Ga direct naar de content

Jrg. 3, editie 133

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 17 1918

17 JULI 1918

Economisch – Statistische

Berichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID. FINANCIËN EN VERKEER

3E JAARGANG

WOENSDAG 17 JULI 1918

No. 133

ROTTERDAMSCHE

BANK VEREENIGING

Rotterdam ‘s-Gravenhage

Boompjes

Mauritskade

Delfshaven

Bezuidenhout
Féijenoord

Kneutérdijk
Glitshavën

Naaldwijk
Schiedain

kijijk
Vlâardingen

Schêviii

AmsterdaM
Rokin

Zaandam

KAPITAAL
EN
RESERVEN

/ 66000.000,-

N.V. Purness’ Sôhéepvaari Stooinvaart-Ilaatschappij

en Agentulir Maatschappij

NEDERLAND

ROTTERDAM—AMSTERD&M

AMSTERDAM.

Teiegram.Adres: ,,FURNESS”

Tilaf

StoonivaaÉt-Ilaatsohappij
oon
Nos.
ROTTERDAM
7744/47

AMSTERiAM
N 6666, N 1267
IV

Reeders, Cargadoors, Expediteurs, Kolen-
ROTTERDAIYISCHE LLOTD
handelareii, Stuwadoors, Assuradeurs, ètc.

ROTTERDAM.

TIJDELIJKE MA ILDIENS T

JAVA – SAN FRANCISCO Vice versa

via

Singapore, Hongkong, Manilla,
Nagasaki en Honolulu.

Speciale afdeeling voor het bevrachten
van scheepsladingen per stoomende en

zeilende ruimte.

AAN- EN VERKOOP VAN SCHEPEN

NATIjNALE
GEREGELDE LIJNEN VAN EN NAAE:
vRAcHTBOOTENDIENST

BALTIMORE
(l4oii.
Amer. Lijn) 01kG
10114
dagen
van Javâ naar
San Francisco
vice versa, in

BANK VE REE Nl GING

CARDIFF (en Birmingham District) wekelijks
‘MIDDLESBROUGH …..eiken Zaterdag

vereeniging met de Java-China-Japan Lijn.

Hoofddirectie en Centrale
‘STOCKTON ON TEES

.

.
eiken Zaterdag
SUNDERLAND…….eiken Zaterdag
JAVA—NEW
YORK LIJN.
Admini8tratie te Utrecht
‘ALEXANDRIE ……elke
2/3
weken
CANADA (via Londen)

.

.

.

elke
10
dagen
GeregeldevrachtbootendienstvanNewyo,k
Alkmâar,

Alphen
a.
d. R.,

Amersfoort,
AUSTRALIE (via Londen)
.

.

elke
14
dagen
‘ZUID-AMERIKA
naar
Nederlandsch-JndM
Vice versa, via het
Apéldoord,

Arnhem,

Assen,

B3iuiCvéld,
(via Antwerpen) elke
2/3
weken
‘MAROKKO (via Antwerpen)

14
Panama-Kanaal

in

samenwerking

met
Bodegraven, Borculo, Boskoop, Den Burg
.

elke

dagen
CUBA (via Liverpool).

.

.

.

elke
10
dagen
andere Maatschappijen. (Texel),

Coevorden,

Culemborg,

Delft,
Doorvrachten naar an van all@ deslen
div
werald.
Deventer, Doetinchem, Dokkum, Dordrecht,
Levering van Engelsche Stoomko!.n
in

OaskoI.n.
JAVA—BENGALEN
LIJN.
Drachten, ‘Ede,

Franeker,

Geldermalsen,

Dienaten Ujiens dan oorirg gestaakt.
Goes, Gorinchem, Gouda, Groenlo, Gronin-
Geregelde

dienst

van
Nederlanclsch-Indiê
gen, Haarlem, Harlingim, Heerènveen, Den naar Rangoon en
Calcutta
Vice verHa.
Helder, Hengelo (0.), Hoogeveed, Hooge-

zand, Hulst, Katwijk, Leeuwarden, Leiden,
Lochem, Meppel, Middelburg, Nijmegen,
JAVA-CHINA-JAPAN LIJN.
Oostburg, Purmerend,

Schagen, Schoon-
hoven,

Sliedrecht,

Sneek,

Stadskanaal,
Geregelde

stoomvaartdiensten

tusschen Terneuzen, Tholen, Tiel, Uithoorn, Utrecht,

Nederlandsch-Ina’ië, China
en
Ja pan.
Veendam, Veenendaal, Vlissingen, Wilder-

vank, Woerden, Ijmuiden, Zeist, Zierikzee,
Zutfen, Zwijndrecht.

Nationale
i

JAVA—PACIFIÔ
LIJN.

KAPITAAL
EN
RESE1WÈ
(onder Directie der Java—China—Japan
Lijn) maandelijk8che dienst tusschen
Ncder-

/
7.200.000,
landsch-Indië
en
San Francisco.
via
Manilla

Lévensverzekering-Bank
en
Hong-Kong.

De aandacht wordt gevestigd op de afgifte
van Binnenlandsche Credietbrieven,
waardoor in ruim 70 plaatsen in Nederland
gelden franco kunnen worden opgenomen.
OPGERICHT 1 863

ZUID-NEDERLANDSCHE

HANDELSBANK

Kapitaal f3.000.000,-

EINDHO VEN – TILBURG

1
s-HERTOQENBOSCII

BREDA

MAASTRICHT

SITTARD

VENLO

HANDELSCREDIETËj

Incasseering van Wissels – In- en

Verkoop van Buitenlandsch Papier

Effecten – Coupons

DEPOSITO’S

F. & W. VAN DAM

Makelaars in Asstirantiën

Wijnhaven 63 – Rotterdam

belasten zich met het

plaatsen van

alle Assurantiën,

onverschillig van wel-

ken aard, geene uit-

gezonderd.

TE

ROTTERDAM.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
‘S

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP

Wilton’s Machinefabrieken Scheepswerf

ROTTERDAM

Scheepsbouw en Machinefabriek

Speciale inrichting voor reparatiën van élken omvang

Drie droogdokken met lichtvermogen tot
14000
ton

Dwarshelling

Drijvende kranen met lichtvermogen tot
120
ton

Telefoon: 7303 en 7304

Telegramadres: ,,WILTON” Rotterdam

HELDRING
&
PIERSON

BANKIERS

‘s-Gravenhage,
Korte
Vljverberg, hoek
Doelenstraat.

KLUISINRICHTING.


Bewaarplaats voor
.
Koffers met waardevollen inhoud en
••

EIGEN BRANDKASTEN.
Verzekering tegen alle gevaren aan bewaargeving verbonden.

VEREENIGDE CHEMISCHE FABRIEKEN

Telefoon: 2053, 2072 en 2073

Hoofdkantoor: Haringvliet No. 100
L

choorSteenbouV
Telegram.Adres: ,,RODUMA”

ROTTERDAM

KUNST.MESTSTOFFEN

0

Fabrieken te: KRALINGSCHEVÉER, ZWIJNDRECHT en GRONINGEN

PRACTISCH

Algem

eene Nesche Hypotheekbank

EFFECTENBOEK

LEEUWARDEN

ter vereenvoudiging van admini-

stratie en ten
g
ebruike voor de
E
Kapitaal
/
1.000.000,—

Reserves

/147.573,

Ijitstaand bedrag Pandbrieven ruim

VERMOGENSBELASTING

/
8.000.000
9

1,25

41/r0/

Pandbrieven

99
0/

Verkrijgbaar

bij

den

Boekhandel

en

bij
4


o/
o
Eandbrieven â 91
0/0

NIJGB&VANDITMAR’SUITG.-MXJ,R’DAM

WAMSTERDAM

Land- en Scheeps-Machines

Dieselmotoren
Installatiën voor Suikerfabrieken

Polderbernalingen

Rollend Spoorwegmateriëel

IJzèrconstructiën

ECONOMISCH-STATISTISCHE BEFUCHTEN

Maatschappij tot Exploitatie van Stâatsspoorwegen.

UITGIFTE VAN EENE

5 pCt. Geldleening groot f 14.000.0
.
00,—

(in obligatiën ad
/
1000,—.)

Koers van Uitgifte
100
1
/s
pCt.

De
inschrijving
is opengesteld op VRIJDAG 19 JULI 1918 van
9 uur voormiddag tot 4 uur namiddag te AMSTERDAM IN DE

FACTORIE DER STAATSSPOORWEGEN, ROKIN 46.

Tot dat tijdstip kunnen Aandeelhouders en Oprichters der }4aatschappij een

recht van voorkeur tot het nemen der Obligatiën uitoefenen.

De toewijzing zal plaats vinden v65r of op
23
Juli
1918.

De
leening is
aflosbaar
bij uitloting in 6o jaren per gelijke annuiteit voor rente

en aflossing. De Maatschappij behoudt zich evenwel het recht voor te allen tijde tot

vervroegde aflossing over te gaan.

De
storting
moet plaats hebben te Amsterdam bij de ASSOCIATIE-CASSA of te

Rotterdam bij de heeren JAN HAVELAAR & ZOON (Agentschap Nederlandsche

Handel-Maatschappij, Rotterdam), op den
len
Augustus’ 1918,
met bijbetaling van

het zegelrecht op de nota van toewijzing ad. Y2 per mille.

Prospectussen en Inschrijvingsbiljetten zijn te bekomen bij ondergenoemde kantoren,

alwaar ook inschrijvingen kunnen worden ingeleverd tot en met Donderdag 18 Juli a.s.

te:
bij:

Almelo,
de Heeren Ledeboer & Co.
Amsterdam,
de Associatie-Cassa (tusscheri
10
uur ‘s morg. en
‘i
uur namidd.)
Arnhem,
N.V. van Ranzow’s Bank.
,
Breda,
den Heer Frans Laurijssen.
Deventer,
de Firma G. Vermeer Johz.
Dordrecht,
de Amsterdamsche Bank (kantbor Dordrecht).
‘s-Gravenhage,
cle Heeren Scheurleer & Zoonen.
Groningen,
Nationale Bankvereeniging (kantoor Groningen).
Haarlem,
cle Haarlemsche Bankvereeniging.
‘s-Hertogenbosch,
de’ ‘Heeren Victor A. van Rijckevorsel & Tilinan.
Leeuwarden,
Nationale Bankvereeniging (kantoor Leeuwarden).
Leiden,
Scheurleer & Zoonen’s Bank.
Maastricht,
het Agentschap der Gelciersche Credietverceniging.
Rotterdam,
cle Heeren Jan Havelaar & Zoon (Agentschap der Nederlandsche
1-landel-Maatschappij, Rotterdam).
Schiedam,
Amsterdanische Bank, (kantoor Schieclam).

utrecnt,

~de
het Centraalbureau der Maatschappij,
Heeren Vlaer & Kol.
Venlo,
cle Bank en 1

landelsvereeniging voorheen P.
J.
Berger.
Zutphen,
cle Heeren P. F. C. Briinings & Co.

z

ii
WO C,
~
de
cle Hecren Van Esch & Co.
1-leeren A.
van
Deventer & Zonen.

Ten opzichte van de nadere voorwaarden dezer leening wordt verwezen naar

het prospectus.

De Directie,,
Amsterdam,
13
Juli 1918.

VAN
KRETSCHMAR.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

KONINKLIJKE STEARINE KAARSENFABRIEK GOUDA

GOUDA

GOUDA KAARSEN

NAÇHT-, THEE- EN SCHEMERLICHT

STEARINE

KAARSENPIT

OLEINE

CHEMISCH ZUIVERE EN ALLE ANDERE SOORTEN GLYCERINE

NEDERLANDSCHE HANDELMAATSCHAPPIJ

GESTORT KAPITAAL
f
70.000.000,—

STATUTAIRE RESERVE f
11.595.462,-

Hoofdkautoor: AMSTERDAM

Agelltsohappeu te ROTTERDAM
011 ‘S-GRAVENIIAGEI

Vestigingen in de voornaamste plaatsen van
NEDERLANDSCH-INDIË,

in de STRAITS.SETTLEMENTS, in BRITSCH-INDIE en in CHINA.

In- en Verkoop van Wissels en Telegrafische Transferten,

Incasseeringen en Financieeringen, Schriftelijke of Telegrafische Credieten,

Reiscredietbrieven, Deposito’s, Rekeningen-Courant,

Administratie van Effecten en alle andere Bankzaken.

Jö&fr~

3ha2o-4c7e#F/

JJ

@%57n1ssQcm%e

2/,
7
cr//

clm (I 9om,ter/z
784′
e

rad
a/Vcraafl7y
/S5.

NEDERLANDS CHE BANKINSTELLING

VOOR WAARDEN EELA5T MET VRUCHTGEBRUIK EN PERIODIEKE UITKEERINGEN

Directie:
n.SCNWAPZ
en Mt. H. F&.van
MAASDIJk

Geplaatst
Kapitaai
f
5.000.000,-

Reserves f 81 5.000,-

Pandbievenkapitaal
ruim
f.23.500.000,

41/
EN
5%
PAN DI3RIEVEN TEGEN 13EURSK0ERS

R. MEES & ZOONEN

ANNO 1720

BANKIERS

ASSURANTIE-MAKELAARS

SCHIEDAM

ROTTERDAM

VLAARDINGEN

ROTTERDAM

AMSTERDAM

Behandeling van alle Bankzaken

Bezorging van alle Assurantiën

/7 JULI 1918

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Economischm,

statistische

Berl”chten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

3E JAARGANG

WOENSDAG 17 JULI 1918

No. 133
1

INHOUD

flIz.

Dz
ZOMERCONFERENTIE DER VEREENIGING %’OOR INTERNATIO-
NAALRECHT
………………………………
629
De Zweedsche Valuta door
1. de Brnyn …………..
631
De Petroleurnovereenkomst tusschen Roemenië en de
Middenrijken ………………………………
632
Engeland’s financieele toestand door G.
M.
Boissevain ….
636
De katoenvoorziening in Engeland ………………..
637
AANTEEKENINCEN
Nieuwe tarieven van postcheque en girodienst ……..638
Stand der cultures en uitvoer in Suriname……….
638
Nederlandsche Pacific-vaart ………………….
638
Scheepvaart van Spanje tijdens den oorlog ……….
639
Sociaal program der landarbeiders in Duitschland ….
639
REGEERINGSMAATREGELEN OP HANDELSGEBIED
…………
640
MAANDCIJ VERS:
Productie der Kolenmijnen ……………………
640
Ontvangsten van Spoor- en Tramwegmaatschappijen..
640
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN
………………
641-648
Geldkoersen.

.

Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.

Goederenhandel.
Bankstaten.

Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN
Algemeen. Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.

WEEKBLAD
ECONOMIBCH.STATISTISCHE BERICHTEN
Secretaris-Redacteur: G.
E.
Huffnagel.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 1132, Botterda?n.
Aangeteekende stukken.: Bijkantoor Ruige Plaatweg 37.

Telef. Nr. 3000. Tele gr.adres: Econom.isch Instituut.
Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 113,—. Buitenland en Koloniën f lJ,-
per jaar. Losse nummers 30 cents. Leden en donateurs van het Instituut ontvangen’ het
weekblad gratis.
De verdere publicaties van het Instituut uitgaande
ontvangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos,
voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.
Advertentiën f 0,35 per regel. Plaatsing bij abonne-ment volgens tarief. Administratie van ahonnementen
en advertenties: Ni.jgh & van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gravenhage.

15 JULI 1918.

De geldmarkt heeft in de afgeloopen week geen

aanleiding gegeven tot eenigerlei opmerking. De pro-

lon.gatienoteering was regelmatig 3 pOt. De weinige

wissels, die aangeboden werden, konden dagelijks

24 pOt. plaatsing vinden.

Eet in de laatste maanden regelmatig wederkee-

rende beroep op de geldmarkt van de regeering, heeft

ook deze maand weder plaats. De inschrijving is open-

gesteld op Maandag a.s. De promessen hebben weder-

om een looptijd van 3 en 6 maanden; de biljetten

echter hebben een korteren looptijd dan vorige keeren
en vervallen nu na 6 maanden in plaats van na 1. jaar.

De wisselmarkt was al even onbeduidend als de

geidmarkt. Er begint een echte vacantiestemming te

heerschen. De handel is uiterst gering en bij gebrek

aan buitengewone voorvallen blijven sterke schomme-

lingen uit. De koersen bleven dan ook alle vrijwel

stationu air.

DE ZOMERCONFERENTIE DER VEREENI.

GING VOOR INTERNATIONAAL RECHT. II.

Zaterdag j.l. heeft in het gebouw van den Hoogen
Raad
te
‘s-Gravenhage de bespreking plaats gevon-
den van de inleidingen voor deze bijeenkomst samen-
gesteld, aan welke in het vorig nummer van dit tijd-
schrift aandacht geschonken is. Het door de onder-
scheidene sprekers geuite was een mengeling van
optimisme en pessimisme, maar was toch algemeen

gekenmerkt door het openingswoord van den voor-
zitter Prof. Josephus Jitta: ,,Desespereert nimmer.”
De International Law Association, waarvan hier
de Nederlandsche groep vergaderde, heeft door zijn
afzijdige gedragiug in de oorlogsjaren de bevoegdheid
behouden, indien eenmaal de vrede weder daar zal
zijn, als bemidjdeleûd lichaam naar voren te treden.
De activiteit, aldus de voorzitter, – waarvan de
conferentie van Zaterdag ook een uiting was – heeft het oogmerk de kans niet te verliezen na den oorlog
het werk te kunnen hervatten.
De onderwerpen, die onzen lezers bekend zijn uit het
vorig nummer, werden door den voorzitter ingedeeld
in drie groepen: de algemeene, die welke aanleiding
kunnen geven tot het doen van stappen bij
de
Neder-
landsche Regeering en ten slotte dezulke, die door
het optreden van technische vereenigingen oplossing
zullen moeten vinden. Wij zijn weder tot beperking
verplicht en willen – waar reeds de dagbladen uit-
voerige verslagen gegeven hebben van het ter verga-
dering behandelde – slechts enkele aanteekeningen
maken van de punten, waarbij wij in het résumé der
jrae-adviezen stil stonden.
Allereerst komt aan de orde de inleiding van Mr.
G. W. J. Bruins getiteld ,,Internationaal Handels-
verkeer en Meestbegunstiging.” Mr. J. A. Levy, na
opgemerkt te hebben den invloed van Amerika op de
Entente, legt nadruk op de omstandigheid, dat de
• Vereenigde Staten. van het liberale beginsel neerge-
legd in het Underwood-tarief nog geen gebruik ge-
maakt hebben. Hij schetst Woodrow Wilson als
iemand, die niet als anti-protec1ionist beschouwd
moet worden. Met aanhalingen uit de verkiezingsreden
van den Amerikaanschei president werd betoogd,
dat Wilson het Payne-Aldrioh-tarief bestreed, omdat
Europa het vrijhandel-stelsel verlaten had en nu voor
Amerika de mogelijkheid bestaan moest relaties be-
treffende het douane-régime met de mogendheden aan
gene zijde van den Atlantischen Oceaan te kunnen
aanknoopen. Met een woord, dat tot het hart spreekt,
besloot Mr. Levy het oog op Nederland vestigende,
na het plan van onzen stad.houder Willen IV tot
invoering van een porto-franco gereleveerd te hebben:

630

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juli 1918

In naam van Oranje doe open de poort, Nederland
houde de meestbegunstiging in eere!

Mr. Bruins, den spreker beantwoordend, begint met

op te merken, dat niet aangenomen moet worden, dat
cle industrieele toestanden in den oorlog zoo volstrekt
gewijzigd zijn, dat uit dien hoofde algemeene wijzi-

ging in de handelspoltiek een noodzaak zou zijn en
verdedigt deze opmerking met er op te wijzen, dat

bij de onderzoekingen van den Verein für Sozial-

politik inzake de economische toenadering tusschen

Duitschland en zijn bondgenooten, bleek, dat de ver-vaardiging van oorlogsbehoeften in haar vèrreikendé

conseqiienties natuurlijk afzonderlijk beschouwd, de

plaats van de industrie in de hier bedoelde landen

in den grond van de zaak weinig verandering onder-
gaan heeft en evenzeer opmerkelijk is, dat de. voor-

en tegenstanders van de onderwerpelijke aangelegen-
heid in hoofdzaak nog tot dezelfde groepen van be-

langhebbenden behooren als ‘v66rdat de constellatie
der oorlogsjaren zich had opgebouwd. En dan over-
gaande tot Amerika, waarvan Mr. Levy gesproken

had, bij de beoordeeling van wat Amerika in den
kring van Geassocieerden zal uitwerken houde men,
indien recente uitingen daarbij beschouwd worden,

wel in het oog, dat de V. S zich nog bevinden in het
eerste jaar van den oorlog. Ook mag niet vergeten

worden, wanneer men zich de vraag stelt, wat Amerika
afkeerig deed zijn van de meestbegunstigings-clausule als zoodanig, dat bij de buitenlandsohe politiek van dit

land altijd op den achtergrond heeft gestaan de
mogelijkheid van verwezenlijking van het pan-amen-

kanisme. Nog werd
voorbijgaand
aangestipt, dat de

wensch het loon-niveau in de staten op peil te houden,
invloed uitoefende op den weg, die gevolgd werd.
Spreker gelooft, zoo min als zijn voorganger, dat
allengs Amerika geporteerd zou zijn tegen’ een pro-
tectionistische politiek, maar autonoom tot het uiterste
is evenmin wat hij van de V. S. verwacht.

Na deze besprekingen werd in de vergadering be-
handeld het onderwerp, ingeleid door Mr. C. D. Asser
Jr. ,,Herstel van onrecht in den Zeeoorlog.” Mr. B.
0. J. Loder, Raadsheer van den Hoogen Raad, is de
eerste spreker, die naar aanleiding hiervan het woord’

verkrijgt. Ingenomen met de denkbeelden van Mr.
Asser – men zie hiervoor het vorig nummer – zou
spreker verder willen gaan en reeds thans een voor-
bereidende actie willen zien inleiden. Wil Mr. Loder
dus niet bij de pakken neerzitten, toch is
hij
pessi-mistisch en dit doet hem vreezen, dat een optreden,
inzake herstel van onrecht in den zeeoorlog gedaan,
tot de Neutralen beperkt, bij de oorlogvoerenden een
minder gunstig onthaal zal vinden dan wanneer het
belang van alle geschadigden tezamen behartigd

wordt. Een
moeilijk
punt is vooral, dat het meeste

kwaad is voortgevloeid uit nieuwe wetten en bepalin-
gen, door de belligerenten in oorlogstijd geschapen. De
premissen van herstel van zoodanig kwaad
zijn,
dat de
betrekkelijke mogndheden hun fout erkennen, het-
geen voor dezè een stap van beteekenis zal zijn. Ook is
het zeer betreurenswaardig, dat beoefenaars van het
volkenrecht in het buitenland, die men vroeger beoor-
deelaars beschouwde te zijn, wier uitspraak aanvaard
kon worden, het thans doen voorkomen, dat hetgeen bij de Neutralen als groot onrecht gevoeld wordt een
volstrekt rechtmatige uitlegging is der wetenschap-
pelijke beginselen en vormt wat zij noemen het modern

oorlogsrecht. Spreker wil hopen, dat men er later
weer anders over zal denken; maar of dit reeds bij de vredesonderhandelingen het geval zal zijn, betwijfelt
hij. Maar hoe dit ook zij, ook Mr. Loder volgt het
woord van den voorzitter en zegt met Potgieter: Ik
hoop in mijn wanhoop nog.
De sceptische gevoelens van Mr. Levy, die hierna het woord verkrjgt, doet hem de opwekking uitspre-ken met eigen kracht in eigen boezem te trachten de
schade te herstellen in stee van hoop te koesteren ‘op een herstel van de zijde dergenen, die de onrechtma-
tigheden pleegden.

Mr. G. M. W. Jellinghaus, zich afvragend of onze

arbitrage-verdragen geen gelegenheid bieden met de
‘tegenpartijen over het onrecht, waarvan hier sprake

is, overleg te plegen en over onze economische positie

in het algemeen, stelt een motie voor waarbij o.m.
tot de Nederlandsche Regeering een verzoek -. in den

zin als bij de voorafgaande besprekingen onder oogen

gezien was – gericht wordt.

