Ga direct naar de content

Jrg. 3, editie 127

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 5 1918

3 JUNI 1918

A UTEURSËCHT VOOREROUDFJ*v

Economis

chs-Statl
estl
*sche

Berlchten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

UITGAVE VAN HET INSTITUUT VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN.

3E JAARGANG

WOENSDAG 5 JUNI 1918

No. 127

INHOUD

Blz.

DE INVLOED VAN DEN OORLOG OP FRANKRIJK’S
FINANCIEELEN
TOESTAND
door
G.
M. Bqissevai1 ………………..
489
De War Finance Corporation in de
V, S.
door
1.
.e B…..
490
Samenvneging der Electriciteitsvoorziening
II
door
prof.
F.
vaniterson ………………………………
492
Goudproductie in
1917
…………………………
495
Organisaties in de
V.S.,
gemoeid bij den handel met het
buitenland
………………………………..
496
D
e kolenexport van Engeland
……………………
497
De Rijksmiddelen
…………………………….
498
AANTEEKENINGEN:
Uitvoer van den Belgischen Kongo
…………….
498
Economische toestand van de Fransche oorlogsz6ne
….
498
BOEKAANKONDIGING
0.
m.:
Prof. Dr. Paul Arndt: Antwerpen, Rotterdam und die
deutsche Rheinmündung
……………………
499
INGEZONDEN STUKKEN:
Regelingvan in- en uitvoer van Ned.Indië door
H.
Colijn
500
OVERZICHT VAN
TIJDSCHRIFFEN
……………………
501
REGEERINGSMAATREGELEN
OP
HANDELSCEBIED
…………
503

MAANDCIJFERS:
Postcheque en Girodienst
……………………..
503
Rijkspostspaarbank
…………………………
503
Overzicht der Rijksmiddelen
………………….
503
Emissies
………………………………….
504
STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN
………………
504-510
Geidkoersen.

Effectenbeurzen.
Wisselkoersen.

Goederenhandel.
Bankstaten.

Verkeerswezen.

INSTITUUT

VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

Algemeen Secretaris: Mr. G. W. J. Bruins.

WEEKBLAD ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
Secretaris-Redacteur: G. E. Huffnagei.

Secretariaat: Pieter de Hooghweg 122, Rotterdam.
Telef. Nr. 8000. Tele gr.adres: Economisch Instituut.
Postcheque en girorekening Rotterdam No. 8408.

Abonnementsprijs voor het weekblad franco p. p.
in Nederland f 15,—. Buitenland en Koloniën f 14,-
per jaar. Losse nummers 80 cents. Leden en donateurs van het Instituut ontvangen het
weekblad gratis.
De verdere publicaties van het Instituut uitgaande
ontvangen de abonné’s, leden en donateurs kosteloos,
voor zoover daaromtrent niet anders wordt beslist.
Advertentiën f 0,85 per regel. Plaatsing bij abonne-ment volgens tarief. Administratie van abonnementen
en advertenties: Nijgh & van Ditmar’s Uitgevers.
Maatschappij, Rotterdam, Amsterdam, ‘s-Oravenhage.

3 JUNI 1918.

In de positie van de geldmarkt kwam ook deze week

weder geen verandering. Tegen de maandswisseling

varen de koersen iets vaster, waar direct daarna was

de stemming weder flauwer. De geidruimte is kleiner

dan het vorige jaar en de vermeerdering van de bui-

tenlandsche credieten is duidelijk merkbaar, de toe-
nemende stilstand van handel en bedrijf doet echter

de geldvraag inkrimpen en vooral het aanbod van

wissels tot particulier disconto wordt steeds geringer.

Ook de effectenmarkt toont nog weinig verlevendi-

ging, zoodat de vraag naar prolongatiegeld eveneens

nog afnemende is.

De noteering opende op 3% pOt., liep tegen den

laatsten dag der maand op tot 3% en 4 pOt. en sloot

weder op 3% pOt.

De rente voor particulier .disconto schommelde tus-

schen 2% en 3 pOt. , *

Op de wisselmarkt heerschte aanvankelijk een vaste

stemming. De eerste twee dagen liepen alle koersen

sterk op. Londen kwam op 9.64. Berlijn op 40.—.

Een bepaalde oorzaak was niet aan te geven. Even-

min was te zeggen waarom daarna de stemming weder

omkeerde en de koersen weder even snel daalden, zoo-

dat het slot ongeveer op dezelfde hoogte was als de

vorige week.

– DE INVLOED VAN DEN OORLOG OP

FRANKRIJK’S FINANCIEELEN TOESTAND.

Ik heb hier laatstelijk (in No. 122) medegedeeld,
dat, volgens een rapport door Alfred Neymarck, uit-
gebracht in de Sociétô de Statistique de Paris, de
totaalsom der Europeesche staatsschuldei tengevolge
‘an den oorlog gestegen zou zijn van 150 A 160 mii-
liarden francs tot ongeveer duizend miljard. Thans
ligt het rapport van Néymarck, getiteld ,,Les Mii-
liards de la guerre” voor mij (April-aflevering van
het maandblad der genoemde vereeniging) en word ik
daardoor in staat gesteld tot de mededeeling van
eenige nadere bijzonderheden betreffende de finan-
cieele gevolgen van den oorlog voor Frankrijk.
Ik kan intusscheu de opmerking niet weerhouden, dat Neymarck’s rapport zeker geen voorbeeld is van
een statistisch overzicht. Daarentegen getuigt het in
ruime mate van een optimistische opvatting van den
stand van zaken in Frankrijk. Immers, naar Ney-
marek zelf in herinnering brengt, was het Fransche
Staatsbudget, dat in 1869 1900 millioen francs be-
liep, v66r den oorlog reeds gestegen tot 5 k 6 miljard
en er was toen geregeld een deficit tusschen ont-
vangsten en uitgaven, en nu, zegt Neymarck, zal men
moeten rekenen op een budget van ten minste 12
13 milliard, en hij voegt er aan toe, dat zeer zeker de
zakelijke rentenbelasting plus de algemeene inkom-
stenbelasting, hoezeer ook verhoogd, niet voldoendë
zullen zijn om het budget shitende te maken, maar
zeker daaraan nog een kapitaals-belasting toegevoegd
zal moeten worden. Doch Frankrijk zal dat alles ge-
makkelijk te boven komen. ,,La France’ – schrijft
hij – redeviendra plus belle et plus glorieuse et plus
pissante que jamais. Elle a subi et supporte des
charges et des pertes
énormes,
mais son honneur et
sa gloire,.rayonnent dans le monde” enz.
Wij helpen het dei enthusiasten, schrijver wen-
schen, dat, dit zoo ziji
za,i,
maar de nuchtere, statjs-

490

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

11

ticus is hier blijkbaar niet aan het woord. Neymarck
baseert zijn gunstige opvatting der Fransche finan-
ciën blijkbaar – hij komt op de zaak herhaaldelijk
terug – op de groote spaarkracht van de bevolking.
Die jaarlijksche besparingen, schrijft hij, bedroegen
v66r den oorlog ten minste 1 2 milliard, volgens
sommigen zelfs wel drie milliard en zoo zou dan ook,
naar door hem berekend is, het totaal bezit aan bin-
nenlandsche en buitenlandsche fondsen in Frankrijk
van 1869 tot 1913 gestegen zijn van een kapitaals-
waarde van 30 A 33 milliard met een jaarlijksch ren-
dement van 1200
t
1500 millioen, tot een kapitaals-
waarde van 110
t
115 milliard met een jaarlijksch
rendement van bijkans vijf milliard. (Wat moet op
die portefeuille van valeurs mobiliaires, waarin, ge-
lijk bekend is, de Russische staatsschuld en Turk-
sche, Bulgaarsche en Servische staatsfondsen, etc.’, zulk een belangrijke plaats innamen, verloren zijn!)
Goed; maar laat ons eens een oogenblik aannemen,
dat de totale jaarlijksche voortbrenging in Frankrijk,
het totale jaarlijksche inkomen der bevolking, tenge-
volge van den oorlog niet achteruit gegaan zal zijn,
zoo zou toch het gemelde bedrag der jaarljksche be-
sparingen, drie milliard in maximum naar wij ver-
namen, nog slechts voor de helft de vermeerdering
der staatsuitgaven dekken, welke Neymarck zelf ver-
wacht. Doch breken wij deze beschouwingen hierbij
af en bepalen wij ons verder tot de mededeeling der
financieele feiten, welke wij in Neymarck’s overzicht
vermeld vindén.
De totaalsom der door de regeering in Frankrijk
van 1 Augustus 1914 tot 31 December 1917 aange-
vraagde credieten wordt door Neymarck gemeld te
hebben bedragen frs. 106.519.146.079 en de uitgaven,
zegt hij, zijn thans gestegen tot frs. 3.300 millioeû
per maand, zegge tot ruim honderd miflioen per dag.
Wat die som van ruim 106 milliard beteekent, springt
mogelijk het duidelijkst in het oog, wanneer men
bedenkt dat, volgens eene vroeger door Leon Say
gemaakte berekening, de Fransche staatsuitgaven
van 1801 tot 1881 bedragen hebben frs. 138 milliard.
Zegge, tegenover in die tachtig jaren 138 milliard,
thans in nog niet gansch 3 jaar 106 milliard. Onder
de totaalsom aan uitgaven van 106,5 milliard zouden
begrepen zijn geweest plm. 19 milliard aan gewone
uitgaven, de renten der staatsschuld inbegrepen;
blijft 87,5 milliard voor de eigenlijke oorlogs-uitga-
ven. En tegenover de 19 miljard gewone uitgaven slechts 15,3 milliard gewone ontvangsten gestaan
hebbende, is voor het deficit op den gewonen dienst
hieraan toe te voegen 3,7 milliard. Maakt ruim 91
milliard uitgaven, waarin op buitengewone wijze te
voorzien zou zijn geweest.
Over de wijze waarop dit plaats zou hebben gevon-
den is Neymarck niet goed te volgen, daar zijne op-
gaven niet sluiten. Men weet echter, dat het geschied
is; ten eenre in het binnenland, door uitgifte van
vlottende schuld en geconsolideerde staatsschuld en
door de opname van voorschotten bij de Banque de
France; ten andere, door het aangaan van leeningen
en crediet-operatiën in het buitenland. Neymarck
spreekt van 66,4 milliard in het binnenland en 19,3
milliard in het buitenland opgenomen.

Omtrent de wijze, waarop in Frankrijk de daar op-gebrachte milliarden gevonden zijn, zegt Neymarck,
dat in de laatste een of twee jaren v66r den oorlog
de belegging der door besparing beschikbaar gewor-
den kapitalen veel minder is geweest dan gewoonlijk
het geval was. Van daar, bij het uitbreken van den
oorlog een belangrijk bedrag aan beschikbare micide-
ln, dat, trots den oorlog, ook nog door nieuwe bespa-ringen bleef toenemen. Verder werden voor aanzien-
lijke bedragen buitenlandsche fondsen in den vreemde
gerealiseerd; alleen reeds door bemiddeling der Ban-
que de France zou tot ult. December 1.1. voor een
bedrag van 211 millioen frs. te gelde gemaakt zijn.
Daarnevens werden op groote schaal fondsen aan den
Staat in leen afgestaan ten einde dezen tot onderpand

te dienen bij zijn crediet-operatiën; Neymarck spreekt
van een totaalbedrag ter waarde van 1800 . 2000 mii-
lioen francs.
En eindelijk zouden door de opruiming van aan-
zienlijke handels- en nijverheidsvoorraden, waaronder
ook voor belangrijke bedragen aan oude magazjns-
voorraden, groote kapitalen vrij gekomen zijn; ter-
wijl, ten slotte, tegenover de staatsuitgaven ook, bij
particulieren, groote winsten zijn komen te staan.
Vreemd genoeg wordt door Neymarck bij zijns
beschouwingen over Frankrijk’s financieelen toestand
niet gesproken over het totaalbedrag, waarop het
nationaal vermogen daar te lande geschat werd en
over de beteekenis daartegenover van de oorlogslasten.
Volgens eene berekening in 1908 door Paul Leroy
Beaulieu gemaakt, was het nationaal vermogen in
Frankrijk per einde 1907 te schatten op frs. 225 mii-
hard 750 millioen. Voegen wij hieraan toe voor de
jaarljksche besparingen in de jaren 1908 tot en met 1913 2500 milhioen per jaar, dan brengt ons dit op
een totaalsom in 1914 van in ronde som 241 milliard
francs. Blijkens de mededeelingen van Neymarek zou
dit bedrag, nu reeds, door den oorlog met 91 milliard
fra. bezwaard zijn. Nog een ander cijfer is niet minder
belangrijk. V66r den oorlog werd de fransehe staats-
schuld gerekend 31 milliard frs. te bedragen, zij zou
nu reeds op het viervoud van dit bedrag gestegen
zijn.
Neymarck heeft aan zijne behandeling der Fran-
sche financiën nog eenige beschouwingen toegevoegd
over die van eenige andere landen, alsmede een
tabellarisch overzicht dienaangaande. Doch die tabel
is, ten eenre, niet volledig en bevat, ten andere, cijfers
welke klaarblijkelijk gecontroleerd zouden moeten
worden. Het gaat dus niet aan, die hier over te nemen.

24

5
-1
18.

____________

G. M.
BoIssEvAiw.

DE WAR FINANCE CORPORATÏON iN DE V. S.

Do nieuwste wet, welke President Wilson in staat
moet stellen de oorlogsfinanciekunst zoo juist mogelijk
toe te passen, is die lxt oprichting dezer maatschappij
en werd onlangs door hem geteekend.
Interessanter dan eene volledige opgave der details
is wellicht het antwoord op de vragen, om welke rede-
nen dit nieuwe lichaam ontstond, wat het beoogt en
wat de gevolgen kunnen zijn en dit formuleerende,
moet allereerst op den voorgrond gesteld worden het
verschil in financieele ontwikkeling tusschen nieuwe
actieve staten als de V. S. en Duitschland en die van
oudere ontwikkeling als Frankrijk, Engeland en
Nederland.
De laatste hadden niet den haast ,,to arrive” van de
eerste, want zij waren eerder en in rustiger tijden
aangevangen met verdienen, sparen en beleggen. Ver-
diend werd met handel en scheepvaart, de uitbreiding daarvan eischte even weinig kapitaal als de landbouw
en de zich eerst langzaam ontwikkelende industrie en
zoo werd belegging in effecten, allereerst staatspapie-
ren, een hoofdzaak. Vroeg dus reeds was de bevolking
in alle lagen met nationale en internationale effecten
vertrouwd, tijdig werden economische maatregelen
beraamd en uitgevoerd om groote slingeringen op de
foudsenmatkt te voorkomen en onder de voornaamste daarvan telden de gelegenheden om effecten te belee-
nen.

Niet aldus in Duitschiand en de V. S. Daar kwam
het sparen later, tegelijk met vlugge ontwikkeling
eener grootsche industrie en de overgelegde gelden
werden met vreugde daarvoor aangewend. Men werd
deelhebber in ondernemingen, welke men kende en
tot bloei bracht, doch een algemeene kennis van effec-
ten bleef achterwege en liet object zelf werd daarom
gewantrouwd. Dat wantrouwen was soms wel gerecht-
vaardigd (we keeren nu geheel tot de V. S. terug),
want de financieheeren haalden soms rare stukjes uit,
bpvendien was New York, het centrum van beurs en
effectengedoe, zoo ver buiten den gezichtskrin.g van
de meeste Amerikanen, dat zij bij hun geringe bekend-

5 Juni 1918

ECONQMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

491

heid met ‘de wetten en geschiedenis der economie
slec.ht al te gaarne luisterden naar de gele .pers, die
alleen slechta dingen van de New Yorksche bankiers
te vertellen wist. Zoo ‘vinden we in het congres
(parlement) steeds een even domme als fanatieke be-
strijding van Walistreet en zelfs bij dé oprichting der
Federal Reserve Banks in 1913, toen tengevolge van
de crisis van 1907 geheel Amerika een, cursus in
economie en bankpolitiek had meegemaakt, zooals
nimmer ter wereld vertoond, stond de den doorslag
gevende democratische partij er op, dat in geen enkel
opzicht de nieuwe bankwet haar zegeningen tot
Wall”treet en den effectenhandel zou uitbreiden.
Alleen wissels mochten de nieuwe circulatiebanken
koopen of in beleening nemen;’van het bevoorschotten
van effecten, dat tot de bevoegdheden der Neder-
landsche Bank behoort, was geen sprake en eerst ver-
leden jaar hebben de groote oorlogsleeningen tot een
wijziging in de bankwet geleid, waarbij wissels met staatsobligatiën als onderpand tot beleening werden
toegelaten. C)ok len nog werd de wissel-fictie be-
houden.

Koopers van effecten in de V.’ S. waren hoofdzake-
lijk de banken, de zeer rijke particulieren, de verzeke-
ringrnaatschappijen en de spaarbanken en de gevers
van voorschot op effecten behoorden tot dezelfde categorieën en waren nog minder talrijk. Vandaar
dat bij plotseling onweer de cali-markt te New York
direct van streek was. Het welbekende feit, dat
te’
Amsterdam bij een koers van 5 pOt. meestal en bij
6 pOt. te allen tijde, voldoend ruim aanbod van geld
voor prolongatie verschijnt, deed zich te New York
niet voor. Daar was geen geld te krijgen alvorens de
crisis voorbij was.
Nu ‘komt de oorlog en daarmee de onverzadelijke
vraag der regeering naar geld. Fluks wordt het ge-
heele Amerikaansche volk geleerd wat effecten zijn
en waarom het bezit zoo wenschelijk is en gul, patrio-
tich en enthusiast als de Amerikanen zijn, teekenen
zij voor milliarden dollars, ook degenen, die bovenal
met groote inschrijvingen geuren willen en zij die
vergeten, dat straks hun contanten als werkkapitaal
zullen noodig zijn. Spoedig na de emissies ziet men
dientengevolge een groot aanbod en om dat te ver-
minderen, wordt, als hiervoor gezegd, beleening bij
de circulatiebanken opengesteld.

Doch de groote regeeringsuitgiften hebben nog
andere gevolgen. Zij absorbeeren alle voor belegging
beschikbaar kapitaal, nieuwe particuliere uitgiften
hebben dus geen kans en om niet achter te blijven bij
de door de regeering uitgeoefende dwang tot inschrij-
ven, worden groote posten spoorweg- en industrieele
obligatiën, gedeeltelijk pas van Europa overgenomen,
op de markt geworpen en dalen 10-20 pOt. Schrik,
verwarring en critiek vindt men alom en tot de regee-
ring wendt men zich voor redding. Allereerst de
industrieën, die de groote oorlogsorders van de
regeering gaarne willen uitvoeren, doch niet weten
hoe zoovel de plotseling zwaar toegenomen belastin-
gen te betalen en de verhoogde dividenden uit te
keeren als tegelijk, reuzensommen voor nieuwe ge-
bouwen en machines betaald moeten worden. Verder
de spaarbanken, weiker reserves steeds te klein waren,
omdat te hooge rente vergoed werd (± 4 %), die bij
de huidige koersen hun effecten alleen met groot ver-
lies kunnen verkoopen en welker inbreng beduidend
vermindert. Ten leste de brand- en levensverzekering-
maatschappijen die ten slotte evenals de spaar- en
andere banken, gemachtigd worden om hun effecten-
belangen tot hoogor prijs dan de lage beurskoersen
op de balans te brengen.
Zoo komt uit alle richtingen aandrang tot de
regeering en liet resultaat harer overwegingen is de
War Finance C’orporation. Feitelijk om dezelfde
reden als in Duitschiand de Darleheuskasse ontstaat,
n.l. om solied onderpand voor beleening geschikt te
maken en beleeningsgeld te creëeren, komt hier deze
Oorporation tot stand (al zijn natuurlijk vele verschil-

len op te merken), terwijl men in de andere landen
daarvoor geen noodzaak vindt, aangezien de bestaande
gelegenheden voldoende zijn.

Voor haar besluit had de regeering van Wilson nog
deze reden. Zij heeft onlangs het vrije emitteeren stop
ge’et en alle uitgiften boven $ 100.000 gaan thans
ter keuring naar een regeeringscommissie, welke over-
weegt of de emissie al of niet ,,is compatible with
the int€rest of the U. S.” De regeering gaat n.l. uit
van de volgende juiste redeneering. Er is slechts een
beperkt aantal arbeiders in de V. S. en dit aantal
wordt door de legeruitbreiding steeds kleiner en te
klein voor het handhaven van luxe-industrieën. Uit-
breiding van industrie, wat beteekent het over.bregen
van arbeiders van een industrie naar een andere, mag
dus alleen plaats vinden, als het belang van het land
het eischt. ‘ En wat hier van de arbeiders gezegd is,
geldt ook voor de meeste grondstoffen. Maar zich op dit standpunt plaatsende, moet de regeering ook over de middelen beschikken om die gewenschte uitbrei-
dingen mogelijk te maken, ook indien een publieke
emissie om andere reden onmogelijk is.

Wat nu is de inhoud der wet? De Corporation
wordt opgericht met een kapitaal van maximaal
$ 500.000.000 te storten door de regeering. Zij
mag obligatiën uitgeven tot een maximum van
$ 3.000.000.000 met êen looptijd van een tot vijf jaar,
welke echter geen garantie der regeering dragen. Zes
baanden na einde van den oorlog zal zij in liquidatie
treden. Het bestuur wordt gevormd door den Minister
kan Financiën en vier directeuren.

l)e werkkring wordt omschreven in artikel 7, 8 en 9.
Het eerste behandelt de voorschotten, te verleeneiz
aan banken tot een bedrag van 75 pOt. van de voor-
schotten. die zij’ op hun beurt verleend hebben aan
oorlogsindustrieën of van de bedragen aan effecten,
door hen van deze industrieën sedert 6 April 1917
gekocht. Dit voorschot kan tot 100 pOt. stijgen, indien
3 pOt. zekerheid van anderen aard aan het onder-
pand wordt toegevoegd, welk onderpaiad moet bestaan
uit alle zekerheid, welke de industrie aan de bank ter
iand stelde. Van rente op deze voorschotten wordt niets gezegd. De maximum duur bedraagt vijf jaar.
Volgens artikel 8 kunnen spaarbanken, benevens
,building and ban associations” met voorschotten
eholpen worden voor maximaal een jaar, indien deze
voorschotten zijn ,,necessary or contributory to the
prosecution of the war or important in the pnblic
interest” en vergezeld worden van 133 pOt. onder-
pand. De rente zal minstens 1 pOt. boven bank-
disconto bedragen.

Artikel 9 zegt ton slotte, dat in exceptioneele ge-
vallen, d.i. indien zij bij banken en geldschieters niet
,,upon reasonable terms” terecht kunnen, de oorlogs-
rindustrieën direct bij de Oorporation mogen aanklop-len. De rente is geregeld als in artikel 8, op het onder-
pand behoeft echter slechts 25 pOt. surplus gegeven
.te worden, terwijl de leening niet grooter mag ,zijn
dan van het totaal van obligatie- en aandeelen-
kapitaal van den dehiteur. Het maximum bedraagt
hier wederom. vijf jaar.

Artikel 10 stelt het maximum van ieder voorschot
der Oorporation vast op 10 pOt. van haar uitgegeven
kapitaal.

Artikel 11 machtigt de Oorporation tot het handel
drijven in Amerikaansehe ‘,,Kriegsanleihen”. Het
blijkt niet of zij moet helpen om de markt daarin te
steunen.

Artikel 12 geeft haar het recht haar obligatiën aan
iedereen ,,publicly or privately” te verkoopen.
Ook kunnen obligatiën in vreemde munt uitgegeven
worden, n.l. zoowel in vreemde munt alleen, als in
vreemde munt en tevens in dollars luidende. Deze
bepaling is het uitvloeisel van het disagio, waaronder
de dollar, mede tengevolge van zijn mariage de raison
met het pond sterling, gebukt gaat. De amerikaansche
importeurs lijden dientengevolge groote verliezen,

492

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

moeten hun prijsen sterk verhoogen en hopen nu hun
buitenlaridsche verkoopers tot het accepteeren dezer
bouds te kunnen bewegen. Wie per saldo het verlies
zal lijden, indien rente enfof hoofdsom betaald moeten
worden ten tijde dat het disagio nog voortduurt, is
nog niet uitgemaakt, maar zeker zullen importeurs
hun best doen, dat tekort op de Oorporation te schui-
ven. In verband hiermede is voor de buitenlandsche
‘erkoopers – o.a. onze indische producenten – arti-
kel 16 van belang, dat een beschrijving van de belas-
tingen geeft, waaraan de bonds onderworpen zijn.

Artikel 13 regelt het onderbrengen van de bonds
der Corporation bij de Federal Reserve Banks. Deze
mogen alleen in disconto nemen een promesse van de
bij haar aangesloten banken, waaraan de bonds der Oorporation als zekerheid gehecht zijn. Bovendien
bedraagt de lente 1 pOt. boven het handeisdisconto en
door dezè maatregelen hoopt men het disconteeren
binnen de perken te houden.

Artikel 19 eischt dc indiening van kwartaals-

rapporten aan beide Parlementshuizen.

Ten slotte de vraag, wat ‘zullen de gevolgen zijn.
Een algemeen antwoord is daarop gemakkelijk te
geven met do woorden: ,,Dat zal van het beheer af-
hangen.” Indien de Oorporation zich passief houdt,
d.w.r. geen aanvragen uitlokt, doch ze afwacht, de
beperkingen, in de wet neergelegd, streng toepast en hare negatieve beslissingen met opgave van redenen
publiceert, dan zullen banken en industrie niet alleen spoedig weten welke politiek het bestuur volgt, maar
ook overtuigd worden, dat zonder bijzonder steekhou-
dende gronden geen geld te krijgen is.

Doch beseffcnde hoe groot Amerika is, hoe moeilijk
het valt iedere aanvrage uit dat wijde gebied streng
t’s beoordeelen, hoe goedJiartig eii insc.hikkelijk de
Amerikaan graag is, speciaal waar hij over eens anders
geld te beschikken heeft, hoc de politieke actie van
i)arlernerltsleden aangewend en hoe iedere aanvrage
met de patriotische bazuin ingezet zal worden, dan
begrijpt men, dat terecht hier en daar vrees gekoesterd
wordt, dat een te groote uitbreiding het gevolg van de
pas geschapen faciliteit zal zijn. Want al is het niet
voor tegenspraak vatbaar dat de borlog dringend
eischt, dat de gelegenheid tot beleening van effecten
toeneme, zoo is het aantal ondernemingen, dat zich
tot ,,00r]ogsindustrieën” rekent, z66 groot, dat een
stortvloed van aanvragen verwacht mag worden. Voos
de scheepswerven en spoorwegmaatschappijen is bij afzonderlijke wetten gezorgd, doch ook de fabrieken
van ijzer, staal, ammunitie, lederwerk, wapenen, klee-
ding, enz. de houtaankappen, de fabrieken van elec-
trisch licht en kracht, de mijnen, de gas- en petroleum-
bronnen enz. enz. dragen thans hun deel bij, of goloo.
ven hot in ieder geval, ,,to make this world safe for
detaocraey” en hebben dus recht op de middelen, noo-
dig om hun rol te spelen. En liefst een zoo groot
mogelijke rol.

Een andere aan de hand gedane oplossing was, dat
de Regeering zelf eti direct de noodige bedragen ter
leen
‘zOu
geven. Daartoe is het echter niet gekomen,
waarschijnlijk omdat men de toch reeds hooge bedra-
gen der Liberty Loans sparen wil en wijl men hoopt
op deze wijze in de obligatie der Oorporation een
belegging te creëeren, die zelfs ,,the mest timid
iliveStor” zal aantrekken.

Indieu alle plus minus 26.000 banken der V. S
bij de Federal Reserve Banks waren aangesloten en
indien zij allen hun credieten zooveel mogelijk in
acceptvörm gegoten hadden, zoodat het papier bij de
Reserve Bnks disconteerbaar was, indien verder do
Itegeering de Sherman-wet niet op de spits gedreven
had, zoodat de handels- en industrieele lichamen zich
vrijelijk haddôn kunnen combineeren en financieel
sterk maken
en
indien tOn slotte de enghartigo poli-tielt der Interstate Commerôe Oommission een tegen
ovorgôstelde geweest ware, modat de Spoorwegen zich
hadden kufihoti uitbreiden en tot blöei waren
gekô-

men, ja, dan zou misschien nu plotseling niet zee
geweldig veel kapitaal voor hoognoodige uitbreiding

vereischt zijn.
Dat die groote uitbreiding later slechte gevolgen
‘zal hebben, is even zeker als dat zulks voor Euro-
peesche landen geldt; of de V. S. (fientengevolge een
zware crisis zullen doormaken als later de consumptie
tot het normale peil en daaronder terugloopt, zal niet
het minst afhangen van het beleid van het bestuur

der Corporation.

i. D.
B.

SAMENVOEGING DER ELECTRICITEITS

VOORZIENING.

H.

Na de inleiding in het vorig nummer, gaan wij bij
onze beschouwing van de wenschelijkste organisatie der

eleetriciteitsvoorziening in Nederland nu voort met
de behandeling der reeds genoemde vraag: zuiver
overheidsbedrijf, dan wel naamlooze vennootschap
met de meerderheid der aancieelen in het bezit der

overheid.
Over den gemengd openbaren en privaatrechter-

lijken bestuursvorm kan men kort
zijn.
Deze vorm zal
hiêr te lande niet eens bij het Nederlandsch hoogoven-
bedrijf, staalfabriek en -pletterij worden toegepast.
De Staat krijgt daarbij niet meer aandeelen dan noo-
dig is om een vinger in de pap te hebben. Uit vrijen
wil wordt het gemengd bedrijf nimmer gekozen. Toen
het wetsvoorstel omtrent de verleening der Djambi-
concessie aan de Kon. Ned. Petroleum Mij, tegen
de klip der Staatsexploitatie schipbreuk leed, scheen
het gemengd bedrijf een Bre,st-Litvsk, waar de voor-
standers van particulier en staatsbedrijf met elkander
moesten samenkomen.
In Duitsohland is deze bedrijfsvorm vrij alge-
meen,
1)
evenwel blijkt ze, wanneer men het nagaat,
ook daar alleen dan te ‘zijn gekozen, wanneer de twee
partijen niet op andere wijze tot overeenstemming
wisten te komen. In den regel was de particuliere
electriciteitsmaatschappij des te eerder tot dezen vorm
van samenwerking bereid, omdat ze daarbij vaak een
voorkeur hij levering van electrische machines kon
bedingen, hetgeen feitelijk voor haar de hoofdzaak is. Men behoeft geen prefeet te zijn om te voorspellen,
dat, al is de gemengde bedrijfsvorm bij ons een mode-
gril. de strijderz daarvoor hun kruit vergeefs ver-
schieten.
Blijft dus de strijd tusschen de naamlooze vennoot-
schap met de overheid in het bezit der aandeelen of het ‘zuivere overheidsbedrijf. De provincies Noord-
Brabant, Limburg, Gelderland, Utrecht spraken zich
uit voor den eersten vorm. Groningen, Friesland,
Noord-Holland, Zeeland, alsmede al onze groots
Gêmeenten gaven aan het zuivere overheidsbedrijf de
voorkeur.

Adviseur, directeur en commissarissen zijn in den regel voor den privaatrechterljken bestuursvorm. Al blijkt bij vele gemeentelijke gas- en electriciteitsbe-
drijven wel dat het anders kan, zoo liggen bij de
kleine Gemeenten de voorbeelden van kleingeestig,
onzaakkundig en bedilziek meebesturen der volksaf-
gevaardigden t66 voor het grijpen, dat terecht bij
velen een nfker tegen den publiekrechterlijken be-
stuursvorm ontstotid. flierinede is geenszins bewezen,
dat het overheidsbedrijf niet zoo kan worden inge-
richt, dat de politiek er ‘iooveel mogelijk uit geweerd
wordt, den directeur, zoolang hij goed is, de Vrije hand
gelaten wordt, zoodat
ifi
voortvarend en zakelijk be-
stuur zijn werkkraht en talenten zich ten volle kun-
nen ontplooien.
De waarborg van beschikkingsvrijheid is in den
privaatrechterlijken bestuursvorm niet te zoeken. Wie
kent niet de naamlooe vennootschappen, waar de
commissie van dagêljksch toasicht of een gedelegeerd
commissaris
de
lakens
uitdeelt
en den directeur tot

) PsSow. Die gemiseht privzten tind öffnt1ichêu Unter-
nehffiungea aif
dêm
Gebiête d6f Elektrizitlttssfersorgusg.
1912.

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

493

een ondergeschikt ambtenaar verlaagt? Dat de naam-
boze vennootschap voor het overheidsbedrijf onge-
schikt
is,
blijkt uit de wet zelve. In artikel .54 schrijft het wetboek van koophandel voor, dat geen der ven-
nooten meer dan zes stemmen voor zich zelven zal
mogen uitbrengen. Dat v66r een aandeelhoudersver-
gadering de provincie hare aandeelen
tijdelijk
ver-
vreemdt en striomannen opdraagt voor haar te stem-
men, kan niet andes dan als een wetsoutduiking
worden aangemerkt, die bij een openbaar college een
zeer bedenkelijke zijde heeft, omdat niet steeds met
zekerheid kan worden vastgesteld of de stroolieden
wel zonder schulden zijn en de kans op beslagneming
hunnei aandeelen dus is buitengesloten, in elk geval
mogen de gelden der gemeenschap ook niet tijdelijk
worden
ervreemd

In nog zonderlinger licht treedt deze bestuursvorm
wanneer, zooals is voorgekomen, van commissarissen
de schriftelijke verklaring werd verlangd, dat zij zou-
den stemmen, zooals Gedeputeerde Staten zullen
voorscbri.jv en. I)e rechtsgeleerde raadsman der pro-
vincie, die dit had uitgevonden, heeft wel bewezen,
dat de vorm der naamlooze vennootschap voor het
bestuur van openbare ondernemingen toch wel te
rekbaar is. Dacht hij wel aan de artikelen 1371 en
1373 B.W.?

Terocht wordt in vele kringen de herziening van
de wet, die aan de aandeelhouders zoo weinig waar-borgen geeft, urgent geacht. Verwacht mag worden,
dat wanneer die herziening tot stand komt, deze be-
stuursvorm voor overheidsbedrijven geheel onbruik-
baar wordt en moet verdwijnen.

Maar ook thans is het behoorljker de beoogde zelf-
standigheid door passende middelen te bereiken. Men
dient zich aan te sluiten bij de opvattingen van Gede-
puteerde Staten van Noord-Holland, die bij de oprich-
ting van hun clectriciteitsbedrijf, tegen hun adviseurs
in, den publiekrechterlijken bestuursvorm aanbevalen met de woorden:

,,Als
juist beginsel rneenen Ged. Staten ook thans nog
voorop te mogen stellen, dat de overheid, die als zoodanig
wil
optreden, daartoe overheidsmiddelen dient te hezigcn en
alleen indien daartegen zeer overwegende, onomstootelijk
vaststaande bezwaren bestaan, een vorm moet kiezen, die
niet voor haar, maar slechts voor particulieren in het leven
is geroepen.”

Beter dan do N.V. ware voor de intercommunale,
aanstonds voor de interprovinciale electriciteitsvoor-
zien ing, de coöperatieve ondernemingsvorm geschikt.
Artikel 2 van de wet’van 1876 past volkomen op het
gezamenlijk exploiteeren van een electriciteitsbedrijf,
dat aan de deelnemende gemeenten stroom toevoert.
Bestuurshandelingen en contrôle zijn voldoende open-
baar, waar de bemoeiing der gemeenteraadsleden zich
beperkt tot het aanwijzen van een vertegenwoordiger
der Gemeente in het bestuur, zal invloed van de kie-
zers op den dagelijksehen gang van zaken zijn buiten-
gesloten en wordt aan den directeur voldoende zelf-
standighei d gelaten.

Wordt eindelijk het ontwerp tot wijziging van art.
121 en 122 der Gemeentewet,
1)
tot wet verheven, dan is een nieuwe bedrijfsvorm geschapen, die voor inter-
communale eleetriciteitsbedrjven bij uitstek passend
is. In de Memorie van Toelichting ziet men onzen
minister-filosoof op zijn best, waar hij schrijft:

,,De naamlooze vennootschap, cle vorm; thans gekozen voor
de organisatie der intercommunale bedrijven, is niet alleen
niet in staat eene behoorlijke behartiging van het publiek
belang te waarborgen, maar zij bedreigt dc gezonde ont-
wikkeling van ons publiek leven.”
,,De naamlooze vennootschap, uit haren aard eene ver-
mogensassociatie, heeft geen ander doel dan de ‘ruchtbaar-
making van het kapitaal. De algemeene vergadering is eene
vertegenwoordiging van het kapitaal eu de ‘besluiten van
het bestuur tea aanzien van het bedrijf vinden alleen recht-
vaardiging in commercieele motieven. ])e- naamlooze ven-

1)
Ontwerp van Wet, ingediend
1
Maart
1915.
Bijlagen
Staatscouraôt
315.

nootschap ontbeert regeeringsbevoegdheid en verdraagt zich
niet met publieke contrôle van bestuursdaden.”

,,Eene gezonde ontwikkeling van ons publiek recht eischt
daarom niet alleen dat de weg naar publiekiechterlijke rege-
ling woide geopend maar dat, waar duurzaam bestuur noodig
is en de belangen niet slechts van de betrokken gemeenten als zoodanig, maar ook de belangen der ingezetenen recht-
streeks bij de regeling betrokken zijn, de weg der naamlooze
vennootschap worde gesloten.”

Doch feitelijk is voor een goeden gang van’ zaken
de reehtsvorm bijzaak. De waarborgen tegen one-
wenscht meebesturen door onverantwoordelijke poli-
tieke partijleiders, moet men leggen in de instructie
voor den directeur en de regeling van het toezicht.
Voor den bloei en de uitkomsten van het bedrijf zijn
de bekwaamheid, werkkracht en karaktereigenschap-
pen van den directeur beslissend.

De electriciteitsvoorziening van Nederland is aan
al deze bestuursvormen reeds ontgroeid. Hunne be-
sprekiug’had slechts plaats om de slotsom, die straks
komt, des te scherper te kunnen trekken. De groote
‘strijd waarom het gaat, is of de electniciteitsvoorzis-
ninig centraal door het staatsgezag geregeld moet wor-
den,• of dat, zooals de regeeringsadviseura en de
centrale-directeuren voorstaan, de vereeniging van
centrale-directeuren het aangewezen lichaam is om
het vraagstuk der electriciteitsvorziening tot oplos-
sing te brengeu.

Zoowel door de Maatschappij van Nijverheid
als door de afdeeling voor electrotechniek van het
Koninklijk Instituut van Ingenieurs, is er bij de
Eegeering op aangedrongen, dat een Electriciteits-

raad worde ingesteld, een onafhankelijk college van
hoogstaande persoonlijkheden, dat aan de Regeering
advies kan geven omtrent het voor de algemeene wel-
vaart zon hoogst belangrijke probleem. Waar in het

wetsontwerp tot voorbereiding van de overneming
der spoorwegen de instelling van een Spoorwegraad
wordt aangewezen en waar omtrent werking en instruc-
tie van den Mijuraad reeds over gunstige ervaring
wordt beschikt, is het verwonderlijk en wekt het
outstemrning, dat voor deze gelijksoortige, doch voor
de toekomst zoo veel belangrijker taak van overheids-
zorg tot heden een tsvoostel’ tot instelling van een
Electriciteitsraad achterwege bleef. De bedoelde
moties heeft de Regeering op te vatten als uitingen tot algemeene afkeuring van haar beleid op het ge-
bied der electniciteitsvoorziening.

Vooi de electriciteitsvoorziening van ons land, een
technisch vraagstuk van meer belang dan de droog-
making van de Zuiderzee of de kanalisatie van de
Maas, is in de allereerste plaats van gewicht hoe de
‘brandstofvraag moet worden opgelost. Bij deze alles-
overwegende moeilijkheid zou, als het noodg was,
voor inbezitneming der particuliere mijnen en in ont-
ginning brengen van de Peelvelden niet mogen won-
den teruggedeinsd.

Afhankelijk als zij zijn van het buitenland voor
hunnen steenkoolaanvoer, zullen de bestaande ge-
meentelijke en provinciale centralen bij de electrici-
teitsopwekking een ondergeschikte rol gaan spelèn.
Bovendien zijn zij bij den tegenwoordigen stand der
techniek niet langer op hun plaats. Alom in het
buitenland en ook bij ons, breekt het inzicht baan,
dat de electrische stroom in hoofdzaak daar moet
worden opgewekt, waar hij, zooals bij mijnbednijven,
hoogovens, chemische fabrieken tegen lagen prijs als
bijproduct verkregen wordt. Waar waterkracht be-
schikbaar is, ligt het voor de hand, dat niet het water,
doch de electrische energie wordt overgebracht. In
Duitschland zal terecht over eenige jaren in de elec-
triciteitsbeboefte voor’ een zeer groöt deel door
Staatseentrales, in de bruinkoolvelden opgericht,
worden voorzien, doch ook overigens blijkt algemeen,
dat bij de groote hoeveelheden ‘stroom; welke in de

494

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5
Juni 1918

toekomst zullen worden verbruikt, de spoorwegnetten
niet met het vervoer der voor de opwekking ver-
eischte brandstof moeten worden belast.

Door de Vereeniging van Centrale-directeuren,
aan wiê de Regeering de zaak overliet, is
niet

de directie der Staatsmijnen,
wel
de Generale

Staf, die allicht bezwaren maakt, omtrent het vraag-
stuk der stroomlevering van uit Zuid-Limburg geraad-
pleegd. Op de beteekenis van het Nederlandsch mijn-gebied voor de electriciteitsvoorziening van ons land,
die wellicht onvoldoende wordt erkend, zij daarom
openlijk gewezen.

De betrekkelijk lage prijs, waartegen de stroom door
de centrales thans geleverd wordt, is uitsluitend te
danken aan de omstandigheid, dat de Nederlandsche
mijnen de steenkool afgeven tegen een prijs, die het
vierde deel bedraagt van wat voor buitenlandsche
kolen wordt betaald.

De groote hoeveelheden minderwaardige brandstof,
kolenslik, koolsteen en wasscherijsteenen zullen doel-
matig in generatoren kunnen worden vergast. Door
den bouw van cokesovens, in een deelwaarvan voor eenige weken het vuur is aangelegd, is met de ratio-
neele verwerking van steenkool door de Staatsmijnen
een besheiden sLap in de goede richting gedaan
De cokesovengassen worden aan de electriciteitsop-
wekking dienstbaar gemaakt.

Naar schatting zullen in het mijugebied alleen uit
de minderwaardige of onvervoerbare brandstoffen,
zooals kolenslik, cokesovengassen, koolsteen en bruin-
kool, pei jaar ongeveer 2
1
)0.000.000 K.W.U. meer kun-
nen worden opgewekt dan de mijnen voor eigen ge-
bruik jioodig hebben. Door het verstoken van goede
steenkool of hèt vergasscn in generatoren kan deze
hoeveelheid vrijwel onbegrensd worden opgevoerd.

I)e economische beteekenis van onafhankelijkheid
van het buitenland in de c-ieétriciteitsvoorziening kan
niet scherp genoeg, in het licht worden gesteld. Niet
alleen worden daardoor jaarlijks een hond.erd millioen
gulden voor het land behouden, doch al dat geld
wordt in binnenlandsche circulatie gebracht en komt
aan bouwbedrijven, fabrieksiljvereid en handel ge-
heel ten goede.
Voor de Limburgsche
mijnen
beteekent deelneming
aan de eleetriciteitsvoorziening van Nederland een
afzetgebied voor de minderwaardige of onvervoerbare
brandstoffen. In normale tijden is de winstmarge op
den kolenverkoop zoo gering, dat niets kan worden
gemist, wat de inkomsten verhoogt. En mocht do dec-
triciteitslevering zoo’n vlucht nemen, dat door de
mijnen werkelijk winst zou worden gemaakt, dan be-
denke men, dat tegen dien tijd de Staatsmijnen’ verre-
weg het meeste daarvan opstrjken en dat in deze on-
derneming de Staat zelve de eenige aandeelhouder is.

Wat thans te doen staat komt voorloopig daarop
neer, dat enkele bovengrondsche hoogspanningsleidin-
gen worden aangelegd ter koppeling van de belang-
rijkste centra van electriciteitsopwekking en -ver-
bruik en dat er een lichaam in het leven geroepen
wordt om het gebruik dier leidingen te regelen, een
lichaam, dat de macht moet hebben den stroom daar
te koopen, waar zulks in het algemeen belang voor.
deelig is en toe te voeren naar de centra waar be-
hoefte aan stïoom bestaat en van waaruit de stroom
verder wordt verdeeld. De centrale-directeuren zeg-
gen terecht in hun rapport, dat dit hoogspannings-
net met wijde mazen en de daarop werkende stations
onder één beheer moeten staan. Het algemeen belang
vereischt, dat èn liet beheer, èn, de aanleg dezer wer:
ken van de electrieiteitsmaatschappijen en -bedrijven
naar den Staat worden overgebracht.

De tijd is rijp om tot de oprichting van een Staats-
electriciteitsbedrijf voor den aanleg en het beheer der
intra-provinciale ultra-hoogspanningsleidingen over te gaan. Het is ook niet meer noodig nog een Staats-
commissie de zaak te laten onderzoeken. Immers de
bij uitstek bevoegde Staatscommissie in 1911 door
Minister Talma geïnstalleerd, bracht in 1914 haar
rapport uit, waarin als hoofdconclusie hetzelfde werd
voorgesteld: ,,Het Rijk beginne met den aanleg van
de lijn Heerlen-Helmond”.

Tegen de uitoefening van dit bedrijf van staats-
wege kunnen geen ernstige bedenkingen worden aan-
gevoerd. Waar groote bezuiniging in de kosten van
opwekking en de verdeeling van de electrische energie
te verwachten zijn door ingrijpen van het centraal
gezag, mag deze openbare zaak niet langer aan plaat-
selijke besturen worden overgelaten. Het is er mede
als met aanleg en onderhoud van verkeerswegen, be-
tonnings- en bebakeningsdienst, posterijen en tele-
grafie, welke thans nagenoeg overal van staatswege
worden ingericht en beheerd.

Wanneer eenmaal ook hier te lande bij de Staats-
bedrijven dergelijke hervormingen zullen zijn aange-
bracht als H. J. E. Wenckebach aan de Regeering
aanheveelt voor de Gouvernementsbedrijven in Neder-
landsch-Indiö en wanneer ook bij ons eindelijk, voor

zooverre noodig, de verbeteringen worden aange-
bracht, waartoe in Pruisen de enquête naai den gang
van zaken bij de Pruisische Staatsmijnen leidde, dan zullen ernstige bezwaren, die thans nog tegen staats-
bedrijven kunnen worden aangevoerd, zijn wegge-
ruimd. Hen, die uit tegenzin voor elk staatsbedrijf de
zaak zou willen tegenhouden zij ter lezing aanbevolen
het artikel in ,,De Economist” van Maart 1901 door
J. L. Oluysenaar geschreven, dien niemand voor een
onbezonnen voorstander van staatsexploitatie zal hou-
den, welk artikel bij gelegenheid van de indiening
van het wetsontwerp betreffende de exploitatie van
staatswege van steenkolenmijnen in Limburg ver-
scheert en dat reeds helder aangaf in welke fouten de
overheid bij de inrichting van een staatsbedrijf niet
mag vervallen.
Ten slotte een woord ter opwekking om met de uit-
voering der werken niet te talmen. Wanneer de kapi-
talen- en menschenverslindende oorlog voorbij zal
zijn, komt ook voor Nederland na een korten opbloei
een geweldige inzinking van handel en industrie.
Hoe meer kapitaal in den tijd van welvaart in pro-
ductieve werken zal zijn vastgelegd, des te beter zal zich de zich ontwikkelende Nederlandsche industrie door de moeilijke tijden heenslaan. Nu het wel vast-
staat, dat steenkolen schaarsch en duur zullen blij-
ven en in Duitschland, Engeland en Frankrijk de
electriciteitsvooriening uitstekend zal worden inge-
richt, wordt ook hier eene goede electriciteitsvoor-
ziening een levensfactor voor ons volksbestaan.
Immers ook Nederland is snel op weg een industrie-
land te gaan worden.

Thans is het de tijd de zaak ter hand te nemen.
Juist in de laatste jaren véér den oorlog was een der
grootste schreden tot de ontwikkeling der electro-
techniek gedaan. De bedrjfszekere ultra-hoogspan-
ningsleidingen waren geschapen. Alleen aan het te-kort aan matei-jalen en arbeiders is toe te schrijven,
dat in Europa niet, zooals in Amerika, de aanleg van
dergelijke leidingen snel plaats vindt.

Mogen de kosten een bezwaar zijn? De vraag te
stellen staat gelijk met de beteekenis van spoorwegen,
telegraafnet, havens, voor de algemeene welvaart te
ontkennen. Vreest men verhooging der belastingen,
dan zij geantwoord: belastinggelden voor blijvende
werken, goed besteed, maken een land rijk.

Door oorlogswinst of oorlogszorgen worden alle
lagen van ons volk verslapt. Alleen dq krachtsinspan-
ning, noodig voor de uitvoering van groote werken
op technisch gebied, zal genezing kunnen brengen
en de grondslagen kunnen leggen, waarop het geeste-
lijk en stoffelijk welzijn van de na ons komende ge-
slachten zal worden opgebouwd.
F. VAN ITERSON.

Heerlen, 1 April 1918

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

495

GOUDPRODUCTIE IN 1917.

Evenals verleden jaar – 2 Mei 1917, blz. 326 –
geven wij ook thans enkele nadere cijfers omtrent de
goudproductie in het afgeloopen jaar, voor zoover die
op het oogenblik ter beschikking zijn. De nog steeds
toenemende beteekenis, die terecht aan de verschil-
lende met het goud samenhangende vraagstukken wordt gehecht, doet ons ook thans uitvoeriger zijn
dan anders wellicht het geval zou zijn geweest.
Voor nadere bijzonderhedeh wat vroegere jaren
betreft zij intusschen naar het artikel van verleden
jaar verwezen.

Hieronder volgt in de eerste plaats in cijfers de
productie sedert 1851, in’ onderstaand diagram in
beeld gebracht.

£

£

£
1851.. 17.200.000

1874.. 22.950.000

1897.. 48.509 000
1852..’ 36.550.000

1875.. 22.700.000

‘1898. . 58.949.000
1853.. 31.090.000

1876.. 22.540.000

1899.. 63.027.000
1854.. 25490 000

1877.. 23.830.000

1900.. 52.312.000
1855.. 27.015.000

1878.. 22.020 000

1901.. 53.630.000
1856.. 29.520.000

1879.. 21.400.000

1902.. 60.975.000 1857.. 26.655.000

1880.. 22.130.000

1903.. 67.337.000 1858.. 24.930.000

1881.. 21.150.000

.1904.. 71.380.000
1859.. 24.970 000

1882.. 20.500.000

1905.. 78.143.000 1860.. 23.850.000

1883. . 20.640 000

1906.. 82.707.000 1861.. 22.760.000

1884.. 20.830.000

1907.. 84.857.000 1882.. 21.550.000

1885.. 21.250.000

1908.. 90.995 000
1863.. 21.390.000

1886.. 21.430.000

1909.. 93.302 000
1864.. 22.600.000

1887.. 21.735.000

1910.. 93.544.000 1865.. 24.040 000

1888.. 22.644.000

1911. . 94.930.000
1866.. 24.220000

1889.. 25375.000

1912.. 95.783.000
1867.. 22.805.000

1890.. 24.421.000

1913.. 94.494.000 1868.. 21.945.000

1891.. 26846000

1914.. 90.208 000
1869.. 21245000

1892.. 30.134.000

1915.. 96.525.000 1870.. 21.370.000

1893.. 32.363 000

1916.. 94.563.000 1871.. 25.400.000

1894.. 37.229.000

1917.. 88.000.000 1872.. 24.200.000

1895.. 40.843.000 1873.. 23.600.000

1896.. 41.559.000

Uit deze cijfers blijkt reeds, dat de totale productie
voor 1917 op niet minder dan £ 6,5 millioen lager
gesteld wordt dan in 1916, dat op zich zelf reeds £ 2
millioen bij 1915 achterbleef. De productie is hier-
mede weder gedaald tot een cijfer beneden £ 90 mii-
lioen, de grens, die men in 1908 definitief overschre-
den waande.

De Statist, aan wie bovenstaande cijfers ontleend

zijn, geeft voor de laatste vier jaren de volgende
specificatie:

1917
1916
1915 1914
£

£
£
.

£
Transvaal
.
38.323.921 39.485.000 38.627.500 35.588 000
Rhodesia

.
3.495.353
3.895.000 3.813.000 3.580.000
W.-Afrika.
1.529.970 1.615.000
1.706.500 1.727.000

Tot Afrika 43.349244
44.995.000 44.147.000 40.895.000

W.-Aust.ral.
4.121.700
1
)
4.508.500 5.140.000
5.237.300
Queensland
774.8001)
914.000 1.061.000 1.059.700
Vietoria

.
869.400
1
)
1.080.000 1.398.000
1.755.200
N.Z.-Wales
361.400
1
)
.
459.000 563.000
528.900
Z.-Australië
21.200
1
).
35.500 30.000 36.300
N. Zeeland’
1.189.200
1
)
1.199.000 1.694.000 895.400
Tasmania
.
637001)
112.000 78.000
111.500

Tot.Austral.
7.401.400
1
)
8.308.000 9.964.000 9.624.300

Indië . . 2.213.800

2.295.000

2.366.000

2.340.000
Canada. . 3.174.586

3.952.500

3.900.000

3.230.000

Tot.Br.Rijk 56.139.030 59.550.500 60.377.000 56.089.300
Ver. Staten 17.344.100 19.012.500 20.300.000 19.500.000
Mexico . . 2.500.00.0
1
)
2.500.0002) 1.348.0002) 984.0002)
Rusland . 4.000.0002)
5.500.0001)
6.000.0002) 5.873.0002)
And. hfnden 8.000.0002) 8.000.0002) 8.500.000
1
) 7.762.000
1
)

Totaal . . 87.983.130 94.563.000 96.525.000 90.208.300
1)
Voorloopige schattingen van het inijndepartement in
New South Wales.
‘) Schattingen, wat 1914 en 1915 betreft, in. hoofdzaak alkomstig van den Amerikaanschen Director of the Mint,
voor de latere jaren van de Statist zelf.

Uit deze cijfers
blijkt
in de eerste plaats, dat de
Zuid-Afrikaansche productie, die in 1916 haar
record behaalde, thans ruim £ 1,5 millioen achteruit
is gegaan. Australië toont eveneens een vermindering
van £ 900.000, Canada van bijna £ 800.000, de Ver-
eenigde Staten van ruim £ 1,6 millioen en Rusland
een getaxeerde vermindering van £ 15 millioen. Voor
Mexico acht de Statist zich gerechtigd hetzelfde be-
naderingscijfer te nemen als ten vorigen jare. Sedert September 1916 is krachtens Regeeringsvoorschrift
de mijnbouw hervat en er is geen reden om aan te nemen, dat de resultaten in 1917 belangrijk achter
zouden
zijn
gebleven bij die van het voorafgaande
jaar. In de laatste jaren, aan de revolutie voorafgaand,
was de productie ongeveer het dubbele. De taxatie
van £ 8 millioen voor de overige landen is natuurlijk
voor een groot deel op vermoedens gebaseerd. De

DE WERELDPRODUCTIE
VA.N
GOUD ‘SDDRT 1851
..

; . .
. .
.
.

.

IIIIIUIUhIIlIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIflhIIIIIIIIIlliuIIIIIIIIIIUI,.
.
S

uuIlIIIIIuIIlIIIIulIuIIIIuIIIuuuIIIuIIIIlIIuIUIuhuIUuuII!IIIulI

. .
IIIliuulIuIIIIIIIuIIuuuIlIHuuuuIuIIuuuIflnHrIIuIIIflIrJIp1.

IIuhIIII•••I•IuuuIuIu••u•I•uuuu•uuuu••u•uluuu•!•uu•u•uuJJr4


IIIIlIlIIIIIIUhIUIIl
IIIIIIflhIlIIIIIIIIlI
lII
III
A4


IUIIIIIIIIIUIilhIIIII
IIIIIIIII1RUUIIIIUIII
III
:
iiI

IIIIIIIIIIIlIIIIIUIlflhIUhIIIIIUUIPilhIII
III
MWA

uuiiiiiiuuiiiuuuuuuuuiuuuiuiiiuiuiriuiiiu
.u•

UIIIIIIIIUUIUIUIIIUIIIIIIIIIUHIII1IIIIIII
iiiiø

uluuIuuuuIIIIuIuuuuI
uuIuIIuulIInhlpIIlIII
IuIIIIIIIuIIuIIIIuII
uiiiiiuuiuiiiiliiiii
•I4


IIIIIIIIIIIIIflhIIIIIIIIIIIIIII:

IlIuuUUHhlIIIIuIuIIIuIuuuuIulI:

uIIIIIIIHUi•’

1
11

Iiiiiuiiuiuuuiuiiuiuuiuiiiiii
111111111!
0
1
JJJJ

IAIUIlIlIIIIIIIIIIlIlIIIIIII

I
I
S


S

496

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

Statist-redactie motiveert haar door er op te wijzen,
dat zij als in 1916 gemeend heeft zich te moeten aan-
sluiten bij de taxatie voor 1915 van den Amerikaan-
schen Director of the Mint, daarbij in aanmerking
nemend, dat ook in de meeste kleinere productielan-
den, met name in Europa, de productie vermindering
zal hebben ondergaan, waar evenwel tegenover staat,
dat naar berichten, de productie in Columbia en

Japan toegenomen is. De oorzaken, die in alle voorname productielanden
tot vermindering hebben geleid, hangen nauw samen
met den oorlogstoestand. Toenemende schaarschte in
bruikbaar personeel, stijging van bonen en verdere
kosten; bezwaren bij het verkrijgen van de noodige
werktuigen en materialen hebben zich overal doeii
gevoelen. Daartegenover is door het feit, dat het goud
in vrijwel alle landen van beteekenis standaardmetaal
is, prijsstijging slechts mogelijk, wanneer in deze lap-
den definitief de band tusschen het- goud en het
eirculatiewezen verbroken is en de wisselkoersen zoo-
danige afwijkingen gaan vertoonen, dat liet goud als
betaalmiddel naar het buitenland een belangrijk op-
geld zou gaan doen. Plaatselijke verschijnselen, zoo-
als hier te lande, die voor een groot deel hun ver-klaring vinden in het feit, dat voorname afnemers
thans reeds bijna vier jaar van het internationale
verkeer zijn afgesloten, kunnen hierbij allerminst een
maatstaf vormen. Naar het schijnt zou de inperking
van de productie in de Transvaal nog veel grooter
afmetingen hebben aangenomen, wanneer niet juist
in deze jaren verschillende niemve mijnen op den Eastern Rand haar productie dermate hadden zien
uitzetten, dat thans reeds ongeveer
Y
o
van de geheebe

Transvaalsche ojybrengst van haar afkomstig is. Gaat
de zaak zoo voort, dan voorziet de Statist voor 191.8
een verdere daling, minstens gelijk aan die. van 1916,

op 1917.
Aangeteekend zij ten slotte dat, zooals bij vergelij-
king met de ten vorigen jam gegeven cijfers blijkt,
deze voor 1910 en volgende jaren niet onbelangrijke wijzigingen hebben ondergaan. Wat de oorlogsjaren
betreft is dit een gevolg hiervan, dat thans met ver-
schillende definitieve cijfers of op beter basis berus-
tende schattingen rekening kon worden gehouden.
Met name de cijfers voor Mexico moesten diensvol-
gens voor 1914 en 1915 belangrijke verlaging onder-gaan. Overigens zijn de getallen in overeenstemming
gebracht met die van den Amerikaanschen Director

of the Mint.

ORGANISATIES IN DE V. S., GEMOEID BIJ

DEN HANDEL MET HET BUITENLAND.

The World’s Markets heeft voor zijn nummer van
Maart j.l. een lijst samengesteld van de bureaux en
commissies, die, hetzij voor economische voorlichting
in het algemeen, hetzij in verband met de oorlogs-
omstandigheden, in de Unie bestaan en ten dienste
van in- en uitvoer wei-k verrichten. Wij laten de be-
langrijkste instituten hier de revue paseeren.
Allereerst moet genoemd worden van het D e p a r t-

m e n t o f 0 o m m e r c e het
Bureau of Foreigri. and

Domestic Conirnerce,
onder leiding van Burvell S.

Cutler. Dit is voor normale tijden de centrale voor
de verzameling en verspreiding van economische be-
richten ter voorlichting van den Amerikaanschert
handel- Zij verkrijgt haar materiaal vah de consu-
laire ambtenaren, die onder het hierna te noemen
Departmcnt of State ressorteeren en van de tot haar
behoorende Special Agents (handelsattaché’s). Het
orgaan zijn de dagelijks verschijnende Comrnercc
Reports met bijlagen; overigens zien speciale rappor-ten liet licht, ten deels van andere departementen uit-
gaande, waarvan te noemen zijn de belangrijke Special
Agents Series en de naast deze en de consulaire perio-
dieke rappoi-ten nog op zich zelf staande Miscellancons
Series. Het bureau heeft zijn informatiekantoren met
archieven, en wel niet uitsluitend op den gouvernemeji-
talen zetel Washington, maar ook in NewYorlc, Boston,

Chicago, St.Lujs, NewOrleans, San Francisco, Seattle,

Cleveland (Ohio), Cjncinnat (Obio), Los Angeles
(Cal.), Philadelphia (Pa.), Chattanooga (Teun.),

Portland (Ore) en Dayton (Ohio).
Het Department of State bevat het Offie
of the Foreigu Trade Adviser, chef de heer Marion
Leteher, dat de consulaire verslagen uitgeeft en voor dien dienst van dit departement adviseert in handels-

aangelegenheden. –
Een kind van den oorlog is dan de
War Trade

Board,
direct ressorteerende onder den President met
uitschakeling van eenig departement van algemeen
bestuur, gevestigd op 12 October 1917; aanvankelijk
bedoeld toezicht uit te oefenen op den in- en uitvoei van een beperkt aantal producten uit hoofde van den
,,Espionage Act” en’ den ,,Trading with the Enemy
Act”, werd de werkzaainheid van dit lichaam later verruimd tot den geheelen in- en uitvoer (16 Febr.
1918). De W. T. B. verricht zijn werkzaamheden door middel van 9 bureaux, alle te Washington, die belang

hebbenden vinden kunnen in het tijdschrift, dat
ons
gediend heeft als basis voor dit resumé – aanwezig
in de Bibliotheek van de Afdeeling Handel te ‘s-Gra
venhage. Als afdeelingen, die door hare werkzaam-
heid bouwstof bijdragen voor economische orientatie,
zouden van de negen genoemd kunnen worden het
Bureau of War Trade Intelligence, dat zich speciaal
bezig houdt met het verzamelen van gegevens omtrent verzenders en ontvangers van goederen, die bij de be-
moeiingen van den W. T. B. betrokken zijn. Verdeeld
over zes onderzoekers is de geallieerde ‘(met uitzonde-ring van de groote Europeesche) en de neutrale wereld
ondergebracht. Ned. 0.-Indië in één groep met Spanje
en Portugal. Het moedcrland samen met de Scan
dinavische landen. Rusland, Griekenland, Zwitserland, terwijl men daarbij eenigszins merkwaardig ook Siam,
Costa Rica en Columbia vindt. Onze West-Indische
koboniën behooren in een groots Centraal-Amen-
kaansche en Zuid-Amerikaansche (noordelijke helft)
groep. In de tweede plaats het ‘Bureau of Research,
dat statistische onderzoekingen doet in zake het toe-
zicht
01)
den buitenlandschcn handel en den handel
van het buitenland, daarnaast aangaande de beschik-
bare voorraden van het land, mede wat betreft pro-
ductie en verbruik.

Wij komen nu tot den
United States Shippiu.g
Board,
onder Edward N. Hurley, waarbij weer afge-
ronde diensten geformeerd zijn, gedeeltelijk gevestigd
te Washington, gedeeltelijk te New York. Bij de vele
functies van den Shipping Board wordt het directe
contact met den handel gevormd door de distributie en rantsoëneening van scheepsruimte in samenwer-.
king met de geallieerden.

Volledigheidshalve zij ook aangestipt het Treasury Department, Division of Customs, welks werkzaam-
heid duidelijk is. Dc Fedenal Reserve Board heeft zijn
,,wisseleentrale” in de Division of Foreign Exchange,
directeur F. I. Kent, gevestigd te New York.

Bekend zijn de cnisis-administraties voor voeding,
brandstoffen en spoorwegen met domicilie te Wash-
ington.

U. S.
Food Adninistration,
onder Herbert C. Hoc-.
ver, vertegenwoordigt in den War Trade Board en
daaraan, wat betreft den uitvoer van levensmiddelen,
adviseerende.

U. S.
Fuel Adnsinistration,
onder Harry A. Gar-
field, ook niet als zoodanig naar buiten optredende,
maar door den War Trade- en Shipping Board, voor
het toezicht op den uitvoer van brandstoffen en de
verstrekking van bunkers.
Railroad Adrninistrc,tion,
met William G. McAdoo
als Director General of Railroads. Het lichaam be-
doelt, zooals de lezer uit vorengaande artikelen in dit
blad bekend is, om de beste economische diensten met
het gezamenlijk spoorwegsysteem van de Unie te be-
reiken. Zijn beleid vindt dus oogenblikkelijk torugelag
op den afzet van exportgeederen. Het land
is in
een
oostelijk, zuidelijk en westelijk ternitoor gedeeld.

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

497

Directe verbinding tiischen exporteni’ en dezen dienst
bestaat niet.
Ten slotte zijn in het meergenoemde tijdschrift bij-
zonderheden gegeven van een aantal organisaties als
daar zijn: Textile Alliance, Inc.;- The Tanners’ Ooun-
cii of the U. S. of A., Inc.; American Iron and Steel
Institute, The Rubber Association of America, Inc.;
American Diamond Committee, Inc.; die als college van advies dienên voor den Var Trade Board en ge-
meenlijk bij invOer dan als geconsigneerde optreden.

DE KOLENEXPOET VAN ENGELAND.

Naar aanleiding van den on1ang doOr den Con-
troller of Coalmines gedanen oproep tot alle gebrui-kers van gas en electriciteit ten einde aan te dringen
op grootOre zuinigheid in het kolenverbruik, geeft de
Statist eenige interessante beschouwingen omtrent het
kolonverbruik ên den kolenexport van Engeland. In
hot afgeloopen jaar werden 25.000.000 ton kolen
verbruikt voor gas- en electrioiteitsfabricatie, dit is
12 pOt. van den voor het binnenland beschikbaren
voorraad inclusief wat beschikbaar gehouden wordt
voor marine en koopvaardij. Het besparen van kolen
nu zou tveeërlei nut hebben. Het zou een verminde-
ring brengen in het voor het vervoer noodige sioor

wegmaterieel, maar vooral zou het van belang zijn voor
het instand’houden van don kolenexporthandel. Die han-
del staat thans bijna geheel onder regeeringscontrôle,
waardoor het pa’rticulier initiatief ten eenenmale
0
1)
den achtergrond
iS
gedrongen. Die handel
w
re
r
d in
vOrstreken jaren geschapen doör de scheepvaart. Enge-
land is een der weinige landen, waar ei cOn zeer groote
aanpa4sing is tuschn de scheepvaart, die. voOr export
noodig is, en die welke döor den import vercischt
wordt. Landen als dê Vereenigde Staten hebben
scheepsruimte noodig voor export; daar echter het

land ecOnomisch in zijn eigen behoeften bijna geheel
voorziet, zal een groot deel der voor expert dienende
schepen in ballast naar Amerikaansche havCns moe-
ten uitvaren. Daar,tegenöver staan landen als Turkije en
China, waar de import in belangrijke mate overweegt
en waar qtiantitaticf weinig uit het land zelf wordt
geëxporteerd. De schepen, die dezen importhandel uit-
voeren, kunnen derhalve Over ‘t algemeen geen ladin-
gen medenemen op hun trugreis. In beide gevallen
volgt hier nataurlijkeen verhooging der vrachten uit.

Voor Groot-Brittannië is de import van levensmid-
delengêdurendè de laatste jaren een zeer belangrijke factor geweest, en het valt niet te betwijfelen, dat de
vrachten hiervoor veel hooger zouden zijn geweest, ware het niet, dat steeds groote hoeveelheden goed-
koope kolen, waarnaar een univrsee1e vraag bestond,
beschikbaar lagen voor de schepen om op de terugreis
mede te voeren. tij het vaststellen der spoorwegtarie-ven mag de zelfde factor niet uit het oog worden ver-
loren. De kôsten toch, die op het rollend materiaal
drukken, ruilen hooger zijn indien de wagons de
terugreis ledig moeten döen.
Zoo
heeft de Engelsche
kelenexporthandel bijgedragen tot het scheppen der
Engelsche handelsvloot, en tot den goedkoopen aanvoer
van levensmiddelen en grondstoffen. Dientengevolge
is de groei van den export hier in verhouding geweest
melden groei van den handel. De allerlaatste jaren
echter is hierin verandering gekomen.

De mijnwerkers werden gedeeltelijk onder de wape-
non geroepen met het gevolg, dat de productie der
mijnen afnam; daartegenover kwam de verm’eerderde
vraag te sta an vanwege de vloot en de munitiefabrie
ken. Daarbij komt het gebrek aan scheepsruimte en
hel
vErminderen der ve’reidscheepvaart met als gevolg
verminderde vraag in het buitenland naar bunker-
kolen. Pit werkte nadeelig op den tngel8chen export-
handel.
X09
‘een andere factor is er, die in deze
OOuW
vÖor den nlngelsohon kol.enexport
wolken
aan den
herizen deed opgaan, nnmeljk de concurrentie van de
Vereenigde Staten en Duitschiand.. Wel exporteeren
deze landen een kleiner percentage van hunne pro

ductie dan Engeland, wel hebb’en de Engelsche mijnen
een voorsprong door hare gunstige ligging, wijl de
Duitsche en Amerikaansche mijnen over liet algemeen
verder van de zee verwijderd zijn, wat vaak lang en
kostbaar transport per spoor of over de rivieren mede-
brengt, toch is liet een feit, dat, sinds de opening van
het Panamakanaal, de Amerikaansche bii nkerkolen de
Engelsche langzamerhand uit de Amerikaansche kolen-
stations verdrongen hebben, en de Uniekolen hunnen
weg Oostwaarts tot in de Middellandsche Zee hebben
gebhand. De invloed der Duitsche concurrentie werd
voornamelijk in de Noordzee en de Baltische Zee ge-
voeld.

In de geheele wereld is er thans een streven om de
nationale hulpbronnen zooveel mogelijk te exploitee-
ren. Waar nu reeds voor den oorlog de Engelsche
kolenexporthandel op plaatsen als Kaapstad, Oolombo,
Singapore en Shanghai de gevolgen moest ondervin-
den van de aldaar in de nabijheid verhoogde productie,
zal
dit in de toekomst nog veel meer liet geval zijn, en
zal men moeten aannemen, dat voor Engeland de
strijd om den voorrang, de schepen op Centraal en
Zuid-Amerika en de lijnen in den Stillen en den
Indischen Oceaan van kolen te voorzien, zeer ernstig
kan worden.

Een inkrimping van het exploitatiegebied voor een
loonenden kolenexporthandel is dus niet alleen moge-
lijk, maar zelfs hoogstwaarschijnlijk. Een ernstig ge-
vaar wordt dit, vooral voor de mijnen in het Noorden des lands, welker kolen vân mindere kwaliteit zijn en
die dus door de betere Amerikaansche kolen gemak..
kelijk kunnen worden vervangen.

Een voor Engeland bemoedigend feit is echter het
vooruitzicht, dat deze inkrimping van den kolen-
export zal geschieden ten gunste van andere doelen
van het Britsche Rijk. Canada heeft uitgestrekte
schatten van het zwarte mineraal, terwijl in Indië,
Zuid-Afrika en Amerika nog veel kan worden ge-
daan. In 1913 produceerden de Oanadeesche mijnen
13.500.000 tons kolen tegen 5.100.000 tons in 1910.
De productie van Br.-Indië steeg van 6.100.000 tons
in 1900 tot 16.200.000 in 1913. In die zelfde periode
steeg de productie van Australië van 6.400.000 tons
tot 12.400.000. Wat betreft Zuid-Afrika steeg de pro-
ductie van 3.200.000’tons in 1904 tot 7.800.000 tons
in 1918. Sinds 1900 is de totale jaarlijksche productie
van het Britsche Rijk gestegen van 244.000.000 ton
tot 340.000.000 tons.

Maar de concurrenten zijn al dien tijd ook niet
inactief gebleven; De Vereenigde Staten produceerden
meer dan heel het Britsche Rijk te zamen. Hunne
productie overschrijdt de 500.000.000 tons. De Duit-
sche mijnen hebben reeds een jaarlijksche productie
bereikt van 170.000.000 tons.

De minder gunstige positie aan het Vereenigd
Koninkrijk geboden om als exporteur van kolen op te treden, vindt aan de andere zijde een evenwicht in de
omstandigheid, dat de productiemogelijkheid der eilan-
• den evenzeer afnemende is. Voornamelijk komt dit hieruit voort, dat allengs de gemakkelijk exploiteer-
bare lagen afgewerkt zijn. In den kostprijs der kolen
aan de mijn’— mede door de verhoogde arbeidskosten
– heeftzich in de laatste 20 jaar een stijging van
40 pOt. voorgedaan. Op tweeërlei wijze ware nu een
remedie te bewerkstelligen om een voldoend kwantum
exportkolen te behouden, die – zooais in het boven-
staande uiteengezet werd – zoo gunstig werken op de
vrachten, welke Engeland voor den aanvoer van zijn
levensbehoefte betalen moet. Allereerst moet getracht
worden de technische werkwijze tot het uiterste te
perfectioneeren. Voörts heeft de regeerings-commissie
hiervoor in 1905 ingesteld, becijferd, dat 20 h 80 mil-
lioen ton kolen in het V. K. zouden kunnen bespaard
worden, indien de ketelhuizen met de laatste verbe-
teringen zullen worden uitgerust. Een stap rder
zou nog zijn zooveel mogelijk tot electrificatie over te
gaan, waarbij de kolenbesparing .nog grooter kan zijn,
het land dus minder gebruikt en ‘ergo de hoeveelheid,

498

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

die voor retourlading geleverd kan worden, niet zelfs
dalen zal beneden het kwantum, dat ook onder de min-
der gunstige afzetomstandigheden leverbaar en voor
een economisch evenwicht noodzakelijk is. Door een
en ander wordt ook de prijs van het product op een peil gehouden, waarbij concurrentie met kolen van
anderen oorsprong eventueel bestaanbaar is.

DE R1JKSMJDDELEN.

In dit nummer treft men aan het maandelijksch
overzicht van de opbrengst der Rijksmiddelen over
de maand April, alsmede van de eerste vier maanden
van dit jaar, vergeleken met de overeenkomstige
cijfers van het vorig jaar.
De Oorlogswinst- en Verdedigingsbel astingen
brachten tot dusver in totaal op een bedrag van

f
304.569.718,—, waarvan
f
229.465,991,— op reke-
ning komt van’ eerstgenoemde heffing. Met inbegrip
van de opcenten ten behoeve van het Leeningfonds —
behalve die op den suikeracci.Jns, welke geene verzwa-
ring van belastingdruk medebrachten – is derhalve
een totaal van
f
381.292.107,— ontvangen uit be-
lastingheffing, welke haren grond vindt in de buiten-
gewone omstandigheden.
De overige middelen brachten in de afgeloopen
maand
f
22.069.410,— op tegen
f
18.246.251,— in
April 1917 en vertoonen mitsdien een stijging van

f
3.823.159,—. Hierbij dient de invloed van nieuwe
belastingheffing in aanmerking te worden genomen.
In de eerste plaats werden, ingevolge de wet van
28 April 1917 (Staatsbiad No. 316), op de Inkomsten-
belasting, voor zooveel de natuurlijke personen betreft,
en op de vermogensbelasting over het belastingjaar
1917/1918 tien opcenten geheven. Uit dezen hoofde
werd in April 1918
f
589.822,— ontvangen. Hierbij
komt de verhooging der zegel- en registratierechten,
der successierechten en van den bieraccijns. Van
één en ander werd in de jongste millioenennota een
meerdere opbrengst voor het geheele jaar 1918 ver-
wacht van rond
f
15.000.000,—. Voor één maand zou dit
eene stijging beteekenen van ongeveer
f
1.300.000,—.
In totaal zou derhalve uit nieuwe belastingheffing
een toeneming van ten naastenbij
f
1.900.000,-
kunnen worden verklaard. In werkelijkheid bedroeg
de toeneming omstreeks
f
1.900.000,— méér. Een
bedrag van ongeveer
f 1.000.000,-,-
hiervan is toe te
schrijven aan het ruim vloeien van den suikeraccijns,
terwijl de overige
f
900.000,— aan eene bijzonder
hooge opbrengst der registratierechten is te danken.
Daartegenover dient gewezen te worden op den aan-
merkelijken achteruitgang der opbrengst van de
accijnzen op gedistilleerd en geslacht, een achter-
uitgang die van duurzamen aard is te achten zoolang
de tegenwoordige toestanden wat graanaanvoer en
vleeschgebrek betreft, aanhouden. Onder deze omstandigheden en gelet op den achter-
uitgang in koers ftn het meerendeel van de ter beurze
genoteerde fondsen, op de staking der rentebetaling
voor zooveel de Russische effecten betreft en in het
algemeen op den ongunstigen invloed, dien het steeds
voortduren van den oorlog op scheepvaart, handel en
nijverheid oefent, is eene inzinking van de opbrengst
der Rijksmiddelen onvermijdelijk te achten.
Vergelijkt men ten. slotte de ontvangsten in de
– eerste vier maanden van 1918 met die in het over-
eenkomstige tijdvak van 1914, toen de oorlog zijnen
invloed nog niet deed gevoelen, dan vindt men, met
toepassing van de gebruikelijke correcties en met
uitschakeling, voor zoover mogelijk, van den invloed
der nieuwe belastingheffing, de volgende cijfers
tijdvak Januari tot en met April 1918:
f
53.185,832,-
1914: ,,46.056.175,-

Verschil….
f
7.129.657,-

Deze vermeerdering bedraagt =6 15,48 % of per
jaar gerekend 3,87 %. Deze percentages
stijgen
tot

17,52 en 4,38, indien de opbrengst der wisselvallige
successierechten in beide tijdvakken buiten rekening
wordt gelaten. Het zooeven bedoelde verschil daalt
dan tot
f
6.735.232,—.
De door deze percentages tot uitdrukking gebrachte
stijging, is op zichzelf beschouwd zeer bevredigend.

AANTEEKENINGEN.

U
i
t v o e r

v a n

d e n

Belgischen
K
o n g o. – Ter illustratie
bij
de opmerking over de
artikelen betreffende de concessies in den Kongo, ge-
noemd bij het overzicht van tijdschriften in dit num-
mer, laten wij hier een staatje van uitvoeren uit de
Belgische kolonie der belangrijkste producten in K.G.
volgen:

1914

1915

1916

Copal ……….
6.993.063

4.265.653 2.727.410
Caoutchouc ……
1.839.912

1.301.941

537.971
Ivoor

……….
295.496

214.932

80.564
Ruw koper ……
10.343.466 14.274.142 3.930.676
Palmkernen ……
8.052.176 11.023.913 2.971.737
Palmolie ……..
2.498.386

3.407.813

909.427
Rijst …………
422.237

1.140.048

717.811

Zooals de cijfers in het licht stellen was aanvanke-
lijk de invloed van den oorlog gering. Toen echter een-
maal de bezwaren voor de scheepvaart klemmend
werden, ging zich ook hier stagnatie bij den uitvoer
voordoen. Koper is het belangrijkste mineraal van
Katanga. De palmkernen zijn het veel omstreden
grondproduct, van zoo uitermate belang voor de mar-
garine-industrie, wat de belangstelling o.a. van de
Levergroep voor het Belgische gebied verklaart. Ook
de Duitsche aspiraties naar midden-afrikaansch bezit
vinden een oorzaak in de behoeften der vetvoorziening
van het keizerrijk na den oorlog.

Economische. toestand v a n de
Fransche oorlogszône. –
Van officieele
Fransche zijde werd in 1916 een Amerikaansche com-
missie uit de Unie uitgenoodigd een bezoek te bren-
gen aan Frankrijk, in een tijd dus toen de V. S.
zich nog met neutraliteit bemantelden. De ,,Ameri-
can Manufacturers Export Association” te New York bracht een gezelschap samen bestaande uit 14 perso-
nen, dat 48 dagen, gedurende September en October
1916, in Frankrijk vertoefde en waaraan zoowel offi-
cieele ontvangst bereid werd, als dat van particuliere
zijde daarvoor belangstelling getoond is. Als doel van
hare onderneming stelde de commissie zich voor in
het algemeen de handelsbetrekkingen tusschen de
V. S. en Frankrijk te verlevendigen en daarnaast zich
rekenschap er van te geven hoe de middelen van
Amerika aangewend kunnen worden ten bate van het
herstel der door den oorlog geschade gewesten. Een
rapport
1)
van de commissie heeft in 1917 in boek-
vorm het licht gezien, gesteld in de Fransche taal;
men zou deze publicatie kunnen noemén een econo-
misch reisverhaal, dat de verschillende onderwerpen
beziet, die voor het economisch leven een rol spelen.
Wij nemen hier een en ander over uit de hoofdstuk-
ken, waarin gesproken wordt van het deel van Frank-
rijk, onmiddellijk door den oorlog getroffen.
In het begin van October 1916 bezocht de Commissie
het door den oorlog ontwrichte gebied tusschen Bel-fort en Reims. In het verslag wordt eerst een aanha-
ling gedaan uit het rapport van den Minister van
Binnenlandsche Zaken, dat zich bezighoudt met de
gemeenten, die na den Marneslag weder buiten de
oorlogszône waren komen te liggen. Vermeld werden
daarin 330 fabrieken, die vernietigd zijn, hetgeen aan
57.633 werklieden de arbeidsgelegenheid beneemt.
Het ontruimde gebied van Frankrijk is omtrent
2-maal zoo dicht bevolkt als gemiddeld voor
Frankrijk het geval is. De graanproductie daarvan
bereikte 10 pOt. van den totalen opbrengst der Repu-

1)
Le Commerce Franco-Américain, Berger-Levrault
Libraires-Editeurs Paris, Nancy
1917.

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

499

bliek. De door den vijand ermeesterde departemen-
ten, of gedeelten daarvan, leverden in normale tijden 80 pOt. van de totale ijzerertsvoortbrenging; % voor
die van steenkool; % van het gefabriceerde ijzer;
5/3
voor staal; 68 pOt. voor gietijzer.

Onder leiding van de Ministers van binnenlandsche
Zaken en van den Arbeid is dadelijk op grootsche
wijze de herstellingder geschade gewesten aangepakt.
Officieel is vermeld, dat er 928.000 vluchtelingen uit
het prijsgegeven gedeelte naar het overige Frankrijk
zijn overgekomen ..De helft hiervaii had den leeftijd
van 16 jaar nog niet bereikt, terwijl men onder hen
123.000 Belgen telt. Aanvankelijk werden de oorlogs-
slachtoffers overal waar ligruimte was onder gebracht,
maar sedert September 1914 heeft het Gouvernement
verordonneert, dat iedere familie, die niet reeds bij-zondere lasten van den oorlog ondervindt, verplicht
kan worden op staatskosten enkele vluchtelingen te
huisvesten. Iedere meerderjarige vluchteling krijgt
dagelijks 1,25 frs. en voor een kind beneden de 16 jaar
wordt een toeslag gegeven van 0,50 frs. Men tracht
de vluchtelingen zoo veel mogelijk werk te verschaffen.
Te Nancy zag de Commissie kazernes, die gebruikt
worden om 2500 families woonplaats te geven, over-wegend boeren uit de omgeving van Verdun en Pont-
-Mousson, meerendeels 6 families verzameld in één
groote chambrée. Niettegenstaande de verhoogde kosten
van levensonderhoud behoefde per vluchteling destijds
daarvoor slechts 1,05 frs. gerekend te worden. Onder
presidium van den heer Léon Bourgeois en uitgevoerd
door den heer Bluzet heeft de Fransche Regeering
een Comité ingesteld voor het werk van den herbouw
in samenwerking met de particuliere liefdadigheid.
Tot de werkzaamheden behooren het herstel van ver-
keersmiddelen, leiding van den terugkeer der vluch-
telingen, wederopbouw van dorpen en steden met in-achtueming van hygiènische en aesthetische eischen,
wederoprichting van openbare monumenten, hervatting
van den landbouw, verschaffing van grondstoffen voor
de industrie enz. De Amerikaansche Commissie zag
de vruchten van het werk der Fransche instelling te
Gerbéviller in den vorm van model-boerderijen. Een
30-tal, bestaande uit 2 slaapkamers en een gemeen-
schappelijke woonkamer, waarachter de stal gelegen is.
De gebouwtjes waren opgetrokken uit hout en kosten
omtrent 5.500 frs. Voorloopig moesten de teruggekeerde
vluchtelingen een nominalen huur van 1 fr. per jaar
betalen.

In September 1916 werd bij de Kamer het wetsont-werp Desplas ingediend, waarvan de strekking was
een verdeeling van de schadevergoedingen vast te leg-
gen. Bij deze wet werd de Regeering in het algemeen
verplicht eigenaren herstelling of wederopbouw te
vergoeden tegen een prijs, die van kracht was ten

tijde, dat de schade werd aangericht. Hetgeen thans
meerder noodig zal zijn, moeten de eigenaren zelf’
verschaffen; rond geschat de helft, uit hoofde der

stijging van bonen en materiaal-prijzen. Verwacht
wordt, dat de publieke liefdadigheid ten deze voor
voorziening zorgt.

Genoemd vinden wij nog de wet-Cornudet, hou-
dende bijzondere maatregelen voor de onmiddellijke
herstelling van verwoeste steden. De Amerikaansche
Commissie acht het van veel belang, dat zooveel mo-
gelijk doorgevoerd zal worden alles bij den herbouw
van woningen te normaliseeren, de afmetingen der
ruiten zoo goed als het keukengereedschap.

Voor de hervatting der industrie zijn ook door de
beide Kamers in Frankrijk’studies gemaakt en inzon-
derheid ‘door een groot aantal particuliere vereeni-gingen. Daarvan is de belangrijkste de Association
centrale pour la reprise de l’activité industrielle dans
les régions envahies, die door den Staat ‘officieel
erkend is. Deze organisatie heeft een centraal inkoops-
bureau vooz de industrie en werkt reeds samen met de
Anierican Manufactures Export Association te New
York. Het bureau is gevestigd met een kapitaal van
1 millioen franes. De Association Centrale wil met

alle mogelijke middelen trachten grondstoffen en
werktuigen te verschaffen, om de
nijverheid
in de
bezette gebieden weder op te bouwen. Het zal voor werkkrachten zorgen, het zal de snelle afwikkeling
van schadevergoedingen in de hand werken en wil
noodzakelijke geldleeningen bemiddelen om tot een
spoedige hervatting van het werk te komen.
Het is een bedroevende gedachte, dat dit van bewon-
derenswaardige levensmoed getuigend werk gevaar
loopt door de noodzaak van de militaire verdelging
weer te loor te zullen gaan. Maar het vertrouwen
schijnt wel gerechtigd, dat daarna uit de puinhoopen
opnieuw maatschappelijke
rijkdom
zal opbloeien.

BOEKAANKONDIGING.

Prof. Dr. Pau’ Arndt: Antwerpen,
Rotterdam und die deutsche Rhein-
mündung.
No. 50 der ,,Finanz- und
Volkswirtschaftliche Zeitfragen”. F.
Enke, Stuttgart 1918, 94 blz.

Na de bekende geschriften door Wiedenfeld in
1915 en Schumacher in 1916 aan het Antwerpensche vraagstuk gewijd
1),
brengt dit geschrift van den
Frankfortschen hoogleeraar Arndt thans een derde
belangrijke bijdrage van Duitsche zijde nopens ‘het
groote West-Europeesche verkeersvraagstuk. Voor
den Nederlandschen lezer niet zonder beteekenis is,
dat de schrijver hierbij speciaal den nadruk laat val-
]en op de verhouding Rotterdam-Antwerpen, een
vraagstuk, dat ook in de vorige geschriften, met name
bij Schumacher, voortdurend, zij het niet steeds ge-
noemd, naar voren komt.

Den inhoud van het geschrift op den voet te volgen
is hier niet de bedoeling. Gelijk Schumacher be-
spreekt de schrijver de verschillen tusschen beide ha-
vens uit geographisch, economisch en technisch op-
zicht en staat ook zijuerzijds uitvoerig stil bij de ver-
schillende samenstelling van in- en uitvoer in beide
havens en de daaruit voortvloeiende zeer belangrijke
afwijkingen in den tonnagebalans, waarmede weder
zoowel het verschil in verhouding van vaste lijnen en
trampvaart, als in organisch verband met een reeks
van andere omstandigheden, Antwerpen’s positie ten
opzichte van het Rijnverkeer samenhangt. De schrijver
beperkt zich hierbij tot een helder exposé der bekende
feiten, nieuwe gezichtspunten opent hij na de uitne-
mende, zij het wellicht ietwat eenzijdige, beschouwin-
gen van Schumacher niet. Ook zijn verstandige en
verzoenende opmerkingen over de vraag, die beide genoemde schrijvers verdeeld houdt, of natuurlijke
omstandigheden dan wel menschelijk ingrijpen hoofd
oorzaak van Antwerpen’s opkomst zijn geweest, blijven
hier (inbesprolien.

Belangrijker is de vraag, wat ix Antwerpen’s
positie overwegend is, nationaal-Belgische factoren,
dan wel internationaal-MiddenEuropeesche. Wieden-
feld kwam in zijn geschrift tot de conclusie, dat, van
hoe groot belang ook het doorgaand verkeer voor
Antwerpen is en welk ‘een rol personen van Duitsche
afkomst en zelfs nationaliteit ook in den Antwerp-
schen handel speelden, niettemin Antwerpen ,,in sei-
nem Kern und vor allem in seinem wirtschaftlichen
Untergrund doch ein belgischer Seehafen geblieben
(ist) “. De lezer van Schumacher’s geschrift, dat in’
dit opzicht een sterk polemisch karakter draagt, zal
zich herinneren, dat vooral deze conclusie van Wie-denfeld hem in hooge mate onjuist schijnt en dat hij
integendeel voortdurend op het overwegend interna-

1) Kurt Wiedenfeld: Antwerpen im Weltverkehr und
Weithandel. No. 3 der Serie: Weltverkehr iind Weitpolitiek.
München
1915.
Herman Schumacher: Antwerpen. Seine Weltstellung
und Bedeutung ftir das deutsche Wirtschaftsleben. Mün-
chen en Leipzig
1916.
Van het tweede dezer geschriften verscheen in den eer-
sten jaargang van dit blad – 24 Mei
1916,
blz. 313 – een
aankondiging.

500

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

tionale en met name Duitsche karakter van Antwer-
pen’s positie als wereidhaven den nadruk legt. Ook in
cle Belgische litteratuur van de laatste jaren, waarin
ook op dit gebied tegengestelde stroomingen duidelijk
aanwijsbaar zijn
1),
komt dit vraagstuk naar voren.
Arndt, die ook op dit vraagstuk ingaat, meent, dat
Viedenfeld’s conclusies te ver gaan, al is het z. i. mis-
schien juister meer op het internationale dan wel
01)
het Duitsche karakter van Antwerpen nadruk te leg-
gen. Belangrijk zijn hierbij zijn beschouwingen op
blz. 49, waarbij hij aan de hand van in 1913 door
A. Julin opgestelde berekeningen op de uit de Bel-
gische statistieken van in-, uit- en doorvoer getrok-
ken cijfers verschillende correcties toepast, correcties,
die in België als voorheen hier te lande hun grond
vinden in het feit, dat in vele gevallen vrije goederen,
ten doorvoer bestemd, opgegeven worden als invoer en vervolgens uitgevoerd.
Het geschrift van Arndt wendt vervolgens den blik
naar de toekomst. Mocht een keus gedaan worden
tussehen ,,westeuropeesch” of ,,middeneuropeesch”
clan zou de
schrijver
niet alleen voor Rotterdam, doch
ook voor Antwerpen slechts de laatste keus mogelijk
achten. Wat niet wegneemt, dat z. i. het plan van de ,,Duitsche Rijnmonding” bij Emden, hetwelk in den
oorlog eenigszins op den achtergrond is geraakt, op-
nieuw ernstig onder de oogen dient te worden ge-
zien. De reeds dikwijls gehoorde en van Nederland-
sche zijde weerlegde bewering van de opzettelijke ver-
waarloozing onzerzijds van de Waal en het motief, dat
tegen een mogelijk monopolie van Rotterdam een
tegenwicht behoort te worden gesteld, doen hierbij
dienst. Een uiteenzetting van de verschillende plannen,
waarbij Arndt zich bij de denkbeelden van Herzberg
en Taaks, die Wesel als uitgangspunt hebben geno-
men, aansluit, voltooit het geschrift. B.

Het Bureau van Statistiek te Amsterdam gaf het
zoo goed verzorgde Statistisch Zakboekje
der Gemeente A m s te r d a m voor 1918 uit, een
verrijkt gemeenteverslag in gemakkelijk raadpleeg-
baar bestek.

Verschenen is de uitgave vanwege de Vereeniging
van Directeuren van Electriciteitsbedrijven in Neder-
land. Reguleering van den prijs van
eleetrischen stroom. (P. N. van Kampen &
Zoon, Amsterdam; 23 hladz.
40•,
met 3 grafische voor-

stellingen,
f
1,25.)
Het boekje betoogt de noodzakelijkheid om tèt ver-
hooging van den prijs van electriciteit over te gaan,
en doet voorstellen omtrent de wijze, waarop dat voor
de verschillende afnemers der electriciteitsbedrijven
zou kunnen geschieden.

Wij ontvingen het V e r s 1 a g van den toestand
der Gemeente Semarang over 1916.

Men zendt ons het Jaarboek 1918 van de Ver-
eeniging van Nederlandsche Wijuhande-
laars waarin o.m. het tweede gedeelte is opgenomen
van de studie van Dr. Joh. C. Breen getiteld: ,,Uit
de geschiedenis van den Amsterdamschen wijnhandel”.

1)
Zie
b.v.
Robert Billiarci: La Belgique industriefle et
commerciale (le Demain, Parijs
1915,
en daartegenover
Max
Oboussier: De Haven van Antwerpen en de economische
Conferentie van Parijs, Antwerpen
1917.
Het tweede ge-
schrift, weiks conclusies voor een belangrijk deel met die
van Schumacher parallel loopen, bevat een opgave van cle
verdere Belgische litteratuur.

INGEZONDEN STUKKEN.

REGELING VAN IN- EN UrtVOER VAN

NED.-INDIE.
Geachfe Redactie,

Het ,zij mij vergund van een kort wederwoord te
dienen op het laatste artikel van den heer Cremer
in het nummer van dit tijdschrift van 29 Mei j.l. In

den regel voert pennestrjd •tot verwijdering; hier
schijnt overeenstemming niet uitgesloten en liet on-
derwerp is te belangrijk om claarnaar niet to streven.
De heer Oremer komt op tegen mijne zienswijze,
dat uit de notulen dor Haagsche vergadering zou
blijken, dat liet vraagstuk der scheepsruimte de ge-
liede discussie beheerschte. Hij beroept zich daarbij
in de eerste plaats op het convocatiebiljet voor de
bewuste bijeenkomst, hetwelk slechts de bespreking
vermeldde van het in te nemen standpunt ten opzichte
van een mogelijke regeling van den Indischen in- en
uitvoerhandel in verband met verplichtingen aan het
buitenland.

Ik geef gaarne toe, dat het vraagstuk der verdee-
ling der scheepsruimte in het convocatiebiljet niet
met zooveel woorden op den voorgrond werd gesteld.
i)e verklaring daarvoor is echter uiterst eenvoudig.
De
onmiddellijke
aanleiding toch tot het houden van
eene gezamenlijke bespreking door de Indische belang-
hebbenden lag in de in overwegin zijnde, haar eind-
stadium naderende, overeenkomst mt de Geassocieer-
de Mogendheden, waarbij de Indische handel ten
nauwste was betrokken.

Dit agreement hield het volgende in: alle Nederlandsche tonnage wordt ter beschik-
king gesteld van de Geassocieerden, met dien vei-
stande, dat wij de beschikking over de scheepsruimte
behielden, noodig voor de toegestane invoeren en voor
de Nederlandsche interkoloniale verbindingen;
faciliteiten voor den invoer en bunkeren in do
havens der Geassocieerden;
een financieele regeling ten behoeve dier Mogend-
heden.
De keuze der geïncrimineerde woorden ligt der-
halve voor de hand; liet is daaromminder juist, dat
de heer Oremer ze z66 opvat, dat daaronder
niet
de
quaestie der scheepsruimte zou zijn begrepen of althans
niet een eerste en voornaamste plaats zou innemen.
Juist de verzekering toch van Indië’s beschikking
over de tonnage van de
5
Indische lijnen op Amerika,
Azië en Australië drong de vraag naar voren, hoe die
tonnage het meest economisch zou kunnen worden
benut.

Door den loop der politieke gebeurtenissen raakte
wel de
onmiddellijke
aanleiding voor de Haagsche ver-
gadering op den achtergrond, maar hiermede was de
regeling van het Indische overzeesche handeisverkeer
niet van de baan. Integendeel, toen door de handeling
der Geassocieerden de beschikbare scheepsruimte op-
nieuw belangrijk was ingekrompen, werd het vraag-punt van een billijke verdeeling daarvan des te drin-
gender.

In de inleiding van de Haagsche vergadering is
dan ook gezegd, dat hoewel de noodzakelijkheid van
de bijeenkomst met het oog op de credietverleening-
vervallen was, verschillende andere argumenten voor
de invoering van een contrôle op den in- en uitvoer
pleitten. Onder deze beweegredenen – geresumeerd in
het jongste artikel van den heer Oremer – nam de
tonnage-kwestie reeds in den aanvang een voorname
plaats in.

