
De afgelopen dertig jaar is het aandeel van productgebonden belastingen – zoals btw, accijnzen en invoerheffingen – in de Nederlandse consumentprijzen toegenomen. Dat komt voornamelijk door de rol van de btw. Invoerheffingen spelen slechts een zeer beperkte rol.
De figuur geeft aan welk aandeel van de marktprijs van Nederlandse consumptie het gevolg is van overheidsheffingen: productgebonden belastingen en subsidies. De figuur laat zien dat dit aandeel in de loop van de tijd is toegenomen: van 11,1 procent in 1995 tot gemiddeld 13,9 procent in de periode 2019–2023. Ongeveer driekwart van de totale productgebonden belastingen bestaat uit btw. De stijgende trend is onder andere te verklaren door stijgende btw-tarieven in 2001 (het hoge btw-tarief van 17,5 naar 19 procent), in 2012 (het hoge btw-tarief van 19 naar 21 procent) en in 2019 (het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent) en de stijgingen van de accijns op tabak en de energiebelasting op gas in de afgelopen jaren.
De relatief hoge aandelen in 2020 en 2021 lijken het gevolg van de coronacrisis. In die jaren is er minder uitgegeven aan horeca, recreatie en cultuur – sectoren waarop een laag btw-percentage van toepassing is. De daling in 2022 is het gevolg van energiesteunbeleid, waaronder een verlaging van de energiebelasting. De relatief lage waarden in 2023 komen deels door lagere accijnzen op brandstoffen en lagere opbrengsten uit de overdrachtsbelasting. Dat laatste hangt samen met een kleinere belastinggrondslag als gevolg van lagere verkoopprijzen en minder woningtransacties. Daarnaast verschoof de consumptie naar bestedingscategorieën met een relatief laag btw-tarief, zoals horeca, recreatie, cultuur en zorg.
Invoerheffingen maken in Nederland een zeer beperkt en constant deel uit van het aandeel productgebonden belastingen: het betreft ongeveer drie procent van de totale opbrengst van productgebonden belastingen in Nederland. Dit cijfer wordt echter sterk beïnvloed door de rol van Nederland als doorvoer- en exportland. Voor de productgebonden belastingen die aan de binnenlandse consumptie kunnen worden toegerekend, bedraagt dit aandeel ruim één procent. Invoerheffingen maken daarmee gemiddeld genomen zo’n 0,1 à 0,2 procent uit van de consumentenprijs.
Auteurs
Categorieën