Mr. K. Jansma uit Amsterdam wil er op wijzen,
dat
bij
deze zaak van groot gewicht is wie als assura-

deur achter den gesehadigde staat. Een neutrale, of –
ten opzichte van wie het onrecht pleegde – een
vijandelijke assuradeur? Voor zooverre de assuradeur

Nederlander is, wil hij de aandacht er op vestigen,

dat men over dezen heenziend moet denken, dat het
verzekerd bedrag betaald is uit premiën, door den ge-
heelen Nederlandschen handel opgebracht, waarvoor
deze den consument wederom hoogere lasten heeft moe-

ten opleggen. Het groote risico, waartegen men zich
moest dekken door het allengs usautieel geworden on-

recht ons aangedaan heeft dus schade aan het geheele
Nederlandsche volk toegebracht. Deze toedracht weder-
om ongedaan te maken is uitermate bezwaarlijk. Niet
alleen op deze wijze werd Nederland getroffen, het

prijsmaken van schepen sneed den afvoer van goede-ren af, verbrak waardevolle handelsrelaties en onder-
mijnde menig commercieel bestaan. Als laatste factor,

die gewicht in de schaal zal leggen bij de kans het
kwaad gebeterd te
krijgen,
blijft nog het feit, dat hoe

groot de schade ook is, in den oorlog ons toegedaan,

van psychologischen invloed op de bedrijvèrs daarvan

zal
zijn,
dat door hen nog veel zwaarder geleden werd.
Mr. Asser, die de verschillende sprekers beant-
woordt, kan kort zijn, want verheuglijk is voor hem
te constateeren, dat oppositie tegen zijn denkbeeld

niet geuit is. Wat denaandrang, door Mr. J’ellinghaus
uitgesproken, betreft, wil hij meedeelen, zonder daarbij
in uitweidingen te kunnen treden, dat een bespreking

terzake met andere neutralen in voorbereiding is en
hieromtrent wel spoedig meer bekend zal worden.
Naar aanleiding van wat Mr. Jansma opmerkt, wil hij
even de aandacht vestigen op art. 284 van ons Wetboek
van Koophandel, dat aan den verzekeraar, die de
schade van een verzekerd voorwerp betaald heeft, alle

rechten overdraagt, welke de verzekerde terzake van
die schade tegen derden mocht hebben.

Dit punt van de agenda nu afgehandeld
zijnde,
ver-
zoekt de voorzitter aan de vergadering het bestuur
een algemeene opdracht te geven, in den geest van het
door onderscheidene sprekers geuite, het onderwer
verder in studie te nemen.

In den namiddag worden de besprekingen weder
aangevangen met het punt, waarvoor Mr. E. S. Orobio
de Castro Jr. een prae-advies schreef: ,,Het Interna-
tionale Verzekeringswezen.” Mr. R. Mees is van ge-
voelen, dat de wenscheljkheden voor de hervatting
van de werkzaamheden op het, gebied van internatiio-
naal verzekéringswezen door den inleider aan het slot
van zijn verhandeling genoemd: de bestudeering van
rechtsvragen, waarbij meerdere naties betrekking
hebben, inzonderheid behooren tot het onderwerp, het-
welk de conferentie zich ten doel stelt. Spreker zal
gaarne vernemen -in hoeverre ten deze reeds samen-
werking bestaat en ten aanzien der internationale
instituten voor classificatie, informatie enz., mede
door Mr. Orobio genoemd, in hoeverre deze naar het
oordeel van den prae-adviseur kans van verwezenlijking
bezitten. Mr. Mees zou bijv. wenschelijk achten, dat
bij het bestaan van meerdere classificatie-diensten- in onderscheidene landen een soort van normalisatie ten
aanzien der registers van deze bureaux zou komen.
De oorlog heeft ons te zien gegeven, dat, niettegen-
staande Lde verzekering door particulieren gegeven,
geen gebruik te zullen maken van bevoegdheden uit
hoofde hunner nationale wetgeving, de nakoming van
aangegane verplichtingen in het assurantie-bednijf te zullen verrichten, niettemin in elk opzicht in gebreke
gebleven werd en zulks reeds om – deze reden, dat de

17 Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

631

nakoming door regeeringsbesluiten volstrekt verboden

was gesteld. Als derde vraag zou Mr. Mees daarom
gaarne van den inleider vernemen, hoe hij meent, dat

in dozen toestand wijziging kan worden verkregen.

In zijn antwoord spreekt Mr. Orohio het gevoelen
uit, dat om te komen tot internationale regelingen
voor de Internationale Vereeniging van Zee-assura-

deuren, die ook op dit gebied werkzaam is van uiter-mate beteekenis zal zijn het contact met een lichaam

als de International Law Association, zoowel hier te

lande als ook in andere staten. Wat de nationale

decentralisatie betreft van de diensten ten behoeve van
het schedpsverkeer, zoo zijn zijne verwaohtingen’voor
dc nieuwe vestigingen niet groot en blijft hij opti-

mis tisch ten aanzien van internationale organisatie
in deze, want gelijk ook reeds Mr. Asser v66r hem

gezegd had, is ook hij van gevoelen, dat de strijden-
den van thans, indien het er na het beëindigen van
den oor]og op aankomt voor eigen commereieele be-langen regelingen te treffen, over rancunes wel zullen

heenstappen.

Komende tot de derde vraag, hem gesteld, merkt
Mr. Örobio op, dat de particulieren zwichten moeten
voor oor]ogsnoodzaak, welke lïun gebiedend gesteld
wordt. Hij zou echter gaarne zien, dat de materie naar
een volgende Haagseho vredesconferentie verwezen
wordt en wat de niet betaling van schadevergoedingen
betreft in cle zeeassurantie, w’aartoe de bujtenlancier
zich vcrp]icht
had[zou
naar zijn meening wel overwe-
ging verdienen het verplich t stellen van depôts door
buitenlandsche maatschappijen, welke in geval van
noodzaak als waarborg kunnen dienen.

Met eenige woorden van instemming begroette dc
voorzitter de uitlatingen van den prac-adviseur, dât

de bemoei ingen van dc International Law Association
in deze welkom zullen zijn.
ij
moeten hiermede het verslag der conferentie
beëindigen; de beperkte ruimte van een. weekblad
geeft niet de gelegenheid aan alle besprekingen de
aandacht te. schenken waarop zij aanspraak mogen
maken.
II.

DE Z WI’EDSCffE VALUTA.

.Dc belangrijke daling dcc Zwecdschie Kroon van
100 Hollandsche centen in November I.I. tot onder 70
cent is in de economische pers der laatste weken niet
onbesproken gebleven, ook in verband met de hervat-
ting der goudzendingeu van Nederland naar Stock-
holm.

Zoowel l:r. Van Lutierveld in cle ,,Econoinist” van

Juni, als ‘Prof. Bruins in de ,,Eeonomisch-Statistische
Berichten” van 26 Juni, behandelen dit onderwerp;
het is misschien werisehelijk aan liet door hen ge-
schrevene het volgende toe te voegen.

Niet, dat ik hun uitspraken wil critisee.ren; hij die
in deviezen handelt, weet te goed, dat hij zich vaak
vergist, omdat wel vele, maar nooit alle factoren, die
op den loop dor koersen invloed oefenen, hem bekend
zijn. Nimmer kan men zeggen, dat zekere koersloop
uitsluitend het gevolg is van zekere factoren, nimmer
ook beweren, dat zonder dien of dien factor de koers-
loop zus of zoo zou zijn geweest. Er zijn te veel in-vloeden, nationale zoowel als internationale, en elk
hunner dagelijks wisselend in intensiteit.

Vaak worden de internationale over het hoofd ge-
zien en een bewering b.v. dat de koers – we verplaat-
sen ons voor een oogenhlik in vredestijd – van de
Mark in Londen de uitdrukkiiig is van’den stand der
betalingsbalans tussehen Duitsehland en Engeland,
wordt gaarne geuit en gewoonlijk zonder tegenspraak
vernomen. Toch is die bewering onjuist, omdat bij
zoo’n oordeel de internationale arbitrage over het
hoofd gezien wordt. Indien de Mark te Londen gun-
stig voor Duitsehiand staat, kan zich toch het geval
voordoen, dat Duitschiand per saldo niets van Enge-
Ïand te vorderen heeft, indien sleehts de vorderingen
per saldo van Duitschland op andere landen, die re-
mise via Londen om een of andere reden verkiezen,
dien gunstigen koers rechtmardigen.
Helaas zijn we nu niet in vredestijd, maar toch
werkt de internationale arbitrage nog wei, al is het
ook niet zoo schitterend als onder normale omstandig-

heden en daarom is het verstandig om bij de bespre-
king van de sprongen der Zweedsche Kroon in Am-
sterdam de andere déviezen niet over te slaan. Aller-

eerst het Pond Sterling, voor Zweden, zooals voor vele

landen, nog steeds het hoofddevies. In het genoemde

tijdvak is Sterling te Amsterdam gedaald van 10,87 op
9,55, o.a. ten gevolge van gestopte invoeren van de

Vercenigde Staten en realisatie van aan Holland ho-monden intei’est en dividenden, vrachtpenningen en

p)ovenu’s van naar de V. S. en Engeland enz. ver-
kochte Indische producten. Of die daling in Sterling

moer aan Dollaraanbod dan aan Sterhingaanbod te
wijten is, doet niets ter zake, want daar de Sterling-
koers te Now York gefixeerd is, gaan beide deviezen
alhier gezamenlijk op en neer.
Dat aanbod van Sterling in Holland deed zich na-
tuurlijk ook op de andere neutrale beurzen gevoelen,
want do hankier-arbitrageur, dit aanbod ziende, pro-
beert b.v. ook te Stockholm Sterling to verkoopen,
indien hij daarvoor een heteren prijs dan te Amste-
dam maken kan. Wil die operatie echter gelukken, dan
moet hij er in slagen Zweedsche Kronen te vrkoopen,
ôf te Amsterdam, bv. aan den houthandci, ôf op andere
neutrale beurzen aan de internationale arbitrage..
Slaagt hij daarin, dan wordt dus het aanbod van
Sterling uit Holland naar Stockholm overgebracht en zal daar het locale aanbod vergrooten.
Wat wijzen echter de noteeringen uitl Wij geven
hieronder dc noteeringen op drie data to Amsterdam
van Sterling en Kronen en te Stockholm van Sterling:

terIing

Kronen

Sterling

te A’darn.

te
A’dain.

te
Stoekh.

2 November 191.7. .

10,87

99,15

11,24

2 Januari. 1918 ..

11,06

78,05

14,08

31. Mei 1.918 ……

9,55

67,75

14,03

• Op 2 November bereikte cie Zweedsehe Kroon alhier liaar hoogsten stand. Deze cijfers tooneri aan, dat Ster-
ling te Stockholm inplaats van cle daling iii Sterling
ten onzent mee te maken, gerezen is, en gedurende de eerste vijf maanden van dit jaar vrijwel o:nve:randerd
bleef,
terwijl
Sterling alhier van 11,06 op 9,55 terug-
‘liep. De verklaring hiervan is o.a. te vinden in het
welbekende feit, dat de vraag voor Zweedsehe Kronen
hier te lande in vergelijking tot de Sterliugmarkt
hier en te Stockholm zeer klein is, terwijl de indirecte
arbitrageweg evenmin helpen kon, omdat de meeste
deviezen hier goedkooper varen dan in Zweden, zoo-
dat van verkoop van Kronen alhier om Guldens te
‘ëreëeren, waarmede het Sterling betaald zou worden,
niets komen kon. Maar al bracht het groote Sterling-
aanbod alhier geen of weinig verlevendiging in de wis-
selzaken naar Stockholm, toch had het wel’invloed op
onze noteering van cle Kroon. ‘Tant de Amsterdam-
sche arbitrageur, op 2 Januari wetende, dat Sterling
te Amsterdam 11,06 en te Stockholm 14,08 is, berekent
daaruit de pariteit van de Kroon te Amsterdam op
.78,55. Hij biedt dua iets lager enlaat iets hooger en
het resultaat is dien dag een noteering van 78,05,
welke noteering misschien beduidend lager is dan die
van den vorigen dag, zonder dat de omzetten in Kro-
nen in verhouding tot die daling varen. En op 31 Mei berekent hij de pariteit van 9,55 en 14,03 op 68,07 en
.wordt de noteering 67,75.
Hieruit mag dus waarschijnlijk het gevohg getrok-
ken worden, dat het aanbod van Sterling alhier van
meer invloed is op onzen Kronenkoers dan de directe
handel tusschen Holland en Zweden.
Wil men nu de vraag stellen: Aangenomen dat
Ste:rling het hoofddevies voor Zweden is, wat hetee-
kent dan de stijging van Sterling te Stockholm van
11,24 tot 14,—, welke rijzing, die een daling in de
appreciatie van de Kroon beteekent, tengevolge had,
dat de Kroon te Amsterdam van 99 op 78 terugging,

632

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juli 1918

dan is het antwoord, dat het saldo der betalingsbalans

van Zweden tegenover het geheele buitenland, zoover

dat. in wissels te verrekenen viel, van voordeelig na-
deelig voor Zweden geworden was. Stilstand in de
scheepvaart, stilstand in het verkeer met Rusland,
geringere exporten, hoogere invoerprijzen, aankoopen
van Treasury buis, alles kan daartoe meegewerkt heb-
ben. Of echter de druk op den uitvoer, tengevolge van
de stijging der Kroon, waarvan Prof. Bruins spreekt,

zoo beduidend geweest is als hij meent te moeten aan-
nemen, valt te betwijfelen, immers de behoefte aan

hout, enz. was zoo groot, dat ook de hooge vraagpri.jzen

van het laatste jaar door het buitenland betaald
werden.

In een paar woorden kan men het voorgaande resu-

meeren door te zeggen, dat de voornaamste wisselkoer-
sen van een land zich naar de algemeene betalings-

balans regelen en dat de minder belangrijke koersen

zich regelen naar de verhouding tusschen de voor-
naamste deviezen der beide landen.

Een ander voorbeeld daarvan is de koers van de
Bulgaarsche Leva ten onzent, die thans sterk gedepre-
cieerd is, hoewel er
vrijwel
geen handel tusschen beide landen en geen handel in het devies is. De koers wordt

eenvoudig bepaald door de pariteit tusschen de Mark
te Sofia, .het belangrijkste
devies voor Bulgarije en de,
ook in Holland belangrijke; Mark te Amsterdam.

Geheel eens ben ik het echter met Prof Bruins in

zijn toejuichingen over het succes der Nederlandsche
Bank in haar onderhandelingen met de Zweedsche

Rijksbank. Dit succes is er niet minder om door het
feit, dat de onjuiste bepalingen, welke in Zweden de
bankbiljettenuitgifte en’ gouddekking regelen, thans
bij de steeds
stijgende
uitgifte de Rijksbank tot goud-
aankoop dwingen.

De Nederlandsche Bank heeft gedurende den oorlog
haar politiek niet behoeven te wijzigen en daarmede
bewezen, dat de basis zoowel als de toepassing dier
politiek. de juiste zijn, terwijl Zweden door de ervaring

geleerd heeft, dat bij haar aan beide veel haperde. Dat
het die ervaring
Wil
benutten, blijkt waarschijnlijk uit
het bericht, dezer dagen in de Frankfurter Zeitung
opgenomen, dat als volgt luidt:

,,Aus Stockholm, 21. Juni, wird uns geschrieben:
,,Die Regierung hat eine aus 7 Wissenschaftiern und Bankfachleuten bestehende Kommission eingesetzt,

die den Zusammenhang zwischen der Erhöhung des
Notenumlaufs und der allgemeinen Preissteigerung
crgründen und untersuchen soli, weichen Einfluss es
auf den Preisstand haben würde, wenn man den Weeh-
seldiskont erhöhte und der Rèi’il gestattete, ver-
zinsliche Depositen anzuuehmen. Ferner soli die Kom-
mission feststellen, was dureh eine Regelung der
Kreditgewiihrung an das Ausland zu erreichen ist.”

Wel worden hier de bestaande fouten niet met name
genoemd, maar ongetwijfeld zal, nu de bal aan het rol-len wordt gebracht, naar verbetering worden gestreefd.

Laat ons hopen, dat de correspondentie tussôhen
beide circiilatiebanken aanleiding moge geven, dat de
politiek der Hollandsche als voorbeeld gesteld wordt.

1. DE BRUYN.

DE PETROLEUM-OVEREENKOMST TUSSCHEN

ROEMENIE EN DE MIDDENRIJKEN.

Een medewerker schrijft: –
Bij den vrede tussehen de Middenrijken en Roeme-
nië is o.a. ook een ,,Petroleum-Abkommen” gesloten,
waardoor Duitschiand en Oostenrijk-Hongarije blij-vende zeggingschap in de Roemeensche petroleum-
industrie hebben weten te verwerven. Zonder op de

feitelijke details van de overeenkomst in te gaan (wie
zich daarvoor interesseert kan die b.v. vinden in het
Duitsche tijdschrift ,,Petroleum” van 15 Mei 1918,
No. 16) worde hier in het kort de economische betee-kenis daarvan besproken.

Teneinde een juist begrip te
krijgen
van de waarde
dor Roemeensehe olieproductie voor Duitschland en

Oostenrijk-Hongarije, moeten om te beginnen enkele

woorden gezegd worden over de
wijze,
waarop deze
landen v66r 1914 van petroleum-derivaten werden

voorzien. Duidelijkheidshalve moet er echter voor-
eerst op gewezen worden, dat de Middenrijken, ook nu

de vrede met Roemenië geteekend is, voor den tijd
tot aan den, algemeenen vrede
de geheele Roemeen-
sche productie en afzet onder contrôle van de Dèut-

sche Miiitr Verwaltung behouden. Het ,,Petroleum-
Abkommen” is dus in hoofdzaak bedoeld, voor nt den

a]gemeenen oorlog, hetgeen tot goed begrip van het
volgende in het oog dient te worden gehouden.

D u i t s c h 1 a n d. De invoer van olieproducten
in dit land bedroeg v66r den oorlog ongeveer 1.300.000

ton, waarvan 750.000 ton kerosine (lampolie), 250.000

ton benzine, 250.000 ton smeerolie en 50.000 ton

gasolie. Deze import had voornamelijk plaats uit de

Vereenigde Staten en voorts uit Galicië, Rusland,
Roemenië en voor benzine uit Nederlandsch-Indië.

De import in Duitschland in 1913 van alle aard-

olieproducten te zamen (afgerond) bedroeg:

Vereenigde Staten….

730.000 Tonnen
Galici’ë …………..
Rusland …………
Roemenië………… Ned.-Indië ……….
Britsch-Indië ……..
Diversen …………

Totaal ……

230.000 160.000
120.000
50.000
5.000 5.000

1-300.00b
Tonnen

Verder beschikt Duitschiand over een geringe eigen
ruwe-olieproductie, die, ondanks alle moeite om haar te vergrooten, niet meer dan ongeveer 10 pOt. van de
vôôr den oorlog jaarlijks ingevoerde hoeveelheden be-

draagt. De Duitsche uitvoer van olieproducten was
oubeduidend.

Toen na Augustus 1914 Duitschiand afgesneden
werd van allen aanvoer overzee, trad, ook wat de voor-
ziening van olieproducten betrof, een moeilijke tijd
in, temeer daar Roemenië, ook zoolang het nog neu-
traal was, uitvoerverboden legde op verschillende den-
vaten, waaraan in Duitsehiand, uit den aard der zaak,
een zeer dringende behoefte bestond. Door talrijke
Ersatzmittei, verkregen uit steenkool- en bruinkool-
destillatie, door de fabricage van Teerfettoele, die de
smeerolie moesten vervangen en door de voor export

vrije hoeveelheden der Oostenrjksch-Hongaarsche pro-
ductie, clie vôér den oorlog naar diverse landen gin-
gen, vrijwel geheel tot zich te trekken, heeft Duitsch-
land zich, zooals het verloop van den oorlog geleerd heeft, wei vrij voldoende weten te redden, doch toch
niet zôôzeer, dat men daar niet het uiterst groote
belang van een regelmatigen aanvoer van oiieproduc-
ten, ook nâ den oorlog, zou hebben loeren inzien.

De duikbootoorlog, die de wereldtankvloot voort-
durend kleiner doet worden en het van Entente-zijde
meermalen geopperde denkbeeld om Duitschiand ook
nii den oorlog uit te sluiten van den aanvoer van
Rohstoffen”, hebben begrijpeljkerwijze de vraag,
Q
na het einde van den oorlog dit land te voorzien
van de voor de industrie en het verkeer steeds meer
onontbeerlijk wordende olieproducten, de belangrijk-
heid van een nationale levenskwestie geschonken.

De ineenzinking van den Russischen kolos en de
daaropvolgende capitulatie van Roemenië hebben de
oplossing van dit probleem voor Duitschland verge-
makkelijkt. Roemenië exporteerde van
zijn
normale
productie, die gesteld mag worden op ongeveer
1.900.000 ton ‘s jaars, v66r’ den oorlog ongeveer 55
pOt., t.w. ruim 1.000.000 ton.

Deze uitvoer had in de eerste plaats de geheel na-tuurlijke bestemming naar de verschillende Middel-
landsche-Zeelanden en verder naar Franrijk en
Engeland. Doch ook Duitsehiand kreeg zijn deel, zoo-
als blijkt uit de volgende afgeronde
cijfers
van den
export van Roemenië in 1913 van alle aardoliepro-
ducteii te zamen:

17 Juli
1918

L
ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

633

Midd.-Zeelanden ……320.000
Tonnen
Engeland…………
235.000
Frankrijk ……….
150,000
Duitschiand ……….

120.000
Oostenrijk-Hongarije

75.000
Diversen …………
130.000

Totaal ……
1.035.000
Tonnen

De producten met bestemming naar de Middelland-
sche-Zeelanden, Engeland en Frankrijk gingen via,
Oonstanza over zee; die naar diverse landen en zelfs

die naar Duitschland voor het grootste deel langs
denzeifden weg. Het transport over den Donau was

namelijk nog z66 gebrekkig, doordat deze rivier voor
schepen van groote capaciteit niet te bevaren is, dat

zelfs Neurenberg goedkooper voorzien werd over zee
via Hamburg dan over den Donau via Regensburg.
1)

Door de aan de wereldtankvloot toegebrachte ver-

]iezen zou Roemenië na den oorlog, ook indien het
daartoe werd vrijgelaten, hoogstwaarschijnlijk den
export van voorheen niet direct op dezelfde wijze kun-
nen hervatten. De Donau echter, hoewel nog lang

niet in staat om den
geheelen,
export van Roemenië
naar zich toe te trekken, is toch gedurende den oorlog
reeds zoôveel verbeterd, dat hij een veel grooter kwan-
tum dan voordien zonder bezwaren zal kunnen ver-

voeren.
Zoo
is de doorvaart dooi’ de IJzeren Poort
vergemakkelijkt en werd de pijpleiding naar Constanza
door de Duitschers verlegU naar Giurgiu, zoodat de
aanvoer van de productiecentra naar den Donu ook

zeer is vereenvoudigd.
De onzekerheid omtrent de capaciteit en verdee-ling der wereldtankvloot na den oorlog en de reeds
genoemde Entente-plannen hebben dus voor Duitsch-
land, Roemenië tot het aangewezen olieproductie-land
gemaakt, terwijl door de eerste van deze twee facto-
ren en de verbetering van den Donau, waaraan nog
steeds krachtig wordt voortgewerkt, Roemenië in
Duitschiand veel meer een
natuurlijk
afzetgebied
voor
olieproducten is komen te vinden dan zulks vôôr den
oorlog het geval was.
1-let feit, dat deze twee landen elkaar door .den juist
gesloten vrede gevonden hebben als consument en
producent vaR olieproducten, blijkt dus, althans voor
den tijd, dat de hierboven genoemde factoren nog van
kracht zullen blijven, geheel logisch te zijn.

