Ga direct naar de content

Vooral mensen met een hypotheek steunen de hypotheekrenteaftrek

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: november 19 2025

De hypotheekrenteaftrek verdeelt de Nederlandse politiek. Groenlinks-PvdA en het CDA willen hem afschaffen, de VVD en de PVV willen hem behouden. Hoe denken Nederlanders er eigenlijk over?

In het kort

  • De gemiddelde geprefereerde aftrek is 48 procent. Slechts 18 procent steunt een volledige afschaffing.
  • Huiseigenaren, jongeren, mensen die zichzelf rechts vinden en met een praktische opleiding prefereren een hogere aftrek.

De hypotheekrenteaftrek werd ingevoerd om het eigenwoningbezit te stimuleren en is inmiddels een van de meest controversiële fiscale maatregelen in de Nederlandse politiek. De aftrek komt immers vooral ten goede aan welvarendere huishoudens, en het verlagen ervan zou dus het belastingstelsel progressiever maken (Causa et al., 2019; OESO, 2025). Bovendien zou een verlaging van de renteaftrek leiden tot lagere huizenprijzen (Sahin, 2016; Sommer en Sullivan, 2018).

De hoge kosten en de perverse uitkomsten van de hypotheekrenteaftrek bewegen sommige partijen, waaronder GroenLinks-PvdA en het CDA, ertoe om een geleidelijke afbouw ervan te steunen. Andere partijen, zoals de VVD en de PVV, willen de aftrek echter behouden (Hypotheek-rentetarieven, 2025). Het onderwerp ligt daarmee zo gevoelig dat de hypotheekrenteaftrek ook wel het ‘h-woord’ wordt genoemd (NOS, 2025).

Politieke partijen worden verondersteld de wil van het volk te vertegenwoordigen, maar het is onduidelijk in welke mate de politieke polarisering zich ook onder de Nederlandse bevolking voordoet. In dit artikel onderzoeken we daarom hoe verschillende groepen binnen de Nederlandse samenleving aankijken tegen de hypotheekrenteaftrek. De gevonden publieke voorkeuren kunnen een indicatie vormen voor het draagvlak voor het behoud, dan wel de afbouw van het instrument.

Vraagstelling en analyse

De analyse is gebaseerd op gegevens uit Douenne et al. (2024), die publieke percepties van ongelijkheid en steun voor verschillende herverdelingsmaatregelen onderzochten. In de enquête werd respondenten gevraagd hoe hoog de hypotheekrenteaftrek zou moeten zijn, zie kader 1. De enquête werd uitgevoerd in juni en juli 2023 en omvatte 4.501 deelnemers uit het LISS panel, representatief voor de Nederlandse samenleving. Van de 4.501 respondenten kozen 3.379 ervoor de vraag te beantwoorden.

Kader 1: Vraagstelling over de hypotheekrenteaftrek

“In Nederland kunnen mensen de rente die zij betalen over een hypotheek deels aftrekken van het belastbaar inkomen. Deze belastingaftrek is bedoeld om het bezit van een eigen huis aantrekkelijker te maken. Maar over deze maatregel zijn grote meningsverschillen in Nederland. Sommigen vinden dat huiseigenaren daardoor oneerlijk voordeel krijgen in vergelijking met mensen die geen eigen huis hebben.

Op de volgende schaal kunt u uw voorkeur voor de hypotheekrenteaftrek aangeven. Hier betekent 0 procent dat u geen enkele aftrek van hypotheekrente wil, en 100 procent dat u complete aftrek van alle hypotheek rente wil.”

We onderzochten met behulp van een multivariable regressieanalyse of kenmerken van respondenten samenhangen met hun voorkeur voor de hypotheekrenteaftrek. Daarvoor hebben we woninggerelateerde variabelen uit de LISS-Woonenquête (uitgevoerd in juli en augustus 2023) en gegevens over politieke voorkeuren uit de LISS-enquête Politiek en Waarden (uitgevoerd tussen december 2023 en maart 2024) gekoppeld aan onze vraag. Uiteindelijk konden we 1.922 respondenten koppelen. Deze steekproef is iets ouder en hoger opgeleid dan de volledige, representatieve steekproef (zie hiervoor de online bijlage).

Gemiddeld voorkeursniveau van de aftrek

Het gemiddelde voorkeursniveau van de hypotheekrenteaftrek bedroeg 48 procent; hoger dus dan het maximale aftrektarief van ongeveer 37 procent ten tijde van de enquête. Het is niet duidelijk of respondenten zich hiervan bewust zijn, want het niveau van de huidige aftrek was niet in de vraag gegeven. Onder de 1.922 respondenten waren er 338 (17,6 procent) die voor (bijna) gehele afschaffing van de aftrek zijn (een aftrekpercentage van 5 procent of minder).

