Ga direct naar de content

Jrg. 30, editie 1480

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 20 1945

A
UTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Econo-m—ischmwSta”tistische

Berichte
,
n

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN
EN VERKEER

UITGAVE VAN HET NËDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT

30E
JAARGANG

DONDERDAG 20 SEPTEMBER 1945

– No. 1480

COMMISSIE VAN RÉDACTIE:

J. F. ten Doesschate; N. J. Polak;
J. Tinbergen; H. M. H. A. van der Valk; P. de Vries;

M. F. J.

Cool (Redacteur-Secretaris).

H. W. Lambers – Adjunct-Secretaris.

‘Abonnementen kunnen ingaa&met elk nummer en slechts
worden beëindigd per ultimo van het kalenderjaar.
Donateurs en leden van het Nederlandsch Economisch
Instituut ontvangen het blad gratis en genieten een reductie

op de verdere publicaties.
Adreswijzigin gen op te geven aan de administratie.

Administratie: Nieuwe Binnenweg 175a, Rotterdam (C.).

Telefoon 38340.” Giro 8408.

Aan geteekende stukken aan het Bijkantoor Museum park,

Rotterdam (C.).

Alle correspondentie betreffende advertenties ie richten
aan de Pa. H. A. M. Roelants, Lange Haven 141,

Schiedam. (Tel. 69300, toestel 6).

INROUI):

Blz.

De aanstaande geidzuivering door
Prof: Dr. G. M.

Verrjn

Stuart

…………………………110

De houtvoorziening van Nederland door
J. W. Gong-

grijp

………………………………112

Arbeidsmarktpolitiek in verband met nood- en

herstelplaii II door
Ir. A. N. van MilI ……….115

De bedrijfsorganisatie op ecu kruispunt donr
A. van

Wijnen
………………………………..
117

Geld- en Kapitaalmarkt ……………………
118

Aanteekeningen!

Bericht van de Kamer van Koophandel en Fa-
brieken voor Zuid-Holland te Rotterdam ……..
118

Ontvangen boeken en brochures …………….
119

Statistieken:
Voornaamste posten in duizenden guldens van De

Nederlandsche Bank

…………………..
119

DEZER DAGEN

werd de geldsliuier opgelicht. En ditmaal niet slechts
een tip van den gluier. Neen, hij wordt geheel weggehaald;
niets rest, dan een paar kleine biljetten –
f
10. per
persoon – om onze nooddruft te dekken. Zelden zal een
regeeringsmaatregel zooveel begrip hebben gevonden.
Er is voldoening over het cloortasten en nog meer leed-
vermaak. Natuurlijk’ wprden’ prompt weer . ,,zwarte”
prijzen geciteerd voör de niiiwe biljetten; of zij ook be-
taald worden, weet de redacfe – die biten deze trans-

acties staat

niet. Diegenen, die zich laten verlokken,
hh, door alphabetische redenen vroegtijdig verkregen,

n1uwe geld af te staan, mogen bedenken, dat zij misschien
langer dan een week zich zonder geld zullen moeten be-

helpen. Niemand immers,
ZOU
er de Regeering een verwijt van kunnen maken, indien, gezien de geweldige technische

moeilijkheden, de eerste loonbetaling in nieuw geld een
paar
,
dagen vertraging ondervond.

Behalve(e geldzuivering zijn er meer teekenen,(d’at
weer iets begint te lijken in Nederland. Universiteiten
en Hoogescholen Zijn deze week heropend. Ook de eco-
nomische. Hiërmede is een kernpunt voor den weder-
opbouw in begin van uitvoering gekomen.. De vraag naar
geschoolde krachten op economisc) gebied is momenteel
zeer groot. Niet alleen in ons land. In Engeland heeft de
faculteitsindeeling ertoe geleid, dat economisten onder de
studeerenden vielen, die voor legerdienst werden opge-
ioepen. De doceerenden in de economie, op hun beurt,
werden aan de instellingen van hooger onderwijs onttrok-

ken om belangrijke functies in de organisatie van het
economisch leven te vervullen. Zooals ,,The Economist”
droog opmerkt: ,,De leerlingen varen onnut en de leeraren
te nuttig”. Zoodoende is er in Engeland een groot gebrek
aan geschoolde economisten. Berichten van dezelfden
aard komen uit Amerika, waar van een ,,boom in research”
wordt gesproken. Dë situatie is(ar zoo, dat men vreest,

dat de toepassing der wetenschap ten behoeve van het
dagelijksch leven zooveel aandacht zal vragen, dat de ont-
wikkeling der wetenschap gevaar loopt. Het ware zeker
te betrëuren, indien deze gang van zaken ertoe zou leiden,
dat de meest geschikten zich voor wetenschappelijke
functies niet meer ter beschikking kunnen stellen. Het

doordenken van de problemen en het opleiden daartoe
is onmisbaar. Het spreekt dus vanzelf, dat ook in Neder-
land het studeerei en het doceeren moet kunnen worden
beschouwd als een maatschappelijke taak en niet als
een luxe dan wel een nevenbedrijf.

Intusschen gaat het directe werk ook door. In de haven
van Rot.terdam kwamen in de maanden Mei t/m Augustus
1945
in totaal
384
schepen binnen, met een netto tonnen-maat van
8,7
millioen ton, dat is
7%
van de te Rotterdam
binnengekomen zeeschepen over dezelfde periode in
1938,
met 10%. van de tonnemaat. De totale geloste lading
bedroeg in de laatste vier maanden
1.411
duizend ton,
dat is
17%
van de vergelijkbare hoeveelheid in
1938.
Voor bepaalde goederen lag dit percentage aanzienlijk
hooger. Zoo kwam van de granen ruim 50% van
1938
binnen. En berichten uit havenkringen over de overslag-
capaciteit zijn bemoedigend.

,Vermelden ‘wij tensktte, om ditmaal een optimistisch beeld te vormen, demededeelingen over de plannen van
de Regeering, betreffende de samenwerking met het bui-
tenland en hét begin van uitvoering daaraan gegeven,

door de samenkomst met vertegenwoordigers van België,
Luxemburg en Frankrijk, dan zou men wel zeggen, dat in
dezen herfsttijd de vruchten goed rijpen.

10
1

110

ECÖNOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 Se1Çbber 1945

DE AANSTAANDE GELDZUIVERING

Met een zeker gevoel van opluchting heeft de groote

meerderheid van ons volk kennisgenomen van het door

Minister Lieftinck op 12 September in een rnagistrale

radiorecle uiteengezette plan tot saneering van de geld-
circulatie hier te lande. Ieder wist, dat deze monetaire

zuivering komen zou, de gelukkig zeer talrijke goede

Nederlanders wisten ook, dat zij komen
moest.
De toestand

was hier langzamerhand onhoudbaar geworden. ‘ De
enorme aanzwelling van den geidsomloop bestendigde

de ,,zwarte” koopkracht, doodde bij velen den normalen

werklust en hield het herstel van ons economisch leven
tegen. Men waande zich rijk, doch men was het slechts

in geld; er heerscht armoede in goederen en daarin kan

slechts verbetering komen, wanneer ieder weer op nor-

male wijze aan het werk gaat. Het wegvallen van den
geldwaan zal in vele gevallen ontnuchterend werken,
maar dit is noödzakelijk om weer orde op zaken te stellen

en de goede economische eigenschappen, waaraan ons
volk zoo rijk is, weder tot volle ontplooiing te doen komen.

Men weet, dat de bedenkelijke vertraging in de door-,

voering der monetaire sa1eering niet aan den huidigen
bewindsman te wijten is. Had, onze Regeering bij de

bevrijding van Nederland over het noodige nieuwe papier-
geld beschikt, de geidzuivering zou al lang een feit zijn

geweest. Dat dit papiergeld niet beschikbaar was, is niet

de fout van Minister Lieftinck noch ook van zijn dadelijken voorganger Dr. Huysmans. Deze beiden hebben met groote

voortvarendheid aan de voorbereiding van het zuiverings-
plan gewerkt, en, hâd de techniek der typografie hem niet
geremø, zoo zou de tegenwoordige minister zeker al

eerder met zijn plan voor het voetlicht zijn getreden.

Maar nu is het dan toch zoo ver. Wij staan voor een
monetair experiment in grooten stijl, eenig in de ge-

schiedenis van ois geldwezen en ook ten opzichte van

vroeger in het buitenland tot uitvoering gebrachte mone-

taire reconstructieplannen uitmuntende door frischen

durf en grooten moed.
Om het historisch belang van deze zaak leggen wij hier
nog even de hoofdpunten der aangekondigde maatregelen
vast. Op 26 September 1945 wordt al het papiergeld (be-
halve nog enkele dagen voor het koopen van spoorkaartjes)
waardeloos. Van het chartale geld blijft slecl,ts de zinken

pasmunt in omloop. In de eerste week zal men het moeten
doen met f 10 nieuw geld per persoon, te verkrijgen

tegen inlevering van oud geld. Daarnevens mag ten hoog-
ste f 300 per gezinshoofd worden gestort op een geld-
kaart, welk geld later in nieuw chartaal geld wordt om-

gezet. De rest van het chartale geld, voorzoover niet
tevoren bij banken, spaarbanken of giro gestort, woidt
waardeloos. Alle tegoeden bij de genoemde instellingen
worden geblokkeerd. 1-let vei’mogensbezit der bevolking
zal vrijwel geheel worden geregistreerd. Een drastische

‘belasting van alle door de buitengewone omstandigheden
der laatste jaren verkregen vermogensvermeerdering
wordt aangekondigd, een verdere vermogensheffing in

uitzicht gesteld.

Het doel van deze maatregelen is, zooals de Minister
in zijn radiorede heeft uiteengezet, niet alleen het op-
s’poren van ,,zwarte” winsten en ,,zwarte” koopkracht.
1-let plan heeft een veel wijdere strekking. De Minister

omschreef de bedoeling als volgt:

,,De geldzuivering, tezamen met verscheidene andere,
maatregelen, die ‘nog zuilen worden bekend gemaakt,
heeft een .drieledig doel. In de eerste plaats stelt zij de
1egeering in staat de hoeveelheid geld in omlanp binnen
de gewenschte jerken te breng&n; in de tweede plaats
biedt zij de gelegenheid een momentopname te maken

van de liquide vermogensposities en een orderzoek in te
stellen naar de zuiverheid van de bron, waaruit dit bezit
is ontsproten; in de •derde plaats verschaft zij de Re-
geering contrôle over de besteding van het geaccumuleerde

geldbezit, opdat er zorg voor kan worden gedragen, dat

dit op een wijze wordt aangewend, die in overeenstemming

is met de belangen van de volkswelvaart en met de be-
hoeften van den Staat.”

Over de deblokkeering van het op 26September te blok-

keeren girale geld volgt op dien dag een nadere aankon-

diging; de Minister acht het om begrijpelijke redenen
wenschelijk, de bijzonderheden dezer maatregelen rtog

even geheim te houden. Toch geeft hij reeds zekere alge-

meene beginselen aan, die bij de deblokkeering in ‘acht

genomen zullen worden. Voor die betalingen, welke voor

een vlotten gang van het bedrijfsleven noodig zijn of
onaantastbare particuliere belangen raken – bonen,

pensioenen, wachtgelden, financiering van het loopende

handelsverkeer -, wordt uiteraard een vlotte deblokkee-

ring in uitzicht gesteld. De rest moet vooreerst dienen

voor de betaling van belastingen; een deel zal het karakter
van een spaarsom kunnen krijgen, waarop rente genoten

zal worden; watdannogoverblijft, zal, voorzoover niet ter-

stond na de inleveringsweek vrijgegeven, besteed mogen

worden in het kader van het economisch herstel van ons land.

