Ga direct naar de content

Richt beleid niet alleen op beginnen met sporten maar ook op het volhouden ervan

Geplaatst als type:
Gepubliceerd om: september 14 2026

Sport en bewegen zijn een belangrijk onderdeel van preventief gezondheidsbeleid. Veel interventies richten zich op het activeren van mensen om meer te bewegen. Maar vaak komen mensen met een intentie om te sporten die uiteindelijk niet na, zo tonen sportschooldata van tijdens de coronapandemie.

In het kort

  • Ongeveer een derde van de 41 miljoen sportschoolreserveringen leidt niet tot een bezoek.
  • Onder leden die hun sportgedrag oppakken na een sportschoolsluiting, haakt een groot deel uiteindelijk af.
  • Activeringsbeleid kan effectiever worden door bijvoorbeeld reminders of nieuwe startmomenten in te zetten.

Al jaren beweegt meer dan de helft van Nederlanders te weinig (Kenniscentrum Sport en Bewegen, 2026), met gevolgen voor de ziektelast en het zorggebruik (Dhuli et al., 2022; Duijvestijn et al., 2023). Sport en bewegen verkleinen het risico op verschillende ziekten, zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en bepaalde vormen van kanker, en hangen samen met mentale gezondheid (Rodriguez-Ayllon et al., 2019; WHO, 2024). De maatschappelijke baten van meer beweging zijn dus groot, maar blijven deels onbenut.

De afgelopen jaren heeft de Nederlandse overheid verschillende maatregelen genomen om sport- en beweeg­aanbod toegankelijk te maken, onder meer via sport­akkoorden, investeringen in accommodaties en ondersteuning van lokale initiatieven (Tweede Kamer, 2025).

Een toegankelijker aanbod biedt echter geen garantie voor meer sportgedrag. Veel mensen hebben weliswaar de intentie om te sporten, maar gedragen zich er niet naar; een fenomeen dat bekend staat als de intentie-gedragskloof (Feil et al., 2023). Meta-analyses laten zien dat interventies die intenties vergroten slechts beperkte effecten hebben op gedrag, waarbij een aanzienlijke kloof blijft bestaan tussen wat mensen van plan zijn en wat zij uiteindelijk doen (Webb en Sheeran, 2006; Sheeran en Webb, 2016). Dit patroon komt met name sterk naar voren bij bewegen: bijna de helft van de mensen met de intentie om actief te zijn, voert dit gedrag niet uit (Rhodes en De Bruijn, 2013; Feil et al., 2023).

Wanneer intenties niet worden omgezet in duurzaam gedrag, kan dat ten koste van de gezondheid gaan. Zowel beleid als een groot deel van de wetenschappelijke literatuur richt zich echter met name op het activeren van mensen om te gaan sporten. Veel minder aandacht is er voor de vraag wat er gebeurt nádat mensen zijn begonnen. Een belangrijke reden is het gebrek aan goede data waarin intenties objectief gemeten zijn.

In dit artikel onderzoeken we in hoeverre het mensen lukt om hun sportintenties daadwerkelijk om te zetten in gedrag, en hoe duurzaam dat gedrag is over de tijd. Hiervoor bekijken we intenties en gedrag in de sportschoolcontext, in Nederland de meest populaire manier om te sporten (Kenniscentrum Sport en Bewegen, 2026), aan de hand van data tijdens de coronapandemie.

Sportschooldata

We gebruiken administratieve data tussen juli 2020 en februari 2022 van de Nederlandse clubs van een grote sportschoolketen die verspreid is over heel Nederland. We observeren elk lid met minimaal een reservering gedurende de observatieperiode, en nemen alle leden tussen de 16 en 100 jaar oud mee (n = 819.001). De data zijn verzameld gedurende de coronapandemie. In deze periode was het voor alle leden verplicht om een reservering te maken voor een tijdslot om te sporten voordat zij de sportschool konden betreden. Reserveringen konden tot vijf dagen van tevoren worden gemaakt, en leden konden tot twee actieve reserveringen hebben staan. Leden reserveren over het algemeen voor de komende 24 uur. We vatten elke reservering daarom op als een concreet voornemen om te gaan sporten.

Van elk lid observeren we de datum en tijd van de dag waarvoor een reservering is gemaakt, of het lid aanwezig is geweest, heeft afgezegd, of niet is komen opdagen, het eventuele moment van afzegging, enkele demografische kenmerken, en lidmaatschapskenmerken. Om te voorkomen dat heringeplande reserveringen worden geteld als niet-gerealiseerde sportvoornemens, zijn herinplanningen uit de dataset verwijderd (vijftien procent van de gemaakte reserveringen).

Intentie-gedragskloof

In totaal zijn er zo’n 41 miljoen reserveringen gemaakt, die hebben geresulteerd in ruim 29 miljoen sportschoolbezoeken. 30,5 procent van de intenties heeft dus niet geleid tot een sportschoolbezoek.

Jongeren (<20 jaar, n = 106.142) hebben relatief een iets grotere intentie-gedragskloof dan oudere sporters (figuur 1a). Oudere leden (65–80 jaar, n = 17.640) komen het vaakst opdagen als ze een reservering hebben gemaakt: meer dan 80 procent van de reserveringen resulteerde in een daadwerkelijk bezoek. Mannelijke leden hebben gemiddeld een lagere intentie-gedragskloof dan vrouwen.

Mensen die minder vaak reserveren, komen na een reservering ook minder vaak opdagen (figuur 1b). De intentie-gedragskloof is het hoogst voor de leden die over de gehele periode minder dan tien reserveringen hebben gemaakt (49,5 procent). Dit gaat om ruim een kwart van het totaal aantal leden. Naast een hoge intentie-gedragskloof bij het reserveren, hebben zij daarmee ook een kloof tussen de overkoepelende intentie (het aanschaffen van een sportschoolabonnement) en gedrag (het bezoeken van de sportschool).

Gedrag over de tijd

Relatief veel leden haken binnen een aantal maanden na een nieuwe start alweer af bij de sportschool. Dat blijkt als we het gedrag van leden beschouwen na de heropening van de sportscholen.

Van iedereen die in juli 2020 naar de sportschool ging, hebben ongeveer 6 op de 10 (62,3 procent) in december de sportschool bezocht, vlak voor de volgende sluiting (tabel 1). Na de heropening in mei 2021, was ongeveer de helft van de sporters nog actief in december (50,2 procent). Wel observeren we alleen sportschoolbezoeken. Leden die in onze analyse uitvallen, kunnen zijn overgestapt naar een andere sportschool of naar een andere manier van sporten, zoals hardlopen of thuis trainen.

Wanneer we iets verder van de sluitingsdatum kijken (de een na laatste vier weken), liggen de percentages hoger met respectievelijk 65,1 en 60,9 procent. Dat suggereert dat vlak vóór de sluiting het bezoek wat terugloopt, mogelijk omdat mensen al rekening houden met de aangekondigde coronamaatregelen. Sportgedrag neemt geleidelijk af in de loop der maanden wanneer sportscholen open zijn.

Wanneer we het startcohort van juli 2020 volgen tot aan de sluiting van december 2021, blijft uiteindelijk slechts een minderheid actief. In de laatste vier weken vóór de sluiting van december 2021 sport nog 37,7 procent van dit oorspronkelijke cohort. Kijken we iets verder van de sluitingsdatum, dan ligt dit aandeel hoger (44,9 procent), wat opnieuw wijst op een terugval net vóór sluiting.

Grote verschillen tussen leden

Om inzicht te krijgen in verschillende typen leden en het gedragsbehoud van deze leden over de tijd doen we een k-means-clusteranalyse op het wekelijkse aantal sportschoolbezoeken. In de analyse worden alle leden op basis van gelijkenis in bezoekpatroon ingedeeld in groepen. Het optimale aantal clusters bepalen we via de Elbow-methode, waarbij een extra cluster nog maar weinig extra variatie verklaart. Hieruit volgen vier groepen sporters (figuur 2).

Het grootste cluster (cluster 1, 70,3 procent) bestaat uit leden die de sportschool amper bezoeken; gemiddeld komen zij minder dan 0,2 keer per week. Een kleine groep leden (cluster 4, 5,2 procent) is consistent en frequent actief, met gemiddeld ongeveer 3 bezoeken per week.

De leden in het inactieve cluster hebben daarnaast ook een gemiddeld hoge intentie-gedragskloof (40 procent), terwijl de reserveringen van leden in het actieve cluster juist in driekwart van de gevallen leiden tot een sportschool­bezoek (kloof van 25 procent).

Conclusies

Een aanzienlijk deel van de sportintenties leidt niet tot daadwerkelijk gedrag, en ook onder degenen die wel beginnen, neemt de activiteit in de maanden daarna af. Dit wijst erop dat intenties voor veel mensen onvoldoende zijn om daadwerkelijk regelmatig te sporten.

Beleid wordt kansrijker wanneer niet alleen op de start, maar ook expliciet op gedragsbehoud wordt gestuurd. Dat het aantal actieve sportschoolleden al binnen enkele maanden na een sportschoolheropening daalt, suggereert dat een groot deel van de winst te behalen is in de maanden na de start.

Bij nieuwe programma’s, bijvoorbeeld binnen het Nationaal Preventieakkoord, lokale sportakkoorden of werkgeversinitiatieven, zou de ondersteuning daarom standaard ook door kunnen lopen in de periode ná de start, en niet ophouden zodra iemand eenmaal begonnen is.

