Ga direct naar de content

Jrg. 21, editie 1068

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juni 17 1936

17 JUNI 1936

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

Economisch-Statistische

B

erichten

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

ORGAAN VOOR
DE MEDEDEELINGEN VAN DE CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART

UITGAVE VAN HET NEDERLANDSCH ECONOMISCH INSTITUUT:.

21E JAARGANG

WOENSDAG

COMMISSiE
VAN REDACTIE:

P. Li4tinck; N. J. Polak; J. Tinbergen; F. de Vries en

11.
M.
H. A. van der Valk (Redacteur-Secretaris).

Assistent-Redacteur: L. R. W. ‘Soutendijk.
Redactie-adres: Pieter de Hoochweg 122, Rciterda.rn.
Aan geteekende stukken: Bijkantoor Ruigplaatweg.

Telefoon Nr. 35000. Postrekening 8408.

Advertenties voorpagina f 0,50 per regel. Andere pagi-

na’s
f0,40
per regel. Plaatsing bij abonnement volgens

tarief. Administratie van abonnementen, en advertenties:

Nijgh & van Ditmar N.V., Uitgevers, Rotterdam, Am-

sterdam, ‘s- Gravenhage. Postchèque- en giro-rekening

No. 145192.

.Abonementsprijs voor het weekblad franco p. p. in

Nederland f 16,—. Abonnementsprijs Economisch-Statis-

tisch Maandbericht ‘f 5,— per jaar. Beide organen samen

f 20,— per jaar. Buitenland en Koloniën resp. f 18,—,

f 6,— en f 23,— per jaar. Losse nummers 50 cent. Dona-

teurs en leden van het Nederlandsch Economisch Instituut

ontvangen
het weekblad en het Maandbericht gratis en

genieten ees reductie op de verdere publicaties.

INHOUD.

BIz.
Medeaeelingenvan de Centrale Commissie voor de Rijn.
vaart

…………………………………….
442

OPMEItKINGEN OVER HET JAARVERSLAG I)ER NEDERLAND-
SOHE
BANK
door
Prof. Mr. Dr. G. M. Verrijn Stuart
444

Bemiddelingscommissie, Borgstellingsfoncls, Midden-
standssaneeringscommissie door
Mr. P. G. Knibbe ..
445

Ervaring met ordeningsverlangens in België door
Dr.
Gaston Oraen …………………………. . ….
447

Uitkomsten der bedrijfstelling door
Mr. E. W. van Dam
van Isselt ………………………………..
449

Echte en nominale goudbioklanden door
P.
L. Jvstman
Jacob
……………………………………
451

Prijzen vaij- varkensvleesch en productiebeperking door
Ir. S. H. de Jong ……………………………
452

BUITENLANDSOHE MEDEWERKING:

.

– Het economische leven in Frankrijk na de staking
door
Dr. H. Weichnianu ………………….
454

Statistiek betreffende de wereldproductie, het wereld-
verbruik en den wereldin- en -uitvoer van suiker
door.
Dr.’ Gustav 5.fikitsch.’……………………
455

AANTEEKENINGEN:

Resultaat van de rondvraag van de Internationale

Vereeniging voor de Suikerstatistiek…………
458

Statistieken: ‘
– . ‘Groothandeisprijzen
.
…………..
…………………….
456-457
Geldkoersen-Wisselkoersen-Bankstaten ………………..
459-460

17 JUM 1936

No. 1068

15 JUNI 1936.

De lagere discon

tokoersen ‘hb’ben zich niet lang

kunnen
hanlavn.
Een meer pessimistisohe stem-

m’in’g’ kreeg spoedig weer meer en meer tde over-
hand, tengevolge waarvan de disoontokoersen aan-

trokken en weldra weer op, en ‘zelfs eau weinig boven,

de officiee’le rente kwamen. De callreu’te hlijft ‘zioh

op ca. 11% pOt. bewegen. Prolongatie 414 pCt.

* *

De stemming op ‘de wisselmarkt bleef ongeani-

meerd. De aanvankelijk gunstiger beoordeeling ‘heeft

weldra weer plaats moeten maken voor een mrnder

welwillende, waarbij’ de stand van zaken in Frankrijk

voornamelij’k wel weer ‘dan doorslag gaf. De verande-

ring van ‘leiding fbi.j de Ban’que de France en het

heright, ‘dat tot verdere uitgifte van sohatkisbpapier

zal moeten werden overgegaan, hetwelk vermoedelijk

slieen ‘hij ‘genoemde instelling zal kunnen woden

‘c.uderge’braeht, versterkten de onrustige item.m’iug.

Voor Ponden is hier geregeld vraag gdbleve’n;. ten-

siotte is .de koers hier op 7.44 gekomen. Dollars v.asi,

op ongeveer het ,gouidu’itvoerpunt: slot 1.47
°
/
16.
Er

gaan nog ‘geregeld kleine posten goud naar New-

York. Fransch’e Fra’ncs lagen ‘lager in de markt; de

koer zakte van 9.75 ‘tot 9.73% in. Belga’s nog steeds

hoog: 25.011%’; ook naar Brussel wordt nog goud ge-

exporteerd. Zwitsersohe Francs 47.87-47.81. Marken

rb’lijven ‘op ca. 59.55. De prijzen van de vershjillen’zIe

soorten Sperrmarken ‘zijn een weinig terug,gel’oopen.

Canacleesd.he Dollars 1.47%. Argentijnsehe Pesos 41%.

T.T. Batav.ia 100
°
/16.

Van ‘de termijnmarkt vallen geen wijzigingen van

belang te melden.

De goudprij

sen’ zijn in hun ‘gdheel eerder vaster

geworden. Baren levering Amsterdam werden ‘op

f 1.655 gedaa, levering Londen
f
1.655,50. Engles

gezocht:
2.511%
Sovereigns 12.50, Gouden Tientjes

10.25. Er vdhijnt aan de Fran’sohe grenzen thans een

zekere contrôle te ‘worden uitgeoefend .op den uitvoer

van geld’swa’arden. Gedurende de ghee’le Vorige week

‘is Fran:sch hankpapier hier geregeld in groote posten

aangeboden ‘gebleven. Markei ‘bankpapier 36.75. Mar-

ken zil7er:39.

442

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

MEDEDEELINGEN VAN DE CENTRALE COMMISSIE

VOOR DE RIJNVAART.

VERSLAG VAN DE WERKZAA7HEDEN OVER 1935.

Administratieve zaken.

&imenstelling van de Commissie.

De samenstelling van de Commissie heeft in 1935 geen
verandering ondergaan en was aan ‘het einde van het jaar
als volgt:

Voorzittei: de Heer Jean Gout,

Commissarissen:
Du’itsohlaud: de Heeren Martius, Baur, Fuchs.
België: de Heeren de Ruelle, Woestyn.
Frankrijk: de Heeren Albert Mahieu, Silvain Dreyfus,
Basdevant, Herrenschmidt.
Engeland: de Heer Keane. Italië: de Heeren Graaf Mar’tin-Franklin, Sinigalia.
Nederland: de Heeren Kröller, Schlingemann, Telders.
Zwitserland: de Heeren Herold, J. Vallotton.
Het Secretariaat was aan het eind van 1935 als volgt
samengesteld:
Secretaris-Generaal :• de Heer Hostie (Belg).
Adj. Secretaris-Generaal: de Heer Charguéraud Hartmann
(Fransoh.man).
Leden ‘van het Secretariaat: de Heeren de l’Espinasse
(Nederlander) en Roth (Duitscher).
Secretaris-Archivaris: de Hee•r Waither (Zwitser).
De inspecteurs voor de scheepvaart zijn:
voor het Zwitsersohe district: de Heer Moor, ,,Kantons-
ingenieur” te Bazel. voor het district IA, Zwitsersohe grens tot den mond van
de Lauter: de Heer Oallet, ,,Ingenieur des Ponts eI
Ohaussées” te S’traaits.burg.
voor het district IB, rehteroever km 182.070 Badeasehe
telling (tegenover den mond van de Lauter) tot de ]3a
densch-Hessische grens: de Heer Baar, ,,Oberregieruags-
baurait” te Manuheim,
voor het district II, linkeroever: van den mond van de
Lauter tot dien van de Nahe; rechteroe’ver: vnu de Ba-
denséh-Hessische grens tot km 27.4 Pruisische telling,
beneden Rüdesheim: ‘de Heer Hitusel, ,,Oberbau rat”, te
Mainz,
voor het district III, van den mond van de Nahe tot de
Duitsch-Nederlandsohe grens: de Heer Gelinsky, ,,Ober

regierungs- und -Baurat”, te Koblenz.,
voor het district IV, de Ncderlandsohe wateren: Ir. Schön-
fe,ld, Hoofdingenieur, Directeur van den Rijkswaterstaat,
te Arnhem.
lTergaderingea van de Commissie en van Comité’s.

De Commissie heeft in Maart, in Juni/Juli en in. No-
vember vergaderd.
Het Comité, belast met het voorbereiden van de herzie-
ning van het politiereglement., is in Mei en October bijeen-
gekomen (zie hieronder nautische zaken). Comité’s heb:ben
in October te Brussel en te Berlijn vergaderd in verband
met de voorbereiding van de werkzaamheden van de her-
ziening van de Akte van Ma.nnheim en in November is
een Comité ‘van deskundigen op het gebied van de statis-
tiek bijeengekomen (zie hieronder economische zaken).

Akte van Mannheim.

De Akte van Mann.heim heeft in 1935 geen wijzigingen
ondergaan.
De Commissie heeft in de zitting van Maart 1935 haar
werkzaamheden tot herziening van genoemd verdrag her-
vat. Deze werkzaamheden zijn in de zittingen van Ju.ni/
Juli en van November voortgezet.

Reglementaire bepalingen.

In 1935 werd geen wijziging in de reglementaire be-
palingen aangebracht.

Jaarverslag van de Commissie.

Het jaarverslag van de Commissie over het jaar 1934
is onder toezicht van het permanente Comité, bestaande
uit de Heeren Baur (Voorzitter), Herrensohmid’t en Sohlin-gemann (Leden) bewerkt.

Conferenties en vergaderingen, waarbij de Commissie
vertegenwoordigd was.

De Commissie was vertegenwoordigd bij het 16e congres van de ,,Associatiou internationale permanente des Congrés
de Navigartion” (Brussel, September 1935); bij de 29e ver-
‘gadering van de ,,Verein für die Sehiffahrt auf dem Ober.
rhein” (Rheinfelden, September 1935) en bij de 19e ver-
gadering van de Verkeerscm,missie van den Volkenbond
(Genève, November 1935). De Commissie kon zich niet

laten vertegenwoordigen hij het congres van de Inter-
nationale Kamer van Koophandel in Parijs van 24 tot 29
Juni, daar dit tijdstip samen’viel met ‘haar vergadering
‘in Juni/Juli.

Technische zaken.

Bruggen.

Bruggen van Straatsburg-Kehl en Hunin gen.

De Commissie ‘heeft in de November-z4ittin.g kennis ge-
nomen van de verklaring der Fransohe delegatie, volgens welke op 6 November 1934 door G’evolmaehrbigden van
Frankrijk en Duitsdhland een overeenkomst ‘is geteekend,
welke de voorwaarden regelt, waaronder de venhooging
van ‘de bruiggen ‘bij Straatsburg-Kehi en de opr.uiming van de spoorbrug ‘hij Huningen zullen worden uitgevoerd. Voor
de .bekrachtiging van deze overeenkomst door het Parle-
ment laat de Fransdhe Regeeriing een onderzoek instellen,
teneinde de Kamer van Afgevaardigden en den Senaat ‘in
te lichten 0-ver het bedrag der benoodigde cred.ieten voor
de werken, welke Frankrijk moet uitvoeren. Dit onderzoek
is bijna beëindigd en de Regeering zal binnenkort in staat
zijn aan de Kamer van Afgevaardigden een ontwerp van
wet voor te leggen, ‘houdende machtiging om de overeen-
komst ‘van November 1934 te ratifioceren.
De Duitsche Delegatie heeft verklaard, dat Duitschland
bereid is tot bekrachtigirug van de bedoelde overeenkomst.
Vaste brug over den Noord bij Hendrik-Ido-Ambacht.

De Nederlandsohe Regeerinig had aan de Commissie een
ontwerp voorgelegd voor het bouwen van een vaste brug
‘voor gewoon ‘verkeer over den Noord bij Hendrik-Ido-Am-
‘baéht; de Commissie heeft vastgesteld, dat het ontwerp,
evenals de wijze van uitvoering, waarborgen, dat, overeen-
komstig het bepaalde in het slot.protocol bij artikel 30
van de Akte ‘van Maanheini, ‘de vaartuigen en vlotten door
geschikte openingen ‘vrij en zonder belemmering kunnen
doorvaren.

Rijnverbetering tusschen. Bazel en Straatsburg.

In de zitting van November heeft de Commissie ‘kennis
genomen van de verklaring van de Zwitsersche delegatie,
volgens welke de waterstand op den Rijn niet gunstig is
geweest voor de werkzaamheden gedurende het laatste
dienstjaar en dat als gevolg daarvan de bedrijvigheid op
de bousvpl’aatsen gedeeltelijk of zelfs geheel stilstond. Dien-
gevolge is, wat ‘betreft de werken rin eersten aanleg, het
aantal der uitgevoerde kribben en groadkribben beneden
de verwachting gebleven, terwijl daarentegen tea aanzien
van de werken in tweeden ‘aanleg, te weten de s’trekda,m-
men, het werkplan overtroffen is. De grindbanken hebben
zich op bevredigende wijze naar haar, in het ontwerp voor-
ziene ligging, verplaatst, zooda’t er slechts enkele betrek-
kelijk korte vakken overblijven, waar de ‘vaargeul nog
niet ‘de ‘in het ontwerp beoogde richting heeft aangeno-
men. In lange ‘vakken is de te bereiken diepte van 2 m
verwezenlijkt,’ de breedte van de vaargeul ‘is merkbaar toe-
genomen in alle vakken, waarin de werken sedert eenigen
tijd zijn uitgevoerd.

Werken uitgevoerd in den Rijn en in de havens.

Evenals in vorige jaren heeft de Commissie de staten
ontvangen betreffende de werken, uitgevoerd ‘in den Rijn
en in de havens. De betreffende mededeelingen zullen in
het jaarverslag worden vermeld.

Nautische zaken.

Klacht betreffende de toepassing van het politieregle-
ment.

Naar aanleiding van een proces-verbaal betreffende de
samenstelling van de bemanning had een ‘schipper een
klacht bij de Commissie ingediend, betrekking hebbende 01)
de toepassing, beneden de brug van Duisburg-Hoohfeld,
van de artikelen 1, lid 3 en 3, lid 1 van het politieregle-
ment. De Commissie ‘heeft na discussie besloten het onder-
zoek van deze aangelegenheid tot de April-zitting van
1936 te verdagen.

Herziening van het politiereglement.

De werkzaamheden van ‘het Comité belast met de alge-
méene ‘herziening van ‘het polibiereglement zijn in vergade-
ringen van het Comité ‘in Mei en October krnohtig voort-
gezet.

Rijnschipperspatenten.

De Commissie heeft ‘in de Juni/Juli zitting kennis ge-
nomen van de aantallen der ‘in 1934 verstrekte schippers-
patenten, te weten:

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

443

602 in Duitschiand, 47 in België, 28 in Frankrijk en
525 in Nederland.

Reglement betreffende hot onderzoek van Rij nschepen.

Do Commissie heeft kennis genomen van de erkenning door )3elgië, Frankrijk, Nederland en Zwitserland van de
,,Registro Ita.liano Navale cd Aeronautico” in Rome, in
verband mnt de toepassing van artikel 9b van ‘het regle-
ment betreffende het onderzoek van Rijuschepen.

Miniinum.-bemanning.

De Commissie heeft in de Juni/Juli zitting kennis geno-
men van de in 1934 door de verschillende commissies van
deskundigen toegestane afwijkingen ‘van de voorschriften
betreffende de minimum-bemanning van Rijnsehepen. Vol-
gans de mededeelingen, die ingekomen zijn, zijn afwijkin-
gen toegestaan door de Commissies van Maun’heim (15),
van Mainz (9), van Duisburg-Ruihrort (1) en van Frank-foi’t aan den Mciii (2). In de meeste dezer gevallen is de
bemanning met een machinist verminderd, omdat de motor
gemakkelijk van de stuurstoel uit besturd kon worden.
De Commissies in ]3eigië, Nederland en Zwitserland heb-
ben geen afwijkingen toegestaan.
De Commissie van Straatsburg heeft een vermeerdering
niet een scheepsjongen gevorderd van de bemanning van
35 vaartuigen, omdat ‘het hier betrof ka.naalsehepen hetzij
van Inassieven vorm, hetzij voorzien van een handroer of
weinig doelmatig uitgerust.

Econom!isehe zaken.

Klacht betreffende de nrijheid van scheepvaart.

Bij de Commissie was door enkele belanghebbenden bij
de Rijnvaar.t een klacht aanhangig gemaakt, betrekking
hebbende op een rondschrijven van 25 Juni 1935, waarbij
de Fransche Minister van Handel de aandaoht van ver-
schillende handeiskamers vestigde op een wensoh van een
interministerieele commissie om de voor rekening van
Fransche handelsondernemingen op den Rijn uit te voe-
ren transporten op te dragen aan Fransche scheepvaart-
maatschappijen.
De belcngJiebbenden waren van meaning, dat dit rand-
schrijven een aandrang van de zijde van de Fransche
Regeering vormde, in strijd met de ‘vrijheid van soheep-
vaart en de gelijkheid van behandeling.
Het volgende ibesluit is hieromtrent genomen:
,,Gezien het rondsehrijve.n van 25 November 1935, waar-
iiiede de Fransehe Regeering de bedoeling van het rond-
schrijven van 25 Juni 1935 nader heeft aangeduid,
overwegende dat, blijkens ‘de bewoordingen ‘van haar
tweede rondschrij’ven, de Fransche Regeering verklaart, dat
zij eenvoudige iuhichtingell en aanbevelingen op ‘het oog
heeft gehad, welke werden gegeven ‘binnen ‘het kader van
de internationale overeenkomsten en niet bindende bepa-
lingen, welke in strijd met die overeenkomsten zouden zijn,
‘is van oordeel, ‘dat, indien dwan’grnaatrogelen waren be-
doeld, deze tin strijd zouden zijn geweest met de Overeen-komst van Maunheim, meer in het bijzonder met artikel 4,
stelt overigens ‘vast, dat de vrijheid van bevrachtiag deel
uitmaakt van de ‘vrijheid van scheepvaart.”

Unificatie van verkeersstatistieken.

De Commissie had in 1934 besloten om het wijzigen
van •de Rijnvaartstatistieken en het in overeenstemming
brengen van deze statistieken met de nationale statistie-
ken tot een latere zitting uit te stellen. In verband ech-
ter met de invoering op 1 Januari 1935 van een nieuwe
goederenstatistiek in Duitschland heeft de Commissie be-
sloten om zonder verdere vertraging de Rijuvaai

tstatis’tick
en de nieuwe Duitsehe statistiek aan een vergelijkend
onderzoek te onderwerpen. Dit onderzoek werd opgedragen
aan een Comité, samengesteld uit de Heeren Baur, Com-
missaris voor Duitsohland (Voorzitter), Teubert en Schlier
(1)uitschland), :Baudson (België), Houpeurt, Haelling,
Bonét-Maury (Frankrijk), Sehlingeman’n, Hanrath (Ne-
derlarid) en Buser (Zwitserland). Het Comité ‘heeft in
November een eerste vergadering gehouden. De Commissie
heeft het rapport van het Comité aan een eerste onderzoek
onderworpen.

Juridische zaken.

Beroepen op de Commissie.

])e
Commissie heeft, in ‘haar hoedanigheid van ‘tweede
en laatste beroepsinstantie in vonnissen van Rijnvaar.t-
reehtanken, 13 vonnissen gewezen in burgerlijke zaken
betreffende aanvaringen op den Rijn. (In 1934 negen von-
nissen, eveneens in ‘burgerlijke zaken).

Rechts gebied van de Rijnvaartrecht banken.

De Commissie heeft kennis genomen van de mededee-
ling der Duitsche Delegatie ‘betreffende de wet van 5 Sep-
teniber 1935, ‘in wei-king getreden op 1 October 1935, welke
den zetel en ‘het rech’tsgebied der Du’itsnhe Rij nvaartrech.t-
banken wijzigt.
VolFens
artikel 1 van deze
wat
is de
rechtspraak in zake de Rijnseheepv’aart (artikelen 33-36
van de herziene Rijnvaartacte van 17 October 1868, 4 Juni
1898) in eersten aanleg toegewezen aan de rechtbanken
(Amtsgeriehte) te Duisburg-Ruiirort, St. Gar, Mainz,
Manniheim, Ludwigs’haven en Kelil, ‘terwijl Rijnevaartreciht-
banken voor hooger beroep bij dc rechtbanken (Oberlands-
gerichte) te Keulei en Karisruhe zijn gevestigd. Deze wet
is aangevuld met een besluit van 25 September 1935, en
in werking getreden up denzelfden datum.

VERSLAG VAN DE ZITTING VAN APRIL/MEI 1936.

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart heeft te Straats-
burg ‘van 21 April tot 4 Mei 1936 haar voorjaarszitting
gehouden ouder voorzitterschap van dan Heer Jean Gout,
buitengewoon gezant.
Dc Commissie heeft het grootste gedeelte van de zitting
besteed aan de voortzetting van de werkzaamheden betref-
fende de herziening ‘van de Akte van Manuheim. Zij is er
na lange jaren van moeilijke onderhandelingen ‘in geslaagd
een belangrijken stap te doen tot voibrenging van haar
taak om de Akte van Mannheim van 17 October 1868 te
herzien en deze in overeenstemming te brengen met de
huidige behoeften van de Rijnvaart.
Met het oog op zekere verschillen, waarom’treut nog geen
overeenstemming kon worden bereikt en dia een onmid-
dellijke o’nderteekening van een nieuw verdrag in dn weg
stonden, werd door ‘de Duitsche en Fransche delegaties een
modus ‘vivendi voorgesteld. Dit heeft tot doel, binnen een
kort tijdsbestek de teepassing te verzekeren van de be-
palingen van bedoeld ‘verdrag, met uitzondering van enkele
aangelegenheden, welke geregeld blijven volgens de thans
geldende ‘bepalingen. ])it modus viveridi is geteekend of
geparafeerd door ‘de Commissarissen, die Duitschland, Bel-
gië, Frankrijk, Engeland, Italië en Zwitserland vertegen-
woordigen.
De Commissie heeft in haar hoedanigheid van recht-
bank van hooger beroep zeven vonnissen gewezen in bur-
gerlijke zaken betreffende aanvaringen op den Rijn, en één
vonnis in een strafzaak.
Op een klacht van een schipper, tegen wien, bij Duis-
burg-Ruihrort, door de Duitsche rivierpolitie proces-ver-baal was opgemaakt, omdat de bemanning van zijn vaar-
tuig, bestaande uit hemzelf, zijn vrouw en zijn dochters,
niet in overeenstemming zou zijn met het politiereglement,
heeft de Commissie na een ingesteld onderzoek vastgesteld,
dat de Duitsche rivierpolitie het recht heeft proces-verbaal
op te maken ‘als zij meent, ‘dat een bepaling van het poli-
tiereglement overtreden is, dat w’eliswaar de voorschrif-
ten omtrent de minimum-bemanning ‘slechts boven de brug
van Duisbnrg-Hochfeld van toepassing zijn, ‘doch dat arti-
kel 1, lid 3 en artikel 3 lid 1 van ‘het politiereglemeut,
welke artikelen bepalingen bevatten omtrent de beman-
ning, op den gelieelen Rijn van toepassing zijn.
De Commissie heeft kennis genomen van een klacht van
enkele reederijen, betrekking hebbende op maatregelen ge-
nomen door het ,,Comité spécial des relations flueiales Bel-
gique-Rhin”, door welke maatregelen vor ertstransporten
een ‘premie van 3 Belgische Franken per ton wordt ver-
leend, onder voorwaarde, dat de bevrachters tenminste voor
50 pCt. van Belgische laadruimte gebruik maken. De Com-
missie heeft vastgesteld, dat blijkens de verklaringen van de Belgische delegatie, de aangevochten overcenkomstsn
zonder dwang tot stand zijn gekomen, dat zij slechts bin-
dend zijn voor hen, die de overeenkomsten hebben geslo-
ten, en dat de vastgestelde premie door iederen anderen
belanghebbende kan worden verkregen.
Van deze verklaring heeft de Commissie als een een-
voudi’ge mededeeling kennis genomen, zonder dat deze ver-
klaring een erkenning ‘van de territoriale bevoegdheid van
de Commissie voor dit ‘bijzonder geval in zich sluit.
De Commissie heeft kennis ‘genomen:
‘vat ‘de aantallen der in 1935 verleende sohipperspaten-
ten, nl. 579 in Duitschiand, 45 in België, 25 ‘in Frankrijk,
592 in Nederland en 1 in Zwitserland, van 57 toegestane afwijkingen van de voorschriften be-
treffende de minimumbemanni ng van Rijnseihepen, nl
37 in Duitschland en 20 ‘in Frankrijk.
De Commissie heeft kennis genomen van de benoeming
van den Heer Livingston ‘tot plaatsvervangend Commis-
saris voor Engeland.
De datum van de volgende gewone zitting is bepaald op
Donderdag 12 November 1936.

