Ga direct naar de content

Aantal tweeverdieners blijft toenemen

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: juli 26 2002

Aantal tweeverdieners blijft toenemen
Aute ur(s ):
Sector Publicaties en Communicatie van het CBS
Ve rs che ne n in:
ESB, 87e jaargang, nr. 4370, pagina 567, 26 juli 2002 (datum)
Rubrie k :
Statistiek
Tre fw oord(e n):

Eind 2000 telde Nederland 5,5 miljoen huishoudens met een hoofdkostwinner jonger dan 65 jaar. Onder deze 5,5 miljoen waren 3,4
miljoen huishoudens met een (echt)paar. In 820.000 huishoudens had slechts een van de partners een inkomen: de eenverdieners. Het
aantal tweeverdieners bedroeg 2,6 miljoen. Er zijn dus ruim drie keer zoveel tweeverdieners als eenverdieners.
Al geruime tijd is er sprake van een stijging van het aantal tweeverdieners en een gelijktijdige daling van het aantal eenverdieners.
Hierdoor wordt het percentage tweeverdieners snel groter. Zo was in 1977 nog maar 35 procent van de paren tweeverdiener en in 1990
al ruim de helft ervan. In 2000 is het percentage tweeverdieners nog verder gestegen naar 76 procent.
Het aantal tweeverdienerhuishoudens steeg in de jaren negentig gemiddeld met bijna 80.000 per jaar. Tegelijkertijd nam het aantal
eenverdieners jaarlijks met gemiddeld 55.000 af.
Tweeverdieners en kinderen
Bij de geboorte van het eerste kind gaat vaak een van beide partners korter werken of stopt zelfs helemaal met betaald werk. Het komt
echter steeds minder vaak voor dat een van beide ouders helemaal geen inkomen meer heeft. Tussen 1995 en 2000 is het aandeel
tweeverdieners onder paren met minderjarige kinderen dan ook gestegen van 64 naar 77 procent, een stijging van dertien procentpunt.
Deze stijging is veel sterker dan onder paren zonder minderjarige kinderen. Bij die paren was de toename van het aandeel tweeverdieners
zes procentpunt.
In 2000 was bijna 95 procent van de paren onder de 35 jaar zonder thuiswonende minderjarige kinderen tweeverdiener, terwijl dit bij de
55- tot 65-jarigen slechts 58 procent was. Bij gezinnen met thuiswonende minderjarige kinderen zijn de verschillen tussen jong en oud
minder groot. Bij deze groep paren liep het aandeel tweeverdieners uiteen van 81 procent bij paren onder de 35 jaar tot 61 procent bij de
55- tot 65-jarigen.
Inkomenspositie een- en tweeverdieners
Inkomens van huishoudens zijn niet zonder meer met elkaar te vergelijken Bij vergelijkingen van het welvaartsniveau wordt daarom het
besteedbare inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Het resulterende inkomen noemen
we het gestandaardiseerde inkomen.
Het hoogste gestandaardiseerde inkomen ontvingen de ruim twee miljoen tweeverdieners van wie beide partners betaald werk hadden: zij
konden in 2000 in doorsnee rekenen op 21.500 euro. Eenverdieners met betaald werk beurden gemiddeld 4700 euro minder.
In 2000 kwam tweederde van het besteedbare huishoudensinkomen van tweeverdieners voor rekening van de meestverdienende partner.
Nog altijd komt het betrekkelijk weinig voor dat de vrouw de hoogste bijdrage aan het huishoudensinkomen levert. In 1977 was bij een
op de tien tweeverdieners de vrouw de meestverdienende partner, ruim twintig jaar
later geldt dat voor een op de zeven tweeverdieners.
figuur 1

Figuur 1. Een- en tweeverdieners naar samenstelling huishouden en leeftijd van de meestverdienende partner, 2000, voorlopige cijfers,
populatie huishoudens met meestverdienende jonger dan 65 jaar
figuur 2

Figuur 2. Bijdragen aan het besteedbaar huishoudensinkomen van tweeverdieners, naar leeftijd van de meestverdienende partner,
2000
tabel 1

Tabel 1. aantal een- eb tweeverdieners, 1977-2000, populatie huishoudens met meestverdienende jonger dan 65 jaar, x 1000

1977
1985
1990
1995
2000b

Eenverdiener
1922
1698
1370
1097
820

tweeverdiener
1024
1376
1770
2179
2561

alleenstaande
543
960
387
1357
369
1466
434
1650
432

overiga
257
4420
4866
5175
5464

totaal
3747

a. Betreft voornamelijk eenoudergezinnen en woningdelers.

b. Voorlopige cijfers

Copyright © 2002 – 2003 Economisch Statistische Berichten (www.economie.nl)

Auteurs