Ga direct naar de content

Gedekt fietsen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 26 2013

Met zijn treffer in de finale van de Champions League is Arjen Robben natuurlijk de held van het weekend. En voor wie het nog niet wist, dat succes komt niet uit de lucht vallen: als jonge jongen legde hij op zijn fietsje tweemaal daags 14 kilometer af, tussen Bedum en Groningen, en gaf zijn spieren zodoende net dat beetje extra training dat hem aan de top bracht, zoveel is zeker. Maar jaloezie was er bij zijn stadse teamgenootjes: hoewel hij zijn fiets steeds in de stad stalde betaalde hij veel minder voor een fietsdiefstalverzekering.

Na al die jaren vinden de arme stadjers bijval bij De Consumentenbond, die hier stelt dat de premieverschillen tussen stad en ommeland wel erg onlogisch zijn: “Een fiets verzekeren tegen diefstal is in de grote steden veel duurder dan daarbuiten, terwijl in grote steden niet evenredig meer fietsen worden gestolen.”

De bond baseert zich daarbij op cijfers van het CBS: “Een fiets van €750 voor 3 jaar verzekeren kost in Amsterdam grofweg €180, tegen €90 in bijvoorbeeld Harlingen. Volgens de verzekeraars volgen de premies het diefstalrisico, maar diefstalcijfers van het CBS laten een ander beeld zien: in Amsterdam worden ongeveer 9 fietsen gestolen per 1000 inwoners, in Harlingen ligt dat aantal hoger, namelijk 9,3.”

Maar van de diefstalcijfers van het CBS naar onlogisch hoge verzekeringspremies is een lange weg vol met hobbels. Een eerste is dat niet inwoners  ertoe doen bij de beoordeling van de premies maar  verzekerden. Alleen zij hebben recht op uitkering en beïnvloeden de winstgevendheid van een polis. Het aantal inwoners is ook een onzuivere schatter van het aantal verzekerden, omdat de verhouding tussen het aantal verzekerden en onverzekerden verschilt van gemeente op gemeente. Stel dat Amsterdam per 1000 inwoners minder verzekerden telt dan Harlingen, dan zijn 9 geregistreerde diefstallen per 1000 inwoners voor een verzekeraar duurder in Amsterdam dan in Harlingen. Dit zou betekenen dat een verzekeraar vaker moet uitkeren wanneer zich een diefstal voordoet in Amsterdam dan in Harlingen. Al kan het omgekeerde ook waar zijn.

Maar zelfs al zou de verhouding tussen aantal verzekerden en onverzekerden overal gelijk zijn, dan nog zegt het diefstalrisico dat het CBS rapporteert weinig over het diefstalrisico onder verzekerden. Want een tweede hobbel is dat het om diefstalaangiftes gaat en dat aangiftegedrag van onverzekerden verschilt tussen grote en kleine plaatsen. In Amsterdam komt een vermiste fiets zelden boven water en loont aangifte (zonder verzekering) veel minder dan in Harlingen (zie hier). Het aandeel aangiften door verzekerden ligt in Amsterdam dan ook hoger dan in Harlingen

Wat betekent dat nu? Dat de kans op een schadeloos te stellen verzekerde bij de gerapporteerde diefstallen groter is in Amsterdam dan in Harlingen. En dan kan het zomaar zijn dat er in Amsterdam 9 fietsen gestolen worden op 100 verzekerden en in Harlingen 9 op 200.  En dan zou een dubbelhoge premie in een grote stad ineens heel “logisch” zijn.

In De Volkskrant van gisteren maakt ook de hoofdredacteur van de Geldgids zich nog even druk over de verzekeraars. Het aantal geregistreerde fietsdiefstallen zou sinds 2004 gehalveerd zijn, terwijl de premies nauwelijks dalen. Wat mee kan spelen is dat het aantal geregistreerde diefstallen verre van gehalveerd is (althans vanaf het eerste gevonden meetpunt in 2005; zie hier).

Zo, morgenochtend weer op een onverzekerde fiets naar het werk.

Auteur

  • Gelijn Werner

    Senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van Economische Zaken. Voormalig vak- en eindredacteur bij Economisch Statistische Berichten.

Categorieën