Ga direct naar de content

’Passende zorg’ kan niet zonder sociale cohesie

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: mei 11 2026

Door de dubbele vergrijzing groeit de zorgtaak, uit de klauwen: meer zorgmedewerkers gaan met pensioen, terwijl de zorgvraag stijgt (Nza, 2023; Rijksoverheid, 2023 en NOS, 2023). Om dit probleem tegen te gaan gaat het in het beleidsdebat vaak over ‘passende zorg’ (WRR, 2021). Het kabinet ziet hiermee een mogelijkheid de hand op de knip te houden van de Wet langdurige zorg (Wlz) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) omdat ‘passende zorg’ als wondermiddel zorg effectief, doelmatig en vooral dicht bij de patiënt kan maken. Hierdoor dreigt echter een klassiek economisch lek: door te bezuinigen op formele zorg zonder te investeren in de sociale infrastructuur, organiseren we juist geen doelmatige zorg.

Passende zorg

Passende zorg stoelt op het principe dat we zorgverlening transformeren van aanbodgericht naar behoeftegericht, met een sterke nadruk op zelfredzaamheid en informele steunnetwerken. De achterliggende economische logica is helder: door de inzet van professionele zorg te beperken tot wat strikt noodzakelijk is, houden we de collectieve uitgaven beheersbaar.

Een voorbeeld van passende zorg zijn de zogenaamde hofjes (zoals bijvoorbeeld het Knarrenhof in Zwolle). Effectieve passende zorg bij moderne hofjes draait om de combinatie van zelfstandig wonen, sociale veiligheid en de directe nabijheid van (informele) zorg. Deze woonvormen voldoen aan de criteria voor passende zorg, omdat ze de nadruk leggen op gezondheid boven ziekte en zorg organiseren in de directe leefomgeving van de patiënt (ZIN, 2025). Dergelijke hofjes maken het mogelijk formele zorg te substitueren met informele zorg.

Sociaal kapitaal

Als de overheid de toegang tot formele zorg beperkt, gaat zij uit van een hoge elasticiteit van substitutie: de verwachting dat informele zorg naadloos het gat vult (Bonsang, 2009). Economisch gezien leunen de Wlz en Wmo daarmee zwaar op sociaal kapitaal.

Maar woonvormen als de hofjes kunnen niet zonder meer breed uitgerold worden in een samenleving met afnemend en vooral scheef verdeeld sociaal kapitaal. De vooronderstelling van passende zorg is dat het ‘voorveld’ – de buurt, de familie, het sociale netwerk – de gaten kan opvullen. Door individualisering, toegenomen mobiliteit (kinderen wonen vaak ver uit de buurt van hun ouders) en een krimpende beroepsbevolking die ook de mantelzorg moet leveren, neemt het sociaal kapitaal echter af, waardoor het niet duidelijk is of dit kapitaal de bezuinigingen op de formele zorg op kan vangen (SCP, 2025; SER, 2026). Die variatie is ook zichtbaar in metingen over hoe we met elkaar omgaan: de sociale cohesie is in niet-verstedelijkte gebieden vaak hoger dan in de grote steden (SCP, 2020; 2024).  En ook het percentage volwassenen dat mantelzorg verleent varieert per gemeente van 9 tot bijna 21 procent (RIVM, 2026).

De huidige succesvolle hofjes drijven vaak op een groep mensen met een hoger opleidingsniveau en sterke sociale vaardigheden. Zo werkt het model in Zwolle met een sterke selectie aan de poort: bewoners moeten zich vooraf inschrijven en actief willen bijdragen aan de gemeenschap. Daarmee selecteert het op opleidingsniveau: van de mensen die alleen basisonderwijs hebben genoten heeft 44 procent vertrouwen in andere mensen, terwijl dat percentage voor de mensen met een wetenschappelijke opleiding 87 procent is (SCP, 2024). De hofjes creëren dan positieve externaliteiten binnen de groep, maar vergroten mogelijk interne ongelijkheid tussen groepen.

Wanneer de sociale basis ontbreekt, wordt ‘passende zorg’ al snel een eufemisme voor ‘verschraling’. Dit leidt niet tot efficiëntiewinst, zoals het kabinet beoogt, maar juist tot hogere kosten: de afstemming wordt ingewikkelder, er moet vaker worden ingegrepen bij crisis en de druk verschuift naar de duurdere curatieve zorg. Dat lijkt terug te zien in het aantal opnames op de spoedeisende hulp, dat stijgt doordat thuissituaties niet goed lopen (NOS, 2024).

Conclusie

Voor een houdbare Wlz en Wmo moeten we sociale cohesie niet langer behandelen als een externe factor, maar als een endogene variabele in de economische modellen. Willen we de allocatieve efficiëntie in de zorg herstellen, dan moet het zorgbeleid zich niet beperken tot het rantsoeneren van formele zorg. Er moet gericht geïnvesteerd worden in de ‘sociale infrastructuur’.  Dergelijke investeringen kunnen gaan over plekken, voorzieningen en netwerken die bewoners verbinden, ondersteunen en activeren. Denk aan multifunctionele buurthuizen, gemeenschapsbibliotheken, en allerlei vormen van gemeenschappelijke bewonersinitiatieven. Dit betekent dat uitgaven aan gemeenschapsvorming niet gezien moeten worden als een kostenpost, maar als een investering in de productiviteit van de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en daarom wellicht ook bekostigd moeten worden uit het zorgbudget.

Zonder een robuust sociaal kapitaal is de belofte van ‘passende zorg’ voor iedereen economisch onhoudbaar. We organiseren dan immers een systeem dat leunt op een hulpbron die we tegelijkertijd laten verdampen.

Literatuur

Bonsang, E. (2009) Does informal care from children to their elderly parents substitute for formal care in Europe? Journal of Health Economics, 28(1), 143–154.

Knarrenhof (2023) Wonen in een Knarrenhof: omzien naar elkaar. Artikel op www.aahof-zwolle.nl.

NOS (2023) Dubbele vergrijzing zet zorgstelsel onder druk: meer ouderen, minder zorgverleners. Nieuwsbericht op www.nos.nl, 21 september.

NOS (2024) Ondanks afspraken nog steeds te veel kwetsbare ouderen op spoedeisende hulp. Nieuwsbericht op www.nos.nl, 10 maart.

NZa (2023) Stand van de zorg 2023: druk op de langdurige zorg door toenemende vraag en personeelstekorten. NZa-rapport.

Rijksoverheid (2023) Arbeidsmarkt zorg en welzijn: tekorten richting 2035. Rapport.

RIVM (2026) Mantelzorg bij volwassenen. Artikel op www.vzinfo.nl, 17 juni.

SCP (2020) De sociale staat van Nederland 2020. SCP-publicatie.

SCP (2024) Hoe staat het ervoor met de sociale cohesie in Nederland? SCP Factsheet.

SCP (2025) Sociale cohesie blijft stabiel, maar is fragiel. SCP-publicatie.

SER (2026) Mantelzorg en werk in een zorgzame samenleving: een integrale aanpak voor een werkende combinatie. SER-advies.

Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (2021) Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak is een advies. WRR publicatie.

Zorginstituut Nederland (2025) Passende zorg als norm. ZIN publicatie.

Auteur

  • Eddy Adang

    Universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Categorieën

Plaats een reactie