Ga direct naar de content

Arme werkenden

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 20 2005

Arme werkenden
Aute ur(s ):
Jasper Jorritsma (auteur)
jasper.jorritsma@economie.nl
Ve rs che ne n in:
ESB, 90e jaargang, nr. 4460, pagina 217, 20 mei 2005 (datum)
Rubrie k :
Van de redactie
Tre fw oord(e n):

De Europese grondwet formuleert een aantal fundamentele sociale rechten. Europese burgers hebben recht op werk (artikel II-75) en op
redelijke en eerlijke werkomstandigheden (II-91). Ook hebben ze recht op sociale bijstand om uitsluiting en armoede tegen te gaan (II-94).
1 Deze bepalingen zijn echter niet voldoende om ieders welvaart te garanderen. Zo bestaat er een significante minderheid van werkende
armen. Zij maken gebruik van hun recht op werk onder redelijke omstandigheden en zijn desondanks arm.
Eurostat schat de omvang van de groep werkende armen op 7% van de werkende bevolking (Eurostat, 2005). Werkenden zijn beter af:
38% van de werklozen in Europa is arm en 25% van de overige inactieven. Toch is het vinden van een baan niet altijd een uitweg uit
armoede. Paul de Beer (2003) liet al zien dat er nauwelijks een verband bestaat tussen een verandering in de netto-participatiegraad en de
verandering van het armoedepercentage. Hij wees hiervoor drie redenen aan: de armoede onder inactieve huishoudens, een toename van
armoede onder actieve huishoudens (de working poor) en de groei van het aandeel tweeverdieners. Het is dus maar de vraag of het
Europees sociaal beleid van bevordering van werkgelegenheid en verbetering van leef- en werkomstandigheden – als geformuleerd in
artikel III-209 – voldoende is.
Armoede kan zowel absoluut als relatief worden gedefinieerd. Een absolute definitie gaat uit van een sociaal bepaald minimaal
consumptieniveau en berekent het daarvoor benodigde inkomen. Eurostat hanteert een relatieve armoedegrens. Volgens de definitie van
Eurostat is iedereen arm als hij een inkomen van 60% of minder van het nationale mediane inkomen verdient. Deze maatstaf is ongevoelig
voor een stijging van het nationaal inkomen. Als iedereen rijker wordt, blijven er evenveel armen. Dat maakt deze maatstaf bruikbaar voor
internationale vergelijkingen; het niveau van het nationaal inkomen doet er niet toe, zodat eenzelfde maatstaf toepasbaar is op zowel het
arme Sloveni als het rijke Luxemburg. Een maatstaf gebaseerd op de inkomensverdeling binnen een land doet bovendien recht aan het
idee dat mensen hun welvaart afmeten aan hun sociale positie. Iemand heeft het idee dat hij rijker wordt als zijn inkomen meer toeneemt
dan dat van anderen in zijn land en niet zozeer als het nationaal inkomen toeneemt. Relatieve inkomensniveaus zouden zelfs bepalend
kunnen zijn voor consumptiepatronen (Duesenberry, 1949).
De bezorgdheid die de term working poor oproept, is in dit verband niet helemaal terecht. Van Amerikaanse toestanden is geen sprake.
De working poor in de VS worden gedefinieerd in absolute termen. Het zijn werkenden die minder verdienen dan een vastgesteld bedrag.
Voor de 49 staten is dat $ 9,310 per jaar voor een huishouden van ŽŽn persoon en $ 12,490 voor een huishouden van twee personen
(HHS, 2004). 2
Een dergelijk absoluut Europees sociaal minimum is niet gedefinieerd. Een vergelijking van Europa met de VS is dan ook niet te geven.
Dat is wel mogelijk voor een individueel land. Hoe verhoudt het Nederlandse sociale minimum zich tot het Amerikaanse? Het
Nederlandse minimumloon bedraagt e 1265 per maand: 51% van het mediane inkomen van e 2456 per maand. Onze minimumloonwerkers
zijn dus arm volgens Europese maatstaven. Gemeten naar het Nederlandse sociale minimum is dat weer niet het geval. Het SCP hanteert
een sociaal minimum van e 8.800 per jaar voor een alleenstaande en van
e 12.400 voor een (echt)paar zonder kinderen. Daarnaast hanteert het SCP een lage inkomensgrens van e 9.600 per jaar voor een
alleenstaande en van e 13.300 voor een (echt)paar zonder kinderen (SCP, 2003). Het sociaal minimum ligt in Nederland hoger dan in
Amerika. Iemand die het minimumloon verdient, zakt in Amerika al door de armoedegrens als hij of zij een partner moet onderhouden. In
Nederland ga je als (echt)paar met een kind onder de lage inkomensgrens door. Zelfs met twee kinderen blijf je echter boven de grens van
het sociaal minimum.
De Europese definitie van armoede is ambitieuzer dan de Nederlandse, omdat zij ook kijkt naar de inkomensverdeling; hoe gelijker de
inkomensverdeling, des te minder armoede. Dat ideaal wordt beter verwoord door de Nederlandse grondwet dan door de Europese. “De
bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid”, aldus ons artikel 20.
Jasper Jorritsma
jasper.jorritsma@economie.nl
Literatuur

Beer, P.T., de (2003) Arbeidsparticipatie biedt geen garanties. ESB, 18 april, 179-181.
Duesenberry, J. (1949) Income, Savings, and the Theory of Consumer Behavior. Harvard University Press, Cambridge MA.
Eurostat (2005) In-Work Poverty. Statistics in Focus, 5/2005, epp.eurostat.cec.eu.int.
United States Department of Health and Human Services (2004) The 2004 HHS Poverty Guidelines, One Version of the [U.S.] Federal
Poverty Measure. http://aspe.hhs.gov/poverty/04poverty.shtml.
Vrooman, C., H.J. Dirven, S. Hoff & G. Linden (2003) Armoedemonitor 2003. December, Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

1 Zie http://www.euabc.com/upload/rfConstitution_en.pdf voor een lezersvriendelijke versie van de grondwet en zie het artikel van
Harrie Verbon vanaf bladzijde 220 in dit nummer voor de status van deze rechten.
2 Het minimum is hoger in Hawa» en Alaska.

Copyright © 2005 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteur