Ga direct naar de content

Conjunctuurbericht juni 1990

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: juni 13 1990

juni 1990

Conjunctuurbericht
Centraal bureau voor de statistiek

Samengesteld door de hoofdafdeling Nationals rekeningen

Voor een aantal belangrijke economische indicatoren zijn inmiddels de gegevens over maart beschikbaar, zodat het mogelijk is een globaal beeld te schetsen over de conjunctuur in het eerste kwartaal
van dit jaar. Voor de industriele produktie, de gezinsconsumptie en de uitvoer van goederen kan
geconcludeerd worden dat de volumegroei in het eerste kwartaal slechts weinig afwijkt van de groei
die over het jaar 1989 als geheel werd gemeten.
Het volume van de industriele produktie lag in het eerste kwartaal van dit jaar 3,5% hoger dan in het
eerste kwartaal van 1989. Dit is iets minder dan de groei over 1989 als geheel, die ruim 4% bedroeg.
De groei van de binnenlandse consumptieve bestedingen door gezinnen kwam in het eerste kwartaal
nagenoeg overeen met de (relatief sterke) jaargroei over 1989. Vooral de forse toename van de aankopen van duurzame goederen droeg in het eerste kwartaal bij aan de groei. De uitvoer van goederen
was in het eerste kwartaal 5% groter dan in het eerste kwartaal van 1989. Ook dit cijfer is nagenoeg
gelijk aan het accres over 1989 als geheel.
De invoer van goederen en de prijzen van de gezinsconsumptie lieten in het eerste kwartaal afwijkende
ontwikkelingen van het jaarcijferzien. Zowel de volumegroei van de invoer (9%) als de prijsstijging van
de gezinsconsumptie (2,2%) was in het eerste kwartaal, vergeleken met de overeenkomstige periode
van 1989, ongeveer twee keer zo groot als de jaargroei in 1989 als geheel.
Dit blijkt uit de gegevens die medio juni beschikbaarwaren. In de Focus wordt ingegaan op ontwikkelingen van de industriele produktie in Nederland en in enkele voor ons belangrijke handelspartners.

Produktie
Het volume van de gemiddelde dagproduktie in de Industrie
was, voor seizoeninvloeden gecorrigeerd, in april 1% groter
dan in maart. Deze stijging volgde op een even grote daling
in maart ten opzichte van februari. Na een groeiversnelling
in het vierde kwartaal van 1989 stabiliseert de (seizoengecorrigeerde) industriele produktie zich hiermee de
laatste maanden op het niveau dat begin dit jaar werd
bereikt.
Vergeleken met de overeenkomstige periode een jaar eerder bedroeg de toename van het produktievolume in de
Industrie in de eerste vier maanden van dit jaar 4%. Van de
onderscheiden bedrijfsklassen werd in de eerste vier maanden van dit jaar de grootste (voor prijsveranderingen
gecorrigeerde) groei gemeten bij de elektrotechnische
Industrie. Deze bedrijfsklasse kent al sinds het tweede

Produktie Industrie (volume – seizoengecorrigeend)

kwartaal van vorig jaar groeicijfers die boven het gemiddelde voor de Industrie als geheel liggen. Ook het accres
van de papier- en grafische Industrie lag in de eerste vier
maanden van dit jaar boven het gemiddelde van de Industrie. De groei van de chemische Industrie was bescheiden
en lag duidelijk onder het industriele gemiddelde.
Het produktievolume van de delfstoffenwinning en de
openbare nutsbedrijven lag op een lager niveau dan in de
overeenkomstige periode van 1989. De groei van de produktie in de nijverheid was in de eerste vier maanden dan
ook beduidend geringer dan die van de Industrie (de
nijverheid omvat de Industrie, de delfstoffenwinning en de
openbare nutsbedrijven).
Volgens de uitkomsten van de Conjunctuurtest daalde het
indexcijfer van de orderpositie in de Industrie van maart op
april van 124 naar 123. Het oordeel van de ondernemers

Index en beoordeling orderpositie Industrie

indexcijfers 1985-100

110-

– index orderpositie
1984-100
linkerschool

(A) – VQortschrijdend 3-maandsgemiddelde

100-

(8) – raaandcijfers

= beoordeling orderpositie
soldo van positieve en negaticve
antwoorden in % van totool
rechterschaal

1 1 1 1 1 1 1
J J

A

S

0

N

198B

ESB 20-6-1990

1
D

J

1

F

1

M

1

A

1

M

1

J

!

