Ga direct naar de content

Wij bepalen of AI de kortere werkweek van Keynes realiseert

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 30 2026

In 1930 voorspelde John Maynard Keynes dat zijn kleinkinderen nog maar vijftien uur per week zouden werken. Dankzij technologische vooruitgang zou de mensheid tegen 2030 zo veel produceren met zo weinig moeite, dat ze verlost zou zijn van schaarste en alleen nog maar hoefde na te denken over wat te doen met alle vrije tijd (Keynes, 1930).

Van de vijftienurige werkweek is vooralsnog weinig terechtgekomen. Tot 2000 daalde het aantal ­gewerkte uren per week weliswaar gestaag maar sindsdien stagneert dat (CPB, 2023). En omdat vrouwen de afgelopen twee decennia juist meer zijn gaan werken, werken Nederlanders per saldo niet minder, maar meer (CBS, 2026).

De laatste jaren dient zich echter een nieuwe kandidaat-verlosser aan die ons alsnog naar Keynes’ toekomstbeeld kan brengen: kunstmatige intelligentie. Als AI straks taken overneemt die tot voor kort niet automatiseerbaar leken – code programmeren, klantvragen beantwoorden, medische diagnoses stellen – lijkt die massale vrije tijd ineens weer binnen bereik, mogelijk zelfs binnen Keynes’ eigen termijn. Dat is ook de belofte van de AI-industrie zelf: OpenAI (2026), het bedrijf achter ChatGPT, pleitte onlangs nog voor een kortere werkweek, mogelijk gemaakt door de productiviteitswinsten van AI.

Productiviteitsgroei geen zekerheid

Die verlossing heeft echter nog wel wat voeten in de aarde. Om te beginnen is het onduidelijk of AI de productiviteit wel op grote schaal verhoogt. Robert Inklaar laat in dit nummer zien dat de forse productiviteits­winsten van AI die door experimenten aangetoond worden nog nauwelijks doorwerken in macrocijfers. Dat komt omdat taken die (nog) niet automatiseerbaar zijn de totale output blijven beperken. Zowel Erik ­Canton als Barbara Baarsma en Ricardo Ribas Santolim wijzen op de institutionele prikkels die AI-adoptie van bedrijven en werknemers kunnen afremmen: hoge ontslagbescherming en lage arbeidsmarktconcurrentie.

En als we niet oppassen, kan AI de productiviteit zelfs schaden. Anna Salomons stelt dat AI menselijke expertise kan omzetten in bedrijfsbezit, en dat werknemers daardoor minder geneigd zijn kennis te delen zodra ze vermoeden dat hun werk trainingsmateriaal wordt voor hun eigen vervanging.

Till Wicker, Niccolò Zaccaria, Giuseppe Musillo en Kian Abbas Nejad laten bovendien zien dat AI het sollicitatieproces weliswaar toegankelijker maakt, maar de matching tussen werkzoekenden en bedrijven juist kan verslechteren, omdat brieven en cv’s steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden worden. Daardoor kunnen werknemers minder vaak terechtkomen op de plek waar zij het productiefst zijn, waardoor AI de verwachte productiviteitswinsten deels weer teniet kan doen.

En Mark Levels en Tim Schokker waarschuwen dat de traditionele leerladder van junior naar senior onder druk kan komen te staan: wie geen voet tussen de deur krijgt, kan ook geen ervaring opbouwen om door te groeien, wat uiteindelijk ook de arbeidsproductiviteit kan schaden.

Minder werk

Maar ook als de productiviteit wel wordt gestimuleerd, kan het walhalla nog op zich laten wachten. Keynes waarschuwde voor “technologische werkloosheid” tijdens de overgangsfase – het gevolg van arbeids­besparende vondsten die sneller gaan dan we nieuwe toepassingen voor arbeid kunnen bedenken. Is die “­tijdelijke fase van onaangepastheid” al gearriveerd? Jesse Groenewegen, Niek van Limbergen en Nic ­Vrieselaar zien er de eerste tekenen van: in beroepsgroepen die het meest vatbaar zijn voor automatisering door GenAI daalde het aantal vacatures sinds eind 2022 met bijna 25 procent en de werkgelegenheid onder 15- tot 24-jarigen met dertien procent, tegen een stijging van drie procent in de overige beroepen. Femke Cnossen nuanceert dat beeld: op basis van microdata van afgestudeerden laat zij zien dat deze terugval zich vooral concentreert in een beperkt aantal opleidingen, terwijl voor de meerderheid van de recent afgestudeerden de baankans (nog) nauwelijks is veranderd.

Het lijkt dus nog te vroeg om te zeggen of AI veel menselijk werk gaat vervangen. Bovendien is de vraag aan wie de eventuele productiviteitswinsten van AI ten goede komen, allerminst duidelijk. Saskia Boumans benadrukt dat de vraag of AI werknemers ondersteunt of hen juist verder onder controle brengt, geen technologische kwestie is maar een politieke – een kwestie van macht en verdeling.

Werken in plaats van meer vrije tijd

En zelfs als AI de productiviteit enorm stimuleert en de opbrengsten daarvan eerlijk worden verdeeld, ­betekent dat nog niet automatisch dat we stoppen met werken. Keynes had er zelf weinig vertrouwen in dat de mensheid, eenmaal verlost van de economische noodzaak van werk, zou weten wat zij met nieuw verworven vrijheid moest beginnen. Hij verwachtte geen feestvreugde bij het “tijdperk van vrije tijd en overvloed”, maar vooral “weerzin”. We zijn immers te lang getraind om te zwoegen en moeten nog leren hoe we met de weelde van vrije uren om kunnen gaan. In plaats van grote delen van de bevolking volledig vrij te stellen van werk, bepleitte Keynes, teneinde houding te geven aan de ontstane existentiële leegte, drieuursdiensten of een vijftienurige werkweek: het resterende werk moest zo breed mogelijk worden uitgesmeerd, genoeg om “de oude Adam” in ons tevreden te houden.

Een eeuw later pakken we het advies van Keynes om mensen aan het werk te houden in Nederland nog wat grondiger aan. In plaats van het werk dun uit te smeren, smeren we de vrije tijd dun uit, ondanks de sinds 1930 wel al gerealiseerde productiviteitswinsten. Arbeidsparticipatie en meer uren werken zijn expliciete beleidsdoelen: SZW heeft het programma Meer uren werkt!, en het kabinet wil dat het weer ‘loont’ om meer uren te werken, bijvoorbeeld via een voltijdsbonus (­Coalitieakkoord, 2026). Of AI verandering gaat brengen in die nadruk op meer uren werken, is de vraag. ­Gelukkig loopt Keynes’ termijn pas in 2030 af. We hebben dus nog een paar jaar om te bedenken hoe we de eventuele productiviteitswinst eigenlijk willen ­inzetten.

Literatuur

CBS (2026) Werkzame beroepsbevolking; arbeidsduur. CBS Statistiek, 21 mei.

Coalitieakkoord (2026) Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland. Coalitieakkoord 2026–2030. Te vinden op www.kabinetsformatie2025.nl.

CPB (2023) De Nederlandse economie in historisch perspectief: Arbeidsaanbod en werkgelegenheid. CPB, 25 september.

Keynes, J.M. (1930) Possibilities for our grandchildren. In J.M. Keynes, Essays in persuasion. Londen: Palgrave Macmillan, p. 321–332.

OpenAI (2026) Industrial policy for the intelligence age: Ideas to keep people first. OpenAI Policy Paper, april. Te vinden op cdn.openai.com.w

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie