Ga direct naar de content

Schade door grootschalige overstromingen neemt komende jaren af

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: juli 16 2026

Er wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in het versterken van dijken. De risico’s van grote overstromingen nemen daardoor, ondanks klimaatverandering, sterk af. De jaarlijkse investeringen zijn momenteel hoger dan de verwachte resterende overstromingsschade.

In het kort

  • Het Nederlandse overstromingsrisico daalt sterk door grootschalige dijkversterkingen richting 2050.
  • De veiligheid van burgers neemt in kansen gemeten in grote delen van Nederland toe met ten minste een factor 10.
  • De jaarlijkse kosten voor het versterken van de waterkeringen bedragen aanzienlijk meer dan de verwachte schade.

Er wordt regelmatig gewaarschuwd dat het risico voor grootschalige overstromingen toeneemt door de voortgaande klimaatverandering (Deltares, 2023; NOS, 2025). Financiële instellingen vragen zich af welke gevolgen de stijging van de zeespiegel heeft voor de financiële stabiliteit van Nederland (Deltacommissaris, 2024; IMF, 2024). Zo kunnen overstromingen impact hebben op financiële instellingen die leningen aan huishoudens en bedrijven hebben verstrekt (Caloia et al., 2025).

Niet alleen de dreiging verandert echter. Er wordt namelijk ook volop geïnvesteerd in de versterking van de primaire waterkeringen. De primaire keringen zijn de waterkeringen die Nederland beschermen tegen grootschalige overstromingen vanuit bijvoorbeeld de zee. In het jaar 2050 moeten alle primaire keringen aan de nieuwe, in 2017 vastgestelde, wettelijke normen voldoen.

In dit artikel analyseren we hoe de verwachte overstromingsschade zich de komende jaren gaat ontwikkelen en hoe deze zich verhoudt tot de kosten van die investeringen.

Methode

Om tot een inschatting van de schade in 2025 en 2050 op grootschalige overstromingen te komen, maken we gebruik van de recent ontwikkelde BREACH-­methode, die op basis van miljoenen overstromingsscenario’s onderlinge afhankelijkheden van het falen van waterkeringen kan meenemen (Kolen en Nicolai, 2025). Dankzij deze methode is het niet meer noodzakelijk om een bovengrensbenadering te gebruiken waarin bijvoorbeeld alle dijktrajecten als onafhankelijk van elkaar worden verondersteld en de risico’s te hoog worden ingeschat (De Bruijn et al., 2026).

De methode bouwt voort op de data die zijn gebruikt voor de nieuwe waterveiligheidsnormen uit 2017 (­Eijgenraam et al., 2014; Min IenM, 2016). De schade bij overstromingen is gebaseerd op de Nederlandse standaardmethode (Informatiepunt Leefomgeving, 2025).

Voor de verwachte schade kijken we naar de schade die huishoudens aan hun woning (opslag en inboedel) oplopen. Deze aanpak wordt door meerdere instanties gehanteerd in studies over klimaatadaptatie, vastgoed en verzekerbaarheid. De schade aan woningen is ongeveer vijftig procent van de totale directe schade als gevolg van een overstroming. Ook tijdens de overstroming in 2021 in Limburg was de schade aan woningen ongeveer de helft van de totale materiële schade (Kok et al., 2023).

Verder neemt de methode zowel de effecten van klimaatverandering mee, waardoor extreme gebeurtenissen vaker voorkomen, als de effecten van de dijkversterkingen om in 2050 exact aan de nieuwe waterveiligheidsnormen te voldoen. In de praktijk zullen vele keringen dan overigens veiliger zijn dan deze normen voorschrijven, omdat keringen ontworpen worden voor een levensduur van veelal minimaal vijftig jaar en in de praktijk dus vaak minder zijn versleten. De schade is gebaseerd op het huidige grondgebruik, dus zonder toekomstige groei van bevolking, woningen en economie.

Verwachte kosten en schade

Het overstromingsrisico zal in Nederland in het jaar 2050 veel kleiner zijn dan in 2025 (figuur 1). Ten opzichte van de situatie in 2015 neemt de kans op overstroming na doorbraken van primaire keringen in grote delen van Nederland – met name in het rivierengebied – af met ten minste een factor tien (Kok, 2024; Stowa, 2025). De daling komt door een afname van de overstromingskans als gevolg van de grote dijkversterkingen die nu plaatsvinden.

Figuur 1: Overschrijdingskans van de woningschade voor huishoudens als gevolg van primairedijkdoorbraken
De grafiek toont een dalende trend in miljarden euro's voor twee verschillende jaren bij toenemende overschrijdingsfrequentie per jaar.

Beschrijving gegenereerd door AI
De overschrijdingsfrequentie geeft weer welke schade er optreedt bij een bepaalde kans. Zo kan worden afgelezen dat in 2050 de jaarlijkse kans op een schade van ten minste 10 miljard euro zo’n 10^-4 (= 1/10.000, oftewel 1 maal per 10.000 jaar) is.
Noot: De cijfers zijn exclusief Limburg omdat vele keringen daar zodanig ontworpen zijn dat ze ­geschikt zijn om te overstromen en de normen minder streng zijn. Dit zorgt voor een onderschatting van de landelijke verwachte jaarlijkse schade met pakweg tien procent. Het niet meenemen van Limburg heeft geen effect op de schadecurve bij kleine kansen, gezien de lagere normen in Limburg.

De jaarlijks verwachte woningschade bedraagt in 2025 volgens onze berekeningen grofweg 30 miljoen euro. In 2050 is dit naar verwachting gedaald tot 5 miljoen euro per jaar. Zo beschouwd wordt de verwachte schade voor Nederland in de komende 25 jaar dus zo’n factor zes lager.

Deze jaarlijks verwachte overstromingsschade in Nederland is veel lager dan volgens de studies van ABN Amro (2023) en Deelen et al. (2025), wat zal komen omdat deze studies wel dubbeltellingen kennen als gevolg van het hanteren van de bovengrensbenadering (kader 1).

Kader 1 Eerdere studies naar overstromingsrisico’s

In eerdere studies is gebruikgemaakt van de plaatsgebonden overstromingskansenkaart van het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen die uitgaat van een bovengrensbenadering (LIWO, 2025). Hierdoor worden de risico’s overschat omdat ook de kans op een overstroming is overschat. Overstromingen die plaatsvinden op één locatie vanuit de verschillende dijktrajecten worden op deze LIWO-kaart namelijk als onafhankelijk van elkaar beschouwd, waardoor kansen worden opgeteld. Bij perfect afhankelijk falen zou de overstromingskans van een gebied gelijk zijn aan het maximum van de faalkansen van de trajecten die dit gebied beschermen, zoals aangenomen in maatschappelijke kosten-batenanalyse door Deltares (2011) en Eijgenraam en ­Zwaneveld (2011). Trajecten die onderdeel zijn van dezelfde dijkring falen veelal tijdens dezelfde hoogwatergebeurtenis: ze worden bedreigd door hetzelfde hoogwater op de rivier, het meer of de zee. De dijktrajecten beschermen ook vaak eenzelfde gebied: een dijkring of een dijkringdeel. Het negeren van de afhankelijkheid tussen falende dijktrajecten binnen een dijkring in combinatie met de overlap tussen de getroffen gebieden zorgt voor dubbeltellingen en dus overschatting van het risico.
Het verschil met de in de hoofdtekst genoemde studies is dan ook verklaarbaar door de verbeterde inschattingen omtrent afhankelijkheden, getroffen gebieden, noodmaatregelen en de sterkte van waterkeringen. Dit geldt zowel voor de huidige waterkeringen als voor de risico’s in 2050. Uiteraard is er onzekerheid en daarom discussie over bepaalde aannamen, zoals over de kansen en de schadefunctie (Van der Vliet et al., 2023; De Moel et al., 2025).

De verwachte schade daalt doordat overstromingen minder waarschijnlijk worden, niet doordat extreme overstromingen minder schadelijk zijn. De schade met een overschrijdingskans van eens in de 200 jaar is 750 miljoen euro in 2025 en 16 miljoen in 2050. De schade met een overschrijdingskans van eens in de 10.000 jaar bedraagt vele miljarden euro’s, zowel in 2025 als in 2050. De maximale woningschade bij de ‘ergst denkbare overstroming’ (‘Worst Credible Flood’ uit Ten Brinke et al. (2010)) is zo’n 100 miljard euro. Daarbij hoort een kans van grofweg eens in de miljoen jaar.

Bij volledige vergoeding door de overheid van de woningschade ten gevolge van overstromingen, zijn de schadebedragen overheidsuitgaven. EU-richtlijn 2011/85/EU (EU, 2011) schrijft voor dat lidstaten in hun begroting rekening moeten houden met macrobudgettaire klimaatrisico’s, een oproep die ook door de Raad van State en de Tweede Kamer is gedaan. Hoewel de schade van overstromingen fors kan zijn, blijft deze, afgezet tegen een staatsschuld van circa 490 miljard euro, beheersbaar, terwijl de verwachte jaarlijkse schade beperkt is.