J

1989

1

A

1

S

1

O

1

N

1

D

J

1
F

1
M

1
A

1
H

1990

J F M A U J J A S O N

J F W A U J J A S O N D

1988

577

over hun orderpositie gaf daarentegen een lichte verbete-

januari bereikte het saldo van de positieve en de negatieve

ring te zien en bereikte het hoogste niveau van de afgelopen
zes maanden (zie grafiek 2).
Het aantal woningen met de bouw waarvan in de eerste
twee maanden van dit jaar werd begonnen, bedroeg ruim

antwoorden op de vijf vragen die aan de index ten grondslag
liggen, een record van 18%. Na januari is dit saldo iedere
maand gedaald, om in mei op 9% uit te komen. Vooral de
antwoorden over de algemene economische situatie in

21 000,

de afgelopen en de komende twaalf maanden hebben sterk

dit is 8% meer dan in januari en februari 1989.

Na

1984 is het aantal begonnen woningen in de eerste twee
maanden van het jaar niet meer zo hoog geweest.

aan deze daling bijgedragen.
Prijzen

Buitenlandse goederenhandel
Het volume van de invoervan goederen was in maartvandit
jaar 8% groter dan in maart 1989. Voor het eerste kwartaal

kwam de groei hiermee uit op 9%. Dit cijfer ligt duidelijk
boven de groei in de voorgaande kwartalen. Voor het jaar

1989

als geheel werd ten opzichte van 1988

een groei van

4% gemeten. Voor alle onderscheiden invoercategorieen

was de groei van het eerste kwartaal groter dan de jaargroei
over 1989. Vooral de invoer van investeringsgoederen en

Het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie is tussen midden april en midden mei niet gewijzigd. Ten opzichte van

mei 1989 bedroeg de stijging 2,2%.
De in- en uitvoerprijzen in de eerste maanden van dit jaar
toonden opmerkelijke ontwikkelingen. Het prijspeil van de
invoer van goederen (unit value) lag in maart 3% onder het

niveau van maart 1989.
Voor het eerste kwartaal resulteerde hiermee een prijsdaling van 1%. In de kwartalen van
1989 werden ten opzichte van de overeenkomstige kwarta-

kwartaal op een hoger niveau.

len van 1988 nog prijsstijgingen van rond de 10% gemeten.
De prijzen van de uitvoer (unit value) waren in maart 2%

Het volume van de uitvoer van goederen was in maart 7% en

lager dan een jaar eerder en in het eerste kwartaal lagen de

in het eerste kwartaal 5% groter dan een jaar eerder. Deze
groei van 5% komt ongeveer overeen met de toename van

periode van 1989.

1989

na duidelijke prijsstijgingen in de verschillende kwartalen
van 1989.

algemene goederen (vnl. brandstoffen) lagen in het eerste

ten opzichte van 1988.

De uitvoergroei van fabrikaten

en onbewerkte agrarische produkten was in het eerste
kwartaal ongeveer even groot als de groei voor de totale uitvoer. De uitvoer van delfstoffen (vnl. aardgas) toonde een
afwijkende ontwikkeling. In het eerste kwartaal werd 1%
meer uitgevoerd, na een groei van 14% over het jaar 1989
als geheel.
In grafiek 3 zijn de volume-ontwikkelingen van de buitenlandse handel weergegeven als de jaarmutaties van het
voortschrijdend vierkwartaalsgemiddelde (waarbij de
groeivoet is geplaatst in het laatste kwartaal van de betreffende vierkwartaalsperiode). In de laatste drie kwartalen
tonen deze jaarmutaties tegengestelde ontwikkelingen. Bij
de invoer neemt de groei toe en bij de uitvoer neemt de groei
af.

Consumptie
Het volume van de binnenlandseconsumptiedoorgezinnen
was in maart 4% groter dan in maart 1989. Voor het eerste

kwartaal kwam de mutatie ten opzichte van de overeenkomstige periode een jaar eerder eveneens uit op 4%. Deze

groei komt nagenoeg overeen met die over 1989

als geheel.

