Ga direct naar de content

Jrg. 3, editie 151

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 20 1918

20
NOVEMilEP 1918

EconomischpaSta
’tistisch e

Beri*chten.

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL. NIJVERHEiD. FINANCIËN EN VERKEER

3E JAARGANG

WOENSDAG 20 NOVEMBER 1918

No.
151

R 0 T T E R D AlS C H E
N.V. Furness’
Scheepvaart-
Stooinvaart-Maatschappij

BANKVEREENIGIN&
en Agentuur Maatschappij
NEDERLAND

Rotterdam ‘s-Gravenhage
ROTTERDAMAMSTERDAM
AMSTERDAM.
Boompjes

Mauritslade
Telegram.Adres: ,,FURNESS”

Delfshaven

Bezuidenhout
Telefoon Nos. ROTTERDAM
7744/47
Stooinvaart-Maatschappij
Feijenoord

IClneuterdijk
Glasjaven

Naaidwijk

AMSTERDAM
N6866,
N
1267

ROTTER]JAMSCHE LLOYD
Reeders, Cargadoors, Expediteurs, Kolen-
Schiedam

*

Rijswijk
Vlaardingen

Scheveningen
handelaren, Stuwadoors, Assüradeurs etc.
ROTTERDAM.

Amsterdam

Rokin
Speciale afdeeling voor het bevrachten
TIJDELIJKE MAILDIENST

Zaandam
van scheepsladingen per stoomende en
JAVA—SAN FRANCISCO vice versa

KAPITAAL
EN
RESERVEN
zeilende ruimte,
via
Singapore, Hongkong, Manilla, Nagasaki

/
66.000.000,—
AAN- EN VERKOOP VAN SCHEPEN
en

GEREGELDE LIJNEN VAN EN NAAR:
VRACHTBOOTENDIENST

NAT 10 NA LE

BALTIMORE (Hoii.Amer. Lijn) elke 10f14dagen
‘CARDIFF (en Birmingham District) wekelijks
van
Java
naar
San Francisco
Vice versa, in

‘MiDDLESBROUOH …..eiken Zaterdag
vereeniging met de Java-China-Japan Lijn.

BANK VEREE Nl GING

‘STOCKTON ON TEES.

.

.

.

eiken Zaterdag
*
SUN0ER(JNO
eiken Zaterdag
ALEXANORIE …….elke 2/3 weken
JAVA—NEW
YORK LIJN.
Hoofddirectie en Centrale
CANADA (via Londen)

.

.

.

elke
10
dagen
AUSTRALIE (via Londen)
.

elke
14
dagen
Geregelde vrachtbootendienst van
NewYork
Administratie te Utrecht
ZUID.AMERIKA (via Antwerpen) eike23weken
naar
Nederlandsc/,-Indië
Vice versa, via

Alkmaar, Almelo, Alphen a. d.R., A mers-
MAROKKO (via Antwerpen).

elke
14
dagen
CUBA (via Liverpoot).

.

.

.

elke
10
dagen
het

Panama-Kanaal,

in

samenwerking
met andere Maatschappijen.
foort, Apeldoorn, Arnhem, Assen, Barne-
veld, Bodegraven, Borculo, Boskoop, Den
Doorvrachten naar en van alle deelen der wereld.

Burg (Texel), Coevorden, Culemborg, Delft,
LeverIng van Engelsche Stoomkolen en

Gaskolen.
Diensten tijdens den oorlog gestaakt.
JAVA—BENGALEN
LIJN.

Deventer, Doetinchem, Dokkum, Dordrecht,
Drachten, Ede, Emmen, Franeker, Gelder-
__________________________________________
Geregelde dienst van
Nederlandscij-Indij

malsen, Goes, Gorinchem, Gouda, Groenlo,
naar
Rangoon
en
Calculla
vice versa.

Groningen, Haarlem, Harlingen, Heeren-
Veen, Den Helder, Hengelo (0.), Hooge.
veen, Hoogezand, Hulst, Katwijk, Leeuwar-
DeN.V. Hypothecaire Credietbaiik
den, Leiden, Lochem, Meppel, Middelburg,
Nijmegen, Oostburg, Purmerend, Schagen,
Anne Paulowuastraat 113

Schoonhoven,

Sliedrecht,

Sneek,

Stads-
‘sGRAVENHAGE
kanaal, Terneuzen, Tholen, Tiel, Uithoorn,
Utrecht, Veendam, Veenendaal, Vlissingen,
Wildervank, ‘Voerden, Ijmuiden, Zeist,
Zierikzee, Zutfen, Zwij ndrecht.

Nationale

verstrekt credieten onder hypothecair ver-
band.

Geeft uit 5
°
/o voor hoofdaom en
rente verzekerde achuldbrieven in coupures
van
f
1000,—,
f
500,— en
fl00,—.

KAPITAAL
EN
RESERVEN
De Directie,

/
7.200.000,—
Levensverzekering-Bank
Mr. J. J. BERGSMA.
C.

De aandacht wordt gevstigd op de afgifte
van

Binnenlanodsche

Credietbrieven,
F.
&

V. ‘T.A.( DA.1YI
waardoor in ruim 80 plaatsen in Nederland
OPGERICHT 1 863
gelden franco kunnen worden opgenomen.

TE

Makelaars in Assurantiën

Wijnhaven 63

Rotterdam

ZUID-NEDERLANDSCHE
HANDELSBANK

belasten zich met het

Kapitaal f3.000.000,—
R 0 T T E R D A M plaatsen van

EINDHOVEN

TILBURG- ‘s-HERTOGENBOSCH
alle Assurantiên,
BREDA

MAASTRICHT

SITTARD

VENLO
onverschillig van wei-
Belast zich met

de behandeling van
alle bankzaken
ken
aard,
geene
uit-

SAFE DEPOSIT
gezonderd.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

HOLLANDSCHE BANK VOOR. ZUID-AMERIKA

AMSTERDAM

BUENOS AIRES

RIO DE JANEIRO

SANTOS

KAPITAAL
f
14.000.000,—

RESERVE
f
2.100.000,-

ALLE BANKZAKEN OP ZUID-AMERIKA

VERLEENT BEMIDDELING TOT HET AANKNOOPEN VAN HANDELSRELATIES IN

ARGENTINIË
EN
BRAZILIË

DE GRONINGER BANK

Groningen, Winschoten, Stadskanaal, Wildervank,

Veendam, Sappemeer, Deifziji, Emmen, Hooge-

veen
en Ter Apel
(Firma TIMMERMAN
6
SASSEN)

Kapitaal /6.000.000,— Geplaatst en gestort /4.440.000,-

Réseres / 430.501,04

VERRICHT ALLE BANKZAKEN

Belast zich met het incasseeren van wissels op binnen-

en buitenland

ONTVANG-
EN
BETAALKAS

NIEUWE DOELENSTRAAT 20-22

AMSTERDAM

KAPITAAL EN RESERVEN
f
5.500.000,—

DEP0sIT0’s VOOR
1 JAAR FIXE
â
4
PCT.

GELDEN OP DEZEN TERMIJN -GESTORT ZIJN NA AFLOOP VAN HET
JAAR ZONDER OPZEGGING BESCHIK RAAR.

NIET OPGEVORDERD ZIJNDE, WORDT DE POST STILZWIJGEND VOOR GELIJKEN TERMIJN VERLENGD.
DE RENTE KAN NAAR VERKIEZING PER KWARTAAL, PER HALF JAAR
OF PER JAAR ONTVANGEN WORDEN.

GEBROEDERS SCHEUER

Assuradeurs en Assurantiebezorgers
Expediteurs en Cargadoors

AMSTERDAM EN. ROTTERDAM

Vèrzekering van Koopmansgoederen tegen

transport, molest, brand en diefstal tegen

concurreerende premiën.

Nederlandsche Gist-

en Spiritusfabriek

DELFT

ARTIKELEN

Gist

Brandspiritus

Zuivere spiritus

Foezelolie

Amyl-alcohol

Aether Sulfuricus

Narcose aether
Kurken en
Gedroogde Spoeling

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP

Wester-Suikerraflinaderij

AMSTERDAM

GROOTSTE RAFFiNADERIJ

IN NEDERLAND

Levert de mooiste Suiker,

omdat haar zuiveringsver-

mogen het grootst is.

Produceert behalve alle soorten .1!
elis-

suiker
en
Basterds:

Cri8taflen, groote en kleine, Klont jes

(Cubes), Theekl ontjes, CrU8hed (brokken)
Tab letten, Brooden, P0eder8uiker, fijne
Buikers voor Vruchten gebruik, enz. ens.

Pletterij, voorheen L. I. Enthoven & Ciè – Delft

Wissels, Veerwissels, Goederenwagons, Draaischij ven,
Bruggen, Kappen en Gebouwen, Tanks, Aanlegsteigers.

ZWAAR
EN
LICHT
SMEEDWERK
EN
PERSWERK.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

NEDERLANDSCH INDISCHE, HANDELSBANK

AMSTERDAM

BATAVIA

‘s-GRAVENHAGE

AMPENAN. BANDOENG, CHERIBON, HONGKONG, INDRAMAÏOE,
MEDAN, MENADO, •PEKALONGAN, PROBOLINGGO, SEMARÂNG,
SINGAPORE, SOERABAYA, TEGAL,
TJILATJAP,
WELTEVREDEN.

Kapitaal
/
35.000.000,—

– •’ ‘

Reiervén /17.400.000,-

HELDRING & PIERSON

BANKIERS

‘s-Öraven
h4e,
Korte Vijverberg, hoek Doelenstraat.

KWISINRICHTING.

– Bewaarplaats voor Koffers met waardevollenjnhoud en

EIGEN BRANDKASTEN. ”

*

Verzekering .tegen, alle gevaren aan bewaargeving verbonden.

VEREENIGDE CHEMISÇHE FABRIEKEN,

Telefoon: 2053, 2072 en 2073

Hoofdkantoor: Haringvliet No. 100,

Telegram-Adres; ,,RODUMA”

ROTTERDAM

KUNSTMESTSTOFFEN

Fabrieken te
i
KRALINGSCHEVEER, ZWIJNDRECHT n GRONINGEN
NAAMLOOZE VÈNNOOÏSCHAP

C

Je Lampongs”,

TE ROTTERDAM

Commissarissezi:

P. L. A. VAN DER :LEEUW, te Rotterdam.
Dr. P. VAN ROMBURGH, te Utrecht.

B. RUYS, te Dedemsraart.

E. TWEER, te Amsterdam.

GERARD VOORHOEVE, te Rotterdam.

Directië: –

J. A. RU.YS en L. TE WECHEL.

UITGIFTE van-

t 600.00-0
9
— 7 Ot O

landeelen,

verdeeld in 750 Aandeelen
5L
f 800,— nom. elk, tot den koers van
100
pCt.

De ondergeteekenden berichten, dat zij INSCHRIJVINGEN op bovengenoemde uitgifte,

op voorwaarden als vervat in het prospectus ‘dato 9 November j.l., zullen aannemen tot

DINSDAG 26NOVEMBER Â.S

des namiddags 4 uur. In afwijking van het prospectus is de datum van storting bepaald

op 2 December a.s.

MARX
&
Co’s BANK
Rotterdam.

‘ s-Gravenhage

20 November 1918.

.

.

, KERKHOVEN & Co.,
Amsterdam.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

KONINKLIJKE STEARINE KAARSENFABRIEK GOUDA

GOUDA

GOUDA KAARSEN

NACHT-, THEE- EN SCHEMERLICHT

STEARINE

KAARSENPIT

OLEINE

CHEMISCH ZUIVERE EN ALLE ANDERE SOORTEN GLYCERINE

NEDERLANDSCHE HANDELMAATSCHAPPIJ

GESTORT KAPITAAL
f
70.000.000,—

STATUTAIRE RESERVE /12.760.286,-

Hoofdkantoor: AMSTERDAM

Agentschappen te ROTTERDAM en
‘s-GRAVENHAGE.

Vestigingen in
NEDERLANDSCH-INDIË:

BATAVIA, SOERABAIA, SAMARANG, MEDAN
en andere voorname plaatsen.

Ve8tigingen in de
STRAITS-SETTLEMENTS, SRITSCH.INDJË
en
CHINA:

SINGAPORE, PENANG, RANGOON. HONGKONG
en
SHANGHAI.

In- en Verkoop van Wissels ‘en Telegrafische Transferten,
Incasseeringen en Financieeringen, Schriftelijke of Telegrafische Credieten,

Reiscredietbrieven, Deposito’s, Rekeningen-Courant,

Administratie van Effecten en alle andere Bankzaken.

JÔil%aIâ
C22

Qanh- l7/ssociaffe

CZi)erij/eim &’orriperfz 1834 en Wrediefuereerttqing 1853.

ALLE
BANKZAKEN.

Kapitaal en Reserves
f
1 1.500.000,—.

Twintig Kantoren.

HAARLEMSCHE BANKVEREENIGING

HAABLEM, AALSMEER, BEVERWIJK, BLOEMENDAAL, EDAM, HILLEGOM,

HOOFDDORP, LEIDEN, LISSE, PURMEREND, IJMUIDEN, ZANDVOORT.

Volgestort Kapitaal
/
4.050.000
9

Reserve
/
850.000,-

R. MEES
&
ZOONEN

ANNO
1720

BANKIERS

ASSURANTIE-MAKELAARS

ROTTERDAM

DELFT

SCHIEDAM

VLAARDIN GEN

ROTI’ERDAM

AMSTERDAM

Behandeling van alle Bankzaken

Bezorging van alle Assurantien

20 NOVEMBER 1918

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Economi
‘OschweStatistische

Beri*chten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

3E JAARGANG

WOENSDAG 20 NOVEMBER 1918

No. 151

INHOUD
SIz.
DE
BELASTINOPLANNEN door
Mr. Dr.
Ant. van
Gijn ….
1026
De Nieuwe Leening door
Mr. G. W. J.
Bruine
……..
1028
De Arbeiderseischen bij de komeflde Vredesonderhande-
lingen door
Mr. J. C.
Schreuder

………………
1029
Ontwerp Effectenbeurswet 1919………………….
1031
Ontginning en Nederzetting

……………………
1033
Het Resultaat der in Augustus 1918 gehouden Veetelling
1035
De Rijksmiddelen…………………………….
1036
AANTEEKENINGEN:
De Scheepsverbinding van Suriname met New York
1036
De

Industrie in

Britsch-Indië ………………..
1037
De Postchèquedienst in Frankrijk………………
1038
INGEZONDEN STUKKEN:
Onze Staatsleeningen door
Mr.
Dr.
Ant.
van Gijn

..
1038
OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN
………………….
1039
REGEERINGSMAATREGELEN
OP
HANDELSGEBIED
…………
1039 MAANDCIJFERS:
Ontvangsten van Spoor- en Tramwegmaatschappijen..
1040
Productie der Kolenmijnen

…………………..
1041
Overzicht der Rijksmiddelen

………………..
1041
Giro-omzet bij de Nederlandsehe Bank

…………
1041
STATISTIEKEN
EN
OVERZICHTEN
…………….1042-1048
Geldkoersen. Effectenbeurzen. Wisselkoersen.
Goederenhandel.
Bankstaten.
Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN
Algemeen Secretaris: Mr. G. W.
J.
Bruins.

WEEKBLAD ECONOMIBCII-BTATISTIBGHE BERICHTEN

Secretarie-Redacteur:
G.
E. Huffnagel.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 122, Rotterdam.
Aan geteekende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg 87.
Telef. Nr. 8000.
Tele gr.adres: Economisch Instituut.

Postcheque
en
girorekening Rotterdam No 8408.

Abonnemenisprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 1e,—. Buitenland en Koloniën
/ 14,-
per jaar.
Losse nummers 80 cents.

Advertentiën f 0,85
per regel. Plaatsing bij
abonne-
ment volgens tarief. AdministratiG van abonnementen
en advertenties:
Nijgh &
van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gravenhage.

18 NOVEMBER 1918.

De verruiming van de geidmarkt is de afgeloopen
week plotseling onderbroken; Opgeschrikt door een
rede van Mr. Troelstra te Rotterdam, waaruit bleek,

dat do sociaal-democraten het voornemen hadden te

tiachten ook hier te lande een revolutie te maken en

de gelijktijdige revolutionnaire woelingen te Amster-

dam, onthielden geidgevers zich ten eenenmale, zoodat

Dinsdag geen prolongatienoteering kon tot stand

komen. Een sterke onttrekking van deposito’s bij de

banken was er mede het gevolg van, zoodat ook de

volgende dagen do gel’dmarkt nog zeer gespannen

bleef. Nadat do vrees voor revolutie door de krachtige
houding van de regeering en het sterke verzet van alle

andere partijen weder spoedig geweken was, werd de
innerlijke toestand van de markt weder spoedig beter.

In de noteering van de prolongatierente kwam dit

echter nog niet tot uitdrukking. In tijden van crisis

komt iederen keer, weer opnieuw uit, dat de wijze, waar-

op die noteering tot stand komt, de oorzaak is, dat de

geldmarkt zonder noodzaak nog meer beperkt wordt,

dan
zij
reeds is. Ook nu weder was b.v. Vrijdag de

markt veel ruimer dan een noteering van 6 pOt. zou

doen vernioeden. Er was voor prima geldnemers geld
. 5 pOt. beschikbaar. Doordat echter een enkele min-

der goede gelduemer voor een kleinen post 6 pOt.
betaalde en bleef bieden, kou een lagere noteering

niet plaats vinden en ook den volgenden dag kon om

dezelfde reden niet lager genoteerd worden.

In ..particulier disconto ging weinig om. Enkele

kleine posten lang papier vonden tot
4%
pOt. plaat-

sing. Voor kort papier was in het begin der week

nogal eenige vraag; het kon aanvankelijk h 3% pOt.,
later ii 3% pOt. plaatsing vinden.

De onttrekkingcn bij de Nederlandsc1he Bank waren

“‘de afgeloopen week natuurlijk buitengewoon groot.

De veranderingen in den weekstaat zijn dan ook zeer

belangrijk. De binnenlandsdhe wissels vermeerderden

met circa 50 millioen, waarvan slechts 7 millioen

schatkistpapior. Do beleeningen vermeerderden zelfs

met 60 millioen. Hoewel er dus groote bedragen

noodig waren, vermeerderden de rekening-courant-saldi

van anderen nog met 18 millioen, een bewijs, dat do

geldmarkt toch nog niet, zooals de prolongatienotee-.

ring zou doen vermoeden, geheel van middelen ont-

bloot was. De bankbiljettenomloop werd ruim 91 mii-

lioen grooter. * *

De Minister van Financiën stelt weder de maande-
lijkscho inschrijving open op schatkistpaier. Aange-

boden worden driemaands-promessen en zesmaands-

biljetten tot een totaal bedrag van 60 miljoen gulden.

*

*
*

Ook op de wisselmarkt had de binnenlandsche poli-

tieke toestand een slechten invloed. Do vaste stem-

ming van de ententewissels werd plotseling onder-

broken en de koersen voor Berlijn en Weenen, die

toch reeds flauw waren, gingeh er nog sterker door

terug. Voor de ententewissels herstelden de koersen

zich reeds direct den volgenden dag en hoewel ook

Berlijn en Weenen iets konden opkomen, bleef de

stemming voor deze wissels toch beduidend slechter

en was eerst Vrijdag het verlies weder ingehaald.

De neutrale wissels bleven de geheele week tamelijk

onveranderd.

1026 .

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918
DE BELASTINGPLANNEN.

In de Memorie van Antwoord op het Voorloopi,g

Verslag van hoofdstuk 1 der Staatsbegrooting is de

Minister van Financiën, Mr. De Vries, met het finan-

cieele plan voor den dag gekomen, dat in de Troon-

re.de en. in de Millioenennota ontbrak
1),
doordat het

nieuwe -kabinet destijds nog slechts 7 dagen aan het

roer was. Geheel verontschuldigd was de minister des-

tijds door die korte spanne tijds niet; immers men

mag wel verwachten, dat wie in deze tijden het ambt

van Minister van Financiën aanvaardt, d.w.z. op zich

neemt de financiën in orde te brengen – en te hou-

‘den – die door Mr. Treub in jammerlijken staat va-

ren achtergelaten, zulks doet met nog iets meer dan

het beminnelijk optimisme, dat er wel iets op gevon-
den zal worden.

Intusschen, hetzij v66r dat de vérantwoordelijkheid

aanvaard werd, dan wel na dien ontworpen, er is nu

toch zoo iets als een financieel programma. Wat de

Minister
eigenlijk
heeft wrillen leveren, een program-

ma voor het herstel van het evenwicht der financiën,

dan wel alleen een opgave, hoe
hij
zich de dekking

van het tekort van 1919 denkt, is niet geheel duide-

lijk-; sommige posten doen het eerste denken, andere

wederom het laatste. De Minister ko’mt tot de slotsom, dat hij voor 191.9

f 70
millioen aan middelen meer moet hebben dan

reeds gevoteerd zijn. Bij het reed’s in de Millioenen-

nota ‘becijferde tekort van
f
33,5 millioen komt een

bedrag van
f
6,7 millioen, doordat de Minister al

dadelijk gezwicht is voor den aandrang om ‘de verhoo-

ging der ambtenarentra’ctementen dadelijk ten volle

toe te passen; voorts
f
21 millioen voor ‘art. 192 der

Grondwet – (onderwij sregeling) en sociale verzekering

(dit cijfer zal wel voor een ‘deel van 1919 gerekend
zijn eh blijvend hooger moeten worden gesteld) en

eindelijk
f
8 millioen
2)
welke noodig zijn om het lee-

ningfoiids in staat te stellen rente en aflossing (met
een 36-jarige annuïteit) van
f
265 millioen ‘der nieuwe

leening ad
f
350 millioen te dragen. Die
f
70 millioen

vormen, naar ‘s ministers uitilig, -wat noodig is ter

bestrijding der meest dringende uitgaven.
evonden zal het bedrag voor
0/7
‘deel worden door:

verhooging van de inkomsten- en vormogensbe-

lastingen met
f
35 millioen per jaar, waarvan echter

1919 slechts twee derden zal kunnen
genieten ad ……………………
f
24.000.000

de effectenbelasting voor
2
/3
jaar

geraamd op .. . .’ ………………..,,

2.300.000

wijziging van de personeele belas

ting en herschattingen (van woning-
huren en meubilair?) …………..,, 2.500.000

de voorgestelde .plaatskaartenbo-

lasting … ……………… .. … …

2.000.000

5.
erdubbeljng van het kwitantie-
zegel …………………………,,

1.500.000

f.
verhooging van den gedistilleerd-

accijns

……………………….,,

1.750.000

y. liquidatie van het Suikerfonds .. ,, 16.500.000

h.
terwijl eindelijk aan de Verdedi-
gingsbelastingen, welke in ietwat mati- ger vorm zullen wbrden gecontinueerd,

ten behoeve van het leeningf ouds zal

worden ontleend ………………„8.000.000

Te zamen ….
f
58.550.000

Gelijk men . ziet, vogels van diverse pluimage in
meer dan een opzicht. Vooreerst wat betreft den tijd, gedurende welken er
01)
mag gerekend worden. De

f
16,5 miljoen van het Suikerfonds kunnen maar

émnmaal gebezigd worden. Het is een potje, dat van

Men zie pag..1008 van het voorafgaand nummer. – Red.]
De Minister zegt in de Toelichting van het Leening-
ontwerp, dat eea versterking met
f15 A, 16
millioen noodig
is.
Hier is ‘dus vermoedelijk alleen aan 1919,
niet aan
vol-
gende jaren gedacht. Er moet dus voor
1920
vlgg. nog
f 7
millioen gevonden worden.

1910-1914 tot / 16,5 millioen opliep uit hetgeen

de alcoliolaccijns meer dan 22 milli’oen per jaar op-

bracht en ‘dat bestemd was om te zijner
-tijd
het nadeel

te dekken, dat de schatkist
tijdelijk
kon verwachten, als

tot verlaging van’ den suikeraccijns werd overgegaan.

Door de ambtsvoorgangers van Mr. De Vries is het

fonds nog gespaard om eventueel voor zijn bestem-

ming te worden besteed. De bewering, indertijd geuit,

dat het fonds reeds was opgebruikt, was onjuist, het
moge niet als een afzonderlijk fonds
zijn
belegd, de

schatki’st zonde toch (als er overigens evenveel belas-

ting was geheven en was geleend) thans
f
16,5 mil-

lioen minder rijk zijn, ware het fonds niet tot die

som opgeloopen, of wel voor een ndere ‘bestemming

gebruikt.

Voorts kan er, als de Verdedigingsbelastingen

voor vier jaar worden geconti’nueerd – zij ,het met

een tarief, dat slechts / 35 millioen opbrengt, tegen

ongeveer / 50 millioen volgens de geldende wetten –

ook maar vier jaren daaruit
f
8 millioen worden ge-

put voor het leeningfonds. Aan ‘den anderen, kant
echter zal er in de volgende jaren, als de verhooging

van, inkomsten- ‘ en vermogensbelastingen en der

effectenbelasting tot ,stand komt, uit ‘dien hoofde

f
12,3 millioen meer dan in 1919 ‘genoten kunnen
worden. Voor 1920—’22 ‘beloven de plannen ,dus

f
54.550.000, voor de jaren daarna
f
46.550.000.

Men ziet: als blijvende ‘dekking heeft het program

slechts gedeeltelijke waarde. En voor 1919? De Minis-

ter zal wel’ niet de illusie hebben, dat al de desbetref-

fende ontwerpen, deels v66r 1 Januari, deels v66r

1 Mei a.s. in het Staatsblad zullen komen. Indien dus

1919. niet met een groot tekort wil ‘sluiten, dan zullen

de middelen heel wat meer moeten meêvallen dan de
/ 11,5 millioen, waarop de Minister reeds rekent om

tot een sluitenden dienst te komen.
De Minister teekent aan het slot van zijn becijfering

aan, dat hetgeen verder noodig zal
zijn,
uit indirecte

belastingen zal moeten komen, al
schijn’t
ook de wijzi-

ging van de grondbelasting daarbij nog dienst te zul-
len moeten doen. –
Opgemerkt dient nog te worden, dat er van de
f
35

millioen, welke de Verdedigings’belastingen voorloo-

pig wederom vier jaar zullen hebben op te brengen,
/ 27 millioen per jaar (totaal
f
108 ‘millioen) beschik-

baar blijven om crisis-uitgaven te dekken. Blijft

ook de oorlogswinstbelasting nog eenigen tijd gehand-
haafd dan, mag verwacht worden, dat met die beide
belastingen de crisisuitgaven, welke nog gedurende

een tijd onvermijdelijk blijven, voor een niet onbelang-
rijk deel zullen kunnen worden gedekt: immers, indien
de vreemde mogendheden, die voor interneeringskos-
,teif belangrijke sommen schuldig
zijn,
deze spoedig

voldoen, is oo’k uit dien hoofde een belangrijk bedrag
te wachten, dat in mindering ‘van de liquidatiekosten
van ‘de crisis komt.
Beziet men de plannen in detail, dan ‘blijkt, dat de
Minister een zeer groot deel van het voor crisis- en
gewonen dienst benoodigde uit belastingen op het

inkomen en het vermogen wil vinden, t.w.
f
70 mil-

lioen van de
f
81.350.000, welke thans genoemd wor-

den of van de / 97 millioen, wanneer wij ook de
grondbelasting en • de tahaksbelasting (ofschoon in het geheel niet genoemd) bij het plan mederekenen.

Ongetwijfeld zal zulks velen bekoren, zij het niet
het meest ‘s Ministers naaste vrienden. ,,Wio het

meest heeft en krijgt,
kan het meeste missen” is zeker
een goede, maar daarom nog geen alleenzaligmakende
leer. Dat de Minister voor de ‘dekking van den gewo-
nen dienst op de Inkomstenbelasting terstond het oog
heeft geslagen is zeker verdedigbaar. Maar hetzelfdb

zonde ik niet willen zeggen van het continueeren –
in hoofdzaak – van de Verdedigingsbelastingen, naast
een verhooging van de inkomstenhelastjng en vermo-
gensbelasting met ongeveer 80 pOt.

Het wordt tijd, dat wij ons omtrent ‘de crisisuitga-
ven, voor zoover die door leening ,zijn gedekt, een juist

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1027

beeld gaan vormen. Het inzicht, omtrent hetgeen er

eigenlijk is geschied, wordt voor zeer velen verduis-

terd door do rol, welke het geld daarbij, als ruilmiddel,

maar nog meer als waardemeter, speelt.

