Ga direct naar de content

Vrijstelling start- en scale-ups in box 3 vereist beter selectiecriterium

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: april 30 2026

In reactie op de kritiek op het nieuwe box 3-stelsel, wil het kabinet start- en scale-ups vrijstellen op basis van wat zij noemt ‘innovativiteit en schaalbaarheid’ van de bedrijven. Die criteria leveren echter een wat lukrake selectie bedrijven op. Als een vrijstelling komt, laat er dan een zijn voor maatschappelijk relevante innovatie.

Recent heeft de Kamer ingestemd met een nieuw systeem voor de belasting op spaargeld en beleggingen. Een belangrijke kritiek op deze nieuwe box 3 is echter dat het een belastingverplichting creëert bij waardestijging van illiquide vermogen – zoals aandelen in een bedrijf – ook wanneer deze nog slechts op papier bestaat. Vooral beginnende en snelgroeiende bedrijven hebben met deze waardestijgingen te maken en investeerders kunnen zich daardoor genoodzaakt zien een deel van hun aandelen te verkopen om de belasting te betalen.

Om te vermijden dat de nieuwe belastingregel de prikkel wegneemt om te investeren in innovatieve start-ups, kondigde minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) aan om start-ups en scale-ups vrij te stellen op basis van wat zij noemt ‘innovativiteit en schaalbaarheid’ van de bedrijven.

Prachtige begrippen, zou je denken. Toch riskeren we zo bedrijven te ondersteunen die slechts een geringe maatschappelijke bijdrage leveren, terwijl maatschappelijk waardevollere bedrijven buiten de boot kunnen vallen.

Innovativiteit niet per se welvaartsbevorderend

In de eerste plaats is innovativiteit vanuit het perspectief van de ontwikkelaar niet per definitie welvaartsbevorderend vanuit het perspectief van de gebruiker. Vanuit het perspectief van de producent of ontwikkelaar is de introductie van een medicijn met een compleet nieuw werkingsmechanisme en een eigen WHO-classificering bijzonder innovatief. Voor de gebruiker kan dat tegenvallen als  er op dat ziektegebied al veel andere behandelingen met andere WHO-classificeringen beschikbaar zijn. Een vernieuwende inzet van een bestaand product kan daarentegen heel erg innovatief zijn vanuit gebruikersperspectief, denk aan nieuwe insulinepompen, terwijl dat voor een bedrijf niet innovatief is. Innovativiteit lijkt daarmee geen optimaal selectiecriterium voor de belastingvrijstelling.

Schaalbaarheid

Een tweede uitdaging is dat met het noemen van schaalbaarheid naast innovativiteit de minister lijkt te impliceren dat ze altijd samen moeten gaan. Het wetsvoorstel benadert schaalbaarheid als het vermogen van een onderneming door inzet van technologie de omzet snel te laten groeien zonder dat dit gepaard gaat met een evenredige toename van personeel en middelen. Dit criterium lijkt te zijn ontstaan met digitale technologieën in het achterhoofd. Platformapplicaties en software vergen vaak grote investeringen aan het begin, maar het bedienen van extra gebruikers kost relatief weinig.

Er zijn evenwel ook veel maatschappelijk relevante sectoren waar opschalen veel lastiger is, zelfs bij digitale innovaties. Alleen al het uitrollen van digitale oplossingen in de gezondheidssector gaat gepaard met stevige implementatiekosten per afdeling van een ziekenhuis of andere zorginstelling.

Het is dus de vraag of de nadruk op schaalbaarheid van innovaties maatschappelijk wel wenselijk is. Dit criterium speelt vooral durfkapitalisten en andere investeerders in de kaart: zij zien graag dat bedrijven waarin ze investeren een groeiende omzet en winst kennen zonder dat de kosten evenredig meestijgen.

Alternatief

Het kabinet kan er natuurlijk voor kiezen om in zijn geheel af te zien van de belastingaftrek. De regeling lijkt immers niet per se doelmatig en lastig uitvoerbaar, en bovendien zijn er al tal van mogelijkheden om innovatieve bedrijven te ondersteunen. Denk aan startersubsidies, octrooien en aftrek winstbelasting. De belastingbetaler is niet geïnteresseerd in bedrijven die onder het mom van innovatie een marginale maatschappelijke verbetering in petto hebben.

Als het kabinet toch wil vasthouden aan de vrijstelling van startups en scale-ups, dan zou ze een veel breder begrip van innovatiemoeten hanteren: innovatie als nieuwe producten of diensten die bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen zoals een betere gezondheid, digitale autonomie, een veilig Nederland, of duurzaamheid

Dan zou het op zijn plaats zijn om een panel in het leven te roepen, niet alleen bestaande uit investeerders, maar ook uit een gevarieerd gezelschap burgers, dat met een breed afwegingskader op zoek gaat naar maatschappelijk verantwoorde innovaties waarvoor een belastingaftrek moet gelden.

Auteurs

Categorieën

Plaats een reactie