Dit laatste punt is van bijzonder belang. De Minister
wijst er op, dat er een groote aandrang bestaat tot het

koopen van goederen ten behoeve van het herstel van het

productie-apparaat en van duurzan’re gebruiksgoederen.
De behoeften aan deze goederen zijn op geen stukken na
te bevredigen op korten termijn. Zij zijn lang niet allen

even urgent. Het ware, volgens den Minister, niet ge-wenscht een ieder vrij te laten in zijn streven naar het verkrijgen van het door hem verlangde. Dan toch zou

het kunnen zijn, dat minder belangrijke behoeften eerder
bevredigd zouden worden dan die, welker vervulling voor
het nationale herstel in de eerste plaats in aanmerking
komt. Daarom moet dit alles aan een zekere, nog nader

te preciseeren, contrôle onderworjen blijven: ,,De tijd

is voorbij, dat door een ieder naar persoonlijk goeddunken

met het geld, dat hij in het maatschappelijk proces heeft
verworven, en met het bezit, aan welks vorming de ge-

meenschap, hetzij direct, hetzij indirect, een zoo belangrijk
aandeel heeft gehad, Vrij en ten eigen nutte mag worden
beschikt. Dit geldt in het bijzonder voor. de huidige om-

standigheden, waarin door het gemeenschappelijk ervaren
leed en de groote schade, die is aangericht aan de nationale

welvaartsbronnen, ieder van verantwoordelijkheid voor
het welzijn van volk en natie sterkdr dan ooit moet zijn
doordrongen.”

Het plan, dat door Minister Lieftinck wordt gevolgd,
kan, behoudens enke punten, die tot eenige kritiek

aanleiding geven en i7aaxop wij nog terugkomen, ten zeer-

ste worden toegejuicht. Onze geldcirculatie is, door het
in de oorlogsjaren onder Duitsche pressie gevoerde wan-
beleid, veel en veel te groot geworden. Prijs- en loon-
cofltrôle hebben een ongebreidelde inflatie, die anders
zeker ontstaan zou zijn, binnen zekere perken gehouden,

althans in den legalen sector van het economisch leven.
Het daar niet besteedbare gebdsurplus werd ten deele
als zwevende koopkracht aangehouden; voor een ander
deel echter circuleerde het ,,zwart”, mét alle inflatorische
gevolgen van dien, welke men in afwachting van de

imminente saneering juist in de laatste dagen nog eens
in alle heftigheid tot uiting ziet komen. Aan dezen wan-
toestand wil de Regeering thans een einde maken. Het
geldsurplus moet onschadelijk worden gemaakt, ten
deele door belastingheffing en daarop volgende aflos-

sing van staatsschuld, ten deele door het in goede banen
leiden van de rest..

Zulk een politiek kan niet zonder meer als deflatie
worden betiteld. Ongetwijfeld zal zij deflatorische gevolgen
hebben op de zwarte markt, maar ten aanzien van het

légale gedeelte van het economisch leven beteekent deze
gedragslijn het wegnemen,
%
van een, zonder geldsaneering
bij voortduring dreigende, verdere inflatie, die, zoodra
de contrôle zou verslappen, niet meer te stuiten zou zijn.

20 September• 1945

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

iii
11

Deze op afw’ending van ongebreidelde inflatie gerichte

politiek dient te worden toegejuicht en een ieder dient

haar naar de mate zijner krachten te steunen.

Nu kan deze politiek intusschen alleen slagen, indien de Regeering erin slaagt het staatsbudget op korten ter-

mijn in evenwicht te brengen en indien de credietverlee-

ning, ten behoeve van het zich herstellende bedrijfsleven,
binnen redelijke perken gehouden wordt en van ihflato-

rische smetten vrij zal blijven. In hoeverre Regeering

en centrale bank in staat zullen blijken deze zware, doch

geenszins onuitvoerbare,taak naar behooren te vervul]en,

moet nog worden afgewacht. Hoe meer men zich door-
dringt van de gevareI, die in dit opzicht dreigen, en van
de ramp, die een ongebreidelde inflatie voor ons volk
zou beteekenen, deg te grooter is de kans op een goeden
afloop van het geheele, grootch opgezette, monetaire

experiment.
Vij merkten zooeven op, dat er énkele punten zijn,
die in het monetaire beleid van Minister Lieftinck wellicht
tot’eenige kritiek aanleiding kunnen geven. ,,ll est difficile
de concenter tout le monde et son père” en wij realiseeren
ons dit met betrekking tot de onderhavige materie meer

dan ooit. Doch waar het hier ten deele gaat om punten,

ten adnzien waarvan het regeeringsbeleid nog niet de-

finitief verankerd is, kan het zijn nut hebben daarmede thans naar voren te komen.
In de eerste plaats geef t ons, hetgeen de Minister ove’r
de deblokkeering van de girale geldsaldi heeft gezegd,

• aanleiding tot een zekere ongerustheid. De Minister heeft
duidelijk te kennen gegeven, dat hij niet gevoelt voor een
spoedig herstel van een vrij binnenlandsch betalings-
verkeer over de geheele linie, inzonderheid, omdat hij
vreest, dat daardoor de talrijke te bevredigen behoeften niet naar de volgorde harer urgentie aan de beurt zullen

komen.
.Wij verwijzen in dit verband naar een tweetal recente
en ook bij de Regeering niet onbekende monetaire sa-
neeringsplannen
1),
welke heide onderling op vele punten
overeenstemming vertoonen en met betrekking tot het wegwerken van het bestaande geidsurplus in dezelfde
richting gaan, als thans ook door de Regeering wordt
gevolgd, doch die juist ten aanzien van de deblokkeering
belangrijk van elkander afwijken. .
In de Nota der Tien wordt het pleit gevoerd vopr spoedig
en volledig herstel van een vrij binnenlandsch botalings-
verkeer. Na fiscaal onderzoek van geblokkeerd gld

wordt dat deel daarvan, dat definitief in omloop mag
blijven, terstond vrijgegeven, terwijl de rest wordt om-
gezet in kortloopende staatsobligaties, door de Tien als Be-lastingcertificaten aangeduid. Deze B.C.’s zullen ter beurze
verhandelbaar zijn, doch ter vermijding van inflatie niet

beleend mogen worden; zij zullen gebezigd mogen wordesi’
ter betaling der heffingen en voorts o.a. ook voor het
betalen van deviezen, door de Regeering aan het bedrijfs-
leven beschikbaar te stellen uit in het buitenland ver-
kregen credieten ter financiering van den in de herstel-
periode zeer omvangrijken import. Door het systeem
der B.C.’s hopen ‘de Tien onbillijkheden bij de geldbiokkade
te vermijden; zij, die. toevallig méer geld bezitten op het
oogenblik der saneering dan zij voor de komende heffingen
rioodig hebben, kunnen hun B.C.’s verkoopen. Door een
spoedig herstel van vrij binnenlandsch betalingsverkeer
kan, ondaiik,s het daaraan verbonden gevaar der ver-
breking van de volgorde van .urgentie der te bevredigen
behoeften, het tempo van ons economisch herstel aan-
merkelijk worden bevorderd. Het zooeven ‘gesignaleerde
gevaar-kan overigens door de in de herstelperiode on-
vermijdelijke investeeringscontr.le, waaraan het bedrijfs-
leven zal worden onderworpen, aanmerkelijk worden

) Nota inzake dc monetaire en budgetaire positie in Nederland”,
samengesteld door een groep van tien personen te Amsterdam;
Het geldvraagstuk en hel sclnrldenprobleern”,.Rapport van een
Commissie uit de Nederlandsche Maatschappij vcor Nijverheid
en Handel. –

beperkt. Uiteraard zal men, zoolangde productie zich nog
niet voldoende heeft hersteld,
naast toezicjt op de bedrijfs-
investeei’ingen, overheidscontrôle op prijzen en bonen

nog niet kunnen ontberen. Er is echter, naar.het oordeèl

der Tienrgeen reden,om naast de reeds zoo tal’ijke over-

.heidsbemoeiingen, nog een speciaal overheidstoezicht op

de gelduitgaven in te voeren, nadat het zwarte en vijan-

dige geld door den’fiscus zal zijn gegrepen.n het gevaar-

lijke geldexcedent, door de B.C.’s onschadelijk zal zijn
gemaakt.

Hiertegenoververdedigt de Commissie uit de Maat-

schappij vöor Nijverheid eeni stelsel van strenge contrôle

op de besteding van het geblokkeerdé geld, voorzoover
dit niet als gevolg der heffingen wordt wegbelast of naar speciale, in dit verbpnd ongevaarlijke beleggingen wordt

overgeheveld. De urgentie-orde; der behoeften vormt

daarbij het hoofctargument en de voor de urgentiecôntrôle
noodzakelijke overheidsbemoeiing wordt op den koop
toe genomen.

Het is nog niet duidelijk, of de’Minister het systeem
van de Commissie der Matschappij voor Nijverheid in
a]len deele zal volgen, maar wel kan men reeds vast-

stellen, dat hij een heel eind in de door deze Commissie

aangewezen richting gaan wil. Dit beteekent dus wederom

een uitbreiding van de staatsbemoeiing, die toch waarlijk
al omvangrijk genoeg is. 1-let gevaar, dat, na het veg-

werken van het bestaande geldsurplus en na reductie
van den geidsomloop tot een redelijk te achten cjuantum,

te duchten valt van herstel van een vrij binnenlandsch
betalingsverkeer, wordt veelal overschat. Ongetwijfeld
bestaat de kans, dat sommige bedrijven in de periode,
waarin de productie zich nog hiet voldoende heeft her-

steld, tot hoogen prijs kapitaalgoederen trachten te
koopen en dat particulieren zich -op den aankoop van
dure gebruiksartikelen zullen storten; doch, nog daar-gelaten, dat
dezulken
zich in ‘vele gevallen aan straf
wegens overtreding der voorshands te handhaven prijs-
voorschriften zullen blootstellen, dient .vooral met be-
trekking tot het bbdrijfsleven niet uit het oog te k’orden
verloren, dat in een tijd, waarin de goederenvoorziening
van dag tot dag beter wordt, de aankoop van dure pro-
ductie-installaties bijzonder riskanl is. Dit moet ook den
verstandigen ondernemer duidelijk zijn en deze zal dus
van, eei hem weder toe te kennen vrijheid van beschikking
over dat deel van zijn geld, dat hij niet aan den fiscus zal
moeten afdragen, met de noociige bedachtzaamheid
,
ge-
bruik maken. Maar deze vrijheid dient hem dan ook
in het belang van het economisch , herstel te worden gelaten. Hen, die minder verstandig zijn, late men te
zijner tijd de wrange vruchten van hun verkeerd inzicht,
01

plukken!

,”


Nu kan men met genoegen constateeren, dat de Mi-
nister het particulier initiatief niet wil verlammen. Maar
wij vreezen toch, dat eeii systeem van langzame deblok-
keering van het tenslotte vrij te geven geldbedrag; waarbij
van geval tot geval overbeidsvergunning noodig zal zijn,
of men het wil of niet, tot een zekere verlamming zal
leiden. En dat is nu juist wat wij in de komende tijden
niet moeten hebben.
Wij hopen daarom, dat de Minister bij het vaststellen
der deblokkeeringsmaatregelen niet al te- terughoudend
zal zijn en dat hij, zoodra mocht blijken, dat het door hem
beoogde systeem te stroef werkt, de teugels op passende
wijze zal vieren.
Hoever de Minister uiteindelijk met de deblokkeering
zal willen, gaan, welk geldquantum hij naar den,
,
fiscus
wil verhevelen, welk bedrag voor besparing mag worden
bestemd en welk bedrag voor vrije circulatie in aan-
merking zal komen,, wordt voorloopig in het midden
gelaten. Wij kunnen’ begrijpen, dat de Minister de ont-
wikkeling der dingen erst’ eens wil aanzien, alvorens
zich vast te leggen. Maar eenige indicatie zou toch in
dezen niet ongewenscht geweest zijn.

r,

r

T

112

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 Septei

1945

De Minister wil – en dat is juist het zeer aantrekkélijke

in zijn politiek – het gevaar eener ongebreidelde inflatie

afwenden. Maar aan een zekere mate van gecontroleerde

inflatie, ten opzichte van den toestand van 1939, zal ons
land toch zeker niet kunnen ontkomen. De reeds toege-

stane prijs- en loonsverhoogingen, waarvan vooral de

laatsten wel een duurzaam karakter zullen dragen, wijzen
hierop duidelijk. T-bever wil de Regeering in deze richting

gaan? 1-bever wil zij hettotalegeld inkomen der bevolking,

in verhouding tot 1939, laten stijgen en hoe groot zal

dus het bij dit geldinkomen passende geldquantum, dat

voor deblokkeering in aanmerking komt, mogen zijn?

Deze vragen, waarop men in de beide bovenaangei’iaalde
memoranda een duidelijk antwoord vindt, laat de Minister

voorshands open. Toch is het van belang, dat de Regeering

ook hierover duidelijke taal laat hooren. Naar onze meening
zou vermôedelijk een stijging van den geldsomloop tot

anderhalf maal het bedrag van 1939 en een dienover-

eenkomstig gecontroleerde inflatie van prijzen en inkomens

niet onredelijk te achten zijn in de huidige situatie. Er

mag echter op dit punt geen onrust en geen onzekerheid

blijven bestaan. En ook dient de Regeering er in haar
buitenlandsche geidpolitiek voor te zorgen, dat de koers

van den gulden in het internationale verkeer overeenkomt

met den graad van inflatie, die in het binnenland tenslotte
toelaatbaar zal worden geacht in vergelijking tot den

vooroorlogstoestand. Er liggen in de huidige situatie

ook op dit punt enkele dubia, welke de Regeering spoedig

tot klaarheid moge brengen.

Ten aanzien van de binnenlandsche geldcirculatie heeft

de Regeering na de geldblokkade alle vrijheid van handelen.

De,,binnenwaarde” van het geld kan zij, bij de vaststelling
van ‘ het uit de blokkade Vrij te laten bedrag, fixeeren

op het door haar gewenschte peil, mits zij erin slaagt

het staatsbudget in evenwicht te houden en de omvang

van de verder te verleenen credieten voor het bedrijfsleven
behoorlijk wordt beheerscht. Met betrekking tot de

,,buitenwaarde” van het geld bestaat na de recente koers-fixatie van den gulden ten opzichte van het pond sterling

minder vrijheid. Mocht de koers van het £ niet de juiste

blijken, dan zal op den duur ?f onze ,,binnenwaarde”
zich bij die van het £ moeten aanpassen, ûf de prijs- en

looncontrôle hier te lande langer gehandhaafd moeten
blijven en de onvrijheid in het binnei’ilandsch economisch
leven langer moeten duren dan bij juiste koersbepaling

noodig ware, tenzij alsnog tot verandering yan den wissel-
koers mocht worden besloten. Dit laatste is niet onmogelijk,

doch het spreekt vanzelf, dat men er niet gemakkelijk
toe zal besluiten.

***

Zoo staan wij dan aan het begin van een uiterst belang-
rijke periode in de geschiedenis ,van ons geldwezen. Mi-

nister Lieftinck heeft bij den aanvang dezer, periode
krachtige taal doen hooren en gezonde maatregelen aan-
gekondigd. Het moge dezen bewindsman gegeven zijn,

ook met betrekking tot de hierboven vermelde dubia,

den juisten weg te vinden. De mogelijkheid daartoe ligt
open en wij zullen niet lang behoeven te wachten op de

beantwobrding van de vraag, of de voltooiing van de

monetaire saneering hier te lande even gunstig mag
worden beoordeeld,
alS zulk met de thans aangekondigde
eerste akte daarvan het geval is.

G. M. V. S.

DE HOUTVOORZIENING VAN NEDERLAND;

Overweegt men het vraagstuk, waar Nederland het

hout, noodig niet alleen voor de normale houtvoorziening,

maar ook voor den.wederopbouw,
vandaan
moet halen,’
dan komt men voor groote moeilijkheden te staan.
De binnenlandsche houtproductie zou, ook als zij on-.
aangetast was gebleven, ten eenenmale onvoldoende zijn.

Maar onze bosschen zijn bovendien door den bezetter op
schaamtelooze wijze verwoest. Rusland zal de houtvo9r-

raden wel voor den eigen opbouw noodig hebben en willen

behouden. Om gelijke redenen is het Finsche hout waar-
schijnlijk niet voor ons beschikbaar. Evenmin het hout

van Centraal Europa, althans van de Oostelijke gedeelten

daarvan. Frankrijk staat voor dezelfde moeilijkheden als
wij zelf. In Europa blijft voor ons feitelijk alleen het ‘hout

van Noorwegen, Zweden en West-Duitschland oer. Er

schijnt overvloedig grond te zijn voor een krachtig plei-

dooi, dat, water in de bosschen van West-Duitschiand aan

hout beschikbaar is, voor een zeer ruim deel voor Neder-

land wordt bestemd. Maar het is te betwijfelen, of dit voor

ons voldoende kan zijn. Bij leveringen door Zweden en
Noorwegen of van andere buitenlandsche herkomst, rijzen
tenslotte de groote bezwaren van de schaarschte aan

buitenlandschedeviezen.
De levering van hout door de overzeesche gebieden

onder Nederlandsche vlag is in de gegeven omstandigheden
dus wel buitengewoon aantrekkelijk.
Tot dusverre is deze houtvoorziening beperkt gebleven
tot per jaar eenige duizenden, kubieke meters djati-hout

van Java, zwaar bouwhout van Borneo, eenige honderden
kubieke meters la’a voor waterbouwwerken van Celebes,

iets grootere massa’s harde houtsoorten uit Suriname.

1-Jet is uitgesloten, dat de behoefte van Nederland
aan’ bouwhout bevredigd zou kunnen’ worden door een
eenvoudig vergrooten van den invoer van dezelfde soorten,
die Nederland tot dusverre uit zijn overzeesche gebieden

betrok. Een tot nabij het duizendvoudige vërgrooten van’
dien houtval is technisch niet mogelijk. Bovendien behoort
een vervangen van het naaldhoutbouwhout te geschieden
door een materiaal, dat daaraan niet alleen in gebruiks-, maar ook in ruilwaarde nabij komt.
De nasleep van den strijd tegen Japan belet voorshands
nog de exploitatie van de bosschen van Borneo en Sumatra

met het oog op een afzet naar Nederland. In vredestijd zou
bovendien de groote afstand voor den afzet naar Europa

voor een goedkoop massaproduct, als gewoon bouwhout,

Houtin9oer ean Nederland, herleid tot kubieke meters onbewerkt hout, in duizendtallen kubieke meters
1)

1929
1932
1
0

1935
1
1937 1938

Onbewerkt hout.

……………………
1477
634 840
1.199
1.133
waarvan:
264
240
262
‘334 251

453
112


308
479

550
Zaaghout, rond of vierkant bekapt
57′!
200 169
232
195

Mijnhout

………………………….
Cellulosehout

………………………

Dwars!iggers

………………… ….

165
147
66
160
157
Gezaagd

hout.

……………………..
4.045
2.532
2.640 3.173
2.641
waarvan:
3.858
2.350
2.475 3.026
2.512
37 18
41
41
34
349

..

369 457
561
417

Naaidhout.

……………………
…..
Houtslijp

…………………………..
Cellulose

…………………………..
4.64
424 420
,

440
352
Papier

en

karton

.
,
…………………….

Totaal

……………………………
6.537 4.124 4.464
5.574
4.734

‘) Ontleend aan Walter Grottian: ,,Silvae
Orbis’, Monographies
du Centre International de Sylviculture
No. 3.

20 September 1945

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

113

een zeer groot bezwaar blijven. Deze bosschen zullen, voor-
zoover zij voor export zi.illen diènen, veelmeer in aanmer-
king komen ter b&vrediging van de houttekorten in China,
Japan, Zuid-Afrika en de Westkust van Zuid-Amerika.
Wat zachthout betreft, tevens van Australië. –

Exploitatie van de Surinaamsche bosschen.

De exploitatie van de Surnaamsche bosschen daaren-
tegen’zou voor de levering van dergelijk houtonmiddellijk
kunnen worden aangepakt.

Het daarheen overbrengen van de houtkapmethoden
van het ,,panglong”-bedrijf van Riouw is niet mogelijk.

In de eerste plaats niet, omdat voor dit bedrijf, waarbij
het hout door menschen uit het bosch wordt gesleept, niet

voldoende arbeidskracht te vinden zou zijn. En in de twee-

de plaats niet, omdat de loonstandeard in Suriname

veel hooger is dan aan den overwal van Singapore, zoodat
het hout daardoor veel teduur zou worden. De boschneger-
houtkap in Suriname sleept het hout ook door menschelijk,e

trekkracht uit het bosch. Dit hout blijft echter alleen laag

in prijs, omdat de boschnegers, daarbij uitsluitend op eigen
initiatief werkend; zichzelf geen dagloon in rekening bren-

gen. Op vergrooting van den hou taanvoer door den bosch-
negerkap kan aldijs niet gehoopt worden. Bovendien is

elke leverantie afhankelijk van hun wispelturigheid.
Groote hoeveelheden hout zijn alleen door machinale

exploitatie (,,logging by steam”) uit de Surinaamsche bos-
schen •te krijgen. Deze methode is door de Amerikanen

ook op groote schaal toegepast bij de houtexploitatie van
de Philippijnen
1).
Natuurlijk zal men in het vlakke, door
bevaarbare rivieren en kreeken doorsneden, laagland van
Suriname niet dezelfde methoden toepassen, als op de
vulaanhellingen in de Philippijnen. Het hoofdbeginsel
blijft evenwel gelijk.

De totale houtval in de Philippijnen beliep in de jaren
1928 tot 1930 omstreeks één millioen m
3
. In de jaren vlak
voor den tweeden wereldoorlog het dubbele.
Een dergelijk bedrijf in Suriname zou voor de houtvoor-

ziening van Nederland inderdaad wat beteekenen. Alleen
zou het nog sneller dan in de Philippijnen tot stand moeten
worden gebracht en nog meer dan daar uitsluitend op
(éport moeten worden ingericht. Dit is alleen mogelijk
door het hout, zooals het uit het bosch komt, ook te expor-
teeren. Het verzegen van het hout en het selecteeren van het hout voor de verschillende categorieën onder de ver-bruikers dient in Nederland te geschieden.
Als bedrijfseenheid voor het in Suriname op te zetten
houtbedrijf zou men als voorbeeld kunnen nemen één der
grootste houtaankapondernemingen in de Philippijnen,

rekening houdehde met de omstandigheid, dat het hout in
Suriname niet verzaagd behoeft te worden en dat er even-

min op groote schaal van railbaantransport behoeft te
worden gebruik gemaakt.
Een onderneming, als hier bedoeld, werkt in de Philip-
pijnen met een kapitaal van vier millioen peso’s
(f5.000.000),- waarvan komt op rekening van: 1. Za-
gerij inclusief krachtinstallaties 35 %; 2. IRailbaan en rol-
lend materiaal 27,8 %; 3. Uitsleep-henoodigdheden, d.z.
donkey’s en kabels, 7,4%; 4. Huizen en loodsen 6,5 %;

5. Inrichting stapeiplaats 4,9 %; 6. Droogovens 3,7 %;
7. Schaverij en kistenmakerij 3,4 %; 8. Auto’s, telefoon,
radio enz. 2,5 %; 9. Water- en lichtinstallaties 2,1 %; 10.
Kampinrichtingen 1,7 %; 11. Steiger 1,6 %; 12. Werk-

plants 1,5 %; 13. Vaartuigen en diverse installaties, waar-onder een ijsfabriekje, 1,9%. (Zie het juist genoemde rap-
port pag. 151). De productie bedraagt 4.000.000 board feet, 10.000 m
3

gezaagd hout, per maand, terwijl het zaagrendement onge-
vedr 40 % uitmaakt. De kosten van het hout worden ge-

s
teld op 20 peso’s per 1.000 board feet tot aan de zagerij.