Onderzoek laat zien dat fresh starts, zoals het begin van een nieuw jaar, nieuwe maand, of nieuw seizoen, mensen kunnen motiveren om hun intenties om te zetten tot gedrag (Dai et al., 2014). Beleid kan hierop inspelen door regelmatig nieuwe startmomenten te benutten en te communiceren om mensen opnieuw in beweging te krijgen.

Daarnaast kan gedacht worden aan ondersteuning die mensen helpt hun plannen daadwerkelijk uit te voeren, zoals reminders, structurele ondersteuning in plaats van eenmalige prikkels, commitment devices, en door mensen te wijzen op de kosten van een ongebruikt abonnement (Howlett et al., 2018; Rogers et al., 2014). Ook een omgeving die gezond gedrag faciliteert in plaats van ontmoedigt, speelt hierbij een belangrijke rol (Van Kippersluis et al., 2024). Wanneer gezond gedrag beter past in het dagelijks leven, wordt het ook makkelijker om het vol te houden.

De coronapandemie vormde een uitzonderlijke context, waarin sportgedrag ook werd beïnvloed door ziekte en coronamaatregelen. Hoewel de precieze schattingen niet een-op-een kunnen worden doorgetrokken naar de periode na corona, laten de heropeningen zien dat ook bij een gedeeld startmoment en duidelijke intenties het sportgedrag bij een groot deel van de actieve leden geleidelijk afneemt.

Een kanttekening bij de resultaten is dat ze specifiek zijn gebaseerd op een sportschoolketen. De patronen kunnen er anders uitzien voor andere sportcontexten, zoals sportverenigingen, hardlopers, of duurdere sportscholen.

Getty Images

Literatuur

Dai, H., K.L. Milkman en J. Riis (2014) The fresh start effect: Temporal landmarks motivate aspirational behavior. Management Science, 60(10), 2563–2582.

Dhuli, K., Z. Naureen, M.C. Medori et al. (2022) Physical activity for health. Journal of Preventive Medicine and Hygiene, 63(2), E150–E159.

Duijvestijn, M., G.A. de Wit, P.F. van Gils en G.C.W. Wendel-Vos (2023) Impact of physical activity on healthcare costs: a systematic review. BMC Health Services Research, 23(1), 572.

Feil, K., J. Fritsch en R.E. Rhodes (2023) The intention–behavior gap in physical activity: a systematic review and meta-analysis of the action control framework. British Journal of Sports Medicine, 57(19), 1265–1271.

Howlett, N., D. Trivedi, N.A. Troop en A.M. Chater (2018) Are physical activity interventions for healthy inactive adults effective in promoting behavior change and maintenance, and which behavior change techniques are effective? A systematic review and meta-analysis. Translational Behavioral Medicine, 9(1), 147–157.

Kenniscentrum Sport en Bewegen (2026) Clublidmaatschap. Te vinden op www.sportenbewegenincijfers.nl.

Kippersluis, H. van, N. Dens, G. Granic et al. (2024) Stuur bij preventief gezondheidsbeleid ook op de context. ESB, 109(4839), 487–490.

Rhodes, R.E. en G.-J. de Bruijn (2013) How big is the physical activity intention-behaviour gap? A meta-analysis using the action control framework. British Journal of Health Psychology, 18(2), 296–309.

Rodriguez-Ayllon, M., C. Cadenas-Sánchez, F. Estévez-López et al. (2019) Role of physical activity and sedentary behavior in the mental health of preschoolers, children and adolescents: A systematic review and meta-analysis. Sports Medicine, 49(9), 1383–1410.

Rogers, T., K.L. Milkman en K.G. Volpp (2014) Commitment devices: Using initiatives to change behavior. JAMA, 311(20), 2065–2066.

Sheeran, P. en T.L. Webb (2016) The intention-behavior gap. Social and Personality Psychology Compass, 10(9), 503–518.

Tweede Kamer. (2025) Kamerbrief Commissiedebat Sport en Bewegen 2025. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 4091361-1081573-SB. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.

Webb, T.L. en P. Sheeran (2006) Does changing behavioral intentions engender behavior change? A meta-analysis of the experimental evidence. Psychological Bulletin, 132(2), 249–268.

WHO (2024) Physical activity. World Health Organization, 26 juni.

Auteurs

  • Elisa de Weerd

    Postdoctoraal onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen (RU)

  • Eline Roordink

    Onderzoeker bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

  • Mattijs Lambooij

    Senior onderzoeker bij het RIVM en universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

  • Koen van der Swaluw

    Universitair hoofddocent aan de RU en senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van VWS

Plaats een reactie