Ga direct naar de content

Verknoop de EU-begroting met de interne markt

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 24 2026

Wat schuift die Unie nou? Ongeacht of de Europese Unie nu een waardengemeenschap, een vredesproject of een grote markt is (Uzun, 2026), bepaalt het antwoord op deze vraag mede de inzet richting Europa, zowel voor de vervolmaking van de interne markt als voor de Europese begroting. In dit themanummer staat deze vraag daarom centraal.

Baten interne markt

De baten van de interne markt blijken aanzienlijk. De empirische studies die Rik Rozendaal en Philippe van Gruisen noemen maken aannemelijk dat Nederland door de interne markt in de huidige vorm beter af is.

Dat betekent echter niet dat meer integratie noodzake­lijkerwijs ook beter is. Fons van Overbeek, Minke van der Heijden, Daan de Leeuw en Guus Brouwer suggereren dat het laaghangend fruit wellicht al geplukt is en Adriaan Schout en Arthur van Riel waarschuwen voor de politiek-economische ­reflex om een gebrek aan groei op te willen lossen door Europese integratie, ondersteund door al te optimistische modelanalyses.

Internationale rol euro

Tegelijkertijd vereisen nieuwe initiatieven een vertrouwenssprong omdat empirisch bewijs dat ze zullen werken er nog niet is. Modelmatige en conceptuele analyses bieden dan enig houvast. Langs die weg betoogt Jasper Wesseling dat de welvaartsbaten van een grotere internationale rol voor de euro – mogelijk nu de Verenigde Staten zich wat meer op zichzelf richten – aanzienlijk zijn en tot stand kunnen worden gebracht als de Europese interne markt wat beter gaat werken. Met een beter werkende interne markt en behoudend begrotingsbeleid ontstaat er voldoende aanbod van Europese veilige activa, zo vervolgt Wesseling, wat weer nodig is om de liquiditeit te bieden voor die grotere internationale rol van de euro.

Het uitgeven van eurobonds, de andere route om ­veilige activa te introduceren, is in deze lezing niet nodig. André Kolodziejak bestrijdt dit en presenteert de casus vóór eurobonds. Harald Benink, Brenda Kramer en Nica Vermeulen verdiepen en nuanceren deze discussie met een eurobond-­taxonomie: welke bond is geschikt voor welk doel?

Europese begroting

Momenteel lopen de onderhandelingen over het meerjarig ­financieel kader in Europa. En ondanks dat Europa best wat ­oplevert voor Nederland – in deze ESB rekent Olga Ivanova voor dat Europese gelden in een aantal provincies een substantieel verschil maken – focust het kabinet in zijn onderhandelings­inzet vooral op een zo laag mogelijke afdracht (en, gegeven de afdracht, op een zo modern mogelijke besteding; Tweede ­Kamer, 2026).

In zijn column over deze onderhandelingen waarschuwt Pieter Hasekamp dat vanwege deze instelling alles wel eens bij het oude zou kunnen blijven. Als alle lidstaten inzetten op zo veel mogelijk zeggenschap en zo min mogelijk afdracht, in lijn met de eigen prioriteiten, weerspiegelt de Europese begroting nooit de gezamenlijke ambitie.

Een duidelijke uitspraak over wat Europa is, is niet nodig. Wat wel nodig is, is overeenstemming over de versterking van de interne markt en van de meerjarenbegroting. De oplossing zou wel eens kunnen liggen in het verknopen van beide dossiers. Als er meer onderwerpen zijn waarop ‘gewonnen’ kan worden, zijn er meer onderhandelingsopties en kan Europa toch verder komen.

Literatuur

Tweede Kamer (2026) Kabinetsappreciatie negotiating box (negobox). Brief 21501-20-2404, 15 juni.

Uzun, A. (2026) Het Europese vetorecht maakt ons kwetsbaar voor verdeel en heers. Het Financieele Dagblad, 30 augustus.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie