Ga direct naar de content

Subsidies maken Noordzeevisserij niet duurzaam

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: januari 9 2026

De kottervisserij ontvangt jaarlijks gemiddeld honderd miljoen euro subsidie. De overheidssteun moet het aanbod van vis door de Nederlandse kottervloot, en daarmee de voedselzekerheid, veiligstellen, en bovendien de vloot verduurzamen. Dragen de subsidies bij aan het bereiken van deze doelen?

In het kort

  • De voedselzekerheid is niet in het geding: de bescheiden ­visvangsten zijn vooral voor de export.
  • De subsidies voor verduurzaming kunnen niet goed op tegen de vrijstelling van de brandstofaccijns.
  • Verduurzaming lukt niet goed, omdat tegelijk de illegale vangstpraktijken met veel ongewenste bijvangst doorgaan.

De Nederlandse visserij op de Noordzee en aangrenzende wateren ontvangt al jarenlang omvangrijke subsidies van de overheid. Deze overheidssteun is niet afkomstig uit één regeling, maar bestaat uit verschillende nationale en Europese subsidies. Ten eerste heeft het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) voor de periode 2025–2029 80 miljoen apart gezet voor verduurzaming van de vloot en sanering van de garnalenvisserij. Ten tweede is 200 miljoen euro aan extra middelen uit het Klimaatfonds tussen 2022 en 2030 bestemd voor de visserij (Tweede Kamer, 2022), waarvan 50 miljoen euro dit jaar beschikbaar is voor verduurzaming (Tweede Kamer, 2024b). De Nederlandse steun komt bovenop de 134 miljoen euro aan Europese visserijsubsidies die in de jaren 2022–2023 in het kader van de Brexit voornamelijk naar de kottervisserij is gegaan (Tweede Kamer, 2024a). Ten slotte bestaat er een ‘fossiele subsidie’ van jaarlijks circa 40 miljoen euro in de vorm van de vrijstelling van de brandstofaccijns. Opgeteld gaat het om 774 miljoen euro aan subsidie in de jaren 2022–2030, jaarlijks gemiddeld bijna 100 miljoen euro. De subsidies gaan vooral naar de kottervisserij, een vloot van ruim 200 schepen die vissen op zeeleven op of net boven de bodem, zoals inktvis, tong, schol, poon, mul en garnalen (kader 1).

Kader 1: Kottervisserij actief in Noordzee en aangrenzende wateren

De Nederlandse kottervloot telt per eind 2024 212 actieve schepen en 850 opvarenden (WUR, 2025). Een derde van het motorvermogen van de vloot komt voor rekening van de ruim dertig grote platviskotters (langer dan 24 meter, motorvermogen ten minste 1.500 pk) die vooral op tong en schol vissen. Dat gebeurt met bodemsleepnetten, opengehouden door een ‘boom’ (metalen pijp) of een ‘sumwing’ (vleugel) en gevolgd door wekker­kettingen of een kettingmat die de vis doet opschrikken. Deze ‘boomkorkotters’ zijn over de hele Noordzee en nabijgelegen wateren te vinden. Een deel van deze grote platviskotters kan ook met ‘borden’ vissen op onder andere schol en inktvis: niet een boom maar borden houden dan de netten open, wat brandstof scheelt.

 

Daarnaast zijn er twintig ‘flyshooters’ of zegenvissers. Met een sleepnet aan lange lijnen vissen deze kleine en middelgrote kotters op onder meer pijlinktvis, rode poon en mul in de zuidoostelijke Noordzee en het Kanaal. Afhankelijk van het seizoen en de visprijzen schakelen sommige van deze schepen om naar ‘borden’-vissen (meestal met één of twee netten): over de bodem, op schol en Noorse kreeft, of iets hoger in de waterkolom op inktvis en rondvis.

 

Ten slotte zijn er 150 relatief kleine kotters (kleiner dan 24 meter) actief in de kustwateren, waaronder enkele ‘eurokotters’ (van tegen de 24 meter) die op wisselende doelsoorten (inclusief garnalen) vissen, en gespecialiseerde, kleinere kotters die met fijnmazige bodemsleepnetten, opengehouden door een boom, alleen op garnalen vissen.

