Ga direct naar de content

Jrg. 3, editie 129

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 19 1918

19 JUNI 1918

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN

Eco

nomischo-Statistische

Beyi*chten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

3E JAARGANG

WOENSDAG 19 JUNI 1918

No. 129

INHOUD

BIz.

BANKCONCENTRATIE
IN ENGELAND door
B……………
537
Ijzer-,

Nikkel-

en

Chroomertsen

in

Ned.-Indië

door
Ir. E.

C. Abendanon

……………………….
539
De Katoenhandel in Engelsch-Indië door
J.
G………..
541
De Nederlandsche Bank en de afgifte van goud

……..
541
De Algemeene Zweedsche Exportvereeniging …………
543
AANTEEKENINGEN:
Handelsverkeer tusschen Ned.-Indië en de V. S…….
544
De quantitatieve vermindering van de Engelsche han-
delsbeweging

………………………….
544
Immigratie en Emigratie van de V. S. in 1917

……
544
BOEKAANKONDIGING:
United States Tariff Commission

Annual Report 1917
bespr.

door

13……………………………
545
INGEZONDEN STUKKEN:
Gemiddelde levensduur v66r en na den oorlog door
.

Dr. B.
546
De schaarschte aan zilvergeld door
Ii.
Drijfhout
&
Zoon
547
REGEERINGSMAATREGELEN
OP
HANDELSGEBIED

…………
548
STATISTIEKEN
EN
OVERZICHTEN

………………548

556
Geldkoersen.
Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.
Goederenhandel. Bankstaten.
Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.

WEEKBLAD ECONOMIZCH-STATI$TISCHE BERiChTEN
Secrctaris-Redactevr:
G. E.
Ruffnagel.

Secretariaat: Pieter de Hoogh.weg 122, Rotterdam.
Aangeteekende stukken: Bijkantoor Ruige Plaatweg 37.
Telef. Nr. 3000. Tele gr.adres: Economisch Instituut. Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 12,—. Buiteizland en Koloniën f 14,-
per jaar. Losse nummers 30 cents. Leden en donatenrs van het Instituut ontvangen het
weekblad gratis.
De verdere publicaties van het Instituut uitgaande
ontvangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos, voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.

Advertentiën
f
0,35 per regel. Plaatsing bij abonne-
ment volgens tarief. Administratie van abdnnementen
en advertenties: Nijgh & van Ditmar’s Uitgevers-
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Gravenhage.

17 JUNI 1918.
Ook deze berichtsweek bleef geld weder ruim be-
schikbaar. Particulier disconto schommelde tussehen

29/ en 29′ pOt., de prolongatie-noteering tussehen

en 3 pOt. De omzetten blijven uiterst gering,

waardoor de noteeringen gedrukt worden. Bij grooter

omzetten en gelijken toestand van de geidmarkt zouden

deze allicht iets hooger zijn; toch blijft de verruiming

doorgaan en blijven de tijdens de laatste moeilijkheden

met Duitsch]and aan de markt onttrokken gelden

geregeld terugvloeien. De cijfers van den weekstaat der

Nederlandsche bank komen eveneens weder meer op

hetzelfde peil als v66r die onttrekkingen. De hoogste

cijfers werden bereikt in den weekstaat van 4 Mei,

toen de disconto’s waren opgeloopen tot ca. 61 millioen

en de beleeningen tot ca. 170 millioen, terwijl de

direct opeischbare schulden waren gedaald tot ca.

64 millioen. Het dekkingspereentage was toen in

2 weken gedaald van 76 tot 70 pOt. In den staat van

deze week komen deze hoofden voor met resp. 45,

118 en 58 millioen en is het dekkingspercentage weder

geklommen tot 75 pOt.
S

De minister van financiën doet weder een beroep op

de geidnaarkt tot het plaatsen van schatkistpapier. De

inschrijving is opengesteld op Vrijdag a.s. Aangeboden

worden wederom 3-en 6- maands-promessen en 4’4 pOt.-

biljetten met een looptijd van een jaar. Het totaal

bedrag is 20 millioen gulden. In aanmerking nemend

de ruime geidmarkt en het betrekkelijk geringe bedrag

van de inschrijving kan men een voor de regeering

gunstig verloop verwachten. Ook de groote gemeenten

maken zich gereed om van de ruimere geidmarkt

gebruik te maken. Door de Geneente Rotterdam is

de inschrijving reeds opengesteld op een 4g pOt. geld-

leening groot 8 millioen, terwijl de Gemeente Amster-
dam reeds eerder het voornemen had kenbaar gemaakt

en dus binnenkort waarschijnlijk eveneens een in-

schrijv ing zal openstellen.

De w’isselrnarkt was weder zeer stil. De entente-

wissels bleven ongeveer onveranderd. De centrale

waren darentege flauw en vooral Weenen was zeer

sterk aangeboden. Het slot was echter iets vaster, in

het bijzonder voor Weenen, dat zich Zaterdag na een

buitengewoon sterke daling op Vrijdag scherp kon

herstellen, 23.—, 20.90, 22.—.

BANKCONCENTRATIE IN ENGELAND.

In een artikel, gewijd aan het Engelselie Bankwezen,
werd op 6 Maart j.l. blz. 197, een overzicht gegeven
van verschillende thans in Engeland hangende vraag-
stukken op bankgebied, waarbij in de laatste plaats
het een en ander werd medegedeeld en met cijfers
T
toegelicht over het concentratieverschijnsel, dat spe-ciaal in het begin van dit jaar weder sterk naar voren
was gekomen. Niet minder dan vier fusies toch onder
de twaalf groots Londensohe joint stock banken waren
aangekondigd, waardoor het aantal dezer banken. tot
acht zou zijn teruggebracht. Drie dezer fusies zijn
doorgegaan. De laatstaangekondigde echter, die tus-
schende in omvang en financieele macht aan de spits
staande London City and Midiand Bank en de London
Joint Steek Bank, is door den schatkistkanselier,
wiens toestemming thans voor alle wijzigingen in het

1

538

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

kapitaal van vennootschappen vereischt is, tegenge-
houden. Dit doende had Bonar Law evenwel, gelijk
reeds in het aangehaald artikel werd medegedeeld,
tegelijk in liet Parlement kennis gegeven van zijn
voornemen in overleg met den ‘President ‘van den
Board of Trade een Commissie te benoemen van ban-
kiers, kooplieden en industriëelen, teneinde de vraag
onder de oogen te zien, in hoeverre het algemeen be-
lang bij de toenemende concentratie in het Engelsche
bankwezen is betrokken en welk standpunt de regee-ring tegenover het verschijnsel behoort in te nemen.

De Commissie, welke spoedig daarop benoemd werd,
bestond uit 12 leden onder voorzitterschap van Lord
Colwyn, terwijl o.a. de afgetreden president der
Engelsche Bank, Lord Cunliffe, deel der commissie
uitmaakte. Zij heeft thans op 21 Mei j.l. haar verslag
ingediend (Cd. 9052), warin op beknopte wijze het
vraagstuk onder de oogen wordt gezien. Het verslag,
dat in’Engeland uiteraard veel aandacht. getrokken
heeft, is belangrijk genoeg om eenigszins nader te
worden bezien.

De Commissie vangt aan met enkele woorden over
den omvang en den aard van het verschijnsel zelf.
Van ongeveer 300 bankfusies bestaat aantee.kening,
waarvan meer dande helft in de laatste 50 jaar. In
een of twee gevallen zijn fusies op plaatselijke oppo-
sitie afgestuit; over het algemeen heeft eie.uwel het
proces van voortdurende consolidatie zich tot voor
korten tijd zonder dat ernstige oppositie ontstond,
voltrokken. Het resultaat is geweest, dat sinds 1891
het aantal private banks van 37 op 6 is gedald, dat
der Engelsche joint stock banks van 106 op 34. Vraagt
men zich af, waarom thans enkele der laatste fusies
tot bezwaren aanleiding hebben gegeven, dan moet de
oorzaak hiervan in de eerste plaats worden gezocht in het feit, dat de fusies van karakter veranderd zijn
en niet langer bestaan in de. opneming van in hoofd-
zaak plaatselijke banken in een groote bank, di hier-
mede haâr net van vestigingen uitbreidt en afrondt,
doch in de samensmelting van twee gelijksoortige
banken, ieder met groote fondsen •en een uitgebreid
filialennet. Een vereeniging van de laatste soort kan
spoedig het moment bereiken, waarop zij naar verhou-
ding slechts een zeer geringe uitbreiding van gebied
brengt, doch in de eerste plaats leidt tot opheffing of
vermindering van concurrentie. Voor Londen is dit
moment reeds bereikt, voor de voornaamste steden in
de provincie zal zulks weldra het geval zijn. Wat de
laatste fusies betreft, haar algemeen karakter blijkt
uit de volgende cijfers, welker onderlinge verhouding,
ook zonder nadere toelichting, aanwijst, dat de arbeids-
terreinen, al vallen zij in de hoofdplaatsen samen,
toch overigens nog vrij sterk afwijken. De derde der
hieronder gegeven combinaties is, als men weet, niet
doorgegaan.
Bijkant. Bijkant. Agenten
te . mde inhet
Londen Provincie Buiteni.

National Provincial

26

251

31
a.

,

– Union
of
London & Smith
s

31

8

150

bJLondon

London County &Westrn

110

180

400

Parr’s ………………
35

160

35

City & Midiand..

107

419

850
C
London Joint
Stock….

41

109

70

D Commissie stelt vervolgens tegenover het argu-
ment, dat liet bankwezen, om zijn functies te kunnen
verrichten, minstens gelijk opgroeien moet met de
organen in het bedrijfsleven, als hare meening, dat dit
ook zonder de laatste fusies in voldoende mate be-
reikt was en dat de bestaande groote joint stock banks
voldoende financieele kracht bezitten om te voldoen
aan alle credrietbehoeften, die na den oorlog zullen
kunnen rijzen, te meer waar alle gelegenheid bestaat om op het voorbeeld van de Duitsche consortia voor
speciale doeleinden gezamenlijk op
te
treden.

De Commissie noemt dan drie gronden, die haars
inziens op het oogenblik tegen verdere fusies kunnen
worden ingebracht.

De vermindering van het bankkapitaal. Aan de
,,Economist” ontleent de Commissie het volgende veel-

zeggende. staatje:
Gestort kapitaal
en reserves

Deposito’s

Verhouding
in
miii. £

in
niill.

£

in
0
/0

1890..

68

369

18

1895..

69

456

.

15

1900-
79

587

13

1905..

82

628

13

1910..

81

721

11

1915..

82

993

S

1917..

84

1.365

6

Sterker nog dan de vermindering van .het nominaal
gestorte kapitaal, die bovendien meestentijds door eeii
toevoeging aan de reserves wordt goedgemaakt, is bij
de fusies van de laatste jaren de beperking van de
aansprakelijkheid van aandeelhouders door verlaging
van liet niet-gestorte kapitaal. Immers zijn, gelijk
men weet, in afwijking van wat elders het geval pleegt
te zijn, de Engelsche joint stock bnnks gekapitaliseerd
op de wijze onzer hypotheekbanken. Bij de bovenge-
noemde recente fusies kwam deze verlaging sterk
naar voren. Die tusschen de Nat. Prov. Bank en de
Union of London & Smith’s kwam vOor de aandeel-
houders der laatstgenoemde neer op een verminde-
ring van het nominaal gestort kapitaal met 16 pCt.
en wat hun subsidiaire aansprakelijkheid betreft met
48 pCt. De tweede fusie leidde tot een verhooging van
het gestort kapitaal met £ 243.000. Echter werden de
aandeelhouders von Parr’s bank van 17 pCt. hunner
subsidiaire aansprakelijkheid bevrijd. Ware de derde
fusie doorgegaan, dan zou deze bevrijding voor de
aandeelhouders der London Joint Stock Bank zelfs meer dan 50 pOt. hebben bedragen. De Commissie
acht dit streven naar vermindering van zekerheid
voor depositolioud.ers een ernstig verschijnsel.
Gevaren van verminderde concurrentie. Van
verschillende zijden is de Commissie medegedeeld,
dat dit zich inderdaad reeds gevoelen deed. Gemeen-
tebesturen klaagden, dat het wegvallen der plaatse-
lijke concurrentie tusschen thans gefusioneerde bij-
kantoren van joint stock banks hun- veel meer moeite
gaf en voor bezwarender voorwaarden stelde bij de
voorziening in kasgeld en ook van de zijde der effec-
tenbeurs en de geldmarkt waren ernstige bezwaren
bij de Commissie ingebracht. De meening werd uitge-
sproken, dat de internationale positie van de Lon-
densche markt voor den oorlog in hooge mate toe te
schrijven was aan de gemakkelijkheid, waarmede
wissels op Londen verhanidelbaar waren, gevolg van
het feit, dat de discount houses zich zonder moeite
van een groot aantal banken de noodige fondsen kon-
den verschaffen, terwijl, hoe geringer het getal geld-leeners zou worden, des te minder gevoelig de markt
zou worden en des te minder ,,fine” de koersen. Het
aantal leden van het Clearing House is voorts reeds
thans gering, zoodat iedere verdere vermindering of
concentratie van macht in handen van enkele leden,
het vertrouwen in de juiste werking van het Clearing
House kan verminderen. Dan moet de verlaging van
liet aantal groote banken neerkomen – en is al neerge-
komen – op een reductie in het getal eersterangs-wis-.
selacceptanten, hetgeen op den duur de Engelsche Bank
er toe zou kunnen leiden een grens te stellen aan het
aantal accepten, dat zij van één bank bereid is over
te nemen en de vreemde koopers van wissels er toe
zou kunnen brengen het getal der door hen genomen

wissels te beperken.
Gevaren van monopolie. De Commissie acht
deze op den duur niet denkbeeldig. Bij de recente
fusies is duidelijk gebleken hoe, bij het bestaand
streven, de onderlinge krachtsverhouding te hand-
haven, de eene fusie de andere uitlokt. De mogelijkheid
bestaat, dat langs dieni weg dç oppermaclit komt te
berusten bij twee lichamen, wier onderlinge aaneen-
sluiting de volledige trustificatie ten gevolge zou heb-ben. Zulk een ontwikkeling zou de financieele veilig-
heid van het land en de belangen van de individueele

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

539

depositohouders cii kooplieden in handen leggen van
enkele personen, di.e zich. bij hun politiek in de eerste
plaats door hot belang hunner aaudeelhouder zouden
laten leiden. Ook de Engelsche baiak, die, naar de Com-
missie aannam, zich steeds buiten ecn dergelijke com-
binatie zou houden, zou hierdoor zeer van, karakter
veranderen. Weliswaar meent de Commissie, dat voor-
alsnog een zoodanige

ontwikkeling in de richting van
een ,,Money Trust” niet te verwachten is, zij kan
echter plotseling aan den dag treden en maakt tegen-
maatregelen wenschehijk.
De conclusie, welke dè Commissie uit haar beschou-
wingen trekt, is dat het wensehelijk is bij de wet te
bepalen, dat voorafgaande goedkeuring der Regecriug
vereischt is, wil eenige bankfusie tot stand kunnen
komen en dat, teneinde ondèrhandsche aaneenslui-
tingen tegen te gaan, gelijke gdedkeuring vereiseht is
op alle plannen tot samenvoeging van directies, op
alle ove.reenkomsten, die in werkelijkheid neerkomen
op verandering van hét wezen eener bank als zelf stan-
dige eenheid met eigen beschikkingsmacht en op het
aankoopen door banken van aandeelen in andere
hankinstellingea. De Treasury en de Board of Trade, die in deze gezameMijk zouden hebben te beslissen,
behooren hierin naar de meening der Commissie te
worden voorgelicht door een vaste Commissie van
Advies, door de Regeering te benoemen. Het standpunt
zou moeten zij:n, dat opneming van plaatselijke banken
in een grooter lichaam tot uitbreiding van werkter-
rein op zich zelf niet tot ingrijpen behoeft te leiden,
doch dat voor algemeene fusies van de boven ornschre-
ven soort thang geen toestemming meer verleend be-
hoort te worden. Over het algemeen is het rapport in Engeland, naar’ het schijnt, zonder veel commentaar aanvaard, zij het
dat mén van verschillende zijden’ de beschouwingen
ocr den invloed der fusies op de effecten- en geld-
markt en de kansen van een ,,Money
rfrust
wel wat
alarmistisch getint acht. Velen in Engeland zijn
echter van oordeel, dat het coneentratieproces, in ver-
band ook met de gedurende den oorlog zoo gestegen
geidmacht der banken, voor het oogenblik ver genoeg
gegaan is, zoodat wettelijke maatregelen, die er toe
moeten strekken, den gang van het proces voorloopig
te verlangaamen, juist worden geacht.
Een later bericht meldt thans, dat Bonar Law iii
de eerste week van deze maand in het Lagerhuis mede-
gedeeld heeft, dat door de Regeering binnenkort een
wetsontwerp zal worden ingediend, hetweik zich hij de voorstellen der Commissie zal aansluiten. Middelerwijl
zal tôt instelling van een Oommissie van Advies wor-
den overgegaan, in welke commissie naast Lord Coiwyn
o.a. Lord Inchcape, als lid van den Board of Direc-
tors der gefusioneerde National Provineiai & Union
Bank, zitting zal hebben. B.

IJZER-, NIKKEL EN 011ROOi1IERT,SEN IN

NED.-INDIE.

Een der practische resultaten der Midden-Celebes-
expeditie, welke op mijn initiatief en onder
mijne
lei-
ding in de jaren 1909 en 1910 werd uitgevoerd onder
de vlag van het Kon. Ned. Aardrijkskundig Genoot-
schap, was de ontdekking, op geologische gronden,
ten deele van de aanwezigheid, ten deele van de waar-
schijnlijkheid der aanwezigheid van ijzer-, nikkel- en
chroomertsen. Op grond der uitgewerkte en door het Bestuur van evengenoemd Genootschap aan het Mi-
nisterie van Koloniën aangeboden gegevens, werd,
na eene aanvankelijke afwijzing doot de bevoegde tech-
nische autoriteiten in Ned.-Indië en dezerzijdsehen
aandrang, door den Dienst van het Mijnwezen beslo-
ten tot eene nadere mijnbouwkundige exploratie van
het door mij aangewezen gebied. Dit strekt zich uit
over de aanhechtingszone van Midden-Oelebes aan
het zuidoostelijk schiereiland; het zich aldaar tot hoog-
ten van pim. 1100 M. verheffende bergland, waarin
de groote Towoeti- en Matana-meren gelegen zijn en

hetwelk het riviersysteem der Malili omvat, doopte
ik, met toestemming van Dr. ir. R. D. M. V e r b e e k
en de Ned.-Ind. Regcering, met den naam van
Ve?’-
beek-gebergte. Hoewel de technische autoriteiten zeer
sceptisch gestemd waren, vooral wat de nikkelertsen
betreft, en thans, nu daarvan dc aanwezigheid in niet
te miskennen hoeveelheden dooi- het nadere onderzoek
is vastgesteld, dit scepticisme’ blijven handhaven ten
opzichte der chroomertsen, hebben de resultaten, welke
in buitengewoon korten tijd werden verkregen, de
juistheid der op geologische gronden verstrekte gege-
vens ten volle bewaarheid. In enkele maanden tijds
kwamen hier te lande mededeelingen aan, welke, ten einde wijdloopigheid te vermijde’n, als volgt kunnefi

worden geresumeerd: geconstateerd werden hij het
nadere onderzoek van G-ouvernementswege: 10 mii –
lioen ton ijzererts, geen nikkelerts, eenig ehroomerts;
300 millioen ton ijzererts, nog steeds geen nikkelerts;
toen nikkelerts in veelbelovende hoeveelheden,
chroomerts nog niet van economische beteekenis, 1
milliard ton ijzercrts! Tien millioen ton ijzererts als
eenheid nemende, wordt ‘de thans in den loop van
enkele maanden bereikte elimax weergegeven in de
verhouding der cijfers 1 : 30 : 100.

Het uitgangspunt: de geologiseh-geographische
cloorkruising van het
Verbeelc-gebergte,
ligt nog zoo
ver niet achter ons – en reeds is men gekomen tot
een vastgesteld aceres van den delfstoffelijken inhoud
van Ned.-Indië, welks waardebepaling niet met mii-
hioenen, maar reeds met milliarden guldens dient te
worden aangegeven. En, ook alweder op geologische
gronden, mag met volkomen zekerheid worden ge-
zegd, dat men nog lang niet op den bodem is van deze
delfstoffelijke schatkist, waarvan het deksel werd op-
gelicht door de Midden-Celebcs-expeditie.

Het is in een tijdschrift, waarin ik wil trachten de
economische beteekenis der bovengenoemde delfstof-
fen zich te doen afspiegelen tegen de verhoudingen
elders op aarde en der geheele aarde, niet op zijne
plaats uit te weiden over de beteekenis en den omvang
van evenbedoelde geologische gronden. Volstaan’ kan
hier worden met de opmerking, dat nog lang niet alle door mij in liet Verbeek-gebergte gesignaleerde erts-
velden nader zijn onderzocht, dat van de reeds in nader
onderzoek genomen ertsvelden de totale ertsrjkdom
nog niet is vastgesteld, dat ook buiten het door mij
verkende gedeelte van Celebes soortgelijke rijke erts-
voorkomens zijn te verwachten, en last not least, dat
men op grond der in Celehes verkregen gegevens ook
gerechtigd is tot het koesteren van min of meer ge-
lijkgestemde verwachtingen in andere deden van den
Ned.-Ind. Archipel. ‘Het zou mij, weer te zeer op geo-
logisch-wetenschappelijk gebied voeren, indien ik wil-

de gaan aantoohen, waar en waarom men zou
moeten gaan zoeken. Beperk ik mij tot de mededee-
ling, dat buiten Celebes nog verscheidene deden van Ned.-Indië voor een nader onderzoek in aanmerking
komen. De slotsom, waartoe men m. i. reeds thans
mag besluiten, is deze, dat Ned.-Indië zich ontpopt
heeft als een der rijkste landen der aarde aan boven-vermelde ertsen. Kan men van de hoeveelheden nik-
kel- en chroomertsen nog geen bepaalde getallen ge-
ven, ook het totaalcijfer der aanwezige ijzerertsen
staat nog lang niet vast. Wil men evenwel, om de
gedachten te bepalen, den vermoedelijken omvang van
dit cijfer geven, dan zal men het moeten zoeken, niet
i.n enkele, maar ongetwijfeld in verscheidene
-nvillia’-
den
tonnen ijzererts.

Gaan wij nu achtereenvolgens de economische be-
teekenis dezer ontdekking voor Ned.-Indië na, op den
grondslag van wereldproducties, vermoedelijke wereld-voorraden en massa-consümpties.

Beginnen vij met de e h r o o m e r t s e n. De Ver.
Staten hebben voor hun oorlogsdoeleinden (in den
uitgebreidsten zin van het woord) niet genoeg
ehroom. Driekwart der benoodigde hoeveelheid moet
worden ingevoerd. Zie in dit verband het artikel in
de ,,Eng. and Min. J’ournal” van 16 Febr. 1918, blz.

540

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

335, getiteld: ,,U. S. chromite prodilction inadequate
to moet war necd”. De import had voornamelijk plaats
van zoo ver weg gelegen landen als Rhodesia en
Nieuw-Caledonië, daarna ook van Canada; voor de
toekomst wordt gerekend op nog nader te creëeren
invoeren uit Cuba (met groote hoeveelheden ,,low-
gracle ores”), Nicaragua, Columbia en het binnenland
van Brazilië. Wat Nieuw-Caledonië betreft, uit dat
land bedroeg de uitvoer van chroornerts in 1916 (,,Eng.
and Min. Journ.”, 30 Maart ’18, blz. 591) 74.116 ton,
waarvan de Ver. Staten 33.491 ton opnamen en 31.308
ton naar Engeland, 9301 ton naar Frankrijk en de
rest naar Japan ging.
In een later nummer van hetzelfde weekblad, van
0 April j.1., blz. 634, vindt men nog de volgende cijfers
in het artikel van S. H. Dolbear, ,,Chrome production
and distribution”. In 1916 bedroeg de productie in
de Ver. Staten (hoofdzakelijk van Californië en Ore-
gon) 47.035 ton chroomerts, terwijl het voorloopige
cijfer voor 1917 op 41.000 ton wordt geschat. Gecon-
stateerd wordt, dat niettegenstaande de prijs van
chroomerts gedurende het laatste jaar verdubbelde, de
productie met 6000 ton achteruit ging; dit wordt toe-
geschreven aan de uitputting van de meeste der be-
kende afzettingen in de Ver. Staten. Hiertegenover
staat een jaarlijksehe behoefte, alleen van dit land,
van ruim 150.000 ton chroomerts.
Bedenkt men nu, dat het voorkomen der chroom-
ertsen in Celebes
volkomen
overeenstemt met dat van
Nieuw-Caledonië, en dat de ontginningsrnogeiijkheden
en de ontginningsomstandigheden met de daarop van invloed zijnde algemeene economische verhoudingen
in Celebes geenszins minder zijn dan in één der ge-
noemde landen, dan komt men vanzelf tot de vraag:
Zou het geen aanbeveling verdienen de exploratie van
ehroomertsen niet alleen op Celebes, maar ook elders
in den Archipel met kracht ter hand te nemen?
Waarlijk, evenals met het tin thans reeds het geval
is, zou het chroomerts een der meest waardevolle pro-
ducten kunnen gaan vormen bij onzen ruilhandel, al-
lereerst met de Vereenigde Staten, dan ook met Enge-
land en andere industrie-landen.
In de tweede plaats de n i k k elerts en. Volgens
laatstgenoemd ,,E. and M. J.”, 30 Maart ’18, blz. 591,
bedroeg de uitvoer van nikkelerts uit Nieuw-Cale-
donië, welke zich v66r den oorlog naar Glasgow,
E[avre en Rotterdam rihtte, in 1916: 30.579 ton,
waarvan 29.129
1)
ton naar Engeland, 7807 ton naar
Frankrijk en de rest naar Japan werd verscheept.
Daarbij voegde zich nogde uitvoer van 4935 ton nik-
kel-matte, waarvan de Ver. Staten 3352, Engeland
800 en Frankrijk 783 ton opnam..
Canada produceerde in 1917 een hoeveelheid van
42.400 ton nikkel (,,Min. and Sc. Press”, 12 3an. 1918,

biz. 65).
Bij een nikkelprijs van 55-50 dollarcenten per pond in de Ver. Staten gedurende het eerste kwartaal 1918,
sinds April j.l., na ecne overeenkomst tusschen ver-tegenwoordigers van de ,,International Niekel Co.”,
Bernard
M.
Baruch en het comité van ,National De-
fence”, teruggebracht tot 40-38 dollarcent, en van
£ 200 tot ruim £ 220 per ton in Engeland, vertegen-
woordigt de jaarlijksehe hoeveelheid van plm. 30.000
ton nikkelerts, afkomstig uit Nieuw- Oaledonië, een
waarde van rond vijf millioen gulden.
Een vergelijking tussehen alle op de productiekos-
ton van invloed zijnde factoren tusschen Nieuw-Cale-
doniö en het
Verbeek-gebergte
op Oelebes valt uit
ten gunste van laatstgenoemd gebied. Dit kan thans
reeds worden gezegd aan de hand der tijdens de Mid-
cicii-Celebes-expeditie verzamelde gegevens (zie mijn
hierna te noemen werk) en der voorloopige resultaten
vaii liet onder handen zijnde gouvernementsonderzoek,
zoodat het duidelijk is, welk een belangrijke bron van
inkomsten, ook aan nikkel, te verwachten is uit
Celebes.
Wat eindelijk de ij z e r e r t s e n betreft, daarover

1)
Dit moet wellicht
20.129
ton zijn. – A.

bestaat een verouderde opvatting, waarmede nu eerst
dient te worden afgerekend. Deze is, dat genoemde
ertsen in Ned.-Indië geen economische beteekenis
hebben. Moge dit weleer, met het oog op verschillende
omstandigheden – juist zijn geweest, thans, nu in
het
Verbeek-gebergte
ijzerertsen
zijn
gevonden, niet
alleen van een voor versmeltingsdoeleinden uitsteken-
de samenstelling en met een hoog ijzergehalte, maar
ook in zulke buitengewone hoeveelheden en dan nog
in de
nabijheid
van geweldige waterkrachten, kan men hunne economische beteekenis moeilijk meer misken-
nen.

Ongetwijfeld is thans de aanwezigheid vastgesteld
der grondstof voor een ijzer- en staalindustrie in Ned.-
Indië in practisch ongelimiteerde hoeveelheid. Be-
schouwingen over de wijze, hoe voor deze daarginds
nieuwe industrie een grondslag zal moeten worden
gelegd en hoe daarop zal moeten worden voortgebouwd
liggen buiten het kader van dit artikel. Doch wat het
beteekent in Indië de beschikking te hebben gekregen
over, laten wij veiiigheidshaive zeggen,
eenige milliar-
den
tonnen ijzererts met (gedroogd) pim. 60 pOt.
ijzer, practisch zonder schadelijke of minder gewensch-
te bestanddeelen als phosphor en zwavel, en daaren-tegen met een niet zonder beteekenis zijnd nikkelge-
halte, kan het best duidelijk worden door de volgende
cijfers.
De p r o d u c t i e aan
ruwijzer
bedroeg in de 3 lan-
den van grootste opbrengst, de Ver. Staten, Duitsch-
land en Engeland, in de jaren 1913 t/m. 1916, respec-
tievelijk (bij benadering) 32, 19 en 10; 24, 14 en 9; 30, 12 en9; 40, 13 en 9 millioen tonnen. Voorts be-
droeg zij in de jaren 1913 t/m. 1915 voor de geheele
wereld pim. 79, 57, 59 millioen tonnen (het totaalcijfer voor 1916 staat nog niet vast), en in 1917 voor de Ver.
Staten alleen pim. 39 millioen ton.
Wat de w e r e 1 d v o o r r a d en aan
ijzerers
be-
treft, zij werden in 1910 getaxeerd door eene interna-tionale commissie, welke hare resultaten neerlegde in
eCn werk, getiteld ,,The iron-ore resources of the
world”, flitgave van het ilde Internationaal- Geolo-
gen-Congres te Stockholm, 1910, met een ,,Summary
of the reports” door Prof. H. Sjögren.
Daaraan ontleen ik het volgende tabellarische over-
zicht, uitgedrukt in millioen ton.

Overzicht (Ier wereldijzerertsvoorraden.

aanw. voorr.
mogelijke voorraden

ijzer-
erts
ijzer
ijzererts
ijzer

Europa

….
12.032
4.733
41.029
12.085+aanzienl.nteer
9.855
5.154
81.822
40.731± enorm veel ni.
Australië

..
136
74
69
37+aauzienl.ineer
Amerika ……

Azië ……..
260
156
457
283+enorm veel in.
125
..
75
vele cluiz.
veleduiz.+enorm veel in.
Afrika ……..

Wereld-totaal
22.408 10.192
>
123.377
>53.136+euorm veel in.

De aanwezige voorraad ijzererts van 1 milliard ton,
welke nu reeds in het VerS
eek-gebergte
werd vastge-
steld, is dus al bijna 4-maal zooveol als in 1910 van
geheel Azië met zekerheid bekend was.
In sommige landen werden na 1910 nieuwe voor-
raden ijzererts vastgesteld, zoo o.a. in Duitschland. Uit een artikel van de hand van P. Krusch, getiteld:
,,Die Lebensdauer unserer Eisenerzlagerstiitten und
die Versorgung Deutschiands mit Eisen- und Mangan-
erzen nach dem Kriege”, verschenen in het ,,Zeit-
schrif t für praktische Geologie”, Jan. en Febr. 1918,
blijkt, dat Duitschland in 1917 in eigen territoir te
beschikken bleek te hebben over 2,3 milliard ton ijzer-
erts met gemiddelde gehalten van 30-40 pOt. Fe.
In dit verband leest men: ,,Die oben angegehenen
Durchschnittsgehalte der Erze zeigen, dass die deut-
sche Erzproduktion im aligemeinen uur arme und
mitteiere Erze liefert. Lediglich der ausgezeichneten
deutschen Berg- und Hüttenwirtschaft ist es zu ver-
danken, dasz unsere armen Erze mit Vorteil gewon-nen und verarbeitet werden können.” Krusch, wiens

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

541

stem in deze niet zonder ,,alldeutsche” autoriteit mag
worden geacht, komt, naar aanleiding der getallen
van Duitschiand’s voorraad aan, en jaarhijksche ver-
werking van, ijzerertsen, ten slotte tot de volgende
gcvolgtrekking: ,,Das .Ergebnis der Untersuchungen
isb also: l)cr Eisenerzmangel der deutsehen Hütten
muss vor allen Dingen durch französische Erze be-
seitigt werden, und zwar brauchen wir unbedingt
erhiebliche Mengen französischer Minette. Die rus-
sische Krivoi-Rogerze spielen, was Menge aubelangt,
cme wcsentlich geringere Rolle, sind aber sowohi
fiir Ost- als für Westdeutsehland unbedingt nötig”.
Ook in N.- en Z.-Amerika is de vastgestelde hoeveel-hteid ijzererts aanzienlijk toegenomen. Wij vinden hier-
over cijfers in het werk van E. C. Eckel, Iron-ores,
New York en Londen, 191.4. Op blz. 391 komt deze
schrijver tot de volgende cijfers betreffende de be-
kende hoeveelheden ijzererts in M. T. (= millioen
ton).

N.-Amerika.
14.760 M. T.
overeenkoineiide met
6.455 II.
T.
ijzer
Z.-Amerika
8.000

5.000

Europa ..
12.032 ,,

4.733
Totaal..
34.792
M.T.overeerikomendeinet
16.188 Al. T.
ijzer

Aannemende, dat deze cijfers practisch gesproken
dc juiste zijn, en dat over zeer groote oppervlakten de
aanwezige hoeveelheden ijzererts evenredig zijn aan
die oppervlakten, komt Eckel op blz. 393 tot de vol-
gende taxatie van de op aarde vermoedelijk aanwezige
hoeveelheden ijzererts in M. T.

Azië………………

30.890 Al. T.
Afrika …………….

20.600
Australië …………..

5.270

In ononderzochte landen
56.760 Al. T.
In onderzochte landen

34.792 ,, ,,

Totaal voor de aarde

91.552 Al. T.

Wanneer wij uit deze cijfrs zien, dat de gehecle
voorraad aan ijzererts der aarde voorshands geschat
mag worden op pim. 92 milliard ton, dan voelt men
wat het zeggen wil, dat van de ,,reusachtige hoeveel-lieden”, waarvan dc aanwezigheid door mij werd be-
toogd in deel IV mijner ,,Geologische en geographi-
sche doorkruisingen van Midden-Celebes”, blz. 1728
c. v., reeds binnen het tijdsverloop van enkele maan-den 1 milliard ton zijn aangcoond, terwijl het nu ook
vaststaat, (lat liet eindeijfer aan economisch bruikbaar
ijzererts in Ned.-Indië een omvang van verscheidene
milliarden zal aannemen. De tijd zal moeten leeren, in hoevej..e en waarheen
dc rijke en goede Celebes-ertscn uitgevoerd zullen kun-
nen worden, voor zoover dc versmelting niet ter
plaatse zal geschieden.
De grondstof voor een der gewichtigste groot-
industrieën is er in practisch onbeperkte hoeveel-
heden. Op de gunstige omstandigheden, welke het
gebied van liet
Verbeelc-gebergte
aanbiedt, wees ik op
blz. 1734 e. v. van mijn bovengenoemd werk. Alle
materieele factoren zijn aanwezig niet alleen om Ned.-
Indië geheel onafhankelijk te maken in zake ijzer en
staal, maar ook om het in dit opzicht een positie
van den eersten rang te doen innemen in de wereld.
Zullen de daartoe even onmisbare geestelijke factoren
mcde aanwezig blijken te zijn?

Een nieuwe taak van grootselie afmetingen is in
Ned.-Indië aan de orde gekomen. Moge Nederland
zich toonen ,,up to it”. Ir,
E. C. ABENDANON.

DE KA TOENHANDEL IN ENGELSCH.INDIE.

In een vorig nummer i) hebben wij in een artikel
over (te invoerrechten op katoenen manufacturen in
Eiigelsch-Indië eenige cijfers gegeven over dc katoen-
industrie in dat land en verder gewezen op de bc-
langrijkheid van dit afzetgebied voor de katoen-
industrie in I
1
aneashire.
Nu sedert de eerste maanden van 1917 de maande-
lijksche statistieken van den Engelschen ,,Board of

i) 31
October
1Ö17,
pag.
807.

Trade” zeei veel beknopter zijn geworden en men daaj
voor de meeste artikelen thans slechts de totaal in- en
uitvoeren vermeldt, terwijl de vroegere zoo interes-
sante rubriceering der landen van oorsprong en be-
stemming nu om oorlogsredenen achterwege blijft, is het wel eens interessant deze cijfers, gedeeltelijk ten-
minste, nog uit andere bronnen te kunnen putten.
In Engelseh-Indië schijnt men nl. in dit opzicht
iets minder geheimzinnig te zijn en worden de in-
en uitvoercijfers over 1917 van de verschillende arti-
kelen nog wel gepubliceerd. De ,,Manehester Guar-dian” van 13 Mei 1918 begroet deze cijfers ,,als liet
licht, dat vanhet Oosten komt” en deelt verder mcde,
dat de invoeren van katoenen garens en manufaeturen
in deze kolonie de volgende cijfers aanwijzen (in dui-zendtallen):

1915

1916

1917
Katoenen garens

40.263
lbs.
31.859
lbs.
18.890 lbs.
11
zakdoeken
7.042
st.
10.386
st.
6.658
st.
Ruwe katoen. manuf.
1.141.669
yds
925.149
yds
663.399
yds
Gebi. katoen. manuf.
558.854 628.270 ,, 537.921
Geki. katoen. manuf.

330.151 ,, 441.259

446.968
Dis’.
katoen. manuf.

24.813

43.894 ,,

32.042
Naaigaren ……..
1.584
lbs.

2.490
lbs.

1.730
lbs.
Al zijn deze invoeren over 1917 wel kleiner dan over
de beide voorgaande jaren, de cijfers zijn nog steeds
zeer belangrijk en de totaalwaarde dezer goederen over
1917 bedroeg in verband met de hoogere kostprijzeii
zelfs £ 37.514.670 tegen £ 34.385.591 in 1916 en
£ 26.588.636 in 1915.
De uitvoer van katoenen manufacturen uit En-
gelsch-Indië bedroeg in:

1917: 192.548 829
yards ter waarde van
£ 3.230.093
1916: 219.611.731

,,

,,

,,

,,

,, 2.889.239
van katoenen garens in: 1917: 136.883.144 ibs.,
1916: 156.210.635 lbs., 1915: 165.392.538 lbs., terwijl
de totaalwaarde van de uitvoeren van katoenen garens
en manufacturen bedroeg in: 1917: £ 8.494.904, 1916:
£ 7.720.427, 1915: £ 6.275.068.
Van ruwe katoen, waarvan een groot gedeelte van
den oogst in Engelsch-Indië zelf wordt versponnen,
bedroegen de uitvoeren in:

1917: 7.089.191
ewt. of
354.459 tons.
1916: 9.029.092

451.455
1915: 8.974.107

448.705
Van een ander voornaam uitvoerartikel iii En-
gelsch-Indië, de ruwe jute, was de totaal-uitvoer in:
1.917: 327.488 tons, 1916: 524.062 tons, 1915: 649.034
tons, welke hoeveelheden sedert den oorlog wel hoofd-
zakelijk naar Engeland zullen zijn verscheept.
De totaalwaarde van de uitvoeren van ruwe jute,
jutegarens en manufacturen,was in: 191.7: £ 31.095.423,
1916: £ 38.593.178, 1915: £ 32.850.636.
Al zijn de uitvoeren, voornamelijk door de kleinere
oogsten en het gebrek aan scheepsruimte dus kwaii-
t.itatief zeer verminderd, de totaalwaardo van deze
stapel-artikelen blijft nog zeer belangrijk en na den oor-
log zal bij het dan te vreezen gebrek aan grondstoffen.
over de geheele wereld en vooral op het Europeesche
Continent de Engeisch-Indische Regeering aan deze
artikelen zeer gewichtige compensatie-objecten bezit-
ten. Vooral voor de neutralen is het maar te hopen,
(lat van dit bezit geen misbruik zal worden gemaakt
en dat het dan zal blijken, dat de vrees voor een econo-
mischen oorlog na het sluiten van den vrede niet
gerechtvaardigd is geweest. J. G.

DE NEDERLANDS(JHE BANK EN DE AFGIFTL’

VAN GOUD.

Het dezer dagen verschenen jaarverslag der Nedei’-
landsche Bank bevat verschillende medcdeelingcn in-
zake de ontwikkeling, die het goudvraagstuk in liet
afgeloopen boekjaar genomen heeft en geeft een uit-
eenzetting van het hierbij door de directie der bank
ingenomen standpunt. – Medegedeeld wordt, dat vooral
naar Zwitserland belangrijke bedragen gezonden zijn
en verder naar Spanje, Denemarken, Noorwegen en
ten slotte ook naar Zweden.

De Scandinavisehe Rijken – aldus het verslag –

542

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

waren een tijd lang op priucipieele gron.cicn ongeiceigcl
goud aan te nemen, of, voor zom’erre zij hiertoe toch
konden besluiten, wilden zij een disagio van. 3 tot
5 pOt. berekenen. Wij hebben geweigerd in de toeken-
hing van eenig disagio te treden, omdat wij overtuigd
waren, dat het een zeer verderfelijke matiegel zou zijn voor de internationale goudpolitiek, indien de
circulatiebanken aan het goud eene mindere waarde
zouden toeschrijven; alle Scandinavische circulatie-banken hebben dan ook ten slotte tegenover ons van
dèn eisch van eenig disagio afstand gedaan. Na voort-
gezette onderhandelingen zijn vervolgens zoowel Dene-
marken als Noorwegen het met ons eens geworden om
goud aan to nemen, tot telkens nader overeen te
komen bedragen en als zoodanig eigenlijk onbeperkt,
mits natuurlijk ter saiçleering van de betalingsbalans tusschen die Rijken en Nederland en niet tot gebruik
in de intêrnationale arhitiage. Met Zweden hebben
wij meer moeite gehad, doch Zweden heeft tea slotte
toch goud van ons aangenomen tegen de theoretische
pariteit van 2480 Kronen per Kilogram fijn. 1-let be-
di-ag, dat Zweden van ons aannam, was echter niet
voldoende ,voor het saldo der betalingen van Nader-
land aan Zweden, met liet gevolg, dat de zeer hef tigo
spiongen van cle Zwendsche kroon tegenover don gul-
den groot ongerief aan den handel tusschen beide
landen hebben veroorzaakt. Na langdurig overleg zijn
wij, gedurende het verslagjaar, tot eene gedeeltelijke
crediet-overeenkomst met Zweden gekomen, waardoor
wij hoopten den koers althans eenigsains te beteuge-
len. De sterke daling van den Zweedschen koers, ver-
moedelijk internationaal medeesleept door het pond
sterling en den Amerikaanschen dollar, was de oorzaak,
dat wij nog slechts in geringe mate van die oiereen-
komst met Zweden gebruik hehoefden te maken.
Juist in de laatste weken gedurende het opmaken
van dit verslag is Zweden echter met ons tot een
betere opvatting der wederzijdsche positie gekomen
en heeft Zweden zich bereid verklaard gou.d voor den
vellen prijs zonder eenige bij-conditie van ons aan te
nemen.

Ofschoon liet belang van ons land hij cciie goudzen-
dink iutusschen zeer verminderd was, ja zelfs voor liet
oogeublik kon geacht worden te hebben opgehouden te
bestaan wegens den sterken teruggang van den koers
op Zweden – meermalen zelfs beneden de wisselpari-
teit, waartegen wij chèque Zweden konden afgeven –
hebben wij ôns niettemin hij voortduring bereid ver-
klaard goud aan Zweden af te staan, indien dit thans
aan Zweden welgovallig zou
zijn;
Zweden heeft daarop
ten slotté verklaard het goud te kunnen gebruiken.
Wij hebben daarom in de laatste dagen weder goud
naar Zweden verzonden, aangezien .een depôt van middelen in Zweden ook voor ons kind van belang
blijft met het oog op eene mogelijke nieuwe stijging
van den wisselkoers in de arbitragemarkt. Voor daling
van den wisselkoers behoeven wij niet bezorgd te zijn,
daar wij voor het niet verbruik-te gedeelte van dat
depôt ons recht op goud behouden. Onzerzijds heb-ben wij daarbij gaarne de verzekering gegeven alles
te doen, wat in ons vermogen ligt, om aan Zweden de
goederen te doen leveren, waaraan het behoefte heeft,
natuurlijk voor zooverre die kunnen geleverd worden;
deze bereidverklaring
is
dus in de plaats
gokomen
vak
de dwingende voorwaarden tot levering, welke Zwe-
den vroeger gesteld had, echter tevergeefs en nutte-
loos, omdat wij toch niet in staat waren an die voor-
waa.rden te voldoen. Met voldoening hebben wij deze belangrijke verandering in het standpunt van. Zweden
te onzen opzichte aanvaard, daar volgens onze over-
tuiging neutrale landen in deren tijd elkander zooveol
mogelijk moeten helpen, doch niet in het stellen van
scherpe eisohen over en weer hunne kracht moeten
zoeken. Eindelijk is dus ook met Zweden de goud-
quaestie tot een goede oplossing gekomen, zij het dan.
ook natuurlijk, dat slechts over afgifte van bij voor-
baat beperkte bedragen overeenstemming werd ver-
kregen.

De bewerin.g van sommigen, dat goud gedeprecieerd
zou zijn, kan door ons clan ook nog steeds niet gedeeld
worden. Vele feiten zijn met die bewering in tegen-
spraak cii behalve Zweden was er ten slotte in. hct
afgeloopen jaar geen land, dat cciie dergelijke mee-
Ring bleek toegedaan te zijn, afgezien van de uitingen
van enkele verspreide particulieren in den vreemde
en ook hier te lande. Integendeel hebben wij talrijke
bewijzen, dat de groote Rijken om ons heen en ook de
Vereenigde Staten van Noord-Amerika, met volle
overtuiging aan de goudbasis blijven vasthouden.
Mocht in de wereld-meaning op dit punt cciie kente-

ring optreden, dan zullen wij met alle scherpte daar-
op letten; thans is dit stellig nog niet het geval. Het
zou du.s voor Nederland een groote dwaasheid zijn op
zeer eenzijdige en onvolledige theoretischè gro n den
een depreciatie van goud aan te nemen, zooals enkele
theoretici i outrance ook in on.s land wenschen dat.
gedaan zou worden. –

Integendeel doet zich liet merkwaardige verscli.ijn-
sel voor, dat voor goud, voor zooverre dit in beperkte
bedragen uit liet publiek bezit nog te verkrijgen is,
in ons land en in eenige andere neutrale landen een
hoog agio, zelfs van 40 tot 50 pOt., wordt betaald.
Engelsche en Amerikaansche bankbiljetten en ppier-
geld van kleine coupures doen echter evenzeer oiigeld,
zij het dan niet zee veel. Wij hebben hier du.s wederom met een bijzonder verschijnsel te doen, waaraan op zich
zelf niet to veel gewicht moet worden gehecht, althans niet ter beoordeeling van het ingewikkelde goudvraag-stuk. De oorzaak
ia
vermoedelijk, dat in verschillende
door de revdlutie geteisterde deden van Rusland en
in deelen van den Balkan en in Klein-Azië het goud-geld en het papiergeld van andere landen meet- vet–
trouwen genieten dan de eigen zeer gedeprecieerdc
betaiingsrnidd.elen. Hetzelfde geval heeft zich reeds
meer in de geschiedenis voorgedânn, dat men bij sterke
depreciatie van eigen circulatierni.ddelen de voorkeur
gaf aan geld uit andere landen met rustige muntstel-
sels, ook al moest men voor die vreemde circulatie-
middelen op zich zelven een belangrijk agio betalen.
In het bijzonder willen wij met een enkel woord
onze groote waardeet-ing uitspreken voor de mede-
werking, welke wij wederom van de circulatiebank van
Zwitserland mochten ondervinden. Niet alleen heeft
de Zwitsersche Nationale Bank krachtig niet ons
medegewerkt om de hotalingen tusschen de beide
landen op de goudbasis mogelijk te doen blijven,
maar ook in meer opzichten heeft zij ons groote
diensten bewezen en heeft zij een voorbeeld geleverd
hoe kleine neutrale landen in de.zen tijd niet alleen cikander kunnen bijstaan, doch zelfs in samenwer-
king ook aan grootere landen goede liefdediensten
kunnen bewijzen. Het is eene verkwikking in dezen
tijd, nu grooto gedeelten van de wereld zich inspan-nen om over en weder eikander afbreuk te doen, hij
anderen eene samenwerking te vinden om het lot van
verdrukten en zwaar beproefden te kunnen ver-
hchten.

Ook wat betreft de afgifte van goud cii zilver voor
industrieele doeleinden bevat het verslag eenige mede-
deelingen, die onder verwijzing naar het artikel, dat
iu het nummer van 29 Mei j.l. blz. 472 aan ,,De Goud-
en Zilverindustrie” werd gewijd, hier een plaats mo-
gen vinden:

Door de schaarschte van goud, als gevolg van liet
vasthouden van dit. metaal in alle landen, kwam de
goudindustrio voor groote moeilijkheden te staan om
grondstof voor haar bedrijf te verkiijgen. De Bank
heeft zich daarom bereid verklaard goud voor deze
industrie beschikbaar te stellen. Aanvankelijk gaf dit
tot geen bijzondere moeilijkheden aanleiding, doch
toen hët goudgeld zoo sterk gezocht werd met steeds
meer oploopend agio voor belangen in het buitenland
ën ondanks v.erbod van uitvoer het goud blijkbaar
zelfs in verwerkten toestand zijn weg over de grenzen
bleef vinden, werd het voor de Bank noodig maat-

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

543

regelen van verweer tegen misbruik te treffen, wilde
zij met de verschaffing van metaal voor de binnen-
landsche industrie kunnen voortgaan. Zij eisch.te
daarom eerst eene bankgarantie, dat het afgegeven
goud uitsluitend voor den hinuenlandschen afzet zou
gebruikt blijven; aangezien deze garantie op den duur
te bezwarcn.d werd voor de afnemers van het goud,
stelde zij in de plaats daarvan een contrôle in bij de

afgifte van het goud, roet een boetebepaling op mis-
bruik in die richting. Ook deze maatregel kon in de
praktijk niet voldoen, daar de goudatukken zelfs in
doorgeknipten toestand hun weg over de grenzen
bleven vinden; daarom besloot de Bank den prijs voor
het goud te verhoogen tot
f
1800 het kilogram fijn
(iii plaats van vroeger
f
1663 en
f
1.672) en het goud
slechts af te leveren in kleine baren, door haar opzet-
telijk voor dit doel gemaakt; ook deze baren worden

slechts afgegeven onder verbintenis, dat het metaal
in eigen bedrijf zal worden verwerkt. Mocht ook deze
maatregel niet afdoende zijn om het misbruik te kee-
ren, dan zal de Bank nog scherper front hiertegen
-maken.

Deze verhooging van prijs voor het goud ten ge-
bruike van de industrie staat dus geheel naast de
goudpolitiek van De Neclerlandsche Bank in het
internationale verkeer; immers op hetzelfde oogen-
blik, dat de goudprijs voor de industrie moest worderi
verhoogd, heeft de Bank groote partijen goud op de
oude theoretische pariteit voor verrekening aan het
buitenland afgestaan; slechts de verhoogde kosten
van verzending en assurantie maakten natuurlijk den
prijs van afgifte van wissels op het buitenland ook
iets hooger dan onder de vroegere normale omstan-
cligheclen het geval was.

De zilverindustrie heeft alle.ngs ook bezwaren
ondervonden om grondstof te verkrijgen; het merk-
waardige geval heeft zich voorgedaan, dat de stijging van den zilverprijs weder mogelijk gemaakt heeft om
onze zilveren munten uit de circulatie te versmelten
en voor de industrie te gebruiken. Weliswaar was de
prijs van zilver op de Engelsche markt, in den laat-

sten tijd wisselende tusschen 43 en 49 pence per
ounce, tegenover cene pariteitswaarde van 62% pence
per ounce, in schijn nog te laag om het looneud te maken onze circulatiemunten te versmelten, doch
eenerzijd.s was zilver uit Engeland niet meer te ver-krijgen en anderzijds is het gehalte van onze zilveren
munten zeer hoog (945 fijn zilver per 1000), zoodat

dc zilveriudustrie wegens de bijmenging van andere
metalen voor het te vervaardigen product toch onze
munten voor haar bedrijf kon gaan gebruiken. Een feit is, dat reeds
f 1,10
tot
f
1,15 voor onze zilveren
guldens -werd geboden.

Mitsdien fijn maatregelen noodzakelijk geworden
om de versmelting van onze zilveren munten tegen
te gaan en zullen cle pogingen wordeu voortgezet om
langs andere wegen zilver als grondstof voor onze

binnenlandsche industrie beschikbaar te stellen. Ten
aanzien van het zilver is dus ook in dezen oorlogstijd
het ondenkbare gebeurd, namelijk, dat onze zilveren
munt, onder welker depreciatie en te grooten voor-
raad ons land sedert 1875 meer dan 30 jaren lang ge-
bukt is geweest, voor gebruik in de industrie reeds
hare pariwaarde heeft overschreden en dat deze munt
in ons muntstelsel te schaarsch is geworden.

Uit clie verhooging van den prijs, van zilvermetaal,
waarjoor onze zilveren munten met 10 tot 15 pOt.
agio betaald worden, op te maken, dat onze bankbil-

jetten dus disagio zouden doen, is één van de onjuist-
heden, welke men in deze abnormale tijden hoort ver-
kondigen. Die verhooging van de intrinsieke waarde
van de muntstukken, op grond van den prijs -van liet
metaal in den handel, tegenover de nominale waarde
(Ier munten volgens het bij de wet geregelde munt-
.stelscl, is een verschijnsel, dat zich reeds herhaaldelijk
voorgedaan heeft, bijv. in Britsch-Indië, in Mexico en
ook in do Stra.its Settlements en dat op zich zelve ook

in die gevallen niets te maken had met de waarde der
bankbiljetten of het staatsmuntpapier, hetwelk naast
de zilveren munten in die landen in omloop was.
Eene rnuntverzwakking van onze teeken munt, gelijk
deze o.a. in 1907 in de Straits Sett’lements is toege-
past, zou aan de versmelting van onze zilveren guldens
en rijksdaalders onmiddellijk een eind kunnen maken.
Wij
zou4en daarbij echter onder het oog moeten zien,
dat een dergelijke maatregel vooral in verband met
het muntwozen in onze Koloniën, van ver strekkeude
gevolgen zou zijn.

Het verslag eindigt deze beschouwingen met te
wijzen op de ook in het genoemd artikel besprolcen
resolutie van den Minister van Landbouw, Nijver-
heid en Handel d.d. 4 Mei j.l., waarbij voor zilver in
clken vorm, zilveren munten, Nederlandsche en
vreemde hieronder begrepen, een mhxi mumprijs van

f
109.75 per lciiogi’am fijn werd vastgesteld.
DE ALGEMEENE ZWEEDSOHE EXPORT-

VEREENIGING.

Het artikel van den heer L. Lacomblé over ,,Bui-
tenland sche Vertegenwoordiging van Noorwegen en
Zweden”, opgenomen in het vorige nummer van deze
Berichten, bepaalde zich ten aanzien van het laatst-
genoemde land voornamelijk tot een bespreking van den
consulairen dienst en hetgeen daarmede samenhangt.
Het kan daarom van belang zijn de aandacht te vestigen
op hetgeen aldaar van particuliere zijde wordt gedaan ter bevordering van den Zweedschen buitenlandschen
handel en op de heilzame samenwerking, die er te dien aanzien tnsschen de belanghebbenden en de Rçgeering
bestaat.

De Algemeene Zweedsche Exportvereeniging
(Sveriges Allmiinna Exportförening) heeft, met het
einde van het jaar 1917 haar 31ste arbeidsjaar vol-
tooid. Blijkens haar met 1 Januari 1918 in werking
getreden nieuwe statuten stelt zij zich ten doel om
met alle daarvoor dienstige middelen den afzet van
Zweedsche producten -in het buitenland te ondersteu-nen en te bevorderen. De middelen, waardoor zij haar
doel nastreeft, loopen zeer uiteen. Zij geeft aan haar
leden kosteloos adviezen en inlichtingen betreffende de nijverheid en den uitvoer in het algemeen en over
buitenlandsche koopers van Zweedsche artikelen in
liet bijzonder. Zij bezit een boekerij, die 6veneens kos-
teloos door de leden kan geraadpleegd worden en
waarin dezen alles kunnen vinden, wat zij noodig heb-
ben, zooals binnen- en buiten]andsche handboeken,
toltarieven, telegraafcodes, adresboeken, handelska-
lenders, ‘enz. enz. Tegen een laag tarief verstrekt zij
aan haar leden handelsiriformaties over binnen- en
buitenland sche handelshuizen. Komen er berichten,
die voor de leden van algemeen belang worden geacht,
dan woiden die terstond kosteloos per circulaire be-
kend gemaakt. Behalve deze circulaires geeft de Ver-
eeniging een veertiendaagsch tijdschrift uit, ,, Svensk
Export” genaamd, hetwelk kosteloos aan de leden
wordt rondgezonden en uit den aard der zaak in de
Zweedsche taal gesteld is, benevens twee in andere
talen (Engeisch en Russisch) gestelde maandschrif-
ten (Swedish Export en Schwedsk-y Eksport) ter ver-
spreiding in het buitenland. Over gewichtige en
actueele onderwerpen doet zij bovendien afzonderlijke
verhandelingen in brochurevorm het licht zien. Ten
slotte belast een deskundige advertentie- en reclame-
afdeeling zich met de reclame van de leden in het
buitenland.

Het lidmaatschap biedt den leden dus veel voor-
d,.eelen. Eigenaardig is de berekening van de contri-
butie, die daar tegenover staat. Zij berust op progres-
sieven grondslag. De leden betalen namelijk een jaar-
lijksche bijdrage van 25 tot 200 kronen, die bij de
naamlooze vennootschappen afhangt van het gestorte
kapitaal en voor bijzondere personen van hun aanslag
in de inkomsten- en vermogensbelasting. Buitenland-

544

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

sche leden betalen 100 kronen. Het ledental bedroeg
op ult. 1917 1283.
Het bestuur van de vereeniging bestaat uit 20 tot
30 personen, die, hetzij door de algemeene vergadering
worden gekozen, hetzij worden benoemd door organi-
saties in het bedrijfswezen, die daartoe door de alge-
meene vergadering worden aangewezen. Een uit dit
algemeen bestuur gekozen deputatie is be]ast met het
d agelijksch bestuur.

J)e voorzitter der vereeniging en de door het be-
stuur benoemde bedrijfsdirecteur hebben daarin van
rcchtswege zitting. De noodige beambten worden aan
den hedrijfsdirecteur toegevoegd.

liet merkwaardigste in deze vereeniging is zeker
wel het halfambtelijk karakter, dat haar kenmerkt. De
Koning zelf is haar beschermheer, de Kroonprins
haar eere-voorzitter. De hôofden van het Koninklijk
Handelscollege, van het Koninklijk Spoorwegbestuur,
van het Landbouw-departement en van de Handels-
fdeelirig van het Ministerie van Buitenlandsche
Za-
ken hebben volgens de statuten het recht de vergade-
ringen van het bestuur bij te wonen en aan de be-
raadslagingen deel te nemen. De schatkist ten slotte
geeft een jaarlijksche bijdrage van 25.000 kr.
Het behoeft geen betoog, dat deze vereeniging in
alle quaesties over handel en uitvoer gekend wordt.
Uit haar jongste jaarverslag blijkt dan ook, dat zij in
nauwe samenwerking met de staatsorganen heeft ge-
arbeid en over verschillende belangrijke onderwerpen,
die rechtstreeks of middellijk het zakenleven betref-
fen aan de Overheid adviezen heeft uitgebracht. En het behoeft geen verwondering te wekken, dat haar
bedrijfsdirecteur als bestendig lid deel uitmaakt van
den Financieelen Raad, die in 1917 door de Kroon
werd ingesteld voor de regeling van de credietverlee-
ning aan het buitenland. F.

AANTEEKENINGEN.

Handelsve.r1eer

tusschen

Neder-
landsch-Indië en de Vereenigde Sta-
t e n.
Het jaarverslag der Nederlandsche Kamer van
Koophandel te San Francisco voor het jaar 1918 bevat
verschillende gegevens aangaande het handelsverkeer
tusschen Nederlandseh.jndjë aan den eenen kant en de
Vereenigcle Staten, met name San Francisco aan den
anderen kant, welker overneming alleszins waard zijn. in de eerste plaats enkele, onzen lezers reeds ten deele
bekende, cijfers over het totale handeisverkeer tus-
schen Indië en de Vereenigde Staten. De cijfers be-
treffen het Amerikaansche fiscale jaar, eindigend
30 Juni.

Handelsverkeer tussehen Ned.-Indië en de V. S.:
1913-14
…………$
9.011.256
1914-15
………….
, 12.017.563
1915-16
…………
,, 35.117.615
1916-17
…………
,, 83.205.511

Gesplitst over in- en uitvoer en vergeleken met het
verkeer met Britsch-Indië en de Straits Settlements:

Invoer in de V. S. in $
uit

1913-14

1914-15

1915-16

1916-17
Ned.-Inclië ..
5.334.361

9.245.784 27.716.589

62.011.236
Britsch-Indiii
73.630.880 51.982.703 71.745.626 102.106.682
Straits Setti.
26.307.860 24.989.878 82.114.598 89.984.946

Uitvoer uit de V. S. in $
naar

1913-14

1914-15

1915-16

1916-17
Ned.-Indië ..
3.676.895

2.771.779

7.401.026 21.194.275
Britsch-Indië
10.854.591 11.696.094 19.297.016 28.373.145
Straits Setti.
4.184.674

3.845.765

4.585.231

7.739.918

De vermeerderde invoer in de Vereenigde Staten be-
stond in hoofdzaak uit grondstoffen. Zoo steeg de
invoer van rubber van 1913—’14 op 1916—’17 van
463.000 lbs. op 45.000.000 lbs., van huiden van 500.000
lbs. op 8.000.000 lbs., van tin van 56.000 lbs. direct en
826.000 lbs. via Nederland op 14.000.000 lbs. direct,
terwijl overeenkomstige stijgingen voor cacao, cacao-
boter, peper en kapok zijn aan te wijzen. Slechts koffie
en tabak vertoonen een geringen achteruitgang.
De toeneming in den uitvoer naar Indië bestond

in hoofdzaak in ijzer- en staalproducten, gegalvani-
seerd ijzer, spijkers, draad en huizen. Verder in machi-
nes en automobielen.
T
e
lk aandeel San Francisco aan dit verkeer heeft ge-
had, blijkt uit de volgende cijfers, medegedeeld door
den heer John H. Gerrie in een artikel iii liet genoem-
de jaarverslag. De cijfers geven weer het geheele in-
en uitgaand verkeer tussolien San Francisco en Ned.-
Indië gedurende de kalenderjaren:

1914
…………….
$

539.379
1915
………………
670.758
1916
………………
8.081.958
1917
……………..
, 53.060.174

De heer Gerrie merkt hierbij op: ,,Like an Arabian
Nights tale is the record of trade expansion between
San Francisco and the Dutch East Indies. A twen-
tieth century Aladdin rubbed the lamp of commercc
and presto !”