In den loop der samenkomst trad evenwel, gelijk do
heer Oremer zelve toegeeft, dit punt nog hoe langer
hoe meer op den voorgrond. Onder de discussies – en
daarvoor dienen vergaderingen en discussies – werd
het voortdurend duidelijker, dat het zwaartepunt van
het gansche vraagstuk in een behoorlijke verdeeling
van de scheepsruimte lag. Zoozeer, dat ik terecht zeg-
gen kon, dat het scheepsruimtevraagstuk de discussie
ten slotte beheerschte.
Het gewicht van een argument komt niet altijd in
veelheid van woorden uit en het is misschien de mis-
kenning van die waarheid, die sommige lezers der
notulen onvoldoende aandacht deed schenken aan het
betoog van de zijde der banken, dat men elke reëele
basis miste voor het verleenen van voorschotten op
do oogstproducten, indien geen gelegenheid tot ver-
koop bestond, welke verkoopgelegenheid in zeer vele

5
Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

501

gevallen weer geheel afhankelijk was van de mogelijk-
heid van verscheping. Dit argument van de zijde der
financieele instellingen gaf bij zeer velen den doorslag
en mede daardoor werd het scheepsnrimtevraagstuk het beheerschende punt in de beraadslagingen.
Met blijdschap heb ik gezien, dat de heer Oremer
de noodzakelijkheid van rantsoeneering der scheeps-
ruimte niet in beginsel verwerpt. Dat daarop van
hieruit het eerst is aangedröngen, is zeer verklaar-baar, omdat van nagenoeg alle belangrijke Neder-
landseh-Indische oiidernemingen de directies hier te lande gevestigd zijn. Ook omdat, zooals gezegd, het
gansehe vraagstuk oogenhlikkelijk dringend was ge-
worden door de aanhangige overeenkomst met dc
Geassocieerden, waaromtrent de onderhandelingen van uit Nederland werden gevoerd, zoodat men dus
hier alleen volkomen ,,au fait” was.
Natuurlijk heeft niemand er aan gedacht, dat de
uitvoering
van de rantsoeneering der scheepsruimte
her te lande zou moeten geschieden. Zulks zou onmo-
gelijk zijn. Snel handelen en hét dadehijk overzien der
geheele Indische markt is daarvoor noodig en het be-
hoeft wel geen betoog, dat, ook in verband met de
gebrekkige verbinding, die thans met de Koloniën be-
staat, van uit Nederland deze aangelegenheid
niet
kan
worden geregeld.
Ik aanvaard, dan ook met den heer Oremer zonder
eenige restrictie; de noodzakelijkheid om de
uitvoering
der rantsoeneering in Indië zelf te doen plaats heb-ben, maar veroorloof mij aan die betuiging van in-
stemming dadehijk toe te voegen, dat van onzen kant
nimmer
door iemand iets anders gewild is. Ook het
cliarteren van tonnage in den vreemde voor het afha-
len van bepaalde producten is in de Haagsehe verga-
dering onder het oog gezien. Dat liet in het algemeen
moeilijk zal zijn deze onder de zeggingsmacht van liet
Indische Gouvernement te brengen, wordt door mij.
gaarné beaamd.
Ik ben er van overtuigd, dat de keer Oremer,
nu hein de bedoelingen der Haagsche vergade-
ring nader zijn toegelicht, zijn oordeel over de daar
gevoerde besprekingen gahrne zal herzien. De afstand,
die,ons scheidt is in elk geval niet z66 groot meer,
dat ik mij gerechtvaardigd zou achten nog meer van
de plaatsruimte in uw blad te vergen. Lust tot kijven
om het laatste woord alleen is mij immer vreemd ge-
weest; ook nu. H.
C0LIJN.

N a s c Ii r i f t. Na het schrijven van het boven-
staand stuk las ik het volgend bericht uit de Dage-
lijksehe Beurscourant van 28 Mei:.

Indische uitvoer.
,,iet Persbureau Vas
Diaz
vernam, dat cle Centrale Com-
missie van Advies inzake den uitvoer te Batavia eenstem-
mig het besluit heeft genomen om aan het Gouvernement
voor te stellen een beurtvaartbureau ‘op te richten en
daarin zitting te doen nemen de vertegenwoordigers der
verschillende takken van nijverheid en handel. Door uit-
sluiting van liet nemen van zitting van niet-georganiseerde
belanghebbenden, meent men, zal elke braiclie zich organi-
seeren. Het vrachtbureaii zal op grond der productie en
omzetcijfers de beschikbare tonnage verdeelen.
,,Bevestigd wordt, dat een commissie te New York onder-
handelingen zal openen omtrent dn invoer in Indië.
,,De Centrale Commissie bovengenoemd, verwierp het
denkbeeld der oprichting eenei’ In- en Uitvoer Centrale en
bepaalde zich tot het voorstel tot het in het leven roepen
van een regelend en controleerend gouvernementebureau.
De Gouverneur-Generaal moet reeds medewerking in deze
richting hebben toegezegd.”

Is deze mededeeling juist, dan blijkt daaruit, dat
men in Indië eigener beweging tot een slotsom is ge-
komen, die zich vrijwel aansluit aan de verlangens in de Haagsche Vergadering uitgedrukt.

OVERZICHT VAN TIJDSCHRIFTEN.

De Econoniist. – ‘s-Gravenhage, Mei 1918.
M. ‘G. .Levenbach,
Iets over de binnenlandsche
kolonisatie als sociale maatregel, 1;
C. W. Iloffmanri,

Ruilverkaveling te Bafluii op Ameland;
Mr. E. Û.
van Dorp,
De Wisselkoersen.

De heer Levenbach, van wiens’ hand in deze kolommen
1917 p. 790
v. – een beschouwing verscheen over het sedert tot wet verheven ontwerp op de verkrijging door
landarbeiders van land met woning in eigendom, of van
los land in pacht, geeft in bovengenoemd artikel het eerste
deel van een belangrijke beschouwing omtrent dit vraag-
stuk, waarbij uitvoerig op de in Denemarken, Zweden en
Noorwegen verkregen resultaten wordt ingegaan.
Mej. Mr. E. C. van Dorp geeft naar aanleiding van de
op de jongste vergadering der vereeniging tegen de werk-
loosheid gehouden debatten een nadere uiteenzetting van het
in haar praeadvies ingenomen. standfunt omtrent de oor-
zaken die het verloop der wisselkoersen beheerschen.

Tijdschrift van het Koninklijk Neder-landsch AardrijkskundigGenootsehap.-
Amsterdam, Mei 191.8.
H. J. Moernian,
De IJselmonden;
Dr. J. Lorié,
Nog eens geologische beschouwingen over het eiland
Voorne;
Dr. J. P. van der Stok,
Bijdrage tot de
kennis van het klimaat van Nederland;
Dr. L. Ruiten,
De geologische expeditie naar. Ceram;
J. Kreemer,
De Rijstcuituur in ‘het gewest Atjeh en onderhoo-
righeden; Dr. Rendrik P. N. Muller,
Macao;

Interessant is de reisvertelling van den ooggetuige in
(Portugeesch) Macao de speeldependance van Hongkong, de
als handelsplaats vervallen kolonie – ‘alleen cement en
vuurwerk hebben eenige beteekenis als exportartikelen –
die door China, dat jarenlang met Portugal over de gebieds-
rechten harrewarde, als douanepost gebruikt werd, maar
o1gens een bericht uit Duitsche bron, dat wij in de New
Yorksche Chronicle van 31 Maart
1917
lazen, blijkens
Portugeesche bladen aan Japan verkocht zou zijn, een be-
langrijk feit, dat weinig aandacht schijnt getrokken te hebben;
Naar het heette had Engeland door bemiddeling van China
reeds een campagne ingeleid het bezit van Macao te ver-
krijgen. (Men ‘zie ook het zoo juist verschenen werk: Das
Portiigiesische Kolonialreicli van Prof. Dr. H. Meyer)

Schmollers Jahrbuch. – Leipzig
42e
Jaar-
gang, Heft I.
H. Schumacher,
Zur Uebernahme des ,Jahrbuchs;
A. Spieihoff,
Gustav v. Schmoller;
H. Schumacher,
Adolf Wagner;
G. Schmoller,
Die hlteren deutschen
Kaufgilden und die der Nachbarll.nder;
Koch,
Die
Neugestaltung der beiden Huser des Landtages;
H.
V.
Friedberg,
Historisch-politische Gedanken zur
preussischen Verwaltungsreform;
Aug. Mülter,
Rand-
glossen zum parlamentarischen Systeni;
L. Spiegel,
Die Verfassuogsfrage in Oesterreich;
A. Spiethoff,
Die Krisenarten
1; H. Trescher,
Montesquieus Em-
fluss auf die Gesehichts- und Staatsphi]osophie bis
zumAnfang des 19. Jahrhunderts;
Clara Schlossin.anii,
Plan’ einer allgemeinen Wochenhilfe als Weiter-
führung der Reichswochenhilfe nach dem Kriege;
H. Schumacher,
Zur Hamburger Universitatsfrage;
M. Hainisch,
Getreidemonopol – Viehmonopol.

De vrees, dat met Schmoller’s dood zijn Jahrbuch even-
eens ter ruste zou gaan, is gelukkig niet bewaarheid. Na een
slaap van 0 maanden is thans de eerste aflevering van
1918
verschenen. Schumacher en Spiethoff hebben te zamen de lei-
dii’g op zich genomen en zetten in een inleidend woord hun
voornemen uiteea het Jahrbuch voort te zetten in den geest
van hun grooten voorganger. Sch.moller’s streven is steeds ge-
weest zijn Jahrbuch niet enkel een bron te doen zijn voor de
mannen der wetenschap, doch ook voor den breederen kring
van hen, die met de practijk van het. ecoëomisch leven in
aanraking komén. ,,Der Praktiker soilte zur Klhrung seiner
Einsicht und seiner Ziele, zur Stürkung seines Willens
und seiner Grtinde, zur eigenen inneren Bereicherung sein
Werk im grossen geschichtlicheu Züsammenliang und im
Vergleich mit anderen Völkern und anderen Zeiten’ auf-
fassen, der Maan der Wissenschaft durch immer neue, aus
schöpferischer Gegeuwartsarbeit hervorspriessende Anregun-
gen vor Verküinmerung zurn weltfremden Stubengelehrten
bewahrt werden.” ‘Dit blijft het doel. Toch zal in zoover
verandering komen, dat niet meer in hoofdzaak binnen-]andsche vragen besproken zullen worden, doch dat het
,’,weltwirtschaftliehe” deel eveneens op den voorgrond zal
komen, terwijl ook datgene, wat vakken als de bedrijfsleer,
opgekomen met de uitbreiding van het hooger onderwijs op

502

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

– 5 Juni 1918

het gebied van handel, landbouw e. d., aan economisch be-
langrijks bieden, binnen den kring van het Jahrbuch zal
worden getrokken.
De inhoud van het eerste nummer, waarin Schmoller en
Wagner op piëteitvolle wijze worden herdacht en dat nog
een belangrijk artikel van Schmoller’s hand bevat, bewijst,
dat. het Jahrbuch zijn aandacht blijft wijden aan de groote
vragen van den dag – ditmaal in de eerste plaats op
staatkundig gebied, in Pruisen, het Duitsche Rijk en Oos-
tenrijk.
Zal het Koloniaal Instituut in 1-lamburg als tot dusver
blijven ,,Forschungsi nstitut”, waarbij taal en volkenkunde
een groote rol spelen, of zal het zich ontwikkelen tot een
volledige ondersvijsinstelling, een universiteit, waarbij het
onderwijs op internationaal-economisch en handeisgebied
de voornaamste plaats zal innemen? In 1912 en 1913 is
deze vraag uitvoerig besproken, waarbij voor de omzetting
in een universiteit geen meerderheid te vinden was.
12 Januari 1918 heeft thans een toenmaals ad hoc be-.
noemde commissie uit den Senaat zich voor de omzettihg
in een universiteit verklaard. Het vraagstuk zal dus binnen-
kort weder in den Senaat der vrije Hanzestacl ter sprake komen. In verband hiermede drukt Schumacher thans af
het in 1914 door hem in deze zaak uitgebracht praeadvies,
hetwelk, naar hij meent, bij de beslissing der commissie niet
zonder invloed is gebleven. Het praeadvies is zeer de aan-
dacht waard.

The Economic Jous-nal. —Londen, Maart1918.

M. G. Fawcett,
Equal pay for equal woik;
D. Zinimera,

The wool trade in war time;
G. R. Carter
en
II. W.

Iloughton,
Income tax on wages, by quarter]y

assessment;
0. T. Falic,
Currency and Gold: now

and after the wal-;
R. G. Hawtrey,
The Bank res-

triction of 1797.

Journal of t h e Royal Statistical

S
o cie t y. – Londen, Jaauari 1918.

Sir Bernard Malle 1,
Vital Statisties as affected by

the war;
iS’ir R. Henry Rew,
The prospect of the

world’s food supplies after the war;
L. Isserlis,
On

the value of a mean as calculated from a sample;

Prof. B. A. Lehfeldt,
On Life-tables.

Sir Bernard Mallet geeft een reeks merkwaardige cijfers
over den invloed van dec oorlog op het verloop der bevol-king, zoowel in Engeland als elders. Den belangstellenden lezer moeten wij naar het artikel zelf verwijzen.
Niet minder belangrijk is de bijdrage van Sir R. Henry
Bew, waaraan in het vorig nummer enkele cijfers zijn ont-
leend. Zijn uitvoerige beschouwingen leiden hein tot de
conclusie dat er op het oogenblik geen redenen zijn om te
gelooven dat – uitgezonderd abnormale misoogsten – de
wereld na den oorlog hetzij op het gebied van broodgraan
hetzij op dat van vleesch voor erostige tekorten zal komen
te staan, aangenomen altijd, dat voldoende verschepingsge-legeuheid bestaau blijft. Bij de discussie waartoe Sir Henry’s
beschouwingen aanleiding gaven, werd door enkele sprekers
nog met name gewezen op de mogelijkheid om wanneer
straks het groote vrachtverkeer ter zee aan bezwaren onder-
hevig mocht zijn, aan het vischverbruik nog belangrijk uit-breiding te geven.

Journal de la
Société
Statistique de’

Pa r i s. – Parijs, April 1918.
A. Ney?narcic,
Les milliards de la guerre:
A. Bar-
riot,
Le recensement postal des manufactures du

Canada en 1916.

Voor het a,tikel van Neymarck zie men de bijdrage van den heer G. M. Boissevain in dit nummer.

Die Bank. — Berlijn, April 1918.
A. Lansburgh,
Zinsgeld, zur ,,Geldwerdung” der

Staatsanleihen;
L. Exhwege,
Die Gefahr der weite-

ren Bodenverschuldung;
Dr. H. Zicicert,
Die Gemein-

wirtschafts-Theorie und der Braunkohlen-Bergbau.

Id. – Mei 1918.
A. Lansburglr,
Die Berliner Grossbanken im Krieg-

jahre 1917:
L. Exhwege,
Ketzereien zur Wohaungs-

frage;
Fr. Köhler,
Die TJmsatzsteuer als Förderin

der Konzentration;
Dr. H. Kann.,
Internationaler-

infiatorischer Ausgleich;

Bank-Archiv. – Berlijn, 1 Mei 1918.
Alfr. Loewenberg,
Zur Börsensteuervorlage;
L.

Jacoby,
Die neue Börsensteuervorlage für nicht
notierte Aktien und Kuxe;
Dr. G. Sintenis,
Die

neue Kriegssteuer der Geselischaften;
II. Ohse,
Die

Neuregelung des Gesellschafts- und Effecten stempels
im Gesetzentwurf zur Aenderung des Reichsstempel-

gesetzes;
Prof. Dr. .iiax Fleischmann,
Fi-iede im

Osten III.

Idem. – 15 Mei 1918.
Prof. Dr. Riesser,
Das Ergebuis der achten

Kriegsanleihe;
Dr. H. iS’chultz,
Sollen der neuen

Geldumsatzsteuer auch langfristige Kapitalanlagen

unterliegen?
Dr. Hof maan, Zui
Tantièmepflicht der

Sonderrückl age;

Weltwirtschaftliches Archiv. – ifena,

15 Mei 1918.
Dr. 0. Wingen,
Das Problem des vaterlkndischen
Hulfsclienstes in kriegführendcn nu d neutralen Lan-

dom;
Dr. II. Curth,
Französische Schiffahrtspolitik

whhrend des Krieges mit besonderer Berücksichti-
gung der deutschcn Interessen II;
W. H. Edwards,

Die Donauprobleme und die deutschen Aussenhandels-

aufgabcn; E. Böhler,.
Die Kali-industrie der Ver-
einigten Staaten von Amerika wrend des Krieges;

Dr. 0. Kende,
Neiiere Literatur zur wirtschaftlichen

En twicklung Osterreich-U ngarns. Bij de , ,Chronik
und Archivalien” o. m.
Dr. 1V. Schweer,
Hollands

Kohienversorgung
5);
Prof. Dr. Kleberger, Die Siche-

rungder Oel-und EettversorgungDeutschlands whrend

und nach der Kriegszeit;
Dr. H. Wehberg,
Aufent-

haltsbeschrankungen und Naturali sationseatziehun-

gen gegenüber Feinden in Fraukreich;
idem,
Eine

englische Gerichtsentseheidung betreffend den Virt-
schaftskrieg nach dem Kriege; Neugründungen und
Thtigkeit der Auslandshandelskammern.

*) Waarin o. m. vermeld wordt het bestaan h.t.l. van de
,,Coal Reserves Conlpany (Betriebskapital £
25.000)” (?)

Koloniale Rundschau. – Berlijn, Maart!
April 1918.
Dr. J. Ruppel,
Die Verkehrskonzessionen in Bel-

gischKongo;
Prof. Dr. Ed. Moritz,
Die Anfnge der

Erforschung von Südwestafrika;
Dr. E. Grünfeld,
Die neueste Geschichte Ostasiens im Lichte der

Kolonialpolitik.

])eze aflevering van den K. R. bevat nu het laatste
gedeelte van het excerpt, soms kritisch aangevuld, door
Dr. Ruppel van het werk van Dr. H. Waltz: Das Konzessions-
wesen im Belgischen Kongo No. 9 der Veröffentlichungen
des Reichs-Kolonialamts,, Verlag Fischer 1917.
Na de bezetting van Brussel deed de Duitsche overheid
de archieven van het Belgisohe Ministerie van Koloniën
onderzoeken. Het werk van Waltz is hieruit voortgekomen.
De laatste aflevering van den vorigen jaargang had zich
bezig gehouden met de gebiedscoucessies waarbij de monopolie
positie der producten-winnende maatschappijen een belang-
rijke factor is. De wijziging ten deze na het overgaan van
den Kongo aan den Belgischen Staat vindt in het verloop van
het werk behandeling. De in deze rubriek reeds genoemde
eerste aflevering van den K. R. van dit jaar ging voort
met de mij nconcessies, die zich veelal in verband met de
gecoocessioneerde landbedrijven beviutclen. 1et Maart/April
nummer houdt zich bezig met de spoorwegen. De rol daarvan
moet beoordeeld worden naar de geografische toestanden,
en men vindt zulks in het werk gedaan. Wij verwijzen
naar de aanteekening op pag.
453
No.
125.
De concessies der
verschillende lijnen worden uitvoerig en met vermelding
van onbekende omstandigheden behandeld, waarbij, vooral
wat Katanga aangaat, de su-haakpolitiek tegen vreemd
expansionisme naar voren komt, een politiek welke in ieder
opzicht bij het genoemde gewest door Leopold wel overwogen
beoefend werd. Ruppel gaat nog nader in op den invloed
die naar hij neemt de momeuteele financieele conditie van
den Belgischen Staat gehad heeft op den vorm der spoorweg-
concessie-verdragen, de motiveering van Ruppel die op
principes steunt acht hij niet voldoende.

Als bijlage van ,,De Indische Mercuur” No. 20,
van 17 Mei 1918 verscheen de gebruikelijke uitgave
Jaaroverzichten van den handel in Kolo-
niale Producten voor 1917.

De inhoud wordt wederom gevormd door de bekende ver-
slagen van makelaars enz., die gedeeltelijk in ons tijdschrift reeds werden opgenomen.

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

503

REGEERINGSMAATREQELEN OP

HANDELSGEBIED.

Uitreiking van broo dk aarten. Met
ingang van de 15e broodkaartperiode zullen door de
gemeentebesturen slechts broodkaarten mogen worden
uitgereikt aan ingezetenen en aan houders van
brood-
kaartenbewjjzen.
Deze worden uitgereikt aan hen, die
hier te lande niet in eenig bevolkingsregister zijn in-
geschreven, als woonwagenbewoners, zwervers, enz.,
benevens aan personen, die geruimen tijd afwezig zijn
uit de gemeente, waar zij zijn ingeschreven, als schip-
pers, enz.

V a r k e n s. Verboden is het vervoer en de afle-
vering van levende varkens.

S 1 a c h t v e e. De maximumprijzen voor slacht-
vee, vastgesteld voor levering in de maanden April en
Mei, zullen ook gelden voor levering in Juni.

Inbezitneming oogst 1918. Ook het
vlas, vlasstroo en ljnzaad van oogst 1918 zullen wor-
den in bezit genomen.

L u p i n e nz a a d. Verboden is het vervoer van
lupinenzaad. Voorts wordt alle lupinenzaad van den
oogst 1917 en van vroegere oogsten in bezit genomen,
maximumprijs
f 30
per 100 K.G.

o o i. Verboden is het vervoer van hooi van den
oogst 1918. Verder is een maximumgroothandelsprijs
vastgesteld voor hooi van f 80
per 1000 K.G. eerste
qualiteit, ongeperst, geleverd franco boord. Ingesteld
is een Centraal Hooibureau.

Vroege aardappelen. De maximumklein-
handeisprijs voor de groote aardappelen zal voorloopig
zijn 12 cts. per K.G. (poters of drielingen 2 ct. lager);
het prijsverschil tusschen dezen prijs en den productie.
prijs, verhoogd met kosten, ad 5 cts. komt voor
°
/
io
ten laste van het Rijk en voor
1/10
ten laste van de
betrokken gemeente.

0 h e m i c a 1 i ë n. Verboden is de aflevering en
het vervoer van verschillende chemicaliën in grooter
hoeveelheden, dan voor elk artikel vastgesteld. Zij, die
van deze artikelen grooter hoeveelheden dan 10 K.G.
onder zich hebben, moeten daarvan opgave doen.

Garen

s en kleedervoorziening.
In verband met de plb.nnen tot voorziening in de be-
hoefte aan onderkleeding zijn
bij
verschillende fabrie-
ken garens door de Regeering in bezit genomen. De
behoefte aan onderkleeding doet zich dermate gelden, dat het niet wenschelijk wordt geoordeeld te wachten,
totdat een algemeene distributie zal kunnen plaats
hebben. Daarom worden nu reeds door het Steun-
comité kleinere partijen aan bepaalde gemeenten toe-
gewezen.

Inspectie Orisispersoneel. Door den
Minister van Landbouw is met ingang van 1 Juni bij
zijn Departement ingesteld een tijdelijke afdeeling
Inspectie Crisispersoneel.

G e n e e s na i d d cl e n. Apothekers, apotheek-
houdende geneeskundigen, ziekeninrichtingen, veeart-
sen en kleinhandelaren moeten véér 15 Juni aan het
Rijks Distributiekantoor voor Geneesmiddelen, enz.,
opgave doen van de onder hen aanwezige voorraden.

MAANDCIJFERS.

POSTCHEQUE EN GIRODIENST.

Maart April

Aantal
I
Bedrag
Aantal
I
Bedrag

Aantal

rekening-
houders op u°.
8.900

9.589

Aantal rekeningen

9.976

23.143
8.417.146
28.724
12.491.153
Overschrijvingen

..
16.466
5.599.780
20.102 15.548.144

op

u
0
…………9.281
Stortingen ………

Afschrijvingen

..
. .
18.662
4.011.466
22.669
9.446.418
Totaal tegoed reke-
ninghouders op u°.

9.800.259

12.848.843

RIJKSPOSTSPAAR BANK.

APRIL

– 1918

1917

1916.

Inlagen ………..
f

7008386 f

6.095.646 f’ 4.763.365
Terugbetalingen .. ,,

8.491.956 ,,

6.934.811 ,,

7.533.077
Tegoed der inleggers
op ultimo ………..
. 222.728.570 206.805.051 ,190.204.627
Nom.
bedr. der uitst.
staatsschuldboekj es
op ultimo ………..
30.251.600 ,, 27.120.200 ,, 25.795.550
Spaarbankboekjes:
Aantal nieuw uit-
gegeven

8.709

7.749

6.646
Aantal geheel af-
betaald

7.509

8.609

8.625
Aantal uitstaande
op jiltimo

1.780.088

1.739.625

1.703.434

OVERZICHT DER RIJKSMIDDELEN.

(In Guldens).

April
1918
Scderl
1
Januari
1918

Oerecn.
komsilge
periodè
1917

Directe belastingen.
1.684.816
3.540.378
3.252J98
Personeele belasting
‘)-
804932
696.218
Inkomstenbelasting

. –
6.781.631
20.469.998 16.997.290
Vermogensbelasting
782.190
1.69L327
1.099.821

Accijnzen.
3.248.015
12.033017
9.168.620

Grondbelasting

………

11.155
448.114
407 722
1.810.454
7.070.345
9.953 023
913765
825.796
308.605
4) 475.478
Geslacht

………….
.547.347
4.391.610
3.320.368

Indirecte belastingen.
21.271.092
3)

4.712.448
2.943.861
Registratierechten ..
2.145.83.7
8.205.266
4.244.980
Hypotheekrechten


441.252

Wijn ………………

2.612.223
8.003.410
6.411.977

Suiker

…………….

570.911
2621.554
3.952.940

Gedistilleerd

……….
Zout
……………..225.746

Forznaatzegel ……..


1.377

Bier

……………..84.303

Zegelrechten

………..

Gouden enzilverenwerken
244.818 224.584
Essaailoon
64
291
272

Successierechten ……..

Invoerrechten
…………

Belasting
………….65.470

Statistiekrecht
75.771

.

15.187

371.753
545.722
Domeinen

…………

..

492.415
697.323
24.344
217.370
2f 7.858
Jacht en visscherij

..
.
479

..

1.717 1.498
&taatsloterij

…………

12.375
•69.397
141.539
Ioodsgelden

…………

Totaal ……….
.22.069.410
76.612530
66.021.417

OPCENTEN VOOR HET LEENINGFONDS 1914.

A
fil
1918

Sedcrl
1
januari
1918

Overeen-
homsilge
periode 1917

Directe belastingen.
Grondbelasting
337.609
709.337
652.268
Personeele belasting
9_
2)
230.828 192.53
Inkomstenbelasting
2.562.033 7.723.673
5.768.999
Vermogensbelasting
292.847 639.317
363.891
Accijnzen..
649.603 2.406.603
.1.833.724
Wijn ……..
..
……..
2.231
89.623 81.545
Gedist. (binn.-enbuitl.)
181.045
707.035 995.302

Suiker

…………….

Indirecte belastingen.
Zegelrecht van buiti. elf
84.672 237.883
267.371
Registratierechten
381
2.250
424.064
Hypotheekrechten


43.994
Totaal ..
4.110.421
12.746.549 10.618.697

1)
In de maand April pleegt de einduitkeering voor de
pro ‘inciale- en gemeente-opcenten betreffende (leo vorigen
dienst plaats te hebben, welke tengevolge van den achter-
stand op dit middel, de opbrengst over de maand April
overtrof.
) Hieronder begrepen
f143.414
wegens zegelrecht van
nota’s van makelaars en commissionnairs in effecten, enz.
(Benrsbelasting) –
8)
idem
f678.487.
4)
Hieronder begrepen de opbrengst van den accijns op azijn.

1
504

ECONOMISCHSTATISTISCHE BERICHTËN

5 Juni 1918
11

BELASTINGEN IN VERBAND
MET
DE BUITEN-

GEWONE OMSTANDIGHEDEN.


April 1918
Sedert
1
Januari 1918

Oorlogswi nstbelasti ng
14.689.295
61.548022
Verdedigingsbelasting la ….
709.608
1.541.216
Verdedigingsbelasting Ib
.. ..
2.602.279
8.917.666
Verdedigingsbelasting II
.. ..
3.916.309
11.093.128

21.917.491 83.100.032

EMISSIES
IN
MEI 1918.

Bank- en Orediet-instellingen ……

f
4.92.00,
zijnde:
De

Hanzebank
f
500.000,- aand.
ft

101

6
/
0.

Nijmeegsch° Bankver. Van Engelen-
burg.

&

Schppers

f
250.000,-
aand.

ft
1.5

OiA.

N.V. Bank Associatie Wertheim
&
Gompertz

en Credietvereeniging

/
3.000.000,- aand.
ft
115
O/
o
.

Hypotheekbanken

(werkzaam

in

Nederland)

………………,,
400.000,
zijnde:
Mij.

vnor

Ilypnthecair

Credit

in
Nederland

/
500.000,-

aand.

A

f
2011
0
1

(met

20
0/

storting).
Ned. Hyp. Bank
f
500.000,- aand.
11
20
0
/o

(roet 20
0/

storting).

Hypotheekbanken (werkzaam in het
buitênland)

………………
Internationale Hypotheekbank

f
500.100,- 6
0
/0
pandbr.
fJ
99
O/
o
.

Holland Bonk
f
547.200,- 6
0/

pand-
brieven
ft
69
0
10

Industriëele Ondernemingen ……

….
691.850,-r
.zujnde:
N.V. Viscbconservenfabriek Hollandia

/
10u.000,.- aand.
ft
100
O
/o.

100.001l,- 6
0
/0
cum.
prei. aand.
OL

100

0
/
0.

N.V. Van der Kuy
&
Van der Ree’s Machinefbriek

en

Scheepswerf

f
500.000,- aand. 11 125
O
/o.

500.000,- 6
0/
cum.
pref. winstd. aand.
9. 100 0/•
N.
V.

A.

N.
de Lint’s Industrie
&
Haudel.Maatschappij
f
2 74.1100
,_
aand.

9.
115.
O/o. /
50.1100,-

8 0/

cum. prei. aand.
9.
1021/2
0/

Oultuurondernemingen, Handeisver-
•eenigingen en Handelsvenn…..,,
11.475.500,-
zijnde:
N.V. Cultuur Mij, der Vorstenlanden

f
10.265.000,-
aand.
9.

110 0/,
N.V.

Qebr.

Snoek’s

Manufacturen’
handelf
160.000,-
aand. 9.115
O/
o
.

Diversen

…………………….,
860.000,-
zijnde:
Ned. Herv. tiacönesseh. te Arnhem

f
250.000,-.
4
I/

O/o
obi.

9.
100 0/s,

Leeniug voor rente en all. gegar. door
het

Parochiaal Kerkbestuur vfd.
H. Laili-entiuskerk te lleemskerk

f
110.000,-

5
0/

obl.

e: 100
0
/0.

Totaal
…. f
19.256.078,-

terwijl voorts ook hier tê lande gelegetiheid bestond tot
inschrijving op $25.000.000,- aand. Swift & Co.
9.
100
0
/0.

Tötaal der einissies iii Januari . .
f
536.940.910,-
Februari . . ,,
12.202.250,-

Maart .. . . ,,
56.044.025,-

April . . . . ,,
9.419.875,–
Mêi ……,, 19.256.078,-.

Algemeen Totaal
… … f
633.861138,-

Bovendien:

f
7.940.000,- 3m. Schatkistpromessen 9.
f

99,38
14 870.000.- 6,m.

,,

,, ,,

981
1
01
11.630 000,.
41l
01 Schatkistbiljetteb ,, ,, 1.009,25

STATISTIEKEN EN OVERZICHTEN.

N.B.

heteekent: Cijfers nog -niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.

1
Juni
1918
20
Juli
1914

isc.Wissèls.
4’/2 sedett 1Juli’15
8’/2sedert2

Mrt. ’14
N
d rtel.Binn.tff.
4/2

1

,

’15
,,
4

23

’14
Bankrsch.inR:c.
5
1
I

,,

19Aug.’14
5,,

25

,,

’14

Bank van Engeland
5

,,

7 Apr.’17
3

,,

29Jan.’14
Duitche Rijksbank
5

,,

23 Dec.’14
4

5Febr.’14 Bank van Frankrijk
6

,,

21 Aug.’14
312

,,.

29 Jan. ’14 Oostenr. Hong. Bit.
5

,,

12 Apr.’15
4

,,

12
Mrt. ’14
Nat. Bank v.Denem.
5

,,

9

,-,

’15
5

,,

6Febr.’14

Zweedsche Rijksbk.
7

,,

20Mrt.’18
4
1
/2

,,

’14

flank
V.
Noorwegen
6

,,

14Dec.’17
412

,,

11

1
14

Zwitsercheat.13k.
4
1
/*

,,

51

,,

’14
3
1
1V

,,

19

,,

’14

Bank van Spanje
. . 4

.,,

22 Mrt.’17
4
1
/s


Bank van Italië.
6

»

10Jan.’18
5

9 Mei
’14
Feder.Res.Bk.N,Y.
3-4

Javasche Bank
…..
3
1
/t

,,

1
Aug209
3
1
/9

,,

1
Aug.’09

OPËN MARKT.

Data
Amsierdam
Londen
Part.
Berlijn
Part.
Partj
Part.
N.
York
Cal!.
Part. Prolon.
disconto
gatie
di5co,,to
disconto
di,c.
-__
money

1
Juni ’18
20/81/41)
31/4
tlll/st ‘
4…1j5

41/
4
_5
2)

27 11.-1J.’18
2
1
/*-3
3I/…4
371
4-/*

20 251(ei’18
2
1
i-3
2’/,-31/2
45/s

13-18
,,

’18
2
1
/2

3
1
/b
2’/2-3
1
l2
31/3*
4_S/g

28M.-2 J.’17
1/s-2/8
2Vo-
8
/4
4
20
182
4-/o

9M.8J.
1
16
1/4-2V4
2/4
4*/
i

4/

2
1
/2-9

20-24Jul.’14
1
31/ii-
s
he
2h1
4
_i/
2V4-‘/4
2’/*-‘/
28/
4

1
2
/4-2
1
/2

‘) Notesring van 31 Mèi.

WISSELKOERSEN.

WISSELMARKT.

De kOersen vor alle wissels liepen deze Week verondérljk
in gelijke richting. Maandag en Diesdag waren alle koersen
vast, daarna keerde de stemming en trad weder een Oven
gelijke daling in. Alleen Zwitserland bleef in verhouding
op een honger niveau, overigens sloten alle koersen ongeveer
op hetzelfde punt als de vorige week. Over het algemeen
is dc handel in de laatste wèken wel wat levendiger. Voor
het grootste gedeelte is dit een gevolg van dO sterke
sOhÖmmelinge, w.ardOÖr hrh’aaldeljk bedüidônde marges
ontstaan vergeleken met . de bultenlandehe koOrsen 9fl
de arbitrage wordt aangewakkerd.

KOERSEN IN NEDERLAND.

Data
Lönden
PôtiJ
Berlijn
Weenen
SLP

burg’)
1)

27 Mei

1918

– .
9.52k 35.15 38.45
23.521

1.99
1
/2
28

1918

..
9.63
35.35
39.85 24.50

2.02’/

29

1918

..
.56
35.25
39.42k 24.15

2.00’/
30

,,

1918

– –
9.55 35.20 39.15 24.20

2.00
1
l
31

,,

1918

– .
9.47
35.-
38.971′
24,-

1.99

1
Juni 1918

– –
9.45
34.95
38685
23.90

1.98’/2
Laagste d.
w. ‘)
9.44
34.80
38.35 23.40

1.98
Hoogste
,,

,,

‘)
9.65 35.50
40.10
24.60

2.02/

-25 Mei

1918

. .
9.46l
34.95 38.95
24.10

1.98’12
18

,,

1918

,,
9.41
2

34802
38.50
2

23.302

2.-
1untpariteit

– –
12.102
4

48.-
i59.26
50.41
1.28
2,48/4

8) Noteering te Amsterdam. ‘) Particuliere opgi’s.

t
) Notêeting van 17 Mei 1918.

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
505

NEDERLANDSCHE BANK.
Stoçk
I
Kqpn-
I
Çhri,.
I
Zwttsr.
I
Spgnjç
Batavia’)
Dato
holm)
h
agen
*)
iianial)
land
5
)
1

1)
idcgrajisch
Verkorte Balans op 1 Juni

Activa,

1918.

27 Mvi

1918

67.85

62.20

62.40

49.25

57.50

99-1001

28

,,

1918

68.30

62.25

63.25

49.90

58.-

99-1004
Binnenl,WisJ }.L-bk.

f 29.646.532,88’I2

29

,,

1918

68.05

62.45

63.-

49.70

58.10

99-100
sels, Prom

B.-bk.

,,

1.250.713,51

30

,,

1918

67!l5

62.20

62.95

49.60

57.75

99-100
enz. in disc.

Ag.sch.
,, 17.398.668,66 48.295.915,03′!,
31

,,

1918

67.50

62.-

62.50

49.70

57.40

99-100
Papiero. h. Buiten!. in
1 juni
1918

67.50

62.-

62.50

49.65

57.20

99-100
disconto

……………………..

L’ste d. w.’)

67.-

60.90

62.20

49.05

56.50

99-100
Idem eigen portef..
f

8.099.814,20
H’ste
,,

,,

‘)

68.50

63.-

63.50

49.90

58.50

99-1OO•
Af Verkocht maar voor
25 Mei

1918

68.20

62.40

63.20

49.20

57.50

99-100
debk.nogniotafgel.,,


18

1918

68.15′ 61.75′

62.50

49.70′

58.-

99-100.
,,
,,

8.099.814,20
Mwitpariteit

66.67

66.67

66.67

48.-

48.-

100
Beleeningen
H.-bk.

74.330025,54

“1

Noteering te Amaterclam.

1)
P.rticuliera opgave
mci.

vrsch.
in re k.-crt.

B.-bk.

8.882.619,80

{
‘) Noteering van 17 Mei.
Ag.sch.
,, 50.039.626,28’12
op onderp.

f133.252.271,62′!,

Op Effecten

……
f130.361.371,62′!,
KOERSEN TE NEW YORK.
Op Goederen en Spee.
..

2.890.900,-
138.252.271,821/2
Voorschotten a. h. Rijk ……………..

Munt en Muntnjateriaal

,


Ca6le
Londen
Zicht Parijs
Zicht
Berlijn
1

Zicht
1

Amsterd.
Dato
(In
$
(in fr.i.
(in cenis
1

(in cents
Munt, Goud
……f 83.956.720,-
per
£)
P.
P. 4
Rm.)
J

per gid.)
hiuntmat., Goud

..

,.636.309.459,11
1
/2

f720.266.179,111!2
Munt, Zilver, enz.
.

,,

7.797.315,44
1
/
1

Juni

1918

4.76.45

5.71
1
/2

oom.

49′!,
Laagste d. week..

4.76.45

5.71
1
/,

49t/

Muutmat., Zilver
. .
,,
Hoogste,,,,..

4.76.45

5.71/4


728.063.494,58
25
Mei

1918

4.76.45

5.71
‘,

non,.

49
Effecten

18

,,

1918

4.76.45

5.71’/.

non,.

50′!:
Bel.v.li.Res.fonds..

f

5.220.093,82
Muntpariteit….

4,86.67

5.18’/4

96’h

40
1
!,.
id. van ‘/,v.h.kapit..,,

3.989.268,30
1
/2

9.209.382,12
1
!2
Geb. en Meub. der Bank
…………….
..
1.465.000,-

Diverse

rekeningen

………………
..

91.717.387,76

f 1. 02 0.10& 245, 30
‘/2

KOEESEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN OP LONDEN.
Passiva.
Kapitaal

……………………..
f

20.000.000,-
Tijdperk

Plaatsen en
NolecrMgs.
5April 7Mei
8-21 Mei
1918
1
2! Mei
Reservefonds

……………………
Bankbiljetten in omloop
…………
5.234.534,18′!,
..927.613.660,-
Landen
eenheden
1918 1918

i
1

1918
Bankassignatiiin

in omloop …………
Rekening-Courant saldo’s:
2.881.903,37′!,
Laagsie
Hoogsie

Alexandrië.
.
Piast, P.
£
97
1
/,,

97
7
!10

9?’!io

97
7
/16

977/16
Van het Rijk
……f
18.841.251,62’/

B.

Aires
.. . .
d.p.gd.pes.

50’/

50’/4

51

53
1
/4

51’/4
Vau

auderen……..
40.156.942,75′!,

Calcutta
. . . .
shld.p.rup.

1/5’k

1/6
1
.2

116

1/6
1
/io

1/6′!32
.
,
,

58.998.194,38

.H

!,
ongkong

..

id.
p. $

3/0’/4

3/1’/,

3/1′!,

3/1′

311h/
Diverse rekeningen

: ……………..
,

Lissabon
….
d.p.escudo

28
1
!.

29
1
!,

29

31
1
/

31
f1.020.108.245,30′!,
Madrid

.. .,
Peset.
p. X

18.28

17.13

16.90

17.13

16.93
Montevideo..

d.p.peso

63
1
1,

65

64

66

64’/4
Beschikbaar iuetaalsaldo
…………..f

529.394.978,89’12

Montreal ….

$
per
£

4.84
1
/

4.82
1
!1
4.80’/

4.84

4.82
Op
de
basis van
215
metaaldeicking
……331.496.227,34′!,

Petrograd

..
R.
p. £ 10

oom.

non,.

norn.

non,,

oom.
Minder bedragaan bankbiljetten in omloop

R.d.Janeiro’)

d.p.niilr.

13
1
/,.

ia’/,,

13
1
!,,

13J4

13′!.e
dan waartoe de Bank gerechtigd
is ..

2.646.974.890,-

Shanghai

..
sh!d.p.tael

4/4

4153!4

4/53/4

4/6

4153/
Verschillen met den vorigen weekstai’d:
Rome

…….Lires
p. £

41.90

42.76

42.76

43.28

43.15

Singapore

.

id.
p. $

2/3
3
14

214
3
/

2/3
3
/32

2/4
5
/,

2/41/,
Meer
Minder

Valparaiso
1)
d.p.pap.p.
15″/32

16”182

16!16

17 /4

1627/.
Oiscoiito’s
1.800.468,37
1
I2

Yokohama
..
sh/d.p.yen

212
1
!,,

2/2
7
1,,
2/2
1
!,,

2/2
7
!,,

212′!,.
Buitenlandsche wissels ……

622.128,-
Beleeningen

…………..1.509.250,32
‘)
Notesringan
QP
90
dagen.
Goud

………………..
1.172.348,45

Zilwcr
1.686,65
1
!2
Bankbiljetten

…………

8.451.105,-
Part. Rek.-Crt. saldo’s

….
24.850.948,63

Voornaamsteposten in duizenden
guldens.

GOUD EN ZILVER.

Sedert
29
Juli
1916
worden de dagelijksche ontvangsten
1
Data
Goud
Zilver
Bank-
siljçit
Andere
apeischbare schulden
en onttrekkiugen van goud door de Bank van Engeland

1

Juni

1918

….
720.266
7.797
927.61:4
61.880
tijdelijk niet bekend gemaakt.

25

Mei

1018

….
721.430
7.799
919.162
73.201
18

.,

1918
719.240
7.756
933.985
62.857
11

1918
721.771
7.493
952.425
60.656
NOTEERING
VAN
ZILVER.
4

,,

1918

…..
721.833
7.331
971.986
64.449
27
April
1918
725.771
7.274
936.472
71.764
Noteering te Loudon.

te
New
York
20

,,

1918
729.446
7.158
895.117
75.776

1

Juni

1918
……..4V!,

99’/2
13

,,

1918
730.152
7.135
894.911
75.711

25

Mei

.1918 ………

437/
s

.

99I/
6

,,

1918

. . .
721.397
7.154
893.899
64320

IS

1918 ……..487/,

ij,
30 SIaart
1918
722.184
7.285
889.692
59.943

11

1918
……..491!,
23

,,

1918
723.051
7.337
864.373
66.509

4

1918
……..

40′!,

991/
2

16

,,

1918
723.807
7.323
858.394 58.834
1918
722.096
7.225
859.317
65.835

2

Juni

1917

…….38′!.

75
1
!,
3

1916……..81

64′!4
,,
2

juni

1917

. .
596.314
7.497
757.088
51.957

20

Juli

1914 ……..24’/,a

541/
8

3′

JUIIj

1916

….
542.893
5.947
645.484
64.648

1)
Noteering van 17 Mei.
25

juli

1914

….
162.114
8.228 310.437
6.198

506

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

ata

Disconto’s

Bdee-
Beschik.
baar
Dek.
kings.
Hiervan

T
olca
Schatkist.
ningen
Metaal-
percen-
promessen
saldo


lage
rechtstreeks

1 juni 1918
48.296
18.000 133.252
529.395
74
25 Mei 1918
50.096
18.000
131.743
529.987
73

18

,,

1918
55.018
18.000
135.293
527.115
73
11

,,

1918
58.395
18.000
150.486
525.715
72
4

,,

1918
61.871 18.000
170.593 520.938
70
27Apr. 1918
46.520
18.000 153.925
530.839
73
20

,,

1918
36.547 18.000
115.576 541.717
76
13

,,

1918
36.597

111.694 542.401
76
6

,,

1918
29.243 10.000 115.118
536.216
76
30Mrt. 1918
19.165

115.737
538.809
77
23

,,

1918
20.822

108.980
543.478
78 16

,,

1918
21.714

103.580
546.945
80
9

,,

1918
24.064

111.170
543.537
79

2 Juni 1917
57.813
44.000
91.120
441.043
75
3Juni 1916
31.992
11.300
72.186
405.991
77

25 Juli 1914
64.947
14.300
61.686
43.521′)
54
1)
Op
de basis van
/
5
meraalciekking.

Uit de bekendmaking van den Minister van Finan-
ci ë n blijkt, dat uitstonden op:

1
Juni 1918

25 Mei 1918

Aan schatkistpromessen.. f 134.890,000,- / 112.880.000,-
waarvan rechtstreeks bij
de Ned. Bank geplaatst ,, 18.000.000,-

18.000.000,-
Aan schatkistbiljetten . . ,, 47.507.000,- ,, 49.445.000,-
Aan zilverbons ………., 37.714.878,50 ,, 33.604.579,50

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Naast de per mail ontvangen gegevens worden de telegrafisch
bekend geworden totaalcijfrs der obligo’s en uilzettingen en
hof. hoohikbaar
mntnalsaldo van latere data onuenomon.

Data
Goud
Zilver
‘”

B k
ijeticn
Andere
opeischb.
schulden

18 Mei
1918
253900

11

,,
254.400
1918 …….”

86.643
20.241
170.100
62.581

9
86.469
20.400
169.774 64.384
2

,,
86.061 19.848
168.540
66.611

19 Mei

16 Febr. 1918 …….
1918 …….

72.297
22.244
156.571 34.428
20 Mci

1918 …….
1917 …….
53.920 31.892
144.314
35.424

25 Juli

1916 …….

1914
22.057
31.907 110.172
12.634

Data
Dis.
conto’s

Wissels,
1

buiien
N.-Ind.
betaalbaar

1
1
Belee.
1
ningen
t

Duçrse

ningen i)

Beschik-
baar
meiaal-
saldo

kings-

I

Dek.

Percen-
lage

18 Mei 1918
129:300
63.700

11

,,

1918
127.700
63.100

16Feb.1918
35.183
1
64.363
23.524
60.584 46

9

1918
9.140 35.482
1
64.975 23.816 60.316
46
2

,,

1918
8.335
35.342 66.337 25.228
59.155
45

19 Mei 1917
6.508
36.852
t
50.149
8.553 56.783
49
20 Mei1916
6.512
40.425
1
44.286

147.9341

6.363 50.394
47

25Juli 1914
7.259
6.395 2.228
4.842
1
)
44
1)
Sluitpoat der octiva.

5)
Op
de
basia van
5/
metaaldekking.

SURINAAMSCHE BANK.

Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
Circulatie
Andere
opeischb.
schulden
Disconto’s
Div. re &
C’•
ningen
1)

23 Maart1918 ..
547
1.256
901
1.075 626

16

,,

1918

..
548
1.256
869 1.088 572

9

1918

..
546 1.291
884
1.095
748

2

,,

1918

..
584
1.308
759
1.093
553

24Maart1917 ..
762
1.043
1.104 939 360
25Maart1916 ..
970
895 835 928 560

25 Juli

1914

..
65
1.100
560
735
396

‘)
Sluirpost der activa.

BUITENLANDSCHE BANKSTATEN.

Aan het eind van ieder kwartaal wordt een overzicht gegeven

van enkele niet wekelijks opgenomen bankstaten.

BANK VAN ENGELAND.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Currency Notes,

in duizenden p. st.

Data
Metaal
Circulaiic Currenc’ Notes.

Bedrag
Goudd. Goo. Sec.

29 Mei

1918
63.451
51.051
*** ***

22

,,

1918
62.633
50.246
***

15

,,

1918
61.708
49.977
244.063 28.500 220.254
8

,,

1918
61.366
49.683
241.004 28.500
216.836

30 Mei

1917
55.100
39.015 159.103 28.500
127.987
31 Mei

1916
60.215 35.389
118.550
28.500 83.775

22 Juli 1914 1
40.164
1 29.317
Data
Gov.
Sec.
Other
Sec.
_____________


Public
Depos.
Other
Depos.
Re.
serve.

Dek-
kings-
percen-
tage s)

29 Mei ’18
56.788 106.486
41.056
135.270 30.850
17,50
22

,,

’18
55.581 97.304
38.434
127.600
30.837
18,57
15

’18
57.317
105.522
41.457
133.820 30.182
17,22
8

,,

’18
55.872
97.410 37.573
128.130
30.133
18,18

30 Mei ’17
45.080
115.055
57.439
119.481 34.535
19,50
31 Ivici ’16
38.187
72.653 53.534 82.858
43.276
31/g

22 Juli ’14
11.005 33.633 13.735
42.185
29.297
52’ls

t) Verhouding tusachen
Reserve
en Oeposits.

DUITSCHE RIJKSBANK.

Voornaamste posten, onder bijvoeging der Darlehens-

kassenscheine, in duizenden Mark.

Data
Metaal
________________

Daarvan
Goud
Kassen.
scheine
Circu.
laiie

Dek.
kings.
percen-
tage ‘)

23 Mei

1918
2.465.889
2.345.524
1.516.618
11.700.247
34
15

1918
2.465.819
2.345.393 1.555.846 11.803.870
34
7

,,

1918
2.464.955 2.345.192 1.550.545 11.802.332
34
30 April 1918
2.464.796
2.344.999
1.543.195
11.820.793
34

23 Mei

1917
2.561.582 2.533.168 522.360
8.132.076
38
23 Mei

1916
2.503.032
2.463.392 527.547
6.443.316
47

23 Juli

1914
1.691.39811.356.857 65.479 1.890.895
93

5)
Dekking
der circulatie door metaal en Kassenscheine.

Data
Wissels
Rek. Cr1.

Darlehenskassenscheine

Totaal
In kas hij
uit ge-
de Reichs.
geven
bank

23 Mei

1918
14.000.447
7.333.316
8.572.300 1.501.800
15

1918
14.546.209
7.751.370
8.613.300
1.541.600
7

,,

1918
13.577.588 6.857.044
8.613.400
1.536.800
30 April 1918
13.887.788 7.055.105 8.587.300
1.529.700

23 Mei

1917
9.220.050 4.640.678 4.573.700 504.500
23 Mei

1916
5.266.386
1.775.453
1.716.700
483.100

23 Juli

1914
750.892
943.964

RUSSISCHE STAATSBANK.

