In juli presenteerde het Planbureau voor de Leefomgeving nieuwe prognoses voor de ontwikkeling van de automobiliteit tot 2060. In de twee hoge scenario’s neemt het autoverkeer toe met respectievelijk 50 en 52 procent en in de twee lage met 3 en 9 procent tussen 2018 en 2060. Deze prognoses zijn echter te hoog. De gebruikte verkeersmodellen van Rijkswaterstaat geven een overschatting van de groei van het autoverkeer.
Eerdere voorspellingen
Uit een vergelijking met prognoses blijkt dat in de loop der tijd steeds minder groei van het autoverkeer wordt verwacht (tabel 1). Zowel de hoge als de lage voorspellingen uit 2011 zijn ruimschoots ingehaald door de werkelijkheid. De verwachting voor de toename van het autoverkeer tot 2040 zijn nu de helft van die van acht jaar geleden in de hoge varianten. En de laatste ramingen voor 2050 zijn respectievelijk 8 en 21 procent lager dan die van de WLO van tien jaar eerder, voor respectievelijk de hoge en lage versies.
Dat de hoge schattingen in een later jaar lager zijn, zou kunnen komen doordat de onzekerheden in de prognose kleiner zijn naarmate de voorspellingsperiode korter is. De lage varianten zouden dan echter omhoog moeten gaan, wat niet zo is. Dit wijst op een systematische overschatting van de groei van het autoverkeer door de modellen van het rijk.

Oorzaken overschatting
In de recente hoge (WLO-)prognoses wordt verondersteld dat de totale tijd die mensen aan reizen besteden met tien en elf procent toeneemt in 2060, maar dit is onrealistisch: de totale reistijd per persoon blijft al decennialang gemiddeld ongeveer constant. Ook de hoge ramingen uit 2017 en 2021 impliceerden een onwaarschijnlijke toename van de gemiddelde reistijd per persoon van respectievelijk elf en zeventien procent.
Hiernaast wordt de prijsgevoeligheid van automobiliteit overschat. De modellen hanteren een brandstofprijselasticiteit van –0,36, terwijl het KiM in 2012 een waarde van –0,2 berekende. Waarschijnlijk ligt de elasticiteit tegenwoordig nog dichter bij nul: de afgelopen decennia zijn de gestegen inkomens vooral gebruikt om duurdere auto’s aan te schaffen, en nauwelijks om meer kilometers te maken.
Gevolgen
De overschatting van de prijselasticiteit verklaart dat het model vooral op lange termijn sterke groei berekent. Dit komt door de dalende gebruikskosten van de auto, als gevolg van de overstap naar elektrische auto’s. Bij halvering van de prijsgevoeligheid zakken de hoge prognoses van het PBL voor 2060 naar 44 en 46 procent groei. Waarschijnlijk zijn deze nog te hoog. Wanneer ik de prognoses corrigeer voor de beperktere reistijdgroei, kom ik in de twee hoge scenario’s uit op een groei van 36 en 37 procent tot 2060, bij de veronderstelde bevolkingsgroei van 28 procent. Juist de hoge scenario’s zijn beleidsmatig relevant: Rijkswaterstaat gebruikt deze cijfers als onderbouwing voor de aanleg en verbreding van snelwegen.
De lage prognoses voor 2060 komen bij halvering van de prijsgevoeligheid uit op een lichte krimp van het autoverkeer of een toename van 4 procent, gelijk aan de bevolkingsgroei. Uitbreiding van het hoofdwegennet lijkt dan in ieder geval tot 2040 niet nodig.
Daarnaast wordt door de te sterke prijselasticiteit ook het remmend effect van ‘Betalen naar Gebruik’ overschat. Hogere variabele kosten als gevolg van prijsmaatregelen zullen waarschijnlijk slechts tot een beperkte afname van het autoverkeer leiden.
Groei door zelfrijdende auto’s
Terwijl het verkeersmodel de structurele trend in het autoverkeer overschat, ontbreekt in de prognoses juist de potentiële trendbreuk, waardoor het autoverkeer wél fors kan toenemen: wanneer de volledig zelfrijdende auto gemeengoed wordt, valt de reistijd als beperkende factor deels weg. Hierdoor kan het autoverkeer met veertig tot zeventig procent toenemen. In de nieuwe langetermijnscenario’s houdt het PBL nog geen rekening met deze technologie. Het is van belang dat deze ontwikkeling op het netvlies van beleidsmakers komt: overheidsregulering is nodig om te voorkomen dat de bereikbaarheid afneemt en dat ons mobiliteitssysteem in de greep komt van techbedrijven uit de Verenigde Staten of China.
Auteur
Categorieën