De quantitatieve vermindering van de
Engelsche handelsbeweging.
– Naar aan-
leiding van uitlatingen vau Sir Albert Stanley, de
president van den Boaid of Trade, die in het teeken
stonden van het mede door dit lichaam aangemoedigd
streven van overheidsbemoeiing, beantwoordt ,,The Economist” in een recent nummer Sir Albert’s satis-
factie orer het zich vrij gemaakt hebben van de

,,dependence upon foreign sources for so large a part of our actual needs”, met het navolgende staatje, dat,
naar het blad zegt, ,,we have disentangled from the obscurities in which the Board of Trade figures are
now wrapt”. . Vermin-

dering
Invoer.

1913

1917

in pCt.
Ruwe katoen
(100 lbs)

21.742.987

16.231.713

25,3
Schapenwol ….
(lbs)

802.096.772

625.627.984

9,5
Behakthout(standaard)

4.380.321

1.049.150

76,0
Jute ……….(tons)

350.824

110.164

68,6
Houtpulp ……(tons)

977.957

386.891

60,6
Soda-nitraat . . (tons)

140 926

1.680

98,8
Phosphaat .. .. (tons)

539.016

276.617

48,7
Uitvoer.
Katoenen garen (Ibs)

210.175.500

133.153.400

36,5
Katoen stukgoed
(yds) 7.075.558.400

4.979.076.900

29,6
Jute goederen (yards)

172.386.000

126.280.700

26,6
Linnen goederen (yds)

193.695.500

103.636.800

46,8

Het blad meent, dat in dergelijke cijfers van grond-
stoffen – die het V. K. niet heeft te bieden – voor
exportartikelen en de fabrikaten daarvan geen na te
streven ideaal te zien is.

Immigratie en Emigratie van de Veree-
nigde Staten in 1917.
– Begrjpelijkerwijs heb-
ben de cijfers van intocht en uittocht der Vereenigde
Staten van reizigers in sterke mate den invloed van
den oorlog ondervonden, daar veelal de verplaatsing
onmogelijk was of uit militaire overwegingen niet
kon worden toegestaan, waarbij nog komt de groote
beperking in het scheepvaartverkeer. Voor zoover er
gelegenheid voor overtocht was, heeft de vrees voor
reisongevallen ten overvloede beperkend gewerkt,
zoodat velen, die geneigd zouden geweest zijn gebruik
te maken van de arbeidsgelegenheid thans in de
Vereenigde Staten geboden, van de vestiging in dat land hebben afgezien. Het aantal immigranten voor
het jaar 1917 staat dan ook op zoo’n laag peil, dat
men tot de jaren van den burgeroorlog moet terug-gaan om een nog kleiner totaal te vinden. Hiernaast
valt op te merken, dat ofschoon het vertrek veel
geringer was dan in voorafgaande jaren, niettemin
het netto aanwinstsaldo van in den vreemde geboren
personen, met uitzondering van 1915 – dat den
invloed van de eerste oorlogsontwrichting ondervond
– en van 1908 – het volgjaar op den 1907-crisis
-, lager is dan voor eenig jaar te boek staat. In
1907 had zich een netto afname vertoond. Het hier-
volgend staatje licht een en ander nader toe, beginnend
met het hoogte-record 1913 tot en met het achter
ons liggende jaar.

19 Juni
1918

ËCONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

545

Aaukomst.

1917

1916

1915

1914

1913
Immigranten ..
152.959 355.767 258.678 688.495 1.387.818
Overige reizigers
58.926 72.904 68.963 159.736 229.585

Totaal……
211.885 428.671 327.641 848.231 1.616.903
Vertrek.
Emigranten . …
67.652 69.725 160.641 293.635 274.209
Overige reizigers
63.531 95.059 123.995 291.743 324.737

Totaal……
131.183 164.784 284.636 585.378

598.946
Netto winst..
.. 80.702 263.887 43.005 262.853 1.017.957

In 1917 vertoonde zich slechts een netto aanwinst
van Italianen tot éen cijfer 3.389, tegenover 36.885
in het voorafgaande jaar; 8.510 Joden tegenover
17.776 in 1916. Het vertrek van Polen ging de
vestiging met 2.991 te boven, tegenover een netto
toename van 4.294 in 1916. Tengevolge van den on-
rustigen toestand in Mexico blijft een verplaatsing
van dit land naar de Vereenigde Staten voortduren.

Wij vernemen alsnog van den schrijver der artike-
len over de uitbreiding der N e d e r 1 a n d s c h e
handelsbetrekkingen met de West,
opgenomen in de No. 123-125, dat behalve in een
der Venezuelaanscho havens – gelijk vermeld werd
– ook in de Oolumbiaansche haven Barranquilla
sedert eenigen tijd cen Nederlandsch handelshuis ge-
vestigd is, waarvan volledigheidslialvc hier nog mede-
(loeling gedaan zij.

BOEKAANKONDIQING.

United States Tariff Commission.
First an,nUal Report for the fiscal year,
ended June
30, 1917.
Washington.
Government Printing Office, 1917,
26 blz.

Ofschoon dit rapport, op den eersten Zaterdag van
December 1917 aan het Congres voorgelegd, reeds
eeuigen tijd geleden in buitenlandsche periodieken
werd vermeld, bestaat er alle reden om, nu het ook
hier te lande is ontvangen en door vriendelijke tus-
schenkomst te onzer kennis kwam, te dezer plaatse op
den inhoud eerligszins nader in te gaan.

Van de oprichting dezer commissie is ten vorigen
jare – 30 Mei 1917, blz. 402 – in deze kolommen
melding gemaakt. De zeer ruim gestelde taak der
Commissie – bestudecring van alles, wat direct of
indirect voor de Amerikaansche tariefpolitiek van be-
lang kan worden geacht, adviseering aan Regeering
en Parlement en voorbereiding van wettelijke maat-
regelen – en de niet minder ruime bevoegdheden,
aan de Commissie toekomende, bevoegdheden, die wij
hier te lande gewoon zijn slechts in handen van den strafrechter aan te treffen of wellicht van een parle-
mentaire enquêtecommissie, zijn bij die gelegenheid
besproken. Tegelijk werd medegedeeld, dat de bekende
hoogleeraar in de economie aan de Harvard Univer-
sity, de heer F. W. Taussieg, zijn professoraat met het
voorzitterschap dezer commissie, welke thans boven-
dien de heeren David J. Lewis, William Kent, Wil-
liam S. Oulbertson en Edward P. Costegan omvat, had
omgewisseld. Gelijk bekend, genieten de leden een
bezoldiging, die hen in staat stelt, zich onverdeeld
aan de taak der Commissie te wijden.
Waar de Commissie eerst 26 Maart 1917 werd ge-
installeerd, kan het moeilijk anders of dit rapport, dat
slechts de periode tot 30 Juni 1917 omvat, beperkt zich in hoofdzaak tot het geven van een uiteenzet-

ting der plannen, welke de Commissie in de komende
jaren tot uitvoering denkt te brengen. In één geval
heeft de Commissie evenwel op verzoek van het Corn-mittee on Ways and Means uit het Huis van Afgevaar-
digden, reeds dadelijk rapport uitgebracht. Het betreft
de vraag, welke maatregelen genomen worden voor den tijd, verloopende tussehen de indiening van een
wetsontwerp tot verhooging van invoerrechten of
accijnzen en het oogenblik, waarop de nieuwe rege-
ling van kracht wordt. Op grond van bepalingen,

welke op dit stuk in verschillende Europeesche tarief-
wetten voorkomen, geeft de Commissie in haar advies,
waarvan het rapport een uitvoerig overzicht bevat,
in overweging een algemeen wettelijk voorschrift in het leven te roepen, dat de Regeering machtigt reeds
dadelijk of althans op zeer korten termijn tot voor-
loopige heffing van het hoogere recht over te gaan,
terwijl daarnaast overeenkomstig reeds bestaande
regelingen, de bona fide verkooper bevoegd moet wor-
den verklaard dergelijke plotseling op hem vallende
verhoogingen naast den contractueelen prijs op den
kooper te verhalen.

Een uitgebreid onderzoek wordt vervolgens inge-
steld naar het vrijhaven-denkbeeld. Gegevens omtrent
Hamburg en Kopenhagen worden verzameld, terwijl
het vraagstuk voor een drietal havens aan den Atlan-
tischen Oceaan, de Golf van Mexico en den Pacif ie
in détails onderzocht wordt.

Een voornaam deel van dc werkzaamheid der Com-
missie houdt, gelijk zich denken laat, verband met
den invloed, door den oorlog op verschillende bedrijfs-
takken uitgeoefend. De Commissie is bezig dit vraag-
stuk in den breede onder de oogen te zien en daar-
voor het noodige materiaal bijeen te brengen. 01)
enkele bedrijfstakken zal zij hierbij in het bijzonder
ingaan. In de eerste plaats geldt dit voor de chemi-sche industrie, die zich zoowel door het wegvallen
der Duitsche concurrentie als door de ontzaglijk ge-
stegen vraag naar explosiestoffen, zeer belangrijk
heeft vervormd en uitgebreid. Op verzoek van den
President stelt de Commissie een uitvoerig onderzoek
ih
naar den tegenwoordigen stand van dezen bedrijfs-
tak en de mogelijkheid van vreemde concurrentie na
den oorlog. Een dergelijk speciaal onderzoek wordt
eveneens ingesteld ten opzichte van de suikerindustrie
en in het algemeen het vraagstuk van de toekomstige
suikervoorziening der Unie in verband met..gedurende
den oorlog plaats gehad hebbende verschuivingen.
Daarnaast wijdt de Commissie haar aandacht aan
de vraag op welke beginselen de toekomstige handels-
politieke verhoudingen met den vreemde zullen moe-
ten worden opgebouwd. Gelijk men weet, heeft de
Unie nimmer de meest-begunstigingselausule, die in
Europeesche landen een zoo groote veibreiding heeft
gevonden en voor een groot deel door het thans ver-
vallen Frankforter vredesverdrag werd beheerscht, in
haar tractaten opgenomen. Ook het beperkter beginsel
van reciprociteit, waartoe de achtereenvolgende
Amerikaansche tariefwetgevingen de mogelijkheid
openden, komt thans slechts tot uitdrukking in het
handelstractaat met Cuba, terwijl het op hetzelfde be-
ginsel opgebouwde verdrag met. Canada, gelijk be-
kend, in 1911 op ônwil van Canadeesche zijde is afge-
stuit. Moeten de Vereenigde Staten thans in de tot
dusver gevolgde gedragslijn wijziging brengen? De
Commissie stelt zich voor het noodige materiaal voor
de beantwoording dezer vraag bijeen te brengen in
den vorm van een uitvoerig rapport, waarin deze
vragen historisch en critisch onder de oogen zullen
worden gezien en voorts van den huidigen stand van
het tariefprobleem in een reeks van landen een over-
zicht zal worden gegeven. Voor een speciaal onder-zoek naar de geschiedenis en de resultaten der Parj-
sche conferentie en daarmede gelijk te stellen schik-
kingen in Europa, zullen een paar leden der Com-
missie in verschillende landen van Europa materiaal
gaan verzamelen.

Ten slotte bevat het verslag een uiteenzetting van
de plannen tot het instellen van een informatie-
bureau, het aanleggen van verzamelingen van wette-
1lijke regelingen en andere gegevens op handelspoli-
tiek gebied en het systematisch publiceeren van ad-
ministratieve beslissingen.
Tot zoover het rapport, dat, al zal over de werk-
zaamheden der Commissie eerst op een later tijdstip
kunnen worden geoordeeld, niettemin in den breeden
opzet der plannen voldoenden kijk geeft. De Neder-
lander, die van rapporten als het hier besprokene ken-

546

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

nis neemt en eenigszins weet, wat voorts in deze jich-
ting geschiedt in de landen, waar het beginsel van
openbaarheid, dat in het staatsbestuur der Angelsak-
sische landen ook in deze jaren is blijven gelden, niet
dermate is doorgevoerd, heeft het recht en den plicht
zich af te vragen, wat binnen onze eigen grenzen ter
oriënteering en voorbereiding voor het nieuwe vredes-
tijdperk wordt verricht. Breed opgezette organisaties,
die een groot land zich veroorloven kan, komen voor
het kleine land wellicht minder in aanmerking. Mits
slechts wordt ingezien, dat bij de komende ontwik-
keling der dingen op handelspolitiek gebied het kleine
land vermoedelijk nog grooter belang heeft dan het

gioote. B.

In de serie ,,Pubiicaties van (le Afdecling Nijver-
lieid en Handel” (te Buitenzorg) verscheen als No. 2
van den jaargang 1918: i3e1)1ante u itg.estrek t-
heden in h e t Groot – Landbouwbe-
d r ij f i n N e d. – 1 n d i ë, de resultaten van een on-
derzoek in Augustus 1917 ingesteld naar de uitge-
strektheden, welke aldaar met enkele overjarige cul-tuurgewassen bplant zijn. Het oflderzoek geschiedde
voor cacao, coca, kapok, kina, klapper, koffie, aethe-tische oliegewassen., oliepalm, rubber, thee en touw-
vezels en omvatte alleen de ondernemingsaanplari-

tingen.

INGEZONDEN STUKKEN.

GEMIDDELDE LEVENSDUUR VOOR EN NA

DEN OORLOG.

Het belang van de Statistiek voor den Handel is
zeker wel, dat men redeneert: in de voorafgaande
jaren is de toestand bekend, nu kan men, zonder te
veel fouten, wel aannemen, dat de toekomst behoudens
onvoorziene omstandigheden ook wel dezelfde zal zijn.
Bij intuïtie voelt iedere koopman het perspectief der
toekomst, maar er zijn toch bedrijven, b.v. het verze-
keringsbedrijf, waar de actuarieele wetenschap onmis-
l)aar is. Nu is de eenige wetenschap, die bv. Zons-
en Maansverduisteringen voorspellen kan, de Sterren-
kunde. Hier is het grillige ingrijpen van den Mensch, als b.v. door een wereldbrand, zooals we nu beleven,
uitgesloten.

Oppervlakkig zou mèn meenen, dat een
1clen
land

als het onze, waar de sta’tistiek dus niet al te grooten
omvang heeft,
groot
kan zijn, naar het Koninklijk
woord van zijn minister Pierson, in aF zijn onder-
deelen. Alen zal b.v. niet recht verwachten kunnen,
(lat de statistiek van den loop der bevolking in
Nederland met grootere aCcuratesse bijgehouden
wordt dan b.v. in Groot-Brittannië. Zooals bekend,
wordt hieruit afgeleid de sterftetafel. Deze is dan
voor verschillende vormen van verzekering de basis,
waarop premiën en reserven berekend worden. Zonder
twijfel kan met genoegen geconstateerd worden, dat
ons land in dit opzicht uitmunt door den voortreffe-
lijken arbeid van Prof. Dr. A. J. van Pesch, die de
volkstellingen van 1879, 1889, 1899 en 1909 bewerkt
heeft, tot een, voor alle landen tot voorbeeld kun-
nende strekken, sterftetafel. ,,De sterftetafels voor
Nederland, afgeleid uit de tienjarige periode 1890-’99”, isde volledige titel, ,,overgedrukt uit de Inlei-
ding tot de uitkomsten der Voikstelling van 31 Dec.
1899. Bijdragen tot de Statistiek van Nederland”.

De derde tafel van Van Pesch wordt het meest
gebruikt voor de berekening van de premiereserve der
Vo]ksverzekering. Waarom deze de voorkeur geniet
boven de andere drie, is een volkomen technische
qaaestie, maar Van Pesch zelf heeft het gebruik van
deze voor dit doel het meest aangeraden. Maar van
niet minder belang zijn sterftetafels uit de voikstel-
ling afgeleid vn waarde voor de sociale verzekering
in ‘t algemeen. En van buitengewone beteekenis
is de vraag, of de millioenen aan de verbete-
ring der volkshygiène besteed, de vooruitgang van

dc medische wetenschap en de overal verspreide
betere opvatting van een gezonde levenswijze, er toe
geleid hebben de levenskansen in ons land te verbete-
ren. De vier tafels van Van Pesch geven ons een duidelijk beeld van den vooruitgang der
levenskansen in Nederland: zoo blijkt, dat voor een
20-jarigen man de gemiddelde levensduur geklommen
is van 40,3 tot 45,7 jaar, dus meer dan vijf jaar.
Iedereen is nu geneigd te meenen, dat de uitkomsten van sterftetafels in andere landen dezen vooruitgang
in levensduur bevestigen. Maar dit is nu niet het
geval. De zes Engelsche steftetafels tdonen dezen
vooruitgang heelemaal niet aan en de Engelsche
Statistici zijn het niet allen eens met George King,

die beweert, dat het alleen aan de foutieve bewerking der zes Life Tables ligt. ,,It is safe to risk the profecy
that when English Life Table no. 7 comes to beformed
the improvement will be notice able.”
i)

Door het voorgaande wil niet de overtuiging ge-
vestigd worden, dat Van Pesch over voortreffelijk
materiaal kon beschikken, maar wel, dat hij uit de
beschikbare gegevens het meeste profijt getrokken
heeft. De verschillen tusschen berekende en vaarge-
nomen waarden zijn zeer aanzienlijk. Het lijdt geen
twijfel of bij grootere accuratesse kunnen deze zoo
niet geheel verdw’ijnen, dan toch zeer gering worden.
De leiding van het Cntraa1 Bureau voor de
Statistiek stiat er borg voor, dat bij ruime hulpmid-
delen de overeenstemming tusschen Burgeilijken
Stand en Bevolkingsregister van uit een centraal
punt door een voikstelling geheel bevestigd zal wor-
den.
,,Het is toch bekend,” schrijft Van Pesch in zijn
eerste Verhandeling van 1885, pag. 25, ,,met hoeveel
zorg de opgaven van den Burgerljken Stand gehou-
den worden, zoodat de kans, dat hierbij fouten voor-
komen, zooveel kleiner is dan bij de volkstellingen.
Het opteekenen der dooden, die ongeveer 500 per dag
bedragen in het geheele Rijk geschiedt daarenboven
door geheel bevoegde personen, terwijl bij de volks-
telling op één dag bijna 4.000.000 personen moeten
nagegaan worden en de meesten, die de staten invul-
len, met dit werk zeer weinig vertrouwd
zijn.
Bedenkt

men daarbij het gewicht van ieder sterfgeval voor
het gezin waarin dit voorvalt, en al de formaliteiten,
die dan moeten plaats grijpen,
ZQO
geloof ik, dat het
aan geen twijfel onderhevig is, dat in de sterfteopga-
ven
bijna
geen fouten kunnen voorkomen.”
In zijn laatste verhandeling van 1912 verklaart Van
Pesch de gevonden verschillen aldus (pag. 111): ,,De
reden voor deze minder goede uitkomst was niet moei-
lijk op te sporen. Er is daar zooeven gezegd, dat bij
binnenlandsche verhuizingen elke vestiging in een
gemeente moet overeenkomen met een vertrek uit een
andere. Dit is volkomen juist, maar wanneer de ves-
tiging en het vertrek niet overal zorgvuldig worden
opgegeven, vervalt de redeneering, waarvan men hier-
boven is uitgegaan en dat dit het geval is wordt onder
andere aangetoond, doordat bij elke volkstelling een
groot getal personen ambtshalve moet worden afge-
schreven. Hiermede is dus aangewezen, waarom de
methode waardoor vestiging en vertrek bekend wordt
nog geen goede resultaten heeft gegeven. Een voort-
durende verbetering in het bijhouden van de bevol-
kingsregisters echter, zal op den duur betere uitkom-
sten geven en een volkomen oordeel doen vellen over
de juistheid der voikstelling.”
Om door een voorbeeld duidelijk te maken het ver-

‘) Wie hierover uitvoeriger inlieht.iügen wil, leze: On
the construction of mortality tahies from ceusus returns and
records of death by George KingJ.
1. A. XLII P. III,
pag.
259.
De Life Table
No. 7 is
nu op aanwijzing van King voor-
bereid, maar de resultaten zijn nog niet gepubliceerd.
Omdat de actuarieele commissie, die voor de uitvoering van
de National iIealth Insurance etc. etc. in
1913
te zorgen had,
overtuigd was, dat de sterftetafels, afgeleid uit de periode
1891-1901,
geheel verouderd waren, heeft ze dan
ook
uit
gegevens van de jaren
1908-1910
een nieuwe sterftetafel
afgeleid.

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

547

schil tusschen de uitkomsten van volkste]ling en naar
de bevolkingsregisters, neem ik b.v., dat volgend het
eerste de geheele bevolking was 5.858.175 en naar het
tweede 5.898.429 op 31 December 1909.