Oostenrijk-Hongarije. Hetbelangvandit
land bij de Roemeensche olie is geheel verschillend
van het hierboven geschetste Duitsche. Oostenrijk-
Hongarije is zèlf een olie-pi’oduceerend land (Galicië)
en brengt zelfs veel meer voort dan het eigen gebruik
bedraagt, ondanks het feit, dat de productie sinds
1909 van 2.000.000 ton tot ongeveer 700.000 ton per
jaar is gevallen.
De Oostenrijksch-Hongaarsch raffinage-industrie is
echter ingericht op de groote productie van weleer.
Het gevolg hiervan is, dat de capaciteit van deze
raffinage-industrie op -het oogenblik veel grooter is dan de eigen productie, wat weder reeds sinds jaren
een voortdurende dringende vraag naar ruwe olie van de zijde der fabrieken met zich medebracht. Hierdoor
ontstond de, ook elders en in andere industrieën zoo
vaak waargenomen wantoestand, dat de prijzen van
het ruwe product steeds veel te hoog zijn ten opzichte
van de prijzen der fabrikaten. Een zeer kwijnend be-
staan van diè fabrieken, welke niet over een eigen pro-ductie beschikken en groote winsten voor de ruwe-olie
producenten zijn van liet een en ander het resultaat.
Teneinde in dezen toestand verbetering te brengen,
waren ook vôbr den oorlog wel reeds eenige hoeveel-
heden ruwe olie uit Roemenië aangevoerd ter ver-
werking in de Hongaarsche
raffinaderijen,
doch dit
kwantum steeg, om verschillende redenen, nooit bo-ven de 25.000 ton per jaar en was dus inderdaad on-
beduidend klein. Nu bij den zoo juist gesloten vrede
de Oostenrijksch-Hongaarsche Regeering kans zag be-
slag te leggen op een deel van de Roemeensche olie,

) [v1en zie de artikelen, aan den Donau gewijd, in
No. 86
en
87. –
Red.]

heeft zij dit, met het doel de nationale raffinage-in-

dustrie te steunen, natuurlijk niet nagelaten. De
Staats-raffinaderij in Drohobycz (Galicië), met een
capaciteit zoo groot als de geheele tegenwoordige Ga-
licische ruwe-olieproductie, maakte dat de Oosten-

rijksch-Hongaarsche Regeering in dezen niet slechts

opkwam voor het belang van een zeker deel der natio-
nale nijverheid, doch -evenzeer voor liet directe belang

der schatkist.
Terwijl dus de toevoer van Roemeensche producten

voor
Duitschlan.d
in de eerstvolgende jaren wellicht een direct
levensbelang
genoemd kan worden, is do
Roemeensche olie voor de Oostenrijksch-Hongaarsche

i’affinage-industrie wel uiterst welkom, doch voor do
O.-H. Monarchie
toch van
secundaire beteekenis.

Is dtt deel van de Petroleum-overeenkomst, waarbij

de geheele Roemeensche olie-export voor Duitschland
en Oostenrijk-Hongarije gereserveerd wordt (voorloo.

pig zal
Y4
daarvan naar Oostenrijk-Hongarije gaan
en Y4 naar Duitschland) bedoeld permanent te
zijn? Of zal deze export-overeenkomst slechts van tij-

delijken aard zijn? –
Op deze, voor de toekomst en ontwikkelingsmoge-
ljkheid van de Roemeensche petroleum-industrie zoo
zeer
belangrijke
vragen- is met zekerheid geen ant-
woord te geven, daar de bedoelingen der Duitscho
en O.-H. Regèeringen nog niet bekend geworden zijn.

Door de verschillende factoren, die hierbij van be-
lang
zijn,
goed te belichten kan men echter wel tot
een meening komen, die voldoende logisch is om een
redelijke kans te hebben van naderhand te blijken
juist te zijn geweest. –

Wat Oostenrijk-Hongarije betreft schijnt
het antwoord- op bovengestelde vraag zeer eenvoudig.
Daar het niet te .vervachten is, dat de Galicische olie-
productie nog wel eens de hoogte van weleer zal be-
reiken, is er reden om aan te nemen, dat Oostenrijk-
hongarije een bestendig kooper van olie op de iloe-meensche markt zal
blijven.
De zoo juist gesloten
export-overeenkomst zal dus, wat den uitvoer naar Oos-
tenrijk-Hongarije betreft,’waarschijnlijk een inderdaad
blijvend
karakter dragen, hoewel in den vorm na-
tuurlijk wijzigingen kunnen worden aangebracht.
Roemenië zal zich echter met de gedachte vertrouwd moeten maken steeds belangrijke hoeveelheden ruwe

olie naar O.-H. uit te voeren.
Voor D, u i t s c h 1 a n d is de vraag gecompliceer-
der. Doch ook hier kan men tot beantwoording daar-
van komen door na te gaan in hoeverre het in
Duitschiand’s belang zal zijn den Roemeenschen olie-
export permanent aan zich te binden.
Zooals hiervôôr uiteengezet, is de band, dio ont-
staan is tusschen Roemenië en Duitschiand als pro-ductie- en consumptieland van aardolie, niet slechts.
op bevel van den overwinnaar tot stand gekomen (de
Duitsche Generale staf heeft een ongewoon groote
stem in het kapittel gehad), doch waren daarvoor
evenzeer
natuurlijke
oorzaken aanwezig. De meeste van deze natuurlijke oorzaken zijn echter, zooals wij
zagen, hoogstwaarschijnlijk vaii slechts tijdelijken
aard. Zij zullen alleen bestaan gedurende de ,,Ueber-
gan gswirtschaft”.
Wanneer de oorlogsnaweeën geleden zulle.n zijn,
zal de aanvoer van olieproducten uit de Vereenigde
Staten en Mexico naar Duitschiand zeer waarschijn-
lijk voor vele van de diverse olieproducten weder
meer economisch kunnen geschieden dan vanuit Roe-
menië, en tenzij men verwacht, dat nt den oorlog de
wereld er zal blijven uitzien als twee aan elkaar vijan-
dige kampen, schijnt het logisch om aan te nemen,
dat Duitschland mettertijd zijn olieproducten weder
van dââr zal betrekken van waar het deze het meest
economisch kan geleverd krijgen.
Doch men meent wellicht, dat de ervaring, die
Duitschland heeft opgedaan in dezen oorlog, hoe de af-
hankelijkheid van producten, die vân overzee moeten worden aangevoerd, in noodgevallen bedenkelijk kan worden, dit land er toch toe zal brengen, ongeacht de

634

ECONOMISCI-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juli 1918

economische bezwaren, die daaraan verbonden zouden
zijn, de dienstbaarheid van den Roemeenschen olie-ex-

Port aan zich permanent te maken.

Zooa]s het ,,Petroleum.Abkommen” thans gesloten
is, schijnt echter een vrijwel uitsluitend op Duitsch-

land georiënteerde uitvoer van Roemenië, teneinde
dezelfde moeilijkheden voor Duitschiand te voorko-

men, geenszins noodzakelijk. Ook al zou mettertijd

de Roemeensche export weder vrijgelaten worden om

diè markten op te zoeken, die, met het terugkeeren
van normale economisch-geographisehe toestanden, ge-
leidelijk aan als natuurlijk afzetgebied van de Roe-

meensche productie aan belangrijkheid winnen, ook

dân zou de Duitsche Regeering nog steeds een zoo-danigen invloed op de Roemeensche petroleumpro-

ductie behouden, dat zij ingeval van nood, zonder op

zeetransport te zijn aangewezen, over belangrijke hoe-veelheden olieproducten kan beschikken.

Hiervoor is wel de medewerking van de 0.-11. 11e-

geering noodig. J)eze itegeering
krijgt
n.l. een belang-

rijke stem in liet bestuur der Oellndereien Pachtge-
selischaft m.b.H., aan welke Maatschappij door den

vrede vaii Bucarest de nog Vrije staatsterreinen
zijn
toe-
bedeeld en waaraan DuitschOostenrijksch-Hongaai’sch
en Roemcensch kapitaal deel zal nemen onder 1)uit-

sche leiding. Evenzoo in het bestuur van de Erdoel

Indiisti’ie Anlagen Geselischaft m.b.H., welke Maat-
schappij de onder dwang geliquideerde, aan de Mid-

denrijken vijandige, olieondernemingen in Roeme-

nië, die te zamen ongeveer 43 pOt. van de totale Roe-
meen sche productie vertegenwoordigen, zal exploitee-
ren met Duitsch en Oostenrijksch-Hongaarsch kapi-

taal, ook weder onder i)uitsche leiding. Ook zal de Oos-
tenrjksch-Hongaarsehe regeering aan den doorvoer
van olicproductcn uit Roemenië met bestemming naar

l)uitschland haar medewerking moeten vorleenen.
Doch deze medewerking is onder alle omstandigheden
noodzakelijk.

Ook zouden er, naar het voorkomt, reeds thans

zichtbaar practische bezwaren verbonden zijn aan een permanente verp] iehtiug, opgelegd aan de Roemeen –
sche olie-industrie, om, met negatie van de natuur-

lijke ecoriomiseh-geographische verhoudingen, den ex-
port hij voortduring naar 1)uitschland te doen ge-
schied cii. Een van die hôzwaren – en zeker niet een

van de minste – schijnt te zijn, dat machtige Duitsche
financieele groepen sterk bij de Roemeenscho olie-
industrie zijn geïnteresseerd. Deze groepen zijn na-
tuurlijk geheel bereid Duitschland van het noodige
tegen redelijke voorwaarden te voorzien. Ook zijn zij
bereid, zooals ook inderdaad gaat geschieden, om zeer
belangrijke kapitalen te verschaffen, teneinde de, aan
de reeds hierboven genoemde Oellndereien Pachtge-
seilschaft toegewezen, vrije oliehoudende staatsterrei-
nen (die door de Roemeensche Regeering reeds sinds
vele, jaren niet meer aan de bestaande Maatschappijen
werden afgegeven, en waarop deze, zelfs indien Roe-
menië buiten den oorlog ware gebleven, dan ook nim-
mer hadden kunnen rekenen) te exploiteeren. Zelfs
blijken zij er geen bezwaar tegen te hebben zich finan-
cieel te interesseeren bij de ook reeds genoemde Erdoel
Industrie Anlagen Geseilschaft. Doch liet schijnt
hoogstwaarschijnlijk, dat zij er zeer weinig voor zul-
len voelen om al het reeds geplaatste en nog te ver-
schaffen kapitaal bij voortduring uitsluitend in dienst
te stellen van het Duitsch Imperium, alsof oorlogs-
toestand normaal, en vrede een uitzonderingstoestand
ware geworden, althans indien door een andere ge-

dragslijn – hetgeen waarschijnlijk is – dat kapitaal
meer productief zou zijn te maken.

Gaat men te ver, door aan te nemen, dat de Duit-
sche regeering in deze ook met de Duitsche oliebelan-
gen rekening zal houden? Roemenië is tot nu toe het
eenige ]and, waar het Duitsche kapitaal zich sterk
voor olie-exploitatie heeft geïnteresseerd. Op petyo-leumgebied is Duitschland dan ook ten achter geble-
ven bij Amerika, Nederland en Engeland. Het ,,Petro-
leum-Abkommen” heeft nu het Duitsch kapitaal in

staat gesteld in Roemenië een zeer belangrijk arbeids-

veld te vinden en daardoor zal wellicht de Duitsehe

invlôed in de oliewereld winnen. Een permanente

dienstbaarheid van den Roemeenschen export aan het

Duitsche Rijk zou echter de eenige Duitsche petro-

leum-grootbelangen ernstig schaden en het lijkt niet
waarschijnlijk, dat de Duitsche Regcering op den

duur zulk een gedragslijn zal volgen.

Om deze – en nog andere redenen – mag men
dan ook wel aannemen, dat het ,,Petroleum-Abkom-

men”, voor zoover het den export naar Duitschiand

betreft, zal blijken slechts bedoeld te
zijn
voor de

13 ebergangswirtsehaft.

Zooals bekend, was de Roemeensche olie-industrie

v66r den oorlog geoutilleerd met een compleet ver-
werkingsbedrijf, hetwelk de ruwe olie tot diverse pro-

ducten verwerkte. Deze fabrieken zijn, evenals de ter-

reinen, eind 1916 voor het grootste deel verwoest. De
herstelling van de terreinen is door de Deutsche

Militlirvorwaltung na de bezetting van Roemenië

direct krachtig ter hand genomen. Do opbouw van de
fabfieken is daarentegen niet direct zoo energiek aan-
gevat.

Een voor Roemenië zeer belangrijke vraag is: zal
tengevolge van het ,,Petroleum-Abkommen”, dat
fabrielcsbedrjf
niet weder in staat worden gesteld

zich opnieuw geheel compleet in te richten?

Aan de hand van de korte hiervoren gegeven uit-

eenzetting schijnt het aan geen twijfel onderhevig, dat

Oostenrijk-Hongarije practisch gesproken slechts ruwe
olie zal venschen te ontvangen. Voor dien export be-
hoeft Roemenië dus zijn raffinaderijen niet op te

bouwen.

Doch zal Duitschland van den geschapen toestand
gehiuiik maken om zichzelf een nationale verwer-
kings-nijverheid te stichten, grooter dan de eigen
ruwe-olieproductie en in overeenstemming met de
Duitsche consumptie? En zal l)uitschland Roemenië

dus 664 om ruwe olie en niet om olieprodueteii

vragen?

Er is reden om aan te nemen, dat dit land zich
hoofdzakelijk tot den invoer van verwerkte producten
zal beperken en derhalve in tegenstelling met O.-H.
niet in hoofdzaak ruwe olie zal invoeren.

[ierboven namen wij aan, dat het ,,Peti’oleum-

Abkommen” voor zoover het den export naar Duitsch-
land betreft, slechts voor den tijd der Uebergangswirt-
schaft bedoeld is. Nadien zal, zoo werd gesteld, de
Duitsche import wederom vooi’ éen goed deel uit

andere landen plaatsvinden. En hieruit valt logisch af te leiden, dat Duitschland uit Roemenië oliepro-
ducten zal aanvoeren.
Duitsehiand, dat, zooals wij zagen, steeds op import
was aangewezen, had zich in vroegere jaren door be-schermende rechten, zoo gewenscht, wel een grooter
raffinage-bedrijf kunnen maken dan overeenstemt met
de kleine eigen ruwe-olieproductie (zooals b.v.
Frankrijk indertijd heeft gedaan), doch Duitschiand
heeft dit, naar het mij voorkomt, zeer wijselijk, achter-
vege gelaten. Zal dit land nu van het tot nog toe

ingenomen standpunt afwijken?
Een Duitsche raffinage-industrie zou in de toe-
komst, wanneer, naar het zich laat aanzien, de groote
waarde van olieproductcn voor tal van doeleinden
steeds meer gevoeld zal worden en daardoor de vraag
naar die producten nog z66r zal stijgen, terwijl in de
productielanden de verwerkings-industrieën steeds
meer geperfectionoerd en gelijk met de prodictie wit-
gebreid worden en daar uit den aard der zaak een
geheel natuurlijk bestaan vinden, niet meer zooals
Frankrijk weleer, kunnen rekenen op den aanvoer van
ruwe olie uit andere landen.

Voor het stichten van een Duitsche raffinage-
industrie in proportie tot de Duitsche consumptie zou
dit land dus van zijn tegevoordige machtspositie
gebruik moeten maken om voorgoed de Roemeensche

635
17 Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
I.

1′

ruwe olie aan zich te binden. Doch dan zou nt de
Uebergangswirtschaft Duitsehiand ter wille van die

kunstmatig in het leven geroepen fabrieksnijverheid,
niet meer vrijwillig, doch gedwongen voort moeten
gaan uit Roemenië de ruwe olie te betrekken, hoe-
wel dan Duitschland en Roemenië geenszins meer
natuurlijk op elkaar voor den afzet en de productie

van olie en olie-derivaten zullen zijn aangewezen. Theoretisch gesproken zou Duitschiand den invoer

van ruwe olie ook uit andere landen dan Roemenië,
zelfs nu nog wel kunen trachten te forceeren door
prohibitieve invoerrechten op olieprodueten, doch
dan zou het een groote kans loopen daarmede wel de

olieproducten af te stooten, doch niet de ruwe olie
aan te trekken. Het is duidelijk, dat in zulke om-
standigheden de Duitsche consument zou moeten bloe-

den voor de instandhouding van de kunstmatig in het leven geroepen raffinage-industrie.

Nog andere bezwaren zouden er echter aan de door-
voering van zoo’n plan verbonden
zijn.
Het eerste is,

dat de Roemeensche olieproductie, na aftrek van het
eigen gebruik en het aan Oostenrijk-Hongarije toe-
gedachte kwantum, tezamen met de Duitsche produc-

tie hoogstwaarschijnlijk steeds bij de Duitsche con-

suml)tie ten achter zal blijven. Duitsphland zal dus in
alle geval steeds gedwongen worden om bij anderen ter
markt te gaan, wat weer een directe bedreiging voor
de Duitsehe verwerkings-industrie beduidt.

Wei bestaat in Duitschiand tamelijk verbreid de
meening, dat men door and ere exploitatie-methoden
(Schaehtbaii) de binnenlandsche olieproductie belang-
rijk zou kunnen opvoeren. Nog meer hooi) wordt daar
gevestigd op een verdere ontwikkeling van liet nieuw
ingevoerde en ten deele nieuw uitgevonden procédô
tot fabricage van olieprodueten uit biturnineuse bruin-
gaan zelfs krachtige stemmen op deze jonge
industrie dooi hooge invoerrechten op olieprodueten

dusdanig te beschermen, dat, naar de voorstanders
daarvan verwachten, :Duitschland binnen een zeker
aantal jaren, zich geheel hiermee bedruipen kan. Dat
deze wijze van voorziening niet de rationeelste zou
zijn, wordt wel reeds nu ingezien, doch zij is, naar
hunne meening, mogelijk. En daarmede zijn zij – door
het stopzetten van den aaivoer van overzee het ge-
brek aan olieproducten nog dagelijks voeiende – voor-
loopig tevreden.

Ik meen, dat men zich tegenover al deze plannen
– die, dit dient wel in het oog gehouden te worden,
opkomen in oorlogstijd – eenigszins sceptisch moet
stellen. Wanneer er weer vrede en een normaal han-
deisverkeer zal
zijn
(en dit zal toch éns weer het ge-
val zijn) zal men in Duitschland ook wel tot de over-
tuiging komen, dat het op den duur geen aanbeveling
verdient te trachten door kunstmatige middelen iets
dat irrationoel is, in liet leven te houden en zelfs te
ontwikkelen. Doch al ging Duitschland werkelijk
dezen weg op, dan zou het (en zij, die in deze richting dringen, zien dat ook in) niet slechts een hoog invoer-
recht moeten heffen van
olieproducten,
doch ook van
ruwe
olie. En dit evenzeer op waren van Roemeen-
schen oorsprong als van andere origine. Ht gevolg
daarvan zou dus nooit kunnen zijn, dat de thans ge-
schapen exportrelatie tussehen Duitschland en Roe-
menië, in tegenstelling van de hiervôôr gegeven nee-
uing, permanent zou worden. Integendeel! En even-
min, dat deze uitvoerverbintenis voor Roemenië tot
gevolg zou hebben, dat dit land het voortaan zonder
raffinage-industrie zou moeten doen.

Het tweede bezwaar, tegen een Roemenië opgedron-
gen export van ruwe olie naar Duitschland, schijnt
wederom het groote Duitsche financieele belang bij
de Roemeensehe olie-industrie. Die belangen zullen er
zeker nog meer bezwaren tegen hebben om hun ruwe-
olieproductie voor immer ten bate van de verwer-
kings-industrie te laten verbinden aan het Duitsche
Rijk, dan
zij,
veronderstel ik, reeds hebben (hierboven
werd het al besproken) tegen een bljvenden nitslui-
tenden export naar (lat Rijk.

Deze, en nog andere overwegingen, zullen er, naar

verwacht mag worden, Duitsehiand van terughouden
een Duitsehe raffinage-industrie in het leven te roe-

pen, die grooter is dan overeenkomt met de eigen

Duitsche ruwe-olieproductie. Men ziet, hoe de ver-
wachting, dat het ,,Petroleum-Abkommen”, voor zoover

het den export naar Duitschland betreft, slechts tijde-
lijk bedoeld is, logisch tot deze meening voert.

Duidelijkheidshalve moet ik er hier even op wijzen,

dat met raffinage-industrie in dit verband, diè fabrie-

ken bedoeld worden, waar de
ruwe
olie verwerkt wordt

en niet diè distillatie-inrichtingen waar de producten,
verkregen bij de eerste distillatie, verder worden ver-
werkt, zooals b .v. smeerolie- en benzine-rectificatie-
fabrieken. Deze laatste soort nijverheid vindt men

veelal in de consumptie-landen en tegen hare verdere
uitbreiding zal dan ook in Duitsehland geen bezwaar
bestaan.

Uit het bovenstaande zou volgen, dat het ,,Petroleum-

Abkommen” Roemenië
niet
van zijn raffinage-nijver-

heid zal beroöven, en dus ook, in dit opzicht het niet
te vreezen schijnt, dat de Roemeensche olie-industrie
verhinderd zal w’orden zich op normale wijze te ont-
wikkelen.

Hoewel de meer gedetailleerde beschrijving en be-
handeling van de getroffen regelingen in het ,,Petro-
leum-Abkommen,” zooals reeds gezegd, niet in de be-
(loeimg liggen, moet toch over é.én onderdeel daarvan
nog iets gezegd worden, daar dit, naar het mij voor-
komt, het hierboven uiteengezette toelicht en be-

vestigt.

Het ,,Petroleum-Abkommen” bepaalt, dat er een Mo-
nopol-Handelsgeseilschaft zal worden opgericht met dezelfde aandeelhouders als de reeds genoemde Oel-
1 iindereien Pachtgesellsch af t (gewone aandeelen aan
Duitschiand 50 pOt.,
Oostenrijk-Hongarije
25 pOt.,
Roemenië 25 pOt., preferente aandeelen, die de ge-
heele zeggingschap hebben, aan :Duitsehlan d met een
belangrijke medezeggingschap en volgens Tii.gliche
Beriehte No. 112, d.d. 15 Mei 1918, een recht van
veto aan Oostenrijk-Hongarije).

Jeze Monopol-Handelsgesellschaft krijgt zeer vèr-
strekkende bevoegdheden en brengt metterdaad de
eheele
Roemeensche olie-industrie en oliehandel on-
der blijvende voogdj van de Duitsche Regeering.
Doch, en dit is een zeer belangrijk punt, de Monopol-

Handelsgesellschaft zal niet worden opgericht, indien
vôôr 1 December 1918 tussehen de Duitsche en Oos-
tenrijksch-Hongaarsclfe Regeering eenerzijds en de

RoemeenseheRegeering anderzijds op andere wijze over-
eenstemming is verkregen over de besehikbaarstelling
van de voor uitvoer Vrije olie en olieproducten naar

Duitschiand en Oostenrijk-Hongarije. De Monopol-
Handeisgeseilsehaft is dus niets anders dan een stok
achter de deur, welke de Duitsehe Regeering gemeend
heeft te nioeten gereedhouden. Ik geloof dus, dat mcii
de zaak zoo moet begrijpen: indien vôôr 1 December
1918 een zoodanige regeling tot stand komt, dat
Duitsehland gedurende de Uebergangswirtschaf 1 op
de Roemeensche productie kan rekenen, dan zal de
stok
niet
gebruikt worden.

Als men in liet oog houdt hoe zéér bedenkelijk de
Monopol-Handeisgeselischaft voor de
geheele
Roe-
meensche olie-industrie zou. zijn, hoe pijnlijk zoo’n

Monopol-G-esellschaft voor het Roemeensch nationaal
gevoel niet slechts voor het oogenblik, maar voor
immer zou zijn, hoe licht hieruit mettertijd moeilijk-
heden ontstaan kunnen en ten slotte hoe natuurlijk
het schijnt, dat de Duitsehe Regeering zeker niet
gaarne zou overgaan tot een maatregel, waardoor de

eenige Duitsche petroleumgrootbe]angen zoo ernstig
zouden worden geschaad, dan lijkt het niet te ge-
waagd te veronderstellen, dat v66r den fatalen ter-
mijn overeenstemming gevonden zal worden en dus
de Monopol Handels-Gesellsehaft wel tot de niet ver-
wezenlijkte plannen zal komen te behooren.

636

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juli 1918

Omtrent de
wijze
van exploitatie der door het ,,Pe-

troleum-Abkommen” aan de Staatslndereien Pacht-

geseilschaft toegewezen terreinen ten slotte nog de

volgende opmerking..

De overeenkomst is dusdanig getroffen, dat een
voortdurende uitstekende samenwerking niet alleen

van de Duitsche met de Oostenrijksch-Hongaarsche,
doch ook met de Roemeensche participanten een ver-

eischte is voor het ongestoord werden der, door den

Bucarester vrede onder invloed der Middenrijken ge-

brachte, oliebelangen.

Of deze samenwerking steeds gemakkelijk te ver-

krijgen zal zijn, wordt ook in Duitschland en Oosten-

rijk-Hongarije betwijfeld. In verband daarmede gaan
reeds van vele kanten stemmen op ‘de terreinen der

Oelllndereien Pachtgeseilschaft onder de diverse

interessenten te verdeelen. En daar aan deze Pacht-
geseilschaft iii de Petroleum-overeenkomst het recht
is voorbehouden haar bezittingen geheel of ten deele

aan derden over te doen, schijnt de eventueele wen-
se1ielijkheid van zoodanig besluit reeds voorzien te

zijn. Of het hiertoe echter wel eens zal komen, durf ik
niet te voorspellen. De Duitsche Ilegeering zal er
allicht niet veel voor voelen. Immers de hiervoor ge-

noemde zekerheid, ingeval van nood over land olie-
producten in belangrijke hoeveelheden te kunnen aan-

voeren, zou er niet grooter op worden.