De overheidssteun moet het aanbod van vis door de Nederlandse kottervloot, en daarmee de voedselzekerheid, veiligstellen (MinLNV, 2022). “Subsidie is nodig om als aanvoersector te overleven”, zo geven ook de visserijbedrijven aan (Visserijnieuws, 2024). Hier zou een maatschappelijk doel mee zijn gediend: vis geldt als een gezond en duurzaam alternatief voor andere dierlijke producten en komt bovendien uit de eigen regio (Tweede Kamer, 2022; MinLNV, 2024).

Naast voedselzekerheid is verduurzaming een reden voor subsidiëring. De subsidies moeten uitnodigen tot vermindering van de grote ongewenste bijvangst (­Vollaard en De Zeeuw, 2025), van de verstoring van de zeebodem (Hiddink et al., 2017) en van het hoge brandstofverbruik. Zo behoort schol tot de twintig procent voedselproducten met de hoogste CO2-uitstoot per kilogram, de Noordzeegarnaal tot de top ­drie-procent (RIVM, 2024).

In dit artikel ga ik in op de vraag wat met deze subsidies daadwerkelijk bereikt wordt. Ik laat zien dat ze niet bijdragen aan voedselzekerheid en dat voor verduurzaming ander beleid meer voor de hand ligt. Ik laat hierbij de lange reeks uitkoopregelingen voor de kottervisserij buiten beschouwing, omdat dat vraagt om een afzonderlijke evaluatie.

Voedselzekerheid

Een eerste doel van subsidies is voedselzekerheid (Tweede Kamer, 2022; MinLNV, 2024). Voor het veiligstellen van het visaanbod zijn subsidies echter vaak contraproductief, omdat ze onbedoeld overaanbod stimuleren (Mul en Stiemsma, 2004; Englander et al., 2025). Overaanbod betekent overbevissing en daarmee uiteindelijk een afnemend visaanbod. Voor blijvend goede vangsten ligt het meer voor de hand om vanuit de overheid vangstbeperkingen af te dwingen. Dat is ook in het belang van de visserijbedrijven als groep (Gordon, 1954).

De voedselzekerheid blijkt niet in het geding als het aanbod van de vis stokt. De kottervisserij speelt namelijk een bijzonder kleine rol in de voedselvoorziening. Allereerst eten de meeste Nederlanders weinig tot geen vis: vis vormt gemiddeld één procent van het dieet en één op de vijf Nederlanders eet nooit vis (Van Rossum et al., 2023). Vlees is een belangrijker onderdeel van het dieet: Nederlanders eten gemiddeld tien keer zo veel vlees als vis (Dagevos en Zaalmink, 2014). Hierin verschillen Nederlanders van bijvoorbeeld Zuid-Europeanen en Scandinaviërs, die per persoon ruim twee keer zo veel vis en zeevruchten eten, maar óók meer vlees (FAO, 2024).

Daarnaast zijn de vangsten van de kottervissers in hoofdzaak geen lokaal gegeten product. Die vangsten zijn vooral voor de export. Ruim tachtig procent van de tong, garnalen en inktvis gaat naar het buitenland, en ruim de helft van de schol, vooral naar Italië (Hoekstra, 2019a; 2019b). De meeste Nederlanders eten geen zeeproducten uit de Noordzee, maar uit (hoofdzakelijk) andere wateren, zoals zalm, tonijn, haring, kabeljauw en tropische garnalen.

Ook gaan de gezondheidsvoordelen van het eten van vis – omega 3-vetzuren die we zonder supplementen beperkt binnenkrijgen (Gezondheidsraad, 2025) – niet op voor de vangsten van de kottervisserij. De Gezondheidsraad doelt op het eten van vette vis, zoals zalm, haring en makreel. Daar valt platvis niet onder, en de vetzuren zitten ook minder in inktvis, garnalen, mul en rode poon.

Ten slotte geldt dat het aanbod van vis, ook dat van Noordzeevis, al twintig jaar wordt gedomineerd door de grote zeevisserij – een achttal grote vries­trawlers die wereldwijd opereren – en niet door de kottervisserij (ICES, 2024). De grote zeevisserij vangt alleen al aan Noordzeeharing meer dan de kottervloot aan platvis binnenhaalt, maar doet dat goeddeels zónder subsidies.