De statistiek der woonplaatsveranderingen schijnt
deze opvatting van Van Peseh te bevestigen. Zoo lezen we daar: ,,Het betrekkelijk groot aantal af-
schrijvingen in 1909 is het gevolg van ontdekte fou-
ten in het bevolkingsregister bij vergelijking met de
telkaarten der negende voikstelling.” (Bijdragen tot
de Statistieken van Nederland, no. 221, p. XXXVII,
1914). ,,Het behoeft geen betoog, dat de oorlog deze
statistiek bemoeilijkt heeft,” zoo lezen we verder
:

,,De in de vorige jaren opgenomen tabel van saldo-
vestiging boven vertrek of omgekeerd naar verschil-
lende
leeftijdsgroepen
in de jaren 1910 en volgende,
voor het Rijk, in de gemeenten met meer dan 20.000
inwoners kon in dezen jaargang niet opgenomen wor-
den tengevolge van het ontbreken der desbetreffende
opgaven van de garnizoenen, over het jaar 1914.”
En in die in December 1916 verschenen: ,,Het groote
verschil tusschen het aantal personen (vermoedelijk
Belgische vluchtelingen), dat in 1915 zich vestigde
uit het buitenland en dat, hetwelk daarheen vertrok,
is oorzaak, dat de hierboven berekende cijfers over de
laatste 10 jaren zeer sterk afwijken van die in de
meeste voorgaande jaargangen berekend.”
Den doorsneelezer van de krant zal het wei ontgaan
zijn, dat in Februari in do Tweede Kamer en in April
van dit jaar in de Eerste Kamer de datum van de
Voikstelling zonder eenige discussie eenigszins ge..
w’ijzigd is. Stbl. 270, wet van 28 April 1918 bepaalt:
,,Met wijziging van art. 1 der wet van 22 April 1879,
Stbl. 63, wordt voortaan in 1920 en vervolgens telkens
na tien jaar in het Rijk een algemeene volkstelling
gehouden.” Men heeft deze wijziging gewenscht ge-
vonden op grond hiervan, dat ,,in de meeste andere
landen zoodanige telling gehouden wordt op of dicht
bij het eind van de jaren eindigend op een 0 of in
het begin der jaren eindigend op 1″. Ter griffie was
een advies van het Centraal Bureau voor de Stati-
stiek gedeponeerd.

Het wil mij voorkomen, dat de cijfers zullen uit-
maken, dat de gemiddelde
levensduur véo’r
en
nâ den
oorlog zeer verschillend
zal blijken te zijn, en het dus
gewenscht zal zijn een onderzoek in die richting te
doen. Wel is het overdreven op het oogenblik van
ondervoeding te spreken. Het böroep op de sterfte,
cijfers geeft geen recht hiertoe te conciudeeren. ,,De
eerste twee oorlogsjaren hebben geen ongunstige ge-
volgen voor den gezondheidstoestand voor ons volk
gehad,” heeft Minister Treub in de Tweede Kamer
op 18 Maart I.I. verklaard. Maar in verzekeringskrin-
gen begint men toch symptomen van ongerustheid
waar te nemen. (Men zie hier o.a. voor het Feuilleton
van Dixi in de N. R. Ot. (,,Toekomstvragen”, van
1 Juni) en spreekt men er ernstig over de premiën
voor de nieuw te verzekeren candidaten te verhoogen.
Zonder quaestie zal eerst de toekomst een volledig
antwoord op deze vraag kunnen geven. Maar omdat
in de periode 1910—’19 of dan nu 1910-1920 de
oorlogsjaren vanaf 1914 vallen, sluit a. h. w. Augustus
1914 den Ouden Tijd af en begint een nieuwe aera,
en verdient het daarom misschien overweging tus-
schen de oude en nieuwe jaartelling, van af 1914 ge-
teld, een overgang te maken door een sterftetafel voor
de periode 1900-1914, met de daartoe aan te
brengen correcties. Zijn de domiciliekaarten niet
hiervoor ook te gebruiken? Heeft de Staat bij
dit vraagstuk niet groot belang voor zijn nog in
te voeren sociale verzekering? Zouden de groote
Volksverzekerings-maatschappijen er niet wat voor
over hebben om een goede sterftetafel te verkrij-
gen? Wanneer een grootere precisie in de statistiek
bereikt is, kan de verfijnde wiskundige outillage een
oneindig grootere nauwkeurigheid• bereiken, die tot
nu toe geheel verwaarloosd moest worden. Met groote
gestrengheid zal men uit de cijfers bevestigd zien,

wanneer ook de oorlogvoerende landen hun statistie1
opmaken, welke voordeelen ons land gehad heeft bui-
ten den oorlog te zijn gebleven. Dr. B.

DE SCHAARSOHTE AAN ZILVERGELD.

in het nummer van 1 Mei maakten wij melding
van de schaarschte aan zilvergeld, die zich allengs in
het buitenland deed gevoelen tengevolge van oppotten
en zelfs opkoopen van zilveren specie.
Niet overbodig is het gebleken, dat wij daarbij
tevens de autoriteiten er op wezen, dat dit een vinger-
wijziug voor ons kon zijn om het gevaar, dat hierin
ook voor ons land schuilde, zoo mogelijk af te wenden,
door tijdig de noodige stappen te doen om het opkoo-
pen in ons land te voorkomen en in het
bijzonder
te
beletten, dat ons zilvergeld de grens zou overgaan.
Met voldoening constateerden wij, dat in beide op-
zichten door de Regeering maatregelen werden getrof-
fen, eenerzijds door het bepalen van een maximum-
prijs op het zilver, die het stijgen der metaalwaarde
van ons zilvergeld boven de muntwaarde onmogelijk maakt en derhalve elke hoogere waardeering van het
zilvergeld strafbaar stelt, anderzijds door een zeer
verscherpt toezicht op de grens, waardoor reéds
eenige aanhoudingen en beslagleggingen van zilver-
specie plaats vonden.
Nochtans hebben deze maatregelen niet kunnen
voorkomen, dat onder den invloed van de in het bui-
tenland heerschende schaarschte aan zilvergeld bin-
nen enkele dagen
tijds
nagenoeg al ons zilver uit de
circulatie verdween. De handel in goudgeld, die hier
te lande even vrijmoedig als in belangrijke mate
plaats vindt en waartegen geen afdoende maatregelen
worden genomen, moet hiervan als directe oorzaak
worden aangewezen.
Het groote publiek heeft ons gouden tientje ten
voorbeeld, en berekent, dat, aangezien dit reeds met
60 pOt. winst verhandeld wordt, wellicht ook het bezit
van zilvergeld te eeniger tijd tot een dergelijk voor-deel zal kunnen leiden. Op grond hiervan houdt een
ieder, die zilvergeld heeft, dit vast en onttrekt het op
deze wijze aan de circulatie. Warljk een nieuw bé-
wijs voor het gevaarlijke en immoreele van den han-
del in ons goudgeld.
De schaarschte aan klein betaalmiddel, zelfs aan
pasmunt doet zich weder even ernstig gevoelen als bij
het begin van den oorlog en werkt in handél en ver-
keer in hooge mate storend en helemmerend.
En ofschoon het officieel communiqué dezer dagen
in de bladen verschenen, volgens hetwelk binnenkort
een belangrijke verruiming van betaalmiddelen in den
vorm van zilverhons kan worden tegemoet gezien,
reden tot geruststelling ja dit opzicht geeft, blijft het
toch zeer te betwijfelen, of hierdoor het oppotten van
zilvergeld een eind zal nemen.
Ook de krachtige maatregelen, door den Minister
van Justitie genomen, op verzoek van zijn ambtgenoot
van Financiën, zullen, vreezen wij, dit niet tot gevolg
hebben. Immers de aanleidende oorzaak, zooals wij.
deze hierboven aangaven, wordt door deze maatre-
gelen niet weggenomen.
Zoolang openlijk aangekondigd blijft, dat goudge].d
een belangrijk hoogere waarde heeft dan papiergeld
en het winstgevend bedrijf van den goudgeldhandel
ongestoord kan plaats hebben, zoolang zal de verwach-
ting ook op zilvergeld winst te kunnen maken, blijven
bestaan en het oppotten voortduren. De vraag dringt
zich dan ook op, of het niet gewenseht zou zijn, dat van overheids wege maatregelen worden getroffen,
waardoor de open handel in goudgeld, althans in het
Nederlandsche goudgeld, onmogelijk zou worden ge-
maakt. Het is duidelijk, dat zulks niet anders dan
met gunstig gevolg zou inwerken op den thans nog
in het eerste stadium verkeereuden clandestienen
handel in zilvergeld en dozen tot een minimüm be-
perkt houden, zoo niet geheel verhinderen. Wordt dit
bereikt, dan zal ongetwijfeld de circulatie zich gelei-
delijk weder herstellen, doordien het vasthouden geen

548

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

winst afwerpt en het zilver allengs in het verkeer
terugkomt.

Ook zal het zonder twijfel de circulatie van klein
betaalmiddel ten goede komen, indien, in navolging van de in het buitenland reeds toegepaste maatrege-
len het strafbaar wordt gesteld een hoogere waarde
aan Nederlandsehe zilverspecie te bezitten of onder
beheer te hebben, dan voor eigen persoonlijk gebruik
öf ten dienste van eigen bedrijf of handel onontbeer-
lijk is. Vastgesteld dient te worden, welk bedrag in
het algemeen voor den particulier als geoorloofd moet
worden beschouwd, terwijl in elk bijzonder geval de
beoordeeling aan een bevoegd ambtenaar zou moeten
worden overgelaten.
Het oppotten en unkoopen van zilvergeld kan hier-door inderdaad op de meest afdoende wijze bestreden
worden, vooral indien bij overtreding verbeurdver-
klaring van het te veel aanwezige zilvergeld zou

volgen.

H.
DRIJFHOUT & ZooN.
Amsterdam, 12 Juni 1918.

REGEERINGSMAATREGELEN OP
HANDELSGEBIED.

B i s c u i t b
1
o e m. Voor biscuitbioem, waaronder
te verstaan een mengsel van 70 pOt. tarwebloem en
30 pOt. aardappelmeel, is een maximumprijs vastge-
steld van
f
31,75 per 100 K.G.

Vroege aardappelen.
Op
18Juni mag met

het veilen van vroege aardappelen begonnen worden;
eventueel nog aanwezige voorraden oude aardappelen
moeten echter eerst verbruikt worden.

S
t a p e
1
g r o e n t e n. De ministerieele beschikking
van 19 October j.l., houdende vaststelling van maxi-
mumprijzen van groenten is ingetrokken voor zoover
betreft stapelgroenten, (uien, roocle en gele kool,
knolrapen en peen).

M a x i m
ii
m p r ii z en. Voor verkoop van kleine.
hoeveelheden (100 gram, enz.) van rijst, gort, haver-
mout, aardappelmeel, sago, eenheidsworst en zachte
zeep zijn nader maximumkleunhandelsprijzen vastge-

steld.
Chocolade – roepen. Met de distributie van
chocolade-reepen aan de gemeenten zal thans spoedig een aanvang worden gemaakt.

V e t d i s t r i b u t i e. De bepaling, dat losse bons
der vetkaarten niet geldig zijn, is in de betreffende
regeling geschrapt.
Tarieven voor vervoer. De Minister van
Landbouw heeft verschillende tarieven vastgesteld
voor vervoer te water.

Vervoerv.erboden. Door de wet van 3 Juni
1918, Stbl. No. 320, is de wet van 3 Augustus 1914,
Stbl. No. 344, in dier voege gewijzigd, dat de rechts-kracht van vervoerverboden, welke door den Hoogen Raad der Nederlanden werd ontkend, voor zoover zij
op de ongewijzigde wet gebaseerd waren, thans ver-
zekerd kan worden geacht. Bij beschikking van den
Minister van Landbouw van 13 Juni, opgenomen in
de Staatscourant No. 136, zijn de bestaande vervoer-
verboden nu ook zoodanig gewijzigd, dat ook van deze
de rechtsgeldigheid komt vast te staan.

Kleine betaalmiddelen en zilver-
ge
1
d.’ Door de Regeering worden krachtige maatre-
gelen genomen om het opkoopen van zilvergeld (boven
de nominale waarde) tegen te gaan. Mocht ecn en
ander niet voldoende helpen, dan zal overgegaan wor-
den tot het gebruik van de hij de wet verleende be-
voegdheid om van hen, die munten tot een geramd-
lijke waarde van meer dan
f
500 onder zich hebben,
te vorderen, dat die meerdere munten ter inwisseung
tegen ander wettig betaalmiddel (bankbiljetten of
zilverbons) worden ingeleverd.’

H u i d e
ii.
Voor verschillende soorten kalfsvellen
zijn maximumprijzen vastgesteld, tegen welke inge-
schreven huidenclubs en ingeschreven handelaren
iullen afleveren aan ingeschreven looiers.

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.

beteekent: Cijlers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.
20
Juli
1914

Disc.Wissels.
N d
e
4
1
/s
sedert 1Juli’15
3’/2sedert23
Mrt. ’14 Bel.Binn.Eff.
tVrscb.in

41,

,,

1

,,

’15
4

23

,,

’14
RC
5
1
/1

,,

19Aug.’14
’14
5

,,

23
Bank van Engeland
5

,,

7 Apr.’17
3

29Jan. ’14
Duitsche Rijksbank
5.

,,

23Dec.’14
4

,,

5Febr.’14
Bank van Frankrijk
5

,,

21Aug.’14
3
1
/

,,

29Jan.’14
Oostenr. Hong. Bk.
5

,,

12 Apr.’15
4

,,

12 Mrt. ’14
Nat. Bankv.Denem.
5

,,

9

,,

’15
5

,,

6Febr.’14
Zweedsche Rijksbk.
7

,,

20Mrt.’18
4V2

,,

6

,,

’14
Bankv. Noorwegen
6

,,

14Dec.’17
4l/

,,

Ii

,,

’14
ZwitserscheNat.Bk.
4/2

31

,,

’14
3
1
/2

,,

19

,,

’14
Bank van Spanje..
4

22Mrt.’17
4112


Bank van Italië..
5

,,

1.0Jan:’18
5

,,

9 Mei ’14
Feder. Res. Bk. N.Y.
3 -4



Javasehe Bank.
..
. 31/2

,,

1 Aug.’09
3’/2

,,

1Aug.’09

OPEN MARKT.

I

Amsterdam

I

Londen
I
Berlijn
1
Parijs 1 N.York
Data

Part.
1
Prolon-

Part.Part.

Part.Ca
disconto
1 goEie

disconto disconto disc.

money

3t8/
I41/
1

5_1!2 t)

3H-‘/
14-‘/s

14-6
3
17
132
I4/8

14-6
3
1
/8
I4-1/
1

141/2-6

2i

12

14-51/
2

4
°
i

5+

13’/4_4’/8I

1
28
/4
-3h
/2
2 l/4_8/4
1
2
l/_I/,
1
2
8
/
4

11
8
/4_2’/2

WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.

De omzetten op de wisselmarkt waren ook deze week
weder zeer gering. De regelmatige handel is beperkt tot
enkele uren per (lag. Londen, Parijs en New York waren
prijshoudend; Berlijn en Weenen daarentegen flauwer. Vooral
Weenen was weder, evenals de vorige week, sterk aange-
boden en op enkele ‘dagen bijna niet te plaatsen. Geruchten
over oneenigheden tusschen de twee bon dgenooten deden de
wisselkoersen voor den zvaksten van de twee zeer sterk
terugloopen. Bovendien is de vraag naar Weenen van de
Balkanstaten in ruil tegen uitbetaling Berlijn beduidend
geringer geworden, zoo niet geheel opgehouden. De koers
daalde dan ook een oogeublik tot onder 21.- Daar op dit
punt een belangrijke dispariteit bleek te bestaan met de
koersen bij de overige neutralen, trad daarna een scherp
herstel in.
Van de neutrale wissels was alleen Stockholm beduidend
vaster, de anderen bleven ongeveer onveranderd.
KOERSEN IN NEDERLAND.

D
010
Londen
S)
Parijs
S)
Berlijn
S)
Weenen

SI.Pe-

Iers-
burg’)
Neø
Yorkl)

10
Juni 1918
. .
9.34
34.50
38.17+
23.-

1.96/4
11

,,

1918

..
9.33k
34.45
38.-
22.70

1.95
3
/4
12

1918

..
9
.
34
+
34
.
47
+
38.-
22.60

1.96
13

1918

..
9.36+
34.50
37.92+
22.30

1.96
1
/
14

,,

1918

. .
9.35
34.45
37.62+
21.30

1.96
15

,,

1918.
.
9.36+
34.55 37.85 22.15

1.96
1
!,
Laagste d.
w. 1)
9.32+
34.40
37.50
21.-

1.95
1
/
Hoogste
,,

,,

‘)
9.37
34.60
38.32+ 23.07+

1.97
8 Juni 1918

. .
9.34
34.40
38.02+
23.-

1.96/4
1

,,

1918

..
9.45
34.95
38.85
23.90

1.98’/
Muntpariteit
. .
12.10k
48.-
59.26
50.41
1.28
2.48
3
4
5)
Noteering
te
Amsterdam.
1)
Particuliere
opgave.

15 Juni ’18 2
8
/s_t!,!)
3
10-15 J. ’18 2/8-/8 2’/4-3’/4
3-8Juni’18 2’/B/4 3_1/4
27M.-1J.’18 2’/s-3

3
1
/4

11-16 J.’17 2

2’/4-3
12-17 J. ’16 1/-2

2’/i-3

20-24Jul.’14
3l/_$/6
2

1)
Noteering van 14 Juni.

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
549

NEDERLANDSCHE BANK.
Siock-
I
Kopen-
I
Ch,is-
I
Zwitser-t
Spanje
Bataoia

Data
holm
1
hagen
8)

liania’)
land8)
J

1)
telegrafisch
Verkorte Balans op
15
Juni
1918.

10
Juni
1918

67.35

61.25

62.25

49.90

56.50

99-100
Activa.

11

,,

1918

67.30

61.25

62.15

49.87k 57.-

99-100
12

1918

67.45

61.25

62.25

49.90

56.75

99-100

BinnenlWis-{H.-bk.

f
27.385,374,26’/
sels, Prom.,

B.-bk.

1.203.713,51

13

,,

1918

67.70

61.10

62.20

49.85

55.75

99-100
enz.in
disc.

Ag.sch.,,
16.605.804,55’/t
f

45.194.892,33
14

1918

67.40

61.10

61.90

49.75

56.25

99-100
Papiero. h. Buiteni. in
15

,,

1918

67.85

61.25

62.10

49.85

56.50

99-100
disconto
……………………..

L’ste d. w.
1
)

67.15

60.80

61.85

49.70

55.25

99q
Idem eigen portef..
f

7.696.564,-
H’ste
,,

,,

)

67.85

61.30

62.40

49.95

57.40
Af:Verkochtmaar voor
8
Juni
1918

67.10

61.20

62.10

49.75

56.75

99-100
debk.nognietafgel.

1

,,

1918

67.50

62.-

62.50

49.65

57.20

99I-100
7.696.564,-
Muntpariteit

66.67

66.67

66.67

48.-

48.-

100
Beleeningen

f
67.168.428,08
t)

Noteering
te
Amsterdam.

1)
Particuliere opgave
mcl. vrsch
Bbk

5.662.142,01
in rek.-crt.1
op

onderp.’ Ag.sch.
,, 45.664.939,61
f118.495.509,70

Op
Effecten

……f116.503.609,70

KOERSEN TE NEW YORK.
OpGoederenenSpec.
,,

1.991.900,-

Voorschotten a. h. Rijk
…………….

118.495.509,70

1
1

Data
Cakle
Londen
Zicht
Parijs
I
I

Zicht
Berlijn
Zicht
Amsterd.
MuntenMuntnjateriaal
(in
$
per £)
(in frs.
$)
(in cents
p. 4 Rm.)
i

(in cents
per girl.)
Munt, Goud
……
f
83.964.995,-
Muntmat., Goud
..

,,633.822.029,92
1
/

15
Juni

1918

4.76.45

5.71’/2

nom.

51
f717.787.024,92’/2
Laagste d.week..

4.76.45

5.7118

nom.

50
1
/2
Munt

7ilver

enz

7.820.764,34
Hoogste,,

..

4.76.45

5.711/
8

»om.

51
Muntmat.., Zilver


8
Juni

1918

4.76.45

5.71/8

noni.

50/4
1
Effecten
1

,,

1918

4.76.45

5.71’/2

nom.

49’/2
Bel.v.h.Res.fonds..

f

5.064.969,32
Muntpariteit….

4.86.67

5.181/
4

951/
4

40I
id. van
1
15v.h.kapit.

3.989.261,18
,,
9.054.230,50
Geb.enMeub. der Bank
……………..
,

1.770.000,-
Diverse rekeningen
………………
..91.705.652,88

f

999.524.638,67
1
/2

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.
Passiva.
Kapitaal

……………………..
f

20.000.000,-
Tijdperk

Plaat8en en
Noleeringa-
7Mei
1
21
Met
22
Mei-3 Juni
1918
3
ji
Reservefonds

…………………….
Bankbiljetten in omloop
5.079.402,56
911.227.375,-
,,
Landen
eenheden
1918 1918
1
LaagstelH,ogite
1918
…………
Bankassignatiën in oml6op……….
,,

3.270.945,01
Rekening-Courant saldo’s:

Alexandrië.. Piast. p.
£

977/

977/
1

9771
1e

977/

977/
Van het Rijk
……
f

8.676.654,48
1
/2

B.

Aires…. d.p.gd.pes.

50/4

518/
4

51

521/
4

51’/2
Van anderen
……

,,49.898.974,64’/,

Calcutta
. . . .
shid.p.rup.