444

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

OPMERKINGEN OVER HET JAARVER-

SLAG DER NEDERLANDSCHE BANK.

Het onlangs verschenen jaarverslag van De Neder-
land-sohe Bank, waarvan een uittrek-se’l werd gepubli-
ceerd in ‘het nummer van 3 Juni ji. van dit weekblad,
geeft ons aanleiding -bot ‘het maken van enkele op-
merkingen me-t betrekking tot de door den Bankpre-
sident geihuldi’g-de beginselen van monetaire politiek. De President beziet eerst den ‘boentan-d van de- we-
reld als geheel en daarna ‘dien van Nederland in het
‘bijzonder. Met Ebetrekkin’g tot ‘de were’d’situatie con-
cludeert Mr. Trip, ,,’dat de practijk het herstel binnen
‘den kerst mogelijken tijd van den interna’tionalen
gouden ‘standaard eisdht”. Deze stabilisatie van ‘het
geldwezen ‘zal moeten geshieden op basis van de he-
staan’de koersverh’oudin’geri. De goudianden zullen
derhalve aan ‘de bestaande ‘goudba’sis moeten vast,hou-
‘den en de niet-goudl-an-den zullen moeten voortgaan
in ‘de ‘lijn ‘der ,,de facto” stabilisatie, welke zij voor
het meeren’deel in het afgel-oopen jaar reeds ‘hebben
gevolgd. M.a.w. de ‘huidige toestand zou volgens deze
opvatting •zoo spoedig mogelijk ‘wettelijk vastgelegd
moeten worden.
De B ankpresident acht ‘de omstandigheden voor ‘zulk een algemeene ,,de jure” stabilisatie gunstiger
geworden. Vooreerst wijst hij erop, dat in enkele niet-
gou’dlan’den (Vereeni’gde Staten en Engeland) een
tendens ‘tot stijging -van -groo-bhan’delsprijzeu en leven-s-
kosten ‘kan worden waargenomen, terwijl ‘deze in de goudiariden Frankrijk en Nederland juist dalen. Deze
landen bewegen -zich dus onderling ‘in de ridhting
eener betere aanpassing, welke ‘door nieuwe monetaire experimenten sledhtis zou worden verstoord.

Daarbij komt, ‘dat zoowel door ‘de vergrootin-g der
goudpro-ductie ‘als door -de reeds bewerkstelligde of nog te verwachten herwaardeering van de gou’dvoor-
raden •der huidige niet-gou’dlan’den de metaal’basis
voor het crediebgel’d zeer ruim -is geworden, zoodat voor ‘de wereld als geheel veeleer aanleiding bestaat
tot het overwegen van maatregelen ter tempering van
de uitbreiding ‘der geld-circulatie ‘dan tot het eti’mu-
leeren van ‘deze laatste.

Zulke maatregelen eischen ‘intus’schen een verster-
‘kin’g van ‘de internationale ‘samenwerking -op mone-
tair -gebied. Dit kan, -waar -immers ook in landen, ‘die
los van ‘het ‘goud zijn, ‘de wisselkoers thans feitelijk
nog steeds geregeld wordt ‘door aan- en verkoop van
-goud, vo’lgens ‘den President slechts geschieden bin-
nen ‘het ‘ka’der van den gou’den standaard. Vandaar
de weusch tot spoedig ‘herstel daarvan, aangezien op
elke andere wij-ze ‘de bestaande -onzekerheid, die voor
handel en kapitaalverkeer na-deelig wordt geacht, be-
sten’di-gd ‘zou blijven.

Dit p1ei’d-ooi ten gunste van ‘herstel van ‘het goud
,,:hou-dt niet in”, al-dus Mr. Trip, ,,’dat ik geen moge-
lijkheden ‘zou erkennen van eene verbetering in de
toepassing van den -gouden standaard door -interna-
tionale samenwerking van Regeeringen en circulatie-
banken. Evenmin ontken ik, ‘dat eene zood-anige samen-
werking een heil’znmen invloed kan oefenen op de
economische en financieele wereld’ontwikkeling. Maar
wel
‘blijf
ik overtuigd, -dat de grondslagen van -den
gouden -sian’daard -onmi’tbaar ‘zullen
‘blijken
wanneer
‘de wereld tot een internationaal monetair ‘systeem met
de ‘daaraan verbonden -beslissende voordee-len wenscht
teru’g te keeren.”

Tegen -deze ‘opvatting rijzen, naar ‘het ons voor-
-kom-t, versdhillen’de ‘bedenkingen. De eerste ‘bestaat
‘hierin, -dat terugkeer ‘tot een wereldstan-daard- slechts dan duurzaam en vruch-bdragen-d kan zijn, wanneer de
voornaamste landen zich op ‘het •oogenblik, waarop

‘deze terugkeer wordt voltrokken, met ‘hun prijzen-
en kosten-stelsel op een eenigermate ‘bevredigende wijze ‘hebben ‘aangepast bij de -gemeenschappelijke geld’basis
‘of zulks althans -op ‘korten
termijn
-zullen ‘kunnen
‘doen. De Bankpresiden-t meent blijkbaar, dat ‘dit reed-s
-thans ‘het geval i-s, al moet ‘hij anderzijds erkennen,

dat ‘de aanpassing nog niet is voltooid en ,,’dat vele
voorspellingen en uitspraken vooral in dien zin mank
gaan, ‘dat ‘de tijdsduur voor ‘het ‘doorwerken -der eco-nomisehe wetten benoodi’gd, onderschat wordt.”

Onzes in-ziens ‘hin’kt ‘zijn eigen betoog op ;bedei-tke-
lijke
wijze!
Wanneer men -zich, zooals de- Bankpresi-
dent zulks doet, bij vergelijking van de verhouding
tussohen Engeland en Nederland o.m. beroept op het
verloop der levenskosten, wo Iblijket het, ‘dat ‘deze, in
nationale geldeenheden uitgedrukt en tot indexcijfers

herlei-d ‘op basis van 1929 = 100, voor 1935 -in Enge-
‘1-and het cijfer 87.2 vertoonen (‘hetgeen een matige
-stijging ten ‘opzichte van 1933 -beteken-t van ruim
2.1
pOt.), terwijl ‘het Nederlaxedsche cijfer is ‘gedaald

tot 81.1 in 1935 (hetgeen ten opzichte van 1933 een
daling met 2.3 pOt. ‘beteekent). Inter-nationaal -bezien
moet men echter beide cijfers vergelijkbaar maken
‘door het Engelsche indexcijfer op -gou-cbasis te bren-
gen. Neemt men ruwweg aan, dat het Engelsehe Pond
in 1935 circa 40 pOt. ten -opzichte ‘van ‘de -oorspron-
kelijke -goudwaarde was gedaald, ‘zoo komt -dit in ver-
gelijking tot Nederland n-eer op een in’dexcijfer van
Ieven-skos’ten van -ongeveer 52.3. Nu willen wij aan
deze cijfers ‘geenszins een vol-komen exakte waarde
toekennen, maar zij ‘geven toch zeker geen ‘aanwijzing
in de richting eener ‘ook maar eenigerm-ate bevredi-
geude internationale nivelleering tussdhen ‘de West-

Europeesche landen.

Het hierboven genoemde voorbeeld is -ontleend aan
de cijfers, ‘die in ‘het bankverslag zelf voorkomen. De
lezers van dit weekblad -weten, ‘d-at

het -zich met tal-

rj

ke, dergelijke voor-beelden laat verineerderen. Wij
‘behoeven ‘die hier niet te vermelden, maar kunnen
om. verwijzen naar de beschouwingen, -die meermalen
door Dr. Stridiron aan dit vraagstuk -zijn ‘gewijd.’)

Wat er bij ‘zoo aanzienlijke ‘internationale prijsver-
-schillen van een herstel van -den gouden standaard
-op -basis van ‘d-e ‘huidige koersverhoudinigen -terecht
moet komen, i-s -ons ‘dan ook te eenen male een raad-
-sel. Van ‘duurzaam ‘herstel van een ‘internationa-len
standaard -zal eerst sprake kunnen zijn, wanneer de
-kloof, ‘die ‘thans nog ‘de gou’dbl-oklaziden van -de rest
van de wereld gescheiden ‘houd-t, zal zijn verdwenen.
Hoe ‘dit
op
korten termijn
zal -kunnen geschieden
zonder devali.tie
in Frankrijk, Nederland en andere
landen met een relatief te beogen valuta-stand, wordt in ‘het verslag van ‘den B-ankpresident niet uiteenge-
zet. Deze bepaalt zich to-t ‘de -opmerking, -dat ,,mone-
taire experimenten -opnieuw -onrust -en verwLrring
zouden wekken, en wel verre van ‘de wettelijke stabi-
li-satie naderbij te ‘brengen, ‘deze -op o-nibepaalden ter-
mijn zouden verschuiven.” Wij meenen, ‘dat jui-st het
tegendeel ‘het geval is en dat men een gevaarlijke
illusie ‘koestert, in’d’ien men duurzame -stabilisatie -op
grondslag van de ‘huidige koersen mogelijk en wen-

echelijk a-dht. –

Wanneer daarentegen -de goud-landen hun ‘huidige
goudbasis zouden verlaten en -‘hun geldeenheden ter-
‘stond ‘daarna -zouden aanihaken aan het Pond Ster-
lin’g, ‘hetgeen Engeland
moeilijk
zal -kunnen ‘beletten, ‘zoo kan ‘de sdhok, dde elke monetaire maatregel uiter-
aard met zich ‘brengt, tot een minimnm worden be-
perkt, daar in ‘dat geval aan Engeland’ ‘de mo-gelijk-
heid tot een ,,valutawe-dloop” wordt -ontnomen. Juist
op -deze wijze -zou ‘de situatie- voor duurzame -inter-
nationale samenwerking ‘op monetair gebied ‘gescha-
pen kunnen worden;
bij
‘handhaving -van ‘de- huidige
goud:basi-s in -de gou-d-‘b-loklan’den ‘blijft de weg naar
deze -samen-werking versperd.

Gesteld nu echter, dat tde d-oor ‘den Ban-kpresident
aanbevolen -meh’ode ‘zou worden gevolgd en ‘d-a’t ter-
stond ‘de -gouden standaard -internationaal ‘zou worden
‘hersteld, zoo rijst n’o-g een -tweede bezwaar. Mr. Trip
ziet ‘zeer wel in, ‘dat de gouden standaard -zonder meer
ttog geen ideaal gel-dwezen brengt. On(der -de werking
van den gou-den standaard ‘todh ‘hebben perioden van

1)
Zie o.a. E.-S.B. van 8 April 1936.

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

445

inflatie en defla’tie van het geld met elkander afge-
wisseld, aa.ngezie de centrale banken ‘hchben nage-
laten dezen standaard te maken tot een voorwerp van
rationeel ,,.mana’ge’ment”. Nu zullen inzonderheid die landen, ‘die hun vroegere goudba’si’s verlaten ‘hdbben,
en ‘die veelal reeds een periode van zeer gewenschte
,,reflatie”, ‘dd. van herstel van ‘deflatiesdhade, ‘hebben
‘doorgemaakt, hij terugkeer tot een nieuw ‘gou’dpeil
moeten zorgdragen, ‘dat geen nieuwe inflatie van het
ruilmi’d’del ontstaat, die onvermijdelijk moet uit’mon-‘den in een •depressie, waarvan ‘de gevolgen wederom
zeer ernstig kunnen zijn. Tijdige cTediebeperking zal
daarom noodzakelijk zijn, zoodra dit ‘gevaar gaat ‘drei-
gen. Deze is ‘stellig niet onmogelijk, doch zekerheid
daaromtrent bestaat voorshands niet; en ‘zonlder deze
‘zekeiheid blijft men het risico loopen, .dat de inter-
natio’naal toegepaste gouden standaard niet anders ‘is
dan een parodie op een werkelijk stabiel gel’dwezen,
zooais zulks in ‘de laatste decennia helaas het geval
is geweest.
Nu pleit echter de Bankpresi’dent, hoewel erken-
nen’de, dat herstel van ‘den gouden standaard gevaren
met zich brengt, ondanks ‘de lessen, welke hij uit de
geschiedenis ‘der na-oorlogsjaren had kunnen putten,
niettemin v’oor een oogenblikkelijk herstel van het goud, ‘ook al zouden er geen afdoende waarborgen
voor een rationeel ,,management” ‘daarvan getroffen
zijn. Dit schijnt ons een gevaarlijke politiek. Men
wekt •op die wijze in ‘de wereld een schijn van ver-
trouwen, zonder ‘dat daartoe voldoende ‘gronden ‘aan-
wezig zijn. Zelfs indien een algemeen herstel van den
gouden standaard aanvankelijk tot een ‘herleving van
‘het internationaal vertrouwen zou leiden, zon zou
niettemin ‘de grondslag voor latere terugs’lagen zijn
gelegd; een dergelijk herstel van het goud zou ‘slechts
schijnbaar stabiel gel’d ‘brengen en daardoor met recht
als een ,,eeonomisdh morphinespuitje” aangeduid ‘kun-
nen worden.

Daaromkan in ‘de huidige omstandigheden een ‘on-
nijid’d’ellij’k en onvoorwaardelijk internationaal herstel
van ‘den ‘gouden standaard niet anders dan gevaarlijk
en mitsdien ‘onraadzaaim worden ‘geacht.
Zooals de zaken thans staan, is het wegwerken van
‘de monetaire ‘kloof ‘tusschen ‘de goud’bloklanden en de
rest van ‘de wereld een eerste eisch. Dit betéekent het
verlaten ‘van de bestaande goud’basis ‘door ‘de goud-
hioklanden. Wil men niet opnieuw met het gou’d in
moeilijkheden geraken, zoo’ is dan verder ‘de aange-
wezen weg, ‘dat het geld der goud’blo’klanden wordt
aan’geh’aa’kt aan het Pond, dat tot ‘dusverre ten op-
zioh’te van goederen en diensten een opmerkelijke
mate •van ‘stabiliteit heeft vertoond. Deze koppeling
‘dient ec’ht’er, zoolang geen ‘definitieve oplossing voor
‘het verkrijgen van ‘stabiel geld gevonden is, een ,,de facto” ‘karakter te ‘dragen; men verschaft zich op die
wijze de voordeelen van een feitelijk ‘stabiele ‘geld-
eenheid met mogelijkheid om nih aan het gekozen
steunpunt te onttrekken, zoodra dit laatste ‘zelf aan
het wankelen zou gaan. Alleen langs ‘dozen weg kan,
naar het ons voorkomt, een duurzame internationale
samenwerking op monetair gebied worden voorbereid.
Een ontijdig ‘herstel van ‘het ‘goud zou ‘daarentegen
‘de goede resultaten, welke een ‘internationale stan-
daard ‘ongetwijfeld hebben kan, volkomen in de weeg-
schaal ‘stellen.

* *
*

Tenslotte een enkel woord over ‘de ‘beschouwingen,
welke door den’ Bankpresident worden gewij’d aan de

economische politiek van Nederland: Het recept, dat
Mr. Trip aan ‘ons land voorschrijft, komt neer op
,,’het zich ‘ontiliouden (‘d’oor de Overheid) van maat-regelen, ‘die de doorwerking van ‘het natuurlijke aan-

passin’gsp roces tegenhouden en vertragen”. Devalua-
tie wordt verworpen als zijnde ,,een noodsprong, die een tijdelijke verlidhbing ‘kan brengen, maar, ‘zooals
‘in ‘de rede ligt en ‘do’or de ervaring geleerd wordt, na
kortren ‘of ‘langeren ‘duur zijn uitwerking verliest”,

een no’o’dsprong, ‘dien de Presi’dent te verwerpeljker
adht, omdat ‘hij ,,gedaan wordt ten koste van• de minst
draagkrachtigen van ‘het volk.”
Op dit betoog behoeven wij hier niet in te gaan.
Hoe deze minst draagkrachtigen er thans aan toe
zijn, kunnen de talrijke werkloozen, ‘de in ‘hun ‘loon,
salaris en pensioen gekorte arbeiders en ambtenaren
en ‘d’e tot ‘de ‘laatste penning uitgeknepen ‘belasting-
betalers verklaren.
De vraag is nu maar, wat ‘de President zelf tegen-
over ‘de ‘d’oor hem verworpen ‘devaluatie ‘stelt. En dan
moet men zeggen, ‘dat het middel, d’at hij aanprijst,
t.w. ,,natuurljke aanpassing”, wellicht ‘overwogen zou
‘kunnen worden, wanneer een
‘deugdelijke
maatstaf
van aanpassing zou worden gebezigd, maar dat het
‘de baarljke ellende voor onze maatschappij beteekent, wanneer men, zooa’ls ‘de Ban’kpresi’dent dat doet, ‘het
goud als maatstaf gebruikt. Dit goud toch heeft, wij
hebben er hierboven al ‘op gewezen, in ‘den loop ‘der
tijden hevige wa’ardefluctnaties vertoond. Het is een-
voudig een
onmogelijkheid
om een ,,natuurljke” aan-
passing ‘te bewerkstelligen met behulp van een metaal,
dat nu eens in waarde ‘daalt, dan weer – zooa’ls in
de huidige ‘depressie – met tientallen procenten in

waarde stijgt.
Om ‘slechts één voorbeeld te noemen: hoe kan men
gel’dschul’den op ‘langen termijn op ,,natuurlij’ke” wijze
anpassen, wanneer de geldeeniheid, waarin zij zijn
uitgedrukt, in waarde fluctueert? Terecht maakt
Mr. Trip ‘bezwaar tegen Overheidsingrijpen in vaste
lasten, omdat daarvan slechts ‘het ‘gevolg is, dat men
het vertrouwen, dat men herstellen wil, stee’d’s verder
ondermijnt. Maar ‘als er nu volgens
zijn
recept op
,,natuurlj’ke” wijze moet worden aangepast, ‘dan be-
teekent dit niet anders, dan ‘dat een aantal debiteu-
ren, die hij ‘stebiel geld behoorlijk ‘op de been gebleven zou’den zijn, nu failliet ‘verklaard ‘of ,,’gereorganiseerd” moeten worden, en ‘dat
zij,
‘die ‘ondanks ‘de stijging der
geldwaarde in staat ‘blijken hun schulden te ‘betalen,
belast worden met een veel ‘zwaarderen druk, dan
waarop zij bij het aangaan van hun schuld in redelijk-
heid ‘hadden ‘kunnen rekenen. Dat deze ,,n’atuurlij’k-
‘heid” in onze maatsc.happij een toenemend verzet
ondervindt, spreekt ‘toch
waarlijk
vanzelf! Aanpas-
sing aan gewijzigde omstandigheden wordt tendotte
altijd voltrokken, wanneer de belanghebbenden maar
het gevoel ‘hebben, ‘dat ‘datgene, wat van hen wordt
verlangd, redelijk is. Dat nu ïs hier niet ‘het geval.
De gouden maatstaf van den Bankpresi’dent is ‘niet
ra’tioneel, omdat het goud zelf veel te sterk in waar le
heeft geschommeld; vandaar, Jat de aanbeveling van
wat hij onder ,,natuu’rljka aanpassing” meent te moe-
ten
1
verstaan, onbevredigend blijft en elke overtui-
gingskracht ontbeert. Zoo schiet ‘d’an wederom het ‘betoog van den Presi-
dent van De Nederlandsche Bank op het meest essen-
tieele punt van zijn verslag ‘tekort. Het door ‘hem in-
genomen standpunt berust op de veronderstelling,

dat het goud ook ‘bij de huidige, zeer gebrekkige toe-
passing van ‘den gouden standaard de stabiliteit zou
bezitten, die n’oodig zou zijn om ‘dit metaal als maat-
staf van natuurlijke ‘aanpassing
hij
gewijzigde om-
stan’dig’heden, ‘d.w.’z. ‘als doeltreffend ruilmiddel en als betrouwbare rokeneeniheid, te doen fungeeren. Z’oolang
deze misvatting bij onze opperste banklei’ding blijft
héershen en ‘de Nederlandsche Regeering haar daar-
in blijft
steunen, za’l van een gezonde economische
politiek hier te lande niet gesproken kunnen worden.
G. M. V. S.

BEMIDDELINGSCOMMISSIE, BORGSTELLINGSFONDS,
MIDDENSTANDSSANEERINGSCOMMISSIE.

Klachten over ‘het feit, ‘dat het regeeringscrediet
voor den Middenstand, ‘hetweik sedert 1934 door dé
Nederland’sc’he Middenstandebank aan ,,volwaardige”
mi’d’denstan’dshcdrij ven kon worden verstrekt, niet aan
‘de verwachtingen beantwoordde, waren voor ‘de Kamer
van Koophandel en Fabrieken voor Rijnland te Lei

446

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

deia aaulei’d ing om met een aantal organisaties uit
haar district deze klachten te bespreken en de moei-
1ijdhecien, aan deze credietverleening veibonden, nader
ouder de oogen te zien.
Het was een gelukkige bij-omstan’rli’gheid, dat de

heer Van Eck, Hoofddirecteur van de Ne’derlan’dsahe
Mid’denstands’bank, zich bereid verklaarde zelf het

onderwerp te komen inlei’den.
Het betere in’zidht, na deze vergadering verkre:gen,
was voor ‘de Kamer van Koophandel aanleiding om
na te gaan of ‘het niet gewen.scht was op systematische
wijze te onderzoeken of bedrijven, die door de Mid-
den’stands’bank niet ,,volwaardig” werden geoordeeld,
gesaneerd zouden kunnen worden, opdat deze voor
het regeerin,gscredtiet in aanmerking zouden kunnen

komen.
Eén van de ernstigste klachten was ni., dat vele
bedrijven soms niet geringe kosten hadden te betalen voor het door de Nederlan’dsche Mi’d’denstan’dsbauk
in te stellen onderzoek, om ‘dan te ervaren, dat men
werd a.fgewezen, omdat men niet voldeed aan de door
de Regeering gestelde eisdh, dat ‘het bedrijf volwaar-
dig moest zijn.
Saneeren deed de Nederland’sohe Middenstands-
bank in die gevallen in het algemeen niet. De Kamer
oordeelde, dat een Bemiddelingscommissie ‘deze taak
op qjicih diende te nemen.
Een an’der bezwaar was, dat zeer kleine credieten,

en wel ‘die onder de
f
500, niet door de Nederlan’dsc’he

Mi’d’denstaudsban’k verleend werden. Toch stond voor
de Kamer vast, dat tal van bedrijven en bedrijfjes
den ondernemer een onafhankelijk ‘bestaan zouden
kunnen geven, als zij slechts werden gesaneerd en
daarna aan een klein crediet van beneden
f
500 zou-
den kunnen worden geholpen. Zelfs was •de Kamer
van Koophandel overtuigd, •dat vele bedrijven, Wlleen
reeds door de onderneming op meer gezonde ‘basis te
brengen, al of niet met ‘behulp van kennissen ‘of
familie, zoo volwaardig te maken waren, ‘dat in het
geheel geen ‘hulp van ‘de Nederlan’d’sohe Midden-
standsbank of anderen meer no’odig ‘zou zijn.
Gevolg van ‘deze overwegingen was, dat 13 Novem-
ber 1934 ‘door de Lei’ds’ohe Kamer van Koophandel werd ingesteld een ,,Bemi’d’delings Commissie voor
Crisiacrediet aan den Middenstand in Rijnland”.

Al’s ‘doelstelling werd aangegeven:

Bemi’d’deleud op te treden, teneinde bestaande ‘be-
drijven, die door crisiso’orza’ken in ‘liquiditeitsmoei-
lijkheden waren ‘geraakt, ‘op ‘hun verzoek van advies
te ‘dienen, en ‘desgewensch’t daaibij te onderzoeken of
eveutueele aanvragen ‘door dergelijke bedrijven aan ‘de

Nederland sche Middenstaudsbank ‘gedaan ter verkrij-
gin’g •van een Regeerin’gscredie’t, ‘door -de Commissie,
al •of niet na ‘saneering, zouden ‘kunnen worden ge-
steund.

Voorts ‘behoort tot ‘de taak der Commissie om aan
bestaande kleine mi’cldenstan.’dshedrijven, die voor ‘de
hier bedoelde hulp niet in aanmerking kwamen, maar
overigens waard waren om in stand te
‘blijven
en/of
gesaneerd te worden, het opnemen van een crediet ‘tot
een maximum van
f
500 mogelijk te maken, ‘door te
bevorderen ‘de oprichting van de ‘stichting Rijnlandsch
Borgstellingsf’on’ds voor den klei non.
midd
ens
t
an
d.

De Commissie, gesteund o.a. ‘ook ‘door ‘de ‘gemeen-
telijke Crisiscomitd’s, verleende nl.
zelf
crediet en
moest ‘daarom steeds voor ‘zichzelf ‘opkomen als ‘de
geleende gelden moesten worden teruggevorderd.
Hierin ‘diende verandering te komen.
De Commissie ‘begreep maar al te goed’, ‘dat al h’et
mogelijke moest worden ‘gedaan om ‘deze terugbetaiin-
gen z•oo ‘deugdelijk
mogelijk
‘te waai4borgen. Een der
middelen ‘daartoe was, ‘dat het ‘orgaan, ‘dat zijn be-
middeling voor het cre’diet gaf, ‘d,it niet zelf verleen-

‘de, maar
zich
alleen tegenover ‘de het crediet verstrek-
ken’de ‘bank ‘borg ‘stelde voor de uiteindelijke ric’hti’ge
‘betaling.. Uit dien hoofde werd ‘dan ‘ook thet Rijn-
lan’dsh Borgstellingsfon’ds ‘opgericht, waarvan ‘de
‘h’eer Ten Cate Brouwer van den aanvang ‘af als

voorzitter ‘is opgetreden. Dit fonds stelde zi’dh bij
de Leidsche Huipbank, die ‘de gelden verstrekte, ‘borg
voor ‘de credieten op
zijn
voorstel verleend aan be-

narde middenstanders. Deze constructie ‘werd overgenomen van ‘het Leid-
sdhe Borgstellingsfonds, ‘dat voor ongeveer ‘zeven jaar,
vooral op initiatief van ‘den ‘beer Van Aggelen, Di-recteur van ‘de
Gemeentelijke
Bank van Leening te

Lei’den, was op-gericht. D’it zuiver Lei’d’sehe Borgstel-
lin’gsfon’ds had ten doel om hoofdzakelijk arbeiders,
kleine ambtenaren en ‘dergeiijken ‘door het ‘waarbor-
gen van een klein crediet bij de Lei’dsche Hulp’bank
uit handen van woe’keraars te houden. Een niet min-
der belangrijk en ‘doelbewust naJgestreefd gevolg was,
dat de wer,kzaam’heden van ‘de Bank van Leening
meer en meer konden worden ingekrompen, doordat
‘degenen, die an’ders hun eigendommen moesten be-
leenen, than-s op andere wijze konden

worden gehol-

pen,
terwijl
zij’ tevens eenigsz’ins on’der ‘toezicht kwa-
men te staan. Dat ‘deze wijze van werken voor ‘de
‘gemeente Leiden een zeer aanzienlijke ‘bezuini’gin’g ‘be-
teekende, valt ligt te ‘begrijpen. Het voornamelijk met
particuliere middelen werkende ‘horgstelli’ngsfonds
zag na een ‘korten tijd, welke noo’di;g was om de juiste
werkwijze te vinden, -telken jare zich nog een kleine winst toevloeien, zooda’t, het ‘kapitaal niet alleen in-
tact i’s geJbleven, maar nog steeds niet onbelangrijk
aan,groeit, ‘doordat de helft der winst bij het kapitaal
wordt gevoegd.

Uiteraard werkte ‘ddt vooibeel’d
aanstekelijk.
De

Bemi’d’deiingsoommissie was bovendien ‘zoo gelukkig
van den aanvang af ‘deh ‘beer Van A’ggelen bereid
te vinden om ‘zijn medewerking te verleenen. Deze
werd gegeven met al ‘de animo en ‘al ‘de werkkradht. De ‘beer Simoni’s, Voorzitter ‘der Afd. Klein-Bedrijf,
tevens voorzitter ‘der Commissie en ‘de ‘heer Van Aig-
gelen als D istri ctsconimissaris hebben ‘inzonderheid zeer veel gedaan tot ‘beh’ou’d van vele middenstands-
zaken. Hun ‘hoogste eer is, ‘dat ‘zij veel ‘leed ¶heihhen
voorkomen.

Ondanks de naam Borgstellingsfonds was echter
het ,,-hoiig staan” niet ‘de voornaamste functie ‘van ‘het
fonds.
Z’oowel ‘bij ‘de Bemi’d’de’iingsoommi’ssie al-s bij ‘het
Borgstellin’gsfon’ds ‘stond en staat ‘de saneering voor-op. Door een zaak te saneeren leert men ‘deze grondig
kennen. Blijkt ‘daarbij, ‘dat ‘de persoon niet ‘de ge-
sdhdkte man voor de zaa’k is, of ‘d’at ‘de ‘zaak niet meer
tot levensvatbaarheid is te brengen, of ‘dat er een te
groot cred’iet zou moeten worden ‘gegeven, ‘dan wordt
de aanvrager afgewezen. Alleen, in het -laatste ‘geval
kan ‘de ‘hulp van het Regeeringscrediet voor ‘den Mi’d-
‘denstan’d worden ‘in-geroepen.

• Het ‘spreekt overigens vanzelf, ‘dat lang niet ieder,
d’ie om hulp ‘klopt, geholpen ‘kan worden. Allereerst
wordt ‘sterk gelet op -de m’oraliteit van -den aanvra-
ger. Als ‘daaraan wordt getwijfeld wordt geen hulp
verleend, ook al zou het, louter economisch gesproken,
gemotiveerd zijn. Velen moeten worden afgewezen,
omdat hun zaak niet ‘lang ‘gen-eeg heeft ‘bestaan. Het
fonds i’s niet opgericht voor hen, ‘die het maar eens
met een winkel willen pro’beeren.
Behalve de constructie van borgstellingsfonds, de
saneerin’g, ‘de eischen aan den persoon en’de zaak
gesteld, werden nog andere mi’d’delen gebruikt om het
geven ‘van een ‘lidhtvaardi’g eredi’et, ‘het ‘grootste ge-vaar, ‘dat ‘dergelijke fondsen ‘bedrei’gt, te voorkomen.
Het kapitaal van het fon’ds moet ul. intact ‘blijven. De ‘bestuurders hebben daarom •op zich genomen er
voor te zorgen, ‘dat hoogstens -de rente van :h’et fonds-
kapitaal verloren gaat. Zoo eenigsz-in-s mogelijk moet
zelfs getracht worden ‘door een jaarljksdhe winst,
welke voor -de helft aan ‘het kapitaal moet worden toe-
gevoegd, ‘de kapitaals’positie te versterken.
Voor ‘het
Rijnlan’d’so’he
borgstellingsfon’ds ‘is gere-
ken’cl ‘op uiteindelijk 10 pCt. verlies. Voor ‘de veilig-
heid wordt echter 20 pCt. als ‘basis genomen. T-s er derhalve een kapitaal van
f
50.000, ‘dan kan bij een

¼

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

447

rente van 5 pOt., opleveren:d
f 2.500,
vijfmaal deze

som
= f
12.500, op eenmaal tegelijk uitstaan.
Daar het Rijk :heeft toegezegd van elke
f 100
ver-

lies er
f 40
voor zijn rekening te nemen, wordt het
bedrag, dat op éénmaal kan uitstaan nog weer ver-
meerderd tot circa
f 20.000.
Doordat ‘telkens de
terugbeta1in’gen weer kunnen worden uitgezet, is het
aantal kleine credieten, dat per jaar kan worden
gegeven, nog belangrijk grooter.
Het stamkapitaal wordt bijeengebracht door stor-
tinigen van ‘het Nationale Crisiscomité en haar plaat-
selijke adeelingen, de gemeenten storten als renteloos
voorschot 10 cent per inwoner, aan de provincie is
gevraagd circa 5 cent per inwoner, terwijl het Rijk,
zooals gezegd,
40
pOt. der verliezen voor zijn reke-
ning zal nemen. Voorts zijn er de Kamer van Koop-
handel en de middenstan’dsoiiganisaties, die door stor-
tingen en bijdragen verdere credietverleening moge-
lijk maken. Odk in andere gchieden dan het Rijn-
land zijn of worden dergelijke fondsen en commis-
sies tot stand gebracht.

Nu worden deze Borgstellingsfondsen edhter voor-
al door een gevaar bedreigd, en vel dat te spoedig het verzoek van een middenstander, om crediet te
mogen ontvangen, wordt ingewilligd. I-1ierbij speelt
achteraf ‘bezien de niet volledige naam een rol van
beteekenis. Bij borgste’llingsfon’dsen valt uiteraard
‘de klemtoon op ‘het zich borg stellen voor een bepaald
crediet. Dit is echter juist niet de grootste betee-
kenis van ‘de Borgstellingsfond•sen. De grootste be-
teekenis ligt in ‘het saneeren. Daarvoor is niet altijd
extra crediet noodig. In vele gevallen kan, zooa.ls
ook reeds is opgemerkt, van ‘de zijde van familie of
kennissen hulp worden geboden. Eerst als niet op
andere wijze hulp kan worden verschaft, treedt het
Borgs’tellingsfonds als ‘borg op.

De Stichtingsibrief vermeldt dan ook als doel o.a.:
,,’boogstelling voor credietwaardige credietbchoeven-
den, die trots ernsti’ge pogingen niet slaagden in het
vinden van voor credietverleening geëischte ‘borgen,
of in ‘het stellen ‘van gevorderde zakelijke zekerheid.”
Juist omdat ‘de factor saneering niet in den naam
van het fonds tot uitdrukking komt, zijn nog zee
velen sceptisch gezind ten aanzien van ‘de terugbe-
talingen. Dit scepticisme ‘gaat zelfs zoover, ‘dat som-
migen geen 10 pOt. verlies aannemen, veiligheid’s-
halve ‘dit stellen’de op
20
pOt. van ‘het uitstaande be-
drag, maar meenen, ‘dat jaarlijks mst een verliesper-
centage van niet minder dan
40
pOt. gerekend moet
worden. Dezerzijds bestaat ‘de meening, dat, al’s men
met een zoo groot ‘verlies moet rekenen, men beter
in het geheel niet kan beginnen. In
‘dergelijke
ge-
vallen moeten gelden â fonds perdu gegeven worden,
om middenstanders nog een kansje te geven. Dat a
dan geen reëlehankpoli’tiek meer, maar weldadigheid.

Zou voorgeschreven worden, dat een fonds met
40
pOt. verlies rekening zou moeten ‘houden, dan
wordt het bestuur spoedig veel te royaal, het geld is
er immers voor ‘verstrekt, men geeft ‘dan te roekeloos en
te veel aan één persoon, waardoor men anderen en vaak beteren niet kan ‘helpen. Dan breeki men met
één slag af al de w’aarborgen, ‘die zoo zorgvuldig
gesteld zijn om te voorkomen, dat juist geen verlie-
zen zouden worden geleden. Door een
dergelijk
hoog
percentage zou ‘het verantwoordelijkheidsbesef van
de bestuurders worden geschaad. Als met
40
pOt. ver-
lies moet worden gerekend, kan ook ‘de helft minder
op éénimaal als ‘bongstelling uitstaan.
Juist de voorafgaande saneering geeft een juist in-
zicht of iemand met een klein crediet al of niet is
te ‘helpen. Z,io’h als fonds borg stellen is al een zeer .gérnzkke-
lijken ‘daad.
Bij
saneeren komt heel wat meer kijken.
Daarvoor moet ,,gesjouwd” worden. Moet met credi-
teuren, verhuurders, e.a. worden onderhandeld enz.
Ieder, die met dit ‘bijltje wel eens gehakt heeft, weet
wat dit zeggen wil.
Het zou ‘daarom wenschelijk zijn om ‘het ,,saneeren”

ook in ‘den naam tot uitdrukkiitg te brengen, door
ibijv. te spreken van Middenstand’ssaneeringscommis-
sie, al of niet met ‘bijvoeging van ‘den naam Borg-
stellingsfon’ds. De mooie kerngezonde gedachten, die
‘bij de oprichting, eerst ‘van ‘de Bemiddelingscommissie
en ‘daarna van het Rijnla.ndsch Borgstellingsfonds,
hebben voorgezeten, mogen niet ‘bij ‘den uitgroei van
‘dergelijke institu’ten over geheel Nederland teloor
gaan.
Mr. P.
G. Ksinea.

ERVARING MET ORDENINGS VERLANGENS IN BELGIË

Tusschen de lange reeks wetten en koninklijke be-
sluiten, ongeveer 250 in getal, die in België door de
‘drie opeenvolgende volmadhtregeeriugen sedert
4
Oogst
1034
w’erden uitgevaardigd, is het koninklijk
besluit no. 62 van
13
Januari
1935,
waarbij het toe-
gelaten wordt voortbrenging en verdeeling econo-

misch te reglementeeren, een der meest belangrijke.
Bedoelde wetgeving, die een gevoelige inbreuk be-
teekent op de traditioneele autonomie van het pri-
vaatbedrijf, is gesproten uit ‘den nood ‘der tijden. Zij
beteekent een poging van den Staat om orde te bren-

gen in de kwijriende. en gedesorganiseerde onderne-
mingen, vooral exportbedrijven, met inachtneming
van ‘den verschuldigden eerbied aan het grondwette-
lijk principe der vrijheid van vereeniging, en aan de
doctrinaire opvatting, die de superioriteit van het
privaatinitiaîtief boven staatsinmenging erkent.
Verschillende landen, van het West-Europeesch
economisch en constitutioneele type, hebben dezelfde
moeilijkheden gekend en langs dezelfde banen een
oplossing gezocht. De regelingen in de onderschei-
den landen tot stand gekomen zijn overal uitvoerig
gecommenteerd en bekend.

Ook belangstellenden in Nederland zijn voldoende
vertrouwd met de algemeene voorschriften der Bel-
gische wetgeving inzake economische groepeeringen
opdat er hier nog nader zou moeten op teruggeko-
men worden.

Het is voldoende er aan te herinneren, dat elke
beroepsgroepeeririg van voortbrengers of verdeelers,
bekleed met de rechtspersoonlijkheid, en steunende

op een onbetwistbare meerderheid, de uitbreiding
kan vragen over al de andere voortbrengers of ver-
deelers, behoorende tot denzelfden tak van nijverheid
of handel, van een door haar vrijwillig opgenomen
verplichting inzake voortbrenging, verkoop, uitvoer
of invoer, op voorwaarde, dat bedoelde verplichting
niet
strijdig
is met het algemeen welzijn, en dat de
voorgeschreven pleegvormen in acht genomen worden.

Van meer belang is het thans na te gaan wat in
België de resultaten zijn geweest van het koninklijk
besluit van
13
Januari
1935;
welk gebruik nijverheid
en handel hebben gemaakt van de reddingsboei hun
door de Regeering toegeworpen; en in hoeverre de
verkregen (of niet verkregen!) resultaten overeen-
stemmen met de doeleinden door den wetgever na-
gestreefd.

Onderzoeken wij eerst, welke bedrijfstakken beroep
hebben gedaan op de toepassing van het koninklijk
besluit van
13
Januari
1935,
om welke beweegrede-
nen zuks gebeurde, en wat de uitslag van hun aan-
vraag is geweest. Ten einde zulks duidelijk te maken
is het noodig eerst de aandacht te vestigen op enkele
bijzonderheden van de voorgeschreven proceduur.
Alle aanvragen, die bij het bevoegde Ministerie, –
dit van Economische Zaken, – binnen komen, hoe-
ven niet noodzakelijk den ganschen proceduurcyclus
door te maken. Vooreerst beslist de Minister van
Econ’omisdhe Zaken, na onderzoek van elk ontvangen
verzoekschrift, of het al of niet in aanmerking ge-
nomen kan worden. Adus heeft een eerste schifting
plaats. Is het oordeel gunstig dan krijgt de zaak haar
normaal verloop, hetzij voor een scheidsgerecht, in-
dien de
partijen
hierover, accoord gaan, hetzij voor
den Raad voor Economische Geschillen, indien geen

448

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17
Juni 1936

overeenstemming betreffende de scheidsrechters be-
reikt kon worden. Is het oordeel ongunstig, dan wordt
het verzoekschrift op basis van liet koninklijk be-
sluit definitief afgewezen.

Sedert het in werking treden der wet tot op heden, zijn zoowat een vijf en twintigtal aanvragen binnen-gekomen bij den bevoegden Minister. Van dit aantal
zijn er twaalf in aanmerking genomen; de overige
zijn ofw1 afgewezen om de een of andere reden,
ofwel nog in onderzoek bij de betrokken Diensten.

Ziehier nu een chronologisch overzicht van de 12
verzoekschriften door belanghebbende groepeeringen
neergelegd en in aanmerking genomen:

De ,,Korporatie der Boomsche Machiensteen-

nijverheid” verzocht, voor de gezondmaking der bak-
steennijverheid, den export naar Engeland te regle-
menteeren bij middel van uitvoervergunuingen, tot
op het oogeublik dat nader omschreven stocks zou-
den uitgeput zijn. Dit verzoekschrift werd later in-
getrokken, omdat, met tusschenkomst van de Admi-

nistratie, de beoogde regeling op een andere wijze

bereikt is geworden.
De ,,Veilingsvereeniging der Noorder Kempen”
vroeg kwaliteit en vorm van de landbouwproducteu
van dit gewest aan algemeene regelen te onderwer-
pen; het verzoekschrift werd echter ingetrokken,
omdat het Ministerie van Landbouw een reglemen-
teering ter .studie heeft voor het gansche land, die
dezelfde oogmerken nastreef t als in het verzoek-

schrift uiteengezet.
De ,,Association des Fabricants de Couverture

de Laine” verzoh’t maatregelen te treffen opdat het
.Ibesrtaande productie-apparaat niet zou worden uit-
gebreid, en geen nieuwe producenten zich in België

zouden vestigen. Als reden werd aangegeven het ver-
loren gaan van uitheemsche afzetgebieden, en de
overproductie op de nationale markt. Daar tegen dit verzoekschrift geen enkel verzet was gerezen, en er
dus geen betwisting was, kon de zaak niet voor den

Raad gebracht worden. De Minister moet dan de be-
slissing treffen, wat tot op heden nog niet is ge-

schied.
De ,,Association des Manufacturiers de Pils de

Soie â Ooudre et â Broder”, was van oordeel, dat, ge-
zien de geuoegzaamheid van de inlaudsche productie
ten overstaan van ‘de oonsumpliemogelijkheden, geen

nieuwe producenten zich in het land mochten vesti-
gen. In een gemotiveerd advies heeft de Raad voor
Economische Geschillen het verzet der tegenstanders
onontvankelijk verklaard, en de bundel voor beslis-
sing overgemaakt aan den bevoegden Minister.

De ,,Association des Pabricants de Cigarettes”
verlangde de verplichte afschaffing van het premie-
stelsel bij den verkoop van sigaretten; deze aanvraag
werd bij overeenkomst tusschen voor- en tegenstan-
ders van den maatregel aan een scheidsrechter onder-
worpen; deze bracht een negatief advies uit, en het
verzoek werd bijgevolg verworpen door den Minister.
Op te merken is hier, dat sindsdien de drie of vier
groote sigarettenproduceiiten contractueel overeenge-
komen zijn geen premiën meer te verleenen bij den

verkoop van sigaretten.
De ,,Groupement des Gobeleteries Belges” was

van oordeel, dat, gezien de overproductie, het wette-
lijke verbod moest worden opgelegd nieuwe fabrie-
ken op te richten, productiemiddelen uit te breiden
of een grooter deel dan overeengekomen ervan te be-

nuttigen. Deze groepeering omvat 94,7 pOt. van de
geheele voortbrenging van het land.

De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan dit
verzoekschrift, en bijgevoig werd bij Koninklijk Be-
sluit van 10 Maart 1936 (Moniteur van 18 Maart
1936) de door hooger bedoelde groepeering getroffen
overeenkomst wettelijk verplichtend gemaakt voor

alle tafelglasproducenten.
1.’ De ,,Association des Filateurs de Coton”, die 89,30 pOt. der in België bestaande spoelen omvat,

verzocht de door haar leden aangegane verplichting,
liet aantal spinspoelen gedurende twee jaren niet te
verhoogen, tot alle producenten uit te breiden.
Daar sedert het indienen van het verzoekschrift,
onder de belanghebbenden een minnelijk accoord werd
bereikt, is de aanvraag ingetrokken geworden.
De ,,Union des Tréfileries et Clouteries de Bel-
gique” verlangde het invoeren van een wettelijk ver-
bod nog nieuwe draad- en nagelfabrieken op te rich-
ten op grond van het progressief verdwijnen van de
vroegere buitenlandsche afzegebieden en de alzoo ont-
stane overproductie. Alhoewel deze groepeering bijna
de algemeenheid van den betrokken bedrijfstak om-vat, op uitzondering van

pCt., heeft de Raad het
verzoekschrift afgewezen: Geoordeeld werd, dat men
hier te doen had met een gekarakteriseerde poging
tot monopolie, die tot doel zou hebben de toekom-
stige, eventueel beter geoutilleerde mededingers uit
te sluiten. Een dusdanige mogelijkheid werd in strijd
geacht met de eischen van het algemeen welzijn.
De ,,Association Générale des Fabricants Belges
de Ciment Portland Artificiel” omvat 25 cimentfa-
brieken op de 26 bestaande en vertegenwoordigt 95
pOt. van de ‘totaal-productie. De aangeslotenen heb-
ben reeds de verplichting op zich genomen hun be-
drijf noch rechtstreeks, noch ook niet-rechtstreeks uit
te breiden, door het oprichten van nieuwe fabrieken.
Gevraagd wordt de verplichting te veralgemeenen en
aan derden te verbieden nieuwe fabrieken op te rich-
ten. Deze aanvraag volgt haar normaal verloorp, en
zal na herhaalde uitstellen omwille van private over-
eenkomsten, aan den Raad voor advies onderworpen
worden.