Vooral de bestedingen aan duurzame goederen namen in
het eerste kwartaal met een groei van 7% (1989: 5%) relatief sterk toe. De consumptie van voedings- en genotmiddelen steeg met 2% (1989: 3%) en die van overige goederen

en diensten met 3% (1989: 2%). De consumptie van duurzame goederen groeide ondanks een lichte daling van de
aankopen van nieuwe personenauto’s. Sterke stijgingen

(meer dan 10%) werden gemeten bij de aankopen van kleding en schoeisel, duurzame huishoudelijke apparaten,

fotografische en optische artikelen en sieraden.
De uitkomsten van het Consumenten Conjunctuuronder-

zoek over de maand mei bevestigen het beeld van de laatste
maanden van een dalende tendens van het vertrouwen van
de consumenten in de ontwikkeling van de economie. In

In- en uitvoer van goederen (volume)
Pnocentuele jaarmutatie van het voortschrijdend 4-kwartaalsgemiddelde

10—————————————————————————————————————————^

prijzen op een iets hoger niveau dan in de overeenkomstige

Bij de uitvoer volgen deze ontwikkelingen

Als gevolg van de prijsveranderingen verbeterde de ruilvoet
in het eerste kwartaal van 1990 met 2% ten opzichte van de
overeenkomstige periode in 1989;
over het jaar 1989
geheel was er een even grote ruilvoetverslechtering.

als

De ontwikkeling van de afzet- en verbruiksprijzen in de
Industrie toonde globaal eenzelfde beeld als die van de prijzen van de buitenlandse goederenhandel. Na prijsstijging-

en in 1989

zijn er in de eerste vier maanden van 1990

prijs-

dalingen, waarbij de verbruiksprijzen wat sneller dalen dan
de afzetprijzen.

Geld en krediet
De spaartegoeden waren ultimo maart 6,5%

groter dan een

jaar eerder. Met deze ontwikkeling werd de trend van op-

lopende groeicijfers van de spaartegoeden, die na het
tweede kwartaal van 1988
waarneembaar was, ook in
de eerste maanden van 1990 voortgezet.
In maart werd 4% meer consumptief krediet verstrekt dan in
maart 1989.

Over het gehele eerste kwartaal gemeten

kwam de groei hiermee uit op 8%. Evenals bij de spaartegoeden betekende deze ontwikkeling een continuering
van een trend van oplopende groeicijfers, zij het dat bij

het verstrekt consumptief krediet deze trend zich pas na het
derde kwartaal van 1988 voordeed. Het saldo van het verstrekt consumptief krediet en het afgelost consumptief kre-

diet is gelijk aan de verandering van het totale uitstaande
consumptieve krediet. In maart bedroeg het accres van het

uitstaande consumptieve krediet 5% ten opzichte van
maart 1989.

De omvang van het uitstaande consumptieve

krediet was ultimo maart 1990 gelijk aan 9% van de omvang
van de spaartegoeden.
Mutaties hebben betrekking op de overeenkomstige periode van het voorgaand
jaar, tenzij anders vermeld.
Verbeterde cijfers worden niet als zodanig gekenmerkt.

Binnenlandse consumptie (volume)
Indexcijfers 1980=100

(A) • voortschrijdend 12-waandsgemiddelde
– duurzame goederen
(B) = procentuele kwantaalmutaties

t.o.v. voorgaand jaar

I

II

III
1987

578

IV

I

II

III
1988

IV

I

II

III
1989

IV

I

II
1990

Tabel 1. Kerngegevens recente ontwikkelingen in Nederland
Procentuele mutaties t.o.v. dezelfde periode het jaar daarvoor, tenzij anders aangegeven
1983/’87 1988
gemidd.

1989

1990

1989
e

e

e

2 kw.

3 kw.

4 kw.

8

3
-1
4
3
5
5
4
9
1

6
8
5

0
6
6

e

Trend2′

1990

1 kw.

febr.

1
-2
4

-10

mrt.

apr.

mei

VOLUMEGEGEVENS

Produktie in de nijverheid
Nijverheid (excl. bouwriijverheid)
Delfstoffenwinning

Industrie
Voedings- en genotmiddelenindustrie
Textiel-, kleding- en lederindustrie
Papier- en grafische Industrie
Chemische Industrie
Rubber- en kunststofverw. Industrie
Hout- en bouwmaterialenindustrie
Basismetaalindustrie
Elektrotechnische Industrie
Rest metaal- en overige Industrie

3
3
3
1
-1
2
8

0
-11

5
7

5
2
2

4
3
2
3
4
8
3
4
5
6

4
11
6
7

Bouwnijverheid: begonnen woningen

6
-10

-9

Buitenlandse handel fgoederen)
Invoer, totaal
Grondstoffen en halffabrikaten
Consumptiegoederen
Investeringsgoederen
Algemene goederen
Totaal, excl. energie

4
4
1
7
4
5

-2

20

6

Openbare nutsbedrijven

3
3
3
1
2

6
4
4
8
8
4
5
-1

7
7

4

5

2
8
4

7

6
6
11
1
7

Uitvoer, totaal

5
11
7

4

5

16

5
3
3
1
5

9

9

4

0
-8
3

-3
-19
5

0

-1

1

3

3

-1

0

7

10

-2
4
12

5
-10

8
7
-13

-2

-5
25

-2

1

5

9

2
-2
1
0
5

2
5
11

7

8
7
8

5
0
4
3
8
0

-1

14

11
11
6
19

9

15
10

7
10

8

7

1+
I
1+
1+
1
1+
1+
I++
1
I

6

I-HI++
1+
—I
1+
1+
1+
I++
I++
I++

8
13
9

5

Consumptieve bestedingen van gezinnen
Binnenlandse consumptie, totaal
Voedings- en genotmiddelen
Duurzame Consumptiegoederen
Overige goederen en diensten

6

2

4

5

-9
21
6
6

10

8
9

2
14
6
5

10
2
7

6
11
4
9

5
1
6
6

4
7
-11
4
6

7
4
-2
8

4
3
5
4

4
3

4
3
4
4

4
2
6
3

4
2
7

3
2
4

4

3

3

3

4
5
2

6
7
0

4
4

3
3

2

3

4

1+
1+
1

2,1
2,1
2,1

Fabrikaten
Totaal, excl. energie

5

9
-9

6
6

Delfstoffen

8

4
-1

Onbewerkte agrarische produkten

2,8
2.6
3,4

3,5

4,2
3.2

4,0
5,1
4.0

3,3
3,7
3,0

3,6
4,0

1+
1+

2,8

S+

-1.3
-3,9

1,3
0,8
1

4,7
7,3

6,6
9,9

4,1

2,6
4,3

-2
8
6

0
12

-2
8
1

1
1

3
2

0

4

Investeringen in vaste activa
Bruto investeringen, totaal
Bedrijven
Overheid

2
1

10
11

5
-2

Kwartaalrekeningen
Bruto Binnenlands Produkt
Bruto Nationaal Produkt
Bruto Nationaal Inkomen

2

5
4

1+
fl +
I-H1+
I++

9

U+
P+

2
8

I-H1+

PRIJZEN
Producentenprijzen Industrie, tot. afzet
Producentenprijzen Industrie, verbruik

Ruilvoet, unit value (goederen)

0

Invoerprijzen, unit value
Invoerprijzen, excl. energie, unit value
Uitvoerprijzen, unit value
Uitvoerprijzen, excl. energie, unit value
Prijzen gezinsconsumptie (werknemers)
Regelmgslonen particulier bedrijf
Regelingslonen overheid
Regelingslonen geprem. en gesub. sector
Dollarkoers, contante notering

-4
-1
-4
-1
1,5
1,2

-0,8
-0,3
-5

0
2
1
2
0,7
0,8
0,3

1.0
-2

6
6
1,1
1,5
1,7
1.9
7

8
11
9

1,0
1,4

1,7

1.8
14

6,1

5

0
1,2
1,6
1,7
2,0
3

-2
7
1
5
-1

1.3

-0,8
-1,7

-0,8
-1,3

2
-1

-2

-2
1
-1
2,2

1,7
2,3

2,0
3,1
1,4

2

-9

1,7

2
-3
0
-2
2,2
2,1
3,1
1,4
-10

-1,7

-2,8

-3,6
1
-3
-3
—2
-4
2,2
2,0
3,1
1,4
-9

-6,3

2,2
2,5
3,7
1,2
-10

2,2

11+
1+
I
I++
I++
I++
1+
1
1
|
I

-15

OVERIGE INDICATOREN

Consumentenvertrouwen1′
(in %)
Koersindex voor aandelen, algemeen
Uitgesproken faillissementen

2
-9
2

13
26
-4

85
107
-6
2

86
122
-1
3

3
5
1

23
-15

2

12
28
-7

15
28
-3

86

2

86
124
0
3

2
6
1
0

2
5
1
0

4

13
24
-7

14
10
-6

86
-2

86
123
-3

4

4

-12

11
8
-9

10
5
-7

123
-4
5

1 24
-2
3

1 23
-1
2

13
9

9
4
5

I++
—I

Conjunctuurtest Industrie

Bezettingsgraad
(in %)
Orderpositie
(1984=100)
Beoordeling Orderpositie1′
(in %)
Beoordeling voorr. eindprodukten1′ (in %)

83
101
-14
8

Arbeidsmarkt
Aantal banen van werknemers, totaal
Landbouw en visserij
Nijverheid (excl. bouwnijverheid)
Bouwnijverheid
Handel, horeca en vervoer
Overige dienstverlening
Aantal uren uitzendkrachten
Geregistreerde werklozen3′
(x 1 000)
Geld en krediet
Spaartegoeden
Verstrekt consumptief krediet
Binnenlandse liquiditeitenmassa
Geldhoeveelheid
Secundaire liquiditeiten
Officieel wisseldisconto
Daggeldmarktrente
Rendement op staatsobligaties

0

4
3
8
433

5
1
1
4
2
12
390

376

3
2
12
394

1,3
6
9
7
11
3,7
4,4
6,1

4,7
6
13
6
23
5,8
7,0
7,2

4,7
6
12
4
23
5,7
6,6
7,2

5,0
6
13
6
22
6,0
7,1
7,1

3

3,5

5

(in %)
(in %)
(in %)

123

7
8
6
4,7
5,7
7,2

2
13

124

I++

2
7
1
1
4
2

13

1+
I++

365

14
370

5,1
8

370

354

6,0
8

5,9
14
14

6,5
4

7,0
8,5
8,8

7,0

7,0

7,0

7,0

8,6
9,0

8,2
9,1

8,2
9,0

8,2
9,1

14
7
24

7,0
8,2
7,8

n
i
u+
i+
i++

343

i+
i++
I-Hi++

5
25

I-HI++
I++
I++

) Saldo van positieve en negatieve antwoorden in procenten van het totaal.
‘ Trend: procentuele jaarmutatie van het meest recente voortschrijdend 12-maands (4-kwartaals) gemiddelde.
—I: kleiner dan -5%; -I: tussen -5% en -2%; I: tussen -2% en 2%; l+: tussen 2% en 5%; I++: groter dan 5%.
3
‘ Driemaandsgemiddelden opgenomen onder de middelste maand. De gegevens zijn niet voor het seizoen gecorrigeerd.
•=gegevens zijn (nog) niet beschikbaar.
2

ESB 20-6-1990

579

Tabel 2.

Recente ontwikkelingen in het buitenland

Procentuele mutaties t.o.v. dezelfde periode het jaar daarvoor, tenzij anders aangegeven

1989

1983/87 1988
gemidd.

e

2 kw.

e

3 kw.

e

e

4 kw.

Trend2′

1990

1990

1989

apr.

febr.

1 kw.