1/6
1
42

1/6
1
/92

1/6

1161/
16

1/6’hs
58.575.629,13

Hongkong

..

id. p.
$

3/1e/8

3/1
1
/2

3/11/
2

3/1
7
/8

3/17/s
Diverse rekeningen

………………
..1.371.286,97V,

Lissabon…. d.p.escudo

29
8
/8

31

30

337/4

31
f

999.524.638,67
1
/
Madrid

.. ..
Peset.
p.
X

17.13

16.93

16.58

16.92

16.63
Montevideo..

d.p.peso

65

64/4

63’/2

65’/4

64
Beschikbaar metaalsaldo…………..
f

530.027.53226V

Montreal….

$
per
£

4.82
1
/2

4.82

4.81

4.838/
4
4.83
1
/1
op de basis van
2/

metaaide/ching..
..
,,

335.412.742,41.
1
/2

Petrograd
..
R.
p.
£
10

nom.

»om.

noni.

»om.

nom.
Minderbedragaanbankbiljetteninomloop
R.d.Janeiroi)

d.p.milr.

13
1
/i2

13
1
116

1381
s
2

13/is

13/t2
dan waartoe de Bank gerechtigd
is ..
,, 2.650.137.660,-

Shanghai

..
sh/d.p.tael

4/58/
4

4/58/
4

4/58/4

4/6
1
/4

4/6’/
Verschillen met den vorigen weekstand:
Rome

…….Lires
p. £

42.76

43.15

43.20

43.65

43.60

Singapore

id.
p. $

2/4
8
/s2 214/32

2/4’/82

2/41/
4

2/4/t2
Meer
Minder

Valparaiso

1)
d.p.pap.p.

16’/s,

1627/
st

16’/it

17
7
/t,

171/st
Disconto’s
1.680.755,26

Yokohama
..
sh/d.p.yen

2/2
7
/s3 2/2/it

2/1
8
/

2/2/8

2/2v/16
Buitenlandsche wissels
402.997,20
Beleeningen 3.637.321,53
1)
Noteeringen
op 90
dagen.
Goud

………………..
2.364.217,50
Zilver
………………..36.413,59
Bankbiljetten
6.032.720,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….

6.314.067,02’/2

Voornaamste posten in duizenden
guldens.

GOUD EN ZILVER.

Sedert
29
Juli
1916
worden de dageljksche ontvangsten
Data
Goud
Zilver
Bank
kiljeitn
Andere
opeischkare schulden
en onttrekkingen van goud door de Bank van Engeland

15

Juni

1918 ..
717.787
7.821
911.227
61.847
tijdelijk niet bekend gemaakt.

8

1918
720.151
7.784
917.260 59.436
1

,,

1918
720.266
7.797
927.614
61.880
25

Mei

1918

.. . –
721.439
7.799
919.162
73.201
NOTEERING VAN ZILVER.
18

1918

..
719.240
7.756
933.985
62.857
11

1918
.
721.771
7.493
.952.425
60.656
Noteering te Londen.

te New York
1918

….
721.833
7.331
971.986
64.449

15

Juni

1918 ……..48v/s

991/
2

27
April
1918

.. . –
725.771
7.274
936.472
71.764

8

1918 ……..

48e/s

991/
2

20

1918

..
729.446
7.158
895.117
75.776

1

,,

1918 ……..487/8
13

,,

1918

..
730.152
7.135
894.911
75.711

25
Mei

1918 ………48/e
6

1918

. . . –
721.397
7.154
893.899 64.320

18

,,

1918 ……..

48v/s 8)

991/
30
Maart
1918

.
722.184
7.285
889.692
59.943
23

,,

1918

.
723.051
7.337
864.373
66.509

16
Juni

1917 ……..39Uio

77 17
Juni

1916 ……..

30Vs

637/8
16

Juni
1917

..
602.616
7.573 741.257
68.016

20
Juli

1914 ……..24/it

1411,
17

Juni
1916

.
548.614
7.615
639.001 84.802

1)
Noteering van
17
Mei.
25
Juli

1914

..
162.114
8.228 310.437 6.198

550

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918
D ata

Disconto’s
____
Bdee-
Bescbrk.
baar
Dek
kings-
Hiervan

Totaal
Schatkist- ningen
Metaal.
percen-
promessen
saldo
lage
rechtstreeks

15 Juni 1918
45.195
18.000
118.496
530.028
75 8

,,

1918
46.876
18.000 122.133
531.834
75
1

,,

1918
48.296
18.000 133.252
529.395
74
25 ?1ei 1918
50.096 18.000
131.743
520.987
73
18

1918
55.018

18.000 135.293
527.115
73
11

1918
58395
18.000
150.486
525.715
72 4

,,

1918
61.871 18.000
170.593 520.938
70
27Apr. 1918
46.520
18.000
153.925
530.839
73
20

1918
36.547 18.000
115.576
541.717
76
13.

,,

1918
36.597

111.694
542.401
.
76
6

1918
29.243
10M00
115.118
536.216
76
30Mrt. 1918
19.165

115.737
538.809
77
23

,,

1918
20.822

108.980 543.478
78

16Juni 1917
53.142
40.000
83.238
447.376
75
17Juni 1916
40.156
20.400
74.521
410.638
77

25 Juli 1914
1

67.947
14.300
01.686
43.5210
54
1)
Op
de basis van
2
/6
metaaldekking.

Uit de bekendmaking van den Minister van Finan-
ci ë
II
blijkt, dat uitstonden op:

IS
Juni 1918
8Juni 1918

Aan schatkistpromessen..
If134.890.000,-
1
134.890.000,-
waarvan rechtstreeks bij
de Ned. Bank geplaatst
,,

18.000.000,-
,,

18.000.000,-
Aan schatkistbiljetten ..,,
47.392.000,-
,,

47.428.000,-
Aan

zilverbons

………..
43.736.440,50
,,

41.147.674,-

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail ontvangen gegevens wordende telegrafisch
bekend geworden totaalcijfers der obligo’s en uitzettingen en
het beschikbaar metaalsaldo van latere data onnenomen.

Data
Goud
Zilver
Bank- biljetten
Andere

schulden

1 Juni 1918
254.200
255.600
25

1′,Iei

1918 …….

90.043
20.434
173360

65.794″
88.607
20.697
171.536

64.872
87.277
20.738
173.377

61.983

23 Mrt.

1918 …….
16

1918 …….

72.995
22.160
160.565

35.127

9

1918 …….

2

Juni

1917. ……
56.765 31.595
146.657

37.254
3

Juni

1916 …….

25 Juli

1914

.
..
22.057

1

31.907
110.172

12.634

Data
Di3.
conto’,

Wissels.
buiten
N..Ind.
betaalbaar

Belee-
ningen

t
IJ
r
i
e
V
k
e
e
rse


1 nin gen t)
baar
metaal-
saldo

DIek-
kings-
percen.
lage

1 Juni 1918
– –

129.000
***
65.900
**

25 Mei 1918
130.900

64.100

23 Mrt. 1918
25.373 62.907
46
8.692 33.234
-.
67.261
16

1918
8.529
33.022 65.301
26.232 62.320
46
9

191.8
8.703
33.208 64.704 26.534
61.246
46

2Juni1917
6.550
36.226 50.976
12.565
56.465
49
3Juni1916
6.644
39.570
41.301 11.126 51.577
48

25 Juli 1914
7.259
6.395
47.934
2.228
4.842)
44
t)
Sluitpost der activa.

2)
Op
de basis van
/6
metaaldckking.

SURINAAMSCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circulatie
Andere
.opeischb.
schulden
Disconto’s
Div. re
&
C
ningen
1)

23Maart1918 ..
547
1.256
901
1.075 626
16

,,

1918

..
548
1.256
869 1.088
572
9

1918

..
546 1.291
884
1.095
748
2

,,

1918

..
584
1.308
759
1.093
553

24Maart1917 ..
762
1.043
1.104
939 360
25Maart1916 ..
970
895 835
928
560

25 Juli

1914

..
645
1.100
560
735
396

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven

van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

BANK VAN ENGELAND.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden p. St.

Data
Metaal
Circulohe
Currcnci, Notes.

Bedrag
Goudd.
Gov. Sec.

12 Juni

1918
03.879
52.025
***
***

5

,,

1918
63.795
51.855
248.005
28.500
225.251
29 Mei

1918
63.451 51.051
247790
28.500 224.251
22

,,

1918
62.633 50.246
247.195
28.500
223.254

13 Juni 1917
55.357
38.779 160.523 28.500
131.814
14 Juni 1916
01.578
35.355 120.551
28.500 84.720

22 Juli 1914
1
40.164
1
29.317

Data
Gov.
Sec.
Other
Sec.
Public
Depos.
__________

Other
Depos.
Re-
seroe

Dek-
kings-
percen-
tage
t)

12 juni’18
56.149
100.919
43.020
126.563
30.303
17,88
5

,,

’18
56.404
101.558
38.664
131.905 30.389
17,82
29 Mei

’18
50.788 106.486
41.056
135.270
30.850
17,50
22

,,

’18
55.581
97.304 38.434
127.600
30.837
18,57

13 Juni’17
45.208
113.124
49.784
125.855 35.029
19,94
14 Juni’16
42.187
70.703 52.264 87.541
44.672
31/

22 Juli ’14
11.005 33.633 13.735
42.185
29.297
52e/8

1)
Verhouding tunchen -Reserve en Deposits.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens-
kassenscheine, in duizenden Mark.

Data
Metaal
Daarvan
Goud
________________

Kassen-
scheine
Circu-
latie


Dek-
kings-
percen-

7 Juni 1918
2.466.172 2.345.823
1.630.987 12.034.194
34
31 Mei

1,918
2.466.105
2.345.674
1.620.751
12.002.688
34
23

,,

1918
2.465.889
2.345.524 1.516.618 11.700.247
34 15

1918
2.465.819 2.345.393 1.555.846 11.803.870
34

7Juni 1917
2.574.484
2.533.316
483.115
8.255.124
37
7 Juni 1916
2.499.900
2.464.602
406.264
6.697.034
43

23 Juli

1914
1.691.398
1.356.857
65.479
1.890.895
93

t)
Dekking
der circulatie door
metaal en
Kassenscheine.

Data
Wissels
Rek. Cr1.

Da,lehenskassenschetne

Totaal
In kas bij
uit ge-
de Reichs.
I

geven
bank

7 Juni 1918
14.308.910
7.364.024
8.918.500
1.615.800
31. Mei

1918
14.544.772
7.634.794
8.896.200
1.606.600
23

1918
14.000.447
7.333.316
8.572.300
1.501.800
15

1918
14.546.209 7.751.370 8.613.300
1.541.600

7 Juni

1917

9.250.165
4.509.604
4.716.500 466.400
7 Juni

1916
5.637.840
1.756.625 1.640.200 364.600

23 Juli

1914
750:892
943.964

RUSSISCHE STAATSBANK.

Sedert 5 November 1917 is geen bankstaat verschenen.

1)
Sluitpost der activa.

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

551

BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste posten in duizenden franes.

Data
Goud
Waarvan
In het
Buitenland
Zilver
Te goed
in het
Buitenland

l3ult.gew.
voorsch.
old. Staat

13 Juni’18
5.410.662
2.062.108
253.552
**
17.950.000
6

,,

’18
5.418.744
2.072.108
253.765 1.438.842
17.500.000
30 Mei ’18
5.382.424
2.037.108
254.041
1.448.883 16.800.000
23

,,

’18
5.381.736
2.037.108 255.487
1.407.374
16.450.000

14 Juni’17
5.311.899
2.064.775
258.107
756.840
10.600.000
15 Juni’16
4.750.509

348.782
620.300
7.800.000

23 Juli ’14
4.104.390

639.620

Wissels
Uitge-
stelde
Wissels
Belee
.
Bankbil-
Rek. Cr1,
Part 1-
culleren.

Rek.
Cr1.
Stoot

.
1.477.568
1.079.659
956.648
28.232.073
3.876.273
53.227
1.399.156
1.080.629
936.78e 28.012.196
3.611.088
54.684
E.
1.120.605
1.083.957 929.427
27.343.372
3.339.833
46.064 1.078.817 1.087.861
937.675
27.073.138
3.162.143
65.497
0
503.097 1.208.772 1.141.740 19.793.987 2.593.971
34.448
392.233
1.488.585 1.219.307
15.746.680
2.048.342
53.561

1.541.080

769.400
5.911.910
942.570
400.560

SOCIÉTÉ GÉNÉRALE DE BELGIQUE.’)

Voornaamste posten in duizenden francs.
Metaal

buiten!,
saldi

8e/een.
van
buiten!.
vorder.

I
Beleen.
van
prom. d.
provinc.
Cr
Data
usidls
en
beleen.

Rek
mcl.
latie
1dm

13 Juni

’18
942.00,1
99.268
480.000
116.576 1.362.655 265.552
6

,,

’18 886.470
99.068
480.000
109.312 1.305.727
259.394
30Mei

’18
887.657 99.026
480.000
107.632
1.305.096
259.529
23

,,

’18
887.882
98.905
480.000
109.847
1.310.235 256.746

7 Juni

’17 382.036
87.635
480.000
83.377
916.045
107.131
17 Juni

’16
2 6 3.8 8 21
66.8971480.0001
60.291
717.394
148.860
t) Sedert
einde 1914
met de Functie van circulaticbank belaot.

VEREENIGDE
STATEN VAN
NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESERVE BANKS.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Goud
1

Waarvan
1
Voor dekking
F. R. Notes

pvaar.
vanin
het bul.
tenland

Zilver
ote.

I

Notes in

I

rit

circu-
latle

22 Maart’18
1.802.814
899.919
52.500
59.558
1.429.509
15

,,

’18 1.793.243
890.714
52.500 58.950 1.406.228
.8

’18
1.788.198
016.969
52.500
59.685
1.383.990
1

,,

’18 1.777.329 905.915
52.500
60.444 1.351.091

23 Maart’17
912.055 352.038

10.665
844.603

Waar-
t
Dek.
1
Goud-
Totaal

van

kings.

dekking
Data

Wissels

Deposito’s

Kapitaal

percen.

circu-
t
lage
1)
t

latie

22 Maart’18 871.990

1.882.396

74.011

59,6

63,-
15

’18 840.732

1.833.275

73.886 . 61,6

63,3
8

’18 838.292

1.815.835

73.624

59,2

66,3
1

,,

’18 801.738

1.820.954

73.401

60,5

66,6

23 !milaart’17 106.271

844.603

56.057

80,5 101,5
t) Verhouding tusschen: den
totalen goudvoorraad, Zilver etc., en de
opeischbare schulden: F. R.
Notes en netto deposito’s met inbegrip van
het kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. RES. STELSEL.

– –

Voornaamste posten in duizenden dollars.
Data
4antal
banken

Totaal
uitgezette
ge/den en
beleggingen

Reserve
bij de
F. R. banks
Totaal
deposito’s
Waarvan
t/me
deposits

15 Mrt. ‘181
681
11.923.607 1.152.208 11.029.244 1.392.492
8

,,

’18
682
11.928.372
1.164.890
11.190.614
1.395.667
1

,,

’18
676
11.994.184
1.089.152 11.119.448
1.375.066
21 Febr.’18
686
11.860.946
1.170.737
11.243.053
1.404.882
15

,,

’18
679
11.527.276 1.139.386 11.089.879
1.381.799
8

,,

’18
670
11.443.117
1.208.992
10.937.616
1.358.737
1

,,

‘181
675
11.523.854
1.203.956
10.896.831 1.359.956
25Jan. ‘181
671
11.541.418 1.199.201 10.777.154 1.399.748

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 17 Juni1918.

Naarmate de duur van den wereldoorlog grootere ver

houdingen aanneemt, komen wij telkens voor nieuwe ver-
s’assingen te staan. Eerst was het de verwondering, dat de
Centrale Mogendlieden, ondanks den tegenstand van een
zoo groot aantal vijanden, toch hare offensieve
,
kracht kou’
den behouden. Perspectief was echter door deze omstandig-
heid nog niet ontstaan, totdat op het moment van de ineen-‘
storting van het voormalige Tsarenrijlc de oogen opengingen
voor de geweldige veranderingen in politiek en economisch
opzicht, die deze krijg in zijn gevolg met zich zou voeren.
En thans staan wij voor een nieuw bedrijf in het drama,
dat sinds vier jaren iederen wereldburger als actief mede-
spelende heeft opgeroepen. Oostenrijk, binnen welks grenzen
het reeds zon lang onheilspellend heeft gerommeld, staat
naar het schijnt voor groote gebeurtenissen. Nog weten
wij slechts bij benadering een oordeel te voren, doch dc
geweldige daling van den Kronenkoers in alle neutrale
landen en zelfs in Duitschland, geeft ons een sterke aan-
duiding. Nog bestaat de mogelijkheid, dat het ergste voor-
loopig kan worden voorkomen. Wellicht is het pas aange-
langen Oostenrijksche offensief aan het Itahiaansche front
een middel om de beslissing te verschuiven, do9h in dat
geval is het te verwachten, dat na een periode van stilstand
opnieuw de demonen der verbrokkeling losbreken.
Van de beurs te Wee n en hebben ons geen berichten
bereikt. Vermoedelijk is daar ter stede wel een heftige
reactie ontstaan, doch nauwkeurige mededeelingen of be-paalde koersen zijn hier niet bekend geworden. Wel heeft
de censuur eenige berichten doen passeeren, die een zoo
gunstig mogelijk licht
op
de verhoudingen in Oostenrijk
werpen. Zoo werd o.a. gewezen op het bestaande plan; om
twee bankiusteUingen te Weenen te doen samnsmelten.
Het betreft hier de Bank- und Wechselstube A.G. Mercur
en de Allgemeine Verkehrsbank. De Verkehrsbank, die ge-
durende den oorlog haaf arbeidsspheer sterk heeft uitge-
breid en haar kapitaal, dat bij het uitbreken van den oorlog
Kr. 50,4 millioen bedroeg, inmiddels door twee uitgiften
van nieuwe aandeelen tot Kr. 75 ‘millioen, benevens een
reserve van ‘Kr. 28 millioen heeft opgevoerd, zal vermoede-
lijk in de ,,Mercur” worden opgenomen. Bij de ,,Mercur”
i4 de Bank fOr Handel & Industrie te Berlijn betrokken.
Ook de ,,Mercur” heeft rijkelijk van de oorlogs-conjunctuur
kunnen profiteeren; het aandeelen-kapitaal der instelling
is door de voor eenige maanden plaats gehad hebbende
emissie verhoogd tot Kr. 80 millioen, waarnaast een reserve
paraisseert van Kr. 42 millioen. Door het overnemen der
Verkehrsbank zou derhalve een nieuwe ,,Grossbank” in Oos-
tenrijk ontstaan; de naam der nieuwe instelling zal ver-
inoedeljk luiden ,,Allgemeine privilegierte Verkehrsbank
Mercur”.
Op le beurs te B e r 1 ij n is de vaste stemming, ondanks
de minder gunstige berichten uit het bondgenootschappeljke
land, overheerschend gebleven. Tegen de overspeculatie heb-ben de officieele organen, als de vereeniging voör den eI fec-
tenhandel te Berlijn en de bankiers-vereeniging, aldaar,
stelling genomen, doordat zij een rondschrijven tot hare
leden hebben gericht, waarin zij er aan herinneren, dat de
vroeger reeds gegeven waarschuwing tegen speculatie ook
ten opzichte van niet-beursbezoekers’ behoort te worden ge-.
handliaafd, zoodat het verleenen van voorschotten zooveel
mogelijk dient te worden vermeden. Eenigszins zal deze
waarschuwing ongetwijfeld helpen; er dient echter niet uit
het oog te Ivorden verloren, dat de aankoopen van den laat-
sten tijd toch meestal reeds niet contant geld zijn geschied,
zoodat slechts een betrekkelijk kleine groep der bevolking
uitgesloten wordt van het buiten iedere verhouding opvoe-
reh der koersen.
Behalve op de effectenbeurs vinden ook op de valuta-
markt thans groote transacties plaats, vooral in Kronen
bankbiljetten, die op zeer uitgebreide schaal ten verkoop worden aangeboden. Er lvordt in de Duitsche financieele
pers reeds op gewezen, dat de handel in buitenlandsche
valuta’s echter niet onbeperkt mag plaatsvinden. Zij, die
hun beroep maken van het wisselen van vreemd geld, mogen
dit toch niet uitbreiden boven Mk. 1000 per persoon en per
dag, hoewel het natuurlijk uiterst moeilijk is dezen maat-regel nauwkeurig op te volgen. Duitschland wordt op het
oogenblik letterlijk overstroomd met Oostenrijksche bank-
bil jetten, die op allerlei wijzen over de grenzen zijn gesmok-
keld en daar te gelde worden gemaakt, teneinde vÔÔr de
gevreesde ineenstorting althans nog een gedeelte te kunnen
redden.
Op de effectenmarkt is, zooals reeds gezegd, de stemming optimistisch gebleven. De hausse-beweging voor petroleum-
waarden heeft verderen voortgang gehad, speciaal voor