Onderzoek van anderen laat zien dat politieke overtuiging en eigenbelang een grote invloed hebben op beleidsvoorkeuren (Fong, 2001; Armingeon en Weisstanner, 2022). De regressieanalyse in Figuur 1 laat inderdaad zien dat mensen met een hypotheek een hogere aftrek prefereren, en mensen met een linkse politieke overtuiging een lagere aftrek. Ook ouderen en theoretisch opgeleiden verkiezen een lagere aftrek. We gaan hieronder verder in op de rol van eigenbelang en politieke overtuiging.

Politieke overtuiging

Figuur 2 splitst de gemiddelde gewenste hypotheekrente­aftrek per politieke overtuiging. Respondenten met een rechtsere overtuiging geven doorgaans de voorkeur aan een hogere aftrek dan degenen aan de linkerkant. Respondenten aan de uiterste linkerkant (0) kiezen gemiddeld een aftrek van ongeveer 33 procent, niet heel veel lager dan het huidige niveau, terwijl degenen aan de uiterste rechterkant (10) gemiddeld ongeveer 55 procent kiezen. Over het geheel genomen stijgt de gewenste aftrek geleidelijk van links naar rechts.

Eigenbelang

Als het eigenbelang in belangrijke mate de voorkeur beïnvloedt dan is het te verwachten dat huurders een kleinere aftrek verkiezen dan huiseigenaren. Figuur 3 bevestigt dat huurders over het algemeen de voorkeur geven aan een veel lagere aftrek (mediaan 26 procent), terwijl huiseigenaren met een hypotheek een aanzienlijk hogere aftrek prefereren (mediaan 50 procent). Huiseigenaren zonder hypotheek zitten daar tussenin (mediaan 40 procent). Alle groepen laten een piek zien rond 50 procent, wat erop zou kunnen duiden dat veel mensen zich niet zo zeker voelden over hun antwoord, en daarom in het midden gaan zitten. Ook is het duidelijk dat zelfs binnen deze groepen, zoals hypotheekbezitters, grote verschillen in de gewenste aftrek bestaan.

Conclusie

De enquête laat zien dat steun voor de hypotheekrenteaftrek nog steeds wijdverbreid is in Nederland, met een gemiddeld voorkeursniveau van 48 procent. Persoonlijke kenmerken, zoals het hebben van een hypotheek of de politieke overtuiging, hangen samen met voorkeuren voor de aftrek. Hoewel deze correlaties niet enorm zijn, suggereren ze wel dat hervorming van de aftrek politieke weerstand kan oproepen, met name van groepen die hun financiële belangen aangetast zien worden. Er is slechts een minderheid van ongeveer achttien procent die vrijwel volledige afschaffing voorstaat. De hypotheekrenteaftrek zal voorlopig dus een discussiepunt blijven.

Getty Images

Literatuur

Armingeon, K. en D. Weisstanner (2022) Objective conditions count, political beliefs decide: The conditional effects of self-interest and ideology on redistribution preferences. Political Studies, 70(4), 887–900.

Causa, O., N. Woloszko en D. Leite (2019) Housing, wealth accumulation and wealth distribution: Evidence and stylized facts. OECD Economics Department Working Paper, 1588.

Douenne, T., O. Sund en J.J. van der Weele (2024) Do people distinguish income from wealth inequality? Evidence from the Netherlands. World Inequality Lab Working Paper, 2024/15. Te vinden op wid.world.

Fong, C. (2001) Social preferences, self-interest, and the demand for redistribution. Journal of Public economics, 82(2), 225–246.

Auteurs

1 reactie

  1. J de Groote
    3 weken geleden

    Worden deze resultaten niet enorm gestuurd door de vraagstelling? Nu wordt het als een cadeautje voorgesteld, dus is het logisch dat mensen een hoger hypotheekrenteaftrekpercentage kiezen. De hypotheekrenteaftrek kost de overheid ook een heleboel geld en dat geld zouden ze, in ieder geval in theorie, ook op een andere manier kunnen uitdelen, bijvoorbeeld in de vorm van lagere belastingen. Als de respondenten in plaats van dit gratis bier een keuze was voorgelegd, zouden ze vermoedelijk andere antwoorden hebben gegeven. Antwoorden die waarschijnlijk interessanter zijn.

Plaats een reactie