Ga direct naar de content

Jrg. 10, editie 477

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 18 1925

18 .l”.hJJ3.ItUAi.[ 101.5

AUTEURSRECHT VOORBEHOUDEN.

.EconomschStatistische.

Berl ht
*
e

n

ALGEMEEN WEEKBLAD VOOR HANDEL, NIJVERHEID, FINANCIËN EN VERKEER

ORGAAN VOOR DE MEDEDEELINGEN VAN DE CENTRALE COMMISSIE.VOOR DE RIJN VAART

UITGAVE VAN HET INSTITUUT V69R ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

10E JAARGANG

WOENSDAG 18 FEBRUARI 1925

No. 477

INHOUD.

BIz.

taathacl aan te wijien, heeft in de afgeloopen week

lIET
EERSTE WETSONTWERP
TOT
REORGANISATIE DER

plaats gemaakt voor een debetsaldo ten bedrage van

SOCIALE VERZEKERING door
Mr. A. C:Josephus Jitta
138

millioen. De zilvervoorraad der Bank vermeer-
Wegondeihoud, Wegverbetering en Wegbelasting in het

Eerste Verslag der Staatscommissie voor het Vervoer-

dcIe met
f
1,8 millioeu. De teruggang van
f
6,8 mii-

vraagstukdoorMr.Dr.R. H.BarondeYosvanteewunYk
139
lioen, dien cle diverse rekeningen op de actiefzijde der
De verlaging van de Salarissen der Rijksambtenaren II

(Slot) door
Mr. Dr. J. H. van Zanten. …………..
141

balans te zien geeft, correspondeert voor een deel met

Een gevaarlijk Ontwerp II (Slot) door
Dr. C. Gerretson
144
de gelijlctijdige stijging van den post papier op het

Het Twente-Rijnkanaal ……………………….
146

biitenland, welke van
f
12.0,1 m.iilioen tot
f
123,5 nijl-
BUITENLANDSOHE MEDEWERKING:

De Frausch-Duitsche onderhandelingen over een Hari-

ljOfl
opliep.

deisverdrag door
Prof. Bertrand iogaro ……..
147

1Dë i1jettecic.irculati daalde met
f
4,5 niillioen. De
A
ANTEEKENINCEN:

De Kamer van Koophandel te Maastricht en de Ne-

•ekeniugcourait-saldi van anderen blijken met
f
13

derlandsche .Spoorwegen over de kolenvrachten.
. 149
mil.lioen te zijn toegenomen. Het dekkingspercentage

STATISTIEKEN EN OVERZIORTEN ………………
153-160
bedraagt nagenoeg 55.
Geldkoersen.

I
Efiectenbeurzen.
Wisselkoersen.

Goederenhandel.
Bankataten.

Verkeerswezen.

INSTITUUT
•VOOR ECONOMISCHE GESCHRIFTEN

14
1
d Algemeen’ Secretaris: Mr. Q. J. Tea5stra.

WEEKBLAD

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
COMMISSIE VAN ADVIES.

J.
van Hasselt; Jhr. Air. L. H. van Lennep; Prof. Dr.
E. Moresco; Mr. Dr. L. F. H. Regout; Dr. E. van Welderen Bdrön Ren gers, Mr. Q. J. Terpstra;
Prof. Mr. F. de Vries.

Gedelegeerde leden: Prof. Mr. D. van Blom;

Prof: Mr. H. R. Ribbins

Redacteur-Secretaris: D. J. Wansinic.

17
FEBRUARI
1925;.

Ooic deze week was de geldmarkt weder zeer ruini.

Geldgevers waren echter ondanks het gioote aanbod,

blijkbaar niet genei.gd tot eiken prijs af te doen. De

proiongatierente bleef daardoor aanvankelijk 2% pOt.

toteeren en particulier disdonto werd na 21% pOt.

nok weder voor püt. verhandeld. Later werd het

aanbod echter te dvi rigend, zoodat de discontorente

tot 2

2
1
/
pCt. inzakte en de prolongatie-notee-
ring op 2 püt. kwam.
* *
*

i)e Minister van Financiën heeft de inschrijying

opengesteld op schatkist.papier op 23 Februari a.s.

Aangeboden worden de gebruikelijke coupures en ver-

valtijden. tot een totaal bedrag van slechts
f
25

in ilioen.
* *
*

Op den weekstaat van DeNederlandsche Bank ver-

toont de post hinneniandsche wissels een daling van

f
4,9 millioen, die voor het grootste deel voor rekening

konit van de Hoofdbank.

Het

tegoed van het Rijk, hetwelk de vorige weeR-

* *
*

,’ ie wisselmarkt was cle afgeloopen berichtsweek vrij

levendig. Londe:n was het aanbod der vorige week te

boven gekomen en schommelde nauwelijks Y4 cent.

Dollars waren weder gezocht, zoodat de koers lang-

zaam tot ongeveer 2,49 kon
stijgen,
waarmede de

samenhangende wissels gelijken tred hielden. Het was

• echter hoofdzakelijk de sterk inzakkende koers van

• F.ransche francs, die een groote leveiidigheid veroor-

ziakte. Vooral i.n het laatst der week nam de daling
edr yerontrustende afmetingen aan. . Tot Donder-

dtg koii de koers zich nog omstreeks .13,30 handha-

vn.’
Vrijdag
werd echter voor 13,10 afgedaan en
Za-

terdg. werd voor 1.2,85 verhandeld. Och Belgische

fr’ancs werden nog weder meegetiokken. In den laat-

sei. tijd il het verband belangrijk losser geworden,

maar deze scherpe dalhg ging toch niet zonder, in-

ibed voorbij; Gisteren trad onder sterke sohomme–

• ligeneènig herstel in, waarvan België gebruik maak-

om het geideii verlies nagenoeg in te halen, Parijs

bIef’eclter nog sterk terug. De marge kromp daar-

ddor ‘van 65
01)
45 cent.

LONDEN,
14
FEBRUARI
1925.

1
In-het begin der week was geld zeer schaasch en

werd een klein bedrag bij de Bank of Engiand opge-

nomen; daarna ontspande zich de toestand eenigszins,

doch niet in die mate, dat een krachtige vraag naar

wissels ontstond. Op de cliscontomarkt kwamen aldis

I
!
l
i
e
t ,’ee1 zaken tot stand; driemaand.swissels werden

3% pOt. genoteerd en iets daaronder genomen.

Het aangeboden hedrag schatkistpapier kon tegen een

iets lager disconto’
2
an de vorige maal laatsing

vinden.

,2-mnds. prima ban’kaccept noteerde 3
11
/
in
pOt.; 3-

innds. idem
3Y4
13
/16
pOt.; 4-rnnds. idem 34_7/ pOt.;

6-mnds. idem
315/_….4
pOt.

11

138

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

HET EERSTE WETSONTWERP TOT REOR

GANISATIE DER SOCIALE VERZEKERING.

Bij Koninklijke boodschap van 5 Februari 1925
bereikte de Tweede Kamer – eenige dagen vSSr zij

haar laatste zittingsperiode vSSr de na. algemeene

verkiezingen zou ingaan – het ontwerp eener Ziektc

en Ongevallenwet, dat beoogt den eersten stap te zijn

op den weg tot reorganisat:ie en voltooiing van het
gebouw onzer sociale verzekering. Reeds was, zooals

in den laatsten tijd gebrui.kelijtk is, 8 maanden te

‘oren een voorontwerp – waaraan men vol goede
verwachtingen den naam n
van voorontwerp va een

Ziekte- en Ongevallenwet 1925 had gegeven – oieu
baar gemaakt, op het tijdstip, waarop het advies van

de vertegenwoordigers van cle ter zake belangheb

bende patroons eu arbeiders en de beste deslrundige.n

op dit gebied dooi middel van den bogen Raad van

Arbeid, waarin zij zitting hebben, clan romt.rent was

gevraagd.

Van hoe groot belang de Regee;ri.ug deze reorgani-
satie acht, mogeblj1en uit de omstandigheid, dat

de Minister-president in 1922 heeft verklaard, dat

hij den heer A’alherse slechts op dieii grond heeft

kunnen, bewegen hel; atniht van Minister van. Arbeid

te blijven bekleede’ri, dat hij op die wijze althans een
gedeelte van deze herziening tot stand zou kunnen

brengen. En hoezeer de Minister van Arbeid er naar

gestreefd heeft met de wensohen der belanghebben-

den en der deskundigen rekening, te houden, blijkt

wel, hieruit, dat hij iiiet alleen de vergadering van
den beogen Raad van Arbeid, waarin het ‘desbetref-

fendo advies is vastgesteld, hee’ft voorgezeten, zooals

hij trouwens geregeld pleegt te doen, doch dat hij

zelfs bet voorzittersclhap heeft bekleed van do uit
niet minder dan 25 leden bestaande bijzondere com-
missie, welke den Raad betreffende de meest ge-
wen.schte grondslagen der reorganisatie van voorlich-

ting heeft gediend.

Aan de voltooiing van hef; gebouw onzer sociale

verzekering is doo:r allerlei. omstandigheden zo6 lang-
zaam ‘gearbeid, dat, nog v66r de Ziektewet. in wei:-
king is getreden en dc werkiooshei’dsverzekeri.ng zelfs

maar wettelijk is geregeld, tot een ingrijpende ver-

bouwing moet worden overgegasn.
De eerste vraag, die daarbij rees, was, of men ter

vereenvoudiging de ongevailenverzekering mal cie
ziekteverzekering zou. samenvoegen, dan. wel met de
in’validiteitsverzekering. Neemt men. in aanmerking,
dat de invaliditeitsverzekering beoogt te voorzien in de

derving van inkomsten ten gevolge van
duurzame on
geschiktheid om te verken en de ziekteverzekeringin
de derving van inkomsten tea gevolge van een tij
cie-

lijlee
ongeschiktheid om te wericen, terwijl ‘de erva-
ring geleerd heeft, dat de gevolgen van 95 pOt. de.r
ongevallen minder dan 6 weken plegen te duren, dan
ligt het voor de hand, dat de Rcgeering op het voet-
spoor van den bogen. Raa’d van Arbeid de oplossidg heeft gezocht; in de samenvoeging zooveel mogelijk van, ziekte- en. ongevallenverzekering. En degenen;
die klagen, dal; zulks ten gevolge zal hebben, dat onze
gave en goed werkende Ongevallenwet zal, worden
bedorven, mogen bedenken, dat het
bij
een reorgani-
satie n.iet altijd
mogelijk
is, al’ het bestaande, zelfs al bewijst het goede diensten, onaangetast te laten.
Ik moet in mijn bestek enkele punten slecht’s ter-
loops aanroeren, omdat ik ze van ondergeschikt be-lan.g acht, al plegen deze punten somtijds meer dan
mij wen’soholijk s’hij’nt, op ‘den voorgrond te worden

gebracht. Het zijn de vragen, of de premie van de
zi ekteverzokering geheel of gedeeltelijk door de werk-
gevers moet worden betaald en of de uitkeering iii
geval van ziekte 70 dan wel 80 pOt. van het normale
loon moet zijn. ik bepaal mij dienaangaan’de in de
eerste plaats tot de opmerking, dat het alleszins ge-
wenscht is in de huidige omstandigheden de lasten,
welke op het bedrijfsleven worden gelegd, niet zwaar-
der te maken dan noodzakelijk is, al moge men daar-

hij tevens in aa.iimerki ng hellen, dat onze wet’gevende

machine zoo langzaam pleegt to malen, dal’ men geen
groo’te optimist behoeft;
Ir»
zijn, om aan I;e nemen,
dat industrie en. handel ile malaise te hoven zullen

zijn gekomen, aleer de fina mmoieel.e lasten, welke uit
de invoering
van
de wettelijke ziekteverzekering
voortvloeien, inderdaad op de schouders der burgerij
zullen worden gelegd. –

Principieel is er stellig meer v601: dan legen te

zeggen, dat de arbeiders meebetalen aan de premiën
der sociale verzekering. En de socialisten, die
z
i
c
:h

meestal haasten ‘de wensoheljldneid te betoogea., dat

deze premiën nagenoeg geheel door de werkgevers
worden m
, betaald,

oeten maam: eens de verstandige

woorden ter li ar te nemen onlangs door een van hu mm
voorclvoerde.rs neergeschreven : dat het gewenscht is,

dal; rlc ar;heidersldasse clie kosten rneedraag’t, ,,ai was

,,dat alleen maar om haar plaats in het, beheer der

verzekeringen op te eischen en omdat; zij denen ei.sc’h
.,iroo
j
cle openbare .mneenng niet zou kunnen verde-
..di’gen, als
zij
niet bereid zou zijn, zelf een deel der
,.kos.te’n l;e dragen.”
1)

Dat deze punten vaii nu dergesc’hilcte beteekenis 4jn,
blijkt ten overvloede uit cle, overweging, cla:t het altijd

mogelijk za.l blijven die.naa.ngaande voor bepaalde groe-

pen door middel van een collectief contract een aan-vullende regeling te treffen en dat een, desbetreffen-

de wetswijziging technisch altijd zeer gemakkelijk tot

stand te brengen zal zijn. Degenen, die in dt opzicht
van ,,alies of niets” spreken, moeten zich het spreek-

woord’ van een. half ei. of een. leegon dop nog maar
eens in hun hen min ering terug roepen.

Het gewic’hti’gste punt bij de herziening is onge-
twijfeld: de kwesti.e der organisatie. De ervaring ge-
durende 25 jaar is dienaangaande de ‘beste leermees-
teres.

De Ongevallenwet was in dein vorm, waarin zij

aanvankelijk door de Tweede Kamer is aangenomen
doch door de Eerste Kamer verd verworpen, naar
Dui.’t’sch model geheel en al opgetrokken op de basis
van ee u uitvoering, ujtsiuitend ‘door van overhids-

wege ingestelde organen. De wijrig-ing, die onder den
invloed van de verwerping dooi de Eerste Kamer, in
liet ontwerp werd aangebracht, opende de mogelijk-

heid, dat de werkgevers het risico dat uit hun be-

rlrjf voortvloei’de, zelf zouden dragen.’ N’iettegen-
staande deze wijziging met groot wantrouwen werd
begroet, is gebleken, dat de bereikte resultaten aan
de hoogst gespannen verwachtingen der voorstn.ders
liebbe:n voldaan.

De uitvoering ‘der zee- en laud.houwongevajlenver-
zeke.ring, waarbij onder den drang der omstandighe-

den een heel wat grootere mate van vrijheid aTan het
particulier initiatief werd gelaten. – de uitvoering
geschiedde fi.teij’k ‘door vereenigingen van werkge-
vers. al
hadden de arbeiders in de toekenning der uit.-
lceenin’gen een stem – heeft het vertrouwen in de
door het particulier initiatief geschapen organen nog
vergroot.

Zoo mocht het in 192:1. aan twee vertrouwensman-
nen van werkgevers en werknemers – de heerecu
Posbhuma en Kuper.s – gelukken een Proeve van een Ziektewet te ontwerpen, waarin de van over-
heidswege ingestelde Raden van Arbeid, die nota
bene de voornaamste reden van hun bestaan hadden moeten vinden ‘in de uitvoering van de ziekteverze-.
Idering, geheel en al werden uitgeschakeld en de groote

meerderheid van den Hoogen Raad van Arbeid bleek
in datzelfde jaar aan deze Proeve cle voorkeur te
geven boven de Zioktewet-Tal’ma.
Elad de Regeering in dat jaar, doorgetast, dan had
zij ruimschoots gelegenheid kurjinen vinden een wet-
telijke regeling op dien grondslag nog v66r de ver-
kiezingen van 1922 tot stand te brengen. Doch de

Regeering aarzélde en liet het goede getij verloopen.
Ik geloof, dat de juistheid van de hoofdgedachte,

1)
J. Oudegee8t in de Socialistische Gids, 1925, blz. 188.

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

139

die ten aanzien van de organisatie der sociale verze-
kering in cie Proeve was uitgewerkt en waardoor do

H’ooge.Raacl van Arbeid ‘zich later in zijn advies be-
treffende de reorganisatie der sociale verzekering nog
eens met. grooten nadruk heeft uitgesproken:
dat de

uitvoering – der sociale verzekering zooveel ?nOgelijk

moet worden overgelaten, aan de organisaties der be-

langhebbende werkgevers en werlcrte?ners, slechts cloo t:

zeer weinigen bet,wist zal worden. Bij de uitvoering stuit mcii echter op een. reeks van verschillende be-

zwaren.

Het is dan ook volkomen begrijpelijk, dat hot stel-

sel van organisatie, dat in het ontwerp van cle Ziekte-

en Ougevailonwet is neergelegd, niemand
tea volle

zal bovredi.ge.n. Maar degenen, die in dit opzicht het
volle pond verlangen., mogen bedenken, dat een. out-
worp, waarin’ geheel en al aan hun wenschen zou
worden voldaan, stellig cnn groote meerderheid be-

staande uit degenen, d.i.e andere wenschen koesteren,

tegenover zich zou vinden.

Wie zich hiervan goed rekenschap heeft gegeven.

zal moeten erkennen, dat de oplossing, die hot thatis

bij de Kamer aan’hangige wetsontwerp geeft,
?,Itts

uien bij de uitwerking en de toepassing de noodige

voorzichtigheid in acltt neemt,
misschien nog het beste

middel is, om althans zooveel mogelijk aan zooveef
verschillende verlangens tegemoet te komen. Met cle
gecursiveerde woorden bedoel ik, dat men er voor zal
moeten waken, dat de betrekkelijk groo’t’e vrijheid, die
cle wet geeft om bdrijfsvereenigingen op te richten,
r:i.et zal ontaarden in versnippering. Het aantal be-

drijfsvereeni’gi ngen zal desnoods eenige tientallen,
doch zaker niet eenige honderdtailen mogen bedra-
gen. De verklaring, welke dienaangaande in ‘de me-
morie van toelichting wordt gegeven, dat het ge’-
cischte minimum loonbedrag voor een erkenning als
bedrijfsvereeni.ging omstreeks 25 m.i,ilioen gulden zei

bedragen, is alleszins geruststellend.

Dat de Katholieke Kamerfractie bij dit wetsontwerp
met haar Minister van Arbeid zal medogaan is aanne-
melijk. Blijkens de uitlatingen van de heerenRutge.rs

en Smeenk Aclijine.n. ook de Antirevolutionnairen, zin
de eenheid.srente voor de invaliditeitsverzekering voor-
loopig van het programma is geschrapt, zij het ook
aarzelend en. noode, de Regeerin:g te zullen steuneif.

Bij de Christelijk-Historische Kamerfractie zal dc
‘Regeering echter, mag riren de uitlatingen van den

heer Snoeek ‘Elenkemans als maatstaf nemen, op ori-, verbicidelijk ve:rzet ‘stuiten. :Daartegenver staat, dat,
cle Regeering stellig op cle medewerking van de Vrij-
zitanig-Deinoeritten zal kunnen rekenen, omdat het

stelsel van het wetsontwerp voo.r een. belangrijk deel
overeenkomt met de wenshen, welke die.n.aangaancic

Ii.
hot rapport d:i.ci partij betreffende de reorganisa

tie

der sociale verzekering zijn uitgesproken. Dat de

Sociaai-Dernoc:raten. de verantwoordelijkheid voor een.
verwerping niet op zich zuilen cl u.rvezi nemen, lijkt

alleszins waa:rsehijnlijk. De Regeering moet zich eelt-
ter haasten, wanneer zij die stemmen noodig heeft.,

want, naarmate de tijd verloopt, schijnt de meening

van den tei:i aanzien. van deze materie terecht onder
zijn partijgenoot.en ccii groot gezag genietenden heei’ Kupers ‘zich. hoe langer hoe meer van ‘het stelsel vail
het wetsontwerp af te keeren. Ten slotte komt het
mij voor, dat er geen: enkele reden is om te verwach-
ten, dat de Vrjheidsborid
.bij
de behandeling van dit
wetsontwe,t.’,p tot do oppositie zal behooren, al plegen
onder sommige .g.roepèn van die partij sociale maat-
regelen van dozen. Mi n,ister niet met enthousiasme te

worden begroet.

Heb ik mij van de verschillende standpunten. cii
verhoudingen goed rekenschap gegeven, dan kan de
sterkste partij der regeeringsmeerderheid, wanneer
zij dat inderdaad wil, niet alleen de behandelin.g ip
de Staten-Generaal van het ontwerp v66r J’uni a,s.
doorzetten, doch kan zij bij die behandeling ‘tevens
op een groote meerderheid tea gunste van .het ont-

w’irI – niet alleen bestaande uit de beide sterkste

groepen der rechterzijde – rekenen. De beslissing

dienaangaande zal wel voor een groot deel berusten

iii handen van den bekwamen staatsman, ‘die de lei-
ding heeft der Katholieke Tweede Kamer-fractie. Hij
zal moeten kiezen, of .hij er de voorkeur aan geeft,

voor de kiezers te verschijnen zonder nieuwe ziekte-

ivet of met een ten aanzien. van een zoo gewichtig

volksbelan’g uiteengevailen coalitie. Men kn er van
op aan, dat hij zijn beslissing niet zal nemen, alvo-

rens de oistandigheden en het vbbr en tegen nauw-
keurig te hebben gewikt en gewogen., De buitenstaan-

,ier, die op die beslissing niet den minsten invloed

kan oefenen, moet volstaan met ihet uitspreken van

den wenvc.h, dat het groote en algemeene volkabe-

lang, dat met een doelmatige reorganisatie der sociale
verzekering gemoeid is, niet aan de belangen van be-
paalde politieke partijen en van hun combinatie zal

worden opgeofferd. A. C. Josurnus
JITPA.

.9 Februari 1925.

WEGONDERHOUD; WEG VERBETERING

EN WEGBE.TAS’TING IN HET EERSTE VER-

SLAG DER STAATSCOMMISSIE VOOR HET

VER VOER VRAAGSTUK.

IDe Staatscommissie, ingesteld bij Koninklijk be-

sluit van 12 Mei 1923, no. 40, tot het instellen van
een onderzoek aangaande de vraag of en i’n hoever
maatregelen noodig zijn om te bevorderen, dat de
land- en waterwegen en de spoor- en intercommu-
nal,e f,ramwegen op de meest economische wijze

dienstbaar worden gemaakt aan het, vervoer van rei-
zIgers en goederen, cle z.g. Staatscommissie voor het
vervoervraatgstuk, lbeeft haar èers’te verslag uitge-
bracht. De heer ve
1.
Ii. .retsc,hm’ar van Veen heeft di

rapport behandeld voor zoover liet betreft de spoor-
wegen en de autobussen. Hier zal het gedeelte be-
sproken worden, dat op de wegen betrekking heeft.
De straat- en grin’twegen, die in het laatst der
vorige eeuw schijnbaar voor goed hun belang voor
het doorgaande verkeer hadden verloren, ziji door de opkomst van de auto – en vooral van de vracht-

auto veer in het middenpuut van cie belangstel-

ling gekomen. Deze voertuigen stellen aan de be-
harding. cle afmetitngen en de richting der wegen
veel hoogei eischon dan de paardentractie en oefe-
zien. -op de behardi.rig oe.n veel meer vernielende’n
invïoed uit.. Vele wegen verkeeren. ‘dan ook in een

voor het nroclerne verkeer geheel onvoldoenden staat.
Hier mag inderdaad van een noodtoestand worden
gesprolcen, want bij de sterk gestegen prijzen van
bonen’ en materialen zijn groote sommen noodig om
cle’ vereisehte verbeterin.gen aan te brengen. Afge-

scheiden van de verhoogde onderhoudskosten, raamt
de Staatscommissie cie kosten van de noodzakelijke
icibet’.wingea op 315 m.illioen, maar het spreekt van
ielf, dat deze ra.ming slechts als
zeer globaal is
‘te
beschouwen. Een en ander heeft dan oolc aanletiding
gêgeven tot de vraag, of niet door een, regheiastirig
ccii bijdrage in. de kosten van onderhoud en. verbe-
tering zou kunnen, worden verkregen. Dit punt werd
o.a. behandeld op de vergadering va.n de V.ereeniging
het Nederiandsche Wegencongres van 28 December
1921 en op het Congres van de V.ereeniging van Ne-
derl,andsohe Gemeenten .op 28 Juni 1923. In de
.
prae-
adviezen voor deze beide .vergaideringen werd de
vrtisg bevestigend beantwoord. Door eerstgenoemde
vereeniging is voorts een hal.f-offieieele commissie ingesteld, welke het derikbeeld van weggeldheffing
i.neen. ontwerp van wet heeft neergelegd. Bij dit
wetsontwerp wordt voorgesteld, dat een dergelijke
heffing van het Rijk zou uitgaan. Uitsluitend
mo-
torrjtuigen zouden daaraan worden onderworpen; paardentractie en rijwielen zouden valt de heffing
wôrden uitgesloten. Voorgesteld wordt een voertui-
gehbelastitng, die bij de aangifte tegen uitreiking van een beiastingkaart moet worden voldaan. De

F1

140

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

opbrengst van deze heffing wenscht deCommissie

Ien’ goëde te doen komen uitsluitend aan de wegen
voor doorgaand verkeer, daartoe bij een te voren

door den Minister van Waterstat op te maken we

genpian aan te wijzen. Ten einde te bevorderen, dat

de opbrengst van de heffing daaraan ook inderdaad

ten goede komt, zou de opbrengst gestort moeten

worden in een wegenfonds.

De Staatscommissie ‘heeft zich in haar voorstel

tei. aanzien van het weggeld voor een groot deel bij

liet rapport der ovenbedoelde commissie aangeslo-.

ten. Wat de grondslagen, het tarief en de inning

van . do belasting betreft, gaat do Staatscommissie
nagenoeg geheel met dat rapport mede. Het denk

beeld van de Commissie betreffende de bestemming

van de opbrengst der belasting en de instelling van

een wegenfonds wordt door de Staatscommissie rneZ
eenige wijzigingen nader uitgewerkt. De Staatscom’

missie wenscht nl. in hert. leven te roepen een afzon;

derlijk centraal orgaan voor het Rijkswegbeheer, dat

de beschikking zou moeten hebben over eigen geld-

middelen. Dit denkbeeld zou. worden verwezenlijkt

door de oprichting van een Rijkswegenfonds, waar-

aan rechtspersoonlijkheid zon zijn toe te kennen en
dat als een afzonderlijke tak van staatsdienst, met

een afzonderlijke boekhouding zou zijn te constituee-

ren. Het fonds zou de bevoegdhoid moeten hebben,

behoudens machtiging telkens te verieenen dooi dcii

wetgever, ten eigen name door den Staat onvoor-
waardelijk gegaraudeetde leeningen te sluiten. .Be-

halve de
.
opbrengst der wegbelasting en na vijf

jaren de opbrengst der thans bestaande rijwie’]beias-

ting, zou in het fonds jaarlijks door het Rijk een
hijdrae moeten worden gestort, voorioopig . van 4′

millioen, ongeveer overeonkomonde met het thars op

cle Staatsbegrooting voor
egen
uitgetrokken be-

cirag. Uit dit fonds zouden moeten worden bestreden
de. kosten van onderhoud en verbetering der Rijks-

wegen en zouden aan andere wegbeheerd ers subsidies

voor onderhoud en verbetering moeten worden ver-

strekt.
De om.vang van dit artikel laat niet toe nader in

o gaan op de tarieven, de objecten en d.e wijze van
innig van de belasting, maar wol dient een besehou-
ving te worden gewijd aan het deukbeeld der Staats-

commissie ten aanzien van de instelling van een

afzonderlijk wegenfon n
ds e van de bestemming van
de voorgestelde heffing ten bate van dat fonds Op
zich zelf is het denkbeeld, out een tak van staats.-
dienst buiten de algemeene Staatsfinanciën te hou-

den niet nieuw. Behalve dat de z.g. Bednjvenwet
van 16 Februari 1912 Stbl. 85 de i’nkomsten en uit-
gaven van de nader aan te wijzen Staatsbedrijven bui-
ten de Staatsbegrooting lioïdt, zijn, ook verschillende
afzonderlijk6 fondsen bij de wet’ ingesteld, als h.v. het
fonds voor de Kustverdediging, het fonds ter vol-
tooiing van het vestin’gstelsel, het Bouwfonds voo
de departementen van Binneniandsche Zaken en
.and.houw en van Onderwijs, Kunsten, en Weten-
schappen, het. Leeningfonds 1914, het Zuiderzeefonds.

OP
dit gebied is echter een reactie merkbaar. Dit is
ook begrijpelijk, omdat de invloed van de volksver-
tegenwoordiging door do 1 astelling van Staatsbedrij-
ven, en afzonderlijke fondsen geringer wordt. Het
overzicht van dc uitgaven van den Staat wordt
daardoor ‘hoe langer hoe moeilijker. Weiiswa’ar
moet de begrooting van deze afzonderlijke a.d.wi-
n.istratiën door den wetgever woi.den irastgestei d.
maar de indiening van die’begrootin.gen heeft op
cle meest willekeurige wijze plaats. Zoo wordt aan de bepaling van art. 2, lid 2, der Bedrij’venwet, dat
de indiening van de begrooting der Staatsbedrijven
tegelijk met die der Staatsbegrooting moet plaats

hebben,
vrijwel
nooit voldaan. Voor sommige Stâats-
bedrijven heeft deze zelfs geriiimen tijd later plaats:
De indiening van de Bouwfondsbegrooting, vaa.r
voor geen tijdstip is bepaald, heeft veelal plaats,
wanneer het dienstjaar, waarvoor zij moet dienen,

nagenoeg is verstreken. Wellicht mede onder den in-
vloed daarvan is het voorstel ‘tot het maken van den
ïijksgehouwendie’n,st tot Staatsbedrijf niet tot stand
gekomen en wordt voorgesteld de aanwijzing van het

Staatsboschbeheer tot Staatsbedrijf ongedaan te ma-

ken. Het is allerminst -gewenscht een gewonen taJc van staatsdienst al’s het wegenbeheer, die bezwaar-

lijk als commercieel bedrijf is te beschouwen, in een

afzonderlijk fonds te concentreeren. Op dezen weg

voortgaande, zou men iederen tak van staatsdienst

b.v. op het gebied van onderwijs, vol]csgezondheid, ,armenzorg, enz. buiten. de Staatsbegrooting kunnen
houden.

Bestemmingsheffingen bestaan ten onzent tot dus-
ver slechts in één geval; de verschillende heffingen
te.n. bate van het leeningfonds zijn nl. als zoodanig

te beschouwen. De bedoeling van de afzonderlijke
bestemming dezer heffingen heeft mede ten doel den

duur dier heffingen te beperken tot zoolang zij voor
cle betaling van rente en aflossing van de crisislee-
nin gen noodig zijn. Een
dergelijk
argument kan voor
de onderhavige heffing echter geenszins worden aan-
gevoerd
.Zij
is een soort retributie en bij geen van de bestaande retribu’ties ten behoeve van den Staat zijn

bepalingen ten aanzien van de ‘bestemming gemaakt.
Blijkbaar is de bedoeling, die bij dit onderdeel van

het rapport der Staatscommitsie heeft voorgezeten,
te verzekeren, dat de opbrengst van liet weggeld ook

inderdaad aan het, onderhoud en de verbetering van

de wegen. ten goede komt. Deze bedoeling wordt hier-
door echter geenszins verwezenlijkt. Hoe zal men.

verzekeren, dat de subsidies, die aan -andere wegbe-
heerders worden uitgekeerd, aangewend zuilen wor-

den ten dienste van verbeteringswerken aan wegen.
die zonde.r deze niet zouden ivorden verricht? Zouden.
die werken anders onder dcii drang der noodzakelijk-

heid niet evenzeer tot stand komen en uit de alge-

meene geldmiddelen worden bestreden? Zoo ja, dan

zou het subsidie uit het wegenfonds medebrengen,

dat ‘uit de algemeene middelen ‘dier lichamen zooveel.
minder voor wegenverbetering behoeft te wordien, be-
steed. indien ecu weg.beheerder de uitvoering van

het werk van subsidie afhankelijk maakt, zal dan
de verwezenlijking daarvan’ niet eveneens kunnen

worden verzekerd door een subsidie onder de rico-dige voorwaarden zonder instelling van een wegen-
fonds? Ten aanzien van de Rijkswegen – r]e Staats-
commissie wenscht daaronder meer wegen te brengen.
dan thans het geval is – bestaat, nog een ander be-
zwaar. De
bijdrage
van het Rijk ‘aan het fonds zal
volgens het voorstel ‘der Staatscommîssie voor de.
eerstvolgende ‘vijf jaar worden ‘gefixeerd op 4 mii-
heen. De ‘bedoeling is, dat dan cp hoofdstuk IX dci:
Sta’atshegrootin’g geen uitgaven meer voor de w’egen
worden uitgetrokken en het onderhoud en de vet-betering van de Rijkswegen in die jaren moet zien
toe te komen ‘met de inkomsten van het fonds, waar-
voor dan ook leeningen kunnen worden ‘aangegaan.
Is “hierdoor d’e ge’heele instelling niet eerder een rem
voor de oplossing van het wegenpro’bleem? Gesteld,

dat in die jaren ‘door ruimer vloeien van de Rijksmid-
delen liet mogelijk zou zijn meer dan 4 millioen voor
de wegen te besteden, dan zal dit door de boveiihedoei-
de bepaling worden, tegengehouden. Door de inrich-
ting van het fonds bestaat voorts de mogelijk.heid, .dat cle opbrengst van ‘liet weggeld een even tueele ruimer
beschikbaarstelling’ van Rij’ldsgelden niet noodig
maakt, zoodat de’opbrengst van het weggeld indirect
ten bate van de algemeene middelen komt. Gesteld

ook, dat do baten van het fonds onvoldoende zijn
voor de toenemende kosten der wegen, is het dan
een gewenschte toestand, dat de voorziening daarin
wordt afgewezen op grond vad de beperkte middelen
van het fonds? Zou mmi het aan den anderen kant
gewenscht achten, ‘dat ingeval de inkomsten van het
fonds onevenredig groot zijn, andere wellicht drin-
gende Staatsuitgaven achterwege moeten blijven,
omdat aan de
Rijksbijdrage
van het fonds niet mag

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTICHE BERICHTEN

141

worden geraakt? Docih ook, wairneer”ieri de boven-

staande bezwaren niet zou willen ondersahrijven, om-
dat men tien onrcehte blijft hechten aan dit middel om de hesteniinring van de ojbrengst van het weg-
geld te verzekeren, moet men dan nog niet rekening

houden met cle. mogelijkheid, dat de wetgever af wij-
kingen kan toestaan? Men denke hierbij aan het

voornemen van Minister De Geer enkele jaren ge-

leden om het surplus van het leeningfonds te be-‘
stemmen voor de dekking van het tekort op den ge-

wonen dienst dei Staatsbegrooting en aan diens voor-

stel om de bijdragé uit de Rijksrniddèlen aan het
Zuiderzeefonds to halveeren. Waartoe, zoo moet ton

slotte geconcludeerd woiden, moet deze ingewikkelde
administratie in elkaar worden gezet? Is de eenige

reden van psyohologischen aard nl. om cle wegge-
bruikers gunstig voor deze heffing te stemmen?
Uit het bovenstaande betoog moet intussolien nief

worden opgemaakt, dat daarvan de bedoeling zou

zijn het weggeld in te voeren en het wegenvraagstuk
te laten zooals het, is. De geheele kwestie van het

weggeld heeft haar oorsprong gevonden in de diep-

gevoelde behoefte, dat het onderhoud en de verbete-ring van de wegen veel krachtiger moet worden aan-
gevat, dan tot dusverre geschied is. Dit is het punt,

dat
O)
den voorgrond moet staan. Het initiatiefdaar-
toe moet iitgaari van de provincie ‘of van ihet Rijk en
de kosten moeten uit do algemeene’geld’iniddeieu van
provincie of Rijk worden bestreden. Zijn de bestaan-

de geldmiddelen daartoe onvoldoende, – zooals in-
clerdaad ‘liet geval is – dan is de heffing van een
weggeld onontbeerlijk. Deroggdbruikers, i.c. de hou-
ders van iiotorrijtui gen, zuilen ‘nich dan daarbij moe-

ten .ieeerleggen, omdat – en hierin is ten slotte toch
cle :i’echtsgron’d van de heffing gelegen – vooral, zij
van de verbetering van dc wogen profiteeren. en door
hun toedoen. de stijging der kostn is veroorzaakt.
Daarom behoort vddr de regeling van het weggeld,
doc.h in. ieder geval tegelijk daarmede, desnoods in hetzelfde wetsontwerp, een pinn te worden gemaakt
voor do verbetering van de wegen. Doo.r Minister
:Lely is in 1.915 een daartoe stirokkend wetsontwerJ)
lxii aanzien van de Rijkswegen ingediend, dooh later
door zijn opvolger ingetrokken. Wordt dan, ten einde
de uitvoeriisg van dat plan mogelijk te maken, een
voorstel tot heffing van, een weggeld ingediend vol-
gens de grondslagen en het tarief van het voorstel
der Staatscdmtnii.ssie, dan kan ieder houder van een
rnotorrijtuig bij de betaling daarvan de voldoening
hebben, dat alleen door die heffing de verwezenlij-

king van dat plan mogelijk is gemaakt. Men blijft
dan bespaard voor de instelling van een afzonderlijke
administratie, die, indien zij tien aanzien van andere
takken van staatsdienst navolging vond, tot een be-

denkelijke ontwriohitin•g van de Statsfivaneiën zou

leiden.
Ten slotte zij nog vermeld, dat de Staatscommis-
sie de instelling van een Wegenraad voorstelt, waar-
in vertegenwoordigers uit kringen van handel, nij-
verheid, landbouw en belanghebbende vereen igingon
zouden worden opgenomen, ton einde door den Mi-
nister over alle belangrijke aangelegenheden op’ dit
gebied te worden gehoord. Ht is de viaag, of er veel
neiging zal bestaan om aan de tegenwoordig op aller-
lei’ gebied heerschende zucht tot invoerihg van raden
toe te geven. Het aantal adv.ise’erende colleges is
meestal groot genoeg. Waar nood.i.g, ‘zal de Minister
zijn ajd.viseur.s wel weten te vinden.

‘s-Gravenlaage.

R. H.
oz
Vos
VAN STzENwIJ1c.
DE VERLAGING VAN DE SALARISSEN DER

RIJKSAMBTENAREN’.

II
(Slot).

Wij zeiden in het vorige nummer, dat de beoor-
deeling der daar gegeven cijfers niet. ‘geheel zuiver
was. Daarbij moet ni. ‘niet tweeërlei rekening worden
gehouden en wel le. met ‘het feit, dat in de jaren

1,920-22 een ,prmuievrij pensioen is ‘genoten, waar-

door voor 1920 de bedragen vooi’ ‘hen, die minder dan

f
3000 genoten, met Si pOt. en voor de anderen met

een naar liet sa]a:risbedrag van 8% tot 5 afdalend
fjereentagc moeten worden verhoogd, zoodat de .indiv.i-

dueele asnhtenaar feitelijk meer heeft genoten dan

de regeling aangeeft. En 2e. met do moeilijke vraag,
i.n hoeverre voor den indi’v’i.dueelen ambtenaar aan

het beneden de kesten van ‘het leven
blijven
is tege-

moetgekomen door promotie to’t een “hoogoren rang,

door welk feit cie verschillende rangen dan een, andere

beteekeni’s ‘hebben gekregen dan vroeger, doordat zij

voor ainbtenareh ‘zijn ‘opengesteld, wier werk vroeger

niet van genoeg gewicht werd geacht voor den rang;
oodat bv. een aantal commiezen van thans niet meer
dezeifden zijn al,s die van vroeger. Bij cle groote ge-

meenten is dat
01)
groote schaal gebeurd, .zooals blij-

ken kan uit liet volgende staatje over dc ‘seoretareën.
van Amsterdam en Rotterdam,
1)
dat een sterke op-

schuiving laat zien.

Amsterdam

Rotterdam
31
Dec.

31 Dec.
1916

1923

1915

1924

Afdeelingschefs

6

5

6

5
Hoofdcornmiezen

1

8

2

5
Commiezen……..
6

15

8

14
Adjunct-commiezen

29

25

20

27
Klerken ……….
58

47 ‘

64

48
100

100

100

100

Er is reden om aan te nemen, dat liet; a.l’du.s ook

op de departementen is gegaan, hoewel, doordat
0011

statistiek ‘der rijksambtenaren nog altijd ontbreekt,
daaromtrent geen gegevens beschikbaar zijn. Da)) is
individueel cle toestand minder ernstig. Maar dan
blijft daarbij dan toch, dat zij, die zijn aangesteld
na

deze groote verschuivingei, in heVnadeel blijven cii
den hoogeren rang volstrekt niet zoo gemakkelijk
mee.r zullen bereiken.
Bij vergelijking de.r regelt
a
met cle :i’egels
b
in

onze tabel in het ‘vorige nummer blijkt voort,s
cm
i-

delij;k, dat cle u’erhooging van 1920 niet alleen is
gevonden door ver] ooging der salar.isiedrag’en, maar
nok door éen snellere opkli.m’mi.ng tot ‘het maxi-
mum, vooral in de rangen tot en mcli eommies
en ook hij den referendaHs; immers de toeneming
‘van liet in 15 jaar te ontvangen’ bedrag is g.r’ooter,,
soms veel grooter dan die van het maximum. Omge-
keerd is de verlaging van 1925 in nagenoeg alle ran-
gen niet alleen gezocht in verlaging der bedragen, mïar tevens in veriangzaming der op’klimmirig tot
liet maximum. Duidelijker ziet men dit laatste int
liet volgende staat:jc, dat de peut’centsgmvijze verla-
ging van den toestand volgens besluit 1920 op besluit
1925, dus zonder mederekening van al wat daartus-
tehen lag met name de invoering en ivedero’p;heffing
déi 84 pOt. pensioenkorting, voor de vier rubrieken
aangeeft (aldus berekend, dat een daling van 82 op
55 pOt. boven vddr 191.8 een dalin(r vormt vai:i 21 pun-
t€,ru
op 182 of 15 pOt.).

Percentages van daling van
1920 op 1925
voor

Ongehuwden

Gehuwden
rn. 3
kind.

a. Periode b. Maxi- a. Periode b. Maxi-
v. 15
jaar

mum v.
15
jaar mum
Schrijver……….
17

20

14

13
Klerk …………
19

20

16

12
Adjuuct-commies

19

20

16

12
Commies ……….
15

16

13

9
Hoofdeommies

17

20

14

11
Referendaris

14

16

9

9
Administrateur ….

9

13

434

,

6
Secretaris-Generaal.

1

534

1

5

De daling niet inbegrip cle.r periodieke verhoog.in-
gen over 15 jaar is dus over het algomee.n’ sterker dan
clie van liet maximum alleen.
1)
Voor Rotterdam ontleend aan ‘de belangwekkende bio-
chure van dcii heer
Al.
Rool/,
Het
Ioou
en salarisvraagstuk,
l,lz. 1.3,
voor Amsterdam door ons zelf samengesteld.

142

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari’ 1925

Opinerke’nswaardig is de degressie in de dalingsper-
centages, die zeker gemotiveerd zou zijn, als de stij-

ging van 1.920 evenzeer zuiver degressief was geweest.

Wij hebben evenwel reeds aangetoond, dat dit niel
liet geval was, want dat de maddenrangen het zwaarst

waren getroffen.

Opvallend is mede de sterke da]ing, die nog veel

krasser wordt, als men bedenkt, dat zij nog moet wor-
den. vernieerderd met het .wegvallen van het premie-‘

vrij pensioen en dus de betaling van een pensioen

premie van 83′ tot 5 pOt. Voor den individueelen
ambtenaar staat het er echter niet zoo eng voor, om

dat de overgangsbepali:ngen de in’dividueele vermin-

nering tot i.n totaal 1.814 pOt. beperken, wat eehtei
tooh nog zeer veel is.

Deze sterke daling heeft dan ook ten gevolge ge-

had, dat, terwijl de daling der kosten van liet ]evens-

o ndei’houd iangaanierliand het nog altijd bestaan
do.

tekort ging goedmaken, thans de afstand tot het

i odexeijfer dier kosten weder grooter is geworden. Dii

blijkt uit liet volgende staatje, waan ii het in’dexcijfer
van elk salar’isbedra.g in pOt. van dat der kosten vac

liet 1 evensoaderi oud isui tgodruki;, waarbij dus iii t.ge-

gaan, wordt van het feit, dat het salaris, al.s liet aan
de kosten aangepast; was, = 100 zou zijn en. is be-,

rkeod, welk deel van die 100 het in werkelijkh eid
was.

11

Salarisindex in
O/
van den levens-‘

a_ Periode van i

.

kostenindex

15 jaar

Ongehuwden

Gehuwden m.
3
kind.
b Maximum
11
1918
1
1920
1
1925 11918
1
1920
1
1925

74
82
86 75
89
96
71
76 75
71
81
88

77
86
87
77
92 98
74 74
74
74 80
88

74
75
77
74
81
85
76
72
72 76
77
85

69
71
76
69
77
83
69 69 73
69
74
84

70
76 78
70
81
88 74 78
78
74
84
94

66
73
79
1

66
.70
90
73
72
75.
73 77
83

66
66.
75
66
71
85
71
66
72
71 71
84

72
67 83
72
72
89
76
68
81 76
73 86

TiL deze eij:Ifers blijkt nogmaals duidelijk, hoezeer

de ambtenaren. altijd bij de kosten van liet leven zijn
achtergebleven en dat de belangrijke verhoogüng van

1920 hen feitelijk niets verder brachi;; vandaar dat
toen bovendien de maatregel werd genomen, dat de
inhouding der pensioerikorting, als een soort toeslag,
verviel. Voor een ju.istoorcleel moet •mei:i dus voor de

jaren. :1920-1922 de cijfers met van 834 tot 5 pot.
vcrhoog’en. Doet m;en. dit, dan ziet men, dat de tege-
nioeticoming, clie de daling dIer leven’skosten l.angza.-

merha.nd had gebracht, door de verlaging weer is
teniet gedaan en. van aanpassing aan die kosten nog
steeds geen sprake is. Ook hier blijken de onregeima-l;igheden tussohen de verschillende raigen, het sterke
verschil tussclien ongeli nwdeo. en gelw.wdeij met 3
kinderen en dat tusselen cle opkhmiming en liet rnaxi-
miLixii all een do idel ijk.

Dii; loopt nu alles over cle clepn:rtemeoteu van cilge-

ineen bestuur. Het is de moeite w’aand na te gaan, hoe
dc loop
iran
zaken voor andere diei:isttakken is ge-

weest. Ii..t zou. ons ccli ter veel te ver voeren, om da t
roet evenveel bijzondeillieden te doen als voor de de-
:po.rteinenten. Wij zijn dus gen odzaakt ons tot enkele
(jiensttakken en. de voornaamste functies daarbij als voorbeelden te beperken en ook niet anders te geven
(Ian de .ma.xima voor gehuwden zonder lcindcreii i.n de
verschillende jaren, aan den belangstellenden lezer
overlatende daaruit naar analogie met gelijksoortige
bet.rel&ingen bij de ‘departementen af te leiden, hoe

het voor de ongehuwden en de gehuwden iiet kiride-

en en de mede.rekening der periodieke verhoogingen
zou, zijn.
1)
Aangezien liet on’derw’ijspersoneel een ge
heel, afzonderlijke plaats inneemt en slecht niel dc

a idere groepu is te vergelijken, voegen wij nog

cenige gegevens op dit gebied aan de lijst toe, waarbij
wij ook de onderscheidingen toepassen, voor de de-

parteoienten hierboven aangenomen. Ziehier de lijst:

Diensten en
betrekkingen
Maxinia-salarissen

pCt.
Stijging

vÔÔr
sedert
1918

in


-.
Vi56r
1918
1

1918
1920
1925
1918
1920
1925

Dir. belastingen, eiiz
1
1
f
1
Directeur

………..
5200 6500
8000
7800
25
54
50
4600 6000
7000
6800
30 52
48
4000 5600 6600 6400
40
65
60
Kommies le klasse..
1020
1900
2500 2300
51
98
82

Hoofdinspecteur ……
Inspecteur

………..

3400 4400 6000
5400
29
77
59
Controleur ………..
Adjunct-controleur.
1800
3000 4000
3400
67122
89

lVaters jaat.
Floofding.Dir.Gener.

6500 8000 9000
8500
23
38
31
,,

Direct. le kI
6000
7200
8000 7600
20
33
27
5000 6000
7000
6500
20 40
30
Hoofdingenieur …….
Ingenieur le klasse
4500 5400 6000
5400
20
33
20
Techn: ambten. le kL
2600
3600 4500
4000
38
73
54

i’ost, telegraaf, enz.
Direct. Postk. A’dam
5500 7500 8000
7800
36
.45
36
Hoofdingenieur ……
5000
5400 7000
6100
8
40
30
4200
5400
5000
11
42
32
Commies titulair
. . –
2050
2800
3800 3400
36
85
66
Kantoorbediendeleki
1550
2200
2700 2500
42
74
61
Brievenbest. te A’dam
950
1400
1800
1650
47
90
74

Rijksrnuseiini.

Hoofdcommies

…….3800

4000

.

5000
6000 5800
25
50
45
Wetensch. assistent.

1800
2500
3400
3000
39
89
67
Technisch

,,
1400
1800
3400 3000
29
143
114

Directeur ……….. ..

Arbeidsinspectie.
Directeur-Generaal
. –
6000
8000
10000
9500
33
67
58
Hoofdinspecteur

. .
5000 6500
8000 7200
30
60
45
Inspecteur ………..
4000
6000 6000 5400
50
50
35
Controleur …………
1200
2000
3000
2600
67150
117

Meteorolog. Instituut
3900
5400 6600
6400
38
69
64
Adjunct-directeur ….
3000
4400 6000
5400
46 100
80
1600
2500 3000
2600
56
87
62

Directeur …………

ie Observator

……..

ar

.

6000
8000 9000
8500
33
50 42

Ilooge
Golf.
v. Staat.
Lid Raad van State
5000
7500
9000
8500
50
80
70
4000 6000
7000
6500
50
75
62

Rechterlijke macht.
Raadsheer Hooge Raad
5000
6500 9000
8500
30
80
70

Hoogleera

…….

Hof A’dain
4500
6000
8500
8000
33
89
78
Rechter Amsterdam..
3000
4500
7500 7000
50
150
133

‘Rekenkanier

…..

Officier v. Just. A’dam 4000
6000
9500 9000
50
137
125
Griff.Arr.Rechtb.
3000
4000 6500
6000
33
117
100
Substit. Griffier
1500
2500
3500
3000
67 133
100
Kantonrechter
3000
4500
8000
7500
50
167
1,50
Ambt. Op. Min.
1500
2500
3500 3000
67133
100

Voor liet; onderwijzend personeel voe’gen. wij hier-
lan tôe voor het middel baan onderwijs den leeraa r ci
een H.B.S. piet 5-jarigen cursus met 26 lesuren ‘zoo-

wel met meerekening van de perao’dielce venhoogingen als liet; maximuni alleen ; ‘oor ‘liet lag-er onderwijs dci;
o rrderw’i,jzor niet; en zonder Ii oofdacte oi’igoliu.wd eo
gehuwd niet; 3 lciivdc.en en het hoofd van een groote

school. Aangezien i’SSr 1919 cle wedde van den l,eeraar
geheel afhi lig van vak en aan tal lesuren e:rc die van
clan onderwijzer pI aat.seiijik bij gen ce.n’tcnaads’hesi’u it;

was geregeld, is liet; moeilijk vergelijki’ngen met vSôi
de duurte te maken.; ivij geveii bij de laatste dus al-ccii de stijging van 1.910 op 1920 en de daling van

1920 oii 1925.

i) Ougeluovden ii isaeit cle beide laatste periode-verhoo-
gingen (welke dit zijn, af. te leiden uit de tabel voor de
itepamtenienteli) gehuwden niet kinderen ontvaiighn
3 pCt.
van liet salaris voor elk kind tot een maximum
van f200.

Sch rijver

Klerk

Adj.-conimies

Commies

IToofd-commies

Iteferendaris

A cliii ni str at
:

Secr.-Generaal

‘0
1)c’J

,-

>;.

24
S
3.
S
.,

10
15

54
5
7
10
11

24
7
7
11
8
8
3
12
12
k
.

5
10
10
14

3
10
13

54

.54

54
6
7
5
.

8
14
6
14

t

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN
143

Stijging

i8!
Bedrag

sedert voôr
aL
11918 iii PCt. IE

Voör
I

1
1918

1918 11920
1
1925

f

ff1
Leeraar aper. v.
21
j.

?

1

1

18

bmaxiinum .
3000 4500 5780 5600 50 93 87. 3

Ongehuwden
1 Gehuwden met
3 kinderen

CL

c
•n:
.E
c.E
w.E

Ond.wijzers
zon- a
per. v. 24
j.
39
8
30
10

der hoofdacte
.J
b maximum
39
12
29
9

Ond.wijzers met’

a per. v.
24
j.
45
12
37
13

hoofdacte
.
..
.J
b maximum
48
13 38
10

Hoofden

van

I a per. v.
24
j
34
15 35
12

scholen

……
J
Ii maximum.
34
16 41
12

De bovenstaande cijfers leiden naar onre meening

tot de volgende conclusies.
in de eerste plaats is er, evenals bij de departemen-
ten, bijna nergens aan.passng noch i.n. het verleden
noch bij de nieuwe regeling, aan de kosten van het
loven. Een ïiitzo’udering maken hierop enkele lagere
rangen en voorts een aantal, betrekkingen, die v66r
den oorlog veel te laag werden besoidigd en waarbij
dus naast de verhooging wegens de duurte een nor,

mal i.see.ring heeft plaats gehad; lueronder behoort ook

de rech ton ijike mach t. )
Voorts is de toestand in zoover anders dan bij de
depnrtornentèn, dat bij de diensten veel meer dan, daar
een degres’sie valt te constateeren in de verhooging
van 1920 hij het hooger worden van den rang, waar-
door dan ookliet percentage van verhooging in cle
hoogste rangen al zeer Jaag wordt; wij wijzen op de
directeuren-generaal en de directeuren met hun tren-
nig lage, belangrijk lagere percentages dan de admi-
nistrateur en de secretaris-generaal hij de darte-

inenten.
Dat bij deogelijke diensten – dit in de derde plaats
– in verband hiermee ook in de verlaging” van 1925
een vrij regelmatigo degresnic is toegepast, is zeer be-
grijpelijk en nog niet meet: dan een schlLohtere poging
om het begane onrecht goed te maken. Het is dan ook
inderdaad te betreuren, dat de Tweede Kamer door
verwerping der bekende wetsontwerpen voor de bij cle
wet geregelde ft.ncties hiertegen is opgekomen en de
regeermg heeft ‘genoodzaakt voor deze aan de ver-
laging met 10 pOt. vast te honden. De theorie: alleiï
gelijk omlaag i’s alleen gereohÜvaardigd, als ook allen
gelijk omhoog zijn gegaan. Bij, cle ‘discussie tartte de

heer
Van den Tempel
de regeering aan. te toonen, dat

in het particuliere bdj:ijf de hoogere anijbteiiaen min-
de.r in salaris zijr verlaagd dan de lagere; maar laat
de heer v. cl. T. eens een bedrijf noemen, waal: int 1920
cle hoogere ambtenaren minder zijn verhoogd dan de

lagere; zelfs bij de Spoorwegen geschiedde dat itiet.
Ook hiej: moet het door de volksvertegenwoordi-
ging gewilde stelsel op den duur ‘tot groot nadeel, voor
den staat leiden. Speciaal wijzen wij bv. nog eens oo
het treffend onjuiste van, het lage cijfer voor de hoog-
leeraren. Men dette ook eens op de lage cijfers voor
de ingenieurs van den waterstaat, die werken uit-
voeren, welke millioenen kosten, en daarbij door p.rac-
tische werkwijzen tonnen kunnen besparen; is het te

vorwônderen, als de besten hunner naar het buiten-

land trekken!

1)
De cijfers voor
1925
voor de hooge colleges en de
rechterlijke macitt zijn
de der sedert chen door de Tweede
Ranier verworpen wetsontwerpen. Voor
.
(leze ambtenaren
is dus vooralsnog cle toestand ongunstiger (lan wij aan-
gaven ; zij zijn immers itu nog sleecis aai.i den regel der
0
pOt. korting onderworpen.

In de vierde plaats, wat het on.dervijend porsO

.neol betreft, etaat de’zaak, voor zoover vorgelijki.ngen
mogelijk zijn, niet name wat de daling in 1.925 betreft
« niet anders dan bij de andere groepen. Voor den on-
gehuwden onderwijzer, die geen hoofdacte hoeft, komt

liet maximum op
f
2200 wel laag. Opmerienswaardig

is ook het groote verschil tussehen de salarisvermin-
dorirtig der leeraren bij het middelbaar onderwijs wat

betreft het maximum (al. 3 pOt. sedert 1920)
, en dc

pen odu elco verhioogingen (18 pOt.).

Wij zouden hieraan nog en Icele opmerkingen over

‘het militaire personeel willen toevoegen. Er ‘is geen

reden om aan te nemen, dat men
in het algemeen

genomen
een andere methode voor dit personeel heeft

gevolgd dan, voor het burgerlijke. Maar er zijn twee

reesehilp.unten, waarop de aandacht moet vallen. Men
hoef t hun ni., uit overweging, dat zij iii mmer wedu-
von- en weenenpensioen van rijkswege hadden gehad

(er was een speciaal on.de:rl’intg fonds voor), toen dit

ingevoerd werd, 5 pOt. hiervoor gekort, toen de bui:-
•erljie amihten aren van elke premie wenden vnijge-
steld. En bovendien is een speciale regeling gemaaid;

voor hen., die kost en, inwoning krijgen, met name
liet maninepersoneel; hier wordt nl. als vergoeding
hiervoor een zelcer percentage van het salaris gekort,

di.t voor ongehuwden veel honger is dan voor gehiiw-
den, die nog aan den wal een gezin hebben te onder-

hrnt:den,. Dit nog grootere verschil vooi: ongehuwden
clan bij de burgerlijke ambtenaren is mede e’en reden.
van, ontevredenheid hij cle onderofficieren en min-

deren.

En in de vijfde plaats moet nogmaals de opmerleing

von:den gomaalct, dat wij hier
regelingen
van salaris-

sen hebben behandeld en
niet
indivdueele
wericelijic

verdiende.
Voor de individuen Ican dan ook de toe-
starrcl anders zijn, hetzij gunstiger of ongunstiger dan
hier is geschetst. Dit geldt in het bijzonder voo:r cle
kleine gemeenten en ‘de nieuwe groep van ambtena-

ren-werklieden, waarvoor nog speciale bepalingen

zijn gemaakt.

Ten slotte nieenen wij wel tot deze algemeene con-
clusie gerechtigd te zijn, dat de verlaging der salaris-
sea bij het rijk, gepaard gegaan toet een hernieuwde

heffing van, een pensioenpremie, cnn te zwanen last
op de ambtenaren legt in vergelijking met ‘wat in, het

particulier bedrijf te const’ateere:n valt, waar zeker
ook belangrijke verlagingen hebben plaats gehad, maan
waar i.n den hausse-tijd dan veel belangrijker verhoo-
gingen waren toegekend, die niet altijd te laat lcwa-
men en beneden het nooclnalceljke bleven..

‘ Wij willen evenwel deze beschouwingen niet @idi.-

“gen zonder nog eenige woorden te hebben gewijd aan
de motieven voor de verlagingen, die vooral twee in

getal waren.

Het eerste motief is, dat het rijk gec’r geld heeft

voor een betere bezoldiging en zijn anibtenren niel;
meer kan geven dan het heeft. Wij achten. een dergo-
lijic standpunt voor ee:n openbaar lichaam niet goed
in.ouidbaa.r. Een eerste ei.sch is toch voor den staat, uit
‘zijn taak steeds in omvang toeneemt en. de uitoefening
van die taak veelal ‘diep in het leven van de geheele bevolking ingrijpt, te zorgen, dat die uitoefening ge-
schiedt dooi: ten volle daartoe berekende werkicrach-
• ten. De bezoldiging van denen kan niet geregeld won-
den naar de beschikbare geldmiddelen, maar hangt
af van de loonvorming in de ‘vrije tea’atschappij, waar-
uit de beste Icrachten moeten woeden getrolci art. Zijn
daarvoor de geldmiddelen niet beschikbaar, dan kan
de staat die taak niet volbrengen; doet, hij het toch, dan zal hij, zoodra de opleving komt en het aanbod
vao werkkraehten vermindert, met onbekwaane Icrach-
‘I;en. zitten en zijn taak niet meer naar behooren, kun-
tien verrichten.

Tenzij het tweede mobiof voor de verlaging ju.isl:
moch.t blijken te zijn en zijn invloed zal doen gevoe-
len. Dit motief, dat wellicht het vçornaai sta is en.
veel te weinig op den. voorgrond is gebracht, ligt. in.

144

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

het streven om in do sal’ariisverlagdng te leggen een

dwang tot een soberder lovenswijs en door een sober-

der lovenswijs van een deel der bevolking, dat aldus
een voorbeeld moet geven aan het andere deel, te ko

men tot een vermindering van cle vraag naar een aan-

tal levensbehoeften en daardoor tot prijsverlaging,
dus tot vermindering der kosten van het leven, waar-

door vanzelf de reëele waarde van bot salaris weer
zal
stijgen.

Het komt ons voor, dat deze kun.stmatige wijze om
tot prjzveriaginig te komen uit economisch oogpunt

ondeugdelijik zal blijken te zijn. Zeker, indien het voor-

beeld van het rijk door alle andere openbare lichamen

en door alle particuliere werkgevers werd gevolgd,

zou dit wellicht eendgen invloed
01)
de prijzen kunnen
hebben. De lagere bonen zouden de productiekosten

verlagen, doch alleen merkbaar hij waren, bij welke

de loone:n een eenigermate groet deel van die kosten

vormen, en hèb is mogelijk, dat die verlaging van kos-

ten niet aan den ondernemer als grootere winst ten
goede zou komen, maar als gevolg van de verminde.rdè

vraag den prijs zou drukken. Een verminderde vraag
is eel’iter alleen mogelijk van artikelen, clie geen eerste

levensbehoeften vormen en dus niet
moeten
worden

gekocht. Deze artikelen maken echter slechts een ge-

ring deel uit van het goheele budget en zullen dus
ten slotte slechts weinig tot_veringn.g vaiçden levens-
standaard kunnen bijdragen. Sterker zou natuurlijk

de invloed zijn, als alle bonen over de goheele vereld

werden verlaagd, zoodat ook dc kosten van groii dstof-
fen, materialen, vracliten, enz. vormiuclerden.

Maar treedt de staat geheel alleen op zonder eenig

verband met al die anderen, dan is de waarschijnlijk-
hei’d groot, dat hij niet anders doet clan groot leed

brengen over zijn personeel, hetwelk geacht wordt dat
voor hot algemeen belang over te hebben, zonder het
gewen’sehte resultaat. Immers hot hoeft allen schijn.

dat wij over het diepste punt der depressie heen zijn

en dat er dus van verdere verlagingen van bonen iii
het particuliér bedrijf niet veel meer zal komen. De
groote loonsverlagircgen, die ook daar (ho.uwbeclrijf,

metaalindustrie, drukkerij, enz.) hebben plaats gehad,

zijn voorbij en daarbij valt bovendien te bedenken, dat
zij voor de betrokkenen veel genia,kkelij’ker zijn te dra-
gen geweet dan voor de ambtenaren ‘die van thans,

omdat –
in tegenstelling niet den. staat
– daar dc

bonen eerst sterker waren verhoogd dan de kusten
van het leven en ondanks de verlaging bij het vermin-
deren der kosten van het lcen nog altijd boven de
verhooging dier kosten zijn gebleven.

Wij meenen dan ook zeer positi, dat de staat te
‘er is gegaan cii er niet af kan zoo spoedig eiogelijk
t6t herstel van het gebeurde te komen. 1-lij zal, dan
goed doen tevens alle onregelmatigheden en onbllijk-
heden, wat de onderlinge verhouding der functies ho-
1

treft, (wij wijzen vooral nog eens op de middengroepen
en een aantal der allerhoogste betrekkingen) goed te
maken. Wij hopen in het bovenstaande eenig materiaal
ook h:iervoorte hebl)en verschaft.
VAN ZANrEN.

EEN GEVAARLIJK ONTWERP.

II (Slot).

In een vorig ‘artikel ‘vestigde ik de aandacht op de ornstige gevaren, welke de Rijkseersheid, in cle toe-
komst, bedreigen, zoo het aanhangig ontwerp tot wij-
ziging’van het Regeeri ngsieglemont ongewijzigd mocht’
worden aangenomen. Thans wil ik wijzen op de con-
sequenties van de voorgestelde organisatie voor de
interne ontwiklceling van Ned.-Indië.
2o. De revolutionneering van indië.

Do eerste cisch, dien men aan elke staats:regelirig
stellen mag is ‘wei deze: dat zij klopt met de realiteit.

In ‘het algemeen gesp:roken staat men, bij liet ont-
werpen van een ‘staatsregeling, voor twee mogelijkhp-
den: ôf men heeft te maken met een gebied, dat ‘be-
woond wordt door 6n, homogeen, staatsvolk of natie;

f ‘het staa’tsgchied wordt door verschillende hetero-

ge’ne volken of stammen ‘bewoond.
In het eerste geval
kdn
zulk een natie van het zelf cle
ras, do’ zelfde taal, de zelfde religie zijn; doch dit is

geenszins noodzakelijk; do Belgische natie b.v. ver-
keert niet in dit geval; wat een of meer’ volken er-

kelijk ‘tot st’aatsvolk, tot natie stempelt, is ‘een, wils-

feit; het door oene gemeenschappelijke geschiedenis
gevormde saamihoorigheidsbewustzijn; le désir d’etre

ensemble. Voor zulk cciie ‘natie is cle eenlheidsstaat de
natuurlijke, haast zon men zeggen, de schier noodza-

lcelijke staatsvorm.

In het tweede geval kan er, eveneens, t,ussc’hen de

verschillende volken, clie een gebied bewonen, eenheid

van ras enz. zijn; doch de geschiedenis heeft ze’ ver-
vreemd, zoodat zij nimmer een gemeenschappelijk na-

tionaal gevoel hebben kunnen ontwikkelen, d.w.z. geen

natie geworden zijn. In zulke gebieden is cle staats-
vorming noodzakebijierwijze, in plaats van een proces
van binnen-uit, een daad vafi buiten-af: de staatkun-

dige eenheid wordt, aan zulke voilcen,
opgelegd.
In welk van beide gevallen verkeert nu Indië? Nie-
mand ‘zal ontkennen: in liet tweede geval. De staat-
kundige eenheid van Ned.-Indië is
uitsluitend
het

resultaat van den wil, der Nederlanclsche herschers.
Het scheppen. dezer .staatkundige eenheid is de hoog-

ste weldaad, clie het Nederlandsch Gezag aan Indië
heeft bewezen; met liet wegvaiien ‘dezer eenheid zou-

den, op den duur, vrijwel alle andere zegdnungen, die
dit Gezag heeft gebracht, moeten verdwijnen.

De natuurlijke, en (moet het herhaald worden?),

door alle politieke partijen ten onzent gereedelijk
aanvaarde ontwikkeling van Indië moet leiden tot

eene geleidelijke vervanging vat), de autocratie van
den vreemdeling door cie autonomie van den inboor-
ling. Het vraagstuk, dat daardoor aan de orde komt
is: hoe het best, in een toekomstig autonoom Indië, het behoud der •door cle Nedevlandsche autocratie

geschapen staatseenheici te verzekeren’ en te waar-
borgen.

Omtrent het antwoord op deze vraag bestaat geen

verschil van meening: de beste waarborg ware de
geboorte van een homogeen Indisch staatsvolk.
* *
*

Doch ‘hier beginnen de moeilijkheden. In hoeverre
bestaat zulk een Indische natie reeds? En door welke
staatkunclige organisatie kan Nederland het best tot
de verdere ontwikkeling van dit noodzakelijk sub-
straat van zijn schepping, de Indische staatseenheid,
bijdragen?

De eerste vraag is een questio facti., – waarop een
préalabel antwoord vereisc’h’t wordt, wil eene juiste
beantwoording der tweede vraag mogelijk zijn.

Bestaat er reeds een Indische natie? l)e meesten
– met Treub – ontkennen liet ten sterkste. Zij zien
weinig meer dan een aggbomeraa.t van allerlei volken,

en stammen. Sommigen daarentegen – met Van Vol-
lenhoven – juichen over ,,het heribéren Indonesishc
volk”.
Beide partijen hebben gelijk en ongelijk. – Zon’cicr
den minsten twijfel slaat Treisb, wanneer men het oog
slaat op de massa der Indische bevolkingen, den spij
ker op de kop. De verschillen ‘van taal, van religie,
van kunst., van historie tusscihen de verschillende vol-
keren zijn j:iiet minder groot, dan die tusschen ver-
schillende Europeesche volken; en wat de veelgeprc-
ren raseenheid betreft: Leiden leze eens het Gids-

artikel van den ‘heer Colen’brander over ,,Ras en
Volk”, en beere hoe weinig raseen’heid tot de vorming
dci nationaliteiten bijdraagt. Doch aan den anderen
kant behoeft het nationaal sentiment geenszins tot
be massa te zijn doorgedrongen, om, onder be’paa1cl
omstandigheden, tot de geboorte eener natie de noo-
dige stuwkracht te geven. En het is niet te ontken-
nen, dat er in Indië, vooral onder de amlbtenaren een
zekere, door ons onderwijs uit den eigenhijken volks-

bodem ontwortelde groep is, het ,,denkende” deel,

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

145

om in de delicieuze terminologie van het Rapport

der .Herzieningscommissie te spreken, – in welke

ce:a zeker ,,Inclisch” nationaal gevoel leeft; een

ge-

voel, dat voornamelijk zijn oorsprong vindt in cle

gemeel]sc4happeiij’ke tegenstelling met den Nederland-

scien overlieerscher, – evenals men zich, in de vreem-

del:ingei-koioniiin in ‘het Verre Oosten, zelfs tijdens
den wereldoorlog, in gemeenschappelijke tegenstelling

met Japanners en Ohinee’zen, voor alles Earopeeë.r
voelde, zonder dat men, als ik mij niet bedrieg, nog

van eene Europeesche ,,natie” kan spreken.

Ïe vraag hoè verbreid, en boè sterk dat sentiment
is, is een nuttelooze twistvraag: de hoofdzaak is: dat

wij ons in Indië in een ove.rgangstoestand bevinden

niet ongelijk die in Rusland v66r den oorlog.
Het

hang t nu behalve van buitenlancische gebeurtenissen
voornamel?.11c af van de binnenlancische politieke Or-
ganisatie, of de ontwikkeling van de verschillende

Indische volken tot een Indische natie al dan niet

geleidelijk en rustig zal kunnen voort gaan, en daar-
mee cie voorwaarde roor cle handhaving van indib’s

staatskundige eenheid ook bj en na een geleidelijk

zich terugtrekken van het Nederlandsch gezag, zal

worden geschapen.
* *
*

Iviet de stelling raken wij den kern vait het staat-
ktii:idig probleem, dat door ‘het aanhangig wetsontwerp
tot oplossing moet wo den gebracht.
Nu kan men, hij deze oplossing, twee wegen volgen.
Men kan, als ‘t ware, in de.staatkuudige organ:isatie

op cle daaronder liggende w’erkelijkhei’cl
vooruiiloo-pen,
en cle begeerde en noodzakelijke Indische iiatio-

naliteit als ‘t ware in de broeikas der staatsinsteilin-
gen trachten te ,,trekken” ; men kan ook van meeni ng

zijn, dat die Organisatie cle werkelijke toestanden, zij
het op den voet, moet
volgen.
In het eerste geval neemt men allicht de wensch

voor de werkelijkheid; in het tweede geval gaat men
van een ernstig onderzoek naar ‘de werkelijkheid uit,
om daaruit af te leiden wat mogelijk is.
De indische Commissie, aan welke 17 Dec: 1918
de herziening van het R. R. werd opgedragen, vond

voor zulk een ernstig onderzoek naar de werkelijkheid

niet den tij.d. De vermaarde ,,polssiag des tijds” klopte
in Indië nog sneller dan fhiey te lande. De Commis-
sie nam dus de wensch voor de werkeljiheid. De heer
Van Vollenhoven – die, naar hij ons in een recent
Gids-artikel heeft aangetoond, in rustige oogenhiik-
ken volstrekt niet geheel blind is voor de werkelijk-

heid, – had, vermoedelijk in een ,,prophetisc:i uit-
schieten” i),
een lofzang .geschreiren op de Indo-
nosische saimen’hoorigiheid, die, door de Commissie
(inderhaast met eenige schrijffouten) ‘geco’pieërd, als
basis en uitgangspunt werd genomen voor haar voor-

stel: een op dit gefautaseerd eenheidsvolk gebaseerde
fantastische eenheidsstaat. Dit Indische thema werd
door de Commissie-Oppenheim
zonder één woord van
kritiek op
de
beginselen,
technisch verbeterd, en dus,
moet men aannemen, althans wat die beginselen he-
tre:Et, goedgekeurd.

liet hoofd orgaan van ‘die goprojecteerde eenheids-
staat is een. centrale Volksraad. Zoodra men nu eoh-
ter aa:n cle samenstelling,van dan Volksraad toekwa,m,
verdween de schoone eendracht en begonnen de moei.-

lijidieden. De ‘heer Ritsema van- Eck ‘heeft verklapt,
hoe liet niet de besprekingen over het kiesstelsel étc. is
toegegaan. Geen wonder, men kan al evenmin een
vol ksraad maken zonder volk, als hazenpeper zonder
haas. De eenvoudigste eerlijkheid had gevorderd,
alihant indien men zelf aan het bestaan van een In-
cl isch volk geloofde, en eene werkelijke vertegenwoo.r-
cl ging: wilde – het i niauclsc’he element cie m,eerde.r-heid te geven.
Maar dat wilde men niet. De Commissie, die
zooge.
naanid
‘cle wil van Indië tot uiting bracht, maar
iii

.1)
Vg1. Coeuhraii’der in Pallas Leidensis, p. 257

werkelijkheid een’e ambtenaren-commissie was, wilde

wel –, n daarover was men ‘t eens, – ,,ios van Hol-

land”, ci.w.z. los van de lastige, en inderdaad veel te

lang gehandhaafde detailbomoeiing van het Plein.

Maar ze begreep ooic zeer goed, dat Nederland zijn fei-

telijke macht niet zou loslaten, om die aan cciie on-
gecontroleerde a.mbtenaarsoligarohie te geven: en dus

moest men – wel ccii orgaan scheppen, dat zoowat
Parlemen t kon spelen; mits het hij
spelen
bleef. Want

de Indische ambtearen denken in clan grond der

zaaic juist zooals onze koning Willem 1, van wveo

Groen van Prinsterer eens geestig opmerkte, dat hij

een groot voorstander was der voikssouvereiniteit,

mits cle uitoefening daarvan in zijne handen gelegd

werd. In den grond der zaak dacht ‘de I
n
dis
c
he l)u-

reaueratie er niet aan de teugels uit handen te geven;
ik . schijn streefde men naar cciie zoo goed mogelijke
,,vertegenwoordiging van het Inclisdhe volk”; in wezen
trachtte men in de eérste plaats eene samenstelling

te verzekeren, waasmee de autocratie icon ,,werken”.

Deze dubbelzinnigheid is do oorzaak van de zon’de:r-

linge samenstelling van den Voiks.raad, dieniemand
voldoet,.die niemand voldoen kan, om do eenvoudige

reden, dat zij op geen enkel staatsrechtelijk beginsel
berust, behalve dat van het meest begiinsellooze oppor-
tunisme.

Zoo is men volstrekt yast geloopen, en ‘dit ontwerp

ziet er alieriiinst naar uit, dat het de, zaken weer
vlot zal brengen. –
Want letterlijk niemand durft openiartig de
con-
sequentie
onder de oogen te zien, van het eenmaal
aalivaarde en ook
iii
dit ontwerp gehandhaafcle
systeem. l)eze consequentie is deze, dat, hij elke on-

elcunsteide regeling van het actief en passief Icies-
recht voor den Volksraad, de meerderheid noodzalce-
ljicerwijs in zeer korten tijd aan het inheemsche
element moet komen. Tegenover zulk cciie meerder-
heid zal de positie van ‘het centrale Nederlandsche
Gezag onhoudbaar worden, – en wel onhoudbaar op
een oogenbEk, dat de onddrbouw der Indische autono-
mie nog niet voltooid
kan
zijn.
En dan, wanneer de Volksraad zijn rol als vernie-
tiger van het centrale gezag heeft vervuld, dan zal de
fout van den opzet ook ten opzichte van Indië’s na-
tionale eenheid blijken.

Vertegenwoordigend lichaam in naam van het één en ondeelbare Indische volk zal liet in werkelijkheid
een instrument ‘blijken van verdrukking en overheen-
schirig van Java over de volken der andere eilanden,

(evengoed als het Britsche Parlement het nooit falend

instrument van Ierland’s verdrukking is geweest).
De strijd in
den Volksraad zal dan slechts het voor-
spel blijken van het vooral in een eilandenrijk zoo
gemakkelijke uiteenvallen der staatkundige eenheid.
Het is dit laatste inzicht, dat de scherpheiid ver-

klaart, ‘waarmede, iran yerschille,n.de zijde, tegen de
fictie van het
bestaan
van een Indisch volk, als
basis
der staat sregelzng
wordt opgekomen. Deze scherp-
held wordt niet verklaard uit ,,de verbittering over
de fictie van een
groeiende
Indische voilcsgemeen-
schap”.
1)
Zulk
eene verhittering bestaat niet. Integen-
deel,
ook voor ons is die
toekomstige
volksgemeen-
schap ‘het
doel
der ontwiklceling, en de scherpheid tegen de fictie, dat deze volksgemeenschap alreede
bestaat,
en als ‘basis voor de
tegenwoordige
staatsin-
richting wordt genomen, vloeit uitsluitend voort uit
de op de ‘historische ervaring steunencle (Yvertuiging,

dat door deze van boven opgelegde eenheid de rustige
ontwikkeling der i:ndi,sche voEderen tot eene Indische

natie hopeloos en onherstelbaar staat te worden on-
clerbi’oken. Niet afkeer van,
maar
zorg voor
de
slechts
door een Indisch nationaal he-urustzijn op den
duur te handhaven Indische staatseen’heid dijft tot
verzet tegen eene staatkundige organisatie, clie de
tegiisteilingeii tusschen de Indische volkeren in een
Centralen Volksraad even scherp zal doen botsen als

J)
Vgl. De aanslag op Leiden”, p. S.

146

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

dit tusschen de Russische volkeren in de centrale

iJoerna het geval is geweest. . . . tot Rusland uiteen-
viel.

Men meene niet, dat deze vrees overdreven is. Onze
eigen jongere geschiedenis levert een zeer ernstige

waarschuwing, dat men hier niet met theorieën, maar

met realiteiten te pinken heeft. Ik bedoel de geschie-
denis en het lot van het Vereenigd Koninkrijk tus-

schen 181 cd 1830.

Ook hier drie verschillende volkeren door vreemd
geweld in 6611 staatsverband gedwongen. Ook hier de

fi.etie van een ,,Nederlandsch volk”, althans van een

,,groeiende Nederlandsohe voiksgemeenschap”. Ook

hier, uit nood, cle vervalsehing van dev.olksvertegen-
woordiging; cle toekenning, aan ‘den overheerscher,
Holland,
van
een grooter aantal zetels, dan waarop

het, op de basis van ,,volksvertegen.woord.igiug” recht
had. Ook hier dezelfde als reeds in Indië zichtbare

resultaten: latente verbittering bij de achtergesteide

groepen; verval sch ing van het partijwerLen; steeds

sterker op den voorgrond treden vi.n de nationale

tegenstelling. Voorts toevallige meerderheden, der

Z ui delijken, gesteund door ,,juriclisehe” Hollanders

(Brabanders). Vervolgens o n mogelijkheid, de hangen-

cle zaken af te doen. Bedreigingen met een staats-

greep. Toenemende besluiten-regeering. Volledige iso-

latie van de Regeering tegenover een, zoover niet om-

gehocht door ambt of gunst, in g.roote meerderheid.

vijandige Kamer. Tot eindelijk, om nietige aanleiding

cle bom barst: vernietiging van het Centraal Bestuur
en uit elkaar vallen van ‘t Rijk.

Is het nuttig, is het wijs dat een volk de lessen zij-
nei. historie z66 opzettelijk in den wind slaat? Zij zijn,
zou men geneigd zijn te zeggen, duur genoeg’ betaald!

ik mag niet ontkennen, dat ik deze artikelen zeer
ongaarne schrijf, omdat zij mij schijnen te brengen in

het gezelschap van hen, die sedert eenige jaren den
tegenwoordigen bewindsman aan Koloniën met vaak

zeer déioyalé critiek hebben overladen.

Tot dit gezelschap wensch ik echter allerminst ge-
rekend te worden. De heer De Graaff heeft zijn ambt

vervuld in eene uiterst moeilijke periode. Hij vond
het vraagstuk in verkeerde richting gepraejudicieefcl,
en heeft bij. de gelieele voorbereiding van dit ontwerp

gestaan voor de ‘hopelooze taak een verknoeide zaak
zooveel mogelijk terecht te brengen. Daarenboven is
hij in bijzondere mate gehandicapt •geweest, door een
‘eel der pers, die goed vond elk zijner, van de hare
afwijkende, meenin’gen als bewijs van onbetrouwbaar-

heid en vijandscihap tegen Indië aan de kaak te stel-

len. Zoo, tussohen twee vuren, en uit ‘het Parlement,
juist in deze materie, niet de spontane aan’moediging
‘erknijgend, om een geheel nieuwen weg op te gaan,
kon hij wel niets méér doen, dan aan de politieke bob-
slee, die op de helling van het pseudo-parlementa-
risme naar den afgrond der anarchie stond te worden

losgeiaten zooveel mogelijk remmen aanbdengen. Dit
werk is, zoover de Minister en zijne kundige ambtena-
ren konden gaan, met zorg en bekwaamheid verricht.
Men lette maar eens op de voorzorgen, die genomen

zijn, om, bij eene eventueele toepassing der non-coöpe-
ration politiek, aanbevolen in het Gedenkboek der Indonesische Vereeniging, de geregelde vaart van

hot schip van staat te verzekeren. En het• zal aan de
Kamer staan, het aantal dier remmen – door het
laten van de meerderheid in d&n Volksraad aan de
Nederlanders; door het schrappen van het recht van

initiatief; door het scheppen van het recht van ont-
binding, enz, – te vermeerderen.
Doch het zal altijd blijven wat het, gegeven den aard
van dit ontwerp, moet zijn: tegenspnrrelen.d meesuk-
kelen op een weg, waarvan men het einde niet durft

zien; het zoeken van ‘den veiflge ,,middenweg”, die
een beginselloos conservatisnie altoos gezocht, doch
nimmer gevonden heeft; het reageeren tegen’ beginse-len, waarvan men de conseqneiitie niet aaiidurf t. Wei-

kelijke verbetering ijs onmogelijk, tenzij men van be-
ginsel vej.andert. Durft men dit niet, dan zal men
eerst
dit
en vervolgens elk ander
ontwerp, dat het
ideaal dci.’ Herzieningscommi ssie meer nabij brengt,
wel
moeten
aannemen, ,,omdat het niet anders
kan’. , . . tot het bittere eind.

Kan. het niet’ anders? De vraag behoorde eigenlijk,
hij de tegenwooi’dige polti eke constellatie, ni et eens
behoeven gesteld te worden; – ‘alhhans, indien cle be-

ginselen van het historische, antirevolution naire

staatsrecht, dat ziet alleen door Groen, maar, in zijn

beste jaren (1830), ook door Thorbeeke is geleerd, in
beider volgelingen nog’ leven.

Hoezeer cle zaak gepraejudicieercl zij, – er is, bi
;
j
rusti.g overleg, zelfs thans, om.nium eonsensu, nog ont-

zaglijk veel te redden. Dit schijnt ook de meaning te zijn van de gezaghebbende stemmen, clie, in
,,Stan-
daard”, ,,,Handelsblacl”, ,,Nederlander”
en
,,Vade’r-
land” op
het instellen eener Staatscommissie aan-
dringen.

Zal de Minister zich tegen dit denkbeeld verzetten?

Het komt mij niet waarschijnlijk voor. Zoo begrijpelijk

liet is, dat hij zich, in de gegeven omstandigheden,

tegenover Indië verplicht acht, de verantwoordelijk-heid aan de Staten-Generaal te laten, – zoo onbegrij-
pelijk zou het zijn, indien hij
voor zich op
de behan-
deling veel prijs stelde.
De Minister De Graaff heeft, tegenover de geschie-

denis, in zake de staatsregeling van Indië, een vee]

betren titel, dan ooit dit ontwerp, wet geworden, zijn

zal: hij zal met eere bekend blijven als de schepper

en iwichter der Provinciën, – cle noodzakelijke

grondslag van dce niet-revolutionnaire opbouw van
de Indische staatsorganisatie. Vreest men voor oot-
stemming in Indië?. Men herinnere zich de oppositie
tegen de instelling der Provinciën, ,,in naam van

Indië” door den heer Carpentier Alting eenige jaren
geleden gevoerd. ,,Indië”, zoo heette het, ,,zou het

negeeren van zijn wil niet dulden”. Het wetsontwerp

is aangenomen, en van Indië’s wil is niets meer vei-nomen. Integendeel is iedereen content.
Moge de meerderheid der Kamer, – die partijen in
‘t bijzonder, die zich naar Groen en Thonbeoke noemen,
– dan hare verantwoordelijkheid tegenover Indië,

maar niet minder tegenover zichzelf begrijpen!

Want een aanvaarden van dit ontwerp ware – het
ma’g niet worden verheeld, – een zoo openlijke ‘abdi-
catie van de beginselen, uit welke zij heeten te leven,
dat zij, – het lot der conservatieven na 1848 is een

waarschuwend voorbeeld – voor de partijen, die zich
daaraan sohuldig maken, zal blijken neer te komen op
cciie abdicatie van den zedelijken invloed, die zij,
qua
beginseipartijen, in den lande bezitten, en daarmee,
op de.n duur, op een abdicatie van de politieke mapht.

C.
GEIcRETsoN.

HET TWENTE-RIJNK ANAAL.
Den 4en November 1919 werd de wet, waarbij cle
aanleg van dit kanaal
1)
werd bepaald, aangenomen.
Sindsdien wordt aan de voorbereiding der uitvoe-
ring gewerkt.. Het vorig jaar was hiertoe
f
50.000
0
1
)

de begrooting gebracht. Voor 1925 meende de Minis-
ter van Waterstaat echter met liet luttele bedrag’ van

f
15.000 te kunnen volstaan, mede, dienende voor ,,het
gereedmaken der bescheiden, noodig voor de eerste
ter-visie-legging, als bedoeld hij art. 6 der onteige-
ningswet.”
De Commissie tot bevordering van den aanleg van

het Twente-Rijnkanaal heeft dezer dagen de mede-
deeling ontvangen, dat de Minister hiertoe thans op’

1)
Zie voor het tracd bijgaand kaartje. Het kanaal en
zijn zijtakken worden aangelegd voor schepen.van 600 ton,
Het eerste pand strekt zich uit van bij den Boven-Rijn tot Almelo en even bewesten Delden, d.i. over pim.
80 K.M.
Tussehen Delden en Enschedé zijn
3
sluizen met in totaal
18.50 M.
verval. Een sluis in den zijtak naar Oldenzaal
brengt het hoogste punt dan op
35 M. ± N.
A. P., dus’
nog 6.50 M. hooger.

