Sinds 2020 zijn de tegoeden die publieke instellingen aanhouden op een bankrekening van de Nederlandse staat meer dan verdrievoudigd. Deze toename in schatkistbankieren heeft gevolgen voor de openbare financiën.
In het kort
- In toenemende mate wordt de EMU-schuld verminderd door overtollige middelen van deelnemers aan schatkistbankieren.
- Met de hogere schatkisttegoeden neemt het herfinancieringsrisico potentieel wel toe; dat vraagt om risicobeheersing.
De laatste tien jaar zijn de tegoeden van deelnemers van schatkistbankieren gestegen tot ruim 112 miljard euro eind 2025. Bij schatkistbankieren worden overtollige liquide middelen aangehouden op een bankrekening bij de schatkist van de Nederlandse staat. Deze middelen verlaten de schatkist pas wanneer ze tot besteding komen. Deelnemers bestaan uit agentschappen, rechtspersonen met een wettelijke taak (bijvoorbeeld scholen), sociale fondsen (zoals UWV) en decentrale overheden (bijvoorbeeld gemeenten en provincies).
De toename in het aantal aangehouden euro’s komt enerzijds door een stijging van het aantal vrijwillige deelnemers (figuur 1). Zo is het aantal vrijwillig deelnemende onderwijsinstellingen in 2025 verdubbeld ten opzichte van 2020. Anderzijds is het volume van aangehouden middelen gestegen (figuur 2), vooral bij de sociale fondsen, waar de premie-inkomsten hoger waren dan de uitkeringen.
Figuur 1: Aantal deelnemers schatkistbankieren

Figuur 2: Tegoeden schatkistbankieren

De consequentie van de toename in schatkistbankieren is dat de EMU-schuld minder is toegenomen (Van der Voort et al., 2024). In dit artikel leggen we uit hoe dat werkt en wat de mogelijke risico’s zijn.
Doorwerking in de EMU-schuld
Deelnemers aan schatkistbankieren gebruiken een rekening bij een commerciële bank voor hun dagelijkse betalingen (MinFin, 2024). Aan het einde van iedere dag wordt deze bankrekening vanuit de schatkistrekening van de deelnemer afgeroomd of aangevuld naar 0. Op deze schatkistrekening staat het daadwerkelijke tegoed. Wanneer de tegoeden in de schatkist toe- of afnemen, wordt dit op de begroting weergegeven als respectievelijk een ontvangst of uitgave voor het Rijk (MinFin, 2025a). Dit verbetert of verslechtert vervolgens het kassaldo van het Rijk, zoals figuur 3 laat zien. Het kassaldo van het Rijk is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven op kasbasis. Het kassaldo werkt vervolgens direct door in de staatsschuld.
Figuur 3: Van schatkistbankieren naar EMU-schuld

Een mutatie van schatkisttegoeden zelf heeft geen impact op het EMU-saldo omdat dit kasstromen zijn die binnen de collectieve sector blijven (MinFin, 2025b). De werkelijke uitgaven die door deelnemers gedaan worden, zijn kasstromen die de collectieve sector verlaten en tellen daarom mee met het EMU-saldo. Het EMU-saldo is een boekhoudkundig begrip volgens het Europese systeem voor nationale rekeningen (MinFin, 2025c). Het Europese statistiekbureau Eurostat stelt vast welke begrotingsposten tellen voor het EMU-saldo. De EMU-schuld bestaat uit de schuld van de gehele collectieve sector, die dus zowel de staatsschuld als de schuld van alle andere partijen binnen de collectieve sector (onder andere decentrale overheden, sociale fondsen en zelfstandige bestuursorganen) omvat. Aangezien schatkisttegoeden het kassaldo beïnvloeden, heeft schatkistbankieren effect op de EMU-schuld via de staatsschuld.
Schatkistbankieren vermindert wel de hoeveelheid middelen die het Ministerie van Financiën op de geld- en kapitaalmarkt moet financieren. Dit leidt tot een lagere staatsschuld (Van der Voort et al., 2024).
Potentieel financieringsrisico
Hoewel de toename van schatkistbankieren voor een lagere EMU-schuld zorgt, kan het potentieel ook leiden tot een financieringsrisico. Een massale opname van de tegoeden kan immers vragen om benodigde extra financiering uit de kapitaalmarkt, wat de EMU-schuld doet stijgen. Schatkisttegoeden zijn opvraagbaar voor het uitvoeren van de wettelijke of publieke taak van de deelnemende instelling, zoals de uitbetaling van salarissen voor leraren. Als de tegoeden in de schatkist afnemen, moet het Rijk elders middelen aantrekken op de geld- of kapitaalmarkt.
De tegoeden kunnen bijvoorbeeld afnemen als de ontvangsten en uitgaven van de Rijksoverheid snel veranderen. Een groot deel van de schatkisttegoeden is het resultaat van die ontvangsten en uitgaven, zoals bij sociale fondsen. In 2025 hielden de drie sociale fondsen in totaal 62,7 miljard euro aan in de schatkist van het Rijk (figuur 2). Het arbeidsongeschiktheidsfonds van UWV heeft de grootste tegoeden; het aanhouden van dit geld is wettelijk verplicht. Enkele regelingen die UWV uitvoert zijn onderhevig aan conjuncturele bewegingen. In het geval van een economische schok die leidt tot een stijging van het aantal WW-gerechtigden leidt dit tot grotere uitgaven van UWV. Een stijging van de uitgaven van UWV heeft een negatief effect op het EMU-saldo en leidt daarmee tot een toename van de EMU-schuld. De middelen verlaten immers de collectieve sector als deze worden betaald aan uitkeringsgerechtigden. Echter, omdat afname van de tegoeden ook leidt tot een verslechtering van het EMU-saldo, zal een dergelijke afname binnen de afgesproken begrotingskaders blijven. Dit beperkt een plotselinge omvangrijke uitstroom (NOS, 2026).
Bij sommige deelnemers aan schatkistbankieren is het geld dat zij aanhouden echter niet afkomstig van de Rijksbegroting. Een voorbeeld is het Depositogarantiefonds; aangehouden middelen bij het fonds bestaan uit ingelegde premies door banken ten behoeve van het depositogarantiestelsel. Ondanks deze herkomst van de middelen wordt het Depositogarantiefonds wel gezien als onderdeel van de collectieve sector. Bij een faillissement van een Nederlandse bank vindt er een uitkering uit het fonds plaats. Momenteel is het fonds gevuld met 0,8 procent van de gegarandeerde deposito’s: in totaal circa vijf miljard euro (DNB, 2025). Deze middelen zijn eerder van de private sector naar de collectieve sector gegaan, wat destijds leidde tot een verbetering van het EMU-saldo. In het geval dat een Nederlandse bank failliet gaat zal het Depositogarantiefonds aan spaarders uitbetalen, wat een vermindering betekent in het saldo dat het fonds in de schatkist aanhoudt. Deze middelen verlaten dan de collectieve sector, wat tevens een verslechtering van het EMU-saldo oplevert. Het zorgt daarnaast voor een toename van de EMU-schuld, gezien het feit dat de middelen gefinancierd moeten worden. Met meer dan 500 miljard euro op Nederlandse spaarrekeningen (DNB, 2025) is het niet onwaarschijnlijk dat het omvallen van een bank van redelijk formaat – hoewel de kans hiertoe zeer klein is – leidt tot een (gedeeltelijke) uitputting van de inleg in het fonds.
Tot besluit
Schatkistbankieren kent verschillende voordelen, namelijk vermindering van de EMU-schuld, eenvoudiger en goedkoper kasbeheer en minder risico voor de deelnemers. De EMU-schuld is circa 10 procentpunt lager als gevolg van de tegoeden van deelnemers van zo’n 112 miljard euro. Tegelijkertijd is het raadzaam in de risicobeheersing van het Ministerie van Financiën rekening te houden met de omvang van tegoeden (MinFin, 2025d). Die vergroten immers het financieringsrisico: een sterke daling van de schatkisttegoeden van deelnemers, bijvoorbeeld als gevolg van een exogene economische schok, leidt tot een grotere financieringsbehoefte waardoor de staat acuut meer middelen zou moeten ophalen. Dit kan tot hogere rentelasten leiden. De kans dat een dergelijke reductie in middelen opeens en in grote omvang plaatsvindt, is klein. Desondanks is het raadzaam om hier rekening mee te houden in de risico-inschatting die wordt gemaakt voor de schatkisttegoeden.

Literatuur
DNB (2025) Spaargeld van Nederlandse huishoudens. DNB Statistieken.
MinFin (2024) Periodieke rapportage Kasbeheer – artikel 12 van hoofdstuk IX (Financiën en nationale schuld) van de Rijksbegroting. Ministerie van Financiën, Rapport, 1 oktober. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.
MinFin (2025a) IX Financiën en Nationale Schuld: Artikel 12 Kasbeheer. Ministerie van Financiën. Te vinden op www.rijksfinancien.nl.
MinFin (2025b) 5. EMU-saldo en EMU-schuld. Ministerie van Financiën. Te vinden op www.rijksfinancien.nl.
MinFin (2025c) Op drift of op koers? Analyses en aanbevelingen om beter te ramen en begroten. Ministerie van Financiën, Rapport, 14 maart. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.
MinFin (2025d) Periodieke rapportage Financiering staatsschuld. Ministerie van Financiën, Rapport, 12 september. Te vinden op www.tweedekamer.nl.
NOS (2026) Pot voor arbeidsongeschikten vol, toch blijft politiek premie verhogen: ‘Spookbelasting’. NOS Nieuws, 6 april.
Voort, R. van der, L. Vorsteveld en J. van Toor (2024) Staatsschuld 78,8 miljard euro lager door schatkistbankieren. Statistiek op esb.nu, 18 november.
Auteurs
Categorieën