
In 2025 zijn bijna 1,8 miljoen mensen verhuisd, ruim drie procent meer dan in 2024. Dit aantal was het hoogste sinds 2021, maar voor alleenstaanden en startende jongeren bleef de woningmarkt onverminderd krap.
De toename van het aantal verhuizingen lijkt te impliceren dat de woningmarkt iets versoepelt. De figuur toont echter dat het vooral gezinnen met kinderen zijn die vaak verhuizen, en ook bij stellen zonder kinderen nam de verhuismobiliteit relatief sterk toe.
Gezinnen begeven zich veelal op de koopmarkt en dan met name die voor eengezinswoningen. Het lijkt dus dat vooral op die markt wat meer beweging is gekomen. Vooral gezinnen die al een koopwoning hadden (doorstromers op de koopmarkt) zijn meer gaan verhuizen.
Voor alleenstaanden blijft de woningmarkt daarentegen krap; ze verhuisden nauwelijks meer dan in 2024. Alleenstaanden begeven zich relatief vaak op de huurmarkt, en huishoudens in huurwoningen zijn in 2025 juist wat minder gaan verhuizen.
De cijfers wijzen erop dat de toename in verhuismobiliteit vooral de huishoudens betreft die al een koopwoning hadden en dat de toegang daartoe voor outsiders niet is verbeterd.
Ook voor alleenstaande thuiswonende jongeren lijkt het lastig om een woning te vinden. Er gingen in 2025 weliswaar iets meer jongeren uit huis, maar er waren ook meer thuiswonende jongeren omdat ze in eerdere jaren minder uit huis waren gegaan. Het percentage thuiswonende jongeren dat uit huis ging bleef daardoor per saldo in 2025 vergeleken met een jaar eerder nagenoeg gelijk.
Het lijkt voor jongeren vooral moeilijk om aan een woning te komen als zij geen partner hebben. Thuiswonende jongeren die direct gaan samenwonen, verhuizen namelijk wel vaker dan vorig jaar. Dat geldt ook voor mensen die alleen wonen en verhuizen om samen te wonen. Waarschijnlijk helpt het om bij een partner in te kunnen trekken of met de partner de inkomens samen te voegen om een woning te kunnen betalen.
Auteur
Categorieën