Ga direct naar de content

Eco-fundi’s

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: oktober 12 2001

Eco-fundi’s
Aute ur(s ):
Lecq, S.G., van der (auteur)
Ve rs che ne n in:
ESB, 86e jaargang, nr. 4329, pagina 773, 12 oktober 2001 (datum)
Rubrie k :
Van de redactie
Tre fw oord(e n):

Fundamentalisme kent per definitie geen compromis. Wie niet voor is, is tegen en dient vroeg of laat te verdwijnen. Sommige
fundamentalisten laten het bij deze opvatting en wachten de toekomst hoopvol af. Anderen menen de loop der dingen te moeten
bespoedigen door een aanval op ‘het systeem’. Opvallend is, dat zelfvernietiging hierbij niet als probleem wordt ervaren 1. De
martelaarsstatus biedt een tegenwicht aan de materiële eindigheid.
Over religieuze en culturele fundamentalisten is de afgelopen weken veel geschreven. Ook de economie kent fundi’s, die voor ecologie
zijn en tegen de gangbare economie, waardoor de afkorting eco-fundi’s de lading wel zo ongeveer dekt. Wie denkt aan kraakpanden,
collectieven en volxkeukens zit goed, maar er is meer. Zo zijn er uitkeringsontvangers die zichzelf uitkeringstrekkers noemen en een hekel
hebben aan geld 2. Zij hebben weliswaar geld nodig om van te leven, maar willen geen werk doen dat zij niet nuttig vinden. Werk dat
bijdraagt aan agressie jegens mensen of dieren is taboe en het milieu mag er niet onder lijden. Dan valt zelfs werken voor Greenpeace af,
omdat deze organisatie zich weliswaar tegen het verdwijnen van soorten richt, maar niet tegen moord op individuele dieren 3. Eco-fundi’s
werken graag als vrijwilliger, zetten zich in voor armen in binnen- of buitenland, of helpen mensen bewust te leven. Dat te weinig mensen
er geld voor over hebben om dit werk economisch rendabel te maken, achten zij niet hun probleem. Niet al het betaalde werk is immers
nuttig werk en niet al het nuttige werk is betaald. Pas wanneer geld en werk ontkoppeld zijn, kan in vrijheid worden gekozen welk werk
men wil doen. Dat klinkt utopisch en we zijn nog niet in Utopia.
Tot het zover is, moet er geld zijn om van te leven. Een uitkering lijkt de leden van het platform voor vrije arbeidskeuze een eerste stap
naar een basisinkomen dat werkelijk vrijheid biedt om werk te doen dat men zelf het meest zinnig vindt. Zolang het basisinkomen er
echter nog niet is, kort de sociale dienst de uitkering met honderd procent omdat niet is voldaan aan de sollicitatieplicht. Binnen ‘de
beweging’ heeft men echter uit solidariteit een fonds voor de voorvechters in het leven geroepen. Die oplossing kan werken, zolang er
maar weinig mensen van hoeven te leven. Er zullen donoren nodig blijven die wel in de geldgebruikende samenleving participeren om het
fonds te voeden. Hoe meer eco-fundi’s, hoe groter het financiële probleem, zodat de beweging moet uitkijken niet aan het eigen succes
ten onder te gaan.
Fundamenteler is het punt dat het in de huidige maatschappij tamelijk lastig is om zonder geld te leven. Een lapje grond om groenten op
te verbouwen en een hutje op neer te zetten, is noodzakelijk voor de weigeraar die niet dakloos en illegaal bedelend wil eindigen. Zo’n
lapje grond voor iedereen die buiten de geldgebruikende maatschappij wil leven lijkt redelijk, maar hoe doen we dat? Zetten we de ecofundi’s bij elkaar in een soort Ruigoord, waar ze via ruilkringen de efficiëntiewinst van specialisatie kunnen realiseren, of zijn we dan bang
voor gettovorming? Wil de gemeenschap basisvoorzieningen zoals riolering aanbieden, net als bij woonwagenkampen, of wordt dit
uitgesloten omdat eco-fundi’s, in tegenstelling tot woonwagenbewoners, geen belasting zullen betalen? Wat te doen bij ziektes? Nu al
medische hulp aan illegalen wordt gegeven, zal hulp aan de eco-fundi’s er ook van komen. Omdat die toch betaald moet worden, is er
weer contact met de geldmaatschappij. Of wordt de zorg gratis aangeboden omdat de geldgebruikers het niet kunnen aanzien en daarom
inzamelingsacties gaan starten? In feite worden de werkweigeraars dan gesponsord. Daar is weinig mis mee, want sponsoring is vrijwillig.
Vroeger hadden kunstenaars ook een mecenas. Daar is geeneens solidariteit bij nodig, mits er interdependente nutsfuncties zijn.
Naast het recht op een lapje grond ter grootte van pakweg een zestienmiljoenste van Nederland, zijn er nog twee alternatieven denkbaar.
De eerste is al door een ambtenaar aan een activist gesuggereerd. De uitkeringstrekker zou werk kunnen aanvaarden en zich dan
vervolgens dermate kunnen opwinden over de nutteloosheid of het vernietigende karakter ervan, dat hij overspannen of anderszins ziek
wordt en op medische gronden een uitkering krijgt. Dat doet denken aan de geslaagde poging van Jules Deelder om S5 te krijgen, waarbij
een overdosis van een stevige hoestdrank in combinatie met een dubieus uiterlijk en het uitslaan van wartaal volstond. Het pleit voor
eerdergenoemde uitkeringstrekker, die filosoof is, dat hij om principiële redenen deze mogelijkheid onbenut laat. De andere mogelijkheid
is dat de activist toch ‘nuttig’ werk vindt waar anderen geld voor over hebben. Koken in de volxkeuken bijvoorbeeld. Er zijn echter niet
zoveel van dat soort banen, terwijl ondertussen het solidariteitsfonds gevaar loopt.
Wat rest is toch in enige vorm de afgekeurde betaalde arbeid verrichten of geleidelijk toetreden tot het daklozenbestaan. Het is moeilijk
om dit een vrije keus te noemen, maar het alternatief is gedwongen solidariteit vanuit de belastingbetaler. En die vindt dát nou net niet
nuttig. Wie niet betaald werkt, zal erg weinig eten en zo leidt ook hier het fundamentalisme vroeg of laat tot zelfvernietiging

1 H.M. Enzensberger, De terugkeer van het mensenoffer, NRC Handelsblad, 22 september 2001.

2 Zie http://www.uitkeringstrekkers.com en F. Weeda, Een hekel aan geld, NRC Handelsblad, 23 december 2000.
3 F. Geraedts en M. Sijtsma, Vrijheid van arbeidskeuze, Solidariteit, december 2000, blz. 15-16.

Copyright © 2001 – 2003 Economisch Statistische Berichten ( www.economie.nl)

Auteur