Ook kent men vaak aan het (in casu negatieve)

Staatsv.ermogen een geheimzinnige rol toe naast het

volksvermogen, in plaats van te begrijpen, dat het

Staatsvermogen actief of passief niets is dan een deel
van het volksvermogen, t.w. een pro indiviso door alle

volksgenooten gezamenlijk bezeten vermogen of op hen
gezamenlijk drukkende schuld. Als de Staat geld uit-
geeft en de daarvoor verkregen göederen of diensten

verbruikt, dan geven de volksgenooten te zamen uit,
verbruiken td zamen. Regelmatig is, dat zij ‘daarvoor
de goederen en diensten (zij het dan in den vorm van
geld, waarvoor ze te koopen
zijn)
jaarlijks,
bijeenbren-
gen. Maar de Staat kan zich ook in bijzondere geval-

len helpen door het geld te leenen. Feitelijk leenen
dan do gezamenlijke vol.ksgenooten bij eenigen. van

hen (of bij vreemden). En nu doet zich het feit voor,
dat de enkekingen, die het geld voorschieten, de vor-

dering wèl als een bezit boeken, maar de groote hoop,
die gezamenlijk (rechtens door bemiddeling van den

Staat) de gelden opnemen, die schuld niet in hun boe-
ken zetten, wat zij ook niet kunnen, wijl zij hun aan-

deel niet weten. Daardoor schijnt het volksvermogen niet afgenomen, maar het
is
zulks wel degelijk, want
goederen (waaronder .00k vorderingen op het buiten-
land) verdwenen en werden vervangen door schuld-
brieven van alle ingezetenen te zamen aan enkelen
hunner.

Houdt men dit voor oogen, dan ziet men ook in,
dat het afdoen van de schuld op zich zelf in het volks-
vermogen geen verandering brengt. Als morgen door

zeer hooge belastingen de volksgenooten hun schuld
afdoen aan de betrekkelijk weinigen, die de gelden

voor de crisisuitgaven voorschoten, dan brengt zulks
in het volksvermogen geen verschil; het verlies, dat
dit leed, door de buitengewone verteringen an alle

volksgenooten te zamen, vereenigd in den Staat, wordt
er niet door ingehaald. Geen enkele afbetaling van schuld maakt het volksvermogen grooter. Wil men
het verlies herstellen, dan moet er op de overcon-
sumptie volgen een
tijdperk
van extra-besparing, meer
besparing dan er in normale tijden plaats had. Dat te,
bevorderen moet het hoofddoel der financieele poli-

tiek betreffende de crisis zijn. Of het milliard schuld
van alle volksgenooten aan enkelen blijft bestaan of

niet, is van secundair belang. Neemt men thans een
milliard van de belastingschuldigen (zij het dan van

allen of een deel van hen) om de ‘schuld aan de geld

schieters van den Staat te betalen, dan is de Staat – en zijn daarmede alle belastingschuldigen – van’
50 millioen jaarlijksche rente bevrijd, maar de belas-
tingschuldigen, die het milliard opbrengen, zijn ook

van een kapitaal van een mihiard af en zij missen
jaarlijks
f
50 millioen of meer, welke dat kapitaal
aan rente gaf. Als verdeelingsprobleem is dit zeer
interessant wellicht, doch niet als middel tot herstel.
Heeft men kans, dat het milliard, dat te veel verteerd
werd, spoediger weer bijeen wordt gespaard, als de
Staat de schuld nog langen tijd laat bestaan, omdat
dan de’ volksgenooten beter zelf kunnen sparen, dan is deze weg om tot herstel van het volksvermogen te
komen beter dan de andere.
Hoe moeten, de belastingen geregeld worden – het-
zij dan die, welke noodig zijn voor de rente van het ge-
leende, d.i. te veel verteerde, of van de eflossing te-

vens – om besparing te bevorderen? Men bevordert
besparen door de productie te verhoogen en door de vertering tegen te gaan. Alen bevordert ‘de prod’ctie
zeker niet door onmatige heffing van het inkomen.
Wie zich afvraagt, of hij zich aekere moeite zal geven, zekere risico zal loo.peu, gaat na, wat hij daarvoor ge-
nieten kan. Kan iemand zijn inkomen met’
f
2000
verhoogen, doch moet hij van dit laitste toevoegsel
aan zijn bestaande inkomen, dat reeds belangrijk is,

b.v. 30 pOt. betalen, dan doet hij de moeite en loopt
hij de risico feitelijk voor
f
1400; de kans, dat hij zich
de moeite getroost, wordt veel geringer. Hooge ver-

mogensbelastingen werken, zij het in veel mindere
mate, in gelijke richting.

En verteringen beperken, die niet noodig
zijn,
ook dit doet men slechts op gebrekkige wijze door heffing
van overmatige belastingen van het inkomen. Men

beden.ke, dat noodig is, dat er méér gespaard wordt

dan véér de crisis; slechts een belastingbedrag, dat
wordt betaald uit inkomen,
dat anders zoude zijn ver-
tcerd,
geeft een werkelijke extra-kapitaalsvorming, als
het dient tot aflossing van St.aatsschuld. Er is gezegd:
,,belasting (tot afdoening van schuld), die uit het ver

mogen, niet uit het inkomen, wordt betaald, helpt

niets,” maar belasting, die uit het deel van het inko-

men wordt betaald, dat anders zonde zijn bespaard, helpt éôk niets tot kapitaalvorming; slechts wat be-
taald wordt uit extra-besparing, uit wat anders zonde

zijn verteerd, doet uit dit oogpunt nut. Natuurlijk

wordt er door hooge inkomsteubelasttingen wel ge-
dwongen tot minder verteren; velen moeten hun be-

lastingbearag wel op die wijze vinden, wijl ze nimmer

opleggen. Maar hiermede belet men in vele gevallen
verteringen, die
niet overbodig zijn. Wil
men de over-
bodige verteringen treffen, vooral die welke af te

keuren zijn, doch ook die, welke niet af te keuren
zijn, maar ook niet bijdragen tot het algemeen wel-
zijn, dan moet men zulks direct doen door hooge ver-
teringsbelastingen. Hiervoor komt in aanmerking zeer

sterke verhooging van de personeele belasting, doch ge-
paard met een zeer grooten aftrek voor eIken persoon,
waaruit het gezin bestaat boven twee (vil men één)
personen. Wie zich in ‘deze
tijden
van groote
schaarschte van woonruimte een groote overdaad ter
zake veroorlooft, wie zijn woning op kostbare wijze

inricht, wie groote tuinen aanhoudt, veel menschen
laat werken in zijn persoonlijken dienst, dien late men

in de allereerste plaats sterk bijdragen voor het her-
stel van het volksvermogen. Wat de Minigter ter zake

zal voorstellen kan niet anders dan hoogst onvoldoon-,
de zijn, gelet op het bedrag, dat
hij
daaruit verwacht.
Voorts komen in aanmerking zeer hooge invoerrech-

ten en accijnzen van weeldeartikelen als schadelijke
of dure dranken, bont,
zijde,
kostbare auto’s,’ rijtui-gen, enz. Op dit gebied vinden wij slechts een kleine
verhooging van den gedistilleerdaccijns onder ‘s minis-

ters plannen, alsmede de plaatskaartenbelasting, wel-
ker goede werking twijfelachtig is.
Men zal wellicht zeggen, de opbrengst van zulke

verteringsbelastingen zal niet groot zijn; inderdaad
zijn hieruit geen zeer talrijke millioenen te halen, al
zal de ‘ongunstige wijziging, welke er in de verdeeling
van het volksvermogen kwam door den oorlog, zulks

nog wel doen meevallen. Maar men bedenke, dat wat
tot bezuiniging, tot éverleggen leidt, in volgende jaren
de vermogens- en inkomstenbelastingen en ook andere
belastingen productiever maakt.
Men zegge ook niet, dat door de veelde de midden-
stand bloeit. Zulks is het geval met een zeer klein

deel van dien stand en, als dit deel verstandig is, dan
verzet het bijtijds de bakens, door zich op productie
van, of handel in, meer noodige zaken toe te leggen;
tijd daarvoor zal er zijn en het is toch rationeel, dat
de verarming voor alles worde ingehaald ‘door het
achterwege laten van het onnoodige, van dat, wat
maar al te vaak genot geeft, alleen omdat een ander
het
niet heeft.

Door P. Mombert in Duitschiand is het denkbeeld geopperd de. verteringen rechtstreeks te treffen. Hij
wil heffen een hooge Verbrauchseinkommensteuer of
Aufwandsteuer, d.w.z. een belasting van wat iemand
meer verteert dan Mk. 1000 per hoofd van zijn gezin.
Moeilijk uit te voeren zal zulk een heffing wel zijn,
maar de fiscus is in de laatste jaren veel verder ge-
komen op het gebied van uitvinden, wat de .werke-
ljke inkomens der particulieren zijn. Mits niet te veel

1028

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20
November 1918

worde vastgehouden aan het Nederlandsche denk-
beeld, dat men het iemand toch vooral niet’ te inoei-

lijk moet maken belastingen te ontduiken, zal er ook
wel een weg te vinden zijn om de verteringen vast te

stellen en het denkbeeld van Mombert verdient daarom

een ernstig onderzoek. Zooals de zaken staan, zal men
in den aanvang tamelijk ver moeten gaan met hetgeen

men als onnoodige uitgaven beschouwt. Zulks is zeer
veel beter dan door overmatige inkomstenbelastingen

bij velen het noodige onmogelijk te maken en bij

anderen de kapitaalvorming tegen te gaan.

Men houde toch bij voortduring in het oog, dat

sterke kapitaalvorming tot herstel – en meer dan

dat – van de geleden schade, in hooge mate in het
belang van de arbeiders is, zeker van niet minder

belang dan uiterst matige belasting van hen, die

slechts het noodige hebben. Het is gemakkelijk te

zeggen:
wij
willen korten arbeidsduur, hooge

bonen en voorziening in alle buitengewone om-

standigheden als ziekte, invaliditeit en ouderdom

invoeren, maar dit alles is economisch niets
ge-

makkelijker geworden door de gebeurtenissen in

Duitschiand en hier, welke tot die welwillende uitin-

gen aanleiding gaven, wèl veel moeilijker door de

vier crisisjaren. Wil ‘men die beloften werkelijkheid
doen worden, dan is er mzar één weg: sterke kapi-

taalvorming en achterwege laten van dat wat allen,

maar vooral de vermogenden, er van terughoudt zich
tot het uiterste in te spannen om hun vermogen voor
hen zelf, doch ook voor de gemeenschap, productief

te maken.
Het is te hopen, dat de Kamer Minister De Vries

weet te overtuigen, dat hij het zich wel wat gemak-

kelijk maakt, door verlenging van de Verdedigings-
belastingen naast sterke verhooging van de Inkom-
sten- en Vermogensbelastingen voor te stellen.
ANT.’ VAN
GuN.

DE NIEUWE LEENING.

De leening van
f 350
millioen, welke thans weldra

in de Tweede Kamer in openbare behandeling zal
komen, heeft, ook in deze kolommen, tot veel en veler-

]ei beschouwingen geleid.
Met nadruk, met meer nadruk zelfs dan bij vorige

leeningen, is wederom tegen de stok-bij-de

deur poli-tiek bezwaar gemaakt, iets wat na de ervaringen door
de houders van de vroegere op gelijke wijze uitgegeven
crisisleeningen in den loop van dit jaar opgedaan,
niet geheel onbegrijpelijk is. Aan velen, die zich ge-
dwongen houder gevoelen, is een niet onbelangrijk
verlies toegebracht; de .nadeelen aan het stelsel ver-bonden zijn hierdoor te sterker naar voren gekomen.
Inderdaad is het een ruw, forsch middel, een mid-
del, dat bovendien – het is in deze kolommen reeds
meer dan eens betoogd – lijdt aan de prineipieele
fout, dat het bij de keuze der deuren, waarbij de stok
komt te staan, zich uitsluitend laat en moet laten
leiden door de vraag, of de deur toegang geeft tot een
behuizing van voldoende ruimte. .Of deze behuizing
tevens tot’ blijvende woonplaats strekken ‘zal, is een

vraag, die
bij
dergelijk stelsel principieel niet gesteld

kan worden. Zelfs wordt – en voor het welslagen van
het middel terecht – de plicht tot deelneming door-
getrokken, ook daar, waar in beginsel vaststaat – zoo
de naamlooze vennootschap – dat meestentijds van
een blijvend bezit geen sprake zal zijn, vooral niet
nu een nieuw tijdperk van bedrijvigheid voor de deur
staat. Een dergelijke wijze van plaatsing wreekt zich
in den koers achterna. Reeds toen
bij
de eerste crisis-

leeningen van het middel gebruik werd gemaakt, is
het opgemerkt: een dergelijke politiek wordt
bij
voor-
keur niet gevo]gd door dengene, die weet, dat hij
binnenkort weder een beroep op den belegger moet
doen. Van deze zijde bezien, is ook de laatste conversie
aan erastige bedenking onderhevig.
Dit alles is op zichzelf juist. De zaak heeft echter
ook nog een anderen kant, die bij een betoog, ‘dat zich
tot het opsommcn dezer bezwaren beperkt, uit het oog

wordt ‘verloren.

De leening, welke thans wordt voorgesteld, beloopt

niet minder dan
f 350
miljoen, het hoogste bedrag –
de
f
500
millioenleening bevatte slechts
252,5
mii-

1 ben nieuw geld – tot dusver in
één
termijn door de

Regeering gevraagd, een bedrag, dat, het zielental in

aanmerking genomen, de
cijfers
der groote leeningen

van meer dan een oorlogvoerende mogendheid begint

te naderen. Niet ten onrechte herinnert Mr. Van Gijn

elders in dit nummer aan do ervaringen in 1911 opge-

daan. De crisisleeningen zonder zekeren,
zij
het kunst-

matigen, steun uit te geven, ware een waagstuk ge-

seest, dat vroegere Ministers van Financiën terecht
niet hebben aangedurfd en dat ook ditmaal terecht

verworpen wordt.

Deze steun is hier te lande gevonden in ae stok-bij-

de-deur politiek. Ons land staat hiermede alleen.

Elders, in de oorlogvoerende landen en allngs ook in

enkele neutrale ]anden, waaronder wederom Zweden
vooraan staat, heeft men hetzelfde langs anderen weg
trachten te bereiken en wel door den stroom van

nieuw kapitaal op zoodanige wijs te kanaliseeren, dat

alles of
vrijwel
alles naar de schatkist moet vloeien. Al

zeer spoedig toch zijn in de oorlogvoerende landen
alle emissies van andere publiekrechterlijke lichamen
en van particulieren aan toestemming van overheids-

wege gebonden, een toestemming, die b.v. in Enge-
land slechts met veel moeite te
verkrijgen
was. In

Zweden is in overweging, dit om te zetten in een

voorloopig te handhaven rantsoeneeringsstelsel, in de

Vereenigde Staten is men eenigen tijd geleden zelfs
zoover gegaan bankcredicten boven $ 100.000 aan de

toestemming van den Fed. Reserve Board te onder-
werpen! Ook op den belegger van geld op korten

termijn, is op verschillende wijzen druk of dwang uit-
geoefend. Het minst ingrijpend nog was het stelsel,
hetwelk het eerst in Frankrijk in toepassing is ge-
bracht en daarna o.a. in Engeland op systematische
wijze is uitgebouwd en waarbij door Bons de la
Défense Nationale, door National War Bonds en War
Savings Certificates, door een flinke deposito-rente
bij de Engelsche Bank en wat dies meer zij, iederen bezitter van beschikbare gelden een beleggingswijs
van zijne gading werd geboden.
Dat onze vroegere Regeering geen van deze laatste

middelen in toepassing heeft gebracht, doch gebleven
is bij haar oude gewoonten van schatkistwissels en
schatkistpromessen, welke het publiek niet bereiken
en slechts bij verschillende gr.00te geldgevers of.bij de
hiermede extra bezwaarde Nederlandsche Bank plaat-
‘sing plegen te vinden, moet haar als een grief worden

aangerekerd.
Een gelukkig
verschijnsel
daarentegen is het ge-

weest, dat de Regeering zich van het bovengeschetst ingrijpen in het particulier emissiebedrijf heeft kun-,
nen onthouden. Immers, al valt niet te’ontkennen, dat
in beginsel dit middel juister en fijuer is
dgi de
stok-bij-de-deur politiek en dan ook niet leidt tot de
gevolgen, die aan’ deze politiek terecht voor de voeten
worden geworpen, het grijpt daartegenover veel dieper
in en stelt een deel vân ons economisch leven onder
een dwang, dien wij ons gelukkig mogen prijzen, dat,
dank zij mede het zeer groote opnemingsvermogen
van het beleggend deel van het Nederlandsche volk
in den oorlog, hier te lande niet noodig is geweest.
Zij, die thans ‘tegen de
stok-bij-de-deur
politiek be-
zwaar maken, mogen dit alles niet uit het oog ver-
liezen. Ook in finaucieele kringen, die in den laatsten
tijd wel eens van min’der enthusiasme voor de leening
blijk geven, mag overwogen worden, dat, wanneer zoo-
danig direct overheidsingrijpen in het emissiebedrijf
hun in dezen tijd is bespaard gebleven, omgekeerd op
hen de plicht rust den credietvragendeu staat al hun
steun te geven.

Dit alles geldt voor het geval inderdaad tot de
leening in den voorgestelden vorm besloten wordt.

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

ME

• Nadat het voorloopig verslag verscheen, heeft ons

land een periode doorgemaakt, die niet spoedig zal

worden vergeten. Deze periode heeft er echter tevens

toe geleid, ‘dat verschillende groote vraagstukken van
economisch eil financieel beleid spoediger dan anders

wellicht het geval zou zijn geweest, naar voren zijn

gekomen. Onder deze vraagstukken staat op finan-

cieel gebied het denkbeeld van de heffing ineens op

den voorgrond. Van verschillende zijden is het denk-

beeld aanbevolen en ook de Regeering heeft nog dezer

dagen verklaard het in overweging te hebben genomen.

Het behoeft wel geen betoog, dat dit alles met deze

leening in nauw verband staat. Immers mocht het
voornemen bestaan, inderdaad voor een niet onbelang-

rijk deel de crisisuitgaven dezen dekkingsvorm, die

hier thans niet nader zal worden besproken, te kiezen,
dan zou er alles voor zijn, thans niet een leening op
langen termijn te sluiten, doch een binnen enkele

jaren aflosbare leening aan te gaan. De 13 dezer. ver-

schenen Memorie van Antwoord, die de beslissing over

het beginsel eener heffing ineens verdaagt naar de
eiiidafrekening der crisisuitgaven, legt niet een zoo

nauw verband. Zij stelt het denkbeeld van het uitge-

ven van ,,notes’ op korten termijn ter zijde o.a. met

een beroep op het feit, .dat ‘de
noodzakelijkheid
om op

den vervaldag, mogelijkerwijs onder ongunstige om-
standigheden, in de geleende sommen te moeten voor-

zien tot moeilijkheden kan leidun. Bij een heffing
ineens vervalt dit bezwaar. Waar de heffing ineens
gebaseerd zou moeten worden op de vermogenstoe-

standen van eenigen tijd, liefst niet al te direct, na
den oorlog, zou een leenen op ‘bv. 5 jaar aanbeveling
verdienen.

Dergelijke notes, tegen 5 pOt. uitgegeven zouden,
zooals de omstandigheden thans zijn, vermoedelijk

enkele percenten hooger kunnen worden uitgegeven
dan voor de leening mogelijk zal zijn. Ernstig zou

evenwel overwogen moeten worden of in dit geval niet
een rentevoet van
414
pOt. de voorkeui• zou verdie-
nen. Daarmede toch zou de druk, dien de 5 pOt. lee-
ning onvermijdelijk op de bestaande 414 pOt. leenin-gen zal uitoefenen, geheel vermeden kunnen worden.

Men doet goed dezen druk niet te gering te achten.
B.

DE ARBEIDERSEISCHEN BIJ DE KOMENDE

VREDESONDERHANDELINGEN.

Veelal zien de arbeidersorganisaties, die aan werk-
gevers eischen stellen tot verbetering van de arbeids-
voorwaarden, zich tegengeworpen, dat de concurrentie
de inwilliging niet toelaat. Wil men dan de ge-

wenschte verbeteringen voor alle ondernemingen te
gelijk
bij
de vet invoeren, dan heet de buitenlandsche
mededinging zich daartegen te verzetten. Nu is het
bekend, dat de vrees, als zou verbetering der arbeids-

voorwaarden het bedrijf door verhooging der lasten
schaden, bij de invoering van arbeidswetgeving
is geuit en wel haast even dikwijls in de
practijk
on-
gegrond is gebleken, maar het zal zeker kunnen voor-
komen, dat zij gerechtigd is. Soms zal de wet, om
slechts een voorbeeld te noemen, kostbare inrichtin-
gen v’oor de bescherming van de gezondheid der arbei-
ders in een fabriek voorschrijven, zonder dat een door

die uitgaien veroorzaakte grootere productiviteit de
nadeelen voor den ondernemer opheft. Indien in
zoo’n geval de buitenlandsche mededingin.g opvoering
der prijzen onmogelijk maakt, is liet verzet der pro-ducenten te verklaren en dtn ook te billijken, indiefi

de uitheemsche industrie niet
gelijke
lasten. zich door
haren wetgever heeft zien opleggen. Is dit laatste echter
wel het geval en heeft de inheemsche
nijverheid
zich
alleen op de wereldmarkt, kunnen handhaven door de
geringe uitgaven, die zij deed in het belang van het
welzijn van hare werkkrachten, dan zal het verweer
der binnenlandsche industriëelen ter zijde gelegd moe-
ten worden: hun bedrijf mag niet blijven bestaan ten
koste van de gezondheid der arbeiders, het heeft blijk-

baar geen genoegzame levensvatbaarheid en is ge-
doemd ten onder te gaan.

Moeilijker is echter de zaak in het eerst door ons
gestelde geval, dat n.l. de buitenlandsche nijverheid
niet aan even kostbare wettelijke eischen behoeft te
voldoen als de binnenlandsche en deze laatste daar-

door de concurrentie niet zal kunnen volhouden. Nu

zou een doordrijven der hoogereisehen aan een ge-

zonde inheemsche industrie het leven kosten, waar-

door ook de arbeiders grooteljks geschaad zouden
worden. Het is
duidelijk
wat hier alleen helpen kan:
ook in het buitenland moeten den ondernemers de-

zelfde eisehen gesteld worden als in het binnenland.

Het evenwicht is dan weer hersteld en de concur-

rentie kan op gezonde basis worden voortgezet.

Eenheid in de sociale wetgeving der verschillende
staten moet nagestreefd worden en zij is slechts te

bereiken door het afsluiten van tractaten, waarbij

de contracteerende landen zich verbinden de in het

tractaat genoemde bepalingen in hunne wetgeving

op te nemen. Der Zwitsersche regeering komt de eer

toe omstreeks het einde der tachtiger jaren de eerste

pogingen te hebben aangewend om tot het afsluiten

van dergelijke tractaten te geraken door het bijeen-
roepen van congressen over dezé kwestie. De Duitsche

regeering nam het initiatief der Zwitsersche over en

te Berlijn kwam in 1890 het eerste internationale

congres. tot dit doel bijeen. Men sprak over vrouwen-
en kinderarbeid, over Zondagsrust en nachtarbeid,
maar kwam tot geen bepaald resultaat, daar geen der
op het congres vertegenwoordigde landen zich tot
iets bond.

Een belangrijke stap in de goede richting werd ge-
daan te
Parijs
in 1900
bij
de oprichting van de Inter-
nationale Vereeniging voor wettelijke bescherming
van arbeiders, welke een secretariaat heeft in Bazel.
Het doel der vereeniging is het verkrijgen van een-heid. in de arbeidswetgeving der verschillende lan-

den. Zij heeft een half-officieel karakter, daar verte-
genwoordigers der voornaamste ind
u
st
r
ie
s
t
a
t
en
haar
congressen bijwonen; in vele landen heeft
zij
dochter-
organisaties, ift Nederland geldt als zoqdanig de Ne-

derlandsche Vereeniging tot wettelijke bescherming
der arbeiders. Haar grootste succes kon de Inter-
nationale Vereeniging boeken in 190.6, toen door haar
toedoen twee tractaten tot stand kwamen, het eene .be
vatten.d een verbod van het gebruik van wi’tten phos-
phor bij de fabricatie van lucifers en het andere dat
van nachtarbeid voor vrouwen. In September 1913
bewerkte zij nog het ontwerpen van twee nieuwe trac-

taten betreffend den industrieelen nachtarbeid van
jongens onder 16 jaar en een maximum-arbeidsdag

van 10 uur voor vrouwen. De oorlog heeft de bekrach-tiging dezer overeenkomsten verhinderd en sinds 1914

heeft de Internationale Vereeniging, zooals begrij-
pelijk is, geen verdere resultaten op dit gebied kun-
nen bereiken.

Werd dus de ontwikkeling der internationale
arbeidswetgeving door den oorlog onderbroken, reeds
lang .heeft men zich voorbereid zoo spoedig mogelijk
het werk te hervatten en voor het sluiten der daartoe
noodige tractaten bieden de komende vredesonder-
handelingen de meest gunstige gelegenheid. Thans
ging het initiatief en de leiding geheel uit van de
vakbeweging: het Internationaal Vakverbond vond
hier een grootsche taak. De voorbereiding had tweeër-
lei doel. Ten eerste wilde men de eischert formuleeren,
die de vakbeweging aan de vredestractaten zou stel-
len ten opzichte der internationale arbeidswetgeving
en dan zou men het vredescongres krachtdadig moe-
ten beïnvloeden om de gestelde eischen ingewilligd
te zien. Ten aanzien van dit laatste deed de heer
Gompers, de voorzitter van de Amerikaansohe vak-
centrale: de American Federation of Labour, een
origineel plan aan de hand: in de plaats, waar de
vredesonderhandelingen zullen gevoerd worden en te
gelijk met deze, zal een congres van afgevaardigden

rwwli-

1030

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

der vakcentrales van alle landen worden gehouden. De

taak van het congres zal zijn het beïnvloeden der

vredesonderhandelingen door het kenbaar maken der

arbeiderseischen. Wat van dit plan verwezenlijkt zal

worden, is nog niet met zekerheid te zeggen. Zijn toe-

komst was kort na de geboorte niet rooskleurig, het

internationale vakbewegingscongres te Leeds, waar-

over wij hieronder nog zullen spreken, besloot het

plan niet te steunen, maar in de laatste weken wer-

den zijne kansen beduidend beter. Het Internationaal

Vakverbond noodigde, eind October 11, door zijn tij-

delijk secretariaat te Amsterdam, telegrafisch de vak-

centralen der verschillende landen uit gedelegeerden

aan te wijzen voor het arbeiders-vredescongres en

dagelijks bevatten de dagbladen berichten, dat op

de betrokken regeeringen pressie wordt uitgeoefend,

do samenkomst der afgevaardigden mogelijk te maken.

Mocht dit congres inderdaad gehouden worden, dan

zouden daardoor zeker ook de eischen der vakbewe-
ging aanzienlijk meer gewicht in de schaal leggen.

Over deze eischen bestaat gelukkig een groote mate
van eensgezindheid. In Juli 1916 riep de Fransche

vakcentrale, de Oonfédération Générale du Travail,

te Leeds een congres bijeen van de afgevaardigden

van de vakbeweging in dc met Frankrijk verbonden

landen om het plan-Gompers te bespreken. Naast den

negatieven arbeid, dien het congres ten opzichte van

dit plan verrichtte, stond waardevolle positieve: het

formuleerde voor de eerste maal uitgewerkt de eiselien,

die de arbeiders hij de vredesonderhandelingen zou-

den stèllen. Zij betreffen het recht van vereeniging

en dat van vrije vestiging, de sociale verzekering, don
arbeidsduur, de hygiëne en de arbeidersbescherming en

de erkenning van de Internationale Vereeniging

voor de wetteiijkè bescherming der arbeiders als het
orgaan voor de doorvoering en bevordering der voor
te schrijven maatregelen. Het congres ging bij het

vaststellen van dit program zoo practisch mogelijk to

werk en nam alleen die eisehen op, welker doorvoer-•
baarheid reeds in de practijk was gebleken. Wij kun-
nen op de verschillende punten van het program niet

verder ingaan, maar willen slechts vermelden, dat

als maximum-arbeidsduur de tienurige wordt aange-

nomen, in bedrijven, die schadelijk zijn voor de ge-

zondheid, de achturige, dat alle bedrijfsarbeid voor

kinderen onder de 14 jaar is verboden, evenals de
nachtarbeid voor vrouwen en voor kinderen tot 18

jaar en dat een wekelijksehe rustdag van 36 uur allen
arbeiders wordt verzekerd, den vrouwelijken tevens
de vrije Zaterdagmiddag.
Het congres te Leeds heeft aan de vakeentrales van

alle landen, ook de vijandelijke, de door hem geformu-
leerde eischen meegedeeld, met het verzoek bij de
regeering het slagen van zijn pogingen te bevorderen;
en zijn werk is dan ook algemeen als de grondslag

voor allen vercieren arbeid beschouwd. Een conferen-
tie van Scandinavische vakvereenigingsleden droeg in

October 1916 den voorzitter van het Internationaal

Vakverbond, Legien, op het Leedsehe programma te onderzoeken en het eventueel om te werken; liet zou
vervolgens op een algemeene conferentie van verte-
genwoordigers der vakbeweging van alle landen wor-
den behandeld. Legien stelde een nieuw programma
samen, dat slechts in ondergeschikte plinten van dat

van Leeds afweek (zoo wordt de geleidelijke invoering

van den achturigen arbeidsdag als eisch gesteld) en dit program werd nu na een voorbereidende confe-
rentie te Stockholm op liet congres van liet Interna-
tionaal Vakverbond te Bern in Juni 1917 aangeno-
men.
01)
dit congres waren de Ententclan’den niet
vertegenwoordigd: de Engelsehe vakbéweging had ge-

weigerd afgevaadigdcn te zenden en aan die van de
Fransche en Italiaansche waren door hunne regeering
geen passen verleend. Men zou dus de beteekenis van liet besluit van het Berner Congres kunnen verkleinen

door er
01)
te wijzen, dat een groot gedeelte der inter-

nationale arbeiders niet door hunne gedelegeerden

aan de beraadslagingen ‘heeft deelgenomen en het ge-

nomen besluit ook voor hen niet bindend is. Nu het

Berner program echter van het Leedsche niet essen-

tieel verschilt en dit laatste juist tot staiïd kwam
0
1
)

ecn congres van de landen, die te Bern niet vertegen-

woordigd waren, kunnen ve toch conciudeeren, dat

cle internationale arbeidersgemeensch’ap tot overeen-

stemming is gekomen ten opzichte der bij de

vredesonderhandelingen te stellen eischen. Voor de

doorvoering dezer eischen zal dit van niet geringe be-

teekenis blijken.