Het ,,Groupement des Fabricants de Verre Pressé pour le Bâtiment”, dat alle fabrieken van
presglas groepeert, namelijk negen, wenshte ook de
stichting van nieuwe ondernemingen in dien bedrijfs

tak te zien verbieden. Het verzoek werd door den
Raad verworpen, om dezelfde principieele redenen als
deze aangevoerd inzake de nagel- en draadfabrieken.

Het ,,Oonsortiuin des Verreries-Flaconneries
de Belgique” en de ,,Union des Fabricants de Oomp-
teurs d’Eau” hebben tenslotte ook verzocht de ver-
bintenis, die hun leden hebben opgenomen om hun
productie niet te verhoogen of uit te breiden, ver-
plichtend te maken voor alle niet-aangeslotenen, en
de oprichting van nieuwe ondernemingen te verbie-
den. Beide aanvragen volgen voor het oogenblik den
normalen weg van procedure.

Wanneer, na ‘dit bondig overzicht van •de verschil-
lende verzoekschrif ton, ingediend op basis van het
Koninklijk Beluit van 13 Januari 1935, en in aan-
merking genomen door den Minister van Economische
Zaken, de balans wordt opgemaakt, dan komt men
tot de conclusie, dat tot op heden slechts één aan-
vraag gegrond werd geacht en een voor de aanvra-
gende groepeering gunstige oplossing kreeg, na den
normalen proceduurcyclus doorloopen te hebben.
Daarbij dient echter aangemerkt, dat nog een paar
aanvragen bij den Raad hangende zijn, die, naar men thans volgens den stand der procedure kan beoordee-
len, de goedkeuring van den. Raad zouden kunnen
verkrijgen.

Als men daarbij het tiental andere aanvragen
voegt, die door den Minister van Economische Zaken,
niet
in overweging werden genomen, dan komt men
tot een bepaald klein percentage positieve uitslagen,
als gevolg van de poging om binnen het kader van
het Belgisch constitutioneel en administratief recht, verplichtingen door een onbetwistbare meerderheid
van een
bedrijfstak
aanvaard tot het gansche bedrijf
te zien uitbreiden.
Moet men dan van een mislukking spreken in den
zin dat het Koninklijk Besluit van 13 Januari 1935
te kort schiet als middel tot het verwezenlijken van
het doel, dat de wetgever zich had gesteld, namelijk
een werkelijk en doelmatige samenwerking tot stand-

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

449

brengen, tusschen de voortbrengers en verdeelers van
cenzeifden nijverheids- of handelstak?
ik geloof niet, dat op die vraag een bevestigend
antwoord dient te worden gegeven.
Indien deze poging tot bedrijfsorganisatie niet tot
meer tastbare resultaten heeft geleid, dan is zulks toe
te schrijven aan omstandigheden, die weinig te maken
hebben met de intrinsieke waarde van de wet, en die,
in den huidigen staat van zaken, buiten den greep
van den wetgever liggen. De opportuniteit en de doel-
matigheid van de bedrijfsorganisatie ,,an sich” kan
hier buiten beschouwing gelaten worden. Een feit
staat vast, namelijk, dat zoowat overal een drang naar

meer ordening in het bedrijfsleven is waar te nemen,
om te ontsnappen aan den nijpenden greep der econo-
mische moeilijkheden, in België werd aan dien drang
een wettelijke basis voor practische verwezenljkin-
gen gegeven.
De belanghebbenden echter hebben van de geboden
gelegenheid gebruik willen maken om doeleinden na
te streven, die de wetgever zeker niet als strookende
met zijn inzicht kon beschouwen.

inderdaad, het blijkt uit do ingekomen verz.oek-
schriften op basis van het Koninklijk Besluit van
13 Januari 1935, dat het hoofddoel van het grootste
deel der aanvragers is geweest: het beperken van de productie; het uitschakelen van de concurrOntie, en
,,impliciter” het fixeeren van een loonenden prijs;
m.a.w. een streven naar een min of meer gekarakteri-
seerde monopolie-stelling, of naar een definitief be-
krachtigen van een verworven situatie. Deze strek-
king kwam zelfs hinderlijk op den voorgrond bij de niet in aanmerking genomen verzoekschriften. Ter-wijl de wetgever een meer geordende bedrijvigheid
in handel en nijverheid wenschte te zien tot stand
komen, trachtten de ,,beati possidentes” hun situatie
ongestoord te handhaven, vrij van de gevaren der
mededinging. in plaats van het kassieke enkelvoudige
individualisme trad nu een niet uitgesproken, doch des te gevaarlijker, ,,collectief individualisme” op.
liet is duidelijk, dat hieraan niet mocht worden toe-
gegeven. Weliswaar kan in concrete gevallen een re-geling van prijs en productie voor een bepaalden tijd
een maatregel zijn waardoor het hooger belang van
een gegeven bedrijfstak en van het algemeen welzijn
gediend wordt. Dat kan, en is trouwens het geval ge-
weest in sommige exportindustrieën teneinde vreem-
de afzetgebieden niet te zien te loor gaan door een
doodende concurrentie. Nochtans is de waarde van
dit argument sterk verkleind sedert de devaluatie
van den Belga op 30 Maart 1935, waardoor de nood-

zakelijke winstmarge van het exportbedrijf hersteld
werd, althans zoolang de belangbebbenden ‘zich hiel-
den aan de regeeringsvoorschrif’ten niet onder de
vroegere prijzen, in vreemde munt uitgedrukt, te ver-
koopen.

De Minister van Economische Zaken of de Raad
voor Economische Geschillen hebben dan ook alle aan-
vragen strekkende tot prijs- of productieregeling ver-
worpen, op één enkele uitzondering na, waar de nood-
zakelijkheid van een dusdanige regeling onweerleg-
baar bewezen was.

De les uit die ervaringen af te leiden is, dat het
geleidelijk tot stand brengen van een bedrijfsorgani-
satie vooral een vraagstuk is van redelijke en sociale
opvoeding. De basis en het statuut werden geleverd
door de wettelijke schikkingen van 13 Januari 1935;
het is aan de industrieelen en handelaars overgelaten,
daar, waar noodig, ervan het noodige gebruik te
maken om in een geest van samenhoorigheid en be-wust van de ware beroepsbelangen en het algemeen
welzijn, hun
bedrijf
te saneeren en te ordenen. De
voorwaarden, gesteld door de wet, zijn breed genoeg
om dit doel te bereiken. Buiten de regeling van prijs
en productie, die, wanneer zij aanvaardbaar zijn, toch
steeds van tijdeljken aard moeten zi.jxi, zou de be-
drijfsorganisatorische werking bijv. in de richting

van het tot stand brengen der regelen van de beroeps-
ethica, en bijzonderlijk der regelen van eerlijke en
oneerlijke mededinging moeten gaan. Verdere rege-
lingen kunnen tot voorwerp hebben: het vaststellen
van de juiste kwalificatie, handelsbenaming en ver-
pakking der producten; het vaststellen van collectieve fabrieksmerken of herkomstmerken; het reglementee-
ren van het werk en van het loon; het aangaan van
collectieve arbeidsovereenkomsten; het bestudeeren
van de techniek voor de volmaking van materieel en
werkmethoden; het bestudeeren van afztgebieden;
het inrichten van beroepsonderwijs; het inrichten van
socialen bijstand binnen het beroepskader, enz.
Dit zijn allerlei opdrachten, die het georganiseerd
beroep ongetwijfeld met meer bevoegdheid en minder
onkosten zou kunnen vervullen dan de Staat.
Wanneer de drukkende en onmiddellijke zorgen van
het oogenblik eenigszins verlicht zullen zijn door een
gunstiger wending van de conjunctuur, en wanneer
het gevoel der beroepssolidariteit zich sterker zal ont-
wikkelen, dan biedt het Koninklijk Besluit van 13
Januari 1935 het kader tot de progressieve verwezen-
lijking van een bedrjfsorganisatie, die strookt met
het constitutioneel principe der vrijheid van vereeni-
ging. Dr.
GASTON CRAEN

UITKOMSTEN DER BEDRIJFSTELLING.

Deel II – (het voorlaatste – ligt voor ons. Thans
geen gegevens meer voor de afzonderlijke gemeenten
en provinciën, maar uitsluitend totaalcijfers voor het
geheele Rijk, afgezien dan van de taibel betreffende
de economisdh-geografisehe gebieden. De gegevens zijn
meer gedetailleerd dan in de vorige publicatie en
ben niet alleen betrekking op de vestigingen, maar
ook op de ondernemingen en de technische eenheden. De cijfers worden voor elke bedrjfsgroep afzonderlijk
gegeven; vandaar dat de tabellen ook in Deel IT van
aanzienljken omvang zijn.

Op de tabellen, die over het personeel der vesti-
gingen handelen, •wordt thans niet verder ingegaan;
de voornaamste cijfers vindt men reeds in vorige
artikelen
1)
over de hedrijfstellinig.

Over de krachtwerktuigen mogen thans enkele
meer volledlge gegevens medegedeeld worden. In
alle getelde bedrijfsklazsen tezamen bedroeg het aan-
tal pk van alle aanwezige stationnaire krachtwerk-
tuigen, geen electromotor zijnde, 2.731.000 (voor de
nijverheid alleen 2.370.000). Het aantal pk der elee-
trosnotoren was 1.798.000 (1.553.000), waarvan
1.150.000 (961.000) gedreven door gekochten stroom
en 647.000 (591.000) gedreven door zelfopgewekten
stroom. Men moet voor elken tak van bedrijf het
aantal pk der stationnaire krachtwerktuilgen, geen
electromotor zijnde, en •het aantal pk der door ge-
kochten stroom gedreven electromotoren sauientel-
len, om tot de primaire kracht van dien tak van
bedrijf te komen. Met de totaalcijfers voor alle tak-
ken van bedrijf samen mag men dit evenwel niet
doen. Dan toch zou men tot dubbeltelling komen,
omdat de electromotoren door gekochten stroom ge-
dreven, hun energie over het algemeen van de dec-
triciteitsfabrieken krijgen. Door het geheele bedrijfs.
leven kon dus nooit meer dan 2.731.000 pk ontwik-
keld worden, door ‘de nijverheid alleen niet meer dan
2.370.000 pk, d.i. het totaal vermogen van de pri-
maire kraehtwerktuigen voor zoover thet geen elec-
tromotoren zijn. )
Het aantal kw der generatoren en dynamo’s was
1.413.000 (nijverheid alleen 1.355.000), dat der rotee-rende omvormers 226.000 (178.000).
Het ‘aantal en vermogen der verschillende soorten
krachtwerktuiigen blijkt uit de volgende cijfers:

1)
E.S.B. van
11
Sept.
1935
en
8 Jan. 1936.
) Dit ter aanvulling en correctie van ihet medegedeelde in E.-S.B. van
11
Sept.
1935.

450

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17
Juni
1936

Alle getelde takken
Nijverheid

van bedrijf
aantal

pk.aantal

pk.
Stomturbines ……..373 1.774.000

458 1.781.000
Cylinder stoommachines 5.510 424.000 15.968 671.000
Gasmotoren ……….1.725

67.000

1.962

74.000

Olie- en benzineinotoren 5.194

84.000

8.028 170.000

Wind- en waterracleren

956

21.000

1.719

36.000

Totaal……13.758 2.370.000 28.135 2.731.000
Electro-motoren (gedr. door gekochten stroom) 174.708 961.000 212.734 1.150.000
Electro-motoren gecir. d.
zelf opgewekten stroom 45.874 591.300 48.861 647.000
kw

kw.

Generatoren ……….1.924 1.355.000

3.115 1.413.000

Roteerende omvormers

1.608 178.000

2.719 226.000

Het percentage der vestigingen, .dat uitsluitend
met electrom’otoren met gekooh-ten stroom werkte en
in ‘dit ‘epzicht dus van derden afhankelijk was, be-
droeg
82.7,
terwijl
17.3
pOt. ‘der vestigingen boven-

dien ‘of uitsluitend andere krachtwerk’tuigen ge-

bruikte.
Van de
47.000
in’dustrieele vestigingen met kracht-
werktuigen hadden 30.000 niet meer dan
5
pk pri-

maire arbeidskracht. In dit verband zijn de volgen-
de ‘gegevens •bela’n•gwekken.d.
% der industrieele
Priinivi r vermogen

vestigingen
hoogstens 5 pk ………………63,8
5 t/in. 50 pk …………………29,1
50 t/in. 200 pk ……………….5,0
200 t/m. 1.000 pk ……………..1,6
tOOG t/m. 5.000 pk …………..0,4
meer dan 5.000 pk ……………0,1

Van ‘de
61
vestigingen, ‘die over een krach’tinstal-

latie van meer dan
5.000
pk beschikten, behoorden

31
tot de electricitetits’bedrijven,
12
tot de mijnin’dus-

trie, 10 tot dc metaalindustrie en
8
-tot de ‘textiel-

nijverheid.
Tot zoover een en an’der uit de Statistiek der
ves-

tigin gen.
Thans eenige mededeelingen, waartoe de

statistiek der
ondernemingen
in staat stelt.
Wijl het doel der Bedrijf’steilinig is ‘de verschijn-
selen naar hun economisch en niet naar hun juri-
•disch aspect te groepeeren, ‘heeft het Oentraal Bu-
reau ‘het bestaan van een zaak als afzonderlijke
redhtsfiiguur niet als criterium voor het ibegrip on-
derneming ‘aangenomen. Ondernemingen, die, althoe-
wel afzonderlijke juridische eenheden zijnde, ‘door
hun gelijk ‘gericht ren’ta’biliteitsstreven economisch
als één ‘geheel gezien konden w’orde:n,
zijn
voor de

hedrijfsstati’stiek al’s één onderneming geteld.
Waren er in ons ‘land
88
vestigingen met meer
dan 1.000 personen en was ‘hierin ‘ongeveer 10 pOt.
van alle bij de Bedrjfstel’iing ‘getel’den werkzaam,
blijkens ‘de tabellen ibetreffeiide de ondernemingen,
zijn er 100 ‘ondernemingen met meer ‘dan 1.000 per-
sonen geteld; ‘daarin werkten ongeveer
18
pOt. van

alle personen.
Een beeld van de concentratie van ‘de in de on-
clernemingen werkzame bevolking (vrije ‘beroepen ed.
niet ‘inbegrepen) geven de navolgende cijfers (boven-

aan volgende kolom).

De ‘gegevens over de voertuigen laten zich als volgt

Ondernemingen Daarin werkz.

in %

personen in %

Ondernemingen met 1 p . …….. 46,4

110

2-5 p. … .44,6

25

6-50 p…..8,2

22

51 en meer.

0,8

43

In ‘slechts
9
pOt. van de ondernemingen waren
meer dan
5
personen werkzaam, maar het pereoiiel
‘lezer ondernemingen omvatte 65 pCt. van het totaal. De ‘ondernemingen zijn in de statistiek ‘ook onder-
sdhei’den naar ‘het aantal harer vestigingen.

Aantal onder- Aantal vesti- Aantal per-
mingen in % gingen in % sonen in %

Ondern. met 1 vestiging. . 98,4

93,9

69,3

,, 2-4vestiging 1,4

3,1

14,2
5-10

,,

0,1

0,7

6,6

meer dan 10v. 0,05

2,3

9,9

Slechts ‘ongeveer
1,5
pOt. der ‘onderueimin’gen had

dus meer dan één vestiging. De vestigingen lbehoo-
rende tot ‘deze ondernemingen maakten
6
pOt. van alle vestigingen uit, maar ‘daarin waien
30
pOt. van
alle personen werkzaam.
Uit de tabel, welke alle ondernemingen ‘tezamen
onderscheidt naar den juridischen norm, laten zich
de volgende percentages berekenen.

Ondernemingen Personen

in%

in%

Staatsbedrijven …………0,01

3,-
Provinciale bedrijven ……0.002

0,1
Gemeentelijke bedrijven …

0,2

2,0

Naamlooze Vennootschappen 2,8

36,2
Stichtingen…………….0,04

0,3
Coöperatieve Vereenigingen

0,4

1,8

Andere rechtsp. bezittende ver. 0,2

0,4

Veun. onder firma ……..4,9

‘ 12,2
Command. Vennootschappen

0,1

0,6
Burgerlijke niaatschappen .

3,2

3,0

Natuurlijke personen ……88,1

40,3

Uit bovenstaande percentages blijkt, ‘dat ‘de groep
der N’aamnlooze Vennootschappen over ‘het geheel de
grootere, ‘die ‘der ,,na’tuurlijke personen” ‘de kleinere
zaken omvat.

Z’ooal’s in ‘den aanvang ‘gezegd, bevat Deel II o’ok
gegeven’s over
technische eenheden. Afts
technische een-
heid ‘is beschouwd elke vestiging of elk ‘onderdeel van
een vestiging, waarin een bedrijf wordt uitgeoefend,
dat met een afzonderlijk nummer in de door het Cen-
traal Bureau samengestelde nomenclatuur i’s vermeld.
La’at men de Spoor- en tramwegen en den Dienst
der P. T. en T., waarbij de onderscheiding naar tech-nische eenheden niet ‘mogelijk was, buiten besch’ou-
ving, dan ‘krijgen wij in ‘opk’limmen’de reeks
395.320

ondernemingen,
410.856
vestmigi’ngen,
485.152
tech-

nische eenheden.
Het nut van ‘de s’tatistiek ‘der technische eenheden is, ‘dat men bij’v. alle machinef’abrieken tezamen ge-
teld vindt, ‘dus’ ook die, welke verbonden zijn aan
een scheepswerf; evenzoo alle boekbin’derijen, dus ook.
de aan een drukkerij verlbon’dene. Uiteraard kan daar-
bij uitsluitend het personeel in het eigenlijk bedrijf
vermeld worden, daar het ‘administratief en ander
personeel in ‘algemeenen dienst ‘in samengestelde be-

kort sameuvatten:

Soort der voertuigen

Aantal voertuigen
Vermogen in pk (afgerond op 100)

Nijver-
Totaal
Niver-
Totaal

hemd
Handel
Verkeer
mci.
, .
heid
Handel
Verkeer
mcl.
overige

747
8
1.841
2.596
68.900
300
1.035.100
1.104.200
257
4
106
367
4.400
100
8.400
12.900
155

1628
1.786
2.800

218.400
221.200

Stoomlocomotieven

………………..

113

12
3.020
3.145
3.400
300
106.000
109.700

Benzine-motorwagen

………………
Electromotorwagens …………………

Personen-automobielen …………..
10.484 10.289
8.759 30.275
270.700
264.500
214.400
769.800
Autobussen

………………………..

9.646
.
14.113
10.980
34.895
259.000
371.700 318.600
953.900
530
103
159 793
14.800 2.800
5.200
22.800
3.423
1.583
360 5.487
15.400
6.900 1.700
24.600

Vrachtautomnobielen

………………

224 376
83
687
1.300
2.200
500
4.000

rractors

…………………………
Personen-motorrijwielen

…………..

1.777
26

42 865 44.668
– –

Vracht-motorrjwielemi

………………
oederenspoor- en tramwagens ……..
Personenrijtuigen

…………………..
33 51
2.929 3.013




Vrachtwagens ……………………
10.769
19.482
16.541
46.915



17 J’uni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

451

drijven voor ‘de versdhillende afdeelingen werk-
zaam is.

Hieronder volgt een samenvattend overzicht van de schepen in gebruik ‘bij de getelde bedrijven.

Soort van de schepen
Aantal
schepen

Voortstu- wingsver-
mogen
(afger.o.lOO)

L

d

d
1
em

ton van
Bin’nenschepen
pk
1000 kg Stoomschepen v. personenverv.
192
44.800
16.500
,,veerdiensten
74
14.700
7.000
,,vrachtvervoer
399
60100
78.100
Motorschepenv.personenverv.
383
15,700 5,200
veerdiensten
108
2.500
1,400
vrachtvervoer
6.727
196.100
488.500
Motorschepen en zeilscitepen
met hulpmotor (visscherij)
.
5
100
200
Zeilschepen met hulpmotor ..
768
8.800 78.800
11

zonder

,,
6.907

540.800
Andere

vaartuigen

zonder
voortstuwingsverm9gen

..
13.451

3.695.100

Totaal………
T4
1

342900
4.911.700

Zeeschepen
ipk
B.R.T.
Stoomschepenvpersonenverv 44
241400
334.900
,,vraclitvervoer
660
876.700
1.626.300
Motorschepen v. personenverv.

S
86.600
119.000
vrachtvervoer
138
205.300 326.300
Motorschepen en zeilschepen
met hulpmotor (visscherij)
1.273
44.800
45.300
Zeilschepen met hulpmotor.

182
13.300 25.600
,,

zonder

,,
2.848

29.800
Andere

vaartuigen

zonder
voortstuwïngsvermogen

.
8

3.500

Totaal………
5.161
1.468.100
2.5107700

BinnenvaartfStooflisleepb. ..

1.184 1 226.300

,Motors1eepb. ..

572

25,500
i pk

Zeevaart (Stoomsleepbooten

65

32.700

Motors1eepbooten

3
1

800

Op ‘het ‘gebruik van trekdieren geven onderstaan-
de cijfers een blik.

Aantal

Aantal

Aantal

Aantal

vestigingen

paarden vestigingen honden

Nijverheid ……..
5652

9.333

602

920
wo, voeding- en ge.

notiniddelen……
4.371

5.835

541

852

steenindustrie enz.

364

1.636

Handel …………
12.702

15.227

2.465

3.544

Verkeer…………

5.819

13.418

83

102

Totaal (mci. overige

bedrijven) ……..
24

205

38.048
1

3.161

4.580

Het behoeft wel geen ‘betoog, ‘dat •de trekdieren
in ‘de nijverhei’d’sbedrijven over het algemeen ge-bruikt werden voor ‘den aan- en afvoer van grond-
stoffen en producten.
Thans n’cg iets over de nationaliteit der ‘bedrijfs-
hoofden.
Er werden 6.622 mannelijke en 1.066 vrouwelijke hoofden van ondernemingen en resp. 96 en 28 hoof-den van filialen geteild, welke een vreemde nationa-
liteit ‘be’zaten. Onder ‘deze 7.812 personen waren
4.290 Duitsohers en 1.640 Belgen. Bovendien waren
er 829 hoofden van ondernemingen en 9 ‘hoofden
van, filialen
zonde
r
na’hionaliteit.
De gegevens in Deel II laten nog niet zien in hoe-
ver ‘bedoelde lbedrijfshoofden alléén, dan wel tezamen
met anderen aan ‘het hoofd der onderneming stonden, ‘dus •ook niet of eventueel ‘de mede’bedrijf’shoo:fiden
vreemdelingen ‘dan wel Nederlanders waren.
Meer dan 100 vreemde bedrijfshoofden werden
aangetroffen bij den ‘bouw en het onderhoud van ge-
bouwen, timmerman’s- en me’tselaarebe.drijven (129),
in het vl’oerleggersbedrijf (130), •het kleermakei’s’be-
‘drijf (275), naaiistersateliers (234), kappers’bcdrijf
(364), .schoenmakeri.jen en -reparatie-inrichtingen
233), brood- en banketibakkerijen (115), manufactu-
reuwinkels (187), kruideniersw’in’kels (310), siga-
renw’inkels (115), ‘handel in machines enz. (266),

handel in manufacturen enz. (250), marktkooplieden en marskramers (280) en ‘hotels, pensions en restau-
rants (1.089). In de Rijn

en binnenvaart werden
98 vreemde ‘bedrijfslh’oof’den getdid.

Evenals ‘hij de Beroepstelling zijn ook ‘hij de Be-drijfstelling een ‘aantal ‘gegevens ‘berekend voor de
42 economisch-geografische gebieden,
waarin het
Rijk verdeeld is. Voor elk economisdh-geografisch ge-
bied heeft ‘de bedrijfsstatisbiek o.a. vermeld ‘de z.g.
verrorgin,gs’bedrijven en de ‘belangrijkste andere be-
drijven, welke daar in worden uitgeoefend.
Vergelijkt men voor elk der

verschillende gebie-
den ‘het aantal personen ‘in de verzorgings’bedrijven
met het aantal personen in ‘de bedrijfstellin’g opgeno-
men, dan komt men tot zeer afwijkende uitkomsten.
Ho’oge percentages dui’den op weinig gcïndus’triali-
seercie gebieden of groote consumptiecentra. Voor 8
van de 42 gebieden vinden wij een percentage boven 70
(nl. N.-Groningen, Drentscihe zan’dgronden,, Friesland,
Noordelijk Noord-Holland, Haarlemmermeer, ‘s-Gra-
venhage); ‘voor 25 gebieden een percentage tussehen
50 en 70; voor 7 gebieden vnl. de Drentsohe veen-
streken, Twenthe en ‘de Ahterlhoek, Zaanstreek, ge-
‘bieden langs ‘den Nieuwen Waterweg, Noord en Mer-
wede, Til’buig en Langstraat een percentage tu’sshen
35 en 50 en voor 2 (Eindhoven, He’lmond eo. en ‘de
Mijnatreek) een percenteige van omstreeks 30. Bij
eik economisch-geografisch gebied is tevens aan’ge-
geven ‘hoeveel personen er in weilczaam waren vol-
t

gens ‘de ‘beroe’pstelling en hoeveel daarvan in den
landbouw werkten. In 12 gebieden was het percen-
taige dezer laatsten beneden 10, in 11 tusschen 10 en
30, in 17 tusadhen 30 en 50 en in 2 gebieden tus-
shen 50 en 60.
Deit ‘de plaats van vestiging van vele industrieele
bedrijven vaak nauw verband ‘houdt met het min of
meer agrarisch karakter van ‘het gebied ‘behoeft geen
‘be’to’eig. Wij gaan ‘hierop thans niet verder in en ver-
wijzen den lezer ook overigen’s naar ‘de publicatie
zelve.
, V.
D. v. 1.

ECHTE EN NOMINALE GOUDBLOKLANDEN.

De invoering van de deviezencontrôle in Polen is
beschreven als het verlies voor •het goud’blok van een
zuiver nominaal lid, ‘hetgeen ‘hoogstens een moreel
verlies ‘beteekende. Men wilde ‘daarmee uitdrukken, ‘dat Polen, ondanks •de belangrijke pogingen ‘die het
land gedaan ‘heeft om de vrije werking van den ‘gou-
•den standaard te bewaren, niet volledig tot het goud-
‘blok gerekend werd.

Het loont wellicht cle moeite
om
‘bij
‘dit versdhi.jn-
sel even stil te staan. Immers wanneer men hot weg

vallen van Polen ‘hoogstens als een moreel verlies
ziet, dan zit daarin de ‘gedachte opgesloten, ‘dat het
handhaven van den vrij werkenden gouden standaard
en ‘het voeren van de ‘daaraan -verbonden ‘deflatie-
politiek op zihzelf nog niet voldoende is om een
‘land tot ‘een lid van het goud’bl’ok te stempelen. Doch dan rijst ‘cle vraag, welke ‘de voorwaarde is, ‘die daar-
toe een, vereisohte is en ‘die ‘bij ‘de nominale leden
van het goudlblok niet aanwezi’g is. Een ‘korte be-
sdhouwinig van den loop ‘der gebeurtenissen in Polen
kan eenig ‘licht werpen op die voorwaarde, ‘hetgeen
wellicht ‘bij een ‘beoordee’lin’g van ‘de positie ‘der echte
go’u’d’bl’oklanden zijn nut kan hebben.

De meenin’g, ‘dat elk land vrij kan kiezen of ‘het de
aanpassing ‘van zijn prijsniveau zal trachten te ‘be-
reiken ‘door ‘deflatie of ‘door muntcorrectie, is on-
juist. Wanneer de Ibovenbed’oelde voorwaarde niet
aarnvez’ig is, ‘dan is die keuze slechts ‘schijn en staat
uiteindelijk alleen de weg ‘der devaluatie – open of
gecain’oufleerd – open.
Het kardinale verschilpunt tusschen Polen en de
,,echte” gou’dbloklan’den ligt in ‘hun verschil in rijk-
dom en vermogen. Handhaving van ‘den gouden stan-
daard in een omgeving van landen met gedeprecieerde

452

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

valuta impliceert het voeren van, een ideflatiepoli-
tiek. De prijsdaling moet alle prijzen omvatten, maar
moet tevens gelei’delljk en evenwichtig zijn. In feite
ziet men, da-t de aan zichzelf overgelaten prijzen alle

nuances tussehen prijs’val en pr’ijsstaibiliteit vertoo-
nen. Doch ‘heit economisch bestel is niet bestand tegen
heft-iige verstorin’gen in ‘zijn coördinatiemi’ddel – het
geheel ‘der prijzen – en daarom -is dus aan elke de-
flatiepolitiek een ondersteuning van vele conjunc-tuurgevoelige prijzen en een versterkte druk op de
starre prijzen in’haerent. Principieel theh’ben de de-
flartionisten derhalve gelijk wanneer zij beweren, dat
prijsdaling en prijsondersteuning een logisch samen-
hangend geheel kunnen vormen.
Deflatie is dus noodzakelijk een
langzaam
proces
van aanpassing, doordat he’t evenwichtig en geleide-
lijk voltrokken moet worden. Ziet men daaibij nog
geheel af van ‘de tendens om rijp en groen zonder
onderscheid te ondersteunen en van de neiging om
de status quo te handhaven, ook wanneer flexilbiliteit
gewen-scht is en stapt men verder heen over al de
kosten, ‘die de wdmmn.i’streeri
,
ng en de uitvoering der
defla’tie’politiek met zich brengt, dan rest als groot

euvel, dat ‘gedurende ‘het noodzakelijk ‘vrij langdurige
deflatieproces een v’oortsohrij’dende ineenschrompe-
ling van het
bedrijfsleven
plaatsvindt. Dii beteekent
edhter, dat steeds ‘grootere deelen van het bedrijfs-
leven. -onrendabel worden en in levensgevaar komen.
Dit
‘gevaarlijke
gevolg der ‘defiatiepolitiek ken alleen
tegengewerkt worden, ‘doordat via inter-en van ver-
mogen en reserves de koopkracht en daarmee de be-
drijvigheid meer of minder op peil gehouden wordt,
ook al is ‘de productie verliesgevend.
Hieruit volgt ‘direct de conclusie, dat alleen rijke
crediteunlan’den ziCh ‘de langzame en tij’drooven.de
aanpassing door ‘deflatie kunnen veroorloven!
Deze conclusie wordt gesteund d’oor •den loop der
gebeurtenissen in Polen in ‘de ‘laatste jaren. Polen
werd hiesboven een nominaal lid van het gou’d’blok
genoemd en wel omdat het al’s arm ‘debiteurland
de essentieele voorwaarde, uo’o’diig ‘om een deflatie-
politiek te entameeren, mist. Het zou te ver voe-
ren om hier met voldoende gegevens aan te toe-
nen, ‘dat een ‘deflatiepolitiek in Polen ‘daarom nooit
een uiteinidelijk -succes kan
‘bereiken, ‘zoodat met en-
kele opmerkingen moet worden votstaan.
Sedert 1930 heeft Polen succesvolle pogingen ge-
daan, ‘de ‘handelsbalans te activeeren ten einde .zoo-doende ‘de ‘dev’iezenpositie en ‘daarmee den gouden
standaard te handhaven. Om dit te bereiken moest
de dispariteit tussohen de binnenlan’dsohe productie-
ksten en de !buitenlan
,
dsc’he ‘afzetprijzen- overwonnen
worden, hetgeen o.a. tot stand werd ‘gebracht door
subsi’dieering van den export, ‘d’oor verlaging van de
spoorweg- en ‘haventarieven, ‘door Staatsex’port’garan-
ties en ‘door ruime exportcredietfaciliteiten ‘der
Staatsbanken. De lan’dibou’wproducten werden ge-helpen ‘door exportpremies, ‘de industriee’le uitvoer doordat de Staat de producenten dwong tot een kar-
tel toe te treden, zoodat ‘de hoogere prijzen op ‘de Eb-in-
n-enlan’dsche markt de verliezen op ‘den export kon-
‘den compenseeren (opgemerkt -dient echter te wor-
‘den, ‘dat ‘de Staat te ver schijnt te zijn ‘gegaan met
de kartelleerin-gspolitiek en nu een aantal ‘der k.srtelr,
weer onbindt).

De mid’delen, noodig om ‘deze -activeering van de
‘handelsbalans door te voeren, werden verkregen ‘door
be’lastintgverzwarin’g en verhooging ‘der binnen-
lan’dsôhe prijzen, waarmee echter van een algemeene
deflatie geen ‘sprake meer kon zijn. In feite ‘heeft
Polen dus ‘door een systeem ‘van meervou’d’ige prijzen
hooig in (het binnenland en verliesgevend voor -den
export) in’plaats van door ‘deflatie een -soort van aan-
passing trachten te bereiken – ‘die wellicht het best
-te ty’peeren is als ‘devaluatie zonder formeele munt-
correctie.
Bovendien i-s ‘hart niet gelukt ‘de staatsbegrooting

in evenwicht te brengen, terwijl lhet er niet naar uit-ziet, dat dit in ‘de naaste toekomst wel zal gebeuren.

De werkloozen’steun en ‘de werkverschaffing ‘heb

ben
tot ‘dus-verre niet -zwaar op ‘het budget gedrukt ‘om’dat
de werkloozen op het platteland, dank zij- -het vrij
-sterk h-auswirtschaftliohe karakter van den land-

bouw, ‘door hun ‘omgeving gesteund k-on’den worden.
Door ‘de toenemende verarming ‘der ‘landbouwers
komt hierin een kentering, zoodat ook van deze -zijde
he’t begrootinigstekort dreigt toe te nemen, waarmee
de moeilijk-heden, waarop ‘de deflatiepolitiek stuit,
weer met een zijn vermeerderd.

Het groote ver-schil tusschen ‘de economische po-sitie van Polen en de an’dere goudtbloklanden maakt
het natuurlijk ‘onmogelijk om uit Polen’s lotgevallen
tot een prognose voor •de andere gou’d(bloklanden te
komen.. Men kan (hoogstens de nieening uitspreken,
‘dat bij vergaande verarming een, echt goud’bl’ok’land
gedwongen ‘zou worden tot een
dergelijk
ingewikkeld
en weinig bevred’i’gen’d sa,men’ste-1 van maatregelen zijn
toevlucht te nemen.

* *
*
Alleen rijke crediteuren of arme debiteuren, ‘welke
een rijken crediteur achter zich ‘hebben, kunnen. -de
langzame en tij’drooven’de aanpassing door ‘deflatie ‘toe-
passen, alleen zij kunnen een tij’d ‘lang reserves in-
teren zonder daardoor vast ‘te loopen.

Dit impificeert echter, da-t elke weloverwogen ‘defla-
tie’politiek ‘zelf’s in de rijkste landen onvermijideljk
een eer specula’tief element bevat.
Zij
-kan, in het
hier ter ‘sprake ‘gebrachte opzicht, namelijk alleen rus-
ten op ‘de ‘subjectieve meenin’g en verwachting, ‘dat -de
nood-zakelijke voorwaarde voor ‘deflatie – ‘de aan-we-
‘zig’heid van aanzienlijke reserves – niet zal wegval-
len voordat ‘de aanpassing voltrokken is. De verar-
min’g, ‘die aan dik deflatieproces ,,-inlhaerent” i-s, kan
zich ‘boven-dien in een rijk 1-and voor langen tijd aan
het oog out-trekken en maa-kt -dus, dat ‘de specu-la-tieve
-zijde van ‘de -deflatie onvoldoende ‘belidht wordt.
Bij het voeren van een deflatiepo’litiek zal men dus
‘steeds ‘het verloop ‘dezer ver’schijselen moeten vol-
‘gen om, wanneer ‘de oorspronkelijke verwachtingen
onjuist zouden
blij-ken
te zijn geweest, no.g zoo tijdig
m-oigelj’k ‘het roer om te gooien. Doet men dit echter
niet, ‘dan bestaat het gevaar, dat ‘de verarming op den.
‘duur toch tot opgeven der ‘deflatiepolitiek dwingt,
hetgeen ‘dan echter zou beteekenec, dat vele van de
offers van ‘de deflatie -voor niets gebracht zouden zijn!
P. L.
JUSTMAN JAcoB.

PRIJZEN VAN VARKENSVLEESCH EN – PRODUCTIE-
BEPERKING.’)

Ondanks de Cris-ismaatregelen t.’a.v. -de varkens-
houderij is men er nog niet in geslaagd ‘de varkens-prijzen te stabiliseeren. Dit houdt geen critiek in op
-de ge-troffen maatregelen; schrijver -dezes is zich ‘be-
wust van ‘de moeilijkheden en de -onverwachte omstan-
‘dig’heden, waarvoor men zich bij crisisaartregelen
vaak geplaatst zie-t. Men kan echter op-merken, dat de
varkensprijrzen nu eens vrij ;hoog zijn, ‘dan weer te
laag, zoodart ‘de productiekosten niet of nauwelijks
worden goedgemaakt.

Oppervlakkig gesproken zou men ‘dit n-iet verwach-
ten; -door teeit)bepeiking en beperking van ‘het aantal
te ‘houden’ varkens ‘boven 25 kg, heeft men toch -de
productie in ‘de hand.
Een koste uiteenzetting -der beperkinigsmaatregelen
laten wij even volgen:
Af-gezien van ‘de ‘details kan men twee maatregelen
onderscheiden: téii eerste de teeltbeperking, ten
-tweede ‘de beperking van het aantal varkens boven
25 ‘kg.

) Bij dit artikel is gebruik gemaakt van de statistische
gegevens van het weekblad ,,Economish-Statistisohe Be-richten”, de publicatie’s van het Centraal Bureau voor de
Stal istiek en ,,De LandbouwCrisismaarLregelen, -hunne wer-
king en uitvoering”, uitgave van het Landbouw-Crisis-
Bureau, Den Hang.

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

453

Aanvankelijk had men slechts de teeltbeperking.
Deze maatregel houdt in, dat aan hen, die gewoon
waren regelmatig bi’ggen te fokken, wordt toegestaan
een zeker vastgesteld aantal biggen te fokken. Zij
ontvangen hiervoor, periodiek (sedert 1934 jaarlijks)

een z.g. toewijzing van biggenmerken.
Weliswaar bestaat de mogelijkheid om z.g. boven-tallige ‘biggen te fokken, dus meer ‘biggen te fokken
dan de toewijzing bedraagt, doch ‘de prijs van een
‘boventalli’g merk is
Wo
hoog gesteld
(f
10.—), dat practisdh ‘hot boventallig aanhouden van biggen niet
voorkomt en van ‘geen invloed op de teeltbeperking
is. Dit is trouwens ook ‘de bedoeling.
Door deze beperking der fokkerij ‘bepaalt men dus

‘den totalen omvang der varkensstapel.
Dat deze beperking inderdaad invloed heeft uitge-
oefend op den ‘totalen varkensstapel,
blijkt
uit de

periodieke tellingen:
Totaal aantal varkens
April 1933 ….. . ……..

2.112.546
Mei 1934 …………….2.069.801
Mei/Juni 1935 …………1.523.751

Nog beter komt ‘de beperking tot uiting in het aan-
tal bij de tellingen aanwezige ‘dragende zeugen en
zeugen ‘bij de ‘biggen (f’okzeugen).

Aantal

In pOt. fokzeugen van April 1933
April 1933 ……234.776

100 pOt.
Mei 1934 ……..157.100

67 pOt.
Mei/Juni 1935 .

151.998

65 pOt.

Immers, indien minder ‘biggen ogen worden ge-
fokt, worden minder fokzeugen aangchouden.
Bovendien ‘heeft men nog een zeker verband gelegd tu’ssdhen het aantal toegewezen merken en het gelijk-tijdig door de fokkers aan te houden ‘drachtige zeugen

of zeugen hij ‘de biggen.
Bij
de toewijzing biggenmer-
ken wordt steeds dit aantal zeugen vermeld.
De periodieke toewijzing ‘der merken bedroeg voor

het geheele land:

Periode

Aantallen merken
193211933, 14 maanden ……..3.457.783
1934,
1
jaar ……………..2.520.000
1935,
1

……………….2.327.828
1936, 1

……………….2.245.616

Wij zien, dat de toewijzing van merken steeds is
verminderd. De invloed dezer voortschrijdende be-
perking is zoowel uit ‘de hierboven vermelde tellin’gs-
cijfers van het totaal aantal varkens, als uit het
aantal f’okzeu’gen, duidelijk merkbaar.
Naast ‘de teeltbeperking heeft men als boven ver-
meld nog ‘de z.g. toewijzing van varkens boven 25 kg.
Dit is een aanvullende maatregel van ‘de teel’bbeper-
king. Indien men uitsluitend een teeltbeperking had,
zou het niet ‘denkbeeldig
zijn,
‘dat ‘zij, die zoowel big-
gen fokken als varkens mesten, vooral bij goede var-
kensprijzen, minder geneigd zouden zijn hun ‘biggen
af te zetten. Dit zou tengevolge hebben, dat de higgen-
prijs te veel zou oploo’pen en degenen, ‘clie ui’tshiiten’d mesten, te veel voor de Ibiggen zouden moeten betalen.
Bij een regeling, waarbij men slechts een zeker aantal
varkens boven 25 kg mag houden, ‘is men wel ge-
dwongen, steeds een zeker aantal bi’ggen te verkoopen,
wanneer deze ‘het ‘gewicht van 25 kg naderen en dit
vooral, wanneer men op het moment geen afgeineste
varkens kan ruimen.
Ook meende men, dat bij gunstige, vrij constante
varkensprjzen, zich een mesterj op ‘groote schaal bij
‘sommige kapitaalkrachti’gen zou ontwikkelen, met ge-
volg een te hoog op’loopen der ‘biggenprijzen. Hierdoor
zouden dan de minder kapitaaikrachtige veehouders
slechts tegen te ‘hooge prijzen de biggen kunnen be-
komen.
Keeren wij thans tot ons ‘onderwerp terug. Hoewel
uit het ‘bovenstaande
‘blijkt,
dat ‘de varkensstapel
sedert het ‘inwerkingtreden ‘dezer maatregelen ‘belang-
rijk is ingokrompen en de lbeperkingsschroef steeds
verder is aangedraai.d, zijn in dit voorjaar ‘de varkens-
prijzen weer laag. Ja, ‘zelfs lager ‘dan in het voorjaar

1935 toen .de toewijzingen ruimer waren. Er zullen
dus bepaalde factoren zijn, die de werking der ge-
troffen maatregelen ‘beïnvloeden.

Alvorens hier nader ‘op in te gaan nog het volgende:
De teeltbeperkin.g Qbi’ggenmerkentoewijzin’g) en
eveneens het aantal aan te houden varkens loopen
steeds over een zekeren termijn;
jaarlijks
wordt ‘b.v.
de t9ewijzing merken vastgesteld. In den loop van ‘het
jaar kunnen zich echter onvoorziene omstandigheden
voordoen, waarmee meif bij de vaststelling ‘der aan-
tallen geen rekening kon houden. Een algeheele sta-
biliteit der varkensprjzen is dus niet te verwachten.
Bovendien heeft men ook nog de seizoenssehomme-lingen, al zijn ‘deze laatsten niet zeer gepron’onceerd
in ‘de prijzen van het varkensvieesch ‘bemerkbaar
1).

Algeheele stabiliteit wordt ook niet verlangd; wat
men wenscht is een loonende varkensprjs, dus voor-
komen van een daling beneden een ‘zeker niveau waar
de productiekosten niet of
nauwelijks
meer goed wor-
den gemaakt.


?RI
PRUSVeReN0VL5E5Q1
101
RUNDVLU5nI
66
-V(RBRUIK VAR
ce
lçE,,lsvtn(H
64

j

1
.62
1100
60
80
/
se
40

52

co

40
42

,193
.
15
410
JFMAMJJA5ONOJPMA,i.JJ0NOJMAMJJONOJMAM

In ‘bovenstaande grafiek is het maan’delij’ksali ver-
i’oop der varkensvleeschprjzen per 100 kg over de laat-
ste 3 jaren aangegeven. Met opzet’zijn de varkensprij-
zen niet genomen, omdat ‘de wekelijksohe xioteeringen
‘der zware varkens slechts hoogste en ‘laagste prijs aan-
geven en op de verschillende markten te veel uiteen
loopen om een goed gemiddelde te vormen. Men mag
echter wel ‘aannemen, dat een parallel bestaat tussohen ‘den loop der varkensprij’zen en de groothandelsprj’zen
van varken’svleeseh.
Uit de ‘grafiek ‘blijkt, dat ‘de prijzen van ‘het varkens-
vleesch in 1935 en in ‘het bijzonder in ‘de tweede helft
van dat jaar, veel gunstiger waren dan in 1934. Een
der ‘oorzaken ‘hiervan is, ‘dat ‘het aantal zware varkens
in het najaar 1935 geringer was ‘dan in 1934, ‘hetgeen
uit de No’vembertellin’gen blijkt:’

boven 180kg 150-180kg 120-150kg
November 1934 – . – . 55.958′

74.049

137.903
November 1935 – -. . 13.667

44.641

110.400

In het najaar 1933 waren eveneens ‘de prijzen veel
gunstiger dan in ‘het najaar 1934, ondanks ‘het feit
‘dat er in 1933 nog geen beperking op ‘de varkens-
‘h’ou’derij (wel op ‘de fokkerj) ‘bestond.
Toen echter n’am de N.V.O. nog zware varkens af.

boven 180kg 150-180kg 120-15Okg
November 1933 . . .. 14.380

49.938

‘ 121.149
November 1934 – . – – 55.958

74.049

137.903

Het aantal aanwezige zware varkens ‘beïnvloedt ‘dus uiteraard ‘de prijzen van ‘het varkensvleesch.
In de grafiek is tevens ‘het verbruik van varkens-
vleesch
opgenomen.
Als verbruik is het geslacht ge-
wicht genomen in 10.000 kg waarover aan ‘de keu-
ringsdiensten ‘de heffingen zijn betaald.
De maehdcijfers zijn weekgeiniddel’den. Hoewel men
hiermede niet het gehee’le ‘binnenlandsche verbruik
verkrjgt (ten plattelanide heeft men niet altijd ken-

1)
Ir. Baars en Dr. Van derValk, Seizoensbewegingen in
het economisch leven van Nederland, Publicatie No. 10 van
het Nederlandsch Economisch Instituut.

n
PR
KA.

454

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni
1936

ringsdiensten en wordt de heffing door de N.V.O.
geïnd; bovendien heeft men nog z.’g. heffingsvrije
huisslaohtin,gen), wo heeft men toch op deze wijze het
grootste gedeelte van het binnenlandsehe ver’br’ixik.
Terstond blijkt, dat het vei
4
bruik in sterke mate

afhankelijk is van ‘den prijs. Toch was de consumptie
van varkensvieesch ‘in het voorjaar
1935
aanmerkelijk

lager dan in ‘het voorjaar
1934,
ondanks het fodt dat

gmi’d’deld ‘de voorjaarsprijs
1935
iets lager was ‘dan

die van
1934.
De daling van ‘de rundvleeschprijzen in
1935
(zie

grafiek) ‘doet het vermoeden wekken, .dat een ver-
sehuiving van ‘de consumptie van ‘het varkenavleesch
naar ‘het ruu’dvleesch heeft plaatsgevonden. Het rund-
vleesdh was in
1935
en •ook in begin
1936
aanmerke-

lijk lager in prijs dan in
1934.
Dat ‘hij lagere prijzen het gdbruiik van ru’n’dvleesdh
grooter is, blij kt uit het gemiddeld verbruik per hoofd
der bevolking. Dit cij
••fer is voor
1935
nog niet bekend.

In
1933
edhter, toen de run’dvleesdhprij’zen op belang-
rijk ‘lager niveau stonden dan in
1934,
was het gemid-
del’d vetbruik per booM der bevolking
19,6
kg tegen
16,7
‘leg in
1934.
De ‘voorioopige cijfers van ‘het aantal slachtingen
van volwassen rundvee, graskalveren, vette kalveren
en nudhtere kalveren vijn voor
1935
honger ‘dan in
1934.
Aantal slachtinge.n X 1000
Volwassen

Gras-

Vette

Nuchtere
runderen

. kalveren kalveren

kalveren
1934 ……..495

101

151

548
1935 ……..506

117

172

607

Men mag hier wel uit afleiden, ‘dat ‘het aantal
leg geslacht run’dvleesch in
1935
[hooger was dan
in
1934.
In verband met ‘de ‘daling van de consumptie van
var’kensvleesdh in
1935
ten opzichte van
1934
en in
verband met de prijsdaling van ‘het run’dvleesoh, wijst
dit alles wel op een verschuiving van ‘de consumptie
van ‘het varkensvleesoh naar het run’dvleeseh.
Ondanks de lagere rundvleeschprij’zen en de ver-
minderde consumptie

v’an varkensvleesdh was de prijs
van het varkensvieesch in de tweede ‘helft van
1935
hoog te noemen, dank -zij ‘het betrekkelijk geringe aan-
tal zware varkens. Wij zien ehter in het voorjaar
1936
een belangrijke ‘daling van den prijs van het varkens-
vleesdh.
Hoe is deze te verklaren?
Uit de Novembertel’lin’gen van
1934
en
1935
blijkt,
dat in
1935
het aantal varkens in ‘de klassen
60-70 leg
en
50-60
‘leg
hooger
was dan in
1934.

60-70kg 50-60kg
November 1934 ……….91.515

91.510
November 1935 ……….100.240

120.188

Dit igrooter aantal ‘varkens in de lagere ‘gewiehts-
klassen ‘is m.i. naast de daling van de run.’dvleesch-
prijzen ‘de oomaak van de tegenwoordige ‘daling der
varlkensprj’zen. Weliswaar is een gedeelte dezer var-
kens als baconvarken (pim. 90 kg) geslacht, doch ‘de
hoogere prijzen in
1935
zullen zeker aanleiding ge-
weest -zijn om zooveel nigelj’k de v.arkens langer aan
te ‘houden en -to-t zwaar door te metten.
In ‘deze rich’ting wijst ook wel ‘het feit, dat het aan-
bod van baconvarkens aan de N.V.C. in de tweede
‘helft van
1935
veel lager was dah in de overeen-
kcmstige periode van
1934.
Vooral in October
1935,
toen [het varkens

vieesh op ‘de ‘biinnenlan’dsohe mark-t
zeer prijzig was, was het aanbod zeer gering.

Ter 1e-vering aangeboden varkens aan de N.V.C.
(weekgerniddelden).
1934

1935
Juni

……..365.371

50.505
Juli ……….377.481

65.162
Augustus

401.645

50.772
September

.
383.109

33.783
October ……351.838

8.052
Noveniber

294.611 –

14.239
])eeeniber

260.559

38.626

Het is ‘dan ook niet te verwachten, ‘dat de ‘varkens-

prijzen veel zullen ttijgen, temeer, ‘daar hçt aan-tal
aanwezige varkens van
6
weken tot
50
‘leg blijkens ‘de

telling November
1935
aanmerkelijk hooger was dan

in November
1934.
Varkens van 6 weken tot 50 kg.
November 1934 ……….356.892 November 1935 ……….453.742

Moet men nu de varkens’hou’derij nog méér beper-
ken, m.aw. de toewijzing van varkens boven
25
‘kg

verlagen?
De biggenprijzen zijn goed, ‘zelf’s te hoog in ver-
‘houding tot ‘de varkensprijzen; blijk-baar is er een
voldoende vraag naar ‘higgen. De fokkerij zal ‘dus niet
méér ‘beperkt moeten worden.
De -toewijzing van varkens boven
25
leg is ‘dit jaar

geringer dan in
1935,
hoewel
toch
de prij’zen in
1935
hooger waren. Dit pleit niet voor meer beperking in
‘de varkcns’h’ouderij.
Een oplossing zou kunnen zijn ‘het treffen van een regeling, waarbij men ‘de gewichten, waarin de var-
ken’s worden afgemest, meer in ‘de hand heeft. Dit
zou dan neer komen op een regeling, waarbij men niet alleen een toewijzing van varken’s ‘hoven
25
kg ‘ha.d,

doch een on’derverdeeling tot welk gewicht men een
zeker aantal mag odmesten (b.v. afmesten van een
zeker aantal tot ‘bacon, tot mi’d’delz’waar en tot 7waar).
Men zou natuurlijk een ‘dergelijke regeling in details
moeten uitwerken en bij de toewijzingen rekenin’g
moeten houden met bepaalde streek-verschillen.
Bij een dergelijke regeling zou de kans veel gerin-
ger zijn, dat een

te ‘groot aantal varkens te -zwaar
wordt afgemest met gevolg ‘het in-zak-ken van de var-
keus-‘ en vleeschprijzen. Immers -hoe zwaarder -het ‘var-
ken, ‘hoe meer leg varkensvieesch op de markt komen.
Bij een on’derverdeelinig ‘der varkens boven
25
kg
heeft men veel meer dan thans ‘het geval is de ge-
-produceerde hoeveelheid varkensvleesdh in de ‘hand.
Een dergelijke regeling vergt echter meer contrôle
op de bedrijven. Immers men zou ‘steeds de toegewezen
aantallen in ‘de ‘vershillen’de groepen naar ‘het ge-
widht moeten oontro]eeren. B’oven’dien grijpt ‘zij
wel
‘heel sterk in ‘het bedrijfsleven in.
Indien de N.V.O. er toe over zou kunnen gaan af
en toe zware varkens uit de markt te nemen, wanneer ‘de prijs’on’dan’ks de ‘beperkende maatregelen te veel
zou dalen, zou dit een eenvoudiger oplossing zijn. Het
i’s echter niet meer dan een laprni’d’del en slechts te
verantwoorden, wanneer ook eeni’germate een bestem-
ming voor ‘de op’gekodhte varkens aanwezig is. Wij
denken hier bijv. aan een bestemming als varkens-
gehakt ‘in blik voor werklooien.
Ir. S. H.
DE JONG.

BUITENLANDSCHE MEDEWERKING.

HET ECONOMISCH LEVEN IN FRANKRIJK NA DE
STAKING.

Dr. H. Weidhmann te Parijs schrijft ons:

De stakin’gsheweging kan ondanks eenige ui’tloo-
pers ‘hier en 1a’ar, wel a’l’s beëindigd worden ‘be-
schouwd. Het sociale conflict, ‘dat een oogen’blik voor
‘de Regeering en ‘het land. -verontrustend ‘dreigde te
worden, is hiermede ‘geregeld. Nu komen edhter ‘de economische ‘kwesties naar voren. Hoe is ‘de balans
van ‘deze syndicali’stisdhe massabeweging en wat ‘zijn
‘haar ‘gevolgen, voor de arbei’ders’klasse zelf, voor het
bedrijfsleven en tenslotte voor de Regeering?
Na’ar verhouding blijkt d’e
sociole
zijde van ‘de balans ‘het gunsti’gst to zijn, met ‘onmiddellijke ge-
volgen van de ‘staking voor de arbeider’s. Zij zijn zoo-
wel van moreelen al’s van matertieelen aard.
In
moreel
opzicht ‘hebben de Fransche arbeiders
thans ‘het hun zoo lang onthouden statuut van een
sociaal arbeidsrecht afgedw’chgen. Het bestaat uit -de
wettelijke invoering van collectieve contracten, ‘het
toestaan van vacantie met behoud van loon, de prac-
tishe erkenning van het coalitierecht en van de vak-
vereen’igingen als de wettelijke vertegenwoord’iging
• .
(Vervolg op bis. 456.)

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

455

STATISTIEK BETREFFENDE DE WERELDPRODUC1IE, HET WERELDVERBRUIK EN DEN WERELDIN- EN
-UITVOER VAN SUIKER.

Dr. Gustav Mikusch te Weenen zendt ons onder-
staande statistieken:
WERELDSUIKERPRODUcTIE.
1913/

1933/ 1934/ 1935/’36
’14

’34

’35 Raming
Biegsuikei-:

in 1.000 metrieke tons ruwsuikerwaarde.
Europa:
Duitschiand ……….’
2.716
1.428
1.673
1.670
Tsjecho-Slowakije ……)
517
638
572
Oostenrijk ………….

1.680
170
223
206
Hongarije ………….
3
136
120
117
Frankrijk…………..
797
.

946
1.223
930
België……………..
230
247
270
241
Nederland ………….
231
290
243
236
Groot-Brittannië
4 523 694
550
Polen ……………..
342
447
444
Sovjet-Rusland
d)
……
1.740
1.204
1.460
2.500
Denemarken ………..
144
254
90
245
Zweden ……………
137 305
272
295
Italië

………………
330
300 345
311
Spanje …………….
188
242
349
200
Joëgo-Slavië ………..
6
74
63
90
Roemenië ………….
37 145 107 134
Overig Europa
d)
…….
17
245
279
261

Totaal Europa ………
8.257
7.368
8.496
9.002
Amerika:
Ver. Staten, Canada, Ar-
gentiniëen Uruguay
753 1.719
1.240
1.256,
Australië:
Victoria ……………
1
6
6 5
Azië:
Japan, (Hokkaido), Korea,
Manohoerijeen Iran
3
31
52
59

Totaal bietsuikerpro-

ductie …………… 9.014

9.124

9.794

10.322
Rietsuilcer:
Europa:

Spanje …………….8

15

18

19
Amerika:
Louisiana, Texas en

Florida…………..283

232

250

335
Portorico en Maagden-

eilanden………….336

1.015

710

855

Hawal ……………..560

866

895

900

Cuba ……………..2.672

2340

2.611

2.588
Britsch West-Indië en
Britsch Guyana …..’

251

466

433

559
Fransch West-Indië

81

79

90

90
Dom. Rep. en Haïtia)

107

414

467

479

Mexico …………….161

209

296

300

Midden-Amerika …….42

41

. 42

43
Peru
b)
…………….

179

420

383

400

Argentinië
b)
………..278

316

342

386

Brazilië ……………203

969

975

1.000

OverigZuidAmerikaa)..
,
42

106

94

93

Totaal Amerika ……..5.195

7.473

7.588

8.028
Azië:

Britsch-Indië
C)
——–1.713

3.106

3.120

3.550

Javaa) ……………. 1.528

1.504

703

(* 562

Japan …………….254

802

1.155

1.123

Philippijnen a)
———
233

1.434

630

950
Overig Azie …………

.323

264

275

295

Totaal Azië ————4.051

7.110

5.883

6,480
Afrika:

Egypte…………….69

154

137

125
Mauritius……………

272

265

183

285

Unie van Zuid-Afrik a …84

355

325

379

OverigAfrika —

——–81

222

234

258

Totaal Afrika ……….506

996

879

1.047
Australië:
Queensland en Nieuw

Zuid- Wales ……….270

677

653

645
Fidji ………. …….

94

118

115

134

Totaal Australië ……. -364

795

768

779

Totaal rietsuikerproductie 10.124

16389

15.136

16.353
Wereldsuikerproductie .. 19.138 25.513 . 24930 26.675

) De productie 1936 zal wellicht 600.000 ton tel quel
bedragen.
a)
Excl. de in huisindustrie of in kleine molens
geproduceerde suiker.
b)
Suiker tel quel.
c)
Voor zoôver
de Indische statistiek cijfers voor gur bevat, ve1’den deze
op basis 100 60 tot ruwe suiker omgerekend.
) mcl.
het
A’z’iatisch gebied van Sovjet-Rusland en Turkije.

WERELDVERBRUIK VAN SUIKER.*)

1934/’35 1933/’34
Verbr. Verbr.
Verbr.
Verbr.
in
p. hoofd
in

p. hoofd
1000
der be-
1000
der
.

be-
metr. t. volking metr. t.
volking
inkg inkg
ruwsuikerwaarde
Europa:

Duitschiand …………
L576
23.7
1.530
23.1
Tsjecho-Slowakije …….
409
26.9
401
26.6
Oostenrijk ————–
169
24.9
175
25.9
Hongarije …………..
96 10.7 93
105
Zwitserland………….
180
43.9
195
47.3
Frankrijk ……………
1.081
25.7
1.045
24.9
België ………………
236
28.4
229
27.8
Nederland —————
303
36.2
305
36.9
Groot-Brittannië -. ——-
2.283
48.6
2.244
48.0
Polen ——

————
335
10.0
324
9.8
SovjetRuslandC) ……..
1.380a)
8.0

1.160a)

6.9
Denemarken …………
196
53.4
204
56.0
Zweden …………….
282
44.8
282
45.0
Italië ——————
328
7.7
325
7.7
Spanje —————–
300
12.3
302
12.5
Overig Europa
C
)
815
9.4
844
9.9

Totaal Europa ………..
9.968

17.3
9.658
.

170

Azië:

ChinaenHongkongb)..
.
580a)
1.3
595
1.3
Britsch-Indië cl)
3350
8
)
9.1
3.372 9.2
Japanb)

……
1.088
11.2
975
10.1
Java……………….
334
7.5e).
353
8.1e)
Overig Azie
b)
———–
651
)
6.0
582
5.4

Totaal Azië ………….6.003

5.6

5.877

5.5

Afrika:

Egypte ……………..

134

8.6

127

8.3
Unie van Zuid-Afrika – – –

200

23.3

181

21.4

Mauritius …………..11

5)
26.6

11

.

26.8
Overig Afrikab) ………410a)

3.1

391

3.0

Totaal Afrika ………..755

4.8

. .710

4.6

Amerika:

Vereenigde Staten …….5.870

46.1

5.699

45.1

Hawaï ……………..22

66.4

22

57.9
Portorico en Maagden-

eilanden…………..60

35.5

60

36.1

Cubab) —————-158

37.9

150

36.6

Canadab) ————–479

43.9

451

42.0

New-Foundland b) ……..10

) 35.2
.

10

35.7
Britsch West-Indië en
Britsch Guyanab)

47

19.8

48

20.4
FranschWeat-Indiëb)

5

9.8

5

9.8
Dominikaansche Republiek

en Haïtib) …………33

7.9

34

8.4

Mexico ……………..267

15.1

240

13.8
Midden.Amerikab)

51

7.5

47

7.1

Argentinië f) …………370

30.0

346

28.6

Braziliëa) …………..935

20.1

935

20.6

Peruf) ……………..72

11.3

66

10.4
Overig Zuid-Amerika b)

239) 9.0

246

9.5

Totaal Amerika ………8.618

32.2

8.359

31.6,

Austra]ië:

Vasteland …………..357

53.3

343

51.4

Eilandenb) ………….87a) 23.6

78

21.8

TotaalAuatralië ………444

42.8

421

41.1

Wereld………………25.788

12.4

25.025

12.1

(Vervolg op bis. 458.)

) Excl. dc donkere suiiker uit de primitieve molens in
Azië en Amerika.
a)
Geraamd.
b)
Kalenderjaren 1935,
1.934.
c)
Imi. het Aziatisch gebied van Sovjet-Rusland en
Turkije. if) Voor zoover de Indische statistiek cijfers voor
gur bevat, werden deze op basis 100 60 tot ruwe suiker
omgerekend.
e)
Het werkelijk verbruik per ‘hoofd der be-
votk.itag op Java is geringer, omdat in het ‘bovenvermelde
verbruik ook de (hoeveelheid suiker is begrepen, welke in
Ned. Oost-Indië op andere eilanden wordt verbruikt. f)
Tel
quel; kale.nderjare.n 1934, 1933.

456

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

(Vervolg van bl. 454.)

van •de aDbeiderSklaSSe. Van Frausch standpuirt ge-
zien schijnt dii; ongetwijfeld revolutionnair, voor den
buitenlaudsohen beschouwer daarentegen is eigenlijk
slechts een toestand gesdhapen, die in de op sociaal
gebied vooruitzijnrde landen reeds lang bestod. In
zooverre werd het Fransebe bedrijfsleven door het
resultaat ‘van de staking slechts van een sociale
‘hypotheek bevrij’d, waarvan de aflossing toch vroeg
of laat had moeten geschieden.
De
ma.ierieele
resultaten van de staking voor de
arbeiders bestaan vooral uit da toegestane loonsver-
hoogingen. De directe loonsverhoogingen bedragen on-
geveer maximaal 12 pOt. Het lijdt geen twijfl, dat
deze loonsverhoogiugen overeenkwamen met een drin-
gende levensbeboefte van de arbeiderskiasse. Volgens
het laatste ‘bulletin van de ,,Statistique générale de
la France” is de vermindering van de sedert 1930
betaalde tonnen grooter dan de daling •van •de kosten
van levensonderhoud in ‘hetzelfdetijdvak. De kosten
van levensonderhoud zij’s van 100 in 1930 tot 77.9
in Novernber 1935 gedaald. Wel beweegt de loonsver-
mindering zich daarentegen in de zwaarst getroffen
industrie nominaal sledhts tusschen 10 en 17 pOt.,
doch dit cijfer weerspiegelt niet de juiste korting
van ‘de inkomens, omdat het geen rekening houdt met
•den isterk verkorten arbeidstijd. Men moet voor de daling van ‘de ge’heele loonsom een percentage van
40 aannemen, tegenover de daling van de kosten van
levensonderhoud met sledhts 22.1 pOt. In dezen zin
‘beteekenen dus de onmi d’dellijke loon’sverhoo’gingen niet meer dan een gellijkmaking van de beide factoren.
Een geheel ander aspect krijgt de stand van zaken
natuurlijk tav. andere economische factoren. Hier
veroorzaken de gevolgen van de staking talrijke pro-
‘blemen, waarvan de oplossing nog niet te voorzien is.
De loonsverhooging bedraagt voor de onderneming
niet 12 pOt., idooh vermeerdert feitelijk tengevolge
‘van de invoering van de 40-urige werkweek en van de
doorbetaalde vacantie met 35 pOt. De eisohen, welke
daardoor aan de ondernemingen worden gesteld, zijn
ongetwijfeld zeer groot. Zij ‘zijn natuurlijk grooter,

natrmate het loon een grooter deel van den kostprijs
uitmaakt. De gevolgen zullen bovendien vrshi’llen
naar gelang van ‘de grootte ‘der ondernemingen. Doch ook zeer veel ‘bedrijven werken reeds met een verkor-
ten arbeidstijd, zoodat de uit de verkorting van den
werktijd resulteerende !loonsveilhoo:ging hen niet
treft.
De Regeering zelf rekent tenslotte op den gunsti-
gen conjunctuurpo’litieken invloed, velken ‘de meer-
dere werkgelegenheid, dank ‘zij den verkorten arbeids-
tijd en de verhooging van ‘de koopkradht der massa
moeten uitoefenen. Of ‘deze hoop gerechtvaardigd is,
hangt van een anderen factor af, die mede door de
stakingen wordt ‘beïnvloed, namelijk van het toe-
komsti’ge prijsvei1’oop.
Dit zal zich ihoogstwaarsdliijnlij-k ongunstig ontwik-
kelen. De ondernemingen zullen hetzij gedwongen
worden, de onkosten op ‘den verbruiker af te wente-
len, voor zoover
zij
niet hun overige kosten ‘kunnen
verlagen, of zullen trachten te rationaliseeren, het-
geen tenslotte weder een ongunstigen invloed moet
uitoefenen op ‘het aantal •tewerkgesteiden. Zoo ‘ont-
staat dus het gevaar van een nadeelige ‘beïnvloeding
van ‘het prijsniveau en een terugslag op de werkge-
legenheid. Nu heeft de Regeering stellig ‘ook hier
middelen om deze gevolgen tegen te gaan. Door ver-
zachtin’g van de tolredhten zou zij op organische
wijze zekere prijsreguleeringen tot stand kunnen ‘bren-
gen, zooals ‘deze in België met succes werden toege-
past. In de eerste plaats denkt zij eahtev door belas-
tin’gver.laging het ‘gevaar van ‘de prjzver’hooging, zon-
wel voor ‘de hinnenlandsohe als voor de buitenland-
sohe markt, te verminderen. Een noo’diotti’ge aaneen-
schakeling van oorzaak en gevolg doet nu door een
politiek van fiscale deflatie juist ‘weder dat probleem versdherpen, dat ‘het ernstigste voor de Regeering is,
namelijk ‘dat van de financiën en de valuta.
Het regeeringsprogramma :heeft door de staking
plotseling zijn oorspronkelijk uitgangspunt verloren.
Reeds véér de staking was het niet ‘duidelijk, ‘h’oe de
Regeering haar programma van economische ople-
ving door werkverschaffing op groote schaal met den

STATISTISCH OVERZICH

GRANEN
EN ZADEN TUINBOUWARTIKELEN
VLEESCH

TARWE
80 kg La
R000E
74 kg Bahia
MAIS
La Plata
GERST
kg LIJNZAAD
La Plata
BLOEM-
KASKOM-
SALADE RUND-
VLEESCH
VARKENS-
VLEESCH
Plata
lOCO
Rotterdam!
Blanca loco
loco
La Plata
loco Rotter-
loco
KOOL
le soort
KOMMERS
le
soort
le

5)
(verach)
(versch)
Amsterdam
R’dam!A’dam
per 100 kg.
R’damiA’dam
per 2000 kg.
damfA’dam
R’dam!A’dam
per 1960 kg.
P.

oo
St.
P. 100 st.
6)

p. 100 Krop
per 100 kg
per 100 kg
per 100 kg.
per 2000 kg.
Rotterdam
Rotterdam

f1.
%
f1.
%
f1.
%
H.
%
fi.
f1.
%
f1.
3′
1925
17,20 100,0 13,07
5

100,0
231,50
100,0
236,00
100,0
462,50
100,0
26,476)
100,0
23,08
6
)
100,0
5,83
6
)
100,0
93,_6)
100,-
77,50
6
)
100,-

lan.

1936
5,45 31,7 3,52
5

27,0
56,00
24,2
63,50 27,0
153,50
33,1
44,-
47,3

50,87
5

65,6
Pebr.


