
ASML is goed voor 17 procent van de Nederlandse private R&D-uitgaven. Dat is zorgwekkend, want een te smalle R&D-basis maakt de economie kwetsbaar voor schommelingen bij enkele bedrijven. Een vergelijking met het buitenland toont dat de Nederlandse concentratie niet uitzonderlijk is. Desalniettemin blijft waakzaamheid geboden.
Die concentratie van R&D bij één bedrijf is internationaal niet uniek. De figuur toont dat in meerdere kleine, open economieën één bedrijf een groot deel van de nationale private R&D voor zijn rekening neemt. In Taiwan is TSMC goed voor 5 miljard euro aan R&D-uitgaven, in Zuid-Korea geeft Samsung Electronics 17 miljard euro uit aan R&D en in Denemarken maakt de R&D-uitgave van 3 miljard euro door Novo Nordisk Group 36 procent van de totale R&D-uitgaven uit.
Toch is een sterke R&D-concentratie niet zonder risico’s. Dat illustreert de Nokia-casus in Finland. De daling van het aandeel van Nokia in de totale Finse bedrijfs-R&D van 50 procent in 2008 naar 17 procent in 2013 toont de bijbehorende kwetsbaarheid bij schokken bij een of enkele bedrijven: de private R&D-inspanningen van Finland daalde met 33 procent na de ineenstorting van Nokia. Verbreding van de R&D-basis zou daarom een expliciet focuspunt van beleid moeten zijn.
Auteur
Categorieën