
In de analyse van loonvorming wordt doorgaans veel aandacht besteed aan de groei van de cao-lonen. De werkelijke loongroei lag de afgelopen jaren echter hoger dan de cao-loongroei, waardoor de koopkracht in beleidsanalyses mogelijk onderschat wordt.
Hoewel de cao-loongroei een goed beeld geeft van de collectieve loonontwikkeling, vertelt het niet alles over wat er werkelijk gebeurt met de inkomens van huishoudens. Voor koopkracht en consumptie is immers de daadwerkelijke loongroei na aftrek van inkomstenbelasting relevant. Hierin spelen – naast cao-loongroei – ook veranderingen in gewerkte uren, promoties, fiscale wijzigingen en baanwisselingen een rol.
De figuur laat zien dat de gerealiseerde loongroei de afgelopen jaren gemiddeld hoger lag dan de cao-loongroei. Dit verschil is het grootst bij jongere werknemers. Voor dit cohort lag de loongroei gedurende de gehele periode duidelijk boven de cao-ontwikkeling. Baanwisselingen en carrièrestappen spelen hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Bij oudere cohorten is het aantal promoties en baanwisselingen minder frequent, waardoor het verschil met de cao-lonen kleiner is. Daarnaast speelt mogelijk mee dat werknemers in oudere cohorten vaker minder uren gaan werken in verband met ouderschap en afbouw richting pensionering.
De cao-loonontwikkeling vertelt dus slechts een deel van het verhaal van de loongroei. Beleidsanalyses op basis van cao-loongroei riskeren de koopkracht te onderschatten. Voor een goede beleidsanalyse is het van belang om verder te kijken en rekening te houden met bijvoorbeeld arbeidsdynamiek, promoties en fiscale veranderingen.
Auteurs
Categorieën