Private equity speelt een steeds grotere rol in het Nederlandse bedrijfsleven. De groei van overnames in sectoren als de zorg en kinderopvang roept zorgen op over de dalende kwaliteit en stijgende prijs na overname en over de marktmacht van private equity fondsen. Maar zijn die zorgen terecht?
In het kort
- In private en semipublieke sectoren is private equity belangrijk voor financiering, productiviteit en innovatie.
- Private equity leidt niet tot verminderde kwaliteit en betaalbaarheid, wel is er een risico op marktmacht.
- Een verbod op private equity lost de zorgen niet op, gerichte toezichtsmaatregelen wel.
Private equity – een investeringsvorm waarbij een private-equityfonds risicodragend vermogen inbrengt in een niet-beursgenoteerd bedrijf – komt in Nederland relatief veel voor. In 2022 waren circa duizend bedrijven in handen van private-equityfondsen, goed voor ruim 600.000 banen en een gezamenlijke jaaromzet van meer dan 200 miljard euro (Brinker et al., 2023). Daarmee behoort Nederland in relatieve zin (per capita) tot de meest actieve private-equitymarkten in Europa en staat het – in absolute termen – in dezelfde groep als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk (NVP, 2025).
Het primaire doel van private-equityfondsen is om op relatief korte termijn waarde te creëren door middel van strategieën als herstructurering, operationele verbeteringen, kostenoptimalisatie en marktuitbreiding.
In de media verschijnen vooral verhalen over de negatieve gevolgen van private equity. Zo ging kinderopvangketen Estro na een overname failliet, waardoor circa duizend werknemers hun baan verloren (FD, 2023). Ook bleek dierenartsketen Evidensia pensioenpremies niet volledig af te dragen en structureel te weinig geld uit te keren aan zieke werknemers (NRC, 2025).
Deze berichten hadden een groot aantal kritische Kamervragen als gevolg over de rol van private equity in de (mond)zorg, dierenartsketens, woningbouw en accountancy (Tweede Kamer, 2024a; 2024b; 2024c; 2025a; 2025b). Recent zijn er moties aangenomen over het weren van private equity uit de zorg (Tweede Kamer, 2025c) en over het instellen van een adviescommissie die moet adviseren hoe de rol van private equity in diverse sectoren kan worden teruggedrongen (Tweede Kamer, 2023). Dat private equity ook een rol speelt in de ontwikkeling van innovatieve klimaattechnologieën (FD, 2024), krijgt echter minder aandacht.
In dit artikel zetten we verschillende (empirische) studies over private equity op een rij om te bepalen of het terecht is dat private equity zo onder vuur ligt. Ondanks dat er meerdere vormen van private equity bestaan, richten we ons in dit artikel alleen op buy-outs. Deze vorm, waarbij een meerderheidsbehandeling in een gevestigd bedrijf wordt verworven, staat het meest centraal in het publieke debat.
Nederland koploper in Europa
Private equity vertoont in Nederland een stijgende trend. In de laatste tien jaar is de omvang van de investeringen door buy-outs in ons land meer dan verdubbeld naar zo’n 5,7 miljard euro (figuur 1a). Ook de hoeveelheid bedrijven waar jaarlijks in wordt geïnvesteerd steeg in diezelfde periode met zo’n vijftig procent (figuur 1b). Private-equitybedrijven zijn actief in diverse branches, met name in zakelijke producten en diensten, consumentengoederen en diensten, ICT, en biotech (figuur 1a).

De aanwezigheid van private equity in semipublieke sectoren loopt uiteen. In de Nederlandse kinderopvang is circa twaalf procent van het aanbod verbonden aan private-equityfondsen, maar van de 70 grootste kinderopvangorganisaties is 23 procent in handen van private equity (SEO, 2023).