18 Februari .1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

147

TWENTHE-KAALEN.
O0RLOOPIG VASTGESTELD TRVd

VERKLAÇUNG
SPOORWEGEM

KP.KANMLPEJL IV tlN.A.P

di-acht heeft gegeven. Aan de eerste der door haar,
nadat het uitvoeringstempo op 4 Nov. 11. in de Twee-

cle Kamer nog eens besproken was, geformuleerde wen-
schen, is hievmede voldaan.
Van eenige geneigdheid, evengenoemd bedrag van

f 1.5.000
tot – waartoe
01)
grond der betere financieele
perspectieven toch wel vrijheid zou luimen worden

gevonden – bv.
f 100.000
te ,verhoogen 6f – waar het voo:rai om gaat – een. definitieve toezegging te doen omtrent het jaar, waarin de eerste spade in den grond zal worden gestoken -. de twee andere desiderata der
Conrnissie – bleek echter nog niets.
Toch wijst de Regeering het verwijt af, dat de aan-
leg• van het karual haar niet genoeg ter harte zou
gaa ii.
.Zij heeft echter, nadat de door belanghebbenden
bijeen të brengen
f 6.500.000
reeds spoedig na aan-

noning der wet waren toegezegd, en ondanks de ma-
la.ise vrijwel geheel toegezegd bleven, er geen bezwaar
in gezien, in het midden van het vorig jaar alles we-der op losse schroeven te zetten door het redigeeren
VA.1l,
een door belanghebbenden te teeken.eu
definitief
contract, dat geenerlei waarborg biedt voor een spoe-.
dige tnuitvoerlegging van de wat, en waartegen
velen; die een bijdrage toezegden, mitsdien bekwaar
hebben.
Het valt té begrijpen, dat men in Twente wijst op
de geheel andere wijze, waarop de uitvoering van dc
llJim twee en een half jaar later aangenomen wat tot
aanleg van de kanalen Maasbracht—Born en. Bom–
Maastricht ter hand wordt genomen, kanalen, waar-
vooif
bdvendien van belanghebbenden geenerl.ei bij-
drage is gevraagd.
Voor den aanleg van het TwenteRijnkanaai’ kun-
riert immers evenzeer verschillende aan het algneen
bel an.g ontleende overwegingen worden aangevoerd,
daar Twente tot d.csverre practisch geheel verstoken
bleef van- een waterweg.
Allereerst zullen

omslechts een paar punten aan
te stippen – bestaande industrieën van het kanaal
profiteeren. De K. v. K. voor Twente wijst erop, dat
dë s teenkolenaanvoer voor dit belangrijke industrie-
district, na het totstankomen van het kanaal, te
water zal kunnen geschieden. Ook de ruwe katoen, totdusverre vooral via Brenien
ingevoerd, zal – waar het zich laat aanzien, dat dc
vevschep.ing voortaan over Rotterdam en Asterdam
zal ku.nnen plaatsvinden – evenzeer voor vervoer te
water in aanmerking komen: Hetzelfde zal het geval
zijn met ‘het transport van voor de spoorwegen te zware
vrkstu.lckeu der metaalnijverheid, i.c. ketels, die thans roet veel- transporbmoeilijkhed-en via het Aimelobsch
kanaal moeten worden geëxpedieerd. Vestiging in
Twente wordt voorts verwacht van steen-bakkerijen,
waarvoor de grondstof in ruime mate aanwezig is,
doch wier product- geen spoorvranhten kan

dragen.
Ook de aanvoen van bouwmaterialen voor fabrieken
en de huizen der zich sterk uitibreidende bevolking

al langs dcli waterweg kunnen, geschieden. Vaar het

distyict- tevens nog sterk agrariscliis zal het kunst-
mestvervoer en dat va n..lanclbo-uwproductcn tevens

van den waterweg kw neu j).rOfi teeren.

– 01) do vri.ag of ,,inderdaad de vervoerkosten lang-s

den. nieuw’cn w’eg een economische besparï:ng betee-

kenen” zal -hier niet uitvoerig worden ingegaan. In
iijn Haagsh Maaiclbiadartikel van Juli 1924 noemt

Mr. Patijn het kanaal niet onder de het spooiweg-

tekort vergrootende werken. Voorts zij er
09
gewezen,

dat cle belang-rijke, hieIrvoor genoemde en dooi liet ka-

naal mogelijk gemaakte nieuwe vervoeren niet aai’i

den spoorweg worden ôu ttroi ken. Verder Ii eeft Twen-

te geen vervoer van zoo over’heersc-hënde relatieve bc-
teeken is als in Limburg dat van steenkolen naar het
iT
ool
.d
efl
; hetgeen naar schatting voor de helft naar

dcii waterweg zal afvloeien. Daarbij teelc6nen zich naar
het schijnt de verdere industrial iseeringsmogelijkhe-
den hier duidelijker af dan in’ het Zuiden des lands.

Alen heeft in Twente als een der oudste nijverheicis-

cl istrict-en van Nederland, waar ondanks betrekkelijk
n gunstige verkeerstoestan-den’ – han del en ii ijverh ei cl

een groote vlucht hebben genomen, ervaring omtrent
den opb1oei, die op verbetering der ve:rkeersmogelijk-

heden volgt, een ervaring, die, naar hiervoor bleek,

ioh uit in liet feit dat men bereid is in belangrijke
iiate tot de kosten van uitvoering der kanaalwerken
bij te dragen.
1)

f,
Het is dan ook te wenschen, dat de Minister tege-
moet zal komen aan de redelijke verlangens der Twen-
tenaren, het niet bij bovengenoemcle voorloopige ter-isie-1igging zal laten en het volgend jaar een bedrag-
cp de begroot-ing zal brengei, dat in staat zaIl stellen
de’ uitvoering der werken ein-dhij1c krachtig’ter hand
te nemen. Doet hij een toezegging in deze richting,
dan schijnt het aan geen twijfel onderhevig, of do
toezeggingen voor de volle, door belanghebbenden bij-
een te brengen
f
6.500.000
zullen spoedig contractueel
zijn vastgelegd. , -, – – W.

BUITENLANDSCHE MEDEWERKING.

1)E FRANSCE[-D1JITSCHE ONDER.E[ANDELTNGEN

OVER EEN 1TANI)ELSVEItDRAG.

Prof. Brtrand .Nogaro te Parijs schrijft ons:

} I[n een vorig artikel
2)
had ik reeds gelegenheid, liet
algemeene kader aan te geven, waarbinnen de Fransch-
Duitsche enomische ônderhandelingen zouden plaats

inden. Frankrij-k staat nog’ onder ‘het in 1802 tot
stand gekomen douanerégime, dat een algemeen of
raximunftarief en een- minimum-tarief i nstel cle

ieik laatste als grondslag voor onderhandelingen
moest dienen. Dit régime is door latere wetten eenigs-
zins gew’ij’zigd: in het bijzonder door die van 10
.
10,
‘elke liet -mogèljk heeft gemaakt een interuiecliai
tarief tusschen het maximum en het minimum vast

t stellen ei door de wet van 1919, welke, overeen-
komstig’de opvatting der Fransohe wetgevende en uit-
– voerende macht, .de algemeene toekenning van meest:
bEegunstigihg uitsluit. Wat het tarief aangaat,

dit
h
t
eeft nu reeds een vijftiental jaren geleden, in 1910,
liet voore-p uitgemaakt eener algemeene herziening
en sindsdien zijn, er slechts -geringe wijzigingen in
behalve dan de algemeene verhoogingen, –
tbt stând gekomen door de toepassing van coëfficiën-
tn, ‘die geen andere uitwerking hebben gehad clan.

de 611de rchten eienredig aan de pi-ijsstijging der
g’oederen te verhoogen.
Dit régime nu is niet zeer gunstig- voor hairdelspo-
litieke onderhandelingen. Al hebben de Franeche on-
derhancleiaars ook de bevoegclhei’d tusscheutariven
– cit te w6rken, cle onmog

ëlijkheid, waarin zij zich he-
vi n’dti algemeene’ meestbegunstiging te verleenen,

J’)
Door de gemeenten
AlmeloÇ
Delden, Ensched(-_
Lonneker, Goor, Hengelo en Oldenzaal werd
f
2.030.500,
door aldaar gevestigde particulieren en firma’s rond

f1.743.000
toegezegd.
. –
,2)’
IIZie
:
pag.
1007
in het
No. van 12
Nov.
1924. –
liedi

148

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

IS Februari 1925

legt hun natuurlijk moeiiijJheden in den weg om cle

algemeene toepassjng dezer clausule van de tegenpartij

te verkrijgen. Anderzijds begrijpt men gemakkelijk,

dat een mini mum tarief, waarvan cle grondslagen zeer
lang geleden zijn gelegd, ook een gebrékicig instru-

ment bij. onderhandelingen is: in tal van gevallen ver-

zekert het aan de Fransche industrie geen met cle hui-
dige situatie ove.reenkorneiide bescherming en bijge-

volg kan het niet in zeer ruime mate toegekend
worden.

Bij deze algemeene omstandigheden hebben zich die,

uit het
Verdrag
van Versailles voortvloeiende, ge-

voegd. De artt. 264 v. van dit Verdrag hadden Frank-
rijk in het
tijdelijk
genot (voor een periode van 66n
jaar tot achttien maanden uiteenloopend) van de

:Duitsche voorooriogsche tarieven gesteld. Zij verze-

kerden Frankrijk bovendien eenzijdige rneestbegunsti-

ging, zoovei wat invoe.rverboden als invoerrech,ten be-

trof. Ten slotte schiep het Verdrag van Versailles een

speciaal régime voor Elzs Loliharingen, dat, t
i
hans
bu:iten cle Dnitsche tolgrenzen gelegen, gedurel]de vijf

jaren voor een deel zijner producten het recht van

vrijen invoer op Duitsch gebied zou behouden.

Al deze bepalingen waren bestemd, den lOen-

Januari jl. buiten w’erking te treden, tenzij de Vol-

kenbond tussohenbeide kwam, een interventie, waar-

om echter door het Fransche Gouvernement niet is
verzocht.
* *
*

:D.i.t waren cle omstandigheden, waaronder de

Fransoh-Duitsche onde-handelingen op 2 October ji.

werden geopend:

De Fransche Minister van Handel zette eerst de

clesiclerata van Frankrijk uiteen. i)e eerste eiseli was

afschaffing van het stelsel van contingenten en in-
voervejboden, w’aardoor Duitschland er sinds den oor-
log in geslaagd was, den invoer uit Frankrijk, ondanks
de meestbegunstigingselausule, te belemmeren. Hie.r

op volgden, naar hun beteekenis gerangschikt, de uit-
eenzettingen met betrekking tot Elzas-Lotharingen,

waarvoor de Fransche regeening gedurende een zeke-

ren tijd en voor zekere categorieën van goederen hand-

having wenscht van cle geprivilegieercie positie op cle

Duitsche markt. De Fransche minister onderstreepte
vervolgens de moeilijkheid, gelegen in het vestigen

van nieuwe economische betrekkingen tisschen de
beide landen ria de groote crisis, waardoor zij zoo
juist heen waren gegaan, terwijl bovendien de om-
standigheden, waaronder hun productie en handel

plaats vinden, zich aanzienlijk hebben gewijzigd. Ook
stelde hij voor, dadelijk tot een voorloopige overeen-
stemming te komen en trachtte hij een juist evan-
wicht tusschen de wederzijds te verleenen voordee-
len te scheppen.

Het hoofd der Duitsche delegatie wees er zijner-
zijds op, dat Duitschland niet van plan was het daai
voor den oorlog gevolgde beschermençle stelsel te wij-
zigen, maar dat .het de algemeene toepassing van de

meesthegunstigingsclausule wenschte. Deze laatste eisoh was voldoende, om nog pens uitdrukkelijk de
fundamenteele moeilijkhede.n bij deze onderhandelin-
gen te onderstrepen, omdat Frankrijk sedert den

oorlog aan geen enkel land al gememi e meestbegunsti-
ging heeft toegestaan.

Opgemerkt dient voorts te worden, dat het buiten
het officieele raam der onderhandelingen over een
handelsverdrag wel n:iet anders kon, dan dat de ver-
tegenwoordigers van Frankrijk en Duitschland geroe-
pen werden overeenkomsten van anderen aard onder
het oog te zien, min of meer directe kartela’fspraken
tusschen de industnieelen uit beide landen inhouden-
de. Vergeten moet ni. niet worden, dat het weder
hechten -van Ldtharingen aan het Fransche grondge-
biêd het vrnagstuk van de betrekkingen tusschen de
Fransche metaalnijverheid in Lotharingen en de Duit-
sche industrie deed rijzen. De Fransche industrieélen

vroegen iÏaging van invoerrechten, terwijl dé Duit

sohe regeering zich voorstelde, niet allee:n betaling
der invoerrechten in goud te eischen, doch cle bestaan-

de rechten met 50 pOt. te verhoogen. De Duitsche

deslcundigen weigerden dus aan het verzoek der

Fransche ijzerindustrie te voldoen, doch formuleer-
den voorstellen tot directe samenwerking: zij deden
allereerst de vorming van een internationaal – kartel

aan de hand, ten einde de Europeesche ijzerproductie

aan de consümtiebehoeften aan te passen en tusschen

de industrieelen der belanghebbende landen een over-

eenkomst inzake de verdeeling hunner uitvoeren tot

stand te brengen. De Fransche ijzer-industrie stond

niet vjjandig tegenover een dergelijk plan, doch zijn

verwezenlijking eischte vrij delicate internationale

besprekingen, welke in ieder geval niet direct lconden
worden, gevoerd.

De Duitsche ijzeri ndustriee] en steld en toen voor,

tot een voorloopige.n modl-19 vivendi te komen en van

hun Fransche collega’s eeii vast ijzercontingent te

koopen, (lat zijzelf aan de Duitsche verwerkendb in-

dustrie zouden afzetten. Overigens vroegen zij voor
de producten dezer industrie een gunstig invoer-

regime in Frankrijk. Het kostte den Franschen h-

dustnieelen geen moeite de ongema]cken, welke dit

dubbele voorstel voor hen inhield, te betpeui-en cii na
deze eerste besprekingen- werden de onderhandelingen begin December opgeschort.
* *
*

Daarna zijn de onderhandelingen naar men weet,
hervat, doch zonder tot dusverre te komen tot oplos-
sing der moeilijkheden, voortvloeiende uit de tegen-
gestelde gezichtspunten en in het bijzonder uit het
onderscheid, dat cle Du.itsch e ondenihandel aars willen
maken tusscJien de regelingen, geldende voor de Lo-
tharingsche producten en die uit liet Saargeibied.
Daar de onderhandelingen niet voor den løcien

Januari afgesloten Iconden worden, is van Fransche
zijde een poging gedaan, tot een voorloopige overeen-
komst te komen, welke slechts betrekking zou hebben op
een beperkt aantal artikelen, waarbij de buitenlandscihe

handel van beide landen in liet
bijzonder
belang heeft.
Den 12den December jl. overhandigde de Minister
van Handel een ontwerp aan de vertegenwoordigers
van liet Duitsc]ie i-ijk. Dit voorstel bracht vpor een
zeker -aantal Fransche producten meestbegcuistigin
bij invoer in Dui tschland mede, terwijl wederkeenig
een zeker aantal Duitscihe goederen in Frankrijk van het thans van Icracht zijnde minimum-tarief zou pro-fiteeren, of, in zekere gevallen, van een intermediai.r

tarief, waarover men van gedachten zou. wisselen.
Een ige dagen daa:rna formuleerde het. Hoofd der
Duitsalie delegatie, gelijk bekend, tegenvoorstelien,
welke bedoelden’ te komen tot een overeenkomst van
veel wijder streklcing en van de Fransche Regeering

zekere toezeggingen voor het definitieve tractaat wil-
den verlcrjgen. Voorts streefden deze tegenvoorsteileu
ernaar, op indirecte wijze meestbeguustiging te ver-
krijgen, welke Frankrijk ‘thans niet kan verleenen
wegens de hierboven aangegeven redenen.
Evenwel zijn einde Januari nieuwe Fransche voor-
stellen gedaan. De Fransche Regeering handhaafde

haar voorstel, om tot 1 Januari a.s. op een zeker aan-
tal belangrijke Duitsc’he producten het huidige Fran-
sche minimum-tarief toe te passen, het te laten gel-
den voor bepaalde contingenten van andere procluc-
ten en ten slotte voor een derde categorie goederen.
waarvoo:r het litiidige minimum-tarief geen voldoende
bescherming biedt, een intermediair tarief vast te
stellen. De Fransche Regeering wees ook op de nood-

zaak, waarin zij . zich bevindt, geen overeenkomst te
sluiten dan na veriiooging dezer tarieven, doch zij
heeft de ‘Duitsche delegatie voorgesteld, de noodige
verhoogingen met haar te onderzoeken en aan liet
Parlement te vragen, aan de aldus na deze besprekin-
gen vastgestelde vei-hoogingen zijn sanctie te verlee-
n en.

II
18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

149

Deze rnethode is wel zeer duidelijk in tegenspraak

met de sinds 1892 door de Fransdhe Regeering aange-hdngen princIpes. Zij zou erin bestaan in een overeen-

komst, zij het ook van korten duur, een deel van het ta-ri ef van invoerrechten te consolideeren., terwijl krach-
tens het beginsel der handelspolitieke autonomie,

sedert 1.892 van kracht, het Fransohe Parlement zijn

uiteindelijke zeggenschap over dit tarief behoudt. Hoe

dit
ook
zij, opgemerkt dient, te worden, dat de Fran-

sche Kamer steeds de vrijed zou behouden om,
n in-

die zij hot ticrief geheel of gedeeltelijk in den smelt-

kroes doet, een nieuw vast te stellen, dat ten tijde van

het sluiten van het definitieve handeisverdrag in over-

weging zou worden genomen.
Buiten de goederen, waarvoor Frankrijk aan

Dui.tschland het minimum-tarief zou toestaan., zou der-
halve een zeker aantal artikelen worden onderworpen

aan intermediaire rechten, doch dit tussoheutarief

zou in vele gevallen gelijk zijn aan en somtijds ]ager

dan dat, vastgesteld in vroegere verdragen.
Dc Fransche Regeering heeft voorts geen alge-
meene meestbegunstiging geëisoht. Zij heeft zich be-

perkt, behandeling op voet der meest begunstigde
natie te vragen, in een mate, overeenkornend met de

concessies, welke zij harerzijds doet door de toeken-
ning van het minimum of van een voordeelig tarief.

Deze voorstellen zijn gevolgd door nieuwe aanvra-
gen om verduidelijking door het hoofd der Duitsche.
delegatie en deze verduidehijkingen zijn einde Januari
door de Fransche Regee.ring verstrekt, die op haar
beurt aan de Duitsche vertegenwoordigers gevraagd
heeft, haar nauwkeurig hun voorstellen te doen ken-

nen. 1-let. Fransehe antwoord heeft- er overigens op
gewezen, dat -het geenszins in de bedoeling van de
Fransche Regeering ligt, een ,,vriendschappelijke op-
schorting” der besprekingen voor te stellen, totdat het nieuwe tarief door het Parlement zou zijn aan-

genomen. Een herzieningsontwerp i.s weliswaar bij
het bureau van de Kamer ingediend, doch dit ont-
werp is den Duitschen gedelegeerden bekend en heeft
reeds als grondslag voor de plaats gehad hebbende

discussies gediend.
De besprekingen zijn op het oogeublik nog steeds

in een onbeslist stadium, waarin de Dui.tsche dele-gatie voor het toekomstige, definitieve tractaat toe-
zeggingen tracht te verkrijgen, welke gelijkwaardig zijn met de door Duitsohiand te verleenen meestbe-
gunsti.ging. Het schijnt echter weinig waarschijnlijk, dat beide delegaties niet tot overeenstemming zullen

•lcomeri.
BERTaAND NOGARO.

AANTEEKENINGEN.

De Kamer Van Koophandel te Maas-
tricht en de Nederlandsche Spoorwe-gen over de icolenvrachten.
– Door de

:!rner van Koophandel te Maastri.o11

t werd d.d. 18

Nove.niber 1924 het volgende schrijven, waarvan zij de
Directie der Spoorwegen. een afschrift deed toeko-
men, aan den iI:inistar van Waterstaat -gezonden.

De Kamer van Koophandel voor het District Maastricht
cii Omstreken heeft cle eer cle aandacht van lJwe Excellentie
te vragen voor cle door de Nedcrlandsche Spoorweg-Maat-
schappijen gevoerde vrachtenpolitiok, aangezien deze o. i.
hierbij in het geheel niet, althans onvoldoende rekening
houden met het algemeen belang en dit op in liet oog loo-
pencle wijze achterstellen bij liet eigen belang der Maat-
schappijen, met name het verkrijgen van een sluitend budget.
Wij zijn ons bwust hiermede te raken aan een eenigszins
tecic kwestie, waar zeer zeker een sluitend budget der
spoorwegmaatschappijen in zekeren zin kan geacht worden
te zij’tl een algemeen belang, in zooverre de maatschappijen
hierdoor in de gelegenheid -moeten komen cle exploitatie van
het spoorwegnet aan cle hoogste eis-hen te doen beantwoor-
den en in -cle toekomst cle buitensporig liooge tarieven,
welke zwaar drukken op handel cli nijverheid, te verlagen.
Dit streven naar een sluitend bit’lget behoort echter niet plaats te hebben met middelen, welke door hunne uitwer-
king het algemeen belang meer schaden, dan zij dit door het
sluitend maken van het budget bevorderen,’ welk gunstig

resultaat in oiderstaand geval ook nog aan twijfel onder

hevig is.
Met name vragen wij Uwe aaiiclacht voor het feit, dat cle
spoorweg-maatschappijen door hunne tarievenpolitiek eener

zijcls voor cle buitenlaucische kolenproclucenten door speciaal
lage tarieven, een verbitterde concurrentie met onze eigen
Nederlandsche mijnen op cle hipnenlandsche markt mogelijk
maken, terwijl zij anderzijds de tarieven van het Neder-
landsche Mijnchistrict naar de bestaande kolenoverlaadin-
richting te Maastricht zo’owel absoluut als in verhouding
tot cle tarieven naar Noord-Nederland buitengewoon hoog
stellen zoodanig, dat cle Neclerlandsche Mijnen niet met
oordcel van het toch in zich veel goedkoôpére watervervoer
naar het Noorden, voor zoover thans reeds mogelijk, kun-
nen gebruik maken.
Het noodzakelijk gevolg hiervan is, dat de Nederla.ndsche
spoorwegen over de groote trajecten de kolen dl met verlies
v.ervoeren Of over de kleine trajecten veel te duur vervoe-
ren, hetwelk in het eerste geval de belastingbetaler mag
aanvullen, terwijl in het andere geval het door den Staat in
de mijnen gestoken kapitaal
(f
80.000.000,—) willens en
wetens in zijn rentabiliteit belemmerd wordt. Hetzelfde
geldt natuurlijk eveneens voor het kapitaal, gestoken in de
partienliere mijnen. Eenige hieronder staande cijfers mogen
dienen ter aclstructie van hovenstaand betoog:

Vracht prijzen per 10 ton. (inclusief stationsleosten en
exclusief rangeerlo enen) vôlgens speciaal tarief 3.

Van onder-Maas-
staande naar

Gro-
nevenstaande

tricht Amsterdam Rotterdam

‘ en

stations

Boschpoort

n ng

Kerkrade

K.M.

K.M.

1. M.

K.M.

(Laura). . 33f 20,50
223f
42,50
210f
41,50

f
49,50

Bleerlen …….24,, 1.7,50 214,, 41,50 201 ,, 41,50

,, 48,50
Terwiuselen .. 28,, 18,50 218,, 42,50 205,, 41,50

Nuth ………31,, 19,50 207 ,, 41,50 194,, 40,50

11
48,50

Simpelveld. .. 24,, 17,50 239 ,, 43,50 220 ,, 42,50

,, 50,50
‘Bovendien mag het als bekend verondersteld worden, dldit
de Staatsmijnen een speciaal tarief genieten bij’. naar Rot-
tei-dam van pim. f25,— per 10 ton.
Waar’ de vrachtenpolitiek der spoorwegen er thans reeds
bewustelijk op gericht is, ‘het watervervoer uit te schakelen,
hebben wij steeds met bijzondere belangstelling gevolgd de
1ouding, welke cle spoor wegm aatschappij en zouden inne-
men tegenover de Lïmburgsche kanaalplannen. En niet ten
onrechte, want hetzelfde streven om, ‘t kost iat ‘t kost,
vervoer te willen behouden, hetwehk economiseher langs den
waterweg kan geschieden, komt tot uiting in de actie, welke
door -cle s.poorwegmaatschappijen openlijk en verdekt tegen
deze plannen gevoerd wordt.
• Wij aarzelen niet, deze actie te- nonen in strijd met
het algemeen ‘belang, waar hier immers cle geheele ontvik-
keling eener landstreek en een groot belang voor lorize
hkvensteclen aan het spoorvegbelaug wordt opgeofferd.
Toorts achten wij ze kortzichtig, waar immers het eigen-belang der spoorwegen door de te verwachten industriali-
seering van, het Zuiden meer gebaat zal zijn, dan door het
te verliezen aandeel in het kolenvervoer geschaad. Kort-
zichtig ook, waar zoowel de toekomstige waterweg, als de spoorwegen in handen zijn van den Staat, als zijnde de be-
zitter van de meerderheid der aandeelen der spoorweg-
maatschappijen. Wat zoo met de eene hand zou- worden op-gebouwd, wordt met cle andere wederom afgebroken.
Wi,j gelooven niet, dat ergens nog de meening gehuldigd
wordt, .dat de spoorwegen in hun opkomst hadden moeten
zijn tegengewerkt om aan diligence en treksehuit het voort-
bestaan mogelijk te maken. De redeneering, welke wij echter
aantroffen op pagina 7 van het verslag der Nederlanclsehe
Spoorwegen over 1923, waar stemming gemaakt wordt
tegen de uitvoering van bovengenoemde kanaalplannen,
heeft hiermede veel overeenstemming.
Wij verzoeken derhalve Uwe Excellentie met aandrang
gebruik te maken van de aan den Staat als grootste aan-
deelhouder toekomende rechten en maatregelen te treffen,
waardoor de spoorweginaatschappijen reeds thans, en voor-
al in cle toekomst, wanneer de waterweg door geheel Lim-
burg zal zijn tot stand gekomen,
verplicht
zullen worden
bij het vaststellen hunner tarieven een economisch juister
standpunt in te nemen dan datgene, vat hun uitsluitend
door het vermeend dadelijk eigenbelang wordt ingegeven.
Het bestaansrecht der nieuwe waterwegen immers mag niet
afhankelijk gemaakt worden van een eenzijdige en ontoe-
laatbare, – immers verlies gevende, – vrachtenpolitiek
der spoorwegen.

Hierop heeft de Directie der Spoorwegen d.d. 26
November 1924 het onderstaande geantwoord:

150

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

Wij zijn Uwe Kamer zeer erkentelijk voor de toezending
van, een afschrift van liet schrijven, door Haar onder dag-
teekening van 18 November 1.924 gericht tot den Minister 1
van Waterstaat. Zij heeft ons daardoor de e1egenheid
geopend, en wij make.n daarvan gaarne gebruik, zelven eene
oging te doen om verschillend misverstand, dat bi ijkens
den inhoud van dat schrijven ten aanzien van ons beleid
hij Haar bestaat, w’eg te nemen en dpor beter inzicht te
vervangen.

TH
de eerste plaats zoi.ider wij dan bij iJwe Kamer willeti
wegnemen de meening, dat het verkrijgen van een sluitend
budget . een eigen belang der spoorwegmaatschappijen is.
Niets is minder juist. Zoowel de Maatschappij tot Exploita-
l;ie van Staatsspoorwegeii als de Hol)andschc IJzeren 1
Spoorweg-Maatschappij hebben in 1920 niet den Staat der
Neder1mden cciie overeenkomst gesloten, welke om. in-
houdt; dat cle Staat telken jarc zal betalen, hetgeen blijkens
(le winst en verliesrekening der Maatschappij vereisc)it
wordt orn 5 pCt. op de oude, zich ii iet in handen van (Ten
Staat bevindende, aandeelen te kunnen uitkeeren.

De heide Maatschappijen hebben dus hij eene sluitende
reken ing van haar gemeenschappelijk bedrijf geen belang,
wel de Staat, die hetgeen dat bedrijf te weinig heeft opge-leverd om alle kosten en lasten te (lekken, moet aanzuive-
ren. Hieruit volgt, dat een politiek, clie er op gericht is de
tekorten van het spoorvegbedrijf te doen verdwijnen, –
en wij. erkennen voloI(1ig,• dat ook onze tariefpolitiek in
de laatste jaren (lat doel steeds voor oogen heeft gestaan-liet staatsbeiang (di. naar onze wijze van zien niet slechts
in zekeren sin”, maar iii den incest volstrekten zin het
algemeen belang) beoogt te dienen. :[n deze zienswijze staan
wij niet alleen. De Regeering deëlt haar

blijkens haren,
herhaaldelijk ons te kennen gegeven, wensch, (lat Wij al
het mogelijke zouden doen om de spoorwegtekorten te doen
i’erd wijnen.

Uwe Kamer dwaalt, zouden wij verder willen opmerken,
als Zij meent, dat wij door onze tariefpolitiek voor de bui-
teul andsehe kolenproduceuten ee cie verbitterde concurrentie
met onze eigen Nederlandsche mijnen op de binnenlafidsehe
markt mogelijk maken. Het is niet onze tariefpolitiek, die
dat doet, en wij vullen dus de vraag laten rusten, – of een
vervoersonderneming blaam verdient, indien zij door hare
tarieven concurrentie of zelfs verbitterde concurrentie mo-
gefljk maakt. Zeker zal de Nederlandsché gebruiker van
steenkolen er niet over klagen, dat
01)
de binnenlandsehe
markt Nederlandsche, Duitsclie, Engelsche en Belgische
kolen concurreeren. Intusschen, als gezegd, die concurren-
tie kan men niet aan dle Nederlandsche Spobrwegen dan-
ken of verwijten. Het is voornamelijk langs den water-
weg, dat de buitenlandsehe kolen Ons vaderland binnen-
komen, en willen wij daarvan meer naar den spoorweg
trekken dan dc kleine hoeveelheid, clie om bijzondere rede-
nen per spoorweg vervoerd
moet
worden, dan dienen wij
lagere dan onze normale steeiikolentarieven (klasse c) ter
hcsehikki.ug te stellen. Dat doeu wij clan ook door middel
van ons speciaal tarief .12 en enkele bijzondere regelingen.
Voor het vervoer van (le producten der Limburgsche mij-
nen geldt e.’enzeer een tarief (ons speciaal tarief 3), dat
lager is dan klasse c. De prijzen van dit tarief zijn opge-bouwd. volgens het beginsel, dat aan alle Nederlandsche
spoor.weggoederentarieven – en w’aarlijk niet alleen aan cle
Neclerlandsche! – ten grondslag ligt, nI. dat het vervoer
van goederen .verhoudingsgewijs over een grooteren afstand
minder kost dan over een kleineren.

De vracht is dus voor

korte afstanden naar verhouding
hooger dan voor 1sge en op aandrang van de Nederlandsche
mijnen zelve zijn wij met cle verliiging voor groote afstanden
in speciaal ttrief 3 zoover gégaan, als toelaatbaar werd
geacht. De conclusie, die Uwe Kamer uit de voor verschil-
lende . afstanden verschillende hoogte van genoemd tarief
trekt, dat cle Nederlatidsehe spoorwegen cle kolen ôf over
de groote trajecten niet verlies öf over de kleine trajecten
veel te duur vervoeren, (in Uw. schrijven . staat dit iets
aticlors, maar cle bedoeling zal wel zijn, zooals wij het weer-
gaven) houdt dus geen steek. Integendeel,’ het prijsverschil
heeft juist teti doel zoowel op groote als op kleine afstan-
den een behoorlijke vergoeding voor den bewezen dienst te
ontvangen. Soortgelijke overwegingen deden ons het door
lJwe Kamer, niet geheel juist, vermelde speciaal tarief naar
B.otterclam in het leen,roepeu. Dat is een tarief, dat alleen van toepassing is op extra-treinen van eect bepaalde mini-
mum.belastiiig en die ten’ minste gedurende een maand cia-
gelij’ks, behalve des-Zondags, loopea. Voor dea spoorweg. is
dat de goedkoopste wijze van vervoer, omdat onudreg met
de tolk dien, trein. behoorende, wagens niet geraugeerd be-
hoeft to wo,rdeit. De geheele trein kan het, naar Neder-

landsc’lie begrippen, 1 inge traject afleggen, zonder eenige
vi,jzigi lig i ii zij ii saniei’istelhi lig.
Nu is liet iiatuiurhijk mogelijk, dat cle vallende schalen,
%’iarliiai onze goederentarievea opgesteld zijn, hier en daar
onjuistheden vertooiien, uitgesloten als het nu eenmaal is
0fl
niet on aaliveclutbare
Ii 0
tu wkeurigheid voor eIken afstand
de kosten van vervoer te bepalen, doch dit is zeker, dat
wij tot dusver bij liet vaststellen van onze goederentarie-
ven liet eenig economisch. juiste standpunt ingenomén heb-
ben en dat liet’ aan, het slot van Uw schrijven aan den Illinister gedaan verzoek, dat wij ons voortaan op
ccii
economisch juister stan.dpuut zullen. stellen, niet voor in-williging vatbaar kan zijn.
En
liU
liet standpunt, dat .wij innemen tegenover. den
aanleg van nieuwe kanalen. Uwe Kamer is daarover al bui-
tengewoon slecht i ugel ic’ht en indien Zij inderdaad, zooais
Zij schrijft, steeds niet bijzondere belangstellicg de hdudhing gevolgd. heef t, i’elke de spoorwegmaatschappijen tegenover
cle Limburgsehe kanaalplannen zouden innemen, clan moet
Zij weten, dat door ons nimmer ,,openlijk” of ,,verdekt”
eenige actie tegen die plannen is gevoerd.
Ons starrclpunt, niet in het bijzonder tegenover de Lin’i-burgsche kanaalplannen, doch tegenover eiken aanleg van
nieuwe kanalen, is het volgende:
Wij begrijpen zeer wei, dat handel en industrie in de
streek, die door een nieuw kanaal aan het groote Neder-‘
landsche net van waterwegen zal worden aangesloten, den
aanleg van dat kanaal gaarne zien. Zij kunnen er slechts
profijt van hebben, indien naast den spoorweg een concur-reerenci vervoermiddel komt, doch de gemeenschap nioel:
daarvoor groote offers brengen: Zij mag eerste den aanleg
van den waterweg, bekostigen, moet dan jaarlijks voor
ouderhoud en bediening zorgen en zal ten slotte het verlies,
dat de spoorwegen door liet nieuw’e vervoer te water lijden,
moeten dragen, hetzij in den vorm van hoogere spoorweg-tarieven clan anders geheven zouden behoeven te worden,
hetzij door bijbetaling van liet tekort op het spoorwegbe-drijf. Men heeft zich daarvan vroeger in Nederland nooit
rekenschap gegeven. Men nam – en Uve Kamer neemt
nog – als axioma aan, dat vervoer langs den waterweg
liet incest economisch is, en men bekommerde zich niet
om het nadeel, dat nico den spoorwegen, particulieren onder-
nemingen, toebracht.
Wij vragen: moet dat zoo voortgaan?
Moet men ook thans in tijden van tegeospoecl, van hooge
belastingen, hooge spoorwegtarieven en. schaarschte van
kapitaal, nu de spoorwegen een staatsbeianggewordeu zijn,
groote bedragen uitgeven voor nieuwe waterwegen, nieuwe
lasten voor onderhoud en bediening ‘op zich nemen en het
spoorwegbedrijf schaden, zonder vooraf te hebben nagegaan,
dat dit economisch verantwoord is?
Voor ons zelven hebben wij die vraag reeds meer dan een
jaar geleden ontkennend beantwoord en als logisch gevolg
daarvan er de aandacht van de Regeering op gevestigd, dat
cle rekening’ van liet spoorwegbedrijf niet zal kunnen slui-
ten, als de Staat voortgaat nieuwe kanalen te graven en,
voegden wij daarbij, nieuwe spoorwegen, waarvan de ren-.tabiliteit niet vaststaat, aan te leggen. Wij vroegen daarom
dien aanleg nader te overwegen, doch de Regeering achtte
dat niet noodig.
Wij zeggen niet en hebben nergens uitgesproken (ook
met op bladzijde 7 van ons jaarverslag over 1923), dat elke
aanleg van nieuwe kanalen niet economisch is. Wel twijfelen
wij. Voor ons staat bijv. reeds vast, dat liet boveubesproken
extratrein-tarief voor vervoer van steenkolen uit Zuid-
Limburg naar Rotterdam en Amsterdam goedkooper is, dan
ooit dat vervoer via een kolenoverlaadinrichting aan de
Maas of een Zuid-Limburgsch kanaal zal kuunen kosten,
mede iii idinmcrki]ig genomen het overladen en de waarde-
vermindering, clie de steenkolen, althans de meeste soorten
door cle overlading ondergaan. En het gaat ten slotte, als
men de zaak van economisch standpunt beziet, niet slechts
ouuu
cle kosten, die cle mijnrodueent moet dragen, doch even-
goedE om die, *elke de Staat besteedt om het w’atervervoer
mogelijk te maken.
‘Wij kunnen niet aannemen, dat. Uwe Kamer, die ons
eigenbelang en kortzichtigheid verwijt en voor het meest
economische vervoer meent op te komen, zal zeggen: de
Zuuid-Lirnburgsehe kanalen zijn in elk geval een Limburgsch
belang (voor onze havensteden zijn zij, indien de water-
vracht niet lager kcn zijn clan de spoorwegvracht, van geen
belang; i’oor cle haens is het dan onverschillig, of het
vervoer naar en van Limburg per water of per spoorweg
geschiedt) en dus moeten zij gebouwd worden. Mocht Zij dat
,niettemin doen, dan wijzen w’ij erop, dat die kanalen in be-
langrijke mate den invoer van Belgische kolen in’ Neder-
land zulle
.
ri vetgemakkehijken’ en dat zij dus, indien , tij,

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

151

zooals wij vreezen, zullen blijken niet van groote betee-
kenis te zijn voor den afvoer van de producten der Neder

landsche mijnen, slechts cle concurrentie op de binnen-
landsche markt zullen verzwaren. Ook de Limburgsche
mijiundustrie zal dus door een onpartijdig onderzoek van
de, van den aanleg der kanalen te verwachten, voor- en na-
deden gebaat zijn.
Mocht Uwe Kamer daartoe het initiatief nemen, dan
kan Zij bij voorbaat verzekerd zijn van onze bereiciwillig-
heid tot het verstrekken van de inlichtingen cii de gegevexiS,
waarover wij de beschikking hebben.
Ten slotte een verzoek.
Mocht Uwe Kamer den besproken brief aan den Minister
van ‘Waterstaat in eén dagblad of
01)
eenige andere wijze
piibliceeren of publiek gemaakt hebben, dan zullen wij het op prijs stellen, indien Zij met dit schrijven hetzelfde doet.

Den hen 3anuari repliceerde de Kamer als volgt:

Onze Kamer heeft met belangstelliug kennis genomen
van Uw sohrijven d.d. 26 Novemher, blijkens deszelf s aanhef
aal onze Kuzier verzonden naar aanleiding van ons schrij-
ven van iS November 1924, gericht tot den Minister van
Waterstaat, waarvan aan Uwe Directie afsebritt werd toe-
gezonden.
Sinds de verzending van ons schrijven op 18 November 1.1.
zij
t
verschillende publicaties van uiteenloopende zijde over
hetzelfde onderwerp . verschenen, welke publicaties parallel
loopen met ons schrijven, en waaruit blijkt, dat het inzicht onzer Kamer in deze aangelegenheid wel niet zoo ver mis
geweest is, als U in
Uw
wederwoord tracht aan te toonen. Of het verkrijgen van een sluitend spoorwegbudget al of
niet een eigenbel ai:g der spoorwegmaatschappijen gebleven
is, of met het oog op de tusschen de Maatschappijen en den
Staat bestaande overeenkomsten uitsluitend staatsbelang ge-
worden is, zooals U van meening zijt, – is een vraag, die
weinig ter zake doet. Het gaat immers niet tegen het op
zichzelf ongetwijfeld zeer loffelijk streven Uwer Directie ee
sluitend budget te verkrijgen, maar tegen enkele hiertoe
aangewende middelen. Wanneer deze in iddelen, namelijk cle
in sommige gevallen gevoerde tarievenpol.itiek, de uitwer-
king hebben, die wij ons ervan voorstellen, dan is ook het
staatsbelang er niet mee gediend, zelfs al zouden zij leiden tot verlaging van het tekort. Immers wat cle finantiën aan-
gaat, zijn Staat en Spoorwegen één, maar dat neemt niet
weg, dat cle finantiën van den Staat een zeer samengestelde
rekening vormen, waarvan de debetpost der Spoorwegen
slechts een onderdeel – hoewel helaas een belangrijk on-
derdeel in vorige jaren – uitmaakt. En nu is het zeer goed
mogelijk, dat het doen verdwijnen van het tekort op de
Spoorwegbegrooting wanneer dit geschiedt zonder nauw-
keurige toetsing der middelen, juist ten gevolge heeft het
in het leven roepen van een nadeelig saldo op een ander
hoofd, bijv. dat der Staatsmijnen, of de vermindering der
directe rijksinkomsten uit de belastingen, welke immers
voort moeten komen uit cle opbrengst der algemeene wel-
vaart, welker bevordering niet altijd samen hoeft te gaan
niet de zorg van een sluitend spoorwegbudget.
[Let doel van ons schrijven was juist aii te toonen, dat de Staat, die te zorgen heeft
to
voor spoorwegen èn voor
waterwegen, te letten heeft op een zoo economisch mogelijke
exploitatie van beide, hetvelk niet verkregen wordt door
let budget van het eene bedrijf met alle middelen sluitend
te maken, zonder op de verdere gevolgen acht te geven.
liet kan wellicht het recht Uwer Directie zijn met alle
kracht en middelen de belangen der Maatschappijen voor
te staan, maal: het is de plicht der Regeering hierbij op
Uwe gestie toe te zien.
Daarom ook wendden wij ons in deze tot den Minister
van Waterstaat en niet tot Uw’e Directie, omdat wij van
meening waren en zijn, dat een finantieel belang der Spoor-
wegen, ook bij de tegenwoordige verhonding, nog niet altijd
een belang der Rijkshuishouding
in haar geheel
behoeft te
zijn. in dien zin bestaat er ook thans nog een finantieol
eigenbelang der Spoorwegen, afgezien van het belang der
leiding bij een sluitend budget (tantièmes, enz.).
Op enkele punten Uwer repliek willed wij nog nader
riet enkele woorden ingaan. –
Wat betreft de bevordering van den import van buiten-
landsohe kolen door speciaal lage spoorwegtarieven, nemen
wij gaarne nota van ijwe erkentenis, dat U door speciaal
ligd tarieven, lager clan cle
normale
steenkolentarieven,
den waterwegen concurrentie aandoet. Wat U hiermede ten
opzichte van andere waterwegen erkent, is juist hetgeen wij voor den Limburgsclien waterweg vreezen. Wat cle
Spoörwegen irnnlers in gebreke blijven aan te toonen en
wat zij ook niet kunnen aantoonen, 11, dat hunne tarieven
gebaseerd ziji’i op een juiste kostprijsbèrekeiriug; Waar het

iiiet mogelijk schijnt te zijn, deze op te stelln (zie, ook
het af tikel vaii Jr. Plate in Ec.-Stat. Ber. van 17 December
ji.), handhaven wij ons standpunt, dlat de verhouding der
geldende tarieven voor kolenvervoer over groote en kleine
afstanden economisch niet juist is, zoolang U ons althans
het tegendeel niet met cijfers aantoont. Wij zouden de
vraag willen stellen, of U, waar U schrijft met de verlaging
der tarieven over groote afstanden in speciaal tarief 3 zoo-
ver gegaan te zijn, als toelaatbaar werd geacht, zulks ook
gedaan hebt voor kleine afstanden?
– Waar U schrijft, dat onze Kamer omtrent het standpunt
door U ingenomen tegendver de Limburgsche kanaallau-
nen buitengewoon slecht is ingelicht, hebben wij orks eerst afgevraagd, of U wellicht omtrent Uw eigen standpunt niet
goed was ingelicht. A.l verder lezende, zagen wij echter, dat
U aan de Regeering hebt geadviseerd, den aamileg van hët
kanaal Maastricht—Itllaasbracht nader te overwegen. Wij
willen over het door ons gebezigde woord ,,actie” diet val-‘
len, zoo U dit ter kenschetsing van Uwe hem.oeiingen iii
dozen niet juist voorkomt, doch dat U zoowel. openlijk (bijv.
in uw jaarverslag 1923) als verdekt (door publicaties, onder
15w invloed tot stand gekomen, ,,llaagsc-h Maandblad Juli
1924″) tegen de Limburgsche kanaalpl annen stelling geno-
men hebt, is een vaststaand feit. –
15
schrijft voorts, dat de aanleg van het kaliaal – econo-
m
mnisch niet verantwoord is en dat de rentabiliteit van het kanaal niet is nagegaan. Wij verwijzen U hiervoor onder
meer naar liet rapport der Coiiimissie in zake den kanalen-
• aanleg in Zuid-Limburg, uitgebrmidht door de Mij. van Nij-
verheid en door Professor Bruins in de jaarvergadering van
1924 verdedigd, voorts naar de berekening van Jr. Pldte iii
een artikel in Ec.-Stat. Ber., hierboven reeds vernield. Uwe meening, dat de gemeenschap voor den aanleg van
verkeersmiddelen – en dit geldt niet alleen voor water-
wegen – groote offers moet brengen, is juist, liet is echter
beter deze offers te brengen voor productieve werken dan
voor werkeloozenondersteuning, zooals in de laatste jaren
plaats had.
Waterwegen aanleggen, waar die noodig zijn om te komen
tot een intensieve exploitatie van de rijkdommen van een
landstreek, is een economische iiooclzakelijkheid. Gaan daar-
door de inkomsten van de spoorwegen werkelijk achteruit,
wat nog lang niet vaststaat, dan huIdige men toch niet iie
valsche stelling, dat alle heil t’oor de gemeenschap slechts
kan komen van de spoorwegen. Of deze inkomsten op den duur zullen achteruitgaan, is nog zeer betwistbaar, want er
zullen zich nieuwe industrieën ontwikkelen, welke toch ook
de spoorwegen nooit geheel kunnen missen; nienwé en
rijkere bronnen van inkomsten zullen daarenboven ontstaan
voor den Staat in den vorm van meerdere belastingen,
grootere opbrengsten va,n posterijen, telegraf ie, telefonie,
mijnreclit enz.
Uwe conclusie, dat het extr’atrein-tarief van Zuicl-Lim-
burg naar Rotterdam en Amsterdam altijcl goedkooper zal
zijn dan watervervoer, is niet meer dan een onbewezen
bewering, terwijl 15 verzuimt hierbij rekening te houden
met liet feit, dat van de Limburgsche kolen, per spoor bijt’.
naar Amsterdam verzonden, een zeer belangrijke hoeveel-
heid (zie uw jaarverslag staat 33) aldaar voor verdere be-
vrachting in schip wordt geladen. Deze kosten behooren als
extra kosten bij het spoorwegvervoer geteld te worden.
Dat het ]aterile kanaal misschien den invoer valt Bel-
gische kolen in Nederland zal bevorderen, is o.i. geen be-
zwaar voor de Nederlandsche mijnindustrie,
waar
Neder-
landsche en Belgische kolen alsdan, wat de transportkosten
aangaat, ongeveer op gelijke lijn zullen staan,. hetgeen niet
ht geval is bij den invoer van Duitsche kolen aan extra
lage spoorwegtarieven. De -internationale kolenmarkt wordt
immers beheerscht door de vrachtenpolitiek en noopt
hare perspectieven tot voorzichtigheid. Die markt houdt
geen rekening nôch met Uw budget – waarvan de Li’m-
burgsôhe levensbelangen overigens niet afhankeljk gesteld
willen worden – ndch met nationale kleur. Alle kolen zijn
zwart en worden verhandeld naar prijs en kwaliteit.

De
kwaliteit der Nederlandsche kolen is goed, de prijs mag
echter niet afhankelijk blijven van het monopolie Uwer
Maatschappij.
15 dwaalt voorts, wanneer U aan het slot van Uw schrij-
ven aanneemt,- dat onze havensteden geen ander belang
hij den aanleg van het kanaal zouden hebben dan het kolen-
transport. De a,f voer van het Luikerland immers ‘zal nooit
pel’ spoor naar Rotterdam en andere havens plaats hebben,
doch wel na de totstandkoming der kanalen ten deele ]angs
den whterweg. Overigehs zijn ook audre belangen dan die
der havensteden in het spel. Wij noemen bijvoorbeeld ‘de kolenvoorziening van Brabauit, welke volgens een in ons
bezit zijnd sdhrijvhn der Kamer ijan Koophaniel te Tilburg

152

ECONOMISCH-STATISTISCHE BÉRICHTEN

18 Februari 1925

in hooge ifiate beïnvloed wordt door de vraolitprijzen.
Wij vertrouwen voorts, dat Uwe Directie ons ten ‘goede
zal duiden, wanneer wij bij de beoordeeling van zoo ver
strekkeiude belangen als de onderhavige, ons niet blind
staren op de kolen alleen, doch ook acht geven op anderg

bestaande industrieën, zoomede op hetgeen zich moet ont
wikkelen naar het voorbeeld van andere deelen der wereld
in een streek, waar do natuur groote rijkdommen schonk;
welke
nuoeten
gedijen, indien cle natuurlijke groei niet tegeb
1

gehouden wordt, doordat aan die streek (le nooclzakelijk
verkeersmiddelen niet gegeven worden.
Dat onze Kamer het initiatief zou nemen tot het instel;
len van een nieuw onderzoek, kan van ons, die overtuigd
zijn – onder meer op grond van het nauwkeurig onder
zoek als bovenbedoeld – van de economische voordeelen
van het kanaal, niet verwacht worden. Wij koesteren geen
vrees voor den uitslag van zulk een onderzoek, doch achten
het nutteloos en schadelijk. Schadelijk, omdat hierdobi
vertraging zou komen in de uitvoering van het werk, ht
welk door zijn samenhang met de werken der MaaskanaliE
satie ten spoedigste moet worden aangevangen. Wanneer
Uwe Directie zelf zulk ccii onderzoek gewensoht acht, duL
heeft zij daartoe den gesebikten tijd laten voorbijgaan. ‘

Wij vragen ons af, w’elke de reden mag zijn, dat andeic
waterwegen in Nederland nooit tegenwerking der Spooru;e!
gen ondervonden, terwijl zulks wel het geval is nu de ge
projecteerde waterweg toevallig in Limburg zal komen t
liggen. Het zal U bekend zijn, dat
inn
Limburg ccce eere
schulcl’te betalen is, ook door de Spoorwegen, die Limburg
al te lang in zijn isolement gelaten hebben.
De brief onzer Kamer cl.d. 18 Novembér is door ods
toegezonden aan H.H. Leden der Iste en 2de Kamer dèr
Staten-Generaal en enkele Kamers van Koophandel.
Mocht U alsnog overgaan tot publicatie van Uw uit-
woord, (lan verzoeken wij U met (leze repliek hetzelfde te
doen.

Op
dit
schrijven
‘dienden do Spoorwegen dd. 30
Januari van onderstaande dupi.iek

Uw schrijven van 17 dezer no. 4721 noopt ons tot een
we:lerwoord. Niet omdat wij iiidermaal willen trachten Uo’b
Kamer tot andere inzichten te brcugen, maar omdat wij
verschillende, in dat schrijven voorkomende, uitlatingen
niet onweersproken mogen laten.

In ons schrijven van 26 November jI. hebben wij in de
eerste plaats willen aantoonen, dat ccce sluitende spoorweg-
rekening niet, gelijk Uwe Kamer beweerd had, een eigen-
belang der spoorwegmaatschappijen, doch een staatsbelang is. Wij hebben niet betoogd, dat dit staatsbelang het eenige
of het hoogste is, en erkennen ten volle, dat het taak der
Regeering is de verschillende belangen, indien zij tegen-
strijdig blijken te zijn, tegen elkaar af te wegen. De desbe-
treffende beschouwingen in Uwen reeds vermelden briël
gaan dus langs ons, heen en wij zouden dit punt geheel
onaangeroerd kunnen laten, ware het niet, dat U,we Kamer
thans te verstaan geeft, ‘dat het geldelijk belang van de
leiding der spoorwegen ccce sluitende rekening vordert.
Ook dit is niet juist. Ons persoonlijk belang bij ccce ldop-
pende rekening van het spoorwegbedrijf is slechts dat van
(le voldoening, die ieder ondervindt, die een doel bereikt,
waarnaar hij eenige jaren lang met dtlle krachten gestreefd
heeft.
Ons schrijven i’aii 26 November jI. beoogde in de tweede
plaats Une Kamer eenigen kijk te geven op cle beginselen,
waarop onze steenkolentarieven berusten. De verklaring,
welke wij daarbij gaven van het prijsverschil bij vervoer
over groote en oier kleine afstanden, aanvaardt Uwe Kamer
blijkbaar niet. Wij zullen daarin hebben te berusten, doch
wij mogen niet nalaten uiting te geven aan ons leedwezen,
dat Uwe Kamer Rare meening, dat cle verhouding der ge1-
„clen.de tarieven voor kolenvervoer over groote en kleine
,,afstanden economisch niet juist is”, op geenerlei wijze
motiveert. Indien het juist is – en Uwe Kamer neemt dit
aan -, dat de spoorwegen niet kunnen aantoonen, d’at
hunne tarieven gebaseerd zijn op ecn juiste kostprijsbere-kening en dat het niet eenmaal mogelijk is deze op te stel:
lee (Ir. 1″late zegt dat in zijn door Uwe Kamer aangehaald
artikel niet, bij verklaart slechts, dat liet hem niet gelukt
is), da,n zou het zeer belangvekkencl zijn te hooren, waar
;

op het,00rdeel van ‘Uwe Kamer steunt.
Ons schrijven van 26 November jI. had in de derde plaats
ten doel Uwe Kamer ons standpunt tea opzichte van den
aanleg van nieuwe waterwegen uiteen te zetten en ving dit
onderdeel aan met uit te spreken, dat wij nimmer ,,openlijk”
of ,,verdekt”. eenige actie tegen de Limburgsche kanaalplan-
non gevoerd hebben. Wij hebben daarbij de door Uwe Kamer
bedoelde alinea van ons Jaarverslag 1923 niet uit.het oog

verloren. J.n clie alinea voeren ivij naar onze zienswijze ‘geen
actie en nemen wij geen stelling tegen de Limburgsche
kanaalplannen. Uwe Kamer herleze cle alinea, welke wij ten
,l:[are gemakke hieronder afschrijven
1).
Hoe alsda,n ook Rare
conclusie moge luiden, in elk geval zal die alinea alles zijn,
dat Zij kan aanvoeren tot bewijs van hetgeen Zij iii licht-
vaardig oordeel ccii
vaststaand feit” lieeftgenoemd. Opeii-
lijk hebben wij ons, behalve in ons Jaarverslag over 1.923,
nergens over de Limburgsohe kanaaiplannen uitgelaten en
over dat onderwerp verschenen publicaties ,,Haagsch Maand-
blad Juli 1924″ zijn niet onder onzen invloed tot stand
gekomen.

Ook herlezing van ouzeu brief van 26 November jl. zij
iJwe Kamer aanbevolen. Zij moet dan tot dc dlotsomn komen,
dat wij niet geschreven hebben, dat de aanleg van ,,het”
kanaal economisoli niet verantwoord is – wij Sprake]i
slechts twijfel uit -, dat Uw’e Kamer ons ten onrechte cle
stelling, dat alle heil voor de gemeenschap slechts kan
komen van’ cle spoorwegen, in de schoenen schuift – wij
waarschuwden slechts tegen het, zo]ider onderzoek, aanne-
uien, dat vervoer langs den waterweg het meest economisch
is – en dat wij niet hebben aangenomen, dat onze haven-
steden geen ander belang bij den aanleg van ,,het” kanaal
zouden hebben dan liet koleatransport – wij merkten op,
dat de Zuid-Lini,burgsehe kanalen voor onze Imavensteden
vui geen belang zijn, indien de w’atervracht niet lager kan
zijn clan de spoorwegvraeht.

Zeker hebben wij w’el beweerd, dat de rentabiliteit van aan te leggen kanalen – ‘en dus ook die van ,,het” kanaal –
nooit vooraf is nagegaan. De onjuistheid dier bewering kan
niet worden aangetoond met een beroep op het
later
ver-
schenen artikel van Jr. ‘Plate. Ook de verwijzing naar het
rapport der Commissie van de Maatschappij van Nij.verheid
faalt. Herlezing van dat stuk, voor Uwe Kamer blijkbaar
]lledc noodzakelijk, zal Haar moeten doen vaststellen, (lat
daarin geen renfabiliteitsberekening voorkomt.

Wat Uwe Kamer bedoelt met de zinsnede waar Neder-
,,landsche en Belgische kolen alsdan, wat cle transportkos-,,ten aangaat, ongeveer op gelijke lijn zullen staan, hetgeen
,,hi•el; liet geval is bij den invoer van Duitsehe kolen aan
,,extra lage spoorwegtarieven” is ons niet duidelijk. ‘Wij
bgrijpen niet, hoe de invoer van Duitsche kolen, zelfs als
deze het gevolg was van ‘extra lage spoorwegtarieven, in-
vloed kan hebben op de al of niet gelijkheid van de trans-
pbrtkosten van Nederlanclsche en van Belgische kolen.