Dat is f10 per m
3
gezaagd hout. In rondhout gerekend
worden er bijgevoig per maand 25.000 m
3
verwerkt met
een kostprijs van f 4 per m
3
aan de zagerij. Na verzaging
komt het hout in de Philipijnsche onderneming, inclusief
afschrijving, ,,overhead expenses” en belastingen tot aan
den verkoop, te staan op f 24 de m
3
.
Aangezien er in Suriname niet gezaagd zou worden,

zou men/ hij het aanleggen van deze cijfers uit de practijk
der Phifippijnen. moeten rekenen met een exploitatie-
eenheid, die 300.000 m
3
rondhout per jaar oplevert tegen
een kostprijs van f 4 per m
3
. Aangezien de zagerij, de
droogovens, de schaverij en kistenmakerij vervallen en
men bij de bestaande mogelijkheden van watertransport

in Suriname eveneens de kapitaalsuitgave voor de rail-
baan en voor het rollend materiaal – althans het grootste
gedeelte – zal kunnen missen, zou het kapitaal van de

bedrijfseenheid in Suriname niet hooger dan op de helft
van dePhilippijnsche onderneming, dus op f2.500.000 kun-

nen worden gesteld. 1-Jet spreekt van zelf, dat hiermede niet
clan een eerste, buitengewoon ruweL benadering van de
kosten kan worden gegeven. Een ‘werkelijke begrooting

zal niet uit moeten gaan van toestanden van bijna twintig
jaar geleden aan het andere einde van den aardbol, maar
van actueele, door deskundigen gecontroleerde, ramingen
en offertes. De hierbedoelde Philippijnsche onderneming werkte met

39 employé’s en 1.367 arbeiders. Bij het beperken van het

bedrijf tot rondhoutaankap, zou men ruw geschat ook
alweer de helft van dit personeel voor de bedrijfseenheid
kunnen missen. Op die basis heeft men dan voor één mij-
lioen m
3
rondhout per jaar 65 employé’s en 2.300 arbeiders
noodg. Ofmen deze in Suriname zal kunnen aantreffen,

is afhankelijk van den toestand van de andere bedrijven. Wordt, zooals wel verteld werd, het bauxietbedrijf sterk
ingekronipen en is er geen werk te vinden op de landbouw-

ondernemingen, dan moet een dergelijk a.antal arbeiders
wel zonder bezwaar beschikbaar, te stellen zijn. Anders zal
men ze van buiten moeten aanvoeren. Onder de employé’s
zal men, zeker althans in den beginne, een aantal zeer ge-
routineerde ,,logging-men” uit Amerika moeten aanstellen.
Deze zullen echter zeer snel hun kennis en routine aan een

voldoend aantal Surinamers rtloeten kunnen overdragen.
Alweer op grond van het vermelde, heeft men vooi’ een
millioen m
3
rondhout per jaar

‘aan kapitaal noodig een be-
drag van 8,5 millioen gulden. De kern van de aan te schaf-

fen outillage zal moeten bestaan uit Amerikaënsche
,,yarding and logging machines”, zooals ze door verschil-

lende Amerika,ansche machinefabrieken worden geleverd.
De fabrieken, die zich op deze machines specialiseeren, heb-
ben uitstekend geoefende ;,loggers” in dienst, die beschik-

ken over een op alle houtgebieden der wereld, waar de
machines dienst deden, bijgehouden ervaring en die kunnen

adviseeren over cle aanschaffing van de geschiktste syste-
men en modellen, 1-let is absoluut noodzakelijk voor het
nieuwe bedrijf in Suriname van deze menschen gebruik
te maken. Ter regeling van één en ander en ter voorberei-
ding van den aankoop van de noodige machines, zou een
Nederlandsche boschtechnicus als gemachtigde van de

Nederlandsche Regeering naar Amerika moeten vertrekken.

Het yerooer oan Surinaamsch hout.

Het vervoer van een millioen m
3
rondhout van Suriname
naar Nederland zou met houtschepen, die in de monding
van de Corantijn, de Nickerie, de Coppename, de Saramac-
ca, de Suriname, de Commewijne of de Marowijne kunnen
laden, plaats kunnen vinden. De vracht van hout met de

schepen van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot
Maatschappij kwam op omstreeks f 25 per m
3
te staan.
Men kan zich op het standpunt stellen, dat de houtvoorzie-
ning dermate urgent is voor den wederopbouw, dat men
voor eiken prijs vervoersgelegenheid beschikbaar dient te
stellen. De reis naar Suriname zou men kunnen schatten
op 20 dagen heen en 20 dagen terug, dus 40 vaardagen

.1

1

‘) ,,

Facioren van invloed op de hoschexplo itatic in de Philip-

L /

pijnen’ door J. W. Gonggiijp en A. J. Warta ,,cctona” DI. XXII,
afl.
9, 1929).

114

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 Sept’mber 1945

per reis. Hierbij komen nog 14 werkdagen ± 2 Zondagen

Qf 16 dagen voor laden en 10 werkdagen + 1 Zondag of

11 dagen voor lossen, in totaal 67 dagen per reis, hetgeen
vijf reizen voor elk schip per jaar beteekent. Voor het
vervoer van een millioen m
3
hout zou men dan 50 schepen
ad 4.000 ton moeten bestemmen.

Het is niet te verwachten, dat men aldus iets anders
dan een buitengewoon duur crisis-bedrijf zou kunnen
krijgen, dat men zoo spoedig mogelijk zal liquicleëren, wan-

neer zich meer, normale wereldcondities voordoen, tenzij
de vracht zeer laag,wordt.

De houtvester M. A. F. Dijkmans, die destijds een studie-
reis naar Amerika maakte, schilderde niet alleen het ge-
bruik van de Ameriltaansche houtuitsleepmachines, maar

ook de toepassing van het houttransport met zeewaardige

houtvlotten van de Columbia-rivier naar San Francisco,
een afstand van 1.200 mijl, 1920 km, over den Pacific
2).

Het voor het vervoer ‘van Suriname naar Nederland ge-
schiktste type vervoert 20 â 25.000 m
3
rondhout per vlot.
Neemt men aan, dat een dergelijk vlot door twee sle’ep-

booten met een snelheid van 8 km per uur over het 8.000
km traject van Suriname naar Nederland gebracht kan
worden, dan vergt de heenreis 42 dagen, de terugreis leeg
naar Suriname gesteld
01)
20dgen, geeft 62 dagen voor de
geheele reis. Gerekend, dat hit vervoer, met het oog op het
weer, alleen in het zomerhalfjaar uitgevoerd kan worden,

dan zob dit per seizoen en per sleepboot drie reizen moge-
lijk maken.
Twee
sleephooten vervoeren dan per jaar 130
â 75.000 m
3
hout. Voor een vervoer van een millioen m
3

heeft men ongeveer 28 booter noodig, thans echter van

een aanmerkelijk kleinere tonnage, terwijl ze verder slechts
voor een half jaar met dit werk• worden belast. 1-let is
duidelijk, dat het vervoer daarmede zeer belangrijk goed-

jcooper wordt gemaakt en dat daarmede de mogelijkheid

wordt geopend om een boschbedrïjf te ontwikkelen, dat duurzaam en van wereldbeteekenis kan worden.
Voor de verdere ontwikkeling vn dit plan zou het nood-

zakelijk zijn, het slepen van hout over den oceaan in het

Westen van Amerika door een deskundige grondig te doen
bestudeeren 3).

Het beschikbare hou/areaal.

Bij de hrandhoutSploitatie voor de Gasfabriek en de

Koloniale Vaartuigen te Pramaribo langs den spoorweg
in 1916-1922, bleek in ,,opgaandbosch” de soliede hout-
massa aan takvrij stamhout, dikker dan 30 cm aan de
basis, gemiddeld 107 m
3
per ha te zijn. Door het tevens
benutten van de hoomen, dunner dan 30 cm diameter,
en van het dikke takhout, was de opbrengt aan brandhout
in dergelijk bosch 160 rn
3
per ha. In ,,savanna-boch” werd
aangetroffen 75 m
3
stamhout, met een opbrengst van 112
m3 soliède iiiassa aan brandhojit. Gebaseerd op de ver-
onderstelling, dat het niet voor timmerhout geschikte deel
van het met de oceaanvlotten in Nederland aan te voeren
hout voor mijnhout gebruikt zal kunnen worden, kan men
de houtmassa van het Surinaamsche bosch hij dez’n exploi-
tatievorm, zeer matig geschat, op gemiddeld 100 m
3
per
ha taxeeren. Er zullen bosschen zijn, zooals de prachtige
possentrie-bosscheii van de schulpritsen in het laagland,
die een veelvoud van deze opbrengst zullen geven.
1-Jet gedeelte van Suriname, dat gemakkelijk genoeg

bereikbaar is om voor deze hoschexploitatie in aanmerking
te komen, kan geschat worden op 4 millioen ha. Neemt men

aan, dat 50 % daarvan voldoetide houtrijk is voorden kap,

‘)
,,Tectona” 1922, hz. 123-142 en bis. 377-403.
‘) Hoewel het zeer speculatief is een kostprijs voor het nieuwe,
nog van den grond af op te bouwen, Surinaamsche bedrijf te ramen,
is het niet ondienstig op te merken, dat een kostprijs van het rond-hout aan de riviermondingen in Suriname, gelijk aan den lïostprijs
van liet hout aan de zagerij in de Philippijnen en de sleepkosten
van een vlot van 20.000 in’ naar Nederland op f100.000 gesteld,
9 per m’ rondhout in Nederland zou bedragen. De verdeeling
en de verwerking van dit ruwe product zal een groote verscheiden-
heid van waarden kunnen opleveren, vanaf het, als rondhout Le,
gebruiken, laaggeprijsde mijnhout af, tot aan tinirn.erhout, fineer-hout en ‘hooggeprijscl meubel- en sierhout toe.

dan lcoit men op een totale houtmassa van 200 millioen
m
3
. Een houtbedrijf met een jaarproductie van één mil-
lioen m
3
zou derhalve met een omloop van 200 jaar kun-
nen werken. 1-let djatibedrijf op Java werkt met een kap-

turnus van 80 jaar, hetgeen mij, ten aanzien van een als

boven bedoeld bedrijf in Suriname, rijkelijk hoog voorkomt
Een bestudeeren van de resultzten van de resten van de

boschciiltures van den opgeheven Dienst van het Bosch-
wezen in Suriname zal nauwkeuriger gegevens over den
bijgroei van de Surinaamsche bosschen kunnen opleveren:

Deze studie is ook overigens noodzakelijk om de bosch-

veijonging, die aan de exploitatie gepaard moet gaan,in
goede banen te kunnen leiden. Wenscht men een schatting

van de volle productie van de zoo juist vermelde twee

millioen ha Surinaamsch bosch, dan zou ik geneigd zijn

om daar een jaaropbrengst van 3 â 4 millioen m
3
voor te
ramen. In ieder geval behoeft, bij goed boschbeheer, bij

een productie van één of een paar millioen m
3
per jaar, geen
.prake te zijn van roofbouw of van uitputting der bosschen.
1-Jet spreek echter vanzelf, dat de verjonging – natuurlijke
verjonging, die practisch geen geld kost – zorgvuldig
geleid zal dienen te worden.

Conditio sine qua non voor een goede functionneering

van het Surinaamsche boschbedrijf is de zoo snel mogelijke

wederinstelling van den Dienst van liet Boschwezen in

Suriname. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van de.

voor Indonesië bestemde houtvesters met verlof en van
de ‘in Wageningen opgeleide jonge boschbouwkundigen,
die daarmede tegelijkertijd een practischen leertijd zullen
krijgen, die later voor hun verdere werk in het Oosten van
het uiterste gewicht zal zijn.

De Organisatie van een groot houtkapbedrijf in Suriname
zal over goede kaarten met ‘een nauwkeurig overzicht van

den bestaanden toestand van het bosch moeten beschikken.

Men kan niet werken met gegevens, die twintig of dertig
jaar oud zijn. Door houtkap, boschvernieling door den no-

madischen landbouw van de bevolking of dooi’ natuurram-
pen (verandering van grondwaterniveau of door brand),

kan de toestand van bepaalde gebieden ingrijpend zijn

veranderd. Ht is daarôm voor een met de uiterste snelheid
in werking brengen van een grooten houtkap van het groot-
ste gewicht, de luchtkaarteering van de in aanmerking
komende landstreken onmiddellijk ter hand te nemen.

In het voorgaande is de ontwikkeling van een groot hout-
bedrijf in Suriname uitsluitend gézien âls Nederlandsch
belang. Het spreekt echter van zelf, dat een energiek en
technisch rationeel uitbuiten van de yoorhanden natuurlij-
lee rijkdommen niet hlleen komt ten bate van Nederland
en Nederlands naam in de wereld, maar ook ten bate van
Suriname. Suriname kan er met trots op wijzen een aan-
zienlijk deel van het aluminium der geallieerde vliegtuigen

te hebben geleverd. Floeveel te meer zal liet op prijs stellen
het onmisbare hout voor den wederopbouw van Nederland te kunnen produceeren. Er ontstaat niet alleen gelegenheid
voor goed betaald werk, maar de exploitatie van het pu-

blieke domein kan ook rechtstreeks belangrijke baten op-
leveren, die de landshuishouding voor een belangrijk ge-
deelte zullen kunjien bekostigen. In welken vorm hét bedrijf
geleid zal worden, is een vraagstuk van practische politiek.
De eerste stappen zullen ongetwijfeld het snelst en effec-tiefst door een staatsbedrijf kunnen worden gedaan. Maar het particuliere initiatief zal bij de distributie van het pro-

duct zeer stellig en altijd van belang• zijn en het schijnt
gewenscht om liet als aannemer bij het bedrijf zelf ook
verschillende taken toe te bedeelen: Of het bedrijf tenslotte
aan houtkapconcessionarissen kan worden toevertrouwd,

lijkt zeer twijfelachtig. Maar als mogelijkheid mag die op-
lossing niet uit het gezicht worden verloren.
Dat Suriname tevens in aanmerking kan komen als
leverancier van hout voor de wereldmarkt, is minder waar-
schijnlijk te achten en wel, omdat het succes van het boven-
beschreven schema onmiddellijk groote concurrentie van

20 September 1945

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

115

niet alleen Britsch en Fransch Guyana, maar vooral van

de bosschen van de reusachtige gebieden van de Amazone
en de Orinoco en van tropisch West-Afrika in het leven zal

roepen. De werk- en levensgemeenschap Nederland-
Suriname zal zich in die toekomst hebben te handhaven.

Conclusie.

Wanneer men het voorgaande recapituleert, zou, behalve
den opkoop van houtuit het buitenland en terbeschikking-

stelling van hotit uit de bosschen van West-Duitschland,
de houtvoorziening van Nederland vereischen:

de onmiddellijke wecLerinstelling van den Dienst van

het Boschwezen in Suriname en de detacheering daarheen
van houtvesters van den Dienst van het Boschwezen in
Nederlandsch-Indië en van pas opgeleide boschbouwkun-
digen van Wageningen;

een regeeringsopdracht voor een studiereis naar de

Westkust van Noord-Amerika, ter onderzoek van de ont-
wikkeling van het vlotten van hout over den oceaan, en voor een studiereis naar de fabrieken van houtuitsieep-

machines in Amerika, ter voorbereiding van den aankoop
van machines voor een groote gouvernementsexploitatie
in Suriname, en de tewerkstelling in Suriname van Amen-

kaansche instructeurs voor het inwerkingstellen der ma-
chines;
de onmiddellijke uitvoering van een
i
luchtkarteering
van Suriname, voorzoover gelegen op minder dan 150 km
van de kust;
door de Regeeniig te treffen, maatregelen, ter voor-
bereiding van eentoepassing op groote schaal in Nederland
van het Surinaamsche hout als bouw- en werkhout in den
meest uitgebreiden zin van het wpord (ook voor triplex.
enz.) voor dwarsliggers en voor mijnhout.

J. W. GONGGRIJP.

ARBEIDSMARKTPOLITIEK IN VERBAND

MET NOOD- EN HERSTELPLAN II,

In mijn vorig artikel in dit blad over dit onderwe
i
p1),

werd aangegeven, dat het voor het welslagen van het nood- en herstelplan noodig is: dat op korten termijn
wordt overgegaan tot een algeheele arbeidsregistratie;
dat het ontslaan en aanstellen van arbeiders wordt ge-
bonden aan een toestemming; dat de mogelijkheid van
de invoering van den arbeiddienstplicht wordt geopend
en dat deze trits van maatregelen voor het voeren van
een passende arbeidsmarktpolitiek in handen zou ‘moeteii worden gelegd van het orgaan, dat belast is met de orde-

ning van de arbeidsmarkt; welk orgaan uiteraard nauw
zal moeten worden betrokken bij de samenstelling en de
uitvoering, van het nood- en herstelplan.
In dit artikel zal overeenkomstig het slot van mijn
vorig artikel onder de oogen worden gezien, of het, mede

gelet op het groote aantal niet werkende arbeidei’s in tal
van bedrijven en beroepen, niet beter is op de arbeids-
markt dezelfde vrijheid te doen ontstaan, als vôôr den
oorlog bestond en dan door indirecte middelen te trachten den arbeidsstroom te leiden in die richting, welke voor cle
uitvoering van het nood- en herstelplan het meest aan-

bevelenswaardig is.
Te dien opzichte moge vooraf worden opgemerkt, dat
v66r den oorlog hier te lande een economie bestond,
waarin’ de vrijheidstendenzen den boventoon voerden,
zij het ook, dat door middel van indirecte middelen hier
en daar eenige ]eiding.van bovenaf werd gegeven. Het
is duidelijk, dat bij een dusdanige Vrije economie ook een
vrije arbeidsbemiddeling behoort, in dien zin, dat geenerlei
verplichting tot arbeidsregistratie, tot he.t vragen van
toestemmingen voor aanstelling en ontslag en tot het
aanvaarden van aangewezen arbeid (behoudens intrekking.

van uitkeeringen op grond van werkloosheid) bestond.
Thans, na den oorlog, is van een vrije economie geen
sprake meer; in tegenstelling daarmede zal de geleide

1)
Zie ,,E.-S.B.” van 12 September 1945.

economie, welke gedurende de bezettingsjaren haar in-
tocht heeft gedaan, vooi’loopig, althans gedurende de uit-
voering van het nood- en herstelplan, haar stempel op het
bedrijfsleven ‘blijven drukken. Derhalve ligt het voor de

hand, dat als complement van deze geleide economie

ook een geleide arbeidsbemiddeling noodig zal zijn, om

de doeleinden dezer geleide economie te kunnen ver-

werkelijken. Als deze voor de hand liggende conclusie

juist is, zal derhalve uit een nadere analyse moeten blijken,
dat bij een vrijgelaten arbeidsbemiddeling de arheids-
stroom ‘niet door indirecte middelen kan worden geleid

in die richting, welke voor de uitvoering van het nood-
en herstelplan het meest aanbevelenswaardig is.

Bij den aanvang van deze analyse dint vooraf te worden
opgemerkt, ‘dat bij het toêpassen van indirecte middelen,

om den ‘arbeidsstroom in de gewenschte richting te leiden,
toch van tëvoren moet worden geweten, hoe de arbeids-
stroom, die geleid moet worden, is samengesteld; derhalve

kan aan de arbeidsregistratie niet worden ontkomen.

Zou dit worden nagelaten, dan kan niet in de verste verte

worden geschat, welk plan met de onbekende beschikbare arbeidskracht kan worden uitgevoerd. M.a.w. bij een zoo-

danige situatie moet worden gevaren in een dichten mist,
waardoor maar
al
te gemakkelijk een schipbreuk of em-
stige averij kan ontstaan.
Aangaande de indirecte middelen om den arbeidsstroom
in de gewenschte richting te leiden, kan worden opgemerkt,
dat hiervoor in de eerste plaats in aanmerking komt het

toewijzen en verdeelen van de grondstoffen en energie op
zoodanige wijze, dat alleen die goedèren, welke op grond
van het nood- en herstelplan voor vervaardiging in aan-‘
merking komen, kunnen worden geproduceerd. In dit
geval zullen alleen de bedrijven, welke een toewijzing
voor grondstoffen en energie hebben ontvangen, kunnen
werken en zullen ook alleen die bedrijven vraag op de
arbeidsmarkt uitoefenen.
Op deze manier zal aan de vraag op de arbeidsmarkt
niet steeds op de meest gunstige wijze worden voldaan,
daar het maar al te dikwijls zal voorkomen, dat op deze
wijze arbeiders worden onttrokken aan andere plaatsen,
waar zij eigenlijk niet kunnen worden gemist, omdat
de bedrijfstak of het bedrijf, waarin zij werkten, een hoogere
prioriteit heeft dan de werkzaamheden, waarheen zij
zich hebben begeven. Ook kan het voorkomen, dat op
deze manier arbeideis worden veggetrokken van andere
plaatsen met dezelfde prioriteit, *aar zij efficiënter hadden

kunnen werken, omdat de oorspronkelijke werkzaamheden
beter met hun beroep of aanleg strookten. 1-let hiervoren
genoemde voorbeeld, waarbij de behoefte aan arbeiders
voor den wederopbouw gedeeltelijk werd gedekt door
arbeidersuit de mijnbedrijven, den landbouw en het tran-
sportbedrijf, illustreert een en ander voldoende. Zouden deze
bezwaren in tijden van betrekkelijk gunstige welvaart als
prijs voor de verkregen ‘volledige individueele vrijheid
kunnen worden aanvaard, in een. periode, waarin vrijwel
aan alles te kort is enwaalin alleen arbeid en nog eens
arbeid verbetering kanbrengen, is een dusdanig verschijn-
sel wel zeer bedenkelijk.

Bovendien kan het, als op deze wijze aan de vraag
op de arbeidsmarkt wordt voldaan, nog voorkomen, dat,
terwijl en arbeiders worden onttrokken aan andere plaat-
sen, waar zij eigenlijk niet kunnen worden gemist of waar
zij’ efficiënter hadden kunnen werken, in nog andere
bedrijfstakken overtollige arbeiders overblijven, die wel-
licht ook voor de te vervullen arbeid in aanmerking hadden
kunnen komen, doch die niet in staat zijn, de opengevallen

plaatsen te bezetten van de arbeiders, die de te vervullen
arbeid zijn gaan verrichten. In het reeds meergenoemde
voorbeeld, waarbij hijv. mijnwerkers, landarbeiders of
transportarbeiders voor den wederopbouw gaan werken,
kan het voorkomen dat nog overtollige arbeidskrachten
voorkomen onder de ongeschoolden van diverse bedn’ijfs-
takken en onder de arbeiders in de steenindustrie, in de

116

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 Stpte.nibr 1945

chemische nijverheid, in de kurk- en stroofabricage, in de

kunstnijverheid, in de rubberindustrie, in de papier-

fabricage, in de textielnijverheid ed., die de bewuste

werkzaamheden bij den •wederopbouw, bijv. graafwerk,

hadden kunnen verrichten, terwijl deze arbeidskrachten

niet zoo maar als mijnwerker, landarbeider of transport-
arbeider kunnen worden te werk gesteld. 1-let reu1taat is

dan wel, dat aan de vraag, uitgeoefend door de wederop-

bouwwerkzaamheden, is voldaan, doch dat bijv. in het
mijnbedrijf, den landbouw, het transportwezen tekorten, al-
thans moeilijkheden, mde personeelsvoorziening zijn opge-

treden en dat in andere bedrijfstakken nog niet te plaatsen

overschotten bestaan, terwijl bij een goede reguleering geen

moeilijkheden in mijnbedrijf, landbouw, transportbedrijf

waren voorgekomen, de wederopbouwwerkzaamheden
voortgang hadden kunnen vinden door de tewerkstelling

van overtollige arbeidskrachten uit andere bedrijfstakken

en dat in die andere bedrijfstakken de druk der werk-

loosheid zou zijn verminderd.

Kunnen bij uitsluitende toepassing van het middel van

grondstoffentoewij zing, naar uit het bovenstaande blijkt,
bedenkelijke discongruenties voorkomen, bovendien moet

niet uit het oog wden verloren, dat deze grondstoffen-

toewijzingsmethode op den duur haar gevoeligheid gaat

veiliezen, omdat langzamerhand eenige voorraadvorming
zal optreden, terwijl ook rekening moet worden gehouden

met het feit, dat diverse grondstoffen zich leenen voor

de productie van verschillende uiteenloopende goederen.

Bovendien kan het middel der grondstoffentoewijzing

niet van beteekenis zijn voor die bedrijfstakken, waarvoor

geen grondstoffen worden vereischt, of waar niet of vrijwel
niet met grondstoffen kon worden gemanipulèerd, zooals
de mijnbouw, de landbouw, de visscherij, de handel,

het verkeer, het bankwezen, de vrije beroepen e.d.
Zoo zal dus, om een voorbeeld te noemen, het middel

van grondstoffentoewijzing moeten falen, als zich het

,geval voordoet, dat in takken van bedrijf, waarvoor geen
grondstoffen worden vereischt of waar niet met grond-
stoffen kan worden gemanipuleerd, bijv. handel, verkeer,

bankwezen, reeds een genoegzame arbeidsbezetting be-

staat in verhoudng tot de arbeidsbezetting van andere
bedrijfstakken, zoodat verdere aantrekking van arbeid

dient te worden afgeremd om bezwaren bij de personeels-

voorziening in die andere bedrijfstakken te voorkomen.
Evenzoo zal dit middel moeten falen, als niet de aantrekking,
doch de afvioejing 7an arbeid in bedrijfstakken, welke
voor de methode van toewijzing van grondstoffen en-

gevoelig zijn, bijv. de mijnbouw, de landbouw, het ver
keer, e.d., moet worden tegengegaan.
Als een volgend indirect middel kan worden genoemd

het treffen van prijspolitieke ipaatregelen en wel zoodanig,
dat door een iets hoogere prijszetting de productie van
goederen, resp. de verleening van diensten, welke passen
in het nood- resp. herstelplan, wordt aangemoedigd en

dat omgekeerd door lagere prijszetting de productie
van andere goederen, resp. de verleening van andere
diensten, wordt afgeschrikt. Op soortgelijke wijze kan
door loonpolitieke maatregelen indirect invloed worden
uitgeoefend en wel door het toekennen van hoogere bonen voor die beroepen en bedrijfstakken, waarheen de arbeids-
stroom moet worden getrokken en het bepalen van lagere
bonen voor de beroepen en bedrijfstakken, waarvan de arbeidsstroom moet worden afgehouden. In de practijk
zullen deze beide middelen nauwelijks toepassing kunnen
vinden, omdat de daaraan verbonden economische en

sociale consequenties veelal te vèrstrekkend zullen zijn.’
Wanneer derhalve voor de.practische toepassing der in-

directe middelen eigenlijk alleen het middel van de toe-
wijzing ian grondstoffen pn energie in aanmerking komt,
dan wil dit dus zeggen, dat de daarmede te bereiken regu-
leering uitsluitend beperkt blijft tot die bedrijfstakken,

waar met grondstoffen metterdaad kan worden gemani-
puleerd en dan nog onder de reserve, dat deze reguleering
verre van volkomen is en dat dit middel aan gevoeligheid

verliest, als de grondstof voor verschillende uiteenloopende

goederen kan, worden gebruikt en als er voorraadvorming

optreedt. In de overige beroepen en bedrijfstakken zal

het onder omstandigheden evenzeer noodig of *enschelijk
kunnen blijken, de toevloeiing of afvloeiing van arbeids-
krachten af te remmen en dan
rest,!al
prijs- of’loonpolitieke
maatregelen, zooals meestal het geval zal zijn, ook geen
uitkomst kunnen brengen, alleen het middal van het

binden van aanstelling ei ontslag aan een toestemming.
Als
echrter.
uit dergelijke beroepen, en bedrijfsklassen de
afvloeing moet worden tegengegaan (bijv. uit den mijn-
bouw of uit den landbouw), dan is het niet voldoende om

alleen voor deze beroepen en bedrijfstakken het binden
van het ontslag aan een toestemming in te voeren, aan-
gezien het dan maar al te makkelijk zal v66r
2
komen, dat
mijnwerkers of landarbeiders toch hun dienstverband

verbreken, als zij weten, dat zij elders zonder bezwaar
in dienst kunnen treden, m.a.w. het binden van het ont-

slag in eenige beroepen en bedrijfstakken aan een toe-

stemming zal, om dezen maatregel voldoende effectief te
maken, met zich moeten brengen het binden van
de aanstelling in andere beroepen en bedrijfstakken

aan een toestemmihg. Ook zan dit systeem aan een arbeids-
dienstplicht niet kunnen irorden ontkomen, teneinde de

ondanks deze maatregelen toch afgevloeide arbeiders

weder terugte brengen naar de beroepen en bedrijfstakken,
waaruit zij afkomstig waren en alwaar zij niet kunnen
worden gemist.
Uit een en ander moge zijn gebleken, dat bij het middel
van grondstoffentoewijzing de toepassing van de regulee-
ringsmaatregelen, welke hierboven werden omschreven, niet
zal kunnen worden gemist. Dit wil uiteraard niet zeggen,
dat het middel der grondstoffentoewijzing/als overbodig.

ter zijde kan worden gesteld; iitegendeelJhet zal de toe-

passing van deze maatregelen stellig vergemakkelijken,

aangezien dientengevolge door dé uitvoerende organen
der arbeidsmarktpolitiek (de gewestélijke arbeidsbureaux)
in veel minder gevallen tegen de wenschen van werk-

nemers en werkgevers in zal behoeven te worden ingegrepen.
Tenslotte kan nog worden opgemerkt, dat sommigen

zouden kunnen aanvoeren, dat deze maatregelen toch
eigenlijk van Duitschen oorsprong zijn, dat zij deswege

bij ons volk veel weerstand zullen ontmoeten en dat zij
in den luitschen tijd zoo veelvuldig zijn. ontdoken, dat
gevreesd moet worden, dat zij, ook thans niet het ge-
wenschte effect zullen sorteeren.

Te dezen aanzien kan in de allereerste plaats worden
opgemerkt, dat zij in andere landen, en met name in En-

geland en Amerika, evenzeer, zijn toegepast, zoodat zij
stellig .niet als van Duitschen oorsprong mogen
worden gediqualificeerd. De bewuste maatregelen zijn
niet anders dan een internationaal e.rkende en toegepaste

techniek, om in een periode van straf geleide economie
den orbeidsstroom in de gewenschte richting te leiden.
Dat deze techniek in den Duitschen tijd op. een hoogst
impopulaire wijze is niuisbruikt, veroordeelt niet de tech-
niek als zoodanig, doch de Duitsche machthebbers, die
haar op de meest wreede en onbarmhartigè wijze hebben
toegepast. Het feit, dat de in den Duitschen tijd.toegepaste
geleide economie is misbruikt om ons land te ontbbooten
van zijn hulpbronnen, leidt toch immers ook niet tot een
veroordeeling van de geleide econômie als zooclanig, even,

min als de omstandigheid, dat onze gevangenissen zijn mis-

bruikt voor het opsluiten van een deel van de bloem
onzer natie, leidt tot een veroordeeling van het gevangenis-
wezen.. Wordt echter de techniek, om den arbeidsstroom

in de meest gewenschte richting te leiden, op Nederland-
sche wijze rustig en bezadigd’ toegepast en omkleed, met
de noodige’ waarborgen – in dien zin, dat de georgani-

seerde werkgevers en werknemers in den vorm van advi-
seerende vertrouwensinstanties of beruepscommissies wor-

‘t
,

rim

20 Sept’mber 1945

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1j7

den ijgeschakeld -, dan behoeft •m.i. niet e worden ge-

vreesd, dat stootende voorvallen zullen optreden.

Dat deze maatregelen in den Duitschen tijd veelvuldig
zijn ontdoken en dat zij daardoor lang niet ‘dat effect

hebben gesorteerd, als anders mogelijk zou zijn geweest,

is ongetwijfeld juist.. Echter moet niet worden vergeten,

dat een zeer groot deel van de ambtenaren van dearbeids-
bureaux hieraan meedeed (het simpele feit, dat niet

minder dan 20% van het personeel van de gewestelijke

arbeidsbureamc het slachtoffer is geworden van Duitschen

druk en terreur, maakt wel duidelijk, dat, waar lang niet
alle tegenwerkende ambtenaren door de Duitschers zijn
gesnapt, een zeer hoog percentage der ambtenaren, voor-
zoover zij daartoe uit hoofde van hun werk in staat waren,
heeft meegeholpen aan het ontduiken). Evenmin moet over

het hoofd worden gezien, dat nagenoeg de geheele be-volking haar medewerking verleende
;
als voorgeschre-

ven maatregelen niet weiden nageleefd, uit het besef,
datin dit opzicht alles moet worden gedian’at redelijker-

wijze mogelijk was, om de Duitsche plannen te doen
stranden (schrijfclubs van Z-kaarten). Deze beide factoren

vallen thans •weg. Immers noch yoor de ambtenaren,
noch voor de bevolking bestaan redenen om de bewuste
maatregelen te helpen ontduiken. Integendeel, wanneer de
bevolking door een doelmatige voorlichting duidelijk wordt
genaakt, dat de voorgestelde maatregelen ten doel heb-
ben om haar door tusschenkomst van het nood- en
herstelplan zoo spoedig mogelijk een beter welvaarts-

niveau te bezorgen, dan kan m. i. bij de bevolking en het

bedrijfsleven een zoodanig werkelijkheidsbesef worden verwacht, dat van een ontduiking van deze maatregelén
op een eenigszins belangrijke schaal geen sprake zal zijn.

A. N. VAN MILL.

DE BEDRIJFSORGANISATIE, OP EEN

KRUISPUNT.

De opbouw van de bedrijfsorganisatie staat in Neder-
land in het teeken van volle belangstelling. T-let valt echter

daarbij op, dat meer aandacht wordt besteed aan den vorm
der organisatie, dan wel aan de taak, die zij te vervullen zal
krijgen. Deze vorm is belangrijk, het woidt grif toegegeven,
echter de te vervullen taak is belangrijker en pas wanneer
die taak duidelijk voor oogen staat, kan de juiste organi-
satievorm worden gevonden.

Wanneer men kennis neemt van wat er zich afspeelt
op dt terrein, dan kan men zich niet onttrekken aan den
indruk, dat het te bereiken einddoel veel te eng wordt
gezien en in ieder geval het zwaartepunt niet op de juiste
plaats dreigt te worden gelegd. Immer, sterk domineert

de opvatting, dat het gaat of althans in de eerste plaats
gaat om de behartiging van de bedrijfsbelangen der leden.
Dit in navolging van de zgn. Woltersom-organisatie,
waarvoor dit als basis in het statttut wodt aangegeven.
Hiertegen dient positief stelling te worden genomen;
een veel breeder terreiii dient bestreken te worden. Zeer
zeker kan met een publiekrechtelijk orgaan één en ander
tot stand gebracht worden voor de leden, waar een vrije
vereeniging door innerlijke tegenstellingen niet aan toe
kan komen. Maar haar taak ligt toch in hoofdzaak elders.
Zij moet ook zijn het adviseerend en eventueel uitvoerend
orgaan voor de Overheid bij haar zeer omvangrijke taak
van het beheerschen van het bedrijfsleven. De noodlottige
situatie van ons technisch kunnen en economisch falen
in het maatschappelijk leven moet eenmaal overwonnen
worden. Men kan het samenvatten in deze algemeene
formuleering: het georganiseerde bedrijfsleven moet met
de Overheid medewerken en samenwerken om te komen
tot een meer
algemeene
welvaart. De ontevredenheid is bij
den weldenkenden en sociaal voelenden mensch algemeen.
Men kan niet meer genoegen nemen met een samenleving
van schrijnende tegenstellingen; met haar verwarring en

vernietiging scheppende elementenT De Overheid heeft

hier een gi-oote taak, waarbij het bedrijfsleven de advi-

seerencie en zoo noodig uitvoerende rol heeft te spelen.
Dit gezamenlijke doel dient daarom ontwijfelbaar als
primair aangezien te worden.

– Nederland is thans weer vrij zijn eigen werk-organi-

satie op te bouwen. Natuurlijk staat alles nog sterk onder

den invloed vanwat de jaren van oorlog on bezetting als
erfenis achterlieten, waarcfbor de slagruimte voor Overheid
en bedrijfsorganisatie nog te gering is. Maar dit mag niet

er toe voeren, dat men het einddoel uit het oog gaat ver-

liezen en ten opzichte van den opbouw van de bednijfs-
organisatie gelegenheidswerk gaat doen.
Flelaas kan men, zelfs met veel goeden wil, nog nie.t een
ernstig streven naar de ganoemde doelstelling ontdekken.
Integendeel stuit men overal op een zoo duidelijke en

forsche hehartiging van, de bednijfsbelangen zelve, dat
zonder overdrijving kan worden aangenomen, dat de naar

de Overheid gerichte zijde van, het werk der bedrijfsorga-
nisatie nog onvoldoende aandacht heeft.