Resurneerende kom ik, met behulp van de tot nog
toe bekende gegevens, tot ‘de volgende meeningen:

le.. Tot aan den a]ge.meenen vrede blijft de geheele

Roemeensche olieproductie ter beschikking van het
Dititsche leigerbestuur;

2e. Gedurende de Uebergangswirtschaft zijn Roe-
menië en Duitschiand veel meer natuurlijk op elkaar
aangewezen als productie- en consumptieland, dan
zulks v65r den oorlog het geval was;

3e. De toevoer van de Roemeensche olieproducten

in de eerstvolgende jaren is waarschijnlijk voor
Duitschiand een levensbelang. Voor de Oostenrijksch-

Hongaarsche Monarchie is de R.oemeensche olie van
secundaire beteekenis;
4e. Gedurende de Uebergangswirtsehaft heeft

Duitschland zich 75 pOt. van den Roemeenschen uit-
voer van olie en olieproducten verzekerd. Oosterijk-

Hongarije heeft permanent 25 pOt. van dien uitvoer
voor zich gereserveerd;

5e. Duitschiand zal olieproducten, Oostenrijk-Hon-
garije ruwe olie uit Roemenië importeeren;

6e. Na de Uebergangswirtschaft zal, met het intre-
den van meer normale economisch-geographi.sche toe-
standen, aan den Roemeenschen export, voor zoover het
de 75 pOt. van Duitschiand betreft, denkeljk gelei-
delijk de vrijheid worden gelaten, diè markten op te
zoeken, die, in verband met de weer meer normale
toestanden, als de meest uatuurlijke zullen zijn te

beschouwen;
7e. Het zal de Roemeensche olie-industrie vermoe-
delijk niet belet worden ‘Ich wedèrom’ compleet te outilleeren en dus de in 1916 verwoeste fabrieken,
voor zoover dit niet reeds geschiedde, weer op te

bouwen;
8e. Een Monopol-Handelsgesellschaft met vèrstrek-
kende competenties, zal waarschijnlijk niet tot stand

komen;
9e. De bestaande Duitsche en neutrale petroleum-
maatschappijen zullen naar alle waarschijnlijkheid op
den duur niet meer in hare vrije ontwikkeling en
haar handel belemmerd worden dan zulks’ vôôr den

oorlog het geval was;
10e. De aan de Oel]iindereien Pachtgeselischaft toe-
bedeelde staatsterreine.n zullen misschien tussehen de diverse interessenten dier Maatschappij verdeeld wor-

den;
lie. Het Duitsch en Oosteurijksch-Hongaarsch

kapitaal heeft in Roemeni& een zeer belangrijk terrein voor werkzaamheid in de petroleum-nijverheid gevon-
den, hetgeen den achterstand in deze industrie ton
opzichte. van het Amerikaansch, Nederlandsch en

Engelsch kapitaal wellicht ten deele zal helpen

inhalen.

ENGELAND’S FINANCIEELE TOESTAND.

De verrassende wijze waarop, tot nu toe, de oorlog-
voerende staten er in geslaagd zijn zich de middelen

te verschaffen om den strijd door te zetten, is wel

geschikt ter misleiding betreffende de reëelc betee-

kenis dier oorlogskosten. Het, mag daarom nuttig

geacht worden de aandacht te vestigen op een finan-

cieel exposé van den stand van zaken, waaruit de
ware toestand blijkt.

Vond ik laatstelijk (in No. 127 van dit tijdschrift)
in een rapport van Alfred Neymarck aanleiding dit
te doen ten opzichte van Frankrijk, thans geeft een
artikel van prof. Pigou, voorkomende in de Juni-

aflevering van het Economie Journal, waarin de
schrijver dé voor- en nadeelen behandelt van eene

heffing in eens ter delging van de Britsche oor-

logsschuld, aanleiding hetzelfde te doen wat Enge-

land betreft.

Prof. Pigou rekent, dat, indien de oorlog op 21
Maart 1919 (het eind van het tegenwoordige finan-
cieele dienstjaar) ten einde komt, de binnenlandsche
Staatsschuld van Engeland alsdan zal bedragen
£ 8000 millioen (zegge acht duizend millioen pond

sterling).
Deze berekening, merkt hij op, klopt niet geheel
met hetgeen de Kanselier der Schatkist, Bonar Law,

bij de indiening der jongste begrooting bërekende de
toestand te zullen zijn. Volgens dezen zou, de oorlog
31 Maart 1919 ten einde komende, de Staatsschuld
alsdan bedragen £ 7.980 millioen. Doch in mindering
daarvan zouden komen, ten eerste te realiseeren oor-
logsvoorraden tot een bedrag van £ 672 millioen, en
ten tweede nog te innen oorlogswinstbelasting tot
een bedrag van £ 500 millioen, waardoor het bedrag

der Staatsschuld teruggebracht zou worden op £ 6.808
millioen. Maar Bonar Law, zegt prof. Pigou, aldus
zijn berekening makende, neemt wel in aanmerking
de baten, welke alsdan voor de Schatkist zouden be-
staan, doch niet de uitgaven, waarin nog te voorzien
zou zijn. Prof. Pigou acht het al mooi, indien die
twee posten elkander zouden equivaleeren. Voorts ver-
volgt hij, heeft Bonar Law geheel buiten beschou-
ving gelaten de enorme kosten der demobilisatie,
welke na het tot stand komen van den vrede gedragen
zullen moeten worden.
Summa summarum acht hij, dat men al zeer opti-
mistisch moet wezen om aan te nemen, dat de oorlog,
31 Maart 1919 geëindigd zijnde, een staatsschuld zal
nalaten van minder dan £ 9000 millioen. Hiervan zou-
den echter bedragen de leeningen, in het buitenland
opgenomen £ 1000 millioen, en daartegenover mogen
tot een gelijk bedrag gesteld worden de vorderingen
op geallieerden en dominions, blijvende per saldo aan
binnenlandsche staatsschuld £ 8000 millioen.

Hieruit nu zal voor rente en amortisatie voort-
spruiten een jaarlijksche last van ten minste £ 480
millioen; en daarbij komende voor pensioenen £ 50
millioen en de normale staatsuitgaven, welke gere-

kend moeten wordeü na den oorlog £ 280 millioen te
zullen beloopen, komt men in ronde som tot een totaal
der jaarli.jksche staatsuitgaven van £ 800 inillioen.
Nu zou, volgens prof. Pigou, het jaarlijksche natio-
nale inkomen in Engeland, inbegrepen de rente van de
oorlogsschuld, aangenomen moeten worden op £ 3000
naillioen. De staatsuitgaven,’ £ 800 millioen bedra-
gende, zouden dus 27 pOt. van het nationaal inkomen
absorbeeren. Verder stelt zich de vraag, op welke wijze
die £ 800 millioen opgebracht zouden moeten worden.
De staatsinkomsten, zegt prof. Pigou, bedroegen in
het dienstjaar 1917/
1
18
E.
707 miljoen, maar daaronder

was begrepen een bedrag van £ 220 miljoen aan oor-
logswinstbelasting, en moge deze belasting nog zeer
enkele jaren een bron van inkomsten blijven, van zelf
zal ze dan vervallen. Een deel der inkomsten, nu door

17Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

637

die buitengewone belasting getroffen, zal dan echter

onder de gewone inkomstenbelasting vallen, en prof.
Pigou neemt aan, dat aldus de bestaande bronnen van
staatsinkomsten op £ 530 millioen aan te nemen zou-
den zijn. Uitgaven £ 800 millioen, inkomsten £ 530
millioen, maakt deficit £ 270 millioen.
Tot de gemelde inkomsten van £ 707 millioen in
1917/’18 hebben de gewone en buitengewone inkom-

stenbelasting (income- and supertax) £ 239 millioen
bijgedragen. Een verdubbeling dezer belasting zou
dus nog niet eens het. deficit dekken. En toch, welke

zouden reeds voor de belastingplichtigen de gevolgen
van zoodanige verdubbeling zijn?

Dit blijkt uit het hier volgende staatje, dat door
prof. Pigou is opgesteld om dit aan te toonen.

Bedrag
Belasting
i3edrag
Netto inkomen
van het
in sh. en P
der Belasting
na aftrek
inkomen per
£
Stg.
in
der Belasting
£
Stg.
£
Stg.
£
Stg.

500
3.9
93
407
1.000
5.— 250
750
2.500
8.8
1.083 1.417
5.000 11.3 2.875 2.125
10.000
13.1
6.541
3.459
30.000
15.8
23.500 6.500
100.000
16.7
82.916
17.084

Het spreekt van zelf, dat het niet in prof. Pigou’s
bedoeling ligt, dat in dergelijke verdubbeling der in-
komstenbelasting het middel gevonden zou moeten
worden om het budget te doen sluiten. Maar uit het
gegeven voorbeeld blijkt hoe moeilijk, het probleem is,
waarvoor men in Engeland op financieel gebied zal
komen te staan na het herstel van den vrede. En in-
dien dit de toestand zal zijn in het rijke Engeland,
wat zal dan niet de toestand wezen in de overige
oorlogvoerende staten! G. M. BoIssevAiN.

DE KATOENVOOI?ZIENING IN ENGELAND.

In een vorigen jaargang – 12 Sept. 1917, pag. 676
– hebben wij ditzelfde onderwerp behandeld, mede
in verband met de maatregelen, die door den toen nog
kortelings ingestelden ,,Board of Control” voor de ka-
toenindustrie waren genomen om het katoenverbruik
in Engeland in overeenstemming te brengen met de
voorraden en aangevoerde hoeveelheden en deze laat-
ste verder zoo gelijkelijk mogelijk te verdeelen. Nu
deze ,,Board of Control”, die in Juli 1917 is opge.
iicht, thans dus bijna een jaar bestaat, is het mis-
schien wel de moeite waard om eens na te gaan, hoe
de toestand in de. katoenindustrie in Lancashire
thans is.

Mocht men een jaar geleden in Engeland nog de
hoop koesteren, dat de toen ingevoerde bedrijfsbeper-
king slechts van tijdelijken duur zoude zijn, deze hoop
is gebleken ijdel geweest te
zijn.
Niet alleen heeft mén
een gedwongen maximumverbruik moeten handhaven,
doch de geringe aanvoeren, vooral van Amerikaan-
sche katoen, zijn er de oorzaak van geweest, dat men
dit reeds beperkte gebruik steeds verder heeft moe-
ten inkrimpen.

Einde 1917 en begin 1918 varen de voorraden van
Amerikaansche katoen in de havens van Noord-
Amerika vrij gering, in de eerste plaats, omdat de
oogst 1917118 in totaal niet meer dan circa 11 mii-
lioen balen spinbare katoen heeft opgeleverd, doch ver-
der vooral, omdat het verbruik in de Vereenigde Staten
zelf zoo belangrijk is geweest en men wel mag aan-
nemen, dat van dezen oogst ongeveer
2/3
in het land
zelf zal zijn gebruikt. Bovendien waren in 1917 de
verschepingen naar Liverpool, Japan en de andere
geallieerde landen nog vrij belangrijk, terwijl ook de
neutrale landen in Europa zoo nu en dan nog wel
eens op verschepingen van ruwe katoen konden
rekenen.

Sedert is de toestand echter zeer veranderd; de
verschepingen van ruwe katoen naar Engeland en
Frankrijk zijn sterk verminderd, hoofdzakelijk wegens

het gebrek aan seheepsruimte, niet alleen door de

verminderde tonnemaat, doch vooral door het groote

aantal schepen, dat sedert de meer actieve deelneming
van de Vereenigde Staten aan den Europeeschen oor-
log noodig is, om de groote hoeveelheden troepen,
oorlpgsmateriaal en voedingsmiddelen naar de gealli-
eerde havens, vooral in Frankrijk, te verschepen. Bo-
vendien voerden de Vereenigde Staten in den zomer
van 1917 verschillende zeer beperkende bepalingen in

omtrent den uitvoer naar de neutrale landen in
Europa en hoewel men daar sedert met enkele dezer
landen tot een economische regeling is gekomen,
schijnt het toch wel, dat deze regelingen nog niet zoo
heel vlot werken en zijn in elk geval de uitvoeren van

ruwe katoen naar de neutrale staten. zeer sterk ver-
minderd, zoodat de voorraden van ruwe katoen in de
havens der Vereenigde Staten dan ook thans zeer
belangrijk zijn
1)

De aanvoeren in alle havens vanaf 1 Augustus be-
droegen in de laatste 3 jnren op 8 Juni:

1918
……….
5.899.000
balen,
1917
……….

G.860.000
1916
……….
7.181.000

en de uitvoeren naar Engeland in hetzelfde tijdvak
van 1 Augustus-8 Juni:

1918
……….
1.959.000
balen,
1917..
……

2.401.000
1916
……….
2.430.000

terwijl & overige uitvoeren, dus naar het Continent, Japan, enz. in dit tijdvak bedragen hebben in:

1918
……….
1.616.000
balen,
1917
……….
2.500.000
1910
………
2.722.000

Waren deze andere uitvoeren over 1916 dus nog
belangrijk hooger dan die naar Engeland, over 1917
en 1918 is het verschil geheel ten gunste van dit laat-
ste land gewijzigd. Nu deze uitvoeren, voorloopig ten-

minste, waarschijnlijk nog wel verder zullen verminde-
ren en de vooruitzichten van den nieuwen katoenoogst
in de Vereenigde Staten zôo gunstig zijn, dat men
dezen thans reeds op 15 millioen balen taxeert, is het
wel waarschijnlijk, dat er in het a.s. najaar bepaald
een overvloed van ruwe katoen in de havens der Ver-eenigde Staten aanwezig zal zijn. Het is voor de neu-
trale landen maar te hopen, dat men dan ook wat ge-makkelijker met uitvoervergunningen zal worden en
dat men zal toestaan, dat de neutrale Europeesche
landen ook weer eenigen aanvoer zullen krijgen.
Wat de katoenvoorraden in Engeland betreft, heeft
de ,,Board of Control” deze geregeld doen controlee-
ien en deze cijfers op gezette tijden gepubliceerd.
Volgens de laatste cijfers van 27April 1918 bedroe-
gen de totaal-voorraden, zoowel aan de fabrieken als
in de havens, mcl. de zeilende partijen voor:

Amerikaansche….
523.564
bi., weekverbruik en.
45.000
bi.
Indische ……….
101.917

1.900
Egyptische ……
203.110

11.000
Braziliaansche ….
10.084

400
Peru …………
66.840

1.400
Sea-Island……..
4.408 ,,

200
diverse ……….
18.451

1.200

Totaal katoen
988.374
bi.

,,

en.
61.100

bi.

Uit de telling bleek bovendien, dat de spinnerijen
gemiddeld met 64,8 pCt. en de weverjen met 62,2 pCt*
van haar productievermogen gewerkt hadden.

Vooral van Amerikaansche katoen was, ook in ver-
band met de tonnage, die voor de eerstvolgende maan-
den beschikbaar gesteld kon worden, de voorziening
verreweg het slechtste, zoodat het absoluut noodig
bleek, de consumptie van Amerikaansche katoen ver-
der te beperken. Van Egyptisehe en Indische katoen
was de positie veel beter, in de eerste plaats, omdat
het gebruik van deze soorten veel geringer is en ver-der, omdat er veel schepen noodig .zijn, om de troe-

) [Meu raadplege hiervoor het wekelijks in dit tijdschrift
opgenomen overzicht betreffende katoen. – Red.]

638

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17Juli 1918

pen in Palestina, Egypte, Indië en Mesopotamië van

het noodige te voorzien, zoodat deze schepen in den
regel wel ruimte voor retourvracht hebben en de ge-
legenheid om katoen van die landen te verschepen

dus veel gunstiger is dan van Amerika.
De ,,Board of Control” heeft nu bepaald, dat vanaf

10 Juni 1918 de spinnerijen als volgt zouden mogen
werken: bij gebruik van Egyptische katoen, Sea-

Isiand katoen, Indische katoen of katoenafval hoog

stens met 80 püt. van de spindels bij een werkduur

van 553 uur per week, bij gebruik van Amerikaan-

sche katoen of andere soorten hoogstens 50 pOt. van
de spindels bij een werkduur van niet meer dan 40
uur per week. Fabrieken, die verschillende soorten

van katoen gebruiken, zullen üiet meer dan 40 uur

per week mogen werken met het gewone percentage

voor elke soort, terwijl na 18 Mei het verspinnen van
Egyptische katoen alleen geoorloofd is voor die spin-

nerijen, die deze vroeger ook reeds verbruikten..

Bovendien wordt een uitzondering gemaakt vooi

spinnerijen, die voor Regeeringsorders spinnen en dan

zelfs tot 100 pOt. mogen werken, terwijl de schaal
voor bijdragen, in ver’band met de productie, nog be-

langrijk wordt verhoogd.

Wat de weverijen betreft, wordt het aantal werk-
uren verminderd van 554 tot 40 uur per week, ter-

wijl geen weverij meer weefgetouwen mag laten loopen

dan waarvoor zij tot nu toe reeds vergunning had.
Een uitzondering wordt gemaakt voor weverijen, die
afvalgareus verwerken of Regeeringsorders hebben, in

welke gevallen een speciale vergunning om langer te

werken, gegeven kan worden.

Voor alle spinnerijen en weverijen wordt een weke-

lijksche bijdrage vastgesteld, om daaruit een fonds te
vormen, waaruit de steunbijdragen aan de werklooze
arbeiders kunnen worden betaald. Deze bijdragen ge-
schieden volgens een bepaalde schaal, al naar gelang
het aantal werkuren en het percentage der werkende

machines voor elke fabriek bedraagt en varieeren voor

de spinnerijen tusschen
1
18 penny en Is peuny per

spindel per week en voor de weverijdn tusschen 3
pence en 1 shilling 3 penee per weefgetouw per week..
Voor de weverijen wordt de uitkeering met 50 pOt.
verhoogd voor die weefgetouwen, welke 55 6 uur per

week zullen mogen werken.

Door deze productieverminciering van de katoen-
fabrieken ontstaat natuurlijk een groote werkloos-
heid. Tot nu toe had men het systeem, dat men de
1

werklieden beurtelings naar huis zond en deze b.v.
twee weken liet werken en dan een week liet rond-
loopen. De ,,Board of Control” vond dit minder wen-
sehelijk in verband met de mogelijkheid om ander
werk voor deze mensehen te vinden en heeft nu be-
paald, dat men met dezelfde ploegen moet doorwerken’ en dat werklieden, die gedeeltelijk werken, geen steun-

uitkeering zullen ontvangen. Men verwacht thans, dat
er tengevolge van deze maatregelen ongeveer 50.000 personen uit de katoenindustrie werkloos zullen won
den. De uitkeeringen aan deze mensehen zullen be-
kostigd worden uit de bijdragen der fabrieken, terwijl
zeker een groot gedeehe dezer werklieden andere bezig-
heden zal vinden. Men heeft ook de bepaling ge
maakt, dat de steunuitkeeningen vervallen, indieirde
werklieden weigeren ander werk aan te nemen,, dat
voor hen geschikt is, welke geschiktheid beoordeeld
wordt door de Plaatselijke Comité’s. Deze laatste be
paling is van zeer verregaande strekking en zal e
zeker in niet geringe mate toe meewerken om het to
taalbedrag der steunuitkeeringen zoo laag mogelijk

te houden. /

Over het algemeen is men in Lancashire over de
gestie van den ,,Board of Control”, die nog steeds onder
de bekwame leiding van Sir Henbert Dixon staat, wel
tevrede. De verdeeling der beschikbare grondstoffen
schijnt op billijke wijze te zijn geschied en de bedrijfs
inkrimping heeft zeer geleidelijk plaats gevonden
waardoor groote stagnaties en ook onnoodige prijsop-
diijvingen zijn voorkomen. J. G.

AANTEEKENINGEN.

Nieuwe tarieven van..Postchèque

en (J ir o d i en st.
) – De Postchèque en Giro-

dienst verzoekt ons opname van het navolgende:
De Staatscourant bevat een Koninklijk besluit tot
wijziging met ingang van den 12 Juli a.c. van eenige bepalingen van het zoogenaamde girobesluit. Het ta-

rief was tot nu toe: voor overschrijving (giro) vijf
cent per 200 gid. of gedeelte van 200 gid.; voor

ehèques vijf cent per 100 gid. of gedeelte van 100 gid.

Thans is dit
teruggebracht:
voor overschrijving (giro)

tot vijf cent per 2000 gid. tot 10.000 gid. en vervol-
gens 5 cent per 10.000 gld. meer; voor chèques tot

5 cent per 500 gld.
Een tweede belangrijke verandering is, dat de waar-

borgsom van
f
50, waarover men niet beschikken mag,

thans is teruggebracht tot
f 10.

0 Wij verwijzen den lezer hierbij naar het artikel ter
zake
in No.
128.

Stand der cultures en uitvoer
gedurende het eerste 1wartaal

1918
in Suriname.
1)
Tengevolge van den zwa-

ren regenval der laatste weken heeft onder de cultures

van het groot landbouwbedrijf het suikerniet geleden en wel vooral de jonge aanplant. Door het groote ge-

brek aan arbeidskrachten kan de grond niet naar be-

hooren worden bewerkt en dientengevolge doen zware
‘regens meer nadeel dan hij voldoend&werkkrachten.
De stand van de cacao en Libenia-koffie is gunstig.

Voor de aanp’lantingen van voedselgewassen als ba-
nanen, cassaven, zoete pataten, maïs en boonen zijn de
weersomstandigheden zeer ongunstig geweest en zal er

veel verloren zijn gegaan. De rivieren waren den laat-
sten tijd sterk gezwollen en daarmede ging gepaard.
-een buitengewoon hooge voorjaarssp ring. Door dezen
samenloop van omstandigheden zijn vele perceelen

van het klein-landbouwbedrijf met d zoo noodige voe-
dingsgewassen voor de ‘binnenlandsche markt geheel

of gedeeltelijk onder water geraakt met al de nadee-

lige gevolgen daarvan.
Met het gereedmaken en beplanten der nijstvelden,
waarvoor het weer gunstig is, zijn de landbouwers
druk bezig; naar het zich thans laat aanzien zal aan

de rijsteultuur dit jaar weer een groote uitbreiding

worden gegeven.
De uitvoer der voornaamste producten over het le
kwartaal van 1918 bedroeg in vergelijking met dien
over het ie kwartaal van 1.917:

lekw.’18
lekw.’17

Balata

……..
K.G.
56.006
140.462

Cacao

……..
,,
416.631
160.740
Koffie

……..
,,

88.205
I’daïs

……….
,,

27.340
Suiker

……..
,,
4.056.360 4.217.989
Rum
50
0/

..
L.
153.041
136.902
Huiden ……..
K.G.
6.045 7.739

Hout ……….
Ii’.
297
451
Letterhout

..
K.G.
5.045 11.098
Goud ……….
Gram
128.628
124.068

Van cacao en koffie liggen aanzienlijke partijen op de
ondernemingen opgeslagen als een gevolg van onivol-

d oende verschepingsgelegenheid.
1)
Vergelijk
No.
121, pag. 351.

Nederlandsche Pacific – vaart. –
In het verslag van de Java-China-Japan Lijn over

1917 leest men o.m. liet volgende:
;,De in 1915 geopende J’ava-Pacif ie Lijn kwam in’ liet
afgéloopen jaar ten volle tot haar iecht tengevolge
van de ernstige stremming in de vaart tussehen Ned.-
Indië en Europa; de noodzakelijkheid toch waarin
de Indische handel zich bevond om nieuwe afzet- en inkoopgebieden te zoeken deed .het verkeer met San
Francisco onverwachte afmetingen aannemen. Het
kan aan weinig twijfèl onderhevig zijn, dat ook na
den oorlog de Westkust van Noord-Amerika als groot afzetgebied van Ned.-Indisclie produkten een blijven-

17 Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

639

de plaats zal innemen. Het vervoer van industrie-

artikelen en van levensmiddelen als retourlading van
San Francisco naar Ned.-Indië nam eveneens een
ongekende vlucht en de Amerikaan sche nijverheid zal

het haar voor enkele jaren nog vreemde en thans zoo
gemakkelijk geopende rijke veld in Ned.-Indië wel

met vrucht blijven bewerken.
41e bewegingsvrijheid der schepen op de Java-

racific Lijn werd belemmerd door de verplichting,
welke de Amerikaansche Regeering aan de levering te
San Francisco van bunkerkolen en andere scheeps-
benoodigdheden verbond om het schip ook weer vol-

gens de gebruikelijke route naar Amerika te laten
terugkomen. Het tijdelijk plaatsen van extra-schepen
op de lijn werd daardoor onmogelijk gemaakt.
,,Wat onze vaart op China en Japan betreft, was

het meest teekenende feit de verdere toeneming van
de hoeveelheid industrie-artikelen, die van Japan
naar Ned.-Indië werd uitgevoerd; de retourlading van
Noord-China naar Java nam eveneens zeer toe. Ook

hier overtrof het aanbod van lading verre de scheeps-
ruimte, die wij voor het vervoer beschikbaar konden

stellen.
,,Eenige groote Japansche reederijen openden in 1917
onverwacht een vaart op Noord-Celebes; ofschoon wij

liet aanloopen met groote zeeschepen van een zoo primi-
tief uitgeruste haven en nog in het eerste begin van
ontwikkeling staande handeisplaats als Menado voor-
loopig als een opoffering beschouwen, leek het plicht
ons niet in de eigen koloniën te laten verdringen;
wij besloten dus Menado als direkte aanloophaven in
onze diensten naar Japan en naar San Francisco op

te nemen.”

Scheepvaart van

Spanje tijdens

(I e
n o o r 1 o g.
– Het jongste nummer, van het

Weltwirtschaftiiche Arehiv bevat een belangrijke aan.
teekening over den scheepsbouw en de scheepvaart
van den zuidehijken neutraal, waarvoor recente Spaan.
sehe bronnen gebruikt zijn, toegelicht met de interes-
sante statistieken, die men in het W. A. steeds samen-

gcl)rncht vindt.
Ook in Spanje heerseht groote levendigheid in den
bouw van schepen. De regcering geeft steun aan dezen

bloei, bi.jv. door gunstige bepalingen voor de scheeps-
werven in de wet van 2 Maart 1917 inzake bevorde-
ring der industrie.- i)e grootste levendigheid vindt men op de werven te Bilbao. In 1913 en 1914 liep
hier slechts telkens 66n schip van 7000 ton van sta-
pel, in 1915 reeds twee schepen met 8300 ton, in 1916
was liet cijfer gestegen tot 4 schepen met 14.000 ton
en in 1917 werden tot October 6 schepen gebouwd
met 28.500 ton. Dc bedrijvigheid aan de Atlantische
zijde van het schiereiland komt mede tot uitdrukking
in het groote aantal nieuwe reederijen, die in het
Noorden van Spanje opgericht werden. De drie groot-ste werven van Spanje bouwden in 191.7 de hieronder
genoemde tonnages:
Espanola cle Construcciôn Naval . . 21.700
Astilieros dcl Nervi5n ………….6.400
Astilleios de la Euskalduna ……10.500

Totaal ……38.600

Tn den laatsten tijd zijn ook aan de Middellandsche-
zee-kust verscheidene nieuwe werven geopend. De ge-
heele tounag, die aan het einde van 1917 op Spaansche werven in aanbouw was, werd, afgerond, getaxeerd op
87.000 tonnen. Ook aan Spanje ontbrak het staal voor
de constructie en teneinde in de behoefte aan seheeps-
ruimte toch ten spoedigste te voorzien, ging men, het
Amerikaansche voorbeeld volgend, over tot den bouw
van houten schepen. In den loop van het verstreken
jaar is te Valencia het eerste houten schip met een
lengte van 46 M. en 450 ton groot, voorzien van een
motor van 200 P.K., voltooid en in de vaart ge-
bracht tusschen Valencia en havens aan de kust van
Afrika. Wij weten het reeds uit berichten aangaande
andere gebieden van den economisehen toestand
1),
dat

t
)
Zie laatstelijk
No. 128, pag 521.

Spanjé dddr de gunstige oorlogseonjunetuur als het

ware gedwongen werd, plotseling welvarend te wor-

den en ook de bedrijfsresultaten der groote reederijen
stellen dezen voorspoed duidelijk in het licht. De

mededeeling in het W. A. geeft voor een aantal maat-
schappijen voor de oorlogsjaren van 1014 tot en met
1916 de volgende dividenden aan, uitgedrukt in

percenten:
1914

1915

1916

Maritima Uniôti
2
6
160
Idem Nerviôn ……..
13
28
100
Idem Otazarri
4,50
27,50
200
Sota
y
Aznar ……..
15
70
110
Naviera Vascongada
15
100 120
Vasco-Cant(brica
6
40
150
Vasco-Asturiana
6
12
60
Transatl(tntiea
2,38
5
9.77

CartageneraNavegaciôn

25 50

De groote winsten gaven ook aanleiding tot kapitaals-
vergrooting; van 140.237.200 peseta’s, waarvan ge-
stort 118.974.000 peseta’s in 1915, stegen de cijfers
der kapitalen van de Spaansche scheepvaartonderne-
mingen in het daarop volgend jaar tot resp.
208.722.172 en 199.623.622 peseta’s. Nog wordt opge-
merkt, dat de Compania Transatlântica, met terzijde-

stelling van de
mogelijkheid
in ‘hndere vaart grooter
winsten te maken, getracht heeft de verbinding met
New York in stand te houden en hiervoor bij de

regeering steun vond.

Sociaat program d e r landarbei-
ders iii, Duitschlaivd.
– Het maandschrift

van het Centraal Bureau voor de Statistiek ontleent

om, aan Soziale Praxis:
,,TIet tekort aan arbeiders op het land, dat vôôr den
oorlog reeds omtrent 400.000 bedroeg,- maar toen door
buiteniandsche arbeiders kon – worden aangevuld,
wordt na den oorlog op 2 millioen geschat. Dit maakt
het noodig het vraagstuk van de ontvolking van het
platteland ernstig onder dc oogen te zien en heef t er
toe geleid, dat dc beide groote bonden van landarbei-
clers, de christelijk nationale en de ,,vrije”, in dit voor-
jaar een program van wenschen hebben opgesteld
nopens maatregelen, welke moeten strekken om den trek naar de steden te keeren.
,,De bonden wenschen in de eerste plaats opheffing
van de bepalingen, welke het recht van vereenigen en
van staking voor landarbeiders beperken of hen met
betrekking tot naleven der arbeidsovereenkomst aan
bijzondere politiebepalingen onderwerpen, en invoe-
ring van arbeidsbeseherming ook voor deze groep van
arbeiders. Verder verlangen zij de instelling van
scheid sgerechten. In landbouwondernemingen met
meer dan 20 arbeiders moet een vertegenwoordiging

der werknemers tot stand komen, waaraan, in Outs-
bezirke, waar geen verkozen gemeenteraad is, zekere
bevoegdheden moeten worden verleend, welke anders
een gemeenteraad toekomen, in het bijzonder met be-
trekking tot huisvesting, onderwijs, armverzorging
en sociale aangelegenheden in het algemeen. De land-
arbeiders moeten hun vertegenwoordiging krijgen in de regeering van Staat, provincie, enz.

,,De bonden wenschen voorts, dat de vereenigingen
aan beide zijden in overleg met de overheid grond-
regels opstellen voor arbeidsovereenkomsten, enz.
,,Ein(lelijk bepleiten zij verbetering van de huisves-
ting, beschikbaar stellen van paehtland, opheffing van
voor de landarbeiders ongunstige verschillen in de
regeling der sociale verzekering ten opzichte van hen
en van de arbeiders in de nijverheid.”

De scbrijv6r van het ingezonden stuk in No. 131
is bij nalezing van gevoelen, dat de zinsnede pag. 595
2e kolom 3e alinea: ,,De overzijde exporteert liever
niet dan wel naar ons land en zijn koloniën …
aanleiding zal geven tot misverstand en verzoekt
daarom den lezer alsnog de woorden ,,de eerste levens-
behoeften” te willen tusschenvoegen.

640

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juli 1918

REGEERINGSMAATREQELEN OP

HANDELSGEBIED.

Z ii v e r b o n s. Naast de oude bons, die voorloo-
pig in omloop blijven, worden nieuwe van
f
2,50, vol-
gens een gewijzigd type, dat moeilijker nagemaakt
kan worden, in omloop gebracht.

Rantsoen v o o r geïnterneerden.

De opperbevelhebber van land- en zeemacht heeft
nader
geregeld het rantsoen voor geïnterneerden. In

het algemeen zijn de hoeveelheden gelijk aan (lie, voor

de burgerbevolking beschikbaar gesteld.

Prijsverlaging regeeringsmeel.
In aansluiting aan zijne circulaire van 25 April jJ.
heeft de Minister van Landbouw een circulaire aan
de burgemeesters gericht. Waar daaraan behoefte

blijkt te bestaan, moet de verlaging van den prijs af-
hankelijk worden gesteld van liet tot stand komen van
een plaatselijke loonrcgeling.

Beperking blo emb ollenteelt. In

verband met de zorg voor de voedselvoorziening zal de
oppervlakte ]and, welke in 1918/19 met bloembollen
wordt beteeld, ingekrompen worden tot omstreeks het

twee-derde deel• van de gemiddelde oppervlakte
1916/17 en 1917118.

Naaigaren. Met ingang van 15Juli zijn maxi-
mumprijzeu vastgesteld voor naaigaren in groot-, tus-schen- en kleinhandel.

Blijkens mededeeling van den Directeur-Generaal
van den Arbeid zal binnenkort door de Arbeidsin-
spectie worden overgegaan tot het distribueeren van
naaigaren, uitsluitend voor fabrieken en werkplaatsen.

MAANDCIJFERS.

PRODUCTIE DER KOLENMIJNEN. *)

(Ontleend aan ,,Maandschrift Centraal Bureau Statistiek”)

Naam van de

April1

Mei

Mij
n

1918

1917

1918
1
1917

Staatsrnijneu.

,,Wilheln,ina”

47.717

36.623

44.763

36.381
,,Emma” ………
54.786

47.542

55.915

46.066
,,Tlendrik” …….
12.671
1

14.172

Totaal ..
. .
115.174
84.165
114.850
82.947

Particul. mijnen.

Domaniale mijn
39.310
34.07
39.757
38:834
rvlijn Laura en Ver
35.400
41.000
38.300
Oranje-Nassau
.
eeuiging
…….41.300

mijnen ……..
57.765 69.915 63.6591
Mijn Willem

So-
.69.398

phie ………..
20.000 21.000
19.600
20.900

Totaal …. _?
2…..L148.872
I_L
161.693l

Totaal generaal
285.182 233.037
285
.
122
1
244.640l

) In tonnen.

Het ,,Maandschrift” teekent bij de
cijfers
aan:
uit bovenstaande cijfers blijkt, dat in Mei 1918
60 ton minder geproduceerd werd dan in April 1918,

en —indien men de productie der staatsmijn ,,Hendrik”

buiten beschouwing laat – 26.309Y2 ton meer dan in
Mei 1917.

ONTVANGSTEN VAN SPOOR- EN TRAMWEGMAATSCHApPJJEN APRIL 1918.

(Ontleend aan de ,,Ingenieur”.)

Namen der Maatschappijen.
Personenvervoer.
Goederenver.
voer.
Totale ontvangsten.
April
1918.
1

April

1917.

Maatsch. tot Exploitatie van Staatsspoorwegen
f 1896.045,40

f2.915.825,73 f4.883.868,38
f 4.261.332,_
1
)
,,
2.070.432,09

,, 1.274.134,76
3.431.848,32
3.227.726,—’)
Ned. Centr.

Spoorwegmij.

………………
,,

189.138,—

201.907,— .,,
392.258,—
374.216,—’)

Roll. IJzeren Spoorwegmaatschappij

……….

Noord-Br.-Duitsche Spoorwegmij ………….
27.652,—

40.247,—
70.251,—
110.699,-
8.749,71

16.882,81 1/2

..

,,

26.397,9412
,,

15.543,57
t
!,
Dedemsvaartsche Stoomtramwegmaatschappij..
12.303,36

21.479,55
34.951,251, 29.044,01′!,


32.425,59
18.760,49!
2

Hollandsche Buurtspoorwegen

……………….

Zuid-Nederi. Stoomtramweg.maatschappij ….

,

17.368,58/,

.

20.243,94V,
38.775,39
27.973,03/3

Tramw.mij.

,,de

Meijerj”

…………………….

47.573.66

,,

59.792,70
110.454,951,
82.986,27’/2.
Rotterdamsche Tramwegmaatschappij
-.

..

122.124,71
.

117.170,48

Nederlandsche Tramwegmaatschappij

…………

21.975,87

8.100,—
31.069,19
26.555.42’/2
Westlandsche Stoomtramwegmaatschappij ……..
Gemeentetram te Amsterdam …………….
..,

568.459,48/,


568.459,4812
,,

445.208,51
Haagsehe Tramwegmaatschappij

…………
..,

279.237,27’/


280.302,— 219.827,41
Rotterdamsche Electr. Tramwegmaatschappij..
248.668.00′;2


248.668,0012
,,

203.926,32
Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij
lijn Samarang—Vorstenlanden—Willem 1


388.000,—
319.546,-
Oost-Java Stoomtramwegmaatschappij
lijn Modjokerto—Ngoro ………………


8.700,—
7.700,-


55.600,—
49.400,—
lijn Soeraba.ija—Krian………………….
Semarang—Cheribon Stoomtramwegmaatsch


282.700,—
229.000,—
Samar.—Joana Stoomtramwegmaatschappij


229.200,—
193.700,-
Serajoedal Stoomtramwegmaatschappij
lijn Maos—Bandjarnegara …………….


39.400,—
40.400,-
lijn Bandjarnegara—Wonosobo …………


7.000,—

Kediri Stoomtramwegmaatschappij

..


42.168,—

Malang Stoomtraniwegmaatschappij

..


50.358,—

Deli Spoorwegniaatschappij ……………….

.


427.000,—
396.762,-
Nagekomen over Januari
1918.
Staatsspoorwegen in Ned. Indië
Staatsspoor- en Tramwegen op Java ..
f 1.329.215.—

f 1.585.041,—
f3.179.339,—
f 2.946.868,-
Spoorweg ter Sumatra’s Westkust ….
62.967.—

42.514,—
114.041,—
119.228,-
Staatstramwegea in Zuid-Sumatra

,,

6.419.—

3.668,—
13.428.—
10.167,-
b.

Palembanglijn ………………
. »

13.562.—

17.559,—
33.222,—
9.484,-
Atjeh

Stoomtram ………………..
»

49.646.—

28.359,—

.
81.566,—
,.

68.512,-

a.

Lamponglijn

………………..

Automobieldiensten: Palembang

.


.,

22220,—
17.070,-
Benkoelen

..


.,

19.530,—
9.250,-
Sumatra’s Westkust

. –
19.840,—
,

20.1 20,-
Nagekomen over Maart
1918. Kedirie Stoomtram-maatschappij


f

42.700,—
f

41.410,—
Malang Stoomtram-maatschappij


46.300,—
35.802,-
1)
Definitieve opgave.
De ontvangsten der groote maatschappijen, die in de
,,Ingenieur” ontbreken, zijn aan het ,,Maandschrift Centr. Bureau
Statistiek” ontleend.

17Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

641

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.

beteekent: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKO ERSEN.

BANKD1SCONTO’S.

13
Juli
1918

20/uh
1914

(Disc. Wissels.
4
1
!2
sedert 1Juli’15
3
1
/2sedert23 Mrt.
’14
Ned,BelBjflDEff
.
an
4
1
i2

,,
1

,,

’15
4

,,
23

,,

’14
lVrsch,inR.C.
5
1
!2

,,
19Aug.’14
5
23

,,

’14
Bank van Engeland
5

,,
7 Apr.’17
3
29 Jan. ’14
Duitsche Rijksbank
5

,,
23Dec.’14
4
5Febr.’14
Bank van Frankrijk
5

,,
21Aug.’14
3 ‘/i
29 Jan. ’14
Oostenr. Hong. Bk.
5

,,
12
Apr.’15
4

,,
12 I1rt. ’14
Nat. Bank v.Denem.
5

,,
9

,,

’15
5
6Febr.’14
Zweedsche Rijksbk.
7

,,
20Mrt.’18
4
1
/2

,, 6

,,

’14
Bank v. Noorwegen
6

,,
14 Dec. ’17
0!2

,,
11

,,

’14
ZwitserscheNat.Bk.
41
2

31

,,

’14
3′!2

,,
19

,,

’14
Bank van
Spanje..
4
22Mrt.’17
4
1
!2

Bank van Italië..
5

,,
10 Jan.’18
5
9 Mei ’14
Feder. Ree. Bk. N.Y.
3 -4


Javasche Bank….
3
1
h
1 Aug.’09
3
1
12

,,
1 Aug.’09

OPEN MARKT.

Data
Amsterdam
Londen
Part.
Berlijn
Port.
‘Parijs
1
Part.
N. York
Cail

Part.
1

Prolon-
disconto
pour
disconto
disconlo
di.,c.
monet,

13 Juli

’18
2/2
1
)
3
1
)
31/,
4-1/s
8-13 J. ’18
2
1
!2
3
3l/2_
4
1
/

5
1
/,-6
1-6

J. ’18
2′,4-3
3l/
3
17
/12
4-
1
!9

4-6
24-29 J. ’18
2/-3
3l/4
3
17
42
4/,

3-5

9-14 J. ’17
2-31,
3_I/
.1
T5
12

23 5
5
4-/8

2-4
10 14 J. ’16
1 V,-2
2
V4-/4
5’r’1′
351443/

2
1
/1-4
1
/2

20-24Ju1.’l4
3’/s-‘/j
2
1
/-
8
/
2V4-‘/4
2V8-‘f,
2/4
1
1
/42
1
/2
1)
Noteerinp van 12 Juli.

WISSELKOERSEN.

WISaELMARKT.

Eenigszins belangrijke schommelingen vonden de afge-
loopen week niet plaats. Flauwe en vaste dagen wisselden elkaar af. Londen liep aanvankelijk wat terug, 9,25’1-9,15,
Woensdag was de stemming echter weder vaster en Donder-
dag werd wederom 9,25 bereikt. Daarna liep de koers weder
terug op 9,19 ‘/,. Parijs en New York volgden vrijwel dezelfde
beweging. Ook Berlijn en Weenen gingen eenigermate in dezelfde richting. Alleen had hier Lle daling en de rijzing
een dag Inter plaats. Zwitserland was vrij vast. Van Skan-
dinavië was Kopenhagen eveneens vast, daarentegen Christi-
anja tamelijk flauw, terwijl Stockholm nogal sterk schom-
inelde. In de eerste helft der week was dit devies sterk nan-
geboden, zoodat Woensdagochtend slechts met moeite 68 te
maken was. Later op den dag trad een sterk herstel in en
in het verdere verloop der week bleef er flinke vraag tot
verhoogde prijzen heerscheû.

KOERSEN IN NEDERLAND.
ala
Londen
Parij,
Berlijn
Weenen
St.
New
York’)

8 Juli 1918

. .
9.19
34.-
34.40
20.55

1.92
2
/4
9

1918

..
9.15+
34.-
33.80
20.25

1.92
10

,,

1918

..
9.22
33.95
33.70
19.75

1.93
11

1918

..
9.25
34.10
33.95
19.95

1.94
12

1918

..
9.23+
34.10
34.12+ 20.17+

1.93’14
13

,,

1918

..
– –

– –
1.93
Laagste d. w. ‘)
9.14
33.70
33.60 19.60

1.91
1
!2
Hoogste ,,

,,

‘)
9.25+
34.15 34.50
20.60

1.94V4
6 Juli 1918

. .
9.262
34.20
2

3449
2
20.702
1.94’12
29 Juni 1918 ..
9.32+
34.42+
34.25
20.40

1.96
Muntpariteit ..
12.10+
48.-
59.26
50.41
1.28
2.48’14

) Noteering te Amsterdam.
1)
Pazticuliere opgave.
2)
Noteering van 5 Juli.

Data
Stock-
l,olm’)
Kopen-
hagen’)
Chris-
tiania’)
Zwitser-
land’)
Spanje-.’
1)
Batavla
1)
telegrafisch

8 Juli 1918
68.57+
60.40
61.40
48.92+
54.25
99-106
9

,,

1918
68.50
60.45
61.-
48.75
54.-
99-100
10

,,

1918
68.30 60.10
60.90
48.75
53.70
99-100
fl

1918
68.55 60.50
61.- 49.-
53.50
99-1004
12

1918
68.75
60.50
61.05
49.05
53.80
99I-100
13

,,

1918
– –
61.-

53.90
99-100+
L’ste d.
w.’)
68.-
60.-
60.80
48.60
53.-
99+
ll’ste

,,

,,

‘)
68.90 60.60 61.50
49.10
54.50
100+
6 Juli

1918
6855
6050e
61.30
49.10′
54.50
99-100+
29 Juni 1918
69.72+
61.10
62.25
49.60
55.-
99-100
Muntpariteit
66.67 66.67 66.67
48.-
48.-
100

lNoteenng le Amsterdam.
‘t
rØrt,cuIIere
OppaVC
2)
Noteering van 5 Juli.

KOERSEN TE NEW YORK.

Coble
Zicht
Zicht
Zicht
Data
Londen
Parijs
Berlijn
Amsterd.
(in
$
(in fr,
(In cents
(in cent,
per
P. $)
p. 4 fim.)
per gIS)

13 Juli

1918
4.76.45
5.71
,
/4
now.
51
1
/4
Laagste cl. week..
4.76.45
5.71
1
/
now.
50
1
!13
Hoogste,,

,,

..
4.76.50
5.71
5
/e
noin.
51
1
!2
6 Juli

1918
4.76.45
5.71
1
!,
now.
50
1
/
29 Juni

1918
4.76.45
5.71
1
/2
now.
50’/4
Muutpariteit….
4.86.67
5.18’/
95 1/4
40′!,,

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.

Plsatsen en
Landen
Notcerings.
eenheden
14
Juni
1918 27
Juni
1918

Tijdperk
1u
7
O
Juli

Laagste Hoogste

10
Juli
1918

Alexandrië..
Piast. p. £
977/16
971,s
977/,
977/
1

977/,

B.

Aires ….
d.p.gd.pes.
512/8

51
1
/4
50
9
!,.
51
8
/
51′!,6
Calcutta ….
sh!d.p.rup.
116′ s2
116′!,2
1/6
1/6′!,,
1/6V21
Hongkong ..
id. p. $
3/2′!4
313
1
!,
313’/
313
1
!,
3/3′!,
Lissabon….
d.p.escudo
30
30
1
!, 30
31
30
1
/1
Madrid

….
Peset.p.0
16.67
17.00 16.90 17.42 17.28
Montevideo..
d.p.peso
62
1
!,
611!,
61
62
61
1
!,
Montreal….
$ per £
4.85
3
1
4.88
4.86
4.88
1
/
4.86
1
/
Petrograd ..
R. p. £ 10
now.
now, now, now, now.
R.d.Janei.ro’)
cl.p.nsilr.
13
3
1,2
12
13
!16
12
3
!,
12271,2

12’/8
Ljres p. £
44.85
43.85
43.10
43.95
43.68
Shangbai

..
sh!d.p.tael
4/7’14
4/81/
4

4/8
1
14
418
1
I
4/8
8
/
Rome

…….

Singapore

.
id. p. $
214′!,
2/4
1
/8
213”/12
2/4
1
!1 ,
2/41/,,
Valparaisq ‘) d.p.pap.p.
17
11
/s2
17V,,
16
7
1,
171,2
17
8
/p,
Yokohama ..
shld.p.yeu
212’12
212
9
!,.
2/2
3
!,
2/2114

212
1
1,,
1) Noteeringen op
90
dagen.

GOUD EN ZILVER.

Sedert 29 Juli 1916 worden de dagelijksche ontvangsten
en onttrekkiugen van goud door de Bank van Engeland
tijdelijk niet bekend gemaakt.

NOTEERING VAN ZILVER.

Noteering te Londen.

te New York

13 Juli
1918 ……..
4813/,,

.
9918
6

,,
1918 ……..
48″/,
99’1
29 Juni
1918 ……..
48/,
99
1
!3
22
1918 ……..
48′!,
99
1
!2
15

,,
1918 ……..
.48′!,
99′!2

14 Juli
1917 ……..
40′!
79
5
!,
15 Juli
1916 ……..
29’/,
61
7
!8
20 Juli
1914 ……..
24″!,.
54′!,

N.U.M.

Weekstaat der Nederlandsche Uitvoerwaatschappij.
Voornaamste oosten in duizenden culdens.

Buitenl.
De!,
5
pCi. Cred.
Dato
Bankiers
Schot-
Dioerse
Schuld-
Dier,c
kistl’ulj.
reken.
1)
briecen
reken.
i)

11 Juli

1918..
12.785 19.100
53.100
13.919
67.205
4

,,

1918..
12.137
19.100 53.200 13.770 66.857
27 Juni 1918..
12.391
1.9.100
53.200
13.643
66.297
20

,,

1918..
11.393 19.100
53.200
13.162
65.911
13

,,

1918..
10.700 19.100
53.200
12.876
65.485
.) Beide rekeningen omv,ttcn, behalve garantiewissels in portefeuille
tot het bedrag der buitenl. schatkistbiljetten, in hoofdzaak garantiewissel,
in dep6t bij de Ned. Bank.

642

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17Juli 1918

NEDERLANESCHE BANK.

Verkorte Balans op 13 Juli 1918.

Activa.

Binnenl.Wis-{H.-bk. t’ 17.324.878,80

1
/2
sels, Prom., B.-bk.

740.931,19
enz.in
disc. Ag.sch.

16.034.723,54’Is
t’

34.100.533,54
Papier o. h. Buiten!, in
disconto……………………..
Idem eigen portef..
t’
8.830.702,-
Af: Verkocht maar voor
debk. nog niet afgel.


8.830.702,- Beleeningen {rL.bk.
t’
67.744.391,51’/
mcl.
vrsch.
in rek.-crt. B.-bk.

5.513.565,72
op onderp. Ag.sch. ,, 42.368.586,10

f115.626.543,33
‘Is

Op Effecten

……
f113.860.613,33’Is
Op Goederen en Spec. ,,

1.765.900,-
115.626.543,331I2
Voorschotten a. h. Rijk
.

……………..
i4.952.148,18′!

Munt enMuntmateriaal
Munt, Goud ……
f
83.969.790,-
Muntmat., Goud
..
,,633.418.693,03
1
I2

f 717 .388.48 3,03
’12
Munt, Zilver, enz..,,
7.740.696,35
Muutmat., Zilver
..
,


725.129.179,38′!2
Effecten
Bel.v.h.Res.fonds..
f

5.048.969,32
id. van
1
/5
v. h. kapit.
,,

3.907.261,18
8.956.230,50
Geb.enMeub. der Bank
…………….

..
1.770.000,-
Diverse rekeningen ……………….
,

103.443.664,46

fl.012.809.001,40’/s

Paasiva.
Kapitaal

……………………..
t’
20.000.000,
Reservefonds

……………………
5.079.402,56
Bankbiljetten in omloop ………….,
920.180.145,-
Bankassignatiën in omloop ……….,,
2.156.095,84
Rekening-Courant saldo’s:
Van het Rijk ….. .
f


Van anderen ……

..63.413.262,87°/s
63.4,.13.262,87
1
1
Diverse rekeningen

………………

..
1.980.095,13,

fl.012.809.001,40
1
ls

Beschikbaar metaalsaldo ……
……..
f
527.035.760,29’/
O

de basis van

snetaaldelcicing
……
329.885.859,55
‘/
Minder bedragaan bankbiljetten in omloop
dan waartoe de Bank gerechtigd is
.. ,,
2.635.178.800,e

Verschillen met den vorigen weekstand:
JW’eer
Minder
Disconto’s
7.893.648,78
Buitenlandsche wissels

35.460,-

Beleeningen
3.415.948,51
Goud

………………..
129.339,54
Zilver ………………..50.329,58
Bankbiljetten

…………
5.873.505,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….

5.177.599,39’/

Voornaamste oosten in duizenden guldens.

Data
Goud,
Zilver

B k
JC

Cfl
Andere
opeischbare
schulden.,.

13

Juli
1918

.


717.388
7.741
920.180 65.569
6

,,
1918
….
717.518
7.690
926.054
60.354
29 Juni
1918
.
717.559
7.692
927.335
50.546
22
1918
.
717.645
7.638
902.474
69.158
15
1918
….
717.787
7.821
911.227
61.847.
8
1918
..
720.151
7.784
917.260
59.436
1

,,
1918
..

.


720.266
7.797
927.614
61.880
25

Mei
1918
,.
721.439
7.799
919.162
73.201
18

,,
1918
719.240
7.756
933.985
62.857
11
1918
721.771
7.493
952.425
60.656
4

,,
1918
721.833
7.331
971.986
64.449
27 April
1918
..

.


725.771
7.274
936.472
71.764
k

20

,,
1918
..
729.446
7.158
895.117
75.776

14

Juli
1917
….
624.158
7.286
767.296 52.738
15

Juli
1916
….
578.989
9.873
654.012
100.459

25 Juli
1914
..

.


162.114 8.228
310.437
6.198

D a a

Disconto’s

Belec.
Eeschtk.

.
baar
Dek-
kings-
.
Hiervan
‘r

,
0
00
Schatkist.
ningen
Metaal.
percen-
promessen
saldo
lage
rechtstreeks

13 Juli 1918
34.101
11.006 115.627
527.036
74
6

,,

1918
41.994
17.000 119.042 526.981
74
29Juni 1918
43.817
18.000
122.089 528.725
74
22

1918
43.960
18.000 119.558 530.001
75 15

1918
45.195
18.000
118.496 530.028
75
8

1918
46.876
18.000
122.133 531.834
75
1

,,

1918
48.296
18M00
133.252
529.395
74
25 Mei 1918
50.096
18.000
131.743 529.987
73 18

1918
55.018 18.000 135.293
527.115
73
11

1918
58.395
.
18.000
150.486
525.715
72
4

1918
61.871 18.000 170.593
520.938
70
27Apr. 1918
46.520
18.000 153.925
530.839
73
20

,,

1918
36.547
18.000
115.576 541.717
76

14 Juli 1917
51.755
40.000
76.823
466.424
77
15 Juli 1918
34.580
15.500
72.434
437.086
78

25 Juli 1914′
67.947 14.300
61.686 43.521
1
)
54
t)
Op
de basis van
5/
metaaldekking,

Uit de bekendmaking van den Minister van Finan’
ci ë n blijkt, dat uitstonden op:

6 Juli
1918

Aan schatkistpromessen..
f
125.250.000,-

f
131.350.000,-
waarvan rechtstreeks bij
de Ned. Bank geplaatst

11.000.000,-

17.000.000,-

Aan schatkistbiljetten – . ,, 48.224.000,-

48.224.000,-

Aan zilverbons ………..50.637.572,-

48.968.798,50

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail ontvangen gegevéns wordende telegrafisch
bekend geworden totaalcijfers der obligo’s en uitzettingen en
het beschikbaar metaalsaldo van latere data opgenomen.

Data
Goud
Zilver
Bank.
ijetten

Andere
opeischb.
schulden

***
256.600
22

,,

1918
254.500
29

Juni

1918 …….***•

91.225 18.058
‘iiii344

67.776
20

,,

1918 ……91.247
18.510
181.163

64.932

13

,,

1918.
…..90.977.
19.110
‘182.413

63.366

27

April1918 …….

30 Juni 1917 ……78.400
19.006
164.939

45.237
1

Juli

1916 ……55.061
28.533
146.783

44.648

25

Juli

1914 ……22.057
31.907
110.172

12.634

Data
Dis.
conto’s

Wissels.
1

buiten
N-Ind.
betaalbaar

1
Belee-
ningen
Dio
k
erse

ningen
t)

BescItik-
baar
metaal-
saldo

Dek.
king…
percen-
lage

29Juni1918
13?300
64.900
22

,,

1918
130.100
5*5
65.300

27Apr.1918
26.565
59.670
44
7.5861 32.834
67.975
20

1918
8.114
1

33.032 68.545
25.487
60.770 45

13

1918
8.519
1

34.106

1
69.751
23.478 61.187
5.

45

30Juni1917
7.102 34.667

1
62.042 13.125
56.555
46
1Juli 1916
6.656
41.939 154.895
8.118
45.268
44

25Juli1914
7.259
6.395 147.934
2.228
4.842
2
)
44

t)
Sluitpost der activa.

2) Op
de basis
van

metaaldekkins.

SURINAAMSCHE BANK.

,Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circulatic
Andere
opeischb.
schulden
Disconto’s
Div. reke.
ningen’)

4

Ms1i

1918

. .
7042)
1.411
784
1.108
791
27 April 1918

6652)
1.303
840
1.115
691
20

1918

..
582
4
)
1.293
735
1.118
844
13

,,

1918

..
502
5
)
1.330
782 1.144
866

5

Mei

1917

..
755 1.210 1.117

919

497

6

Mei

1916
..
790 967
797 924
826

25 Juli

1914

..
645
1.100
560 735 396
‘) Sluitpost der activo.
2) Hiervan
zilverboos
165
de. gid.

8)
Idem
145
dz.
gid.
4)
Idem
73
de. gid.

5)
Idem
1
dz. gIcI.

17 Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

643

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven

van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

BANK VAN ENGELAND.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden p. st.
Data
Metaal
Circulatie
Cu,rcnc,j Notes.

Bedrag
Goudd.
Cao. Sec.

10 Juli

1918
65.968
55.092
°

3

,,

1918
65.334
54.903
256.228
28.500
233.295
26 Juni 1918
65.228
53.674
252.912 28.500
229.751
19

,,

1918
64.206
52.384 250.067
28.500
227.251

11 Juli

1917
53.432 39.930
164.728
28.500 137.158
12 Juli

1916
59.397
35.989
124.680 28.500
91.573

22 juli

1914
40.164
29.317

Data
Cao.
Scc.
Other
Sec.
____________

Public
Depos.
Other Depo,.
Re-
serve

Dek.
kings
percen-
(age
t)

10 Juli ’18
57.379 109.922
38.343
140.419
29.326
16,40
3

,,

’18
66.238
112.937
38.179
152.068
28.881
15,18
26 Juni’18
51.652 100.800 35.779 128.849
30.004
18,22
19

,,

’18
53.750
95.050
36.122
125.187
30.272
18,77

11 Juli ’17
45.466
108.600
42.088
126.103 31.952
19,-
12 Juli

16
42.188
81.225
54.920 92.500
41.858
28,39

22Juli ’14
11.005
33.633
13.735
42.185
29.297
52/o

t)
Verhouding tusechen Reserve en
Deposite.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, ozder bijvoeging der Darlehens-

kassenscheine, in duizenden Mark.

Data
Metaal
Daarvan
Goud
_________________

Kassen-
scheine
C(rcu-
latie

Dek.
king,.
percen-
tage
t)

6 Juli

1918
2.467.358
2.346.419
1.808.693
12.569.099
34
29 Juni 1918
2.466.980
2.346.204
1.785.608
12.510.354
34 22

,,

1918
2.466.812
2.346.064 1.627.742 12.047.523
34 15

1918
2.466.387
2.345.959
1.631.021
12.042.060
34

7 Juli

1917
2.527.134
2.457.459
443.858
8.717.098
34
7 Juli

1916
2.495.605 2.465.730
336.621 7.088.608
40

23 Juli

1914
1.691.398
1.356.857
65.479 1.890.895
93

t)
Dekking der circulatie door metaal en Kassenscheine.

Data
Wissels
Rek. Cr1.

Da,lehenskassenscheine

Totaal
In kas bU
uitge-
I

de Reich,-
_____________

geven
bonk

6 Juli

1918
15.653.243
8.319.966 9.499.700 1.794.300
29 Juni 1918
16.670.927
9.181.286
9.473.700 1.771.300
22

,,

1918
14.832.023
8.118.161
8.953.400 1.611.800
15

1918
14.936.677 7.904.740 8.931.500 1.615.200

7 juli

1917
10.497.331 5.337.083 5.092.000
427.500
7 Juli

1916
6.326.792
1.994.662
1.727.500 302.900

23 Juli

1914
750.892 943.964

1

RUSSISCHE STAATSBANK.

Sedeit 5 November 1917 is geen bankstaat verschenen.

BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste oosten in duizenden franco.

Data
Goud

Waarvan
in het
Buitenland
Zilver
Te goed
in het
Buitenland

Buit.gew,
voorsch.
ald. Staat

11 Juli ’18
5.425.636
2.062.108 266.842
1.472.929
18.900.000
4

,,

’18
5.424.796
2.062.108 263.833
1.458.259
18.750.000
27 Juni’18
5.363.848
2.062.108 259.326
1.384.632
18.450.000
20

’18
5.422.966 2.062.108
256.064
1.408.097
18.200.000

12Juli’17
5.293.406
2.034.775
262.260
745.792
10.700.G00
13 Juli ’16
4.775.543

341.614
589.520
8.300.000

23 Juli’14
4.104.390

639.620

Wissel,
Uit ge-
stelde
Wissels

Belee.
ning
Bankbil-
jetten

Rek. Cr1.
Parti.
culieren.

Rek.
Cr1.
Staat

.
1.134.165
1.073.715
920.926 29.090.401
3.969.976
39.628
1.267.714
1.075.188
906.896
28.952.189
3.838.787 54.873
.
1.358.039
1.076.405
936.706
28.550.426 4.019.256
38.119
1.334.892 1.078,679
960.059
28.414.297 3.928.095
67.882
0
524.038 1.188.790
1.145.686 20.196.484 2.461.515 40.043
429.540
1.450.913
1.202.723
16.113.175 2.224.406
64.111

1.541.080

769.400
5.911.910
942.570 400.560

SOCIÉTÉ GÉNÉRALE DE BELGIQUE.’)

Voornaamste nostnn in duizenden franco.

Data
Metafsl
inc1.
Belcen.
van
buitenl.
vorder.

jn.
van
prom. d.
provinc.
Rek
buiten1.

Binn.
wtssds
en
beleen.
r1
saldt

Circu-
lotie
I

saldi

11 Juli’18
1.003.706
99.451
480.000
113.063 1.414.860
271.410
4

,,

’18 948.030
99.426
480.000
109.528
1.358.854
268.262
27 juui’18
947.636
99.334
480.000
116.134
1.358.632
274.624
20

,,

’18
946.733
99.283
480.000
117.087
1.359.754
273.499

12 Juli’17
406.910
89.763 480.000
83.342
954.306
95.722
13 Juli’161
286.9081 68.2561480.0001
55.9071
728.172 159.414
t)
Sedert einde 1914 met de functie van circulatiebank belast.

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.

Voornaamste oosten in duizenden dollars.

Data
Goud Waarvan
1
voor dekking
t van in
Waar-
1 1
he( bui-
Zi lver
etc.

F.R.
Notes in

1

etrcu-
F. R. Notes
1
tenland latie

22 Maart’18
1.802.814
899.919 52.500
59.558 1.429.509
15

,,

’18 1.793.243
890.714
52.500
58.950
1.406.228
8

,,

’18
1.788.198
916.969
52.500
59.685
1.383.990
1

’18
1.777.329 905.915
52.500
60.444
1.351.091

23 Maart’17
912.055
352.038

10.665
844.603

1
.4lgem.
Percent.

Totaal
Waar-

1
Dek-
Goud-
Data
Wissels
Dcposttds
van

1
king,-
dekking
Kapitaal

1
percen-
circu.
lage
t)
latte

22 Maart’18
871.999 1.882.396
74.011
59,6
63,-
15

’18 840.732
1.833.275 73.886
61,6 63,3
8

’18
838.292 1.815.835
73.624 59,2 66,3
1

,,

’18
801.738 1.820.954
73.401 60,5 66,6

23 I’,iaart’17
106.271
844.603
56.057 80,5 101,5
t)
Verhouding tusochen: den totalen goudvoorraad. zilver etc.. en de
opeiscbare
schulden:
F. R. Notes en netto depooitoe met inbegrip van
het kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED BES. STELSEL.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data

1
Aantal
1
banken

Totaal

1
uitgezette
t

gelden en

1
beleggingen
Reserve

1
bij de
F. R. bank, Totaal
deposiios
Waarvan
time
deposit,

15 Mrt. ’18
681
11.923.007
1.152.208
11.029.244 1.392.492
8

,,

’18
682
11.928.372 1.164.890
11.190.614 1.395.667
1

’18
676
11.994.184 1.089.152 11.119.448
1.375.066
21 Febr.’18
686
11.860.946
1.170.737
11.243.053
1.404.882
15

,,

’18
679
11.527.276 1.139.386 11.089.879
1.381.799
8

,,

’18
670
11.443.117 1.208.992 10.937.616 1.358.737
1

,,

1
18
675
11.523.854
1.203.956
10.896.831
1.359.956
25 Jan. ’18
671
11.541.418 1.199.201
10.777.154
1.399.748

*

644

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17Juli1918

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 15 Juli 1918.

De politieke voorvallen van de achter ons liggende be-
richtsperiode hebben slechts geringen ihvloecl op den loop
der internationale beurzen geoefend. Dit in tegenstelling
tot de verwachting, die aan het einde der vorige week werd gekoestêrd, toen de aanval op Graaf Mirbach te
Moskou juist bekend was geworden. Weliswaar is thans
gebleken, dat de aanslag met zuiver politieke oogmerken
door den linkervleugel der Russische sociaal-revolution-
ioaire partij is uitgevoerd, doch naar het schijnt is de
thans aan het bewind zijnde Regeering in het vroegere
Tsarenrjk, gesteund door de Duitsche overheid, nog wel z66 krachtig, dat voorloopig voor ernstige gevolgen van
den politieken aanslag niet behoeft te worden gevreesd.
Echter blijkt uit deze gebeurtenis, dat in het onmetelijke
Russische Rijk stille krachten aan het werk zijn, om het
land weder in den oorlog, aan de zijde der Entente, te be-
trekken en bij de geringste spanning, die in het. Oosten van Europa ontstaat, richt zich ieders blik met angstige
verwachting op het verloop der gebeurtenissen. Weliswaar zou Rusland vermoedelijk geen bondgenoot van buitenge-
wone kracht kunnen vormen, doch als onmiddellijk gevolg
zou een concentratie van de trôepen der Centrale Mogend-
heden aan de oostgrenzen wel noodzakelijk worden. En hier-
uit zou een spoedige beslissing van den strijd wellicht kun-
nen voortkomen. Voor het oogenblik echter stelt men zich
tevreden met de rust, die oogenschijnlijk zoowel in Moskou,
als in Centraal-Rusland zelve, thans hersteld is.
Ook het aftreden van den Staatssecretaris voor buiten-
landsche zaken in Duitsehiand, den heer von Kiihlmann en zijn vervanging door den oud-admiraal von Hintze, hebben
geen merkbaren invloed op de beurzen gehad. Wel is het
bekend, dat de heer von Hintze geheel verschillend over
een militaire overwinning denkt, dan zijn voorganger, doch
de vi-ees, dat met zijn optreden een totaal andere koers
zou worden gevolgd, dan tot nu toe, is door de kalmeerende
woorden van den Rijkskanselier wel eenigszins op den achtergrond geraakt. Het roer is klaarblijkelijk niet ge-
heel en al omgegooid.
Grooter was de invloed, althans voor de beurs te B er-
1 ij n, uitgaande van de discussies omtrent deverhooging der
Duitschebeursbelastingen, welke thans door den Rijksdag zijn
aangenomen. Wij zullen in dit orgaan nog nadere
bijzonderheden omtrent dht onderdeel der gezamen-lijke voorstellen, dat het nieest de aandacht heeft ge-
trokken, n.l. de verhoogiug van de heffing op den omzet
van aandeelen, mededeelen. Oorspronkelijk was door de Re-
geering een belasting van 3
0
/00
voorgesteld, hetgeen bij eerste
lezing geamendeerd is tot een heffing van 2
0
/00,
echter met de
bepaling, dat gedurende den oorlog de belasting zou wor-den vastgesteld op 5
O/
of 3′ pCt. Ten slotte hebben de
verschillende protesten uit alle kringen der belaughelben-
den tot een compromis geleid, waarbij bepaald is, dat de
bedoelde belasting 3
0
/00
zal bedragen, echter met dien ver-
stande, dat de Regeering de faculteit verkrijgt haar te ver-hoogen tot 4
0
/00
of te verlagen tot 2
°/oo_
al naar de om-
standigheden haar dit wenschelijk voorkomen. Ondanks deze tegemoetkomende houding is men in beurskringen
van meening, dat de thans ingevoerdeheffing de omzetten
ter beurze zeer sterk zal doen inkrimpen, zÔö zelfs, dat
vérmoedelijk het geraamde bedrag der opbrengsten niet zal
worden bereikt. Hierbij moet in het licht, worden gesteld,
dat de speculatie op zich zelve niet afgeschrikt wordt dô’ör
grootere heffingen, doch dat de bona-fide beurshandel in’de
eerste plaats wordt getroffen. Thans reeds doen zich sym-
ptomen voor, die deze beide stellingen bewijzen. In cle eerste
plaats zijn de speculatieve aankoopen van het publiek geens-
zins geringer geworden, zelfs niet toen nog alle uitzicht op
een heffing van
Y
2
pCt. bestond en anderzijds zijn kapitail-
krachtige kringen doende thans hun behoefte aan effectdfc-‘
bezit te bevredigen, teneinde gedekt te zijn vôfr het tijd-
stip van inwerkingtreden der nieuwe wet (vermoedelijk
primo Augustus as.). Onmiddellijk na afkondiging zal men
derhalve waarschijnlijk een periode van grooten stilstand
in beleggings-affaires kunnen verwachten, terwijl het van
de dan heerschende çmstandigheden zal afhangen, of de. speculatie voldoende aanleiding heeft in het beursspel in
te grijpen. De economische omstandigheden zelfs hebben geen rem-
menden invloed uitgeoefend. Het is reeds van algemeene
bekendheid, dat .de graan-voorziening uit de Oekraïne en
uit Remenië sterk is tegengevallen en thans chijnt dit
bok met de suikerimporten het geval te zijn. Wel zijn in
den loop dezer week te Maagdeburg 100.000 centenaars
gearriveerd, doch op zichzelve is deze hoeveelheid reeds ten
eenenmale onvoldoende voor een behoorlijke distributie en

daarenboven is de prijs te hoog (3 ft 4 Mark per pond) om
het artikel onder het bereik van breede lagen der bevolking
te brengen.

Toch bleef, zooals gezegd, de stemming ter beurze over
liet geheel vast. Drie groepen traden voornamelijk naar
voren: oliewaarden, voor welke reeds sinds geruimen tijd
groote vraag bestaat (hier zijn het aandeelen Steaua
Romana, die bij voorkeur uit de markt worden genomen),
aandeelen in cement-ondernemingen, in verband met het
gerucht, dat voor burgerlijke doeleinden sommige voor-
raden zouden worden vrijgegeven’ en vooral textielwaarden
als gevolg van het toenemende verbruik van ,,ersatz”-stof-
en voor de kleediiigindustrie. Van buitenlandsche staats-
fondsen bleven Mexicaansche en enkele Rtissische soorten
gevraagd.

