
Het mediane huishouden met een koopwoning van voor 1990 is in zes jaar tijd 24 procent meer gaan uitgeven aan energie als er geen gebruik is gemaakt van verduurzamingssubsidies. Bij de mediane woningeigenaar die gebruik maakte van subsidies zijn de energie-uitgaven met 7 procent gestegen, of zelfs licht gedaald.
Om verduurzaming te stimuleren, biedt de overheid financiële ondersteuning via de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) en, aanvullend, via leningen van het Nationaal Warmtefonds. Geanonimiseerde transactiedata laten zien dat de ontwikkeling van de energie-uitgaven van huishoudens sterk verschilt, afhankelijk van het gebruik van deze subsidies.
In de jaren 2019–2021 kennen de energie-uitgaven voor alle groepen een vergelijkbaar verloop. Daarnaast zijn de energie-uitgaven in 2022 – het jaar van de energiecrisis – lager dan in de voorgaande jaren. Dit komt mede doordat huishoudens in november en december van dat jaar 190 euro overheidssubsidie via de energiemaatschappijen ontvingen.
In 2025 ligt de energierekening voor het mediane huishouden zonder subsidie circa 24 procent hoger, vergeleken met zijn uitgaven vóór de energiecrisis. Huishoudens die gebruikmaakten van de ISDE‑subsidie zagen een beperktere stijging van zeven procent. Huishoudens die zowel een ISDE-subsidie ontvingen als een Warmtefondslening afsloten, betaalden in 2025 ongeveer evenveel als vóór de energiecrisis.
Met name huishoudens met relatief hoge energieuitgaven – bijvoorbeeld door een slechtere isolatie – lijken te hebben verduurzaamd. De verduurzamende huishoudens hadden tot en met 2021 een energierekening die gemiddeld 150 euro hoger was dan die van andere huishoudens; vanaf 2023 betalen ze juist ruim 100 euro minder
Het feit dat huishoudens geen ISDE-subsidie hebben ontvangen, betekent overigens niet dat er helemaal geen verduurzaming aan de woning heeft plaatsgevonden. Ook in deze groep kan men verbeteringen hebben uitgevoerd, met name door middel van kleine maatregelen.
Auteur
Categorieën