Ga direct naar de content

De juiste voorwaarden voor winstuitkering door ziekenhuizen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 30 2013

Dat een ziekenhuis winst mag uitkeren aan private investeerders gaat er bij veel mensen niet in. Toch is het voor bepaalde medisch-specialistische activiteiten zoals huisartsenzorg, kraamzorg en ziekenvervoer de praktijk, en met reden: op korte termijn biedt het een uitkomst in het licht van toegenomen financiële risico’s en op lange termijn een impuls voor concurrentie tussen zorgaanbieders en voor innovatie.

Om diezelfde redenen werkt het kabinet nu aan opheffing van het wettelijke verbod op winstuitkering door ziekenhuizen. Op universitaire medische centra na zou deze opheffing voor alle ziekenhuizen gelden die medisch-specialistische hulp aanbieden. Maar omdat de prestaties van zorgaanbieders moeilijk zijn te controleren en het gevaar bestaat dat ziekenhuizen steeds meer voor rendement kiezen en steeds minder voor zorgbehoefte, blijft winstuitkering een riskante onderneming. Het kabinet onderkent dit en heeft een aantal voorwaarden voorgesteld waaraan winstuitkering moet voldoen.

Dat is een belangrijke stap, maar in de ESB van vandaag (zie hier) leggen Emke Plomp, Erik Schut en Marco Varkevisser uit (zie hier) waarom de voorgestelde voorwaarden deels onnodig beperkend zijn en deels onvoldoende effectief. Ook presenteren ze een alternatief idee over de inrichting van de voorwaarden aan winstuitkering.

Van al te restrictieve voorwaarden geven de auteurs verschillende voorbeelden. Zo is de wachttijd van drie jaar na een eerste investering voordat winst mag worden uitgekeerd in hun ogen overbodig. Deze voorwaarde moet investeerders afschrikken die slechts in kortetermijnwinst geïnteresseerd zijn, maar ziekenhuizen zijn vanwege de lage rendementen en oplettende stakeholders (overheid, verzekeraars) sowieso al meer geïnteresseerd in waardevermeerdering op lange termijn. Bovendien voorkomt een andere door het kabinet voorgestelde voorwaarde –dat na winstuitkering de solvabiliteit minimaal twintig procent dient te bedragen– al hoge winstuitkeringen in de eerste jaren na investering. De wachttijd kan dus korter.

Ook de bepaling dat in de drie jaren voorafgaand aan een winstuitkering een positief resultaat moet zijn behaald, is in de ogen van de auteurs onnodig restrictief. Een (eenmalig) negatief resultaat kan diverse oorzaken hebben en impliceert daarom niet automatisch dat winstuitkering in daaropvolgende jaren onverantwoord is. Het kabinet acht deze voorwaarde noodzakelijk om te voorkomen dat een zorgaanbieder die niet structureel gezond is, toch winst uitkeert. Ook dit wordt al voorkomen door de minimale solvabiliteitseis.

Onvoldoende effectief zijn de voorwaarden omdat ze de oorzaken van kostenoverschrijdingen te weinig bij de wortels aanpakken. Dit betreft de combinatie van asymmetrische informatie en tegengestelde prikkels, die het moeilijk maakt om te controleren of zorgaanbieders zich aan contractuele afspraken houden. Daarom menen de auteurs dat verbetering van betrouwbare en publiek toegankelijke informatie over de kwaliteit van zorg in ziekenhuizen de hoogste prioriteit. Daarnaast is een effectief mededingingsbeleid onmisbaar, om het ontstaan en misbruik van machtsposities tegen te gaan. De huidige fusiegolf in de ziekenhuissector en het ontbreken van kritische fusietoetsing door de Autoriteit Consument & Markt baart de auteurs grote zorgen.

De auteurs reiken voorts een belangrijk inzicht aan voor een goed begrip van de geschiktheid van voorwaarden voor winstuitkering: de kans op prijs- en volumestijgingen is groter naarmate zorgactiviteiten complexer zijn omdat ziekenhuisprestaties dan moeilijker observeerbaar, meetbaar en verifieerbaar zijn. Vanuit deze optiek zou het kabinet er goed aan doen de voorwaarden meer te differentiëren naar het type medisch-specialistische activiteit. Zo is het risico op kostenoverschrijdingen groter voor spoedeisende zorg, topklinische zorg en topreferente zorg dan voor basiszorg of routinematige zorg. Een mogelijke vormgeving is de eis dat activiteiten in afzonderlijke rechtspersonen worden ondergebracht. Een alternatieve mogelijkheid is om aanvullende kwaliteits- en solvabiliteitseisen te stellen aan rechtspersonen waarin bepaalde, complexere zorgvormen zijn ondergebracht.

Om beter te begrijpen waarom voorwaarden wel wenselijk zijn, maar niet in de vorm waarin het kabinet ze voorstelt, lees het volledige artikel. Daarin ook aandacht voor de cruciale rol van contractfalen, voor verdere manieren waarop gedifferentieerd zou kunnen worden tussen deelmarkten en voor het verschil tussen academische en niet-academische ziekenhuizen.

Verder is in deze ESB onder meer te lezen over langetermijnperspectieven voor zzp’ers, pinbetalingen in winkels, baten voor brievenbusfirma’s, prijseffecten van nieuwbouwproductie en toenemende risico’s bij banken in China.

Auteur

Categorieën