Ga direct naar de content

Stel groeibedrijven vrij van box 3-belasting

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 28 2026

Het door de Tweede Kamer gesteunde kabinetsvoorstel om de vermogensbelasting in box 3 te veranderen in een vermogensaanwasbelasting  (Ziesemer, 2026) kon op veel kritiek rekenen vanuit de start- en scale-upwereld, onder andere verwoord door start-upgezant prins Constantijn en in een brandbrief van bedrijven als Adyen en Picnic (Moorman, 2026). Het probleem: techtalent wordt vaak deels in aandelen betaald, en kan zo op papier vermogen opbouwen zonder de liquide middelen te hebben voor aanwasbelasting. Daarvoor moet je aandelen kunnen verkopen, wat lastig is bij niet-beursgenoteerde bedrijven, omdat er geen toereikende markt is en de waarde van bedrijven niet doorlopend vastgesteld wordt.

Anne-Sophie Halbertsma is promovendus en docent aan de Universiteit Utrecht en vakredacteur bij ESB

Dat lijkt in eerste instantie vooral een probleem voor de bedrijven zelf. Toch doet het kabinet er goed aan om nog eens naar de box 3-gevolgen voor groeibedrijven te kijken: terwijl beleidsmakers inzetten op het versterken van het verdienvermogen (Wennink, 2025), dreigt de vermogensaanwasbelasting die ambities in de kiem smoren en het Nederlandse ondernemingsklimaat te schaden.

Dat zit zo. Veel start- en scale-ups betalen hun personeel in aandelen omdat ze zo met beperkte financiële middelen toch talent kunnen aantrekken (Roach en Sauermann, 2024). Als het bedrijf het goed doet, worden deze aandelen meer waard, wat misgelopen salaris compenseert (Hietaniemi en Hsu, 2026). Door onder andere deze financiële prikkel, leidt de mix van salaris en aandelen ook weer tot betere bedrijfsresultaten, bijvoorbeeld wat innovatie betreft (Chila en Devarakonda, 2024; Bennett, 2026).

Maar de voordelen rijken verder dan de bedrijven zelf: financiële medewerkersparticipatie kan namelijk ook nieuw ondernemerschap stimuleren (Halbertsma et al., 2024; Vliegwiel, 2026). Oprichters en medewerkers kunnen via hun aandelenpakket vermogen verwerven na een beursgang of acquisitie, en vervolgens hun geld en ervaring inzetten voor nieuwe ondernemingen (Babina et al., 2017; Defort et al., 2025). Bijvoorbeeld als oprichter, investeerder of mentor (Mason en Harrison, 2006; DeTienne, 2010). Bekende bedrijven die zo’n vliegwieleffect teweegbrachten zijn PayPal en Skype. PayPals ex-medewerkers stonden aan de wieg van nieuwe bedrijven als YouTube en LinkedIn; voor het Europese Skype waren dit bijvoorbeeld Atomico en Wise.

Een land dat inzet op dit vliegwieleffect is Zweden: daar kan men de belasting op vermogen, verkregen uit de verkoop van aandelen, uitstellen mits de opbrengsten geïnvesteerd worden in niet-beursgenoteerde bedrijven. Allicht is het niet toevallig dat Zweden wereldwijd op de vierde plek staat als het gaat om het aantal techbedrijven met een waarde van meer dan een miljard dollar (Garicano en Strömberg, 2026).

Gelukkig heeft het kabinet inmiddels aangekondigd het box 3-voorstel aan te passen om het voor talent aantrekkelijk te maken om voor start- en scale-ups te werken die aandelen aanbieden. Dat is wenselijk voor de groeibedrijven van nu, en ook voor de langetermijnontwikkeling van het Nederlandse ondernemerschapsklimaat.

Literatuur

Babina, T., P. Ouimet en R. Zarutskie (2017) Going entrepreneurial? IPOs and new firm creation. Finance and Economics Discussion Series, maart. Te vinden op www.federalreserve.gov.

Bennett, J. (2026) Employee ownership and innovation: The influence of shared-risk culture in U.S. firms. Industrial Relations: A Journal of Economy and Society. Early View, 70029.

Chila, V. en S. Devarakonda (2024) The effects of firm-specific incentives (stock options) on mobility and employee entrepreneurship. Journal of Business Venturing, 39(3), 106382.

Defort, A., M. Fröhlich, P. Neuroth en I. Welpe (2025) How do successful exits impact regional development? Longitudinal evidence from European cities. Small Business Economics, 65(3), 1571–1593.

DeTienne, D.R. (2010) Entrepreneurial exit as a critical component of the entrepreneurial process: Theoretical development. Journal of Business Venturing, 25(2), 203–215.

Garicano, L. en P. Strömberg (2026) Why Sweden has so many unicorns. Silicon Continent, Bericht, 16 februari.

Halbertsma, A.-S., R. Kleverlaan en E. Stam (2024) Medewerkersparticipatie en winstdelingen in het Nederlandse MKB en grootbedrijf: Stand van zaken, publieke debat en internationale vergelijking. Universiteit Utrecht.

Hietaniemi, L. en D.H. Hsu (2026) Employee equity and workforce outcomes in startups: Evidence from binding wage constraints. The Wharton School Research Paper, 15 maart.

Mason, C.M. en R.T. Harrison (2006) After the exit: Acquisitions, entrepreneurial recycling and regional economic development. Regional Studies, 40(1), 55–73.

Moorman, J. (2026) Nederlandse techreuzen sturen brandbrief aan kabinet om nieuwe box 3-regels. Quote Net, Bericht, 30 april.

Roach, M. en H. Sauermann (2024) Can technology startups hire talented early employees? Ability, preferences, and employee first job choice. Management Science, 70(6), 3619–3644.

Vliegwiel (2026) 100 portretten van startup oprichters. Te vinden op vliegwiel.nl.

Wennink (2025) De route naar toekomstige welvaart: Een sterk Nederland in een relevant Europa. Rapport Wennink, december.

Ziesemer, V. (2026) Met een betere afbakening van illiquide vermogen kan box 3 door. ESB, 111(4857), 225–227.

Auteur

Plaats een reactie