Ga direct naar de content

Airbnb’s van de toekomst hebben regulering juist nodig*

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 5 2015

Deeleconomie: minder afval, meer bestedingsruimte huishoudens 

Het gaat in de deeleconomie om transacties tussen burgers die elkaar vinden via een online-platform. De transacties beogen het gebruik van een product, dat de aanbieder over heeft, te delen met de vrager, al dan niet tegen kosten. Er vindt geen overdracht van eigendom plaats. 

Voorbeelden van initiatieven uit de deeleconomie zijn het delen van overgebleven voedsel (bijvoorbeeld thuisafgehaald.nl), het delen van een slaapplek (Airbnb) of het delen van je auto (snappcar of blablacar en Uberpop). 

De rol van de deeleconomie binnen onze economie is in wezen simpel. De onderbenutte productiecapaciteit van huishoudens wordt vermarkt. Anders gezegd: wat er overblijft wordt doorverkocht of gedeeld en daarna opgemaakt door een ander. Dat betekent dus minder afval en meer bestedingsruimte voor huishoudens. 

 

Consument straft sectoren met te veel macht af

In sectoren waar de deeleconomie opkomt, wordt er vaak gewerkt met licenties en vergunningen. Denk bijvoorbeeld aan de taximarkt. Licenties kunnen marktmacht creëren en daarmee tot te hoge prijzen leiden. Precies op die plekken ontstaat de deeleconomie. De te hoge prijs wordt door de burger terugverdiend doordat deze zelf zijn overgebleven productie capaciteit gaat vermarkten. 

De deeleconomie geeft consumenten zodoende een eigen disciplinerend instrument in handen. Overwinsten en te hoge prijzen worden afgestraft. De deeleconomie is in zekere zin het helpende zusje van de mededingingsautoriteit. Zodra een consument meer moet afnemen dan hij wilde of zodra prijzen te hoog zijn door machtsmisbruik met licenties, zien we de deeleconomie opkomen.

Maar er zijn twee gevaren die de werking van de deeleconomie kunnen verpesten.

 

Professionals nemen de boel over 

Het eerste gevaar betreft de rol van professionals op online fora. Om de deeleconomie zijn zinvolle werk te kunnen laten doen, is het van belang dat het een peer-to-peer-business blijft en niet professionaliseert tot een business-to-peer-activiteit. 

Zodra het niet meer huishoudens zijn die aanbieden maar bedrijven, worden de bestaande sectoren oneerlijk beconcurreerd. Het gaat dan niet langer om onderbenutting van de bestaande productiecapaciteit, maar om het opstarten van de productiecapaciteit. Een bedrijfje dus waarmee de wet omzeild word. Deze bedrijfjes concurreren oneerlijk wat leidt tot een ‘race to the bottom’ waarin professionele aanbieders tegen een steeds lagere prijs worden gedwongen te werken. De prijzen in de deeleconomie liggen veel lager dan die in de gewone economie omdat het gaat om het vermarkten van restcapaciteit. De aanbieder in de deeleconomie moet daarom dus niet in het vaarwater van de professional gaan zitten.

Toch zien dit we regelmatig gebeuren. Bij Airbnb bijvoorbeeld, waar huisjesmelkers en niet burgers slaapplek aanbieden. De enige manier te voorkomen dat professionals de boel overnemen is via regulering. Deeleconomie platforms zouden regulering juist moeten omarmen zodat zij hun doel kunnen blijven verwezenlijken. 

 

De Airbnb’s (zelf) worden te machtig

Een tweede gevaar is als de online-platforms zelf te machtig worden. Dan zien we alle klassieke monopolieproblemen opdoemen: torenhoge marges voor bemiddeling en slechte service. Voor we het weten zijn de netwerkvoordelen van het eerste platform in een branche zodanig groot dat toetreding van concurrenten lastig wordt. 

Drempelloze toetreding is afhankelijk van Google – de moeder der platforms. Het is daarom enorm belangrijk dat de eurocommissaris Margarethe Vestager van Mededinging Google kan dwingen om alle concurrerende deeleconomie-platforms even makkelijk vindbaar te laten zijn voor de consument.

Als de overheid ervoor zorgt dat deze twee gevaren buiten beeld blijven, zullen de Airbnb’s van de toekomst ons leven nog op talloze manieren veraangenamen.

 

* dit blog is eerder verschenen op www.z24.nl en is een bewerking van mijn hoofdredactioneel commentaar.

Auteur

  • Sandra Phlippen

    Hoofdeconoom van ABN Amro en universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Categorieën