5,225
30,4
340
26,0
55,25
23,9
6450
27,3
152,50
33,0 43,775
47,1
48,25
62,3
Maart

,,
5,22
5

30,4
3,50
26,8
59,50
25,7
69,75 29,6
150,00
32,4






45,75
49,2
46,57
5

60,1
April
5,17
5

30,1
3,45
26,4
64,00
27,6
70,00
29,7 147,25
31,8
11,56
43,7
10,65







——-


46,1
3,09
53,0
48,50
52,1
45,376
58,6
Mei


5,125
29,8
3,75

26,6
63,75
27,5
72,25
30,6
147,75
31,9 9,10
34,4

1
6,66







——-

28,9
1,56
26,8
51,60
55,5
44,30
57,2
2 Juni
4,90
28,5
3,45
26,4
64,50
27,9
71,50
30,3
151,00
32,6
9,81 37,1

1
2,24
9,7 0,80
13,7
56,_7)
60,2
44,50
7
) 57,4
8

,,

,
4,95
28,8 3,45
26,4
67,00
28,9
74,00
31,4
152,50
33,0
1
54,30
8
)
58,4
45,758)
59,0
15


4,95 28,8
3,45
26,4
68,50
29,6
73,00
30,9
154,50
33,4
‘)Men zie voor de toelichting op dezen staat de nos. van 8, 15 Aug. 1928, 25 Febr. 1931 en 15 Febr. 1933.
2)
Tot Jan. 1931 Hard Winter No. 2. van Jan. 1931 to 16Dec.1929 tot 26 Mei1930 74)5 kg Hon&aarsche; vanaf 26 Mei 1930 tot 23 Mei 193274 kg Zuid-Russische: van 23 Mei 1932 tot 2 Oct. 1933 No. 2 Canada.
4)
Tol
Van 19Sept.’32 tot 24Juli ’33 62163kg Z.-Russ. Van 24Juli ’33-7 Oct. ‘3564/65kg La Plata. Van 7 Oct. ’35-18 Mei ’36 62163 kg Z.-Russlsche.
5)
De jaargemiddelden zijn

Vervolg STATISTISCH OVERZICH]

MINERALEN


TEXTIELGOEDEREN DIVERSEN

STEENKOLEN
Westfaalsche!
PETROLEUM
BENZINE KATOEN
WOL WOL
gekamde
KOE-
KALK-
Hollandsche
Mid. Contin.
Crude
Gulf exp.
_____________ __________ __________
gekamde
Australische,
Australische,
HUIDEN
SALPETER
Middling locoprijzen
F.

F.
Sakella-
0. F. No. 1
bunkerkolen,
ongezeefd f.o.b.
33 t!m 33.9°
64/66°
$cts. per
Merino, 64’s Av.
CrossbredColo- nial Carded,
Gaaf, open
kop
Old. per
100 kg
R dam/A’dam Bé s. g.
per barrel
U.S. gallon
New-York rides
Oomra
Liverpool
loco Bradford
per Ib.
50’s Av. loco
57-61 pnd.
netto
per 1000 kg.
per Ib.
Liverpool
Bradford per Ib.

fL
%
T
%
Sets.
%
Scts..
%
penc
e
i5
i
i
pence
1
pence
1
1E
1925
10,80
100,0 1.68
100,0
14,86
100,-
23,25
100,0
29,27
100,-
9,35
100,-
55,00
1100,0
2950
1100,0
34,70
100,0
12,-
I1000
Jan.

1936
6,15
56,9 0.615
36,6
3,39 22,8
7,05
30,3 5,82
1

19,9
2,91
1

31,1
19,25
35,0
9.00 30,5
15,-
43,2
5,80
48,3
Febr.
6,15
56,9
0.61
36,3
3,45 23,2
6,80
29,2 5,49
!

18,8
2,74
1

29,3
19,25
1

35,0 9,25
1

31,4
15,-
43,2
5,85
1

48,8
Maart

,,
6,15
56,9
0.61
5

36,6
3,47 23,4
675
29,0
5,57
19,0
2,79
29,8
19,75
35,9 9,50 32,2
14,25
41,1
5,90
49,2
April

,,
6,20
57,4
1

0,61
5

36,6
3,43
23,1
1

6,90
29,7
547
18,7
2,73 29,2
19,75
35,9
9,50
32,2
14,-
40,3
5,95
49,6
Mei

,,
6,25
57,9
1

0,6! 5
36,6
3,43
23,1
6,90
29,7
5,42
18,5
2,67 28,6 20,00
364
9,50 32,2
13,75
39,6
6,-
50,0
2 Juni

,,
6,30
58,3
1

0.62
5 2)

37,2
3,393)

22,8
i

7,05
2
)
30,3
5,345)

18,2
3,265)
31,9
19,50
7
)
35,5
9,50
7
)
32,2
6,-
50,0
8

,,

,,
6,30
58,3
1

0.615
36,6
3394)

22,8
1

6,95
29,9
5,36
6
)
18,3
3,26
0
)
34,9
19,25
8
)
1
35,0 9,25
8
)
31,4
6,-
50,0
15

,,
6,30
58,3
1

0,615
36,6
1

6,95
29,9
6,-
50,0
1)
Jaar- en maandgem. afger.
op
‘/s
pence.
2)1
Juni.
3
)6 Juni.
4
)13 Juni.
5)3
Juni. 6)10 Juni.
7)
4Juni.
8
)11 Juni.
9)9
Juni.

BOUWMATERIALEN

TURENHOUTI
S T E E N E N

1
CACAO
basis 7″
f.o.b.
1 1

1
Zweden!

1
binnenmuur
1

buitenmuur
G.F. Accra
Finland

1
1

1
per
per standaard
per
per
50 kg c.i.f.
van 4.672 M
3
.
per 1000 stuks
1
per 1000 stuks
Nederland

KOLONIALE PRODUCTEN

COPRA
1
KOFFIE RUBBER
Standaard
SUIKER
Ned.-Ind.

1
Robusta Ribbed Smoked
Witte kristal-
f.
m. s.

1
Locoprijzen
Sheets
suiker loco
per 100 kg 1
Rotterdam
loco Londen
R’dam/A’dam
Amsterdami
per
113
kg.
per 1b.
per 100 kg.

INDEXCUFER
THEE

1
All. N.-l. theev.l
Adam gem. pr.I
Java- en Suma-I
Grond-
trathee p.
1
12 kg.I stoffen

Kolo-
niale pro-ducten

17 Juni 1936

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

457

financieeaen toestand ‘van den Staat en het principe
van handhaving -van de valuta wilde rijmen. Wij ‘zul-
len hier niet alle argumenten herhalen, welke tegen
de uitvoebaarhei’d van dit programma en i’nnon’der-
‘hei’d tegen de mogelijkheid of ‘doelmatigheid van een
on’gewijzi’gde pariteit van ‘den Franc naar voren zijn
gbracht. Zij ‘beliohamen ‘zich in hoofdzaak in de
spanning van de reeds nu slechts ‘door infla’torische
methoden te handhaven positie van de schatkist en
het gevaar voor een toenemende ‘dispariteit van ‘de
prij’zen. Na ‘de staking zijn. ‘deze gevaren in ieder ge-
val grqoter geworden.

Door ‘de loonsverhoogingen wordt niet alleen het
particuliere ‘bedrijfsleven, doch ook de staatskas ge-

troffen. De niet •onder am’btenarenverband staande
mibeiders en employé’s van den Staat vallen eveneens
onder de tot stand gekomen sociale wetten en parti-
cipeeren ‘dus ‘ten laste van de staatskas in ‘de ‘locn’s-
verhoogingen. Hetzelfde geldt voor het personeel van
de staatsbedrijven, waaronder in de eerste plaats de staats’spoorwegen vermeld moeten worden. Hierbij
komen ‘tenslotte de nieuwe lasten, welke voor de
staatskas uit de afgekondigde ‘verordeningen moeten
ontstaan, welke ‘de ‘bezuinigingsdecreten ongedaan ‘zul-
leu maken. Men ‘zal er niet ver af ‘zijn men ‘deze
meerdere lasten op milliarden raamt. Verdere ‘lasten
kunnen vervolgens n’og worden vevwaoht door de door
de Regeerin’g geprojec’teerde verh’o’ogin’g van het be-
lastingvrije’ bedrag van ‘de salarissen.
Ten aan’zien van het
p’r’ijsvraagstu7c
heeft de alge-
meene loon’sverhoogin’g het ,,reflatieproces”, hetwel’k
zidh eerst (lan’gzaam in aansluiting op en ‘als gevolg
van de op ‘opleving gerihte politiek zou voltrekken,
plotseling gerealiseerd. Reeds thans ‘zijn drukken’de
prijsstijgingen, ook voor de noodzakelijke levens!be-
hoeften, merkbaar.
Op deze ‘wij’ze ‘komt meer ‘dan ooit ‘de vraag naar
voren, wat de Regeerin’g
feitelijk
wil doen, om
de met de ftin’ancieele en prijsproblemen dreigen-
de gevaren tegen te gaan. Helaas kan ‘deze vraag
ook na de tot dusver reeds veelvuldig gehoorde
regeerin’gsverklarin’gen niet duidelijk ‘of niet zonder

een nieuw vraagteeken adhter de aangekondigde maat-
regelen worden ‘beantwoord. D vermindering van de
staatsinkomsten of ‘de vermeerdering ‘van de staats-
uitgaven is ‘de Minister van Financiën volgens eenige
aanduidingen van plan ‘door meerdere inkomsten te
‘dekken, waartoe naar ‘zijn meening de algemeene ver-
hooging van den levensstandaard de ‘gelegenheid moet
geven. De maatregelen tot werkversohaffing moeten
volgens de ‘verklaringen -van den Mini ster-President,
Léon B’Ium, ‘door gewone cred’ie’ten worden ‘gef’inan-
oierd.

Het eene is al even problematisch als het andere.
De meerdere ‘belastinginkomsten ‘zullen, indien zij er
inderdaad ‘zijn, eerst na vrij ‘langen tijd ‘binnenkomen
en ten minste als overgang ‘zal een voortgezet ‘beroep
op de Bank van Fran’krijk noodzakelijk ‘zijn. Het op-nemen van credieten ‘door een ‘beroep ‘op den spaar-
der biedt reeds
bij
‘de huidige situatie op ‘de kapitaal-
markt weinig ‘kans van ‘slagen, omdat voorloopig het
verei’sehte vertrouwen in het geld ‘onbreek’t, en ‘de
gevolgen van ‘de staking er nu juist niet toe mede’
werken ‘dit te herstellen. Mag men aannemen, ‘dat dit
vertrouwen, ihetwelk ‘aan de ‘deflatieregeerin’gen ont-
zegd bleef, zal worden ‘gegeven aan de refla’tieregee-
ring, we’lker methoden ‘de valutazorgen slechts ‘zullen
moeten ‘vergrooten?
De toekomst -van het Fran’sdhe ‘bedrijfsleven en den Franc 1hangen tenslotte samen af van ‘de vraa’g, ‘of ‘de
Regeering met ‘haar actieve economisdhe politiek al-
leen aan ‘de opleving ‘van de binnenlanidsohe markt
denkt of ook ‘herstelde a’anpass’ing aan ‘de wereld-
markt (beoogt. Indien de aanpassing aan de wereld-
markt ‘hersteld wordt, dan is de ‘han’d;havin’g van ‘de
huidige va’luta’pariteit ‘als ‘gelijktijdig ‘de inflat’orische finan cieele politiek wordt voortgezet, niet waarsdhijn-
lijk. Indien de Regeering ‘daarentegen van plan ‘is
‘het ‘zwaartepunt ‘op ‘de stimuleerin’g van ‘de binnen-
1an’dshe markt te ‘leggen, ‘dan is weliswaar een nomi-
nale handhaving van ‘de ‘muntpariteit ‘denk/baar, ‘doch
sledhts onder besc/herming van ‘dwang- en oontrô’le-
maatregelen, welke een ‘loslaten van ‘de principes van
d’en ‘gou’den standaard tengevolge he/bben.

VAN GROOTHANDELSPRIJZEN’)
(De volledige statistiek werd het laatst opgenomen in E..S. B. van S Juni 5.1.)

ZUIVEL EN EIEREN
METALEN

BOTER
BOTER
P kg
KAAS
Edammer
1
1
EIEREN
KOPER
1

LOOD
TIN
IJZER
Cleveland
1
GIETERIJ-
1
ZINK
GOUD
ZILVER
per kg
Leeuwar-
Heffing

Alkmaar
Fabrieks-
1
Gem. not.
1

Eiermïjn
Standaard
Locoprijzen
Locoprijzen Locoprijzen
Foundry
IJZER
1

(Lux III)
p.

Locoprijzeni
Londen
cash
1

Londen
cash
Londen per
derCornm.
Crisis
Zuivel
kaas
1
Roermond
Londen
1

Londen
per Eng, ton
Londen per
Eng, ton
No. 3 f.o.b.
Middlesb.
1
Eng. t. f.o.b.
per
1 per ounce
Standard
Noteering
Centr.

ki. m/merk
1

p. lOO st.
per Eng. ton
per Eng.tonl
Antwerpen
Eng.ton
he
Ounce
persOkg.

1
1
f1.
f1.

1
1
f1.

1
1
£
1

1
1
%
£
1

%
Sh.
1

1
sh,
1

1
£
.
1

1
sh.
%
Ipencel
%
19251
f1.
2
,
31

1100,01

56,- 1100,0
9,18 1100,01
62.116
1100,0

1
36.816

1100,0
261.17!-
lioo,o
731-
1100,0

1
671-
1100,-

136.3I6
1100,-I
8516
100,-
I32
1
/s
1100.0

Jan.’36’O,57
24,7
1
0,95
16,80
30,0
4,04
44,0
20.1616
33,5
9.61-
25,5
125.616
48,0
411-
56,2
3316
50,0
8.1516
24,3
140111
164,8
12
37,4
Peb.
0,61
26,4
0,92
1

17,37
5

31,0
3,375
36,8
21.316
34,1
9.131
26,5
123.816
47,1
411-
56,2
3316
50,0
9.316
25,4
140/10
164,7
11
13116′
36,8
Mrt. ,
(1,46
19,9
1,04
17,70
31,6
2,69
29,3
21.1216
34,8
9.19(6
27,3
127.1216
48,7
41/-
56,2
3316
50,0 9.131-
26,7
141/-
164,9
11
1
3(16
36,8
Apr.,
0,44
19,0 1,025 16,82
5

30,0
2,49
27,1
22.5/6
35,9
9.14/-
26,6
125,17(-
48,1
41/-
56,2
3316
50,0
9.3/-
25,3
140(94 164,7
12
1
(8
37,7
Mei
0,47
20,3
0,99
18,75
33,5
2,52
27,5
22.6/6
36,0
9.9/6
26,0
123,12/-
47,2
41/6
56,8
33/6
50,0
8.18(6
24,7
140(14
163,9
123(
38,5
2Juni,
0,56
9
)
24,2
0,95
20,25
11

36,2
2,75
30,0
22.516
35,9
9.816
25,9
117.216
44,7
4116
56;8
3316
50,0
8.151- 24,2
139/2
162,8
12
1
18
37,7
8

,,

,,
0,61
10

26,4
0,90
20,50
8
)
36,6 2,65 28,9
22.216
35,6
1
9.716
25,7
114.1016
43,7
4116
56,8
3316
50,0
8.151- 24,2
139/4
163,0
12
1
/4
38,1
15

,,

,,
0,85
2,60 28,3
22.116
35,6
1
8.916
23,3
110.8!-
42,2
4116
56,8
3316
50,0 1 9.41- 25,4
138/9
162,3
12’J
37,7
25Sept. 1932 79 K.G. La
Plata;
van 26 Sept. 1932 tot 5
Febr. 1934 Manitoba
No. 2
3)
Tot Jan. 1928
Western; vanaf Jan.
1928 tot 16 Dec. 1929 American
No. 2, van
jan. 1928 Malting; van Jan. 1928 tot 9 Febr. 1931 American
No.
2, van
9 Febr.
1931
tot 23 Mei
1932 64/5 K.G.
Zuid-Russische.
Van 23 Mei-19 Sept.
1932
No. 3 berekend uit de gemiddelde
prijzen
van April, Mei en
juni van
het betreffende
jaar.
6
)1928. 7)
6Juni.
8)12
Juni.
9)4
Juni.
16)
11Juni.
ii)
5Juni.

VAN GROOTHANDELSPRIJZEN.

f
%
/
%
/
%
sh.
%
f
%
cts.
%
Sh.
%
f1.
%
cts.
%
1925
159,75
lOO,-
15,50
100,-
19,-
100,-
4216
100,-
35,87
5

100,0
61,375
100,0
2111,625
100,0 18,75 100,0
84,5
100,0
100.0 100.0

Jan.’36
63,00
39,4
8,25
53,2
10,-
52,6
141-
32,9
11,125
31,0
13
21,2
-14,125
11,6
4,325
23,1
39,50 46,7
35.5
30.9
Feb.,
63,00
39,4
8,-
51,6 9,50 50,0
1413
33,5
10,625
29,6
13
21,2
-14,375
12,3
4,125
21,3
38,50 45,5
35.6
30.6
Mrt.,
64,25
40,2
8,-
51,6
10,25
54,0
14-
32,9
9,775

27,2
13
21,2
-14,5′
12,6
3,920
20,9
37,25
44,1
35.8
29.9
Apr.,
65,00
40,7
8,-
51,6
10,25
54,0
14/4 33,7
9,725
27,1
13
21,2
-/4,5
12,6
3,975

21,2
36,50
43,2
35.6
29.8
Mei ,,
65,00
40,7
8,-
51,6
10,25
54,0
15/3
35,9 9,525
26,6
13
21,2
-(4,5
12,6
3,65
19,5
37
43,8
35.2
29.9
2Juni,,
67,50
42,3
1616
9
)
38,8
9,75
27,2
13
21,2
-14,4375
12,5
3,87
5

20,7
36,75
7
)
43,5
35.5
30.8
8

,,
67,50 42,3 9,75
27,2
13
21,2
-14,4375
12,5
4,-
21,3
35.3
30.1
15

,,
67,50
42,3 9,875
27,5
13
21,2
-14,5
12,6
3,87
5

20,7 35.1
31.1
N.B.

Alle
Pondennoteeringen
vanaf
21
Sept. ‘al
zijn op
goudbaais
omgerekend;
de DoUarnoteeringen
vanaf
20April
’33
zijn in
verhouding
van
de depreciatle
van den Dollar
t.o.v.
dan
Guldsn
verlaagd.

2.778 2.508

153

64

__b)

2.560b) 2.529′))

419

401

2

5

3

3

400

424

83

74

423a)
356

13



4)

2

4)
2
1

2 3

85
24

317
367
170

171

21a)
27

3.375 3.098 4.050 3.875

8.504 8.311

8.454

9.098

458

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

(Vervolg van blz. 455.)

WERELDIN- EN -UITVOER VAN SUIKER.
Invoer

Uitvoer
1934/ 1933/ 1934/ 19331
’35

’34

’35

’34
Europa:

in 1.000 metrieke tons ruwsuikerwaarde
Duitsch.land ………..21

17

2

5
Tsjecho.Slowakije

222

166,
Oostenrijk ………….7

4


Hongarije ………….-

25

53
Zwitserland…………172

188

1

2
Frankrijk…………..403

426

325

298
België……………..94

114

108

132
Nederland ………….131

96

64

77
Groot-Brittannië …….1.993

2.136

335

406
Polen …… . ……….

111

93
SovjetRuslandC) …….

13

81

49
Denemarken ………..66

1

1

16
Zweden ……………5

11


Italië ……………..8

6

9

8
OverigEuropac) ……..

396′)) 464′))

16

25

Totaal Europa ………3.296

3.476

1.300

1.330
Azië:
ChinaenHongkong ….. 350
5
)b) 375b) –


Britsch.Indiëd) ……..280 ‘

325

48)

55
Japan’)) ……………

159

117

275

167
Java …. …………..

1.254

1.170
Philippijnen ………..-

-.

474

1.369
OverigAzië’
)
) …………

577)

480

48)

17

Totaal Azië …………1.366

1.297

2.099

2.778
Austra]ië:
Vastelandb)…………

300e) 339
Eilandenb) …………83)

74

132)

113

Totaal Austra]ië ……..83

74

432

452

Afrika:

1

1

73
59
1

1

110 173

‘ –

170)
254
382)

364

220
177

384

366

573
663

Amerika:

Vereenigde Staten, Hawaï,
Portorico en Maagden-
eilanden………….
Cuba ……

d
……….
Canada en New Foun.
landb) …………..
Britsch West-Indië en
Britsch Guyana’
)
)
Fransch West-Indië’
)
)…
Dominikaansche Repu-
bliek en Haïti’
)
)……
Mexico …………….
Midden-Amerika b) …..
Argentinië
e)
………..
Brazilië
b
) ………….
Peru
e)
…………….

Overig Zuid-Amerika’
)
).

Totaal Amerika ……..

Wereld…………….

) Geraamd. b)Kalenderjaren 1935, 1934.
C)
Itici. het Aria-
tisch gebied van Sovjet-Rusland en Turkije.
11)
Voor zoover
de Indische statistiek cijfers voor gur bevat, werden deze
op basis 100 : 60 tot ruwe suiker omgerekend.
e)
Tel quel;
kalenderjaren 1934, 1933.

Egypte…………….
Unie van Zuid-Afrika…
Mauritius…………..
Overig Afrika’))………

Totaal Afrika ……….

AANTEEKENINGEN.

Resultaat van de rondvraag van de Internationale Vereeniging voor de Suikerstatistiek.

Dr. Gustav Mikusch te Weenen zendt ons onderstaand overzicht van de Internationale Vereeniging voor
de Suikerstatistiek:

Aantal
fabrieken
in bedrijf
Aantal
ant-
woorden

Bebouwde oppei-
vlakte in ha


)
in procenten
ten opzichte van
het vorig jaar

1936137
1935136
1936137
1935136

Duitschland ……………….
211
212
212
380.834
359.932
+

5.81 Tsjecho-Slowakije

………….
114 114 114
149.213 146.343 +

1.96
.
7 7
37.197
43.495

14.48
Oostenrijk

……………….7
Hongarije ………………..
12
12
38.850
37.000
+

5.00
Joego-Slavië

……………..8
8
8
25.002
27.514′

9.13
Roemenië ………………..

..2

13
13
12
27.300 36.400

25.00
lersche

Vrijstaat

………….4
4
4
23.836 21.923
+

8.73
35
35
35
47.953 45.782
+

4.74
51
50
51
105.000
84.100
+
24.85
Polen ……………………
60
61
60
120.000
118.726 +

1.07

België

…………………..

9 9
39.100 43.500

10.11

Italië …………………….

Denemarken

……………..9
.

19

19
19
50.600 50.582
+

0.04
Zweden …………………..
1
1
1
3.000
3.000

Finland

…………………
Turkije (Europ. en Aziat.)


3 3 3
25.000
20.600
+ 21.36

Totaal ………………………
548

1

547

1

1.072.885

1

1.038.902
1

+

3.27

AANVOER VAN GRANEN.
(In tons van 1000 kg.)

Rotterdam
Amsterdam
Totaal
Artikelen
7113 Juni
Sedert

Overeenk.
7113 Juni
Sedert
Overeenk.
1936
1Jan. 1936

tiJdtok
1935
1936
,
1Jan. 1936
iiJdok
1935
1936 1935

23.548
476.363

440.156

6.461 7.837
482.824
447.993
1.833
120.037

114.481

1.700
281
121.737 114.762

Tarwe

………………
Rogge

……………….
1.077
11.038

10.228

100

12.038
10.228
Boekweit ……………..
11 .909
334.148

357.851
3.551
73.467
62.288 407.615
420.139
Gerst

…………….
121.556

147.690
1.925
11.157
18.154 132.713
165.844 32.060

59.914
460 580
1.460
32.640 61.374

MaIs …….. ………..

8.784
83.699

69.831
845 109.881
218.445
193.580
288.276

Haver

……………..1.285
5
..047

1.392
28.342

16.625

175

28.517
16.625

Lijnzaad

……………
Lijnkoek ……………
590 16.633

8.432
282
4.462
2.953
21.095
11.385
Tarwemeel

……………
Andere meelsoorten
.

532 16.089

13.426
– ‘
753 1.339
16.842
14.765

17 Juni 1938

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

459

STATISTIEKEN.
BANKDISCONTO’S.

N
d gDisc.Wissels.
41
4
Juni’36
Lissabon …. 41
5Mei’36

BkBel.B
1
nn.Eff.
5

4Juni’36
Londen ……
230 Juni’32
Vrsch.inR.C.
5

4
Juni’36
Madrid ……5

9
Juli ’35
Athene ……….
7

14 Oct.’33
N.-York F.R.B.
41
Feb.’34
Batayja ……….
4

1 Juli’35
Oslo

……..
3*22Mei’33
Belgrado

……..
5
lFebr.
’35
Parijs

……6

6 Mei’36
Berlijn

………..
4
22Sept.’32
Praag

……3

1 Jan.’36
Boekarest ……..
q
15Dec.’34
Pretoria

….
315Mei’33
Brussel ……….
2
16Mei’35
Rome ……..4

18Mei’36
Boedapest

……
4
28Aug.’35
Stockholm

. .
21
1Dec.’33
Calcutta

……..
3 28Nov.’35
Tokio….

3.285
7Apr.’36
Dantzig ………..
5

21Oct.’35
Weenen ……
310Juli’35
llelsingfors ……
4

3Dec.’34
Warschau…. 5
260ct.’33
Kopenhagen

….
322
Aug.’35
Zwits. Nat. Bk. 21 S
Mei’35

OPEN MAJtKT.

1936
11
1935 1914

1934

12
8113
216
25/30
1

Mei

11

11/15
11116
20/24
Juni
Juni Juni
uni
Juni
Juli

Amsterdam
Partic. disc.
41/_31
4

4_3/
4

331
4
431
4

2
3
/3-3
3
14
411
4
_31
4

311_81
Prolong.

4.’
1
14
3-4
1
14
371
4
.411
3

1
211
481
4

t..onden
2-
1
14
Daggd.
. .
1
121
1
12-1
1
131
112-1
1
12-1
3
14-1
181
4
-2
Partic. disc,
71161
I-“/i,
11614
116
6
1_
3
1
I811I16
4114_814
8erl/jn
Daggeld…
2
5
/8-
7
18
2
1
1-71
2518.31/8
21/
4
331
3

2314-313
331_511

v1aandeld
21/
2
-7/8
2i/2-7/
2i/

7/3

23/4-3
23/
4
31/
5

3/4-5/2

Part, disc.
2
7
18
27/9
2718
27
18
3
331
4

213
1
13
Warenw.
. .
4_11
4.114
4_114
4.11
4

4_114
4
1
12

iew York
DageId
1)
1 1
l
1
2)
1
1
3
142
1
12
Partic,disc.
3/
/is”Ji,
/i8
3
113
3114
31
53


1)
Koers van 12 Juni en daaraan voorafgaande weken t/m. Vrijdag.
2
)10115 Juni. 3)25/29 Mei.

WISSELKOERSEN.
KOERSEN IN NEDERLAND.

Data
New
Londen
Berlijn
Parijs
Brussel
Batavia
York,)
)
*)
6)
2)

9 Juni 1936
1.48
7.41%
59.55
9.74%
25.02
100%
10

,,

1936 1.48
7.42%
59.56
9.74%
25.01
100%
11

,,

1936 1.48
7.4271
59.55
9.74k
25.01
100%
12

,,

1936
1.48
7.44
59.55
9.74;
25.01
100y, 13

,,

1936
1.47’9.
7.43%
59.55
9.73v
25.04
1009
15

,,

1936
1.47%
7.43%
59.54 9.73% 25.01
1009.
Laagste d.w’)
1.47%
7.39
59.44
9.73%
24.98
100%
Hoogste d.w’)
1.48%
7.4434
59.00
9.75
25.05
100%
Muntpariteit
2.4878
12.1071
59.263
9.747
34.592
100

Data
s7l.d
Weenen
Praag
Bo:ka-
Milaan
Madrid

9 Juni 1936
47.86

6.12
1.10

20.20
10

,,

1936
47.86%

0.11 1.10

20.19
11

,,

1936
47.35%

6.11
1.10

20.19
12

1936
47.82

6.11
1.10
-.-
20.19
13

1936
47.80

6.11
1.10


15

,,

1936
47.81%

6.11 1.10

20.18
Laagste
d.w1)

47.77%

6.08
1.05

20.15
Eoogste d.wi)
47.90
27.70
6.14
1.15
11.70
20.25
ltluntpariteit
48.003
35.007
7.3711.488
13.094
48.52

D ata
Stock- Kopen-
*
s o
)
Hel-
sg-
Buenos-
Mon-
holm
)
hagen)
Aires’)
treali)

9 Juni 1936
38.25
33.15
’70’
‘iTY’
4134
1.47%
10

,,

1936
38.30
33.20
37.35
3.24
41%
1.47%
11

,,

1936
38.321
33.20
37.35
3.24
41%
1.473/
4

12

,,

1936
38.34
33.221 37.40
3.24
41% 1.47%
13

,,

1938
38.321
33.20 37.35
3.27 41% 1.47%
15

,,

1936
38.35
32.20
37.34
3.24
41%
1.47%
Laagste d.wl)
38.15
33.021
37.15 3.24
40%
1.47%
oogste d.w’)
38.44
33.24
37.50 3.30
41%
1.48
4untpariteit
66.671
66.671
66.671
6.266
95%

2.4878
S)
Noteering te Amsterdam.
6*)
Not, te Rotterdam.
1)
Part. opgave.
In ‘t late of Zde No. van ieder maand komt een overzicht
voor van een aantal niet wekelijks opgenomen wisselkoersen.

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

D a a
Londen
($
per
£)
Parijs
($
P.
lOOfr.)

Berlijn
($
p. 100
Mk.)
Amsterdam
($
p. 100
gid.)

9 Juni

1936
5,01
15
1
32

6,58%
40,26 67,58
10

,,

1936
5,01
17
/
32

6,58%
40,27 67,60
11

,,

1936
5,0
29
/
32

6,58K
6

40,26
67,57
12

,,

1930
5,02
27
/
6,58%
40,27
67,59
13

,,

1936
5,02t
6,59%
40,29
67,65
15

,,

1936
5,02
28
/
33

6,58%
40,29 67,62

17 Juni

1935
4,93
6,60%
40.32
67.85
Muntpariteit..
4,86
3,90% 23.81%
40%
3

Plaatsen en
Landen
1Noteerings-1
eenheden
30
Mei
1936
6
Juni
1936
8
1
I3Juni 1936
Laagste Hoogste
13
Juni
1936
Alexandrië..
Piast. p.
£
97%
97%
97%
97% 97%
Athene

….
Dr. p.1
533
535
533
534
534
Bangkok….
Sh.p.tical
1110.
3

1110.
1110k
1/10
l/lO,
Budapeat

..
Pen. p.
£
16%
17
16%
17
16%
BuenosAires’
p.pesop.0
18.00
18.05
18.00 18.10
18.021
Calcutta
. .
..
Sh. p. rup.
1/6% 1/6%
11681
1
/6
5
1
82

1/6%
Constantin..
Piast.
p. £
622 626 622 627 627
Eongkong
..
Sh. p. $
1/3%
11K
8

1/3%
1133.(
11
1
3K
6

5h.
p.
yen
112
8
/
88

1
.
2
8
1
82

112
1
/
32

1/2%
112%
3

Lissabon….
Escu.
p. £
110%
110%
109%
110%
110%

Eobe

……..

Idexico

….
$
per
£•
17.90 17.90 17.40
18.40
17.90
efontevideo
2)

d. per
£
23%
23% 23%
24
23%
dontreal

..
$
per
£
5.00%
5.03%
5.00%
5.04%
5.03%
Riod.Janeir03
d. per Mil.
2%
2
28
/
52

2’%
3

2%
2
28
/
32

Shanghai

. .
Sh.
p. $ 112K
5

1/2
18
/
32

1/2%
1/2y.’6
‘/2K6
Singapore
. .
id.
p. $
2
1
45
/
82

2
/
45
/5
2

2/4%
2
1
1
4%
214
5
1
Valparaiso
4).
$
per
£
136 136 130
136 130
Warschau
..
Zl.p.
26%
26%
26%
1
26%
26
%I

•) urnc.
not.
l

laten, gem. not., welke mp. hebben te betalen, 27 Febr.
17.02.

2)
Offic.

not.

29 Mei

39; 3 Juni 38
7
/5; 4 Juni 38
3
/4; 8 Juni 39’1;
9 Juni
387/8;
12)uni 38314.
3)
Id.
II
Mrt.
1935
4114. 4
)90 dg. Vanaf 28Aug.
laatste ,export’

noteering.
ZILVERPRIJS GOUDPRIJS
8)
Londen’)
N.Yorkl)
Londen
9 Juni 1936.,

19%
44%
9 Juni 1936,…

139/_
10

,,

1936..

19%
44%
10

,,

1936..,.

138181
11

,,

1936..

19′
44%
11

,,

1936….

138,9
12

,,

1936..

19%
44%
12

,,

1938….

138f
6

13

,,

1936..

19%

13

,,

1936,…

138/4
15

,,

1936..

19%
44%
15

,,

1936….

138/9
17 Juni 1935.. 32%
723ï
17 Juni 1935….

14112
27 Juli

1914..

24
1
9.
59
27 Juli

1914…,

84110%
2)
in pence p. oz. stand
1)
Foreign silver
in $c. p. oz. fine.
3)
in sh. p.oz. fine
STAND VAN

8
RIJKS KAS.
Vorderingen.
1

30Mei1936
1

6juni1936
Saldo van ‘s Rijks Schatkist bij De Ne-
1
38.124.051,48
/

19.379.460,40
Saldo b. d. Bank voor Ned. Gemeenten

46.061,53 440.322,82
derlandsche Bank ……………….

Voorschotten

op

ultimo

April

1936
a/d. geneent. verstr. op a. haar uit te
keere,, hoofda. der pers, bel., aand. in
de hoofds. der grondbel. en der gein.
fondsbèl., alsmede opc. op die belas-
tingen en op de vermogensbelasting
3.274.745,83

3.274.745,83
113.012.916,94
120.345888,12
Idem

aan

Suriname ……………

,,

11.962.365,32
11.975597.14
Kasvord weg. credietverst. a/h. buitenl
,,
117.866.706,10
117.429 837,30

Voorschotten aan Ned.-lndit ………..

Daggeldieeningen tegen onderpand
Saldo der

v. R/jkscomptabelen
postrek.
,,

4.000.000,-
30.173.213,22
11.000.000,-

Vord. op het Alg.Burg. Pensioenfonas’)
,,

.

34.018.752,77
,
Vord. op andere Staatsbedrijven’)

,,

10.616.795,05

,,

11.106.795,05
Verstr. ten laste derRijksbegr. kasgeld-
leeningen aan gemeenten (saldo)

38.182.696,24

38.182.696,24
Verplichtingen

Voorschot door De Ned. Bank ingev.
art.

16 van haar octrooi verstrekt
– –
Schuld a.d.BankvoorNed.Gemeenten


Schatkistbiljetten in omloop ………
1432.27.8000,-
1424.613.000,-
Schatkispromessen in omloop ……
. .

96.420.000,-

98.890.000,-
Zilverbons in omloop
……………..
Schuld
op
ultimo April 1936 aan de
1.176.490,50
1.175.872,-

gem. weg. a.h.uitte keeren hoofds.d.
pers, bel., aand.
1.
d. hoofds. d. grondb.
e. d. gem. fondsb. alsm.
opc. op
die
bel, en op de vermogensbelasting


807.493,11
,,

797.258,01
Schuld aan het Alg. Burg. Pensloenf.’)
Id.

Staatsbedr.
402.183,89
239.903,83
Schuld aan Curaçao’) …………..
….

a. h.

der
P.T.
en
T.’)
Id. aan andere Staatsbedrijven
1)
,,

77.181.085,33
,,

1.110.406,73

85.166.147,73
,,

985.235,54
Id. aan diverse instellingen’)
………
..
.
83.045.202,-
,

87.043.262,-.-
1)
In rekg.-crt. met
‘s
Rijks Schatkist.
NEDERLANDSCH-INDISCHE
VLOTTENDE
SCHULD.

Vorderingen:’)
Saldo Jaasche Bank .
…………….

f

2.060.000,-
Saldo b. d. Postchèque- en Girodienst
f

514.000,-
…….
,,

884.000,-
Verplichtingen:
Voorschot’s Rijks kas e. a. Rijksinstell

120.346.000,-
,,
119.110.000,-
Schatkislpromessen in omloop …….
,,

1.500.000-
,,

1.500.000,-
Schatkisibiljetten in Omloop ………
2.000.000,-
,,

2.000.000,-
Schuld aan het Ned.-lnd. Muntfonds

1.264.000,-

1.264.000,-
Idem aan de Ned.-lnd. Postspaarbank

828.000,- 987.000,-
Belegde kasmiddelen Zelfbesturen
430.000,-
,

430.000,-
Voorschot van de Javasche Bank
4(Y7.000,-

2)
Betaalmiddelen in ‘s Lands Kas op
16 Mei 1936 52.135.000,-
SURINAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Data
Metaal
latie

1
Andere
1
opelschb.
1
schulden
Discont.

18 Mei

1936..
756
1

1.037
517 587
1.417
9

,,

1936..
758 1.035 578
580
1.500
2

1936..
879

1
1.177
1

515 578
1.518
25 April

1936..
884

J
992
1

491
577
1.515
18

,,

1936..
883
1.011
480
580 1.522

S
Juli

1914..
645
1.100
560
735 396

460

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

17 Juni 1936

.

NEDERLANDSCHE BANK.
BANK VAN ENGELAND.

Verkorte Balans op 15 Juni 1936.

Bankbilf.
1
Bankb(j.
1
Other
Securities
Data
Metaal
lcirculatie
l
in in
BankingDisc.and
Securities
.

Activa.
Departm.
BinnenLWis-(Hfdbk.
f
.
42.559.269,17
1
sels,Prom..

Bijbnk. ,,

2.620.013,22
10 Juni 1936
209.401

433.004
35.494
6.166

14.571

enz.indisc.Ag.sch. ,,

3.530.915,91

f

48.710.198,30

1936
208.170

433.452
33.829 6.243

13.351

Papier o.h. Buitenl. in disconto

……


22 Juli_1914•4O.164
29.317 33.633

00v.

Pujjjc1
Other
Deposirs
Dek-
Idem eigen portef.

f

1.454.500,-
AI:.Verkochtmaarvoor
S

Data
Sec.

Depos.
____________ _______

_
Bankers

Other
Accountsl
Reservel
kings-
1
perc.
1)
debk.nognietafgel.
,,

1.454.500,

1
BeIeningen
10Juni ’36
1
97.768

13.481
1

86.500
1
37.064 1 36.397 26,5
m
cl. vrsch

f

89.984.369,51′)
3

1
98.543

8:217
1

89.718

37.096
1
34.7181 25,7
1

1
1
}Hfdbk.
Bijbnk.

7.255.987,47
.
in

rek..crt

,,
Ag.sch. ,,

35.438.012,25
22 Juli ’14

11.005

14.736

42.185

29.297j 52
op onderp:
Verhouding tiisschen Reserve en Deposts.
,

f
132.678.369,23
BANK VAN FRANKRIJK.
bp
..
Effecten
……f
128.142.535,811)
.

OpGoederenenSpec.

4.535.833,42

132.678.369,231)
Data
Goud
Zilyer

in
.

Tegoedl
het
buiten!]
Wis-

sels

Waarv.

op het
Belee- voorschot

Voorschotten a..h. Rijk
buiten!.

ningen
Iv.d.
Staat

5Juni’36
55.521
684
591
20.819
1.284
6.032 3.200
!vlunt, Goud ……
f
123.602.940,- Muntmat., Goud
.. ,,
465.220.477,60
29 Mei ’36
57.022
696
139
20.668
1.287
5.524 3.200

f
588.823.417,60
23Juli’14
4.104
640

1.541
8

769

Munt, Zilver, enz.

20.677.688,88
fons v. d.l
Diver-
Rekg.
Courant
Muntmat., Zilver
609.501.106,489
Belegging van kapitaal, reserves en pen-

Data
1

zeifst.
amort. k.
sen’)
irculatie
Staat
1
Zei/st.
1
Parti-
Iamort.k.l
culieren
sioenfonds ……………………,,

39.608.272,13
Gebouwen en Meub. der Bank

… …. .,,

4.600.000,-
5Juni’36

5.708

2.558

84.962

83
1
1.508

6.474
Diverse rekeningen ………………,,

5.368.863,40
29 Mei ’36

5.708

2.370

84.705

85

1.766

6.909
Staatd.Nederl.(Wetv.2715
1
’32,S.No.221) ,,

11.958.329,12
23Juli’14

5.912

401
1

1

943

f
853.879.638,66
1)
Sluitpost activa.

Passiva
DUITSCHE RIJKSBANK.

1
Daarvan
Deviezen
1
Andere
1
Kapitaal
……………………….f

20.000.000,-
Reservefonds……………….
……

3.105.769,04
Bijzondere
Data

1
1

Goud

bij
tent.
bui-
circ.
als goud-
dekking
wissels
en

1
Belee-
ningen
reserve

………………,,

6.300.000,-
1
)
banken
geldende
1

cheques

Pensioenfonds

………………….10.294.358,80
,,
Bankbiljetten in omloöp …………..

,,

752.050.380,-
6 Juni 1936
70,2
22,0
5,3

1
4.327,7
44,5

Bankassignatiën in
omloop

……….,,

273.047,24
31 Mei

1936
70,0
23,6
5,6
4.606,4
59,7

Rek.-Cour.( Het Rijk
f

19.140.380,36
30 Juli

1914
1.356,9

1
750,9 50,2
saldo’s:

‘1,,
Anderen,,42.436.662,83
61.577.043,19
Diverse

rekeningen ………………

..

279.040,39
Data
Effec-
ten
Diverse
Activas)
Circu-
latie
Rekg .-
Crt.
Diverse
Passiva

f

853.879.638,66

Beschikbaar metaalsaldo

…………f

284.404.410,30
6 Juni 1936

219,3

1

526,4

4.176,4

1

693,2

185,0

Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
31 Mei

1936

219,4

1

1

4.429,8

728,5

183,8
loop
dan waartoe de Bank gerechtigd
is ,,

711.011.025,-
30 Juli

1914

330,8

200,4

1.890,9

944,-

40,0
Schatkistpapier, rechtstreeks bij de Bank
1)
Onbelast.
1)
W.o.
Rentenbankschelne 6Juni, 31 Mei resp. 26,12 mlii.
ondergebracht

………………..,,
NATIONALEBANKVANBELGIË
(in
Belga’s).
Waarvan aan Nederlandsch-indjg
Goud
-•
.

Rekg. Crt.
(Wet van 15Maart 1933, Staatsblad No. 99)………../ 71.153.775,-

Waarvan in het buitenland …………………..
…..12.801.560,36

Voornaamsteposteninduizendenguldens.
Data
1936

Metaal- Ikings

0
.
n
•”
0
Data
Goud
1
ICirculatïelopeischb.I
1
Andere
1
Beschikb.I
Dek-

Munt
1
Muntmat.I
1
schuldenl
saldo
perc.

15 Juni ‘3611236031
465.220
752.0501
61.850
1
284.404
1
11
Juni 13,6981
60
1

82

1160
1

40
1
4.327

18


8

,,

‘3611236031
474.884
766.2481
61.680
1
287.760
1
,,13:6431
60

1.337

85

160
1

40
J
4.307

31

979
25
Juli’
14
1
65.7031
96.410
310.437J
6.198
43.521
154
FEDERALRESERVEBANKS.

Data
1

Totaal
1

bedrag

1
1
SchatKist-
promessen
1

Belee-
aji
op
het
Diverse
reke–
Goudvoorraad
Wissels

ldisconto_slrechtstreeksl
nin
g
en

buitenl.
ningen
Data
,,Other

In
cash”
2
)

disc.

_____________________

d
t
r
a
a

1

Goud-
1

certifi-
member

her-

1
v.
d.

1
1

In de
open
markt
15 Juni 1936

48.710
1

1
132678

1.455

5.369
8

,,

1936

50.172
1

1
136.566

1.079

5.390
_________
caten
1)
banks

1
gekocht

27 Mei’36
7.837,1
1

7.824,0
310,5
4,8

1
4,3
25 Juli

1914

67.947

61.686

20.188

509
‘)Onder de activa.
20,,’36
7.771,9
_7.759,3
316,3

JAVASCHE BANK.
Data
1
Belegd
1
in u. S.
1
Gov.
Sec.I

1

in
circu-
Totaal

51____
Gestort
Kapitaal
_

Goud-
Dek-
kings-

1
Aluem.
li’ek-
kings-
Andere
Beschikb.
Data
Goud
Zilver
Circulatie
opeischb.
metaal-

1
latie
1
,
1
perc.$)
1
perc.
4
)
__________________
schulden
saldo

27 Mei ’36 2.430,3
1
3.759.0

6.617,0
1
130,8

1

78,5

1


20

,,

’36 2.430,2
1
3.760,7

6.560,0

130,7.
1

78,4
13 Juni’36
2)
10.250
161.510
22.770
34.538
6

,,

1
36
2
)
109.180
161.580
21.020
36.140
‘)
Deze certificaten werden door de Schatklstaan de Reserve Banken
gegeven voor de overname van het goud, toen de
$ op
31Jan.
34
van
9 Mei 1936
89.058

20.285
1

161,048
21.853 36.183
100 op
59.06 cents werd gedevalueerd
2

,,

1936
89.057

20.438
156.832
22.876
37.611
2)
,,Other Cash” does not inciude Federal Reserve Notes or a Bank’s
ownFederal Reserve
bank
notes.
25 Juli 1914
22.057

31.907 110.172
12.634 4.842
9)

VerhoudIng

totalen

goudvoorraad

tegenover

opeischbare
schulden:
F. R.
Notes en netto deposito.

4)
Verhouding totalen
voorraad muntmaterlaal en wettig betaalmiddel tegenover Idem.
Wissels,
1
Diverse
Dek-
Data buiten
Dis-
Belee-
reke-
kings-
PARTICULIERE BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
N.-Ind.
betaalb.
conto’s
ningen
1
1
ningen’)
perce
tage n-
FED. RES. STELSEL.

l3Juni’363)

1.080
6

’36
2
)

1.240
,,
7620

10.460

59
74.310

10.200

60
Data
Aantal
leenln.

Dis-
conto’s
en

1

I
1
1

Beleg-

________
1

gingen

.
Totaal

1
depo-
sito’s

Waarvan
time
deposits

beleen.
1

banks
1
1
9 Mei 1936

1.336
11.078
1

52.860

9.841

60
20 Mei ‘361

8.353
1
13.446

4.623

26.043

5.043
2

,,

1936

1.180
10.964
1

50.411

10.417

61
13

,,

‘361

1

8.358

113.462

1

1
25.954

1

5.056
25 Juli 1914

6.395
7.259

75.541

2.228

44
De posten van De Ned. Bank, de Javasehe Bank
en
de Bank
of
Eng-
!)
Sluitposi activa.

2)
Cijfers
telegrafisch ontvangen,
land zijn
in
duizenden, alle
overige posten in millioenen
ven de
be-
troflende
valuta.

Auteur