de limites te laag• en de tegenwoor-
dige verkoopprijzen op de Indische markten zijn ook niet erg animeerend voor exporteurs. Er zijn voor de kleinere markten wel enkele zaken gedaan en
ook
de binnenland-
sche vraag is nog zeer voldoeûde.

26 Febr. 5 Maart

26 Febr. 5 Maart

Liverpoolnoteeringen (loco) . T.T.opindië ….1/6

116
F.G.F. Sakellaridis 27,09 27,09 T.T.opHongkoog 3/1

3
1
1

G.F. No. 1 Oomra 13,70 13,70 T.Lop Shanghai 418

417
1
!2

Noteeringen voor Loco-Katoen.
(Middling Uplauda).

..-
I7M,L1910Mr1.19
3Mrt.I9
I8MCLl81

17M,t.I7

New York voor
Middling

..
28,60 c’)
27,15 c
26,25e
34,30 c
18,20 c
New Orleans
voor Middling
27,500)
27,25e
26,— ‘e

32,63e 17,63e
Liverp. v. Good
Midd.Texas..
16,39 d
15,88 d
17,30 d
24,17 d’)
12,08 d’)

0
15 Maart 1919.
‘) Good Mïddling Amer.
‘) 16 Maart ’17 Middling Amer.

Ontvangsten in, en uitvoeren van Anierikaansche haveus.
(In duizendtallen balen.)

1
1
A,,g.’18

m
Ooereenkoattge perioden
tot
14Maart’19 1917-18
1
1916-17

4262. }4911

} 6004

1749

2056
3309

847

1672

268

428

Voorraden in duizendtalkn
14Maart
191
15Maart
18
I6MaartI7

Amerik. havens ………..1299

1523

1250
Binnenland …………..
.1458

1172

1083
New York

133

146
New Orleans

457

421
Liverpool ……………491 ‘)

474

785
1) 15 Maart ’19.

VETTEN EN OLIËN.
Zooals bekend, werden enkele vetsmelters, welke niet
voor de Regeering gewerkt hadden zoowel als handelaren
wier vroeger bedrijf het was eetvetten te detailleeren, in
-de gelegenheid gesteld kleine kwantiteiten op aflading te
koopen en werden dan hiervoor door de N.O.T. import-
licences verleend, in vei-houding tot den omvang van hunne
zaken.
Aangezien ‘cle Regeeriug gebonden is aan het bekende
bij ,,agreeineut” toegestane rantsoen van 80.000 tons voor
alle yetten (zoowel eetbare als technische), waarvan zij
zelve een overwegend groot deel noodig heeft voor hare Margarine-distributie, kan er van groote ,,vrijgevigheid”
bij de N.O.T. nog geen sprake zijn.
(Wij veronderstellen als bekend, dat varkensvetten en
andere varkensproducten buiten, het agreement-rantsoen
vallen, en elezë dus op N.O.T.-condities in onbeperkte .hoe-
veelheden kunnen worden geïmporteerd).

Ontvangsten Gulf-Havens..

,,

Atlant. Havens
Uitvoer naar Gr. Brittannië

,,

,,

‘t Vasteland.
Japan etc…

19 Maart 1919

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

299

Wordt echter over het voor bovengenoemde ompakkers
en handelaren beschikbare kleine gedeelte niet ten volle
gedisponeerd, dan komt weder eene volgende categorie aan.
de beurt, en wel in de eerste plaats die smelters, welke
gedurende den oorlog wel voor de Regeering werkten.
Wat de vetten voor technische doeleinden betreft, zoo kunnen hiervan door verbruikers – in verhouding tot den
omvang van hun bedrijf – beperkte hoeveelheden worden
geïmporteerd op NO.T.-condities.
Het is thans nog niet met ook maar dénige beslistheid
te zeggen of bij de teekening van den voorloopigen Vrede
– einde Maart begin April verwacht – de blokkade ge-
heel zal kunnen worden opgeheven. Evenmin is het beslist
of dan de rantsoeneeringen zullen komen te vervallen. In het laatste geval zoude men clan weder natuurlijk zonder
eenige beperking van kwantiteit kunnen koopen.
Wij geven hieronder eenige noteeringen, e.i.f. Rotterdam
N.O.T.-condities, indien niet speciaal anders er bij vermeld.
01 e o – Ma r ga r i n e. Dit artikel is feitelijk nog te
duur in verhouding tot andere vetten. Dientengevolge zal
er ook geen import-licence voor worden aangevraagd zoo-
lang zulks niet anders wordt. De noteeringea zijn:
Oleo-Margariue ,,Extra’s” …………..
f
178,-
mooie Iie soort ……..
soorten …………

,,

………..

140,-
alles van Noord-Amerika.
Zuid-Amerik. Ie soort: $ 45 f.o.b. Buenos-Ayres.
P r e m i e r- J u s. Ook hiervan is de Noord-Amerikaan.
sche niet aangeboden, althans niet tot raisonnabelen prijs.
Voor Zuid-Amer.ik. Ie soort biedt men . .
f
115,— c.i.f.

Iie

,,

,,

,,

. .

,, 112,-
C
00
k in g f a t in kisten eu vaten. Hiervoor is succes-
sievelijk
f
115,—,
f
120,—. en
f
125,— betaald. Enkele
importeurs. willen verdere biedingen van
f
115,— gaarne
seinen.
N e is t r a II a r d. Men denkt ad
f
186,— te kunnen
koopea van le consignnties, welke 24 er. per ,,Cape
Romaine” van. Amerika afgaan.
P u r eI a r
cl.
Hiervan worden zendingen verwacht per
,,Cape Romaine” en per s.s. ,,Ingold” (laatstgenoemde boot
ging 15 er. van Baltimore) waarvoor biedingen van
f
187,-
te probeeren zijn.
Op aflading c.i.f. hier is de noteering
f
180,—.
01 e o – S t e a r i n e noteert
f
89,— e.i.f. Rotterdam.

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.

15 Maart 1919. De Nederlandsche regeering betaalde voor
zwaar traan van Noord-Amerika
f
45 per ton voor de
eerste 2000 ton en
f’25
voor de rest; van San Lorenzo
t
4
maal dezevrachten .met f2,50 reductie van Buenos-
Ayres en La Plata, t.w.
f
65 voor de eerste 2000 ton en
f
35 voor de meerdere. In de vrije markt weiden aanzien-
lijk hoogere vrachteijfers besteed.
De Centralen zullen maandelijks 370:000 ton graan en
vet krijgen; het vervoer zal gedeeltelijk geschieden door
tot dusver in Duitschiand en neutrale havens stilliggeucle
schepen.
Kolenvrachten waren in Engeland vast; alleen kon de
Inter-Allied Chartering Committee de vrachten belangrijk
drukken bij enige booten, z.g. lame ducks. Zoo moest een
op de Black List voorkomende boot met 28/- naar Bordeaux
genoegen nemen, terwijl de loopende vracht 54/- bedroeg.
Naar Port Said moest een boot 20/- aannemen, daar deze
anders niet vrijgegeven zou worden.
Het gebrek aan scheepsruimte blijft nijpend. Zwarte
lijst booten konden emplooi vinden; ze zouden voor den
duur der reis van de hinderlijke bepalingen ontheven wor-
den. De reederijen gingen echter over ‘t algemeen niet in op de aanbiedingen, omdat ze, nu de ruimte blijkt noodig
te zijn, de geallieerden op hun beurt op hun zwarte lijst
schijnen te plaatsen.

GRAAN.

Data

Petra
grod
Londen!
R’Jam

Odesso
Rolter-
Jam

Au.
Kust
Ver. Sloten San Lorenzo
Rotte,-

l

Brtjtol
Rotte,
,

1 Enge.
4
dam
Kanaal
dam
1

land

10/15 Maart 1919


16/- ‘)
151-
f90.-‘)
1201-
3/8

,,

1919


16/-
1
)
15/-
,,90.._
1
)
.110/-
11/16 Maart 1918



501-

200/-
f2117 Maart 1917


f17,—
30/-

132/6
Juli

1914
lid.
713
1/11
1
1
1111
1
4
12/-

12/-

KOLEN.

Data

Cardif
Oostk. Engeland

Bor-
deaux Genua
Said Plato
Rotter-
dom
I

Gothen.
burg
Rtoter

10115 Mrt. 1919

281-
47/6

50!-

47/6

f
10

Kr.45
3/8

,,

1919

541-
4716

52/6
501-

10

,,

50
11/16 Mrt. 1918

69/-
101/3


1201-

45
1217 Mrt. 1917

511-
10113

100/-
100/-

Juli 1914 fr. 7,—
7/-

713
14/6

3/2

4/-

Graan Peroqradpes- quarter
van 490 11,. zwaar,
Odenape’ Unit, Ver. Staten
je quarter van 480 tIn, zwaar.
”Ove,’ige noteeringen per ton
van
1015
..O.
0
t)
Voor regeeringsvrachteu zie overzicht.

RIJN VAART.

Week van 10 tot 17 Maart 1919.

Gedurende de afgeloopen week was de toestand in de laad-
havens aan den Rijn nog deielfde als de vorige week ten-
gevolge van het niet hervatten van het werk in de mijnen.
Er werd derhalve slechts zeer weinig verladen en was er
ook weinig aanbod van sleepwerk.
De vrachtnoteering van Duisburg naar Mannheim was
Mk. 2.50 per ton, terwijl het sleeploon varieerde tussehen
19 en 16
1
/2
pf. per Ceotner.
Cauber Pegel wees einde der week 2,30 Mtr. aan.
• Van Rotterdam naar Ruhrort werd niets bevracht. De
levensmiddelen, bestemd voor de troepen in het bezette
gebied, worden nog steeds door Duitsche schepen gevaren-
en gesleept. Yracht werd niet genoteerd, terwijl voor een
enkel schip, dat naar Ruhrort gesleept werd, het 50-cents-
tarief + 80170 cents per last werd betaald.

ADVERTENTIËN

De N.V. Ne-derlandsche Huistelefoon-Makschappli

ROTTERDAM

‘s-GRAVENHAGE

GRONINGEN

Telefoon 3600

Telefoon H 280, 300

Telefoon 1555

AMSTERDAM

LEEUWARDEN

ARNHEM –

Telefoon N 5580

Telefoon 2723

levert uit voorraad
TELEFOON-, SCHEL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en koop.

• Herstlt en onderhoudt onder garantie ook alle niet door haar uitgevoerde installaties.

PROSPECTUS GRATIS.

300

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Maart 1919

NÈDERLÂNDSCHE GRONDBRIEFBANK KONINKLIJKE

HEERENGRACHT 495, AMSTERDAM

HOLLANDSCHE pCt. Obligatiön (Grondbrieven)

Gecertificeerd door de Centrale Trust.Compagnie

LLOYD
5

Verkrijgbaar in stukken van
f 2500,—, fl000,—, f 500,—
en
f 100,-

op elk goed effectenkantoor

AMSTERDAM

GEBRÖEDERS CHABOT

Geregelde Passagiers- en

Vrachtdienst met nieuwe,

ROTTERDAM

moderne post-stoomschepen

TUSSCHEN

KASSIËRS en MAKELAARS in ASSURANTIËN

AMSTERDAM
Deposito’s. – Rekening-Courant. – Franco Chèque-Rekening.

Aan- en Verkoop van Wissels op het BuitenlandJf— Aan- en Ver-

•.

EN

koop van Fondsen. – Bewaarneming en Administratie van Eecten.
ZUID-AMERIKA

VIA
Ooriogs-, Tznsport., Casco-, Brand-, Diefstal- e. a. verzekeringen

van eiken aard.

CORUA, VIO, LISSABON, LAS PALMAS.

Reeders en Cargadoors

GEBR.
VA
N
UDEN.
Bevrachtingsagenten

Expediteurs

KOOP en VERKOOP VAN SCHEPEN

ROTTERDAM • AMSTERDAM –
ZAANDAM

Telegram-Adres: ,,VANUDEN’

Economisch=Statistische
Berichten

Te Koop gevraagd:

Exemplaren Nr. 91, 95

en 96 van jaargang 1917.

Aanbieding Secretariaat Economisch-
Statistische Berichten, Pieter de Hoogh’
weg 122, Rotterdam.

Eerste Nederlandsche

Hypotheekbriefbank

‘S-GRAVEN HAGE
Lange Vijverberg 9

Tel.-Adr. Briebank
Int. Tel. 722 (Haag)

De 1) 1 R E C T 1 E bericht, dat het
DIVIDEND
over
1918
bedraagt
16 pCt.,
zoodat betaalbaar zijn cle
Dividend.
bewijzen No, 21,
van de aandeelen No. T tot en met
1000 met f32,—,
van de aandeelen No. la tot en met
500a met f16,—,
te ‘s-Gravenhage, ten Hoofdkantore
der Bank, Lange Vijverberg 0; te Amsterdam, bij de ASSOCIATIE-
CASSA;
te Rotterdam, bij MARX & Co.’s
BANK,
en verder bij hare Correspondenten.

HE’LDRING & PIERSON.

S
BANKIERS

‘s-Graven hage, Korte Vijverberg, hoek Doelenstraat.

KLUISINRICHTING.

Bewaarpiats voor Koffers met waardevolien inhoud en

EIGEN BRANDKASTEN.
Verzekering tegen alle gevaren aan bewaargeving verbonden.

N.V,,O1iefabriek van Dongen”

TE BLITAR.

Vertegewoordiger A. G. A. VAN DER VELDE,

t;

leplaan 21, Den Haag.

VEREENIGDE CHEMISCHE FABRIEKEN

Telefoon: 2053, 2072 en 2073

Hoofdkantoor: Haringvliet No. 100

Telegram-Adres: ,,RODUMA”

ROTTERDAM

• KUNSTMESTSTOFFEN

Fabrieken te: KRALINGSCHEVEER, ZWIJNDRECHT en GRONINGEN

VAN DEN BERGHS, LimiT
*
E’D

Margarine-Fabrikanten, Rotterdam

Auteur