Ga direct naar de content

Wens voor relevanter economieonderwijs breed gedragen

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: december 19 2025

In vrijwel elk introductievak economie leren studenten dat werkgevers in principe alleen betalen voor arbeid zolang de productieve waarde ervan opweegt tegen het loon. Tijdens mijn promotieonderzoek las ik op vakantie een andere theorie van antropoloog David Graeber. Zijn boek Bullshit jobs (Graeber, 2018) staat vol vermakelijke voorbeelden van goedbetaalde banen waarvan werknemers zelf het nut niet inzien. Denk aan de onder-onderaannemer van een IT-leverancier van het Duitse leger die geregeld 500 kilometer rijdt om de computer te verplaatsen van een soldaat die naar een kantoor twee kamers verderop verhuist. Of de HR-assistent die de hele dag YouTube kijkt.

Na mijn vakantie vertelde ik enthousiast over het boek aan collega-economen. Het gesprek was steeds snel voorbij. Als bedrijven voor een baan betalen, zo stelden zij, dan móét die baan waarde hebben; anders zou de markt haar vanzelf elimineren. Daarmee was voor hen het concept ‘bullshitjobs’ afgedaan, zonder zich te verdiepen in wat Graeber precies betoogt. Zonde, want hoewel Graeber vertrekt vanuit een voor economen onorthodoxe morele aanname – dat werk, los van zijn prijs, ook een intrinsieke maatschappelijke waarde heeft – leunt zijn analyse ook sterk op vertrouwde economische concepten, zoals principal-agentproblemen, marktmacht en rent-seeking. Het snelle wegwuiven voelde als een gemiste kans om het begrip van werk en waarde te verdiepen: een reflex van een vakgebied dat soms weinig openstaat voor andere manieren van kijken.

Dat is precies de kritiek die studenten wereldwijd uitten op het economieonderwijs in de nasleep van de financiële crisis. Economieonderwijs was te eenzijdig, te theoretisch, te losgezongen van concrete maatschappelijke vraagstukken. Economisch denken veroorzaakte volgens sommigen zelfs maatschappelijke schade (DelReal, 2011).

Een pluriforme, normatieve universiteit

In Nederland werd deze kritiek onder meer vertolkt door Joris Tieleman en Sam de Muijnck, die aan de wieg stonden van de Nederlandse afdeling van Rethinking Economics – een internationale beweging die pleit voor een pluriformer curriculum. In hun bijdrage aan dit dossier schetsen zij hoe het debat over ‘de ziel van het economieonderwijs’ internationaal werd aangejaagd door de financiële crisis en daarna door het gebrek aan aandacht voor ongelijkheid en milieu. Ruim tien jaar later constateren zij dat maatschappelijke vraagstukken prominenter in het Nederlandse onderwijs terecht zijn gekomen.

Toch blijft er volgens De Muijnck en Tieleman veel te wensen over, vooral in het aanbieden van pluriforme theorieën. Ook de nieuwe generatie Rethinking Economics-studenten is nog steeds kritisch: Benjamin Heaton pleit voor meer concurrerende economische perspectieven, die in het onderwijs expliciet met elkaar worden vergeleken en bediscussieerd. Hij stelt dat debat over uiteenlopende perspectieven uiteindelijk het oordeelsvermogen van studenten over de economie versterkt.

Waarom is er zo weinig aandacht voor verschillende perspectieven binnen het economieonderwijs? ­Harry van Dalen laat zien dat het vakgebied sinds de twintigste eeuw, onder invloed van ­Robbins en Friedman, stevig verankerd is in het ideaal van een waardevrije wetenschap over hoe de economie werkt. Onderwijs langs die lijn kan voor de praktijk echter misleidend zijn: vrijwel alle economiestudenten gaan werken in bedrijven of bij de overheid, waar overwegingen nooit losstaan van waarden. Beleidseconomie is per definitie normatief. Wie maatschappelijk relevant wil zijn, moet daarom leren schakelen tussen de waardevrije wereld van wetenschap en de normatieve wereld van beleidsontwerp en -keuzes.

Bijdrage op de arbeidsmarkt onder druk

Ook werkgevers lijken het waardevol te vinden wanneer economiestudenten onderwijs krijgen dat meer gericht is op die normatieve beleidspraktijk. Jim Been, Philippe Gruisen en Olaf van Vliet laten met enquêteresultaten zien dat werkgevers, naast de waardering voor kwantitatieve vaardigheden van economen, veel waarde hechten aan kennis van andere disciplines en instituties.

Verder lijken werkgevers tevreden met het huidige hoger onderwijs. Daniel Pritsch en Koen van de Ven vinden dat wo- en hbo-opgeleide economen over het algemeen goed terechtkomen op de arbeidsmarkt.

In de toekomst kan dat echter veranderen. Doordat de politiek de internationalisering van universiteiten aan banden legt, kan het aanbod van afgestudeerde economen de komende jaren dalen. Marcus Roesch, Bas Karreman en Bart Loog laten zien dat veel internationale afgestudeerden in Nederland blijven werken, vooral in de Randstad, waar zij zowel het vestigingsklimaat voor multinationals versterken als bijdragen aan tekortsectoren zoals ICT, bouw en zorg. En Arjan ­Heyma, Marc Salomon en Rindert Ruit waarschuwen dat de waarde van deze afgestudeerden in kraptesectoren wordt onderschat door de politiek.

Maatschappelijke relevantie in het vo

Niet alleen het academisch onderwijs verandert, ook in het voortgezet onderwijs bestaat de wens om economieonderwijs maatschappelijk relevanter te maken. Op de middelbare school heeft het vak de ambitie breed vormend te zijn in plaats van alleen voorbereidend op vervolgstudies. Stichting Leerplanontwikkeling werkt momenteel aan vernieuwing van het economiecurriculum. Lans Bovenberg benadrukt dat dit het moment is om concepten in het curriculum preciezer te definiëren en beter samen te laten hangen, zodat bredere toepassing mogelijk wordt. Zo ontstaat meer ruimte voor pluriform onderwijs, met aandacht voor relationele gedragsmodellen en sociale normen naast de homo economicus.

Vernieuwing van het curriculum alleen is niet genoeg, benadrukt Bovenberg. Ook in de docent moet worden geïnvesteerd. Bastiaan van der Broek onderschrijft dit: alleen doordat de docent de buitenwereld de klas inhaalt in relatie tot de economische theorie worden leerlingen zich echt bewust van hun eigen handelingsperspectief in de economie. Maar het sturen van de schoolleiding op eindexamenresultaten en een gebrek aan bijscholing belemmeren docenten om hun vrije ruimte optimaal te benutten voor relevant onderwijs.

Onderwijs dat blijft vernieuwen

En relevant onderwijs moet meebewegen met een samenleving die voortdurend verandert. Masterscripties kunnen daarbij een waardevol kompas zijn, betogen Wilfred Mijnhardt en Rob van Tulder. Scripties worden vaak in samenwerking met bedrijven, overheden en ngo’s geschreven rond actuele vraagstukken en signaleren zo vroegtijdig opkomende thema’s en maatschappelijke uitdagingen. En het helpt om als economen in gesprek te blijven over het onderwijs, iets wat nog nauwelijks gebeurt tijdens evenementen van de beroepsvereniging KVS, zo laten Sam de Muijnck en Joris Tieleman zien.

Daarnaast moeten docenten didactisch blijven vernieuwen om hun onderwijs relevant te houden. Volgens Sander Renes kan technologie helpen door docenten hun krachten te laten bundelen. Zijn initiatief met open-access-oefenopgaven maakt het eenvoudiger om leerstof te verbinden met actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd benadrukt Bas Donkers dat docenten AI moeten omarmen en integreren in hun onderwijs, zodat studenten beter worden voorbereid op een arbeidsmarkt waarin AI een centrale rol speelt.

Tot slot staan de economiefaculteiten als gevolg van het beperken van de internationalisering door de politiek onder financiële druk. De combinatie met algemene onderzoeksbezuinigingen zorgt volgens Ivo Arnold voor een ‘perfecte storm.’ Hij betoogt dat samenwerking en specialisatie op sectorniveau nodig is om het onderwijs kostenefficiënt te houden.

Economieonderwijs voorkomt bullshitjobs

De rode draad in dit dossier is dat de maatschappelijke betekenis van economieonderwijs steeds zwaarder gaat wegen, inhoudelijk, didactisch en in de legitimiteit voor het opleiden van (internationale) economen. Dat blijkt ook uit de podcast Economie in de klas die ESB parallel aan dit dossier heeft gemaakt. Economieonderwijs moet studenten in staat stellen een rol te vervullen die van maatschappelijke waarde is. Met die ontwikkeling komen economen toch dichter bij Graebers theorie van bullshitbanen: werk moet meer zijn dan betaald worden – het moet ertoe doen.

Getty Images

Literatuur

DelReal, J.A. (2011) Students walk out of Ec 10 in solidarity with ‘Occupy’. The Harvard Crimson Nieuwsbericht, 2 november.

Graeber, D. (2018) Bullshit jobs. New York: Simon & Schuster.

Auteur

Plaats een reactie