Voorstanders van EU-obligaties stellen dat deze vorm van financiering leidt tot lagere rentelasten en tot de creatie van nieuwe veilige activa. In hoeverre worden deze voordelen gerealiseerd ten opzichte van de traditionele staatsobligaties?
In het kort
- EU-obligaties handelen met een hogere rente dan obligaties van hoog kredietwaardige lidstaten.
- Zowel nationale als Europese hervormingen kunnen de aantrekkelijkheid van Europese publieke obligaties versterken.
Tijdens de coronacrisis zijn voor het eerst grootschalig EU-obligaties uitgegeven ter financiering van publieke uitgaven onder het programma NextGenerationEU. Afgelopen december is tevens een akkoord bereikt voor additionele uitgifte van EU-obligaties voor financiële steun aan Oekraïne. Inmiddels bedraagt de uitstaande omvang van EU-obligaties circa 750 miljard euro (Europese Commissie, 2025). Hiermee heeft de EU zich als vijfde grootste uitgever op de Europese obligatiemarkt gepositioneerd, achter Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje.
EU-obligaties onderscheiden zich van traditionele staatsobligaties doordat ze namens de gehele Europese Unie worden uitgegeven, in plaats van door individuele lidstaten. De Europese Commissie leent in dit geval zelf op financiële markten. Deze middelen kunnen vervolgens op verschillende manieren worden ingezet. Het meest gebruikelijk hierbij is een constructie waarbij de Commissie de middelen doorleent aan lidstaten. Voor het NextGenerationEU-programma zijn voor het eerst ook middelen geleend voor het financieren van subsidies voor investeringen in EU-lidstaten via de EU-begroting. De lidstaten staan gezamenlijk garant voor de EU-begroting en de uitstaande schulden (Europese Commissie, 2024).
Kredietbeoordelaars geven de EU een hoge rating waarschijnlijk vanwege de terugbetaalcapaciteit van kredietwaardige lidstaten als Duitsland en Nederland (Fitch, 2025). EU-obligaties hebben een AAA-rating bij twee van de drie grote kredietbeoordelaars.
Met de grootschalige uitgifte van EU-obligaties zijn er dus nieuwe Europese activa gecreëerd met een hoge kredietwaardigheid. Maar in welke mate handelen deze nieuwe obligaties tegen een vergelijkbare rente als traditionele veilige activa, zoals staatsobligaties van AAA-landen? En in welke mate kan het voor lidstaten voordelig zijn om gebruik te maken van de leenmogelijkheden bij de Europese Unie?
Renteverschil met veilige staatsobligaties
Uit figuur 1 blijkt dat EU-obligaties handelen met een positieve renteopslag (spread) ten opzichte van staatsobligaties met een vergelijkbare rating. Over de gehele curve betaalt de EU een hogere rente dan Nederland en Duitsland, en deze spread stijgt bij langere looptijden. Voor sterk kredietwaardige lidstaten als Nederland is het dus financieel onaantrekkelijk om via de Europese Commissie te lenen. Daarentegen betaalt Frankrijk sinds kort wel een hogere rente dan de EU.

Een mogelijke verklaring voor het renteverschil met veilige staatsobligaties is dat de markten, ondanks de hoge kredietbeoordelingen van ratingbureaus, veronderstellen dat de kredietwaardigheid van de EU lager is dan voor lidstaten. In tegenstelling tot nationale overheden heeft de EU namelijk beperkte mogelijkheden tot directe belastingheffing (Claeys et al., 2023). Hierdoor is de terugbetaalcapaciteit beperkter dan in individuele lidstaten. Nationale staten hebben bovendien een langere traditie van de uitgifte en aflossing van obligaties en kennen een hogere toekomstbestendigheid dan internationale organisaties. Deze factoren kunnen eraan bijdragen dat investeerders EU-obligaties als minder veilige activa dan staatsobligaties beschouwen. Dit was ook te zien in de marktreactie op de heffingsaankondiging van Trump op 2 april 2025. Tijdens deze periode van financiële stress nam het renteverschil tussen EU-obligaties en Duitse staatsobligaties toe met circa zeven basispunten.
Een andere mogelijke reden voor de hogere rente is de slechtere liquiditeit van EU-obligaties. Op een aantal liquiditeitsindicatoren scoren EU-obligaties lager dan grote schulduitgevers zoals Duitsland en Frankrijk. EU-obligaties naderen wel de liquiditeit van kleinere uitgevers als Nederland (Merten en Meuwissen, 2025). Daarnaast kan de tijdelijkheid van EU-obligaties zorgen voor onzekerheid over het toekomstige aanbod en daarmee de toekomstige liquiditeit.
Ten slotte kan de kleinere investeerdersbasis van EU-obligaties een rol spelen. EU-obligaties hebben namelijk geen natuurlijke binnenlandse investeerdersbasis en worden door investeerders vaak niet als substituten gezien voor nationale obligaties (Breckenfelder et al., 2024). Supranationale obligaties worden daarnaast niet opgenomen in staatsobligatie-indexen, waardoor ze minder aantrekkelijk zijn voor passieve investeerders (Claeys et al., 2023; Remijnse et al., 2025). Supranationale obligaties hebben ten slotte een minder brede investeerdersbasis dan staatsobligaties en worden in grotere mate aangehouden door de treasury-afdeling van banken.
Lenen via de EU onaantrekkelijker geworden
Terwijl EU-obligaties dus structureel handelen tegen een hogere rente dan kredietwaardige staatsobligaties, zijn ook de voordelen ervan voor landen met een lagere kredietwaardigheid afgenomen. Deze landen kennen een hogere rente dan die op EU-obligaties, wat lenen via de EU aantrekkelijk maakt, maar dit rentevoordeel is sinds de lancering van NextGenerationEU in 2021 afgenomen (figuur 2). Een voorbeeld is Spanje, dat in 2021 nog 36 basispunten kon besparen met de leenmogelijkheid bij de EU. Inmiddels is dit afgenomen tot circa negen basispunten.

Tegelijkertijd is het ook voor landen met een hoge kredietwaardigheid minder aantrekkelijk geworden om gebruik te maken van de leenmogelijkheden bij de EU dan in 2021. Zo handelden EU-obligaties met een looptijd van tien jaar in 2021 respectievelijk 12 en 24 basispunten boven Nederland en Duitsland. Inmiddels is dit toegenomen tot respectievelijk 24 en 35 basispunten.
Deze relatieve verslechtering van de rente van EU-obligaties kan verschillende oorzaken hebben. Een aantal landen zagen hun kredietrating verbeteren dankzij betere groeivooruitzichten en een daling van de publieke schuld. Zo is de rating van Griekenland en Portugal door S&P sinds 2021 met respectievelijk drie en vier stappen verhoogd. Door het stopzetten van de monetaire aankopen door de Europese Centrale Bank (ECB) is daarnaast een consistente en grote koper van EU-obligaties weggevallen (Bonfanti, 2024). EU-obligaties kunnen hier meer nadeel van ondervinden door hun smallere investeerdersbasis en het feit dat de ECB meer supranationale obligaties mocht aankopen dan staatobligaties met een limiet van respectievelijk maximaal 50 en 33 procent van het uitstaande volume.
Aantrekkelijkheid EU-obligaties vergroten
Diverse ontwikkelingen zoals een futuresmarkt voor EU-obligaties of de opname van EU-obligaties in sovereign bond indexes kan de liquiditeit en aantrekkelijkheid van EU-obligaties voor investeerders versterken. Marktaanbieder Eurex heeft in september reeds een nieuw futuresproduct voor EU-obligaties gelanceerd.
Tevens kunnen Europese hervormingen als de spaar- en investeringsunie bijdragen aan het versterken van de investeerdersbasis van EU-obligaties. Het aanmoedigen van investeringen van spaargeld van huishoudens, de opbouw van pensioenvermogen in lidstaten zonder kapitaalgedekt pensioenstelsel, en reductie van kapitaalmarktfragmentatie kan nieuwe investeerders in Europa-brede kapitaalmarktproducten aantrekken, waaronder EU-obligaties.
Ten slotte kunnen nationale hervormingen bijdragen aan het reduceren van de renteopslag van zowel staatsobligaties als EU-obligaties. De rentedaling van veel zuidelijke lidstaten ten opzichte van de EU toont aan dat er ruimte is om de rentelasten te verlagen door nationale hervormingen die de kredietwaardigheid versterken, zonder gebruik te maken van meer leningen via de Europese Unie. Daarbij geldt dat wanneer de kredietwaardigheid van individuele lidstaten toeneemt, dit de kredietwaardigheid van EU als geheel ten goede komt. Dit vergroot tevens de aantrekkelijkheid van Europese activa voor buitenlandse investeerders.

Literatuur
Bonfanti, G. (2024) Convenience yields in euros: Investment mandates and conditional QE. Columbia University, Paper, 19 januari. Te vinden op papers.ssrn.com.
Breckenfelder, J., V. De Falco en M. Hoerova (2024) Investing in safety. Proceedings of the EUROFIDAI-ESSEC Paris December Finance Meeting 2024. Te vinden op papers.ssrn.com.
Claeys, G., C. McCaffrey en L. Welslau (2023) The rising cost of European Union borrowing and what to do about it. Te vinden op www.europarl.europa.eu.
Fitch (2025) Fitch affirms European Union and Euratom at ‘AAA’; Outlook stable, 7 februari. Te vinden op www.fitchratings.com.
Europese Commissie (2024) Budgetary safeguards protecting investors in EU bills and bonds. Europese Commissie, maart. Te vinden op commission.europa.eu.
Europese Commissie (2025) EU debt securities data. Europese Commissie,
1 april. Te vinden op commission.europa.eu.
Merten, F. en R. Meuwissen (2025) Zuid-Europese banken tonen beperkte interesse in EU-obligaties. ESB, 110(4846), 281–283.
Remijnse, P., van der Voort, R. en Wissenburg, J. (2025) Europese staatsschuld weinig in trek bij indexbeleggers. ESB, te verschijnen.
Auteurs
Categorieën