Sedert 5 November 1917 is geen bankstaat verschenen.

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

401:4

BANK VAN FRANKRIJK.

Voornaamste posten in duizenden francs.

Data
Goud
Waarvan
in het Buiten/and
Zilver
Te goed
in het
Buitenland

BuiL gew.
voorsch.
a/d. Staat

30 Mei ’18
5.382.424 2.037.108 254.041 1.448.883
16.800.000
23

’18
5.381.736
2.037.108
255.487
1.407.374
16.450.000
16

’18
5.380.980
2.037.108 256.245
1.357.968
16.250.000
9

,,

’18
5.380.407
2.037.108 255.825
1.300.270
16.150.000

31 Mei ’17
5.273.661
2.033.741 257.601 766.576
10.500.000
2J1111116
4.739.234

352.336
701.340 7.600.000

23 Juli’14
4:104.390

639.620

Wissds
Uitge.
stelde
Wissels
Bdee.
ning Bonk/st!.
letten
Rek. Cr1.
Parti.
culieren.

Rek.
Cr1.
Staat

.
1.120.605 1.083.957 929.427
27.343.372 3.339.833
46.064 1.078.817
1.087.861
937.675 27.073.138 3.162.143
65.497
.
Co
1.091.394
1.090.083
692.929 29.064.028 3.017.958
89.560
1.177.399
1.091.821
999.006
27.011.836
3.052.300
46.969
0
522.161
1.221.257
1.120.569 19.479.437 2.628.109
127.233
442.148
1.513.782 1.203.646
15.531.129
2.105.963 54.716
1.541.080

769.400
5.911.910
942.570
400.590

SOCItTlE GNÉRALE DE BELGIQUE.
1)

Voornaamste posten in duizenden francs.

Data
Metaal
mcl.
buiten!.
saldi

Tin.
van
buiten1.
vorder.

1 Ee/een.
1
van
1
prom. d.
1
proeinc.

wissels
en
heleen.

1
1
Circu.
1

lotk
1

C.

I

Rek.

saldi

30Mei

’18
887.657 99.026
480.000
107.632
1.305.096
259.529
23

,,

’18
887.882 98.905
480.000
109.847
1.310.235
256.746
8

,,

’18
808.733
98.808
480.000
122.005
1.266.338
232.480
2

’18
805.970 98.776
480.000
125.395 1.265.172
234.550
31 Mei

’17
382.327
87.614
480.000
81.134
913.870
107.341
30 Mei

‘16,2
5 3.6 2 91
65.3714
1
80.0001
61.114
699.996
147.366
‘) Sedert einde 1914met de functie van circulatiebank belast.

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.

FEDERAL RESE14VE BANKS.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Goud Waarvan
voor dekking
F. R. Notes

Waar.
van in
het bui.
ten/and

Zilver
etc.
I

F.R.
Notes tn
circu.
latte

22 i1aart’18
1.802.814
899.919
52.500
59.558
1.429.569
15

,,

’18
1.793.243 890.714 52.500
58.950
1.406.228
8

,,

’18
1.788.198
916.969
52.500 59.685 1.383.990
1

,,

’18
1.777.329
905.915 52.500
60.444
1.351.091

23 Maart’17
912.055
352.038

10.665
844.603

Algem.
Percent.
Totaal
Waar-
Dek.
1

Goud.
Data
Wtssls
Depostto’s
van kings.
dekking

Kapitaal
percen-
1

circa.
tage
)
1

latte

22 Maart’18 871.999

1.882.396

74.011

59,6

63,-
15

,,

’18 840.732

1.833.275

.73.886

61,6

63,3
8

,, ’18 838.292

1.815.835

73.624

59,2

66,3
1

,,

’18 801.738

1.820.954

73.401

60,5

66,6

23 Maart’17 106.271

844.603

56.057

80,5 101,5
5)
Verhouding tusschen: den totalen goudvoorraad. Zilver etc., en de
opeischbare schulden:
F. R. Notes en netto depositos met inbegrip van
het kapitaal.

PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. RES. STELSEL.

Voornaamste posten in duizenden dollars.

Data
Aantal
banken

1

Totaal
1

uitgezette
1

gelden en
beleggingen

Reserve
hij de
F. R. banks
Totaal depositoj
Waarvan
time
deposits

15 Mrt. ’18
681 111.439.631
1.152.208 11.029.244 1.392.402
8

’18
682
11.438.568 1.164.890 11.190.614
1.395.667
1

,,

’18
676
11.375.469
1.089.152
11.119.448
1.375.066
21.Febr.’18
686
11.463.952
1.170.737
11.243.053 1.404.882
15

,,

’18
679
11.527.276 1.139.386
11.089.879 1.381.799
8

,,

’18
670
11.443.117 1.208.992
10.937.616
1.358.737
1

,,

’18
675
11.523.854
1.203.956
10.896.831 1.359.956
25 Jan. ’18
671
11.541.418
1.199.201
10.777.154 1.399.748

EFFECTENBEURZEN.

Amsterdam, 3 Juni 1918.
Met geweldige kracht wordt thans wederom gepoogd aan
het Westelijk front een definitieve beslissing te forceeren,
waartoe het initiatief is .uitgegaan van de Duitsche leger.
leiding. Waar in strategisch opzicht dé aanvaller steeds
iu de meest voordeelige positie zich bevindt, daar hij plaats,
tijd en opstelling der troepen kan uitkiezen, is het te be-
grijpen, dat de eerste dagen een succes voor de Duitsche
legers hebben gebracht. Inmiddels echter heeft de tegen.
partij gelegenheid gehad zich te formeeren en zich op te
maken, om den aanval tot staan te brengen en, zoo mogelijk,
het verloren terrein te herwinnen. Volgens de jongste be-
richten zouden de keurtroepen van Fransche zijde in het
veld zijn gebracht en het is dan ook onwederlegbaar, .dat
de vooruitgang der Duitsche legers in de laatste dagen veel
minder snel plaats heeft, dan bij den aanvang van het offen-sief het geval is geweest.
Toch heeft deze wijziging in den stand van zaken geen
verandering op de beurzen der Centrale landen te voorschijn
gebracht. Nog steeds is men daar uiterst optimistisch ge-
stmd. Zoo krachtig zelfs is het vertrouwen op de eind-
overwinning, die dan door de wapenen bevochten zou moe-
ten worden, dat de leidende Regeeringspersonen niet geaar-
zeld hebben te wijzen op een mogelijk einde van den oorlog
vOOr het jaar 1918 zou zijn verloopen. Deze verwachting
werd uitgesproken, toen bij deze personen het voorgeno-
men offensief bekend was; er behôeft dus geen twijfel te
bestaan aan de wegen, langs welke zij het einde van den
oorlog bereikbaar athten. Het is dan ook niet meer dan
natuurlijk, dat dit optimisme op het publiek en wel speciaal op het speculeerend publiek is overgeslagen, zoodat als ge-
heel de beurs te B er 1 ii n in de achter ons liggende be-
richtsperiode een zeer opgewekt aanzien heeft gehad. • Ontegenzeglijk waren echter aan den anderen kant hier-
voor ook speciale oorzaken’ aan te wijzen. Men herinnert
zich nog de geweldige koersopdrijving in aandeelen Bern-
berg, welke wij eenige weken geleden hier ter plaatse rele-
veerden. De grond voor deze hausse werd gevonden in de
mogelijkheid tot ,,Verwertung” van een uitvinding, die het
mogelijk maakt weefstoff en te vervaardigen uit in Duitsch
land zelve te vinden grondstoffen, hetgeen vooral in dezen
tijd van absoluten stilstand van buitenlandschen import
ongetwijfeld van zeer groot nut kan worden. Ook voor den
overgangstijd is de uitvinding, indien zij practisch op groote
chaal kan worden toegepast, van onberekenbaar voordeel
en in dit verband is een rjzing van den koers der aan-
deelen dan ook wel te rechtvaardigen. Zooals echter bijna steeds ter beurze geschiedt, is ook hier zeer sterk overdre-
ven; zoo buiten iedere verhouding is de koers opgevoerd,
dat de directie het noodig heeft geoordeeld een waarschu-
ving in de pers te lanceeren. Een terugval van eenige be-
teekenis heeft dit nochtans niet veroorzaakt; eerder heb-
ben de gunstige vooruitzichten op het gansche gebied der
,tErsatz”-kleedingstoffen.industrie een verdere opwaartsche
beweging ook in andere soortgelijke aandeelen te voorschijn
geroepen. Zoo waren deze week de aandeelen Vereinigte
llanfschlauch tot sterk verhoogde prijzen gezocht; naar
verluidt zou deze onderneming een nieuwe uitvinding op
het gebied van het spinnen van garens en het fabriceeren
van. drijfriemen hebben toegepast, terwijl men ook beweerde,
dat zij een belangengemeenschap met de Bemberg zou
hebben aangegaan.
‘Naast de directie van de Bemberg A. G. hebben overigens
ook andere het noodzakelijk gevonden op te komen tegen
een te sterk doorgevoerde prjsopdrjving. Wij noemen de
Mechanische Buntweberei vorm. Kolb & Schulle A. G. te
Kirchheim, de Bremer Linoleumw’erke Delmenhorst en de Lüdenscheider Metallwerke A. G. Deze voorvallen bewij-
zen wel ten volle,, dat de speculatiezucht aan de beurs te
Berlijn ‘zeer sterk aangewakkerd is en dat alle verbodsbepa-
lingen omtrent het publiceeren van’ koersen e.d. niet in
het minst dienstig zijn om dezen geest ook maar eenigszins
te keeren. De oorzaken hiervoor zijn te vinden primo in de
reeds boven gereleveerde optfmistische opvattingen omtrent een eindelijken zegepraal der Duitsche legers, secundo in de
verwachtingen, die men omtrent allerlei nieuwe procd’s, ontstaan uit de noodzaak van de toepassing van ‘vervan-
gi?igsstoffen, koestert, (waarbij men dan echter meestentijds
uit het oog verliest, dat van ‘deze surrogaten het vermoede.
lijk ‘slechts enkele na den oorlog tot de hoogte van reëele
verbruiksartikelen zullen brengen) en tertio in de buiten-
gewoon ruime geidmarkt, te voorschijn geroepen uit de
liquidatie van voorraden, de verhooging der prijzen, enz.
Men onderscheidt bijna niet meer en neemt het minste be-
richt van gunstige exploitatie of van goede bedrijfsresul-
taten aan,, om te komen tot een totaal ongemotiveerde op-

777

508

ECONÔMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

drijving van de koersen der betrokken waarden. Het
spreekt vanzelf, dat voor het grootste gedeelte hier een
hevige teleurstelling zal moeten volgen; op het oogeublik echter denkt het publiek hieraan niet.
Voor een enkele rubriek scheen de koersverheffing noch-
tans wel gewettigd, o.a. voor scheepvaartaandeelen. Op de Oostzee, die thans van mijnen gezuiverd is, is het handels-
verkeer weder hervat, terwijl aan den anderen kant onder-
handeld wordt omtrent den verkoop van schepen aan
Argentinië. Deze schepen zouden dan worden betaald door
het neutrale buitenland, dat van Argentinië graan betrekt,
zoodat de moeilijkheid in verband met de overmaking der
gelden op deze wijze vermeden zou kunnen worden. Het is
echter de vraag, of deze inderdaad ingenieus uitgevonden en eenvoudige regeling geen enkelen hinderpaal op haren
weg zal ontmoeten. Voorts verluidde, dat de verschillende
reederijen den eersten termijn van de door de Regeering
toegezegde schadeloosstellingen dezer dagen ontvangen zou-
den hebben. Deze laatste mededeeling is natuurlijk weder
typisch voor de behoefte, die het publiek in het algemeen
aan stimuleerende bizonderheden heeft; deze schadeloos-
stelling toch was toegezegd en alleen insolveutie of chicane
van den Staat zou derhalve slechts de uitbetaling hebben
verhinderd. Een meer geldige reden, die heeft medegewerkt
tot een zeer geanimeerde stemming voor scheepvaartwaar-
den is echter wel de omstandigheid, dat de groep Baum-
Stinnes pogingen in het werk stelt om belang te verkrijgen
bij de exploitatie der petroleumbronneu in Roemenië. Meer
en meer komt hieruit naar voren, hoe langzamerhand,
vooral in Duitschland, kartels en trusts van den meest ver
schillenden aard gaan ontstaan, boe alles in het werk
wordt gesteld, om na den oorlog met een zoo groot en
krachtig mogelijke organisatie gereed te zijn, teneinde de
verwachte concurrentie op alle gebied het hoofd te kunnen
bieden. Vooral de kartelvormiag ,,in de diepte”, d.w.z. de
aaneensluitiug van bedrijven, die op elkanders eindproduct
zijn aangewezen, neemt zeer groots vormen aan.
Te L o n den is de beurs nog steeds in een apathische
stemming. Hier hebben de eerste successen van het her..
nieuwde offensief natuurlijk een tegengestelde werking ge-
had, dan in Duitschiand. Toch was van een sterk dalende
tendens geen sprake. Het bedrijfsleven blijft dan ook iuuer
lijk gezond, waarvan als voorbeeld wel mogen worden ge noemd de balansen, die de groote banken hebben gepubli-
ceerd. Voör 29 Engelsche baukinstellingen bedroeg de winst
over 1917 niet minder dan £ 11,17 millioen, waarvan
£ 5,40 millioen aan dividenden werd uitgekeerd; de depo-sito’s klommen van £ 1444,43 tot £ 1705,84 millioen, het-
geen alleszins een beeld geeft van de krachtige financieelo
basis, waarop het land nog steeds berust.
Te Pa r ij s heeft vooral het verslag vaji Fraiikrijk’
grootste reederj-onderneming de aandacht getrokken. De
Compagnie Géndrale Transatlantique heeft, ondanks fr. 40
millioen voor nieuwbouw is uitgegeven, het bedrag waar-
voor hare schepen te boek staan, in twee jaren tijd met
fr. 47 millioen verminderd, ongetwijfeld een voorbeeld van
sterk doorgevoerde afschrijvingspolitiek. Het bezit aan
effecten, oorspronkelijk bestaande uit aandeelen in ‘de
scheepswerf van St. Nazaire, steeg in hetzelfde tijdsverloop
van Ir. 22 millioen op fr. 201 millioen. Hoogstwaarschijn-lijk is deze sterke groei toe te schrijven aan de omstandig-
heid, dat de vergoedingen, door de Pransche Regeering te voldoen voor verloren gegane scheepsruimte, zijn betaald
met obligaties der oorlogsleeningen. Afgescheiden hiervan
paraisseeren nog fr. 44 millioeu aan vorderingen op den
Franschen Staat op de balans. De inkomsten stegen van
fr. 202,85 op fr. 268,50 millioen, waaruit, na de boven reeds
gereleveerde afschrijvingen, een dividend van fr. 20 (v. j.
fr. 18) per gewoon en preferent aandeel ad fr. 150 nomi-
naal werd uitgekeerd.
Te N e w Y o r k heeft vooral de vaste stemming voor
Mariuewaardea de aandacht getrokken. En zijn onderhan-
delingen gaande betreffende den verkoop van het Engelsche
bezit uit de Marinetrust; naar men zegt, is een bod van
$ 125.000.000 binnengekomen. Dé besprekingen nemen, vol-
gens de jongste mededeelingen, een gunstig ‘verloop. Niet-temin staan conservatieve kringen zeer sceptisch tegenover
de sejisationeele koersverheffing, waarvan voornamelijk de
preferente aandeelen deze week hebben blijk gegeven. Wel-
iswaar zou het mogelijk zijn, indien de transactie betref-
fende den verkoop tot stand komt, de obligatieschuld der’
Trust af te lossen en zelfs over te gaan tot uitkeeriug van
het achterstallig dividend ad. 72 pCt. op de preferente aan-
deden, doch vermoedelijk zal de directie tot deze aflossing,
resp. dividenduitkeering, niet besluiten, dan nadat zij de
onderneming sterk heeft gemaakt voor alle eventualiteiten,
die de toekomst kan brengen. Nu zouden aandeelhouders
zelf hiermede wel in ruime mate rekening kunnen houden,

doch practisch is dit niet mogelijk, wijl men in den blinde
tast voor zoover het betreft de wetenschap van het aantal en de grootte der vaartuigen, die na den eventueelen ver-koop nog in het bezit der Marinetrnst zullen blijven. Ook
hier zullen wel sterk naar den gunstigen kant overdreven
verwachtingen de krachtige koersverheffing in de hand
hebben gewerkt.
T e o n z e n t heeft de markt voor staatsfondsen een zeer
kalm verloop gehad. De tendens voor de Staatsleeniug 1917
was echter eerder naar den dalendea kant. In buitenland-
sche staatspapieren kwam slechts sporaclisch noteering tot
stand. Nu het wetsontwerp tot wering van den invoer van
vreemde fondsen wellicht spoedig tot wet verheven zal
worden, is men mede huiverig engageulenten aan te gaan,
waarbij remise van fondsen uit het buitenland naar ons
land moet plaatvinden, terwijl op het oogenblik van
iawerkingstelling der wet wellicht deze fondsen onze gren-
zen nog niet gepasseerd zouden zijn. In staatspapieren met
z.g. ,,nieuw zegel” is de handel dan ook sterk afgenomen.

28 Mei. 31 Mei.
3 Juni.

42/
t
0/
Ned. W. Schuld ..
.
94
93/&
930/11

27
/22

V/2
Olo

1916
94
to110

94I/
93’/18

12/
4

4

0J

,,

,,

,,

1916
87/ie
86
1
/2
868/
8


12/
18

3111

0/

,,

,,

,
…..
77
1
/4
762/
2

761/2

3/
4

3

0/

,,,,,,
69/8
682/4

69/a
2
1
/2 O/

Cert. N. W. S.

……
598/s
58/4
59/2
5

0/

Oost-Indië 1915 ….
97II/
97
I
1
97

11
108
4

°/o Hnngarije Goud
..
.
43’/e
44 44
+
/e
4

0/

Oostenr. Kronenrente
391/
4

382/
4

38
8
14
2
/2

5

0/

Rusland 1906 ……
24 24 24
4/2
0/

Ivaugorod Dombr.. 22/s
22/
22/4
+
/8
4

0/

Rusland Cons. 1880
21
2
/8
2V/s
21
1
/8

1
/2
4

°/o RusI. bij Hope &C’o..
22/io
21
20
1
/i

l’Is
41/2
0/

China Goud 1898

.
54
54 54
5

0/

Brazilië 1895

……
57/ia
57Iio
5411

2
18
/io

De locale markten waren vast gestemd voor
scheepvaao

t-
waarden.
Weliswaar vormt het uitblijven van een algemeene
overeenkomst nog steeds het zwakke punt in de markt,
doch de jongste berichten omtrent het vermoedelijke uit-
varen van eenigg graanschepen, voorzien van een ,,Geleit-
schein” van de Duitsche autoriteiten, benevens de gerust-
stellende verklaringen van onze Regeering betreffende het
uitvuren van het Indisch convooi heeft de algemeene ten-
dens toch veel kalmer gemaakt. Ook het verslag van den
Rotterdnmschen Lloyd heeft een zeer gunstigen indruk ge-
wekt. Een bruto-winst op de exploitatie-rekening van oaae-
veer 127 pCt. van het aandeelenkapitaal geeft dan oog. el
blijk van een geweldige ,earning-capacity” en het dividend
ad 15 pCt., dat eerst cenigszins tegenviel, verschijnt door
de cijfers der winst- en verliesrekening in een geheel ander
licht. Niet minder dan globaal
f
17.000.000 wordt op vei-
sehillende hoofden als reserve en afsehrijving aangewend,
zoodat de financieele positie van de onderneming geduren-
de het jaar 1917 op een geweldige wijze is versterkt. Hoe-
wel de weerspiegeling van deze omstandigheid nog niet sterk in de koersen der betrokken aandeelen tot uiting is
gekomen, blijkt langzamerhand, zooals reeds vermeld, op
de geheele scheepvaartmarkt een betere tendens de overhand
verkregen te hebben.

28

ei.
Cl
T
Un!.
Rijzing
of
daling.

Holland-Amerika-Lijn

….
365
366,1/3
3791/4
+
5114

,,

,,

,, gem.eig.
343
3421/2 3458/4
+
2I4,
Holland-Gulf-Stoomv.-Mij ..
255
255
255
Roll. Alg. Atl. Stoomv.-Mij.
163 163 163
Hollandsche Stoomboot-Mij..
195
1
/o
190
1
12
192

3V3
Java-China-Japan-Lijn ….
250 /4
249’12
2502/
4

+
2/2
Kon. Hollandsche Lloyd ..
160
160’/
162 1/2
+
2’/2
Kon. Ned. Stoomboot-Mij…
22614
223
225214

1’/1
Kon. Paketvaart-Mij …….
242’/
238’/2
241214

8/
4

Maatschappij Zeevaart ….
295 263 269

26
Nederl. Scheepvaart-Unie ..
242 239
1
12
2412/s

2
/8
Nievelt Goudriaan ……..
1140 1140 1140
Rotterdamsche Lloyd ……
253’I
252
2532/
2

Stoomv.-Mij.,,Hillegersberg”
340
340
340
,,Nederland”
..
240
234
2/4

237
1/2

2’/2
Noordzee”

– .
207 207
1861/2
– 20
1
/2
,,Oostzee”
324
309
2
/!
310

14

Itetzeifde kan niet worden gezegd van de
duhtwsrndarkt.
Nog steeds is men hier bevreesd voor het doorvoeren van
nieuwe uitgiîten van aandeeleu of van obligaties, naar het
voorbeeld der Cultuur Maatschappij der Vorstenlanden,
waardoor herhaaldelijk nieuwe contramine-posities worden geschapen, die echter te eeniger tijd een enormen steun aan

5 Juni 1918

ËCÔNÖMÏSCH-STATISTISCHE BERICHTEN

509

een eventueel marktherstel itillen moeten verleenen. De
handel in aandeelen Handeisvereeniging ,,Amsterdam” en Cultuur-Maatschappij der Vorstenlanden is inmiddels wel
eenigszins afgenomen, hoewel de groote posities in deze
fondsen nog steeds een zeer aanmerkelijke belangstelling doen voortbestaan. De koersvariaties zijn echter van veel
geringer omvang geworden dan eenigen tijd geleden.
De ook in
tabaks fondsen
bestaande baisse-groep heeft ge-
durende de afgeloopen week reeds ten deele geleid tot een
krachtig herstel in aandeelen Senembah. Het bericht, dat
de Sumatra-tabaksplanters besloten hebben tot inkrimping
van den aanplant voor oogst 1919 met ruim 40 pCt. bleef
vrijwel zonder invloed op de markt, omdat men dezen maat-
iegel had voorzien en reeds in de koersen had verdiscon-
teei-d. Daarentegen doken wel opnieuw geruchten op om-
trent uitkeering van een groot dividend en van een
,,bonus” op aandeelen Senembah, hetgeen voldoende was,
om verschillenden tot overhaaste dekkingsaankoopen te
breigen. Dat hierbij vaak geforceerd te werk is gegaan,
bewijst wel de annonce, juist heclenavond in de Amster-
damsche dagbladen verschenen, waarin dn der handelaars
in tabaksfondsen dergelijke praktijken aan de kaak stelt.
In deze afdeeling ter beurze waren voorts aandeelen
Höllnd-Sumatra tot hoogere prijzen gezocht, in verband
met de mededeeling der directie, dat zij de oogsten 1917 en
1918 geheel tot loonende prjtn heeft verkocht. In zoo-
vetre de koersverheffing op deze reëele feiten was geba-
seerd, was zij ongetwijfeld volkomen te wettigen. Reeds
spoedig is echter ook hier dOor middel van een bepaalde
financieele pers gebruik gemâakt van de neiging van het
publiek om alle omstandighedeii in den beginne ,,couleur de rose” te zien en is de koers buiten verhouding, hoewel
gelukkig niet tot duizelingwekkende hoogte, opgevoerd,
waarna een reactie dan ook niet is uitgebleven.
De omzetten in
rubberwaarden
waren van geen beteeke-
uis; de stemming in deze fondsen was echter in den grond
wel vast te noemen.
Meer handel vond plaats in
petroleumwaarden,
die af-
wisselena een rijzende en een dalende tendens te aanschou-
wen hebben gegeven. Voor aandeelen Koninklijke Petro-
leum bestond echter voortdurend vraag, al werd deze wel eens
overheerscht door aanbod, dat uit verkoopen wegens winst-
nemingen ontstond. De overige, en speciaal de Roemeensche
soorten, hadden echter meer onder verkoopdrang te lijden.
Geruchten, als zoude de Oöstenrjkschê Regeering reeds
doende zijn onderhandelingen aan te knoopen om te geraken
tot overname van sommige Nederlandschê raffinaderijen in
Roemenië, hadden slechts voorbijgaand een stimuleerende
uitwerking op het koerspeil.
De markt voor
bonkaandeelen
bleef vrijwel op 66n
hoogte. Op den 7den Juni a.s. zal de Amsterdamsche Bank
overgaan tot het emitteeren van
f
5.000.000 aan nieuwe
aandeelen. De aandeelen reageerden niet noemenswaard.

