Ga direct naar de content

Schaven aan begroting brengt Europa niet verder

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: september 24 2026

Europa zal zichzelf moeten versterken. Draghi (2024) constateert terecht dat Europa op technologisch vlak steeds verder achterblijft bij de Verenigde Staten en China, wat in de huidige geopolitieke situatie ook gevolgen kan hebben voor het borgen van vrede en van gedeelde waarden – twee kerndoelen van de Europese samenwerking.

Op economisch terrein wil de Unie het welzijn van haar inwoners bevorderen, via de totstandkoming van een interne markt en inzet op duurzame ontwikkeling op basis van evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit. Dat zijn mooie ambities, maar sinds het vastleggen van deze economische doelen in het Verdrag van Lissabon, in 2009, is er beperkt vooruitgang geboekt. De interne markt is nog verre van compleet, en de ambitie om de meest concurrerende economie ter wereld te worden lijkt buiten bereik.

Pieter Hasekamp is directeur van het Centraal Planbureau

Draghi wijst op het belang van extra investeringen in defensie, innovatie, digitale economie en de energietransitie. Voor dit soort Europese publieke goederen ligt het voor de hand eerst naar de EU-begroting te kijken (CPB, 2025). De Europese Commissie heeft vorig jaar een voorstel gedaan voor de nieuwe meerjarenbegroting, waarin de economische vernieuwing gepaard gaat met een ophoging van het budget van 1,12 procent van het Europese bruto nationaal inkomen naar 1,26 procent.

De discussie over de nieuwe meerjarenbegroting verloopt moeizaam. Nederland en Duitsland steunen samen met een aantal andere lidstaten de vernieuwing, maar pleiten ook voor een lagere begroting, waardoor er extra gekort zou moeten worden op de landbouw­subsidies en cohesiefondsen. Landen die juist van deze uitgaven profiteren, willen deze in stand houden en zijn in het algemeen voor een groter Europees budget.

In Nederland gaat de discussie vaak over het nettobedrag dat we betalen aan de Europese Unie (nu ongeveer 0,2 procent van het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp). Tegenover die contributie staan echter ook de voordelen van het lidmaatschap: het CPB (2022) schatte alleen al de structurele handelsbaten van de interne markt op 3,1 procent van het bbp. Daarnaast heeft Nederland evident belang bij gezamenlijke antwoorden op vraagstukken die op Europees niveau spelen.

Uiteraard moet er goed naar de meerwaarde en doelmatigheid van Europese uitgaven worden gekeken. Landbouwsteun en cohesiefondsen vormen nog altijd een groot deel van de begroting. Er is ruimte om deze posten verder te verlagen, aangezien algemene inkomenssteun aan boeren weinig gericht is op specifieke publieke doelen (OESO, 2023), terwijl een deel van de cohesiemiddelen ook naar relatief welvarende regio’s gaat (Europese Rekenkamer, 2025).

Maar herprioritering zal waarschijnlijk niet voldoende zijn. Bij nieuwe, grote ambities zoals innovatie en defensie horen ook hogere uitgaven. Deze kunnen gefinancierd worden door hogere afdrachten van de lidstaten, door hogere Europese belastingen, via gezamenlijke schuld of een combinatie hiervan. Het ligt het meest voor de hand om de dekking via het meerjarenbudget te regelen, waarover nu wordt onderhandeld.

Hogere afdrachten moeten deel kunnen zijn van de onderhandeling. Ook (extra) Europese belastingen kunnen bijdragen als er een stabiele en logische grondslag is, maar lidstaten hebben hierbij vetorecht. Dat betekent niet alleen dat belastingen moeilijk in te voeren zijn, maar ook dat wijzigen lastig is als er na verloop van tijd nieuwe inzichten zijn. De politiek zal de nadelen van hogere afdrachten of hogere (of nieuwe) Europese belastingen moeten afwegen tegen de mogelijke voordelen van een hoger Europees budget.

En gezamenlijke Europese schuld is een omstreden optie. Het is belangrijk te benadrukken dat er geen sprake is van gratis geld: in het Commissievoorstel bedraagt de schuldendienst voor de bestaande (vooral Next Generation EU-)leningen al acht procent van de EU-begroting. Deze lasten worden gedragen door alle lidstaten, waarvan sommige nu al hoge en oplopende overheidsschulden hebben. Het is dus verstandig om voorzichtig te zijn met extra leningen, zeker als het niet duidelijk is hoe de lasten daarvan structureel worden gedekt.

De slechtst mogelijke uitkomst is er een waarbij alles bij het oude blijft, dat wil zeggen geen extra geld naar investeringen in Europese publieke goederen en het doortrekken van de huidige landbouwsteun en cohesiefondsen. Toch kan dat de uitkomst van het huidige onderhandelingsspel worden, vooral omdat de focus van elk land ligt op het eigen stukje van de koek: zo min mogelijk afdrachten en zo veel mogelijk zeggenschap over de uitgaven die in lijn zijn met de eigen prioriteiten.

Maar verder schaven aan de bestaande begroting brengt ons niet verder. Eisenhower zou ooit gezegd hebben: “If a problem cannot be solved, enlarge it.” Het is tijd voor Europa om naar voren te stappen en te kiezen voor een begroting die past bij de ambities.

Literatuur

CPB (2022) Handelsbaten van de EU en de interne markt. CPB Notitie, januari.

CPB (2025) Risicorapportage financiële markten 2025. CPB Publicatie, mei.

Draghi, M. (2024) The future of European competitiveness: A competitiveness strategy for Europe. Europese Commissie Rapport, september. Te vinden op commission.europa.eu.

Europese Rekenkamer (2025) The Future of EU Cohesion Policy: Drawing lessons from the past. European Court of Auditors, Review 04/2025.

OESO (2023) Policies for the future of farming and food in the European Union. OECD, Agriculture Policy Brief, oktober.

Auteur

Categorieën

Plaats een reactie