Ga direct naar de content

Opmars complexe Chinese export bedreigt Europese industrie

Geplaatst als type:
Geschreven door:
Gepubliceerd om: juli 9 2026

Er leven zorgen over een ‘China Shock 2.0’, omdat deze de Europese maakindustrie door een toegenomen instroom van complexe goederen onder druk kan zetten. Maar hoe hoogwaardig is de Chinese import richting de EU? En welke regio’s zijn het meest kwetsbaar?

In het kort

  • De Europese import vanuit China groeit fors en verschuift in hoog tempo van laagwaardige naar technologieproducten.
  • Vanaf 2020 importeert de EU steeds complexere producten uit China, zoals auto’s, chemische producten en machines.
  • Met name de industriële regio’s in Europa zijn potentieel kwetsbaar voor de toenemende Chinese concurrentiedruk.

De toetreding van China tot de Wereldhandels­organisatie (WTO) in 2001 is een van de meest ingrijpende gebeurtenissen geweest voor de internationale handelsverhoudingen in de naoorlogse periode. In minder dan tien jaar tijd vervijfvoudigde de Chinese goederenexport en groeide het land uit tot ‘s werelds grootste exporteur (ITC, 2026). Als ‘fabriek van de wereld’ verwierf het land snel een dominante positie bij de export van consumentengoederen en laagwaardige elektronica (Hanson, 2012).

De snelle integratie van China in het mondiale handelssysteem bracht grote efficiën­tiewinsten en schaalvoordelen met zich mee, maar legde tegelijkertijd de basis voor nieuwe afhankelijkheden en de-industrialisatie in delen van het Westen. Dit gold met name voor de VS: daar gingen tussen 2000 en 2018 naar schatting 3,7 miljoen banen verloren als gevolg van Chinese importconcurrentie (Scott en Mokhiber, 2020). De periode na China’s WTO-toetreding staat in het Westen dan ook bekend als de ‘China Shock’.

Een kwarteeuw later spreken verschillende experts van een ‘China Shock 2.0’ (Cornillie et al., 2026; García-Herrero, 2026; Tordoir en Setser, 2026). In een korte tijd is de import vanuit China sterk gestegen in handelsvolume – tussen 2019 en 2025 steeg dit van 2.500 miljard dollar naar bijna 3.800 miljard dollar (ITC, 2026) – en gaat het vaker om complexere goederen, zoals elektrische auto’s, ­machines en zonnepanelen (Wereldbank, 2022). De vrees is dat deze Chinese import de binnenlandse productie kan verdringen.

Veel landen en experts wijzen op een ongelijk speelveld waarbij China met behulp van grootschalige staatssteun, een structureel ondergewaardeerde renminbi en de opbouw van omvangrijke overcapaciteiten in strategische sectoren zijn export stimuleert. Zo bleek uit een recente analyse van de OESO (2026) dat staatssteun een belangrijke rol speelt bij de groei van Chinese bedrijven. Het sinds 2005 gegroeide marktaandeel van Chinese bedrijven is voor zestig procent te danken aan ontvangen staatssteun. Chinese bedrijven ontvingen daarbij zesmaal zoveel staatssteun als hun Europese concurrenten. Tegen deze achtergrond kunnen Chinese producenten grote aantallen goederen op de wereldmarkt afzetten via oneigenlijk behaalde voordelen. Dat vergroot de concurrentiedruk op buitenlandse industrieën en voedt de vrees voor verdere de-industrialisatie in het Westen. En hoewel China in zijn 15e Vijfjarenplan (2026–2030) expliciet aangaf de binnenlandse consumptie te willen stimuleren, blijft het tegelijkertijd sterk inzetten op het verder uitbouwen van de productiecapaciteit in industriële sectoren. Daarmee lijkt het dan ook onwaarschijnlijk dat het op korte termijn afstand kan nemen van het exportgerichte groeimodel (Brown, 2026).

In dit artikel brengen we de toenemende complexiteit van de Chinese exportgoederen systematisch in beeld en kijken we welke Europese regio’s hier potentieel de meeste concurrentie van ervaren.

Complexiteit

Om vast te stellen in hoeverre een product ‘hoogwaardig’ is, gebruiken we de meest recente Product Complexity Index (PCI) als proxy voor de ontwikkeling door de tijd (Growth Lab, 2026). Deze index meet de complexiteit van productieprocessen op basis van twee kenmerken: hoeveel landen een bepaald product maken en de mate van diversificatie van het producerende land. Hoe minder landen het kunnen produceren, hoe gespecialiseerder de productie ervan wordt geacht. De aanname is dat een land met veel verschillende sectoren en producten een complexe economische structuur heeft die complexe productie mogelijk maakt.