552

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

aandeelen Deutsche Erd-öl en Steaua Romana; de eerste
waren gezocht in verband met het aanboren van een naar
het schijnt zeer sterk erupteerende nieuwe bron, de tweede
als gevolg van het vrijgeven der stukken door de Rijks-
bank. liet is thans voldoende bij het verhandelen der aan-
deden Steaua Romana een verklaring over te leggen, dat
de stukken bij het betreffende afstempelings-kantoor zijn
ingeschreven. Ook scheepvaartwaarden werden tot voort-
durend hoogere prijzen uit de markt genomen
j
waarbij
eenerzijds gewag werd gemaakt van ook hier ter plaatse
reeds gereleveerde nieuwe plannen, die met name bij de
ILA.P.A.G. zouden bestaan en anderzijds de aandacht werd
gevestigd op de mogelijkheid van aankoop van schepen
door de Duitsche Regeering, welke vaartuigen dan zouden
moeten dienen als remplaçanten, aan liollandsche reeders
te verkoopen ter vervanging van getorpedeerde tonnen-
maat, zooals o.a. niet de ,,Westmark” en de ,,Gutenfels”
reeds geschied is. Af en toe werd de geanimeerde stem-
ming eenigszins verstoord door de vrees, dat in het plenum
der Rijksdagzitting de nieuwe beursbelastingen niet aange-
nomen zullen worden, zooals zij door de desbetreffende
Rijksdagcommissie zijn geamendeerd, doch dat drukkender
bepalingen nog ingelascht zullen worden. Niettemin oefende
deze vrees slechts een voorbijgaanden invloed uit en werd
ten slotte de markt beheerscht door den Vrij gunstigen
gang van zaken, dien het offensief aan het Westelijk front
voor dc Duitsche legers neemt. Een uitzondering vormden
hier Oostenrjk-JIongaarsche waarden, die overwegend en
voortdurend aangeboden bleven. Daarentegen waren Rus-
sische coupons tot hoogere prijzen gevraagd, in verband met
het opheffen van het betalingsverbod aan het vroegerq
Tsarenrijk.
De beurs te 1? a r ij s gaf uiiet veel wijziging te aanschou-
ven; zoo mogelijk was een nog sterkere depressie waar te
nemen, als gevolg van de ongunstige resultaten, door de
Fransche spoorweg-maatschappijen in het jaar 1917 be-
haald. Weliswaar zijn de verliezen door staatsgarantie ge-
dekt, doch de betrokken aandeelhouders vinden op deze
wijze geen al te mooi perspectief geopend. De vrachten
zijn onlangs, met ingang van 15 April j.l. met 25 pCt. ver-
hoogd, doch deze verhooging zal slechts voor een gedeelte in de meerdere exploitatiekosten tegemoetkomen. Behalve
door deze grootere kosten wordert de mindere ontvangsten
voor de Noorder- en Oosterspoorwegen voor een groot ge-
deelte veroorzaakt door de militaire transporten, die met
den Staat worden
verrekend
op grond van een contract uit
het jaar 1898; het spreekt vanzelf, dat de toenmaals bedon-
gen vergoedingen in het geheel niet meer in overeenstem-
ming zijn met de eisehen van den tegenwoordigcn tijd. Zoo
is bij de Nord het verlies gestegen van fr. 96,78 tot fr. 110,44
millioen, de Oosterspoorweg heeft van den Staat een bedrag
van fr. 65,80 millioen te vorderen; de Paris-Lyon-Mldi-
terranuée toont een verlies aan van fr. 94,24 millioen. liet
gezamenlijk deficit van de vijf groote Fransche spoor

wegen steeg in 1917 tot fr. 321 millioen tegen fr. 208 mil-
lioen in 1916, fr.
232
millioen in 1915 en fr. 237,50 enillioen
in 1914. Bij dc overigens ook niet zeer mooie vooruitzichten
behoeft het geen verwondering te wekken, dat de beurs te
Parijs geen opgewekte tendens te aanschouwen heeft ge-
geven.
T e o n z e n t was cle stemming geheel anders. De
staats-
fondsanmarict
bleef vrijwel verlaten, hoewel, onder den in-vloed van de vrij ruime en stabiele geldmarkt, toch met een
vasten ondertoon voor cle inheemsche soorten. Van buiten-
landsche papieren waren Aussen wat meer gezocht met een
iets levendiger handel, hoewel de prijzen slechts uiterst
geringe variaties hebben aangetoond. Vooral de locale afdeelingen echter hebben een stemming
te aanschouwen gegeven, geheel tegenovetgesteld aan die
van de laatstç weken. In den aanvang van de berichts-
periode was dit nog niet zoo sterk het geval; toen over-
hèerschte nog de neerdrukkende tendens, die aan onze beurs
meestal samen gaat met successen van de Duitsche legers
anus
het Westelijk front. Door de een of andere onnaspeur-
lijke oorzaak echter schijnt het publiek te onzent overtuigd
to zijn geworden, dat meer serieuze vredes-onderhandelingen
thans gaande zijn. Of dit moet worden verklaard uit de
algemeene overweging, dat de militaire operaties ten slotte toch niet tot een oplossing zullen voeren, dan wel of dc na-
derende arbeiders-conferentie te Londen, waar ook buiten-
In nclsche vertegenwoordigers uitgenoodigd zijn, (le hoop op
een vrede door vergelijk levendiger heeft doen worden, het-
zij, dat de vaag tot ons doordringeude gebeurtenissen in
Oostenrijk het beeld van het uiteeuvallen van het blok
der Centrale Mogendheden en hiermede dat van het einde van den bloedigen krijg hebben opgeroepen, valt niet met zekerheid te zeggen. Wellicht hebben alle drie de hier ge-
noemde factoren medegewerkt aan onze beurs een z.g.

,,Vredes”-stexnming te doen ontstaan, waardoor plotseling de kooplust weder veid aangewakkerd.

11 Juni 14 Juni 17Juni Mizing

5

0
1 Ned. W. Schuld . . – 91
18
/jo 91
1
1
10
91/io + /
s
4’/
0
/0

,,

,,

,,

1916 92

91
11
/16
02’/

+

lu
4

0/

1916 86

850/
4

85
10
/16 –
1
/66
3/
0
/0

,,

,,

, …..
76/4

77’/4

771/4

-f-
1
3

0/0

,,

……68/8

09
1
/je

69132
.f
6

21/
0/
Cert. N. W. S. ……

58
11
/10
58e/s

530/4 –
I/16
5

0/
Oost-Indië 1915 ….95/a

96
1
/io 96
1
/16 +
Iho
4
0/
Hongarije Goud …. 44

44

44
4 o/o Oostenr. Kronenreote 37
1
/16
35
11
/io 36/4 –
5

0/
Rusland 1906 ……24

24

24
41/ o/ 1vaogorod Dombr… 21

20

21
4

0/
Rusland Cons. 1880.. 19’/

200/8

21
7
/s + 20/4
4

0/
I{usl. bij ]Iope &Co.. . 20
1
110
22/io

22’/2 + 2/i
4
1
/2
0/
China Goud 1898 ..
53’I2

53V2

53V2
5

0/
Brazilië 1895 ……56
1
/4

57
8
/10

57

+ 1/4

Het eerst uitte zich dit in de
tabaksafdeeling.
i)e divi-
denci-deelaraties van de Senembah en de Medan hadden
reeds de aandacht gevestigd op de gunstige opvattingen, die in leidende tabakskringen ten opzichte van de naaste
toekomst overheerschend waren. Ook toonden de balans-
cijfers van diverse ondernemiuigen aan, dat er geen gebrek bestaat aan geldmiddelen, doch dat, waar overgegaan werd
tot het declareerea van een meer conservatief dividend, dit
moet worden toegeschreven aan het verlangen, zich zooveel
niogelijk te sauveeren tegen verrassingen, die dc komende
tijden kunnen brengen. liet lag dan ook voor de hand, dat groote kooplust voor tabaksvaarden zou ontstaan, indieii
cle kansen op den vrede wat gunstiger werden en het voor

uitzicht op nog grooter ontvangsten voor de betrokken
tabaksondernemirigen hiermede onder een beteren gezichts-hoek zouden komen. Ook dekkingsaankoopen hebben tot het
schielijk herstel der koersen medegewerkt, voornamelijk in
aandeeleu Senembah. Over het geheel kan echter worden gezegd, dat de gansche af deeling van een optimistischen
kijk op de naaste toekomst heeft blijk gegeven.
Van de
rubbermarkt kan hetzelfde niet in die mate wor-
den geconstateerd. Wel was ook hier de stemming gunstiger,
doch zij kon niet zee lang worden volgehouden, zoodat aan
het einde der berichtsperiode de koersen clan ook eerder een
neiging tot afbrokkeling vertoonden. Voor een deel is deze
houding te verklaren uit de dmstandigheid, dat de tabaks-
ondernemingen wel besloten hebben tot inkrimping van
haar aanplant, doch hiertoe nog niet zijn overgegaan, zon-
dat bij het aanbreken van meer gunstige omstandigheden
wellicht de toepassing van dit besluit geheel achterwege zal
kunnen blijven, terwijl de rubberplantages reeds-den maat-
regel in werking hebben gesteld. Bovendien zijn de kosten-
besparingen bij een beperking van den tabaksverbouw veel
aanzienlijker dan bij de rubber-maatschappijen, zoodat bij
meer normale verhoudingen de tabaksondernemingen ver-
nioedelijk eerder van den beteren toestand .profijt kunnen
trekken dan de rubber-maatschappijen. Een zeer sterken
teruggang toonden de aandeelen Amsterdain-Tapanoeli juist
heden aan; echter moet hier in aanmerking worden geno-
men, dat de genoteerde vorige koers van zeer ouden datum is en dus niet ,,massgebend” kan worden geacht.
De markt voor
suiker-waarden
kon ook van de betere
stemming profiteeren, hetgeen voor de hand ligt, als men de
lage prijzen van de suikerverkoopen thans beschouwt en in
aanmerking neemt, hoeveel beter deze kunnen worden, in-
dien de beperkingen, zoowel wat het gebruik, als wat de
verschepingen betreft, eenmaal worden opgeheven, hetgeen
toch voor een del reeds bij het intreden van den vrede
het geval zou kunnen zijn.: Ter becirze werden deze voor-
uitzichten thans reeds in di koersen verdisconteerd en wei-
clan vooral aandeel en Handèlsvereeniging ,,Arnsterdani” tot
hoogere prijzen gezocht. Ook de overige cultuur-aandeclen
echter *erden rncdegesleept door de algemeen opgewekte
stemming en door de geanimeerde houding voor aandeelen
Nederlandsch-Indische Handelsbank, die gevraagd waren in
verband met de dividend-declaratie op de aandeelen en
winstbewijzeui Neclerlandsch-Indische Landbouw-Maatschap-
pij, van welke onderneming de Nederlandich-Inclische lian-
delsbank het aancieelen-kapitaal bezit. Tot voor zeer korten
tijd was men algemeen van nieening, dat geen uitlçceoing
tot verdeeling zou komnen.
De markt voor
pelroleumweardcn
werd gunstig beïn-
vloed door dc buitenlandsche noteeringcn voor aandecleit
Steaua Romana en Astra Romaua, waardoor in de eerste plaats deze soorten van een scherpe rjzing konden profi-
teeren. In aansluiting hiermede monteerden ook aandeelen
Geconsolideerde Hollandsche Petroleum Maatschappij, naar
men weet, de ,,holding-company” van aandeelen Astra
Romana. De rijzing was hier echter relatief veel minder

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

553

groot. Voorbijgaand waren ook aandeelen Orion gezocht,
clie echter hef hoogste punt niet konden handhaven. Onaf-hankelijk van de invloeden, die op de hier genoemde soor-
ten hun werking uitoefenden, gaven aandeelen Koninklijke
Petroleum blijk van een buitengewoon vaste houding, die
nog veel scherper aan onze markt zou zijn geaccentueerd,
indien tegenover de zeer groote vraag van ons publiek niet
voortdurend aanzienlijke verkooporders, naar men zegt voor
Eiigelsche rekening, een tegenwicht zouden hebben gevormd.
Eenscieels werd de rijzing veroorzaakt door de verwachtin-
gen op een ,,bonus”-uitkeering, zooals ook bij de Shell-
Compaiiy zal plaatsvinden, anderdeels door berichten, als
zouden onderhandelingen gaande zijn, om het Amerikaan-
sehe bezit der Maatschappij aan Engeland te verkoopen. Het
laatste moet voorloopig eerder als een gerucht, clan als
bejicht worden opgevat; iedere bevestiging van competentc
zijde ontbreekt nog. Toch werden aan de mogelijkheid van
wi istgevende verkoopen verwachtingen omtrent aanzienlij kn
uitkecringen aan aandeelhouders vastgeknoopt, die het
fonds tot aan het einde der berichtsperiode een bijna voort-
durend stijgende lijn deden volgen.

11 Juni 14 Juni 17 Juni
Ri
i
z

,:
go

Amsterdamsche Bank . . . . 170
1
/2 177

178


1’/2
Ned.Handel-Mij.cert.y.aand.
169
1
i8
171
1
ia
172 +
2/8
Rotterd. Bankvereeniging .. 133
1
/
133
1
1
4
133/
4
+ /2
Amst. Superfosfaatfabriek.. 160’I4 16414 167 +
6i4
Van Berkel’s Patent ……
155’/g 158/4
1578/4 + 21/:
Insulinde Oliefabriek……214 214/g
2148/4
+ 814
Jurgens’ Ver. Fabr. pr. aand. 104/8
1048/4
104
7f

Ned. Scheepsbouw-Mij. …. 158’/g 155
1/

156

– 2/4
Philips’ Gloeilampenfabriek 338
1
!:
337

337

– 1
1
/
R. S. Stokvis &
Zonen….
510

515

5131/4 +3Vg
Vereenigde Blikfabrieken .. 125

1252/
4
1242/4 – 1/4
Compania Mercantil Argent. 213
1
/ 214/ 216V2 + 3
Cultuur-Mij. d. Vorstenland. 111
3
/4 1131s 115

+ 3
t
/
Handelsver. Amsterdam. . .. 279
1
i
286
1
/2
291

+ 11/1
Roll. Transatl. Handelsver. 128

128
1
/,
129
1
/3
+ 1
1
/
Linde Teves & Stokvis …. 223’/2 2241

22714 + 4114
VanNierop&Co’sflandel-Mij 185

190’/g 196

+ 11
Tels & Co’s llandel-I’1j .. . . 178i

180/: 183

+ 4
1
/4
Gecons. Roll. Petroleum-Mij 179/4 214/4 218 + 38V4
Kon. Petroleum-Mij. …… 54V!2 544
1
/4 548
1
/4 +
6’14
Orion Petroleum-Mij…….81 83
8
18 82
/2 +
iVI
Steaua Romana Petr.-Mij.. 202

210

210

+ 8
Amsterdam-Rubber-Mij…..156

160

163
7
/8 + Vis
Nederl.-Rubber-Mij . …… 95

993/

103

+ 8
Oost-Java-Rubber-Mij…..200

205

207’/2 + 7′!1
Deli-Maatschappij ……..428

428

438/2 + 10/2
Medan-Tabak-Maatschappij.. 200

196

207

+ 7
Senembah-Maatschappij …. 583

580’/, 594
1/,
+ 11/2

De
schcepvaartrnarlct
toonde vooral veel animo voor dc
Indische lijnen
01)
grond van dc reeds vaker hier gerele-
veerde verwachtingen omtrent groote winsten. Ook enkele
speciale soorten, als aaudcelen Van Nievelt, Goudriaan &
Co. waren gefavorisecrd.

11 Juni 14 Juni 17 Juai
Riizingof

Holland-Amerika-Lijn …. 369% 368
1
/4 371

+ 11/3

,,

,,

,, gem.eig. 346

348
1
h 354

+ 8
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij .. 259

263

269

-1-
10
Roll. Alg. Atl. Stoomv.-Mij. 163

163

163
Hollandsche Stoomboot-Mij.. 192/4 198/3 204
1/
+ 12 Java-China-Japan-Lijn …. 254

261/4 268
7
/8 + 14/8
Kon. Hollandsche Lloyd .. 162

163’/

1136’I4 + 41/4
Kon. Ned. Stoomboot-Mij… 225/i 220V2 234

+ 8/16
Kon. Paketvaart-Mij ……. 244’/g 247

253

+ 8’/4
Maatschappij Zeevaart …. 276

280

280

+ 4
Nederl. Scheepvaart-Unie .. 246
1
i

248
8
1: 252
7
/8 + 6/8
Nievelt Goudriaan ……..1150

1130

1125e

– 25
Rotterdamsche Lloyd …… 242’/4 245’13 250

+ 73/4

Stooinv.-Mij. ,,Hillegersberg” 340

340

340
,,Nederland” .. 239/4 244’i 246V + 6/4
,,Noordzee” .. 190

193% 196’/ + 614
,,Oostzee” .. . . 309/

309’/2 3088/4 – 1

* ex dividend.

De
Amerikaanse/to markt
f1 uctueerde geheel in overeen-
stemming niet de beui-s van New York. Daar ter plaatse
was dc stemming bijna voortdurend optimistisch, geheel in
afwijking van cle tendens op de overige beurzen in de geal-
lieerde landen. Naai het schijnt bestaat bij de industrieele
leiding daar te lande een gunstige opvatting omtrent de
,,earning-capacity” ook gedurende het verder verloop van
den oorlog, getuige de dividend-verhooging op de prefe-
rente aandeelen Ilide & Leather. Hoewel geruchten liepen,
dat de uitkeeriug voor aandeelen Steel Corporation zou

i’orden verminderd, was het aanbod slechts van zeer
vooibijgaanden aard. De markt sloot vast.

11 Juni 14 Juni 17 Juni
Rflgf

American Car & Foundry

72

73

73
2
/8 +
Pl6
Anaconda Copper ……..128

130’/

1311b!8 + 3
11
/lo

Un. States Steel Corp ….. 87’/g

00
1
h6
92
1
/16
+ 418/18
Atchison Topeka ……….82″!js 83

83

+ /ie
Southern Pacific ………. 8O’/g

80’/,

80V4
Union Pacific………….118

119/8 119
1
18 +
1’I*
Int. Merc. Marine afgest…..31 Ve

31
1
13

31
1
1
prefs. 104/2 103/8 10412

De
goldncarkt
bleef stabiel; prolongatie circa 3 pCt.

GOEDERENHANDEL.

GRANEN.

18 Juni 1918.
De berichten omtrent tien stand der veldgewassen in West-
Europa en overzeesche landen blijven steeds even gunstig.
In ons land en dus waarschijnlijk ook in omliggende landen
heeft de regen der laatste dagen eene zeer welkome afwisse-
ling gebracht na eenige weken van droogte.
Behalve graan beloven ook aardappelen, booneu en andere
vcldgewassen overal groote opbrengsten.
In ons vorig weekbericht vermeldden wij, dat in Noord-Amerika wegens gebrek aan goede zaaimaïs eene vermin-
dering in de met mais bezaaide oppervlakte verwacht werd.
Enkele intussehen bekend geworden schattingen van die
oppervlakte wijzen weliswaar op eenige vermindering tegen-
over het vorige seizoen, doch zij bedraagt slechts enkele
procenten, terwijl tevens in aanmerking mag worden geno-
men, dat de uitzaai het vorige jaar buitengewoon groot is
geweest.
])e eveneens voor lijnzaad gevreesde vermindering in de
bezaaide oppervlakte is van grooter gewicht, omdat ook
naar tien uitzaaj van het vorige jaar Noord-Amerika lang
niet in zijne ljnzaad-behoefte kan voorzien en dit jaar
ondervindt hoe bezwaarlijk het is in den tegenwoordigea
tijd van gebrek aan scheepsruimte op invoer te zijn aange-
wezen. De pogingen tot uitbreiding van den uitzaai, uit-
gaande van de verbruikers van lijuzaad, zijn dal ook voort-
gezet, vooral toen in eenige der voornaamste lijnzaad-staten
voldoende regen viel, om nog ongebruikten bodem voor lija. zaadverbouw geschikt te maken.
Uit Argentiniii komen nog steeds berichten over den zeer grooten maïsoogst, doch daar de prijs zich aan de
Argentijnsche markten nog steeds op hetzelfde niveau heeft
kunnen handhaven, schijnt men in Argentinië te verwach-
ten, dat de geallieerden als koopers van Argentijnsche mais
zullen optreden. Het is echter zeer onwaarschijnlijk, dat zij
zooveel scheepsruimte daarvoor zouden beschikbaar hebben
om te voorkomen, dat een groot deel van den Argentijn-
sehen inaïsoogst onverkoopbaar zal blijven. De zichtbare voorraad van tarwe in de Vereenigde Staten
daalt nog steeds en bedroeg op 17 Juni nog slechts 509.000 bushels, tegen 20 millioen bushels op 18 Juni 1917. Hieruit blijkt wel hoezeer de Vereenigde Staten zich inspannen bij
de tarwevoorziening hunner bondgenooten.. Uit dozen lagen
zichtbaren voorraad mag natuurlijk niet de gevolgtrekking
worden gemaakt, dat nu ook de geheele tarwevoorraad in
de Vereenigde Staten slechts 509.000 bushels bedraagt. Of-
schoon de onzichtbare voorraad in handen van de verbou-
vers kleiner is dan gewoonlijk, vinden aan de westelijke
markten nog steeds aanvoeren plaats. In de afgeloopen
week waren zij zelfs nu en dan grooter dan in dea laatsten
tijd het geval was. Deze aanvoeren vermeerderen steeds den
zichtbaren voorraad, die weder afneemt door binnenlandsch
verbruik en uitvoer.
Onlangs maakte het

Berliner Tageblatt uit de opgave
van een zichtbaren voorraad van 2.276.000 bushels op, dat
cle geheele voorraad der Vereenigde Staten nu dus die hoe-
veelheid, overeenkomende met ongeveer 62.000 ton zonde
bedragen, zoodat alle onlangs gesloten Amerikaansche over-
eenkomsten met neutrale landen over tarwelevering voor
clie landen waardeloos waren. Hoe foutief deze verwarring
tusschen zichtbaren voorraad en uitvoeroverschot was, blijkt
wel bijvoorbeeld hier uit, dat op 3 Juni de zichtbare voor-
raad der Vereenigde Staten 1.181.000 bushels bedroeg en de uitvoer in de daarop volgende week 1.163.000 bushels.
Het voedseldepartement te Washington schatte op 1 Juni
den geheelen tarwevoorraad der Vereenigde Staten op
1% millioen ton, waarvan 800.000 ton beschikbaar voor
uitvoer.