In de zorgsector was er vanaf 2008 een sterke toename in het aantal overnames waarbij private-equityinvesteerders betrokken waren: het aandeel steeg van circa 21 procent van de transacties in 2008 naar 58 procent in 2022. Wanneer er echter gekeken wordt naar het aandeel van private equity in de daadwerkelijke geldstromen van de zorg, blijft het in de meeste sectoren beperkt tot enkele procenten. In een paar sectoren zijn er wel uitschieters te vinden, namelijk in de kraamzorg (circa 20 tot 25 procent) en mondzorg (circa 19 tot 26 procent) (Tweede Kamer, 2024d).
Ten opzichte van Europese buurlanden heeft Nederland veel private equity (figuur 2). In 2024 werden in ons land circa 110 buy-outs gerealiseerd, met een totale waarde van 5,8 miljard euro (NVP, 2025). Dit komt neer op ongeveer 6,7 procent van de totale Europese buy-outwaarde van circa 87,3 miljard euro. Landen als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk liggen in absolute omvang en aantal hoger, wat vooral verklaard wordt door hun grotere economieën. Gecorrigeerd voor de omvang van de economie staat Nederland echter dicht bij het Verenigd Koninkrijk, wat Nederland een bovengemiddeld actieve positie binnen de Europese private equity-markt geeft.

Voor- en nadelen van private equity
Private equity heeft volgens de wetenschappelijke literatuur zowel voor- en nadelen.
Waardevolle alternatieve financieringsvorm
De aanwezigheid van private equity in het financieringslandschap zorgt voor meer diversiteit in financieringsvormen, wat de efficiëntie van de kapitaalmarkt vergroot en zodoende het ondernemerschap ten goede komt (Kaul et al., 2017). Zo sluit financiering middels eigen vermogen beter aan op risicovolle en innovatieve investeringen, waar banken doorgaans terughoudend zijn. Private equity wordt dan ook het vaakst toegepast bij bedrijven die te maken hebben met financiële beperkingen, maar die wel potentieel hebben voor betere financiële prestaties. Door kapitaal naar productieve bedrijven te laten stromen, draagt private equity bij aan vernieuwing, ondernemerschap en de veerkracht van de economie.
Voor aandeelhouders van niet-beursgenoteerde bedrijven biedt private equity bovendien een belangrijke liquiditeitsoplossing, omdat het een alternatieve exit-mogelijkheid creëert in situaties waarin aandelen op de beurs niet vrij verhandelbaar zijn (Ligterink et al., 2017b).
Ook treden private-equityfondsen geregeld op als kopers van (onderdelen van) failliete bedrijven en maken daarmee potentieel een efficiëntere resolutie van faillissementsprocedures mogelijk (Ligterink et al., 2017b). Door liquiditeit te verschaffen aan de overnamemarkt is het makkelijker levensvatbare onderdelen van failliet gegane bedrijven te continueren.
Katalysator voor productiviteitsgroei
Via kapitaalinjecties, verbeterde managementpraktijken en een gerichte focus op innovatie en groei dragen private-equityfondsen actief bij aan productiviteitsgroei bij de bedrijven die ze overnemen (Ligterink et al., 2017b; Baarsma, 2024). Private-equityfondsen richten zich daarbij vooral op bedrijven met onderbenut potentieel en financieringsbelemmeringen. Dit kan spill-overs opleveren naar andere bedrijven, omdat deze bedrijven worden geprikkeld hun eigen productiviteit te verhogen.
Daarnaast versterken private-equityfondsen de dynamiek in markten. Concurrenten worden aangezet tot innovatie en efficiëntie, wat tot bredere productiviteitswinsten leidt (Baarsma, 2024). Private equity fungeert daarmee als katalysator voor creatieve destructie door kapitaal en arbeid te laten verschuiven van minder productieve naar meer productieve bedrijven.
Empirisch wordt er gemiddeld een positief effect van private equity op operationele prestaties en groei gevonden, al is de spreiding in de resultaten groot (Guo et al., 2011; Bonini, 2015; Bernstein en Sheen, 2016). Het rendement van private equity in Europa wordt voor ongeveer de helft verklaard door hogere schuldfinanciering, voor ongeveer een derde door operationele verbeteringen en groei, en voor een deel van het restant door marktselectie en timing (Acharya et al., 2013).