Voor de analyse van handelsstromen gebruiken we importcijfers uit de International Trade Centre-handelsdatabase (2001–2025), uitgesplitst op de zescijferige ­Harmonized System-code. De ruim 5.000 productcategorieën matchen we op hoger niveau met de ruim 1.000 productgroepen van de PCI. Hierdoor ontstaat een lange en gedetailleerde tijdreeks van complexiteitsscores per geïmporteerde productcategorie.

Chinese toename in export en complexiteit

De data laten zien dat zowel het volume als de complexiteit van Chinese import gestaag maar zeer fors is toegenomen tussen 2001 en 2025. Qua volume steeg de import van de EU uit China van 62 miljard dollar naar 698 miljard dollar (figuur 1). Daarnaast steeg de gemiddelde complexiteit van de import ook gestaag van 0,19 naar 0,56 (figuur 2). Europa is steeds meer hoogcomplexe producten gaan importeren, zoals elektronica, elektrische apparatuur, machines, chemie en motorvoertuigen. Ook is China binnen productcategorieën veel complexere producten gaan exporteren. De grootste verandering in de gemiddelde complexiteit van compositie-effecten tussen 2001 en 2025 is te zien bij de categorieën motorvoertuigen (0,32 naar 0,76), chemie (0,45 naar 0,92) en elektrische apparatuur (0,65 naar 0,89).

Figuur 1: Netto handelsbalans van de EU met China
De grafiek toont de ontwikkeling van netto, import en export in miljarden dollars van 2001 tot en met 2025 met een stijgende trend in import en export vanaf 2020.

Beschrijving gegenereerd door AI
Data: ITC World Trade | ESB
Figuur 2: Gemiddelde complexiteit EU-import uit China en EU-export naar China
De grafiek toont de volumecorrectie van de complexiteit van export naar China en import uit China over de jaren met een dalende trend voor exportcomplexiteit en een stijgende trend voor importcomplexiteit.

Beschrijving gegenereerd door AI
Data: ITC World Trade | ESB

De complexiteit van de export van de EU naar China ontwikkelt zich daarentegen nauwelijks: in diezelfde periode gaat deze van 0,75 naar 0,72. Dit wijst erop dat de EU binnen de bilaterale handelsrelatie nog steeds de complexere producten exporteert, maar China geleidelijk terrein wint.

China is er in de afgelopen vijf jaar in meerdere dimensies van de export binnen verschillende productcategorieën sterk op vooruitgegaan. In relatieve exportgroei springt de productcategorie waaronder hormonen vallen eruit: de export richting Europa is meer dan zeventien keer zo groot geworden (figuur 3). De grootste categorieën in omvang zijn elektrische accu’s, gevolgd door personenauto’s. De complexiteit van accu’s is hoog, maar nog complexer zijn specialistische machines en transportvoertuigen.

Figuur 3: Complexe producten met hoge toename in import vanuit China tussen 2020 en 2025
Noot: De complexiteitsscores in PCI zijn ordinaal geclassificeerd met een gemiddelde waarde van ongeveer nul. De score loopt af van net boven de 2 (zeer complex) naar –4 (zeer generiek).
Data: ITC World Trade | ESB

De dubbele toename van het importvolume en de gemiddelde complexiteit lijkt het idee te geven dat er sprake is van een ‘China Shock 2.0’. China exporteert niet alleen méér naar de EU, het exporteert ook steeds complexere producten. Vooral sinds 2020 heeft de gemiddelde complexiteit van de goederen een sprong vooruit genomen, en met name op de terreinen waar de EU een sterke industriële aanwezigheid heeft of had, zoals de chemie, de auto-­industrie en de elektrotechnische industrie (Eurostat, 2026).

Industriële regio’s relatief meest kwetsbaar

Met name Zuid-Duitsland (Tübingen, Oberpfalz, Stuttgart), Tsjechië (Noordoost, Centraal-Moravië) en Hongarije (Centraal-Transdanubië, West-Transdanubië) kunnen concurrentie ondervinden van de Chinese export (tabel 1). Dat blijkt als we de handelsdata op basis van de 88 hoofdproductcategorieën koppelen aan werkgelegenheidsgegevens op EU NUTS-2-niveau, beschikbaar voor 242 regio’s (figuur 4). De aanname daarbij is dat regio’s met een sterke concentratie in bijvoorbeeld de elektrotechnische industrie relatief kwetsbaar zijn bij een stijging van Chinese import van elektrische apparatuur. Daarmee berekenen we een relatieve blootstellingsscore per regio – de regio met de hoogste blootstelling is 1 en de laagste 0 – door het netto handelstekort van alle producerende sectoren op te tellen, gewogen naar het aantal werknemers.

Figuur 4: Blootstelling regionale industrie aan import uit China, 2020–2025
Kaart van Europa met een kleurverloop dat de bloottellingsscore per regio weergeeft waarbij donkerder groen een hogere score betekent.

