Ga direct naar de content

Goede intenties, slechte uitkomsten

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 27 2000

Goede intenties, slechte uitkomsten
Aute ur(s ):
Eden, H., van (auteur)
De auteur is macro-econoom en werkzaam b ij Nei, Rotterdam.
Ve rs che ne n in:
ESB, 85e jaargang, nr. 4288, pagina D24, 23 december 2000 (datum)
Rubrie k :
Dossier: Economie en ethiek
Tre fw oord(e n):
reactie

The way to hell is paved with good intentions”. Met dit Amerikaanse gezegde kunnen economen het sinds Adam Smith met een zucht
van verlichting eens zijn. Verlichting, omdat ze hun hersenen, en zelfs hun hart, niet langer hoeven te pijnigen over ethisch
verantwoorde interventies in het economisch proces. Een proces dat vaak net zo ondoorgrondelijk lijkt als Gods wegen zelf. De Profeet
van de Onzichtbare Hand had zijn Boek uit het jaar 1776 als volgt kunnen samenvatten: “ik aanschouwde het economisch proces… en
zag dat het goed was.”
Het belang van Smith, en ook van Keynes wat dat betreft, is niet zoals De Jong en Klop hierboven suggereren dat zij zich “het lot van de
minderbedeelden aantrokken en …armoede wilden bestrijden”, maar veeleer dat hun analyse de ethische dimensie uit de economische
discussie trok. Of, beter gesteld, deze naar een hoger niveau tilde. Smith liet zien dat mensen die hun eigen belang nastreven de
gemeenschap uiteindelijk de beste dienst bewijzen. Niet Moeder Theresa, maar Bill Gates is een zegen voor de mensheid.
Leerstukken over de ‘goede prijs’ die de Kerk eeuwenlang vanaf de kansel propageerde, konden na Smith de prullenbak in. ‘Goede prijzen’
leiden tot over- of onderproductie en uiteindelijk dus tot armoede, zware armoede, zie het zeventig jaar durende experiment in ‘goed
economisch handelen’ in de voormalige Comecon-landen.
Ook Keynes was volgens zijn biografen meer geïnteresseerd in het feitelijk functioneren van het economisch proces en het behoud van
de Engelse ‘civil society’ met zijn rangen en standen dan in ‘het armoedevraagstuk’. Zijn analyse van onderbesteding als oorzaak van de
economische crisis in de jaren dertig leidde tot bestedingsprogramma’s van overheden, die het bedrijfsleven weer activeerden en
winstgevend maakten. Charitas was geen onderdeel van zijn beleidsaanbevelingen. Dat de massawerkloosheid verdween, en de
werkgelegenheid en welvaart van de onderste regionen in de samenleving spectaculair toenamen, was onderdeel van het economisch
herstel, geen op zichzelf nagestreefd doel. Vruchten zijn de uitkomst van een gezonde boom, om het in Bijbel-speak te zeggen.
Wat activistische theologen zouden kunnen leren van de ‘economic-mainstream’ is niet zozeer het streven ‘naar een betere wereld’.
Impliceert dit streven vanuit hun eigen perspectief trouwens niet verkapte kritiek op de Allerhoogste himself, die er blijkbaar met zijn
schepping een zootje van heeft gemaakt? Net zoals linkse economen het economische proces als per definitie uitbuitend bestempelen?
Een dergelijke positie impliceert mijns inziens in het Christelijke perspectief een usurpatie van God’s troon. De mens als puinruimer voor
het Goddelijk falen!
Nee, economen zijn de laatste twintig jaar heel wat bescheidener geworden, deemoediger, zo u wilt. De voornaamste oorzaak van
economische stagnatie en armoede is vooral het ingrijpen respectievelijk de domheid van de mens (lees: de Staat) zelf. Daarom is
reparatie van het marktmechanisme op zijn plaats waar dat gefrustreerd wordt door overmatige regelgeving, machtsposities of
belastingheffing. De effecten van dit soort bescheiden interventies is vaak niet onmiddellijk duidelijk, maar wel bestendig, zie ook onze
eigen positieve ervaringen met de terugdringing van de verzorgingsstaat.
Nu de westerse samenlevingen zich ontworsteld hebben aan de verlammende werking van de staats-charitas, rest er nog slechts één
continent op deze wereldbol waar ‘ethische economen’ hun gang kunnen gaan. Afrika is al meer dan veertig jaar de speelbal van
goedbedoelde economische ontwikkelingsstrategieën. Al deze strategieën hadden als rode draad dat zij het marktmechanisme
tegenwerken of op zijn best negeren. Terwijl ontwikkelingshulp als regen over het continent neerdaalde en terwijl even arme
ontwikkelingslanden in Zuidoost- Azië met horten en stoten kozen voor export en investeringen van vermaledijde multinationals, koos
Afrika ervoor te luisteren naar bevlogen economische adviseurs. Prijsregulering, handelsrestricties, het opbouwen van eigen industrieën,
bevoordeling van de stad boven het platteland, en de uitbouw van een waanzinnig inefficiënt en corrupt ambtelijk apparaat, waren het
resultaat.
Voor deze goedbedoelde plannen, die helaas telkens mislukten, moesten Afrikaanse regeringen wel steeds hun hand ophouden bij de
internationale gemeenschap. Men kwam terecht in een zich herhalend proces van hulp- en kredietverlening (uit officiële bron, banken
kijken wel uit) met bijbehorende beleidscuratele (conditionaliteit) van Westerse overheden en internationale instellingen.
Ontwikkelingshulp heeft Afrikaanse overheden verslaafd en machteloos gemaakt. De meeste overheden zijn niet langer bezig met
ontwikkeling van het eigen land, maar met een sterk verintellectualiseerde beleidsdiscussie met donoren. De laatste loot aan de boom met
ethische plannetjes voor Afrika zijn nu de zogenaamde Poverty Reduction Strategy Papers van het IMF en Wereldbank.
Ontwikkelingslanden worden door de internationale gemeenschap gedwongen een op armoedebestrijding gericht macro-economisch

beleid te gaan voeren. Iets waar men in Westerse landen zelf, maar ook in transitie-economieën niet mee moet aankomen. Geen econoom,
bovendien, die eigenlijk weet wat macro-economische armoedebestrijding precies betekent, behalve dan dat het mooi klinkt. De ‘quick-fix’
van schuldverlichting houdt men Afrikaanse overheden voor het gezicht om zich van medewerking te verzekeren. En zo gaat het proces
verder…
De ethisch geïnspireerde politiek jegens Afrika is mijns inziens juist on-ethisch te noemen, en in ieder geval zeer, zeer paternalistisch.
Charitas in ontwikkelingsrelaties houdt afhankelijkheid en slachtofferschap in stand. Wat Afrika nodig heeft is niet schuldverlichting,
maar verlossing van zijn goedbedoelende schuldeisers.
Dit artikel is een reactie op het artikel van E. de Jong en C.J. Klop, Het Jubeljaar, ESB-Dossier Economie en ethie, 23 december 2000, blz
D21

Copyright © 2000 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur