Ga direct naar de content

Oude pensioenstelsel is niet stressbestendig

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: november 21 2025

Nu binnenkort miljoenen deelnemers overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel, laait een discussie op over de risicogevoeligheid van het nieuwe stelsel. Toch blijkt juist het oude pensioenstelsel erg gevoelig voor financiële risico’s.

Het nieuwe stelsel zal gepensioneerden beter beschermen tegen finan­ciële systeemschokken vanwege lagere beleggingen in aandelen en hogere bescherming tegen renteverandering. In het oude pensioenstelsel worden risico’s van beleggingen en renteverandering collectief gedeeld via de dekkingsgraad die aan minimale eisen moet voldoen. Bij een langdurig te lage dekkingsgraad is een pensioenfonds gedwongen de pensioenen te verlagen.

De omvang van dit risico kan geschat worden op basis van de huidige mate van beleggingen in zakelijke waarden (met name aandelen) en de mate waarin het renterisico van de verplichtingen is afgedekt. Hiermee valt de impact van een stressscenario te berekenen waarbij de zakelijke waarden met vijftig procent dalen en de rente met twee procentpunt daalt; een scenario van dezelfde orde als de financiële crisis die in 2008 begon.

Eind juni 2025 belegden pensioenfondsen voor gemiddeld 49 procent in zakelijke waarden en was het renterisico voor gemiddeld 78 procent afgedekt. In het stressscenario daalt de gemiddelde dekkingsgraad dan van 134 naar 95 procent. Dat is van een gezonde financiële positie naar een stevige onderdekking.

In de figuur is het stresseffect voor alle 162 pensioenfondsen en kringen van algemeen pensioenfondsen opgenomen naar de situatie per eind juni 2025. Zichtbaar is dat over de hele breedte de dekkingsgraden fors zullen dalen.  Ongeveer 93 procent van de pensioenverplichtingen komt onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,3 procent. Bij uitblijven van een herstel gedurende zes jaar zullen deze fondsen de pensioenen met tot wel 30 procent moeten verlagen. Dit effect is het grootst bij de grootste fondsen, die gemiddeld een lagere actuele dekkingsgraad hebben.

Uit de stresstest blijkt dat pensioenfondsen in het oude stelsel onvoldoende bestand zijn tegen een financiële crisis en de uitkeringen daarmee niet vast zijn.

Auteur

1 reactie

  1. J. Mensonides
    3 dagen geleden

    Bovenstaande bijdrage van Laning verdient enige kritische reflectie. Laning concludeert op basis van een eenmalige aandelen- en renteschok dat het oude pensioenstelsel (FTK) niet stressbestendig is, terwijl het nieuwe stelsel (WTP) dat wel zou zijn. Zijn voorgestelde oplossing is om gepensioneerden minder bloot te stellen aan aandelen en een hoge mate van bescherming te bieden via renteafdekking.
    Dit is een opmerkelijke conclusie, temeer omdat een nadere toelichting ontbreekt. Zijn keuze leidt onvermijdelijk tot lagere rendementen, waardoor pensioenuitkeringen de inflatie niet zullen bijhouden. Bovendien verergert een structureel hoge nominale renteafdekking het probleem: rentestijgingen gaan vaak samen met hogere inflatieverwachtingen. Renteafdekking beschermt uitsluitend tegen rentedalingen en introduceert juist sterk volatiele nominale beleggingsrendementen. Het grootste risico voor deelnemers – inflatierisico – wordt daarmee versterkt.
    Methodologische tekortkomingen
    De analyse van Laning is methodologisch onjuist. Een momentopname van rendementen op financiële markten kan nooit een valide indicatie geven van de financiële gezondheid van een pensioenfonds. Daarvoor zijn andere instrumenten nodig. Dat FTK tekortkomingen kent, wordt breed erkend. Maar of WTP de oplossing vormt, daarover verschillen de meningen. Duidelijk is dat de financiële risico’s in het nieuwe stelsel primair bij de deelnemers komen te liggen en niet langer bij het collectief. Dit is een fundamentele breuk met het verleden.
    Onzekerheden in de transitie
    Wat Laning’s stresstest wél blootlegt, is de grote onzekerheid tijdens de overgang naar het nieuwe stelsel. De wetgever heeft bepaald dat de dekkingsgraad op het moment van invaren leidend is voor de verdeling van collectief naar individueel vermogen. Dit creëert aanzienlijke korte termijn rente- en beleggingsrisico’s. Wanneer de financiële markten vlak voor de overgang fors dalen, lopen deelnemers het risico op kortingen en onvoorziene herverdelingen. Alleen bij een dekkingsgraad onder de 100% kan een bestuur uitstel overwegen, maar dit roept nieuwe vragen op: wanneer kan dan wél worden ingevaren? Het beleggingsbeleid verschuift daarmee van rendement naar strikte risicobeheersing van de dekkingsgraad.
    Renteafdekking en verliezen
    De dekkingsgraad is extreem gevoelig voor rentebewegingen. Veel fondsen hebben hun renterisico daarom verder afgedekt, sommige zelfs vanaf historisch lage renteniveaus. DNB-statistieken tonen dat deze bescherming inmiddels meer dan €90 miljard aan cash heeft gekost op rentederivaten. De ECB waarschuwde recent zelfs voor opwaartse rente-effecten, omdat Nederlandse fondsen hun rentederivaten en lange obligaties na de overstap naar WTP weer verkopen. Dit kan opnieuw tot verliezen leiden.
    Laning zal wellicht stellen dat deze renteverliezen er niet toe doen omdat zij de dekkingsgraad beschermen bij rentedaling. Dat klopt voor het oude stelsel, maar bij WTP speelt de dekkingsgraad geen rol meer. Nominale verliezen zijn dan werkelijk verloren geld, terwijl het pensioenrisico volledig bij de individuele deelnemer komt te liggen.
    Rol van de wetgever
    De vraag dringt zich op waarom de wetgever zo lichtvaardig akkoord is gegaan met dit enorme financiële risico bij de overgang naar een nieuw stelsel. Er kan gaan om honderden miljarden. Pensioenvermogen dat deelnemers niet terugzien. Bekend is dat de wetgever weinig aandacht heeft voor de uitvoeringspraktijk; de vele ontsporingen in eerdere trajecten bevestigen dit. Dit lijkt opnieuw een voorbeeld. Het zou wenselijk zijn dat pensioenfondsen een plan B achter de hand hebben.
    Conclusie
    Het zal waarschijnlijk niet de bedoeling zijn geweest van Laning dat zijn analyse tot deze conclusie leidt. Maar het werkelijke financiële risico ligt bij de komende invaarprocessen en de jaren daarna. De rekening ligt vervolgens bij de individuele deelnemer die geen keuzes heeft.

Plaats een reactie