Beschrijving gegenereerd door AI
Data: ITC World Trade, Eurostat | ESB

Lage directe impact op Nederlandse regio’s

Voor Nederland is Noord-Brabant de regio met de grootste blootstelling, met name door de specialisatie in machines en chemie. Door gelijkaardige sectoren zijn ook Overijssel en Limburg redelijk blootgesteld. De provincies met de laagste blootstelling zijn Noord-Holland, Utrecht, Groningen en Zuid-Holland. Deze regio’s kennen op basis van EU-data een sterke werkgelegenheid in andere sectoren dan de maakindustrie, zoals handel, logistiek, onderwijs en financiële dienstverlening. De toegenomen Chinese export raakt deze bedrijven niet rechtstreeks. Hun sterke verwevenheid met de (Europese) maakindustrie en afhankelijkheid van de daar gecreëerde waarde maakt hen echter gevoelig voor indirecte effecten. Deze indirecte effecten zijn niet meegenomen in de analyse.

Conclusie

Het valt op dat in de laatste vijf jaar met name voor producten in automotive, machinerie en chemie een grote omwenteling heeft plaatsgevonden, hetgeen als een schok gekarakteriseerd zou kunnen worden. Deze ontwikkelingen confronteren de EU dan ook met een fundamentele keuze over haar economische koers. De Chinese export naar de EU neemt fors toe en verschuift snel richting complexere producten, terwijl de complexiteit van de Europese export naar China licht afneemt. In de relatie tussen de EU en China is er dus geen sprake van een wederkerige toename in import en export, maar van een duidelijke opmars van Chinese complexere producten naar de EU. Dit heeft gevolgen voor de technologische voorsprong van Europa en vergroot de druk op het industriële verdienmodel. Zonder gerichte beleidsreactie neemt de kans toe dat Europese lidstaten productie en specialisatie moeten verleggen naar andere sectoren, met mogelijke gevolgen voor productiviteit, groei en de eigen economische veiligheid.

Tegen deze achtergrond is het logisch dat de Franse president Macron, de Duitse bondskanselier Merz en de Spaanse premier Sánchez het afgelopen jaar al hebben aangedrongen op een Chinese koerswijziging en dat de Europese Commissie inmiddels werkt aan een pakket handelsmaatregelen om de eigen markt te beschermen (EU Observer, 2026; Financial Times, 2026; The New York Times, 2026). Het huidige Europese handelsdefensieve instrumentarium biedt op dit moment onvoldoende antwoord op de schaal, snelheid en strategische aard van China’s export- en industriebeleid.

Literatuur

Brown, A. (2026) China’s new Five-Year Plan will embrace industry – and once again give consumers the cold shoulder. Mercator Institute for China Studies, Commentaar, 26 februari. Te vinden op merics.org.

Cornillie, J., J. Delbeke, P.P. Raimondi en S. Tagliapietra (2026) Framing the EU challenge to deal with ‘China Shock 2.0’ in clean tech. Bruegel External Publication, 17 juni.

EU Observer (2026) Spain’s Sanchez uses China trip to urge Beijing to ‘open up’ to end trade row. Euobserver Nieuwsbericht, 13 april.

Eurostat (2026) Extra-euro area trade in goods. Eurostat Statistiek, maart. Te vinden op ec.europa.eu.

Financial Times (2026) We urgently need to rebalance EU-China relations. Financial Times, 16 december.

García-Herrero, A. (2026) Europe needs a broader trade-defence toolkit against a mounting China shock. Bruegel Newsletter, 9 februari.

Growth Lab (2026) The Atlas of Economic Complexity: complexity rankings and growth projections. Growth Lab, Statistiek. Te vinden op atlas.hks.harvard.edu.

Hanson, G.H. (2012) The rise of middle kingdoms: emerging economies in global trade. The Journal of Economic Perspectives, 26(2), 41–64.

ITC (2026) Trade Map. International Trade Centre. Te vinden op www.trademap.org.

OESO (2026) OECD MAGIC database of industrial subsidies. Parijs: OECD Publishing, juni.

Scott, R.E. en Z. Mokhiber (2020) Growing China trade deficit cost 3.7 million American jobs between 2001 and 2018. Economic Policy Institute, Rapport, 30 januari. Te vinden op www.epi.org.

The New York Times (2026) Germany’s leader delivers a blunt warning to China on trade. The New York Times, 25 februari.

Tordoir, S. en B. Setser (2026) China Shock 2.0: The cost of Germany’s complacency. Centre for European Reform, Policy Brief, 20 mei. Te vinden op www.cer.eu.

Wereldbank (2022) Medium and high-tech manufacturing value added (% manufacturing value added) – European Union. Wereldbank Statistiek. Te vinden op data.worldbank.org.

Auteurs

  • Ron Stoop

    Strategisch analist bij het Den Haag Centrum voor Strategische Studies

  • Geoffroy Feij

    Belangenbehartiger bij FME

Plaats een reactie