Binnen één generatie neemt het verschil in vaardigheden tussen autochtone Nederlanders en personen met een niet-westerse migratieachtergrond af. Prokic-Breuer et al. tonen dit aan op basis van Nederlandse enquête- en registergegevens over wiskunde- en taalvaardigheden van ouders en hun kinderen op dertienjarige leeftijd. Terwijl het verschil in vaardigheden van eerstegeneratie-ouders en autochtone ouders nog groot is, neemt het verschil tussen kinderen van beide oudertypen af met zestig procent voor wiskundevaardigheden en vijftig procent voor taalvaardigheden. De resultaten suggereren dus dat zo’n vaardigheidskloof in de loop der tijd verdwijnt. Het resterende verschil bestaat deels uit de ouderlijke component en een kleiner deel bestaat uit etnische verschillen.
Auteur
Categorieën