I’Ietgeen Uo’e Kamer onze tegenwerking noemt, gaat niet
in het bijzonder tegen de ontworpen Limburgsche water-
wegen. Uwe Kamer kan dat zien uit liet’ aangehaalde stuk
van ons Jaarverslag over 1923. Dat echter onze twijfel, juist
aan de rentabiliteit van de Limhurgsche kanalen, door ‘het
schrijven van Uwe Kamer niet verminderd is, mogen wij
Raar niet verzwijgen. Een waterweg, die toevallig” in Lim-burg zal liggen, waarvoor Uwe Kamer de concurrentie van
de spoorwegen vreest en waarvoor een beroep gedaan wordt
op ccce eeresehuld, welker bestaan wij, voor zoover de Spoor-
wegen de debiteur nuoeten zijn, beslist ontkennen en waar-
over wij ons overigens geen oordeel aanmatigen, moet
economisch al zeer slecht te verdedigen zijn.

iJwe Kamer kan er van verzekerd zijn, dat wij, bij pu.bli-
catie van ons schrijven van 26 November ji. en deze dupliek,
Uwe missive aan den Minister van Waterstaat d.d. 18 No
vember jI. en Uwe repliek aan ons mede min de openbaar-
held prijs zullen geven.

l)
,,Oas streven blijft daarom vooral gericht op beperking
,,van uitgaven en indien wij daarbij, eYenals tot dusver, uit
,,allerlei rangen van het personeel steun mogen ondervin-
,,den, zal het ongetwijfeld gelukken het doel, de sluitende
,,rekeuing, te bereiken. Indien echter van staatso’ege voort-
gcgaan wordt met het aanleggen van nieuwe waterwegen
,,en liet uitbreiden van het spoorwegnet met spool-wegen,
waarvan de exploitatie verlies, in elk geval geen winst zal
,,af werpen, dan zal op den duur cent sluitende rekening van
,,het spoorwogbedrjf niet of slechts ten koste van hooge
,,tarieven ‘voor hen, die van spoorwegvervoer gebruik moe-
ten maken, mogelijk zijn. Wij hebben, met het oog op de
,p]anneli voor iden aanleg van scheepva.artwegen in

Zuid-
,,Limburg en naar Twenthe en den bouw van spoorwegen
,van Goudla over Boskoop naar Alphen en van Sohaesberg
,over Kerkrade naar Simpelveld, het onzec plicht geacht,
,,cle Regeering daarop te wijzen. Zonder succes, met uitvoe-
,ring der aanhaiagige plannen wordt voortgegaan. Ongetwij-
,feld zal
‘:S
lands belang dat vorderen, doch men beklage zich
,clan later niet over de slechte uitkomsten van de Neder-
,lanclsche Spoorwegen en de hoogte ‘hunner tarieven, waar-
,mede toch ook groote landsbelangen gemoeid zijn.”

STAND VAN ‘s RIJKS KAS.
De Minister van Financiën maakt bekend

Vorderingen ‘

t
9
Februari 1925 1 16
Februari
1925

Saldo’ bij Nederi. Bank…
f
2.236.109,98
f


Saldo bij betaalmeesters.. ,, 5.230.314,63 ,, 6.596.544,37
Voorschotop uit. Jan. 1925
• aan de gemeenten op
voor haar door Rijk te
heffen gem. ink.bel. en
opcenten op Rijksink.bel. ,, 75.914.262,36
Voorsch. aan de koloniën ,, 8.717.674,36
Voorsch, a. h. buitenland ,,215.923.305,23
Daggeidieeningen tegen
onderp. v. schatk.papier

74.130.993,09 9.436.512,92
16.241.2 12,55

Voorsch. door deNed.Bank
f


Schatkistbilj. in omloop’) ,,183.476.000,-
Schatkistprom. in omloop 95.2 10.000,-
Waarv. direct bij Ned. Bk.
Ziiverbons(met inbegripv. –
de bedragen bij de betaal.
meesters in kas) …….
.,, 21.038.616,-
Door den Postch.- en Giro-
dienst in ‘s Rijks Schat-
kist gestort ……….,, 36.719.217,-
1) Waarvan / 37.056.000 vervallen op of na 1 Apri

f
7.659.674,12
,,1 83.252.000,-
95.180.000,-

11 20.791,734,50

,, 31.492.144,65
1927.

18
Februari
1925

ECONOMISCH-STATISTIS

CHE BERICHTEN

153

STATISTIEKÈN EN OVERZICHTEN.

N.B. *** beteekeijt: Cijfers nog niet ontvangen.

GELDKOERSEN.

BANKDISCONTO’S.

N 6 JDisc. Wissels. 4
15Jan.
1
25Zwits. Nat. Bk. 4
16 Jt,li ’23

Bk.Be1.Binn.Efi. 4415
Jan.’25
N.Bk.v.Denem. 7
17Jan. ‘2],

tVrsch. jnR.C.
5415 Jan.’25
ZweedscheRbk 54
8Nov.
1
23

Javasche Bank . ..
4420 Oct. ’24
Bank v.Noorw. 6 26Nov. ’23

Bankvan Engeland 4
5Juli’23
Bk. v. Tsjecho-

Duitsche Rijksbk. 10
29Dec.’23
slowakijë.
6 27 Mei ’24

Bank v. Frankrijk 7
11Dec.’24
N.Bk.v.O’rijk. 13
6Nov.’24

Belgische Nat. Bnk.
54,22 Jan.’23
N. Bk. v. Hong. 12
18$ept.’24

Fed. Res. Bank N.Y. 3
8Aug.’24
Bank v. Italië.
5411Juli ’22

Bank van Spanje._ 5
33Mrt.23
Z.-Afr.Res.bnk 6

OPEN MARKT.

1

Amsterdam

1 Londen 1 Berlijn

Part. 1 Prolon- 1 disconto Part.
1

1
;
:
t.
1
Cali

Data

t Part.
1

disconto
1
gatie
1(3
mnd.) disc. (3mnd)I money’)
14 Febr.
1
25
2
1
/
8

2
331

3y4
4-4K
914F.
1
25
2
1
/8_
5
/16
2_2
%-+*

3
K
3
K
48
%
2-7

,, ’25
25I89

2,
-K
3
K

‘i
345f
26-31J. ’25
2
/a-K
2
K -%
3%49
3
K-K

11-16 F.
1
24
47
h
5

5
K -K
3i
j
-}4
– –
K –
5
K
12-17 F.’23
3


2K_3
1
/2
2
2

– –
20-24Jii’14
234’3K
2_S,4
2i_

1)
Koers v. 13 Febr, en daaraan voorafgaande weken t/m. Vrijdag.


WISSELKOERSEN.

KOERSEN IN NEDERLAI4D.

Data

New
1Londe
1
Berlijn
Parijs
1
BrussellBataa’ia
1)
1
York)

1

i

)

1

10 Febr. 1925
248K
11.884 59.10
13.31*
12.684
99K
11

1925
2.48
9
/
1
1.87*
59.15

13.32*
12.69
12

,,

1925
2.48
7
/
18

11.874 59.14
13.32

12.67*

99/
4

13

,,

1925
2.48-5/
8

11.874 59.15
13.22* 12.62*
99
K
14

,,

1925

11.8
7
*
59.22*
12.94

12.47
99K
16

,,

1925
2.48
,
s/
10

11.874 59.25
13.01

12.56
Laagsted.w.
1
)
2.481/
8

11.864 59.05
12.864 12.43
99
Hoogste d.w
1
)
2.49l,
11.88*
59.30
13.36

112.72

99
9 Febr. 192512.468/
8

11.85*
59.13*
13.32* 12.67* 99
K
2

,,

1925
2.48l/
11.90
59.05
13.43

12.83*1995/ic
Muntpariteit
12.48
12.10 59.26
48.-

48.-
1
1
00 *) Noteering te
Amsterdam.
8*)

Noteering
te Rotterdam.
1)
Particuliere
opgave.

Data

1

t Weenen Praag Boeka_I Milaan Madrid
*)

rest’) 1

*S)

10
Febr, 1925
47.90
0.0035
7.33
1.28
10.29
35.29
11

1925
4
7.9
2
*
0.
0035*
7.33
1.28
10.29
35.
22
*
12

1925
47.90
00035
7.33
1.28
10.30
35.
2
8*
13

,,

1925
47.90
0.0035*

7.35
1.28
10.27
35.40
14

,,

1925.
47.92*
0.0035*
7.374
1.28


16

,,

1925
47.92
0.00354
7.36
1.28
10.234
35.35
Laagsted.w.
1
)
47.824
0.00344
7.31 1.25
10.19
35.15
Hoogste d.w
1
)
47.974 0.00354
7.39
1.35
10.27
35.45
9 Febr. 1925
47.90
0.00354
7.33 1.28
10.28
35.40
2

,,

1925
47.924
0.0035 7.374
1.28
10.34 35.52
Muntpariteit
48.-
50.41
50.41
48.-
48.-
48.-
S)
Noteering te
Amsteraam.
8*)
Noteering
te Rotterdam.
1)

Particuliere
opgave.

16
Febr.

1925
477K
5,36
23,80 40,26
11

1925
4,78′
5,36
23,80

40,25
12

1925




13

1925
477K
5,26
23,80
40,21
14

1925
4,77/4
5,16
23,80 40,18
16

1925
4,77
1
4
5,26
23,80
40,17

3 Febr.

19251
4,78
3
%
5,41
23,80
40,29
untpariteit
.
.

4,8667
19,30
23,8134
401/

KOERSEN VAN DE VOLGENDE PLAATSEN
OP
LONDEN

Plaatsen en

Noteerings-
31
Jan.
7
Febr.
1

9114
Febr.
’25

114
Febr. Landen
eenheden
19254)
1925
ILaagstelHoogstel
1925

Alexandrië

Piast.
p. £
9715/
33

973,
97
9
j
1

97
15
/
as

Bangkok… Sh.p.ticai
1/101/

11101/
8

1/10l/
8

1/101/,
1/101/
B.
Aires’)
_.
d.
p. $
452711

5’°/
447/
8

45u
18

455/
s

Calcutta
… …
Sh.
p.
rup.
1/5
31/
32
1 116
1/51t/is

1/61/
116
1
/
32

Constantin.
.
Piast.p.
X
907
910 905 915
910
Hongkong
Sh.
p. $
2141/
2/311/
16

213j
2141/
a

2/4
Lissabon
1) ..
d.
per
Mii.
213/
3
,
213/
s2

28/
8

2
7
/
2
13
1
32

Mexico
. . ._.
d..per
$
26
3
)
26 3)
25 27
26
Montevideo’)
d. per
$
487/
s

48
,
1
8

473%
48
1/

48
1
/
Montreal

$
per
£
4.7934
4.78
T
1
1
6
4.77/4
4.797/
8

4151

R.d.Janeiro
1)
d.
per Mii.
513/ja
5/Ie

51
9
/32
525132
5231

Shanghai
..
Sh.
p.
tael
3/2i/,
312
3/184
3123,4
312
Singapore….
id.
p. $
2/4
5
/
3

2/45132

214
1
32

2/4
3
/
2
1
43
1
32

Valparaisoa).
peso
p. £
43.95
43.10 43.00 44.10
44,10
Yokohama
Sh.
p.
yen
1/7
9
/
32

1/7
17
1
3

1/7
7
/
1/77/
1175/
*
Knersen der voorafgaande
dagen.

1)
Telegrafisch tranafert.

1)
90 dg.
3)
Nominaal.

4)
In de no’s
van 21 Jan.-11 Febr. nioet in deze
kolom
I. p. v.
1924 gelezen worden 1925.

ZILVERPRIJS’)

GOUDPRIJS s)
Londen
N.York’)

Londen
9 Febr. 1925..

32j.
68/4

9

:ebr. 1925..

87/4
10

,,

1925..

32
1
1
8

68
3
/
8

10

1925..

8712
11

,,.

1925..

32/4
68/4

11

»

1925..

86/10
12

,,

1925..

322/
8

12

1925..

86/8
13

,,

1925..

328/ 683/
9

13

,,

1925..

86/8
14

,,

1925..

32/4
682/
s

14

1925..

16 Febr. 1924..

337/
8

647

15 Febr. 1924..

96/0

20Juli

1914..

24ls/
54′

20Juli

1914..

84110
1) p. oz.
stand.
2)
Foreign silver.
3)
p. oz.
fine.

NEDERLANDSCH-INDISCHE VLOTTENDE SCHULD.
De Minister van Koloniën maakt bekend:
7
Februaril925
14
Februari
1925

Voorschot uit
‘s
Rijks
kas aan N.-I.

.. .._ .
f

389.000,-

f

469.000,-
md. Schatk.prom. in om).
70.000.000,
.
,,
70.000.000,-
Voorsch.Jav.Bk.aanN.-I.
5.436.000,- 5.133.000,-
Muntbiljetten in omloop.
37.277.000,-
,,
36.963.000,-
Ten voordeele
v.
N.-I. ge- boekt beleggingsgeld
v.
h. N.J. muatfonds….
4.683.000,- 4.749.000,-

Totaal

……….
1
f
117
.
785
.
000

1
f117.314.000

Data
Stock-
holm
8
)
Kopen-
tzagen) Oslo,)
fou1)

Buenos-
Aires’)
Mon-
treal’)

10
Febr. 1925
66.90
44.15 37.95
6.25
99K

2.48

11

1925
67.-
44.20
37.95
6.25
99
2.48
12

1925
66.95 44.25 37.95 6.25
98
K
2.48X
13

1925
67.-
44.30
38.-
6.25 98
28
K
14

,,

1925
67.05 44.35
38.-
6.26
98Y
4

2.488/

16

1925
67.074
44.35
38.-
6.25
98
3
,(
2.481/
2

Laagsted.w.’)
66.80 44.05
37.75
6.224
973%
2.47K
Hoogste d.wl)
67.10′
44.40 38.05 6.29
99
1
t
2.49
9 Febr. 1925
66.95
44.124
37.95 6.25
991i

2.48

S

,,

1925
66.90
44.324
38.05
6.25
99%.
2.477/
s

Muutpariteit
66.67
66.67
66.67
48.-
105
2.48
S)
Noteering te
Amsterdam.
*8)
Noteering
te
Rotterdam.
1),
Particuliere
opgave.

KOERSEN TE NEW YORK. (Cable).

Data

1

154

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18
Februari
1925

NEDERLANDSCHE BANK.
Verkorte Balans op 16 Februari 1925.

Activa.
Binnenl.Wis

IHfdbk.
f,
40.751.653,71
sels,Prom., Bijbnk. ,, 23:120.432,37
enz. in disc.(Ag.sch. ,, 40.519.714,54
f

104.391.800,62
Papiero.h. Buiten!. in disconto

Idem eigen portef. .
f
123.470.686,-
Af :Verkochtmaar voor
de bk. nog niet af gel.

123.470.686,-
Beleeningen Hfdbk.
f
08.581.119 96
nel.
vrsch.
Bijbnk. 10.482,855,85 in rek.crt. Ag.sch. , 72.984.534,34
op onderp.

f
152.048.510,15

Op Effecten..,…..
f
149.771.910,15
OpüoederenenSpec.
,,

2.276.600,_

152 048.510,15
Voorschotten a. h. Rijk………………5.672.941,26
Munt en Muntmateriaal
Munt, Goud

f
56.284.065,-
Muntmat., Goud …. ,, 448.227.258,19

f
504.511.323,19
Munt, Zilver, enz. –

19.284.698,76
Muntmat. Zilver … ,

ffeeten

,,

523.796.021,95

Be1eggingRes.fon(is.
f

5.653.311,17
id. van

1
v.
h. kapit.,,

3.999.926,63

9.653.237,80
bebouwen en Meub. der Bank

,,

5.212.500,-
Diverse rekeningen

85.868.927,75

f
1.010.114.625,53
Passiva


Kapitaal

f

20.000.000,-
Reservefonds … .. ——.

5.655.237,53
Bijzondere reserve

8.235.000,-
Bankbiljetten in omloop..
… … …..
.

892.178.020,-
Bankassignati6n in omloop… …

2.244.023,24
Rek.-Cour.
5
Het Rijk
f


saldo’s: Anderen,, 62.828.983,91

62.828.983,91
Diverse rekeningen

18.973.360,85

f 1.010;114.625,53

Beschikbaar metaalsaldo
.

f
331.948.754,04
Op de basi8 van

snetaaldekkiseg… … ,, 140.498.548,61
Minder bedrag aan bankbiljetten in om-
loop dan waartoe de Bank gerechtigd is. ,, 1.659.743.770,-
Voornaamste posten iii duizenden guldens.

Andere Beschikb. Dek-
Data

Goud Zilver Circulatie opeischb. Metaal-
kings
I

schulden

saldo .. perc.

16 Febr.’25
1
504.511 19.285

892.178 65.073 331.949

55
9

1
25 504.511 17.441

902.701 55.387 329.937

54
2

1
25 504.501 15.755

921.731 51.937 325.124

53
26 Jan. ’25 504.543 14.103

892.988 77.096 324.208 53
19 ,,

’25 594.599 13.558

913.763 61.187 322.719

53
12

’25 504.523 13.104

931.565 58.270 319.201

52

18 Febr.’24 581.478 11.109

996.615 28.098 387.295

58

25 Juli ’14 162.114 8.228

310.437

6.198 43.521
1
) 54

Hiervan

Papier Di
verse
Dato

dc’sc_______s

b01fitn-

16 Febr. 1925 104.392

152.049 123.471 85.869
9

1925 109.294

151.433 120.130 92.689
2

1925 112.907

160.790 123.178 93.650
26 Jan. 1925 114.563

157.024 124.516 92.060
19

1925 116.998

157.068 124.431 94.497
12 ,,

1925 120.704

, 160.254 125.515

99.159

18 Febr.1924 240.536

57.000

147.125 21.725 44.727

25 Juli 1914 67.947

14.300

61.686 20.188

509 1)
Op de basis van
215
metaaldekking.
2)
Sluitpost activa.

UR1NAAMSCHE BANK.
Voornaamste posten in duizenden guldens.

Andere

D

k
Data

Metaal

opeischb. Discont. latie
schulden

10 Jan. 1925 … 1.060

1.592

969

1.048

576

,
3

,,

1925.. 1.060

1.742

847

1.059

552
27 Dec.

1924… 1.067

1.511 .

882

1.065

641
20

1924.. 1.065

1.518

877

1.067.

631
13

,,

1924.. 1.063

1.543

881

1.059

531

12 Jan. 1924… 1.165

.1.602

867

1.118

405

5 Juli 1914…

645

1.100

560

735

396
1)
Sluitpost der activa.

JAVASCHE BANK.

Voornaamste posten in (Iuizenden guldens. De saruengetrok-
ken

cijfers der laatste weken zijn telegrafis’ch

ontvangen.

Andere
Beschi
Data
Goud
Zilver
Cïrculatie
opeischb.
metaal-
schulden
saldo
7Feb. 1925
18.000
280.500
75.000

114.900
31Jan.1925
185.750
276.500
90.500

112.350
24

,,

1925
186.250
276.000
99.000

111.250

17Jan.1925
133.670

51.400
280.922
99.859

109.651
10

1925
133.596

52.256
283.955
91.661

111.495
3

1925
133.500

52.319
280.871
87.831

112.56
27Dec. 1924
133.647

52.810
276.780
99.868

111.902

9Feb. 1924
149.628

63.918
264.019
77.798

146.029
10Feb. 1923
158.585

58.923
263.818
101.542

144.254

25Juli1914
22.057

31.907 110.172
12.634
4.842
2

Wissels,
.
se
Dek-

Data
Dis-
buiten
Belee-
kings-
conto’s
N.-lnd.
ningen
In en’)
n g
percen-
______________
betaalb.
tage

7Feb.1925

1160

52
31Jan.1925

128.970

51
24

,,

1925

130.820

50

17Jan.1925

30.357

16.803

75.6

83.966

49
10

1925

30.318

16.819

76.762

76.524

.49 3

1925

30.969

16.335

76.330

68.947

50
27])ec. 1924

32.406

16.433

73.809

76.948

50

9Feb.1924

35.286

19137

78.700

20.j76

62
10Feb. 1923

35.725

32.613

73.396

24.151

59

25 Juli 1914

7.259

6.395

47.934

2.228

44
1)
Sluitpost activa.

‘) Basis
21

metaaldekking.

BANK
VAN
ENGELAND.
ru aamse posten, onder bijvoegi ng der Currency Notes,
in -duizenden pon-den sterling.
Data Metaal

Circulatic
Currency Notes

Bedrag
Ooudd.
Gov. Sec.

11
Febi, 1925
128.577

124.848
283.013
27.000
233.699
4

,,

1925
128.573

125.465
282.879
27.000
234.139
28 Jan. 1925
128.570

194.456
281.240
27.000
231.935
21

1925
128.572

124.843
283.498
27.000
234.422
14

.

1925
128.569

126.133
287.110 27.000
238.312
7

,,

1925
128.564

127.563
293.022
27.000
244.471

13 Febr.1924
128.083

125.199
278.789 27.000 234.071

22 Juli

1914
1

40.164

29.317


Data
Go
:

Otluf
PUblic
OtherIResH

pjeg

11 Feb. ’25

45.820

73.460

9.569

115.081

23.479

187i,
4

,,

’25

87.503

73.688

11.049

134.913

22.858

15/ 28 Jan.’25

50.038

73.991

22.550

107.271

23.863

183/
21

’25

49.213

75.280

22.923

107.007

23.478

18
14

,,

’25

50.979

74.386

11.659

117.866

22.186

171/
7

,,

’25

51.665

75.657

12.912

117.170

20.751

157,
13 Feb. ’24

44.849

69.431

14.467

104.355

22.634

19,05

22 Juli ’14

11.005

33.633

13.735

42.185

29.297

528/8
1)
Verhouding tusschen Reserve en Deposits.

BANK
VAN
FRANKRIJK.
Voornaamste posten in millioenen fraucs.

Waarv.
Tegoed
Buit.
gew.
Schat-
Wis.
Data
Goud
in
het
Zilver
in
het
voorsch.
kistbil-
se Is
buitenl
buiten!.
a/d. Staal
jetten

12Feb. ’25
5.546
1.864
305
573
21.900
.4.916
4.807
5

,,

’25
5.546
1.864
305
573
21.900
4.905
6.301
29Jan.’25
5.546
1.864
305
574
21.200
4.892 5.906
22

’25
5.545
1.864 304
574
21.400
4.891
5.524
15

,,

’25
5.545
1.864 304 573
21.500
4.890
5.981

14Feb. ‘241
5.541 1.864 297 574
22.900
4.619 3.575

23 Juli’14
4.104

639


‘ –
1.541

Waarvan
Uitge-

Belee-

Circulatie
Rekg. Courant
Data
op
het
stetde

ningen
Parti-
Staat
culierenl
buiteni.
Wissels

12Feb. ’25
23
8

3.072
40.778
1.878
-10
5

,,

’25
20
8

2.938
.
40.859 2.006
9
29Jan.’25
-19 8

2.950
40.516
1.966
46
22

’25
19
8

3.012
40602
1.957
16 15

,,

’25
21
S

3.012
40.797
1.978
15

14Feb.’24
25
13

2.441
38.933 2.077
38

23 Juli’14
24


718
5.911
943
400
1)
In disc, genomen
wegens
voorsch.
v. d.
Staata.buitenl.
regeeringeii.

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STA

CHE BERICHTEN

155

DUITSCHE RIJKSBANK.
Voorn aaniste posten in miii ioen en Reiclismark


Data

.
Goud

Daarvan
bijbut-
teni.
circ.
banken
1)

1
Deviezen

1
1
als goud-
1
t

dekking

1
geldende

1

Andere
wissels
en
cheques

Belee-
ningen

.7 Febr. 1925
844,8
198,7
281,6 1.646,8
47,1

31 Jan.

1925
834,2
198,7
278,1 1.770,7
81,7
2.3

1925
‘.813,1
198,7
271,0.
1.807,7
7,4
15
.

1925
791,7
198,7
263,9
1.743,6
17,4

7

1925
780,6
198,7
260,2 1.883,5
8
1
2
31 1)ec.

1924
759,6 207,1
253,2 2.064,1
17,0

23-Juli

1914
1.356,9


750,9
50,2


1
Schuld

Data
Effec:
1
Diverse
Circu.
Rekg.-
Diverse

aan
ten
•’
lat ie
Crt.
Passiva
Renten-
1

bank

7 Febr. 1925
109,9 ‘1.627,5 1.8395
818,7 1.533,2 328,1
31 Jan.

1925
110,1
1.506,6 1.901,3 746,8
1.534,4
347,6
23

1925 110,0
1.747,6
1.550,0
990,2 1.612,6 378,4

15

1925
‘109,8
1.774,0
1.646,2
983,7 1.629,8
403,5
7

1925
109,9
1.757,5
1.799,8 897,0
1.616,3
432,1
31 Dec.

1924
78,0
1.654,4 1.941,4
820,9 1.570,6
456,5

’23 Juli

1914
330,82

200,4
1.890,9
944,-
40,0

1)
Onbelast.
2)
W.o. schatk.papier.
3)
Wo.
Rentenbankscheine:7
Febr.,
31,23,15,7 Jan.,

31 Dec. resp. 261,7: 186,4,; 377; 328,2; 258,8; 145,1
miii.

BANQUE NATIONALE DE BELGIQUE.
Voornaamste posten in millioenen francs.

MG
e
.v3
Dala
CQ

Ciz

12 Feb. ’25
377
85
480 1.348 328
5.200
7.630
169
5

’25
377
85
480
1.441 389
5.200
7.641
213
29Jan.’25
377
85
480
1.545
332
5.200
7.648
258
22

’25
376
85
480
1.504
350
5.200
7.623
278
15

’25
376
85
480
1.518
343
5.200
7.747
184
8

25
376


1.520
379

7.746
274

14Feb.’24
364
85
430
1
1.289
366
5.300
7.553
215

VEREENIGDE STATEN VAN NOORD-AMERIKA.
FEJ)ERAL RESERVE BANKS.
Voornaazriste posten in miii.ioenen dollars.

Data

Goudvoorraad –
Wettig
betaal-
middel,
Zilver

Wissels

Totaal

Dekking F. R.

in her-
disc. v. d.
in de

open
bedrag
Notes
etc.
member
banks
1

markt
1

gekocht

28Jan.’25
2.939,4
1.784,3
143,2
273,7
307,8
21

»

’25
2.944,7
1.795,3
138,7
202,8
306,2
14′

,,

’25 2.953,0
1.790,0
138,7
261,8
323,9
7

’25 2.950,9
1.775,1 124,4
264,4
341,0
31 Dec.’24
2.936,5
1.743,6
110,5
314,1
387,1
24

,,

’24
2.912,8
1.793,0
84,7
396,4
389,6

30 Jan.’241
3.143,2
2.178,1
119,8
522,3
271,8

Belegd
F. R.
Notes
Totaal
Gestort
Goud-
Dek-
Algem.
Dek-
Data in
u.

.
Gov.Sec.
incircu-

Depo-
sito’s
.
Kapitaal
I
kings-
kings-
latie
perc.
1
)
perc.
2
)

28Jan.’25
394,1
1.684,3
2,265,2
112,2
74,4 78,0
21

1
25
423,5
1.698,6
2.216,1
112,2
75,2 78,8
14

’25
486,9 1.738,0
2.330,3
112,2
72,5 76,0
7

’25
496,0
1.805,4
2.316,5
112,2
71,6
74,6
31Dec.’24
540,2
1.862,1
2.310,7
112,0
70,4
73,0
24

,,

’24
537,9
1.941,7
2.311,2
112,0
68,4
70,5

30Jan.24
120,8
2.022,5
1.991,1
110,0
78,3 81,3
1)
Verhouding
totalen
goudvoorraad
tegenover
opeischbare schulden:
F. R. Notes en netto
deposito.
2)
Verhouding totalen
voçirraad munt-
materiaal en wettig betaalmiddel
tegenover idem.
:PjRTICULTEBE
BANKEN AANGESLOTEN BIJ HET
FED. BES. STELSEL.
Voornaamste posten in millioenen
dollars.

Dis-
Data
Aqntal
conto’s
Beleg- lReserve
bij
de
Totaal
depo-
Waarvan
time
banken
en
beleen.
gingen

F.R.
banks
sito’s
deposits

21Jan.’25
736
13.087
5.548
1.602
18.147
4.869
14

’25
736
13.123
5.557
1.720
18.344
4.853
7

’25
736
13.106
5.555
1.702
18.289 4.849
31Dec.’24
737
13.068 5.531 1.680 18.269
4.849
24

,,

’24
.738
13.023
5.578
1.703 18.028
4.814

23Jan.’24
761
11.857
4.498
1.435
15.486 4.137
A%ii

het
eind

van
ieder
kwartaal wordt
een
overzicht
gegeven

vait eîikeie
niet wekelijks opgenomen baukstaten.

.
:

. • EFFECTENBEURZEN.
.

Amsterdam, 16 Februari 1925.
Naar het schijnt heeft ide iiieniiig der Br.itsciie nota
tizake de schuld van F
..r ankrijk anti Engeland in Frankrijk
cenige onrust gewekt, gettige de ongeanimeerde houding
van de beurs te Yi a r ij
5
en de stijging d.er

buitenlandschc
wisselkoersen aldaar. Voorts verluidde, dat er verschil van
meening ‘as ontstaan tlissel3eii den preSi(iellt van de
Banque de France en den Minister van Financ’iëi aali-
gaande de overschrijding van (ie grens van Fr. 41 miiiiard
i’oor de baiikbiijettencircuiatie. i)e president van de een-
traie instelling verzet zich met kracht tegen een dergelijke
oveischrijdiing Hij vreest den ongun stigen psychologischen
invloed, zoowel op het Fransche publiek als op het buiten-
laad. .iiimdcieis is een d6meiiti omtrent de hier ver-
nielde oneenigheici verschenen
;
ter beurze 11eeft men hier.
aan echter geen onverdeeld geloof geslagen, met het gevolg,
(lat de tendens 7iCh niet aanmerkelijk heeft kunnen i’erbe-
toren. Aan deii anderen kant is er Nvel enilige verlichting
oiitsta;iii door de knus, dat het ,,borIereau cie cotpons” zal
wordeis afgeschaft cii ve r vangen door een anderen fisehien
maatregel, welke niet zulk een gevoel vast wrevel te voor-
schijn zal roepen.
Te L o ii d e ii is de beurs ook rog stil gebleven. De markt
voo!- beleggingswaarden heef t een gunstig verloop gehad,
eetisdeels ‘in verband met a.niortisatie-aankooien van de
conversieleening door de reger i.ng in de open markt, ander-
deels als gevolg van het feit, dat de finaneieele maatregelen
van de schatkist – voornamelijk de onlangs doorgevoerde
converteering van de 5% pCt. schatkistbiljetten – een
belangrijke besparing op het budget te voorschijn hebben
gebracht. Overigens bleven cle meeste beursatdeel ingen
uiterst kalm en eerder ongeanimeerd. De i’oornaamste reden
hiervoor Itioet worden gevonden in de omstandigheid, dt
ér
01)
de industrieele markt allerlei arheidersmoeilijkheden dreigen. Zoowel de spoorwegarbdiders als de mijns ei-kers
beriden, zich voor op acties tot loonsverhoog’ing en ver-
korting van arbeidstijd. –
Te B e r 1 ij ii heeft een neergaande tencietis de overhan,i
heliottdei.i. De financieele verwikkelingen op allerlei gebied
zijn zoodanig gegroeid, (lat er een gevoel van groote onze-
kerheid, zoowel ten aanzien vai.t personen i.ls van onder-hemingen, is ontstaan. De enkele symptomen van herstel,
‘velke zich hiertusschen voordoen – zooals het bevredigende
jaarverslag van de Berliner Handels Gesellschaf.t – zijn
niet voldoende geweesh Om de stemming te doen keeren.
Uit het buitenland komt cOn druk uit twee richtingen. In
de eei-ste plaats zijn het de bui.tenlandscbe credietgevers,
welke, – voor ‘soover zij hnu gelden op korten termijn heb-
ben geplaatst – op den vervaldag er de voorkeur anti
‘even niet tot continnatie over te gaan. Hierdoor is ook
een gi-oote sehaa.rschte op de geldmarkt ontstaan. Boven-
tien zijn ht de buiten Duitschland verblijf houdende Duit-
sche beleggers, die tliais hun korten tijd geleden gekochte
aatideelen en andei.’e fondsen aan cle markt brengen. 13e-
1alve met deze factoren heeft de markt te i3erlijn nog
rekening te houden met interne aangelegenheden, v.00als
de zeer sterk belaste termijnmarkt. Men is er deze week
reeds toe overgegaan posities, welke per ultimo Februari
tvaren aangegaan, .-if te wikkelen of om te zetten in enga-
genienten op langeren termijn. Op eenregeliug van den. ter-
nsijnhandel wordt data ook bij voortduring aangedrongen.
Te N e w Y o r k is de tendens voortdurend opgewekt
gêhleven, hoewel de grootste belangstelling ook thans weder
i’oor spoorwegaandeeleu gei

eserveerd is gebleven. Het heeft
bovendien een goeden indruk gemaakt, riet de maandstaat
van de Steeltrust opnieuw een toeneming van het aantal
onuitgevoerde orders te aanschouwen heeft gegeven. Men
heeft hieruit de conclusie getrokken, dat vooral de bouw

nijverheid en de spoorwegen ook in de naaste toekomst
zullen doorgaan hun bestellingen te ‘plaatsen.
T e t!
0 Ii
z e ii t is de markt gedurende het grootste deel
der bericlltsperdode zeer kalm gebleven. Alleen de beleg-
gingsmarkt
heeft voortdu ren 1 groote omzetten te aan –
schouwen gegeven, vooi

namelijk onder den invloed van cle
ruim blijvende geidmarkt. Tegen het einde der berioblis-
week daalde de noteering voor prolongatie zelfs tot onder
2 pCt. Onder deze omstandigheden w’ordt er minder aan-
dacht aali clebuitenlandsehe beleggi ngsfon dsen besteed,
hoewel ook hiervooi- een vaste tendens ovet-lieerschenci is
gebleven. 6 pCt. Necl. Werk. Schuld: 103%, 103%; 4%
pCt. Nec]. Werk. S. 1917: 907/,,
91.jis,
912h/; 7 pCt. Ned.
Indië: 102u/
1
, 102
9
/, 102 pCt Mexico £ 100-100:
10%, 103/. 105/; 5 pCt. Brazilië 1913 £20.100: 53%,
53%; S pCt. Sao Paijlo 1921: 97%, 98.
Wat dc Icandedienmarkt betreft, hebben
01)
sommige
dagen
letroleumaandeolerr
in het ceatrum der belangstel

156

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

ling gestaan. De berichten omtreiit onderhandelingen ten. aanzien van de schadeloosstelling voor de Roemeeusche
maatschappijen hebben voornamelijk invloed op aandeelen
G econsolideerde uitgeoefend. Daarnaast heeft cle gunstic, toestand 01) de petroleummarkt in het algemeen stimulee
1
.
reiid gewerkt, zoodat ook aanideelen Koninklijke een rijzing.
hebben kunnenbelialen. De hoogste koersen zijn hier ecliter
niet behouden gebleven. Dordtsche Petroleum: 383, 389%; 387%; Geconsolideerde Petr. Cie.: 178
5
/8,
190,
18734;
Ko-
ninklijke Ned. Petr.
Mij.:
4113%, 41734, 415
1
/s,
4127/
s
.
De
s’uikrmsrkt
was vast, zoowel in verband met de sta. biele noteeringen voor Cubasuiker als met de voortgezette verkoopen van de V.J.S.P., tot den prijs van
f
11 per picol
1

superieur. De voorkeur bestond echter voor aandeelen H
au

deisvereeniging Amsterdam”, op geruchten, dat deze maat-
schappij gedurende 1924 een winst zoü hebben gemaakt,
welke het geheele aandeelenkapitaal overtreft. Cultuur Mij.
der Vorstenlauden: 158%, 160
5
/8,
160% ; Handels Verg.
Amsterdam”: 462%,
45S/,
454%, 460% ; Java Cultuui
Mij.: 3
4
934, 343, 341% ; Maron Cultuur Mij.: 295, 29934;.
Moorman & Co.: 332%, 337, 336; Nec!. md. Suiker: 227,
230, 231; Sindanglaoet: 465, 467, 469%; Suiker Cultuur
Mij.: 232, 238%, 235; Tjepper: 635, 640; Tjoekir: 450,
458, 462; Watoetoelis Poppoh: 625, 630.

Tabaksaancieclea
waren stil en eerder aan den lagen
kant. Men ziet de aanstaande eerste voorjaars.inschrijving
met veel belangstelling tegemoet, doch gelooft ter beurze
niet, dat cle buitengewoon hooge prijzen van het vorig jaar
ook thans weder behaald zullen worden. Arendshurg: 410,
407, 401, 404; Besoeki Tabak:
2691/2,
270, 273; Deli Baat-
via: 366, 359, 362; Dcli Maatschappij: 3891%, 382%, 383%;

Holland Deli: 290, 289%, 286; Senemhah: 39234, 390, M.
De
rubbermarkt
was doorgaans vast, zonder dat bepaalde
aandeolen sterk op den voorgrond zijn getreden. Een uit.
zon dering dient te worden gemaakt voor aandeelen Salatri
Plantations, welke in vrij omvangrijke mate werden ver-
handeld en voor claims Rotterdam Tapanoeli, waarvoor
eveneens goede vraag bestond. Indische Rubber Coinp.’:
243, 244, 247, Hessa Rubber: 182%, 185, 188; Majangian
den: 350, 360, 363; Java Caoutchonc: 128%, 130, 131%;
Nec!. md. Rubber en Koffie: 223,
228%,
229; Oost.Jav:i
Rubber: 262, 255, 262; R’dam Tapanoeli: 14%, 133% (ex
claim), 1334;
Serbadjadi:
212%,
215, 216.
iS’cheepvaartasndeelen
bleven bom en, aooals iii dcii laat-
sten tijd regel is geworden, bijna zonder belangstelling.
Java-China-Japan: 111, 110,
109%;
Kon. Nec!. Stoomboot
Mij.: 80%, 79%, 78
5
h;
Maas” Stooniv. Mij.: 113, 112%,
Stooenv. Mij. Nederland:
162%,
161%; Mij. Zeevaart:
90%, 8834.
De afdeèl ing voor binnenland.sche industriecle
on derne-
mingen heeft evenmin aanleiding tot bijzonderc .bescliou-
vingen gegeven. Er viel hier eerder een neiging tot ver-
koopen op te merken, u’elke culmirieerde in aandeelen in
kunstzijdefabrieken. Calv&Dolft: 99%, 97% ; Du Croo &
Brauns: 1334, 13%, 14; ]deyenoord: 123, 121%, 122, 125;
Hollandsche Kaastzijde Industrie: 162%, 158%, 159%,
157%; Hoil. Mij. t/h m. v. werk. in Gew. Beton: 127, 128, 130; Jurgens: 77%, 787%, 77, 77%; Mijnbouwk. Werken:
72, 74% ; Nec!. Kunstzijdefabriek: 360, 355, 350, 345; Nec!.
Scheepsbouw Mij.:
5034,
49, 4734; l’lrilips Gboeilampen:
314%, 315, 313; R’dam Droogdok Mij. :179%, 176%, 171%; Verg. Touwfabrieken:
23%,
24%.
liankaandeelen
bleven practisch onveranderd .d nister-
clainsche Bank: 137%, 1373%,
136%;
Incasso Bank: 1043/,
105, 104%; Nec!. Handel Mij.: 126; Nec!. md. Hand. Bank:
1397/
s
, 140%, 141%; R’damsche i3ankvereen’iging: 74Y
2
,
74%. –
A aiideelcn iii
ltancielsonclerneminçjen
daarentegen waren
lichtelijk aangeboden.

Coinpania Mercatitil Argentina:
18
1
1
2
, 17%; Int. Crediet en Handels Verg. Botter.
dam: 1943%, 195, 196; Lincle Teves: 91%,
88%;
Ned. Wol
Mij.: 142%, 139, 139
5
/8.
De
mijnafcleelinçj
heeft zeer grillige bewegingen doorge.

.
maakt, doch per saldo is het koerspeii slechts weinig ver-
anderd. Billitou iste Rubr.: 465, 475, 482; Redjang Le-
bong: 247%, 258, 252%, 257; Siloengkacug; 110, 113, 116,
Singkep: 216%, 214%, 212%; Ned. Surin. Goud: 39,
42%, 377%. De
Anierikaansche markt
was iets lager, vooral voor
industrieele fdndsen. American Car & Foun.clry: 199,
2017%; American Smelting & Bef.: 104, 1.029/, 100%
Anaconda Copper: 1933/
4
, 92, 90
3
/8;
Sturlebaker: 1115, 1140,
1130; United States Steel: 126, 125, 123
1
5/ ; – Atchison
Topeca:
118%;
Union Pacific: 150, 1493%; Southerti Paci.
fic: 10415/
io
; Wabash Railway: 24
9
/, 23
25
/
32
.
De
gefdmarkt
was, als gezegd, ruim; prolongatie no-
teerde ten slotte 17% pCt.

GOEDERENHANDEL.

GRANEN.

17 Februari 1925.

De hevige prijsdaling, vooral voor t a r iv e en r o g ge,
waarvan
4fl WIS
vorig weekbericht sprake was, is aanvan-
kelijk ook deze week met onverminderde kracht voorte-
gaan.
Het
herstel, dat aan cle termijninarkten der uitvoer-
landen op 7 Februari was ingetreden en zich den volgen-
den marktdag nog kon handhaven, heeft niet het einde be-
teekend van de op 28 Jai.ii.iari ingetreden periode van prijs.
daling. De volgende dagen namelijk waren alle termijn.
markten w’eder zeer flauw, en
,
met enkele groote sprongen
daalden de prijzen te Chicago en Win uipeg voor oude tarwe
12 t 13 en te Chicago voer den niecuven oogst 4 ii. 5 dol-
larcent per 60 bbs. Alle vertrou,wen in den tauweprijs
scheen verdwenen te zijn, en evenals eeniïgen tijd geleden
argumenten voor Itoogere prijzen in Amerika steeds breed
werden uitgemeten en factoren, die op eene verandering
dr toen zoo vaste dteuimi.ng zouden kunnen wijzen, nau-
welijks werden opgemerkt, traden nu onder de Amerikaan-
sche berichten de meest pssim’istische opvatngen het
sterkst op den voorgrond, met als conolusie de waarschijn-lijkheid, dat ook verder ruim voldoende tanwe in de wereld
aanu’eaig zou blijken te zijn en dat verdere prijsdaling dus
zeer goed mogelijk was. Deze verandering der opvattingen
aan de Amerikaansche markt was vel zeer merkwaardig,
vooral omdat den objectieven beoordeebaar in Europa eigen-
lijk niet duidelijk is, waar deze groote verandering haar
oorzaak vindt. De behoeften der ‘invoerlanden zijn niet
verniindei’d, en ook is geen verandering gekomen in de
oogstcijfer.s der uitvoerlan.den. Zelfs gaat Rusland voort
met zijn inkoopcu, die immers juist in zoo sterke mate
hebben bijgedragen tot de laatste prijsstijgingen op het
einde van Januari, en deze week werden voor Russische
rekening in Canada niet minder dan 100.000 ton meel
aangekocht. Ook kocht Rusland nog w’eder tarwemeel en
Canadeesche tarwe in Engeland, doch in tegenstelling met
kortgeikden maakten deze inikoopen ditmaal niet den min-
sten indruk op de markt. Dit pleit wel voor do zeer flauwe
stemming, dle cle markt kenmerkte, terwijl de groote fluc-tuajties in Amerika bewezen, hoc zencuvachtig en onzeker
haar houding was. Terwijl in de voorafgaande week bij
den dabendea prijs zioh nu en dan wat meer vraag ver-
toonde van koopers, die een spoedig herstel ‘verwachtten,
werd deze week, toen de daling maar niet schoen te zullen
ophouden, in de meeste inv.oerbauden ‘weinig gekocht. Aan
de Engolsohe markt was de omzet gering,, en het feit, dat
italië wat meer kooilust toonde, en ook Duitschlalld nog
voor beperkte hoeaeelhedei:i geregeld in de markt bleef, woog
tegen den geringen Engelschen – kooplust niet op. Ook
Frankrijk toonde voor tarve wel weinig kooplust, geceel-
Lelijk omdat de markt dan

in onzekerhold verkeerde over
de maatregelen, die 1e regeering daar denkt te nemen ter stabilisatie van den tarweprjs. Toen de plannen, welke de ]?ransohe regeeriug had, bekend werden, waren deze dan
ook werkelijk van erustigen aard. Zij bevatten voorschrif-
ten omtrent inventarisatie der voorraden in het geheele
land en gaven zelfs de regeering het recht om zoo noodig
tarwe te requireeren. Het schijnt echter, dat het tot deze
scherpe maatregelen niet zal komen. Reeds is er sprake
van, het woord ,,requireeren” in ieder geval uit de voor-
schriften
te
verwijderen, omdat zoowel handel als land-
bouw zich hiertegen ten storlte verzetten. Ook België. en Nederland ‘toonden in die dagen der sterke prijsverlaging
voor tarwe weinIg kooplust. Met ingang van 13 Februar
echter trad aan de termijnmarkten w’ed.er eene verbetering
in. Ofschoon loco taa

w’e aan de Noord-Amèrikaansche zee-
kust eerst nog flauw bleef door onvoldoende vraag voor export, is op 13 en 14 Februari de stemming te Chicago
en Winnipeg aanmerkelijk verbetert!, en als reactie op de
flauw’e dagen der vorige week zijn de prijzen vrij aanmer-
kelijk gestegen. Na eenige prijsdaling op den l6den sloot
nude tarwe te Ohicago 6 en te Winuipeg ruim 4 dollarcent
per 60 bbs. lager dan een week tevoren. Voor tarve van
den volgenden oogst is te Chicago de prijs ten slotte 55’s
(Juli) en 6% cent (September) gedaald.
Ook in Argentinië is de tarwemarkt Nvat bekomen van
de bijzonder flauwe stemming van het begin der week,
doch den 16den was ook daar de markt lager. Zij sloot
20 t 40 centavos per 100 KG. lager dan een week tevoren.
De wereldverschepidgen waren deze w’eek weder zeer om-
vangrijk, en nog aanmerkelijk grooter dan ‘in de vorige.
Er werd namelijk w’eder veel meer tarwe uit Noord-Ame-rika afgebaden, zoodat ondanks een’ige afname in cle Ar-
gentijnsohe en Australisclie verschepingen het totaal toe.
nam. Aanvoeren van tarwe bleven in Aaatralië
en
Argen-
tinië groot en ook verder zuihen uit die lauden nog om-

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTICHE
BERICHTEN.

.

157

.

Noteeringen.
.
Locoprjzen te Rotterdam/Amsterdam.

Chicago
Buenos Aires

Soorten


16 Febr.
9 Febr.
18
Febr.
Data
__________________________
1925
.
1925 1924
Tarwe
Mars
Haver
Tarwe
1
1

Maïs
LtJnzaad
Tarwe

.
……………….
1

Rogge
(No. 2 Western) ..

19,-
17,10 19,50 17,10

Mei
Mei Mei
Febr.
Febr.
Febr.
12,50
10,30
14 Feb.’25 186v

1281/
8

54
I8
17,251)J 11,-S)
1
24,301)
Mais (La

Plata) ………..
245,-
249,-
233,-
7

,,

’25

190
7
/
8

134%

607/
8

17,15

11,15

24,50

.
Gerst
(48
ib. malting)
.
•2
270,-
272,- 222,-
14 Feb.’24 1103(


8048V
4

10,40

10,15

20,-
Raver
(381b. white clipp.)i
13,75
4
)
14,_
4
)
10,60
14 Feb.’23 123(

76
4
y

467
11,95
1
)

9,45′)19,80′)
Lijnkoeken (Noord-Amen-
14 Feb.’22

138

60

413
13,75)

8,5
3
)

22,852)
kavan
La Plata-zaad)
1
13,85 14,10 14,60
20 Juli ’14

82

56/
8

36K


9,40

5,38

13,7Ö
Lijnzaad (La Plata)

…_
3
1
5T4,-
530,
445,-

1)
Per Maart.

) Per April.
3)
Per
Mei.
‘)
pen
100 KG.

) per 2000
KG.

8)
pen
1960 KG.
.
‘No.2llard/RedWintenWheat.
4
)Canada
No. I
.

,ANVOEBEN iii tons van 1000 KG.

.
Rotterdam
Amsterdam
Totaal

Artikelen
114 Febr.

Sedert

Overeenk.


1925 1924

1
8114
Febr.
.

1
1

Sedert
Overeenk.
.
1925
1 Jan. 1925
tijdvak 1924
1925

1 Jan. 1925

tijdvak 1924

Tarwe

..
6.872
89.804
76.950 3.050 3.050
635
92.854
77.585
Rogge ._. .-. .-

………-. .-
2.858
7.061
67.259



1.725 7.061

1
68.984
Boekweit
……………
2.602
4.637
4.406


4.637

1
4.406
Maîs

.
.-

………….
25.048
122.098 83.368
1.965
16.787 11.813

.
138.885 95.181
Gerst………- ………..
2.980 21.328
31.037
_
800
8.075
22.128
3911C—..-
Haver
.. ..

…………-
1.33
7.826
32.970
.
150
7.976
32.970
Lijnzaad …………….
8.235 32.289
13.742

1.200
5.649

4.926
37.938
18.668
.
4.144
33.066 15.386
_
1


450
33.066 15.836
Lijnkoek ………………
Tarwemeel …………..
370
1

16.764
25.079

401
t

3.702
410

20.466
25.489
Anderemeelsoonten
. .
….
203
1.714 870



1.714
870

vtiugrijke afladingeit kulluen worden

verwacht.

Dit is ech- iii Nder1aa{i aaitgekomen

partijeu I{oemeeusche

en Bui.
ter
in

(lezen tijd van het jaar n.jets bijzonders, maar van
gaa.rsohe mais moest een groot gedeelte in lichters worden
Ifwer invloed op de prijsdaling der vorige week is de nog
gelost, terwijl ook voor enkele ladingen Platamaïs, die te
titijd rtihne omvang geweest viii liet aa.iibod aan de Noord-
Rotterdam in lossi.ng
zijn, onvoldoelidd vraag betaat.

De
menikaanscbe markten. De vroegere

merikauusche he-
l:iatste dagen is echter cle positie aan de maïsmarkt wei
richten

over

liet geringe

overschot,

dat nog in

het land
nat verbeterd. De kleine versctbepiugeu uit Argentinië had-
aanvezig zou zijn, hadden reeds lang een afname vati het
tien weer bijna geheel plaats ten koste van de in de Argen.
uuibod doen verwac.l iten, en juist de omstandigheid, dnt dit
tiinsche havens aa.nvezige voorraden, en het aanbod vaij
niet het geval is, heeft sterk tot de })rijsverlagLng bijge-
oticle tnaïs is daar nu zeer klein. Bovendieti herstelden zich
dragen.

Blijkbaar

brengt de itooge

tas v eprijs

de boeren
voor nienwe mais aan

de Argentijnsehe termijnmarkten
ertoe,

zooveel

niogelijk

van

hun

1)iottuctie

ter

markt

to
de prijzen weder eeirigsaius, zoodat het vertrouwen in den
lreugen. Bij de vaste stemniing in de uitvoerlanden is ook
maïsprjs langzamerhand begon

terug te keeren.

Daarbij
iii Europa de •kooplust wat toegenomen, en zoowel Diiitsh- wordt in :Roenieii.ië en Bulgarije iie maïspnijs flink op peil
land als Nederland en België, alsook Engeland ontwikkel-
gehouden en men heeft zich in die laaden sterk verzet
den de hiatste dagen wat meer belangstelling, zoodat stoo-
tegen de prijsdaling, die in West-Europa plaats vond. Ook
fllefl(ie partijen evenals de iii de havens aanwezige voorra-
werd van den Balkan veel minder maïs afgeladeu dan in
(leïl iets gemakkelijker plaatsing voliclen.
cle vorige week, en cle laatste dagen wordt voor ladentie
Begge heeft zich aan de terniijumark.teti te Chicago op
Bulgaarsche en Roemeensche mais reeds weder een premie
dezelfde wijze hewogén als tarwe.

In liet begin der

week
boven in West-Europa aangekomen partijen betaald. Vail
traden ook hiervoor nog-belangrijke prijs:lalingen op, welke
R

usland kunnen nog flinke maïsversohepingen worden ver-
later door een flink herstel werden gevolgd. Na een Ilau-
vaeht, doelt het aanbod bleef tot nog toe klein.

Eenige
were markt op

16 Februari sloot cle prijs

nog ongeveer
partijen, clie op 16 Februari in Nederland

werden aang-

614

dollarcent per 56 lbs. lager dan. op dell

9clen.
boden, werden daar gekocht tot aanzienlijk hoogeren prijs

Zaken

iii

rogge

bleven

nog

steeds

zeer

beperkt.

Zoo-.
clan eenige dagen geleden werden betaaki, terwijl ook voor
wel in Duitschianci als in Nederland bestaat geregeld

vel
iade]kde maïs uit Bulgarije en Roemenië een niet onaan- ecuige vraag, doch deze kan voldoende worden gedekt uit
iiemiIijke prijsverhooging valt te constateeren. in :Iingelaucl
het aanbod van wederverkoopers, en uit nog in de havens
bleef de vraag voor maïs echter beperkt en ook België
aanwezige voorraden,

terwijl

de prijzen

zich steeds bene-
toont

niet veel kooplust,

evenmin

als Duiitsehland,

waar
Een het Amerikansche niveau blijven

bewegen.

Versohc-
trouwens de prijs nooit tot het zeer lage niveau van de
pingen van rogge uit Amerika waren ook deze week weder
:unlere markten was gedaald.
klein. De stand van de nieuwe

wiutertarwe

in

de

Ver-
0 er s t is stil met zeer weinig vraag voor alle soorten,
een igde Staten laag mm wel als gunstig w’ordhn beschreven
cifschoon in Amerika cle markt bijna cle geheele week ccii
en ondanks cle vele klachten, die cie laatste maanden ge-
vasten groncitoon bleef

bezitten

en

cle later

weder

ingd-
koord werden over schade door het onguustige winterweder,
haalde prijsdaling te Winnipeg lang niet den omvang van
is volgens de laatste berichten het winterverlies niet groo.
imtclere greansoorten had bereikt. De afzet van gerst wordt
ter geweest dan normaal.

Ja Europa is in den toestuici
bemoeilijkt door cle omstandigheid, dat de prijs zich
I1U
zoo

weinig

verandering

ingetreden.

Hongarije

en

Zuid-Slavië
ver boven dien van maïs bevindt. Tot aanzienlijk déport
klageii nog over droogte, terwijl in Engeland de overdadige
wordt gerst uit Noord-Afrika op zoineraflading aangebo.
regenval

tot klachten

zuileiding geeft,

en

den

veldarheid
den, doch voor het restant van den ouden oogst is dezer
bemoeilijkt.

Voor

voeclergranen

u’as

de markt deze

week
dagen de uitvoer uit Marokko verboden.
zeer weinig levendig.
}iaver was in Noord-Amerika in het

begin

der

week

Ma is ontmoet onvoldoende yrsag el.m was gedurende het
flauw, en tot de gedaalde prijzen zijn naar Nederland en

grootste gedeelte der week flauw,

vooral

door

de

uitste- Dnitschlail{1 nogal wat zaken in Noord-Amerikaansche soos-

kende vooruitzichten voor

den

nieuwen

Argentijnsehen
ten gedaan. Bij cle later w’eder

ingetreden prijsverhooging

oogst en de sterke prijsdaling aan

de Argentijnsehe ter-
verminderde

echter

de koophist,

terwijl

in

Engeland

de

inijnmarkten

op

de

ternijnen,

clie op deren oogst zijn ge-
geheole week zaken in haver zeer klein waren.

baseercl. De ondernemingslust voor maiS op latere posities
SUIKER.
was clan ook buitengewoon gering en werd nog verminderd
Ook

deze

week

waren

de

verschillende

suikermarkten
dooj goedkoop aanbod

uit Zuid-Afrika, (lat een zeer goe-
prijshouclend gestemd.

den oogst heeft, waaruit flinke verschepingen kunnen wor-
in N e w T o r k oudergingen cie prijzen nagenoeg geen
den verwacht. Ook voor spoedige mais bestaat wegens het
verandering,

hetgeen uit ondervolgende cijfers blijkt:
zachte weder en voldoende aanvoëten in de meeste landen
Sp. C.

Mrt.
Mef
Juli Sept.
.
weinig vraag, zoodat Platamaïs vooral in Engeland en oök
Europeesche

soorten

vooral in Nederland slechts met be.
Slot voorafgaande week …….4.62

2.83

2.96

3.12

3.24

l:ingrijke prijsopouiering plaatsing konden vinden. Van de
Opening vérslagweek

……..4.62

2.86

2.97

3.14

3.25

Slot verslagweek

4.59

2.81

2.94

3.10

3.25

158

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18
Februari
.1925

De ontvangsten in de Ati. havens der V. S. bedroegen
deze week 55.000 tons, de versmeltingen 54.000 tons (tegen
69.00.0 tons in 1924) en de
vooiralen
57.000 tons.
In prompte Cubasuiker kwamen flinke afdoen’ingen tot
stand tot 2,86 en 2,81 d.c. c. & fr. New York. ‘Ook Engel-
sche Raffinadeurs kochten verschillende ladingen Februari/
Maart en daarna Maart/April verscheping tot 14/-cif U. I<.
De C uh a-statistiek is als volgt:

1925

1924

1923

Tons

Tons

Tons

Weekontvangsten 7 Febr. ’25.. 208 507 168.849 151.397′
Tot. sedert 1Dec. ’24-7 Febr.’25 938.832 776.697 812.309
Aantal werkende fabrieken 172 168 170
Weekexport7 Febr.1925 ……118.358 134.138

89.602

Totaal 1 Jan._7 Febr. ’25 …. 554.792

501.364 477.279′
Totale voorraad op 7 Febr. 25. 384.040 275.333 335.930
In E ii ge 1
a
n d verhoogden Raffinadeurs den prijs voor
Maart levering met 3 d.
De Boarci of Trade geeft de volgende cijfers over Januari :’
Tons

Tons
Januari 1925

Januari 1924

Import Riet…………….56.701

106.234

Geraffineerd …. 68.773

49.938

Totaal ………………..125.474

156.172

‘T’dorr,aad in entrepôt ……121.150

131.500

raffinaderij . . . . 27.550

40.650
Opbrengst raffinaderijen …. 47.886 •

79.124

Totaal binnenl. verbruik ….126.058

127.928

Totale uitvoer …………..4.135

7.143

Voorraad 31 Dec . ………. 165.550

1923

157.400

31 Jan . ………. 148.700

1924

172.150
J)e zichtbare voorraden zijn volgens Czarnikow:

194/’25

192i/’24 1922/’23
Tons Tons Tons
Duitschiand 1 Jan.
1
25 ……1.021.000 908.000 1.002.000 Tsjechoslowakije 1 Jan. ’25 . 769.000 546.000 470.000

Frankrijk 1 Jan. ’25 … …….468.000

291.000 240.000.

