In diverse media is het rapport-Wennink over het toekomstige verdienvermogen van Nederland na de aanvankelijke euforie ook bekritiseerd als een onbekommerde bundeling van verlanglijstjes van ondernemers (BNR, 2026). Ook wetenschappelijk zou er her en der wat mankeren (Nugteren en Wester, 2025). Eerlijkheidshalve: ook loftuitingen ontbreken niet en de aanbevelingen worden geprezen om hun daadkracht en scherpte. Hier en daar wordt het rapport vergeleken met de status van het rapport-Wagner dat Nederland eind vorige eeuw de weg wees (Volkskrant, 2025). En in de NRC prees een columniste het document zondermeer aan als voorbeeld voor een toekomstig regeerakkoord: niet zeuren, maar direct omarmen als politieke blauwdruk voor het komende kabinet (Bilic, 2025).
Defensiegeld moeilijk wegzetbaar
Nu veroorloof ik me enige twijfels op het deelgebied defensie en veiligheid. Na jarenlange bezuinigingen zijn defensie en veiligheid min of meer het enige deelterrein waar de miljarden vanwege de nieuwe NAVO-norm nu weer tegen de plinten klotsen. Dat is opvallend, want het ministerie van Financiën en vooral de Algemene Rekenkamer was de afgelopen tien jaar, dus toen de bomen nog niet tot in de hemel groeiden, heel kritisch op de bestedingscultuur van Defensie tijdens de jaarlijkse Verantwoordingsdagen. Ook werd er herhaaldelijk getwijfeld aan de ‘wegzetbaarheid’ van het defensiegeld en de afgelopen jaren was er jaar in jaar uit sprake van aanzienlijke onderuitputting bij Defensie. De term onrechtmatig viel zelfs al toen de bomen nog niet tot in de hemel groeiden (Algemene Rekenkamer, 2022).
Ondanks die overvloed, gebiedt Wennink nu onder meer ‘verantwoord opererende defensiebedrijven toegang tot financiering [te laten] houden’. Want: ‘een te terughoudende investeringscultuur op dit terrein kunnen we ons niet langer veroorloven.’ De passage roept overigens ook de vraag op wat ‘verantwoord’ is, en hoe financiële markten dat zouden moeten beoordelen; dat lijkt immers vooral een politiek begrip.
Beperkte economische effecten
Wennink schrijft ook: ‘Door in Nederland en Europa een krachtige, innovatieve defensie-industrie te ontwikkelen, met hoge R&D-uitgaven en brede dual-use toepassingen, kunnen onze defensie-investeringen breed renderen.’ Hierbij passen de nodige caveats. Het is een oud adagium dat hogere defensie-uitgaven de economie stimuleren en allerlei innovaties opleveren. Een tragisch misverstand (Sezal en Giumelli, 2022). De oudere lezer herinnert zich de vloed aan literatuur uit de jaren zestig en zeventig over de spillover-effecten van wapens die toen al ernstig werd betwijfeld (Albricht et al., 1978; Schouten, 2009), literatuur die weer wegzakte naarmate het argument dat veel vernieuwingen juist te danken waren aan puur militaire goederen plaatsmaakte voor het inzicht dat de rechtstreekse toepassing van een uitvinding in dual use en civiele innovaties, zoals bij veel materiaal-, reken- , surveillance-, communicatie- en precisietechnologie, goedkoper en effectiever was. Nóg oudere lezers zullen zich de waarschuwing herinneren van de vertrekkende VS-president Eisenhower uit 1961 tegen de macht van het ‘Militair industrieel complex’, dat de politieke besluitvorming in de VS toen al in zijn greep hield, de wapenwedloop stimuleerde en defensie-uitgaven onverantwoord opjoeg.
Het rapport Wennink miskent te veel het onderscheid tussen veiligheidsuitgaven, defensieuitgaven, defensie-investeringen, R&D -uitgaven in die sectoren, en hun onderling verschillende crowding-out-gevolgen, verschillende importlekkages, en soms aanzienlijk verschillende (en overschatte) multiplier-effecten. Nu wordt er vrij luchtig vanuit gegaan dat elke euro voor defensie zeer heilzaam is, een narratief dat bij heel wat politici fijn scoort. De meeste studies berekenen multipliereffecten in de orde van hoogstens 1 of zelfs lager (Beck, 2025; Bokan et al., 2025; Europese Commissie, 2025; Gómez-Trueba Santamaría et al., 2021).
Het rapport leunt bij de groeiverwachting louter op de nogal wonderlijk afwijkende studie van Erken et al. (2025) die voor defensie-R&D van een multiplier van 8 gewag maakt (CPB, 2025). Opmerkelijk genoeg besteedt Wennink nauwelijks aandacht aan de CPB-publicatie ‘Macro-economische effecten van hogere defensie-uitgaven’ van 19 november 2025 waarin het effect van hogere defensie-uitgaven juist beperkt (en soms negatief) wordt genoemd.
Te nationaal ingestoken
Het rapport-Wennink beroept zich ook op nationalisme, waar het de illusie schept dat meer defensiebestedingen in Nederland prettige gevolgen voor de nationale economische groei zullen hebben. Maar dat is nu juist het euvel. Niet alleen heeft onderzoek allang aangetoond dat defensieuitgaven bovengemiddeld inflatoir zijn (Wolf, 2025), en nu bovendien tot verdringing zullen leiden door arbeidstekorten in verwante bedrijven. Het zou ook heilloos zijn als ruim dertig (NAVO)landen deze ‘remedie’ zouden verheffen tot groeimedicijn, want de Europese versnippering op defensiegebied is al tenenkrommend (Emmott, 2025). De Franse admiraal Vaujour hekelde eind mei al het feit dat Europa 14 aparte militaire scheepswerven telt, waarvan er 3 genoeg zouden zijn (Ruitenberg, 2025). Ook de VS waren tijdens de NAVO-top begin mei kritisch op de Europese ‘verkwisting ‘van defensiegelden door (wat zij noemden) nodeloos nationalisme. (Overigens lijden Frankrijk en de VS zelf ook aan die kwaal).
Overigens presenteert het rapport Wennink tegelijkertijd cijfers over de disbalans in de defensiehandel tussen de VS en Europa, waarmee het dus wel een Europees (en geen nationaal) perspectief kiest.
Conclusie
Zo omarmd en toegejuicht als het rapport-Wennink in het begin werd, zoveel reserves koester ik nu als het om de heilzame werking van ‘defensie’ gaat. Natuurlijk deel ik de uitspraak dat ‘een strategisch relevante defensie-industrie nodig (is) om Nederlandse kracht en soevereiniteit voor toekomstige generaties veilig (te) stellen’. Maar dat is een veiligheidspolitieke uitspraak, die zich niet laat onderbouwen met gemakzuchtige economische argumenten.
Literatuur
Albricht, U., M. Leitenberg, M. Kaldor et al. (1978) A short research guide on arms and armed forces. Croon Helm.
Algemene Rekenkamer (2022) Staat van de rijksverantwoording 2021.
Beck, M. (2025) Economic effects of higher defence spending. House of Lords Library, 14 oktober.
Bilic, A. (2025) Maak het rapport-Wennink leidend bij de kabinetsformatie. NRC, 17 december.
BNR (2026) Kritiek op rapport-Wennink stapelt op: ‘Slordig en gebrek aan wetenschappelijke hardheid’. Te vinden op bnr.nl, 5 januari.
Bokan, N. P. Jacquinot en M. Lalik (2025) Macroeconomic impacts of higher defence spending: a model-based assessment. ECB Economic Bulletin, 6.
CPB (2025) Reactie CPB, te vinden onder: H, Erken et al. (2025) Waarom defensie-investeringen meer kunnen zijn dan een kostenpost. Blog op esb.nu, 26 november.
Emmott, R. (2025) Defence data 2024–2025. European Defence Agency.
Europese Comissie (2025) The economic impact of higher defence spending. Te vinden op ec.europa.eu.
Erken, H. F. van Es, E. de Groot en L. de Jong (2025) Europe in the new NATO era: Economic consequences of 3.5% and 5% defense spending scenarios. Te vinden op rabobank.com.
Gómez-Trueba Santamaría, P., A. Arahuetes García, T. Curto González (2021) A tale of five stories: Defence spending and economic growth in NATO´s countries. PLoS ONE 16(1): e0245260.
IISS (2025) Building defence capacity in Europe: An assessment. The International Institute for Strategic Studies.
Ruitenberg, R. (2025) Europe is plagued by too many naval yards, French Navy chief says. Defensenews.com, 26 mei.
Sezal, M.A. en F. Giumelli (2022) Technology transfer and defence sector dynamics: the case of the Netherlands, European Security, 31(4), 558–575.
Schouten P. (2009) Mary Kaldor on framing war, the military-industrial complex, and human security. Theory Talk #30, te vinden op files.ethz.ch.
Volkskrant (2025) Wake-upcall Wennink verdient een evenwichtiger vervolg, Commentaar, 14 december.
Wolf, K. (2025) Putting numbers on capabilities: defence inflation vs. cost escalation. Te vinden op iss.europa.eu.
Auteur
Categorieën