
Nog geen vier jaar na de introductie is generatieve kunstmatige intelligentie (genAI) voor veel hbo’ers deel van de dagelijkse werkprocessen. Uit onderzoek van de HBO-Monitor blijkt dat ruim zestig procent van de hbo-gediplomeerden minimaal één keer per week op de werkvloer genAI gebruikt.
De figuur laat zien dat in alle sectoren het opstellen of bewerken van teksten en het genereren van ideeën of brainstormen tot de twee meest voorkomende toepassingen behoren. GenAI lijkt daarmee vooral een hulpmiddel voor communicatie en creatieve ondersteuning. De derde meest genoemde toepassing verschilt echter duidelijk tussen sectoren en lijkt samen te hangen met de aard van het werk. In landbouw, onderwijs, techniek en economie wordt genAI relatief vaak gebruikt voor het samenvatten en analyseren van teksten. In de gezondheidszorg staat daarentegen het opzoeken en controleren van informatie op de derde plaats. Ook andere verschillen tussen sectoren vallen op. Afgestudeerden in Gedrag & maatschappij geven relatief vaak aan nooit gebruik te hebben gemaakt van genAI, terwijl vertalen en taalondersteuning binnen kunst, taal en cultuur belangrijke toepassingen vormen. De verschillen in gebruik suggereren dat de invloed van genAI op het werk niet in alle sectoren dezelfde vorm zal aannemen.
Door taken met behulp van genAI efficiënter uit te voeren, kan tijd vrijkomen voor werkzaamheden waarbij menselijke expertise, interactie en professioneel oordeel centraal staan. In de onderwijssector zou dit bijvoorbeeld meer ruimte kunnen bieden voor begeleiding van studenten. Als menselijke expertise en interactie aan belang wint, betekent dat voor hogescholen dat zij studenten niet alleen moeten voorbereiden op het gebruik van genAI, maar ook op een beroepspraktijk waarin menselijke vaardigheden zoals kritisch denken en communicatie nog zwaarder wegen. Ook is het belangrijk dat studenten leren AI-output kritisch te beoordelen en te integreren met hun eigen kennis en expertise.
Auteurs
Categorieën