Te W e e n e n is de beurs, nadat zij eenige weken gele-den, voornamelijk op aanduidingen uit Budapest, een ten-
diens tot een èpwaartsche beweging te aanschouwen heeft
gegeven, thans weder onder den indruk van de economische
en politieke omstandigheden in een apathische houding vervallen. Het publiek, dat reeds belangstelling had ge-
toonci voor het entameeren van nieuwe zaken, heeft zich
geheel teruggetrokken. Gekocht werd er niet, ook niet ver-
kocht en de omzetten hebben zich voornamelijk beperkt tot
zaken tusschen den beroepshandel. Daarbij kon het koers-
peil zich echter vrij goed handhaven, juist wijl aanbod op
eenigszins groote schaal niet bestond Het beursbestuur
heeft thans voor den vijfden keer gedurende den oorlog een
koerstabel van de meest courante soorten gepubliceerd, na-
dat de laatste noteeringcic d.d. 31 December 1917 vastge-
steld waren. Uit deze publicatie (die niet precies de koer-
sen op den datum der bekendmaking, d.i. 1 Juli 1918, doch
meer cle gemiddelden van de laatste weken bevat) blijkt,
dat ovei het geheel Hongaarsche waarden gedirende het
laatste halfjaar vrij sterk konden monteeren, terwijl de
Oostenrijkshe overwegend gedaald zijn. Voorts komt naar
voren, dat de koersvariaties, hoewel nog zeer groot te noe-
men in vergelijk mt cle fluctuaties in vredestijd; toch veel minder zijn gewordén, clan in de laatste maanden van het
vorig jaar. Een geheele reeks aandeelen is slechts met
uiterst geringe verschillen tegen ultimo December 1917
genoteerd. In de eerste plaats is dit het geval met de
meeste baukaandeelen, van welke de Oostenrijksche, met
uitzondering vaii de credietaandeelen, iets lager, de Non-
gaarsche een kleinigheid hooger gelden. Aandeelen in spoor-
wegondernemiiigeu zijn over het geheel lager genoteerd.
Ook scheepvaartwaarden, clie in den loop van het vorig
jaar wilde bewegingen te aanschouwen hebben gegeven, heb-
ben than slechts zeer bescheiden koerswijzigingen aan te
tonnen; hetzelfde is het geval bij industrieele aandeelen,
een enkele uitzondering niet medegerekend. Verbetering
hebben de waarden ondergaan, die in betrekking staan tot de ijzer-industrie, ondanks het feit, dat de algemeene toe-
stand in deze nijverheid hog geenszins rooskleurig is te
noemen. De grootste stijging hebben de aandeelen der di-
vere oorlogs-iudustrieën ondergaan, in verband met het
veranderd aspect van den wereldstrijd, terwijl ook petro-
leuni-aandeelen in het centrum der belangstelling hebben
gestaan. Een onderscheid moet hier echter gémaakt wor-
den tussbhen die ondernemingen din zelf over groote voor-i-aden of over eigen productie van ruwe olie beschikken en
dezulke, die dit materiaal moeten aanknopen. Een sensa-
tioneele koersverheffing is te boeken voor de aandeelen der
hout-onderneming Goetz in verband met den ook hier ter
plaatse reeds gereleveerden s&ijd ter verkrijging van de
meerderheid der aandeelen.
Weinig bevredigend is de koersbeweging der beleggings-
waarden. De oude Oostenrjksche rente is eenige procenten
gedaald; de nieuwe oorlbgsleeningen iioteerea deels frac-
tioneel hooger, deels iets lager dan de emissieprijzen. Zij
onderscheiden zich hierin ten ongunste van de Hongaar-
sche oorlogsleeningen, ciie in doorsnede 134 pCt. en meer
gestegen zijn. Het verschil in waardeering tusschen de
oude Oosteurijksche en cle dito Hongaarsche leeningen heeft
zich in het afgeloopeu semester sterk ten faveure der laat-
ste toegespitst.
Te P a r ij s wordt de aandacht nog steeds gespannen ge houden door de beschouwingen met betrekking tot de pro-
longeering van het recht van uitgifte van bankbiljetten
door de Banque de France. In den laatsten tijd is de circu-
latie dezer biljettei ‘voortdurend stijgende, eensdeels in
verband met de oorlogskosten, clie Frankrijk voor zich-
zelve heeft op te brengen, anderdeels als gevolg van de
lasten, die het land voor de voorziening in de behoeften van
het op zijn bodem strijdende Amerikaansche leger op zich
heeft genomen. De vorige week maakten wij reeds melding
van een overeenkomst, gesloten tusschen Engeland en Ame-
rika aan den eenen en Frankrijk aan den anderen ‘kant,

17Juli
1
918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

645

waarbij bepaald was, dat de aankoopen van Frankrijk door
de beide eerstgenoemden in Ponden en Dollars zouden wor-
den gefinancierd, waartegen dan Frankrijk zich verbond
liet Amerikaansche leger te bevoorraden, soldijen uit te
hc-talen, enz., in francs. Toen – deze overeenkomst pas ge-
sloten was, bevond zich nog slechts een betrekkelijk klein
deel van het Amerikaansche leger op Franschen bodem.
Nu dit echter voortdurend toeneemt, heeft de o’vereenkomst
ten gevolge gehad, dat veel meer door

Frankrijk moet wor-
dcii betaald tea behoeve der bondgenooten, dan omgekeerd.
De thans geschapen toestand komt in de practijk dus fei-
telijk neer op een eindigen van het aan Frankrijk toegestane
crediet tot aankoop van de benoodigde voorraden. Immers
wordt thans allcs, wt het land in Amerika, resp. Engeland
aankoopt contant voldaan door de uitgaven ten behoeve van
– de Amerikaansche bevoorrading en soldij-betalingen. Dit
heeft sommigen er reeds toe gebracht het denkbeeld te
opperen van een Amerikaansche leening, in Frankrijk te plaatsen, teneinde de Unie op deze wijze in staat te stel-
len de meerdere Fransche uitgaven in Frankrijk zelve te
voldoen.
liet spreekt vanzelf, dat door de buitengewone betalingen
de Staat een sterk bcroep op de centrale financieele instel-
ling heeft moeten doen. Nadat in Februari j.l. de maximum-
circulatie van bankbiljetten bepaald was op 27 milliard
1 rancs, was reeds in den aanvang van Mei
j.l. een verdere
wettelijke uitbreiding noodzakelijk tot 1 r. 30 milliard en
thans is dit maximum bijna weder bereikt. De biljetten-
circulatie bedraagt n.l., volgens de jongste bankstaten, on-
geveer fr. 29 milliar&l. In den tijd van twee maanden, van
9 Mei j.l. af, is de circulatie met niet minder dan fr. 2234
utillioen gestegen. In het licht van deze feiten behoeft het
(lan ook geen verwondering te wekken, dat serieuze krin-
gen uit de financieele wereld met bezorgdheid den loop van
zaken beschouwen en dat de voormannen geen middel onbe-
proefd willen laten, teneinde de monetaire verhoudingen
ten spoedigste op een gezonde basis te stellen. Het is hier-
aan toe te schrijven, dat de discussies in de Kamers omtrent
verlenging van het octrooi der Banque de France tot nu
toe nog geen definitieve beslissing hebben gebracht. De beurs te L o zo de n heeft slechts weinig vermeldens-waards opgeleverd. Enkele fondsen zijn gevraagd, zoo b.v.
de aandeelen der Engelsche General Electric Company, clie
gedurende don oorlog zich sterk met ondernemingen van
gelijken aard heeft gefusioneerd. Het kapitaal der Mij.
wordt thans gebracht op 3 millioen Pond Sterling door
uitgifte van £ 1.000.000 preferente en £ 300.000 gewone
aandeelen. Bovendien worden £ 300.000 uit de reserve als
bonus onder aandeelhouders verdeeld. Overigens is de beurs
vrijwel zonder tendens gebleven.
Te N e w Y o r k is de stemming iets zwakker geworden, hoewel groote verkoopen toch niet zijn voorgekomen. Men
bereidt zich thans voor op het doorvoeren eener nieuwe
oorlogsleening- tegen November n.s., hetgeen reeds een
zekere stroefheid op de geldmarkt heeft doen ontstaan.
ludustrieele aandeelen echter zijn nog goed gevraagd ge-
bleven, in verband met de verbetering van den staat der
onuitgevoerde orders per einde Juni der United States
Steel Corporation en tengevolge van de nawerking, die de
verhooging van den koperprijs tot 26 cents per pond heeft
doen gevoelen.
T.e o n z en t zijn voor de
staatsfondsenmarkt
geen wij-
zigingen vail beteekenis aan te toonen. Het welslagen der
jongste emissies en de kalmte, waarmede de aankondiging
van nieuwe uitgiften wordt opgenomen (thans weder de
emissie van
f
14.000.000 5 pCt. Obligaties- Staatsspoor ad
100
3
/8
pCt.) geeft een goeden indruk van de gemakkelijk-
heid, waarmede aanzienlijke bedragen door ons publiek ge-
absôrbeerd kunnen worden. Buitenlandsche staatsfondsen
bleven kalm, doch vast, o.a. Russische soorten, waarin vrij
regelmatig omzetten tot stand zijn gekomen. . –

9 Juli,
12 Juli. 15 Juli.
Rijzing

41/0/

Ned. W. Schuld

..
. .
91
8
!,
91
,
18
91

‘1
41/
1
0/

1916
92
1
!,,
91
1
!,
91
1
1,
4

“/o

1916
85
9
/j,
851/
4

851/ja

1/
31/
2
0/
0

,…..
77
76’Via
77
3

0/,

,,

,,

,…..
68′!,
68V4
68′!,

21!2
0/

Cert. N. W. S…….
58
571/2
571/8

1/

5

0/

Oost-Indië 1915
..
. .
97
1
/&
96Ia

4

°Io
Hongarije Goud

.
38
37
37!,

4

oft, Oosteur. Kronenrente
337/
je

331/4
32’h

1
5

0/

Rusland 1906 ……
27 26
1
/4
25′!8

1
7
!&
41/
0/

Iwangorod Dombr…
24
1
!2
23


1′!2
4

0
/0
RuslandCons. 1880..
241/4
24’/4
23′!,

3/8
4

0
/0
Rusl. bij Hope
&
Co…
25 25
2514
+
V4
4

0
/0
5ervië 1895 ……..
29V,
29!1
25

4
1
/0
4

/0
Argentinië Buitenl..
56
591/4

+
31/4

De locale markten bleven voor het meerendeel rustig van
toon, met een tendens tot verbetering. Dit was o.a. het
geval voor
rubberwaarden,
die juist heden, en vooral na het
sluiten van den officieelen handel, sterk gevraagd bleven, in
verband met de bekend geworden ,,bonus”-uitkeering van
10 pOt. op de gewond aandeelen der Nederlandsche Rubber-
Maatschappij. Hoewel deze uitkeering moet worden be-
schouwd als een tegemoetkoming, die men den aandeelhou-
ders wil geven op rekening van het ongetwijfeld niet ongun-
stige jaar 1917 en derhalve hieruit geen enkele conclusie
met betrekking tot de naaste toekomst mag worden ge-
trokken, valt het niet te ontkennen, dat de maatregel een
stimuleerenden invloed op de gansche rubbermarkt uitoe-
fent. Dit, tezamen genomen met de technische marktpositie,
het bestaan n.l. van vrij uitgebreide contramine-rekenin-
gn, doet soms plotseling vraag ontstaan, waardoor de
prijzen in deze afdeeling vaak groote variaties op én dag
aantoonen. De- ondertoon echter blijft voor rubberwaarden
nog steeds pessimistisch.

Van de overige cultuurafdeelingen is de
tabaksanarkt
zoo goed als verlaten. Omzetten zijn hier bijna niet voor-
gekomen, met het gevolg, dat de koersen zich vrijwel op
één niveau konden handhaven.
9 Juli. 12 Juli. 15 Juli.
Rijzingof

Amsterdamsche Bank

179
7
/8 1798/
4

– ‘/8
Ned. Handel-Mij.cert. v. aand.170
7
!, 159

1571!2 – 13
3
/8
Rotterd. Baakvereeniging

133
7
/8 133
3
/

133
1
/ –
1
18
Amst. Superfosfaatfabriek

163/4 160
1
!,
160’/4 – 2’/
Van Berkel’s Patent ….. 145

140

140

– 5
Insulinde Oliefabriek …… 218’/4 217

220

+ 1
3
/4
Jurgens’ Ver. Fabr. pr. aand 104/4 104

103′! – 1
Ned. Scheepsbouw-Mij. …. 159

158

157/4 —1/4
Philips’ Gloeilampenfabriek 328

327!4 328/2 + ‘/2
R. S. Stokvis & Zonen .

512′!3 512′!2
Vereenigde Blikfabrieken

125′!2 126

125


Compania Mercantil Argent. 217
3
/ 214
1
!8 2201/s + 2
1
!8
Cultuur-Mij. d. Vorstenland 104
1
!, 102/4 102
1
!2
—2
Handelsver. Amsterdam.

268’/ 265’/A 266′!, – 2’/4
illolI. Transatl. Handelsver. 131′!, 129

130

– 1′!2
Linde Teves & Stokvis ..

225

222′!2 223
1
!2 – 1
1
/,
VanNierop&Co’sflandel-Mij 190

187′!, 187’1, – 2’/
Tels & Co’s Handel-Mij ..

181

181

183

+ 2
Gecons. bIl. Petroleum-Mij 218
1
!2 215

214

– 4112
Kon. Petroleum-Mij. . . . .. . 574

575
8
h 579

+ 5
Orion Petroleum-Mij ……. 80’h

78
7
/s

78’/ —2
Steaua Romana Petr.-Mij 203/8 –


Amsterdam-Rubber-Mij…..142′!, 139
1
!4 140’/4 – 1′!8
Nederl.-Rubber-Mij. …… 89’/d

85

88’/4 – 1
Oost-Java-Rubber-Mij.
.. ..
182’/4 158

157

– 25/
Deli-Maatschappij …….. 429
3
/4 418

416
1
!4 – 13′!,
Medan-Tabak-Maatsehappij 174 – 170
1
/2
172

– 2
Senembah-Maatschappij

563

544

545

– 18
Ook in de
suikerafdeeliny
bestond geen animo. Integen-
deel waren hier op enkele clageii 1e verkoopen overheer-
schend, zoodt het koersniveau geleidelijk is afgebr.okkeld.
in het vooruitzicht van de nog niet verbeterende scheeps-
gelegenheid ontwikkeldi zich dan ook nog geen vraag, die
ile neerdrukkende tendens eenigszins kon nivelleereu.

9Juli. 12 Juli. 15 Juli.
Rijzingof

Holland-Amerika-Lijn
….
369
1
!,
3671/2
369


1
/2
,,

,,

,,
gem.eig. 353
3
!

350

352


1’14
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij .. 267
1
!, 265

– 2’/t
Eloll. Alg: AtI. Stoomv.-Mij. 168
1
!4 165
3
14 167

– 1’/4
Hollandsche Stoomboot-Mij.. 220
1
1, 218’/4 2191/4 –
Java- Chin a-Japan-Lij n …. 282
1
/2 285

287V4 + 41/4
Kon. Hollandsche Lloyd .. 162

160

158’/ – 31/
4

Kon. Ned. Stoomboot-Mij… 230 –

225
1
!2 230
]on. Paketvaart-Mij…….259

263′!2 263’/

+ 4′!,
Maatschappij Zeevaart …. 280′!, 286

+ 5V2
Nederl. Scheepvaart-Unie .. 251
7
/
251

254
1
4 + 2
1
!,
Nievelt Goudriaan ……..439
1
/s 430

– 91/2
Rotterdamsche Lloyd……248

246
1
!,

– 1
1
!1
Stoomv.-Mij. ,,Nederland” .. 243

247

248

+ 5
,,Noordzee” .. 204
1
!,
200814
202V4 – 2V4
,,Oostzee” .. . . 3192/ 315

– 4’/
De
scheepvaartmarkj
daarentegen was optimistischer
van houding. De zeer gunstige jaarverslagen, zoowel van
de Java-China-Japan Lijn als van de Koninklijke Paket-
vaart-Mij., alsmede het buiten verwachting hooge dividend
op aandeelen Nederlandsche Scheepvaart-Unie deden de
aandacht speciaal op de Indische lijnen vallen, die dan ook
alle koersverbeteringen van meer of minder grooten om-
vang konden aantoonen. In aansluiting hieraan en in ver-
band met een mededeeling, dat de geassocieerde Regeerin-gen er wellicht binnen afzienbaren tijd toe zouden overgaan

646

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17Juli1918

enkele der in beslag genomen schepen aan de eigenaars te
retourneeren, waren ook de overige soorten goed gevraagd,
zoodat de gansehe afdeeling de beriehtsperiode in opge-
wekte houding verlaat.
De
pctroleu?nmcsrkt
heeft na een kleine inzinking weder
nieuwe belangstelling getrokken, o.a. voor aandeelen
,,lonink1ijke” en Gcconsoli deerde Hollandsche Petroleuni-
Maatschappij, welke beide• .00rten, klaarblijkelijk voor be-
leggingsdoeleinden, uit de markt werden genomen.
De
Amerikaansche wvrkt
was alleen voor de hoofdsodr-ten geanimeerd gestemd. Het steeds geringer wordend arbi-
trageverkeer met de Unie doet de aandacht slechts vestigen
op die soorten, welke aan onze beurs een ruime markt en
dus een zekere locale beteekenis hebben, zooals b.v. met
Steels het geval is. –

9 Juli. 12 Juli. 15 Juli.
Rijzingof

American Car & Foundry

73
1
/4

72
5
18

72
1
/4
– 1
Anaconda Copper ……..13O’/, 129
1
/,, 120V2

0
1i
Un. States Steel Corp ….. 90’/d

86
7
/s

87’I

– 2’/4
Atchison Topeka ……….82

81
7
/8

82/
4
+/4
/,
Southern Pacific ………. 79″, 79’/8

787/* –
Union Pacific…………..118

115V2

115°/4 –
2’/-
Int.Merc.Marineafgest…..30
1
/,, 29
5
/

301/s – “ho
prefs 103/4 100/8 101
3
/

1
7
/8

* ex dividend.

De
gcldniarkl
bleef ruim; prolongat,ie 3 pCt.

GOEDERENHANDEL.

GRANEN.

16 Juli 1918.’

In de vorige week ziJn de officieele cijfers der oogstr-
nhiilgeu der lTercenigde Stcte,z
afgekomen. Iii het algemeen
zijn zij gunstig te noemen, hoewel de cijfers voor t a r w e
bij velen in Amerika teleurstelling zullen verwekt heb-
ben, daar mcmi b.v. voor wintertarwe op een oogst van rond
600.000.000 bushels (ruim 16.000.000 tons) gerekend had,
terwijl het ‘ramingscijfer is 557.000.000 b. (ruim 15.000.000
tons). Het cijfer van de wintertarwe kan men vrij veilig als eindraming beschouwen, daar het oogsten in vollen
gang is, wat van de andere oogstcijfers (met uitzondering
der Californische gerst) niet gezegd kan worden, zoodat
groote verrassingen niet uitgesloten zijn. De oogst dci
wintertarwe maakt echter een groot deel van den Amen-
kaanschen oogst uit en dekt reeds ten volle de eigen h-

hoefte dci’ V. S., welke geschat wordt op ongeveer 1.000.000
tans, zoodat het surplus en tevens de zomertarwe, waarvan
de oogt op 334.000.000 bushels (9.000.000 tomis) geraamd
wordt, voor export zouden kunnen dienen. Neemt men
daarbij de bestaande groote voorraad tarwe in Australië
van ruim 5.000.000 tons, het surplus van Indië, geschat op
2.000.000 tons en tevens hetgeen Canada van zijn, oogst,
zal kunnen afstaan, wat bij goed eindresultaat op ruim
4.000.000 tons gerekend kan worden, dan kan men niet
dadelijk van een komend wereldtekort spreken, tenzij Rus-
land tengevolge van zijn ongeregeldea toestand isiet mcci
in zijn eigen behoefte zöu kunnen voorzien en op de andere
produceerende landen zou moeten steunen. De oogst der
zomertarwe vindt in de V. S. en Canada eerst over 2
a
3
maanden plaats en kan, zooals boven gezegd, nog teleur-stellingen geven, niet alleen wegens ougunstige weersge-
steldheid, doch ook door gebrek aai arbeidskrachten. Er
worden zooveel handen door den oorlog in beslag genomen,
dat sommige industrieën reeds daaronder lijden en het
gemis zal ook bij den landbouw gevoeld worden. Weliswaar
zal door Amerika, met het oog op de groote belangen, al
het mogelijke gedaan worden om bij den landbouw in het
tekort te voorzien, doch geheel zonder invloed zal het gemis
aan geschoolde krachten moeilijk kunnen zijn.
Van m al s in Noord-Amerika valt weinig te zeggen,
daar de uitzâai eerst kortelings heeft plaats gehad.
R o g g e, g e r s t en h a v e r beloven een goeden oogst en
hoewel de toestand te velde minder dan dien van het vorige
jaar is, wordt zulks weer door den grooteren uitzaai goed ge-
maakt. Wat 1 ij n z a a d aangaat, is het cijfer, hetwelk den
stand te velde aangeeft, zeer laag, wat doet vermoeden, (lat
de weersgesteldheid bij den uitzaai of kortelings daarna zeer
ongunstig is geweest. I)e verbouw van lijuzaad geschiedt
steeds noordelijker, zooveel mogelijk
01)
nieuwe gronden,
wat met zich brengt, dat het tecre gewas meer dan vroeger
door ruwere weersgesteldheid te lijden heeft. Ook dit jaar
heeft men tengevolge der hooge lijnzaadprijzen veel nieuwemi
grond in ontginning gebracht, waardoor de bezaaide opper-
vlakte grooter is dan de vier vorige jaren. Het begin is
echter al zeer ongunstig geweest, waardoor het voordeel
der grootere oppervlakte reeds zoo goed als verloren is
gegaan.
De
Arçjcxtjnsche
markten zijn in de laatste dagen voor
mals en lijuzaad een weinig vooruitgegaan. De oorzaak
van de verbetering van mais is wellicht dc aankoop dooi’ de
geallieerden, doch dit kan met het oog op de grootte van
den laatsten oogst moeilijk cle eenige oorzaak zijn. De

Noteeringen.

Chicago

I

Buenos Ayre,

Data
Tarwe
Juli
I

Ma to
Juli
I

Haver
Juli
Tarwe
Aug.
Mars
Aug.
Ltjnzaad
Aug.

13 juli ’18 230
160 71V, 12,35
5,70
25,60′,
6Juli ’18 230
152’/,
70’I8
12,40 5,65 24,90

13 Juli’17 203,
158/

2)

68
19,05 11,85
22,-
13Juli’16 110’/a
78
1/
4

407/
7,30
4,40
12,35
13juli’15 110
/2
76’16
48
11
4

12,752)
4,958)

10,808)

20Juli’14

82

‘)
56’/s ‘)
36’/2 ‘)
9,40
2
)
5,38
2)

13,70)

i-

i)

ler Dec.
2)
per Sept.
8)
per
Juli.

De noteeringen van Buenos Ayres
zijn van 12 Juli
1918, 6

Locoprijzen te Rotterdam/Amsterdam.

s
Ooien.
t
15 Juli
1918
8 Juli
1918
15 Juli
1917

Tarwe (inlandsche)

…….
25,-‘)
25,-‘)


Rogge (70 Kg. natura geiv.)
26,-‘) 26,-‘)


22,50
1
)
Gerst (60 Kg. natura gew.)
20,-
1
)’
20,– ‘)


20,-‘)
20,-
1)

Mais (La Plata)

………-

Lijnkoeken

(Noord-Ame-
Haver

(inlandsche) …….

rika van La Plata-zaad)
– –

225,-‘)
Lijnzaad (La Plata)

non,.

‘)
Regeeringsprijs.

Juli 1918, 13 Juli 1917, 13
Juli 1916,
13 Juli 1915.
AANVOEREN in tons van 1000 K.G. voor verbruik in Nederland.

Rotterdam

Amsterdam
Totaal

Artikelen.
7-13 Juli

Sedert

Overeenk.
7-1 3Juli

Sedert

Overeenk.
18

1917
1918

1 Jan. 1918

tijdvak 1917
1918

1 Jan. 1918

tljdôak 1917

Tarwe…………….-

1.944
243.231


2.920 38.227
4.864
281.458



8.465




8.465

• –

2.314

– –

2.314

MaIs

…………….
circa 3000 circa 3000
102.673.

1.250
67.438
4.250
170.111


– –
398 398

398

Rogge

………………….



30.600


11.886


42.486

Boekweit

……………..

.


10.025,
– –
27.269


37.294

Maïsmeel

…………..
Gerst

………………


• –
8.322


7.560

15.882
Haver

………………
Lijnzaad ……………
Lijukoek ……………


34.078


27.785

61.863

Tarwemeel …………
.
756
18.259
4.118
6.068
3.051
6.824
21.310

AANVOEREN
in tons,van
1000 K.G.
voor België.


124.249
232.750



124.249
232.750

79.368
10.208
– –

79.368 10.208
Tarwe ……………….


5.174



-.

5.174

Mais

……………….
Rogge

……………….
Tarwemeel …………
13
17.888




17.888

Gerst

………………
..612
.5.000
18347
667



18347
661

17 Juli 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

647

officieele raming van mais was 4.335.000 tons, doch dit cijfer werd Vrij algemeen als veel te laag beschouwd en
men schatte den oogst op minstens 8.000.000 tons. Eene
vraag van een artikel moet wel van beteekenis zijn, wil zij
indruk op de markt maken, doch zulk een vraag is in het
onderhavige geval met het oog op de beperkte scheeperuimte
niet te veronderstellen. Met lijnzaad is het een ander ge-
val, het voor export beschikbare gedeelte bedroeg slechts
400.000 tons en het nog niet naar het buitenland verkochte
werd eind April op 150.000 tons geraamd. Deze hoeveel-
heid is sedert dien kleiner geworden en waar er nog maan-
den moeten verloopen, vöôrdat de volgende oogst aan de markt komt, en waar tevens het nog aanwezige zaad zich
fl
Vrij sterke handen moet bevinden, is een prijsstijging
wel te begrijpen.

