Ga direct naar de content

Waterveiligheid is economisch kapitaal

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: augustus 26 2026

Vijf jaar geleden werd Limburg getroffen door een grote watersnood. Extreme regenval in Zuid-Limburg, ­België en Duitsland zorgde in juli 2021 voor ongekend hoogwater. Beken traden buiten hun oevers, de Maas bereikte recordafvoeren en duizenden mensen kregen te maken met wateroverlast.

Vijf jaar later herinneren we ons vooral de ondergelopen straten, evacuaties en schade aan woningen. Maar de werkelijke economische impact van overstromingen kan veel verder reiken. Een overstroming stopt productieprocessen, legt logistieke ketens stil en raakt vitale infrastructuur. Wegen worden onbegaanbaar, elektriciteitsvoorzieningen vallen uit en bedrijven kunnen hun producten niet meer leveren. Een enkele overstroming kan gevolgen hebben die jarenlang doorwerken.

Meindert Smallenbroek is algemeen directeur van de
Unie van Waterschappen

Deze economische kwetsbaarheid geldt in het bijzonder voor Nederland als welvarende delta. Een aanzienlijk deel van ons bruto binnenlands product wordt verdiend in gebieden die beschermd worden door dijken, duinen en andere waterwerken. Onze zeehavens, industriële clusters, distributiecentra en glastuinbouwgebieden liggen vaak dicht bij water. Dat is historisch verklaarbaar: water bracht ons handel, groei en welvaart. Maar dezelfde geografische ligging betekent ook dat de economische schade van een overstroming enorm kan zijn.

Veel Nederlandse bedrijventerreinen zijn bovendien slecht voorbereid op wateroverlast. Vaak bestaat een groot deel van zo’n terrein uit beton of asfalt, wat wateroverlast versterkt, en slechts een klein deel van de bedrijventerreinen heeft ruimte om overtollig regenwater op te vangen.

De kwetsbaarheid van Nederland voor wateroverlast en de achterblijvende voorzorgsmaatregelen van bedrijven nopen tot extra aandacht voor waterveiligheid en investeringen erin. Klimaatverandering maakt die afweging steeds urgenter. We krijgen vaker te maken met hevige neerslag, langere periodes van droogte en een stijgende ­zeespiegel. Steeds meer bedrijven realiseren zich dat ook. Internationale investeerders kijken niet alleen naar fiscale voorwaarden of de beschikbaarheid van personeel. Zij beoordelen ook klimaatrisico’s. Is een regio bestand tegen extreem weer? Is de infrastructuur betrouwbaar? Kunnen bedrijven blijven produceren onder veranderende omstandigheden? Waterweerbaarheid wordt daarmee een concurrentiefactor. Een land dat zijn waterbeheer op orde heeft, biedt zekerheid aan ondernemers en investeerders.

We moeten waterveiligheid daarom niet zien als een kostenpost. Het is een strategische investering in economische weerbaarheid. Het programma ‘Ruimte voor de Rivier’, met als startschot de ‘bijna ramp’ en de evacuatie van de Betuwe in 1995, is een mooi voorbeeld hoe we in Nederland proberen een volgende ramp te voorkomen.

De investeringen die waterschappen, provincies, gemeenten en de rijksoverheid doen aan dijken, gemalen en klimaatadaptatie lijken soms groot, maar vallen in het niet bij de maatschappelijke en economische schade die erdoor voorkomen wordt. Elke euro die we investeren in preventie, versterkt het vertrouwen in onze economie, beschermt werkgelegenheid en voorkomt veel grotere uitgaven in de toekomst. Dat geldt voor dijkversterkingen, en ook voor bijvoorbeeld een slimme ruimtelijke inrichting of het bouwen van klimaatbestendige steden.

Nederland heeft wereldwijd een reputatie opgebouwd als waterland. Die positie hebben we niet gekregen door af te wachten. Ze is gebouwd op vooruitkijken, samenwerken en investeren vóórdat problemen zich aandienen. Dat is precies wat ook nu nodig is. Als we nu te lang afwachten en kiezen voor de goedkope of de gemakkelijke weg, krijgen toekomstige generaties de rekening gepresenteerd. Investeren in waterbeheer is dan ook investeren in de economie van morgen.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie