Ga direct naar de content

Reactie op: Verticale splitsing in de energiesector

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: februari 5 2014

.

ESB Energie & Milieu

Reactie op:Verticale
splitsing in de energiesector

V

De toezichthouder vergelijkt de kosten
olgens Dessing, Helmer,
van netbeheerders en stelt de maximale
Sitompoel en Nillesen (ESB
tarieven vast op grond van het gemid4674&4675) heeft de vertidelde. Hierdoor groeien de kosten
cale splitsing in de elektriciteitssector
Annelies Huygen
naar elkaar toe. Netbeheerders die
niet bijgedragen aan een beter functioSenior research scientist bij TNO
meer investeren dan het gemiddelde
nerende energiemarkt. Dit oordeel baworden namelijk bestraft, zij kunnen
seren zij op basis van data-analyse. Het
dit niet doorberekenen in de tarieven.
is echter te vroeg om hier nu al over te
De vraag waarin netbeheerders precies
oordelen. Pas in 2004 was er concurrentie in de gehele sector en in 2008 werd er gesplitst. De cij- investeren is voor een vergelijking interessanter. Netwerken
fers van Dessing et al. gaan tot 2012, vier jaar later. Maar tradi- worden nu compatibel gemaakt voor de inpassing van duurtionele energiebedrijven zijn groot en log: het is nauwelijks te zame energie. Dit is onder meer nodig om lokale productie
verwachten dat zij, meteen na de splitsing, een andere richting te integreren, om variabele tarieven te kunnen vragen en om
lokale initiatieven te ondersteunen. Onderzocht kan dan woruit gaan. Veranderingen zijn pas op langere termijn zichtbaar.
Bovendien laten de cijfers die Dessing et al. presenteren ook den of er bij gesplitste netbeheerders meer wordt geïnvesteerd
andere conclusies toe. Zo zien zij het overstapgedrag van con- om dergelijke innovaties te bevorderen.
sumenten als sterkste indicator voor de mate van concurrentie. Dat ongesplitste bedrijven moeilijker te financieren zijn, was
Na de invoering van de vrije markt stappen steeds meer con- van meet af aan duidelijk en is geen nieuw argument. Het
sumenten over, maar het tempo van deze toename werd na bezit van netwerken biedt een solide basis van kapitaal en inde splitsing wat lager: respectievelijk veertien en acht procent komsten. Het geeft de geïntegreerde bedrijven daarmee een
per jaar. Dit zien zij als aanwijzing dat de concurrentie niet concurrentievoordeel, dat leveranciers zonder netwerk nooit
toenam door de splitsing. Van alle energiegebruikers hebben kunnen verkrijgen.
consumenten echter het minst belang bij een overstap. Hun Volgens Dessing et al. heeft de splitsing een negatief effect op de
energierekening bestaat voor het grootste deel uit andere pos- werkgelegenheid in de sector gehad. Met ‘de sector’ bedoelen
ten dan energie. Dat het tempo van overstappen na een paar zij de werkgelegenheid bij de gevestigde orde, de traditionele
jaar wat afnam, kan bijvoorbeeld komen doordat bewuste con- elektriciteitsbedrijven. Dat de werkgelegenheid daar afnam,
sumenten als eersten al waren overgestapt en dat het tempo was onvermijdelijk door de introductie van marktwerking.
daarna vertraagde. Misschien was het zonder splitsing wel ster- Nieuwe, onafhankelijke bedrijven pikken immers klanten af
van de bestaande bedrijven, waardoor de werkgelegenheid
ker vertraagd.
Een gelijksoortige redenering is mogelijk bij het percentage daar afneemt. Bovendien is de prikkel groter om efficiënter te
onafhankelijke aanbieders. Na de opening van de markten werken en dus in de kosten te snijden en om te innoveren. Genam dat toe met 39 procent en na de splitsing daalde het met meten zou moeten worden in hoeverre hierdoor elders nieuwe
7 procent. Hiervoor kan ook een verklaring zijn dat een groot banen geschapen worden.
aantal nieuwe partijen het na de opening van de markten uit- Het is dus te vroeg om nu al een oordeel te geven over de splitprobeerde. Dat deze partijen niet allemaal zelfstandig konden sing. Een discussie over de taken van de netbeheerders is nu
voortbestaan, is dan logisch. De belangrijkste innovatie in de belangrijker. Netbeheerders worden nu sterk beperkt in hun
elektriciteitsvoorziening, de opkomst van honderden lokale, activiteiten. Ze mogen alleen netten beheren en verder geen
duurzame initiatieven, is in deze cijfers niet zichtbaar. Hier- andere taken uitvoeren, zoals opslag van elektriciteit. Bij de
bij produceren burgers en/of bedrijven gezamenlijk duurzame inpassing van duurzame energie en de lokale voorziening is er
energie en wisselen deze uit. Zo worden zij ook aanbieder. Het op lokaal niveau regelmatig behoefte aan een zekere mate van
past bij een trend waarbij burgers het heft in eigen hand nemen integratie van netbeheer, opslag of productie. Daarnaast wenen duurzaamheid bevorderen. De vraag is interessant of deze sen private partijen lokaal soms taken uit te oefenen, die nu
initiatieven meer ondersteuning krijgen van onafhankelijke aan publieke netbeheerders zijn voorbehouden. Het Europese
netbedrijven. Theoretisch concurreren lokale initiatieven im- recht staat dat ook toe, maar in Nederland mag dat niet. Een
herbezinning op de taken van de netbeheerders is in dit licht
mers met geïntegreerde bedrijven.
Dat verschillende netbeheerders ongeveer evenveel investeren noodzakelijk.
zoals Dessing et al. laten zien, kan komen door het toezicht.

78

De auteur heeft verklaard dit artikel alleen te publiceren in ESB en niet elders
te publiceren in wat voor medium dan ook. Het is wel toegestaan om het artikel voor eigen gebruik
Jaargang 99 (4678) 7 februari voor publicatie op een intranet van de werkgever van de auteur aan te wenden.
en 2014

Jaargang 99 (4678) 7 februari 2014
78

Auteur

  • Annelies Huygen

    Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en principal advisor bij TNO