De vredestractaten worden gesloten door de regee-

ringen der oorlogvoerende landen en er is dus, on-

danks alle beïnvloeding van het vredescongres door
dat der arbeiders, dat, zooals wij zagen, tegelijk met

liet eerste zou worden gehouden, nog geen zekerheid

verkregen, dat de gewenschte bepalingen in de vie-

des’vcrdragen worden opgenomen, zoolang dc regee-

ringen niet voor hare opneming zijn gewonnen. Het

laat zich aanzien, dat dit geene groote moeilijkheden

zal ondervinden. Reeds voor de revolutie in Duitseli-
land was de regeering daar den arbeidersplannen wel-

gezind en dit is begrijpelijk. Duitsehiand ‘heeft door

den oorlog zijn buitenlandselie markten geheel ver-

loren en na den vrede zal de industrie zich voor de

zware taak gesteld zien haar oude positie zoo mogelijk

te herwinnen. Nu is echter in Duitsehland de sociale

wetgeving op velerlei gebied verder ‘gevorderd dan

overal elders; zij legt groote lasten op de nijverheid.

Alleen de sociale verzekering, door Bismarek inge-

voerd ter bestrijding der sociaal-democratie, vraagt

jaarlijks ongeveer een milliard mark. Uit alle krin..

gen in Duitsohland gingen dan ook stemmen op, dat

de buitenlandsche industrieel na den oorlog gelijke

lasten zou dragen en de houding der regeering in
dezen moge blijken uit de volgende passage in de

rede van den vorigen Rijkskanselier, Max van Ba-

den, gehouden in den Rijksdag op 5 October 11:

,,De Duitsche regeering zal bij de vredesondeihandelin-
geti bewerken, dat in de verdragen voorschriften over
arbeidersbescherming en arbeidersverzekering worden op-
genomen, clie de contracteerende regeeriugen verplichten
in
hare landen binnen een bepaalden termijn een minimum
van
gelijksoortige of gelijkwaardige inrichtingen voor de
verzekering van het leven cci de gezondheid van
dcii
arbeider, als wel voor zijne verzorging hij ziekte, ongeval
en invaliditeit te scheppén. Ik reken bij cle voorbereidiug
op den zaakkundigen raad van cle arbeidersorganisaties en
ondernemers.”

De regeering, die deze verklaring aflegde, is ver-
dwenen, maar wij kunnen als zeker aannemen, dat de

nieuwe niet afwijzend zal staan tegenover eischen,

die uit haar eigen kringen zijn voortgekomen.

Het is moeilijk iets hepaaids te zeggen over de ge-
zindheid van de regeeringen in de andere landen.
Zoowel de oorlogvoerende als de neutrale komen hier

in aanmerking, want wil men: de gestelde eischen
inderdaad internationaal doorvoeren, dan zullen de
neutrale landen moeten toetreden tot de tractaten,

voor zoover deze internationale arbeidswetgeving be-
vatten. Eenig optimisme ten opzichte van de houding, die de regeeringen op het vredescongres in dezen zul-
len aannemen, lijkt echter wel gewettigd. De’ oorlog-
voerende, zoowel als de neutrale landen hebben zeer
veel te danken aan hunne arbeidersbevolking, zonder

vier trouwe medewerking de oorlogvoering of ‘de
mobilisatie niet zoolang had kunnen worden volge-

houden en mochten zij al den plicht dci dankbaarheid
te gemakkelijk vergeten, de revolutionnaire gebeur-

tenissen in een groot deel van Europa zullen voor de

regeeringen een waarschuwing zijn de zoo billijke

eischen der arbeiders niet te weerstaan.

Moge dan de oorlog ons gebracht hebben, dat de
internationale concurrentie niet meer kan geschieden
ten koste van het welzijn der arbeiders.

J.
C. SCHRETJDER.

20
November1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERiCHTEN

1031

ONTWERP EFFECTENBEURS WET 1010.

Het bij Koninklijke boodschap van 7 November 1918

hij de Tweede Kamer ingdieude ontwerp eener
Effeetenbeurswet bedoelt te regelen een onderwerp,
dat tot dusverre in ons land aan de bemoeienis van

deic wetgever niet is onderworpen geweest, tenzij men
de zeer algemeene bepalingen van de artikelen 59 tot

en met 61 van het wetboek vaii Koophandel als zoo-
danig wil beschouwen. De inmenging in beursaaken

van de zijde van het plaatselijk bestuur, welke men in

die artikelen mogelijk gemaakt ziet, is echter van z6

oppervlakkigen aard en van de geboden gelegenheid

tot inmenging is tot dusverre in z66 beperkte mate

gebruik gemaakt, dat men feitelijk bij het beurswezen
kan spreken van eene algeheele onafhankelijkheid van
overheidsbemoeiing.

Van die vrijheid is door de effectenhandelaren ge-
briiik gemaakt door het oprichten van vereenigingen,

welke in lokalen, waartoe niet-leden geen toegang heb-
ben, effeetenhandel drijven, al dan niet op gezag van
het plaatselijk bestuur. De toch zeker belangrijkste
effeçtenbeurs van ons land, die te Amsterdam, is wo-doende in wettelijken zin niet eens eene ,,beurs”, wijl
zij niet op plaatselijk gezag wordt ‘gehouden.

Van vele zijden is in de laatste jaren, aan den
wereldoorlog voorafgaande, aangedrongen op wettelijke.
regeling van het onderwerp, dat met het oog op het
geheele effecten- en credietverkeer en het nationale vermogen in het algemeen, van zoo uitermate groot
belang is. Dat de voldoening aan dien aandrang tot

eene eenvoudige en gemakkelijke oplossing leidt, kan
zeker niet worden gezegd. Tracht mn bepalingen te

scheppen, welke een eind maken aan de vele mogelijke
misbruiken in beurszaken, dan zoude men in de uit-

verking op welhaast onoverkomelijke moeilijkheden
stuiten en verkrijgt men bovendien een z66 ingewik-keld stel bepalingen, dat daardoor eene gezonde ont-
wi kkeling ‘van het beursbed rijf absoluut onmogelijk
wordt gemaakt. De wetgever behoort zich vooral te
onthouden van alle zoodanige regelingen, welke die
gezonde ontwikkeling nadeelig zouden kunnen beïn-
vloeden. En bereikt hij, dat die gezonde ontwikkeling
geheel mogelijk blijft, dan, vrees ik, zal de regeling
niet dt nut stichten, hetweik men er van verwacht. i)e voorgestelde regeling tracht den middenweg te

bewandelen, dit wil ik aannemen, doch ‘dan dient ge-
zegd, dat zij, zooals zij daar voor ons ligt, zoo goed
als geen enkel misbruik kan onmogelijk maken, waar-
tegenover zij verschillende voor de effectenhandelaren
hinderlijke artikelen bevat.

Het ontwerp vangt aan met eene definitie van wat
deze wet onder een effectenbeurs verstaat on wel clie
samenkomsten van effectenhandelaren (alzoo niet de
gebouwen of lokalen, waar zoodaniga samenkomsten

worden gehouden), welke als effectenbeurzen door den
Minister van Financiën zijn erkend. Zoodanige beur-
zen kunnen worden gehouden door eene reclitsper-
soonlijkheid ‘hebbende vereeniging of door eene Ge-
nieente. Voortaan zal dus het plaatselijk bestuur niet
meer de autoriteit zijn, die tot het hôuden eener beurs
vergunning geeft, maar de Minister van Financiën.
En deze kan zijne erkenning onthouden, als hij ver-
meent, dat het algemeen belang de totstandkoming
niet vordert.

Ziedaar al da’delijk de effec.tenbenrs op een voetstuk
geplaatst. Zij wordt door den ontwerper beschouwd
als eene instelling van publiek belang. En terecht;
maar dan schijnt het wat zonderliug om te blijven
toelaten, dat zij wordt gehouden door particuliere
vereeriigingen, die ter verkrijgiiig van de gevorderde
erkenning, alleen behoeven over te leggen liare statu-
ton, waarin ‘door den ontwerper niet gespecifieeerde
algemeene vereischten zijn vervat, waaraan een candi-
daat-lid behoort te voldoen, alvorens hij tot het lid-
maatschap der vereeniging kan worden toegelaten.

De Minister heeft de discretionnairo macht om de
aangevraagde erkenning te weigeren, als hem die

statuten niet bevallen, maar liet zou onjuist zijn oni te
verwachten, dat er ooit eene weigering zou kunnen

voortvloeien uit gebleken mogelijkheid tot het plegen

van onbehoorlijke handelingen door de leden tegenove

elkander en bij hunne cliënten, dus tegenover ‘liet

publiek. Daartoe geeft wel geen enkel statuut of

reglement, wat den tekst betreft, aanleiding. Het is

dus te vreezen, dat de ministtieele erkenning eene

louter formeele handeling zal worden en dat alleerd

om redenen, buiten de statuten en reglementen lig-

gende, er erkenning in de practijk zal geweigrd woi-

den. Maar ‘dan is de erkenning ook van een gelijk

algemeen nut als de Koninklijke goedkeuring
01)
statuten van naamlooze vennootschappen, i.c. van geen
nut hoegenaamd en is zulk een plaatsen op een voet-

stuk – tenminste op deze wijze – niet bijzonder
aanbevelenswaarci.

De door den Minister erkende Beurs heeft een
Beursbestuur en eer Beursraad.

Hoe het B e u r s b e s t u u r tot stand komt, zegt
het ontwerp niet, waar het eene Beurs eener veieeni-

ging geldt, zoodat moet worden verondersteld, dat de

statuten der vereeniging daarin zullen hebben te voor-

zien. Ten opzichte eener Gemeentelijke Beurs is be-
paald, dat eene Gemeentelijke verordening regelt, op

welke wijze liet Beursbestuur wordt samengesteld.
Elet Beursbestuur stelt de reglementen vast, waaraan
het doen van zaken ter Beurze zal zijn onderworpen;
liet geeft voorschriften voor de’ opening en sluiting
der bijeenkomsten, voor de opname van fondsen iii
de prijscourant, voor het opmaken der noteeriug, enz.;

het is voorts belast met de uitvoering van die regle-
menten en voorschriften.

Al deze zeer gewichtige reglementen en vooisclirif-
ten komen tot stand zonder eenige ‘directe medewer-

kipg of medezeggenschap der leden-beursbezoekers.
Alleen mogen zij van voorloopig vastgestelde regelin
gen kennis nemen en hunne bezwaren te kennen

geven. Het Beursbestuur is echter volkomen bevoegd,
die bezwaren ter zijde te leggen. In liet algemeen kan
men zich dit begrijpen, waar het Gemeentelijke Beur-
zen geldt, doch bij vereenigingen schijnt de bepaling
vreemd en zij zal dan ook wel hevig protest uitlokken.

Het ontwerp motiveert dit voorbijgaan der leden
met de stelling, dat ledenvergaderingen van groote
vereenigingen zelden een juist beeld geven van de
werkelijke stemming onder de leden en wenscht daar-

om er tegen te waken, dat eene minderheid der leden
regelingen zonde vaststellen, welke strijdig zijn met de
opvattingen van de meerderheid. En dan mag niet
worden voorbijgezien, dat waarschijnlijk nog een

tweede gedachte bij de samenstelling ‘der betreffende
bepaling heeft voorgezeten, namelijk de idee, dat het

algemeen belang niet steeds gediend is van reglemen-
ten en voorschriften, door leden eener vereeniging
samengesteld, welke leden uiteraard het recht hebben

in de eerste plaats op hunne eigen belangen te letten.
Van liet Beursbestuur wordt verw’acht, ‘dat het die
nieerderheid beter vertegenwoordigt, terwijl liet wordt
geacht uit personen te bestaan, welke niet uitsluitend
op de belangen der leden letten.

Doch de ontwerper meende zelfs aan het Beursbe-
stuur niet zonder contrôle die groote regelingsbe-
voegdheid te kunnen geven en droeg deze contrôle op

aan den 13 e u r s r a a d, een lichaam van ten minste
4 en ten hoogste 6 leden, met een voorzitter, waarvan
de meerderheid leden van de effectenbeurs moeten

zijn, allen door de Kroon te benoemen. Die contrôle
wordt bij Algemeenen Maatregel van Bestuur, dus bij

Koninklijk Besluit, geregeld. Uitdrukkelijk wordt ge
zegd, dat in dat Koninklijk Besluit aan den ]3eursraad

de bevoegdheid kan worden gegeven om door het

]3eurshestuur gemaakte reglementen te doen intrek-
ken en wijzigen, ja zelfs om de nitvaardiging van ge-
heel nieuwe bepalingen te vorderen, terwijl, als de
quasi-bevelen van den Beursraaid niet door het Beurs-

1032

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

bestuur worden épgevolgd, de Minister zelf beslist,

wat er gebeuren zal.
Hier zien wij dus eene sterke contrôle door een

lichaam, dat zich duidelijk aankondigt als een Regee-
iingslic.haam. Dat de leden grootendeels’ zelf leden van

de beurs zijn en dat alle leden worden benoemd, nadat het Beursbestuur eene aanbeveling vanten minste twee

personen heeft ingezonden, doet natuurlijk niet tot

dit strikt ambtelijke karakter van den Beursraad af,

waar de aanbeveling eene de Kroon niet bindende is

en de Minister het recht heeft om erkenning det
Beurs te weigeren, als de vereischten om lid der
vereeniigin’g te worden z66 eng zijn,. dat daardoor eene
categorie van personen, welke door ‘den Minister ge-

schikt voor het ambt van lid van den Beursraad wordt
geacht, zou worden uitgesloten van dat lidmaatschap.
Intussohen vraag ik mij af, of, nu die controlee-

rende werkzaa’mheid van den Beursraad zoo uitgebreid

is, dat zij zelfs omvat thet aan het Beursbestuur voor-‘
schrijven van niet verrichte handelingen, het nog

noodig is ‘de ledenvergadering der effecten.vereenigin.g
zoo ten eenenimale onmondig te verklaren, dat zij zelfs
geen invloed mag uitoefenen op de door haar ‘bestpur

onder voogdij van den Beursraad samen te stellen

regelingen. Een zoo ‘klaarblijkelijk wantrouwen èn in

de leden eener vereeniging èn ‘in haar bestuur zou er

toe behooren te leiden om het houden van effecten.

beurzen door vereenigingen geheel te verbieden en er
uitsluitend gemeentelijke instellingen van te maken.

Dere leden hebben, naar het mij voorkomt, ook nog

om een andere reden aanleiding om, niet onverdeeld

gunstig over het ontwerp te oordeelen. Het verdient
bijzondere opmerking, dat het ontwerp wil dat elkeen,

‘die aan de statutair vast te stellen algemeene ver-

eischten voor het lidmaatschaap voldoet, als lid m o e’t
worden toegelaten. Het behoeft waarlijk geen betoog,
dat er zich dikwijls gevallen kunnen voordoen, waarin

het niet wenschelijk is een bepaald persoon als lid der

Beurs aan te nemep ook al voldoet
hij
aanzekere

natuurlijk ruim te stellen vereischten, en dat, waar het verkeer ter beurze tusschen de leden onderling
zoker persoonlijk vertrouwen gebiedend medebrengt’
h’et tot allerlei moeilijkheden aanleiding zal geven, als
de mogelijkheid van deballoteeren om andere redenen’ dan het niet voldoen aan algemeene vereischten wordt

uitgeschakeld. Het treft mij
bijzonder,
dat waar ‘de ge-
heele opzet van het ontwerp is om den beurshandel
meer vertrou,wenwekkend te doen zijn dan tot dusverre,
een der krachtigste remmen tegen een verlaging van het
gemiddelde moreele peil der beursleden buiten wer-
king wordt gesteld.Men zou juist hebben verwacht

een sterker aanhalen dier rem in den vorm van iveel
voorstellers, hooge bo’rgtochten, gering cijf ei’ van
deballoteerende leden, enzoo’voort. In dit opzicht acht ik het ontwerp redelijkerwij’ze niet voor ongewijzigde
invoering vatbaar, want de algemeene vereisciiten voor
lidmaatschap zullen nooit zoo in
bijzonderheden
kun-

nen afdalen, ‘dat aan dit bezwaar zal zijn tegemoet-

gekomen.
Nevens de controleerende werkzaaniheid van den
Beursraad staat zijne rechtsprekende bevoegidheid in
honger ‘beroep van afwijziugen van aanvragen om lid te worden van de ‘beurs of ‘van de vereeniging, welke
haar houdt, van .vervallenver’klarin’gen van het lid-
maatschap (waarom niet ook van eventueele schor-
singen?) en van ‘afwijzing van aanvragen om opne-
ming van een fonds in de prijscourant. Nu zegt wel de
memorie van ‘toalichting op het ‘ontwerp, dat de
Beursraad eene groote vrijheid van ‘oordeel heeft,
maar zij voegt er in één adem bij, dat de Regeering
door aandrang bij dien Raad middellijk invloed op
de ter beurze geldende regelingen kan oefenen; en dit
is ook zoo, de beurzen worden geheel gesteld onder
Regeeringscontrôle. Ik keur dit principe niet af, maar dan ware een ron’dborstiger voor den dag komen met
die Regeeringscontrôle royaler geweest. Nu schijnt het nog, alsof de bestaande toestand met zekere be-
perkingen gehandhaafd blijft. –

Zooeven heb ik gezegd, geen’ tegenstander te zijn

van Regeeringscontrôle, doch deze ‘behoort’ niet al te

belemmerenid te werken. Als” te eer lbelemmerend

beschouw ik de bepaling, dat de beurs ‘alleen voor één

dag tegelijk en .dau niet voor twee achtereenvolgende

dagen, telkens bij opvolgende besluiten, gesloten kan

worden, het besluit dat zal moeten worden ge-

nomen door het Beursbestuur, goedgekeurd door den
Beursraad. Het wil mij voorkomen, dat waar geen

dagelijksehe voeling met de geld en effectenmarkt bij

den Minister kan worden verondersteld en deze wel’

bestaat bij het Beurs’bestuur en, zij het in mindere

mate, bij den Beursraad, deto beter aangewezen zijn

om in
tijden
van crisis sluiting der beurs te decretee-

ren, gedurende een door hen te bepalen termijn, waar-

bij den Minister dan de bevoegdheid behoort toege-

kend te worden heropening te gelasten. Wij kunnen

aannemen en desnoods’ kan voorgeschreven, dat’ deze
daarvan niet zonder raadpleging van Beursbestuur

en Beursraad zal gebruik maken.

De overige bepalingen 4van ‘liet ontwerp regelen

bijzaken, ‘doch’ al vormen deze slechts de uitwerking
van het voorafgaande, opr zichzelf zijn zij nog belang-

rijk genoeg.

Eene der ‘belangrijkste is zeker, wel de regeling van

het instituut der commissie voor geschillen. Tot dus-
verre ontbreekt aan de uitspraken ‘van zulke com-

missie de sanctie, dat zij ook kunnen worden geëxecu-

terd als aibitrale vonnissen. Dit zal nu veranderen.

De uitspraken worden, als zij overigens voldoen aan
zekere ‘artikelen van het wetboek van Burgerlijke

Rechtsvordering,. met arbitrale uitspraken gelijk ge-
steld en er ‘staat appèl van open ‘bij den Rechter. Of
zoodanig appèl steeds tot bevredigende uitspraken in

hooger beroep zal leiden, waag ik te betwijfelen, waar
de bonimissie van geschillen meer dan de Rechter zich’
laat leiden door usances – trouwens daarvan veel

meer verstand heeft dan de appèlrechter – en ik niet

an’ders weet, dan dat die uitspraken algemeen zeer

wor’den op
prijs
gesteld als ‘billijk en juist, hetgeen. in

.himdelskringen nu juist niet altijd van rechterlijke

uitspraken kan gezegd ‘worden.
Een tweede ‘belangrijke
‘bijzaak
is de regeling van

het recht tot het o’penbaar maken van de prijscourant
en van het karakter dier prijscourant. Prjscouranten

van effecten mogen alleen dan worden uitgegeven, als
zij betrekking hebben op noteeringen van erkende
effectenbeurzen. Men vraagt zich af of nu de tbekende
publicaties van de kantoren, die zich, bezig ‘houden
met den handel in incourante en n.iet-genoterde
fondsen verder gestaakt moeten wosden. Ook nog om

een andere reden is dit artikel (artikel 18) niet geluk-
kig. De prjscouranten van erkende ‘effectenbeurzea
kunnen worden gebezigd in alle gevallen, waarin ‘door
een wet of wettelijk voorschrift voor de waardebepa-

lig of voor koersen van effecten naar prijsoouranten
of noteeringen wordt verwezen. Waar er in Nederland vermoedelijk wel meer dan ééne beurs zal worden ge-
houden, welke op basis der Beurswet 1919 tot de
erkende behooren ‘zal, ‘zal het voor iemand,’ die’ woont
op eene plaats waar geen beurs wordt gehouden,
ondoenlijk zijn zich naar dit artikel naar ‘behooren te
gedragen bij gebrek aan wetenschap naar welke beurs

noteering hij izich zal hebben te richten.

Dan volgen eenige strafbepalingen en overgangsbe-

palingen, welke voor deze korte inleiding zonder be-
lang zijn, waarmede het ontwerp wordt besloten.
Bij de inleiding der verschillende bepalingen, welke
het ontwerp bevat, heb ik verscheidene malen gelegen-
heid gehad tot opmerkingen, die van mijne niet-in-
stemming deden blijken. Als geheel beschouwd, lijkt
mij het ontwerp weinig bevredigend. Het is wellicht,
de. bedoeling slechts’ geringe banden te leggen aan ‘de
vrijheid van den effecten’handel en de memorie van
toelichting betuigt zulks herhaaldelijk, .maar in de
hand van een eenigszi.ns autoritair minister blijft er
van die vrijheid bitter weinig over. –

20 November
1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1033

Het ligt buiten het kader dezer aankondiging om

mij te wagen aan het doen van aanbevelingen tot ver-

mindering van de bezwaren, welke zonder twijfel uit
den kring van den effectenhandel zullen worden geuit,
maar het wil mij voorkomen, dat eene veel grootere
effectieve vrijheid had kunnen zijn, gelaten aan dien

handel, met als preventief en repressief middel tegen

al te groote ongebondenheid het ontnemen van enkele
of meer der rechten en bevoegdheden van de door

hot ontwerp gereglementee’r.de samenkomsten en als
ultimum remedmum het paardenmiddel van veivallen-

verklaring van de ministrieele erkenning, hetwelk in

het voorliggende ontwerp in artikel 17 is geregeld en

daarin is gesteld als straf op het niet naleven der
Beurswet, afwijking van de statuten, grove verwaar-
loozing van de naleving der statuten of van de voor

de effectenbeurs van kracht geworden reglementen,
welke straf wordt toegepast door den burgerlijken
iteohter op ‘ordering van het Openbaar Ministerie.

In het voorliggende ontwerp is deze straf wel uiter-
mate zwaar; vooral waar zij reeds kan worden toege-
past op eenvoudige afwijkingen der statuten en zelfs
bij eene niet naleving der Beurswet, éénmaal gepleegd.
Maar goed geregeld en als zwaarste straf tegen hande-

lingen, welke klaarblijkelijk tegen het algemeen be-
lang indruischen en tegen herhaalde moedwillige
schendi.ng van verbods- en niet-nakoming van gebods-
bepalingen, die dan in zoo gering mogelijk aantal
dienen te worden uitgevaardigd, zonde deze straf vol-
doende zijn om den effectenhanrlel in het goede spoor
tc houden, en, daarvan afgeweken, te brengen.
v. H.

ONTGINNING EN NEDERZETTING.

Vanwege de Nederlandsche Heidemaatschappij ont-

vangen
wij
de volgende bijdrage:
i)

Wel beschouwd, bezit ons volk in zijn woeste gron-den een kostelijken schat, want deze stellen ‘hem in de
gelegenheid tot expansie binnen de grenzen. De oplos-
sing van het vraagstuk der nederzetting van jonge
landbouwers vereischt daardoor minder hoofdbrekens
‘dan in een land, waar nagenoeg de gehèele bodem
reeds in cultuur en bewoond is. In het laatste geval
is men aangewezen op vermindering der bestaande
bedrjfsoppervlakte en intensiveering of op emigratie,
daar in het algemeen naar verhouding weinig land-
bouwers van beroep veranderen. Onder invloed van
liet tijdperk van welvaart, dat ‘de land- en tuinbouw
reeds v66r den oorlog doormaakte, bestond er een
sterke neiging tot uitbreiding van het bedrijf door
aankoop of huur, in ‘t bijzonder in de vruchtbare
streken en het gevolg was een surplus aan landbou-
wers, vooral van jonge. Van de reeds gevestigde zagen

velen zich door de stijging der paehtprijren genoopt
in andere streken uit te zien naar land. Vooral sedert
1905 is de trek begonnen vn boeren van betere grond-
soorten naar die, welke van nature minder vruchtbaar
zijn; ‘zoo trokken uit Zeeland en Groningen velen naar

Texel, waardoor op dit eiland in korten
tijd
de opper-
vlakte productief land uitgebreid en het verwaarloos-
de land verbeterd werd. Talrijke nieuwe boerderijen
ontstonden. De komst der vreemde landbouwers
bracht een grondige wijziging in de bebouwing van
den grond. Vlas, suikerbieten en vooral tarwe worden
thans aanzienlijk meer verbouwd. Van lieverlede
breidde de nederzetting ‘zich van Zeeland, Holland,
Friesland en Groningen naar andere gewesten uit.
Behalve Texel kwamen de Betuwe, N.-Brabant, Lim-
burg, de Achterhoek van Gelderland, Twenthe, het
noordelijke en oostelijke gedeelte van Drente, Wester-
wolde, het Westerkwartier van Groningen en de
l’riesche wadden in aanmerking. Deze trek viel samen
met een snelle uitbreiding van de ontginning in
schier alle provinciën, waar woeste grond wordt aan-
getroffen. De goede uitkomsten van het landbo’uwbe-

‘) Men zie ook pag.
962
en
979.

drjf waren zoowel op de zand- en veengronden als op

de andere grondsoorten merkbaar:

le. door ‘de veeteelt en zuivelbereiding in streken
met een minder goed ontwikkeld verkeersnet; 2e. door
akkerbouw in streken met een goed verkeersnet, voor-

al met scheepvaartgelegenheid, zooals de veenkoloniën

van Groningen, Drente en Overjsel.

De beteekenis van de ontginning blijkt uit onder-
staand overzicht van de periode 1905-1914.

Oppervi. woeste
Afname
Provineiën

loLaaI

grond in H.A.
grootte

1905

1914

H.A.

%

Groningen

236256

20194

15915

4234 20,9
Friesland ………
331558

24955

22150

2805

11,25
Drente ……….
265242

128586 116662 11924

9,3
Overijsel ……..
331981

97234

87531

9703

9,9
Gelderland ….
493824 102344

88717 13627 13,31
Utrecht ……..


138638

7103

6416

687

9,6 Noord-Holland.

275635

27695

27039

656

2,7
Zuid-Holland
.

301231

8783

8215

568

6,4
Zeeland ………..
177595

2850

2849

1

0,-
Noord-Brabant

486011 119288 104106 15182 12,7
Limburg ……..
220247

34545

27633

6912 20,-
Nederland ……
.
32071.22 573572 507233 66339

11,7

Een deel van het outgonnen land is tot bosch aan-
gelegd. In N.- en Z.-Holland nagenoeg alles; in de
andere provinciën mag het gemiddeld op
1
/io
worden
ge
s
t
e
ld. Van pl.m. 66.300 H.A. is dus in dit decen-
ijium ongveer 59.000 H.A. tot bouw- en grasland

aangelegd of per jaar rond 6000 H.A. Daar de gemid-
delde grootte der zand- en veenboerderijen op niet meer dan 15 H.A. kan worden gesteld (volgens de
telling inzake het grondgebruik in 1910 nog kleiner,

zie de Verslagen en Mededeelingen van de Directie
van den Landbouw 1910), zijn er dus per jaar pim.
400 en in ‘t geheel van 1905-1914 pl.m. 4000 boerde-
rijen ter ‘beschikking gekomen. Inmiddels zijn deze

nieuwe gronden niet alle als afzonderlijke bedrijven
met gebouwen ingericht. Een groot deel er van is
toegev.oegd aan bestaande bedrjrven, een ander deel is
na ontginning als zoogenaamd los of onhehuisd land
verpacht en verkocht. Er blijkt echter uit, dat door
ontginning de gelegenheid tot nederzetting wordt
geschapen voor arbeiders, zoowel als voor landbou-

wers. A’an den eenen k’ant ‘wordt hierdoor te heftige
concurrentie en prj’sopdrjving in de reeds dicht b’e-

woonde streken getemperd en aan den an’deren ‘kant
de welvaart van economisch achterlijke gewesten sterk
in de hand gewerkt.

Aanvankelijk geschiedde de nederzetting vooral van
het zuiden naar ‘het noorden des ‘lands, schoorvoetend,

doch van lieverlede werd de vrees voor heimwee en
voor andere zeden en gewoonten overwonnen. Toch is
op te merken, dat de nederzetting van landbouwers
zich in ‘t algemeen bepaalt tot verplaatsing binnen
de provinciale grenzen. Zoo blijven de Friezen in
Friesland, de Groningers in Groningen enz. Hollan-
ders en Zeeuwen verhuizen echter in vrij groot aantal
naar Drente, Overijsel en Gelderland; Zeeuwsche boe-
ren, trekken veel naar Limburg en Brabant. Ook werd
door Groningsehe en Friesche landbouwers grond op
Ameland in gebruik genomen, vooral voor vlas- en
tarwebouw.

De bakermat van ontginning en nederzetting vor-
men de veenkolonin van Groningen, Friesland;
Drente en Overjsel. Reeds voor ruim twee eeuwen
was de ontginning van den afgeveenden grond, dal-
grond genaamd, hier in vollen gang. Aanvankelijk

gold het betrekkelijk kleine oppervlakten, in verge-
lijking met hetgeen na de invoering van, het kunst-
mestgebruik, omstreeks 1880-1890, werd ontgonnen.
Groningen was het eerst en vervolgens ‘kwamen, Fries-
land en Drente aan de beurt. Daarna volgde’het hoog-veengedeelte van Overjsel. In de genoemde gewesten

zijn in de eerste plaats Groningers en verder Friezen
pioniers geweest. Landbouwers uit andere provineiëu

1034

ECONOMISCH-S1’ATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

vindt men er in gering aantal. Ontgonneu hbbn

dezen den grond hoogst zelden. Zij kwamen, nadat ‘de

grond in cultuur gebracht en met een boerderij was

bebouwd, als kooper of pachter.

De in’heemsche bevolking o.a. te Averecst (Dedems-
vart) en Vroomshoop schrijft de snelle opkomst dier
streken, vooral toe aan de bekwaamheid en viii t der
Groninger boeren, die er zich in groot aantal hebben
gevestigd. Merkwaardig is overigens de geringe in-

vloed, dien deze verdienstelijke menschen in bestuurs-

zaken kunnen doen gelden en waarvan de oorzaak

wordt getypeerd door het volgend gezegde van
0C11
invioedrijk inheemsch bewoner: ,,Hoe flink ze ook

zijn, tot lid van den gemeenteraad brengen ze ‘t bijna
nooit.”

Tot nu toe hebben de’ jonge veenkoloniale boeren

steeds voldoende emplooi kunnen vinden in deze ge-

westen, vrij nabij hun gehoortestreek, niettegenstaande

de meesten vroegtijdig in het huwelijk treden. De ‘be-

trekkelijk geringe grootte der bedrijven, .12-20 H..,

draagt veel hiertoe bij, evenals de uitbreiding van
den tuinbouw, die op deze grondsoort met stijgende

uitkomsten wordt gedreven. Zelden trekt een Gronin-
ger landbouwer verder weg. Een enkele’ heeft zich in

Zeeland gevestigd of p Texel. Een vrij groot aantal

landarbeiders en jonge boeren is naar de veenstre-‘

ken van Oldenburg g’ëmigi’eerd, waar zij met Staats-

hulp. of Staatagrond op zeer voordeelige condit’iën
eigen of vrijboer zijn geworden. De woeste grond

wordt, na door den Staat van wegen en goede afwate-
ring voorzien te
zijn,
10 jaar lang voor niet’s afge-

staan, terwijl het geld voor ontginning en voor den

bouw van boerderijen vroeger tegen
3
pOt., thans
t
4 .pOt., tot een maximum van circa
f
3000
wordt ge-
leend. Daarenboven worden premiën voor ontginning
toegekend. Door een tienjarige waarneming heeft
schrijver geleerd, dat dit systeem voor den Staat en

den ontginner beide zeer nuttig is. Het bevordert een

snelle ontginning en de voedselproductie. Na tien
jaar wordt een jaarljksche rente van
f
20
ii f 30
aan
den Staat betaald, die voor het 30-voud kan worden

afgekocht.

Uit den staat van afname der woeste gronden

blijkt, dat door ontginning de gelegenheid voor neder-
zetting, van jonge landbouwers wordt uitgebreid en
de werkgelegenheid voor arbeiders zeer aanzienlijk
kan worden verruimd. Tal van nieuwe boerderijen en
arbeiderswoningen zijn in den loop der jaren op de
ontgonnen heiden en zandgronden verrezen en ver-volgens tegen veelal billijken prijs aan de landbou-

wei’s en arbeiders verpacht. De pachtprijzen loopen
uiteen van
f 30—f 75
per H.A., al naar de kwaliteit
en ligging van den grond. Dat er snel aan de vraag
kan worden tegemoet gekomen, blijkt b.v. uit de ont-

ginningen Het Zeyerveld en De Hunneheide, onder Vries bij Assen, waar vn
1908-1915
ruim
750
H.A.
tot bouw- en gi’asiand met 16 boerderijen en
15
arbei-
derswoningen werden ontgonnen. De meerendeels
jonge landbouwers komen uit Friesland, Zeeland, Z.-en N.-Holland en Groningen.
Langs de Beilervaart en het Oranjekanaal zijn n
1900
tientallen nieuwe boerderijen verrezen. Zij zijn
alle verkocht of verpacht aan Hoilandsche, Zeeuw-
sche, Friesche en Groninger boeren. En zoo ziet men
hier, dank vooral ook door den steun, waarmede de

Piovincie het verkeerswezen bevordert, allerwegen in

plaats van den vroeger niets opbrengenden grond,
bouw- en grasland, dat gelegenheid geeft tot neder-
zetting voor naar een bedrijf hunkerende landbou-
wers.

Op de zandgronden van Overijsel, vooral in Twen-
the, ontplooit zich een soortgelijke bedrijvigheid door

den lust tot ontginning zoowel van landbouwers als
fabrikanten. De omgeving van Almelo, Delden en
Hengelo is bekend door de vestiging van Hollnnd-
sche kaasboeren, die er vooral van 1908-1910
heeft
plaatsgevonden. De door fabrikanten ontgonnen grond

wordt veelal door henzelven geëxploiteerd, terwijl de

landbouwers de heide ontginnen voor vergrooting

van het reeds gevestigde bedrijf.

in Gelderland heerseht de grootste bedrijvigheid in
de omgeving van Barneveld, Loenen, Epe, ‘Vaassen,

Neede, Wintei’swijk, Eibergen en Ruurlo. Ook hier

vestigen zich verschillende vreemde landbouwers,
vooral uit Z.- en N.-Holland.

De nederzetting in Limburg ii’ordt vooral mogelijk

gemaakt door de ontginningen in de Peel (Venraay,

Horst en Sevenum); voorts langs de grens van

Duitschland (Bergen,Well, Arcen) cii in de omgeving

van Roermond en Weert. De vraag naar boerderijen

is hier nagenoeg uitsluitend beperkt tot Zéeuwsche

en Hollandsche boeren. Gemeenten met uitgestrekte

bezittingen woesten grond, zoowel als particulieren

werken aan de ontginning mede,

in, Nooi’d-Brabant vestigen zich talrijke landbouwers

in de Peel (Gemert, Bakel, Mili, Oploo, Deurne),

waai’ o.a. door de Nederlandsche Heidemaatschappij

voor talrijke Nederlandsche kapitalisten sinds 1895

reeds meer dan 6000 H.A. tot bouw- en grasland werd
ontgonnen. Verder heerscht in de omgeving van

Breda, Tilburg, Boxtel, Eindhoven, Helmond, Val-

kenswaai’d etc. een opgewekt leven •op outginnings-

gebied. De levensverzekeringmaatschappij ,,Utrecht”

ontgint het landgoed ,,de Utrecht” onder Hilvaren-

beek, Hooge en Lage Mier,de, waarop zij bereids

eenige boerderijen stichtte en voor een
billijken
prijs

aan Hollandsche boeren verpachtte, terwijl nog meer-
dere zullen volgen.

In de naaste toekomst behoeft geen vrees te be-

staan, dat onze opkomende landbouwers niet aan

boerderijen kunnen worden geholpen, mits zij door

hun opleiding. aanspraak mogen maken op ‘het recht,
hun krachten aan. te wenden in het belang van een
hoog o,pgedreven voedselproductie, en een goed be-

staan te eischen ‘voor zichzelven. Hoe meer de gele-

genheid tot nederzetting met practische middelen
wordt bevorderd, des te minder zullen flinke jonge
menschen aanleiding hebben tot emigratie naar het
buitenland. Zulks moet tot eiken prijs worden voor-

komen. En men vei’gete niet, ‘dat elk nieuw landbouw-

bedrijf verruiming van werkgelegenheid met zich

brengt. Een zeer belangrijke factor dezer binnenland-sche landverhuizing is gelegen in den stimuleerenden

invloed op de productie. De vestiging van vreemde
landbouwers gaat gepaard met een wisseling vân
vreemde en inheemsche ideeën, die invloed uitoefe-nen op de wijziging van verouderde stelsels.

Zoo heeft de vestiging, van bijv. Zeeuwsche land-bouwers in de Betuwe tot gevolg, dat aan het vraag-
stuk der drainage en onkruidbestrijding mcci’ aah-

dacht wordt besteed. Het gevolg er van is, dat de
productie per ,vl’akte-een’heid ‘aanzienlijk wordt ver-
hoogd en de verkoop- en pachtwaarde der gronden stijgen. De nederzetting heeft nivelleering naar bo-

ven ‘tengevolge, die opbouwend werkt. Dikwijls, men
kan zeggen meestal, wordt het vreemde element een
voorbeeld tot navolging, al werkt deze invloed slechts
langzaam. Hollandsche kaasboeren hebben door hun

verhuizing naar ontginningen op tal van plaatsen de
kaasmakerij ingevoerd tot groot voordeel van de uit-
komsten van liet zuivelbedrijf ter plaatse. Zeeuwsche

en G’roninger landbouwers, vooral van de kleigronden
gekomen, geven in nieuwe gewesten meestal een uit-
stekend voorbeeld door hun perfecte methoden van
grondbewerking en verpleging der gewassen. Het is
aan geen twijfel onderhévig, dat door dien invloed
dci’ vreemde elementen de productie van andere be-

drijven menigmaal zeer aanzienlijk stijgt en dus liet
volksbelang er in hooge mate mede gediend is.
Ten slotte moge nog opmerkzaam worden gemaakt
op een zeer schitterend voorbeeld van snelle ontgin-
nin.g en nederzetting van vreemde landbouwers, met
name te De Krim hij Coevorden (gem. Gramsbergen).
Omstreeks
1900
was ,die streek ter weerszijden van

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1035

het kanaal vrijwel onbewoond, door de nitnemeude

werk- en geestkracht van Groninger ontginners is

thans nagenoeg alles in vruchtbare landerijen her-
schapen. Het kanaal wordt thans aan Weerszijden ge-

flankeerd door welvarende boerderijen van Friesche,

Oroningsehe en Geldersche boeren, fabrieken, ker-

ken en scholen en liet is duidelijk aan het nieuwe

uiterlijk der gebouwen te zien, dat ze kort geleden

werden gesticht. In ons land is de Krim een der
meest eclatante voorbeelden uit dezen tijd, van wat
uit woestcn grond door ondernemende en zaakkun-
dige menschen kan worden geschapen. Daarom hulde

aan jzulk heroïsch vredewerk en de hand aan den ploeg!

Er kunnen nog minstens 15.000 jonge boeren aan
een goed bestaan worden geholpen in eigen land op

thans waardeloos gebied. Om met Vondel te besluiten:

.,D’Alc!cer zal het zweet vergeden.

Ploegh en arbey met gedult, Zie hoe d’aer de korenvelden
In den zomertijd ver gult.”
Arnhem.

K. D.

HET RESULTAAT DER IN AUGUSTUS 1918

GEHO UDEN VERTELLING.

Een medewerker schrijft:

Dezer dagen is in de Ned. Staatscourant het resul-

taat gepubliceerd van de in Augustus j.l. gehouden veetelling. Deze telling is uitgegaan van het ‘Rijks
bureau voor Vee en Paarden en stond in verband met
dc registratie van den geheelen veestapel, welke tot
doel heeft de klan’destiene slachtingen zooveel moge-
lijk tegen te gaan.

In iedere gemeente is door genoemd bureau een
correspondent aangesteld, die als ambtenaar van den dierlijken stand fungeert. Door hem is de telling ver-
richt en worden verder alle veranderingen, als eigen-domsovergang, geboorte en sterfte in de registers bij-
gehouden. Ongetwijfeld kan dan ook worden aange-
nemen, dat deze telling met de grootste zorg heeft
plaats gehad en het resultaat zeer betrouwbaar is. Dit

laatste mag men ook afleiden uit eene vergelijking
met de uitkomsten van vroegere opnemingen. Er is
wel eens beweerd, dat de in ‘t voorjaar van 1917 en
1918 gehouden tellingen onbetrouwbaar waren te

achten, omdat de veehouders, ten einde veel veevoeder
te bekomen, er voordeel bij hadden hun veestapel te
groot op te geven.
Wat de in Aug. 1918 gehouden teffing betreft, was
de zaak juist omgekeerd. Ten einde klandestien te

kunnen slachten, zullen de veehouders eerder geneigd
zijn geweest te weinig dan te veel vee op te geven.

Wanneer wij nu zien, dat de uitkomsten der verschil-lende tellingen geen onverklaarbare afwijkingen ver-
toonen, dan mag men daaruit besluiten, dat aan de

verhalen omtrent de opzettelijk begane onjuistheden,
zoowel bij vroegere opnemingen als bij de thans be-
sproken telling, geen al te groote waarde moet wor-
den toegekend. De algemeene indruk, welken men bij
de bestudeering der gepubliceerde
cijfers
krijgt, is
zeer bevredigend, voor zoover er uit blijkt, dat onze
veestapel er, wat aantal betreft, beter voorstaat dan

velen, op grond van de schaarschte van vleesch en
zuivel op dit oogenblik en van de verhalen omtrent
de plaats gehad hebbende slachtingen, meenen.
Zoodra er weer voldoende krachtvoer beschikbaar
komt en de vraag wer normaal wordt, zal er voor onae
hinnenlandsche voorziening met vleesch en zuivel ruim-
schoots vee genoeg zijn, ja zal spoedig de export weer

kunnen worden hervat. Mogen wij, nu de oorlog als
geëindigd is te beschouwen, het een geluk noemen,
dat onze veestapel er nog zoo goed voorstaat, voor de
komende wintermaanden zal het gebrek aan kracht-
voer nijpend blij
•ven. Onder die omstandigheid zal
juist door de grootte van den veestapel de productie
van vleesch en zuivel worden belemmerd. In-vele ge-
vallen toch zal de hoeveelheid voeder slechts voldoende

zijn om onderhoudsvoeder te verstrekken, waar bij
een kleineren veestapel een belangrijk deel van het

toogediende voeder tot productieve doeleinden kon
dienen. Er zal op stal dan ook weinig of niet kunnen

worden gemest, zoodat men er zich voor moet hoeden

uit de cijfers in zake den rundveestapel de conclusie

te trekken, dat er het volgende voorjaar wel ruim-

schoots rundvleesch zal zijn. De talrijkheid van den

veestapel zal hier de vleesehschaarschte juist, in de

hand werken. Men kan de dieren wel in het leven
houden, maar niet mesten.

Ik stel mij voor aan de hand van het verslag eenige

cijfers naar voren te brengen en die te vergelijken met

het resultaat van vroegere tellingen. Opgemerkt moet

echter worden, dat deze vergelijking wordt bemoei-
lijkt door het ongewone tijdstip der telling en door

eene daarbij gevolgde andere indeeling van het vee
in rubrieken. Men heeft echter getracht, dit laatste
bezwaar zooveel mogelijk te ondervangen. Wat de

runderen aangaat, wordt zoodoende het volgende vrij
bruikbare vergelijkend overzicht verkregen.
Telling

Telling, Raming

Telling
Aantal

Mei/juni Mrt,/April Febr.fMrt. Augustus
stuks

1910

1917

1918

1918
Springstieren

23.309

29.162

18.664

27.728
Melk- en kalfkoejeii
1.068.361 1.234.594 1.098.789 1.108.902
Mestkalvei’cn

47.086

15.587

4.053


Mestkoeicii en -ossen

97.688

50.114

27.563

95.445
Jougvee ……….

700.409

972.075

650.415

816.797

Totaal ……
2.026.943 2.301.532 1.709.484 2.048.872

Op grond van deze
cijfers
zou men geneigd kunnen
zijn aan te nemen, dat de raming in Febr./Maart 1918,

gebaseerd op eene in een 45-tal gemeenten gehouden
telling, weinig vertrouwen verdient, of dat ‘de rund-
veestapel sedert belangrijk is vooruitgegaan. Noch

liet een, noch het ander is vermoedelijk het geval. Het
verschil zal hoofdzakelijk daaraan zijn te wijten, dat
in Febr./Maart het meei’endeel der voorjaarskalveren
nog niet was geboren. Zooals men ziet, schuilt het
grootste deel van het verschil dan ook bij de rubriek
jongvee. Sedert het voorjaar 1.917 zien wij intusschen
een belangrijke vermindering, wat echter niet weg-
neemt, dat onze rundveestapel in Aug. 1918 toch nog
ruim me talrijk was als in Mei/J’uni 1910.

Ten aanzien van de schapen geeft het verslag het
volgende globale overzicht.

Telling

Telling

Raming

Telling
Aantal

Mei/Juni

Maart/April

Febr./Maart

Augustus
stuks

1910

1917

1918

1918
Lammeren..
443.931
niet geteld

niet geteld

294.111
Schapen..
. .

445.105

520.275

418.463

348.213
Totaal ..
389.036

642.324

Ofschoon deze cijfers wijzen op een voortdurenden
achteruitgang van den schapenstapel, die trouwens
ook reeds v66r den oorlog gaande was, zoo worde er
toch op gewezen, .dat het verschil in zake het tijdstip
der telling liet speciaal met betrekking tot de scha-
pen moeilijk maakt, uit de genoemde cijfers eene be-
trouwbare conclusie te trekken.

De loop van denarkensstapel was als volgt:

Telling Mei/Juni
1910 …………1.259.844
st.
Mart/ApriI
1917 ……….1.185.438
Raming Febr./Maart
1918 ……..272.561
Telling Augustus
1918 ………….600.133

Bleek uit de raming van Fbr./Maar.t 1918, dat onze
arkensstapei schrikbarend was .achteruitgegaan, men
kou toen toch reeds op het moedgevende verschijnsel
wijzen, dat het aantal fokzeugen betrekkelijk groot
was. De gevolgen daarvan doen zich gevoelen in het

resultaat der telling van Augustus. Sedert liet voor-
jaar 1918 is een groot aantal biggen. geboren, ter

wijlhet aantal slachtingen zeer gering was. Zoodoende
is liet aantal varkens weer gekomen op ruim 000.000.

Al is dit slechts ongeveer de helft van de sterkte van
viSôr den oorlog, toch kan, in aanmerking nemnde,

dat toen een groot deel van onze varkensvleeschpro.
ductie werd uitgevoerd, de verwaohtiug worden uitge-

1036

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

sproken, dat ei’ na den vrede hier te lande weer spoe-

dig voldoende varkensvieesch voor binnenlandsche be-

hoefte zal kunnen worden voortgebracht.

Voor paarden geeft het verslag de volgende cijfers:

Aantal

Mei/Juni September Augustus
stuks

1910

1917

1918

Paarden beneden 3 jaar

88,811

101.370 125.804
boven
3
jaar. .
238.566

136.448

252.490

Totaal . . . .
327.377

337.818

378.294

De vooruitgang, die hier valt te constateeren, be-

treft vooral de jonge paarden. Dit is geen wonder,

daar de paardenfekkerij zich in de laatste jaren sterk

heeft uitgebreid. Opgemerkt zij, dat de telling van

Sept. 1917 slechts globaal is geweest en met het oog
daarop niet geheel betrouwbaar wordt geacht.

Ten slotte zijn ook de bokken en geiten geteld. Het

aantal daarvan bedroeg 311.011 stuks tegen 224.231

bij de telling van 1910. Wij zien hier dus een belang-

rijken vooruitgang. Deze ‘bestond ook reeds v66r den
oorlog, maar zal door het velerwegen bestaande stre-
ven, om in de melkbehoefte van eigen gezin te voor-

zien, vermoedelijk gedurende de oorlogsjaren zeer zijn

bevorderd.

DE RIJKSMIDDELEN.

In dit nummer treft men aan het maandelijksch

overzicht met bijlagen van de opbrengst der Rijks-
middelen over de eerste tien maanden van het loo-

pende jaar, vergeleken met de overeenkomstige cijfers

van het vorig jaar.
De oorlogswinst- en verdedigingsbelastingen brach-

ten tot dusver in totaal op een bedrag van

f
414.387.854, waarvan
f
313.412.619 op rekening

komt van eerstgenoemde heffing. Met inbegrip van
de opcenten ten behoeve van het Leeningfonds – be-
halve die op den suikeraccijns, welke geene verzwa-

ring van belastingdruk medebrachten – is derhalve

een totaal van
f
508.781.309 ontvangen uit belasting-

heffing, welke haren grond vindt in de buitengewone

omstandigheden.
De overige middelen brachten in de afgeloopen

maand
f
21.467.422 op, tegen
f
17.885.140
.
in October

1917 en vertoonen mitsdien eene stijging van

f
3.582.282.
Hierbij dient de invloed der nieuwe belastingheffing
in aanmerking te worden genomen. Ingev.olge de wet

van 28 April 1917 (Staatsblad No. 316) worden op de
Inkomstenbelasting voor zooveel de natuurlijke per-
sonen betreft en op de Vermogensbelasting over het

belastingjaar 1917/18 tien opcenten geheven. Uit dien
hoofde werd in October 1918 een som van
f
223.515

ontvangen.
Hierbij komt de verhooging der successierechten,

welke in October 1917 haren invloed nog weinig deed
gevoelen, terwijl de overige nieuwe heffingen ook in
October 1917 reeds haren invloed deden gelden. In de voorlaatste miflioenennota werd uit de wijzi-

ging der wet op de successiebelasting een meerdere
opbrengst over het geheele jaar 1918 verwacht van

rond
f
7.500.000. Voor één maand zou dit eene stij-

ging beteekenen van ongeveer
f
625.000.

In totaal zou derhalve uit nieuwe belastingheffing
ten hoogste een bedrag van bijna
f
850.000 kunnen
worden verklaard.
Afgezien van de nieuwe belastingheffing, zou de
opbrengst der middelen dus eene
stijging
van om-

streeks
f
2.730.000 vertoonen.
Dit gunstig resultaat is voornamelijk te danken aan
het ruimer vloeien van de personeele belasting en de

inkomstenbelasting, van den suiker- en van den ge-

slachtsaccijus en de registratierechten.
Daartegenover staat een achteruitgang in opbrengst

van den
accijns
op gedistilleerd, van dien op bier en

van de vermogensbelasting.
De
stijging
van de opbrengst van den suikeraccijns
hangt samen met het sterk toegenomen verbruik van

suiker, suikerhoudende of met suikerverbruik ge-

paard gaande
spijzen
en houdt verband met het tekort

aan andere voedingsmiddelen. De sterke
stijging
in

de opbrengst der registratierechten is het gevolg van

de
belangrijke
uitgifte van nieuwe aandeelen door de

Koninklijke Nederlandsche Petroleum-Maatschappij

en vermoedelijk mede van de zeer talrijke overdrach-

ten van onroerend goed en de sterke prijsstijging, zoo-

wel, van gebouwde als van ongebouwde onroerende

goederen.
De lage opbrengst der vermogensbelasting wordt

voor een zeer groot deel veroorzaakt door de ver-

traging in verband met de totstandkoming der wet

tot wijziging van de vermogensbelasting (wet van 27

J’uli 1918, Staatsblad No. 504), tengevolge waarvan
de aanslagen over 1918/19 voor het meerendeel niet
tijdig konden worden vastgesteld, zoodat ook de beta-

ling later geschiedt dan in andere jaren. Dit blijkt

wel hieruit, dat, terwijl in October 1917 ruim

f
597.000 wegens aanslagen betreffende het loopende
belastingjaar werd ontvangen, het overeenkomstig be-

drag in October 1918 slechts
f
8700 beliep.

Vergelijkt men ten slotte de ontvangsten in de

eerste tien maanden van 1918 met die van het over-

eenkomstige tijdvak van 1913, toen de oorlog
zijn
in-

vloed nog niet deed gelden, dan vindt men, met toe-

passing van de gebruikelijke correcties
1)
en met ter-

zijdestelling, voor zoovcr mogelijk van den invloed der

nieuwe belastingheffing
2),
de volgende cijfers:

Tijdvak Jan. tot en met October 1918:
f
147.110.048

1913.:
)1
122.978.393

Verschil ……
f
24.131.655

Deze stijging bedraagt 19,62 pOt. of, per jaar ge-

rekend, 3,92 pOt. Deze percentages dalen tot 1594 en
3,19, indien de opbrengst der wisselvallige successie-

rechten in beide tijdvakken buiten rekening wordt
gelaten. Het zooeven bedoelde verschil daalt dan tot

f
17.510.128.
De door deze percentages tot uitdrukking gebrachte

stijging, acht de Minister van Financiën, op zich zelf

beschouwd, gunstig.

AANTEEKENINGEN.

De scheepsverbindiig va”v Suri-

a nz e met N e w Y o r ic. –
Aan het overzicht
van de werkzaamheden van de Kamer van Koophan-
del en Fabrieken te Paramaribo over het jaar 1917
en het rapport: ,,De Economische Toestand van Suri-
name op 31 December 1917″ – de vierde publicatie
van deze soort – door voornoemde kamer bewerkt in
samenwerking met de Kamer van Arbeid, valt een en

ander te ontleenen aangaande het in den aanhef dezes
genoemde onderwerp. Vooraf gaan echter volledig-

heidshalve eenige bijzonderheden over de geschiedenis
van deze verbinding. Wij weten, dat de ,,Konink-

lijke West-Indische Maildienst” hier een nationale
vaart verzorgde. Toen de ,,Navigazione Generale Ita-

liana” zioh in Maart 1905 van dit traject terugtrok,
riep de Nederlandsche maatschappij een directe ver-
binding in het leven tusschen Paramaribo en New
York; de route werd gemeenlijk via Demerara, Trini-
dad, La Guayra (en andere ‘havens in Venezuela),
Curaçao, Port au Prince (en andere havens op Haïti)
genomen. In de jaren, dat de kolonie Suriname zich
in het bezit van een bacovencultuur voor export kon

Uitschakeling van hetgeen de Rijksinkomstenbelasting
in
1918
meer opbracht dan de be(l.rijfsbelasting in
1913,
na
aftrek van de mindere opbrengst uit de gewijzigde verano-
gensbelasting en toevoeging aan de cijfers van
1918
van dat
deel van de opbrengst van den suikeraccijns, dat in
1913
aan de algemeene middelen, doch in
1918
aan liet Leening-

fonds
1914
ten goede kwam.
Uit de nieuwe zegel- en registratierechten, de wetten
betreffende den bieraccijns, het statistiekrecht en het recht
van successie werd voor
1918
een meerdere bate van

f
17.150.000
verwacht.

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1037

verheugen, waarvan het product in Nooid-Amerika

zijn afzet vond, kwam de bedrijvigheid der maat-

schappij in dit water nog tot grooter ontwikkeling. In

het begin van 1913 vond dit verkeer echter, een bntij-

dig einde, terwijl teleurstellende resultaten met de

veertiend’aagsche passagiers- en vrachtlijn’ van Para-

maribo naar New York de K. W. I. M. er toe deed be-

sluiten dezen dienst op 1 Augustus 1914 te staken.

Evenwel werd met de ,,Trini’dad Shipping & Trading

Üy.”,
welke een geregelden ‘dienst tusschen New York

en Trinidad onderhield, een overeenkomst gesloten,

waardoor aan Suriname het behoud van een verbin-

ding metNew York verzekerd bleef.

De oorlog deed in dit wereiddeel de omstandigheden

weer aanzienlijk wijzigen; de vaart tussclien Noord-

Amerika en West-Indië brdde zich voortdurend
in

beteckenis uit, de uitschakeling van Europa veroor-
zaakte aanmerkelijke verschuivingen in de route van
het goederenverkeer der landen aan de Caribische Zee.

Van deze vaar.t kon ook de K. W. I. M. zijn. part be-

komen, het overgroote deel der vloot hield zich dan ook

op in deze wateren, hetgeen duidelijk uitkomt in de
tabel der in beslag genomen schepen, die wij ‘in het

nummer van 24 April j.l. publiceerden. Tegenover

15.187 tons d.w., die in beslag genomen werden, was

het totaal der ruimte,, in Nederland verblijvend,
slechts 3.120 tons d.w.

Wij lezen nu in het verslag van de Kamer van Koop-
handel, dat de ‘,,Trmnidad Shippin,g & Tradin Oom-pany Ltd” een mededeeliiig deed, dat einde Februari
1918 de vaart op Suriname gestaakt zou worden; de
K. W. I. M. zou ter voor.zienting eenmaal per maand

langs de gebruikelijke route ‘van New York een schip
naar Paramaribo zenden.

Een goede tijding was het bericht, dat ‘bij de ,,Phila-, deiphia Shi.pping Company” overwogen werd Suri-
mime te betrekken in eene door haar te openen gere-
gelde stoomvaartlijn. Waar ook de maandelijksche
vaarten van de booten der ,,Compagnie Générale
Transatlantique” voorloopig gestaakt zijn, kwam het
denkbeeld der P. S. C. te meer gelegen. Weliswaar
moest men zich herinneren, dat maatschappijen, die
Suriname in haar vaartpian betrokken, Paramaribo
telkenmale weder in hare dienstregeling moesten
schrappen door gebrek aan voldoende vracht. Perso-
nen, die in de kolonie goederen te verschepen had-
deü, gaven er de voorkeur aan de verzending te doen

plaatp vinden met de booten van de K. W. I. Al. of van
de ,,Trini’dad Shipping & Trading Company,” om.
dat zij, indien zij goederen met andere dan de tot de
West-Indian Conference Lines behoorende booten ont-
vingen, de rabatten op alle vrachten, ook die van en naar Europa, zouden verliezen. Echter is deze rege-

ling inmiddels ingetrokken en – aldus het verslag –
verviel in hoofdzaak de aanleiding voor de hiervoren
vermelde voorkeur. Van de K. W. I. M. en T. S. &
T. C. Ltd. werd vernomen, dat krachtens in de V. S. van N.-Amerika bestaande wettelijke voorschriften, vracht-rësbitutie verboden is, weshalve geen uitkee
ringen op ‘vracht van New York naar Paramaribo
zouden gegeven worden.

,Nog lezen wij in ‘het verslag van’de Kamer van Koop-
handel, dat de agenten der ,,Royal Mail Steam Packet
Oompany” en van’ de ,,Scrutton Steamers” – die bij
afwezigheid vn een directe ‘vaart Suriname aan een
verbinding hielpen met Europa. – tar kennis van de
Kamer brachten, dat groote moeilijkheden ondervon-
den werden, voor de in Georgetown door .de booten
dezer maatschappijen aangevoerde goederen in de ko-
loniale vaartuigen de nocydige laadru,imte te vinden.
Sedert deed de gouverneur voor verbetering zorg dra-
gen. In het verslag ,,De Economische Toestand van
Suriname op 31 December 1917″ leest men dan ook,
dat de 14-daagsche dienst gewijzigd werd in een dienst’
om de 8 dagen, door de booten, die op Coronie varen
naar Demerara te laten doorgaan. Deze stand van

zaken treedt aan het licht in het bedrag der ontvang-

sten van de koloniale vaartuigen, ‘zijnde in 1915,
f 156.575
i
daarentegen in 1916, f238.595 en in het
achter ons liggende jaar f 809.094.

De industrie n. Ër’itsch-J’rtdië.
– De

Commissie, die de opdracht had het vraagstuk van de
industrieele
ontwikkelingsmogelijkheden
van Britsch-
Indië te bestudeeren, heeft haar taak volbraciht en in

de Lonidenshe pers verschijnen thans uittreksels uit

het door haar uitgebracht r.apport. De mededeelingea zijn als volgt samen te vatten.
Allereerst behandelt de commissie ‘de a’dministi-a-
tieve ‘zijde van het vraagstuk. Dienaau.gaande veriant

zij de oprichting van een Industrieelen. Raad voor ge.

heel Britsch-Indië en daarnevens van afzonderlijke
Raden voor de provinciën, zoomede ‘een algemeen
industrieel informatiebureau voor het geheele gebied.
Het algemeen departement zou onder leiding moeten
komen van een lid van den Raad des Onderkonings

en uit drie leden moeten bestaan. Dit ‘lichaam zou
zich hebben bezig te houden .met de leiding ‘der

izidustrieele politiek. Als helpers hij de uitvoering van
die taak z’ou de Raad hebben te beschikken over een

aantal ‘deskundige medewerkers, die op de ‘hoogte

dienden te zijn ‘van de ‘verschillende bestaande of
mogelijkerwijs te stichten in.dustrieën, waarvoor
Britsch-Indië geschikt is.

Bijzondere aandacht wijdt het verslag aan de verbe-
terde exploitatie van wouden en aan verbetering van
de ‘techniek der visscherij, aangezien men tijdens den
orlog heeft ondeiwonden’ hoeveel moeilijkheden er
hadden kunnen wor.den vermeden, wanneer Indië
de
besebikking
had .gehad ovei houtreserves en over
voldoende vischvoo’rraden.

Ook de moiderniseer.ing van den landbouw en speciaal
het gebruik van machines ter besparing van arbeids-
krcht, wordt ‘behandeld, terwijl daarnevens aandacht
wordt gevraagd voor het brandstoffenp.robleern. Ten
aanzien hiervan treedt op ‘den ‘voorgrond db noodzaak
een intensiever onderzoek in te stellen naaT het voor-
komen .van petroleum en steenkolen, terwijl tevens
maatregelen worden voorgesteld tegen het verspillen
van brandhout en ter bevordering van ‘de productie en
het gebruik van alcohol als brandstof.
Âangaaude de arbeidskrachten, wordt gezegd, dat
betere w.oningtoestanden en bovenal beter onderwijs
noodzakelijk zijn, wanneer men ‘de industrie tot een
eenigszin.s hoog peil wil opvoeren. In verband ‘met het
laatste verlangt de Commissie: algemeen onderwijs
en bovendien aanvullend onder’wijs van teohnischen
aard. Hiertoe moeten in ‘de eerste plaats algemeene
‘vakseholen worden gesticht met afzonderlijke leergan-gen voor verschillende vakken, gevolgd ‘door een goed
georganiseerd leerlingwezen in het bedrijf zelf en wel
gedurende ten minste vier of vijf jaren.’ Voor handel
en mijn.wezen, evenals voor metallurgie en ingenieurs-
wetenschappen moeten, aldus de Commissie, voor het
Indische Rijk speciale aoaidemies worden gesticht.
De Commissie •wijst er verder op, dat voor een
krachtige ontwikkeling op industrieel gebied ook een
financieele voorziening noodig is en gevoelt neiging,
de oprichting voor te stellen van een industrieele bank
voor het Britsch-Indische Rijk. Zij. acht zich echter
voor het doen van difinitieve voorstellen dienaan-
gaande niet voldoende competent en stelt dus de
i’egeering voor daartoe een commissie te benoemen.
Tot tijd en wijle, dat deze speciale commissie ‘haar
taak zal hebben volbraclit, geeft zij als ‘hulpmiddel in
overweging, dat .de verschillende in Britsch-Indië
werkzame bankinstelliugen
1),
thans ‘reeds onder
regeeringsgarantie, voorschotten zullen verstrekken
ten behoeve van kleine bedrijven, die industrieel
werkzaam willen zijn, mits de opzet er van door den
Industrieraad is goedgekeurd.

Met het hierboven aangegeven plan, waarvan de uit-
voering ongeveer zes h zeven jaren zal nemen, zal een

1)
(Zie de aanteekening op pag.
351. –
Red.).

1038

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20
November 1918

bedrag van circa driehonderd lakhs roepijen (24 mii-
lioen gulden) gemoeid zijn.

Met dit bedrag zou het, naar het oordeel der Com-

missie, mogelijk zijn de noodzakelijke voorwaarden te

scheppen voor een goede krachtige industrieele ont-
wikkeling van het Britsch-In.disohe Rijk. J. H. A.

De Postchôquediens in Frankrijk. –

Zooals onzen lezers bekend zal zijn, is ook in Frankrijk

niet lang geleden tot de oprichting van een postchèque-

dienst overgegaan. Wij vinden over ‘de eerste resul-
taten van deze onderneming enkele cijfers vermeld.

Van 1 Juli tot midden September was reeds het aantal

rekeningen geopend, dat men voor liet gelieele eerste

halfjaar van den dienst verwacht had, n.l. 6000 reke-

ningen.
Gedurende het eerste bedrijfskwartaal ‘beliep de omzet
154.171 posten met een geldbedrag van 382.106.830 frs.

Op 20 September j.l. bedroeg het tegoed der rekening-

houders 71.012.709 frs.; per rekening geeft dit een
gemiddeld tegoed van 10.840 frs. Natuurlijk kan de

vergelijking van cijfers eener zoo jonge instelling

slechts een zeer onzuiver beeld verschaffen.
Op liet eerste gezicht wil het echter toesehijnen, dat

(le evenzeer jeugdige Nederlandsche zuster geen slecht
figuur maakt met haar
bedrijfscijfers,
‘die men gere-

geld in de rubriek ,,Maandcijfers” van dit weekblad
opgenomen vindt. Daarbij ‘maakt het voorts den in-

druk, dat h.t.l. meer kleine deposito’s op de rekenin-

gen voorkomen, hetgeen alsdan zou wijzen op een
ruimere inburgerin.g van het nieuwe verrekenings-

middel.

INGEZONDEN STUKKEN.

ONZE STAATSLEENINGEN.

De becijferingen en beschouwingen, welke ik tegen-

over die van den heer v. Dusseldorp heb gesteld,

hebben zooveel tegenwerpingen en aanmerkingen uit-
glokt, dat eenig antwoord niet achterwege kan
blijven.

Men zoekt naar en geeft verklaringen van ‘het feit,
dat de koers van de Nederlan.dsche Staatsschuld zooveel
]ager staat dan pandbrieven van hetzelfde reutetype;

men haalt er vooral de psychologie bij, slecht humeur,
schrik, tegenzin tegen dwang, enz. Ik veroorloofde mij
er op te wijzen, ‘dat men zoo diep niet ‘behoeft te
zoeken want, dat de pan’dbr.ieven een grooter rende-
ment geven. En nu komt o.a. Mr. Patijn verklaren.:
dat kun’t
gij
berekenen, maar dat kunnen de beleggers

niet en de meeste commissionnairs ook niet, het is
ook trouwens te onzeker in vele gevallen, ‘met name
bij hypotheekbanken.

Ik wil den heer Patijn dadelijk toegeven, dat het
groote publiek de zaak niet nauwkeurig uitrekenen
kan; ik neem gaarne van hem aan, dat ‘de meeste
commissionnairs dat ook niet kunnen; al is het be-
droevend, dat zij, die de menschen leiden bij hunn beleggingen, zoo weinig op. de hoogte zijn van ‘het
artikel, waarin zij doen en .dat velen ‘schijnen te mee-
nen, dat men voor conimiss’ion’nair in effecten niet
veel meer behoeft te weten dan, hoe men een provisie-
nota becijfert (die al’door booger. wordt). Het ‘schijnt
toch wel van belang zijn klanten’opmerkzaam te kun-
nen maken op b.’v. een ‘half procent rendement meer
of minder.

Maar ik meen toch, dat Mr. Patijn publiek

en commissionnair nu weer te laag aanslaat. Waarom
worden alle leeninigen van dezelfde gemeente en van
één rentetype ‘afzonderlijk genoteerd? Toch vermoede-
lijk, omdat ze niet dezelfde koopwaar zijn. Bij verschil-
len in de noteering tot één percent, wellicht twee, kan
het toeval van aanbod en ‘vraag een rol spelen, ik geloof
het graag, maar bij verschillen van 10 pOt. in ‘den
koers, is het voorzeker wel anders; misschien wel
buiten de commissioiinairs om. Wie een eenigszins
grooten post heeft te beleggen voor zichzelf of voor

een reservefonds, of een stichting, is toch zoo dom

niet om niet even uit te zien en te
cijferen,
als is het

maar vaag en daardoor een beetje foutief. Bij onzekere
aflossingen wordt het moeilijker, maar daaromtrent

wordt het toch ook genoeg bekend om invloed te heb-

ben. Als er in één jaar 1,1 pOt. van een zeker fonds

alleen door de Bank uit idea omloop wordt genomen,
steunt zulks alleen reeds in sterke mate den koers,

waarbij ik nog zwij.g van ‘hetgeen aangekocht wordt

om hypotheken mede af te betalen.

Van mijne meening, dat de kansen op uitloting,

steun van de zijde van den uitgever der leening enz.

in sterke mate op den koers influenceeren, word ik
niet teruggebracht door de
cijfers,
die Mr. Patijn om-
trent de noteeringen boven pari geeft. De 5 pCt. lee-

rling van den Staat kon moeilijk belangrijk boven pan

komen. Er dreigde van den beginne af tegefl begin

1918 een geheele aflossing en iedereen kon begrijpen,
dat naar gelang ze ‘lioeger beven 100 genoteerd ver-

den, de aandrang tot aflossiig
”door een heffing in
eens, of tot conversie, sterker zoude worden. In Mei

1917 en Augustus 1917, data waarvan Mr. Patijn den
koers geeft, was de conversie zelfs reeds door Mr.

Treub aangekondigd en was dus een koers van 101
zelfs nog ‘hoog te noemen. De 4Y2 pOt. scliuldbrieven

van Staat en Hypotheekbank stonden op de bedoelde

data practisch gelijk.

Meër bewijst, omtrent het niet cijferen van publiek

en commissionnairs, de opmerking van den heer Van
Dusseldorp omtrent de 4,5 pOt. sohuldbrieven van

Staat en Hypotheekbariken medio October 1918. Dat

hierbij het feit een groote rol speelt, dat de 4,5 pOt.

leening het dubbele bedroeg van wat zij had behoeven
te zijn en dat zij daardoor, nu een nieuwe leeni’ng

dreigt, in groote hoeveelheden aan de markt komt, is
niet te ontkennen. Haar stand zoude zeker veel beter zijn, in’dien de leening
f
250 millioen had bedragen
en ‘de eenmaal geclasseeude 5 pOt. gebleven waren in
de trommels, waarin zij waren. Tegen die couversie

is door mij sterk gewaarschuwd in de ,,N.ieuwe Cou-
rant” in November 1917. De gevolgen wan dezen
schadelijken uitwas moet men niet geheel werpen op
het systeem van leenen met een stok achter de deur.

De 4 4 pOt. Staatsleening heeft tijdelijk een koers,
die onevenredig is aan dien ‘der overige Staatsleenin-
gen. Op 15 October was haar rendement, afgezien van

de uitlotingskans, bijna 5,2 tegen 4,92 ‘bij ide vieren,
maar dit komt natuurlijk op den .duur weer in na-
tuurlijke verhouding.

Wat nu ‘mijne becijferingen betreft, deze vonden
ook bestrijding. Natuurlijk stelt liet rendement van

een fonds zich niet naar hetgeen in de laatste 2
3
%1
t
3

.jaar gebeurd is idan voorzoover er kans is, dat zulks
nog doorgaat. Daarom nam ik het gëval beperkt. Bij

de beide hypotiheekbanken was ide aflossing in 1917
het hoogst en in 1918 nog
toenemende.
Wie wat van
die pan’dbri’even 1heeft, bemerkt zulks allicht en ‘haast
zich allicht als hij uitloot nieuwe te koopen, hetgeen
ook den prijs steunt.

Ik teekende zelf ‘in een noot aan, .dat met uitloting
in één jaar niet goed de werkelijke waarde kan wor-
den berekend. Maai ik voegde er aan toe, dat, ‘al,s d.e
4 pOt. pandbrieveu Nationale Hypotheekbank aange-
nomen mochten worden, voortaan altijd 11 pOt. uit

te loten, het rendement nog veel ho,oger was dan
5,3 pOt. Dit laatste bestrijdt de heer Mees, die echter
zijn rendementsberekening wel erg eenvoudig – en
daardoor minder juist – maakt. Met een .annuïteiten-
tafel zal hij kunnen becijferen, dat een 4 pOt. schuld-
brief, die in 9 jaren u’itloot,
‘t
6 pOt. berekend, ‘een
contante waarde heeft van
f
918,30 en dus bij een
koers van 92 iets minder ‘dan 6 püt. geeft.

De heer v. D. meent, dat ik voorbij zag, .dat 4 pOt.
Staatsschuld na 1930 veel sneller gaat aflossen, zoo-
dat zij in 1941 geheel zal zijn afgedaan. Zulks werd niet door mij voorbijgezien; vooreerst echter begint
de aflossing eerst in
. 1936 en dan tot 1943; voorts is

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1039

een winst over gomiddeld 22 jaar te maken nu maar
32,5 et. waard
0
1) eIken gulden en eindelijk kunnen
z66 toekomstige winsten in onze onzekere tijden inder-
daad bij de koersberekening veronachtzaamd worden.
T
a
t

ten slotte den stok betreft, ‘dat ik dien ,,prac4h-
tig” vond, is in mijn stuk niet te lezen; ik vond hem

– en de cijfers geven daartoe aanleiding – een
,,prachtig middel van bekendmaken van de leening”
aan velen, die b.v. in 1911, toen de bankiers den koers

bepaalden en reclame maakten, niet dachten aan hët

nemen van Nederlandsche Staatsschuld. Zonder den
stok en al wat daarom te doen is geweest, ware ook

bij uitgifte tegen een veel lageren koers, zelfs tot het
bedrag, dat nu preferent en dus zpuder tegenzin getee-
kend werd,
1)
vermoedelijk niet ingeschreven. 250, ja
125 millioen en natuurlijk bovenal 500 millioen (maar,

dat bedrag was nimmer beslist hno;dig) zijn voor
0115
land ontzettende bedragen. Alen verwijze mij niet
naar de Indische leeningen, want deze waren om-

streeks ide helft van het laagste bedrag der Staats-
leeningen en de laatste loodjes wegen ook hier •hét
zwaarst. Natuurlijk verliest de stok als middel om

elkeen belang in de zaak te •doen stellen aan kracht
hij elk volgend gebruik; hiermede is te rekenen.

Dat de koers van de 4 pOt. leening te hoog is ge-
weest, worde den heer Mees gtif toegegeven. De om-
standigheden leidden er toe. Toen het leeningsont-

werp publiek werd, was de koers niet onjuist; er ver-
anderde veel in veertien dagen cii toen daarop de
Minister van Financiën tot een la.geren. koers geneigd
was (de koers stond in het ontwerp, wat z.i. hoodig

was, wijl leeningen met den stok belastingen zijn of
althans daartoe gemaakt kunnen woiiden), toen rieden bekwame deskundigen wijziging van den koers beslist

af met de woorden: ,,men moet nooit in een eenmaal
uitgegeven prospectus wijzigen”. Of de 4 pOt. lee-

ning nu echter een fractie hooger zoude staan, als zij
tegen 95 in plaats van 97 ware uitgegeven, is wel
zeer twijfelaehtig.

Gaarne wordt hier de becijfering gegeven, omtrent de
waarde als men dénmaal op
11
pCt. uitloting rekent (waar-
van het resultaat in het ingezonden stuk in
No. 149
was
aangevoerd) en als men
9
jaar achtereen op zulk een uit-
loting rekent (zie hierboven).
t. Iemand koopt
1
Januari
1918 9
pandbrieven
4
pCt.
1an
f 1000 h 92
pCt. Hij ontvangt in
1918 f 360
rente en
aan het einde (les jahis loot én pandbrief uit met
f 1000,
de 8 andere verkoopt hij weer voor
92
pCt., hij begon
dan
met
f
8280
en eindigde met
f 8720,
maakte dus
f
440
of
5,3
pCt. van
f 8280. II. Iemand heeft
9
pandbrieven
4
pCt. van
f 1000,
die
in
9
jaar uitloten, elk jaar één. Hij krijgt aan het einde
der
9
jaren telkens
f 1000
aflossing, de contante waarde
daarvan is, tegen ccii rente van
6
pCt.,
f 6801,69.
Hij krijgt
voorts het eerste jaar
f
360
rente, liet tweede
f
320,
het
derde
f
280,
enz., het negende
f40
aan rente; de contante
waarde van deze afloopende rente is
f
1465,60
(t.w.
f 40
X
36,64);
te zamea contante waarde van al de te ontvangen
rente en aflossing
f 8267,30
of
f 918,59 p.
st. Zoodat hij
92
pCt. geveride voor de stukken, dus iets minder dan
6
pOt.
maakt.
De opmerking van Mr. Patijn, dat het bovenstaande niet
geldt voor l’ie maar een of twee paridbrieven heeft, acht ik
niet juist. De ondervinding leert, dat
lootkansen wel te
hoog, zelden te laag worden aangeslagen; bij de loten der
staatsloterij b.v.
17
pCt. te hoog.

ANT. VAN GIJN.

[Prof. Van Gijn deelt ons mede hiermede zijnerzijds de
discussie te sluiten. – Red.]

OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN.

De Ee on omi st. – ‘s-Gravenhage, November 1918,
Mr. G. D. Willinck,
De waarde van het goud;
J. v. Gelderen,
De invloed van den oorlog op de
bevolkingsbeweging van Amsterdam. – Nieuwe uit-

1)
Bij de 5 pCt. leening 57 pCt., bij de
44
pCt.
1916
67
pCt., bij de
4
pCt. leening
18
pOt., bij de
44
pCt.
1917
50 pCt. van het gevraagde bedrag.

gaven
Prof. Dr. C. A. Verrijn Stuart,
bespreking van: De Goudquaestie, antwoord aan Prof. Dr. 0. A. Verrijn
Stuart door Mr. G. Vissering.

De Indische Gids. – Amsterdam, 1 Novem-
ber 1.918.

E. L. K. iSchrnülling,
Naar aanleiding van het
Liefrinck-onderzoek;
J. C. H. Fischer,
Samenwerking
bij maatregelen in liet belang der volksgezondheid
in Ned.-Indië; Prof. Dr. A. H. Berkhout, Een ver-
keerde maatregel; Mr. A. A. de Vries,
Perquisitie
van schepen en de Raad van Justitie te Batavia;
Dr. H. Muller,
Inleiding tot Ohina.

Journal des Economistes. – Parijs, 15 Oc-
tober 1918.

Yves-Guyot,
L’industrie de la laine et les autres
industries textiles;
R. A. Lehfeldt,
Oontrôle inter-
national de la production de l’or;
A. Pawlowsici,
L’industrie chimique française et In guerre;
A. Barriol,
Le quatrième emprunt français en 4 pOt. de 1918;
L. G.
La Nouvelle Zôlande;
M. Belloni,
Une erreur
dans la taxation du blé.

Prof. Lehfeldt, hoogleeraar te Johannesburg, doet in het
bovenstaand artikel het voorstel door de verschillende staten
een internationale trust in het leven te doen roepen tot
regeling der goudproductie. Zijn redeneering is, dat de jaar-
lijksche toeneming van den goudvoorraad een van de voor-
naamste factoren is, die de waarde van het ruilmiddel be-palen. De overheid mag dit dus niet aan het Vrije verkeer
overlaten, doch moet hier regelend ingrijpen. Hij berekent
dat om den geheelen Witwatersrand, ook het nog niet in
exploitatie gebracht gedeelte van den far east Rand, in
handen te krijgen, een bedrag van 1,9 milliard frs. ver-
eiseht zou zijn. Dit vormt 40
0
/0
der productie; 80
0/o
acht
de schrijver voor een doorvoering zijner denkbeelden vol-
doende. Wij treden hier niet in discussie. Verwondering zal
het echter niet baren, dat iemand als Yves-Guyot, het artikel
plaatsend, er aan toevoegt dat hij het denkbeeld ,,illusoire
et dangereux” acht.

The Quarterly Journal of Eeonomics. –
Oambridge, Augustus 191.8.
W. S. Culbertson,
International tariff relations as
affected by the war;
R. G. Blakey,
Sugar prices
and distribution under food control;
A. Berqlund,
Price-fixing in the iron and steel industry;
W. F. Ge-
phart,
Perishable produce under food regulation;
H. J. Davenport,
The distributive relations of indirect
goods;
N. S. B. Gras,
War time control of industry;
1. B. Cross,
History of labour in the United
States.
J. H. Hollander,
,,International trade under
depreciated paper” by:
F. W. Taussig,
A criticism.

Journalof the Royal Statistical Society.
Londen, Juli 1918. J. C. Stamp,
The effect of trade fluctuat.ions upon
profits;
K. Yanrasalci,
Recent economie developments
in Japan in their relation to her trade with the
United Kingdom;
F. Y. Edgeworth,
On the value
of a mean as calculated from a sample.

Die Bank. – Berlijn, October 1918.
A. Lansburgh,
Die Wiederherstellung der Landes-
wiihrung;
L. Eschwege,
Die Ware als Abschreibungs.
objekt;
Fr. Köhler,
Die Erhöbung des Aufsichtsrats-
Tantieme. –

The Geographical Journal. – Londen,
October 1918.

Dr. A. Harnilton Rice, Notes on the Rio Negro
(Amazonas);
A. R. Hinlcs,
Notes on the construction
of a general map of Africa;
S. Burrard,
Geological
interpretations of geodetic results;
S. J. Seoti Keltie,
After-war boundary making.

REGEERINGSMAATREGELEN OP

HANDELSGEBIED.

Vervoer uit de stelling van Am-
s t e r d a m. De Minister van Oorlog heeft ingetrokken
de beschikkingen van 7 November 1917 en 20 Maart

1040

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20
November 1918

1918, waarbij op grond van de wet van 1 September
1917 (Stbl. No. 578), zooals die is gewijzigd bij de

wat van 3 Juni 1918 (Stbl. No. 326), het vervoer van
de in die beschikkingen genoemde artikelen uit het

gebied van de stelling van Amsterdam naar het

overige gedeelte van het Rijk is verboden.

Militaire voorraden voor de bur-

g e r b e v o 1 k i n g. Het ligt in het voornemen de
helft der militaire voorraden ter beschikking van de

burgerbevolking te stellen. Daardoor zullen ook tal
van lichtlooze gezinnen weder in het bezit van petro-

leum kunnen worden gesteld. In ruime mate zal af-

slachting van paarden en schapen ten behoeve van de

veesohvoorziening plaats hebben.

Ge.deren, g e k o c h t v o o r uitvoer

n a d e n o o r 1 o g. Aangezien bij advertenties ver-

schillende goederen te koop worden gevraagd om na

den oorlog uit te voeren, vestigt de Minister van

Landbouw, en. er
ide aandacht op, dat te verwachten
is, dat die goederen voor binnenlandsche behoefte
noodig zullen kunnen blijken, zoo noodig tot inbezit-

neming zal worden overgegaan, waarbij met eventueel

taaide hooge prijzen geen rekening .kan worden ge-

houden.

B r o o d r a n t s o e n. Met ingang van 5 December
zullen de broodkaarten geldig zijn voor een tijdvak
van 9 dagen, zoodat het broodrantsoen dan per dag

311 gram zal bedragen.

Regeeringsbloem en -meel. Met ingang
van 25 November zal onder regeeringsbioem worden

verstaan een mengsel van 5 K.G. gerstebloem, 10 K.G.
roggebloem en 85 K.G. bloem, verkregen door uitma-
ling jop 80 pOt. van 30 K.G. buitenlandsche tarwe, 35
K.G. inlandsche tarwe en 35 K.G. inlandsche rogge.
Regeeringsmeel wordt dan samengesteld uit 20 pOt.

inlandsche tarwe; 40 pOt. inlandsche rogge; 10 pOt.
erwten en/of boonen; 30 pOt. gedroogde aardappelen,

of: 20 pOt. in1adsche tarwe; 50 pOt. inlandsche

rogge; 30 pOt. gedr.00gde aardappelen/aardappelpoe-
der. De inkoopprijs voor de gemeenten zal van af
25 November voor regeeringsmeel bedragen
f
36,60

per 100 K.G.

R ij s t en p e u lv r u c h t e n. Tengevolge van de
beschikbaarstelling van de militaire voorraden is het

mogelijk
rijst
te distribueeren. Het rantsoen is voor-

loopig vastgesteld op 34 K.G. per hoofd per vier
weken. Maximu.mprjs in den kleinhandel 14 cent per

K.G. Het rantsoen peulvruchten wordt verdu’bbeld en

derhalve per hoofd per vier weken gebracht op 1 K.G.
Op 2 December zal worden begonnen met de distri-

butie van peulvrudhten van den oogst 1918. Daartoe

zijn nieuwe maximumprijzen vastgesteld.

B o t e r. Het ligt in de bedoeling den voorraad

margarine-grondstoffen te sparen en de gevormde

reserve van boter, sneller te verbruiken, door aan de
margarine voortaan 10 pOt., aan mélange A 35 püt. en

aan mélange B 65 pOt. boter toe te voegen.