Produktie nijverheid,
excl. bouwnijv. (volume)
Bondsrepubliek Duitsland
Belgie
Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
Italie

2
2
1
3
2

4
6
5
4
7

5
4
4
1
4

Verenigde Staten
Japan

5
4

6
9

3
6

Europese Gemeenschap
Buitenland (gewogen) T >
Nederland

3
2
3

4
5
0

4
4
5

Bondsrepubliek Duitsland
Belgie
Frankrijk
Verenigd Koninkrijk
Italie

2

5
4
4
5
4

6

2

4
6
5
7
7

Verenigde Staten
Japan

6
4

6
10

Europese Gemeenschap
Nederland

2
3

6
5

I
1+
1+

1+

Produktie Industrie (volume)
2
1

3

5
5

5
4

6

5

6

3
5

3
3
4

4

3
2
1

3

7
3

3
3

2
1

3
4
3

I++
1+
1+
I++
1+

4

5

6

7

4
5

2
4

1
2

1
3

1
1

1+
I++

5
4

5

4
4

4
5

4

4

3

5

I++
1+

5

Bron voor gegevens buitenland: Eurostat; OESO.
r
> Het gemiddelde van de 6 belangrijkste exportlanden, gewogen met hun aandeel in de Nederlandse export in 1987.
2
> Trend: procentuele jaarmutatie van het meest recente voortschrijdend 12-maands (4-kwartaals) gemiddelde.
—I: kleiner dan -5%; -I: tussen -5% en -2%; I: tussen -2% en 2%; l+: tussen 2% en 5%; I++: groter dan 5%.
• = gegevens zijn (nog) niet beschikbaar.

Focus: Produktie Industrie
Het hoeveelheidsindexcijfer van de industriele produktie
kwam in april uit op 116, dit is hetzelfde niveau als in het
eerste kwartaal van dit jaar (1985=100, seizoengecorrigeerd). Vanaf het basisjaar 1985 tot en met het vierde kwartaal van 1987 is het indexcijfer iangzaam gestegen, daarna
trad een groeiversnelling op met jaarlijkse stijgingspercentages voor 1988 en 1989 van 5% en 4%.
Deze ontwikkeling is samen met die van een tweetal belangrijke bedrijfsklassen in de Industrie, de metaal en de chemie, in grafiek 5 in beeld gebracht. Van de totale industriele
produktie (toegevoegde waarde) maakt de metaal ongeveer
40% uit, het aandeel van de chemie is geringer (ongeveer
15%). Ondanks het feit dat de groei van de metaalindustrie
na het derde kwartaal van 1989 veel sterker is geweest dan
die van de chemische industrie, lag het indexcijfer (1985=
100) voor de metaal in het eerste kwartaal toch nog onder
dat van de chemie. Met name in de tweede helft van 1986 en
in 1987 toonde de chemie een duidelijk snellere groei dan
de metaal.

Uit een vergelijking met een aantal belangrijke handelspartners blijkt dat het indexcijfer van de industriele produktie (1985=100) in Nederland in het eerste kwartaal van 1990
ongeveer gelijk was aan dat in de Bondsrepubliek Duitsland
(BRD) waar de index het niveau van 117 bereikte. In het
Verenigd Koninkrijk (VK) en de Verenigde Staten (VS)
lag de index op een lets hoger niveau (resp. 120 en 119). Dit
hogere niveau is vooral toe te schrijven aan een uiteenlopende ontwikkeling in en rond 1987. In deze periode lag
de produktiegroei in de VS en het VK hoger dan bij ons en
onze oosterburen.
In de meer recente periode is er een tegengestelde ontwikkeling. In het vierde kwartaal van 1989 en het eerste kwartaal van 1990 is de industriele produktie in Nederland en de
BRD verder gestegen, hoewel de groei in het eerste kwartaal in ons land (seizoengecorrigeerd) zeer gering was. In
het VK en de VS stabiliseerde de produktie zich in deze
kwartalen.

Produktie industrie,metaal en chemie (volume-seizoengecorr.)

Produktie industrie,Ned.-buitenland (volume-seizoengecorr.)

Indexcijfens per kwartaal 19B5-100

Indexcijfers per kwartaal 19B5-100

• industrii
• netaal

• chenie

1

580

1

i

1
I

II III
1985

IV

I

II III
1986

1
IV

I

1
II III
19 B7

I
IV

1

i :i in iv
19BB

1
I

II III
1989

1
IV

I II
1990

I

I

I II

III
19B5

I
IV

I

1

1
II III
1966

IV

I

1
II III
1967

1
IV

I

|

1
II III
1986

IV

I

II III
1969

]
IV

I

II

1990