Ga direct naar de content

Alan Greenspan

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 19 1987

Alan Greenspan
Deze maand is Paul Volcker als voorzitter van de Federal Reserve Board (de centrale bank van de VS) opgevolgd door Alan Greenspan. Daarmee vertrekt een
markante figuur van het Internationale toneel. Volcker
heeft de Fed acht jaar geleid. In deze periode heeft hij
een zwaar persoonlijk stempel gedrukt op de Internationale monetaire ontwikkeling. Als zijn belangrijkste
verdienste wordt gezien dat hij de hardnekkige inflatie
van de jaren zeventig tot staan heeft gebracht. Zijn inspanningen staan er echter niet voor garant dat Alan
Greenspan in een gespreid bedje terecht komt.
Volcker is in 1979 door de toenmalige president Carter tot voorzitter van de Fed benoemd. Bij zijn aantreden verkeerden de VS in een zorgwekkende situatie.
De dollar was zwak en de inflatie bedroeg ruim 13%.
Om dit probleem op te lossen besloot Volcker een harde lijn te volgen. Het monetaire beleid werd niet langer
gericht op de rentestand, maar op beheersing van de
geldhoeveelheid. Het doel van deze krapgeldpolitiek
was de dollar te steunen en de inflatie af te remmen.
Het gevolg van het beleid was in eerste instantie een
ongekend hoge rentestand (op een gegeven moment
kwam de nominale rente zelfs boven de 16%) en de
zwaarste recessie in de VS sinds de tweede wereldoorlog.
Volckers strakke politiek heeft veel kritiek uitgelokt.
In de VS werd hem verweten dat zijn beleid ten koste
ging van de economische activiteit en de werkgelegenheid, en West-Europa en de derde wereld stelden de
VS verantwoordelijk voor de hoge rentestanden overal
ter wereld, die de economische problemen ook buiten
de VS aanzienlijk verergerden. Pas in 1982 werden de
monetaire teugels enigszins gevierd. Volcker wilde
hiermee enige ruimte scheppen voor economisch herstel en bovendien de Amerikaanse banken helpen de
eerste fase door te komen van de schuldencrisis in
Latijns-Amerika, die een direct gevolg was van de hoge
rentestanden en de internationale recessie. De verruiming van het beleid heeft niet geleid tot een heropleving van de inflatie. Hierbij heeft de daling van de
grondstoffenprijzen een belangrijke rol gespeeld, te zamen met de beperkte loonstijgingen van de afgelopen
jaren. Bovendien zorgde de stijging van de dollarkoers
in de periode van 1980-1985 voor gematigde importprijzen, hetgeen ook een gunstige invloed op de inflatie
had.
Op het eerste gezicht lijkt Volcker Greenspan dus
een aantrekkelijke erfenis te hebben nagelaten. Het
puin is geruimd en de Amerikaanse economie groeit alweer vijf jaar achtereen zonder dat de inflatie boven de
5% uitkomt. Schijn bedriegt echter. De tekenen wijzen
op nieuwe problemen voor de Amerikaanse economie.
In de eerste plaats besteden de VS nog steeds meer
dan ze verdienen, hetgeen tot uitdrukking komt in een
groot tekort op de lopende rekening en een groeiende
buitenlandse schuld, die inmiddels de schuld van de
Latijnsamerikaanse landen in absolute termen in de
schaduw stelt. De daling van de dollarkoers sinds het
Plaza-agreement in September 1985 heeft hierin vooralsnog niet de gewenste verandering gebracht. Een
van de belangrijkste oorzaken van de overbesteding is
het tekort op de federale begroting. Het tekort zal dit
jaar naar verwachting wel wat dalen, maar de daling
blijft ver achter bij de doelstelling van de GrammRudman-Hollings Act. Dit betekent dat de komende jaren nog een aanzienlijke inspanning nodig zal zijn voor
een verdere reductie van het tekort, met alle negatieve
gevolgen van dien voor de economische groei.
In de tweede plaats lijkt de inflatie opnieuw de kop op
testeken. De prijsindex van de gezinsconsumptie in de

VS is het afgelopen half jaar voor het eerst sinds 1982
weer met meer dan 5% gestegen. Dit hangt natuurlijk
samen met de daling van de dollar, waardoor de importprijzen stijgen, en zou dus als een tijdelijk probleem
kunnen worden afgedaan. Er zijn echter ook andere
factoren die op een heropleving van de inflatie wijzen,
zoals de verdubbeling van de olieprijzen in een jaar en
de stijging van de prijzen voor metalen met 9% in een
maand.
Deze combinatie van factoren maakt voor Greenspan de doorgang tussen de Scylla van recessie en de
Charybdis van inflatie wel erg smal. In een artikel in
Challenge bepleit Galbraith (niet John K., maar James
K.) een ruim monetair beleid 1). Een dergelijk beleid is
volgens hem noodzakelijk om de negatieve keynesiaanse effecten van de tekortreductie te compenseren.
Bovendien zorgt zo’n beleid te zamen met het geringere beroep van de overheid op de kapitaalmarkt voor
een verdere daling van de rente. Dit maakt de VS minder aantrekkelijk voor buitenlandse beleggers en helpt
zo de dollar verder omlaag. In de ogen van Galbraith is
de dollar nog steeds overgewaardeerd, en kan alleen
een verdere devaluatie evenwicht brengen op de lopende rekening.
Dit scenario is niet zonder risico’s. De deur naar inflatie wordt wijd opengezet. Galbraith meent dat dit geen
probleem hoeft te zijn wanneer het beleid als schokbehandeling wordt uitgevoerd. Dat wil zeggen, een forse
belastingverhoging, een scherpe renteverlaging en
een snelle devaluatie van de dollar. Zo’n forse ingreep
zou een eenmalige algemene prijsstijging met zich
meebrengen, waarna het prijspeil zich op een nieuwe
evenwichtswaarde zou stabiliseren. Dit lijkt nogal optimistisch. De ervaring van de jaren zeventig heeft geleerd dat inflatie zichzelf in stand pleegt te houden
doordat de diverse partijen pogen de negatieve gevolgen af te wentelen.
Het is niet waarschijnlijk dat Greenspan zo rigoureus
met het verleden zal breken als Galbraith voorstelt. De
angst voor inflatie zit nog zo diep 2), dat een voortzetting van het beleid van Volcker meer voor de hand ligt.
Dit betekent dat van een accomoderend beleid geen
sprake zal zijn. De waarde van de dollar zal worden
gesteund, ook als dit leidt tot hogere rentestanden en
recessie. De gevolgen van dit beleid zullen niet alleen
in de VS merkbaar zijn. Het terugbrengen van de bestedingen zal voor de landen die met de VS handelen leiden tot een afname van nun export, terwijl de hogere
rentevoeten zich eveneens als een olievlek zullen verspreiden. De Westeuropese landen en Japan zouden
de pijn kunnen verzachten door zelf een ruimer monetair beleid te voeren, zoals The Economist voorstelt 3).
Maar ook dat zit er niet echt in. Verzoeken met die
strekking zijn al jaren aan dovemans oren gericht. Het
gevaar voor recessie is dus nog niet gedaan.
M.A. Langman

1) J.K. Galbraith, The case for shock treatment, Challenge, juli/augustus 1987.
2) Inflation’s return, The Economist, 1 augustus 1987.
3) Idem.

753

Auteur