Brandstofbesparing

Een tweede doel van de subsidies is het verduurzamen van de kottervloot door verlaging van het brandstofverbruik. Voor innovaties op dat terrein zijn er subsidies in de vorm van compensatie van de kosten van onderzoek en daadwerkelijke aanpassingen aan vissersschepen. Maar het ligt om twee redenen niet voor de hand om op deze manier brandstofbesparing te stimuleren. Allereerst staat tegenover de subsidies de vrijstelling van de brandstofaccijns voor visserijbedrijven. Deze ‘fossiele subsidie’ (Schüller en Van Hoof, 2024) nodigt brandstof-intensieve visserij uit. Bij de huidige accijns van 0,51 euro per liter dieselolie komt de vrijstelling voor een grote kotter die wekelijks 30.000 liter tankt neer op een besparing van 15.000 euro per week. Dat is een enorm bedrag, gegeven een omzet aan vis van rond de 50.000 euro. Als de overheid brandstofbesparing wil aanmoedigen, ligt het voor de hand eerst deze vrijstelling aan te pakken.

Daarnaast gaat het in de praktijk veelal om aanpassingen van bestaande, oude schepen met weinig potentieel voor brandstofbesparing (De Vet et al., 2024). De gemiddelde leeftijd van de kottervloot is 39 jaar (WUR, 2025). Grote stappen komen met de bouw van nieuwe vissersschepen, maar ruimte daarvoor ontstaat pas weer als na 2024, een jaar met een positief nettoresultaat, meerdere goede jaren volgen.

Duurzamere vistechnieken

Subsidies zijn er ook voor duurzamere vistechnieken. Een belangrijk doel is het stimuleren van selectiever vissen. Dat betekent minder ‘dode weggooi’, de ongewenste bijvangst (discards) die ook in het net terechtkomt maar vangst niet overleeft, waaronder grote aantallen kleine vis die nog niet heeft kunnen reproduceren. Vangst van onvolwassen vis of ‘puf’ is al een zorg zo lang de bodemvisserij bestaat (Schouten, 1942; Posthumus en Rijnsdorp, 2016; De Veen, 2024). Selectiever vissen heeft vanwege het niet-vangen van jonge vis een direct positief effect op het visbestand en is dus in het belang van de visserijbedrijven als groep, maar heeft ook een breder, positief effect op het gehele mariene ecosysteem waar de vis onderdeel van uitmaakt.

Na decennia subsidies zijn de platviskotters echter niet selectiever gaan vissen. Per verkochte platvis gaan er nu tegen de veertig andere zeedieren dood weer overboord (Vollaard en De Zeeuw, 2025), dertig jaar geleden was dat niet veel anders (De Groot en Lindeboom, 1994). Sterker, de ongewenste bijvangst neemt eerder toe dan af (ICES, 2025).

In plaats van het bieden van subsidies voor selectiever vissen, is het tegengaan van het gebruik van illegale netten met te kleine mazen een directere en effectievere manier om duurzaamheid te verhogen. Deze illegale praktijk is in de tongvisserij nog wijdverspreid (Kastoryano en Vollaard, 2023). De visserijbedrijven willen zo de sliptong in het net houden, voor een iets hogere omzet. De dode weggooi van onder meer ondermaatse schol is hierdoor veel groter. De bedrijven proberen een deel van de meegevangen, te kleine vis illegaal op de markt te brengen (NVWA, 2022). Deze fraude ondergraaft de effectiviteit van het subsidiebeleid. De prikkel tot investeren in duurzamer vissen is al laag omdat daar niet direct hogere marktprijzen tegenover staan (Steins et al., 2024), de concurrentieverstoring door fraude maakt het voortrekkers die duurzamer technieken willen gebruiken extra moeilijk. De baten van duurzamer visvangst blijven zo buiten bereik: een gezonder zeemilieu en rijkere visbestanden worden alleen gerealiseerd als de hele sector daaraan bijdraagt. Het niet-opvissen door de een wordt anders tenietgedaan door het wel-opvissen door de ander. Het is daarom niet verrassend dat met subsidie ontwikkelde innovatieve vistechnieken ongebruikt blijven (kader 2). Het gaat bijvoorbeeld om selectiever vissen op Noorse kreeftjes (het ‘SepNep’) en op tong (het ‘Vlaams paneel’) (Steins et al., 2022; Visserijnieuws, 2025). Het is nog onzeker hoe het een nieuwe techniek om de overlevingskans van ongewenste bijvangst in de platvisvisserij te verhogen (de ‘FloMo-kuil’) zal vergaan.

Kader 2: Innovatieve visserijtechnieken

SepNep voor de visserij op Noorse kreeft staat voor SEParating fish from NEPhrops, oftewel ‘het scheiden van vis en Noorse kreeft’, zodat kleine vissen beter kunnen ontsnappen.

 

Een Vlaams paneel is een wijdmazig, trechtervormig net vóór het eigenlijke net van boomkorkotters, waardoor meer kleine tong kan ontsnappen.

 

De FloMo-kuil (Floating Mouth codend) voor boomkorkotters is een net waarvan het voorste deel door drijvers wordt opgelicht. Kleine tong kan beter ontsnappen uit dit voorste, boven de bodem zwevende deel van het net. De gevangen vis is ook van betere kwaliteit. De voor- en nadelen worden nog verder onderzocht.

Bij de bestrijding van visfraude is nog veel te winnen. Vooralsnog moet het toezicht het doen met één inspectieschip voor het Nederlandse deel van de Noordzee. De vissers weten precies waar dit schip zich bevindt (Kastoryano en Vollaard, 2023). Pas over twee of drie jaar komt voor een deel van de vloot cameratoezicht aan boord. In feite kunnen Nederlandse kotters nu gesubsidieerd illegale vangstmethoden gebruiken. Dat gaat in tegen de afgelopen september in werking getreden overeenkomst over visserijsubsidies van de Wereldhandelsorganisatie (Europese Commissie, 2025).

Natuurlijk, het verbod vanuit Brussel op ‘pulsvissen’ per 2021 heeft één manier om selectiever te vissen doorkruist, zoals vaak benadrukt door de visserijbedrijven (Vissersbond, 2019). Het opschrikken van vissen gebeurde in dat geval met elektrische pulsen in plaats van kettingen of matten. Hierdoor nam niet alleen de ongewenste bijvangst maar ook het brandstofverbruik met de helft af (Rijnsdorp et al., 2024). Dat lagere brandstofgebruik maakte deze vistechniek zeer populair, ondanks een investering van rond de 350.000 euro per grote kotter. Tot grote frustratie van de visserijbedrijven moest deze techniek vanwege het verbod weer worden uitgefaseerd. Maar de klacht dat visserijbedrijven wel duurzamer wíllen vissen, maar dat niet mogen, is niet correct. Als duurzaamheid zo hoog in het vaandel staat, dan is de fraude met maaswijdte en het niet-gebruiken van andere, duurzamere technieken moeilijk uit te leggen. Het gaat hier om een fundamenteler probleem, namelijk dat initatieven tot duurzaam vissen sneuvelen in de concurrentie tussen visserijbedrijven.

Tot slot

De vraag is of de kottervisserij, vooral de sleepnetvisserij op platvis en garnalen, ooit duurzaam is te noemen. Zelfs bij halvering van het brandstofverbruik en de ongewenste bijvangst, zoals bij het gebruik van elektrische pulsen in de tongvisserij, blijft de milieuschade van deze visserij groot. Het niet-duurzame karakter ervan heeft verschillende omliggende landen ertoe doen besluiten gebieden hiervoor te sluiten. Het gaat inmiddels om 50.000 km2 Brits en 140.000 km2 Noors Noordzeegebied. Denemarken is bezig met een verbod. Nederland doet hier nog niet aan mee, en heeft slechts minder dan 3.000 km2 gesloten. Deze terughoudendheid heeft te maken met het feit dat Nederland van oudsher een grote kottervloot heeft. Wil Nederland wat over is van deze vloot behouden en verduurzamen, een wens die in verschillende partijprogramma’s van dit jaar is terug te vinden, dan zijn subsidies echter niet de aangewezen manier.

Getty Images

Literatuur

Dagevos, H. en W. Zaalmink (2014) Vis onbekend: zoeken naar het waarom van de geringe visconsumptie in Nederland. LEI Wageningen UR, Nota 14-089. Te vinden op research.wur.nl.

Englander, G., J. Zhang, J.C. Villaseñor-Derbez et al. (2025) Input subsidies and the depletion of natural capital: Chinese distant water fishing. Journal of Environmental Economics and Management, 130, 103127.

Europese Commissie (2025) EU welcomes entry into force of WTO Agreement on Fisheries Subsidies. EC Persbericht, 15 september.

FAO (2024) Food balance sheets 2010–2022. Food and Agriculture Organization, 19 juli.

Gezondheidsraad (2025) Richtlijnen goede voeding: Eiwitbronnen en voedingspatronen 2025. Gezondheidsraad, december.

Gordon, H.S. (1954) The economic theory of a common-property resource: fishery. Journal of Political Economy, 62(2), 124–142.