Natuurlijk zijn hiervoor vele en velerlei verontschul-digingen, zooals deze steeds in flinke mate in voorraad

zijn, wanneer het gaat om de keuze tusschen eigenbelangen
en die, welke met den buurman gedeeld moeten worden.
En de omstandigheden werken hiertoe zeker niet mede.
Het eigen bestaan is tengevolge van oorlog en bezetting
wel heel erg in het middelpunt komen te staan. Een al-
truistische levenshouding komt meer en meer in de knel,

wanneer het bloote bestaan als factor zoo’n groote rol
gaat spelen. Dit alles kan volkomen erkend worden en
de noodzaak, om hier alle aandacht aan te schenken,
volkomen worden aanvaard, maar dat mag geen aanlei-
•ding zijn nubij den opouw vin toekomstapparatuur daar-
door zich te veel te laten leiden. Niet vergeten mag worden,

dat, wanneer niet van den aanvang af een strenge richting
wordt bepaald én gehandhaafd, men straks aan de zijde
van de Overheid en van de bedrijfsorganisatie beiden voor

ontnuchteringen zal komen te staan, waardoor alle span-
ningen, die er liggen tusschen het behartigen van eigen-
belangen en het ruiipte maken voor het algemeen belang,
nog zullen moeten worden overwonnen, uitgevochten dân, wanneer het hoog tijd wordt, hoog tijd
is,
om tot
energieke daden te komen, die ons uit de diepte van ver-
warring en verval moeten doen uitetijgen.
Een goed fungeerend bedrijfsleven is werkelijk geen
klein doel. Alleen hiermede is het hoogere doel, een al-
gemeene welvaart, te bereiken. En in een tijd van ont-
reddering van dit bedrijfsleven, weegt dit heel zwaar.
Maar het criterium blijft, dat de algemeene welvaart het
groote eind4oel moet zijn. Men benadert dit niet, wanneer
niet ten voeten uit de bedrijfsorganisatie hierop wordt
ingesteld. En wat nog belangrijker is, degenen, ciie daarin
leidiiig zullen hebben te geven, dienen solidair te zijn

met deze doelstelling; het principe ervan te aanvaarden.
Dit laatste is juist van de grootste beteekenis. Weet
de tedrijfsorganisatie wat van haar wordt verwacht,
dan zal het ook in de leiding die personen brengen, wier

krachten en opvattingen de beste waarborgen geven,
dat dit doel ook wordt bereikt. Verzuimt men dus bij den
aanvang deze dingen klaar en duidelijk in het lichtte
stellen, dan staat ons op het gebied van de bedrijfsorgani-
satie npg een lange lijdensweg voor da deur. Voor Overheid
en gemeensch,ap beteekent dit het gemis aan een bruik-
bare apparatuur in den sterk dynainischen tijd
van
heden.
Men kan zich de vraag voorleggen, of het geheele ge-
vaarte van de Organisatie van het bedrijfsleven in een
zoo groot aantal organen, met de daaraan onafscheideijk
verbonden materieele en financieele consequentie, ver-
antwoord is, wanneer de doelstelling alleen zou zijn:
Uienen ‘jan de belangen der leden”. Het is werkelijk de
vraag, of het dienen van de belangen van productie en
distributie zoo noodig is, dat hiervoor een gebouw van
zoo’n omvang rechtvaardiging vindt.

118

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 September 1945

101
Gezien wat industrie en handel zelve hebben weten te
bereiken op het terrein van het dienen van haar belangen
en
wat
de vrije organisatie dier groepen mede tot stand

brachten, lijkt de opratting, dat het geval heel erg

topzwaar wordt, niet overdreven. Maar de vragen van den
dag liggen niet meer in het vlak van productie en distri-

butie, maar in dat van het algemeen belang. Onze groote
productie- en distributiemogelijkheden weten we niet vol-

doende te benutten ten dienste van den consument, ten

dienste van het algemeen. 1-her ligt de fout in het verleden,

mèt haar verschrikkingen brengende gevolgen. Hier moet
do Overheid optreden. Hier is het de taak van de bedrijfs-
organisatie haar daarbij bij te staan. Maar dan moet

ook hier het kernpunt van de bedrijfsorganisatie gelegd

worden, wat beteekent, dat dè basis van heden dient
Qerlegd.

Bij een foutieven opbouw dreigt er voor de Overheid

zelfs een ernstig gevaar te ontstaan. Een orgaan, ter be-

hartiging van de belangen der leden, zoekt uit den aard

der zaak naar wegen, dit zoo goed mogelijk te bereiken.

Een voor d3 hand liggend middel is de concentratie tot

uitschakeling van
concurrei2tie.
1-let toch al reeds georga-
niseerd zijn in groepsverband leidt hier gereede toe. Een

stapje verder is samenwerken – samensmelten -,
monopoliestellingen zoeken; zeer zeker allen middelen om

het bepaald eigenbelang dei leden te dienen. De Overheid,

aangewezen voor de bescherming van het algemeen belang,
waarom het toch ten slotte voor haar moét gaan; een

Overheid, die door beheersching van het bedrijfsleven, het

verleden wil overwinnen en bouwen aan een betere,
rustiger, meer algemeen welvarende samenleving, vindt

dan,inplaats van een medewerkend georganiserd bedrijfs-
leven, de in sterke machtspositie gekomen bedrijfsgroepen
tegenover zich. Indien het dien kant zou uitgaan, zou dit

feitelijk het failliet beteekenen van de grondgedachte,

dat de bedrijfsorganisatie met verordenende bevoegdheid

als rechterhand van de Overheid is te zien.

Dit dient voorkomen te worden. De bedrijfsorganisatie
heeft een dubbele taak. Zij kan de belangen der leden dienen,

voorzoover het bedrijfsleven daaraan behoefte heeft en d3 vrije organisatie door onvoldoende machtsmiddelen

er niet toe in staat is. Maar daar bovenuit heeft zij de

Regeering terzijde te staan, die het mechaniek van het
nEiaatschappelijk leven niet kan beheerschen zonder groote
deskunigheid op het veelzijdig terrein van het bedrijfs-
levEn.
1-let is een geweldik experiment. Of ook andere wegen
begaanbaar zijn om tôt dit doel te geraken, kan hier
buiten,beschouwing laten. Men koos dit stelsel van be-

drijfsoi’ganisatie en reeds vôôr den oorlog waren de ont-
wikkelingstendenzen in de Nederlandsche
W
we
t
gev
i
ng

aanwezig. Maar dan dient men ook consequent den weg
te volgen en mag bij den start het schip niet een vol-
maakt anderen koers gaan zeilen.
Men kan met een toekomstoog de Overheid reeds zien
te midden van bergen van moeilijkheden. Zij dreigt te

worden ontvangstation van klachten van zich benadeeld-
voelenden; zij wordt het aanvalspunt met de bekende

middelen van groot- en gewichtigdoenerij, van brutalen
druk of handig gernanoeuvreer van belanghebbenden,

die onderling een wedloop houden om de meeste.zon op
hun paadje te krijgen. Hierin kai de Overheid alleen
dân
baas
blijven, wan ‘eer zij in vol. vèrtrouwen kan
steunen op een haar welgezinde en d3 d3elstelling goed

aanvoelcnd organisatie. Zoo gezien, hangt alles af van
den geest, waarmede het werk wordt ingezet. Op,zijn hoede
zal men moeten zijn voor de stille krachten, die onder
het mom van medewerking, het op de mislukking hebben
voorzien.
Er dreigt iets zinloos te komei in het steeds zich uit-
breidend organisatieween, indien de toekomsttaak zou
ineenschrompelen tot een armzalige rest van in groeps-
verband dienen van eigenbelangen. Er is ander en beter

werk te doen. Nu de wapenen
rusten&
de vragen en
problemen stormenderhand beslag leggen op aller energie,

mag geen kostbaren tijd verdaan worden aan nutteloos gedebatteer en georganiseer op zijpaden.

VAN WIJNEN.

GELD- EN KAPITAALMARKT.
Onder invloed van de officieele bekendmakingen t.a.v.
de geldzuivering, ging hét publiek er op groote schaal toe

over de overtollige kasvoorraden aan banken en spaar-

banken toe te vertrouwen. In den jongsten weekstaat

van De Nedevlandsche Bank kwam dit eenerzijds tot

uiting in een daling van de bankbiljettencirculatie
met f 327 millioen, terwijl anderzijds de Schatkist

de hieruit resulteerende toeneming van de Rekening-

courant saldi van Anderen grootendeels benutte voor het
onderbrengen van schatkistpapier. Het creditsaldo van het

Rijk bij de centrale bank steeg met 1316 millioen en
heeft thans het niveau van f 838 millioen bereikt.

De verwachte daling van de rentetarieven van den
Agent van het Ministerie van 1 inanciën is inmiddels een
feit geworden. De officieele tarieven zijn met ongeveer.

1/6
tot
1
/
7
.verlaagd. De tendens, om kortloopenl papier

om te ruilen voor papier met langeren looptijd, bleef

ook in de laatste dagen bestaan, voortvloeiend uit den
wensch van de geldmarktinstellingen om van de bereid-

villigheid van den Agent tot afgifte van jaarspapier
gebruik te makn, om de ruimschoots van het pubbek

toevloeiende gelden, welke vermoedelijk ten deele Vrij
lang geblokkeerd zullen blijven, zoo réjel mogelijk

te beleggen. Driemaands papier werdbijv. verhandeld
tegen
1/8 pCt., vijf- en zesmaands papier tegen 1
/4
pCt.
en 1
1
a/
16
pCt., terwijl de officieele afgiftep rijzen resp.

.1/
8
pCt., 1
1
/
2
pCt. en pGt. bedroegen; een niet onbe-
langrijk verschil dus met de Agentsprijzen.

Ook op de kapitaalmarkt streeft de Overheid naar een

rentedaling, daar de’ staatsleeningen met een rentetype
van meer dan 3 pCt. zullen worden gecoiiverteerd in SpCt.
Jeeningen. In hoeverre deze rentedaling zich over de ge-

heele linie zal voltrekken en welke moeilijkheden dit voor

levensverzekeringmaatschappij en en pensioenfondsen met
zich
zal
brengen, kan thans moeilijk worden beoordeeld:

AANTEEKENINGEN.

BERICHT VAN DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN
FABRIEKEN VOOR UlD-HOLLAND TE ROTTERD4M.

De Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuid-
Holland te Rotterdam verzoekt ons onderstaand bericht
te willen publiceeren.

De’I-Ioofdgroep Industrie heeft aan haar leden de mede-

deeling doen uitgaan, dat krachtens het Besluit Vijande-

lijk Vermogen (No. E 133) alle Nederlandschb octrooien,
in handen van vijandelijke (Duitsche,
,
Italiaansche, Ja-pansche enz.) onderdanen, van rechtswege in eigendom

op den Staat zijn overgegaan. Deze octrooien zullen thans
ten bate van de Nederlandsche industrie worden aange-
wend. Het betreft hier een aantal van ongeveerd8.000
octrooien op velerlei gebied.
Teneinde nu de industiie in de gelegenheid te stellen
om van deze octrooien kennis te nemen, zal door den

Octrooiraad hiervan een volledige inventarisstaat worden
opgemaakt, verdeeld in klassen en onderklassdn, met
vermelding van de ingeschreven licenties, ten name van

Nederlandsche onderdanen, terWijl als bijlagen de ge-
drukte octrooischriften worden bijgevoegd. Deze gegevens zullen worden gedeponeerd bij de
Kamers Qan Koophandel,
alwaar zij Qoor belanghebbenden ter inzage liggen.
Tevens
zullen aan alle secretarissen der Bedrijfsgroepen van de
Hoofdgroep Industrie afschriften van bovenbedoelden
inventarisstaat worden toegezonden, zoodat ook deze

14

in de gelegenheid zijn de onder hun groepen ressorteerende

bedrijven in te lichten.
ij’et is van het grootste belang, dat iedere Nederlandsche

industrie nauwkeurig kennis neemt van deze ocerooien en

zorgvuldig overweeg’t, of hieronder octrooiert zijn, die voor

haar van belang zijn. Mocht dit het geval zijn, dan is het
dringend gewenscht hiervan mededeeling ee doen aan de

Hoofdgroep Industrie.
Voor de gevallen, waarin een bepaald bedrijf reeds van

een vijandelijk octrooi een• licentie bezit, doch zulks niet

bekend
is
bij den Octrooiraad, is het voor het betrokken

bedrijf va,n be1an van bovenbedoelden inventarisstaat

kennis te nemen, dan wel terzake met den Octrooiraad in

verbinding te tredn, opdat voorkomen kan worden,

dat met een dergelijk octrooi gehandeld wordt, alsof er

geen licentie bestond.
Het ligt
in
de bedoeling, dat het beheer van deze
octrooien zal geschieden door een daartoe in het leven

te roepen stichting
Hiervan zal te zijner tijd in de Staatscourant nadere

mededeeling worden gedaan.

BROChURES.
Korte scb
,
ees van de Economische ontwikkeling der Vereenig-de6taten gedurende ‘den oorlog.
Rotterdamsc)ie Beleg-
gingsconsortium N.V. 19 pag.

Het eerste verzamelgebouw voor grossiers te RotterdariUi
t-

gave van de Kamer van Kopohandel en Fab’Îeken
voor Zuid-Holland, Rotterdam. Juli 1945. 23 blz.

STATISTIEKEN.

DE NEDIIRLANOSCHE BANK. (Voornaamste posten in duizenden guldens)

Data
Munt,
munirnate-
riaal ‘en
deviezen ‘)

Binnen!, wisseLs
open markt Papier,
beleeni’n gen, voor-
schotten a/h Rijk
en diverse
rekeningen ‘)

Totaal activa

Totaal
opeischb.
schulden

17 Sept.
’45
5.202.073
169.940
5.447.870
4.967.011
10

,,

.
’45
5.200.328
176.228
5.457.413 4.971.627
3

’45
5.200 993
173.877 5.450.731
4.969.973
27
Aug.
’45
5.201 .042
163.639
5.444.042
4.963.363
20′

’45 5.201.263
163.781
5.444.405
4.963.748
13

,,

’45
5.201.385
988.961
5.475.708
4.995.073
6

’45
5.201.602
409.624

.
5.696.597 5.215.427
30 3’uli

’45
5.201.741
479.183
5.766.297
5.285.164
23

,,

’45
5.201.574
531.318
5.81 8.265
5.337112
16

,,

’45
5.201.574
675.713
5.963.160
5.482.876
9

,,

’45 5.201.645
755.510
6.043.040 5.562.929
‘2

.,

’45
5.201.606
786.387
6.073.902
5.594.655
6
Mei

’40
1.173.319 248.256
1.474.306
1.424.016

Data
Bankbil jet-
m
ten in o-
Loot

,

Saldi
in
RIC

Bankassig-
natiën en
diverse
rekeningen

Saldo Rijk
R/C (D/C)

Schathit-
papser
r echts Ir.
onder-
gebracht

17
Sept.
1
45
2.118.035
2T’0
148.747
C. 943.040

tO

’45
2.445.432
2.526.010
148.663
C. 626.273
3

’45
2.532.429
2.437.399
148.594
C. 503.663

27
Aug.
’45
2.573.489
‘2.389.752
048.513
C. 475.003

20

,,

’45
2.722.632
2.24! .025
148.462
C. 414.663

13

,,

’45
2.858.039
2.136.944
148.437
C. 302.816
18.000
6

,,

’45
3.086.507
2.127.047 150.755
C. 360.133
239.000
30 Juli

’45
3.447.841
1.837.298
148.8rpl
C. 230.142
318.000
23

’45
4.005.187
1.331.185 149.60s
C. 108.567
361.000
16

‘4 51
4.676.466
663 320
148.1 60
C. 139.487
509.000
9

‘4 51
4.901.351
641,465
147.985
C. 148.233
595.000
2

‘4 51
4.960.365
746.1 1′!
‘147.168
C.

105.1301
592.000
6
Mei

’40
1.158.613
255.1741

10.230
C.

22.962
,

‘) De posten ,,Correspondenten in het buitenland” un ,,Buiten-
idsche betaalmicldelen (exci. pasmunt)”, voorheen begrepen mde )iverse rekeningen”, zijn van
5 Juli 1943
af opgenomen onder de
itenlanclsche portefeuille, in onzen staat samengevat als ,,deviezeii”

Bankinstelling te ‘Amsterdam vraagt voor spoedige in-
diensttreding een ervaren

Doctor of Doctorandus

in de Economische Wetenschappen.

Leeftijd niet ouder dan 35 jaar. Zij, die zich op finan-
‘cieel en

monetair terrein hebben gespecialiseêrd, genieten
de voorkeur. Brieven onder no. 2139 A. Y. aan Advert.-
Kant.’ J. H. de Bussy, Rokin 62, Amsterdam-C.

RIJKS VERZEKERINGSBANK.
Het Bestuur der Rijksverzekeringsbank rôept sollicitanten
op naar de betrekking van

Hoofdambtenaar

bij die instelling, ter vervulling van de functie van Chef der Afdeeling Geldbalegging. Rang en salaris, nader overeen te
komen. Leeftijd niet jonger dan 35 jaar.
Candidaten voor genoemde betrekking moeten beschikken
overeen uitgebreide financieele kennis en over een veelzijdi-
ge ervaring op financieel gebied. ‘
Bij ‘voorkeur komen in aanmerking zij, die in het bezit
zijn van.een diploma Handelshoogeschool of van een econo-
mische faculteit.
Sollicitatiën schriftelijk binnen ’14 dagen na plaatsing
dezer advertentie te richten tot den Secretaris-Generaal der
Rijksverzekeringsbank, Apollolaan
15,
Amsterdam, met ver-
melding van bijzonderheden en van aanbevelingen.

Plaats vacant
1
voor

jong Econ. Drs.

als assistent van Secretaris div. Vak- en Ondervakgroef,en.
Ervaring niet vereischt. Brieven met uitvoerige gegevens en
opgave van verlangd salaris onder no. 234 bureau van dit
blad, postbus 42, Schiedam.

Groot Iddustrieel bedrijf in het ‘Westen des Lands zoekt
voor haar afdeling Secretariaat een

Jurist

leeftijd, pIm. 25 jaar, om opgeleid te worden tot secretaris
‘n de Directie. Schriftelijke sollicitaties; voorzien van re-
ite foto, te richten aan Advertentiebureau Hund, Groen-
markt 36 te Den Haag, onder no. 1945.

Bij het Bureau Statistiek der Gemeente Amsterdam
is te vervullen de functie van

Commies of Hoofdcommies

(Salarisgrenzen
/
2900-/ 3750, resp.
f
3050-f 4525). Ver-
eischt wordt: het bezit van het diploma van doctorandus,
hetzij in de economische wetenschappen, hetzij in de sociale
geographie. Statistische practijk en het verricht hebben van
zelfstandig wetenschappelijken arbeid strekken tot aanbeve-
ling. Volledige s6llicitâties binnen 14 dagen, na plaatsing
,dezer advertentie te zenden aan den Dienst voor. de Ge-
meentelijke personeelsvoorziening, Sarphatistraat 92. Per-
soonlijk bezoek uitsluitend na oproeping.

De Coöperatieve Groothandelsvereeiiiging De Handels-
kanier ,,HAK” G.A. te Rotterdam, zoekt een

Chef van de

productie!eiding en fechnischë dienst

voor haar Productiebedrijven te Utrecht. Vereisten: Goed
inzicht in bedrijfsorganisatie en, geschikthéid om leiding te
geven bij bouw, installatie, onderhouden energie-voorzie-ning met medewerking van één of meer deskundigen. Het
bedrijf omvat o.a. de productie van levensmiddelen en zeep-
producten. Leeftijd: 30-35 jaar. Werktuigkundige’ inge-
nieurs (Delft) genieten de voorkeur. Sollicitanten moeten
bereid zijn deel te nemen aan een psycho-technisch onder-
zoek. Eigenhandig geschreven brieven met uitvoerige in-
lichtingen omtrent opleiding, diploma’s, levesisloop, laatst-genoten salaris, leeftijd enz., voorzien van goed gelijkende
pasfoto in te zenden aan onze afdeeling Personeelszaken, van
de Handelskamer te Rotterdam, Postbus 6008, onder het
motto Chef Productieleiding en Technische dienst, vôôr
,26 September as.

ONTVANGEN BOEKEN EN BROCHURES.

,BOEKEN.

La recurrence des cycles est-elles un phéno’nène nécessaii’e

[-t

en econoinicapitaliste?
par P. Michotte van den Berck,
Docteur’ en Droit. Licencié spécial en Economic

politique, 1943. 50 blz.

Alle correspondentie betreffende advertenties gelieve U te rich

en aan Koninklijke Nederlandsche Boekdrukkerij H. A. N. Roelants, Lange Haven 141. Schiedam (Tel. 69300, toestel 6)

• k

De /aouIIeHcIe ‘J3raidpoIis

De Coöperatieve ‘Groothandelsvereniging De Handels-
kamer ,,Haka” G.A. zoekt een
jong medewerker

voor documentaire en publicistische arbeid,
Vereist: Brede algemene ontwikkeling. Bijzondere be-
langtelling voor sociaal- en bedrijfseconomische zaken; vlot
en degelijk publicist. Gewenst: Academische opleiding (even-
tueel nog te

voltooien). Bekndheid met verbruikscoöpera-ties. Salaris nader overeen te komen. Psycho-technisch on
derzoek voor benoeming. Indiensttreding: zo spoedig moge-
lijk. Sollicitaties te richten aan De Handelskamer, afd. Per-
soneelszaken onder: Publicist, postbus 6008, Rotterdam W.,
vôôr 26 Sept. a.s. Persoonlijk bezoek uitsluitend na uitnoo-
diging.
V /

Bij middelgroot industrieel bedrijf te Rotterdam vaceert de
betrekking van

Che! de.Burèau

Vereischten: Grondige
1
kennis van moderne fabrieksboek-houding, variabele budgetteering en loonadministratie, vol-
doende bekend met fiscale en sociale wetgeving.
Zij, die in een soortgelijke functiè reeds eerder werkzaam
zijn geweest, genieten de yoorkeur. Leeftijd 35-40 jaar.
Brieven met vermelding van opleiding, loopbaan, verlangd
salaris en godsdienst onder no. 238 bureau van dit blad,
postbus 42, Schiedam.

Diversen

1

Accounfantspraktijk

t’er overname gevraagd door Accountants-lid N.I.V.A., die
zich zelfstandig wenscht te vetigen. Brieven onder no. 237
bureau van dit blad, pbstbus 42, ‘Schiedam.

Het Algemeen

Psychotechnisch Laboratorium

onder leiding von
Drs. J. Slikboer
en
G. de Groot.

belast zich met het beoor’delen en selecteren
von personeel, olsook met het geven von od-viezen inzoke de keuze van studie of beroep.

Individueel onderzoek met het oog op aanleg,
bekwaamheden, karaktereigenschappen, opvoe-
dingsmo’ei lijkheden en andere speciale, vragen.

Heerengracht
43 5-437,
A’dam-C.,’ Telef.
33746

SCHRIFTELIJkE CURSUS
VOOR MODERNE

MBA 810RINAMINISTRATIE

Leidt
op voor het examen modene bedrijfsadministratie –
Behandelt o.a.
admin istrtieve organisatie, de rekeningstelsels,
voor- en nacalculatie, standaardkosten en budgetteering, loon-

stelsels en loonadministratie, bedrijfsstatistiek, toepassingen in
verschillende bedrijven –
Biedt
uitstekend verzorgde lessen
en beschrijvingen, uitvoerige en gedegen correctie van de

uitgewerkte vraagstukken, alle gewenschte voorlichting op
studiegebied

Beschikt over
talrijke medewerkers uit de
praktijk van het bedrijfsleven –
Verzorgt
behalve den hoofd-1
cursus ook voorbereidende, aanvullende’ en repetitiecursussen.
Pro8pectu8 op aanvraag

S

oan

De
,,i4ssun’iij” c’cui 1896

‘s-Qrcioenhci
g
e

Ook in dejaren

1940-1945

,,Koninklijke”

Nederi. Boekdrukkerj

H.’ A. M. Roelauts

Schiedain


VANDIJK&Co.,

EENDR.ACHTSWEÔ
11 – ROTTERDAM

Makelaars en Commissionnczjrs . in Effecten

Effecten – Coupons – Vermogensbeheer

Telefoon 20845 – 21889 — 40631′

Beurs Nis6

Telefoon 24178

24378

SCHRIFTELIJKE CURSUSSEN ,,STATISTIEK”

In
OCTOBER
as. beginnen de nieuwe cursussen

ELEMENTAIRE STATISTIEK’

ALGEMEENE STATISTIEK

‘C. BEDRIJFSECONOMISCHE STATISTIEK

ter verkrijging der diploma’s Statistiek. Inlichtingen en
uitvoerig prospectus, verkrijgbaar te LEIDSCH EN DAM,
Gebouw. ,,Hulp en Heil”, Tel. 260.

.NEDERLANDSCHE STICHTING VOOR STATISTIEK

ispen

culemborg
amsterdam
rotterdam

Alle correspondentie
‘betreffende advertenties, geleve U
te richten
aan Koninklijke Nederlandsche Boekdrukkerij H. A. (“1. Roelants,
Lange Haven 141, Schiedam
(Tel.
69300, toestel 6)

Druk Roelants, Schiedam

Auteur