Buitenlandsche granen in Nederland.

Binnen enkele dagen worden de stoomschepen ,,StelIa”
en ,,Java” met hunne ladingen graan en meel in onze ha-

15Juni’18
220
)
145
70Is
12,45 5,55
24,50
8Juni’18
220
‘)
136
7
/o
67
12,55
5,10)
24,05e)
15Juni’17
223
155
1
/2
64
8
/s
18,35 13,40 25,35
15 Juni’16
103
72’/4
39
1
/2
7,204)
3,954)

11,10)
15Juni’15
102/
738/s
44
1
/8
11,90
4,95
11,10
20 Juli ’14
82 1)
56/a ‘)
361/2 t)
9,40
2
)
5,382)
13,702)

Tarwe……………..
Rogge …………….
Boekweit …………
Mais
Gerst…………….
Haver…………….
Lijnzaad …………..
Lijnkoek……………
Tarwemeel …………

Tarwe …………….
Mais …………….
Rogge …………….
Tarwemeel …………
Gerst…………….

1)
per Dec.
2)
per Sept.
8)
offic. vasttrest. loconriis.’) ner Juni

Data
Tarwe t MaTs
1
Haver 1 Tarwe
1
MaTs
1
Lljnzaad
Juli

1
Juli

Juli

Juli

1

Juli

1
Juli

Artikelen.

Chicago

1

Buenoi Aij,e

k.

‘) Regeeringsprjs.

AANVOEREN in tons van 1000 K.G. voor verbruik in Nederland.

Rotterdam

Amltcrdam

9.15
Juni

Sedert

9.15
Juni

Sedert

Overeen
1918

1
Jan.
1918

1918

t
Jan.
1918

tijdvak
19

243.231

-•

– –

38.22

8.465


2.314

– –

89.901

54.34t

30.600

11.881

10.025

27.26t

8.322

7.561

34.078

27.78l

18.259.

3.05]

AANVOEREN in tons van 1000 K.G. voor België.
6.962

117.953

172.537


3.267 .

66.843

7.479


5.174

13.347

667

Gerst (46 lb. feeding)….

-.

345
,
_i)

Haver (inlandsche) …….21,- ‘)

21,-
1)

20,-1)
Lijukoeken (Noord-Ame-
rika van La Plata-zaad)

200,-
1

Overeen6.
tl/dvak
1917

s

17
Juni

tO Juni

17
Juni
oor en.

1918

1918

1917

Tarwe ……………….572,50
1
)

572,50
1
)

588,-‘)

)
Lijnzaad (La Plata)

fl01]].

Rogge (No. 2 Western)

now.
MaIs (La Plata)

………..-

345,-‘)

7

117.953 66.843
5.174

13.347

Totaal

1918

1917

172.537 7.479

667

1.148.14.9 1.333.002 1.087.534 tons

281.458
8.465
2.314
144.250
42.486
37.294 15.882
61.863 21.310

SUIKER.

Gedurende de afgeloopen week zijn verkwikkende regens
gevallen, die. aan de bietvelden ten goede gekomen zijn.
Verdere neerslag blijft gewenscht. Volgens F.O. Licht’s be-
richten bedraagt de inkrimping van den aanplant in
Duitschiand, die aanvankelijk op 10 en daarna op 8 °/
aangenomen werd, feitelijk slechts 4 tot 5
01.

De verschillende suikermarkten bieden geen nieuwe gezichts-
punten.
Op Java, waar de nieuwe campagne nu in vollen gang
is, blijven verkoopers hunne suiker op eene onwillige markt
aanbieden, hetgeen tot verdere afbrokkeling der
prijzen
leidt.
Superieur werd tot
f
6/4, No. 12/14 tot
f
52/t verkocht. Naar
verluidt wordt in den laatsten tijd door sommige suiker-
fabrikanten van Nederland uit zelfs direct met Londensche
makelaars gewerkt en offertes van suiker uit den nieuwen
oogst gemaakt of orders daarop gesolliciteerd, hetgeen slechts
eene verdere demoralisatie der markt tengevolge kan hebben.
De afschepingen van Java van 1 April t/in. ult. Februari
worden door de Uandelsvereeniging te Batavia als volgt
gespecificeerd:

1917/18

1918/17

1915116

Nederland en Ned. f.o..

31.673

413 tons
Engeland …………312.657

546.333

219.802
Frankrijk …………34.429

69.509

72.863
Noorwegen ……….19.754

11.836


Italië …………….-

20.697


Griekenland ……….8.000


Suez …………….18.209

11.904

19.871
Port-Said f.0………12.197

18.164

40.272
San Francisco ……..
10


Vancouver …………-

6.000


Singapore …………160.447

51.717

43.987
China…………….2.311

6.980

16.443
Hongkong …………146.121

121.529

163.757
Japan …………..79.760

49.312

48.188
Britsch-Indië ……..332.7’78

362.355

406.989
Australië …………-

21.851

45.608
Siam …………….21.372

12.142

9.341
Diverse havens……..104

Totaal ….

RUBBER.

De rubbermarkt had in de afgeloopen week een wat
opgewekter voorkomen. De stemming was iets vastej- en
de prijzen konden zich geleidelijk 1 d. verbeteren. Men
verwacht wel een betere markt, zoodra aan den tegen.
woordigen hoogst onzekeren toestand een einde gemaakt
zal zijn.
De week sluit op de vplgende noteeringen:

PrimalleveaCrêpeloco/Juni2f2t/2 einde vor. week: ..
2/1
1
I
Juli/Dec………..2/4

Juli/Sept. …….. 2/2 ‘/
Oct./Dec ……….. 2/3 ‘/
smoked Sheets 1 d. minder smoked Sheets 1 d. minder.
Hard cure fine Para …. 31

KATOEN.

Marktbericht van de Heeren Sir Jacob Behrens & Sons,

Manchester, dd. 9 Mei 1918.

Hoewel de fluctuaties op de Amerikaansche katoenmarkt
nog steeds zeerhevig blijven, ondervindt de Liverpool-markt
daarvan slechts in veel mindere mate den invloed, zoodat de
noteeringen daar tenslotte zeer weinig veranderd zijn. De
positie voor de importeurs in Liverpool wordt steeds moei-
lijker en de nog voorradige partijen worden geregeld duur-
der, niettegenstaande de fluctuaties in de termijnmarkt.
Bovendien zijn alle zeilende partijen Amerikaansche katoen
reeds voor aankomst verkocht, zoodat ook deze aanvoeren de positie niet veel gunstiger maken. In Amerika geschiedt
het tegendeel en voorraden worden daar steeds grooter,
terwijl de vooruitzichten van den nieuwen oogst gunstig zijn
en wij hier door gebrek aan vrachtruimte niet van deze
voorraden kunnen profiteeren. Voorloopig zal hierin nog
wel geen verandering ten goede komen. De voorraden van
Egyptische katoen zijn Vrij groot en prijzen zij
n vat lager.

554

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

Noteeringen.

Locoprijzen te Rotterdam/Amsterdam.

vens verwacht, om waarschijnlij

k spoedig te worden ge.

NOTEERINGEN.
volgd door de ,,iollandia”, die onlangs onderweg van

Argentinië naar Nederland te New York is aangekomen.

Londen
Amsterdam

New York

Verder wordt bericht, dat behalve de onlangs uitgevaren

Data

per

Tate, White Ame

,,Hector” en ,,Zjldijk”, ook de ,,Nieuw-Amsterdam” eene

Juni

Cubes

Java, /td CentrIfugal.

lading landbouwproducten, vooral tarwc. en maisbioem zal

No.
1

Job.
aanbrengen.
7 Juni1918….

f

64/9

5,92
31 Mei 1918 …….-

64/9

5719

5,92
7Juni1917. –

23.-

5319

3216

5,775. 5,89
7Juni1916..

…-

47/l’h

211

30/6

6,39
21Juli 1914. .

11″/

18/-

3,26

1

……………….3/1

19 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

555

In garens is niets nieuws te vermelden. De arbeiders in
de katoenspinnerijen hebben weer een loonsverhooging ge-
vraagd, die ongetwijfeld gedeeltelijk
zal
worden toegestaan,
zoodat de productiekosten dan nog hooger zullen worden. Er worden weinig zaken gedaan; voor spoedigè levering hebben
spinners niets aan te bieden en zoowel koopers als verkoopers
zijn huiverig om contracten op langen termijn aan te gaan. De meeste zaken, die gedaan worden, zijn voor de binnen-
landsche consumptie en voor Regeeringsorders, terwijl de
exporthandel vrijwel geheel stilstaat. Prijzen van Amen-
kaansche gareus zijn vast, terwijl Egyptische garens steeds
duurder worden. Men vreest, dat bij den beperkten voorraad
van ruwe katoen spinners van Amerikaansche garens hun
werktijd van 50 pCt. nog wel verder zullen moeten inkrimpen.
In de doekmarkt is weihig verandering, doch prijzen
blijven zeer vast, Fabrikanten, die nog leveren kunnen, ver-
koopen alleen tegen volle prijzen en houden er rekening
mede, dat zij ook de bonen wel spoedig verder zullen moeten
verhoogen. Van Indië komen wel aanvragen binnen, doch
slechts enkele zaken zijn tot stand gekomen. Zuid-Amçrika en de kleinere markten blijven geregeld orders zenden.

Noteeringen voor Loco-Katoen.

(Middling iJpiands).

II71unj’18I10
Juni181
31uni’18
118
Juni

l7lI7Juni’I6

New York voor
Middling

– –
30,50e
29,70e
29,— c
26,20e
12,85e
New Orleans
voor Middling
31,Z5c
30,38e
30,—c’)
24,75e 12,69e
Liverp. v. Good Midd. Americ.
22,60 d
22,56 d 22,06 d
18,—
d2)

8,16 d 2)
1)
1 Juni.
2)
Middling.

Ontvangsten in, en uitvoeren van Amerikaansche havens.
(In duizendtallen balen.)

t
Aug.’17
tot
14Juni

18

Overeenkomsilge perioden

1916-17

19I5—I6

Ontvangsten Gulf-Haveils..
606
6898
7208
11

Atlant. Havens
Uitvoer naar Gr. Brittannië

I

2462
2460
‘t Vasteland.
3918
2084
2318
Japan etc…
453

Voorraden in
duizendtallen


14 Juni ’18
1
14 Juni ’17

1
14 Juni ’16

1200
812 915
Binnenland …………..
881
648
514
Amerik. havens ………..


86
193
New York

……………

.

203 210
New Orleans ………….
Liverpool

……………
271 ‘)
445
664

‘) 15 Juni.

WOL

Op

de

Zuid-Amerikaansche

markten

nemen de zaken geen grooten omvang en zij hebben
nog steeds een zeer
kalm verloop.
De Heeren Dalgety
&
Co. publiceeren een ineressante
vergelijkende tabel van de waarde van
Australisehe Merinos
en Crossbred wol gedurende de laatste 10 jaren.

Meninos

Merinos Crossbred

Crossbred
vuil

gezuiverd
vuil

gezuiverd
1016-’17

…..

33
1
!:

46V2
29

39
1915-’16 ——24’/

44/2
23
1
/4

27
1914-’15 ……

18*1
4

28 18

22’/
4

1913-’14 ……20
1
/

28
15

202/
4

1912-’13 ……19’/2

26’12
15*/
4

20’f*
1911-’12 ……18
1
/2

24/4
148/
4

17
8
/4
1910-’11 ……18’/

24
1
/*
15/4

20
1909-’10 ……21

25’/4
18′!2

20’/
1908-
1
09 ……10

23/4
15’/2
1907-’08 ……

20/2

27’/4
171/

26’/4

De wereldproduetie van wol

wordt
bij benadering als
volgt aangenomen:

Noord-Amerika

………………
152490.000 K.G.
Midden-Amerika en West-Indië ….
375.000
Zuid-Amerika ………………..
238.706.850
Europa

……………………..
401.700.020
Azië

……………………….
136.573.000
Afrika

……………………..
103.840.235
Australië

…………………….
383.570.470

Totaal ……1.418.255.575 K.G.

PETROLEUM.

(Ontleend aan den ,,Petroleum Review” van 19,27 April,
4, 11, 18, 25 Mei 1918.)

L o n den. De prijzen van geraffineerde petroleum, welke
in de maand 7vlaart 1 s.
71/*
d. voor Water White en 1 s.
61/2
d.
voor Standard White waren, zijn in Mei door de ,,Control
Board” verhoogd. Zij bedragen nu:

Standard White. . 1 s. 10’/2 d.
Water White . . . . 1 s. 1I
1
/ d.

De prijzen voor smeerolie waren:
5 April/3 Mei
10/24 Mei
Amenican pale
£
36-41
£35-41
American red
£
36-42
£
35-42
American filt. cyl….
£
42-58
£
42-58
American dark cyL.
£
38-43
£38

43

De prijzen voor benzine bedroegen: April

Mei
No. 2. – 3 s.
5
1
/*
d.

3 s. 8 d. per gallon.
No. 3.. 3 s. 4 ‘/* d.

3 s. 7 d.

In Schotland en Ierland zijn deze prijzen met 1 d. per gal-
lon verhoogd.
De prjen, door consenthohders betaald voor Amerikaan-
sehe terpentijn, bedroegen:

Maximumprijs …………125 s.
19April ……………… 124s. 3d.
26

,……………….124s.
3Mei

………………124s.
10

………………..120s.
17

, ……………….120. s.
24

,……………….118s.
Stookolie en vethoudende oliën worden niet officieel ge-
noteerd.
De voorraden paraffine zijn klein, voornamelijk die met
hoog sn*eltpunt. De prijzen bedroegen, in verhouding tot
het smeltpunt:
12 April …………..9
3
/4 d.—] 1 d.
19

, ……………10

d-11
1
/1d.
26

en daarna ….10’/* d.-1 s.

L i ver pool. Petroleum-producten vinden vasten verkoop.
Amerikaanseh gaat tegen 1 s.
5
d.-1 s. 6 d. per gallon. Er
is .geen Russische olie aan de markt. Benzine staat 3s. 3 d.
genoteerd.

B a koe, 14 Mei. Er heerseht voortdurend vaste vraag naar
ruwe olie. Voor Bakoe en Grosny is de prijs 96 kopeken het
poed.

New York. De prijzen waren van 19 April tot 24 Mei:

Geraffineerd in kisten .. 16,75 c. per gallon
Standard White in vaten 12,70
Credit Balances ……..4,00
Penusylvanian Crude.. $ 4,— per vat.

P h ii adel p h ja.
Standard White 12,70 c. per gallon.

VERKEERS WEZEN.

SCHEEPVAART.

GRAAN.

Dala
Petro grad
Londen!
R’dam

Ode,,a
Rolter.
dam

Au.
Ku,t
Ver. Sloten
San Lorenzo

Rolter-
Bristol
Rotte,.
Enge-
dom
Kanaal
dam
land

10/15 Juni

1918



50/-

225/-
3/8

,,

1918

– .

50i.:

225/-
11116 Juni

1917


f
7,— 401-
f52,25
1451-
12/17 Juti

1916


,, 16,—
8/-
,, 110,-
1551-
Juli

1914
lid.
7/3
11111/
4

1/111/
4

12/-
121-

KOLEN.

Data

Cardt,
Oo3tk. Engeland

Bor-
deaux
G
enua
‘°°’
Said
Plata
Rotte,-
d am
Gol/,cn-
burg
RItier

10/15 Juni1918
691-
101/3
200/-
120/-

Kr205
3/8

,,

1918
691-
10113
2001-
120/-

,,

175
11116 Juni 1917
69/-
101/3
150/-
108/-

,, 180
12/17 Juni 1916
34/-
87/6
9716
45/-
f6,50
0350
Juli1914
fr 7,—
7/-
713
14/6
312
4/-

Graan Petrograd per qua,ter van 496 lbs. zwaar, Ode4sa per Unit, Ver.
Staten per qua,te, van 480 lbs. zwaar.

556

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

19 Juni 1918

17 Juni 1918. In de afgeloopen week kwamen van het
buitenland geen scheepvaartberichten binnen.
De vaart van Nederland op Skandinavië zal vermoedelijk
spoedig hervat worden; de scheepsruimte wordt echter be-
perkt tot 50000 bruto reg. tons, of ongeveer 75.000 tons
laadvermogen. Geen vergunning tot uitvaren zal gegeven
worden, tenzij de schepen voorzien zijn van een z.g. Geleit-
schein. Naar verluidt, zouden de naar Swinemünde opge-
brachte schepen reeds vrijgelaten zijn.

DIVERSEN.

Bomhoy
Birma
Vladivo-
Chili

DtStO
West

Europa
West
Europd
stock
West
I

West
Europa
I

(d. u,)
(rijst)
Europa
(salpeter)

10115 Juni

1918 ……
275/-
5001-

185/-
3/8

,,

1918 ……
275/-
5001-

185/-
11/16 Juni

1917 ……
350/-

.

450/-

170/-
12117 Juni

1910 ……

102/6
.
145/-

140/-
juli

1914 ……
14/6
.
16/3
251- 22/3

Ooerige noteeringen per ton van 1015 K.G.

RIJN VAART.

Week van 10 tot 17 Juni 1918.

Sedert de vorige opgave is de toestand in de laadhavens
aan de Ruhr weinig veranderd. De waterstand bleef vallende;
niettemin was de aanwezige scheepsruimte voldoende om
de aangeboden transporten uit te voeren. De vrachten stegen
echter wederom een weinig en werden aan het einde der
week met Mk 3.— per ton van Duisburg naar Mannheim
genoteerd. Het sleeploon werd onveranderd met 12/14 Pl.
per Centner genoteerd.
Indien het water in den Rijn niet weldra gaat wassen,
zal men dit jaar buitengewoon vroeg met laag water
hebben te rekenen. De algemeene opinie is echter, dat de
toestand van den Rijn zal verbeteren zoodra het in Zwitser-
land warmer wordt en de sneeuw dientengevolge zal kunnen
smelten om het Bodenmeer te voeden.
Van Rotterdam naar de Ruhrhavens bleef de vorige week
ingetreden verhooging van sleeploon door aandrang van schepen nog eenige dagen van kracht. De noteering was
eerste helft der week 50 cents tarief + 90170 cents; einde
der week door ingetreden slapte was de stand 50 cents
tarief + 60 cents per last. Vrachten werden niet genoteerd.

ADVERTENTIËN

De N.V. N

Huistelefoonlaatschappij

ROTTERDAM

‘s.GRAVENHAGE

GRONINGEN

Telefoon 3600

Telefoon H 280, 300

Telefoon 1555

levert uit voorraad
TELEFOON-, SCHEL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en koop.

Herstelt en onderhoudt onder garantie ook alle niet door haar uitgevoerde installaties,

PROSPECTUS GRATIS.

NEDERLANDSCHE GRONDBRIEFBANK

HEERENGRACHT 495, AMSTERDAM

5

pCt. Obligatiën (Grondbrieven)
Beer.

Gecertificeerd door de Centrale Tru.t.Compagnie

Verkrijgbaar in stukken van
f
2500,—,
f
1000,—,
f
500,— en
f100,-
op
elk goed effectenkantoor

GRONINGSCHE CREDIET-

EN HANDELSBANK

GRONINGEN, APELDOORN, APPINGEDAM, ASSEN EN VEENDAM

Kapitaal / 5.000.000,-

Geplaatst en volgestort
f2.000MOO,-

Reserves ruim
……
f
387000,-

VERSCHAFT
BEDRIJFSKAPITAAL
AAN

LANDBOUW, HANDEL EN NIJVERHEID

INCASSO.

DEPOSITO

SAFE DEPOSIT

KONINKLIJKE

HOLLANDSCHE

LLOYD

AMSTERDAM

Geregelde

Passagiers- en Vrachtdienst

met nieuwe, moderne

post- stoomschepen

TLJSSCH
EN

AMSTERDAM

EN

ZUID-AMERIKA,

VIA

NEW YORK

HAARLEMSCHE BANKVEREENIGING

HAARLEM, AALSMEER, BEVERWIJK, BLOEMENDAAL, EDAM, RILLEGOM,

HOOFDDORP, LEIDEN, LISSE, PTJRMEREND, IJMTJIDEN, ZANDVOORT.

Volgestôrt Kapitaal /3.050.000,—

Reserve /721.500,-

Auteur