Kunstmeststoffe.n. Door bijzondere omstan-
cligheden bestaat gelegenheid een in Nederland aan-
gekomen partij kalizout 20 pOt. en kaïniet tot ver-

deeling te brengen. Toewijzing zal in de eerste plaats
slechts kunnen geschieden aan die personen, die in

December 1917 bestekaarten voor het
verkrijgen
van

kalizout 20 pOt. en/of kaïniet hebben ingediend; niet

meer dan 10 pOt. van de bestelde hoeveelheid kan

voorloopig worden toegewezen. De prijs is vastgesteld

op f
7,60 voor kalizout 20 pOt. en
f
5,30 voor kaïniet,

alles per 100 1(0., los verl.aden,
vrij
boord of wagon

Rotterdam of Dord.recht.
Een aanvang zal worden gemaakt met de verdeeling

MAANDCIJFERS.

ONTVANGSTEN VAN SPOOR- EN TRAMWEGMAATSOHAPPIJEN AUGUSTTJS 1918.

(Ontleend aan de ,,Ingenieur”.)

Namen der Maatschappijen.
Personenvervoer.
*
Goederenvervoer.
Totale ontvangsten:

Aug.
1918.
Aug.
1917.

Maatsch. tot Exploitatie van Staatsspoorwegen
f
3.014.358,—
f
3.689.230,’
f
6.739.039,—
f
5.471.914,—’)

Roll.
Ijzeren Spoorwegmaatschappij
.
……..
,,
3.186.422,— ,, 1.986.966, ,, 5.243.080,—
,, 4.405.867,—’)

Ned. Centr.

Spoorwegmij.

………………
,,

303.793,—
,,

247.399,
,,

553.396,
,,

452.169,—’)

Noord-Brab. Duitsche Spoor wegmaatschappij en
,,

60.910,—
,,

98.584,—
,,

79.515,—’)
,,

10.688,20’/
,,

12.551,82’h
,,

23.980,91
,,

20.574,00’I

Dedemsvaartsche Stoomtramwegmaatschappij

….,

34,750,—

,,

16.014,52
,’

30.560,35
,,

48.518,90
,,

32.671,07

Tramw.mij.

,,de

Meijerj”

………………


29.105,77
1
1
,,

22.146,79

Hollandsche Buurtspoorwegen

……………..

,
.

,,

76.432,85
1
Is
,,

58.454,17/2
,,

138.346,23
1
I
114.488,70
Zuid-Nederi. Stoomtramweg-maatschappij …….
Nederlandsche Tramwegmaatschappij ……….
Rotterdamsche Tramwegmaatschappij

192.904,65
1
12
,,

179.934,19’/

Westiandsche Stoomtramwegmaatschappij ..
,,

.
36.017,64
,,

25.679,09
1
I2
,,

62.203,61’It
,,

46.000,

Gemeentetram te Amsterdam …………….

614.626,O9Vs
,,

514.562,82

Haagsche Tramwegmaatschappij

…………..
,

414.253,89

,,

415.788,38
341.706,02

Rotterdamsche Electr. Tramwegmaatschappij.
.
,,

303.124,95

,,

303.124,95

Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij
lijn Samarang—Vorstenlanden—Willem 1 …


,,

719.000,—
,,

498.569,-

Oost-Java Stoomtramwegmaatschappij

…..
614.626,09 Vs



,,

17.200,
,,

14.200,

lijn Soerabaija—Krian ………………..

,,

59.800,—
,,

55.100,

Semarang—Cheribon Stoomtramwegmaatsch…
.



,,

392.100,—
,,

382.900,-

lijn Modjokerto—Ngoro …………………

Samar.—Joana Stoomtramwegmaatschappij ..


,,

286.100,—
,,

242.300,-

Seraj oedal Stoomtramwegmaatschappij

.
,,

63.900,—
,,

92.500,-



,,

10.600,
,,

9.000,
lijn Maos—Bandjarnegara ……………….
lijn Bandjarnegara—Wonosobo……………

Kediri Stoomtramwegmaatschappij ………..
Malang Stoomtramwegmaatschappij ………..

Deli-Snoorwegmaatschappij

…………….


,,

491.000,—
,,

410.014,

Nagekomen ôver Mei 1918.

Staatsspoorwegen in Ned. Indië
1.
Staatsspoor. en Tramwegen op Java
f
1.472.072,—
f
1.921.756,—
f3.575.518,—
f3.470.851,-

II.
Spoorweg ter Sumatra’s Westkust
.
..
62.659,–
,,

52.645,—
,,

124.259,—
,,

106.568,-

III.
Tramwegen in Zuid-Sumatra

……..
Palembanglijn ………………
,,

14.1O9, ‘—
,,

19.710,—
,,

34.589.—
,,

15.534,—
..
,,

7.598,— ,,

4.157,—
,,

12.626,—
,,

9.517,—
Lamponglijn

………………..

IV.
Atjeh

Stoomtram………………….
,

6034,—
,,

44.766,
,,

113.292,
,,

94.426,—’

t)
Definitieve opgave.
De ontvangsten der groots maatschappijen, die in de
,,lngenieur” ontbreken, zijn aan het ,,Maandschrift
Centr. Bureau Statistiek” ontleend.

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1041

van Chili-salpeter ten behoeve van de bemesting

van oogst 1919. De prijs is vastgesteld op
f 45
per 100

K.G. bruto voor netto, zoo mogelijk in origineele zak-
ken, vrij uit schaal aan de opslagplaatsen der com-

missie.

B r a n d s t o ± f e n. Order is gegeven om 10.000
ton briketten en steenkolen uit de marine-voorraden

ter beschikking te stellen van de Rijkskolendistributie.

S cli o e n e n. Een groot aantal militaire schoenen

(500.000) is ter beschikking van de burgerlijke be-

volking gesteld; zij zullen als werkschoenen worden

verkocht. De prijs is bepaald op
f
8 per paar; voors-

hands kan aan de gemeenten iiet meer worden toege-

wezen dan één paar per 15 inwoners. In verband met de beschikbaarstelling van militaire
schoenen en de vooruitzichten op aanvoer van looi-
stoffen, kan de rantsoeneering van schoenreparatie
aanmerkelijk worden verzacht. Het ligt in de bedoe-
ling terug te keeren tot het vroegere stelsel van distri-

butie van goedkoop reparatieleder.

Diefstal van broodkaarten. Aangezien
ondanks alle genomen maatregelen nog veelvuldig
diefstal van broedkaarten voorkomt, zullen voortaan
voor vermiste broodkaarten geen andere aan de ge-
meentebesturen ter beschikking gesteld worden, dan
tegen betaling van
f
25 per 1000 stuks, waardoor ook
die besturen belang zullen hebben bij een behoorlijke opberging der kaarten.

L e g e r pa a r .d en. Binnenkort zal een aanvang
gemaakt worden met het afschaffen van de paarden,
in het leger boven de vredessterkte aanwezig. De voor-
malige eigenaren van gevorderde paarden, die aange-
wezen zijn om te worden afgeschaft, kunnen hun
paarden terugkoopen tegen % van den bij de overne-
ming getaxeerden prijs.

M a n u f a c tu r en. Nader is bepaald, dat ‘het ver-voerverbod voor manufacturen, vervat in de beschik-
king van 29 Augustus j.l., ook zal gelden ‘voor papier-garen en de daarvan vervaardigde goederen.

PRODUCTIE DER KOLENMIJNEN. *)

(Ontleend aan ,,Maandschrift Centraal Bureau Statistiek”)

Naam van de
Augustus
September

Mijn
1918
1

1917 1918
1

1917

,Staatsmijnen.

,,Wilhelmina”
46.989
43.173 49.381
42.819
,,Emma ……….
57.035
46.489
58.881
48.366
,,E[endrik ……..
16.275

17.585

Totaal ..
. .
120.299

..
..

89.662 125.847
91.185

Particul. mijnen.

Domaniale mijn. 38.380
44.922 41.859
37.523
Mijn Laura en Ver
36.200
42.200
38.700
40.200
Oranje-Nassau
71.539 65.130 71.829 64.695
Mijn Willem So

eeniging ……..

20.500 21.110 20.000
21.490

mijnen ……….

phie …………

Totaal .. ..
166.619 173.362 172.388 163.908

Totaal generaal
286.918 263.024
298.235
255.093

) In tonnen.

Het ,,Maaudschrift” teekent bij de cijfers aan:
uit bovenstaande cijfers blijkt, dat in het 3e kwar-
taal van 1918 geproduceerd werd 846.674 ton, tegen
857.955 ton in het vorige, of 11.281 minder. In her-
innering wordt hier gebracht, dat, zooals reeds werd
medegedeeld, het heerschen var de z.g. ,,Spaansche
griep” onder de mijnwerkers op de productie een
nadeeligen invloed heeft geoefend. Laat men de pro-
ductie der Staatsmijn ,,Hendrik” buiten beschouwing,
dan werd dit kwartaal 50.492
1
/2
ton meer geprodu-
ceerd dan in het overeenkomstige van het vorige jaar.

OVERZICHT DER RIJKSMIDDELEN.

(In Guldens).

October
1918
Sedert
1
Januari
1918

Overeen-
komstige
periodc
1917

Directe belastingen.
1

Grondbelasting 715.107
13.355.355 13.177.111
Personeele belasting ..
1.461.895
10.582.716
10.949.252 Inkomstenbelasting

..
4.053.783
51.956.318 43.341.288
Vérmogensbelasting ..
20.690
2.668.092 2.312.466

Accijnzen.
35.208.732 24.897.956
Wijn
……………..14.393
1.257.995
1.223.137
Gedistilleerd

………
.
1.403.356
16.1 27.207
24.921.013
Zout
……………..227248
2.436.614 1.998.765
.
976.159
8)

2.159.862
Geslacht

…………
9.389.634 9.290.737

Indirecte belastingen.
Zegelrechten

………
1
)10.995.248
10.393.258
Registratierechten

..
3.286.191 22.255.934 12.542.351
ilypotheekrechten ….
– –
656.675
2.258.774 19.770.512
17.143.075

Suiker

……………3.618.151

837.094
6.943.950 9.573.870
Formaatzegel ……..


1.378

Bier

……………..94.046

Gouden en zilveren werken

1
.
1.290.878

.1.605.174

67.242 637.934 558.004
Essaailoon
71
675
574

Successierechten ……..

Statistiekrecht
96.954
880.702
1.520.214

Invoerrechten
…………

Recht op mijnen

..


105.254

Belasting …………..

209.052
2.467.452 2.348.240
170.003
625.298
617.710
Domeinen

…………..

Jacht en visacherij

..
7.678
273.225 207.402
Staatsloterj

…………

29.642
174.625 325.675
Lood8gelden

…………

Totaal ……….
.21.467.422 208.983.377
190.265.267

OPOENTEN VOOR HETLEENINGFONDS
1914.


October Sedert
Overecn
1918
1
Januari
kom,iige
1918
periode
1917

Directe belastingen.
Grondbelasting 143.271
2.676.120
2645.402
Personeele belasting
269.112
1.900.359
2649.305
Inkomstenbelasting 1.752.278
20.147.206
15.138529
Vermogensbelasting
7.664
992803
875.546

Accijnzen.
723.630
7.041.746 4.979.591
Wijn
………………2.879
251.599 244.627
Gedist. (binn.- en buit!.)
14
.0.336
1.612.721 2.492.101

Suiker

…………….

Indirecte belastingen.
Zegelrecht van buitl. elf.

24860
426.234
681.356
Registratierechten
123
3.981
596.958
Hypotheekrechten
– –
65.519

Totaal ..
3.064.153 35.052.769 30.368.934

BELASTINGEN IN VERBAND MET DE BUITEN- GEWONE OMSTANDIGHEDEN.
Sedert

cto er

1
Januari
1918

Oorlogswinstbelasting

13.765.138

145494650
Verdedigingsbelasting In ….

17.601

2.379.700
Verdedigingsbelasting Ib ….

1.008.065

17.084.343
Verdedigingsbelasting II ..
. .

2.457.579

27959475

17.248.383

192.918.168

1)
Hieronder begrepen
f466.867
wegens zegelrecht van
nota’s van makelaars en commissionnairs in effecten, enz.
(Beursbelasting). ‘) idem
f 1.974.158.
8)
Hieronder begrepen de opbrengst van den accijns op azijn.

GIRO-OMZET BIJ DE NEDERLANDSCHE BANK

September

October

Posten
I
Bedrag
II
Posten

Bedrag

Voor reke-
ninghouders
20.265 f 597.900.677 22.518 f 760.784.911

waarvan door
de H.-bank
plaatselijk…

4.976 ,, 343.292.332

5.737

477.847.584

rrw voldoe-


ning van
Rijkebelast.

911 ,, 11.162.559

801 ,, 11.111.166

1042

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B; **e beteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKO ERSEN.

BANKDISCONTO’S.

1

16
Noi,ember
1918

1

20
Juli
1914

Ne d (Disc.Wissels.
4
1
!
2 sedert 1Juli ’15
3
1
/2sedert23 Mrt. ’14
Be1.Binn.Eff.
BankV
rsC
hi
fl
RC
4
1
12

,,

1

,,

’15
4

,,

23

,

’14
51/1

,,

19Aug.’14
5

,,

23

•,,

1
14
Bank van Engeland
5

,,

5 Apr.’17
3

,,

29 Jan. ’14
Duitsehe Rijksbank
5

,,

23Dec.’14
4

5Febr.
1
14
Bankvan]?rankrijk
5

,,

21Aug.’14
3
1
!,

29Jan.’14
Oostenr. Hong. Ek.
5

,,

12 Apr.’15
4

,,

’12 Mrt. ’14
Nat. Bank v.Denem.
5

,,

9 juli’15
5

6 Febr.’14
Zweedsche Rijksbk.
7

,,

20Mrt.’18
4e/3

6

,,

’14
Bank v. Noorwegen
6

14 Dec. ’17
4
1
/

.,,

11

,,

’14
ZwitserscheNat.Bk.
5
1
1,

,,

3 Oct. ’18
3
1
/

,,

19

,,

’14
Bank van Spanje..
4

22Mrt.’17
41/
t

Bank van Italië..
5.

,,

10Jan.’18
5

,,

9Mei ’14
Feder. Res. Bk. N.Y.
3-4



Javasche Bank….
81/1

,,

1Aug.’09
3
1
!1

,,

1Aug.’09
OPEN MARKT.

‘Data
An,slerdani
Londen
Part.
Berlijn
Part.
Parijs
P.

N. York
Ccli-
Part.
Prolon-
disconto
gatle
disconto
disconto
disc.
moncg

16 Nov.

’18
4’/
6
317/32
4_9/

51/-69
11-16 N.’18
32/431
4’/,-6
3
17
18
4
1
/
5
1
4-6
4-9

,,

’18
3’4-
1
I
4
317/,,
4
-1
/t

5-6
280-2 N.’18
3’4-4
31/,..5
317/82
4-
1
/o



5-6

12-17 N. ’17
3
331/

4.6/

32/.4

13-18 N. ’16
2/-‘I
28/-3
5891,2
411i

21/1/3

20-24Jul.’14
31/_.3/
2
1
4-
1
/
2’/-‘/
2
1
/-
1
/,
2
1
4
1’/o-2’/2
t)
Noteering van 15 November.

WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.

De verschillende politieke gebeurtenissen, in
.
binnen- cii
buitenland bleven niet zonder uitwerking
01)
ac
wissel-
markt. De koersen voor Berlijn en Weenen waren reeds
dadelijk flauw. Gegeven de groote onzekerheid, die er om-
trent het verloop der revolutie in Duitschland en Oosten-
rijk bestaat, gevoelden slechts weinigen eenigen kist om tot
spculatieve aankoopen over te gaan. Toen ook iie binnen-landsche toestand een vrees voor revolutie deed opkomen,
waren ook clie weinigen geneigd zich weder van hun bezit
te ontdoen, zoodat de koers van Berlijn terugliep tot een,
sedert meer dan een jaar iiiet meer bereikt, laag punt. Ook
de ententewissels werden door de daling medegesleept. Den
volgenden dag waren deze echter weder direct veel béter en
in het verloop der week werd de stemming gestadig vaste,.
Ook de Marken en Kronen konden zich later weder onge-
veer herstellen. Over het algemeen zijn de omzetten hierin
echter veel geringer geworden en het is merkwaardig, dat
iii plaats van uitbetaling of cheque Berlijn en Weeden, nu steeds meer bankpapicr gevraagd wordt. De koersen hier-
van zijn dan ook beduidend hooger; de vorige week resp.
en.
f
5,50 en
f
2 boven de chequekoersen.

KOERSEN IN NEDERLAND.

Dato
Londen
Parijs
Berlijn
Weenen
SLPC’.
Iers.
‘)
burg
New
York
2)

11 Nov. 1918..
11.47+
44.15
32.10
17.75

2.40
8
/
12

1918..
11.35
43.90
30.80
16.90

2.381/
2

13

1918..
11.42
44.-
30.95
17.25

2.40
14

,,

1918..
11.40+
44.-
31.90
17.75

2.39
1
!2
15

1918..
11.45
44.15
33.70
19.25

2.40/4
16

,,

1918..
11.46
44.20
32.75
18.50

2:40
1
/
Laagste d. w.
1)

11.35

43.75 30.60
16.50

2.38
Hoogste
,,

,, ‘)
11.48
44.30
33.90
19.25

2.41
9 Nov. 1918..
11.45*
44.-
33.32*
18.60
-.
2.401/
3

2

,,

1918..
11.31
43.40
34.60
17.60

237,
1
/,
Muntpariteit..
12.10
48.-.
59.26
50.41
1.28
2.48e14

) Noteering te Amsterdam.
t)
Particuliere opgave.


D
0
a
t
Stock.
hoim°)
Kopen-‘
I
hagen)
Ch,i,.
tiania’)
Zwitser-
1landS)
Spanje
t
)
Batavia
1)
Idegrajisch

11
Nov. 1918
67.20
6435
65.90
47.95
4850
99*-100
12

,,

1918
67.15
64.20
67.15
47.85
,

99*-100
13

,,

1918
67.50
64:25
67.40
48.-

99*-1004
14

,,

1918
67.25
6430
67.35
48.10

99*-100
15

,,

1918
67.50 64.25
67.50
4805

99*-100*
16′

,,

1918
67.35 64.15
67.30
48.05
49.-
99*
-1
00*
L’ste
d. w.’)
67.- 64.-
65.60
47.60
47.75
99
I
T
H’ste
,,

,,

‘)
67.60
.
64.60
66.-
48.15
49.-
100*
9 Nov. 1918
67.30 64.30 65.75
4795

99*-100*
2

,,

1918
67.35 63.40 64.70
47.75
49.25
99*-100
Muntpariteit
66.67 66.67
66.67
48.-
48.-.
100

1 Noteering te Amsterdam. ‘1 rarticunere opgave.

KOERSEN TE NEW YORK.

Cable
Zicht Zicht Zicht

o
Da
Londen
Parijs
Berlijn
Amsterd.
(t

$
(in frs.
(in
cents
(in cents
per
£)
P.
$)
p.
4
Rm.)
per
gld)

16
Nov …..
1918
4.76.60
53
5

now.
4
11/,

Laagste d. week..
476.55
5.40’/
nom.
411/
4

Hoogste,,

..
4.76.60
5.45
now.
41’/
9Nov…..1918
4.76.55
544 ‘/2 noIn.
41’/
2

,…..1918
4.7655
5.4 Vh
nom.
41/8
Muutpariteit….
4.86.67
5.18’/
95114
401/jo

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.

Plaatsen en
Landen
Noteerings.
eenheden
14
Oct.
1918
31

.
Oct
1918

Tijdperk
I-8Vo&embe,

1918

Laagste Hoogste

8
Nov.
1918

Alexandri8..
Piast.
p. £
97
1
/a
97
3
/s
97
8
/s
978!,
97l/

B. Aires….
d.p.gd.pes.
SV!,’)
51
21
152
50/8
52
50f*
5
)
Calcutta
….
sh/d.p.rup.
116
1
/,2
1161/,2

1/6
116
1
/to
1/6
1
I12
Hongkong
..
id.
p. $
3/414
1
)
314
3I3
1
/
3/3
8
/4
3/3V4
Lissabon….
d.p.escudo
29
30
29’/
30
1
1
30
Madrid

….
Peset.
p
23.16
23.31
23.30
23.78 23.77
Montevideo..
d.p.peso
591/4
60
11

‘)
591/4
601!3
591/,8)

Montreal….
$
per
£
4.86 4.86
4.85
5
/8
4.86
1
/
4.85/8
R4.Janeiro’)
d.p.milr.
12
9
!16
12
8
14
12
15
!,,
13
1
!2
13
1
/
Lires
p. £
30.31
3031
3025
30.37* 30.31
Shanghai

..
sh/d.p.taei
5/0
511
1
1,
5/1
5/1’i2
51
1

Rome

…….

Singapore
. .
id.
p. $
2/38t/,,
2/3°’/,,
213
2
/82
2/4
1
/,
2/315/,,
Valparaiso
‘)
d.p.pap.p.
14′!,,
13°/16)
12
8
/t,
12
25
102
12
9
/,2
Yokohama
..
sh/dp.yen
213
3
18
2/3
7
/,,
2
13
1
/s
213″!,,
218
7
110

t) Noteeringen op
90
dagen. 9) Koers van 13 October.
8) Noteering van
28
Octoben
4)
Noteering van 30 October.
5) Notecring van 7 November.
9)
Noteering van 6 November.

GOUD EN ZILVER.

Sedert 29 Juli
1916 worden de dagelijksehe ontvangsten
en. onttrekkingen van goud door de Bank van Engeland
tijdelijk niet bekend gemaakt.

NOTEERING VAN ZILVER.

Noteering te Londen.

te
New
York

16
Nov.

1918 ……..

48’/g
101′!8
9

,,

1918 ……..

491/,
1018/
8

2

,,

1918 ……..

49°!,
101
1
!8
26

Oct.

1918 ……..

49′!,
101V8
19

,,

1918 ……..

49′!,
101
1
/8

17
Nov.

1917 ……..

43′!,
85V3

18
Nov.

1916 ……..

34′!,
71
5
/s
20 Juli

1914 ……..

24″/j,
54
1
/s

N.U.M.

Weekstaat der Nederlandsche Uitvoermaatschappij.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Bultenl.
Debet
5
pCI.
Credit
Data
Bankiers
Schat-
Diverse
Schuld-
Diverse
kistbiIj.
reken.’)
brieven
reken.’)

14
Nov.
1918..

2.545
53.200
70.00
14672
97.954
7

,,

1918..
2.381
53.200
70.400
14.661
97.887
31 Oct.

1918..
2.084
53.200
70.400
14.614
97.581
24

,,

1918..
2.063
53.200
70.400
14.514
97.560
17

,,

1918..
1.656
53200
70.400
14.513
97.493
t) Beide rekeningen omvatten, behalve garantiewiosels in portefeuille
tot het bedrag der buitenl. achatkiotbiljetten, in hoofdzaak garantiewissels
in depbt bij de Ned. Bank.

Dl.conIoa

1

1
Beschik. 1 Dek.
Data

– I
Hiervan
1
Belee.
1

baar

1
king..
Totaal

Schaiki,t.
1
ningen
1
Metaal.
1
percen.

1

1
promeuen 1

1

saldo

1 lage
rechtstreeks

16 Nov. 1918
9
,,
1918
2
,,
1918
26 Oct. 1918
19
,,
1918
12

1918
5

1918
28 Sept.1918
21 1918
14
,,
1918
7
,,
1918
81 Aug. 1918
24 ,,
1918

208.639
157.375
144.649 142.996 138.696 118.290
110.654 117.418 113.457
99.258
89.209 75.116
72.204

135.800 128.500 115.500
116.500 106.000
91.000 89.000 98.000 94.000 80.000
70.000
57.000 55.000
180.376 120.416 129.546 119.685
119.279 117.106 112.556
112.782
101.081
102.049
104.711 104.715
100.660

468.446 490.242
491.672
497.709
499.995
503.772 507.415
508.671
507.411 510.661 511.685
517.884
516.194

515.909
430.096

43.521′)

17 Nov. 1917
1
74.584

63.000

93.190

18 Nov. 1916 73.662

56.000

67.000

25 Juli 1914 67.947

14.300

61.686
1)
Op de basis van
2/
metaaldekking.

59
65 –
65
66
87
68 69 89 69
70 70
72 72

76
75
54

Uit de bekendmaking van den Minister van Fin a n-
ci ë xi blijkt, dat uitstonden op:

NEDERLANDSCHE BANK.

Verkorte Balans op 16 November 1918.

Active.

Binneni. Wis{ H.-bk.

fl73.842.752,46
1
!,
sels, Prom.,

B.-bk.

4.959.091,84
euz.in disc.

£g.sch. ,, 29.837.437,84
f
208.639.282,14′!,
Papier o. h. Buiteni. in
disconto

………………………

Idem eigen portel..
f

8.420.925,-
Af: Verkocht maar voor de bk. nog niet afgel.


Beleeningen
8.420.925,-

mci.
vrsch.
f116.185.462,52′!,

in rek.-crt.

{H.bk.
B.-bk.

,,
13.844 472,08

op onderp.
Ag.sch.
,, 50.346.005,72′!,

(180.375.940,33

Op Effecten

…… (179.893.840,33
Op Goederen en Spec.
,
482.100,-
180.375.940,38
Voorschotten a. h. Rijk …………….
,,
11.447.310,21

Munt en Muntmateriaal
Munt, Goud ……t’ 79.395.080,-
Muntmat., Goud
..

,,621.003.913,64
1
/1

f700.398.993,64
1
1,
Munt, Zilver, enz..

8.156.869,11
Muntmat., Zilver
..


708.555.862,75
1
!,
Effecten
Bel.v.h.Res.fonds..
f

4.991.969,32
id. van
1
1
v. h. kapit.
,,

3.869.361,18 8.861.330,50

16 Nov.
1918
9

,,
1918
2
1918
26 Oct.
1918
19

,,
1918
12
1918
5

,,
1918
28 Sept.
1918
21
1918
14
1918
.
7
1918
31

Aug.
1918
24

,,
1918

700.399
700.429 701.453
706.477 706.635 707.517
707.586
708.708
706.810 707.695
707.437
709.316
707.424

8.157 8.128 8.168
8.154
8.085
8.065 8.049
8.042
7.997 7.988 7.959
7.953 7.953

1.109.995
1.018.395 1.025.572
985.317
990.089 982.137 981.217
971.557
956.250
954.057 953.797 946.392 922.122

17 Nov. 1917

693.969

7.159

856.958
18 Nov. 1916

582.121

6.541

738.544

25 Juli 1914

162.114

8.228

310.437

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1043

Geb.enMeub. der Bank …………….
,,

1.770.000,-
Diverse rekeningen ………………
,,
102.379.835,49′!,

(1.230.450.486,43
1
!2

Paasiva,
Kapitaal

……………………..
f

20.000.000,-
Reservefonds

………………….
,,

5.079.402,56
Bankbiljetten in omloop …………
,,
1.109.994.860,-
Bankassignatiën in omloop ……….
1.917.107,16
Rekening-Courant saldo’s:
Van het Rijk ……
f,


Van anderen ……
,,
86.001.918,99
86.001.918,99
Diverse rekeningen ………………
..7.457.197,72!,

f1.230.450.486,43′!,

Beschikbaar metaalsaldo………. ….
f

468.445.935,55
O

de basi8 van
‘Is
metaaldekking
……
228.863.158,32
Minder bedrag aan bankbiljetten in omloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is
..
,,
2.342.229.675,-

87.919 70.523 61.473 96.558 80.717
73.964
56.834
65.637
77.383 67.561 61.104
46.733
69.883

64.919
49.804

6.198

9Nov. 1918

16Nov.
1918

Aan schatkistpromessen..
f
277.570.000,-
f
284.870.000,-
waarvan rechtstreeks bij
de Ned. Bank geplaatst ,,128.500.000,-.

135.800.000,-
Aan schatkistbiljetten

,,
123.720.000,-
,,
123.720.000,-
Aan zilverbong ………
,,
70.343.223,-

71.594.823,-

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail ontvangen gegevens worden de telegrafisch
bekend geworden totaalcijfers der obligo’s en uitzettingen en het beschikbaar metaalsaldo van latere data opgenomen.

Liata

uoua

Zilre
,

Bank.

Andere
opetsc

q
e
fl

achulden

9 Nov. 1918

279.000
2
,,

1918

275.100
26 Oct. 1918

270.200

17 Aug. 1918 ……. 103.949

12.668

185.216

73.345′
10

,,

1918: ……103.476

13.170

187.525

73.261
13 Juli 1918 …….101.951

12.446

193.483

62.204
10 Nov. 1917 ……

84.327

17.006

176.288

50.838
11 Nov. 1916 …….71.028

22.820

158.294

54.657
25 Juli 1914…….22.057
1
31.907
1
110.172

12.634

Data
Di.-
conto’,
”•
1 N..Ind.
1
betaalboar

1
Bdee-
1
ningen
Diverse
reke
ningen)

DCSCflhL.
baar
metaal.
tsoldo

LJeI-
king.-
percen.
lage

9Nov.1918
157.300 60.100
**
2

,,

1918
153.100
59.100
26Oct. 1918
153.500
***
58.700

17Aug.1918
25.947
65.082 45
1
7.580
24.259
70.8
10

,,

1918
7.521
1

24.091

1
71.630
27.752
64.712 45
13 Juli1918
8.036
1
22.995
72.369
24.643
63.401 45
10 Nov.19171
6.964
1

33.123
68.568
22.609
55.908
45
11 Nov. 19161
6.264
1
37.536
67.398 12.858 51.258
44
25 Juli 19141
7.259
6.395 1
4
7.9341
2.228

1
4.8422)
44
‘) Sluitpo,t
der
activa.
2)
Op
de
basis
van
9
/6
,netaaldekkjng.

SURINAAMSCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circulatie
Andere
opeischb.
schulden

1 1
Diaconto’.
Div. reke-
ningenl)
_______________
24
Aug. 1918
•..
665
1.261
1.059
1.151
73
17

,,

1918

..
660
1.284
1.015
1.156
70
10

,,

1918

..
646 1.403
931
1.153
73
3

1918

..
632
1.431
1.006 1.153
849

25 Aug. 1917
..
713
1.113 995 905 730
26 Aug. 1916
..
715
1.035
978
891
563

25 Juli

1914

..
645
1.100
560
735
396
t
)
Sluitpost
der
activa.

Verschillen met den vorigen weekstand
Meer

Minder
Disconto’s …………….51.264.727,62
Buitenlandsche wissels

175.484,-
Beleeningen …………..59.959.872,13
Goud

30.300.94
Zilver ………………..28.499,29
Bankbiljetten ………… 91.600.120,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s
….
17.101.169,34
1
!3

Voornaamste posten in duizenden guldeu8.

Andere
Data

Goud

Zilver

l,Bonk
iijettn

opeiad,l,are
1
schulden

1044

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

BUITENLANDSCI-IE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven

van enkele niet wekelijks opgenomen banketaten.

BANK VAN ENGELAND.

Voornaa’mste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden p. et,

Data
Metaal
Chculatie
Cu,rency Notes.

Bedrag
Goudd.
Gov. Sec.

13 Nov. 1918
74.585
04.937
***
7.
*5*

6

,,

1918
74.092
64.700
*5*
*5*

30 Oct.

1918
73.948 64.203
287.585
28:500
266.704
23

,,

1918
73.409 63.397
285.340 28.500 264.160

14 Nov. 1917
55.605
42.359
191.353 28.500 164.621
15 Nov. 1916
56.476
36.895
138.880
28.500.
107.767

22
Juli
1914 40.164
1
29.317

Data
Gov.
Sec.
Other
Sec.
____________

Pul,lic
.
Depos.
Other
Depos.
Re-
serve

Dek.
kings-
percen-
tage t)

13Nov. ’18
58.596
97.607
30.009
138.704 28.098
16,65
6

,,

’18
57.865
95.129 31.676
131.447
27.642
17,07
30Oct. ’18
57.752
95.356
29.634
133.978 28.195
17,23
23

,,

’18
45.991
95.381
32.044 120.132 28.462
18,701

14 Nov. ’17
58.721
90.103
42.225
120.511 31.697
19,481
15 Nov. ’16
42.188
106.234
53.738 114.925
38.031
22
1
/
22
Juli
’14
11.005 33.633 13.735
42.185
29.297
52e/s

1)
Verhouding tusechen Reserve en Deposits.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens-

kassenscheine, . in duizenden Mark.

Data
Metaal
Daarvan
Goud
Kassen-
acheine
Circu-
latle

Dek.
kings.
percen.
tage ‘)

7 Nov. 1918
2.578.655
2.550.263
3.187.226 16.959.253
34
31 Oct.

1918
2.603.182 2.550.019 3.062.385
16.661.550
34
23

1918
2.661.357 2.547.308
2.910.884 16.420.768
34
15

,,

1918
2.662.929
2.549.283 2.804.239
16.079.088
34

7
Nov.
1917
2.522.658
2.404.779
1.014.630 10.403.726
34
7
Nov.
1916
2.527.915
2.511.881
252.942
7.245.928
38
23
Juli

1914
1.691.398
1.356.857
65.479 1.890.895
93

1)
Dekking der circulatie door metaal en Kassenscheine.

Data
Wtvo*lo
Rek.
Cr1.

Darlehenskassenscheine

Totaal
in kas hij
uit ge-
de Reicha.
I

geven l,ank

7
Nov.
1918
19.443.590
9.325.904
*5*
5*5
31 Oct.

1918
20.679.210 10.733.766
12.606.600 3.056.700
23

1918
18.732.525
9.058.939
12.173.000 2.903.000
15

1918
19.019.129
9.489.975
11.908.200
2.796.000

7 Nov. 1917
11.514.946 5.529.423
6.739.800 1.002.100
7 Nov. 1916
7.795.391
3.403.665
2.596.900 242.400

23 Juli

1914
750.892
943.964
…:

.
………….

RUSSISCHE STAATSBANK.

Sedert 5 November 1917
is
geen bankstaat verschenen.

BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste ijosten
in
duizenden francs.

Data
Goud Waarvan
in het
Buitenland
Zilver
Te goed
in het
Buitenland

Buit.gew.
eoorsd,.
a/d. Staat

14 Nov.’18
5.447.889 2.037.108
318.847
18.800.000
7

,,

’18
5.444.711 2.037.108
319.941
1.411.927 18.800.000
31 Oct; ’18
5.443.98
2.037.108
320.127 1.382.407
18.800.000
24

18
5.441.871
2.037.108
319.828 1.434.742 18.800.000

15 Nov.’17
5.330.294
2.037.108
249.951
707.921
12.550.000
16Nov.’16
5.023.004

319.187
813.610
.6.400.000

23 Juli’14
4.104.390

639.60

Wissels
Uitge.
stelde Wissels

1

Belee.
1
ning
Bankbil.
jetten

Rek.
Cr1.
Parti.
I

culleren.

Rek.
Cr 1.
Staat

.
801.702
1.050.126
852.548
30.570.710
2.918.106 296.832
89.356
1.051.502 839.123
30.820.345 2.945.781 77.833
.
876,990 1.052.963
824.150
30.782.046 2.876.163
175.898 824.644
1.053.616 818.662 30.721.055
2.909.131
35.202
0
735.311
1.150:724
1.128.105 22.345.845 2.710.951
33.029
618.356
1.365.961
1.354111
15.894.282 1.730.120
72.390
1.541.080

769.400
5.911.910
942.570
400.560

SOC19TV GNÉRALE DE BELGIQUE.
t)

Troornaamate nosten in duizenden francs.

Data

Metaal
cl.
m
buiten1.
saldi

Beleen.
van
kuilen!,
vorder.

Beleen. van
prom. d.
pronc.
en
wissd
s

I
heleen.__

Circu.
latie

Rek.
Crt.
saldi

17Oct. ’18
1.216.753
100.082
480.000
97.728
1.507.912
377.440
10

’18 1.219.743
100.021
480.000
100.040
1.508.011
382.595
3

,,

’18
1.144.781
100.011
480.000
95.287
1.452.612 358.318
26Sept.’18
1-.145.778
99.982
480.000
101.783 1.452.948
365.452

18Oct. ’17
476.043
90.903
480.000
100.351
1.172.474
91.204
19Oct. ’16
352.872
76.033
480.000
39.834
828.739
110.068
‘) Sedert einde 1914 met de functie van circulatiebank belast.

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.
Voornaamste pôsteu in duizenden dollars.

1
Waarvan Waar-
van in

Zilver

Notes in
Data

Goud

1
voor dekking het bui-

cle.

circu.
F. R.
Notes tenland

latie

20 Sept. ’18 2.023.558 1.90.072

5.829 52.481 2.295.031
13

’18 2.024.559 1.167.218

5.829 53.173 2.245.429
6

,,

’18 2.016.983 1.131.394

5.830 53.511 2.180.679
30Aug. ’18 2.013.794 1.103.030

5.829 53.168 2.092.708

21 Sept. ’17 1.402.317

545.451 52.500 49.934

670.246

Percent.

Totaal

Waar.

Dek.

Goud.
Data

Wissels

van

kings.

dekking

I
Al
g
em.

Deposito

Kapilaa

percen.

circu.
!f!!.±

latie

20 Sept. ’18 1.910.178 2.284.107

78.689

51,1

51,9
13

,, ’18 1.852.997 2.319.390

78.553

52,9

51,9
6

’18 -1.775.740 2.244.027 .

78.359

55,3

51,9
30Aug. ’18 1.660.798 2.141.553

78.168

57,9

52,7

21 Sept. ’17 . 344.770 1.392.962

59.354

74,3.

81,4
t)
Verhouding tusechen: den totalen goudvoorraad. Zilver etc., en de
opeischbare schulden: F. R. Notes en netto depooitos is’ t inbegrip van
het kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. BES. STELSEL.

Voornaamste oosten in duizenden dollars.

Data
Aantal
Totaal
uitgezette Reserve
1

bil de
Totaal
Waarvan
time
banken
gelden en
F. R.
banks
deposito’s
deposits beleggingen

13 Sept.’18
734
12.960.674 1.163.163 11.315.598
1.446.947
6

,,

’18
735
12.999.208 1.192.072
11.368.123
1.461.373
30 Aug. ’18
734
12.784.531
1.232.163
11.228.827 1.450.020
23

,,

’18
734
12.885.251
1.165.743
11.321.518 1.445.282
16

,,

’18
735
13.002.672
1.157.759
11.494.593
1.451.037

410

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1045

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 18 November 1918.

Het behoeft geen verwondering te wekken, dat op de
internationale beurzen gedurende de afgeloopen week, in
tegenstelling met ons land, de effectenhandel niet die aan-
(lacht heeft getrokken, clie gewoonlijk zijn deel is. De ge-
hettrtenjssen toch in de ons omringende landen, en vooral
bij de Centrale Mogendheden, zijn van zoo overweldigenden
aard, dat feitelijk alles hierbij in het niet valt. Het is een
periode van ,,tJmvertung aller werte’, die zich nog in het
allereerste ontwikkelingsstadiurn bevindt, die nog geen
perspectief opent, zelfs niet voor een nabije toekomst en
clie derhalve haar terugslag vindt in een uiterst stil ver-
loop van den handel in fondsen.

Hierbij kwam nog voor de landen der Centrale Mogend-
heden de onrust, gewekt door de revolutionnaire beweging,
waardoor het noodzakelijk is geworden de beurzen in Duitsch-
land gedurende enkele dagen geheel te sluiten. Thans is de
handel weder geopend, doch officieele koersen worden nog niet
publiceerci. Dit zou dan ook geheel onmogelijk zijn, daar,
zooals wij hierboven reeds zeiden, eenig perspectief nog
niet aanwezig is en zeker niet met betrekking tot. de waar-
(lebepaling van de verschillende, ter beurze verhandelde,
effecten. Vooral de gevolgen van liet wapenstilstands-
verdrag, meer nog dan die van de politieke revolutie, kun-nen uiterst zwaar op verschillende objecten gaan drukken.
l)e militaire ontruiming van Elzass-Lotharingen binnen
den voorgeschreven tijd, is een taak, welke alle krachten
n trausportmiddelen in beslag neemt. Duitsehland geeft
hiermede de zeer belangrijke fabrieken en montan-indus-tricën, noordwestelijk van Metz, die voor het grootste ge-
deelte op volle capaciteit werken, onbeschadigti in handen
van den vijand over, zonder dat in het verdrag van den wapen-
stilstand over eenige vergoeding wordt gesproken. Ook moet
hier worden vermeld, dat de ontruiming van Luxemburg
inedebrengt het verlaten van nieuwe fabrieken en indus-
trieën, die door de Westfaalsche Montaan-nijverheid daar
te lande waren opgericht, o.a; in Esch, Rümelingen, enz.
De Entente heeft een onderscheid gémaakt tussehen de
,,cladelijke ontruiming der bezette gebieden” en de ,,ontrui-
Ining van den linker-Rijnoever”, welke laatste tot den
Ilcien December a.s.
zal
kunnen plaats vinden. Hier echter
is cle moeilijkheid van transport nog zeer veel grooter, daar
de gansche zone ten noorden van Trier tot nu toe voor een
groot deel dtappengebied is geweest. M.a.w. is hier de in-
dustrieele bedrijvigheid tot het laatste moment in vollen
gang gebleven, hetgeen het plotseling stopzetten natuurlijk
onevenredig moeilijker maakt. Van het zuiden uit zijn het
ook hier weder de groote montaan-industrieën, die in han-
den van het oecupatieleger worden gesteld (Saarbrücken,
Dillingen, Neunkirchen) terwijl ten oosten van Lotharin-
gen de Beyersche Pfalz met haar zeer groote schoenen-
industrie, met Ludwigshafen en St. Ingbert door de Duit-
sche Regeering prijs gegeven moeten worden. Alles tezamen
wordt ongeveer een tiende gedeelte van de oppervlakte van
Duitschland op deze wijze in pand gegeven aan de voor-
malige vijanden, terwijl de economische beteekenis van de
aldus overgegeven deden als veel grooter moet worden
aangemerkt.

Het is dan ook niet te verwonderen, dat in Duitschland
allerwegen stemmen zijn opgegaan, om deze harde voor-
waarden althans eenigermate verzacht te zien te krijgen. Te
dien einde zijn reeds verzoeken tot President Wilson ge-
richt, waarop tot nu toe geen antwoord is binnengekomen,
zoodnt men bij onze Oosterbuien. nog in hoop en vreeze
leeft ten aanzien van de hierboven gereleveerde indus-
trieele gebieden. Weliswaar is uitdrukkelijk bepaald, dat
de Entente een en ander niet als ,,vuistpand”. zal beschou-
en, doch daar de bezetting vermoedelijk zeer langen tijd
zal duren, ten minste zoo lang, tot de vredesonderhandelin-
gen tot een einde zijn gebracht, valt het niet te overzien,
met welke wijzigingen in dien tijd rekening gehouden zal
moeten worden.
Inmiddels is de omwenteling nog in vollen gang. Welis-
waar is er thans eenige consolidatie in den toestand geko-
men, doordat zich een voorloopige Regeering heeft gecon-
stitueerd, doch het verloop in Rusland heeft bewezen, dat
dergelijke voorloopige gouvernementen niet steeds de ver-
clere richting der definitieve Regeering kunnen aangeven.
Ter beurze weerspiegelt zich dit dadeljk in een alleruiterste terughouding, hoewel toch moet worden opgemerkt, dat de
koersen, blijkens particuliere berichten, zich nog op een
vrij goed peil hebben gehandhaafd. Ten deele staat dit onge-
twijfeld in verband met contramine-dekkingen; de houders
van dergelijke posities gaan algemeen over tot liquidatie,

hetgeen althans eenigermate wijst op een terugkeerend ver-
trouwen. Daarenboven ziju ook enkele bona-fide aankoopen te constateeren geweest, hoewel deze uiterst sporadisch zijn voorgekomen. De sluiting van de beurs heeft mede de prac-
tische ontbinding van het Berljnsche steun-syndicaat mede-
gebracht; uit den aard der zaak echter had dit toch niet
kunnen optreden, eenvoudig reeds wijl iedere berekening
van de te besteden koersen op een wankele basis gesteld
zou zijn geweest.

Ter beurze van B e r 1 ij n houdt men zich ook reeds bezig
met de vraag omtrent de soliditeit der oorlogs- en andere
staatsleeningen. Hoewel de revolutionnaire bewindhebbers
zich nog niet hebben uitgesproken met betrekking tot het
toepassen van denzelfden drastischen maatregel als in Rus-land is geschied, bestaat er toch een zekere vage ongerust-
heid te dien opzichte, alleen reeds, als men de enorme be-
dragen beschouwt, die jaarlijks aan rente en aflossing op-
gebracht zullen moeten worden. Tezamen met de laatste
(negende) oorlogslcening, is thans een totaal van circa
100.000.000 millioen Mark aan gecousolideerde emissies
uitgegeven, welke alleen aan rente een jaarlijksch bedrag
van Mk. 5 milliard vorderen. Het behoeft geen verwonde-
ring te wekken, dat in het licht van dergelijke ontzag-
lijke bedragen vooral in het uiterste linksche kamp stem-
men opgaan, die pleiten voor een geheele of gedeeltelijke
annuleering dezer schulden, waardoor de opbouwende kracht
van het land althans niet zoo sterk zou worden beperkt.
Het spreekt vanzelf, dat de beurs te W e e n e n nagenoeg
gelijken tred heeft gehouden met die te Berlijn. Weliswaar
zijn de verhoudingen tussehen de voormalige Dubbel-
Monarchie en het vroegere Duitsche Keizerrijk door de zelf-
standige ontwikkeling, die beide Rijken in de laatste weken hebben doorgemaakt, veel losser geworden, doch die belan-
gen zijn toch wederzijdsch nog groot genoeg, om de eene
plaats niet geheel onafhankelijk van de andere te doen
zijn. Ook te Weenen is een geweldige beroering op de beurs
ontstaan, welke echter hierin principieel van die te Ber-
lijn verschilt, dat eerder van een min of meer aanmerkelijke
stijging kan worden gesproken. Nu is het waar, dat het
begin van de revolutionaire beweging in Oostenrijk-Hon-
garije verder naar het verleden ligt, waardoor de beurs
zich reeds eenigermate aan de gewijzigde verhoudingen
heeft kunnen aanpassen. Bovendien beginnen zich aan den
Donau reeds de eerste flauwe grenzen van de nieuwe Staten

te ontwikkelen, zoodat een tendens van grooter vertrouwen
ontstaan kan dan in een land, welks politieke en economi-
sche ontwikkeling nog geheel in het duister der toekomst
is verborgen. Niettemin bevinden zich in de Oostenrjkscli-
fTongaarsche landen nog symptomen te over, die den toe-stand uiterst onzeker maken.
In de eerste plaats komt ook hier het vraagstuk der
staatsleeningea naar voren; de in-wording-zijnde staten
hebben zich niet principieel tegen bvernarne van een rela-
tief deel der algemeene staatsschuld verklaard, doch een
definitieve regeling is nog geenszins getroffen.
Ook de toestand der Rijksbank baart bezorgdheid; een
nauwkeurig overzicht kan weliswaar niet worden verkre-
gen door het ontbreken van balansen en staten, doch alge-
meen is men van oordeel, dat de positie niet krachtiger is
geworden door het doen circuleeren op zeer groote schaal van bankbiljetten. Niettegenstaande dezen maatregel is de
geldmiddelennood nog geenszins overwonnen, hetgeen ech-
ter voor een deel te wijten is aan het totaal gedesorgani-
seerde transportwezen.
Ook de devisenmarkt is thans geheel aan zichzelve over-
gelaten. De Rijksbank is niet meer in staat haar devisen-
voorraden aan te vullen, sedert de Markcredieteij in
Duitschland geëxpireerd zijn en ook in het neutrale buiten-land geen crediet meer te verkrijgen is, althans voorloopig. Men houdt zich dan ook niet meer aan de voorschriften der
Devisen-Centrale; buitenlaudsehe wissels worden in het
vrije verkeer verhandeld en de afleveringen van buiten-
landsche valuta’s vinden niet meer volgens de voorschrif-
ten plaats. Hiertegenover staat echter, dat de behoefte aan
deze laatste soort van betalingsmidcielen niet zeer groot is,
nu het handelsverkeer nog zeer beperkt is. Van de narktea te L o n d e n en te P a r ij s vallen deze
week ‘geen feiten van bijzondere beteekenis te relevee.ren.
J)e algemeene tendens is vast gebleven.
Hetzelfde kan niet van de markt, te N e w Y o r k worden
gezegd. De stemming te Wallstreet is gedurende de berichts-periode niet onverdeeld gunstig gebleven; over het algemeen
was men bevreesd voor een minder groote industrieele be-
drijvigheid na het sluiten van den vrede. Ook liet niet-vlotte
verloop van de onderhandelingen betreffende den verkoop
van het Engelsche bezit der International Mercnntile

1046

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November 1918

Marine Company verkte eenigszins deprmeerend. Aan den
anderen kant was het geld iets ruimer, zoodat aan het einde
der week een geringe opleving kon plaats hebben, die
echter in de allerlaatste dagen weder is geweken voor een
meer lustelooze houding. Bepaalde oorzaken zijn hiervoor
echter niet aan te wijzen.
0 n z e b e u r s heeft in de achter ons liggende dagen’
echter een periode medegemaakt, die zeer velen lang in d
hei’innering zal blijven. Gegrepen door een panischen
schrik bij het vooruitzicht op eeii gewelddadige omwente-
ling ook binnen onze grenzen, is het publiek voor het
grootste gedeelte overgegaan tot verkoop van zijn bezit meestal h tout prix, zonder onderscheid en zonder

rede-
neering of overleg. De redevoeringen van den leider der
grootste arbeiderspartij in ons land, de Sociaal-Democra-
tische Arbeiders Partij, had weliswaar, ook bij hen, die
gewoon zijn over hun daden te denken, alvorens tot uit-
‘voering te komen, de gedachte gewekt, dat het ook te
onzent wel eens tot een uitbarsting zou kunnen komen,
doch zelfs met deze mogelijkheid voor oogen moet toch wor-
den geconstateerd, dat in de allergrootste overijling is ge-;
handeld. Wanneer men de geweldige koersreacties van onze
beurs in de afgeloopen week vergelijkt met de variaties, die
in Duitschiand en Oostenrijk hebben plaats gevonden, in landen dus, waar de revolutie reeds een feit is gewordén,
moet men tot de conclusie komen, dat men te onzent totaal
het stuur over zijn gedachten heeft verloren. Waar hier te:
lande van een sociale revolutie toch vermoedelijk geen
sprake zou zijn geweest en alleen in het geding zou zijn’
gekomen een zeer spoeçlige en plotselinge wijziging van de
politieke constellatie, werd o.a. reeds de mogelijkheid geop
perd van een annuleering der staatsschulden, waardoor dan’ ook deze laatste een buitengewoon gevoelig verlies te boe-j ken hebben gekregen. Thans is dit verlies grootendeels we-
der ingehaald, nt de Kamerdebatten en n1 de demonstra-
ties, spontaan uit verschillende lagen der bevolking voort-‘
gekomen, doch men vraagt zich af, wat zôu…zijn geschied
indien de stemming niet zoo spoedig zou zijn gekeerd.”
Hoogstwaarschijnlijk staan wij ook thans nog niet aan den:
aanvang van een rustigen tijd en het is daarom wel goed, in tegenstelling met de gewoonte, die in deze kolomrnen
gewoonlijk gevolgd wordt,’ n.l. om alleen releveerend en:
beschouwend te blijven, even hierop te wijzen. Het geheugen
van het publiek in het algemeen is zeer kort en het ver-geet maar al ‘te snel de lessen, die uit catastrophale ge-”
beurtenissen toch steeds getrokken kunnen worden. Daarom
is het wel goed hier even vast te leggen, dat de grondslag, van onze economische en politieke samenleving absoluut
ongeschokt is gebleven en dat in de eerstkomende tijden
wel niemand er aan zal denken, dezeP grondslag ernstig aan te randen, tenzij natuurlijk aanleidingen uit het bui-
tenland hiertoe den stoot mochten geven. Doch zelfs dan is
het uiterst twijfelachtig; of een dergelijke aanranding wel
eenige kans van slagen zou hebben. Het is goed, deze waar-
heid even vast te leggen, opdat men bij eventueele uitspat-
f

tingen, door welke oorzaak dan ook, wete, dat het bezit als
zoodanig geen gevaar behoeft te loopen.

12Nov. 15Nov.
18 Nov.
Rijzingof

41/
t
0
/0
Ned. W. Sch.

1916
82
8
/
86
9
I,o
897/8
+ 7’Ia
4

0/

,,

,,

,,

1916
76
1
/3
79
5
/O
82
+
5
1
/
31
13

/
o

,,

,,

,,

….
69′!
69’/
69’/8
+
1/8
3

0/

,,

,,

,,

. . .
62
‘Is
62/
63’/s
f’
1 ‘/
21!2
0/

Cert.N. W. S…….
53
538/g
54
6
/s
+
16/0
5

°/oOost-Indië 1915
93
1
/
92
0
/8
95
+
1′!2
4

0/

Hongarije Goud ..
35
32’/8
320/8

2
0
/8
4

0/

Oostenr.Kronenrente
28
1
4
31
11
/,,
30
1
!io
+
2
1
/16
5

0/

Rusland 1906 ……
41ijs
39’/i
40′!,
‘/s 4I/
0/

Iwangorod Dombr
373/
4

330/4
34
7
/8

2
7
/8
4

“Io
Rusland Cons. 1880
31 34
34
1
/s
+
3’/l
4

0/,
RusI. bij Hope
&
Go
31
5
Iis
36
35’/4
+
3″/,o
4

‘ijs

Servië

1895 ……..
51
0
/4
51
48

33/
4

4
1
/3
o/
o
China Goud 1898

..
63
1
/
59
64
+
‘Is
4

0/,,

Japan

1899 ……..
65
51 51

14
4

O/

Argentinië Buitenl..
61/8
64
7
/8
’64
7
/e
+
3 5

0/

Brazilië 1895

……
68
0
/1
6V
/4
67

1′!3
5

0/

,,

1913

……
67’/a
65
64
_36/

Eenige reden had overigens de reactie ongetwijfeld, doch
het is ook hier weder teekenend voor de opvattingen van
het publiek, dat deze reden thans weder voor het grootste
deel geëlimineerd wordt. Wij hebben het oog op het ver-
moedelijke tot stand komen van ingrijpende sociale her-
vormingen, die waarschijnlijk wel sterk op het bedrijfs-
leven zullen gaan drukken en derhalve het rendement van
verschillende fondsen in meerdere of mindere mate zullen
aantasten. Doch dit ligt nog in het verschiet, ondanks de

bedreigingen door het Congres der Arbeiders-Partij geuit
en de beurs heeft thans -alleen nog maar uiting gegeven
aan het gevoel van ontspanning, dat na de zeer emotievolle
dagen van de achter ons liggende week gelukkig is door

gebroken.

12Nov.
15 Nov. 18 Nov.
Rijzingof

Holland-Amerika-Lijn

….

377
1
I
400
4071!2
+
30

,,.

,,
gem.eig.
355 380
1
/2
391
+
36
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij
..
275 275
275
Holl. Alg. Atl. Stoomv.-Mij.
177
1
/,
178 1/
4

1766/
4

3/
4

Hollandsché Stoomboot-Mij..
200 216
223
+
23
Java-China-Japan-Lijn
….
288
301.
300,
12112

Kon. Hollandsche Lloyd
..
157
176’/4
181’/,
24
1
!2

T
Kon. Ned. Stoomb.-Mij …..
214′!,
242
1
/
246ij4 31
8
/4
‘Kon. Paketvaart-Mij…….
227
247′!2
254
+
27
1aatschappij Zeevaart
….
280
275
325
+
45
Nederl. Scheepvaart-Unie
..
232
1
/1
250′!2
254/4
+
22
‘I
Nievelt Goudriaan
……..
445 480
515
±
70
Rotterdamsche Lloyd ……
264′!,
286
1
I
292’Ii
+
28
Stoomv.-Mij. ,,Hillegersberg”
370 320 360
– 10
,,Nederland”
..
253
272/2
2781!2
+
25’/,
,,Noordzee”

..
191
215
221
±
30
,,Oostzee”

….
330
365
365
+
5

Een gedetailleerd overzicht van de verschillende afdee-
lingen van onze markt kan in dit overzicht gevoeglijk
achterwege blijven. Geen enkele speciale factor had eenigen
invloed, noch de toezegging van groote voorraden levens-
middelen en eerste levensbehoeften, die waarschijnlijk bin-
nen zeer afzienbaren tijd hier te lande zullen arriveeren
noch de gedeeltelijke hervatting van het scheepvaartverkeer,
noch de berichten uit Indië. Alleen de politieke factor mocht
wegen en deze influenceerde iedere marktafdeeling in gelijke
mate en in gelijke richting. Alleen valt te constateeren, dat
de verschillende koersen zich niet alleen volkomen van hun
val hebben hersteld, doch dat er zelfs enkele zijn, die het
vrogere niveau hebben overschreden, o.n. aandeelen
Koninklijke Petroleum-Maatschappij.