28 Mei. 31 Mei.
3 Juni.
Mizing

Arnsterdnische Bank
186
186′!2
182*
_4
Ned.Ffltndel-Mij.cert.v.Sand.
168
8
/s
167
1
I2
168/
+
1/2
Rotterd. Bankvereeniging ..
134
14
134
Amst. Superfosfitatfabkiek.
.
162
160
158

4
Van Berk0’8 Patent ……
158
158 158
Insulinde Oliefabriek……
210
21121
4

213/
4

+
3
t
14
Jurgens’ Ver. Fabr. pr. aand
104
1041I/,
105 1/4
+
1/4
Wed. Scheepsbouw-Mij. . . . .
152
148’/3
149

3
Philips’ Gloeilampenfabriek
340
327!2
339
—1
R. S. Stokvis
&
Zonen
.
545
532 ‘/2
526

19
Vereenigde Blikfabrieken..
125
16/4
127
+
2
Compania Mercat,til Argent.
216
1
/
4

212
1
/
213′!3

2’/4
Cultuur-Mij. d. Vorstenland.
112 110
111/4
Handelsver. Amsterdam ….
283
274
1
/2
275’/4

7’/4
Hoil. Transatl. Handelsvèr.
135 134
133

2
Linde Teves
&
Stokvis ….
225
223
222

3
Van Nierop& Co’sHafldel-Mij
185 183
185
Tels
&
Co’s Handel-Mij ….
180
1
i2
176
16
—4′!,
Gecons. Holi. Petroleum-Mij
186
185’/4
191
+
5
Kon. Petroleum-Mij. ……
525’/2
517
1
/
531
1
!2
+
6
Orion PetroleumMij …….
80
78’/4
791/4

Steaua Romana Petr.-Mij

.
192
1
/
190′!3
190/4

2’/4
Amsterdam-Rubber-Mij.. …
156
1
/3

153
155
‘1

1
Nederl.-Rubber-Mij.

……
951/
4

931/4
95

1/
4

Oost-Java-Rubber-l1j.

….
200
192 203
+
3
Deli-Maatschappij

……..
426
415
422
—4
MedanTabak-Maatschappij..
183 175 182
1
Senembah-Maatschappij….
537
532
560
±
23
*

eL clix5i.

De
4merikaansche afdeeling
heeft voornamêlijk belang.
stelling getrokken door de koôrsrjzing in Marijiewaarden

te New York, welke hier vrijwel geheel werd overgenomen.
Toen echter de koers te Wallstreet blijken gaf neiging te vertoonen tot een zwakke reactie, was de teruggang hier
ter beurze dadelijk veel scherper, dan aan de overzijde van
den Oceaan het geval was. Overigens vond de meeste handel
plaats in Steels en in de lichtere soorten der spoorweg-
markt, als Southern Bails.

28Mei. 31116.

American Car & Foundry .

70

70
1
!,,
71/,, + 1
7
!,,
Anaconda Copper ……..126’/

125″/,6 127
81

+
1/4
Un. States Steel Corp…..86’/,e
858/8

86
Atchison Topeka ……….82’/,,

82’/

82′!,,
Southern Pacific ………. 818/
4

80′!2

79
‘/2
– 21/
4

Union Paeific …………. 1182/
4
119V

119/

+
1/
Int. Merc.Marineafgest…..27’/4

28
3
!,, 31′!, + 37/8
prefs 97
1
/s

97 ‘/

105V8 + 8

De
geldmarkt
vertoonde onder dén invloed van den cou-
pontermijn eenige stroefheid; prolongatie liep op tot
3
X
pCt.

GOEDERENHANDEL
GRANEN.

3 Juni 1918.
Bêriôhten van eenige verandering omtrent de verwch-
tingen der in Europa en overzeesché landen te velde stââhdé
granoogsten, waarover in ons vorig weekbericht uitvoè-
rig werd uitgeweid, hebben ons deze week niet bérèikt.
Evenmin wijst de loop der graanprjzen aan de Nbdidm én
Zuid-Amerikiansche markten op wijziging in de oogst.
vooruitzichten. Wel zoude in ons land eenige regen zeer
wëlkom zijn en aangenomen mag worden, dat dit ook in de
naMrige landen het geval zal zijn.
In Argentinië zijn de prijzen zelfs buitengewoon stând-
vastig, terwijl te Chicago mais en haver iets in prijs zijn
gedaald.
De tarweaanvoeren aan de Noord-Amerikaansche mark
ten toonden op enkele dagen der week eenige verbetering,
doch hun omvang blijft bij vooi’tduring onbevredigend.
Maïs komt échter nog steeds in ruime mate ter markt, en
wordt ook in flinke hoeveelheden naar Europa verscheept.
Van tarive heeft de uitvoer vrijwel opgehouden.
Nadat Noorwégen reeds in de laatste dagen van April
eene overeenkoiiist met dé geassoôieérde rijken had gesloten
over den aanvoer van verschillende belangrijke invoerarti-
kelen, waaronder graan, is zulk een verdrag nu ook tus-
schen Zweden en de gessocieerden, special de Vereenigde
Staten, tot stand gekomen. Zweden verbindt zich daarbij ongeveer 400.000 ton scheepsrüimte ter beschikking der
Entente te stelleü en verkrijgt in ruil daarvoor het recht
eene beperkte hoeveelheid graan en veevoeder uit Noord-
en Zuid-Amerika aan te voeren. Denemârken heeft hét zôo
ver nog niet gebracht en ook voor Nederland laat eedê
eigenlijke overeenkomst nog op zich wachten. Wél wôrat
heden bericht, dat twee Nederlandschè stoomschêpèn dezér
dagen naar de Vereenigde Stéten zullen uitvaî-èii tén bè
hoeve van den graanaanvoer. Er schijnt dus kans te be-staan, dat nu ook de twee of drie reeds in Amerika met
graan en meel geladen liggènde sChepen nu werkelijk bin-
nenkOrt de reis naar Néderland züllên kunnen aanvaardên.

Zie de staat van noteeringen op de volgende pagina.

SUIKER.

Volgens F.0. Licht blijven de berichten over dén tè velde
staanden oogst in Düitschland zeer gunstig. Uit Oos-
ten rijk – Hongarije worden de volgende reetificaties van
den aanplâut gemeld: in Bohemèu ééne inkrimping van
3.7 °/o, in Moravie eene inkrimping van 2.4
01,
terwijl
in Hongarije de uitbreiding bijtia 25
O/
bedraagt, waar-
onder echter ook beetwortels, die voor andere doeleinden
dan de suikerfabrikatie geplant zijn.
In Rusland heeft de tegenwoordige regeering alle
suikerfabrieken eveiils den met suikérbiëten bebouwden
grnd en de gebrüikte matérialen tOt étatteigéndom vér-
klaard. De geheele siikerindustrie wôrdt èûder toézieht
geplaatst i’an eené centrale suikercommissie, hetgéén, naar
men vreest, niét bevorderlijk zal iiju voôr den aâiiplaht
van bieten. Daarbij diént opgemérkt te wordén, dât bij
vetre het grôotstè gedéelte der suikérfabriekên niet in hét
hier bedôeldè Ru/daud, doch in de Oekraine gélégén is.
Op 1avaonden verdêrê verkbopèfi phdtt vn süikèr,
zOôwel uit déb èüdèn als oOk uit dên niéüsen ôogst, War
van de det&il§ hiet bekend geakt iveHdn. Uitijôerjéi’
gunliihgen •WtdOn doöi

Néd; md. Regdefifig COû14il
vër16nd. In Apiil qéïdéil 97.683 toüs van Jâ’â vétëöheêpt

510

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

Noteeringen.

Chicago

Buenos Ayres

Data

Tartoe

MaTs

Haver

Tarwe

Mars L(nzaad
Juni
I
Juni
I

Juni
I

Juli
I
Juni

I
Juni

1Juni’18
220

3
)
130
1
/
70
12,40
5,10
24,10
25 Mei ’18
220

0)
137
1
!,
66
12,20
5,-
23,95
6
)
1Juni’17
198

4)
143

4)
58

4)
18,650)
13,40
26,00
1 Juni16
105
1
/0)
691/

4)

40

4)
7,10
5
)
4,
10,80
1 Juni15
121

4)
756/24)
477/4)
12,80
1
)
4,75
11,50
20Juli ’14
82

‘)
56
3
1

‘)
36!2 ‘)
9,402)
5,382)

13,702)

1)
per Dec.
‘)
per Sept.

‘)
offic. vastgest. locoprijs

4)

per Juli
‘) per Juni
0)
Noteering van 24
Mei 1918.

Locoprijzen te Rotterdam/Amsterdam.

Soorien

t

3 Juni 1 27 Mei t

3 Juni
1

1918

1

1918

1

1917

572,50′)
572,50
1
)
588,-‘)
Rogge (No. 2 Western)
– –
nom.
Tarwe ……………….



345,-‘)
Gerst

(46 lb. feeding)..


345,-l)
Haver (38 lb.whiteelipped)


20,-‘)

MaIs

(La Plata)

………

Lijnkoekeu

(Noord-Ame-
rika van La Plata-zaad)


200,_t)
Lijnzaad (La Plata)


nom.

‘)
Regeeringsprjs.

AANVOEREN in tons van 1000 K.G. voor verbruik in Nederland.

Rotterdam
Amaicrdam
Totaal

Artikelen.
26Mei-1 Juni
Sedert
Oenk.
Fllld,

,

a
l
26 Mei.1 Juni
Sedert
Overeenk.
1918
l917
1918
1 Jan. 1918
1917
1918
1 Jan. 1918
tijdvak 1917

Tarwe ……………..

205.287

– –
31.072

236.359


8.465





8.465
Rogge

……………..


2.314-





2.314
Mais

…………….

.

78.261



54.349

132.610


22.949



9.563

32.512

Boekweit

………….

Haver

…. . ………..

10.025



15.042

25.067
Gerst

……………..


8.322



7.560

15.882
Lijnzaad ……………
Lijnkoek ……………

.

19.432



20:576

40.008
Tarwemeel
…………
.-


.
12.957
.



3.051

16.008

AANVOEREN in tons van 1000 K.G.
voor België.

1.054

110.991
113.032

– –

110.991
113.032
3.790

56.450
7.479




56.450
7.479
Tarwe ………………

5.174




5.174

Mais

………………
Rogge ………………-
Tarwemeel …………
1

Gerst

……………..
3 .473

13.347
144


– –
13.347
144

tegen 38.886 verleden jaar, waardoor de totale uitvoeren
van 1 Mei tot einde April gebracht werden op 1.202.833 tona
tegen 1.441.651 tous in 1916117. Deze cijfers zijn – de omt
standigheden in aanmerking geuômen – niet onbevredigend
Na aftrek der binnenlandsche consumptie bedroegen de
voorraden op Java einde April ruim 500.000 tons.

NOTEERINGEN.

Londen
Amsterdam

New York
Data

per

Tates
1
White I.,,,nric.

96%
Juni

C.

1
Javas

lated Centrifugals.
No.
1

1
fol’.

31 Mei 1918..

f

64/9

5,92
24 ,, 1918..
…., –

6419

5,92
31Mei 1917

/o
……23′

53/9


31 Mei 1916…….31.- 47/1
11
2 21/-

30/6


21Juli 1914 ……, 11
13
/,2
18/-

3,26

RUBBER.

De markt verkeerde in de afgeloopen week in flauwe
stemming, tengevolge der onzekerheid ten opzichte der
planuen in Amerika. De prijzen brokkelen geleidelijk af en
de week sluit als volgt:

Prima Hevea Crpe loco 2/2
1
/ einde vor. week

2/3
Juni …………2/2′!,

Juni …………2/3
Juli!Sept. …….. 2:3/4

Juli’Sept. …….. 2 4
Oct./Dec.

…….. 2/4
‘/

Oct.Dec ……….. 2/4′!,
smoked Sheets 1 d. minder

smoked Sheets 1 d minder.
Hard ct,re line Para …. 3/2
1
12 Para ………… 3/-

KATOEN.
Marktbericht van de Heeren Sir. Jacob Behrens & Sona,

Manchester, dd. 18 April 1918.

Sedert ons laatste bericht hebben de prijzen van Amen-
kaansche katoen zeer stork gefluctue.erd en hoewel deze per
saldo sterk gedaald zijn, sluit de markt weer wat vaster.
De daling, die in Amerika is begonnen, is aan verschillende
oorzaken tewijten o.a. aan de.politieke berichten, de nieuwe
recruteeringswet, de reductie van de molestpremies, de kans
op maximumprijzen, maar vooral aan de goede vooruitzichten
van den nieuwen oogst in Amerika. De markt blijft echter
zenuwachtig en steeg onmiddellijk, toen de oogstberichten
weer iets minder gunstig luidden. De fluctuaties in de
Liverpoolmarkt bestaan hoofdzakelijk op papier, daar er in
werkelijke katoen bijna geen zaken gedaan kunnen worden

bij gebrek aan voorraad. Dit geldt vooral voor Amerikaansche
katoen, zoodat spinners, die deze noodig hebben, thans
meer aandacht aan de andere soorten besteden. Prijzen van
Egyptische katoen zijn ook wat flauwer, doch de vraag
blijft goed.
De daling in Amerikaansche katoen heeft de zaken in
katoenen garens bijna geheel doen ophouden. Spinners
waren niet geneigd hun prijzen te verlagen, zoodat er
bijna niets omgaat en men alleen bij de allerdringendste
behoefte koopt. Over het algemeen is. het vertrouwen in de
tegenwoordige prijzen zeer geschokt en de markt blijft
zenuwachtig. De meeste fabrikanten zijn echter goed van
orders voorzien en kunnen dus gerust vat wachten.
De vraag naar manufactureu heeft ook zeer geleden door
de groote fluctuaties in ruwe katoen. Koopers rekenen op
prjscoucessies, die echter moeilijk te verkrijgen zijn en
fabrikanten verkoopen liever niet voordat zij weten, hoe
de tegenwoordige onzekere toestand zich zal ontwikkelen.
Men hoort weinig van Indië en China en het schijnt, dat
men daar op lagere prijzen rekent.. Over het algemeen
geeft men zich echter niet voldoende rekenschap van de
moeilijkheden in Engeland en de overzeesche voorraden
zullen eerst veel sterker moeten verminderen alvorens men
daar nieuwe orders van beteekenis zal plaatsen.

Manchester, d.d. 25 April 1918.

In de prijzen van Amerikaansche katoen blijven de groote
fluctuaties voortduren en de stemming wisselt sterk af. De
vrees voor maximum prijzen is eenigszins voorbij en de
Amerikaansche markten houden zich nu meer bezig met de
vooruitzichten van den nieuwen oogst, die ook weer beter
zijn. Hoewel houders in het Zuiden zeer vasthoudend blijven,
verwacht men toch, dat deze zulks niet zullen kunnen vol-
houden en dat bij de steeds grooter wordende verschepings-
moeilijkheden, deze ten slotte wel zullen dalen. De positie
in Liverpool blijft sterk niettegenstaande de lagere termijn-
markt, daar er bijna geen katoen voor nieuwe contracten
beschikbaar is. De prijs van Egyptische katoen toont weinig
verandering, doch de termijnmarkt is wat hooger.
Het verband tusschen prijzen van ruwe ktoen en garens
schijnt geheel verbroken te zijn. Spinners van Amerikaansche
garens vragen steeds hoogere prijzen niettegenstaande de lagere katoenmarkt en noteeringen voor garens zijn thans hooger dan toen katoen 3 pence duurder was. De vraag is
nog steeds veel sterker dan het aanbod, zoodat spinners
hun eigen condities kunnen stellen. Hoewel de positie ook
wel gevaarlijk is, zijn er nog steeds genoeg zaken om
de prijzen op te houden. Bovendien zijn de prijzen voor

5 Juni 1918

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

511

Regeeringsorders zeer belangrijk lager, zoodat dus vooral
de exporthandel de marktprijzen moet betalen, welke zeer
veel hooger zijn, dan de garenprijzen in Amerika of andere landen. Dit heeft ook betrekking op Egyptischë garens; die de laatste week ook veer een paar pence duurder geworden
zijn. De uitvoercijfers voor Maart zijn gunstiger dan men
gedacht had en de garenuitvoeren over die maand zijn nog
geen millioen pond minder dan in dezelfde maand over 1917.
De doekmarkt is kalm bij zeer vaste prijzen. Er is meer
vraag van Indië vooral voor lichte goederen, dhooties en
gefinishde goederen, maar dehooge prijzen houden de meeste
zaken tegen, zelfs. al
zouden fabrikanten de gevraagde
hoeveelheden kunnen leveren. Men verwacht, dat het aantal
weeftouwen, dat men mag laten loopen, spoedig verder
ingekrompen zal worden en verschillende weverijen hebben
hun productie reeds tot. 50
0
/0
verminderd bij gebrek aan
voldoende garene. Er wordt geregeld gekocht voor de kleinere
markten, Zuid-Amerika en het binnenland, terwijl ook de Regeering nog steeds in de markt is.

Noteeringen voor Loco-Katoen.

(Middling Uplands).

1
3Juni 18l27 ,i1eiI8 120 Mei18
1
4Juni 171 31un116

New York voor
Middling .. 29,- c 29,05e 26,25 c 22,70e 12,70e
New Orleans
voor Middling 30,-d’) 28,75 d 29,25 c 21,75
Cl)
12,63e
1)

Liverpool Good
Midd. Americ. 22,06 d 21,70 d 21,94 d 14,88
dl)
8,43 d
8)

1)
1 Juni.
2)
2 Juni.
0)
Middling.

Ontvangsten in, en uitvoeren van Amerikaansche havens.
(In duizendtallen balen.)

1
Aug.’17

Ooereenkomlige perioden
lol
31 Mei
18

1916-17
1
1915-16

Ontvangsten Gulf-Havens..

5897

6779

7045
,,

Atlant. Havens
tjitvoer naar Gr. Brittannië

2378

2345

‘t Vasteland.

3821

2045

2195

Japan etc…

453 .

Voorraden in duizendtallen
1
31 Mei 18 31 Mei 17
1
31 Mei 16

Amerik. havens ………..1189

868

1082
Binnenland …………..
.934

742

603
New York …………..


.

87

226
New Orleans ………….-

206

262
Liverpool ……………307 ‘)

532

677
1)
1 Juni.

WOL

De verschepingen van Z u i d – A m e r i k a voor de periode
1 Juli 1917-28 Februari 1918 bedroegen:

van Buenos-Ayres naar:
Italië ………………..14 507 bn.
Spanje

………………3.760
Frankrijk …………….18.270
Engeland …………….1.493
Nederland …………….150
Japan ………………..4.393
Brazilië ………………31
Philadelphia …………..1.530
Boston

………………67.645
New York …………….29.106

van Montevideo naar:
Genoa ………………..12.941 bn.
Vereenigde Staten ……..7.978
Frankrijk …………….2.759
Diverse landen …………4.280

Men neemt aan, dat zich nog belangrijke verkochte
partijen op beide markten bevinden, die tengevolge van
gebrek aan scheepsruimte nog niet vervoerd konden worden.

VERKEERSWEZEN.

RIJN VAART.

Week van 24 Mei tot 3 Juni 1918.

In de afgeloopen *eek waren de toevoeren naar de laad-
havens geringer dan de vorige weken, hetgeen een daling
in de vrachtea tengevolge had. De val van den Rijn kon
hierin geen verandering tea gunste brengen, zoodat de
vrachten aan het eind van de week nog met hik 2,- bleven
genoteerd.

De geringere verladingen hadden begrijpeljkerwijze invloed
op het sleeploon, dat van 16 pf. per Centner in het begin
van de week tot op 14
1
/t/15 pf. per Ceutner aan het einde
der week werd genoteerd.
Over het algemeen wordt in deze maand druk transport-
verkeer verwacht, zoodat de vooruitzichten niet slecht zijn.
De waterstand te Caub was einde der week 1,89 Meter.
Van Rotterdam naar de Ruhrhavens werd geen vracht
genoteerd. Het sleeploon varieerde tusschen 20 en 10 cents
boven het 50-cents-tarief.

SCHEEPVAART.

1 Juni 1918. De toestand van de scheepvaart bleef ongewijzigd.

INKLARINGEN

TE IJMUIDEN.

Mei 1918

Mei 1917
Landen van
herkomst

Aantal

N.R.T.

Aantal

N.R.T.

schepen

schepen

Binnen!, havens

3

328

6

568
Groot-Brittannië

7

5.569
Noorwegen ..

4

550

7

2.000

Zweden ……..
..-

14

4.622
Denemarken

1

167


Westk. Afrika

1

564
Ned. Oost-Indië

2

7.107
Vereen.Staten

11

23.631
Zuid-Amerika

3

6.997

Totaal . . . .

8

1.045

51

51.058
Periode
1 Jan.-31 Mei

106

31.080

249

232.0551)

Nationaliteit.

Nederlandsche

8

1.045

40

46.329
Britsche

1

397
Duitsche

1

513
Noorsche

2

966
Zweedsche

7

2.853

Totaal ..
. . 1

8

1

1.045
II

51

1

51.058

‘) 1913, 917 schepen met 1.047.695 N. R. T.

(Halverhout & Zwart’s Scheep.sagentuur.)

NIEUWE WATERWEG

Mei 1918

Mei 1917
Landen van
her kom et

Aantal N. T. Aantal
N.
R. T.

schepen

schepen

Binnenl. havens

8

75

19

5.209
Groot-Brittannië

25

30.072

48

22.176
Duitschland ..

37

29.828
Noorwegen

23

2.512

5

1.622

Zweden ……….11

2.164

15

8.728
Denemarken..

1

83

2

1.263
België

1

543
Frankrijk

2

216


Spanje

1

144
Ned. Oost-Indië

2

7.668
Vereen. Staten

16

38.393

34

85.646
Argent. Uruguay

1

1.222

Chili ………..
..-

4

12.508

Totaal ….

87

74.737

168

175.335
Periode
1 Jan.-31 Mei

421

354.090

703

637.2721)

Nationaliteit.

Nederlandsche
58
30.673
70.
110.527
Britsche
12
4.449
38
17.535
Duitsche


40 32.117
Noorsche
6
14.185
4
6.376
Belgische
10
23.444


Fransche
1
1.986
1

Zweedsche


14
6.349
Andere

(Hong.)


1
2.431

Totaal ..
. . 1

87

1

74.737
11

168

1
175.335
1)
1913, 4674 schepen srset 5.552.511 N. R. T.

(Dirkzwager’s Scheepsagentuur.)

512

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

5 Juni 1918

De N.V. Nederlandsche Ruistelefoon-Madschappij

ROTTERDAM

‘s-GRAVENHAGE

GRONINGEN

Telefoon 3600

Telefoon
H
280, 300

Telefoon 1555

levert uit voorraad
TELEFOON-, SCHEL-, ELECTR. KLOK-INSTALLATIES,
etc.,

in huur en koop.

Herstelt en onderhoudt onder garantie ook alle niet door haar uitgevoerde installaties.

PROSPECTUS
GRATIS.

NEDERLANDSCHE GRONDBRIEFBANK
KONINKLIJKE
HEERENGRACHT 495, AMSTERDAM

tegen
HOLLANDSCHE
p..t.
‘.i Di
igatien
t,LronaDrieVefl)

Beurskoers

5

,

11•

•..

t
.
,

.

ii

.

LLO’YD
Gecertificeerd door de Centrale
Trust-Compagnie

Verkrij
g
baar ii, stukken van
f
2500,—, f1000,—,
f
500,— en t
op elk goed
eilectenkantoor
AMSTERDAM

Geregelde

Passagiers-

en

Vrachtdienst
G RONIN G SCH E C REDt ET

EN HANDELSBANK

GRONINGEN, APELDOORN, APPINGEDAM, ASSEN EN VEENDAM
TUSSCHEN

Kap itaal
/
5.000.000,—
A M S T E R D A M
Geplaatst en volgestort
f2.000.000,—
EN
Reserves
ruim …… f

387.000,—

ZuID-AMERIKA
VERSCHAFT BEDRIJFSKAPITAAL AAN

LANDBOUW, HANDEL EN NIJVERHEID
VIA

INCASSO

DEPOSITO

SAFE DEPOSIT
NEW YORK

Jnternationale’ Bank”

voor Zakelijken Waarborg

TE GRON 1 NGEN

1
Geeft
5
%
PANDBRIEVEN
üit in stukken van

1fELL1TI.IlÂkI1II.i

f1000 en f500 tegen den koèrs van

DESPAARNEBANK
_

dtoorsteenboirvvj
HAARLEM

Gestort Kapitaal en Reserves f1.184.000,-

REKENING-ÇOURANT, CREDIETEN, INCASSEERINGEN, ASSURANTIEN,

WISSELS,

EFFECTEN,

COUPONS, PROLONGATIËN, DEPOSITO’S, ENZ.

-‘

HAARLEMSCHE BANKVEREENIGING’

HAARLEM, AALSMEER, BEVERWIJK, BLOEMENDAAL, EDAM, RILLEGOM,

HOOFDDORP, LEIDEN, LISSE, PURMEREND, IJMUIDEN, ZANDVOORT.

Volgestort Kapitaal 13.050.000,—

Reserve 1721.500,-

Auteur