Ga direct naar de content

Industriecompensatie moet in lijn met Parijs

Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 16 2022
Sandra Phlippen is hoofdeconoom bij ABN Amro en universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

De vraag is acuut hoe het midden- en kleinbedrijf (mkb) te steunen in het licht van de energiecrisis. De afwegingen zijn daarbij legio: hoeveel steun is er nodig voor wie? Hoe voorkom je een fiscale overreactie in tijden van inflatie? En hoe behoud je de prikkel tot ‘vraagdestructie’? Dan speelt daar ook nog de energietransitie doorheen– de olifant in de kamer: moeten we als maatschappij de bedrijven steunen die in een CO2-neutrale economie toch weinig kans maken? Moeten we de toekomstige zombies creëren?

De taal is vaak stoerder dan de realiteit. Want wie weet nu op al die vragen het antwoord? Dat sommige bedrijfstakken een hoge CO2-uitstoot kennen, wil nog niet zeggen dat zij geen decarbonisatie-opties hebben. Of die bedrijfstak met alle investeringen in decarbonisatie nog rendabel kan zijn, hangt weer af van hun vermogen om die investeringen door te berekenen naar de afnemer, en dat hangt weer af van de mate van bijvoorbeeld concurrentie. Kortom een moeilijk verhaal dus. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft een loodzware taak met de compensatie-opgave, zoveel is wel duidelijk.

Stel dat het kabinet zou besluiten om een vergelijkbare oplossing te zoeken als het prijsplafond dat voor huishoudens geldt. Waar zou dat ‘sociale’ of ‘te dragen’ tarief dan liggen? En tot aan welk verbruik zou dit tarief dan moeten gelden om de grootverbruikers te stimuleren efficiënter te worden?

Eerst het verbruik: het energieverbruik in het energie-intensieve mkb – want daar hebben we het dan over – kan enorm verschillen al naar gelang het productieproces. Een gemiddeld verbruik hanteren zoals bij huishoudens, zou de bedrijven die minder gebruiken aanzetten tot meer – want goedkoper – energieverbruik tegen het verlaagde tarief. Dat is problematisch, aangezien er een fysieke schaarste is aan energie. Voor bedrijven met een productieproces dat meer dan gemiddeld verbruikt, is het oneerlijk want die worden ‘gediscrimineerd’ om hun productieproces. Energiebedrijven zouden hier de gouden bron kunnen zijn: zij weten meestal het gemiddelde verbruik van, zeg, de laatste drie jaar per bedrijf – en zouden dat als verbruiksmaximum kunnen aanhouden voor het prijsplafond.

De prijs is echter een ander verhaal. Wat een sociaal tarief is dat bedrijven kunnen dragen, maar ze toch ook nog prikkelt tot uitstootreductie via hernieuwbare investeringen en efficiëntieverbeteringen, is niet zomaar vast te stellen. Of toch wel? We hebben immers in Europa het emissiehandelssysteem ontwikkeld, waarin de markt voor uitstoot vrij minutieus wordt gemanaged. De afname van het aantal uitstootrechten drijft de prijs net zolang op totdat er, op de afgesproken datum in 2050, slechts netto nul uitstoot meer over is.

De prijs op de Europese emissiemarkt voor een ton uitstoot ligt nu op zo’n 78 euro. Gasverbruik leidt, volgens de website www.co2emissiefactoren.nl, tot 0,184 ton CO2 per megawattuur. De prijs per megawattuur gasgebruik zou dus een opslag van 0,184 × 78 euro = 14,35 euro moeten hebben om CO2-neutraal te worden.

Wat nu, als we deze prijsopslag als leidraad nemen voor de compensatie voor het energie-intensieve mkb? In de eerste twee kwartalen van 2022 betaalden bedrijven met een klein zakelijk verbruik van 1 tot 10 terajoule (tussen 28.000 en 280.000 kubieke meter) gemiddeld zo’n 30 euro per gigajoule voor geleverd gas, volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Omgerekend is dat 108 euro per megawattuur. Ten opzichte van voor de oorlog en voor de pandemie, is dat zo’n 36 euro meer per megawattuur (in 2019 betaalde het kleinzakelijk verbruik zo’n 72 euro per megawattuur, volgens het CBS). Een prijsplafond dat overeenkomt met de maatschappelijke kosten van de CO2-uitstoot die vrijkomt bij een eenheid gasverbruik, is dus de 14,35 die bovenop de prijs komt van 2019, toen alles nog ‘normaal’ was. Dan kom je op een prijs van 86,35 euro per megawattuur.

Het mkb zou met zo’n energieprijs enorm geholpen zijn, want het beperkt hun energiekosten. Het klimaat is ermee geholpen, omdat de prijsopslag in lijn is met het anderhalvegradenpad. En de politiek is ermee geholpen omdat het een energiecrisis helpt verzachten, zonder haar toewijding aan de klimaatdoelen te verkwanselen.

Auteur

  • Sandra Phlippen

    Hoofdeconoom van ABN Amro en universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Categorieën