SUIKER.

De Bietvelden ontwikkelen zich overal gunstig, doch hoopt
men nu op warmer en zonnig weer.
De zichtbare voorraden geeft F.O. Licht als volgt op:

1918

1917

1916
Duitschland 1 Sept. ‘) 400.000* 250.000* 545.000*tons
Hamburg
j
Oostenrijk

1

‘) 250.000* 305.000’ 478.000*
Frankrijk

1

‘)
39.012

58.525

141.454
Nederland

15 Juni

70.012

115.627

25.396
België

1 Febr.

114.548

106.251

71.358
Engeland

1 Nov.
1)
259.929

135.699

195.267

Totaal Europa
1.133.501
971.102
1.456.475 tons
V. S. v. N. A.

2 Mei
40.717 328.502
135.170
Cubahavens

30 April
1.042.077
563.2392)
930.085

Totaal
2.216.295
1.862.843
2.521.730 tons
Raming.

t)
1917116/15.

)

1916!15!14.

2)

6 havens.

In de voornaamste Britsche havens waren do voor-
raden op 29 Juni:

1918

1917

1916
Londen

81.779

32.029

37.711 tons
Liverpool

20.270

20.721

7.300
Clyde

32.069

7.807

18.572

Totaal 134.118

-60.557

63.583 tons

Op Java ontbreekt in verband met do aanhoudende
daling der markt elke kooplust, terwijl aan den anderen kant tot de tegenwoordige prijzen weinig verkoopers te
vinden zijn. De tot dusver bekend geworden rendements-
cijfers van den nieuwen oogst geven over het algemeen reden tot tevredenheid, al zijn zij in doorsnee lager dan
verleden jaar.
In A me r ik a heeft de Internationale Suikercommissie
den basisprijs voor ruwsuiker ietwat verhoogd, n.l. tot
6.055 c. en voor geraffineerd tot 7.50 c.

C u b a-statistiek:

1918

1917

1916
Ontv. d. week tot 22 Juni

40.474

34.895
0
27.098 tons
Totaal sedert 1 Dec. 1917 2.877.092 2.488.102 2.784.345
Werkende fabrieken….

39

1

17
Exportderweekt.11Mei

66.116

98.645
Totaals.lDec.’17-30 Apr. 1.133.222 1.279.111 1.419.281
Exp. U. K. 1 Jan.-25 Mei- 265.104

391.455 345436
,, Frankr. 1 ,, 25 ,,

7.400

27.562

80.420
Totaal voorraad 27
,,
1.107.857

737.649 894.189
* 6 havens. § Tot 30 April.

NOTEERINGEN.

Londen

Amierdam

New York
Doa

per

Tates

WFiiie

mccie.

Auguslus

Cu8e3

Java3

(7”
No.
1

feb.

Cenirifugali.

12Juli 1918..
– f

6419

5719


5 ,, 1918

,, –

64/9

57/9


12 Juli 1917…. ,, 23,- 5319

– 6,20 t 6,39
12 Juli 1916….

30
1
h

4711′!2 2016

3116 6,27
t
6,40
21 Juli 1914 …….11’J, 181-

3,26

RUBBER.

In den loop der noteeringen is nog steeds geen verande-
ring gekomen en blijven de fluctuaties zeer gering. De
noteeringen van loco blijven rond 2/3, verdere termijn een
fractie hooger. Jan./Maart werd verhandeld voor
215
1
12,
doch
liep de prijs iets terug tot 215. einde voorafgaande week

Prima HeveaCrpe loco/Sept.2/2i

…………….2/3
Oct./Dec. 214

…………….2/4
Jan./Mrt. 2/5
smoked Sheets ca. 1 d. lager.

…………1 d. lager.
Hard cure fine Para …. 3/_.
1
/
2

…………….3/_h/,

KATOEN.

Noteeringen voor Loco-Katoen.

(Middling Uplands).

15
Juli
‘1818
1u11’18
11u11’18
1
16

1u
1
I’171
15Juli’16

New York voor
Middling

-.
32,95e
31,70e 31,90e
27,40e
12,95e
New Orleans
voor Middling
30,25e
30,- c
31,- c
25,38e
13,- c
Liverp. v. Good
Midd. Amerie.
22,67 d
23,07 d 23,17 d
19,25 di)
8,03 d
1)
2)
Middling.

Ontvangsten in, en uitvoeren van Amerikaansche havens.
(In duizendtallen balen.)

1
Aug.’17

Overecnkomallge perioden
bi
12
Juli
’18

1916-17
1
1915-16

Ontvangsten Gulf-Havens..

6232

7148

7544
,,

Atlant. Havens
Uitvoer naar Gr. Brittannië

2562

2707
‘t Vasteland.

4179

2270

2505
Japan etc…
1

454

Voorraden in duizendtallen
1
12
Juli
18
1
12Juli 17

12
Juli
’16

Amerik. havens …………1026

701

682
Binnenland …………..
..751

454

390
New York …………..


.

68

156
New Orleans ………….-

188

183
Liverpool ……………257
2
)

309

665

t
) 15 Juli ’18.

Marktbericht van de Heeren Sir Jacob Behrene & Sons,

Manchester, dd. 30 Mei 1918.
Wij hebben de vorige week geen bericht uitgegeven, omdat
de zaken toen door de Pinkstervaeantie vrijwel geheel stil
stonden. De positie van Amerikaansche katoen blijft onge-veer gelijk en voorraden in Amerika nemen toe, terwijl die
in Liverpool verminderen. De totale zichtbare voorraad is
grooter dan verleden jaar, terwijl de voorraden aan de
fabrieken zoowel in Amerika als in Lancashire eveneens
grooter zijn. De berichten omtrent den nieuwen oogst zijn
gunstig en men verwacht, dat deze wel
14
1
i,
t 15 millioen
balen zal bedragen. Door groote liquidaties zijn prijzen dan
ook wel gedaald, maar toen ten slotte bleek, dat er te veel
blanco was verkocht, heeft de markt zich weer hersteld.
Egyptische katoen is niet veel veranderd; oogstberichten
zijn goed en de vraag is verminderd, zoodat prijzen ten
slotte iets flauwer zijn.
De toestand op de garenmarkt is erg verward en de aan-
geboden hoeveelheden zijn slechts zeer beperkt. De vermin-
dering voor de werkuren voor de spinnerijen van Amen-kaansche katoen van 55
‘is
op 40 uur per week met hand-
having van de reeds ingevoerde productiebeperking, heeft
de productiekosten weer doen toenemen en prijzen zijn over
het algemeen minstens een penny per pond hooger. De
exporthandel staat geheel stil, maar de binnenlandsche be-
hoefte is nog steeds groot, zoodat alle beschikbare hoeveel-
hedeti direct geplaatst kunnen worden. Egyptische garens
zijn ook duurder door de opnieuw beperkte productie en
garens voor de twijoerjen zijn moeilijk te krijgen. De leve-
ringen op oude contracten blijven zeer onregelmatig. Enkele
firma’s uit neutrale landen hebben hier verschillende oude partijen voorradige garens verkocht en nu de kans op ver-
scheping zooveel slechter wordt, is het wel mogelijk, dat op deze wijze nog verdere partijen aan de markt zullen komen.
De doekmarkt is in een zeer moeilijke positie nu de pro-
ductie weer verminderd is en hoewel de vraag van het Verre
Oosten zeer onbeteekenend is, zijn fabrikanten over het
algemeen goed bezet en niet geneigd verdere contracten aan
te nemen, tenzij zij zeker zijn van levering van de daarvoor
benoodigde garens. Er is nog wel wat vraag voor de klei-
nere markten en Zuid-Amerika en fabrikanten, die nog iets
voor spoeclige levering hebben aan te bieden, kunnen daar-
voor zonder moeite volle prijzen bedingen.

Manchester, d.d. 13 Juni 1918.

Amerikaansche katoen is nog onder den invloed van de
Juli-positie; zoowel hier als in New York hebben groote
blanco verkoopen plaats gehad, en de markt is door de
daarop gevolgde dekkingskoopen veel vaster geworden. De
berichten omtrent den nieuwen oogst blijven gunstig en
men verwacht een groote opbrengst, als men tenminste
voldoende arbeidskrachten heeft om de katoen te plukken.

648

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17Juli1918
Niettegenstaande de toenemende voorraden blijft het Zuiden
zeer vast; men verwacht echter wel lagere prijzen. De
laatste berichten van Alexandrië zijn minder gunstig; het
koude weer heeft wel eenige schade aan de jonge planten
toegebracht.
Tengevolge van de vermindering in het aantal werkuren,
de schaarschte aan ruwe katoen en de hoogere prijzen
blijven Amerikaansche garens zeer vast en spinners kunnen
vrijwel vragen Wat zij willen. De meeste fabrieken hebben
nog wel voor eenige maanden orders en kunnen nieuwe
hoeveelheden dus alleen leveren ten koste van hunne oude
contracten. Om van de zeer hooge prijzen, die zij thans
maken, te kunnen profiteeren, is er bij verschillende
spinners wel eenige neiging om zich niet te veel om hun oude contracten te bekommeren. Egyptische garens zijn
vaster en de vraag blijft zeer levendig.
De doekmarkt is weer duurder en prijzen zijn zeer vast,
hoewel er weinig belangstelling is van de groote markten
in het Verre Oosten. De verkoopprijzen daar zijn over het
algemeen zeer belangrijk beneden tegenwoordige kostprj ren
en exporteurs voelen er dus niet veel voor om op deze
basis bij te koopen. Regeeringsorders worden nog steeds
voor goote hoeveelheden geplaatst en vooral de vraag naar
vliegtuigendoek js zeer sterk. Nu de Regeering zooveel
manufacturen voor legerdoeleinden noodig heeft, zal het
steeds moeilijker worden goederen voor de gewone behoefte
te verkrijgen.

STEENKOLEN.

Sedert onze laatste. opgave zijn de prijzen aan de Oostkust
verder gestegen. Voor eerste soort gezeefde stoomkolen
wordt in Neweastie 651-, zelfs nog iets meer gevraagd.
Durham kolen noteerden van 40/- tot 501-, naar gelang van
kwaliteit.

Ook in Schotland, met uitzondering van Fifeshire, zijn
de prijzen over het algemeen eerder hooger en kolen moeilijk verkrijgbaar.
Het bovenstaande geldt natuurlijk alleen voor verschepiog
naar neutrale landen.

METALEN.

Loco-Noteeringen te Londen:

Data
Ijzer
Cico.
Koper
1
Standard
No.3

Tin Lood
Zink

15 Juli

1918..
nom.
122.-/-
355.-/-
30.10/-
52.-/-
8

,,

1918..
•nom.
122.-!-
340.-1- 30.10/-
52.-/-
13 Juli

1917..
nom.
130.–
237.10:-
30.10/-
—.-1-
14 Juli

1916..
nom.
90.101-
169.-1-
28.51-
49.10/-
20 Juli

1914..
5114
61.-1-
145.15′-
19.-/-
21.101-

VERKEERS
WEZEN.

RIJN VAART.

Week van 8 tot 15 Juli 1918.
In de afgeloopen week was er voldoende sleepwerk van
hier naar de Rulirhavens. Het sleeploon bewoog zich tusschen
50 cents en 70 cents boven het 50 cents tarief. Bevrachtin-
gen van hier naar de Ruhrhavens hadden niet plaats. Daar-
entegen werd in de Ruhrhavens alle aangeboden ruimte grif
aangenomen en wel tegen een vracht van Mk. 2,50 per ton
naar Maanheim, met de gebruikelijke verhooging voor Kans-
ruhe, Lauterburg en Strassburg.
Het sleeploon bleef constant op Mk. 2,40 per ton, terwijl
de waterstand op Cauber Pegel ongeveer Meter 2,40 was,
waardoor de Rijoschepen nagenoeg konden afladen.

ADVERTENTIËN

De NX,Nederlandsche Unistelefoon-Madschappli

ROTTERDAM

‘s.GRAVENHAGE

GRONINGEN

Telefoon 3600

Telefoon H 280, 300

Telefoon 1555

levert uit voorraad
TELEFOON-, SCHEL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en koop.

Herstelt en onderhoudt onder garantie ook alle niet door haar uitgevoerde installaties.

PROSPECTUS GRATIS.

NEDERLANDSCHE GRONDBRIEFBANK KONINKLIJKE

HEERENGRACHT 495, AMSTERDAM

tegen
HOLLANDSCHE

5

pCt. Obligatiën
(Grondbrieven)

Gecartificeerd door de Centrale Trust.Conapagnie

LLOYD

Verkrijgbaar in etukken van
f
2500,—,
f
1000,—,
f
500,—
en
f
100,-

op
elk goed
eflectenkantoor

AMSTERDAM

Geregelde

G RON! N G SCH E C REDI ET-
Passagiers- en Vrachtdienst

met nieuwe, moderne

EN HANDELSBANK

post-stoomschepen

GRONINGEN, APELDOORN, APPINGEDAM, ASSEN EN VEENDAM

TUSSCH EN

– Kapitaal t
5.000.000,— –

A M S T E R D A M
Geplaatst en volgestort f2.000.000,-

Reserves ruim……
f
387.000,—

EN

VERSCHAFT BEDRIJFSKAPITAAL AAN

ZUID-AMERIKA

LANDBOUW, HANDEL EN NIJVERHEID

VIA

INCASSO

DEPOSITO

SAFE DEPOSIT

NEW YORK

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

NEDERLANDSCH INDISCHE HANDELSBANK

AMSTERDAM

BATAVIA

‘s-GRAVENHAGE

AMPENAN, BANDOENG, CHERIBON, HONGKONG, INDRAMAJOE,

MEDAN, MENADO, PEKALONGAN, PROBOLINGGO, SEMARANG,

SINGAPORE, SOERABAYA, TEGAL,
TJILATJAP,
WELTEVREDEN.

Kapitaal /35.000.000,

Reserven /17.400.000,-

jntrnatiouate
The Ph.ïau Ommeren Corporation of New York

8ank

42 BROADWAY

NEW YORK

voor

wAarbot3
3akcthcn

belast zich met expeditie en verscheping van goedern van

Amerika naar Holland, Ned. Oost- en West-Indië
Gron’nan.
enz. enz. en deègewenscht ook met opdrachten van anderen aard

i

5

%
rani
rtet’n PHS. VAN OMMEREN, Rotterdam.

Nadere inlichtingen worden gaarne verstrekt door

rol oiri

07
10

OLRS VAN
DE
SPAARNE-BANK

HAARLEM

®

Gestort Kapitaal en Reserves
f
1.184.000,-

REKENING-COURANT, CREDIETEN, INCASSEERINGEN, ASSURANTIËN,

WISSELS, EFFECTEN,

COUPONS, PROLONGATIËN, DEPOSITO’S, ENZ.

VAN, DEN BERGHS,
LimITED

Margarine-Fabrikanten, Rotterdam

N.V. VAN DER LELTS TOUWFABRIEKEN
MAATSCHAPPIJ

ROTTERDAM,

AMSTEBDAÏI,

GRONINGEN,

Boompjes 93.

Prins ilendrikkade 16/7.

Der—A—Brug.

voor

Solieeps- en Werktuigbouw
Telefoon:
3277
en
3296.

Telefoon:
7415 N.

Te1foon: 1035.
Telcgr.-adr.: Vanderlely.

Tel.-adr.: Vanderlely-touw.

Telegr.-adr.: Vanderlely.

FABRIEKEN TE MAASSLUIS.

ROTTERDAM

SCHEEPSTROSSEN in alle soorten en afmetingen.
Kruisers

Torpedobooten

Onderzeebooten

VISSCH
ERIJTOUWWERK.
Mailstoomschepen
Geteerd en ongeteerd Manila-, Sisal-, Nieuw-Zeeland-,
Vrachtstoomschepen
Bombay- en Russisch henneptouw.
Baggermateriaal
Cocostou w.
Machine-installaties
TRANSMISSIESNAREN met en zonder reguleerbare.
tot 65000 P.K.
koppelingen.


Scheeps-Zoelly-Turbines
STAALDRAADTOUW voor Scheepsgebruik, Liften,

Mijnen- en Hijschwerktuigen. IJzerwanten Hercules.
Machines en apparaten voor

ALLE SOORTEN PAK- EN BINDTOUW

Suikerfabrieken, enz.

HAARLEMSCHE BANKVEREENIGI

Volgestort Kapitaal
/
3.050.000,—

Reserve /721.5O0_J.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

HOLLANDSCHE BANK VOOR ZUID-AMERIKA

AMSTERDAM

BUENOS AIRES

RIO DE JANEIRO

SANTOS

KAPITAAL
f
14.000.000,-

RESERVE
f
2.100.000,-

ALLE BANKZAKEN OP ZUID

AMERIKA

VERLEENT BEMIDDELING TOT HET AANKNOOPEN VAN HANDELSRELATIES IN

ARGENTINIË
EN
BRAZILIË

DE GRONINGER BANK

Groningen; Winschoten, Stadskanaal, Wildervank,

Veendam, Sappemeer, Deifziji, Emmen, Hooge-

veen en Ter Apel
(Firma TIMMERMAN & SASSEN)

Kapitaal / 6.000.000,— Geplaatst
011
gestort /4,440.000,-

Reserves /
430.501
9
04

VERRICHT ALLE BANKZAKEN

Belast zich met het incasseeren van wissels op binnen-

en buitenland

ONTVANG-
EN
BETAALKAS

NIEUWE DOELENSTRAAT 20-22 – AMSTERDAM

KAPITAAL EN RESERVEN
f
5.500.000,—

DEPOsIT0’s VOOR 1 JAAR FIXE
4
PCT.

GELDEN OP DEZEN TERMIJN GESTORT ZIJN NA AFLOOP VAN HET
JAAR ZONDER OPZEGGING BESCHIKBAAR.

NIET OPGEVORDERD ZIJNDE, WORDT DE POST STILZWIJGEND VOOR
GELIJKEN TERMIJN VERLENGD.

DE RENTE KAN NAAR VERKIEZING PER KWARTAAL, PER HALF JAAR
OF PER JAAR ONTVANGEN WORDEN.

GEBROEDERS SCHEUER

Aasuradeurs en As8urantiébezorgers

Expediteurs en Cargadoors

AMSTERDAM EN ROTTERDAM

Verzekering van Koopmansgoederen tegen

transport, molest, brand en diefstal tegen

concurreerende premiën.

Nederlandsche 0ist-

en Spiritusfabriek

DELFT

ARTIKELEN:

Gist

Brandspiritus

Zuivere spiritus

Foezelolie

Amyl-alc6hol

Aether Sulfuricus

Narcose aether
Kurken en
Gedroogde Spoeling

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP

Wester-Suikerraffinaderj

AMSTERDAM

GROOTSTE RAFFINADERIJ
IN NEDERLAND

Levert de mooiste Suiker,

omdat haar zuiveringsver-

mogen het grootst is.

Produceert behalve alle soorten
Mcli.,-
suiker
en
Basterds:

Cristalten, groote en kleine, Klont jes
(Cubea), Theeklont jes, Crushed (brokken)
Tab letten, Brooden, Poedersuiker, fijne
Buiker8 voor Vruchtengebruik, enu. enu.

Pletterij, voorheen L. I. Enthoven & Cie – Delft

Wissels, Veerwissels, Goederenwagons, Draaischij ven,

Bruggen, Kappen en Gebouwen, Tanks, Aanlegsteigers.

ZWAAR
EN
LICHT SMEEDWERK
EN
PERS WERK.

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

W
.,
H. MULLER &
Coo

REEDERS EN KOOPLIEDEN

HOOFDKANTOOR: ‘sGRAVENHAGE

HOLLAND-AMERIKA L1JN

GEREGELDE AFVAARTEN TUSSCHEN

ROTTERDAM en NEW YORK, BOSTON, PHILADELPHIA,

BALTIMORE, NEWPORT NEWS, NORFOLK, SAVANNAH,

NEW ORLEANS, CUBA, MEXICO en NEW YORK

JAVA.

Voor inlichtingen wende men zich tot de

HOLLAND-AMERIKA LIJN, WILHELMINAKADE, ROTTERDAM

Scheepvaart- en Steenkolen-Maatschappij – Rotterdam

Filialen: AMSTERDAM – IJMUIDEN – LEEUWARDEN – HARLINGEN

ENGELSCHE STEENKOLEN

GEREGELDE
LIJNEN
VICE-VERSA:

ROTTERDAM – LONDON; ROTTERDAM – HULL/GOOLE; ROTTERDAM – NEWCASTLE;

ROTTERDAM— LEITH

VAN RIJN & C.

UTRECHT – POSTBUS 40

EENIGE FABRiKANTEN
VAN DE UTRECHTSCHE

FIJNE TAFELMOSTERD

P. Cbs & bcombruggen

LEIDEN
Opgericht 1 Mei 1766

Tel. lntercomm. 370

Telegr.-Adres: CLOS

R. S. STOKVIS & ZONEN Ltd – ROTTERDAJL

Groote voorraden van artikelen op industriëel gebied

ROTTERDAM

WEISE O CO.
AMSTERDAM

Sajetten en Wollen

import van en Handel
in

Garens voor, Hand- O.VERZEESCHE PRODUCTEN

en Machinebreien
speciaal
RUBBER, GUTTA-PERCHA en BALATA

17 JULI 19I1

3EJAARGANC No. 133

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

Â1IO 1616

NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP

BLAAU WHOEDEN VEEM VRIESSE VEEM

AMSTERDAM

ROTTERDAM

ANTWERPEN

EXPEDITEURS

MAATSCHAPPELljK
KAPITAAL:

f10.000.000,-

EXPEDITIE

IN-
EN
UITKLARING

ASSURANTIE

rPt-.

r4

1
7

1.

RESERVE –

FONDSEN:

f 1.639.297,151
RUBBER-

ETABLISSEMENT

KINA- ETABLiSSEMENT

PAKHUIS EN SILO-GEBOUW ,,ST. iJOB”, ROTTERDAM

BEÊEDICDE WEGERS EN METERS

BEWARING
VAN
KOOPMANSGOEDEREN
TEGEN
UITGIFTE
VAN

,,CEDULLEN
AAN
TOONDER”

WELKE LEVERBAAR EN BELEENBAAR ZIJN

MODERNE KOEL- EN VRIESIN RICHTINGEN
TE AMSTERDATr EN ROTTERDAM VOOR lIET OP LAGE
TEMPERATUREN BEVAREN VAN AAN SPOEDIG BEDERF ONDERIIEVIGE LEVENSMTDDELEN EN IIANDELSWAREN.

CORRESPONDENTEN:

TE LONDEN: BRITISH BLAAUWHOEDENVEEM, LTD., 1 MINCING LANE, E.C.

BIJKANTOOR TE LIVERPOOL.

IN NED. INDIË: ,,HET INDISCHE VEEM” EN ,,DE SCHEEPSAGENTUUR”, BATAVIA, ENZ.

DIRKZWAGER’s SCHEEPSAGENTUUR

.MAASSLUIS EN HOEK VAN HOLLAND

Belasten zich met het rapporteeren van schepen en het•

behandelen van scheepszaken op den Nieiiwen Waterweg
NIEUWE BERGING-MAATSCHAPPIJ

MAASSLUIS

Contracteeren voor het bergen van gezonken schepen en

ladingen, op de rivieren en buitengaats; belasten zich met

het instellen van duikeronderzoek, enz. enz.

NEDEPLANDSCH – TRANTLANTISCHE

HYPOThEEKBANK.
TE AMSTERDAM

-JERKT IN C.AADA MET EIGEN KANTOREN
DrRECT15:J.MEE5 TE ANSTERDAJI. LDROOGLEEVEV FORTUYN TE WINNIPEG

5
en
6
0
/
o
LA
IE
IN
aTUKKEN
VAN 0 i000,_. f 5do,_}-T
AFGIPrE TEGEN BEUP5}Ç0ER3

•ir

MACHINEFABRIEK


E
KETELMAKERIJ

DR IJ FW ERKEN

GIETERIJ

MACHINEFARAMENGEL

ROTTERDAM, Zuidbiaak 56

MARX & Co’s BANK’
.
s-GRAVENHAGE, Kneuterdljk 13

KAPITAAL
f
8.000.000,— VOLGESTORT

Directie: P. J. VAN OMMEREN, Jhr. D. F. REUCHLIN, S. S. BOSMAN JR.

Raad van Commissarissen: Mr. J. A. LOEFF,J.
RUPPERDA
WIERDSMA, A. C. MEES en Mr. A. J. MARX

NIJGIT & VAN DITMAR’S BOER- EN HANDELSDPUKKERIJ, ROTTERDAM

Auteur