Het risico tegenover de versterkingskosten

De kosten om de primaire keringen in het jaar 2050 te laten voldoen aan de wettelijke normen bedragen naar verwachting 19 miljard euro in de periode 2025–2050, dus zo’n 700 miljoen per jaar (HWBP, 2025). Uitgedrukt als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) van 2025 is dit een beperkt deel: 0,06 procent. Ook in historisch perspectief zijn dit zeer overzichtelijke bedragen (Bos en ­Zwaneveld, 2017; Van der Aa en Taylor, 2025). Zo bedroegen de begrote kosten van (alleen!) de Afsluitdijk in 1901 6,3 procent van het bbp in dat jaar. Omdat de aanleg hiervan zo’n twaalf jaar duurde, vertaalt zich dat in 0,5 procent van het bbp per jaar. De Deltawerken werden in 1954 begroot op 7,4 procent van het bbp in dat jaar.

Toch is het verschil tussen de jaarlijks verwachte schade na doorbaken van primaire keringen van gemiddeld 17,5 miljoen euro in de periode 2025–2050 en de jaarlijkse kosten van 700 miljoen euro om keringen te versterken erg groot. Zelfs als er rekening wordt gehouden met de totale maatschappelijke kosten, die zo’n vier à vijf keer hoger zijn dan de verwachte schade aan woningen, blijft er een groot verschil bestaan tussen de kosten en de verwachte schade. Ook als rekening wordt gehouden met de toekomstige economische groei die nog niet in de schadebedragen is verwerkt.

Het grote verschil tussen de versterkingskosten en de verwachte schade is opvallend omdat de wettelijke normen voor zo’n zeventig procent van de trajecten (Kind, 2022) zijn afgeleid op basis van een economische optimalisatie tussen de kosten van het versterken van keringen en de verwachte totale directe en indirecte maatschappelijke schade van een overstroming. In die economische optimalisatie wordt de marginale baten van extra maatregelen afgewogen tegen de marginale kosten van deze maatregelen. In het optimum zijn de marginale baten gelijk aan de marginale kosten.

Het grote verschil richting 2050 kan goed komen door de relatief hoge uitgaven voor ruimtelijke inpassing en kwaliteit, de relatief hoge vaste kosten voor het versterken van keringen en de uitgaven voor versterkingen omdat de technische levensduur is bereikt. Het overstromingsrisico zou zonder investeringen toenemen.

Het is lastig om te voorspellen op welke manier de kosten, verwachte schade en dus het economische optimale beschermingsniveau zich na 2050 gaan ontwikkelen. Indien zoals nu vastgehouden wordt aan waterveiligheid die minimaal even hoog is als de economisch optimale mate van waterveiligheid (Min IenM, 2016), dan zijn (nog) kleinere overstromingskansen mogelijk.

Overigens volgt de daling van de overstromingskans in de tijd doorgaans geen lineaire trend. Figuur 2 laat een typisch patroon zien voor het verloop van de overstromingskans in de tijd bij economisch optimale dijkversterkingen. Door de aanwezigheid van vaste kosten worden dijken periodiek versterkt/verhoogd. Na een versterking neemt de kans op overstroming geleidelijk toe als gevolg van klimaatverandering en verzakking van dijken. Op de lange termijn daalt de economisch optimale kans op een overstroming als gevolg van de economische groei achter de dijken, ondanks de toenemende kosten door klimaatverandering. Veel hogere kosten van dijkversterkingen kunnen daarbij leiden tot een ander patroon (Prins et al., 2025).

Figuur 2: Voorbeeld overstromingskansen bij economisch optimale dijkversterkingen
zw2
Noot: scenario voor voor dijkring 10 (Mastenbroek, gelegen tussen Kampen en Zwolle)
Bron: Zwaneveld et al. (2018)

Tot besluit

Het is belangrijk om op te merken dat waterschade als gevolg van andere oorzaken (regenval, waardoor ook regionale keringen kunnen falen) in dit artikel niet zijn besproken. Dat vraagt om vervolgonderzoek.

Hoewel we de komende jaren investeren in de economisch optimale versterking van dijken zal de noodzaak om Nederland tegen overstromingen te bescher­men nooit verdwijnen. Zelfs als de uitstoot van broeikasgassen in de wereld sterk wordt verminderd, dan nog zal de zeespiegel voor de Nederlandse kust met meer dan een meter stijgen (KNMI, 2023).

Getty Images

Literatuur

Aa, H. van der, en Z. Taylor (2025) Financierbaarheid van de waterveiligheid in Nederland. Artikel op www.h20waternetwerk.nl, 1 december.

ABN Amro (2023) Stapeling klimaatrisico’s en financiële draagkracht op de woningmarkt. ABN Amro Publicatie, 28 november.

Bos, F. en P. Zwaneveld (2017) Cost-benefit analysis for flood risk management and water governance in the Netherlands: An overview of one century. CPB Achtergronddocument, augustus.