12Nov. 15 Nov. 18 Nov.
Rizigof

Amsterdamsche Bank . .. 188/ 181’/4 181
1
/4 – 7
1
!2
Ned.11andel-Mij.cert.v.aand. 164/4 175
1
!3 – 175
8
Ig + 11
Rotterd. Bankvereeniging .. 144/
1348/4
139′!2 – 51/
4

Amst. Superfosfaatfabriek.. 180
8
/4 180
8
/4 176112 – 41/
4

Van Berkel’s Patent ……130

132 ‘

1381!2 + 8’/
Insulinde Oliefabriek……204

228
1
!1 237

+33
Jurgens’Ver.Fabr.pr.aand. 101

100

101/,o +’/’o
Ned. Scheepsbouw-Mij…..176/4 170

169!3 – 71/
Philips’ Gloeilampenfabriek 387
1
/2 367

375

– 12
1
!2
R. S. Stokvis & Zonen …. 522
1
!, 484

484


41
1
/2
Vereenigde Blikfabrieken.. 141

135

137

– 4
Compania Mercantil Argent. 205
1
!2
221
224
1
/, + 19
Cultuur-Mij. d. Vorstenland. 130
1
!2
142
1
/2
146’/4 — lS/
Handelsver. Amsterdam…. 343 877 383 +40
Holl. Transatl. Handeisver. 145
1
/3 140′

140


5’I3
LindeTeves&Stokvis ……185

207

211

+26
VanNierop&Co’sllandel-Mij 160

169

170

+ 10
Tels & Go’s Handel-Mij …. 1610/
4
157

159

– 2
0
/4
Gecons. Roll. Petroleum-Mij 216′!2 235

237/ +
21
1
/4
/g
Kon. Petroleum-Mij ……. 368

405′

423

+ 55
Orion Petroleum-Mij ……. 95
1
/,

96
1
/2

8714 – 8’/4
Steaua Romana Petr.-Mij.. 159

174
1
!, 177
1
1, + 18
1
!2
Amsterdam-Rubber-Mij ….. 167V4 180

181

± 13/4
Nederl.-Rubber-Mij. . ….. 98

114′!2 112

+ 14
Oost-Java-Rubber-Mij. …. 190*225

225

+
Deli-Maatschappij ………440

493

5001/2 + 60′!2
Medan-T,abak-Maatschappij.. 195

219
1
/ 2251!2 + 30’12
Senembah-Maatschappij…. 436

459

470

+ 34

De
A,ir,,crikaansche af deelivg
bleef, door de overgroote be-
langstelling, die den localen markten ten deel is gevallen,
min of meer verlaten, hoewel de algemeene stemming hier
niet ongunstig kon worden genoemd. Vooral spoorweg-
waarden konden zich in goede belangstelling vetheugen.

12 Nov. 15 Nov. 18 Nov.

American Car & Foundry

73

75
1
I8 74
1
I2
+ 1
1
!2
Anaconda Copper ……..149

146
1
!2 146

– 3
Un. States Steel Corp …..
900/4

89
1
/4

89
18
/ –
Atchison Topeka ……….92’/

91″8

92

– 1/
4

Southern Pacific ………. 92’/s

95
8
!,, 96

+ 3
3
/8
Union Pacific …………. 134

132

133/3 – ‘/1
Int. Merc. Marine afgest…..30″fz, 33′ ‘/, 30e/8 —i”f,, prefs. 17
1
!4 118
15
/16
115
5
/s – l’/o


geidmarkt
heeft in de afgeloopen week een zeer groote
stroefheid aan den dag gelegd. Op een andere plaats in dit

Noteeringen.

Chicago
Buenva
A5,e.

Data
To rwe
Maro
Haver
Tarwe Mata
Ltjnzaad
Nov.
Nov.
Nov.
Dec.
Dec.
Febr.

16Nov.’18 226
126
1
!3
73
3
/
9Oct. ’18 226
121 71′!3
12,15

5,95

21,80
16Nov.’17 220
1201/

1)
65h/

1)
12,55$)

8,70
4
)

15,50
16Nov.’16 185
3
/8 ‘)
95
1
/4 1)
577/a
0
14,95
1
)

11,45
1
)

26,00 ‘)
16 Nov.’15 104
3
/

‘)
60’1

‘)
38’/8
0
10,00
1
)

5,30′)

13,25′)
20Juli ’14

82

11
56’/
0

36
1
/s
‘)
9,40′)

5,381)

13,70
1
)
t)
Markten gesloten.

t
)
per Dec.

‘)per Sept.

‘)
per Jan.
‘)
per Nov.

AANVOEREN in tons van 1000

Rotterdam

Locoprjzen te Rotterdam/Amsterdam.

Soorten.

18Nov.
1

II
Nov.
1

18Nov.
1918

1

1918

1

1917

25,-‘)
25,-
1
)
Rogge (70 Kg. natuur gew.)
28,50
1
)
28,50
1
)
Tarwe (inlandsche) …….


Gerst (60 Kg. natuur gew.)
20,-
1
)
20,- ‘)
Mais (La Plata)

………-

23,-‘)
23,- ‘)
Lijukoeken

(Noord-Ame-
Haver

(inlandsche) …….

rika van La Plata-zaad)


Lijnzaad (inlandsch)
40,-
1
)
40,-
1
)
1)
Regeeringsprijs.

K.G. voor verbruik in Nederland.

380,- ‘)

260,-
1)

..4m,terdam

II

Totaal

20 November 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

1047

blad wordt op dit verschijnsel dieper ingegaan; hier dient
volledigheidshalve slechts te worden gereleveerd, dat de Nederlandsche Bank zich bereid heeft vrk1aard prolon-
gatie-posities over te nemen, indien ter beurze hiervoor
geen gelegenheid wordt geboden, met dien verstande, dat
een marge in het onderpand an 30 pCt. wordt verlangd
en van 50 pCt., zoo het tabak- en petroleumwaarden be-
treft. In de laatste dagen echter is geld iets ruimer ge-
worden, zoodat heden een middenkoers van 534 pCt. tot
stand kon komen.

GOEDERENHANDEL

GRANEN.
19 November 1918.

De ontwikkeling der wereidgebeurtenissen van de afge-
loopen week heeft tot nog toe weinig invloed op de graan-
markten uitgeoefend. In Argentinië waren de prijzen in de
week, die den 9den November geëindigd is, reeds eenigszins
gestegen door de zich toen snel ontwikkelende kansen op
een einde van den oorlog, maar in de geheele daarop vol-
gende week zijn de markten in Argentinië gesloten geble-
ven. Aanvankelijk scheen die sluiting bedoeld te zijn ge-
weest als uiting van vreugde over het sluiten van den wa-
peustilstand, doch volgens berichten uit Engeland heet nu de voortzetting der sluiting het gevolg te zijn van plannen
van Duitsche firma’s in Argentinië om de prijzen van
Iijnzaad op te zetten. Wat hiervan waar mag zijn, in ieder
geval ontbreken ons nu de gegevens ter beoordeeling van
de stemming aan de Argentijusche markten. De verwach-
ting echter, dat geleidelijk de Argentijnsche graanprijzen
verder zullen stijgen, lijkt in verband met de nu met vrij
groote zekerheid te verwachten verbetering in de scheep-
vaartkansen niet ongemotiveerd.

In Noord-Amerika warea reeds, toen de wapenstilstand
naderbij kwam, de prijzen van mais gedaald. Sedert ons
vorig bericht zijn zij eerst vrij standvastig gebleven, doch
later weder Vrij sterk gestegen. Hetzelfde geldt voor haver.
Uit deze houding der Amerikaansche prijzen volgt, dat
blijkbaar andere dan uitsluitend politieke redenen den prijs-
loop beheerschen. Wanneer vooral de naderende vrede zijn
invloed deed gelden, zou men verdere daling hebben mo-
gen verwachten. Tot nog toe immers hebben de vredeskan-
sea in die richting gewerkt, daar men de concurrentie
vreesde van verder verwijderde uitvoerlanden, speciaal
Argentinië, did nu binnen afzienbaren tijd meer dan tot

dusver als verschepers kunnen optreden. Gedurende eenige
dagen der vorige week zijn de aanvoeren van tarwe en
mals aan de kmerikaansche markten zeer klein geweest,
doch Zaterdag was de hoeveelheid reeds weder veel grooter.
lIet is niet onwaarschijnlijk, dat de oorzaak der verminde-
ring weder ligt in een ,,embargo” op -graanverzending per
spoor tengevolge van gebrek aan opslagruimte, nu in de eerste maanden van het seizoen de tarwe in zoo enorme
hoeveelheden ter markt is gebracht. Uit de Vereenigde
Staten wordt bericht, dat voor wintertarwe weder op eene
uitbreiding der bezaaide oppervlakte kan worden gerekend.
Hierover behoeft men zich nauwelijks te verwonderen, van-
neer men in aanmerking neemt, dat de Amerikaansche Re-
geering wel voor tarwe, doch niet voor de andere graan-
soorten voor den oogst van 1919 een zeer hoogen minimum-
prijs heeft gegarandeerd, die zelfs misschien nog verhoogd
zal worden.
Uit verschillende berichten, die in den laatsten tijd in
de bladen zijn verschenen, valt de gevolgtrekking te maken,
dat het nog geruimen tijd zal duren voor de graanhandel
weder zijne functie van vÔSr den ‘oorlog zal kunnen opvat-
ten. Iii Amerika en Engeland is sprake van eene nog ge-
ruimen tijd voortdurende rantsoeneeriug van Europa, waar-
door men wenscht te komen tot eene gelijkmatige verdee-
liag van deic beschikbaren voorraad over de landen, waar
schaarschte en gebrek heerschen. De heer Hoover, de Ame-
rikaansche Food-Administrator, schijnt reeds weder naar
Europa onderweg te zijn, om de voorziening niet slechts
van de geallieerden, doch ook van Duitschland en Oosten-
rijk en zelfs van de Oostelijker landen te regelen. Daarvoor
acht men het noodig de lichamen in stand te houden, die
tot nog toe gezorgd hebben voor de voorziening der goal-
lieerderjken en den werkkring van die lichamen ook over
het overige Europa uit te breiden.

N e d e r 1 a n d. In de mededeeling van het Ministerie
van Buitenlandsche Zaken, in de afgeloopen week bekend
gemaakt, is sprake van de zooeven genoemde internationale
organisatie, die voor eene billijke beschikking over de we-reldvoorraden zal zorgen en prijsopdrjving voorkomen. Er
schijnt kans te bestaan, dat zij zich ook met de verdeeling
der scheepsruimte zal bezig houden. Het voor ons voor-
naamste gedeelte van de mededeeling van Buitenlandsche
Zaken bevat het bericht, dat wij waarschijnlijk gedurende
een jaar zullen kunnen rekenen op een aanvoer van 375.000
tons broodgraan inclusief rijst en 300.000 tons mais voor
veevoeder. Het feit, dat dus blijkbaar nu nog de rantsoe-

Artikelen.

Tarwe……………..
Rogge …………….
Boekweit …………
Mais …………….
Gerst …………….
H
aver
…………….
Lijnzaad …………..
Lijnkoek……………
Tarwemeel …………
Andere zneelsoorten..

Tarwe …………….
Mais …………….
Rogge …………….
Tarwemeel …………
Gezet …………….
Andere meelsoorten

10-16
Nov.
1918
Sedert
1 Jan.
1918
Overeen&
tijdvak
1917
10-16
Nov.
1918
Sedert
1 Jan.
1918
Overeenk.
tijdvak
1917
1918
1917


9.044
253.376

2.920
38.227 11.964
291.603


8.465




8.465


2.314




2.314
– –
114.637

4.590
80.134
4.590
194.771


30.600


11.886

42.486


12.399


27.269

39.668


8.322


7.560

15.882


34.078


27.985

62.063

756
19.988

6.068
3.051
6.824
23.039

19.716


4.286

24.002

AANVOEREN
in tons
van
1000 K.G.
voor
België.
47.820 350.430
407.676

1



350.430
407.676

90.191
28.629



90.191
28.629

5.174
13.738



5.174 13.738

68.918 6.962

8.807

77.725
6.962

24.172
667



24.172
667

40.465


9.510

49.975

1048

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

20 November
1918

neering voor een geheel jaar wordt vastgesteld, is eene
nadere aanwijzing voor de waarschijnlijkheid, dat het de
bedoeling is, het stelsel der rantsoeneering nog geruimen
tijd te laten voortbestaan. Het vermelde rautsoen beteekeut
dus voor Nederland eene zeer groote verbetering. De 375.000
tons broodgraan maken, zelfs in vergelijking met de hoe-
veelheden, die Nederland v65r ‘den oorlog uit het buiten.
land noodig had, een Vrij goed figuur. De 300.000 ton vee-
voeder zijn echter nog eene acer kleine hoeveelheid en wij
zullen daarmede allerminst in staat zijn om voor onzen
veestapel op dezelfde wijze te zorgen als vroeger. In de laatste jaren vÔSr den oorlog werd in Nederland alleen
reeds 5/700.000 ton mais geimporteerd, terwijl nog groote
hoeveelheden ander veevoeder uit het buitenland werden
aangevoerd. Wanneer dus buiten de beloofde 300.000 ton
mais geen verder veevoeder voor ons beschikbaar wordt
gesteld, zullen wij op dit gebied nog lang met een groot
tekort te rekenen hebben.

SUIKER.

In Nederland kon

het oogsten
en de yerwerking der
bieten geregeld plaats hebben. Welken invloed de revolutie
in

Duitschiand en
Oostenrijk-Hongarije
op het
verwerken der oogsten heeft, is nog niet bekend.
De zichtbare voorraden bedroegen
volgens F. 0. Licht:

1918 1917

1916
Duitschland

1 Sept.
240.000*
400.000

250.000*
toiis
Hamburg

)
Oostenrijk

1

,,
200.000* 250.000*

305.000′
Frankrijk

1

,,
35.000′
40.000*

39.012
Nederland

15 Oct.
7.415
49.692

3.478

,,
België

1 Sept.
48.500*
50.539

13.824

to

Engeland

1 Nov.
1)
259.929 135.699

195.267

Totaal Europa
790.844
925.930

806.581

tons
V. S. v. N. A. 15 Aug.
62.053 147.647

266.672

to

Cubahavens

13

,,
644.775
420.415

445.829

Totaal 1.497.672 1.493.992 1.519.082 ton

* Raming.
t)
1917/16/15.

De voorraden in
de 3 voornaamste Britsche havens
waren op 6 Oct. als
volgt:

1918 1917
1916

Londen …………..
173.125
63.650
45.141 ton
Liverpool …………
74.531
68.501
10.932

,,
Clyde…………….
75.262
33.584 9.746

to

Totaal ……..322.918

165.735

65.819 tons

De Ja v amarkt is stil. De prijs van Superieur is van

f
13,- weer teruggevallen tot ongeveer f
111/,, waartoe
eenige afdoeningeri plaats voflden.
In Amerika blijft de noteering voor Spot Centrifugals
onveranderd 7,28 c. Gemeld wordt, dat het Internationale
Suikercomité met Cuba overeengekomen is om den geheelen
volgenden oogst tot 5,88 c. (27s 8d) c. & t. New York of
6,89 c (32s 4d) Spot, dus inclusief inkomende rechten, te
koopen. Daarbij wordt als vrachtbasis aangenomen 38
1
/2
c.
voor de Noordelijke havens op Cuba. Voor Engeland, Frank-
rijk, Italië en Canada zal een prijs berekend worden van
5,50 c. (25 s.
10J,
d.) f.o.b. Noordelijke havens en van 5,45e.
f,o.b. Zuidelijke havens. De Cubaplanters zijn dus – ook
voor het volgende jaar – zeker van een zeer mooie winst.

Cuba -statistiek:

1918

1917

1916

Oogst…………….3.446.000 3.023.720 3.007.913 tons
Export d.w. tot 28 Sept

38.230

28.465

24.406
,, –
Exp.U.K.lJan.-28 Sept

852.246

796.373 515.885
to

,,Frankr. 1 ,, 28 ,,

390.453

112.060

297.176
to

• De ditjarige Cuba-oogst is dus ten slotte met ongeveer
3.450.000 tons nog zeer medegevallen.

NOTEERINGEN.
Data
Amstetdam
per

Londen
New York
%%
Tate
White
AnfiC.

November
Cubes
Javas
bied
Ceniri.fugals.
No. 1 Job.
fb-

15Nov. 1918….
f

6419
– –
7,28
8

,,

1918….
,,


64/9
– –
7,28
15Nov.1917….
,,


53/9



15 Nov. 1916….
,,


47/11/
2

251-
3i/-
6,40
21Juli 1914….
,,

11
13
1s,
18/-


3,26

KATOEN.

Marktbericht van de Heeren Sir Jacob Behrens & Sons,

Manchester, d.d. 17 October 1918.

Hoewel de termijnmarkt in Amerikaansche katoen de
vorige week sterk heeft gefluctueerd, is er toch weinig
verandering in prijzen van actueele katoen gekomen. De
weerberichten blijven gunstig en de oogstsehattingen worden
weer verhoogd. Bovendien neemt de consumptie niet toe,
terwijl de grootere voorraden in Amerika de markt drukken
niettegenstaande de verbeterde politieke vooruitzichten. Berichten van Alexandrië blijven gunstig en prijzen zijn
onveranderd.
Amerikaansche garens zijn minder gevraagd en spinners
zijn thans wel tot eenige concessie bereid. De meeste
weverijen wachten liever de markt eens af, vooral omdat
zij aanstaande week stil moeten staan en de vraag naar
doek zeer verminderd is. Grove kettinggarens voor de
twijnerijen blijven vast, doch inslaggarens zijn moeilijk te
verkoopen, terwijl ook in medio nummers voor de weverijen
weinig omgaat. Egyptische garens zijn minder gevraagd,
maar prijzen zijn onveranderd. De exporthandel is kalm
en zal wel spoedig g.influenceerd worden door de politieke
vooruitzichten.
De vraag naar manufacturen is niet verbeterd en er gaat
slechts heel weinig om. Men meent algemeen, dat het hoogste
punt bereikt is en kopers prefereeren nog te wachten ook
in verband met de lange leveringstermijnen, die thans
worden gevraagd. De markten van het Verre Oosten zijn lusteloos en verkoopprijzen daar zijn dalende. De zaken,
die nog gedaan worden, beperken zich hoofdzakelijk tot
transacties voor Fransche en binnenlandsche rekening en
enkele regeeringscontracten.
Spotwaarden
Oct.
1
10 Oct.
1
17

Oct.
1
10 Oct.
1
17

Liverpool-noteeringen

T.T. op Indië

116

1/6
F.G.F.Sakellaridis 29.40 29.40 T.T.opHongkong
3/41/2
3/3’/
G.F. No. 1 Oomra 18.61 18.50 T.T. op Shanghai 512
1
1 5/2

Noteeringen voor Loco-Katoen.
(Middling Uplands).

18
Nov.I819
Nov.I8I
4Nov.’18
I’I9
Noi.
17
1
18
Nov.16

New York voor
Middling

..
29,900)
30,85 c 30,70 c
30,10 c 20,50 c
New
Orleans
voor Middling
29,75
CI)

30,38 c
29,50 c
28,- c
20,- c
Liverp. v. Good
Midd. Texas..
22,33 d
23,42 d
22,05 d
22,47 d’)
12,08 cl’)
1)
16 Nov. ’18

2)
Goc’d Middling
Amer.
‘)

17 Nov. ’16
Middling Amer.

Ontvangsten in, en uitvoeren van Anerikaansche havens.
(In duizendtallen balen.)

1
Aug. IS
tol
15Nov. 18

Overeenkom.itige perioden

1917

1)
1916

Ontvangsten Gulf-Havens..
1849 2455

3632
}
,,

At lant. Havens
fi
Uitvoer naar Gr. Brittannië
1045

,,

,,

‘t Vasteland.
1355
1525
877

,,

,,

Japan etc…
165
1)
16 November ’17.

Voorraden
in
cluizendtallen
15 Nov.

I8
1

16Nov.

17
1.
16
Nov. 16

1105
1094 1434
Binnenland …………..
1226
923
1187
Amerik. havens ………..

New York
112
New Orleans

.

429
Liverpool

……………
70
7
635

METALEN.

Loco-Noteeringen te Londen:

Data
Ijzer
dec.
Standard
Tin
Lood
Zink

18 Nov. 1918..
nom. 122.-1-
325.-t-
30.-!-
52.-/-
11

,,

1918..
nom.
122.-1- 330.-1-
So.-/-
52.-1-
16Nov. 1917..
9216”)
110.5/-
262.17/6
30.-!-
52.-/-
17 Nov. 1916..
nom.
139.101-
188.1716
30.101-
57.101-
20Juli

1914..
5114
61.-1-
145.15/-
19.-J-
21.10/-

1)
Oflïcieele prijs voor binnenland,ch verbruik.

ECONOMISCH-STATISTISCHE
BERICHTEN

De N.Y. Nederlandsche Huistelefoon-Madschappli

ROTTERDAM

‘s-GRAVENHAGE

GRONINGEN

Telefoon 3600

Telefoon H 280, 300

Telefoon 1555

AMSTERDAM

LEEUWARDEN

levert
uit voorraad
TELEFOON-, SCHEL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en koop.

Herstelt en onderhoudt o n d er g a r anti e ook alle niet door haar uitgevoerde installaties.

PROSPECTUS
GRATIS.

KONINKLIJKE

A. SAJET
HOLLANDSCHE

ACCOUNTANT:: LEERAAR BOEKHOUDEN M.O.
LLOYD

Lid van de ,,Ned. Broederschap van Accountants”
AMSTERDAM
Kazernestraat 10 Amsterdam,. Tel. N 7603
Geregelde

Administratie

::

Contrôle

::

Belastingzaken
Passagiers-

en

Vrachtdienst

met nieuwe, moderne

post-stoömschepen

TUSSCHEN

AMSTERDAM
GRONINGSCHE CREDIET.

EN HANDELSBANK
EN

GRONINGEN, APELDOORN,
APPINGEDAM, ASSEN EN VEENDAM
ZUID-AMERIKA

Kapitaal
/
5.000.000,—

Geplaatst en volgestort
f2.000.000,-

VIA

Reserves ruim
……
f

387.000,—

VERSCHAFT
BEDRIJFSKAPITAAL
AAN

LANDBOUW, HANDEL EN NIJVERHEID

INCASSO

DEPOSITO

SAFE DEPOSIT
Internationale

V0
1B
anh

I

3ake4hen waarlor5

Algemeene Nesche Hypotheekbank

LEEUWARDEN

Kapitaal /1.000.000,—

Reserves
=6 f
147.573,—

Uitstaand bedra g Pandbrueven ruim

/9.000.000,—

I)adbrieven

II
TOT DE.N

VAN
07/o

1

5
%
PANDBRIEVEN a 10OV2%

VAN DEN BERGHS,
LwITED

Margarine-Fabrikanten, Rotterdam

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

HEEMAF

Telefoon Nos. 54, 82 en 119

ELECTRISCHE

APPARATEN EN

INSTRUMENTEN

HENGELO

Telegram-Adres: HEEMAF-HENGELO

ELECTRO-

MOTOREN EN
GENERATOREN•

COMPLETE ELECTRISChE INSTALLATIES

N.V. VAN DER LELTS TOUWFABRIEKEN

ROfl’ERDAM,

AMSTEEDAM,

GRONINGEN,

Boompjes 93.

Prins ilendrikkade 16/7.

Der–A–Brug.

Telefoon:
3277 en 3296.

Telefoon:
7415 N.

Telefoon: 1035.

Telegr.-adr.: Vanderlely. Tel.-adr.: Vanderlely-touw. Telegr.-adr.: Vanderlely.

FABRIEKEN TE MAASSLUISU
SCHEEPSTROSSEN in alle soorten en afmetingen.
VISSCHERIJTOUWWERK.
Geteerd en ongeteerd Manila-, Sisal-, Nieuw-Zeeland-,

Bombay- en Russisch henneptouw.

Cocostouw.

TRANSMISSIESNAREN met en zonder reguleerbare

koppelingen.

STAALDRAADTOUW voor Scheepsgebruik, Liften,

Mijnen-en Hijschwerktuigen. IJzerwanten Hercules.

ALLESOORTEN PAK- EN BINDTOUW

MAATSCHAPPIJ

voor

Solieeps- en Werktuigbouw

,,FIJENOORD”

ROUERDAM

Kruisera – Torpedobooten

Onderzeebooten

Mailstoomschepen
Vrachtstoom8chepen

Baggermateriaal

Machine-installaties

tot 65000 P.K.

Scheeps-Zoelly-Turbines

Machines en apparaten voor

Suikerfabrieken, enz.

The Standard Bank

of South Afnica, Ltd

ROTTERDAM
– 15 COOLSINGEL

Telegr.-Alres: Africorum

(HOOFDKANTOOR: 10 CLEMENTS LANE, LONDON, E.C. 4)

FI.12,—=Jl.1.

MAATSCHAPPELIJK KAPiTAAL.
F1. 74.329.200,-

GESTORT KAPITAAL……..F1.
18.582.300,-

RESERVEFONDS …………
F1. 24.000.000,—

NIET GESTORT KAPItAAL….
F1 55.746.900,-

F1. 98.329.200,-

Meer dan 250
Kantoren
Behandeling van

Vertegenwoordigers en 1′

in Zuid-Afrika

Correspondenten

1

en elders.

alle Bankzaken.

over de geheele Wereld.
1

II

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

W
.,
H,’MULLER & Co.

REËDERS EN KOOPLIEDEN

HoOFMANTOOR:
‘s-GRAVENHAGE

HOLLAND-AMERIKA L1JN

GEREGELDE AFVAARTEN TUSSCHEN

ROTTERDAM en NEW YORK, BOSTON, PHILADELPHIA,

BALTIMORE, NEWPORT NEWS, NORFOLK, SAVANNAH,

NEW ORLEANS, CUBA, MEXICO en NEW YORK—JAVA.

Voor inlichtingen wende men zich tot de

HOLLAND-AMERIKA LIJN, WILHELMINAKADE, ROTTERDAM

Scheepvaart- en Steenkolen-Maatschappij – Rotterdam

Filialen: AMSTERDAM – IJMUIDEN – LEEUWARDEN – HARLINGEN

ENGELSCHE STEENKOLEN

GEREGELDE
LIJNEN
VICE-VERSA:

ROTTERDAM – LONDON; ROTTERDAM – HULL/GOOLE; ROTTERDAM – NEWCASTLE;

ROTTERDAM – LEITH

VA N RIJ N & Ç

UTRECHT – POSTBUS 40
1
R. S. STOKVIS & ZONEN Ltd – ROTTERDAM
UTRECHT – POSTBUS 40
1

FIJNE TAFELMOSTERD

P. Cbs & Leeffibruggeli

LEIDEN

Opgericht 1 Mei 1766

Tel. Intercomm. 370

Telegr.-Adres: CLOS

Sajetten en Wollen

Garens voor Hand-

en Machinebreien

_

Groote voorraden van artikelen op industriëel gebied

WEISE

Q ROTTERDAM

O CO,
L AMSTERDAM

Import van en Handel in

OV.ERZËESCHE PRODUCTEN

8peciaal
RUBBER, GUTTA-PERCHA en BALATA

20 NOVEMBER I0

3JAARGANG No. IS!
ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

£i1O 1616

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP

BLAAUWHOEDENVEEM

VRIESSEVEEM

AMSTERDAM

ROTTERDAM

ANTWERPEN

EXPEDITEURS

MAATSCHAPPELIJK

KAPITAAL:

f 10.000.000,—

EXPEDITIE

IN-
EN
UITKLARING

ASSURANTIE

RESERVE-

FONDSEN:

f
1.639.297,151

RUBBER-

ETABLISSEMENT

KINA – ETABLISSEMENT

PAKHUIS EN SILO-GEBOUW ,.ST. JOB”. ROTTERDAM

BEËEDIGDE WEGERS EN METERS

BEWARING
VAN
KOOPMANSGOEDEREN
TEGEN
UITGIFTE
VAN

,,CEDULLEN
AAN
TOONDER”

WELKE LEVERBAAR EN BELEENBAAR ZIJN

IVIODERNEAKOEL_ EN VRIESINRICHTINGEN
TE AMSTERDAM EN ROTTERDAM VOOR HET OP LAGE
TEMPERATUREN BEWAREN VAN AAN SPOEDIG BEDERF ONDERHEVIGE LEVENSMIDDELEN EN HANDELSWAREN.

CORRESPONDENTEN:

TE LONDEN: BRITISH BLAAUWHOEDENVEEM, LTD., 1 MINCING LANE, E.C.

BIJKANTOOR TE LIVERPOOL.

IN NED. INDIË: ,,HET INDISCHE VEEM” EN ,,DE SCHEEPSAGENTUUR”, BATAVIA, ENZ.

DIRKZWAGER’s SCHEEPSAGENTUUR

MAASSLUIS EN HOEK VAN HOLLAND

Belasten zich met het rapporteeren van schepen en het

behandelen van scheepszaken op den Nieuwen Waterweg

NIEUWE BERGING-MAATSCHAPPIJ

MAASSLUIS

Contracteeren voor het bergen van gezonken schepen en

ladingen, op de rivieren en buitengaats; belasten zich met

het instellen van duikeronderzoek, enz. enz.
DE SPAARNE-BANK

HAARLEM

Gestort Kapitaal èn Reserves f1.184.000,-

REKENING-COURANT, CREDIETEN, INCASSEERINGEN, ASSURANTIÉN,

WISSELS, EFFECTEN, COUPONS, PROLONGATIËN, DEPOSITO’S, ENZ.

__
1

W 1
1

MAC H t N E FA B R t E K

STORK-STU M PF

Gelljketroom-Stoommachlnes

STOOMTURBINES

Systeem Zoelly
Suikerfabrlek-I nstallatlön

Centrifugaalpompen

tiAduINUÂ6R:/ III N 6110

NMIR,)( &Co’s
B

ROTTERDAM. Zuidbiaak 56

Kneuterdijk 13

KAPITAAL f10.000.000,— VOLGESTORT

Directie: P. J. VAN OMMEREN, Jhr.
D. F.
REUCHLIN, S. S.
BOSMAN JR.

Raad van Commissarissen:
Mr. J. A. LOEFF,J. RUPPERDA WIERDSMA. A. C. MEES en Mr. A. J. MARX

NIJGH & VAN DITMAR’S
BOEK. EN RANDELSDRUKXERIJ. ROTTERDAM

Auteur