Nederland 1 Jan. ’25 ……..219.000

154.000 224.000

België 1 Nov. ’24 ……….62.000

51.000

51.000

Engeland 1 Jan. ’25 ………172.000

164.000

812.000

Totaal (Europa). . 2.711.000 2.114.000 2.299.000.
V.S. Atlant. havens ii Febr.’25 57.000 64.000 35.000
Cuba alle havens 7 Febr.’25. . 384.000 275.000 337.000

11
binnenl. 24 Jan. ’25…. – 217.000

234.000

169.000

Totaal .. 3.369.000 2.687.000 2.840.000
Op J a v a kwamen weder ruime afdoeningen uit restant
oogst 1925 door de V.I.S.P. tot stand tot (le békende prij-.
zen van
f
1034 voor Superieur, f934 voor No. 16 en/hoo-
ger en
f
91/4 voor Muscovados; waarna verdere biedingen
voor Superieur tot
f
10% werden geweigerd en eenige pos-
ten tot
f
11 werden verkocht. Prompte witte suiker werd’
herverkocht tot
f
1.3 ei’ daarna tot
f
1334.
De export van Java gedurende Januari bedroeg 71.278
tons tegen 74.557 tons in 1924. H i e r t e 1 a ii d e was de stemming gedurende de afge-
loopen week prijshoudend tot vast, mede wegens de afdoe-
ningen op Java dobr de V.LS.P.
De markt opende op:

f
205/
8
voor Maart,
20( ,, Mei
20

Augustus,
20( ,, December,
welke prijzen in den loop der week met
f
34
1.
f %
oplie-
pen, om na eenig realisatie-aanbod weer iets in te zakken.
De noteeringen sloten echter op ongeveer
f
34
hoogere
prijzen dan bij opening.
De omzet bedroeg deze week 4600 tons.

NOTEERINGEN.

Londen
New York

1
White Java’s
1

Cuba’s
Amster-
96pCt.
Data
dam per Tates
f.o.b. per
1 96
pCf. c.t.f.
Centrl-
Cube.)
No.
1
1

Mei/Juni
1ebr./Maart
Maart fugals

Sh. Sh. Sh.
$
ets.
l6Febr.’25
ç20
1
8/
0

36/61
1719
14/_
4,59
9

,,

1
25
,,2034
36,61
1716
14/-
4,62
16Febr.’24
671-1
28/6
1

30/6
7,28
16Febr.’23
,,3234
63131
24/6
201_
6,53
4 Juli ’14
,,11
13
/j
181-1
– –
3,26

KATOEN.

Marktber’io.ht van de Heeren Sir Jacob Behrens & Sons.
Manchester, d.d. 11 Februari 1925.
Prijzen van Amerikaansche katoen . zijn deze week wat vaster geweest. De ontvangsten in de havens en de export

blijven geregeld doorgaan, terwijl er in Liverpool flink ver-
kocht wordt, speciaal Peruvians. Egyptische katoenprijzen
bleven tot verleden Zaterdag stijgen, toen F.G.F. Sakel spot
35.15 noteerde d. i. 150 punten hooger dan sedert ons laatste
bericht. Gisteren- was er echter een daling van 25 punten,
doch Liverpool opende vanmorgen 40150 punten hooger,
terwijl F.G.F. spot vandaag 100 punten opliep, nI. tot
35.90 d., waardoor een nieuw record voor dit seizoen be-
haald werd. De export van Alexandrië is grooter dan ver-
leden jaar, doch fijnere soorten beginnen schaarsch te
worden.
Amerikaansche garens blijven goed gevraagd. De stem-
ming van de Master Spinner’s Federation is ten gunste
van een inkrimping van den werktijd in de. Amerikaansche
sectie tot 35 uur per week beslist, waardoor garens iets
vaster werden. In de grovere nummers, zoowel Mule- als
Riaggarens, gaat slechts weinig om, doch de medio nummers
Mule worden beter gevraagd, terwijl verschillende Spin-
ners hiervan betere zaken rapporteeren en ook 44s ring

beams goed gevraagd worden. Het schijnt, dat sommige 1 a-
brikanten, die zich tot nu toe afzijdig hielden, flinke posten
geplaatst hebben om zich tijdige levering te verzekeren.
Er zijn enkele verkoopen in 40er Mule voor India tot stand
gekomen., terwijl naar get.wijnde garens slechts weinig be-
langstelling bestaat. Verkoopen van Egyptische garens zijn
slechts gering, zoowel in cops als bundels, terwijl voor ge-
twijnde garens uitsluitend belangstelling is voor kleine
partijen voor spoedige levering. De enorm hooge prijs van
het ruwe materiaal houdt zaken van eenige beteekenis tegen.
In de doekmarkt zijn prijzen bepaald vaster. Er valt
echter sedert ons laatste bericht in den algemeenen toestand
geen verandering van beteekenis te melden. Volgens de
binnenkomende mails hebben koopers daar over het alge-
meen niet veel verdiend, zoodat zij er nog niets voor voelen
nieuwe contracten aan te gaan. Calcutta vooral houdt zich
zeer afzijdig, hoewel er wel enkele biedingen voor de lichter
soorten vandaar binnenkomen. Op de kleinere markten
zooals Java, de Straits, Madras, enz. schijnt men met meer
succes zaken te doen. De toon is iets optimistischer dan
verleden week en men hoopt, dat de kortere werktijd in
de Amerikaansche spinnerijen, ht vertrouwen bij overzee-
sche koopers zal versterken. In Egyptische soorten is nog
geen verbetering en de vooruitzichten hierin zijn nogverre
van rooskleurig.
4Feb. 11Feb. Oost. koer8en. 3 Feb. 10Feb.
Liverpoolnoteeringen.

T.T.op Indië

1/5,
1
,
1
116
F.G.F. Sakellaridi8 33,65 35,90 T.T. op Hongkong
2j37,
2/3
Ie
G.F. No. 1 Oomra 10,35 10,35 . T.T.opShanghai 3/1k 3/11%
Noteering voor Loco-Katoen.

(Middling Uplands.)

13
Febr.
1925
6
Febr.
1

1925
30
Jan.
1925
13
Febr.
1924

1

13
Febr.
1923

New York voor
Middling
.
..
24,75 e
24,25c 23,90e
33,20e
28,05 c
New Orleans
voor Middling
24,65 c
24,10e 23,75e
33,13e
-,- c
Liverpool voor
Middling

..
13,72 d
13,28 d
12,92 d
19,30 d
16,07d’)

*) Voor 1 ully niiddliog ouden Standaard.

Ontvangsten in- en uitvoeren van Amerikaansche havens.
(In duizendtallen balen).
1 Aug.
1
24
Overeenkomstige periode
tot
1923-24
1922
2
23
6Febr.’25

Ontvangsten
Gulf-Havens.
17398

5589

4700

.Atlant.Havens
J
UitvoernaarGr.Brittannië

1922

1399

1083
‘tVastelandetc.

2972

2196

1961
Japan

… …

641

443

366

Voorraden.
(In duizerrdtallen balen).

Overeenkomstig tijdstip
6Febr.’25’
1924 1923

Amerik. havens
.
….

._ ….
1344
877 888
Binnenland ………. .._ ..
1246
891
1079
New York

……. … ..

..

206
160 72
New Orleans

………. .._ .-.
344
200 200
Liverpool

716
540
459

KOFFIE.

De gang van zaken aal, de koffiemarkt kan in den laat-
sten tijd – ook in de afgeloopen week – feitelijk be-

18 Februari 1925

ECONOMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

:

159

schoiswd worden als het verloop van den strijd tussolien
de prodpct’ie en de cwtsunt.ptie. Aan laatstbedoelcle zijde,
dat is in dit geval in Europa en iii NoQrd.Amerika, wordt
reeds sedert ongeveer 3 maanden zoo weinig mogelijk ge-
kocht. Van alle markten luiden de berichten, dat de
afzet
luutengewoon slecht is en dat alleen het hoognoodige wordt
opgenomen. Daartegenover stasc cle prodnctielanclen (in
de eerste plaats het grootste, dat is Brazilië), die hunne
Icoffies zoo duur mogelijk willen verkoopen, en nu ziet
uien telkens dat, zoodra de aanbiedingen van Brazilië ietz
gemakkelijker worden, cle terniijnntarkten in cle verbruiks-
landen in verhouding evenveel of nog meer .terugloopen,
en iie koopers van disponibel of aflading nog schichtiger
ivordeii en zich geheel terugtrekkei. i).it was bijvoorbeeld
iii het eerste gedeelte der afgeloopen week het geval, en
daarna had weder het tegenovergestelde plaats. Brazilië
namelijk, dat bemerkt had met iets lagere aanbiedingen
roorloopig geen succes te hebben, werd we:ler vaster op
enne niet onbelangrijke stijging van zijn w’isselkoers op
Londeit, en de tcrnujnmarkten liepen weder op, teiiwijl voor
lnco cle stemming, tla.lclijk iets beter werd, al liet de afz(
,
l;
ook nog zeer veel te wenschen. l)e groote kwestie is natuur

lijk, wie de sterkste zal blijken, of mat andere woorden
welke valt beide partijen het het langst zal uithouden. Op
leze plaats is reeds herhaaldelijk melding gemaakt van cle
i’etsehiile’nde maatregelen. die Brazilië sedert geruimelt
tijd in toepassiig brengt om de prijzen op te. drijven eet
boog te houden en daarbij moet thans nog gevoegd worden
eene dezer dagen door den Staat Sao Paulo bij de Firma
,l. Henry Sehröcler & Co. te Londen en bij een bankiers-
syndicaat te New York geplaatste leening van een zeer
belangrijk bedrag, dat ook voor cle ,,Verdediging van de
Koffie’ – zooals het daar heet – moet dienen. Ook de
statistische positie van het artikel en (le oog

stvooricitaich-
ten zijn gunstig voor liet productieland. Wat de statistjek
betreft, zoo kan er
01)
gewezen worden, dat de zichtbare
wereidvoori’n,ael met 5.256.000 bn. op 1 Februari nog altijd
zeer klein is, want al is hij ook ongeveer 1 niillioen balen
grooter clan verleden jaar, zoo is hij toah altijd nog bijna
2i4 m,illioeu halen kleiner clan vOör 2 jaar en zelfs ruim
4 nulliodn balen kleiner dan 3 jaar geledad. En omtrent
‘le .00gstvooruitzich’ten kan worden bericht, dat het Minis-terie van La.nd,bouiw van den Staat Sao Paulo den loopen-
den Sauttos-oogst raamt
01)
slechts 6.492.000 hn., hetgeën
met de op 1. ,TiiJ i 1924 in het binnenland van San Paulo achtergebleven hoeveelheid valt 4.592.000 hn. een totaal vormt van 11.084.000 bim., terwijl de Bio-oogst reeds op zijn einde schijnt te gaan loopen. Tot nu toe leverde deze
laatste 2.624.000 hn., en hij zal dus waarschijnlijk wel on-
Ier 3 miltioen halen totaal blijven. Voor den volgenden
oogst (1925/26) lijken de reeds vroeger gegeven ramingen
van 14 millioen balen voor geheel Brazilië te zamen niet
te klein, daar in de laatste dagen van verschillende zijden
schattingen zijn ontvangen, lie niet onbecluidend lager zijn.
Schijnen cle verschillende hierboven genoemde factoren
dus gunstig voor het standpunt, dat Brazilië ten opzichte
van de prijzen nog steeds inneemt en oolc verder zal trach-
ten in te nemen, zoo blijft liet toch altijd de vraag of’ het
dat standputint zal kunnen liandkavcn, indien de handel
iii Europa en in Amerika nog eenigen ‘tijd zal kunnen
voortgaan met zijne politiek van onthouding, want vooral
hij de tegenwoordige hooge ivaarde is eene eenigszins lang-
ulurige periode van heperkten koffie-uitvoer voor Brazilië van groote beteekenis. Gelukt (lie politiek eekter niet, dan
zou, zoodra de consumptie hij gebrek aan voldoende on-
zichtbare voorraden ten slotte tot wat ruimere nieuwe
i nkoopen zal moeten overgaan, liet zeer waarschijnlijk zijn,
(lat het groote productieland eerst recht hoog te paard
ging zitten, en dan zon de handel niet de thans door hem
gevolgde tactiek wellicht ju.ist in de kaart der produceTi.
ten blijken te hebben gespeeld.
l)e termijnnoteeringen aan de ooktend-cali waren te:
Rotterdam (Santos-contract)

Amsterd. (Gemengd con-
basis Good

tract) basis Santos Gooci

Mrt. Mei Sept. Dec. Mrt. Mei ISei. Dec.

17 Febr. 59

57

527/6 5 ly
4
5 7
y
4
542/
4
50

49
10

60

53
/8
51
7
18
57

55j

518/
8
5081
8

3 ,, , 6 ly,

58a,’
55

53,4

59

568/
8
53

501/
s

27 Jan. 62

1
59Y
4

5681
4
54( 59

567/
s
5
3
6
/8
51a/
De slot-noteeringen te New ‘York van het aldaar geldende
gemengd contract (basis Rio No. 7) waren:

Mrt.

I

Mei

I
Sept.

I
Dec.

16 Febr……….$ 20,35

$ 18,95

$ 16,90

$ 16,33
9

……….

20,60

19,04

16,90

16,28
2

21

19,65

17,65

16,95
26 Jan………

20,61

19,35

17,58

17,08

l)e offieieele ‘ loconoteeringen bleven alhier onveranderd
70 cl. voor Superior Santos en 64 ct. voor Robusta, alles
per Y2 EG. Vau de gewasscheu Centraal- en Zu.id-Ameri-
kaansehe soorten bestaat liet loco-aanbod op de Nederland-
cclie markt op het oogenblik hoofdzakelijk uit Guatemala
en Columbia, en daarvan zijn de prijzen hier als volgt:

Guatemala, grof, diep kleurig ……….. 92
a
94 ct. p.

K.G.
,,

,,

goed

,,

……….87 it 90 ,,

,, ,,
11
Columbia , ,, afgebi. A. vrij goed kleurig 84 It 90 ,,

Volgens berichten uit Indië is de koffie-expert, clie in
opdracht van de Nederlandsch-Iadische Regeer.ing alle kof-
ie produceerende landen der wereld bezocht heeft, kort
geleden na eene afwezigheid van 2 jarec teruggekeer’d.
.Wj veiiwacht van geen dezer landen eenige belangrijke
toename der productie, met uitzondering van de Zuid-Ami-
rikaa.nsehe ilepublieken Columbia- en Venezuela. Ook Bra-
zilië zon volgens hem eeue toename kunnen doen verwach-
ten, indien cle cultuur daar niet te lijden had onder cle
ernstige plaag van den Stephanoderes, den kever, clie in ‘indië bekend ‘staat onder don naam van Bessenhoeboek,
en die ook daar in de laatste jaren groote schade heeft
aangericht. De Regeering in Brazilië doet al liet mogelijke om deze plaag te bestrijden, doch de planters aldaar schij-
tien nog altijd niet voldoende het dreigende gevaar in te
zieit en volgen dan ook ‘de voorschriften voor de bestrijding
ruis den kever niet in behoorlijke mate op. Korten tijd
gceden is nu door de Braziliaansche Vereeniging tot be-
sr:hemnting van de Koffie bij liet Ministerie van Landbouw
van Sao Paulo ingediend een wetsolntiverp, waarbij de uit-
voering der maatregelen van bestrijding wordt verplich-
teacl gesteld.
l{otterclarn, 17 Februari 1925.

l
v
.

(ivJeclecleeliitg valt cle Vereeniging voor den Goeclereithandël
te Rotterdam.)

Noteeringen en voorraden in Brazilië.

te Rio

“e San tos

Wisselkoers
Data -,– – te Rio
Voorraad Prijs Voorraad Prijs op Londen
(In Balen) No.?’) (In Balen) No.4
1
)

16 Febr. 1925

262.000 48.675 1.828.000 41.000
5’3/
9

1925

256.000 39.150 1.712.000 42.000

5
18
/16
2

1925

299.000 38.600 1.642.000 41.500

/
8

16 Fêbr. 1924

147.000 22.750

727.000 26.500 6
27
1
32

i
) In
Reis.

Ontvangsten uit liet binnenland van Brazilië in Baled.

te Rio

I

te Santos Data
Afgeloopen

Sedert Afgeloopen

Sedert
week

1Ju11

week

1Ju1i

14 Febr. 1925-

33.000 2.633.000

169.000 6.651.000
14 Febr. 1924..

36.000 2.569.000 210.000 6.407.000

THEE.

I)e :ifgeloopen week gaf een verdere reactie van cle Lon-
densche theemarkt te zien met prijzen, die van A. tot 2 d.
per Ib. lager waren dan die der vorige week. Er werden
vele partijen teruggetrokken. Voor cle Java-theeveiling be-
stond op hot verlaagde niveau meer belangstelling. Men
klaagt over hen sterken teruggang in de kwaliteiten en de
werkelijk goede theesoorten werden ook goed betaald. Voor
de ordinaire soorten was weinig belangstelling. Het prijs-
niveau, waarop men thans is aangeland, is ongeveer gelijk
and dat van verleden jaar om denzelfden tijd. Hoewel er
geen nieuwe factor is bijgekomen om dezen scherpen terug-
gang der prijzen te wettigen, iijn de plantersvereenigingen
van Britscl,-lndië en Ceylon er toch toe over gegaan om
het w’ekelijksche a.Lnbod op de markt voorloopig te beper-
kèn tot resp. 25.000 en 12.500 kisten.
De terugloopende maakt in Februari deed sterk haar
invloed gelden op den invoer tot verbruik in het Vei-eenigcl
Koninkrijk. Terughoudendheid van de koopers in veiling
brengt uiteraard mede kleine inklaringen. Het cijfer over
Januari daalde clan ook van 40,3 millioen lbs. in 1924 tot
34,6 millioen lbs. in dit jaar, terwijl ook cle uitvoer met
1 millioen lbs. terugliep (5,3 millioen tegenover 6,2 mil-
lioen). Waar cle aanvoer in Januari vrijwel gelijk bleef
aan die van verleden jaar, (60,7 millioen lbs. tegenover
60,3 millioen lbs.) is ook de voorraad in entrepôt, die vei–
leden jaar in Januari met 16 millioen lbs. toenam, ditmaal,
met 21 millioen lbs. vermeerderd en staat die thans op.
)uet cijfer van 225 millioen lbs., een cijfer, dat hooger is dan dat van een der naast voorgaande jaren.

Anîsterdam,16 Februari.

160

ECÔMISCH-STATISTISCHE BERICHTEN

18 Februari 1925

STEENKOLEN.

Niettegenstaande den uitgesproken veusch om Jiever de
mijnen stil te leggen dap cle prijzen nog verder te verlagen,
schijnt ook thnns in Engeland de kentering te komen en
er is een neiging te bespeuren met cle algemeene prijsver
Inging van kolen
01)
het continent mede te
gaan.
Men
spreekt vnu een binnenkort te verwachten prijsverlaging
van 6 cl. ii 1/- over iie geheele linie, om op die wijze eenigs-
zins ann de concurrentie van Westfaalsche kolen op het continent het hoofd te kunnen bieden. In de prijzen van
liet oogeablik, clie hieronder worden aangegeven, is van
een verlaging eveiivel nog niets te bespeuren:
NorthumberlancI Ongezeefde …………
f
12,-
Dnrham Ongozeefde ……… . ……….. ., 13,10
Cardifi Oiigezeefde

……………….. .., 15-
Sehotsche Gezeefcle …………………… 11.25.
Yorksliire Gewasschen Doubles ………. ..14,50
Westfaalsdhe Vetîörder

……………. .
., 15,-
Vetstukken …………….. . 17,50
Smeenootjes

………….. ., 1.7,—.
G’esvlamförder

………… ..:1.5,-
Gioteokes

……………. ..20,25
alles per ton vati 1000 KC
.
…franco station Rotterdam/A.i-
sterdam.
Westfaalsehe bu ukerkolen f.o.b. Rotterdam/Amsterdam

f
1.1,25. Markt onregelmatig.
17 Februari 1925.

METALEN.

Loco-Noteeringen te Londen:

Data
Koper
Stan-
daard

Koper
Electro-

Tin
lytisch

Lood
Zink

16 Febr. 1925…
65._/—
70.—/—
263.7/6
37.15/_
36.12/
9

1925—
65.51—
705/—
261.1216
38.5
1
1

36.151!
2

1925..
64.10;—
69._/_
259.15/_
37.5/_
35.17/,
26 Jan. 1925.
.
65.1216
70.51_
263.7/6
39.17/8
37.5/-
18 Febr. 1924..
66.2/6
70.13/_
284.17/6
35./_
37.10/
20 Juli 1914..
61.-/-
145.151—
19.—/–
21.10/

VERKEERS WEZEN.

VRACHTENMARKT.

Van Amerika vinden kolenafsiuntingen, wat Europa
betreft nog steeds alhfén naar West-Italië plaats en wei
tegen $ 3,50 per Februari/Maart, op welke basis meerdere
afsluitingen mogelijk zijn. Naar Zuid-Amerika werden boQ-
ten als volgt afgesloten: Rio $ 3,60 per Maart, $ 3,50 per
Februari met de optiie van Santos tegen $ 3,80, naar de
Lover Plate tegen 16/- per Maart.
Daar de prijzen van liet graan nog steeds vallen was in
de afgeloopen week Amerika de eenige richtingen van waar
graan] aclingen afgesloten werden en wel u.its.lu
.itend ii aar
de. Mid.dellaiidsehe Zee. Van de Range werd afgesloten
tegen 21 cents per 1.00 lbs. per Februari naar West-Italië/
Sicilië en 4/3 per 4tr., terwijl met de optie van belading in West St. John een spotprompte boot werd afgesloten
tegen 3/6 naar het Continent (Bordeaux-Ham.burg rangeY,
optie U. K. 3/9 of Middeliandsebe Zee tegen 21 cents. Naar
Çiriekenland werd een aantal Februari ladingen afgesloten
op basis van 23 cents. Van de Gulf was de markt nog
flauwer als die van de Range en er wêrd slechts 66o afslui-
ting gedaan, nl: een groote boot naar Griekenland tegch
een tamelijk goede vracht van 25 cents per Maart.
Door de groote aankoop van meel voor Russische reke-
ning ontstoud een vraag naar tonnage, belading Februari/
Maart/April van de ilange naar Leningrad of Zwarte Zee
havens tegen 25 cents per 100 lbs. op basis van vrij laden eo lossen. In totaal is volgens berichten 100.000 tons ver-
kocht. .
11
De suikerniarkt van West-Indië ging deze week op den-
zelf den voet voort. Van Cuba werd afgesloten naar U.
K:/

Continent per Februari en begin Maart tegen 221. tot 22/6
voor een 6/7000 tonner, terwijl een vroege boot deze vracht
heeft kunnen bedingen naar Rotterdam direct. Van San
Domingo werden verschillende kleinere booten afgesloten van ongeveer 3000 tons tegen 23/- spot-belading en 23/74
per Maart, welke laatste afsluitingen gedaan werden met
de optie van HaJifax tegen $4,37Y
2
. Van de North Pacif ie vallen deze week geen afsluitingen
te vermelden. De vrachtprijs voor gedeeltelijke ladingen
bedraagt 35/- tot 37/6 naar U. K./Con.tinent per Maart7
April, terwijl er een mogelijkheid tot afsluiting van een
volle lading bestaat tegen 35/- tot 37/6 voor dezelfde posi-
tie. De lumbr markt is flauw doch er wordt nog steeds
genoteerd naar Australië (Newcastle-Port PiHe range)
tegen $15 (basis 2 loshavens per Maart/April/Mei).

De miirkt van cle Biver hate is geheel weggevallen. Het
is moeilijk definitieve orders te vinden, speciaal voot promp-
te belading. De vrhchtprjs voor prompte belading van Up river is niet meer als 20/_ en per Maart 20/6 tot 21/-.
De Oostelijke markten waren de afgeloopen week flauw
te noemen. Van Wladiwosto& werd 1000 tous ruimte afge-
sloten voor Soya-boonen per Februari/Maart naar Rotter-
dam of Hamburg tegen de goede vracht van 36/3. Van
Saigon werd de in het vorig verslag vermelde lading afge-sloten voor een 7500 tonncr naar Havre en/of Duinkerken
tegen 37/6, optie St. Nazaire
Y,
extra, Meibelacling.
liet grootste gedeelte van de week bestond van Austra.l ië
geen definitieve vraag, doch tegen liet einde kwamen er een.ige orders in de markt, die
werden
afgesloten tegen
vruchten, die veel lager zjjn dan die van cle week daarvoor
cii ondanks bij het begin een boot van ongeveer 6500 tons
en.go betaald werd niet 55/- voor tarwe/gerst van Z1Lid
Austral.ië met Maartbeladiiig, werd siiiclsd’ien 50/- geaccep-
teerd voor een boot van gelijke grootte en dezelfde positie
van Sydney voor uitsluitend tarwe. Per April werd een
7000 toniner afgesloten van Sydney tegen 4716 gezakt/los.
terwijl van
TestAustraiië
46/9 werd betaald per Februari/
Maart en 42/6 per April/Mei, heide voor booten van zeer
hit n clige grootte.
Ï3urmah was een vaste, doch tevens een zeer kaime markt.
Per Maart werd een boot van 6700 tons cargo afgesloten
naar Antw’erpen/Hambu;’g lange op basis van 341- 68U
haven, terwijl voor dezelfde positie een kleine boot vao
3000 tons 35/- bedong naar Alexamidrië. Verdere afsluitin-
gen zijn mogelijk per Maart tegen 34/- naar het Continent.
Do markt van Indië was flaunv. Geringe afsluitingen iivr-
den gedaan op d.w. basis van Bombay/Karacki naar iie
MicIdellarc1sche Zee/UK/Continent tegen 27/- per Maart,
terwijl een order van Karachi op ,,scale terms” uit de markt
werd geiomen tegen 23/. per Maart. De markt van Zuid-Afrika werd overstelpt met

tonnage
van booten, die nu in de :Plate liggen, per Maart. Er waren
per die maand echter geeïl afsluitingen mogelijk. Er wor-
den orders genoteerd voor belading in het nieu.w’e mais-
seizoen, beginnende Juli/Augustus en per clezen termijn
werd eelt boot gesloten van 7000 tomis van Cape-Ton’n-Beira
lange naar UK/Continent tegen 28/9. Verdere orders ier-
den genoteerd per Juli/Augustus en.ugustus/Septenihei-,
terwijl booten van 5/6000 tons cargo zonder twijfel een iets
hoogere vracht zouden kunnen bedingen. Kolen werden af-
gesloten van :Dnrbai naar CoIoniho en Singapore tegeir
10/0 pet blaart.
Van de Zwarte Zee naar het Continent kan worden af-
gesloten tegen 1.3/6, U.K. 14/- en Denemarken 15/- graan,
maar de vraag is zeer geriiig.
De mineralen, markt van de Middellandsebe Zee is vast
cii er bestaat tamelijk veel vraag naar het Continent. Dé
vraohtau stijgen echter niet noemenswaard daar er vol-
doende tonnage beschikbaar blijkt te zijn voor alle vraag.
:1e laatste afsluitiiigen zijn : Boua/Rotterdam 5/-, Herren-
wieck 8/0, Middlesborough 7/-, Hornillobani/Newport 6/10,
Glasgow 7/3 Honaine/.Rotterdam 6/6, Valancia/Rotterdam
5/9, Santa Liberata/Rotterdam 5/9. Fosf act werd afgesloten
van Sf ax naar Londen tegen 8/6 en van Tunis naar Aber-
deen 8/9.
De markt van de Golf van Biscaye was flau.wer. ])e nieuw-
ste afsluitingen zijn: Bilbao/Rotterdam 6/3, Newport 6/9,
Santander/G rangemoutli 6/9, Cardilf 6/6, Salta CabaIlo/
Newport 7/-.
De uitgaan-de -kolenvracht-en van Engeland blijven vast en
ofschoon de Ihiver Plate viel tot 13/6 is de vracht thns
14/- en misschien is voor spotpropte belading 15/- te krij-
gen Er bestaat veel vraag naar de Oostelijke Middeiland-
sche Zee, bijv. 10/6 naar Aiexandrië, maar -de markt naar
meer nabijgelegqn havens is minder.

RIJN VAART.
Week van
8 t/m. 14 Februari 1925.

De aanvoeren van zeazijde waren minder dan de vooraf-
gaande week. De scheepsruimte bleef ruimschoots voldoen-de.
In daghuur naar cle Riji stations werd een enkel schip
gecharterd tegen cc. 24 ct. per ton/dag.
De ertsvraohten bedroegen gemiddeld
f
50 met
Y
4
los-
tijd,
f
60 met
4
]ostijcl.
De waterstand naar den Beneclenrijn bleef gunstig, ter-wijl naar dec Bovenrijn op beperkten diepgang afgeladen
werd.
De vrach.ten in cle Ruhrhaveus liepen tea gevolge van cle geringe verscheping ook terug.
Het sleepl000 werd gemiddeld’ genoteerd volgens het
35 ets. tarief.

Auteur