De arbeidsmarkt wordt beïnvloed door langetermijnveranderingen, zoals de vergrijzing, de opkomst van flexibele arbeidsrelaties en technologische veranderingen. In mijn proefschrift behandel ik de effecten van deze trends op verschillende onderdelen van de arbeidsmarkt, waaronder het arbeidsaanbod.

Het arbeidsaanbod is een belangrijke factor voor de omvang van de Nederlandse economie. Als het arbeidsaanbod en de economie in de toekomst minder snel groeien, dan is ook de groei van overheidsinkomsten kleiner en kan er minder worden uitgegeven en geïnvesteerd.
Op basis van de Enquête Beroepsbevolking schat ik een demografisch model dat de samenhang van arbeidsparticipatie met persoonskenmerken, zoals leeftijd en huishoudenssamenstelling in kaart brengt. Vervolgens wordt het totale arbeidsaanbod berekend door deze schattingen te combineren met de samenstelling van de bevolking.
De uitkomsten laten zien dat geboortecohorteffecten – die zowel generatietrends als beleidsveranderingen ondervangen – de belangrijkste bijdrage hebben geleverd aan de toegenomen arbeidsparticipatie, vooral voor vrouwen en oudere leeftijdsgroepen. De ouderen van nu participeren meer dan voorheen, mede door de AOW-leeftijdsverhogingen en het afschaffen van de fiscale voordelen voor vervroegde uittreding (VUT) en prepensioen, wat het effect van de vergrijzing enigszins verzacht. Veranderingen in de demografie als gevolg van immigratie en verschuivingen in de samenstelling van huishoudens speelden slechts een beperkte rol.

Met prognoses van de bevolkingssamenstelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek kan het model ook een prognose maken van het arbeidsaanbod in de toekomst. Naar verwachting zal de groei van het arbeidsaanbod tussen 2025 en 2040 vertragen. Dat komt doordat de bevolkingsgroei afneemt en de groei van de participatiegraad van vrouwen afvlakt tot ongeveer hetzelfde niveau als dat van mannen.
De vertraging van het arbeidsaanbod betekent een trendbreuk, na twee decennia waarin de groei van het arbeidsaanbod bijdroeg aan de economische groei. Het stimuleren van extra arbeidsaanbod is bovendien lastig, omdat de participatiegraad al hoog ligt en deeltijders zich niet gemakkelijk laten prikkelen om meer uren te gaan werken. Om te voorkomen dat de kosten van de vergrijzing naar toekomstige generaties worden doorgeschoven, is het van belang om de huidige begroting aan te passen op de verwachte lagere economische groei.
Auteur
Categorieën