Daarnaast is het risico op faillissement van bedrijven met private-equityfinanciering in Europa over het algemeen niet significant hoger dan bij vergelijkbare ondernemingen zonder een dergelijke financiering (Tykvová en Borell, 2012). Private-equityfondsen gaan dus meestal effectief om met de verhoogde schuldenlast van bedrijven.
Voor de Nederlandse economie, waarin de productiviteitsgroei al jaren stagneert (MinEZ, 2025a), is het positieve effect op de economische dynamiek van private equity van toenemend belang.
Kortetermijnfocus valt mee
Een vaak genoemd nadeel van private equity is dat de combinatie van winstmaximalisatie en een relatief korte investeringshorizon kan leiden tot een sterke focus op kortetermijnrendementen ten koste van andere belanghebbenden. Zo kunnen agressieve praktijken zoals het verkopen van bedrijfsmiddelen en het uitkeren van hoge dividenden waarde aan bedrijven onttrekken, ten koste van werknemers, schuldeisers en de belastingdienst. Daarnaast is de aantijging dat de kortetermijnfocus nadelige effecten heeft op werkgelegenheid en op de kwaliteit en toegankelijkheid van producten en diensten (Ligterink et al., 2017a).
Diverse studies laten echter zien dat private equity slechts in beperkte mate meer kortetermijngedrag vertoont dan andere vormen van investeringen. Lerner et al. (2011) vinden geen structurele afname van investeringen – ook niet in R&D – bij door private equity overgenomen bedrijven; deze investeringen worden vaak juist gerichter. De mate waarin private-equityfondsen herfinancieringen gebruiken om dividend uit te keren, heeft ook geen invloed op de kans op faillissement (Harford en Kolasinski, 2014). Daarnaast is kwaliteitsverlies van producten beperkt en te incidenteel om er grote conclusies aan te verbinden (Ligterink et al., 2017b). Sectorspecifiek onderzoek in de kinderopvangsector (SEO, 2023) en de zorgsector (EY Consulting, 2024) laat ook geen aantoonbare kwaliteitsverschillen zien tussen locaties die wel en niet onder private-equityfondsen vallen.
Er is ook geen overtuigend bewijs dat private-equityfondsen systematisch waarde onttrekken ten koste van werknemers. Hoewel buy-outs vaak leiden tot een tijdelijk banenverlies van gemiddeld vijf tot tien procent binnen het eerste jaar na overname, wordt dit gevolgd door herstel en zelfs groei op langere termijn (Davis et al., 2014). Het waargenomen patroon past binnen het concept van creatieve destructie, waarbij inefficiënte functies verdwijnen en nieuwe kansen ontstaan. Het kan daardoor juist productiviteitsverhogend werken. Het nettobanenverlies over een periode van drie tot vijf jaar blijkt in de meeste gevallen beperkt: vaak minder dan twee procent (Davis et al., 2014). Voor het effect van private equity op salarissen wordt zowel een daling (Amess en Wright, 2007; Davis et al., 2014) als een stijging gevonden (Amess et al, 2008), wat erop wijst dat het effect erg afhankelijk is van de sector en het type werk.
Risico op marktmacht
Private equity is vaak gericht op schaalvergroting, wat kan leiden tot meer marktmacht. Zo kunnen private-equityfondsen kleine spelers in de markt geleidelijk oprollen. De Autoriteit Consument & Markt waarschuwt hiervoor (Snoep, 2023). De Mededingingswet geeft de ACM op dit moment echter geen bevoegdheid om kleine overnames aan een fusie- of overnametoets te onderwerpen (Tweede Kamer, 2024e).
Vooral wanneer concurrentie zich afspeelt op lokaal of regionaal niveau, zoals bijvoorbeeld bij dierenartsen, huisartspraktijken en kinderdagverblijven, kan het oprollen van kleine spelers leiden tot marktmacht. Ook bij nichemarkten is het risico op marktmacht groter. Wanneer er sprake is van ineffectieve concurrentie worden bedrijven minder geprikkeld te innoveren of te concurreren op prijs en kwaliteit (Snoep, 2023).
Hoewel er tot op heden nog weinig empirisch bewijs is van de mate waarin kleine overnames in Nederland concurrentiebeperkend zijn, zijn er wel degelijk signalen in die richting. Zo laat SEO (2023) zien dat private-equityfondsen in de kinderopvangsector gemiddeld vier tot acht procent hogere tarieven hanteren dan andere aanbieders. Dit verschil wordt echter ook deels verklaard doordat kinderopvanglocaties van private-equityfondsen vaker in wijken met hogere kosten of een hogere betalingsbereidheid zitten.
In principe hoeft er weinig mis te zijn met partijen die schaalvergroting najagen, maar er dient scherp te worden gekeken naar de effecten van dergelijke overnames op concurrentiedruk en marktwerking. Het oprollen van bedrijven kan lokale markten concentreren, waardoor de prijzen stijgen en innovatie afneemt. Dit heeft voornamelijk nadelige gevolgen voor de consument en kan misstanden in de hand werken.
Bij signalen van verslechterende concurrentie en gebrekkige marktwerking, mede veroorzaakt door de aanwezigheid van private equity, is het noodzakelijk om gericht in te grijpen en een passende remedie voor de kwaal te vinden.
Tot slot
Private equity vervult een belangrijke rol in de Nederlandse economie door kapitaal, kennis en dynamiek in sectoren te brengen die daar anders moeilijk toegang toe zouden hebben. Er is vooralsnog geen overtuigend en voldoende empirisch bewijs dat de intrede van private equity structureel leidt tot slechtere kwaliteit of slechtere betaalbaarheid, ook niet in semipublieke sectoren. Het risico op mogelijke marktmacht is echter wel een aandachtspunt en vraagt om waar nodig bijsturing.
De discussie zou zich dus niet moeten richten op het weren van private equity, maar op manieren om gezonde marktwerking te borgen. Voor de modernisering van het mededingingsinstrumentarium zijn reeds opties in kaart gebracht. Zo heeft de minister van Economische Zaken mogelijke aanpassingen geschetst die het huidige mededingingsinstrument kunnen versterken, zoals de New Competition Tool en een mogelijkheid om kleine (onderdrempelige) concentraties door grote bedrijven onder het toezicht van de ACM te brengen (MinEZ, 2025b). Ook heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maatregelen aangekondigd, waaronder een zorgspecifieke fusietoets (MinVWS, 2025). Deze maatregelen dragen bij aan het tijdig voorkómen van marktfalen en aan het beter borgen van publieke belangen, zoals betaalbaarheid, kwaliteit en toegankelijkheid.
Een feitelijk, niet-ideologisch debat over private equity is cruciaal om de economische voordelen te benutten zonder publieke belangen te schaden Het doel moet zijn om de marktwerking te faciliteren, niet het weren van private equity.

Literatuur
Acharya, V.V., O.F. Gottschalg, M. Hahn en C. Kehoe (2013) Corporate governance and value creation: evidence from private equity. The Review of Financial Studies, 26(2), 368–402.
Amess, K. en M. Wright (2007) The wage and employment effects of leverages buyouts in the UK. International Journal of the Economics of Business, 14(2), 179–195.
Amess, K., S. Girma en M. Wright (2008) What are the wage and employment consequences of leverages buyouts, private equity and acquisitions in the UK? Nottingham University Business School Research Paper, 2008-01.
Baarsma, B. (2024) Private equity als aanjager van productiviteitsgroei. Blog op www.pwc.nl, 14 augustus.
Bernstein, S. en A. Sheen (2016) The operational consequences of private equity buyouts: evidence from the restaurant industry. The Review of Financial Studies, 29(9), 2387–2418.
Bonini, S. (2015) Secondary buyouts: operating performance and investment determinants. Financial Management, 44(2), 431–470.
Brinker, G. den, G. de Groot en P. Kakebeeke (2023) In de haarvatten van de economie. FD Special.
Davis, S.J., J. Haltiwanger, K. Handley et al. (2014) Private equity, jobs, and productivity. The American Economic Review, 104(12), 3956–3990.
EY Consulting (2024) Onderzoek private equity in de zorg. EY Consulting, Rapport, 8 april. Te vinden op www.rijksoverheid.nl.
FD (2023) Rechter stelt wanbeleid vast bij verkoop van kinderopvangketen Estro. Het Financieele Dagblad, 23 mei.
FD (2024) Investeringsplatform voor klimaattechnologie haalt 100 mln euro op. Het Financieele Dagblad, 4 maart.
Guo, S., E.S. Hotchkiss en W. Song (2011) Do buyouts (still) create value? The Journal of Finance, 66(2), 479–517.
Harford, J. en A. Kolasinski (2014) Do private equity returns result from wealth transfers and short-termism? Evidence from a comprehensive sample of large buyouts. Management Science, 60(4), 888–902.
Kaul, A., P. Nary en H. Singh (2017) Who does private equity buy? Evidence on the role of private equity from buyouts of divested businesses. Strategic Management Journal, 39(5), 1268–1298.
Lerner, J., M. Sorensen en P. Strömberg (2011) Private equity and long-run investment: the case of innovation. The Journal of Finance, 66(2), 445–477.
Ligterink, J.E., J.K. Martin en A. Boot (2017a) Zorgt private equity voor waardecreatie? Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 91(7/8), 236–243.
Ligterink, J.E., J.K. Martin, A.W.A. Boot et al. (2017b) Private equity in Nederland: een stakeholder-perspectief. Onderzoeksrapport. Te vinden op www.tweedekamer.nl.
MinEZ (2025a) Productiviteitsagenda. Kamerbrief Ministerie van Economische Zaken, DGED-AEP / 100994969.
MinEZ (2025b) Vervolg toekomst mededingingsbeleid. Kamerbrief Ministerie van Economische Zaken, DGED-DMC / 99093812.
MinVWS (2025) Aanpassingen zorgspecifieke fusietoets. Kamerbrief Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 4014363-1075622-PZO.
NRC (2025) Dierenartsketen Evidensia stak jarenlang pensioengeld werknemers in eigen zak. NRC, 22 juli.
NVP (2024) Marktcijfers investeringen. Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen.
NVP (2025) Marktcijfers Nederland in Europa. Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen.
SEO (2023) De markt voor kinderopvang. SEO Rapport, 2023-38.
Snoep, M. (2023) Kleine overnames, grote problemen. Blog op www.acm.nl, 6 november.
Tweede Kamer (2023) Motie van de leden Bikker en Omtzigt over een adviescommissie instellen die als taak heeft te adviseren welke strategie moet worden gevoerd om de toenemende rol van private equity in sectoren fors terug te dringen, 36410, nr. 30.
Tweede Kamer (2024a) Vergaderjaar 2023–2024, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 2024Z00048.
Tweede Kamer (2024b) Vergaderjaar 2024–2025, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 2024Z20370.
Tweede Kamer (2024c) Vergaderjaar 2024–2025, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 2024Z19816.
Tweede Kamer (2024d) Private Equity in de zorg. Kamerstuk 36410-XVI-159.
Tweede Kamer (2024e) Toekomstbestendig mededingingsbeleid. Kamerstuk 24036-436.
Tweede Kamer (2025a) Vergaderjaar 2024–2025, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 2025Z15030.
Tweede Kamer (2025b) Vergaderjaar 2024–2025, Vragen gesteld door de leden der Kamer, 2025Z14873.
Tweede Kamer (2025c) Motie van het lid Claassen c.s. over het weren van private equity uit de gehele zorg, 33578, nr. 143.
Tykvová, T. en M. Borell (2012) Do private equity owners increase risk of financial distress and bankruptcy? Journal of Corporate Finance, 18(1), 138–150.
Auteurs
Categorieën