
Over dure geneesmiddelen wordt onderhandeld tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen. Het aflopen van een patent wordt vaak gezien als een logisch moment waarop kosten kunnen dalen. De praktijk is echter weerbarstiger: patentverloop kan ruimte creëren voor concurrentie, maar garandeert nog geen besparing.
De figuur toont de gedeclareerde kosten per gebruiker voor vier dure geneesmiddelen waarvan het belangrijkste patent verliep in 2020, 2021 of 2022. De uitkomsten lopen sterk uiteen. Alleen bij het middel Lenalidomide daalden de gedeclareerde kosten na patentverloop vrijwel volledig tot nul, bij Bevacizumab was een daling van de gedeclareerde kosten zichtbaar terwijl bij de andere twee middelen de gedeclareerde kosten grotendeels op peil bleven. Daarmee lijkt het patentverloop op zichzelf een slechte voorspeller van de besparing die uiteindelijk wordt gerealiseerd.
Een belangrijke verklaring is dat concurrentie na patentverloop niet vanzelf ontstaat. Generieken (exacte kopieën van medicijnen) en biosimilars (bijna identieke kopieën van complexe medicijnen gemaakt met levende cellen) kunnen pas tot lagere uitgaven leiden wanneer ze daadwerkelijk beschikbaar komen en worden voorgeschreven. Bij middelen waarvoor zulke alternatieven op de markt kwamen, zoals Lenalidomide en Bevacizumab, daalden de gedeclareerde kosten duidelijk sterker dan bij middelen waarbij concurrentie beperkt bleef of uitbleef.
De cijfers moeten wel met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. De gedeclareerde kosten per gebruiker zijn niet gelijk aan de werkelijke inkoopprijs van ziekenhuizen. Ook kunnen prijsafspraken, veranderingen in de patiëntenpopulatie, dosering, indicatiemix of voorschrijfgedrag de ontwikkeling beïnvloeden.
Desalniettemin is duidelijk dat beleidsmakers en zorgverzekeraars er goed aan doen om patentverloop niet als vanzelfsprekend besparingsmoment te beschouwen. Het is cruciaal om de daadwerkelijke markttoetreding te monitoren. Besparingen ontstaan pas wanneer concurrentie ook echt tot stand komt.
Auteur
Categorieën