Groot, S.J. de, en H.J. Lindeboom (1994) Environmental impact of bottom gears on benthic fauna in relation to natural resources management and protection of the North Sea. RIVO-DLO, Rapport C026/94. Te vinden op research.wur.nl.

Hiddink, J.G., S. Jennings, M. Sciberras et al. (2017) Global analysis of depletion and recovery of seabed biota after bottom trawling disturbance. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 114(31), 8301–8306.

Hoekstra, G. (2019a) Rond- en platvisindustrie. Wageningen Economic Research, Rapport 2019-079d. Te vinden op visbureau.nl.

Hoekstra, G. (2019b) Verwerking van Noordzeegarnalen. Wageningen Economic Research, Rapport 2019-079e. Te vinden op visbureau.nl.

ICES (2024) Sole (Solea solea) in Subarea 4 (North Sea). ICES Advice, 10 oktober.

ICES (2025) Plaice (Pleuronectes platessa) in Subarea 4 (North Sea) and Subdivision 20 (Skagerrak). ICES Advice, 27 juni.

Kastoryano, S. en B.A. Vollaard (2023) Unseen annihilation: Illegal fishing practices and nautical patrol. Journal of Environmental Economics and Management, 122, 102881.

MinLNV (2022) Brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Kamerstuk 29675, nr. 210.

MinLNV (2024) Voedsel uit zee en grote wateren: Visie voor voedselwinning op weg naar 2050. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Rapport, 8 maart.

Mul, A. en G. Stiemsma (2004) RIO Zee- en kustvisserij (1945–2003). PIVOT Rapport 159. Te vinden op handelingenbank.info.

NVWA (2022) Fraudebeeld visserijketen: Periode 2017–2020. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, mei.

Posthumus, R. en A. Rijnsdorp (2016) Schol in de Noordzee. Amsterdam: Atlas Contact.

Rijnsdorp, A.D., P.G. Boute, J.C. Tiano et al. (2024) Electrotrawling can improve the sustainability of the bottom trawl fishery for sole: A review of the evidence. Reviews in Fish Biology and Fisheries, 34, 959–993.

RIVM (2024) Database milieubelasting voedingsmiddelen. RIVM, 15 oktober.

Rossum, C.T.M. van, E.L. Sanderman-Nawijn, H.A.M. Brants et al. (2023) The diet of the Dutch: Results of the Dutch National Food Consumption Survey 2019–2021 on food consumption and evaluation with dietary guidelines. RIVM Rapport 2022-0190.

Schouten, A. (1942) De Nederlandsche groote trawlvisscherij. Proefschrift. Te vinden op objects.library.uu.nl.

Schüller, S. en F. van Hoof (2024) Afbouw fossiele subsidies vergt maatwerk. ESB, 109(4832), 168–171.

Steins, N.A., X. Verschuur, K.G. Hamon en M. Kraan (2024) Selectief vissen belonen. Wageningen University & Research, Rapport C012/24.

Tweede Kamer (2022) Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee. Kamerstuk 29675, nr. 210.

Tweede Kamer (2024a) Jaarverslag en slotwet Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en Diergezondheidsfonds (F) 2023. Kamerstuk 36560 XIV, nr. 1.

Tweede Kamer (2024b) Amendement van het lid Grinwis c.s. Kamerstuk 36600 XIV, nr. 4.

Veen, J. de (2024) De trawlvisserij en haar ontwikkeling: Ongepubliceerd manuscript geschreven in de periode 1941–1945. Wageningen Marine Research, Rapport 24.003. Te vinden op groenkennisnet.nl.

Vet, J.M. de, H. Gardner, M. Sala Pérez et al. (2024) Techno-economic analysis for the energy transition of the EU fisheries and aquaculture sector. Publications Office of the European Union, november. Te vinden op cedelft.eu.

Visserijnieuws (2024) Het gevecht om ruimte op onze Noordzee. Artikel op visserijnieuws.nl, 27 juni.

Visserijnieuws (2025) Vergelijkende testreizen kreeftjesvisserij met selectieve SepNep. Artikel op visserijnieuws.nl, 4 augustus.

Vissersbond (2019) Verbod op pulsvisserij enorme klap voor Nederlandse visserijsector. Vissersbond Persbericht, 16 april.

Vollaard, B. en A. de Zeeuw (2025) Kennis van dode teruggooi nodig voor het maken van keuzes over vis. ESB, 110(4842), 75–77.

WUR (2025) Visserij in cijfers 2025. Wageningen University & Research. Te vinden op agrimatie.nl.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie