Amerikaanse vermogensbeheerders spelen een steeds grotere rol op de Europese kapitaalmarkt. Ze stemmen echter veel vaker dan Europese vermogensbeheerders tegen voorstellen die bedrijfsbesturen aansporen om meer te doen aan de milieu-, sociale en governance-aspecten (ESG) van het bedrijfsmodel. Meer inzicht in hun stemgedrag kan dat veranderen.
In het kort
- In zes jaar is het Amerikaanse aandeel in de top-20 Europese vermogensbeheerders gestegen van 40 procent tot 47 procent.
- Waar Amerikaanse beheerders in 2021 nog met 46 procent van de ESG-voorstellen instemden, was dat in 2025 nog maar 17 procent.
- Europa kan vermogensbeheerders verplichten tot rapportage over stemgedrag zodat dat helder is voor hun opdrachtgevers.
Terwijl de huidige geopolitieke ontwikkelingen de aandacht voor strategische autonomie van Europa doen toenemen, spelen Amerikaanse spelers een steeds grotere rol in de Europese kapitaalmarkt. Goodhart en Schoenmaker (2016) lieten al zien dat de Amerikaanse investeringsbanken de overhand kregen in acquisities en overnames in Europa. Tabel 1 laat nu zien dat de Amerikanen ook in het Europese vermogensbeheer rap aan terrein winnen, in lijn met de resultaten van Schellekens en Fernandez (2026) voor Nederland.

In de markt voor vermogensbeheer is een consolidatieslag gaande, aangespoord door schaalvoordelen (De Vries et al., 2025). Tabel 1 toont dat het marktaandeel van de top 20-vermogensbeheerders in de Europese markt toeneemt: in de periode 2021–2026 steeg het aandeel van de top 20 van 54 naar 68 procent. Het zijn vooral de Amerikaanse vermogensbeheerders die van deze consolidatieslag profiteren: hun aandeel in de top 20-vermogensbeheerders nam in dezelfde periode toe van 40 naar 47 procent.
Met hun toenemende aandeel op de Europese markt krijgen Amerikaanse vermogensbeheerders ook een steeds bepalendere rol in het beleid ten aanzien van milieu-, sociale en governance-aspecten (ESG) van Europese bedrijven. De institutionele partijen voor wie zij beleggen, laten het stemrecht namelijk veelal in handen van de vermogensbeheerders (Schellekens en Fernandez, 2026).
Amerikaanse vermogensbeheerders stellen zich op ESG-gebied heel anders op dan de Europese partijen. Tabel 2 toont het stemgedrag van de vermogensbeheerders bij internationale bedrijven in Noord-Amerika en Europa op basis van data van ShareAction (2025). Waar de Europese vermogensbeheerders in 86 procent van de milieu- en sociale resoluties voor de resolutie van de aandeelhouders stemmen, is dat bij de Amerikaanse vermogensbeheerders maar 17 procent.

Dat andere stemgedrag lijkt deels het gevolg van politieke druk (Schellekens en Fernandez, 2026). Bij Amerikaanse beheerders is het percentage voorstemmers afgenomen van 49 procent in 2021 naar 17 procent in 2025 (figuur 1), wat zal samenhangen met de opkomst van de anti-ESG-beweging in de Verenigde Staten (ISS Corporate, 2024). In dezelfde periode bleef het stemgedrag van Europese beheerders stabiel rond de 80 tot 85 procent.

Maar ook in 2021, voor de opkomst van de anti-ESG-beweging, stemden de Amerikaanse beheerders al vaker tegen de milieu- en sociale resoluties (figuur 1). In dit artikel kijk ik welke factoren dit andere stemgedrag bij sociale en milieuresoluties kunnen verklaren.
Andere opdrachtgevers
Grote institutionele eigenaren (pensioenfondsen en verzekeraars) hebben baat bij het stemmen voor milieu- en sociale resoluties. Door hun breed gediversifieerde portefeuilles hebben zij een direct belang bij de langetermijnontwikkeling van de wereldeconomie. (Lukomnik en Burckart, 2026; Quigley, 2026). Ze kunnen zich niet onttrekken aan systeembrede risico’s zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en sociale ongelijkheid en hebben zodoende een prikkel om actief ESG-beleid te voeren om de langetermijnwaarde van hun portefeuille te bewaken. Hun ESG-inspanningen betalen zich potentieel op termijn terug (Schoenmaker en Schramade, 2019).
Toch beheren institutionele eigenaren vaak niet al hun kapitaal zelf. Zij besteden dit (voor een deel) uit aan vermogensbeheerders, omdat deze door schaalvoordelen kostenefficiënter en winstgevender kunnen opereren.
Mogelijk stemmen vermogensbeheerders anders dan grote institutionele eigenaren omdat hun opdrachtgevers andere voorkeuren hebben. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat de opdrachtgevers van Amerikaanse vermogensbeheerders meer georiënteerd zijn op geld verdienen (‘money conscious’), terwijl die van Europese vermogensbeheerders meer aandacht hebben voor sociale en ecologische onderwerpen (Bolton et al., 2020), waardoor Amerikaanse vermogensbeheerders vaker tegen ESG-beleid stemmen. Zo’n verschil zou in lijn zijn met het verschil in regelgeving: de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC) schaft ESG-regels af, terwijl de Europese Commissie die ESG-regels versimpelt maar wel handhaaft.
Dat Amerikaanse vermogensbeheerders zich aanpassen aan hun opdrachtgevers blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat ze sinds de opkomst van de anti-ESG-beweging in 2020/2021 expliciete verwijzingen naar ESG uit hun corporategovernanceverklaringen hebben verwijderd en uit klimaatallianties zijn gestapt (Kerber, 2025). Op de Europese markt daarentegen geven ze wel aan voor een goed ESG-beleid te zijn, overigens in navolging van de wensen van Europese pensioenfondsen en verzekeraars en vereisten vanuit Europese regelgeving.
Averse prikkel
Maar het kan ook zijn dat Amerikaanse vermogensbeheerders sterkere prikkels hebben om af te wijken van de belangen hun opdrachtgevers. Vanwege de noodzaak om kosteneffciënt te blijven hebben vermogensbeheerders uit zichzelf een beperkte prikkel om actief ESG-beleid te voeren (Bebchuk en Hirst, 2022). Het voeren van actief ESG-beleid brengt immers kosten met zich mee. Daarvoor zijn extra medewerkers nodig om gesprekken te voeren met betrokken bedrijven en met andere vermogensbeheerders om een coalitie te vormen voor gezamenlijk engagement, en om aandeelhoudersresoluties op de agenda van aandeelhoudersvergaderingen te zetten. Terwijl grote institutionele beleggers die hun vermogen zelf beheren het volledige kostenbedrag terugzien in de potentiële waardestijging van de bedrijven, ontvangen vermogensbeheerders slechts 0,1 tot 0,2 procent per jaar daarvan via hun vergoeding. De beloning tegenover deze kosten is relatief laag, waardoor vermogensbeheerders minder worden geprikkeld om actief ESG-beleid te voeren.
Actief ESG-beleid kan met name voor Amerikaanse vermogensbeheerders bovendien ook indirecte kosten met zich meebrengen. In de VS kunnen zij opdrachten, zoals vermogensbeheer van de bedrijfspensioenplannen, krijgen – in tegenstelling tot Europese vermogensbeheerders die als kleine spelers in de VS niet in aanmerking komen voor deze opdrachten. Omdat besturen het liefst hun sociaal en milieubeleid in eigen tempo plannen (Hirst, 2017), kan het beheerders in de toekomst schaden als zij tegen de wensen van het bedrijfsbestuur in voor ESG-resoluties stemmen (Bolton et al., 2020; Bebchuk en Hirst, 2022).
De prikkels voor Amerikaanse vermogensbeheerders om met het bestuur in te stemmen, kunnen hun disciplinerende rol in corporate governance in gevaar brengen. Een kernprincipe van corporate governance is immers dat de principaal (de belegger) de agent (het bestuur) bijstuurt wanneer het bestuur beslissingen neemt die de waarde van het bedrijf kunnen aantasten.
Beleidsimplicatie
Om Amerikaanse vermogensbeheerders meer prikkels te verschaffen om ze ESG-vriendelijk te laten stemmen bij Europese bedrijven, kan de Europese Commissie de vereisten voor ESG-beleid aanscherpen in de Tweede Aandeelhoudersrichtlijn (SRD II/2017/828) en de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR/2019/2088). Deze regelgeving geeft al een brede definitie van de fiduciaire verantwoordelijkheid van institutionele beleggers om in het belang van pensioendeelnemers en polishouders te handelen: institutionele beleggers dienen hun rechten als aandeelhouder te gebruiken om de financiële en ESG-prestaties van bedrijven op lange termijn te verbeteren. De regelgeving bepaalt verder dat vermogensbeheerders publiekelijk moeten aangeven hoe zij hun engagement vormgeven en hoe zij hun stemrecht uitoefenen. Deze regels voor ESG-beleid kunnen verder worden aangescherpt door vermogensbeheerders te verplichten om te publiceren over hun ESG-beleid en de achterliggende beleggingsfilosofie en aan te geven in hoeverre het beleid in lijn is met dat van hun opdrachtgevers. Daarbij kan worden verzocht om een gedetailleerd overzicht van uitgebrachte stemmen op sociale en milieuresoluties. Nu geven de richtlijnen nog ruimte voor een summiere rapportage.
Omgekeerd kan ook van pensioenfondsen en verzekeraars worden gevraagd naar een uiteenzetting van hun ESG-beleid en filosofie, en een gedetailleerd overzicht van uitgebrachte stemmen door henzelf en hun vermogensbeheerders. Deelnemers krijgen zodoende inzicht in de ESG-activiteiten van hun pensioenfonds of verzekeraar.
Ook moet het toezicht op de juiste toepassing van de regels voor ESG-engagement op een consistente en voldoende stevige wijze in heel Europa worden uitgevoerd. Tot op heden is het toezicht op kapitaalmarkten grotendeels nationaal georganiseerd met een lichte coördinatie door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA). De Amerikaanse vermogensbeheerders, alsmede de vermogensbeheertakken van de grote Europese banken, zijn voor het merendeel in Dublin of Luxemburg gevestigd, met operaties door heel Europa. De Ierse en Luxemburgse toezichthouders staan echter bekend om hun specialisatie en efficiëntie in het toezicht op vermogensfondsen. In de praktijk betekent dit vaak een ‘light touch’-uitvoering, waarbij het principaal-agentprobleem dat voornamelijk bij de Amerikaanse vermogensbeheerders speelt, niet wordt aangepakt (Sapir et al., 2017). Het toezicht kan worden verbeterd door de European Securities and Markets Authority (ESMA) ook toezicht op institutionele beleggers en vermogensbeheerders te laten houden. De Europese Commissie wil een Europese Spaar- en Investeringsunie creëren om spaartegoeden en investeringen in de Europese Unie beter aan elkaar te koppelen. Véron (2025) geeft aan dat een primaire toezichtrol van de ESMA cruciaal is om een echte geïntegreerde kapitaalmarkt tot stand te brengen. De ESMA zou daarmee verantwoordelijk worden voor het toezicht op de Europese kapitaalmarkt.
Conclusie
Vermogensbeheerders spelen een sleutelrol in de uitvoering van het ESG-beleid van pensioenfondsen en verzekeraars om langetermijnwaarde te creëren. Er is echter een tweedeling tussen beheerders die uit Europa komen en Amerikaanse beheerders: de Europese spelers hebben een trackrecord om voor aandeelhoudersresoluties op sociaal en milieugebied te stemmen. De Amerikaanse spelers worden geprikkeld om tegen te stemmen, en doen dit ook in toenemende mate.
Om te zorgen dat de vermogensbeheerders handelen met de ESG-voorkeuren van de opdrachtgevers (pensioenfondsen en verzekeraars) moeten de regels voor vermogensbeheerders aangescherpt worden. Ook het toezicht daarop kan worden verstevigd met de centrale toezichthouder ESMA in de nieuwe Spaar- en Investeringsunie. Maar uiteindelijk is het ook aan de institutionele beleggers zelf: zij kunnen in hun externe vermogensbeheer keuzes maken die gericht zijn op de financiële én ESG-prestaties op lange termijn, in plaats van alleen te sturen op de laagste kosten op de korte termijn.

Literatuur
Bebchuk, L.A. en S. Hirst (2022) Big Three power, and why it matters. Boston University Law Review, 102(5), 1547–1600.
Bolton, P., T. Li, E. Ravina en H. Rosenthal (2020) Investor ideology. Journal of Financial Economics, 137(2), 320–352.
Goodhart, C. en D. Schoenmaker (2016) The United States dominates global investment banking: does it matter for Europe? Bruegel Policy Contribution, 2016/16.
Hirst, S. (2017) Social responsibility resolutions. The Journal of Corporation Law, 43(2), 217–244.
IPE (2025) Top 500 asset managers. Investment & Pensions Europe, Rapport.
ISS Corporate (2024) U.S. shareholder proposals: A decade in motion. ISS Rapport, 31 oktober, te vinden op www.iss-corporate.com.
Kerber, R. (2025) BlackRock quits climate group as Wall Street lowers environmental profile. Reuters, 10 januari.
Lukomnik, J. en W. Burckart (red.) (2026) Handbook of system-level investing. McLean, VA: Miniver Press, te verschijnen.
Quigley, E. (2026) Universal ownership in practice: a guide for asset owners. Cambridge, VK: Cambridge University Press, te verschijnen.
Sapir, A., D. Schoenmaker en N. Véron (2017) Making the best of Brexit for the EU27 financial system. Bruegel Policy Brief, 1.
Schellekens, B. en R. Fernandez (2026) Amerikaanse vermogensbeheerders dwarsbomen Nederlands klimaatbeleid. ESB, 111(4855), 108–111.
Schoenmaker, D. en W. Schramade (2019) Investing for long-term value creation. Journal of Sustainable Finance & Investment, 9(4), 356–377.
ShareAction (2025) Voting matters 2024: Are asset managers using their proxy votes for action on environmental and social issues? ShareAction, Rapport.
Véron, N. (2025) Breaking the deadlock: A single supervisor to unshackle Europe’s capital markets union. Bruegel Blueprint, 35.
Vries, T. de, S.Y. Kalfa, A. Timmermann en R. Wermers (2025) Scale economies, bargaining power, and investment performance: evidence from pension plans. Working Paper, 25 mei. Te vinden op tdevries1.github.io.
Auteur
Categorieën