Brinke W.B.M. ten, B. Kolen, A. Dollee et al. (2010) Contingency planning for large-scale floods in the Netherlands. Journal of Contingencies and Crisis Management, 18(1), 55–69.

Bruijn, K. de, B. Maas en D. Stouten (2026) Actualisatie van de waterveiligheidsmonitor. Deltares, 9 februari. Te vinden op edepot.wur.nl.

Caloia, F., D, Jansen en E. Kastelyn (2025) Floods and financial stability: Exploring the role of sea level rise. DNB analysis, 7 november.

Deelen, A., J. Tijm, A. Trinks en V. Schippers (2025) Overstromingsrisico voor Nederlandse huishoudens: financiële omvang en verdeling. CPB Publicatie, september.

Deltacommissaris (2024) Deltaprogramma 2025: Naar een nieuwe balans in de leefomgeving: ruimte voor leven met water. Deltaprogramma Hoofdlijnen, september. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

Deltares (2011) Maatschappelijke kosten-batenanalyse Waterveiligheid 21e eeuw. Deltares Publicatie, 31 maart.

Deltares (2023) Overstromingskans binnen dertig jaar op veel plekken in de wereld vertienvoudigd. Deltares Publicatie, 23 maart.

Eijgenraam, C. en P. Zwaneveld (2011) Second opinion Kosten-batenanalyse Waterveiligheid 21e eeuw. CPB Notitie, 31 augustus.

Eijgenraam, C., J. Kind, C. Bak et al. (2014) Economically efficient standards to protect the Netherlands against flooding. Interfaces, 44(1), 7–21.

EU (2011) Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten. Te vinden op eur-lex.europa.eu.

HWBP (2025) Jaarbericht 2024. Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP).

IMF (2024) The Netherlands: Financial sector assesment program. Technical note on climate risk analysis. IMF Country Report, 24/169.

Informatiepunt Leefomgeving (2025) Schade- en Slachtoffer Module (SSM). Te vinden op ipo.nl.

Kind, J. (2022) Grenzen aan de (over-)vloed: Hoe de discontovoet zijn werkt doet. De Waterwerkers, 22 juni. Te vinden op edepot.wur.nl.

KNMI (2023) KNMI’23: Klimaatscenario’s voor Nederland. KNMI Publicatie, 9 oktober.

Kok, M. (2024) Extremer weer ja, maar de overstromingsrisico’s nemen af. Afscheidsrede, 12 december. Te vinden op www.waterforum.net.

Kok, M., D. de Bake en R. Bruijns (2023) Actualisatie inschatting schade Limburg 2021: Overstromingen Maas, Geul, Roer en Geleenbeek. HKV Lijn in Water, Rapport, PR4774.10.

Kolen, B. en R. Nicolai (2025) BREACH-METHOD: a new framework to generate event sets for financial flood risk assessment of the Dutch Delta. Journal of Coastal and Riverine Flood Risk, 4.

Kolen, B., R. Jongejan, P. Zwaneveld en M. Kok (2026) Waarom het verzekeren van grote overstromingen lastig is. ESB, te verschijnen.

LIWO (2025) Overstromingskans norm (2050), metadata. Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO). Te vinden op basisinformatie-overstromingen.nl.

Min IenM (2016) Achtergronden bij de normering van de primaire waterkeringen in Nederland. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Hoofdrapport, 28 juni.

Moel, H. de, T. Endendijk, D. van Ederen et al. (2025) Berekenen van overstromingsschade aan woningen: nieuwe inzichten voor financiële toepassingen. VU, ­Achmea en Deltares, 12 augustus.

NOS (2025) Een op de drie huishoudens kan overstromingsschade niet betalen. NOS Nieuws, 25 september.

Prins, T., F. van der Ploeg en T.S. van den Bremer (2025) Sea level rise and optimal flood protection under uncertainty. Tinbergen Institute Discussion Paper, TI 2025-030/VI.

Stowa (2025) Nieuwe normering van waterveiligheid. Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer.

Vliet, N. van der, M. Kok, D. Rodriguez Castro et al. (2023) Improvements in flood loss estimation methods. EMfloodResilience Deliverable, D.T5.1.3. Te vinden op orbi.uliege.be.

Zwaneveld, P., G. Verweij en S. van Hoesel (2018) Safe dike heights at minimal costs: An integer programming approach. European Journal of Operational Research, 270(1), 294–301.

Auteurs

  • Peter Zwaneveld

    Programmaleider bij het Centraal Planbureau

  • Bas Kolen

    Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en Wetenschappelijk directeur van HKV lijn in water

  • Ruben Jongejan

    Zelfstandig ­consultant

  • Matthijs Kok

    Emeritus hoogleraar aan de TU Delft

Categorieën

Plaats een reactie